CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000207] Bijlage beantwoording technische vragen lerarentekort

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: daarbij betrekken18.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Personeelstekorten primair onderwijs Peildatum 1 oktober 2022

Datum

december 2022

Auteurs

dr. Hendri Adriaens dr. Maartje Elshout Suzan Elshout MSc

Versie

1.1

Uitgave Centerdata info@centerdata.nl www.centerdata.nl Contact Hendri Adriaens hendri.adriaens@centerdata.nl © Centerdata, Tilburg, 2022 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

5

1

Inleiding

8

2

Nederland exclusief de 5 grote gemeenten

9

2.1 2.2

Respons Tekorten aan leraren

9 11

2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7 2.2.8

11 12 12 13 14 15 16 16

2.3 2.4

3

Tekorten aan schoolleiding Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen

17 19

De 5 grote gemeenten

23

3.1 3.2

Respons Tekorten aan leraren

23 25

3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9

25 26 26 30 30 32 33 34 35

3.3 3.4

4

De mate waarin scholen met een verschillend tekort te maken hebben De manier waarop tekorten worden ingevuld Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging Regionale verdeling van de tekorten Tekorten naar schooltype Tekorten naar schoolweging Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten Tekorten aan leraren over de tijd

De grote gemeenten vergeleken De mate waarin scholen met een verschillend tekort te maken hebben De manier waarop tekorten worden ingevuld Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging Tekorten naar stadsdeel Tekorten naar schooltype Tekorten naar schoolweging Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten Tekorten aan leraren over de tijd

Tekorten aan schoolleiding Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen

35 39

Landelijke tekorten

41

4.1 4.2

41 43

Leraren Schoolleiding

Bibliografie

45

Bijlagen

46

A

Onderzoeksverantwoording

47

A.1 A.2 A.3

Methode algemeen Inhoud van de uitvraag Verschillen metingen buiten en binnen de G5

47 47 48

A.3.1 A.3.2 A.3.3

49 49 49

Niveau van bevraging Benaderingswijze Responsbevorderende maatregelen

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

3

A.3.4 A.3.5 A.4

Controles door besturen Correcties van e-mailadressen

50 50

Veldwerk peildatum 1 oktober 2022

50

A.4.1 A.4.2

50 51

Mailings en veldwerkperiode Helpdesk

B

Tabellen

52

C

Arbeidsmarktregioindeling

55

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

4

Managementsamenvatting Tekorten in het primair onderwijs zijn inmiddels een aantal jaar onder ons. Om meer inzicht te krijgen in de omvang en spreiding van de tekorten is er sinds 2020 een tekortmeting in de G5 (Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht) en in 2021 voor het eerst ook in de rest van het land.1 Daarbij wordt niet alleen gekeken naar openstaande vacatures, maar ook naar verborgen tekorten. Verborgen tekorten betreffen een ongewenste situatie, zoals bijvoorbeeld de inzet van onbevoegde leraren, samenvoegen van groepen, et cetera. Dit rapport beschrijft de vijfde meting die binnen de G5 is uitgevoerd en de tweede meting buiten de G5. Beide metingen zijn verricht met behulp van online vragenlijsten waarin scholen naar het tekort aan leraren en schoolleiding wordt gevraagd. De respons is binnen de G5 met ongeveer 85% zeer hoog. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het bestaan van convenanten in de G5 waarin deelname aan monitoring van tekorten is vastgelegd. Het wordt mogelijk versterkt doordat de eerste meting op initiatief van de G5 is gehouden en de scholen daarom bekend zijn met de uitvraag, en mogelijk door meer urgentiebesef omdat de tekorten in de G5 al langer spelen. Buiten de G5 bestaan geen convenanten, maar is de respons, mede dankzij de inzet van de PO-Raad om scholen te bewegen tot deelname, met 46% zeker hoog.

De resultaten van beide metingen geven mede door deze hoge respons een goed beeld van de situatie rondom de lerarentekorten in Nederland. Het resultaat van de meting is dat het totale landelijk gemiddelde tekort voor leraren 9,5% van de werkgelegenheid voor leraren bedraagt, zie Tabel 1.2 Dit vertaalt zich naar een tekort van ongeveer 9.700 fte. Het gaat daarbij om het totaal van openstaande vacatures en verborgen tekorten. De tekorten aan leraren op reguliere posities zijn zowel binnen als buiten de G5 groter dan de vervangingstekorten. Bij de voorgaande meting (peildatum 1 oktober 2021) bedroeg het landelijke tekort aan leraren 9,1%, wat zich vertaalde naar ongeveer 9.100 fte. Tabel 1: Schatting van het tekortpercentage (open plus verborgen) aan leraren landelijk, buiten en binnen de G5, onderscheiden naar schooltype en reguliere en vervangingstekorten

regulier schooltype

vervanging

totaal

buiten binnen landelijk buiten binnen landelijk buiten binnen landelijk

basisonderwijs

5,0%

11,1%

5,9%

3,2%

3,9%

3,3%

8,3%

14,9%

9,2%

speciaal basisonderwijs

7,1%

15,6%

8,7%

3,9%

9,0%

6,5%

11,1%

24,6%

15,2%

(voort.) spec. onderwijs

5,8%

9,4%

6,2%

3,0%

4,2%

3,5%

8,8%

13,6%

9,7%

totaal

5,2%

11,1%

6,1%

3,2%

4,1%

3,4%

8,5%

15,2%

9,5%

Het tekort binnen de G5 ligt aanmerkelijk hoger dan daarbuiten (15,2% versus 8,5%) en dit geldt ook als we onderscheid maken naar schooltype. Het grootst zijn de tekorten voor het speciaal basisonderwijs, zowel binnen als buiten de G5. Opvallend is ook dat de tekorten in het reguliere basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs binnen de G5 bijna tweemaal hoger liggen dan daarbuiten (respectievelijk 14,9% versus 8,3% en 13,6% versus 8,8%) en ruim tweemaal zo hoog zijn in het speciaal basis onderwijs binnen de G5 als buiten de G5 (24,6% versus 11,1%). Binnen de G5 hebben Rotterdam en (Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021) Bij vervangingstekorten is alleen gevraagd naar vervangingen langer dan 6 weken om beïnvloeding van de resultaten door toevalligheden zoals een griepgolf uit te sluiten. 1 2

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

5

Utrecht de laagste tekorten, die wel hoger zijn dan het gemiddelde tekort buiten de G5. Na een stijging van de tekorten sinds oktober 2020 is in Rotterdam voor het eerst een daling te zien. Utrecht heeft sinds het begin van de tekortmeting altijd de laagste tekorten van de G5. Almere, Amsterdam en ’s-Gravenhage hebben duidelijk hogere tekorten dan de hun omringende gebieden, zie ook Figuur 1. In die figuur zien we ook dat de hoogste tekorten buiten de G5 in zuidelijk Noord-Holland en zuidelijk Zuid-Holland te vinden zijn. In oostelijk Nederland zijn tekorten, zeker in vergelijking met het westen, slechts beperkt aanwezig. Figuur 1: Regionale verdeling van lerarentekorten regulier basisonderwijs, onderscheiden naar reguliere tekorten, tekorten op het gebied van vervanging en het totale tekort (regulier plus vervanging)

regulier

vervanging

totaal (afwijkende schaal)

Een vergelijking over de tijd laat zien dat de tekorten zich iets meer lijken te concentreren in het westen van het land sinds de voorgaande meting. Zo zijn bijvoorbeeld de tekorten in arbeidsmarktregio’s Rijnmond, Zuid-Holland Centraal, Zaanstreek/Waterland en Groot Amsterdam gestegen, maar

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

6

zijn de tekorten in bijvoorbeeld de Achterhoek, Rijk van Nijmegen en Noord-Limburg gedaald. Binnen de G5 zijn de tekorten ook gestegen, met uitzondering van Rotterdam, waar juist een daling te zien is. Ook binnen regio’s zijn er overigens grote verschillen. Zo geeft bijvoorbeeld 37% van de scholen buiten de G5 aan geen tekort te hebben (11% binnen de G5). Deze verschillen in tekortpercentages tussen scholen zijn maar beperkt te herleiden tot in dit onderzoek bekende kenmerken van een school. Wel is een duidelijk verband gevonden met de schoolweging. 3 Daarbij geldt algemeen gesproken dat hoe groter de complexiteit van de leerlingenpopulatie van een school, hoe hoger ook het tekort aan leraren op een school is. Buiten de G5 wordt het tekort aan leraren voor het grootste deel gevormd door tekorten onder regulier personeel (5,2%) en voor een kleiner deel door vervanging (3,2%).4 Binnen de G5 geldt ook dat de reguliere tekorten hoger liggen dan die onder vervanging, waarbij de cijfers uiteraard verschillen per gemeente. Bovendien valt op dat de tekortpercentages voor reguliere tekorten meer dan een factor twee groter zijn dan die onder vervanging. De tekorten onder schoolleiding (directeuren en adjunct-directeuren) zijn buiten de G5 relatief hoger dan onder leraren.

