22bb442 Bijlage behorende bij 22bb441 over rapport Staat van de stad 2021
Tekst van het document
i V”"**
lit ill III lí
ÄM'ÍSM ii iiii'H mi ti ii in | [|| 11
i
in
ii
*
hi
n!Ja,l| Wřf lim-t*
«MIX U' IW«Mķ
Mi,
V'.«T\
Staat van de stad 2021
Onderzoek en Business Intelligence
Gemeente Rotterdam
Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI)
Datum: 2 december 2021 Eindredactie: Matthieu Permentier, Marn van Rhee, Netty van Veelen Fotografen: Robin Utrecht (pag.16). Guido Pijper (pag.108), Hester Blankestijn (Pag.66) Met medewerking van: Justine Anschutz Sarah Boer Martijn Epskamp Özcan Erdem Coreline Geneugelijk Paul de Graaf Carolien de Haan Marco Hoppesteyn Frans Moors Anita Nanhoe Annemarie Roode Gea Schouten Mark van der Valk Chris de Vries Wim van der Zanden
Vragen:
2
onderzoek@rotterdam.nl
Voorwoord 2020 en 2021 waren bijzondere jaren. Wie had ooit gedacht dat we een groot deel van deze periode zo veel mogelijk thuis zouden werken, dat leerlingen on line les kregen, dat er nauwelijks files waren en dat sportscholen hun activiteiten op straat gingen uitvoe ren.
Het gemeentebestuur wil met haar beleid zo goed mogelijk rekening houden met wat er speelt in de stad. Daarvoor moet het bestuur informatie krijgen die geschikt is als basis voor goed beleid. De Staat van de Stad biedt deze basis. Het nieuwe college kan mede hierdoor de juiste keuzes maken om verder te bouwen aan onze bijzondere stad. Bovendien biedt
Iedere twee jaar verschijnt de Staat van de Stad. Ver
dit rapport de clusters de mogelijkheid om stil te
deeld over meerdere thema's beschrijft dit rapport
staan bij het eigen beleid: hoe ziet dit eruit en kunnen
hoe de stad ervoor staat. Naast allerlei objectieve ge
we, op basis van de Staat van de Stad, dit beleid nog
gevens als inkomen en economie levert de Staat ook
verder verbeteren?
informatie over meer subjectieve onderwerpen als welzijn en samenleving.
Mr. A.H. (Ahmed) Kansouh Concerndirecteur BCO
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
9
2
Corona
11
3
4
2.1
Zorg
12
2.2
Arbeid en economie
13
2.3
Thuiswerken en mobiliteit
14
2.4
Welbevinden
14
Bevolking 3.1
Inwoners en huishoudens
16
3.2
Bevolkingsontwikkeling
18
3.3
Levensverwachting
19
3.4
Bevolkingsprognose
20
3.5
Bevolking naar opleidingsniveau
22
Arbeid en economie 4.1
Beroepsbevolking
23 24
4.1.1
Opleidingsniveau
24
4.1.2
Arbeidsparticipatie
25
4.2
Werkloosheid en uitkeringen
26
4.3
Arbeidsrelaties
27
4.3.1
Arbeidsduur en -vorm
27
4.3.2
Garantiebanen, begeleid- en beschut werk
28
4.4
Werkgelegenheid
28
4.4.1
Ontwikkeling werkgelegenheid
28
4.4.2
Werkgelegenheid naar sector
29
4.4.3
Werkgelegenheid in het haven-industrieel complex
30
4.5
Vacatures
30
4.5.1
Vacatures naar beroepen
30
4.5.2
Vacatures naar opleidingsniveau
31
4.6
5
16
Economische dynamiek
31
4.6.1
Oprichtingen en faillissementen
31
4.6.2
Omzetgroei en krimp
32
Materiële welvaart
33
6
5.1
Inkomensverdeling
34
5.2
Inkomensbron
35
5.3
Bijstandsuitkeringen en bijstandsdichtheid
36
5.4
Vermogen
36
5.5
Omvang en ontwikkeling van armoede
37
5.6
Kenmerken van de doelgroep van het armoedebeleid
38
5.7
Rotterdammers met een geregistreerde problematische schuld
41
Onderwijs 6.1
Aantal leerlingen en studenten in Rotterdam
44
6.2
Het jonge kind
44
6.3
Primair onderwijs
45
6.3.1
Schooladviezen
45
6.4
Referentieniveaus
45
6.5
Voortgezet onderwijs
46
6.5.1
Op- en afstroom
46
6.5.2
Aandeel havo/vwo leerlingen
47
6.5.3
Slaagpercentages
47
6.6
Voortijdig schoolverlaters (VSV)
48
6.7
Mbo
48
6.7.1 6.8
7
43
Mbo naar niveau en naar richting
49
Sterke schouders en hoogopgeleiden
49
6.8.1
Studenten
49
6.8.2
Sterke schouders
50
6.8.3
Opleidingsniveau
50
Gezondheid 7.1
COVID-19
52 53
7.1.1
Vaccinatiegraad
53
7.1.2
Positief getest
53
7.2
Gezondheid
54
7.2.1
Ervaren Gezondheid
54
7.2.2
Perinatale sterfte en vroeggeboorte
55
7.2.3
(Gezonde) Levensverwachting
55
7.2.4
Chronische aandoeningen
57
7.2.5
Dementie
57
7.2.6
Beperkingen in dagelijks levendoor gezondheidsproblemen
58
5
7.2.7 7.3
59
7.3.2
Mantelzorg
60
Zorggebruik
61
7.4.1
Jeugdzorg
61
7.4.2
Vaccinatie
62
Leefstijl
63
7.5.1
Roken
63
7.5.2
Overgewicht
64
7.5.3
Overmatig drankgebruik
64
7.5.4
Bewegen
65
Subjectief welzijn
66
8.1
Tevreden met het leven
67
8.2
Ervaren regie over het eigen leven
67
8.3
Rotterdammers die zich gelukkig voelen
68
Vrije tijd
69
9.1
Tevredenheid over de hoeveelheid vrije tijd
70
9.2
Sport en bewegen
70
9.3
Cultuur
72
9.4
Groen in de stad
73
9.5
Toerisme
73
9.6
Informele zorg en vrijwilligerswerk
74
10 Samenleving
76
10.1 Contact met familie, vrienden of buren in de vier grote steden
77
10.2 Sociale cohesie woonbuurt
77
10.3 Zelfredzaamheid, samenredzaamheid en participatie
78
10.4 Mantelzorg
79
10.5 Informele zorg en vrijwilligerswerk
80
10.6 Vertrouwen in instituties en anderen
81
10.7 Discriminatie
82
10.7.1
Ervaren discriminatie
82
10.7.2
Meldingen discriminatie
83
10.8 Eenzaamheid
6
59
Zelfredzaamheid, samenredzaamheid en participatie
7.5
9
Sociale omgeving
58
7.3.1
7.4
8
Psychisch welzijn
83
10.9 Belangrijkste problemen in Rotterdam
84
10.10 Interesse in de plaatselijke politiek
85
10.11 Economische zelfstandigheid
85
11
Veiligheid 11.1
Leeswijzer
87 87
11.2 Diefstal
88
11.3 Bedreiging en mishandeling
89
11.4 Drugsmisdrijven
90
11.5 (On)veiligheidsbeleving
91
11.6 Jeugd
93
12
Duurzaamheid en milieu
94
12.1 Energieverbruik van woningen
95
12.2 Energielabels van woningen
95
12.3 Elektrificering
96
12.4 Klimaatadaptatie
97
12.5 De Rotterdammer en milieuproblemen
97
12.6 Circulair gedrag van de Rotterdammer
98
12.7 Luchtkwaliteit: stikstofdioxide en fijnstof
99
12.8 CO2 uitstoot
100
13
Wonen
101
13.1 Woningvoorraad naar eigendom
102
13.2 Bouwperiode
102
13.3 Woningtype
102
13.4 Marktwaarde
103
13.5 De koopwoningmarkt
103
14
Mobiliteit
105
14.1 Verkeersintensiteit
106
14.2 Gebruik en bezit van vervoermiddelen
106
Bijlage A Sustainable Development Goals
112
7
', “-V
l-r- :
įèįĮár
y /ŗź
i.ľ V AO
Wm® nř . -‘* /ř5? '•■"-r^v\ m •vìí íMā, "íŵr
Eãp&ļ A'»* ēg&îp
■ŵv*
'
.'V
••ľ^'-'-v .f« Ei
1 Inleiding
i 'iiffltiii
"" mil mi'' ”mm Hllfar iiiiihiiiiiiiiiii ■■■« HU rvrtia Uil mu.. iiiiihiiiiiiiiiii
■iŕ ’ - " rl I
Tim
SBIl!' *
r nn
rr«r íįįįlnii .. ............................
IIIIP'
P||H|
rrmr hj
ram ķ mrrr |
i áí """" I
i*
ftk ili mill
i in mimiiiurm11
x im • ««« iiifĮ' i
'Sar'imi ST.jT
' įļ—
' II' ml' III II r in III IIIII r
^
iTįļ HBS BB!
mss!'! J "i Ľ
IK » *A
Įtíii lr|R BEI 1 Bí ÍBBB BS I 'IBS BSEí BB I
iiiiiiiiiiiiiiiiiriMiiiiiiiiin ľ ini n mi iiirf iii mr jii iiininh nu iriu mi iir IIII II lllllll INI 111 i in ui mi ii ii in r 'iinniiiiii mini hun ü ill ui in limn mr i
mill III II! Ill Ill III! II I! Lin lil lllllll lí rJ 11 i ir’»
ľ
'lí m vv.
