[23bb000207] Bijlage beantwoording technische vragen lerarentekort
Tekst van het document
vestigingen
% van werkgelegenheid
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
Buiten
16
301
9
35
43
2,9%
11,5%
14,3%
Haven
7
117
9
15
24
7,9%
12,6%
20,5%
Hout
5
47
2
1
3
3,4%
3,0%
6,3%
Pampus
0
0
0
0
0
-
-
-
Poort
6
102
4
20
24
3,9%
19,1%
23,0%
Stad Centrum
0
0
0
0
0
-
-
-
Stad Oost
17
285
6
45
52
2,2%
15,9%
18,0%
Stad West
17
380
21
70
92
5,6%
18,5%
24,1%
Hiervoor is voor 15 vestigingen postcode en huisnummer opgezocht in eerdere metingen, op de website van de school of op Google Maps. 22
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
30
Tabel 35: Tekorten aan leraren - stadsdelen Amsterdam fte stadsdeel
vestigingen
werkgel.
open
% van werkgelegenheid verb.
totaal
open
verb.
totaal
Centrum
5
77
1
3
4
1,0%
3,9%
4,9%
Nieuw-West
31
822
33
148
181
4,1%
18,0%
22,0%
Noord
29
571
19
65
85
3,4%
11,5%
14,9%
Oost
33
760
32
98
129
4,1%
12,9%
17,0%
Weesp
6
125
1
14
15
0,6%
11,1%
11,7%
West
27
551
28
60
88
5,1%
10,9%
16,0%
Westpoort
0
0
0
0
0
-
-
-
Zuid
16
359
12
45
57
3,5%
12,5%
16,0%
Zuidoost
25
465
16
80
96
3,5%
17,2%
20,7%
Tabel 36: Tekorten aan leraren - stadsdelen 's-Gravenhage fte
% van werkgelegenheid
stadsdeel
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
Centrum
34
825
24
113
137
2,9%
13,7%
16,6%
Escamp
28
674
25
119
144
3,6%
17,7%
21,3%
Haagse Hout
15
270
9
41
50
3,4%
15,0%
18,4%
Laak
10
209
23
31
54
11,0%
14,9%
25,9%
Leidschenveen-Ypenburg
13
296
21
34
55
7,1%
11,4%
18,4%
Loosduinen
10
267
5
24
29
1,9%
9,2%
11,0%
Scheveningen
16
264
4
31
35
1,5%
11,7%
13,2%
Segbroek
17
364
12
32
44
3,3%
8,7%
12,0%
Tabel 37: Tekorten aan leraren - stadsdelen Rotterdam fte stadsdeel
vestigingen
% van werkgelegenheid
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
Botlek-Europoort-Maas
0
0
0
0
0
-
-
totaal -
Centrum
5
123
1
5
6
1,1%
4,1%
5,3%
Charlois
19
355
15
39
54
4,2%
10,9%
15,1%
Delfshaven
20
439
13
24
37
3,0%
5,5%
8,5%
Feijenoord
23
518
20
53
74
3,9%
10,3%
14,3%
Hillegersberg-Schiebroek
13
285
5
20
25
1,8%
6,9%
8,7%
Hoek van Holland
3
41
0
2
2
0,8%
4,8%
5,6%
Hoogvliet
7
178
3
17
20
1,8%
9,5%
11,3%
IJsselmonde
13
356
14
26
40
3,8%
7,3%
11,1%
Kralingen-Crooswijk
11
195
8
28
36
4,0%
14,4%
18,4%
Nieuw Mathenesse
0
0
0
0
0
-
-
-
Noord
11
200
3
13
17
1,5%
6,7%
8,3%
Noord-West
0
0
0
0
0
-
-
-
Overschie
7
179
9
15
24
4,8%
8,6%
13,4%
Pernis
2
19
0
4
4
0,0%
20,7%
20,7%
Prins Alexander
22
413
8
25
33
1,8%
6,2%
8,0%
Rivium
0
0
0
0
0
-
-
-
Rozenburg
3
44
1
5
6
2,7%
10,5%
13,3%
Spaanse Polder
0
0
0
0
0
-
-
-
Vondelingenplaat
0
0
0
0
0
-
-
-
Waalhaven-Eemhaven
0
0
0
0
0
-
-
-
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
31
Tabel 38: Tekorten aan leraren - stadsdelen Utrecht fte stadsdeel
vestigingen
werkgel.
% van werkgelegenheid
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
Binnenstad
3
31
1
2
3
1,9%
6,1%
8,0%
Leidsche Rijn
14
321
14
22
36
4,2%
6,9%
11,2%
Noordoost
10
231
4
9
12
1,5%
3,7%
5,3%
Noordwest
11
206
15
20
35
7,3%
9,8%
17,1%
Oost
7
152
2
21
23
1,2%
13,6%
14,8%
Overvecht
8
200
14
21
35
7,2%
10,5%
17,7%
Vleuten-De Meern
14
339
11
18
29
3,3%
5,3%
8,6%
West
9
162
3
4
7
1,6%
2,7%
4,3%
Zuid
8
125
3
3
6
2,6%
2,6%
5,1%
Zuidwest
14
283
5
14
19
1,6%
5,0%
6,6%
3.2.6
Tekorten naar schooltype
Deze sectie bespreekt in het kort de tekorten bij de verschillende schooltypen. De gegevens zijn opgenomen in Tabel 39 tot en met Tabel 41. We zien dat de reguliere tekorten bij alle schooltypen groter zijn dan de vervangingstekorten en dat alle tekorten bij het speciaal basisonderwijs groter zijn dan de overeenkomstige tekorten bij het reguliere basisonderwijs. Tabel 39: Reguliere tekorten aan leraren – schooltype
fte schooltype
% van werkgelegenheid
vestigingen werkgel. open verb. totaal
basisonderwijs
640
13.529
speciaal basisonderwijs
41
640
317 1.182 27
73
open
verb.
totaal
1.499
2,3%
8,7%
11,1%
100
4,2%
11,5%
15,6%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
1.682
54
104
157
3,2%
6,2%
9,4%
totaal
745
15.851
397 1.359
1.757
2,5%
8,6%
11,1%
Tabel 40: Vervangingstekorten aan leraren - schooltype
fte schooltype
% van werkgelegenheid
vestigingen werkgel. open verb. totaal
open
verb.
totaal
basisonderwijs
640
13.529
170
354
523
1,3%
2,6%
3,9%
speciaal basisonderwijs
41
640
9
49
58
1,4%
7,6%
9,0%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
1.682
23
48
71
1,4%
2,8%
4,2%
totaal
745
15.851
201
450
652
1,3%
2,8%
4,1%
Tabel 41: Totale tekorten aan leraren - schooltype
fte schooltype
% van werkgelegenheid
vestigingen werkgel. open verb. totaal
basisonderwijs
640
13.529
speciaal basisonderwijs
41
640
487 1.536 36
122
open
verb.