We vinden daar een tekortpercentage van 13,5% (tegen 8,3% onder leraren), dat ook zwak positief gecorreleerd is met het lerarentekort (hoe hoger het tekort aan schoolleiding, hoe hoger wellicht ook het tekort aan leraren, en vice versa). Binnen de G5 is het beeld wisselender en liggen de tekortpercentages onder leraren en schoolleiding dichter bij elkaar. Ook daar zijn tekorten aan leraren en tekorten aan schoolleiding zwak positief gecorreleerd. Het totale landelijk gemiddelde tekort aan schoolleiding bedraagt ongeveer 13,6% van de werkgelegenheid voor schoolleiding. Dit vertaalt zich in een tekort aan schoolleiding van ongeveer 1.100 fte. Bij de voorgaande meting (peildatum 1 oktober 2021) bedroeg het landelijke tekort aan schoolleiding 12,9%, wat zich ook vertaalde naar ongeveer 1.100 fte. Voorts is bij deze meting ook gevraagd naar de inzet van middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Binnen de G5 wordt daarbij aangegeven dat ongeveer 13% van de extra werkgelegenheid voor leraren naar aanleiding van het NPO niet vervuld kan worden. Buiten de G5 bedraagt dit ongeveer 7,6%.

Een maat tussen 19 en 41 voor de complexiteit van een school zoals berekend door het CBS op basis van achtergrondkenmerken van de leerlingen, die rekening houden met het risico op onderwijsachterstanden. Daarbij geldt dat hoe hoger de schoolweging, hoe complexer de leerlingenpopulatie. Zie ook: De schoolweging: een nieuwe maat voor de leerlingenpopulatie (onderwijsinspectie.nl). 4 Merk op dat de tekorten in dit onderzoek uitgedrukt worden ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Stel dat de benodigde vervanging ten gevolge van langdurig (ziekte)verzuim 6% bedraagt, dan kan buiten de G5 voor ongeveer de helft van de vervanging geen gewenste oplossing worden gevonden. 3

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

7

1

Inleiding

Sinds een aantal jaar is het lerarentekort duidelijk merkbaar voor scholen in het primair onderwijs. Dit uit zich onder andere in het niet (makkelijk) kunnen invullen van openstaande vacatures, maar ook in het moeilijk kunnen vinden van een vervangende leraar bij ziekte. Er was echter nog geen eenduidige registratie van de actuele tekorten om deze te kunnen kwantificeren en onderzoeken. Een methode om deze actuele tekorten in kaart te brengen is het uitzetten van een uitvraag onder scholen. In februari 2020 hebben de gemeenten Almere, ‘s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht een eerste meting opgezet. Deze is door het ministerie van OCW en DUO gefaciliteerd. De uitvraag is in oktober 2020 opnieuw uitgezet onder de vier genoemde gemeenten en daarna in samenwerking met de G5 (Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht) extern aanbesteed aan Centerdata. Vanaf oktober 2021 wordt de meting jaarlijks onder alle scholen voor primair onderwijs in Nederland uitgevoerd. Met landelijke cijfers over de actuele tekorten ontstaat een representatiever beeld van de personeelstekorten in het primair onderwijs in Nederland. Dit biedt belanghebbenden beter inzicht in de omvang, aard en regionale verdeling van de tekorten onder leraren en schoolleiding. Door herhaling van het onderzoek kan de ontwikkeling van de tekorten over tijd gevolgd worden.

Ook worden de verzamelde gegevens gebruikt als input voor de arbeidsmarktramingen voor het onderwijs.5 In de landelijke meting worden de tekorten zowel voor de scholen binnen de G5 als daarbuiten gemeten. De meting binnen de G5 volgt een iets andere aanpak. Dit is historisch zo gegroeid. De methode binnen de G5 wordt besproken met een begeleidingscommissie met daarin OCW, vertegenwoordigers van de G5 en de PO-Raad. De aanpak buiten de G5 wordt besproken in een klankbordgroep met daarin OCW, enkele schoolbesturen en de PO-Raad. Dit rapport beschrijft de tweede landelijke meting, met als peildatum 1 oktober 2022.6 Vanwege de verschillen in methodiek worden de resultaten van de metingen buiten en binnen de G5 in aparte hoofdstukken besproken, respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 geven we een inschatting van het landelijk tekortpercentage waarbij de resultaten buiten en binnen de G5 gecombineerd worden. Voor de onderzoeksverantwoording en de verschillen in methodiek tussen de metingen buiten en binnen de G5 verwijzen we naar bijlage A.

5 6

(Adriaens, de Vos, & Guimarães, 2022). De voorgaande meting is te vinden in (Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021).

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

8

2

Nederland exclusief de 5 grote gemeenten

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de tekortmeting onder scholen buiten de G5 (Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht). De meting met peildatum 1 oktober 2022 is de tweede meting buiten de G5. We beschrijven allereerst de respons, en daarna de tekorten aan leraren en schoolleiding en tot slot de samenhang van tekorten met achtergrondkenmerken van scholen.

2.1

Respons

In totaal zijn 3.013 scholen gestart met de vragenlijst. Daarvan zijn er 40 direct na de eerste vraag afgehaakt en nog 253 zijn elders in de vragenlijst gestopt. Daarmee hebben 2.720 van de 5.863 scholen de uitvraag volledig ingevuld. Bij deze scholen is slechts in zeer beperkte mate sprake van problemen met de invoer, zie Tabel 2 voor de uitgevoerde controles.7 Het totaal in de tabel is ontdubbeld voor scholen die meer dan één probleem vertoonden. Tabel 2: Controles van de data

probleem

aanwezig

afwezig

aanwezig (%)

aantal leerlingen gelijk aan 0

0

2.720

0,0%

leerling-leraarratio <1 of >35

7

2.713

0,3%

leerling-schoolleidingratio <1

7

2.713

0,3%

totaal, ontdubbeld

7

2.713

0,3%

Dit hoofdstuk is gebaseerd op de 2.713 scholen die de uitvraag volledig invulden en waarbij geen problemen zijn geconstateerd. Voor deze scholen voerden schoolbesturen in 1.503 gevallen (55%) de controle uit. Die controle was vrijblijvend (zie ook bijlage A.3.4). De respons, gemeten in aantallen scholen en in aantallen leerlingen op de scholen, uitgesplitst naar schooltype, schoolweging 8 en arbeidsmarktregio9 (zie bijlage C), is opgenomen in Tabel 3 tot en met Tabel 5. Vergeleken met de metingen in de G5 (zie hoofdstuk 3) is de respons lager. De meest waarschijnlijke reden is het ontbreken van convenanten (zie bijlage A.2). Vergeleken met andere onderzoeken zonder responsverplichting die Centerdata heeft uitgevoerd onder vergelijkbare doelgroepen (vaak <25% respons), is 46% echter een heel hoge respons. We zien verder dat de respons bij het (voortgezet) speciaal onderwijs bovengemiddeld hoog is (Tabel 3) en dat de respons naar schoolweging niet veel verschillen laat zien (Tabel 4). Naar arbeidsmarktregio (Tabel 5) is echter meer variatie te zien, waarbij Drenthe een lagere respons kent, en Haaglanden juist een hele hoge respons.

Merk op dat het aantal problemen ten opzichte van de voorgaande meting ongeveer gehalveerd is doordat we scholen in de vragenlijst al een waarschuwing tonen indien we één van de problemen detecteren. 8 Zie voetnoot 3 op pagina 6 voor een toelichting op de schoolweging. 9 Hiervoor zijn voor 73 scholen postcode en huisnummer opgezocht in eerdere metingen, op de website van de school of op Google Maps. 7

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

9

Tabel 3: Respons naar schooltype scholen schooltype

leerlingen

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

5.421

2.495

46%

1.161.459

553.732

48%

225

95

42%

30.346

12.707

42%

basisonderwijs speciaal basisonderwijs (voortgezet) speciaal onderwijs totaal

217

123

57%

59.744

36.013

60%

5.863

2.713

46%

1.251.549

602.452

48%

Tabel 4: Respons naar categorie van schoolweging (alleen regulier basisonderwijs met bekende schoolweging 10) scholen schoolweging

populatie

leerlingen

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

zeer laag (<23)

178

81

46%

56.151

25.877

46%

laag (23-27)

842

391

46%

233.626

109.229

47%

gemiddeld (27-33)