I -ĨSå Bil
k&I -
IIĮlfl.
■ ri Sc
Hoe gaat het met de schoolprestaties van onze
Bij brede welvaart gaat het niet alleen om thema's als
jeugd? Hoeveel banen zijn er, en zijn dat er meer of
inkomen en economie maar ook om andere thema's
minder geworden? Wat kost een huis gemiddeld?
die belangrijk zijn voor de levenskwaliteit van de be
Hoe gezond zijn we? Hoe zien we de coronacrisis te
volking zoals gezondheid, welzijn en samenleving.
rug in Rotterdam? Deze vragen komen aan bod in de
Een deel van dit welvaartsbegrip heeft raakvlakken
Staat van de Stad 2021.
met de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (Sustainable Development Goals,
In deze Staat van de Stad is het uitgangspunt het
SDG's). Daarmee is in vergelijking met de vorige edi
brede welvaartsbegrip zoals gebruikt in de Monitor
tie van de Staat van de Stad nu meer aandacht voor
Brede Welvaart van het CBS.
thema's als welzijn, samenleving en milieu. Natuurlijk
Inleiding - Hoofdstuk 1
9
-
ontbreekt ook het onderwerp corona niet omdat het
verlaagt de kans op transmissie en ziekenhuisop
op verschillende thema's een belangrijke impact
name. In Rotterdam blijft de vaccinatiegraad duide
heeft.
lijk achter bij de andere grote steden.
Met de Staat van de Stad laten we op hoofdlijnen
Ook op andere onderwerpen in deze Staat van de
zien hoe Rotterdam ervoor staat en zich ontwikkelt.
Stad hebben corona en de maatregelen van de rijks
Het biedt een overzicht van de meest veelzeggende
overheid (anderhalve meter samenleving, tijdelijk
cijfers over de verschillende beleidsterreinen. Daar
sluiten van scholen, sportclubs en cafés en restau
mee kan het ook gebruikt worden als achtergrondin
rants) invloed. Mensen zijn meer thuis gaan werken
formatie bij de onderhandelingen over het nieuwe
wat onder meer de verkeerssituatie beïnvloedt. Ver
collegeprogramma van het College van B&W.
der heeft corona geleid tot een andere vrijetijdsbe
Bij het tot stand komen van deze editie is overleg ge
steding en een veranderd welzijn.
weest met beleidsmedewerkers van de clusters, de
Daarnaast zien we dat de ontwikkeling van de bevol
bestuurlijk adviseurs, concernstrategen en onderzoe
king duidelijk veranderd is door corona onder meer
kers van Onderzoek en Business Intelligence (OBI)
door de (tijdelijke) afname van de groep immigran
over de op te nemen thema's en indicatoren.
ten. De maatregelen hebben ook weerslag op de ar beidssituatie en het inkomen. In dit rapport hebben
Het rapport is opgebouwd uit dertien hoofdstukken
we een apart hoofdstuk over de invloed van corona
die elk een onderwerp behandelen. Per hoofdstuk
opgenomen. Daarnaast wordt ook in de andere
zijn, in overleg met beleid, de meest veelzeggende
hoofdstukken de invloed van corona besproken.
cijfers geselecteerd. Daarbij is zoveel mogelijk ge
Vraag is daarbij wat de lange termijn invloed van co
bruik gemaakt van cijfers die over een langere peri
rona zal zijn.
ode zijn gemeten en die voor de vier grote steden be schikbaar zijn. Dat maakt het mogelijk om de Rotter
Ieder hoofdstuk begint met een samenvatting van de
damse ontwikkelingen te vergelijken met ontwikke
belangrijkste bevindingen. Wanneer in de tekst geen
lingen in de andere grote steden. Voor die vergelij
gemeente genoemd wordt, gaat het steeds om een
king worden centraal beschikbare bronnen gebruikt
Rotterdams cijfer. Deze Staat van de Stad beschrijft
en deze kunnen op detailniveau afwijken van de cij
de onderwerpen op gemeenteniveau. De bronnen zijn
fers die door de beleidsafdeling van de gemeente
vermeld bij de onderwerpen. Wanneer een lezer geïn
Rotterdam worden gebruikt.
teresseerd is in informatie op een lager geografisch
Het rapport vermeldt geen Nederlandse cijfers.
niveau, kan hij/zij op verschillende websites terecht
Vooral door verschillen in bevolkingsopbouw en wo
zoals Onderzoek010.nl, het Rotterdamse wijkprofiel
ningaanbod zegt een vergelijking met Nederland
en Gezondheidinkaart.nl. Tot slot passen sommige in
minder dan vergelijking met de G4.
dicatoren bij meerdere hoofdstukken en deze komen
We gebruiken zoveel mogelijk de meest recente cij
dan ook in meerdere hoofdstukken terug.
fers, hoewel het meest recente beschikbare jaar ver schilt per onderwerp. De afgelopen anderhalf jaar heeft corona een grote rol in Nederland en ook in Rotterdam gespeeld. In te genstelling tot de vorige editie van de Staat van de Stad kunnen we meer ingaan op de invloed van co rona op de verschillende onderwerpen. Corona heeft een duidelijke impact op de gezondheid van de bevolking. Een relatief groot deel van de Rot terdammers is in een ziekenhuis opgenomen en ook kent Rotterdam relatief veel overledenen. Een vaccin
10
Inleiding - Hoofdstuk 1
2 Corona
Het coronavirus heeft de wereld vanaf begin 2020
Zoektocht naar herstel, een onderzoek
sterk veranderd. Bij het opstellen van deze publi
naar de gevolgen van de coronacrisis voor
catie (november 2021) heeft het virus nog steeds
Rotterdamse zelfstandigen
een enorme impact.
De maatschappelijke impact van corona in
Tijdens de coronapandemie zijn in Rotterdam op
Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Ne
diverse terreinen onderzoeken uitgevoerd en is er
derland
een speciaal coronadashboard ontwikkeld. De be
(Thuis)werken tijdens corona, een onder
langrijkste onderzoeken zijn:
zoek onder Rotterdamse ambtenaren
Corona - Hoofdstuk 2
11
2.1
Figuur 2.2.
Zorg
Aantal overledenen met corona per 10.000 in woners
De meeste impact heeft corona uiteraard op de zorg. In het vierde kwartaal van 2020 was het aantal opna mes op zijn hoogtepunt. In Rotterdam zijn vanaf dat moment aanzienlijk meer coronapatiënten opgeno men in het ziekenhuis, dan in de andere grote steden. Ook in 2021 was in Rotterdam het aantal opgenomen patiënten met corona ieder kwartaal hoger dan in de andere steden. Figuur 2.1.
Aantal ziekenhuisopnames van coronapatiënten per 10.000 inwoners Q1 '20 Q2 '20 Q3 '20 Q4 '20 Q1 '21 Q2 '21 Q3 '21
35 30
Rotterdam
•Amsterdam
Den Haag
■ Utrecht
25 Bron: RIVM 20
De gevolgen van uitgestelde operaties en diagnoses
15
bij niet-coronapatiënten zijn niet per gemeente in
10
kaart gebracht. Wel is bekend dat er ruim 300 dui
5
zend operaties landelijk zijn uitgesteld gedurende de coronapandemie. De uitgestelde zorg kostte in de
0 Q1 '20 Q2 '20 Q3 '20 Q4 '20 Q1 '21 Q2 '21 Q3 '21
eerste corona golf tussen de 34 tot 87 duizend le vensjaren, berekende het RIVM.
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
In het onderzoek 'De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam &
Bron: RIVM
Nederland' zijn onder andere vragen gesteld over Tijdens het tweede kwartaal van 2020 overleden er
zorgmijding en zorguitstel. Ongeveer één op de zes
in Rotterdam, maar ook in Den Haag, aanzienlijk
respondenten geeft aan vanwege corona niet zo snel
meer personen aan corona dan in de andere twee
naar de huisarts te zullen gaan en een bijna even
grote steden. In het vierde kwartaal van 2020 week
grote groep geeft aan dat ze op dat moment (juli
het aantal sterfgevallen in Rotterdam opvallend on
2020) bepaalde medische zorg niet krijgen vanwege
gunstig af van de andere drie grote steden.
de coronapandemie.
Het aantal sterfgevallen in het tweede kwartaal van 2020 was in verhouding tot het aantal opgenomen patiënten in de ziekenhuizen erg hoog. In die periode zijn vooral veel bewoners van verpleeghuizen aan co rona overleden. Een groot deel daarvan is nooit opge nomen geweest in het ziekenhuis.
12
Corona - Hoofdstuk 2
Figuur 2.3.