totaal
2.022
3,6%
11,3%
14,9%
158
5,6%
19,1%
24,6%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
1.682
77
152
228
4,6%
9,0%
13,6%
totaal
745
15.851
599 1.810
2.408
3,8%
11,4%
15,2%
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
32
3.2.7
Tekorten naar schoolweging
In Tabel 42 tot en met Tabel 44 tonen we de tekorten in het reguliere basisonderwijs naar schoolweging.23 Merk op dat de schoolweging niet bekend was voor 56 vestigingen in het reguliere basisonderwijs. Het gaat hier om 6 reguliere vestigingen en alle ILOCs en ULOCs (respectievelijk 14 en 36). Voor die laatste twee typen kan geen schoolweging worden berekend. We zien in de tabellen dat zowel de reguliere als vervangingstekorten min of meer toenemen naarmate de schoolweging hoger is. De toename in de tekorten (bij toenemende schoolweging) speelt zowel bij openstaande als bij verborgen tekorten. Tabel 42: Reguliere tekorten aan leraren - schoolweging
fte categorie
% van werkgelegenheid
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
zeer laag (<23)
64
1.370
19
86
104
1,4%
6,2%
7,6%
laag (23-27)
103
2.479
36
129
165
1,5%
5,2%
6,7%
gemiddeld (27-33)
139
2.842
72
240
312
2,5%
8,4%
11,0%
hoog (33-37)
146
2.890
81
358
439
2,8%
12,4%
15,2%
zeer hoog (>37)
132
2.783
76
293
368
2,7%
10,5%
13,2%
totaal
584
12.364
283
1.105
1.389
2,3%
8,9%
11,2%
Tabel 43: : Vervangingstekorten aan leraren – schoolweging
fte categorie
% van werkgelegenheid
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
zeer laag (<23)
64
1.370
10
16
26
0,7%
1,2%
1,9%
laag (23-27)
103
2.479
23
42
66
0,9%
1,7%
2,7%
gemiddeld (27-33)
139
2.842
39
100
138
1,4%
3,5%
4,9%
hoog (33-37)
146
2.890
38
81
120
1,3%
2,8%
4,1%
zeer hoog (>37)
132
2.783
48
96
144
1,7%
3,4%
5,2%
totaal
584
12.364
159
336
495
1,3%
2,7%
4,0%
Tabel 44: Totale tekorten aan leraren – schoolweging
fte categorie
vestigingen
werkgel.
% van werkgelegenheid
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
zeer laag (<23)
64
1.370
29
102
131
2,1%
7,4%
9,6%
laag (23-27)
103
2.479
60
171
231
2,4%
6,9%
9,3%
gemiddeld (27-33)
139
2.842
111
340
450
3,9%
11,9%
15,8%
hoog (33-37)
146
2.890
119
439
558
4,1%
15,2%
19,3%
zeer hoog (>37)
132
2.783
124
389
513
4,5%
14,0%
18,4%
totaal
584
12.364
442
1.441
1.883
3,6%
11,7%
15,2%
23
Zie voetnoot 3 op pagina 7 voor een toelichting op de schoolweging.
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
33
3.2.8
Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten
Vragen over de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zijn bij de meting met peildatum 1 oktober 2021 toegevoegd aan de uitvraag. Scholen hebben daarbij de vervulde en onvervulde fte’s leraren en onderwijsondersteunend personeel op deze middelen moeten opgeven. De tekorten aan leraren in het kader van het NPO zijn weergegeven in Tabel 45. Tabel 45: Tekorten aan leraren NPO fte gemeente
vervuld
open
werkgelegenheid
tekort (%)
64
7
71
10,3%
Almere Amsterdam
157
25
182
13,6%
's-Gravenhage
148
24
172
14,0%
Rotterdam
170
33
203
16,0%
Utrecht
118
11
129
8,2%
totaal
657
99
757
13,1%
We zien in Tabel 45 dat gemiddeld ongeveer 13% van de werkgelegenheid naar aanleiding van het NPO niet kan worden ingevuld. Dat is bijna twee keer zoveel als de 7,6% buiten de G5 (zie sectie 2.2.7). Als we de tekorten naar aanleiding van het NPO optellen bij de tekorten aan leraren bij reguliere posities en voor vervanging (zie sectie 3.2.3), dan ontstaat Tabel 46. We zien dan dat het NPO het totale tekortpercentage in alle gemeenten behalve Rotterdam licht verlaagt. Zo gaat bijvoorbeeld Almere van 19,2% (exclusief NPO) naar 18,7% (inclusief NPO), maar gaat Rotterdam van 11,3% naar 11,6%. Tabel 46: Tekorten aan leraren exclusief en inclusief tekorten NPO fte regulier + vervanging gemeente
fte NPO
fte totaal
vervuld open verb. werkgel. vervuld open werkgel. vervuld tekort werkgel. tekort (%)
Almere
997
51
186
1.234
64
7
71
1.061
244
1.305
18,7%
Amsterdam
3.075
143
513
3.730
157
25
182
3.232
681
3.912
17,4%
's-Gravenhage
2.622
122
425
3.169
148
24
172
2.770
571
3.341
17,1%
Rotterdam
2.968
100
277
3.345
170
33
203
3.138
410
3.548
11,6%
Utrecht
1.846
71
135
2.051
118
11
129
1.964
216
2.180
9,9%
totaal
11.507
487 1.536
13.529
657
99
757
12.164
2.121
14.286
14,9%
Tot besluit zien we in Tabel 47 de werkgelegenheid en tekorten aan onderwijs ondersteunend personeel naar aanleiding van het NPO. We zien dan dat ’s-Gravenhage en Rotterdam een relatief laag tekort kennen, maar Almere juist weer een fors hoger tekort. Tabel 47: Tekorten aan onderwijsondersteunend personeel NPO fte gemeente
vervuld
open
werkgelegenheid
tekort (%)
83
9
93
10,0%
Amsterdam
199
16
215
7,6%
's-Gravenhage
245
7
252
2,9%
Rotterdam
519
16
535
3,0%
Utrecht
93
9
102
8,8%
totaal
1.139
58
1.197
4,9%
Almere
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
34
3.2.9
Tekorten aan leraren over de tijd
In de G5 zijn inmiddels 5 metingen verricht.24 De lerarentekorten per gemeente en over de tijd zijn opgenomen in Figuur 8 exclusief de tekorten naar aanleiding van het NPO en in Figuur 9 inclusief de tekorten naar aanleiding van het NPO. De tekorten naar aanleiding van het NPO worden sinds de meting met peildatum 1 oktober 2021 gemeten. Vóór die peildatum zijn de figuren dus hetzelfde. We zien dat de tekorten sinds de vorige meting (1 oktober 2021) zijn gestegen. Na een stijging van de tekorten sinds oktober 2020 is in Rotterdam voor het eerst een daling te zien. Utrecht heeft nog altijd de laagste tekorten, maar ook daar is een stijging te zien (van 7,9% naar 9,9% indien we het NPO meetellen). Figuur 8: Tekorten aan leraren over de tijd exclusief NPO (zie voor de onderliggende cijfers bijlage B)25 25% 20% 15%
10% 5% 0% 1 februari 2020 Almere
1 oktober 2020 Amsterdam
1 februari 2021
1 oktober 2021
's-Gravenhage
Rotterdam
1 oktober 2022 Utrecht
