CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000304] Collegebrief over monitor Evaluatieprogramma Haven

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Haven25.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stadsontwikkeling Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Robert Simons Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Van: Joelle Guthschmidt Telefoon: 06-28284217 E-mail: jp.guthschmidt@rotterdam.nl Ons kenmerk: M2210-1643 - 23bo2626 Onderwerp: Monitor Evaluatieprogramma Haven Datum: B&W 17 januari 2023

Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Met deze brief informeren wij u over het Monitoring- en Evaluatieprogramma (MEP) Haven dat we op 17 januari 2023 hebben vastgesteld en de datarapportage 2020, die in het voorjaar van 2022 is gereedgekomen. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: N.v.t. Toelichting: Voor de bestemmingsplannen voor het Rotterdamse havengebied (Waal-Eem-haven, Botlek-Vondelingenplaat, Europoort, Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2) zijn m.e.r- procedures gevolgd. Met een Milieu Effect Rapport (MER) zijn de (verwachte) milieugevolgen van die besluiten in beeld gebracht. De wet verplicht het bevoegd gezag om de gevolgen van de genomen m.e.r.-plichtige besluiten periodiek te evalueren. Doel van deze evaluatieplicht is het toetsen van de werkelijke milieueffecten van een besluit aan de voorspellingen in het MER en waar nodig het treffen van mitigerende of compenserende maatregelen. Om invulling te geven aan de wettelijke evaluatieplicht zijn in de loop van de jaren monitoring en evaluatie programma’s (MEP’s) voor de verschillende bestemmingsplannen in de haven opgesteld.

Een MEP beschrijft de wijze waarop monitoring en evaluatie wordt uitgevoerd en hoe de milieueffecten van het gebruik van het havengebied worden gevolgd en inzichtelijk gemaakt Omdat veel effecten van de afzonderlijke plannen duidelijk cumuleren met de aangrenzende havengebieden zijn de afzonderlijke MEP’s geïntegreerd tot één MEP Haven. Deze integrale MEP Haven is vastgesteld door ons college en wordt u hierbij ter kennisgeving aangeboden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/2 17 januari 2023 M2210-1643

Vanaf nu wordt jaarlijks een integrale ‘Datarapportage MEP Haven’ opgesteld, in lijn met wat in het MEP is vastgelegd. De datarapportage van 2020 wordt u hierbij ter kennisname aangeboden. Aan de hand van relevante parameters wordt in de rapportage de milieusituatie in en rondom het havengebied vastgelegd. De datarapportage geeft de eerste trend weer, maar bevat nog geen evaluatie met verdiepende analyse. De eerste evaluatie wordt in 2024 opgesteld, gebaseerd op de datarapportages van 2020 tot en met 2023. De conclusies kunnen dan worden meegenomen bij het op te stellen omgevingsplan. De datarapportage 2020 laat zien dat de ontwikkelingen in de haven en de milieueffecten in de meeste gevallen overeenkomen met de voorspellingen van het MER. In een aantal gevallen is er verschil tussen de voorspelling en de werkelijke ontwikkeling. Bij een tweetal bedrijven leek het berekende plaatsgebonden risico hoger te zijn dan volgens de vastgestelde veiligheidscontour is toegestaan. Het RIVM voert periodiek nieuwe rekenmodellen in. Hierdoor kan het voorkomen dat een worst case risicoberekening, die gebaseerd is op een grove modellering, hoger uitkomt en in eerste instantie niet meer lijkt te passen binnen de grenswaarden. Wanneer er vervolgens realistischer en passend bij de werkelijke situatie wordt gemodelleerd, kan de berekening lager uitvallen. Dat was bij beide bedrijven het geval.

De geactualiseerde berekeningen worden vastgelegd in nieuwe vergunningen. Hiernaast is geconstateerd dat de verkeersstromen op een aantal (vaar)wegen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over water anders verlopen dan was voorspeld in het MER. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er sprake is van overschrijding van wettelijke grenswaarden of het ontwikkelen van knelpunten op het gebied van milieukwaliteit en bereikbaarheid. Financiële en juridische consequenties/aspecten: N.v.t.

m □CMR milieudienst

Rijnmond

DATARAPPORTAGE 2020 BESTEMMINGSPLANNEN HAVEN ROTTERDAM

'T.

■■SsS

7“v i!

jn&fflis T

02332857-N

PHILO

m DORDRECHT

m tui

Inhoudsopgave

Inleiding

Hoofdstuk 1: Verklarende parameters

6

Hoofdstuk 3: Externe veiligheid

42

Hoofdstuk 6: Geur

79

1.1 KavelontwikkeĮing

7

3.1 Externe veiligheid - PR-contour

80

1.2 Goederenoverslag

12

43 44

6.1 Kavels Geur

3.1 Externe veiĮigheid - PR-contour Haven

6.2 Geurhinder

82

1.3 Modal split

15

3.1 Externe veiligheid - PR-contour Maasvlakte

45

1.4 Woningbouwontwikkeling

16

3.1 Externe veiligheid - PR-contour Europoort

46

Hoofdstuk 7: Licht

83

1.5 Infrastructuur

19

3.1 Externe veiĮigheid - PR-contour Botlek

47

7.2 Lichthinder

86

48

Hoofdstuk 8: Water

87

88

3.1 Externe veiligheid - PR-contour Waal- en Eemhaven en Hoofdstuk 2: Bereikbaarheid

distripark Albrandswaard

21

2.1 Wegverkeer

22

2.1.1 Wegverkeer - Bijdrage

22

3.2 GR PR10-8 en tellingen strand 3.3 Basisnet weg

50 52

8.1 Chemische waterkwaĮiteit emissies 8.1 Chemische waterkwaĮiteit emissies - Bedrijven

89

2.1.2 Wegverkeer - Intensiteit hoofdwegen

25

3.4 Basisnet spoor

54

8.1 Chemische waterkwaĮiteit emissies - Scheepvaart

90

3.5 Basisnet water

57

8.2 Chemische waterkwaĮiteit

93

8.3 Warmtelozingen

95

2.1.3 Wegverkeer - Knelpunten hoofdwegen rondom

havengebied

27

2.2 Spoorverkeer

30

Hoofdstuk 4: Lucht

59

2.2.2 Spoorverkeer - I/C verhouding

32

4.1 Emissies vaste bronnen

60

Hoofdstuk 9: Gezondheid

97

34

4.2 Emissies transport

62

9.1 Gezondheid externe veiligheid

98

4.3 RegionaĮe ĮuchtkwaĮiteit

63

9.1 Gezondheid externe veiĮigheid

99

9.2 Gezondheid Įucht

100

Hoofdstuk 5: Geluid

69

9.3 Gezondheid geĮuid

103

5.1 GeĮuidbeĮasting

70

2.3.1 Scheepvaart - Bijdrage scheepvaartverkeer

5.1 GeĮuidbeĮasting - Maasvlakte 2

73

Hoofdstuk 10: Natuur

105

5.2 GeĮuidhinder

75

10.1 Stikstofdepositie

106

5.3 GeĮuidproductiepĮafonds

76

| Inhoudsopgave |

| Ga naar inleiding |

2

Inleiding Voor u ligt de eerste datarapportage die is opgesteld

Waarom deze (geïntegreerde) datarapportage over

(MEP's) gemaakt. Elk van deze MEP's had een eigen opzet,

op basis van het Monitoring- en Evaluatieprogramma

het hele havengebied Rotterdam?

scope en termijn.

Haven (MEP Haven, 2021). In deze rapportage worden

Op grond van de Wet milieubeheer is een bevoegd gezag

de gebieden Havenbestemmingsplannen (Maasvlakte 1,

verplicht om de daadwerkelijke milieugevolgen van een

Op verzoek van de gemeente zijn de verschillende MEP's

Europoort en Botlek-Vondelingenplaat), Maasvlakte 2

door haar genomen m.e.r.-plichtig besluit te evalueren. Bestemmingsptannen zijn m.e.r-ptichtige bestuiten.

in 2021 geïntegreerd tot één Monitoring- en Evaluatie-

en Waal-Eemhaven gemonitord (zie afbeelding). Het MEP Haven vloeit voort uit de wettelijke

De gemeente Rotterdam heeft daartoe voor de verschillende

Haven. Zie de afbeelding hieronder voor de ligging van de

verplichting om de gevolgen van MER-plichtige

bestemmingsplannen in de haven (Waal-Eemhaven, Botlek-

gebieden en tot welk bestemmingsplan/MER ze behoren.

besluiten (i.c. de bestemmingsplannen voor het

Vondelingenplaat, Europoort, Maasvlakte 1 en Maasvlakte 2)

havengebied) periodiek te evalueren. Doel van deze

in de afgelopen 10 jaar Monitoring en Evaluatie programma's

programma voor de hele haven. Dit is het integrale MEP

evaluatieplicht is het toetsen van de werkelijke gevolgen van een besluit aan de voorspellingen in het MER. Tot en met 2019 werden voor elk bestemmingsplanbesluit afzonderlijke datarapporten

m.e.r

opgesteld; deze zijn nu voor het eerst geïntegreerd tot één rapportage.