Zorgmijding en zorguitstel, juli 2020
2.2
Arbeid en economie
25Z
De maatregelen om het verspreiden van het corona-
20Z
virus te beperken hebben een grote economische im pact gehad. Onder andere was er financiële steun om
15Z
een groot deel van de salarissen van werknemers te 10%
betalen, voor wie door de maatregelen geen werk was. In de periode 20 maart 2020 tot 1 oktober 2021 konden door de coronapandemie geraakte onderne
0Z Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
mers gebruik maken van Tozo (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Onderne
M niet zo snel naar huisarts
mers van wie het inkomen door de pandemie onder
3 medische behandeling onthouden
Bron: De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland
het sociaal minimum zakte, konden in het kader van deze regeling bij de gemeente een aanvullende uitke ring aanvragen. In Rotterdam hebben in totaal ruim
Vaccinatie wordt over het algemeen gezien als de be langrijkste oplossing om uit de coronacrisis te raken. In Rotterdam is de vaccinatiegraad iets lager dan in Den Haag. Het verschil met Amsterdam en met name Utrecht is nog groter. Gemiddeld is de vaccinatie graad in Rotterdam lager dan in de andere steden. Vooral in de sociaaleconomisch zwakkere wijken is de vaccinatiegraad relatief erg laag. In een aantal
15 duizend ondernemers van deze regeling gebruik gemaakt. Het aantal faillissementen in Rotterdam was in 2020 mede daardoor, ondanks de economi sche malaise, lager dan het jaar ervoor. Ook in de eer ste helft van 2021 is het aantal faillissementen in Rot terdam lager dan de voorgaande jaren. De enorme economische krimp landelijk van 8,5 pro cent in het tweede kwartaal van 2020 was de groot ste krimp ooit. Mede door de diverse steunpakketten
wijken is deze niet hoger dan 50 procent.
en de economische veerkracht verwacht het CPB Figuur 2.4.
Vaccinatiegraad, volledig gevaccineerden, 3 11-2021
voor 2021 een economische groei van 4 procent. Het toenemend vertrouwen zien we terug bij de afne
90Z
mende angst bij werknemers om door corona hun
80Z
baan te verliezen. 700Zo
Figuur 2.5.
600Zo
Percentage werknemers dat bang is door corona hun baan te verliezen
50Z 40Z 60Z 30Z 50Z 20Z 40Z 10Z 30Z 0Z Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
20Z 10Z
Bron: RIVM
In
I
0Z Rotterdam
Amsterdam apr-20
Den Haag
sep-21
Bron: De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland
Corona - Hoofdstuk 2
13
2.3
Thuiswerken en mobiliteit
Figuur 2.7.
Aan de oproep om zoveel mogelijk thuis te werken is
100
door grote groepen gehoor gegeven. Vooral tijdens
90
de eerste golf is er een sterke daling van de verkeers
80
intensiteit waar te nemen.
70
Het autogebruik volgt min of meer in tegengestelde
60
richting de coronabesmettingspieken. Het autoge
50
bruik zat halverwege 2020 en halverwege 2021 na
40
genoeg terug op het oude niveau.
30
Figuur 2.6.
Ontwikkeling gebruik openbaar vervoer (index cijfers, 24-2-2020 ^00)
20
Ontwikkeling autogebruik (indexcijfers, 27-1 2020 ^00
10 0
100 90 80 70
Bron: Coronadashboard (NDW)
60
Uit het onderzoek "(Thuis)werken tijdens corona"
50
bleek dat een zeer groot deel van de Rotterdamse
40
ambtenaren (verplicht) thuis werkte. Tevens bleek
30
dat er een grote behoefte was om naar kantoor te ko 20
men om collega's te ontmoeten, maar ook dat er be
10
hoefte was om na corona meer thuis te werken dan
0
men voor de coronapandemie deed. Ditzelfde beeld kwam uit een landelijk onderzoek van het SCP naar voren. Opvallend daarbij was dat werknemers in het
Bron: Coronadashboard (NDW)
bedrijfsleven iets minder thuis wilden (blijven) wer ken dan ambtenaren.
Het openbaar vervoer wordt nog steeds aanzienlijk minder gebruikt dan voor de coronapandemie. Ook
2.4
Welbevinden
hier zien we een dip tijdens de eerste en tweede coronagolf. De sluiting van de scholen speelt hierbij een
Volgens het SCP was het aandeel mensen met een
sterke rol.
laag psychisch welbevinden in de gehele bevolking in het najaar 2020 redelijk stabiel.1 Dit geldt echter niet voor verschillende subgroepen zoals jongvolwasse nen, studenten en scholieren, maar ook voor mensen die een naaste hebben die ernstig ziek werd of over leed door het virus. Ook mensen die naar eigen zeg gen een hoger risico hebben om ernstig ziek te wor den als zij besmet raken hebben een lager psychisch welbevinden dan anderen. Daarnaast zijn mensen met dreigend baanverlies en zelfstandig onderne mers kwetsbaar voor een lager welbevinden.
1 Bron: SCP (2021) Een jaar met corona: gezondheid en sociale contacten.
14
Corona - Hoofdstuk 2
In het onderzoek "De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam Å Nederland" (2021) zijn een aantal vragen voorgelegd over het mentaal welbevinden van de respondent sinds de coronapandemie. In de drie grootste steden is ruim een kwart vaker gestrest. Ruim een kwart heeft het gevoel niks te hebben om naar uit te kijken. Een iets kleiner deel voelt zich vaker angstig sinds de coronapandemie. De verschillen tussen de drie ste den zijn klein. Figuur 2.8.
Mentaal welbevinden sinds de coronapande mie, september 2021
35'^ 300Zo 25^0 20^0 Ĵ.5% t.0% 50,í 007o Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
M voel ik me vaker angstig
0 ben ik vaker gestresst EZ heb niets om naar uit te kijken
Bron: De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland
Corona - Hoofdstuk 2
15
3 Bevolking
,/íJEs
fOŕ
Het aantal inwoners in Rotterdam is de laatste 10
3.1
Inwoners en huishoudens
jaar met 41 duizend gegroeid. In het coronajaar
16
2020 is de bevolkingstoename relatief beperkt ge
Op 1 januari 2021 telde Rotterdam 651 duizend inwo
bleven; een vergelijkbare ontwikkeling deed zich
ners. In de voorgaande tien jaren groeide de stad met
voor in de andere grote steden. De beperkte groei
gemiddeld bijna 4.100 personen per jaar. Daarbij bleef
is het gevolg van een relatief hoge sterfte onder
de bevolkingsgroei in het coronajaar 2020 met iets
ouderen en een lage vestiging in Rotterdam vanuit
minder dan 700 personen zeer sterk achter. Dit had
het buitenland. Gelijktijdig was er dat jaar een
grotendeels te maken met de coronapandemie die
toename van het vertrek van personen naar an
leidde tot 1) minder vestiging vanuit het buitenland en
dere Nederlandse gemeenten.
2) meer sterfgevallen onder ouderen. Tegelijkertijd
Bevolking - Hoofdstuk 3
was er meer vertrek naar andere gemeenten. De drie
geldt dat de grens tussen intra- en extramurale zorg
andere grote steden kenden in 2020 ook relatief wei
vervaagt en dat is beleidsgestuurd.
nig bevolkingsgroei. Figuur 3.2. Figuur 3.1.
Bevolkingsontwikkeling vier grote steden (x 1.000)
Aandeel bewoners in instellingen
307o
1.000.000 900.000 207o
800.000 700.000 600.000 500.000
r/o
400.000 300.000 200.000
00Zo
100.000
'11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
'21
0 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS Statline
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS Statline
Huishoudens
Inwoners in instellingen In 2021 telt Rotterdam 330 duizend particuliere huis Zo'n 10 duizend inwoners van Rotterdam verblijven
houdens, dat zijn er 20 duizend méér dan tien jaar eer
in 2021 in een instelling; 1,5 procent van alle Rotter
der. Gemiddeld genomen bestaat een Rotterdams huis
dammers. Het gaat om instellingen zoals verpleeg-,
houden uit iets minder dan twee personen (1,95). Dat is
en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke
wat groter dan het gemiddelde in Amsterdam (1,80),
gezondheidszorg, instellingen voor verstandelijk, li
iets kleiner dan in Den Haag (2,00) en vergelijkbaar met
chamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen
Utrecht. Door de tijd heen zijn deze cijfers vrij constant,
voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten,
in tegenstelling tot de daling op landelijk niveau.
gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zul len) verblijven. In de afgelopen jaren was het Rotterdamse aandeel inwoners in instellingen vrij stabiel en dat komt over een met het landelijke beeld. Ook in Den Haag ligt het aandeel al langere tijd op ongeveer 1,5 procent. In de andere twee G4-gemeenten is er recentelijk wat meer dynamiek, zowel in aantallen als procentueel gezien. In Amsterdam gaat het om een geleidelijke toename, terwijl er in Utrecht sprake lijkt van een af name. De historische percentages variëren tussen (onge veer) 1 en 1,5 procent. Het duiden van verschillen in aantallen en/of aandelen is erg lastig. Onder anderen
Bevolking - Hoofdstuk 3
17
Figuur 3.3.
Gemiddelde huishoudenomvang van particuliere huishoudens
Figuur 3.4.