Figuur 9: Tekorten aan leraren over de tijd inclusief NPO 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1 februari 2020 Almere
3.3
1 oktober 2020 Amsterdam
1 februari 2021
1 oktober 2021
's-Gravenhage
Rotterdam
1 oktober 2022 Utrecht
Tekorten aan schoolleiding
De tekorten aan schoolleiding in het reguliere basisonderwijs zijn opgenomen in Tabel 48 tot en met Tabel 52. We zien dat er veel verschil is tussen de gemeenten. Zo heeft Amsterdam bijvoorbeeld een bijna twee keer zo groot tekort als Rotterdam. In Rotterdam zijn verder ongeveer evenveel open-
Amsterdam heeft ook vóór 1 februari 2021 gegevens over de lerarentekorten verzameld. Dat is echter via een andere methodiek verlopen. De gegevens zijn daardoor niet te vergelijken met de andere gemeenten of met de onderhavige tekortmeting. 25 Merk op dat de horizontale as gelijkelijk verdeeld is, maar dat er geen meting is met peildatum 1 februari 2022. 24
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
35
staande vacatures als verborgen tekorten, terwijl in de andere gemeenten de tekorten voornamelijk verborgen van aard zijn. Verborgen tekorten worden in Amsterdam voor ongeveer 50% intern opgelost, in Rotterdam bedraagt dit 100%. De andere gemeenten zitten hiertussen. De tekorten aan schoolleiding laten verder slechts zeer beperkte correlatie zien met de tekorten aan leraren: de correlatiecoëfficiënt is 0,26 (statistisch significant positief). Tabel 48: Tekorten aan schoolleiding - Almere aantal vestigingen
68
werkzaam
112
werkgelegenheid
128 regulier
vervanging
totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
10
5
15
100%
12,0%
- openstaand
3
2
5
30%
3,6%
- verborgen
7
4
11
100%
70%
8,4%
verborgen, intern ingevuld
3
4
7
64%
45%
5,4%
- personeel intern
1
1
2
19%
13%
1,6%
- schoolleider in opleiding
1
0
1
7%
5%
0,6%
- personeel binnen bestuur
0
0
0
2%
1%
0,2%
- bovenschools personeel
2
2
4
36%
25%
3,1%
verborgen, extern ingevuld
4
0
4
36%
25%
3,0%
- personeel buiten bestuur
1
0
1
7%
5%
0,6%
- zzp’er
2
0
2
15%
10%
1,3%
- anders
1
0
1
13%
9%
1,1%
regulier
vervanging
totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
32
19
51
100%
18,5%
- openstaand
9
6
14
28%
5,2%
- verborgen
24
13
37
72%
13,3%
verborgen, intern ingevuld
13
6
19
51%
37%
6,8%
- personeel intern
10
5
15
40%
29%
5,4%
- schoolleider in opleiding
0
0
0
1%
0%
0,1%
- personeel binnen bestuur
2
1
4
10%
7%
1,3%
- bovenschools personeel
0
0
0
1%
0%
0,1%
verborgen, extern ingevuld
11
7
18
49%
35%
6,5%
- personeel buiten bestuur
7
2
9
25%
18%
3,3%
- zzp’er
4
5
9
23%
17%
3,1%
- anders
0
0
0
1%
0%
0,1%
Tabel 49: Tekorten aan schoolleiding - Amsterdam aantal vestigingen
172
werkzaam
225
werkgelegenheid
276
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
100%
36
Tabel 50: Tekorten aan schoolleiding - 's-Gravenhage aantal vestigingen
143
werkzaam
208
werkgelegenheid
245 regulier
vervanging
totaal
totaal
28
10
- openstaand
12
3
- verborgen
15
6
22
verborgen, intern ingevuld
10
5
- personeel intern
6
2
- schoolleider in opleiding
0
0
0
- personeel binnen bestuur
4
2
6
- bovenschools personeel
1
1
1
verborgen, extern ingevuld
5
2
7
- personeel buiten bestuur
3
0
- zzp’er
2
2
- anders
0
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
37
100%
15,2%
16
42%
6,3%
100%
58%
8,8%
15
69%
40%
6,1%
8
37%
22%
3,3%
0%
0%
0,0%
26%
15%
2,3%
6%
4%
0,6%
31%
18%
2,7%
3
15%
9%
1,3%
3
16%
9%
1,4%
0
0
0%
0%
0,0%
regulier
vervanging
totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
19
4
23
100%
9,2%
- openstaand
9
2
11
48%
4,4%
- verborgen
10
2
12
100%
52%
4,8%
verborgen, intern ingevuld
10
2
12
100%
52%
4,8%
- personeel intern
8
1
9
72%
38%
3,5%
- schoolleider in opleiding
1
0
1
10%
5%
0,5%
- personeel binnen bestuur
1
1
2
18%
9%
0,9%
- bovenschools personeel
0
0
0
0%
0%
0,0%
verborgen, extern ingevuld
0
0
0
0%
0%
0,0%
- personeel buiten bestuur
0
0
0
0%
0%
0,0%
- zzp’er
0
0
0
0%
0%
0,0%
- anders
0
0
0
0%
0%
0,0%
Tabel 51: Tekorten aan schoolleiding - Rotterdam aantal vestigingen
159
werkzaam
230
werkgelegenheid
253
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
37
Tabel 52: Tekorten aan schoolleiding - Utrecht aantal vestigingen
98
werkzaam
111
werkgelegenheid
127 regulier
vervanging
totaal
% van verb.
% van totaal
% van werkgel.
totaal
9
8
- openstaand
4
2
16
100%
12,9%
6
37%
4,7%
- verborgen
5
5
10
63%
8,2%
verborgen, intern ingevuld
3
5
7
70%
45%
5,7%
- personeel intern
3
2
5
44%
28%
3,6%
- schoolleider in opleiding
0
0
0
0%
0%
0,0%
- personeel binnen bestuur
0
2
2
20%
13%
1,6%
- bovenschools personeel
0
1
1
6%
4%
0,5%
verborgen, extern ingevuld
2
1
3
30%
19%
2,4%
- personeel buiten bestuur
0
0
0
0%
0%
0,0%
- zzp’er
2
1
3
24%
15%
2,0%
- anders
1
0
1
6%
4%
0,5%
100%
Als we de tekorten uitsplitsen naar schooltype, dan ontstaan Tabel 53 tot en met Tabel 55. We zien dat, net als buiten de G5 (zie sectie 2.2.8), de tekorten bij het speciaal basisonderwijs hoger zijn dan bij de andere schooltypen. Tabel 53: Reguliere tekorten aan schoolleiding – schooltype fte schooltype
% van werkgelegenheid
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
basisonderwijs
640
1.029
36
62
98
3,5%
6,0%
9,5%
speciaal basisonderwijs
41
75
9
7
16
11,5%
9,9%
21,4%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
141
4
7
11
2,6%
5,3%
7,9%
totaal
745
1.245
48
76
125
3,9%
6,1%
10,0%
Tabel 54: Vervangingstekorten aan schoolleiding - schooltype fte schooltype basisonderwijs
% van werkgelegenheid
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
640
1.029
15
30
45
1,5%
2,9%
4,4%
speciaal basisonderwijs
41
75
3
4
7
3,5%
5,5%
9,0%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
141
2
2
5
1,6%
1,7%
3,3%
totaal
745
1.245
20
37
57
1,6%
2,9%
4,6%
Tabel 55: Totale tekorten aan schoolleiding - schooltype fte schooltype basisonderwijs
% van werkgelegenheid
vestigingen
werkgel.