3.564

1.665

47%

722.079

350.233

49%

638

276

43%

116.580

54.078

46%

hoog (33-37) zeer hoog (>37) totaal

182

75

41%

32.394

14.105

44%

5.404

2.488

46%

1.160.830

553.522

48%

Tabel 5: Respons naar arbeidsmarktregio scholen arbeidsmarktregio

populatie

leerlingen

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen respons

Groningen

345

119

34%

57.337

19.373

34%

Friesland

391

158

40%

54.858

23.307

42%

Drenthe

160

48

30%

21.740

5.993

28%

Regio Zwolle

300

154

51%

53.553

28.209

53%

Twente

260

98

38%

53.471

18.978

35%

Noord-Holland Noord

263

120

46%

55.900

24.261

43%

Zaanstreek/Waterland

119

63

53%

27.779

15.835

57%

Zuid-Kennemerland en IJmond

119

63

53%

34.128

17.232

50%

Groot Amsterdam

124

69

56%

33.513

19.458

58%

Gooi en Vechtstreek

87

45

52%

22.762

11.516

51%

Flevoland

104

41

39%

20.089

9.405

47%

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

264

152

58%

49.069

27.267

56%

FoodValley

143

62

43%

33.607

15.898

47%

Amersfoort

130

64

49%

34.429

13.908

40%

Midden-Utrecht

202

110

54%

46.059

25.970

56%

Holland Rijnland

178

95

53%

46.430

25.144

54%

Zuid-Holland Centraal

120

75

63%

33.954

22.795

67%

Haaglanden

87

72

83%

24.370

20.928

86%

Midden-Holland

77

43

56%

17.361

8.757

50%

Rijnmond

256

134

52%

65.860

36.148

55%

Drechtsteden

94

46

49%

26.645

12.567

47%

Gorinchem

69

23

33%

12.873

4.409

34%

Rivierenland

124

42

34%

21.226

7.793

37%

Rijk van Nijmegen

105

44

42%

24.725

10.033

41%

Midden-Gelderland

143

54

38%

33.550

13.005

39%

Achterhoek

150

70

47%

23.464

11.910

51%

Zeeland

202

83

41%

30.838

12.789

41%

10

Voor in totaal 7 scholen, waarvan 3 responderende scholen, is geen schoolweging berekend door het CBS.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

10

Tabel 5 (vervolg): Respons naar arbeidsmarktregio scholen arbeidsmarktregio

leerlingen

populatie

deelgenomen

West-Brabant

235

115

49%

56.418

31.110

55%

Midden-Brabant

152

75

49%

38.627

18.597

48%

Noordoost-Brabant

228

102

45%

54.399

25.793

47%

Zuidoost-Brabant

163

60

37%

42.197

16.629

39%

Helmond-De Peel

90

47

52%

21.104

11.563

55%

Noord-Limburg

109

56

51%

20.828

12.186

59%

Midden-Limburg

101

44

44%

18.698

7.819

42%

169

67

40%

39.688

15.867

40%

5.863

2.713

46%

1.251.549

602.452

48%

Zuid-Limburg totaal

2.2

respons populatie

deelgenomen

respons

Tekorten aan leraren

Deze sectie beschrijft de tekorten aan leraren bij de 2.495 responderende scholen in het reguliere basisonderwijs (met uitzondering van sectie 2.2.5). We bespreken in de onderstaande secties achtereenvolgens de verdeling van tekorten, openstaande en de invulling van verborgen tekorten, de uitsplitsing regulier versus vervanging, de regionale verdeling van tekorten, de tekorten uitgesplitst naar schooltype en naar categorie van schoolweging. Tot besluit van deze sectie gaan we in sectie 2.2.7 ook nog in op de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). We beginnen met een overzicht van de tekorten aan leraren naar verschillende categorieën van tekort.

2.2.1

De mate waarin scholen met een verschillend tekort te maken hebben

In een histogram kan worden bekeken welk deel van de scholen in een bepaalde tekortcategorie valt. We hebben in Figuur 2 de verdeling van het totale tekort (openstaande en verborgen tekorten, regulier en vervanging) opgenomen. We zien bijvoorbeeld dat 37% van de scholen aangeven geen tekort te hebben. Verder rapporteert bijvoorbeeld 9% van de scholen een tekort van 4%-6% en 3% een tekort groter dan 30%. Figuur 2: Verdeling van scholen over categorieën van tekorten aan leraren 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

> 30%

28% - 30%

26% - 28%

24% - 26%

22% - 24%

20% - 22%

18% - 20%

16% - 18%

14% - 16%

12% - 14%

10% - 12%

8% - 10%

6% - 8%

4% - 6%

2% - 4%

0% - 2%

0%

0%

11

2.2.2

De manier waarop tekorten worden ingevuld

Scholen hebben bij de uitvraag aangegeven of ze openstaande vacatures hadden en ook of ze verborgen tekorten hadden, zowel voor reguliere posities als voor vervanging. Tevens hebben ze aangegeven hoe ze een verborgen tekort momenteel hebben ingevuld. In Tabel 6 zijn de uitsplitsingen in fte weergegeven (zie ook bijlage A.2 voor een toelichting op de categorieën) voor de 2.495 responderende scholen in het reguliere basisonderwijs. Daarbij zijn ook extra kolommen opgenomen waarin het tekort respectievelijk wordt gerelateerd aan het totaal aantal fte verborgen tekorten, het totale tekort in fte en de werkgelegenheid (bij de gemeten scholen) in fte. Tabel 6: Tekorten aan leraren - invulling aantal scholen

2.495

werkzaam

31.067

werkgelegenheid

33.875 regulier

vervanging

totaal

% van verb.

totaal

1.709

1.099

2.808

100%

8,3%

- openstaand

496

354

849

30%

2,5%

- verborgen

1.213

745

1.958

70%

5,8%

100%

% van totaal

% van werkgel.

verborgen, intern ingevuld

977

578

1.555

79%

55%

4,6%

- zijinstroom

317

124

441

23%

16%

1,3%

- bevoegd ambulant

174

175

350

18%

12%

1,0%

- onbevoegd

419

212

632

32%

22%

1,9%

- groep opgesplitst

66

66

132

7%

5%

0,4%

verborgen, extern ingevuld

236

168

404

21%

14%

1,2%

- uitzendkracht, bevoegd

91

60

151

8%

5%

0,4%

- uitzendkracht, onbevoegd

24

14

38

2%

1%

0,1%

- zzp'er

77

44

121

6%

4%

0,4%

- anders

44

49

94

5%

3%

0,3%

We zien bijvoorbeeld in Tabel 6 dat 70% van de tekorten verborgen is, dat 79% van de verborgen tekorten intern is ingevuld en dat het totale tekort 8,3% van de werkgelegenheid bedraagt. Als we naar details van de invulling van verborgen tekorten kijken, zien we dat slechts zelden de groepen verdeeld worden over andere groepen. De meest gekozen oplossing voor het invullen van verborgen tekorten is het inzetten van onbevoegde leraren. Als een verborgen tekort extern wordt ingevuld, gebeurt dat in totaal in ongeveer een derde van de gevallen met een bevoegde uitzendkracht. Tot slot zien we dat het vervangingstekort ongeveer 1.099 / 33.875 fte = 3,2% bedraagt. Merk op dat de tekorten in dit onderzoek uitgedrukt worden ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Stel dat de benodigde vervanging ten gevolge van langdurig (ziekte)verzuim 6% bedraagt, dan kan voor ongeveer de helft van de vervanging geen gewenste oplossing worden gevonden.

2.2.3

Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging

In deze sectie bekijken we het onderscheid van reguliere tekorten versus tekorten aan vervanging in meer detail. In Tabel 7 is het aantal scholen uitgesplitst naar verschillende categorieën, zoals het

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

12

hebben van alleen reguliere of alleen vervangingstekorten. We zien in die tabel dat relatief veel scholen met een tekort in categorieën 2 en 3 vallen. Het is uiteraard mogelijk dat een school geen reguliere of vervangingstekorten heeft. Dat laatste kan gebeuren omdat er geen tekorten vervanging zijn, óf omdat er op de peildatum überhaupt geen sprake was van (langdurige) vervangingen. Tabel 7: Aantal scholen per categorie regulier versus vervanging categorie

beschrijving

scholen

aandeel

1

geen tekort

925

37%

2

alleen reguliere tekorten

583

23%

3

alleen vervangingstekorten

285

11%

4

reguliere tekorten = vervangingstekorten (>0)

175

7%

5

overig

527

21%

Categorie 4 is echter opvallend. Uiteraard is het mogelijk dat scholen toevalligerwijs exact hetzelfde tekort hebben regulier als vervanging. Als we echter inzoomen op die scholen, valt op dat ze vaak dezelfde categorieën onder regulier en vervanging hebben gevuld. Er kunnen dan twee dingen gebeurd zijn. Scholen hebben de tekorten die ze ervaren simpelweg gelijkelijk verdeeld over regulier en vervanging, óf ze hebben hetzelfde tekort per abuis bij zowel regulier als vervanging ingevuld. We hebben scholen in de vragenlijst gewezen op het feit dat reguliere en vervangingstekorten gelijk waren. Dat maakt de mogelijkheden “toevallige situatie” en “gelijkelijk verdeeld” de meest waarschijnlijke oorzaken. Voor dit rapport worden deze scholen meegenomen in de resultaten.