Maasvlakte 1

I

I Havenbestemmingsplannen

I

I Maasvlakte 2

Ľ3 WaaPEemhaven

Deze datarapportage MEP Haven is gericht op het vastteggen van de huidige milieusituatie in en rondom het havengebied

*

Europoort

door het presenteren en bijhouden van relevante parameters per thema. De bedoeling is om elk jaar een datarapport op te stellen; in 2024 zal dan op basis van die reeks een verdiepende analyse (evaluatie) worden uitgevoerd.

Botlek-Vondelingenplaat

Waal-Eemhaven

De daadwerkelijke milieueffecten worden vergeleken met de voorspelde milieueffecten uit de MER-studies. Indien blijkt dat de daadwerkelijke effecten groter zijn dan in de MER-studies is berekend, dient het bevoegd gezag overwegen om aanvullende maatregelen te treffen of de bestemmingsptannen aan te passen.

O

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 1 Verklarende parameters |

3

O

Het MEP Haven beschrijft de wijze waarop invulling gegeven

van gematigde (economische) groei (ET-scenario ) en een van

wordt aan de evaluatieplicht. Op basis van dit MEP wordt

sterke groei (GE-scenario ).

jaarlijks een datarapport opgesteld en eens in de vijf

Voor het hele plangebied wordt zowel in de Autonome Ontwikkeling als in het Voorkeursalternatief uitgegaan van een gematigde economische groei van gemiddeld 10

jaar een evaluatie uitgevoerd. Deze datarapportage heeft

Op basis van bovenstaande gegevens zijn in het MER de

per jaar, dit uitgangspunt is gebaseerd op de Havenvisie.

een signaleringsfunctie en bevat een overzicht van de

volgende ruimtelijke scenario's opgesteld om meer inzicht te

Het nieuwe bestemmingsplan Waal-Eemhaven kent

verzamelde data en conclusies op hoofdlijnen.

verwerven in de milieubelasting:

aan diverse kavels meerdere bestemmingen toe: de

Huidige Situatie: situatie op het moment van vaststelling

ontwikkeling ter plekke is afhankelijk van hoe de economie

Voor een verdere toelichting op de gehanteerde uitgangs­

van het bestemmingsplan.

zich gaat ontwikkelen. Op deze locaties is per beoordeeld

punten, de gemaakte keuzes en de relevante informatie

AO ET: de ruimteíijke invulling van het gezamenlijke

milieuthema in het MER uitgegaan van het meest belastende

uit het MER wordt kortheidshalve verwezen naar het

plangebied die te verwachten is indien de economie

('maatgevende') segment ('worst case').

MEP Haven.

gematigd groeit - zonder nieuw belsuit. AO GE: de ruimtelijke invulling van het gezamenlijke

3. MER Maasvlakte 2, 2017 (MV2)

Wat is de relatie met de onderliggende

plangebied die te verwachten is indien de economie sterk

In MER MV2 is een andere methodiek gehanteerd voor het

MER-studies?

groeit - zonder nieuw besluit.

beoordelen van de milieueffecten dan bij MER HBP en MER

Voor de havengebieden zijn tussen 2013 en 2017

Voorkeursalternatief: de ontwikkeling die alleen kan

WEH. In MER MV2 wordt gesproken over de plansituatie die

verschillende bestemmingsplannen en milieueffect-

plaatsvinden als er nieuwe bestemmingsplannen

loopt tot 2028.

rapportages gemaakt. Iedere MER-studie hanteerde zijn

worden vastgesteld.

eigen opzet, scope en beoordelingskader. Globaal gezien

Er wordt in het MER gesproken over twee referentiesituaties:

beschreef elk MER een Huidige Situatie (HS), een Autonome

De effecten van het VKA zijn beoordeeld tegen beide AO-

Referentiesituatie 1: huidige gerealiseerde situatie (HSÌ

aangevuld met toekomstige (reeds vergundeÌ ruimtelijke

Ontwikkeling (AO, ontwikkeling gedurende de planperiode als

scenario's. Op een groot aantal kavels in deze gebieden

er geen nieuw bestemmingsplanbesluit wordt vastgesteld)

zal naar verwachting de bestemming niet veranderen:

ontwikkelingen die binnenkort worden gerealiseerd (200 ha in

en het Voorkeursalternatief (VKA, ontwikkeling bij nieuw

de effecten van het VKA vloeien daarom vooral voort

gebruikÌ;

besluit). De effecten van het VKA zijn afgezet tegen de AO,

uit ontwikkelingen op de zogenoemde ontwikkel- en

maar de precieze invulling hiervan verschilde per MER-

veranderlocaties .

Referentiesituatie 2: situatie dat er geen nieuw plan

wordt vastgesteld, en Maasvlakte 2 op basis van het (huidigeÌ bestemmingsplan (2008) verder gevuld wordt (1.000 ha in

studie. Hieronder staan kort de hoofdlijnen per MER-studie. 2. MER Waal- en Eemhaven, februari 2016 (WEH) 1. MER Havenbestemmingsplannen,

In het MER WEH is een planperiode gehanteerd van 2013 tot 2025.

mei 2013 (HBP)

In de studie zijn de volgende situaties onderzocht:

gebruikÌ; Plansituatie: situatie waarin alle voorgenomen activiteiten

uit het nieuwe plan worden gerealiseerd (incl. windturbines

De bestemmingplannen Botlek-Vondelingenplaat,

Huidige Situatie: situatie op het moment van vaststelling

op harde en zachte zeewering en twee aanlandingszones voor

Europoort en Maasvlakte 1 zijn in onderlinge samenhang

van het bestemmingsplan.

kabels en leidingen vanuit zee naar landÌ. Dit komt overeen met

opgesteld ('havenbestemmingsplannen'). Er is een

Autonome ontwikkeling: toekomstige situatie als er geen

het VKA.

planperiode gehanteerd van 2013 tot 2023. In het MER is

nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld.

een bandbreedte van milieu-effecten bepaald. Deze was

Voorkeursalternatief: beschrijft de ontwikkeling conform het

gebaseerd op twee economische scenario's: een scenario

nieuwe bestemmingsplan.

O

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 1 Verklarende parameters |

4

O

De milieueffecten van het VKA (‘de pLansituatie') worden in het MER afgezet tegen de beide referentiesituaties.

criteria worden de volgende milieuthema's behandeld: 1. bereikbaarheid;

binnen het plangebied, maar ook doordat nieuwe woningen gebouwd worden binnen de invloedsfeer van het plangebied.

2. externe veiligheid;

De milieuthema's en verklarende parameters zijn in de

Toetsing resultaten aan voorspellingen MER-studies

3. geluid;

datarapportage conform het MEP Haven via twee sporen uitgewerkt:

De monitoringsresuLtaten worden daar waar mogeLijk

4. geur;

getoetst aan de voorspellingen uit de MER-studies.

5. gezondheid;

Daarbij worden de voorspellingen in het MER voor het VKA

6. Lucht;

vergeleken met de werkelijke ontwikkelingen.

7. Licht;

het bestemmingspLangebied?

8. natuur (stikstofdepositie);

Spoor 2: Regionale miLieukwaLiteit: hoe ontwikkelt zich de

9. water.

kwaliteit van de omgeving?

Voor sommige thema's, zoals de verklarende parameters

Spoor 1: Bijdrage van het plangebied: wat gebeurt er in

is exacte toetsing niet nodig: deze gegevens worden aLLeen gebruikt bij de verklaring wanneer geconstateerde

De milieuthema's zijn weer onderverdeeLd in verschillende

Per onderwerp wordt in de rapportage aangegeven of het

milieueffecten afwijken van de MER-voorspeLLingen.

onderwerpen. Per onderwerp worden de resultaten in deze

spoor 1 betreft, of spoor 2. In de evaluatie (2024) gaan we

Voor andere parameters is toetsing niet mogeLijk, omdat de

datarapportage weergegeven. Voor eLk thema is zo actueel

dieper in op de (mogeLijk causale) relatie tussen beide

voorspelling niet voor aLLe jaren is gedaan, of omdat de data

mogeLijke informatie opgenomen. Omdat de informatie

sporen (analyse), wanneer beide sporen een afwijking van

waaraan getoetst zou moeten worden niet zijn opgenomen in

afkomstig is van verschillende bronnen, is de peildatum niet

de voorspeLLing Laten zien. Dat is dus onder de aanname dat

de MER-rapporten. Tot slot zijn er parameters waar toetsing

voor iedere parameter gelijk. Per thema is inzichteLijk van

aLs de omgevingskwaliteit verslechtert (spoor 2), maar de

niet mogeLijk is, omdat de wijze van effectvoorspeLLing te veeL

weLk jaar de data is opgenomen in de datarapportage.

ontwikkeling in de gebieden binnen aannames van het MER

afwijkt van de manier waarop parameters anno 2020 worden gemeten of bepaaLd (bereikbaarheid).

blijven (spoor 1), het effect ergens anders door veroorzaakt De datarapportage bevat geen cijfers over individuele

wordt.

bedrijven. Gegevens van (individuele) bedrijven Inhoud datarapport en actualiteit gegevens

zijn geaggregeerd en geanonimiseerd gebruikt bij

Hoe is deze datarapportage tot stand gekomen?

In de datarapportage zijn, volgens de gehanteerde methodiek

deze rapportage.