open
verb.
totaal
open
verb.
totaal
640
1.029
51
92
143
5,0%
8,9%
13,9%
speciaal basisonderwijs
41
75
11
12
23
15,0%
15,4%
30,4%
(voortgezet) speciaal onderwijs
64
141
6
10
16
4,1%
7,0%
11,1%
totaal
745
1.245
68
113
182
5,5%
9,1%
14,6%
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
38
3.4
Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen
Voor de dataverzameling in de G5 hebben we ook een regressieanalyse uitgevoerd. Zie voor een toelichting op de werkwijze en de beschikbare achtergrondvariabelen sectie 2.4. De resultaten van de regressieanalyse zijn opgenomen in Tabel 56. Het gehanteerde model verklaart ongeveer 27% van de variantie in de te verklaren variabele (het tekortpercentage). We zien allereerst dat het gemiddelde niveau van tekorten per 1 oktober 2022 significant hoger is dan per 1 februari 2020 (het basisniveau). Dit zien we voor de meeste gemeenten ook terug in Figuur 8. De gemeenten laten onderling nog vergelijkbare verhoudingen zien als in het rapport over de personeelstekorten per peildatum 1 oktober 2021.26 Alle gemeenten behalve Rotterdam hebben daarbij significant lagere tekorten dan Almere. Verder hebben de variabelen een vergelijkbare invloed als in de regressieanalyse van het voorgaande rapport. Zo heeft bijvoorbeeld een vestiging met denominatie “islamitisch” naar verwachting ongeveer een 10%-punt hoger tekort dan een vergelijkbare vestiging met denominatie “openbaar”27 en leidt een verschil in schoolweging van 2 punten naar verwachting tot ongeveer een 1,2%-punt hoger tekort. We zien ook dat grotere instellingen (een groter aantal leerlingen) en het hebben van een groter aandeel vaste aanstellingen naar verwachting samenhangt met een lager tekort.
Als het aandeel vaste aanstellingen 1%-punt stijgt, dan neemt het tekort met ongeveer 0,14%-punt af.28 Het uitstroompercentage laat verder een positief verband zien (een hoger uitstroompercentage leidt tot een hoger tekort). Mogelijk is sprake van een hoger tekort juist omdat de uitstroom hoger is. Tabel 56: Schattingsresultaten variabele
waarde
peildatum 1 februari 2020+ 1 oktober 2020
-2.324**
1 februari 2021
-0.503
1 oktober 2021
1.371
1 oktober 2022
3.180**
gemeente Almere+ Amsterdam
-6.091**
’s-Gravenhage
-2.118*
Rotterdam
-0.870
Utrecht
-3.818**
denominatie openbaar+ rooms-katholiek
-0.800
protestants-christelijk
-1.864**
algemeen bijzonder
2.923**
gereformeerd
-5.561*
(Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021) Dit is een opvallend verschil met dezelfde analyse buiten de G5 (sectie 2.4). 28 Merk ten overvloede op dat de regressieanalyse geen antwoord geeft wat oorzaak en wat gevolg is. 26 27
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
39
Tabel 56 (vervolg): Schattingsresultaten variabele
waarde
samenwerking
-2.702
antroposofisch
-0.406
islamitisch
10.059**
overig
-1.109
schoolweging
0.620**
aantal leerlingen
-0.005**
verzuimpercentage
0.315**
leerling-leraarratio
0.860**
aandeel vast
-0.144**
uitstroompercentage
0.058**
constante
-7.951*
+ basiscategorie, * significant op 5%, ** significant op 1% betrouwbaarheid
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
40
4
Landelijke tekorten
4.1
Leraren
In hoofdstukken 2 en 3 zijn respectievelijk de tekorten buiten de G5 en binnen de G5 aan bod gekomen. Allereerst combineren we in Figuur 10 de gegevens buiten en binnen de G5 in een regionaal overzicht. We zien dat Almere, Amsterdam en ’s-Gravenhage de hoogste totale tekorten van Nederland kennen. Daarachter volgen de arbeidsmarktregio’s Zaanstreek/Waterland, Rijnmond, Groot Amsterdam en Zuid-Holland Centraal. Utrecht kent tekorten die vergelijkbaar zijn met de omliggende arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. We zien ook dat de regionale spreiding van vervangingstekorten veel uniformer is. Figuur 10: Regionale verdeling van lerarentekorten regulier basisonderwijs inclusief de G5
regulier
vervanging
totaal (afwijkende schaal)
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
41
Zoals eerder is toegelicht zijn de gegevens buiten en binnen de G5 apart beschreven vanwege de verschillen in methodiek tussen de twee dataverzamelingen (zie ook bijlage A.3). In dit hoofdstuk combineren we beide resultaten en maken we een inschatting van de landelijke tekorten inclusief de G5. Daarbij doen we wel een belangrijke aanname, namelijk dat er zowel binnen als buiten de G5 geen sprake is van responsbias.29 Om tot een inschatting van de landelijke tekorten te komen, combineren we de gegevens van de tekorten (Tabel 8 tot en met Tabel 10 en Tabel 39 tot en met Tabel 41) met arbeidsmarktgegevens over de werkende leraren.30 We kunnen met behulp van het werkende aantal fte31 en de tekortpercentages een inschatting maken van de werkgelegenheid, 32 zie Tabel 57.33 We splitsen daarbij uit naar schooltype omdat de verschillende schooltypen verschillende problematiek en personeelseisen kennen. Tabel 57: Schatting werkgelegenheid in fte (afgerond op honderdtallen) werkend 2021
tekort % 2022
schooltype
buiten G5
binnen G5
basisonderwijs
65.999
11.718
speciaal basisonderwijs
3.502
538
buiten G5
werkgelegenheid 2022
binnen G5
buiten G5
binnen G5
landelijk
8,3%
14,9%
72.000
13.800
85.800
11,1%
24,6%
3.900
700
4.600
(voort.) spec. onderwijs
8.620
1.602
8,8%
13,6%
9.400
1.900
11.300
totaal
78.120
13.859
8,5%
15,2%
85.300
16.400
101.700
Met behulp van de schatting van de werkgelegenheid in fte kunnen we de tekortpercentages van Tabel 8 tot en met Tabel 10 en Tabel 39 tot en met Tabel 41 omrekenen tot een schatting van de tekorten in fte. Dit gebeurt in Tabel 58. Tot slot kunnen we de schatting van de totale tekorten in fte omrekenen tot een schatting van de landelijke tekortpercentages door deze te delen door de schatting van de totale werkgelegenheid, zie Tabel 59. Tabel 58: Schatting tekorten (open plus verborgen) in fte buiten en binnen de G5 (afgerond op honderdtallen) regulier schooltype
vervanging
totaal
buiten G5 binnen G5 landelijk buiten G5 binnen G5 landelijk buiten G5 binnen G5 landelijk
basisonderwijs
3.600
1.500
5.100
2.300
500
2.800
5.900
2.000
7.900
spec. basisond.