2.2.4

Regionale verdeling van de tekorten

De lerarentekorten zijn in Figuur 3 weergegeven naar arbeidsmarktregio (zie bijlage B voor de onderliggende cijfers en bijlage C voor de arbeidsmarktregioindeling). We zien dat reguliere tekorten zich met name voordoen in zuidelijk Noord-Holland en zuidelijk Zuid-Holland. Vervangingstekorten zijn over het algemeen lager dan reguliere tekorten en worden met name gevoeld in arbeidsmarktregio Rijnmond. De totale tekorten laten de grootste tekortenproblematiek zien in het westen van het land. Figuur 3: Regionale verdeling van lerarentekorten

regulier

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

vervanging

13

Figuur 3 (vervolg): Regionale verdeling van lerarentekorten

totaal (afwijkende schaal)

2.2.5

Tekorten naar schooltype

Deze sectie bespreekt in het kort de tekorten bij de verschillende schooltypen, zie Tabel 8 tot en met Tabel 10. We zien dat de tekorten in het speciaal basisonderwijs in alle gevallen hoger zijn dan in het reguliere basisonderwijs. De reguliere tekorten bij het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn hoger dan die in het reguliere basisonderwijs, maar de verborgen tekorten zijn daar juist (iets) lager. Het totale tekort is met 11,1% in het speciaal basisonderwijs het hoogste. Tabel 8: Reguliere tekorten aan leraren – schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal open

verb.

totaal

basisonderwijs

2.495

33.875

496

1.213

1.709 1,5%

3,6%

5,0%

speciaal basisonderwijs

95

1.456

35

69

104 2,4%

4,7%

7,1%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

5.441

133

180

313 2,5%

3,3%

5,8%

totaal

2.713

40.772

664

1.462

2.126 1,6%

3,6%

5,2%

Tabel 9: Vervangingstekorten aan leraren - schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal open

basisonderwijs

verb.

totaal

2.495

33.875

354

745

1.099 1,0%

2,2%

3,2%

speciaal basisonderwijs

95

1.456

22

35

57 1,5%

2,4%

3,9%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

5.441

74

90

164 1,4%

1,7%

3,0%

totaal

2.713

40.772

450

870

2,1%

3,2%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

1.320

1,1%

14

Tabel 10: Totale tekorten aan leraren - schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal open

verb.

totaal

basisonderwijs

2.495

33.875

849

1.958

2.808 2,5%

5,8%

8,3%

speciaal basisonderwijs

95

1.456

57

104

161 3,9%

7,1%

11,1%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

5.441

207

270

477 3,8%

5,0%

8,8%

totaal

2.713

40.772

1.114

2.332

3.446 2,7%

5,7%

8,5%

2.2.6

Tekorten naar schoolweging

Een ander belangrijk kenmerk waarnaar we de tekorten tonen is de categorie van schoolweging. 11 De tekorten aan leraren uitgesplitst naar de verschillende categorieën van schoolweging zijn opgenomen in Tabel 11 tot en met Tabel 13. Belangrijke opmerking: de schoolweging wordt door het CBS alleen berekend voor reguliere basisscholen.12 De tabellen hieronder bevatten daarom alleen de tekorten van de reguliere basisscholen. We zien in de tabellen dat de tekortenproblematiek ongeveer toeneemt met de schoolweging. Uitzondering daarop vormen de scholen in de categorie “laag”, met een wat hoger tekort. Het tekort onder scholen met een zeer hoge schoolweging is gemiddeld meer dan twee keer zo groot als het tekort onder scholen met een zeer lage schoolweging en zit daarmee boven het niveau van het speciaal (basis)onderwijs (zie sectie 2.2.5). Tabel 11: Reguliere tekorten aan leraren - schoolweging

fte categorie zeer laag (<23) laag (23-27)

% van werkgelegenheid

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

81

1.444

13

44

57

0,9%

3,0%

3,9%

391

6.387

103

228

331

1,6%

3,6%

5,2%

1.665

21.180

270

680

950

1,3%

3,2%

4,5%

hoog (33-37)

276

3.679

79

185

264

2,2%

5,0%

7,2%

zeer hoog (>37)

75

1.153

30

74

104

2,6%

6,5%

9,1%

2.488

33.842

495

1.211

1.705

1,5%

3,6%

5,0%

gemiddeld (27-33)

totaal

Tabel 12: Vervangingstekorten aan leraren – schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

scholen

werkgel.

open

verb.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

81

1.444

6

16

22

0,4%

1,1%

1,5%

laag (23-27)

391

6.387

78

142

220

1,2%

2,2%

3,4%

1.665

21.180

200

465

665

0,9%

2,2%

3,1%

276

3.679

53

89

143

1,4%

2,4%

3,9%

gemiddeld (27-33) hoog (33-37) zeer hoog (>37) totaal

11 12

75

1.153

16

32

47

1,3%

2,8%

4,1%

2.488

33.842

353

744

1.097

1,0%

2,2%

3,2%

Zie voetnoot 3 op pagina 7 voor een toelichting op de schoolweging. Hierin ontbraken 7 responderende reguliere basisscholen.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

15

Tabel 13: Totale tekorten aan leraren – schoolweging

fte categorie

% van werkgelegenheid

scholen

werkgel.

totaal

open

verb.

totaal

zeer laag (<23)

81

1.444

19

59

78

1,3%

4,1%

5,4%

laag (23-27)

391

6.387

180

370

551

2,8%

5,8%

8,6%

1.665

21.180

470 1.145

1.615

2,2%

5,4%

7,6%

276

3.679

133

274

407

3,6%

7,4%

11,1%

gemiddeld (27-33) hoog (33-37) zeer hoog (>37) totaal

2.2.7

open verb.

75

1.153

46

106

152

3,9%

9,2%

13,2%

2.488

33.842

847 1.955

2.803

2,5%

5,8%

8,3%

Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten

Vragen over de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zijn voor het eerst bij de meting met peildatum 1 oktober 2021 toegevoegd aan de uitvraag. Scholen hebben daarbij de vervulde en onvervulde fte’s leraren en onderwijsondersteunend personeel die gerelateerd zijn aan deze middelen moeten opgeven. De resultaten zijn weergegeven in Tabel 14. Tabel 14: Tekorten NPO

fte functie

vervuld

open

werkgelegenheid

tekort (%)

leraren

2.255

185

2.440

7,6%

onderwijsondersteunend personeel

1.850

103

1.953

5,3%

We zien dat op de responderende basisscholen 2.440 fte werkgelegenheid leraren is ontstaan naar aanleiding van het NPO, en dat daarvan 185 fte niet ingevuld is. Dat betekent dat 7,6% van de door het NPO ontstane werkgelegenheid voor leraren niet kon worden vervuld. Bij onderwijs ondersteunend personeel is het tekort naar aanleiding van het NPO iets kleiner dan bij leraren, te weten 5,3%. Als we de tekorten naar aanleiding van het NPO optellen bij de tekorten aan leraren bij reguliere posities en voor vervanging (zie sectie 2.2.2), dan ontstaan de cijfers in Tabel 15. Tabel 15: Tekorten aan leraren exclusief en inclusief tekorten NPO

fte categorie

vervuld

open

verborgen

werkgelegenheid

tekort (%)

regulier en vervanging

31.067

849

1.958

33.875

8,3%

NPO

2.255

185

2.440

7,6%

totaal

33.322

1.034

36.315

8,2%

2.2.8

1.958

Tekorten aan leraren over de tijd

In deze sectie vergelijken we de twee tekortmetingen die er buiten de G5 zijn uitgevoerd. Een vergelijking van Tabel 6 in het dit rapport met Tabel 6 in (Adriaens, Elshout, Elshout, & de Cock, 2021) laat zien dat de tekorten buiten de G5 met 0,8%-punt gestegen zijn. Interessant is ook om te zien of alle arbeidsmarktregio’s in dezelfde mate te maken hebben met deze stijging. In Figuur 4 zijn de totale

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

16

tekorten aan leraren in het reguliere basisonderwijs weergegeven voor de metingen met peildatum 1 oktober 2021 en 1 oktober 2022 (zie bijlage B voor de onderliggende cijfers). Figuur 4: Vergelijking totale tekorten aan leraren in oktober 2021 en oktober 2022

1 oktober 2021

1 oktober 2022

In Figuur 4 valt op dat de tekortenproblematiek zich in vergelijking met de meting met peildatum 1 oktober 2021 iets meer in het westen van het land concentreert. Zo zijn bijvoorbeeld de tekorten in arbeidsmarktregio’s Rijnmond, Zuid-Holland Centraal, Zaanstreek/Waterland en Groot Amsterdam gestegen, maar zijn de tekorten in bijvoorbeeld de Achterhoek, Rijk van Nijmegen en Noord-Limburg gedaald.