De gemeente Rotterdam is verantwoordelijk voor het

van MEP Haven, de milieuthema's op basis van onderstaande criteria opgenomen.

uitvoeren van de MER-evaLuatie. Het opstellen van het Naast de miLieuthema's is in de datarapportage ook

MEP/MonitoringspLan en de feítelijke uitvoering van de

Is er een negatief effect voorspeld in één van de MER-

informatie opgenomen over de ontwikkelingen in de

monitoring en evaluatie zijn belegd bij DCMR. DCMR heeft

studies (ten opzichte van de autonome ontwikkeling), of;

haven (invulling kavels, groei goederenoversLag etc). Deze

deze taak in nauwe samenwerking met het Havenbedrijf en

Is er vanuit de inspraak of politiek expliciet gevraagd om

zogenoemde verklarende parameters kunnen gebruikt

de gemeente opgepakt. Vertegenwoordigers van genoemde

het onderwerp mee te nemen in de monitoring.

worden om niet verwachte effecten te verklaren. Om die

organisaties vormen een kernteam. Het kernteam wordt

reden is ook informatie van ontwikkelingen buiten het

ondersteund door een groep inhoudelijke specialisten van de

Een effect is daarbij gedefinieerd aLs eLke (negatieve)

plangebied opgenomen (bv ontwikkeling infrastructuur en

deelnemende organisaties. Voor een aantal onderwerpen zijn

verandering in de bereikbaarheid of kwaliteit van de

woningbouw), Immers: extra geluidhinder voor omwonenden

(externe) gegevensleveranciers en deskundigen benaderd.

omgeving aLs gevolg van de ingreep. Op grond van deze

kan veroorzaakt worden door toegenomen geluidsproductie

O

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 1 Verklarende parameters |

5

O

Hoofdstuk 1: Verklarende parameters

De onderwerpen in dit hoofdstuk worden gevolgd om

412,5 miljoen ton in 2020. De grootste maritieme overslag in

eventueel vastgestelde milieueffecten te kunnen

2020 vond plaats in Europoort (zie ook 1.2).

verklaren. Het gaat zowel om ontwikkelingen binnen

Modal split is gedefinieerd als de verdeling van het vervoer

als buiten het havengebied voor het rapportagejaar

per spoor, over de weg en via de binnenvaart. De modal split

2020. Zo zou meer geluidhinder zowel kunnen

kun je bepalen voor de containervolumes en voor de overige

ontstaan doordat er meer geluid geproduceerd

overslag (niet containers). In deze datarapportage missen

wordt door de bedrijven in het havengebied, maar

de cijfers van modal split overige overslag. Deze informatie

ook omdat er woningen buiten de haven (binnen de

komt na de oplevering van de datarapportage beschikbaar en

invloedsffeer van de haven) zijn gebouwd en er meer

wordt in de volgende datarapportage opgenomen (1.3).

Vİ3 a' va»-

1 Kavelontwikkeling

mensen geluidsoverlast ondervinden.

Voor de woningbouwontwikkeling binnen de invloedsfeer van de havengebieden zijn afspraken gemaakt, vooral in verband In 2020 zijn voor een aantal kavels de bestemmingen gewij­

met de geluidssituatie. De woningbouwontwikkelingen rond­

zigd ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen.

om het havengebied worden gemonitord in 1.4.

Deze wijzigingen hebben zich voornamelijk voorgedaan binnen het havengebied Waal-Eemhaven en Europoort.

2 Goederenoverslag

3 Modal Split De infrastructuur in de omgeving van het havengebied wordt

De distributiesector heeft zich in deze havengebieden geves­

gevolgd in 1.5. In 2020 zijn er geen nieuwe infrastructuurpro­

tigd. Door de gerealiseerde wijzigingen worden er niet meer

jecten afgerond. Veel projecten bevinden zich in de realisatiefa

licht- of geuractiviteiten verwacht dan waar in de MER-stu-

se zoals de A16 Rotterdam en de A24 Blankenburgverbinding.

4 Woningbouwontwikkeling

dies al rekening mee is gehouden. 5 Infrastructuur De maritieme goederenoverslag in 2020 bedroeg in totaal

'Ź-Ţ'b.Y-

;ī

vļjļŞÄ W

o

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

6

:

1.1 Kavelontwikkeling Onderwerp: Ontwikkeling op de kavels

De wijze van invuUing van de kavels heeft

In de bestemmingsplannen zijn drie soorten

opzichte van de vigerende bestemmings­

Parameter: Hoofd-, markt- en

gevolgen voor:

kavels te onderscheiden:

plannen in 2020. Voor deze verandering is

deelsegment per kavel

1. Milieukwaliteit (bv. grote

1. Voortzettingslocaties

een aparte procedure doorlopen. Naast de

Spoor: 1

geluidmakers, emissies).

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V. Tijdsperiode: 2020

(huidige activiteit blijft).

2. Bereikbaarheid (bv. containeroverslag en distributie). 3. Veiligheid (chemie en op- en overslag).

voortzettings- en veranderlocaties zijn hier

2. Veranderlocaties (huidige activiteit

ook de ontwikkellocaties in opgenomen.

verandert binnen de planperiode).

Door ook de ontwikkellocaties te volgen is er

3. Ontwikkellocaties (ligt nu braak, wordt

een totaal beeld van alle kavelwijzigingen in

naar verwachting binnen planperiode in

O

gebruik genomen).

Vraag: Wat is de verdeling van de

Toelichting

uitgegeven bedrijfsterreinen in het

In deze parameter wordt de werkelijke

havengebied (kavelindeling)?

het havengebied.

ontwikkeling van bedrijvigheid op de kavels

De effecten in de MER-studies zijn bepaald

vergeleken met de ontwikkeling waar in de

op de veranderlocaties (activiteit leidt moge­

MER-studie vanuit is gegaan.

lijk tot andere effecten) en ontwikkellocaties (activiteit leidt mogelijk tot nieuwe effecten).

De milieueffecten uit de MER-studies zijn gebaseerd op aannames over de ontwikke­

Hieronder wordt per havengebied een kaart

ling van de (aard van de) bedrijvigheid in

van de kavelindeling getoond met daaronder

de haven.

opgenomen welke locaties zijn gewijzigd ten

i

■SlíP'lt RVKI’t'fc’

o

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

7

1.1 Kavelontwikkeling - Waal/Eemhaven

Kavel 27 - 5.4 ha --------------------------------------Bestemmingsplan: Andere havengerelateerde

activiteiten, emtyp depots en maritieme dienstverlening Huidige activiteit: Distributie

65 Oost - 3 ha Bestemmingsplan: Empty depots Huidige activiteit: Distributie

Kavel 54 - 2.8 ha -----------------------------------Bestemmingsplan: Overig droog massagoed Huidige activiteit: Distributie

" a flMH

mmñ

Kavel 19 - 2 ha-----------------------------------------------Bestemmingsplan: Maritieme dienstverlening en

andere havengerelateerde activiteiten Huidige activiteit: Alleen ligplaatsen

(geen landzijdige gebruiksfunctie)

Totale kavelwijziging WEH in ha ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan in 2020: 13,2 ha.

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

8

1.1 Kavelontwikkeling - Botlek-Vondelingenplaat Situering van de verander- en ontwikkellocaties Botlek-Vondelingenplaat

1 0Cm,0K,p!0

Nieuwe

25c

cru

r

tv

V;

22a

MVC-n 2ì flűc/cťm

ac/om

'

oŭň^caa

asm

-

Marktsegmenten H fttMrt 9tS rjfr v

ľl Cro*ìar.»e .»c

era w

ena'^ocft rv»wrcotcc»o« XEYKflen

Geen kavelwijzigingen voor Botlek-Vondelingenplaat ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

9

1.1 Kavelontwikkeling - Europoort VSè.'ŭ'į

.4*0

Situering van de verander- en ontwikkellocaties Europoort

Kavel 1 - 14.5 ha--------------------------------------Bestemmingsplan: Minerale olieproducten,

ŕ

chemsche producten en raffinaderijterminals

V'

Huidige activiteit: Overig stukgoed Marktsegmenten :

řňt

Wiridhirbiries

ļļ Ruwe Olio fi Raffinage Į Ortafh. Tankopslag ! Chemie Ä bíobasod induslrio Ij—i| Gasí power I Droeg massagoed n Containers __ Breakbulk

Kavel 18 - 17,5 ha ----------------------------------Bestemmingsplan: Biobased industrie,

ijk. 26b

3ū

.25

,.?5' 25,

ff

1

Maritiomo Industrie í. dienstverlening

Ľ^ppof - «r

en andoro havongerolatoordo activiteiten Verander- en ontwikketlocatie

chemische industrie, minerale olieproducten en chemische producten Huidige activiteit: Distributie

Kavel 28 - 11 ha-----------------------------------------Bestemmingsplan: Maritieme dienstverlening

en andere havengerelateerde activiteiten Huidige activiteit: Walstroomvoorziening

Heerema u IAM-DM-6IS R3166,ep

7otale kavelwijziging Europoort in ha ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan in 2020:43 ha.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

10

1.1 Kavelontwikkeling - Maasvlakte 1+2

Situering van de verander- en ontwikkellocaties Maasvlakte 1

NMN HM m I n Kmn ot» I rjTrag* ļ rr»ru» A nnnxMl ľ^.or*

Dnog UuMÿM

V»T *r« nauw 4 MnUrtWil-^

1 rtn

«n

Ktifent' 4 Kilometers

Geen kavelwijzigingen voor Maasvlakte 1 ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan

| Naar hoofdstukoverzicht |

Geen kavelwijzigingen voor Maasvlakte 2 ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

11

Q

1.2 Goederenoverslag Onderwerp: GoederenoversĮag

Ruimteproductiviteit (afbeelding lí: Wat is de

transportstromen). De ontwikkeling van (de

er een onderscheid gemaakt in overslag

Parameter: GoederenoversĮag

ruimteproductiviteit van containerbedrijven

omvang en aard van) de goederenoverslag

in tonnen (niet zijnde containers) en de

in ton en TEU

op het havengebied in TEU per hectare per

heeft gevolgen voor:

overslag in TEU, dit zijn specifiek de

Spoor: 1

jaar? (atteen voor MV2)

1. milieukwaliteit (lucht, geluid);

containers.