300
100
400
200
100
300
500
200
700
(voort.) spec. ond. totaal
500
200
700
300
100
400
800
300
1.100
4.400
1.800
6.200
2.800
700
3.500
7.200
2.500
9.700
Tabel 59: Schatting landelijke tekortpercentages schooltype
regulier
vervanging
totaal
basisonderwijs
5,9%
3,3%
9,2%
speciaal basisonderwijs
8,7%
6,5%
15,2%
(voortgezet) speciaal onderwijs
6,2%
3,5%
9,7%
totaal
6,1%
3,4%
9,5%
Responsbias is het fenomeen dat alleen specifieke scholen/vestigingen responderen, bijvoorbeeld alleen die met tekorten. In (Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021) is onderzoek gedaan naar de responsbias tijdens de toenmalige meting. Er zijn toen geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van responsbias. 30 (Adriaens, de Vos, & Guimarães, 2022) 31 De gegevens met peildatum 1 oktober 2021 zijn hierbij de meest recent beschikbare gegevens. 32 De formule is: werkgelegenheid = werkend / (1 – tekortpercentage). 33 De leerlingpopulatie zal in 2022 volgens tabel 1 van Referentieraming 2022 (OCW, 2022) nagenoeg gelijk zijn aan die in 2021. 29
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
42
We komen tot een landelijk regulier tekort aan leraren van 6,1%, een vervangingstekort aan leraren van 3,4% en een totaal landelijk tekort in het primair onderwijs van 9,5% of ongeveer 9.700 fte. De tekorten in het speciaal basisonderwijs zijn met ongeveer 15% een stuk hoger dan in het reguliere basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Merk op dat de tekorten in dit onderzoek uitgedrukt worden ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Stel dat de benodigde vervanging ten gevolge van langdurig (ziekte)verzuim landelijk 6% bedraagt, dan kan voor ongeveer de helft van de vervanging geen gewenste oplossing worden gevonden.
4.2
Schoolleiding
Een vergelijkbare berekening als in sectie 4.1 in Tabel 57 tot en met Tabel 59 is uitgevoerd voor leraren, voeren we in deze sectie ook uit voor schoolleiding. We combineren daarvoor de gegevens van de tekorten (Tabel 17 tot en met Tabel 19 en Tabel 53 tot en met Tabel 55) met arbeidsmarktgegevens over de werkende schoolleiding. 34 We komen dan tot een inschatting van de werkgelegenheid voor schoolleiding in Tabel 60. Met behulp van de gemeten tekortpercentages is dit om te rekenen naar landelijke tekorten in fte (Tabel 61). Merk daarbij op dat we afronden op tientallen in plaats van honderdtallen zoals in sectie 4.1 is gedaan. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat, vanwege de kleine aantallen, een groot aantal cellen wordt afgerond naar 0, terwijl er wel degelijk sprake is van een tekort. Het minder afronden dient dus niet te worden geïnterpreteerd als extra nauwkeurigheid ten opzichte van de tekorten voor leraren in Tabel 58.35 We zien dat het landelijke tekort aan schoolleiding ongeveer 1.100 fte bedraagt. Tot slot zien we in Tabel 59 dat dit zich vertaalt naar een landelijk gemiddeld tekort aan schoolleiding van ongeveer 13,6%.36 Tabel 60: Schatting werkgelegenheid in fte (afgerond op tientallen) werkend 2021 schooltype
tekort % 2022
buiten G5
binnen G5
basisonderwijs
5.081
933
speciaal basisonderwijs
264
48
(voort.) spec. onderwijs totaal
buiten G5
werkgelegenheid 2022
binnen G5
buiten G5
binnen G5
landelijk
13,5%
13,9%
5.870
1.080
6.950
16,0%
30,4%
310
70
380
661
160
11,3%
11,1%
750
180
930
6.006
1.141
13,3%
14,6%
6.930
1.330
8.260
Tabel 61: Schatting tekorten (open plus verborgen) in fte buiten en binnen de G5 (afgerond op tientallen) regulier schooltype basisonderwijs
vervanging
totaal
buiten G5 binnen G5 landelijk buiten G5 binnen G5 landelijk buiten G5 binnen G5 landelijk 450
100
550
340
50
390
spec. basisond.
40
10
(voort.) spec. ond.
60
10
totaal
550
120
790
150
50
10
10
70
30
10
670
380
70
940
20
50
20
70
40
90
20
110
450
930
190
1.120
(Adriaens, de Vos, & Guimarães, 2022) De nauwkeurigheid van de schatting van het landelijke tekort is voor schoolleiding zelfs wat lager dan voor leraren omdat de tekorten onder schoolleiding een hogere variantie laten zien. 36 Het totale landelijke tekort in het (voortgezet) speciaal onderwijs (11,8%) lijkt hoger dan de tekorten buiten en binnen de G5 afzonderlijk (11,3% respectievelijk 11,1%). Dit wordt veroorzaakt door de zeer kleine aantallen en de tussentijdse afrondingen op tientallen. 34 35
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
43
Tabel 62: Schatting landelijke tekortpercentages schooltype
regulier
vervanging
totaal
basisonderwijs
7,9%
5,6%
13,5%
speciaal basisonderwijs
13,2%
5,3%
18,4%
(voortgezet) speciaal onderwijs
7,5%
4,3%
11,8%
totaal
8,1%
5,4%
13,6%
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
44
Bibliografie Adriaens, H., de Vos, K., & Guimarães, J. (2022). De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel po, vo en mbo 2022-2032. Tilburg: Centerdata. Adriaens, H., Elshout, M., Elshout, S., & de Cock, E. (2021). Personeelstekorten primair onderwijs peildatum 1 oktober 2021. Tilburg: Centerdata. OCW. (2022). Referentieraming 2022. Den Haag: OCW.
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
45
Bijlagen
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
46
A
Onderzoeksverantwoording
Deze bijlage licht de methode van dataverzameling toe. Daarbij bespreken we de methode in het algemeen (sectie A.1), de details van de inhoud van de uitvraag (sectie A.2), de verschillen tussen de metingen buiten en binnen de G5 (sectie A.3) en tot slot, het verloop van het veldwerk van de meting met peildatum 1 oktober 2022 (sectie A.4).