2.3

Tekorten aan schoolleiding

We bespreken in deze sectie de tekorten aan schoolleiding (dit omvat directeuren en adjunctdirecteuren). Een gedetailleerde samenvatting van de tekorten in het reguliere basisonderwijs is beschikbaar in Tabel 16. Deze tabel is vergelijkbaar van opbouw als die in sectie 2.2.2, maar met het verschil dat er bij schoolleiding andere categorieën beschikbaar zijn bij de invulling van verborgen tekorten (zie ook bijlage A.2). We zien in de tabel onder andere dat het merendeel van de tekorten verborgen is, net als bij leraren het geval was. Het aandeel van verborgen tekorten is ongeveer 63%. In Tabel 17 tot en met Tabel 19 zijn de tekorten aan schoolleiding uitgesplitst naar schooltype. We zien dat het speciaal basisonderwijs over het algemeen hogere relatieve tekorten kent. Verder valt op dat het (voortgezet) speciaal onderwijs in vergelijking met de andere schooltypen relatief veel openstaande vacatures voor schoolleiding heeft. Interessant is nog te melden dat de hoogte van het tekort aan schoolleiding slechts zeer beperkt samenhangt met de hoogte van het tekort aan leraren: de correlatiecoëfficiënt is 0,21 (statistisch significant positief). Dit duidt op een zwak positief verband: hoe hoger het tekort aan schoolleiding, hoe hoger wellicht ook het tekort aan leraren, en vice versa.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

17

Tabel 16: Tekorten aan schoolleiding – regulier basisonderwijs aantal scholen

2.495

werkzaam

2.410

werkgelegenheid

2.786 regulier

vervanging

totaal

totaal

214

162

- openstaand

81

58

- verborgen

133

104

237

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

376

100%

13,5%

139

37%

5,0%

63%

8,5%

100%

verborgen, intern ingevuld

87

67

155

65%

41%

5,6%

- personeel intern

60

45

105

44%

28%

3,8%

- schoolleider in opleiding

4

2

7

3%

2%

0,2%

- personeel binnen bestuur

14

14

28

12%

8%

1,0%

- bovenschools personeel

8

6

15

6%

4%

0,5%

verborgen, extern ingevuld

46

37

83

35%

22%

3,0%

- personeel buiten bestuur

12

4

16

7%

4%

0,6%

- zzp’er

28

23

51

21%

13%

1,8%

- anders

5

11

16

7%

4%

0,6%

Tabel 17: Reguliere tekorten aan schoolleiding – schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

open

verb.

totaal

basisonderwijs

2.495

werkgel. open verb. totaal 2.786

81

133

214

2,9%

4,8%

7,7%

speciaal basisonderwijs

95

129

7

10

17

5,7%

7,8%

13,4%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

416

16

16

32

3,8%

3,9%

7,7%

totaal

2.713

3.331

104

159

263

3,1%

4,8%

7,9%

Tabel 18: Vervangingstekorten aan schoolleiding - schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

open

verb.

totaal

basisonderwijs

2.495

werkgel. open verb. totaal 2.786

58

104

162

2,1%

3,7%

5,8%

speciaal basisonderwijs

95

129

0

3

3

0,2%

2,4%

2,6%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

416

5

10

15

1,1%

2,5%

3,6%

totaal

2.713

3.331

63

118

180

1,9%

3,5%

5,4%

Tabel 19: Totale tekorten aan schoolleiding - schooltype

fte

% van werkgelegenheid

schooltype

scholen

open

verb.

totaal

basisonderwijs

2.495

werkgel. open verb. totaal 2.786

139

237

376

5,0%

8,5%

13,5%

speciaal basisonderwijs

95

129

8

13

21

5,8%

10,2%

16,0%

(voortgezet) speciaal onderwijs

123

416

20

27

47

4,9%

6,4%

11,3%

totaal

2.713

3.331

167

277

444

5,0%

8,3%

13,3%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

18

2.4

Samenhang van de tekorten met achtergrondvariabelen

In dit hoofdstuk beschrijven we een beknopte regressieanalyse van het totale lerarentekort (openstaand en verborgen, regulier en vervanging) op een aantal verklarende variabelen. Bij een regressieanalyse wordt bepaald wat het verband is tussen een variabele die we proberen te verklaren (het lerarentekort) en mogelijke verklarende variabelen. Hierbij worden verbanden met alle verklarende variabelen tegelijk bekeken, in tegenstelling tot verbanden met steeds één specifieke variabele zoals in de secties hiervoor. Met een regressieanalyse kan niet bepaald worden wát oorzaak en wát gevolg is, alleen of er al dan niet een statistisch significant verband is en wat de sterkte van het verband is. Omdat de dataverzameling op schoolniveau heeft plaatsgevonden, kunnen we aanvullende gegevens over de scholen toevoegen vanuit openbare bronnen.13 Alle voor de regressieanalyse gebruikte variabelen zijn opgenomen in Tabel 20. Als observaties worden alle reguliere basisscholen gehanteerd. We nemen alleen deze scholen mee, omdat andere schooltypen niet helemaal vergelijkbaar zijn omdat zij mogelijk andere eisen stellen aan leraren (zoals een master SEN in het (v)so). Omdat de meting al vaker is uitgevoerd, kunnen we de eerdere meting ook meenemen in de regressieanalyse, waarbij we, indien nodig, wel corrigeren voor het gemiddelde niveau van iedere meting.

We proberen de omvang van het tekort14 ten opzichte van de werkgelegenheid (het tekortpercentage) te verklaren met een regressiemodel. Statistische pakketten kunnen vervolgens de parameters schatten (met de OLS-schatter) zodanig dat de omvang van het tekort zo goed mogelijk benaderd wordt door een combinatie van de opgegeven variabelen. Daarnaast kan statistisch getoetst worden of een bepaalde variabele een significante bijdrage levert aan de verklaring van de omvang van het tekort. Tabel 20: Achtergrondgegevens scholen15

variabele

beschrijving

peildatum

de peildatum van de meting

arbeidsmarktregio

de arbeidsmarktregio waar de school staat op basis van postcode en huisnummer

aantal scholen

het aantal scholen dat het bestuur van de school heeft

éénpitter16

de school is onderdeel van een bestuur met maar één school (aantal scholen = 1)

denominatie

de denominatie van de school

onderwijsconcept schoolweging

het onderwijsconcept van de school

+

de schoolweging zoals berekend door het CBS (tussen 19 en 41)

aantal leerlingen

het aantal leerlingen op de school

verzuimpercentage leerling-leraarratio aandeel <45

+

+

het verzuimpercentage van de school het aantal leerlingen per fte leraar het aandeel 45-minners onder leraren, gewogen met fte

Zie https://www.duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden. We hebben ook gekeken naar het modelleren van het hebben van een tekort. Een dergelijke analyse heeft een belangrijk nadeel: informatie over de daadwerkelijke omvang wordt genegeerd. Daarmee wordt het lastiger statistisch significante verbanden te vinden. Een dergelijk model levert daarnaast voor veel minder waarnemingen een accurate voorspelling. We bespreken dat model daarom niet. Ook zijn een Heckman sample selection model en een Tobit type I model uitgevoerd om het hebben van een tekort samen met de omvang van het tekort te schatten. Deze modellen geven echter slechtere resultaten op de verklaring van het tekort en geven vergelijkbare conclusies omtrent parameters en zijn daarom hieronder ook niet opgenomen. 15 De variabelen “aandeel < 0,5” en “aandeel 0,5 – 0,8” konden niet meegenomen worden, omdat DUO deze variabelen vanwege de AVG voor te veel observaties voor peildatum 1 oktober 2022 niet op kon leveren. 16 Ongeveer 41% van de besturen in het po is éénpitter, maar die vertegenwoordigen ongeveer 6% van de scholen voor de regressieanalyse. De invloed hiervan is in deze analyse dus heel beperkt. 13 14

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

19

Tabel 20 (vervolg): Achtergrondgegevens scholen15

variabele aandeel ≥60

beschrijving +

het aandeel 60-plussers onder leraren, gewogen met fte

aandeel vast+ gemiddelde leeftijd

het aandeel vaste aanstellingen onder leraren, gewogen met fte +

uitstroompercentage

de gemiddelde leeftijd van leraren de uitstroom van leraren als percentage van de werkgelegenheid