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Wat is de hoeveelheid materialen aan droog

2. bereikbaarheid (doorstroming);

Tijdsperiode: 2020

en nat massagoed, en bulk die worden

3. veiligheid (risico's).

Als er over deelgebieden gesproken

doorgezet per deelgebied in tonnen per jaar?

O

wordt zijn dit: Waal-Eemhaven, Botlek-

(afbeelding 2):

Toelichting

Vondelingenplaat, Europoort, Maasvlakte 1

Vraag: Hoe ontwikkelt zich de

De totale hoeveelheid overgeslagen

De gegevens over goederenoverslag in

en Maasvlakte 2.

op- en overslag van de haven

goederen bepaalt voor een deel de

2020 zijn afkomstig van het Havenbedrijf

in het plangebied?

milieu-impact van de haven (omvang

Rotterdam N.V. Bij de goederenoverslag is

Ruimteproductiviteit in TEU

De ruimteproductiviteit geeft een indicatie van de efficiëntie waarmee containers

Ruimteproductiviteit: Terreingrootte APMT en RWG, deelgebied MV2 (ha) in 2020:

194

worden verwerkt. Dat heeft invloed op de te verwachten goederenstroom via weg, spoor en water. Hoe efficiënter de terminal, des te meer transport dit genereert.

Doorzet (in TEU x 1000) in 2020:

Ruimteproductiviteit wordt alleen voor MV2

4.126

berekend, omdat het hier om een nieuwe situatie gaat. In de andere havengebieden waren de containertermimals al in werking. HbR heeft geen gegevens over de ruimteproductiviteit van de andere

Ruimteproductiviteit (TEU x 1000/hectare/jaar) in 2020:

21,27

deelgebieden.

Afbeelding 1

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

12

Q

1.2 Goederenoverslag Goederenoverslag per deelgebied in tonnen en TEU (x 1000):

Maasvlakte 1

Maasvlakte 2

Tonnen: 43.127

Tonnen: 146.220

Container (TEU): 4.126

Container (TEU): 8.139

Europoort

Tonnen: 152.208 Container (TEU): 565

Maasv akte Rottere a nr BotlekVondelingenplaat

jrc-poort .otterdam

Tonnen: 47.176 Container (TEU): 9

Steenďjkpo

lerg o re

Waal-Eemhaven

Tonnen: 23.823 Container (TEU): 1.589

Er eļļ|

nis | Botlek Rotterdam

Subtotaal plangebied

Hl

'tēhissë

Afbeelding 2

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

13

Q

1.2 Goederenoverslag Hoeveelheid materialen aan droog, nat en stuk massagoed (x 1000 tonnen)

Goederenoverslag naar deelsegment voor het totale plangebied (inclusief transshipment-volumes)

Overstag naar deelsegment (x 1.000 tonnen)

Maasvlakte 1 Droog: 17.564 Nat: 39.508 stukgoed: 89.148 Totaat: 146.220

Europoort

Droog: 27.287 Nat: 106.830 Stukgoed: 18.091 Totaat: 152.208

2021

Droog massagoed

57.215

72.820

Nat massagoed

187.695

198.881

Stukgoed

167.644

172.588

Subtotaal plangebied

412.554

444.289

BotlekVondelingenplaat Droog: 7.631 Nat: 38.497 Stukgoed: 1.048 Totaat: 47.176

Maasv akte Rotterdam Nlţ

jropoort

.otterdam Steendijkpo NI 5

2020

Eemhaven

Totaal

N1Î

Kru

lergors mj

ŪOS4

Nïia Er'elle

Maasvlakte 2 Droog: 107 Nat: 2.107 Stukgoed: 40.913 Totaat: 43.127

F

ns Toetsing

i

Het gaat hier om een verklarende parameter. Er is geen

Botlek Rotterdam

ĥ

ET

m

toetsingsgrondslag bepaald in de

'"ken'sse

MER-studies voor de verschillende havengebieden.Monitoring van deze gegevens is van belang om optredende effecten te kunnen verklaren.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

14

1.3 Modal split Onderwerp: Modal Split

De ontwikkeling van modal, split heeft gevolgen voor:

Parameter: De verdeting van het containertransport en

1. milieukwaliteit (lucht, geluid);

overige goederen over de verschillende modaliteiten

2. bereikbaarheid (doorstroming);

Spoor: 1

3. veiligheid (risico's);

Truck

■4 Rail Barge (binnenvaart)

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Transshipment (zeevaart)

Tijdsperiode: 2020

O

Met de volgende onderverdeling:

Toelichting

Modal split wordt bijgehouden door middel van:

De modal split is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd.

1. Maritieme overslag naar modaliteit exclusief

Door corona is het goederenvervoer naar het achterland

Vraag: In de aan- en afvoer van containers en overige

containervolumes over de deelgebieden (tonnen)**.

goederen over de voornaamste transportwegen in het

2. Maritieme overslag containers naar modaliteit (TEU).

afgenomen, terwijl de regionale distributie, die normaliter via trucks verloopt, gelijk bleef.

havengebied, wat is de verdeling over de weg, rail en binnenvaart (modal split)?

jdh.

ra Transshipment*

tf

zfs

[

]

ö Rail

Barge

Truck

(x 1.000 TEU)

(x 1.000 TEU)

(x 1.000 TEU)

(x 1.000 TEU)

Waal-Eemhaven

175 - m

160 - 9Z

262 - 15Z

1.146 - 66Z

1.743 - 100Z

Botlek-Vondelingeplaat

400 - 50Zo

40 - 5Z

1 - 0Z

359 - 45Z

800 - 100Z

Z - 0Z

35 - 34Z

/ - 0Z

69-66Z

104 - 100Z

Maasvlakte 1

3.610 - 450Zo

427 - 5Z

1.656 - 21Z

2.300 - 29Z

7.993 - 100Z

Maasvlakte 2

1.264 - 310Zo

316 - 8Z

1.264 - 31Z

1.422 - 35Z

4.109 - 100Z

Europoort

Subtotaal

* Transshipment betekent overslag van containers op een tussenbestemming binnen de zeevaart, dus niet overslag naar binnenvaart, spoor of weg. ** De maritieme overslag naar modaliteit exclusief containervolumes per deelgebied en het gehele havengebied is ten tijde van het schrijven van deze datarapportage (nog) niet beschikbaar

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

15

1.4 Woningbouwontwikkeling Onderwerp: Woningbouw

De ontwikkeling van woningbouw binnen de

vtakte' getuidszones gedefinieerd met etk

worden gedaan en dient het ‘getuidruimte-

Parameter: Aantal en locatie nieuwe

invloedsfeer van de haven heeft gevolgen

een eigen kteuraanduiding: groen, oranje en

verdeetptan' en het Bronnenmodet 2025 ats

woningen

voor:

rood. De kteuren zijn afgeteid van de dB(A)

uitgangspunt te worden gehanteerd.

Spoor: 2

1. mitieukwatiteit;

contouren die van toepassing zijn:

Bron: DCMR (RAK) 4

2. bereikbaarheid;

Havenbedrijf Rotterdam N.V.

3. veiligheid;

50-55 dB[AÌ MTG contour. [Bouwìactiviteiten in

(convenant Waat-Eemhaven)

4. gezondheid.

deze zone worden alleen gemeld bij het secre­

1. Woningbouwptannen die in het Regio-

tariaat van het RAK;

naat Afsprakenkader Getuid ă Ruimtetijke

De groene zone is het gebied tussen de

Tijdsperiode: 2020

De oranje zone is het gebied tussen de 55 en

Toelichting

O

De woningbouwontwikketing wordt bijge­ houden door middet van:

Ontwikketing (RAK) zijn gemetd en in de

Voor de woningbouwontwikkeling binnen

60 dB(AÌ MTG contour. Daarvoor geldt dat er

oranje/rode zone vatten. Dit afsprakenkader

Vraag: Hoe ontwikkelen

de invloedsfeer van de havengebieden zijn

alleen ontwikkelingen zijn voor zover opge­

omvat de gebieden Maasvtakte 1, Europoort,

de woningbouw(plannen)

afspraken gemaakt. Voor de havengebieden

nomen in de bijlage bij het convenant en met

Bottek-Vondetingenptaat ă Pernis. Per

in de omgeving van het

Maasvlakte 1, Europoort en Bottek-Vonde-

in achtneming van de procesafspraken uit het

gemeente is inzichtetijk hoeveet projecten er

havengebied zich?

tingenptaat is dit het Regionaal Afspraken­

convenant;

in de oranje zone vatten.