Aandeel huishoudens met kinderen
35'^ 300Zo 25^0 20^0 15% 10% 5% 007o '11
'11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
'21
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
'21
Bron: CBS Statline
3.2
Bron: CBS Statline
Een andere opvallende trend van het laatste decen nium is die van de demografische vergrijzing. Het ou der worden van de Nederlandse bevolking vertaalt zich daarbij in de ontwikkeling van huishoudens, zo
Bevolkingsontwikkeling
De bevolkingsontwikkeling van een gemeente wordt grofweg bepaald door samenspel van drie compo nenten, te weten 1)
als een mogelijke afname van het aandeel huishou dens met kinderen. Landelijk is de afname van huis
minus het aantal sterfgevallen), 2)
houdens met kinderen duidelijk aanwezig, maar in de
stabiel, terwijl in Utrecht een groei plaatsvindt van huishoudens met kinderen. De Utrechtse groei komt
het binnenlands migratiesaldo (vestigers vanuit andere gemeenten minus vertrek
grote steden zien we deze ontwikkeling niet (duide lijk) terug. In Rotterdam is dit type huishoudens vrij
de natuurlijke groei (het aantal geboorten
kers), 3)
het buitenlands migratiesaldo (vestigers uit buitenland minus vertrekkers naar buiten land).
waarschijnlijk door de bouw van enkele grote uitbreidingslocaties, waar huishoudens met kinderen zich doorgaans graag vestigen.
De Rotterdamse bevolking groeide tussen 2015 en 2019 jaarlijks met gemiddeld 5,3 duizend personen. In vergelijking met de Rotterdamse groei-componenten zijn die van de andere G4-gemeenten aanzienlijk groter. Ook in Den Haag en Amsterdam is buiten landse migratie een belangrijke "motor" voor bevol kingsgroei, en is het binnenlands migratiesaldo de laatste jaren (sterker) negatief geworden. Bij Utrecht is het belang van buitenlandse migratie verhoudings gewijs wat kleiner en speelt juist de natuurlijke groei een wat grotere rol. In Rotterdam speelt het binnen landse migratiesaldo een kleinere rol dan bij de an dere steden. Hoe ziet de bevolkingsontwikkeling eruit in het coronajaar 2020? Vergeleken met de eerdere jaren bleef de bevolkingsontwikkeling in 2020 duidelijk
18
Bevolking - Hoofdstuk 3
achter; in Rotterdam met bijna vijf duizend vergele
Figuur 3.6.
ken met de gemiddelde groei van de vier jaar ervoor. In alle steden daalde de natuurlijke groei door een toename van het aantal sterfgevallen (voor een deel
Bevolkingsontwikkeling in coronajaar 2020 naar componenten
15.000 10.000
als gevolg door corona). Alle grote steden zien daar naast een duidelijk negatief binnenlands migratie
5.000
saldo; in Rotterdam en Amsterdam beduidend hoger
0
dan in de jaren daarvoor. Verder nam in 2020 overal
-5.000
het buitenlandse migratiesaldo sterk af door een dui delijke afname van het aantal immigranten. In de zomer van het meest recente jaar, 2021, her
-10.000 -15.000 Rotterdam Amsterdam
stelde de bevolkingsgroei zich in Rotterdam. Vaccins kwamen op grote schaal beschikbaar en de betere
Den Haag
Utrecht
M natuurlijke groei
bescherming leidde ook in Rotterdam tot minder
Ĩ2 binnenlands saldo
sterfgevallen. Verder werd het binnenlands migratie
El buitenlands saldo*
saldo minder negatief vanwege meer vestiging van
m resulterende ontwikkeling
uit de regio en veerde de buitenlandse migratie weer terug, vooral via instroom van personen met een ach tergrond uit China, India, Brazilië en ook uit de ove
*) inclusief administratieve correcties Bron: CBS Statline
rige EU-landen. Ook in Amsterdam en Den Haag
3.3
neemt de bevolkingsgroei weer toe.
Levensverwachting
In Rotterdam ligt de gemiddelde levensverwachting Figuur 3.5.
Bevolkingsontwikkeling vier grote steden 2015 t/m 2019 naar componenten (jaarlijkse gemiddelden)
in 2019 met 78 jaar (mannen) en ruim 82 jaar (vrou wen) lager dan het landelijk gemiddelde. De lagere levensverwachting in Rotterdam heeft mogelijk te
15.000
maken met kenmerken van de Rotterdamse bevol 10.000
king en de leefomgeving (Senten 2015). In Rotterdam wonen, evenals in andere grote(re) steden, relatief
5.000
veel alleenstaanden, laagopgeleiden, groepen met een laag inkomen, groepen zonder werk en deze
0
groepen hebben gemiddeld genomen een kortere le
-5.000
vensverwachting. Ook speelt de leefstijl (zoals rook gedrag) een rol bij de levensverwachting en ook hier
-10.000 Rotterdam Amsterdam
Den Haag
Utrecht
scoort Rotterdam relatief ongunstig (Volksgezondheidenzorg.info 2019). Ook de fysieke- en sociale
M natuurlijke groei
ū binnenlands saldo
leefomgeving speelt een rol bij de levensverwach
0 buitenlands saldo*
ting. Zo beïnvloedt de luchtverontreiniging in Rotter
m resulterende ontwikkeling
dam de levensverwachting ongunstig (Senten 2015).
*) inclusief administratieve correcties
In het meest recente jaar 2020 ligt het aantal sterfge-
Bron: CBS Statline
vallen in Rotterdam zo'n duizend hoger dan in de drie voorgaande jaren (Feitenkaart Bevolkingsmonitor Rotterdam, maart 2021). De oorzaak is het nieuwe coronavirus waarmee Nederland en de rest van de we reld in dat jaar te maken kreeg. De hogere sterfte heeft geleid tot een lagere statistische
Bevolking - Hoofdstuk 3
19
levensverwachting, zowel in Rotterdam, in andere
Figuur 3.8.
Levensverwachting vrouwen
steden, in geheel Nederland, evenals in veel andere landen. In 2020 is de gemiddelde levensverwachting voor Rotterdamse mannen bijna 78 jaar, voor vrou
84 83
wen 82 jaar. Met betrekking tot de lange termijn ont
82
wikkeling verwacht het CBS dat de stijgende lijn in
81
de levensverwachting ondanks de coronapandemie
80
op lange termijn waarschijnlijk niet nadelig beïn
79
vloed zal worden. Voor de korte termijn heeft het CBS
78
in haar nieuwste landelijke prognose de levensver
77
wachting wel aangepast.
76 75 '11
Figuur 3.7.
'12
Levensverwachting mannen
84
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
83 Bron: CBS Statline, bewerking OBI
82 81 80
- -r,. 71 .^R9ļMĴjļ
79 78 77 76 75 '11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
Rotterdam
—— Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS Statline, bewerking OBI
'20
3.4
Bevolkingsprognose
Voor inzicht in toekomstige ontwikkelingen wordt periodiek een gemeentelijke bevolkingsprognose op gesteld. De hier getoonde Rotterdamse prognose is opgesteld in het najaar van 2018. Op het moment van schrijven (najaar 2021) wordt door OBI gewerkt aan een nieuwe bevolkingsprognose. De onderstaande figuur geeft van elke G4-gemeente de historische bevolkingsontwikkeling sinds 2011, die na 2021 overgaat in de actuele gemeentelijke prognose tot en met 2030. Alle vier de steden ver wachten dat hun inwonertal weer verder zal groeien, na de recente onderbreking vanwege corona. Veruit de meeste groei wordt verwacht in (en door) ge meente Amsterdam, met ruim 75 duizend extra
20
Bevolking - Hoofdstuk 3
inwoners tussen 2021 en 2030. Rotterdam verwacht
sneller uitbreidt dan in het recente verleden. De
in 2030 bijna 30 duizend inwoners meer te hebben
Haagse en Utrechtse gemeentelijke prognoses zijn
dan in 2021. Dat is een lagere groeiverwachting dan
recenter, en ook zij verwachten de komende jaren
waar Den Haag op dit moment mee rekent (groei met
meer te kunnen gaan toevoegen. Amsterdam houdt
52 duizend inwoners). De Utrechtse prognose ver
rekening met iets minder dan het forse uitbreidings-
wacht in 2030 zo'n 63 duizend inwoners erbij te heb
tempo van de afgelopen jaren.
ben. Hoewel gemiddelde aantallen woningen een indica Figuur 3.9.
Historische bevolkingsontwikkeling en bevol kingsprognose grote steden 2011-2021 (histo risch) en 2022-2030 (prognose)
tie kunnen zijn voor de robuustheid van een bevol kingsprognose, zegt dit zeker niet alles. Het is bij voorbeeld bekend dat grote steden beschikken over
1.000.000
een zekere sponscapaciteit. Dit houdt kortgezegd in
900.000
dat in perioden van veel vraag naar stedelijk wonen,
800.000
er per toegevoegde woning meer bevolkingsgroei
700.000
plaatsvindt (bijvoorbeeld door het bewonen van niet-
600.000 500.000
woningen of het inwonen van verschillende huishou
400.000
dens in een woning) dan in perioden van weinig
300.000
vraag naar stedelijk wonen.
200.000 100.000
Figuur 3.10.