+wordt alleen per 1 oktober van ieder jaar gemeten

We zijn begonnen met een model met daarin alle genoemde variabelen. Met behulp van statistische toetsen hebben we dat model uitgedund tot een model dat alleen nog statistisch significante variabelen bevat.17 Bij categorische variabelen (peildatum, arbeidsmarktregio, denominatie en onderwijsconcept) wordt alleen getoetst of deze als geheel een significante bijdrage leverden. De peildatum, het onderwijsconcept en de denominatie vielen hierbij af. We komen vervolgens op de schattingsresultaten zoals weergegeven in Tabel 21 op pagina 20. Het gehanteerde model verklaart ongeveer 10% van de variantie in de te verklaren variabele (het tekortpercentage). Daarmee blijft er dus ongeveer 90% van de variantie over waar dit model en de beschikbare data geen verklaring voor kunnen geven.18 Tabel 21 laat zich als volgt lezen. Neem twee scholen in gedachten die nagenoeg identiek zijn, op één kenmerk na. Het verschil in het tekortpercentage (uitgedrukt als percentage) is dan zoveel hoger, of lager, als het verschil tussen de scholen, vermenigvuldigd met de geschatte parameter voor dat kenmerk. We zullen dit nader toelichten met een aantal voorbeelden. Tabel 21: Schattingsresultaten variabele

waarde

arbeidsmarktregio Groningen+ Friesland

0.476

Drenthe

-1.262

Regio Zwolle

1.678*

Twente

-1.236

Noord-Holland Noord

2.721**

Zaanstreek/Waterland

6.913**

Zuid-Kennemerland en IJmond

5.355**

Groot Amsterdam

8.079**

Gooi en Vechtstreek

5.166**

Flevoland

3.798**

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

1.124

FoodValley

3.253**

Amersfoort

3.223**

Midden-Utrecht

4.148**

Holland Rijnland

2.816**

Zuid-Holland Centraal

7.554**

Dit betekent niet dat er geen verband tussen afgevallen variabelen en het tekort kan zijn. Een verband is met de beschikbare data echter niet statistisch significant aantoonbaar. 18 Variabelen als het imago van de school, de werksfeer en de kwaliteit van de schoolleiding zullen ook van invloed zijn op de tekorten. Daarvan zijn echter geen gegevens beschikbaar. 17

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

20

Tabel 21 (vervolg): Schattingsresultaten variabele

waarde

Haaglanden

4.030**

Midden-Holland

3.917**

Rijnmond

5.222**

Drechtsteden

2.677*

Gorinchem

4.469**

Rivierenland

2.739**

Rijk van Nijmegen

-1.319

Midden-Gelderland

1.116

Achterhoek

-1.124

Zeeland

1.007

West-Brabant

1.466

Midden-Brabant

1.525

Noordoost-Brabant

1.525

Zuidoost-Brabant

1.281

Helmond-De Peel

0.999

Noord-Limburg

0.709

Midden-Limburg

2.544*

Zuid-Limburg

2.119*

schoolweging

-1.239**

kwadraat van schoolweging

0.026**

verzuimpercentage

0.298**

aandeel vast

-0.076**

constante

23.793**

+ basiscategorie, * significant op 5%, ** significant op 1% betrouwbaarheid

Voor de categorische variabelen (in dit geval arbeidsmarktregio) dient altijd een basiswaarde gekozen te worden. De eerste waarde in de tabel is als basiswaarde gekozen (Groningen in dit geval). Stel bijvoorbeeld dat de scholen in het gedachtenexperiment identiek zijn, behalve dat de ene school in Groningen staat, de andere in Holland Rijnland. Dan heeft de tweede school op dezelfde peildatum naar verwachting een tekortpercentage dat ongeveer 2,8%-punt hoger ligt dan de eerste school. Als twee verder identieke scholen in bijvoorbeeld Groot Amsterdam en Haaglanden worden vergeleken, dan heeft de school in Groot Amsterdam een tekortpercentage dat ongeveer 8,1 – 4,0 = 4,1%-punt hoger ligt dan de school in Haaglanden. Voor niet-categorische variabelen, zoals het percentage vaste aanstellingen, dient de parameter in de tabel te worden vermenigvuldigd met het verschil in de variabele. Stel bijvoorbeeld dat beide scholen uit het voorbeeld in Haaglanden staan, maar de eerste heeft een percentage vaste aanstellingen van 80% en de tweede van 85%. Dan is het tekortpercentage op de tweede school naar verwachting ongeveer (-0.076 x (85% - 80%) = ) 0,4%-punt lager dan op de eerste school. Voor schoolweging is ook de kwadratische factor opgenomen in het model (en die is ook statistisch significant).

Bij het interpreteren van de invloed van schoolweging moeten daarom beide parameters tezamen worden beschouwd. Om dit mogelijk te maken hebben we Figuur 5 opgenomen.19 We zien Merk op dat Figuur 5 voor de leesbaarheid 16%-punt omhoog geschoven is, maar die verschuiving is irrelevant in het voorbeeld waarin alleen naar verschillen gekeken wordt. 19

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

21

nu dat als we twee identieke scholen vergelijken, de ene met een schoolweging van 24, de andere met een schoolweging van 29, dat de tweede school naar verwachting een 0,7%-punt hoger tekortpercentage heeft. Maar als we twee scholen vergelijken met schoolwegingen 29 respectievelijk 34, dan heeft de tweede school naar verwachting een 2,0%-punt hoger tekortpercentage. Figuur 5: Invloed van schoolweging op tekortpercentage 10% 8% 6% 4% 2% 0% 19

24

29

34

39

In Tabel 21 zijn ook sterren opgenomen. Deze geven aan of de parameter statistisch significant afwijkt van 0, en dus een statistisch significante bijdrage levert aan het verklaren van het tekortpercentage. Hierbij geldt: hoe meer sterren een parameter heeft, hoe meer betrouwbaar kunnen we zeggen dat de parameter statistisch significant is in de verklaring van het tekortpercentage. Dankzij de aanvullende achtergrondgegevens zijn nu extra verbanden zichtbaar die in eerdere secties niet belicht zijn. Belangrijk is in dit verband echter wel op te merken dat er uit deze analyse geen één specifieke oorzaak van een tekort kan worden aangewezen. Het is juist het samenspel van de verschillende factoren en hun weging zoals opgenomen in Tabel 21 dat het lerarentekort verklaart. 1) Voor een schoolweging boven 24 (94,4% van de scholen) geldt dat hoe hoger de schoolweging, hoe hoger het tekort. Dat betekent dat de overgrote meerderheid van de scholen zich dus bevindt in het opgaande deel van de curve in Figuur 5 en daarmee met stijgende schoolweging progressief grotere tekorten ervaren. Scholen met een hogere schoolweging lijken over het algemeen dus lastiger leraren te kunnen vinden, wellicht omdat ze als minder aantrekkelijk worden ervaren.

Mogelijkerwijs kan er ook sprake zijn van een effect de andere kant op: als er tekortenproblematiek op een school ontstaat, zou het kunnen zijn dat ouders met meer mogelijkheden “wegtrekken”. 2) Het verzuimpercentage heeft een toenemende invloed op het tekort: als het verzuimpercentage met 1%-punt stijgt, dan stijgt het tekortpercentage met ongeveer 0,30%-punt. Daarbij merken we nogmaals op dat met de beschikbare informatie geen oorzaak en gevolg kunnen worden onderscheiden. Het zou dus kunnen dat het tekort toeneemt omdat er meer (langer) verzuim is, maar ook dat het verzuim toeneemt omdat er een hoger tekort is, en daardoor bijvoorbeeld een hogere werkdruk. 3) Het aandeel vaste aanstellingen heeft een afnemende relatie met het tekort. Dat wil zeggen dat wanneer het aandeel vaste aanstellingen stijgt, het tekort naar verwachting afneemt. Ook hier kan sprake zijn van verschillende mechanismen. Enerzijds zouden scholen met meer vaste aanstellingen aantrekkelijker kunnen zijn voor leraren. Anderzijds hebben scholen mogelijk meer tijdelijk personeel juist omdat ze proberen daarmee de tekorten op te lossen.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

22

3

De 5 grote gemeenten

In de 5 grote gemeenten (Almere, Amsterdam, ’s-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht) is de tekortmeting op een paar punten anders verlopen dat in de rest van Nederland (zie bijlage A.3). De verschillen zitten niet in de gestelde vragen, maar in wie bevraagd zijn (de bevraging geschiedt op vestigingsniveau in plaats van op schoolniveau20), hoe die benaderd zijn en of deelname (en de controle door het schoolbestuur) verplicht was. Dit hoofdstuk beschrijft daarom de resultaten van de tekortmeting in min of meer dezelfde opbouw als hoofdstuk 2.