A.1
Methode algemeen
De personeelstekorten worden gemeten via een online vragenlijst. Dit werkt als volgt. Schoolbesturen ontvangen als eerste een uitnodigingsmail van Centerdata met daarin een link naar hun persoonlijke pagina. Op die pagina is informatie over het onderzoek te vinden en kan het bestuur per school een unieke link vinden naar de uitvraag voor die school. Deze link kan het bestuur vervolgens doorsturen naar de school met de vraag om de uitvraag in te vullen. Om het voor besturen makkelijker te maken, zijn ook per school links beschikbaar om direct automatisch een e-mailbericht op te stellen met daarin een voorbeeldtekst en de link. Op de persoonlijke pagina kunnen schoolbesturen ook bijhouden welke scholen de uitvraag nog niet hebben ingevuld om zo gericht herinneringsmails te kunnen sturen. Scholen buiten de G5 worden zowel direct benaderd als via de schoolbesturen. De landelijke verkenning in juni 2021 heeft aangetoond dat schoolbesturen buiten de G5 relatief lang passief bleven.37 Hierdoor ontvingen scholen pas laat een link naar de uitvraag. De directe benadering wordt daarom vanaf de meting met peildatum 1 oktober 2021 buiten de G5 gehanteerd. Als scholen klaar zijn met het invullen van de uitvraag, dan krijgen schoolbesturen (zie ook sectie A.3.4) een signaal en wordt het schoolbestuur verzocht om de gegevens van de school te controleren.
38 De data van de scholen komen na versturing automatisch in de beveiligde omgeving van Centerdata terecht. Na afloop van de dataverzameling ontvangen schoolbesturen een terugkoppeling op hun persoonlijke pagina met data van de eigen scholen die hebben deelgenomen en totalen over de tekorten voor het schoolbestuur.
A.2
Inhoud van de uitvraag
In de uitvraag komen verschillende onderwerpen aan bod: algemene gegevens, vacatures leraren, vervangingen (langer dan 6 weken) leraren, vacatures schoolleiding, vervangingen (langer dan 6 weken) schoolleiding en personele inzet naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Onder ‘schoolleiding’ valt het personeel in de D- en A-schalen volgens de cao, dus de directeuren en adjunct-directeuren. Specifiek worden de volgende algemene gegevens uitgevraagd: • 37 38
Onderwijsvorm / onderwijsconcept
Mogelijk omdat buiten de G5 geen convenanten zijn afgesloten met betrekking tot de aanpak van het lerarentekort. Ook als het schoolbestuur de controle niet uitvoert, worden de gegevens van de scholen gebruikt.
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
47
•
Aantal leerlingen per 1 oktober 2022
•
Aantal werkzame leraren in fte per 1 oktober 2022
•
Omvang schoolleiding in fte per 1 oktober 2022
•
Ziekteverzuimpercentage totale team tussen 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022
•
Uitstroom leraren in fte tussen 1 februari 2022 en 1 oktober 2022
•
Uitstroom schoolleiding in fte tussen 1 februari 2022 en 1 oktober 2022
Vervolgens worden openstaande en verborgen vacatures en vervangingen in beeld gebracht. Alle antwoorden worden in aantal fte ingevuld, waarbij decimalen ingevuld kunnen worden. Verborgen vacatures zijn vacatures waarvoor een alternatieve oplossing is gevonden omdat er bijvoorbeeld geen bevoegde leraar beschikbaar was. Daarbij gaat het bij lerarentekorten om de volgende categorieën: •
Verborgen vacatures / vervangingen (alternatief én ongewenst opgelost) – invulling intern: o
zijinstromer / verkorte deeltijder ongewenst zelfstandig voor de groep
o
bevoegd ambulante leerkracht/schoolleider/intern begeleider/vakleerkracht voor de groep
•
o
onbevoegd voor de groep
o
groep opgesplitst
Verborgen vacatures / vervangingen (alternatief én ongewenst opgelost) – invulling extern: o
uitzendkrachten/detachering bevoegd
o
uitzendkrachten/detachering onbevoegd
o
ZZP-er
o
anders ingevuld
Bij verborgen schoolleidingtekorten gaat het om de volgende categorieën: •
Verborgen vacatures / vervangingen (alternatief én ongewenst opgelost) – invulling intern: o
waarneming door intern personeel binnen de school
o
ongewenste zelfstandige invulling door schoolleider in opleiding
o
waarneming door intern ingeleend personeel: geen personeel van de eigen school, wel binnen het schoolbestuur
o •
waarneming door bovenschoolse schoolleider
Verborgen vacatures / vervangingen (alternatief én ongewenst opgelost) – invulling extern: o
waarneming door extern ingeleend personeel
o
waarneming door ZZP-er
o
anders ingevuld
Tot slot worden openstaande en vervulde vacatures op basis van NPO-middelen uitgevraagd. Voor zowel leraren als onderwijsondersteunend personeel wordt gevraagd naar het aantal werkende fte’s en het aantal fte’s openstaande vacatures.
A.3
Verschillen metingen buiten en binnen de G5
Hoewel de algemene methode van het onderzoek en de inhoud van de uitvraag hetzelfde zijn voor de metingen buiten en binnen de G5, zijn er ook enkele verschillen. We bespreken de verschillen
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
48
hieronder. De verschillen hebben te maken met het feit dat er binnen de G5 convenanten zijn afgesloten voor het bestrijden van het lerarentekort. Daarin zijn ook afspraken opgenomen over deelname aan monitoring van de uitvoering van de convenanten. De uitvraag naar de actuele tekorten is daar onderdeel van. Het bestaan van de convenanten binnen de G5 heeft waarschijnlijk een verhogend effect op de deelnamebereidheid van besturen en scholen. Daarom wordt buiten de G5 waar nodig een licht afwijkende methode gehanteerd om ook daar een zo hoog mogelijke respons te bereiken.
A.3.1
Niveau van bevraging
Op verzoek van de begeleidingscommissie voor de G5-meting vindt de uitvraag plaats op vestigingsniveau (BRIN6). Dit heeft echter nadelen die zich niet voordoen bij bevraging op schoolniveau (BRIN4). Zo zien we in de metingen binnen de G5 dat locaties zonder leerlingen (zogeheten inspectielocaties (ILOCs) en uitvoeringslocaties (ULOCs) 39) voor verwarring zorgen. Het is voor besturen soms onduidelijk of deze wel of niet ingevuld moeten worden. In enkele gevallen wordt de data van de hoofdvestiging bij een dergelijke locatie ingevuld. Ook tellen sommige scholen zelf al vestigingen bij elkaar op (bijvoorbeeld onder de hoofdvestiging), terwijl dit niet de bedoeling is. Daarom wordt buiten de G5 vastgehouden aan het bevragen op schoolniveau.
A.3.2
Benaderingswijze
Een tweede verschil tussen de metingen buiten en binnen de G5 betreft de wijze van benadering. Binnen de G5 vindt enkel de trapsgewijze benadering plaats. Daarbij nodigt Centerdata besturen uit en nodigen besturen zelf de scholen uit. De gedachte is dat een e-mail van het schoolbestuur in plaats van een externe partij responsbevorderend werkt. Buiten de G5 bleek dit in de landelijke verkenning in juni 2021 minder goed te werken. Daarom vindt buiten de G5 een gemixte benadering plaats waarbij Centerdata zowel de besturen als de scholen uitnodigt. Daarnaast hebben ook besturen buiten de G5 nog steeds de mogelijkheid om hun scholen uit te nodigen voor het onderzoek.
