CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008830] Bijlage behorende bij 22bb8829 - Rapport discriminatie bij woningverhuur Rotterdam

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 18 januari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Samenleven16.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor discriminatie bij woningverhuur gemeente Rotterdam

Marlinda van der Hoff, Arwen Hoogenbosch, Marte Sikkema

Monitor discriminatie bij woningverhuur gemeente Rotterdam

Auteurs Marlinda van der Hoff Arwen Hoogenbosch Marte Sikkema

Utrecht, september 2022

Inhoud Samenvatting4 1

Inleiding

7

2 Discriminatie bij woningverhuur: achtergrond 2.1. Wat is discriminatie bij woningverhuur? 2.2. De oorzaken van discriminatie bij woningverhuur  2.3. De context van woningverhuur in Rotterdam 2.4. De aanpak van discriminatie bij woningverhuur in Rotterdam  2.5. Het onderzoeken van discriminatie bij woningverhuur

9 9 9 10 11 12

3 Onderzoeksopzet 3.1. Correspondentietesten 3.2. Mystery calls

14 14 17

4 Resultaten correspondentietesten 4.1. Algemene bevindingen 4.2. Netto-discriminatiegraad 4.3. Uitnodigingskansen 4.4. Reflectie: krapte op de woningmarkt, uitnodigingskansen en discriminatie 4.5. Verzoek om meer informatie

20 21 22 25 28 29

5 Resultaten mystery calls 5.1. Kwantitatieve analyse 5.2. Kwalitatieve analyse

30 30 31

6

Conclusies en aanknopingspunten voor vervolg

34

Bijlage 1 Tekstbericht voorbeelden

38

Bijlage 2 Codenummers correspondentietesten

39

Bijlage 3 Gespreksleidraad mystery calls

40 3

Samenvatting Aanleiding De gemeente Rotterdam zet zich in tegen discriminatie op verschillende terreinen, waaronder de woningmarkt. In de zomer van 2022 werden de landelijke resultaten gepresenteerd van de tweede monitor discriminatie bij woningverhuur. Net als bij de eerste landelijke monitor, heeft de gemeente Rotterdam de onderzoekers van het landelijke onderzoek gevraagd om een aanvulling van de landelijke resultaten, zodat er uitspraken gedaan kunnen worden over discriminatie bij woningverhuur specifiek binnen de gemeente Rotterdam.

Onderzoeksopzet Om zicht te krijgen op discriminatie bij woningverhuur, hebben we twee methoden ingezet: correspondentietesten en mystery calls. We hebben in de periode van oktober 2021 tot en met april 2022 correspondentietesten uitgevoerd om te onderzoeken in welke mate personen met een Marokkaans klinkende naam of een (Afro-)Caribisch klinkende naam ongelijk worden behandeld, ten opzichte van personen met een Nederlands klinkende naam, als het gaat om uitgenodigd worden voor een bezichtigingsmoment van een huurwoning. Bij correspondentietesten wordt er veelvuldig met twee quasi-identieke profielen op advertenties van huurwoningen gereageerd. Door alle reacties te analyseren en onderling te vergelijken, onderzochten we in hoeverre iemands veronderstelde etnische achtergrond van invloed is op diens kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging – en dus in hoeverre er sprake is van een systematisch patroon van ongelijke behandeling.

Bij mystery calls belt een persoon eenmalig naar een dienstverlenende organisatie (in het geval van dit onderzoek een woningbemiddelaar) waarbij deze persoon zich voordoet als een potentiële klant (een verhuurder). Tijdens de call toetst de fictieve verhuurder of de bemiddelaar ingaat op een discriminerend verzoek. Door deze calls op grote schaal uit te voeren, onderzochten we in hoeverre bemiddelaars structureel bereid zijn om discriminerend te handelen op basis van het verzoek van een klant. De mystery calls zijn uitgevoerd in de periode februari tot en met april 2022.

Resultaten correspondentietesten De resultaten voor het profiel Marokkaans klinkende naam zijn gebaseerd op 245 geslaagde testen; voor het profiel (Afro-)Caribisch klinkende naam zijn er 244 geslaagde testen uitgevoerd. Het verhuuraanbod in de 489 testen is afkomstig van in totaal 188 unieke aanbieders. Bij beide profielen geldt nagenoeg een 50-50 verhouding tussen mannennamen en vrouwennamen. Minder kansen op uitnodiging voor een bezichtiging voor profielen met een Marokkaans klinkende mannennaam De resultaten geven aanleiding om te stellen dat er in Rotterdam sprake is van discriminatie bij kandidaat-huurders met een Marokkaans klinkende mannennaam. Personen met een Marokkaans klinkende mannennaam hebben een kleinere kans om te worden uitgenodigd voor een bezichtiging dan personen met een Nederlands klinkende mannennaam. Dat kandidaat-huurders met een Marokkaans klinkende mannennaam systematisch benadeeld worden waar het gaat om de kans op een uitnodiging voor een bezichtiging, kan het gevolg zijn van veronderstelde (groeps)kwalificaties en waardeoordelen met betrekking tot de veronderstelde groepsidentiteit van mannen met een Marokkaanse achtergrond. Het is mogelijk dat Marokkaans 4