3.1

Respons

In totaal zijn 763 vestigingen gestart met de vragenlijst. Daarvan zijn er 5 direct na de eerste vraag afgehaakt en nog 11 zijn elders in de vragenlijst gestopt. Daarmee hebben 747 van de 914 vestigingen de uitvraag volledig ingevuld. Bij deze vestigingen is slechts in zeer beperkte mate sprake van problemen met de invoer, zie Tabel 22 voor de uitgevoerde controles.21 Het totaal in de tabel is ontdubbeld voor vestigingen die meer dan één probleem vertoonden. Tabel 22: Controles van de data

probleem

aanwezig

afwezig

aanwezig (%)

aantal leerlingen gelijk aan 0

0

747

0,0%

leerling-leraarratio <1 of >35

2

745

0,3%

leerling-schoolleidingratio <1

2

745

0,3%

totaal, ontdubbeld

2

745

0,3%

Dit hoofdstuk is gebaseerd op de 745 vestigingen die de uitvraag volledig invulden en waarbij geen problemen zijn geconstateerd. Voor deze vestigingen voerden schoolbesturen in 732 gevallen (98%) de controle uit. Die controle was niet vrijblijvend (zie ook bijlage A.3.4), maar vestigingen waarbij de controle niet is uitgevoerd zijn toch meegenomen in dit hoofdstuk. De respons, gemeten in aantallen vestigingen en in aantallen leerlingen op de vestigingen, is weergegeven in Tabel 23 en Tabel 24. Omdat niet duidelijk is van welke ILOCS/ULOCS respons verwacht kan worden (zie ook voetnoot 39 op pagina 49), presenteren we de respons zowel inclusief als exclusief alle ILOCs en ULOCs. De tabel inclusief (Tabel 23) geeft waarschijnlijk een onderschatting van de respons in termen van vestigingen. De tabel exclusief (Tabel 24) geeft waarschijnlijk een overschatting van de respons in termen van aantallen vestigingen. ILOCs en ULOCs hebben formeel geen leerlingen, daarom is de respons in termen van aantallen leerlingen gelijk in beide tabellen.

Merk op dat dit in toenemende mate problematisch lijkt voor scholen. Diverse scholen hebben daarom zelfstandig besloten toch op schoolniveau in te vullen, of specifieke vestigingen bij elkaar op te tellen. Dit maakt de verwerking en analyse van de data en de interpretatie van de resultaten niet eenvoudiger. 21 Merk op dat het aantal problemen ten opzichte van de voorgaande meting ongeveer gehalveerd is doordat we scholen in de vragenlijst al een waarschuwing tonen indien we één van de problemen detecteren. 20

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

23

Tabel 23: Respons inclusief ILOCs en ULOCs - gemeente

vestigingen gemeente

leerlingen

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Almere

82

80

98%

21.385

20.720

97%

Amsterdam

281

204

73%

66.100

52.412

79%

's-Gravenhage

178

166

93%

49.273

47.406

96%

Rotterdam

247

182

74%

56.510

47.541

84%

Utrecht

126

113

90%

32.191

30.527

95%

totaal

914

745

82%

225.459

198.606

88%

Tabel 24: Respons exclusief ILOCS en ULOCs - gemeente

vestigingen gemeente

leerlingen

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

Almere

80

78

98%

21.385

20.720

97%

Amsterdam

248

192

77%

66.100

52.412

79%

's-Gravenhage

163

155

95%

49.273

47.406

96%

Rotterdam

211

162

77%

56.510

47.541

84%

Utrecht

113

106

94%

32.191

30.527

95%

totaal

815

693

85%

225.459

198.606

88%

We zien dat de respons zeer hoog te noemen is. De respons gemeten in aantallen leerlingen is daarbij iets hoger dan de respons gemeten in vestigingen. Dat betekent dat over het algemeen de respons bij grotere vestigingen beter is dan bij kleinere vestigingen. Verder zien we dat Almere en ‘s-Gravenhage een hogere respons hebben dan de andere gemeenten. We hebben de respons ook in beeld gebracht naar schooltype, zie Tabel 25 en Tabel 26, respectievelijk inclusief en exclusief de ILOCs en ULOCs. We zien dat de respons in het speciaal basisonderwijs 100% is en bij het (voortgezet) speciaal onderwijs wat achterblijft. In Tabel 27 zien we de respons naar schoolweging. Daaruit blijkt dat bij vestigingen met een zeer lage schoolweging de respons achterblijft bij de andere categorieën van schoolweging. Tabel 25: Respons inclusief ILOCS en ULOCs - schooltype

vestigingen schooltype

leerlingen

populatie deelgenomen respons populatie deelgenomen respons

basisonderwijs

772

640

83%

207.270

184.062

89%

speciaal basisonderwijs

41

41

100%

4.963

4.963

100%

(voortgezet) speciaal onderwijs

101

64

63%

13.226

9.581

72%

totaal

914

745

82%

225.459

198.606

88%

Tabel 26: Respons exclusief ILOCS en ULOCs - schooltype

vestigingen schooltype basisonderwijs

leerlingen

populatie deelgenomen respons populatie deelgenomen respons 675

590

87%

207.270

184.062

89%

speciaal basisonderwijs

39

39

100%

4.963

4.963

100%

(voortgezet) speciaal onderwijs

101

64

63%

13.226

9.581

72%

totaal

815

693

85%

225.459

198.606

88%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

24

Tabel 27: Respons naar categorie van schoolweging (alleen regulier basisonderwijs met bekende schoolweging, exclusief ILOCs/ULOCs)

vestigingen

leerlingen

schoolweging

populatie

deelgenomen

respons

populatie

deelgenomen

respons

zeer laag (<23)

86

64

74%

27.773

21.160

76%

laag (23-27)

115

103

90%

45.404

41.619

92%

gemiddeld (27-33)

151

139

92%

53.246

49.849

94%

hoog (33-37)

173

146

84%

46.914

39.370

84%

zeer hoog (>37)

141

132

94%

33.933

32.064

94%

totaal

666

584

88%

207.270

184.062

89%

3.2

Tekorten aan leraren

Deze sectie beschrijft de tekorten onder leraren in het reguliere basisonderwijs (met uitzondering van sectie 3.2.6). We bespreken in de volgende secties achtereenvolgens de verdeling van tekorten, openstaande tekorten en de invulling van verborgen tekorten, de uitsplitsing regulier versus vervanging, de verdeling van tekorten over stadsdelen, de tekorten uitgesplitst naar schooltype en naar categorie van schoolweging. Tot besluit van deze sectie bespreken we de tekorten naar aanleiding van het NPO en het verloop van de tekorten per gemeente over de tijd.

3.2.1

De grote gemeenten vergeleken

Allereerst geven we per gemeente de naar wens vervulde fte’s en de subtotalen van de gemeten tekorten weer in Figuur 6. Hierin zijn de tekorten uitgesplitst naar tekorten bij reguliere posities en bij vervanging, en tevens naar openstaande vacatures en verborgen tekorten. De onderdelen zijn weergegeven relatief ten opzichte van de totale werkgelegenheid (=werkzaam personeel + tekorten). Merk op dat de figuur bij 75% begint, om op die manier in te kunnen zoomen op de tekorten. De labels bij iedere staaf geven de omvang van het betreffende tekort aan in fte. Figuur 6: Tekorten aan leraren - gemeente 100%

87

35

82

95% 389

136

345

56

16

124

50 80%

217

95 25 39

40 80

3,075

2,622

Amsterdam

's-Gravenhage

997

46

33 60

90%

85%

67

2,968

1,846

Rotterdam

Utrecht

75%

Almere

vervuld naar wens

verborgen vervanging

verborgen regulier

openstaand regulier

openstaande vervanging

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

25

Het valt op dat Almere, Amsterdam en ’s-Gravenhage erg vergelijkbaar zijn in de relatieve omvang en de verdeling van de tekorten over de verschillende categorieën. Rotterdam en Utrecht wijken daarvan af, maar die zijn onderling weer redelijk vergelijkbaar. De verborgen reguliere tekorten vormen het grootste deel van de totale tekorten. Het totale tekort loopt op tot maximaal ongeveer 20% van de werkgelegenheid.

3.2.2

De mate waarin scholen met een verschillend tekort te maken hebben

In een histogram kan worden bekeken welk deel van de vestigingen in een bepaalde tekortcategorie valt. We hebben in Figuur 7 de verdeling van het totale tekort (openstaande en verborgen tekorten, regulier en vervanging) opgenomen. We zien bijvoorbeeld dat 11% van de vestigingen aangeven geen tekort te hebben. Ter vergelijking, buiten de G5 rapporteert 37% van de scholen geen tekort te hebben (zie sectie 2.2.1). Verder rapporteert 13% van de vestigingen een tekort van meer dan 30%. Figuur 7: Verdeling van vestigingen over categorieën van tekorten aan leraren 14% 12% 10% 8%

6% 4% 2%

3.2.3

> 30%

28% - 30%

26% - 28%

24% - 26%

22% - 24%

20% - 22%

18% - 20%

16% - 18%

14% - 16%

12% - 14%

10% - 12%

8% - 10%

6% - 8%

4% - 6%

2% - 4%

0% - 2%

0%

0%

De manier waarop tekorten worden ingevuld

Vestigingen hebben bij de uitvraag aangegeven of ze openstaande vacatures hadden en ook of ze verborgen tekorten hadden. Tevens hebben ze aangegeven hoe ze een verborgen tekort momenteel hebben ingevuld. In Tabel 28 tot en met Tabel 32 zijn de uitsplitsingen in fte per gemeente weergegeven (zie ook bijlage A.2 voor een toelichting op de categorieën). Daarbij zijn ook extra kolommen opgenomen waarin het tekort respectievelijk wordt gerelateerd aan het totaal aantal fte verborgen tekorten, het totale tekort in fte en de werkgelegenheid (bij de gemeten vestigingen) in fte. We zien bijvoorbeeld in Tabel 28 dat 87% van de verborgen tekorten in Almere intern is ingevuld en dat het totale tekort ongeveer 19% van de totale werkgelegenheid in Almere bedraagt. Amsterdam en Utrecht wijken op dit punt wat af van de andere gemeenten met respectievelijk 78% en 73% intern ingevulde verborgen tekorten. Daarnaast hebben Almere, Amsterdam en ’s-Gravenhage een vergelijkbare verdeling van openstaande en verborgen tekorten (ongeveer 22% openstaand), en wijken Rotterdam en Utrecht daarvan af, met respectievelijk 27% en 34% openstaande vacatures.