A.3.3
Responsbevorderende maatregelen
Binnen de G5 worden besturen aangespoord door de gemeenten om deel te nemen aan het onderzoek. Buiten de G5 hebben de gemeenten geen rol in het proces. Om de respons te bevorderen, heeft de PO-Raad ondersteuning aangeboden door het (laten) meesturen van een brief naar scholen en schoolbesturen. De brief wordt gericht aan besturen buiten de G5 met de vraag om deel te nemen. Aan scholen is de brief ter informatie meegestuurd bij de uitnodigingsmail. Op de website van de PORaad is een pagina beschikbaar gesteld met ‘Veelgestelde vragen’ over deze methodiek, met daarbij het aanbod om direct contact op te nemen met de helpdesk van Centerdata bij (technische) vragen over (deelname aan) dit onderzoek. Binnen de G5 zitten tussen de vestigingen Inspectielocaties (ILOCs) en Uitvoeringslocaties (ULOCs), waarvan niet duidelijk is of zij wel of niet tot de selectie behoren. Op de ILOCs en ULOCs staan geen leerlingen geregistreerd voor bekostigingsdoeleinden; die staan altijd geregistreerd op de hoofdvestiging. Het betreft echter wel schoolgebouwen/locaties met leerlingen en leraren die in de praktijk zelfstandig functioneren en een eigen oordeel of waardering krijgen in het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. De ILOCs zijn daarbij gevestigd op (nagenoeg) hetzelfde adres als de hoofdvestiging; de ULOCs zijn op een ander adres gevestigd.
Uit eerdere uitvraagronden is gebleken dat besturen data aanleverden van weliswaar niet alle, maar wel van sommige ILOCs of ULOCs. 39
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
49
A.3.4
Controles door besturen
Binnen de G5 worden besturen verzocht om per school de gegevens in de uitvraag te controleren en de vragenlijst definitief te versturen. Buiten de G5 is dit vrijblijvend van aard. Op die manier krijgen besturen buiten de G5 de mogelijkheid om een grotere rol in het proces te krijgen, maar kunnen zij er ook voor kiezen deze rol niet op zich te nemen, bijvoorbeeld bij tijdgebrek. Deze opzet is gekozen om de respons buiten de G5 niet in gevaar te brengen en toch zoveel mogelijk aan te sluiten bij de aanpak binnen de G5.
A.3.5
Correcties van e-mailadressen
Centerdata ontvangt voor iedere meting van DUO de voor het onderzoek benodigde schoolgegevens en e-mailadressen. De G5-gemeenten krijgen de mogelijkheid om de e-mailadressen van besturen te updaten, zodat de meest recente e-mailadressen gebruikt kunnen worden. Buiten de G5 is dit proces niet haalbaar en worden de e-mailadressen van DUO dus zonder controle gebruikt. Wel worden ontbrekende e-mailadressen handmatig aangevuld door ze op te zoeken op de website van het betreffende bestuur of de betreffende school of het e-mailadres uit een eerdere meting te gebruiken.
A.4
Veldwerk peildatum 1 oktober 2022
A.4.1
Mailings en veldwerkperiode
Op maandag 3 oktober 2022 ontvingen schoolbesturen van Centerdata een uitnodigingsmail met een link naar hun persoonlijke pagina. Daarop vonden zij de persoonlijke links naar de uitvraag voor ieder van hun scholen. Via een link naar een automatische mailtekst, waarin de inloggegevens voor de school al waren ingevuld, konden zij deze persoonlijke link doorsturen naar hun scholen. Daarnaast stuurde Centerdata scholen buiten de G5 rechtstreeks een uitnodigingsmail. De e-mailadressen van besturen in de G5, die gecontroleerd waren door de gemeenten, waren allemaal up-to-date. Buiten de G5 ontvingen we van de besturen 31 mails en van de scholen 364 e-mails onbestelbaar retour. We hebben de besturen die ten minste één school hadden waarvan het emailadres niet meer bestond gemaild met de vraag of ze deze niet-bereikte scholen zelf willen uitnodigen via hun persoonlijke pagina. Daarbij hebben we aangegeven om welke scholen het ging. Schoolbesturen konden op hun persoonlijke pagina in een real-time responsoverzicht op elk gewenst moment volgen of hun scholen de uitvraag hadden ingevuld en hun scholen aan het invullen herinneren. Oorspronkelijk hadden scholen tot en met 14 oktober 2022 om de uitvraag in te vullen. Op 10 oktober 2022 is de eerste herinneringsmail gestuurd naar schoolbesturen (en rechtstreeks naar scholen buiten de G5).
Een dag voor de deadline, op 13 oktober 2022, is nogmaals een herinneringsmail gestuurd naar schoolbesturen die scholen hadden die nog niet klaar waren of die zelf nog niet klaar waren met de controle en het versturen van de antwoorden. Scholen buiten de G5 die nog niet klaar waren werden daarnaast weer rechtstreeks gemaild. Omdat de respons achterbleef en de herfstvakantie voor de deur stond, werd de deadline in overleg met OCW met twee weken verlengd naar 28 oktober 2022, en op verzoek van enkele scholen en
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
50
schoolbesturen in overleg met OCW uiteindelijk naar 4 november 2022. Op 17 oktober 2022 werd het eerste uitstel aangekondigd in een herinneringsmail naar schoolbesturen (en buiten de G5 ook naar scholen) die nog niet klaar waren, gevolgd door nog een herinneringsmail op 24 oktober 2022. Op 27 oktober 2022 werd het laatste uitstel aangekondigd, met nog een extra herinneringsmail naar scholen en schoolbesturen buiten de G5 op 1 november 2022 vanwege de achterblijvende respons. Op 3 november 2022 werd de laatste oproep verstuurd. Tussendoor spoorden gemeenten binnen de G5 hun schoolbesturen aan om deel te nemen.
A.4.2
Helpdesk
Voor vragen over het onderzoek konden schoolbesturen (en buiten de G5 ook scholen) terecht bij de helpdesk van Centerdata. De meeste vragen gingen over administratieve zaken, voornamelijk het wijzigen van e-mailadressen (deze scholen hadden hun gegevens niet geüpdatet bij DUO, waardoor de uitvraag niet bij de juiste persoon terechtkwam). Daarnaast kwamen er veel verzoeken binnen om de invulperiode te verruimen en tevens vragen of deelname verplicht was. Er zijn weinig technische vragen binnengekomen en de vragen die er waren, konden snel beantwoord worden.