De rode zone is het gebied boven de 60

kader Getuid ă Ruimtelijke Ontwikkeling

2. Woningbouwptannen die gemetd zijn in

(RAK), opgestetd in 2015. Voor Waat-Eem-

dB(AÌ MTG contour. Dit is het gebied waar in

het convenant Waat-Eemhaven en in het

haven is er een convenant Waat-Eemhaven

principe geen (bouwìontwikkelingen zijn.

communicatiegebied vatten. Omvat het ha­

opgestetd in 2010.

vengebied Waat-Eemhaven en een gedeette

Voor Maasvtakte 2 getdt dat er geen wonin­

In het convenant Waat-Eemhaven wordt er

gen komen in de directe invtoedssfeer van

gesproken over een ‘communicatiegebied':

het gebied.

dit is het deet van de getuidzone tussen de

van Atbrandswaard.

grens van het industrieterrein en de 55 dB(A) In het RAK zijn voor de havengebieden ‘Bot-

getuidcontour. Hierbij moet er voor nieu­

tek-Vondetingenptaat' en ‘Europoort Maas-

we woningbouwtocaties getuidonderzoek

i «t

/A ■mÑm&é-ţtSBĴtS? Ź'

rr m | Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

16

1.4 Woningbouwontwikkeling

Gegevens RAK:

In onderstaande tabel, zijn de bij het RAK aangemetde woningbouwontwikketingen weergegeven uit het jaar 2020 per gemeente (bron: RAK jaarrapportage 2020). In 2020 zijn er 13 woningbouwontwikketingen gemeld die vatten in de oranje of rode zone. Uit deze gegevens blijkt niet of deze woningbouwptannen ook daadwerketijk zijn uitgevoerd.

Q Briele

Q Rotterdam

Q Schiedam

9 Zwartewaat I Dorpshart

9 Hoek van Hottand Langeweg

9 Zwartewaat I Henry Fordstraat 11

* Hoek van Hottand Badweg

9 Hoek van Hottand I Oranjebonnen I Haakweg Q Nissewaard

9 Masterptan Bernisse

Q Vlaardingen

9 Hoogvtiet I Digna Johannaweg

9 Eitand van Speyk (voorheen Schiereitand)

* Rozenburg I Nieuw Wetgetegen

* Voormatig Uniteverterrein

9 Heenvtiet I Stationsweg

| Naar hoofdstukoverzicht |

9 Toernooivetd

9 Bottaarsdijk

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

17

Q

1.4 Woningbouwontwikkeling

Gegevens convenant Waal-Eemhaven

In onderstaande tabel, zijn de bij convenant Waat-Eemhaven gemelde woningbouwontwikketingen weergegeven uit het jaar 2020 (bron: HbR). In 2020 zijn er 10 woningbouwontwikketingen gemeld die vatten in het communicatiegebied ^ 55 db(A)). Voor deze tocaties is een omgevingsvergunning afgegeven.

Q Albrandswaard - Omgevingsvergunning Rhoon Achterdijk 32, bouwen woning = >55 db(A) - Bouwptan Stationsstraat 49-59 Rhoon en ontheffing hogere waarde wet getuidhinder = ^5 db(A) Q Rotterdam

Omgevingsvergunning " Chartoisse Lagedijk

In 2020 tagen er in totaat 1.653 woningen binnen het

Kruidenierstocatie" = 55 dB

communicatiegebied van Waat-Eemhaven.

Verteende omgevingsvergunning Vermaetweg 44

Hiervan tiggen er 863 woningen tussen de 50-55 db(A)

= >55 db(A)

(groene zone) en 790 woningen in contour tussen 56-60

Verteende omgevingsvergunning Vermaetweg 46

db(A) (oranje zone). Dit betreft het totaat aantat woningen

= >55 db(A)

in het communicatiegebied Waat-Eemhaven, tos van de

Verteende omgevingsvergunning Grondherenstraat 62

bouwontwikketingen.

- Verteende omgevingsvergunning Zuidhoek 246B = ^5 db(A)

= >55 db(A)

- Vaststetting bestemmingsptan ‘De Nieuwe Wietewaat' en

Verteende omgevingsvergunning Schiehavenkade 62

omgevingsvergunning 1e fase = ^5 db(A)

= ^5 db(A)

Toetsing

Het gaat hier om een verktarende parameter. Er is geen

- Kennisgeving conceptvergunning " Chartoisse Lagedijk -

toetsingsgrondstag bepaatd in de MER-studies voor de

Kruidenierstocatie" = 55 dB

verschittende havengebieden. Monitoring van deze gegevens is van betang om optredende effecten te kunnen verktaren

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

18

1.5 Infrastructuur Onderwerp: Verklarende paramaters

De ontwikkeling van nieuwe infrastructuur

bepalen of gevolgen in de buitenwereld

wordt jaarlijks gerapporteerd. De MIRT

Parameter: Gerealiseerde infrastructuur

heeft gevolgen voor:

veroorzaakt zijn door ontwikkelingen binnen

rapportage is de jaarlijkse toelichting bij de

Spoor: 2

1. milieukwaliteit (lucht, geluid);

het plangebied (de gezamenlijke bestem-

begroting van het Ministerie van Infrastruc­

Bron: MIRT

2. bereikbaarheid (doorstroming);

mingsplangebieden) of buiten het plangebied.

tuur en Waterstaat.

Tijdsperiode: 2016 t/m 2020

3. veiligheid (risico's). Toelichting

O

De ontwikkeling, verbetering of renovatie

(Majeure) nieuwe infrastructuur wordt

Vraag: Hoe ontwikkelt de infra­

van de infrastructuur wordt gevolgd om

gepland in het MIRT (Meerjarenprogramma

structuur in de omgeving van het

optredende effecten te kunnen verklaren.

Infrastructuur en Transport) van het Ministe­

De ontwikkelingen in het hele Rijnmond­

rie van IenW. Over het Meerjarenprogramma

gebied worden gevolgd. Dit helpt bij het

Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)

havengebied zich?

-Vy i"

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

M.

19

Sterke regio's -

1.5 Infrastructuur

Coolport: 2018 Calandbrug

Stadshavens

(Theemswegtracé):

Rotterdam (fase 1):

2017 t/m 2021

2021

PHS: RijswijkRotterdam: Programma MoVe

2017 t/m 2021

Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag: 2019 t/m 2021

Spooraansluitingen

RandstadRail,

Tweede Maasvlakte:

fase 1: 2016

2017 t/m 2021

A4 Passage Den Haag:

A15 Suurhoffbrug:

2019 1 2020

2019 Z 2020 A4 Delft - Schiedam: 2016

A24 Blankenburgverbinding:

Adaptatiestrategie

2017 t/m 2021

waterveiligheid buitendijks: 2019

Corridor Rotterdam -

A16 Rotterdam

Antwerpen (CRA):

(A13/A16 verbinding):

2018 t/m 2021

2018 t/m 2021

A15 Maasvlakte -

Project

Vaanplein: 2016

Mainportontwikkeling

Oeververbindingen

Rotterdam

Water/Vaarweg

0

Onderzoek

0

Verkenning

| Naar hoofdstukoverzicht |

Rotterdam:

2017 t/m 2021

2020 / 2021

0

Planuitwerking

Realisatie

Afgerond

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 2 Bereikbaarheid |

20

Hoofdstuk 2: Bereikbaarheid De Rotterdamse haven is één van de grootste Logistieke en industriële knooppunten van Europa. Vervoer in het havengebied vindt voornamelijk plaats via weg, water, spoor en buisLeidingen. 2.1.1 Bijdrage wegverkeer Het volume goederenoversLag in het havengebied is in 2020, door de 2.1.2 Intensiteit weg

coronapandemie afgenomen. De pandemie heeft daarmee samenhangend ook invloed gehad op het thema bereikbaarheid.

2.1.3 Knelpunten hoofdwegen rondom havengebied Infrastructurele projecten rondom het havengebied geven een extra impuls aan

2.2.1 Aantal goederentreinen en intensiteit

de bereikbaarheid (zie ook 1.5). In 2020 zijn er geen infrastructuurprojecten afgerond. VeeL projecten zijn in realisatiefase

2.2.2 I/C verhouding spoor

zoals de A16 Rotterdam en de A24 BLankenburgverbinding. In een aantal van de MER-studies is rekening gehouden met deze

Ä~

2.3.1 Bijdrage scheepvaartverkeer

nieuwe verbindingen, en in een aantal niet.

Dit hoofdstuk richt zich op de bereikbaarheid

2.3.2 Doorstroming scheepvaart

in en om het havengebied verdeeld in de onderwerpen weg, spoor en water. 2.3.3 Intensiteit scheepvaart conflictpunten

| Naar hoofdstuk 1 Verklarende parameters |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

21

2.1.1 Wegverkeer - Bijdrage Onderwerp: Bijdrage wegverkeer

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

de hoofdwegen zijn gelegen, zijn in beheer

Voor enkete tetpunten mist data in 2020,

Parameter: Verkeersproductie

1. De ontwikkeling van de kavels (het ene

bij het Havenbedrijf. De bijdrage van het

deze worden niet bemeten door het

wegverkeer aan het havengebied is gevotgd

Nationaat Dataportaat Wegverkeer (NDW).

per (deelgebied)

type bedrijvigheid leidt tot meer transport dan het andere) (1.1).