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

26

Als we naar details van de invulling van verborgen tekorten kijken, zien we dat deze met name worden ingevuld met onbevoegden. De tweede belangrijkste categorie om verborgen tekorten op te lossen wordt gevormd door de zijinstroom. Utrecht (Tabel 32) wijkt af van de andere gemeenten omdat daar de invulling gelijkelijk gebeurt met zijinstroom, bevoegd ambulant personeel en onbevoegden. Tot slot zien we bijvoorbeeld dat het vervangingstekort in Amsterdam ongeveer 180 / 3.730 = 4,8% bedraagt. Merk op dat de tekorten in dit onderzoek uitgedrukt worden ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Stel dat de benodigde vervanging ten gevolge van langdurig (ziekte)verzuim in Amsterdam 6% bedraagt, dan kan voor ongeveer 80% van die vervanging in Amsterdam geen gewenste oplossing worden gevonden. Tabel 28: Tekorten aan leraren - Almere aantal vestigingen werkzaam werkgelegenheid

68 997 1.234 regulier

vervanging

totaal

totaal

170

66

- openstaand

35

16

- verborgen

136

50

186

verborgen, intern ingevuld

118

45

- zijinstroom

38

8

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

237

100%

19,2%

51

22%

4,1%

100%

78%

15,1%

162

87%

68%

13,1%

46

25%

19%

3,7%

- bevoegd ambulant

8

2

10

5%

4%

0,8%

- onbevoegd

69

33

103

55%

43%

8,3%

- groep opgesplitst

2

1

3

2%

1%

0,3%

verborgen, extern ingevuld

18

6

24

13%

10%

1,9%

- uitzendkracht, bevoegd

5

3

7

4%

3%

0,6%

- uitzendkracht, onbevoegd

4

0

4

2%

2%

0,3%

- zzp'er

6

1

7

4%

3%

0,6%

- anders

4

1

5

3%

2%

0,4%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

27

Tabel 29: Tekorten aan leraren - Amsterdam aantal vestigingen

172

werkzaam

3.075

werkgelegenheid

3.730 regulier

vervanging

totaal

totaal

476

180

- openstaand

87

56

- verborgen

389

124

513

verborgen, intern ingevuld

316

84

400

- zijinstroom

106

27

133

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

656

100%

17,6%

143

22%

3,8%

78%

13,8%

78%

61%

10,7%

26%

20%

3,6%

100%

- bevoegd ambulant

23

10

32

6%

5%

0,9%

- onbevoegd

185

43

228

44%

35%

6,1%

- groep opgesplitst

2

5

7

1%

1%

0,2%

verborgen, extern ingevuld

73

40

113

22%

17%

3,0%

- uitzendkracht, bevoegd

25

11

36

7%

5%

1,0%

- uitzendkracht, onbevoegd

12

9

21

4%

3%

0,6%

- zzp'er

30

18

48

9%

7%

1,3%

- anders

6

3

9

2%

1%

0,2%

regulier

vervanging

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

427

120

547

100%

17,3%

- openstaand

82

40

122

22%

3,9%

- verborgen

345

80

425

100%

78%

13,4%

verborgen, intern ingevuld

295

66

361

85%

66%

11,4%

- zijinstroom

71

10

81

19%

15%

2,6%

- bevoegd ambulant

17

16

32

8%

6%

1,0%

- onbevoegd

193

33

226

53%

41%

7,1%

- groep opgesplitst

15

7

22

5%

4%

0,7%

verborgen, extern ingevuld

49

15

64

15%

12%

2,0%

- uitzendkracht, bevoegd

16

7

22

5%

4%

0,7%

- uitzendkracht, onbevoegd

13

4

16

4%

3%

0,5%

- zzp'er

14

1

16

4%

3%

0,5%

- anders

7

3

10

2%

2%

0,3%

Tabel 30: Tekorten aan leraren – ‘s-Gravenhage aantal vestigingen

143

werkzaam

2.622

werkgelegenheid

3.169

totaal

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

28

Tabel 31: Tekorten aan leraren - Rotterdam aantal vestigingen

159

werkzaam

2.968

werkgelegenheid

3.345 regulier

vervanging

totaal

totaal

284

93

- openstaand

67

33

- verborgen

217

60

277

verborgen, intern ingevuld

199

52

- zijinstroom

60

11

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

377

100%

11,3%

100

27%

3,0%

100%

73%

8,3%

251

91%

66%

7,5%

72

26%

19%

2,1%

- bevoegd ambulant

15

11

26

9%

7%

0,8%

- onbevoegd

113

27

141

51%

37%

4,2%

- groep opgesplitst

10

2

12

4%

3%

0,4%

verborgen, extern ingevuld

18

9

26

9%

7%

0,8%

- uitzendkracht, bevoegd

4

1

5

2%

1%

0,2%

- uitzendkracht, onbevoegd

7

3

10

4%

3%

0,3%

- zzp'er

3

1

4

2%

1%

0,1%

- anders

3

3

7

2%

2%

0,2%

regulier

vervanging

totaal

% van verb.

% van totaal

% van werkgel.

totaal

141

64

205

100%

10,0%

- openstaand

46

25

71

34%

3,4%

- verborgen

95

39

135

100%

66%

6,6%

verborgen, intern ingevuld

73

25

98

73%

48%

4,8% 1,4%

Tabel 32: Tekorten aan leraren - Utrecht aantal vestigingen

98

werkzaam

1.846

werkgelegenheid

2.051

- zijinstroom

21

7

28

21%

14%

- bevoegd ambulant

25

6

31

23%

15%

1,5%

- onbevoegd

20

9

29

21%

14%

1,4%

- groep opgesplitst

7

3

10

8%

5%

0,5%

verborgen, extern ingevuld

22

14

36

27%

18%

1,8%

- uitzendkracht, bevoegd

9

4

13

10%

6%

0,6%

- uitzendkracht, onbevoegd

0

1

1

0%

0%

0,0%

- zzp'er

13

5

18

13%

9%

0,9%

- anders

0

4

5

4%

2%

0,2%

Personeelstekorten primair onderwijs – peildatum 1 oktober 2022

29

3.2.4

Tekorten aan regulier personeel versus tekorten vervanging

In deze sectie bekijken we het onderscheid van reguliere tekorten versus tekorten bij vervanging in meer detail. De verdeling van vestigingen over de verschillende categorieën is opgenomen in Tabel 33. We zien in die tabel dat relatief veel vestigingen met een tekort in categorie 2 (alleen reguliere tekorten) vallen. Het is uiteraard mogelijk dat een vestiging geen vervangingstekorten heeft. Categorie 4 is opvallend, maar op basis van de beschikbare gegevens kunnen we die niet buiten beschouwing laten in de analyses (zie ook de toelichting in sectie 2.2.3). Tabel 33: Aantal vestigingen per categorie regulier versus vervanging

categorie

beschrijving

vestigingen

aandeel

1

geen tekort

71

11%

2

alleen reguliere tekorten

244

38%

3

alleen vervangingstekorten

27

4%

4

reguliere tekorten = vervangingstekorten (>0)

45

7%

5

overig

253

40%

3.2.5

Tekorten naar stadsdeel

In deze sectie tonen we in Tabel 34 tot en met Tabel 38 een andere doorsnede van de dataverzameling, namelijk naar staddeel per gemeente. Een stadsdeel is gelijk aan een wijk, behalve voor Almere, Amsterdam en ‘s-Gravenhage, waar diverse wijken zijn samengenomen om te kleine aantallen te voorkomen. De wijk van een vestiging is bepaald met behulp van een koppeling van het vestigingsadres (postcode + huisnummer) met de gemeente-wijk-buurtdata van het CBS.22 Opvallend is met name dat tekorten erg kunnen verschillen per stadsdeel. Zo is de problematiek in Almere Poort en Almere Stad West ongeveer vier keer zo groot als in Almere Hout. In ‘s-Gravenhage springt het Laak er in negatieve zin uit en in Amsterdam is de problematiek in stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost veruit het grootste. Tabel 34: Tekorten aan leraren - stadsdelen Almere fte stadsdeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9ad8960f-0e43-4523-b295-746ce7916045