0 '11
'15
'21
'25 '30 (prognose) (prognose)
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Woningvoorraadtoename in de grote steden, gerealiseerd en verondersteld in gemeentelijke prognoses (jaarlijkse gemiddelden)
6.000
5.000 Prognose Rotterdam: 2018, Amsterdam: 2021, Den Haag 2021, Utrecht: 2020
4.000
Bron: CBS Statline en gemeentelijke prognoses, bewerking OBI 3.000
Een belangrijke voorwaarde voor bevolkingsgroei is uiteraard dat de extra inwoners ook met voldoende
2.000
tevredenheid kunnen wonen en daarom wordt in de gemeentelijke prognoses rekening gehouden met een haalbare/gewenste/noodzakelijke woningvoorraadontwikkeling. De figuur hieronder laat onder an
1.000
0 Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
deren zien met welke aantallen rekening is gehouden
■ gerealiseerd 2015-2021
door de verschillende gemeenten. In de Rotterdamse
E3 verondersteld in prognose 2021-2030
prognose uit 2018 is voor de periode 2021 tot 2030 rekening gehouden met jaarlijks gemiddeld 2.500 woningen erbij. Dat is conform het "Addendum
Prognose Rotterdam: 2018, Amsterdam: 2021, Den Haag 2021, Utrecht: 2020 Bron: CBS Statline en gemeentelijke prognoses, bewerking OBI
Woonvisie 2030" en heeft betrekking op de netto woningtoename, ofwel het verschil tussen het jaarlijks aantal toevoegingen en onttrekkingen. De figuur laat ook zien dat in de afgelopen zes jaren er jaarlijks ge middeld 1.200 woningen bij kwamen (ook netto uit breiding). Met andere woorden, Rotterdam verwacht voor de komende jaren dat haar woningvoorraad
Bevolking - Hoofdstuk 3
21
3.5
Bevolking naar opleidingsniveau
Hoogopgeleid zijn degenen die een afgeronde oplei ding op HBO of (bachelor) universitair niveau heb
Figuur 3.12.
Percentage hoogopgeleiden in de vier grote steden (15-75 jaar)
6oyo sore
ben. Van de Rotterdammers van 15 tot 75 jaar was in oktober 2020 31 procent hoogopgeleid.2 In oktober
4oy0
2019 was dit aandeel in Rotterdam nog 30 procent. Vergeleken met de andere grote steden, en vooral Amsterdam en Utrecht, kent Rotterdam relatief een
3or 2or
hoog aandeel laag- en middelbaar opgeleiden en een ior
laag aandeel hoogopgeleiden. Het opleidingsniveau van de Rotterdammers neemt gestaag toe. Deze toename zien we ook in de andere
or '13
'14
'is
'16
'17
'18
'19
'20*
grote steden terug. Aangezien het aandeel hoogop geleiden in alle steden een vergelijkbare stijging kent, blijft de achterstand van Rotterdam ten op zichte van de andere steden gelijk. Figuur 3.11.
1oor 9or 8or 7or 6or sor 4or 3or 2or 1or or '14 ■ laag
'1s
'16
'17
'18
ř. middelbaar
'19
'2o
Ehoog
Bron: CBS, SSB; bewerking OBI. Peildatum: 1 oktober * voorlopig cijfer
2 Dit betreft nog voorlopige cijfers
22
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS, SSB; bewerking OBI. Peildatum: 1 oktober * voorlopig cijfer
Opleidingsniveau van de totale Rotterdamse bevolking 15 tot 75 jaar
13
Rotterdam
Bevolking - Hoofdstuk 3
, j.
4 Arbeid en economie
1
Rotterdam en Den Haag hebben een lager opge
Het aantal vacatures in Rijnmond laat na een dip
leide beroepsbevolking dan Utrecht en Amster
tijdens het begin van de coronacrisis een forse
dam. De arbeidsparticipatie stijgt in alle vier de
stijging zien. Gedurende de afgelopen vijf jaar is
grote steden al vijf jaar op rij. De werkloosheid
het aantal vacatures voor hoogopgeleiden twee
daalt in de G4, maar is in Rotterdam hoger dan in
tot drie keer zo hoog als voor laagopgeleiden. Er is
de rest. Het aantal bijstandsuitkeringen is sinds
relatief veel vraag naar technisch personeel. In
de coronacrisis in alle vier de grote steden geste
alle vier de grote steden zet de flexibilisering van
gen. Rotterdam kent per duizend inwoners relatief
de arbeidsmarkt verder door.
veel bijstandsuitkeringen.
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
23
4.1
Beroepsbevolking
4.1.1
Opleidingsniveau
Figuur 4.1.
Opleidingsniveau van de totale Rotterdamse bevolking 15 tot 75 jaar
10007o
Hoogopgeleid zijn degenen die een afgeronde oplei ding op HBO of (bachelor) universitair niveau heb
9007o 8007o
ben. Van de Rotterdammers van 15 tot 75 jaar was in
7007o
oktober 2020 31 procent hoogopgeleid.3 In oktober
6007o
2019 was dit aandeel in Rotterdam nog 30 procent.
5007o
Vergeleken met de andere grote steden, en vooral
4007o
Amsterdam en Utrecht, kent Rotterdam relatief een
3007o
hoog aandeel laag- en middelbaar opgeleiden en een
2007o
laag aandeel hoogopgeleiden.
1007o
Het opleidingsniveau van de Rotterdammers neemt
0%
gestaag toe. Deze toename zien we ook in de andere
13
'14
grote steden terug. Aangezien het aandeel hoogop
■ laag
'15
'16
'17
'18
'19
IZ middelbaar
'20*
fāhoog
geleiden in alle steden een vergelijkbare stijging kent, blijft de achterstand van Rotterdam ten op
Bron: CBS, SSB; bewerking OBI. Peildatum: 1 oktober * voorlopig cijfer
zichte van de andere steden gelijk. Figuur 4.2.
Percentage hoogopgeleiden in de vier grote steden (15-75 jaar)
60^0 50^0 40^0 30% 20^0
. VI
10% 0%
O
(N
*
(Tt
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
'16
H
24
'15
00
3 Dit betreft nog voorlopige cijfers
'14
H
.. ' ^ --
'13
r-.
Į V-
■Šäí?
H
īìċ&Z'
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS, SSB; bewerking OBI. Peildatum: 1 oktober * voorlopig cijfer
Zowel de werkende als de niet-werkende beroepsbe volking is in Rotterdam fors vaker lager opgeleid dan die van Amsterdam of Utrecht; de Rotterdamse be roepsbevolking lijkt op die van Den Haag.45
4.1.2 Arbeidsparticipatie4 6 5 De bruto arbeidsparticipatie, het aandeel van de werkzame en niet-werkende personen in de bevol king (samen de beroepsbevolking), nam tussen 2014 en 2019 toe met 4 procentpunt. In de andere drie
De volgende grafiek geeft inzicht in het opleidingsni veau van de werkende en niet-werkende beroepsbe volking. Figuur 4.3.
grote steden nam de bruto arbeidsparticipatie in ver gelijkbare mate toe, maar op een hoger niveau; alleen in Den Haag lijkt het laatste jaar sprake van een stag
Opleidingsniveau werkenden en niet-werkende beroepsbevolking, Rotterdam, 1 oktober 2019
natie. Figuur 4.4.
1000 900 800
ft-Į-ĮW ft-Į-ĮW ft-Į-ĮW ft-Į-ĮW ft-Į-ĮW
Bruto arbeidsparticipatie
ft-Į-Į-Į-Į 800 750
700
700
600 650 500 600
400 300
550
200
500
100
450
00 Werkend
Niet-werkend
400 '14
Hoog (HBO of WO)
Bron: CBS, SSB, bewerking OBI
'15
'16
'17
'18
'19
Rotterdam
— Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: CBS, SSB, bewerking OBI
De netto arbeidsparticipatie (het aandeel werkzame personen in de bevolking) in Rotterdam nam tussen 2014 en 2019 eveneens toe, en wel met 6 procentpunt. Dat is een sterkere toename dan in de andere drie grote steden (zo'n 4 procentpunt stijging).
4 De definitie van de beroepsbevolking die door OBI gebruikt wordt verschilt van die van het CBS en is als volgt: personen van 15 tot 75 jaar die betaald werk verrichten, een uitkering ontvangen (WW, bijstand of op grond van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid) of bij het UWV ingeschreven staan als werkzoekend. De definitie van niet-werkende beroepsbevolking die door OBI gebruikt wordt is als volgt: personen van 15 tot 75 jaar die geen betaald werk verrichten, maar wel een uitkering ontvangen (WW, bijstand of op grond van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid) of bij het UWV ingeschreven staan als werkzoekend. 5 Het percentage niet-werkende beroepsbevolking zoals hier gebruikt kan niet worden vergeleken met het werkloosheidspercentage van het CBS. De niet-werkende beroepsbevolking als aandeel van de totale beroepsbevolking is hoger dan het percentage werkloosheid berekend op basis van de Enquête Beroepsbevolking van het CBS. 6 Bruto- en netto arbeidsparticipatie zijn onderdeel van arbeidsmarktstatistieken die door OBI zelf berekend worden o.b.v. registratiege gevens. Deze cijfers kunnen verschillen van het CBS dat zich hiervoor baseert op enquêtegegevens uit het EBB.
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
25
Figuur 4.5.
Netto arbeidsparticipatie
In alle vier de grote steden is het aantal bijstandsuit keringen in 2020 toegenomen, waarschijnlijk van
sore
wege corona; sinds juli 2021 is er overal weer een da
750^
ling. Het aantal bijstandsuitkeringen in Rotterdam
7or
komt in oktober 2021 uit op 35.348. Dat zijn er bijna
65r
1.700 meer dan in januari 2020 (voor de coronacri-
6or
sis). Rotterdam telt verhoudingsgewijs meer bij
55r
standsuitkeringen per duizend inwoners (bijstandsdichtheid) dan de andere G4 steden. Het verschil met
5or
de andere steden is tot en met begin 2020 kleiner ge 45r
worden, om sinds corona weer iets toe te nemen.