Spoor: 1 Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V. Tijdsperiode: 2020 Binnen bandbreedte MER-studie?

©betsing niet mogelijk

door het verkeer per deelgebied op strategisch

Eind 2021 is HbR overgestapt op het

2. Goederenoverstag (ontwikkeling van de

gekozen tetpunten te tetten. De resuttaten

systeem PorTraffic, vanaf dan zat er wet

totale omvang van de goederenstromen)

van die tetpunten geven inzicht in de totale

data beschikbaar zijn voor deze tetpunten.

(1.2).

verkeersproductie van dat specifieke havengebied.

3. Modal Split (welk deel van de goederen Z containers gaat via de weg) (1.3).

O

In de votgende infographics wordt het aantat In de tellingen wordt onderscheid

voertuigen op een gemiddetde werkdag

gemaakt tussen:

(etmaat) weergegeven (in doorsnede). Uit de

Vraag: Wat is de verkeersproductie

Toelichting

Vrachtverkeer ticht

infographics btijkt de onderverdeting van de

als gevolg van het gebruik van

Verspreid over het havengebied zijn

Vrachtverkeer middet

tetpunten per havengebied.

de haven. Met andere woorden:

tetpunten op wegen aanwezig. De

Personenauto's

hoeveel vervoersbewegingen

tetpunten in het havengebied, die niet op

Motorvoertuigen

genereert het gebruik van de havengebieden?

’ FftONT OTAUA mmiEīr

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

22

2.1.1 Wegverkeer - Maasvlakte 1+2 8i Europoort De opteUing van de klassen personenauto­

Q

186

verkeer, vrachtverkeer licht en middel komt

é

Personenautoverkeer

= Maasvlakte 1

niet 1 op 1 over met het totaal motorvoertui­ Vrachtverkeer licht

gen (MVT). Door afrondingen ontstaan kleine verschillen die in een rapportagejaar kunnen

= Maasvlakte 2

8 Vrachtverkeer middel

zorgen voor verschillen tot ongeveer 10.

= Europoort

Toetsing

Toetsing aan de resultaten van de MER MV2 is mogelijk, in 2020 zijn er echter geen cijfers beschikbaar voor Maasvlakte 2. Voor

162 182

293

160

MER HBP en WEH studies is toetsing niet mogelijk, de (onderliggende) exacte cijfers

\

\

zijn niet aanwezig in de MER- studies. 161

\

163 9 155

Totaal Europoort:

Totaal Maasvlakte 1+2 is dit jaar niet beschikbaar

©

14.738

ü

2.498

© B

828

ü

6.266 ü

3.173

430

ü

660

ü

1.291 5.906

4.474

1.836

4.150

3590

1.306

20.894 *Data 2020 niet beschikbaar

| Naar hoofdstukoverzicht |

©

14.338 X*

ü

3.950

7.207

| Inhoudsopgave |

634

ü

358

725

(ü

780

5.851

II

2.530

2.458

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

365

23

2.1.1 Wegverkeer - Botíek-Vondeíingenplaat å Waalhaven/Eemhaven ÒÜSfilŘ

Personenautoverkeer

J.. - -.JVl

Vrachtverkeer ticht

SB

V*-» i

Vrachtverkeer middel

Bottek-VondetingenpĮaat

Waat-Eemhaven

Q

25.711

ËJ

H

4.550

45.386 6.252

8.242

10.176

38.508

61.867

VHĚ Ptrrxţ

too* Tònkìtwoot

OïUtpoA

Story ’

169

SlU Rcfíirod*nj

Äoťfmŵm

Cÿ««itA,t

uw» (tg«um

Éā

5.443

5.179

X

4.764 792

X

6.674

686

X

866

295

X*

1.056

734 1.466 941 7.709

6.170

4.606

6.341 8.616

1.123

4.303

Éā

2.678 938

2.462

924

8.438

1.836

2.882

535

8.167

552

562 9.334 2.458

3.564

324

I

1.958

4.944

497

9.386

485

742

732

1.447

792

1.243

3.629

4.651

3.245

6.953

365 2.530

| Naar hoofdstukoverzicht |

7.843

*Data 2020 n/et beschikbaar

| Inhoudsopgave |

9.240

ft 708 Ü 202

15.490

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

10.190

24

2.1.2 Wegverkeer - Intensiteit hoofdwegen Onderwerp: Doorstroming weg

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (Dexter). Voor elk

Parameter: Intensiteit op hoofdwegen rondom het

- de verkeersproductie vanuit de plangebieden (2.1.1);

van deze hoofdwegen zijn telpunten geselecteerd die een

havengebied

- de knelpunten wegverkeer (2.1.3).

representatief beeld geven van de intensiteit op een bepaald

Spoor: 1

wegvak (zie onderstaande kaarten).

Bron: Nationaal Dataportaat Wegverkeer

Toelichting

Tijdsperiode: 2020

Om de intensiteit van de hoofdwegen rondom het

Het uurgemiddelde van deze telpunten is berekend in de

Binnen bandbreedte MER-studie?

havengebied in kaart te brengen is onderstaand

ochtend (07.00-09.00 uur) en avondspits (16.00-18.00 uur).

O Toetsing niet mogetijk

onderzoeksgebied geselecteerd. Dit onderzoeksgebied wordt

De uurgemiddelden zijn omgezet tot een jaargemiddelde

ook gebruikt bij de knelpunten hoofdwegen (2.1.3).

intensiteit per traject (per uur). De gepresenteerde

Vraag: Wat is de totale verkeersintensiteit

Rijkswaterstaat bepaalt de intensiteit op het hoofdwegennet

feestdagen en vakantieweken in Midden-Nederland.

op de (hoofd)wegen in het havengebied?

in Nederland met behulp van een uitgebreid meetnet

intensiteitsdata hebben betrekking op werkdagen, exclusief

met automatische telpunten. De meetgegevens staan in

MSAìş Al 5 A

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

25

Q

2.1.2 Wegverkeer - Intensiteit hoofdwegen

8.2 ow

13.2 NZ

22.24 W

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

26

2.1.3 Wegverkeer - Knelpunten hoofdwegen rondom havengebied Onderwerp: Doorstroming en

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

verwachte reistijd moet inplannen om in

rapportage worden de resultaten van het

betrouwbaarheid hoofdwegen

1. De verkeersproductie in het

900Zo van de gevallen op tijd aan te komen.

jaar 2019 weergegeven.

Parameter: Knelpunten hoofdwegen

rondom het havengebied

havengebied (2.1.1);

Een knelpunt doorstroming is gedefinieerd

2. Doorstroming weg (2.1.2).

als: zodra de verwachte reistijd (mediaan)

De analyses richten zich op de ochtend-

van alle reistijden tijdens de ochtend- of

(07.00-09.00 uur) en avondspits (16.00-18.00

Toelichting

avondspits niet voldoet aan de norm van

uur) op werkdagen, exclusief de feestdagen

betrouwbaarheid wegennetwerk Zuid-

De knelpunten op basis van

anderhalf keer (verbindend netwerk)

en vakantieweken in Midden-Nederland.

Hottand deel 2, 2019 van MRDH/ Bereik!

betrouwbaarheid en doorstroming zijn

of twee keer (basisnetwerk) de reistijd

Tijdsperiode: 2019

in kaart gebracht voor onderstaande

in vrije doorstroming.

Binnen bandbreedte MER-studie:

trajecten aan de hand van de data uit de

O Nee

rapportage Knelpuntenanalyse en reistijdbetrouwbaarheid wegennetwerk Zuid-

In het onderzoek wordt het Metropolitane

weergegeven. Wanneer een traject als

wegennet van MRDH getoetst aan de

knelpunt wordt beoordeeld voor zowel de

Holland deel 2 van MRDH/Bereik!.

streefwaarden die zijn vastgelegd in de

doorstroming als de betrouwbaarheid is

Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-

deze rood gekleurd op de kaart.

Spoor: 2 Bron: Knelpuntenanalyse en reistijd-

O

In de volgende kaarten zijn de resultaten voor de ochtend- en avondspits

Vraag: Wat is de doorstroming en

Een knelpunt betrouwbaarheid is

2025).Er is ten tijde van het schrijven

betrouwbaarheid (knelpunten)

gedefinieerd als: wanneer een reiziger op

op de wegen in en rond het

een traject meer dan anderhalf keer de

van deze datarapportage nog geen data beschikbaar over het jaar 2020. Voor deze

havengebied?

AIS Aļş

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

27

Q

2.1.3 Wegverkeer - Knelpunten hoofdwegen rondom havengebied

Ochtendspits

mix

HBP VKA 2023 dn Holland

Maasvlakte

Maassluis Rotterdam Oostvoorne

Bnalle

' Rozenburg

Perms

Logenda

Hoogvliet

IC Verhoudingen H «0.7

Spijkornisse

0.7-0 85

k-XÍ

Hellevoetsluis

0.85 -1

StįWiSBS9 ĩfáãfflSŠ.