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
51
B
Tabellen
Tabel 63: Reguliere tekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)40 arbeidsmarktregio
1-2-2020
1-10-2020
1-2-2021
1-10-2021
1-10-2022
2,6%
2,3%
Friesland
2,7%
4,1%
Drenthe
2,2%
2,7%
Regio Zwolle
3,8%
3,7%
Twente
1,9%
2,8%
Groningen
Noord-Holland Noord
3,7%
5,1%
Zaanstreek/Waterland
7,4%
8,8%
Zuid-Kennemerland en IJmond
8,0%
5,6%
Groot Amsterdam
7,5%
9,5%
Gooi en Vechtstreek
6,2%
8,3%
8,8%
10,8%
12,8%
5,8%
7,1%
9,1%
11,1%
13,8%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
3,9%
2,8%
FoodValley
4,4%
5,4%
Amsterdam Flevoland Almere
9,9%
6,8%
Amersfoort
5,5%
4,1%
Midden-Utrecht
5,0%
6,6%
4,5%
6,9%
Utrecht
4,6%
1,7%
2,7%
Holland Rijnland
4,5%
4,5%
Zuid-Holland Centraal
6,1%
9,0%
Haaglanden
5,7%
5,8%
Midden-Holland
4,6%
6,7%
12,4%
13,5%
7,4%
7,8%
's-Gravenhage
10,7%
8,2%
9,9%
Rijnmond Drechtsteden
7,1%
4,1%
Gorinchem
6,2%
5,2%
Rotterdam
9,3%
8,5%
Rivierenland
7,7%
6,4%
8,7%
4,5%
6,7%
Rijk van Nijmegen
1,8%
1,5%
Midden-Gelderland
3,5%
3,2%
Achterhoek
2,0%
1,0%
Zeeland
3,5%
4,8%
West-Brabant
5,7%
3,4%
Midden-Brabant
3,4%
4,3%
Noordoost-Brabant
2,8%
4,8%
Zuidoost-Brabant
3,1%
2,9%
Helmond-De Peel
2,8%
4,5%
Noord-Limburg
4,0%
2,2%
Midden-Limburg
2,8%
4,9%
Zuid-Limburg
4,3%
4,4%
De geografische indeling van Nederland in arbeidsmarktregio’s verandert regelmatig bijvoorbeeld door gemeentelijke herindelingen. Voor alle peildata wordt uitgegaan van de meest recente arbeidsmarktregioindeling (zie bijlage C). Daardoor kunnen cijfers van eerdere peildata in deze tabellen ietwat anders zijn dan eerder gepubliceerd. 40
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
52
Tabel 64: Vervangingstekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)40 arbeidsmarktregio
1-10-2021
1-10-2022
Groningen
1-2-2020
1-10-2020
2,2%
2,9%
Friesland
2,7%
3,4%
Drenthe
1,7%
1,6%
Regio Zwolle
2,7%
2,4%
Twente
1,8%
1,7%
Noord-Holland Noord
4,9%
3,6%
Zaanstreek/Waterland
3,1%
5,3%
Zuid-Kennemerland en IJmond
4,5%
3,1%
Groot Amsterdam
3,8%
4,2%
Gooi en Vechtstreek
4,1%
3,7%
Amsterdam
1-2-2021
3,6%
Flevoland Almere
7,2%
4,2%
5,5%
4,6%
4,8%
4,7%
2,6%
5,1%
5,4%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
2,3%
2,8%
FoodValley
3,0%
2,5%
Amersfoort
3,4%
4,8%
Midden-Utrecht Utrecht
2,4%
1,9%
2,7%
2,3%
3,7%
2,7%
3,1%
Holland Rijnland
3,2%
3,5%
Zuid-Holland Centraal
3,3%
4,6%
Haaglanden
3,2%
2,8%
Midden-Holland
2,7%
3,3%
3,6%
3,8%
Rijnmond
3,0%
6,3%
Drechtsteden
2,2%
1,4%
's-Gravenhage
3,6%
3,4%
4,1%
Gorinchem
3,7%
3,3%
3,9%
2,8%
Rivierenland
2,6%
4,0%
Rijk van Nijmegen
2,7%
1,1%
Midden-Gelderland
3,4%
1,9%
Achterhoek
1,5%
1,4%
Zeeland
2,0%
2,8%
West-Brabant
2,3%
2,1%
Midden-Brabant
2,3%
2,0%
Noordoost-Brabant
2,1%
4,2%
Zuidoost-Brabant
2,8%
2,6%
Helmond-De Peel
3,1%
2,6%
Noord-Limburg
3,4%
2,3%
Midden-Limburg
2,7%
3,6%
Zuid-Limburg
4,2%
3,2%
Rotterdam
3,7%
2,6%
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
3,8%
53
Tabel 65: Totale tekorten aan leraren basisonderwijs naar peildatum en arbeidsmarktregio (G5 separaat)40 arbeidsmarktregio
1-10-2021
1-10-2022
Groningen
1-2-2020
1-10-2020
1-2-2021
4,8%
5,2%
Friesland
5,4%
7,5%
Drenthe
3,9%
4,3%
Regio Zwolle
6,5%
6,1%
Twente
3,6%
4,5%
Noord-Holland Noord
8,6%
8,7%
Zaanstreek/Waterland
10,6%
14,1%
Zuid-Kennemerland en IJmond
12,4%
8,8%
Groot Amsterdam
11,3%
13,7%
Gooi en Vechtstreek
10,3%
12,0%
Amsterdam
12,4%
Flevoland Almere
17,1%
11,1%
14,6%
Stedendriehoek en Noordwest Veluwe
15,3%
17,6%
10,5%
9,7%
16,2%
19,2%
6,2%
5,7%
FoodValley
7,5%
7,9%
Amersfoort
8,9%
8,8%
Midden-Utrecht Utrecht
7,0%
3,6%
5,5%
7,3%
10,3%
7,3%
10,0%
Holland Rijnland
7,7%
8,0%
Zuid-Holland Centraal
9,5%
13,5%
Haaglanden
8,9%
8,6%
Midden-Holland
7,3%
10,0%
16,0%
17,3%
Rijnmond
10,4%
14,0%
Drechtsteden
9,3%
5,5%
's-Gravenhage
14,3%
11,5%
13,9%
Gorinchem
9,9%
8,5%
13,2%
11,3%
Rivierenland
7,2%
10,7%
Rijk van Nijmegen
4,5%
2,7%
Midden-Gelderland
6,9%
5,1%
Achterhoek
3,4%
2,4%
Zeeland
5,5%
7,6%
West-Brabant
8,1%
5,5%
Rotterdam
11,4%
9,1%
12,4%
Midden-Brabant
5,7%
6,3%
Noordoost-Brabant
5,0%
9,0%
Zuidoost-Brabant
6,0%
5,6%
Helmond-De Peel
5,9%
7,1%
Noord-Limburg
7,5%
4,5%
Midden-Limburg
5,6%
8,4%
Zuid-Limburg
8,5%
7,6%
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
54
C
Arbeidsmarktregioindeling
nr naam
nr naam
1 Groningen
21 Haaglanden
2 Friesland
22 Midden-Holland
3 Drenthe
23 's-Gravenhage
4 Regio Zwolle
24 Rijnmond
5 Twente
25 Drechtsteden
6 Noord-Holland Noord
26 Gorinchem
7 Zaanstreek/Waterland
27 Rotterdam
8 Zuid-Kennemerland en IJmond
28 Rivierenland
9 Groot Amsterdam
29 Rijk van Nijmegen
10 Gooi en Vechtstreek
30 Midden-Gelderland
11 Amsterdam
31 Achterhoek
12 Flevoland
32 Zeeland
13 Almere
33 West-Brabant
14 Stedendriehoek en Noordwest-Veluwe
34 Midden-Brabant
15 FoodValley
35 Noordoost-Brabant
16 Amersfoort
36 Zuidoost-Brabant
17 Midden-Utrecht
37 Helmond-De Peel
18 Utrecht
38 Noord-Limburg
19 Holland Rijnland
39 Midden-Limburg
20 Zuid-Holland Centraal
40 Zuid-Limburg
Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022
55