4or '14
'15
'16
'17
'18
'19
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Figuur 4.7.
Aantal bijstandsuitkeringen
45.ooo 4o.ooo
Bron: CBS, SSB, bewerking OBI
35.ooo 3o.ooo
4.2
Werkloosheid en uitkeringen
25.ooo
2o.ooo
De werkloosheid nam in Rotterdam tussen 2014 en 2020 sterker af dan in de andere drie grote steden. Wel was in 2020 de werkloosheid nog steeds hoger
15.ooo
1o.ooo 5.ooo o
dan in de andere drie grote steden. De laatste jaren ko
'13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '2o '21 apr jul okt
men de werkloosheidspercentages van de drie groot
'21 '21 '21
ste steden dichter bij elkaar te liggen.
Rotterdam
Amsterdam
De werkloosheid onder jongeren (15 tot 25 jaar) is in
Den Haag
Utrecht
Rotterdam en Den Haag hoger dan elders, maar de af
Bron: W&I - BUIG G4
gelopen jaren was er in deze twee steden, in tegenstel ling tot Amsterdam en Utrecht, wel sprake van een
Figuur 4.8.
Bijstandsdichtheid
substantiële daling. 7o
Figuur 4.6.
Ontwikkeling werkloosheid
6o 5o
2or 1sr
4o
16r
3o
14r
2o
12r
1o
1or
o
sr
'13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 apr jul
6r 4r 2r or '14
'15 '16 Rotterdam
'17
'1s
Den Haag Bron: CBS, Statlne
26
okt
'21 '21 '21
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
'19 '2o Amsterdam Utrecht
Rotterdam
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Bron: W&I - BUIG G4
4.3
Figuur 4.10.
Arbeidsrelaties
Soort arbeidsrelatie, 1 oktober 2019
1000Zo
4.3.1 Arbeidsduur en -vorm
900Zo
De helft van de in loondienst werkende Rotterdam mers heeft een wekelijkse arbeidsduur van 35 uur of
800Zo 700Zo 600Zo
meer. In Amsterdam is dat aandeel iets groter. 10
500Zo
procent werkt minder dan 12 uur per week; voor een
400Zo
belangrijk deel zijn dat studenten met een kleine bij
300Zo 200Zo
baan.
100Zo
Figuur 4.9.
Wekelijkse arbeidsduur, 1 oktober 2020
00Zo
1000Zo
Rotterdam Amsterdam
Den Haag
Utrecht
M Contract onbepaalde tijd
B Contract bepaalde tijd
0 Uitzendkracht
ü Oproepkracht
□ Zzp'er
ū Overig zelfstandig
800Zo
6007o
Bron: CBS, SSB, bewerking OBI.
4007o
Net als in de andere drie grote steden is het aantal en het aandeel werkenden met een flexibele arbeidsre
200Zo
latie de afgelopen jaren flink toegenomen. Zo nam het aandeel zzp'ers in Rotterdam tussen 2014 en
00Zo Rotterdam Amsterdam
Den Haag
Utrecht
2019 met een achtste toe: van 24 duizend tot ruim 31
ū 12 tot 20 uur
duizend. Ook het aandeel werkenden met een tijde
E3 20 tot 25 uur
25 tot 30 uur
lijk contract en het aantal uitzendkrachten nam toe.
E3 30 tot 35 uur
35 uur of meer
Het aandeel werkenden met een contract voor onbe
M Minder dan 12 uur
Bron: CBS, SSB, bewerking OBI
paalde tijd nam in die jaren af van 53 procent naar 48 procent.
De helft van de werkende Rotterdammers heeft een contract voor onbepaalde tijd, in de volksmond ook wel vaste aanstelling genoemd. Een kwart heeft een
Figuur 4.11.
Ontwikkeling arbeidsrelaties
60oZo
contract voor bepaalde tijd, oftewel een tijdelijk con tract. Eén op de tien is zzp'er.7 In Amsterdam en Den
50oZo
Haag zijn er relatief meer zzp'ers dan in Rotterdam en
40oZo
Utrecht (resp. 15 procent en 13 procent). In Rotter
30oZo
dam is het aantal uitzendkrachten relatief hoog. 20Z 10Z 0Z '14
'15
'16
'17
'18
'19
Vast contract ...........Flexibel contract — — — Zelfstandigen (incl. zzp'ers) Bron: CBS, SSB, bewerking OBI.
7 Zzp'ers die tegelijk ergens in loondienst zijn, zijn niet meegeteld.
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
27
4.3.2 Garantiebanen, begeleid- en beschut
Figuur 4.13.
Ontwikkeling gebruik re-integratie/participatie voorzieningen in arbeidsmarktregio Rijn mond (per 1.000 inwoners)
werk Wat betreft voorzieningen voor burgers met een ar-
1,4
beidsbeperking realiseert de Rijnmond regio relatief evenveel garantiebanen met loonkostensubsidie als
1
de regio Amsterdam, maar meer dan Utrecht en min der dan in de regio Haaglanden. Daarnaast wordt er in de regio Rijnmond aanzienlijk meer jobcoach/begeleiding op de werkplek geleverd dan in de regio's Amsterdam en Utrecht en evenveel als in de regio 0
Haaglanden.
'19 januari
Figuur 4.12.
Gebruik re-integratieVparticipatievoorzieningen naar arbeidsmarktregio, januari 2021 (per 1.000 inwoners)
'19 juni
'20 januari
'20 juni
'21
'21 juni
januari
Loonkostensubsidie (Participatiewet) .............Beschut werk — — — Jobcoach/begeleiding op de werkplek
Jobcoach/begeleiding op de werkplek
Bron: CBS, Statline, bewerking OBI
Beschut werk
4.4
Werkgelegenheid
Forfaitaire loonkostensubsidie
4.4.1 Ontwikkeling werkgelegenheid Loonkostensubsidie (Participatiewet)
De werkgelegenheid in de Rijnmond regio is van 2015 tot 2021 toegenomen.8 Echter, vanwege de co0
0,5
1
1,5
2
2,5
■ Rijnmond
«Groot A'dam
■ Haaglanden
b Midden-Utrecht
Bron: CBS, Statline, bewerking OBI
ronacrisis zien we in het laatste jaar een minder sterke groei. De regionale werkgelegenheidsgroei concentreert zich vooral in de stad Rotterdam. In 2020 nam de werkgelegenheid in Rotterdam toe met ruim 2 procent, in de rest van Rijnmond was dat iets
Bij de verschillende re-integratie- en participatie-
minder.
voorzieningen is in de Rijnmond regio een toename te zien in het gebruik van 2019 tot 2021, met name bij de garantiebanen met loonkostensubsidie Participa tiewet.
8 De werkgelegenheid betreft het aantal parttime en fulltime arbeidsplaatsen, inclusief uitzendkrachten.
28
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
Figuur 4.14.
Groei werkgelegenheid ten opzichte van het voorgaandejaar
Figuur 4.15.
Werkgelegenheid verdeeld naar sector, 1 janu ari 2021
4/ Zakelijke dienstverlening Gezondheids- en
3/
welzijnszorg Transport
2/ Detailhandel en reparatie Openbaar bestuur en
1/
overheid Industrie en nutsbedrijven
C/ 11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
'21
Onderwijs
-1/
Bouwnijverheid Rotterdam
.............Rijnmond
Groothandel
Bron: Vestigingen- en werkgelegenheidsregister MRDH-Drechtste-
Horeca
den Informatie en communicatie
Van 1 januari 2016 tot 1 januari 2021 bedroeg de
Financiele instellingen
groei in Rotterdam bijna 51 duizend arbeidsplaatsen (een groei van ruim 14 procent). Op 1 januari 2021
Overige dienstverlening
waren er in Rotterdam en overig Rijnmond respectie C/
velijk 406 duizend en 243 duizend arbeidsplaatsen,
5/
10/
15/
20/
■ Rotterdam El Rijnmond
inclusief parttime- en uitzendbanen.
Bron: Vestigingen- en werkgelegenheidsregister MRDH-Drechtste-
4.4.2
Werkgelegenheid naar sector
den
Belangrijke sectoren voor de werkgelegenheid in
De groei van de werkgelegenheid in Rotterdam is
Rotterdam zijn zakelijke dienstverlening, zorg,
niet gelijk verdeeld over de sectoren. Van 1 januari
transport, detailhandel en reparatie en openbaar be
2016 tot 1 januari 2021 groeide de werkgelegenheid
stuur. T ransport, onderwijs en openbaar bestuur heb
relatief het sterkst in het openbaar bestuur (70 pro
ben in Rotterdam een groter aandeel in de werkgele
cent groei), de informatiesector (43 procent groei) en
genheid dan in de rest van Rijnmond.
de bouw (40 procent groei). Het eerste heeft vermoe delijk te maken met extra inzet van overheidsperso neel vanwege de coronacrisis (testen, vaccinaties, bron- en contactonderzoek, extra administratie uitke ringen). In het transport, de horeca en overige dienst verlening gaat het om een groei van 14 tot 16 procent. In de sector industrie en nutsbedrijven, traditioneel belangrijk voor Rotterdam, is er een afname van werkgelegenheid van 6 procent. Bij financiële instel lingen is er in deze periode vrijwel geen groei.