Betrouwbaarheid en doorstromingsfactor » 1 Avondspits

HBP VKA 2023

Betrouwbaarheid > 1 Doorstromingsfactor > 1 Betrouwbaarheid en doorstromingsfactor s® 1

Maasvlakte

Rotterdam

Rozenburg

Legenda

IC Verhoudingen ■H c 0.7

Hoogvliet N-192 Spijkernisse

0.7 - 0.85 0 85 -1

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

28

2.1.3 Wegverkeer - Knelpunten hoofdwegen rondom havengebied Toetsing

In de MER-studies zijn voor het wegverkeer I/C verhoudingen

Uit de kaart 2019 van de ochtendspits in blijkt dat veel

per wegvak in beetd gebracht met behulp van het regionaal

trajecten knelpunten zijn op basis van de betrouwbaarheid.

verkeersmodel Regionale verkeers- en milieukaart Holland

Uit de VKA HBP ochtendspits blijkt dat voornamelijk de A4

Rijnland (RVMK) Dit is de verhouding tussen de intensiteit

slecht scoort en een stuk van de A15.

en de capaciteit van de weg. Dit is een maat voor de verkeersafwikkeling op wegvakken. Hoe meer voertuigen

Uit de kaart van de avondspits in het VKA 2023 komen

er op de weg rijden, hoe hoger de I/C-verhouding en hoe

knelpunten naar voren die in de huidige situatie geen

slechter de bereikbaarheid wordt.

knelpunt zijn zoals de N218 en A4.De N57 scoort in het VKA 2023 een I/C van > 1. In 2019 wordt deze weg ook

Verkeersdeskundigen van HbR meten de I/C verhoudingen

in het analyserapport als knelpunt aangemerkt.

niet (meer). De inzichten zijn veranderd. Een hoge I/C verhouding betekent namelijk niet direct dat de capaciteit

De algemene situatie in 2019 scoort slechter dan het

van de weg niet voldoende is. Het kan bijvoorbeeld

VKA 2023 van de Havenbestemmingsplannen.

voorkomen dat een verkeerslicht voor congestie zorgt en

m ■■Hfli

■r .

niet de capaciteit van de weg. Om deze reden is in overleg met de verkeersdeskundigen van HbR besloten in deze

■āŝĩAl

datarapportage de I/C verhouding niet te monitoren. Tegenwoordig wordt de reistijd gemeten in plaats van tem

de I/C verhouding, dit zegt meer over de bereikbaarheid.

V

De knelpunten uit het rapport Verkeersanalyse kunnen wel

Jŷ'. ':V

r-t: A'

getoetst worden aan de kaart met I/C verhouding 2023 in het

V ■s ľ'v

VKA van MER HBP. Om toetsing mogelijk te maken wordt een I/C verhouding vanaf 0,85 gezien als knelpunt. Voor de MER

Í . r- "

MV2 en MER WEH is toetsing op deze wijze niet mogelijk,

Ţ

. ,

de trajecten zijn niet op kaart gezet en de studiegebieden komen niet overeen met elkaar.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

29

2.2.1 Spoorverkeer - Aantal goederentreinen en intensiteit Onderwerp: Aantal goederentreinen

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan de ontwikkeling van:

De Havenspoortijn wordt gevoed via zeven emptacementen:

Parameter: Aantal goederentreinen in rapportagejaar

1. de kavels (het ene type bedrijvigheid teidt tot meer

Maasvtakte West,Maasvtakte Oost, Europoort, Bottek, Pernis,

per baanvak

transport dan het andere) (1.1);

Spoor: 1

2. goederenoverstag (ontwikkeling van de totale omvang van

Bron: ProRait (jaarrapportage ontwikkeling

spoorgoederenvervoer 2020 vergeleken met 2019) & HbR

de goederenstromen) (1.2); 3. modal split (wetk deet van de goederen I containers gaan via

Rait Service Center en Waathaven-Zuid. De goederen worden van en naar deze punten vervoerd over de weg of via het spoor. De havenspoortijn is opgedeetd in vijfbaanvakken, zie onderstaande kaart.

spoor) (1.3).

Tijdsperiode: 2020 Binnen bandbreedte MER-studie:

v|Ja

Toelichting

De spoorlijn in de Rotterdamse haven is een doodlopende tak. Aan het einde van Maasvlakte 2 stopt de spoorlijn. In het

O

0

Vraag: Hoeveel goederentransport per spoor

oosten takt de centrale spoor-as van de haven, de

genereert het gebruik van de verschillende haven­

Havenspoortijn, aan op emplacement Kijfhoek, bij

gebieden? Wat is de intensiteit van treinen op de

Barendrecht. Vanuit daar gaan treinen via diverse tijnen door

(verschillende baanvakken van) Havenspoorlijn?

naar de achtertandbestemmingen.

Van Maasvtakte 1+2 naar Europoort

Van Europoort naar Bottek

Van Bottek naar Pernis Van Pernis naar Waathaven

Van Waathaven naar Kijfhoek

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

30

2.2.1 Spoorverkeer - Aantal goederentreinen en intensiteit In de volgende tabel wordt het jaartotaal van het aantal

Onderstaande tabel geeft het aantal goederentreinen op een gemiddelde werkdag weer.

goederentreinen in beide richtingen samen gerapporteerd

Hier zijn de losse locomotieven meegeteld.

per baanvak. De aantallen zijn afgerond op 50-tallen.

De losse locomotieven zijn niet meegeteld in het jaartotaal goederentreinen. Losse locs zijn locomotieven zonder wagons. Losse locomotieven leggen wel beslag op de

Intensiteit in beide

capaciteit van het spoor, terwijl geen goederen vervoerd worden. Dit beperkt de ruimte voor goederentreinen op het spoor.

MV2

richtingen samen

plansituatie

Baanvakken

(ritten/gemiddelde

Havenspoorlijn

werkdag)

2028 inclusief losse locs

HBPVKA 2023 incl. losse locs

Het baanvak Waalhaven-Barendrecht Vork is maatgevend voor de Rotterdamse haven: al het verkeer dat de haven binnenkomt of verlaat moet via dit baanvak rijden. Het totaal goederentreinen in 2020 dat direct aan het havengebied is

Maasvlakte- Europoort

109

134

122

Europoort- Botlek

113

151

130

Botlek- Pernis*

132

165

160

toe te kennen is 34.300.

Baanvakken Havenspoorlijn

* De tellingen

Aantal goederentreinen 2020

Pernis- Waalhaven*

132

165

192

zijn voor het traject Botlek-

Waalhaven-Zuid- Kijfhoek

175

195

206

Pernis-Waalhaven

Maasvlakte- Europoort

20.500

Europoort- Botlek

23.100

Botlek- Pernis

26.650

Toetsing

Pernis- Waalhaven

29.800

aantallen van het havengebied WEH kunnen niet getoetst worden aan de voorspellingen uit de MER. Hier is de bijdrage van

Waalhaven-Zuid-

34.300

geaggregeerd.

De intensiteit van het aantal goederentreinen per baanvak valt ruim binnen de voorspellingen van de MER-studies. De

de deelgebieden uitgerekend op het drukste uur van de dag. Dit wijkt af van bovenstaande methode

Barendrecht Vork

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

31

Q

2.2.2 Spoorverkeer - I/C verhouding Onderwerp: I/C verhouding

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan de ontwikkeling van:

Barendrecht. Vanuit daar gaan treinen via diverse lijnen door

Parameter: I/C verhouding van het spoor op de

1. goederenoverstag (ontwikkeling van de totale omvang van

naar de achterlandbestemmingen. Onderstaande kaart toont

verschiUende baanvakken Spoor: 1

de goederenstromen) (1.2);

de havenspoorlijn met de baanvakken.

2. modal split (welke deel van goederen/containers

Bron: ProRait/ HbR Tijdsperiode: 2011 t/m 2020

gaat via spoor) (1.3); 3. aantal goederentreinen (2.2.1).

Binnen bandbreedte MER-studie:

mJa

Toelichting

De spoorlijn in de Rotterdamse haven is een doodlopende tak. Aan het einde van Maasvlakte 2 stopt de spoorlijn. In het

O

Vraag: Wat is de intensiteit/capaciteit verhouding

oosten takt de centrale spoor-as van de haven, de

van het spoor op de verschillende baanvakken?

Havenspoorlijn, aan op emplacement Kijfhoek, bij

ft Van Maasvlakte 1+2 naar Europoort ft Van Europoort naar Botlek ft Van Botlek naar Pernis ft Van Pernis naar Waalhaven ft Van Waalhaven naar Kijfhoek

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

32

2.2.2 Spoorverkeer - I/C verhouding Voor ieder spoortraject/baanvak is een I/C-verhouding

Uit onderstaande tabet btijkt dat de I/C verhouding in

van 1,12 voorspetd. Deze waarde werd voorspetd ats

(intensiteiten /capaciteiten) berekend op basis van het

2020 op atte baanvakken kteiner is dan 0,85. Uit de I/C

het Theemswegtracé geen doorgang zou vinden. Het

totale aantal treinen, dat zowet bestaat uit goederentreinen

verhouding btijkt dat dit een ‘normate situatie' is votgens de

Theemswegtracé is sinds 8 november 2021 officieet geopend.

ats tosse locomotieven. De I/C-verhoudingen wordt

ktassenindeting

Het tracé is circa 4 km tang en toopt vanaf de Merseyweg,

berekend voor het drukste uur op de Havenspoortijn en zijn

over een verhoogd spoorviaduct tangs de Theemsweg en via de Neckarweg tot aan de Moezetweg. Het spoor

ondergebracht in zogenaamde I/C-ktassen.

Toetsing

MER HBP en MER WEH hebben de I/C verhouding berekend

passeert twee boogbruggen (bij de Thomassentunnet en

Etke I/C-ktasse staat voor een bepaald niveau van

in het drukste uur. MER MV2 heeft een I/C verhouding

de Rozenburgsestuis) en stuit ter hoogte van de A15 weer

verkeersafwikkeling. De ktassenindeting en de daarbij

berekend voor de dag, avond en nacht. Voor MV2 is voor de

aan op de bestaande spoorbaan. De Catandbrug is voor het

behorende beoordeting van de verkeersafwikketing zien er

toetsing van de resuttaten de I/C verhouding van de dag

spoorverkeer een zwakke schaket. Hier heeft de scheepvaart

ats votgt uit:

gebruikt. Uit de toetsing btijkt dat de I/C verhouding in 2020

voorrang op het treinverkeer. Het Theemswegtracé is

^ I/C-verhouding c 0,85: een normate situatie;

voor atte baanvakken ruim onder de voorspettingen van de

een verbetering voor het knetpunt de Catandbrug, omdat

^ I/C-verhouding 0,85-1,00: een drukke situatie;

MER-studies btijft. In MER HBP is in het voorkeursatternatief

schepen die naar de Brittanniëhaven varen niet meer het

^ I/C-verhouding

op het baanvak Europoort-Bottek een I/C verhouding

spoor kruisen.

1,00: een overbetasting.

I/C verhouding drukste uur

Baanvak

Maasvlakte

Europoort

VKA WEH 2025

Plansit. MV2 (dag) 2028

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

VKA HBP 2023

0,3

0,28

0,36

0,36

0,35

0,35

0,33

0,37

0,45

0,43

0,83

0,56

Europoort

Botlek

0,56

0,54

0,69

0,70

0,69

0,69

0,63

0,66

0,80

0,76

1,12

1,05

Botlek

Pernis

0,37

0,36

0,45

0,46

0,46

0,46

0,41

0,43

0,50

0,47

1,03

0,65

Waalhaven

0,46

0,44

0,50

0,50

0,50

0,50

0,46

0,48

0,56

0,53

0,87

0,65

0,36

0,35

0,46

0,46

0,45

0,46

0,43

0,40

0,48

0,51

0,91

Pernis

Waalhaven

Kijfhoek

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

0,96

0,58

33

2.3.1 Scheepvaart - Bijdrage scheepvaartverkeer Onderwerp: Bijdrage scheepvaartverkeer

Het voorspelde effect is vooral gekoppeld

die niet over de weg gaat, gaat bijvoorbeeld

geven in het scheepvaartverkeer naar een

Parameter: Bijdrage vervoersbe-

aan de ontwikkeling van:

via de binnenvaart). Het is dus van belang

specifiek havengebied of -bekken.

wegingen per (deelgebied)

1. de ontwikkeling van de kavels (het ene

de bereikbaarheid in totaliteit te bekijken.

Spoor: 1 Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V. Tijdsperiode: 2020 Binnen bandbreedte MER-studie:

mJa

type bedrijvigheid leidt tot meer transport dan het andere) (1.1); 2. goederenoverslag (ontwikkeling van de totale omvang van de goederenstro­

In de tellingen wordt onderscheid gemaakt

MER-studie een negatief effect is voorspeld

tussen:

op de bereikbaarheid over het water wordt

Binnenvaart vracht

deze wel meegenomen als parameter.

Zeevaart vracht

men) (1.2); 3. modal Split (welk deel van de goederen Z containers gaat via het water?) (1.3).

In de MER-studies is aangenomen dat de

Toelichting

Verspreid over het zeehavengebied zijn tel-

zee- en binnenvaart verantwoordelijk zijn

lijnen aanwezig. Deze tellijnen zijn in beheer

voor de meeste scheepsbewegingen in het

Geen van de MER-studies heeft een ne­

bij HbR en meten het aantal scheepspassa-

havengebied. De overige scheepvaart (o.a.

als gevolg van het gebruik van de

gatief effect voorspeld. De bereikbaarheid

ges met behulp van radar. De bijdrage van

passagiersschip, dienstverlenend schip en

haven. Met andere woorden: hoe­

van de haven via de verschillende modali­

het scheepvaartverkeer aan het havengebied

recreatievaart) zijn daarom niet meegeno­

veel vaarbewegingen zijn gekop­

teiten (weg, rail en sch eepvaart) is mede

is gevolgd door scheepverkeer op strate­

men in de uitwerking van deze parameter.

peld aan het havengebied.

afhankelijk van de mate waarin een andere

gisch gekozen telpunten te tellen (per deel­

Op de volgende pagina zijn de tellijnen op

modaliteit gebruikt wordt (een container

gebied). Er zijn tellijnen bepaald die inzicht

kaart weergegeven.

Vraag: Wat is de verkeersproductie ?

Ondanks het feit dat er in geen enkele

VlfMa

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

34

2.3.1 Scheepvaart - Bijdrage scheepvaartverkeer

A Binnenvaart

Zeevaart

Yangtzekanaal 9825

27.900

5.200

Plansituatie MV2 2028

205.724

40.324

8e Petroleumhaven

48.800

11.900

Amazonehaven

16.800

4.800

Mississippihaven

23.800

1.400

Totaal MV1

89.400

18.100

Ca 6318

31.700

11.700

Beergat

29.700

0

BK 6325

31.700

13.100

Ca 5310

13.400

3.100

Totaal

106.500

27.900

Tellijn (MV1+MV2)

Yangtzekanaal 9825 furOTxn

Afnojyffrlnv

Ole Ttmunor^^ (MO';

MonufffUurtng 'Jo*,\kjklv Y.Of.

8e Petroleumhaven Mutcluscn

Tellijn (Europoort)

ĨCrOetto

OKa 2

(erm.")oJ

ttmMM

Amazonehaven

APM Ttnninoi Ncfíeidant Maoirtaitr

U

Huichíon

eCJÙtha

.

lermmaf

Mississippihaven

BP Rofffnadertj Rotterdam

Beergat In de tabeUen wordt het aantal passages op de teLLijn in 2020 weergegeven, onderverdeeLd naar deelgebied. Eén bezoek bestaat uit twee passages (één heen en één terug).

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

35

2.3.1 Scheepvaart - Bijdrage scheepvaartverkeer Ca 5310

Waalhaven 2e Petroleumhaven Bnttaniehaven tem haven

Ie Petroleumhaven Bot ek

3c'Petroleumhaven

Seinehaven

\

,Ŵ. áht

A

Binnenvaart

Zeevaart

Tellijn (BotlekVondelingeplaat)

Binnenvaart

Zeevaart

Brittanniëhaven

700

500

Eemhaven

39.400

7.300

De gegevens van deelgebieden

Seinehaven

7.600

0

Waalhaven

33.200

2.800

voorspellingen uit de MER-studies.

1e Petroleumhaven

7.200

1.700

Totaal

72.600

10.100

havengebieden valt ruim binnen

Tellijn

(Waal-Eemhaven)

WEH en MV2 zijn getoetst aan de

Het aantal passages voor beide

de voorspellingen van de MER-

VKA WEH 2025

103.584

24.800

2e Petroleumhaven

18.900

1.100

studies.

3e Petroleumhaven

22.800

3.200

Europoort, Botlek en Vondelingen­ plaat kunnen niet getoetst worden

Botlek

40.800

4.400

aan de voorspellingen uit de MER.

De gegevens van Maasvlakte 1,

Er zijn geen aantallen opgenomen Totaal

| Naar hoofdstukoverzicht |

98.000

in de MER HBP.

10.900

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 3 Externe veiligheid |

36

2.3.2 Scheepvaart - Doorstroming scheepvaart Onderwerp: Doorstroming scheepvaart

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan

er in geen enkele MER-studie een negatief

Om de monitoring zoveel mogelijk in lijn te

Parameter: Intensiteit

de productie van scheepvaartbewegingen ats

effect is voorspeld op de bereikbaarheid over

brengen met de effectbeoordeling zijn er aan

scheepvaartverkeer op

gevolg van ontwikkelingen in het havengebied

het water wordt deze wel meegenomen als

het begin- en eindpunt van de trajecten uit

hoofdvaarwegknooppunten

(2.3.1).

parameter.

de MER-studies twee teUijnen geselecteerd.

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V.

Geen van de MER-studies heeft een

Toelichting

om de intensiteit op een traject te bepalen

Tijdsperiode: 2020

negatief effect voorspeld

Verspreid over het zeehavengebied zijn

door van de beschikbare teUijnen de hoogste

Binnen bandbreedte MER-studie:

De bereikbaarheid van de haven via de

teUijnen aanwezig. Deze teUijnen zijn

waarde voor aantal passages te nemen

O Nee

verschillende modaliteiten (weg, rail en

in beheer bij HbR en meten het aantal

(bovengrensbenadering). Ter beeldvorming:

scheepvaart) is mede afhankelijk van de

scheepspassages met behulp van radar.

op traject I liggen de teUijnen Beergat

mate waarin een andere modaliteit gebruikt

In alle drie de MER-studies is hetzelfde

en Hartelkanaal West (zie hieronder). De

Vraag: Wat is de intensiteit van

wordt (een container die niet over de weg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c6e3a032-fcd1-4936-b59a-976f1e318eb3