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
29
4.4.3 Werkgelegenheid in het haven-indu-
4.5
Vacatures
strieel complex In Rijnmond als geheel kunnen bijna 73 duizend ba nen worden toegerekend aan de haven gerelateerde bedrijvigheid en in Rotterdam zijn bijna 50 duizend banen (12 procent van de totale werkgelegenheid) aan de haven verbonden. Daarbij gaat het vooral om
Op de arbeidsmarkt in de Rijnmond regio bestaat er zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve mis match. Onder meer opleidingsniveau en vaardighe den van de niet-werkende beroepsbevolking sluiten niet goed aan op de vraag op de arbeidsmarkt.
banen in vervoer, industrie en dienstverlening voor vervoer. Ten opzichte van 2016 is de haven gerela
4.5.1 Vacatures naar beroepen
teerde werkgelegenheid in Rotterdam met 4 procent
In het tweede kwartaal 2021 ontstonden er in de ar-
toegenomen; de laatste twee jaar is de groei wat af
beidsmarktregio Rijnmond ruim 29 duizend vacatu
gevlakt. Het aandeel banen verbonden aan de haven
res. Bij bedrijven in Rijnmond is er veel vraag naar
ten opzichte van de totale werkgelegenheid in Rot
personeel voor technische beroepen (7,1 duizend va
terdam is afgenomen van bijna 14 procent in 2010 tot
catures, ongeveer een kwart van alle vacatures in de
12 procent in 2021. Dit komt vooral, omdat de totale
arbeidsmarktregio). Daarnaast is er in Rijnmond veel
werkgelegenheid de laatste vijf jaar harder groeit
vraag naar personeel voor bedrijfseconomische en
dan de haven gerelateerde werkgelegenheid.
administratieve beroepen en transport en logistiek beroepen. De tabel geeft het totaal aantal geschatte vacatures weer dat nieuw ontstaan is in het kwartaal. Tabel 4.1.
Top 3 ontstane vacatures, naar arbeidsmarktre gio en beroepsklasse 2e kwartaal 2021
Rijn mond
Beroepsklasse Technische be roepen
Figuur 4.16.
Ontwikkeling werkgelegenheid in het havenindustrieel-complex
Bedrijfseconomi sche en admin. beroepen Transport en lo gistiek beroepen Commerciële be roepen ICT beroepen
Totaal aantal ont stane vacatures Legenda: top 3 vacatures per regio
Groot Amster dam
Haag landen
Midden Utrecht
7.150
6.200
3.200
6.050
6.350
9.200
4.150
6.000
3.250
2.700
1.350
2.300
2.750
4.150
1.800
2.700
1.950
4.200
1.550
2.800
29.350
37.350
17.100
28.400
1 2 3 Bron: UWV, bewerking OBI 0
In vergelijking met de andere grootstedelijke regio's '10 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 Rotterdam
.............Rijnmond
is in Rijnmond het meest vraag naar technische be roepen. In alle vier de grote steden is veel vraag naar bedrijfseconomische en administratieve beroepen.
Bron: Vestigingen- en werkgelegenheidsregister MRDH-Drechtsteden
30
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
In Amsterdam en Utrecht is daarnaast ook relatief
Figuur 4.18.
veel vraag naar ICT beroepen.
Aantal oprichtingen van bedrijfsvestigingen, per duizend inwoners, per COROP-regio
25
4.5.2 Vacatures naar opleidingsniveau
20
In de periode januari 2016 tot juni 2021 is het aantal
15
vacatures in de arbeidsmarktregio Rijnmond voor middelbaar en hoogopgeleiden sterk gegroeid. Het aantal vacatures voor lager opgeleiden is ook ge
10 5
groeid, maar minder sterk. Gedurende de afgelopen vijf jaar is het aantal vacatures voor hoogopgeleiden twee tot drie keer zo hoog als voor laagopgeleiden.
0 '11
'12
Met de coronacrisis is er een daling en stagnatie van
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
Groot-Rijnmond
het aantal vacatures in 2020 en een sterke stijging in
Groot-Amsterdam
het voorjaar van 2021.
Agglomeratie Den Haag Utrecht
Figuur 4.17.
Aantal vacatures naar opleidingsniveau, ar beidsmarktregio Rijnmond
Bron: CBS Statline, bewerking OBI
5000
De top 3 oprichtingen per sector in Rijnmond zijn spe
4500
cialistische zakelijke dienstverlening, handel en
4000
bouwnijverheid. De top 3 voor Amsterdam omvat ook
3500
specialistische zakelijke dienstverlening en handel
3000 2500
V*l U\
2000
h**
met daarnaast informatie en communicatie. Het aan
V\v. \\J. * ř af..
1500
tal faillissementen volgt de economische conjunc
1000
tuur. Vanaf 2013 is er zowel in Rijnmond als in de an
500
dere regio's een daling van het aantal faillissementen
0
ingezet. Opmerkelijk dat in Groot-Amsterdam het aantal faillissementen in 2020 is gestegen, terwijl in Q-Q-Q-Q-Q-Q(D dj dj dj dj dj CO CO CO CO CO CO 2016
2017
2018
2019
2020
2021
MBO 1-2.............MBO 3-4 — — — HBO/WO
het COROP-gebied Utrecht juist sprake was van een sterke daling. Afgaande op de cijfers van de eerste 2 kwartalen van 2021 is de verwachting dat het aantal faillissementen
Bron: UWV, bewerking OBI.
4.6
Economische dynamiek
in alle vier de COROP -gebieden lager uit zal vallen dan in 2020. De steun die veel bedrijven tijdens de coronacrisis hebben ontvangen speelt daarbij zeker
4.6.1 Oprichtingen en faillissementen
een rol.
Het aantal oprichtingen van bedrijfsvestigingen neemt geleidelijk toe na een dieptepunt in 2013. Vanaf 2019 is er een lichte daling naar 2020, die ver moedelijk doorzet vanwege de coronacrisis. De trend over de afgelopen jaren in de regio Rijnmond is ver gelijkbaar met de regio Den Haag. In de regio Am sterdam ligt het aantal oprichtingen per duizend in woners 1,5 keer hoger.
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
31
Figuur 4.19.
Aantal faillissementen van bedrijven per dui zend inwoners, per COROP-regio
0,9 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0 '11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
'19
'20
Groot-Rijnmond Groot-Amsterdam Agglomeratie Den Haag Utrecht Bron: CBS Statline, bewerking OBI
4.6.2 Omzetgroei en krimp In het tweede en derde kwartaal van 2020 rapporte ren veel ondernemers dat hun omzet is afgenomen vanwege de coronacrisis en gerelateerde beper kende maatregelen. In de Rijnmond regio is de trend vergelijkbaar met de andere COROP-regio's van de G4. Figuur 4.20.
Het gewogen percentage ondernemers per kwartaal dat meldt dat de omzet in de afgelo pen 3 maanden is afgenomen
6oyo 50^0 4oy0 30^0 2oy0 ioy0 oy0 '19 '19 '19 '19 '2o '2o '2o '2o '21 '21 '21 ql
q2
q3
q4
q1
q2
q3
q4
q1
Groot-Rijnmond Groot-Amsterdam Agglomeratie den Haag Utrecht Bron: CBS, Conjunctuurenquête Nederland
32
Arbeid en economie - Hoofdstuk 4
q2
q3
I ęk
5 Materiële welvaart uuuu
Jokken
.
z z
-Z
y^
In Rotterdam neemt het percentage hoge inko mens al sinds enkele jaren geleidelijk toe en neemt het aandeel lage inkomens navenant af. Het verschil met de andere grote steden blijft nage noeg gelijk. Voor ruim 60 procent van de Rotter damse huishoudens is arbeid de belangrijkste bron van inkomsten. Dat is minder dan in de an dere grote steden; Rotterdam telt verhoudingsge wijs meer inwoners met een uitkering of pensioen.
Wel zien we dat het aandeel huishoudens met werk als belangrijkste inkomstenbron tussen 2014 en 2018 toenam. Het aandeel inactieven met een AOW/pensioen of een uitkering nam wat af. Na enkele jaren van daling is het aantal bijstands uitkeringen in Rotterdam in 2020, mede als gevolg van de coronacrisis, weer gestegen. Rotterdam blijft de gemeente met de hoogste bijstandsdichtheid (het aantal bijstandsuitkeringen per duizend inwoners). Na een daling tot 51,7 in 2019, steeg het weer naar 55,6 begin 2021.
Materiële welvaart - Hoofdstuk 5
33
Armoede is ook in Rotterdam een hardnekkig pro
rest als 'midden' wordt beschouwd. Ruwweg komt de
bleem. Uitgaande van een inkomensgrens tot 110
grens tussen 'laag' en 'midden' ongeveer overeen met
procent van het wettelijk sociaal minimum (WSM),
het besteedbaar inkomen van een kostwinner met
leven in 2019 rond 55 duizend Rotterdamse huis
een modaal inkomen (in 2018 C 34.500 bruto per
houdens in armoede. Bijna 33 duizend van hen
jaar) en twee kinderen ("Jan Modaal").
doet dat al langer dan vier jaar. Dat is één op de acht Rotterdamse huishoudens. Terwijl het aan
In onderstaande grafiek is de inkomensverdeling in
deel huishoudens in armoede sinds 2014 een da
de grote steden in 2018 te zien; het jaar waarvan we
ling laat zien, zien we een stijging van het aandeel
over de meest recente inkomensgegevens van het
huishoudens dat langdurigop een laag inkomen is
CBS beschikken. In alle vier de grote steden is de
aangewezen. Dit is een trend die we ook terugzien
groep met een laag inkomen oververtegenwoordigd;
in de andere grote steden.
in Rotterdam (53 procent) nog iets sterker dan in de
De armoede onder minderjarige kinderen staat
andere drie grote steden.
hoog op de beleidsagenda. Rond 18 procent van de kinderen in Rotterdam maakt deel uit van een
Figuur 5.1.
Inkomensverdeling besteedbaar huishoudensinkomen, 2018
huishouden met een laag inkomen. Het gaat dan in totaal om 20,1 duizend kinderen. Ruim 60 procent van deze kinderen maakt deel uit van een eenou dergezin; van alle Rotterdamse kinderen in een
90o7o
eenoudergezin leeft 39 procent in een huishouden
80o7o
met een laag inkomen. Kinderen in een tweeou-
70o7o
dergezin maken veel minder vaak deel uit van een
60o7o
huishouden met een laag inkomen. Op de lange
50o7o
termijn bezien daalde het percentage kinderen in
4007o
een huishouden met een laag inkomen van 21 pro
3007o
cent in 2011 naar 18 procent in 2019.
2007o
Sinds enige tijd publiceert het CBS cijfers over het aantal huishoudens met geregistreerde problema tische schulden. Volgens deze gegevens hadden in
1007o 007o Rotterdam Amsterdam Den Haag
oktober 2020 bijna 51 duizend Rotterdamse huis
Laag
0 Midden
Utrecht Hoog
houdens een geregistreerde problematische schuld; dat is 15,5 procent van alle Rotterdamse
Bron: CBS, IIVS, bewerking OBI
huishoudens. Dit percentage, dat sinds 2015 rede lijk stabiel is, ligt daarmee hoger dan in de andere drie grote steden.
Het aandeel huishoudens met een hoog inkomen is in de meeste grote steden juist kleiner dan landelijk (Rotterdam: 14 procent). Utrecht vormt hierop een uitzondering. De groep met een laag inkomen wordt
5.1
Inkomensverdeling
in alle vier de grote steden heel langzaam iets kleiner, en de groep met een hoog inkomen heel langzaam
Aan de hand van de landelijke verdeling van de huis-
iets groter. De verschillen tussen Rotterdam en de
houdensinkomens kunnen lage, midden- en hoge in
overige grote steden veranderen in de loop der jaren
komens worden gedefinieerd. Gangbaar is, dat de on
nauwelijks. 9
derste 40 procent van de landelijke inkomensverde ling als 'laag', de bovenste 20 procent als 'hoog', en de
9 Helaas zijn er ten tijde van het schrijven van dit rapport nog geen recentere gegevens beschikbaar; die verschijnen naar verwachting in december 2021.
34
Materiële welvaart - Hoofdstuk 5
Figuur 5.2.
Ontwikkeling aandeel lage inkomens
Figuur 5.3.
Belangrijkste inkomensbron van huishoudens, 2018
6oyo
100oZo 50^0
90oZo
DEI
80oZo
4oy0
70% 30^0
60Z 50Z
2oy0
40Z 10%
30Z 20Z
o% '11
'12
'13
'14
'15
'16
'17
'18
Rotterdam
— Amsterdam
Den Haag
Utrecht
10Z 0Z Rotterdam Amsterdam Den Haag
Utrecht
■ Arbeid Q AOW / pensioen 0 Uitkering mOverig Bron: CBS, IIVS, bewerking OBI Bron: CBS, IIVS, bewerking OBI
5.2
Inkomensbron
Inkomen huishouden naar belangrijkste inkomens bron
Figuur 5.4.
Belangrijkste inkomensbron van Rotterdamse huishoudens
700Zo 600Zo
~
In 2018 was bij 61 procent van de Rotterdamse huis houdens arbeid de belangrijkste bron van inkomsten
50Z
en dit is lager dan in de andere grote steden. Verder
40Z
heeft Rotterdam in vergelijking met de andere grote
30Z
steden verhoudingsgewijs meer inactieven met een
20Z
uitkering en gepensioneerden. De Rotterdamse op
10Z
bouw van de inkomstenbronnen is vergelijkbaar met die in Den Haag; in Amsterdam en vooral in Utrecht
0Z '14
'15
'16
'17
'18
heeft een aanzienlijk groter deel van de huishoudens een inkomen uit arbeid en een kleiner deel is afhan kelijk van een uitkering.
Arbeid — — — Uitkering
.............AOW I pensioen — — Overig
Bron: CBS, IIVS, bewerking OBI
Materiële welvaart - Hoofdstuk 5
35
5.3
Bijstandsuitkeringen en bijstandsdichtheid
Figuur 5.6.
Bijstandsdichtheid
70 60
In alle vier de grote steden is het aantal bijstandsuitkeringen in 2020 toegenomen,
50
waarschijnlijk vanwege corona; sinds juli 2021 is er
40
overal weer een daling. Het aantal bijstandsuitke
30
ringen in Rotterdam komt in oktober 2021 uit op
20
35.348. Dat zijn er bijna 1.700 meer dan in januari 10
2020 (voor de coronacrisis).
0 Figuur 5.5.
'13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 apr jul okt '21 '21 '21
Aantal bijstandsuitkeringen
45000
Rotterdam
Amsterdam
40000
Den Haag
Utrecht
35000 Bron: W&I - BUIG G4
30000 25000 20000
5.4
Vermogen
15000 10000
Naast inkomen speelt uiteraard ook het financiële
5000
vermogen van huishoudens een rol van betekenis. De
0 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 apr jul okt '21 '21 '21
vermogenspositie van de Rotterdamse huishoudens is minder florissant dan in de andere grote steden.
Rotterdam
Amsterdam
Rond 30 procent van de Rotterdamse huishoudens
Den Haag
Utrecht
heeft een negatief vermogen. Dat is iets meer dan in Amsterdam en in Den Haag. Van de huishoudens in
Bron: W&I - BUIG G4
Rotterdam met een negatief vermogen heeft Rotterdam telt verhoudingsgewijs meer
tweederde (18 procent van alle huishoudens) meer
bijstandsuitkeringen per duizend inwoners
dan C 5.000 schuld. Gemiddeld heeft deze groep
(bijstandsdichtheid) dan de andere G4 steden. Het
ruim C 40.000 schuld. In Rotterdam heeft bijna 30
verschil met de andere steden is tot en met begin
procent van de huishoudens meer dan C 50.000 aan
2020 kleiner geworden, om sinds Corona weer iets
vermogen. Dat is minder dan in de andere grote
toe te nemen.
steden. !
36
1 f-V’
Materiële welvaart - Hoofdstuk 5
Figuur 5.7.
Vermogen van huishoudens, 2019
5.5
Omvang en ontwikkeling van armoede
100Zo 900Zo
Er zijn verschillende definities om de omvang van de
80%
armoede vast te stellen. De belangrijkste zijn 1) het
700Zo
«
60% 50%
i
40%
budget volgens het 'niet-veel-maar-toereikend-crite-
İ
rium' van SCP; 2) de lage-inkomensgrens zoals ge hanteerd door het CBS; 3) de maximale beleidsgrens
30% 20%
voor het gemeentelijke armoedebeleid. Deze laatste
10%
staat gelijk aan 110 procent van de voor het huishou-
0%
denstype toepasselijke bijstandsnorm, het 'wettelijk Rotterdam Amsterdam Den Haag ■ negatief 5.000 - 50.000 f
Utrecht
sociaal minimum' (WSM). Globaal vormt de groep
0 - 5.000 f
huishoudens met een inkomen onder deze 110 pro-
50.000 f en hoger
cent-grens de doelgroep van het gemeentelijk ar moedebeleid.
Bron: CBS, Statline, bewerking OBI.
In onderstaande grafiek staat het aandeel huishou Op de langere termijn zien we het percentage
dens behorende tot de lage-inkomensgrens en tot de
Rotterdammers met een negatief vermogen in de
110 procent-grens WMS. We maken hierbij een on
periode 2011-2014 substantieel stijgen. Vanaf 2014
derscheid tussen huishoudens die relatief kort (mini
zien we een daling; in 2019 is het percentage
maal één jaar) en relatief lang (vier jaar of langer) on
negatieve inkomens lager dan in 2011. Tegelijkertijd
der de betreffende grens bevinden. Dit omdat er in de
zien we een duidelijke stijging van het percentage
eerste groep een vrij groot verloop is. 10 Afhankelijk
Rotterdammers met een vermogen tussen de 50.000
van de definitie leven volgens de meest recente cij
en een miljoen euro. Dit heeft in elk geval voor een
fers in Rotterdam tussen de 14,0 procent en 18,8 pro
deel te maken met de stijging van de woningwaarde
cent van de huishoudens in armoede; daarmee ligt dit
in deze periode (zie hoofdstuk Wonen); de
aandeel hoger dan in de andere grote steden. In ab
woningwaarde maakt deel uit van het vermogen.