klinkende mannennamen negatieve associaties oproepen bij verhuurders of bemiddelaars en dat zij mannen met een Marokkaanse achtergrond, bewust of onbewust, als minder gewenst of meer risicovol beschouwen (en zodoende de voorkeur geven aan personen die buiten de veronderstelde groepsidentiteit vallen). De kans op een uitnodiging voor een bezichtiging is niet lager voor profielen met een Marokkaans klinkende vrouwennaam en met een (Afro-)Caribisch klinkende naam Uit de resultaten van de correspondentietesten komt bij het profiel Marokkaans klinkende vrouwennaam en bij het profiel (Afro-)Caribisch klinkende naam geen lagere kans op een uitnodiging naar voren (in vergelijking met personen met een Nederlands klinkende naam). Bij deze profielen lijkt er, op basis van de correspondentietesten die we voor dit onderzoek hebben uitgevoerd, geen sprake te zijn van een benadeling. Bij de testen voor het profiel (Afro-)Caribisch klinkende namen geldt mogelijk dat deze namen niet ‘als zodanig’ worden herkend, en dat verhuurders bij dergelijke namen niet de link leggen met personen met een (Afro-)Caribische achtergrond. Het is echter van belang te realiseren dat dit niet hoeft te betekenen dat deze groepen geen discriminatie kunnen ervaren. Mensen kunnen ook ná de eerste stap in het verhuurproces worden uitgesloten vanwege hun veronderstelde achtergrond of huidskleur.

Op basis van dit onderzoek kunnen we hier geen uitspraken over doen.

Resultaten mystery calls Voor dit onderzoek is bij 48 bemiddelaars die actief zijn binnen de gemeente Rotterdam, een mystery call uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat, van het totaal van 48 gebelde bemiddelaars, ongeveer 20 procent weigert om op het discriminerende verzoek in te gaan. De overige 80 procent werkt direct of

indirect mee aan discriminatie, bijvoorbeeld door de verhuurder de ruimte te geven om te selecteren op basis van criteria die mensen direct of indirect kunnen uitsluiten. Dit is opvallend omdat ongeveer 40 procent – 19 van de 48 bemiddelaars – in het gesprek (expliciet) benoemt dat de (fictieve) verhuurder een discriminerend verzoek heeft. Ook andere bemiddelaars die dit niet hebben benoemd, kunnen zich hiervan bewust zijn. Ondanks dit bewustzijn en het besef dat discriminatie op grond van etniciteit wettelijk verboden is, is een deel van de bemiddelaars echter bereid om mee te werken aan het discriminerende verzoek. Zo geven sommige bemiddelaars in het gesprek aan dat ze hier wel ‘voorzichtig’ mee moeten omgaan of dat ze de instemming met het verzoek ‘nergens gaan opschrijven’. Subjectieve criteria bij selectie huurders Verder komt het voor dat bemiddelaars het discriminerende verzoek normaliseren of bagatelliseren. Hierbij wordt in sommige gesprekken een parallel getrokken tussen uitsluiting op grond van etniciteit en andere (toegestane) selectiecriteria, bijvoorbeeld met betrekking tot roken of huisdieren. Daarnaast benadrukt een deel van de bemiddelaars dat de verhuurder uiteindelijk de keuze voor een huurder maakt.

Sommige bemiddelaars vertellen over ‘subjectieve’ criteria voor het selecteren van een huurkandidaat, bijvoorbeeld door zich te richten op ‘nette’ huurders die zich ‘goed presenteren’. Ook zaken als het hebben van een ‘goed gevoel’ of ‘klik’ of het ‘zien van iemands gezicht’ tijdens een bezichtiging, worden in de gesprekken genoemd. Dergelijke criteria kunnen mensen met een bepaalde achtergrond indirect uitsluiten, namelijk doordat (onbewuste) voorkeuren en vooroordelen van de bemiddelaar en de verhuurder een rol kunnen spelen. Op deze wijze kunnen mensen met een bepaalde (veronderstelde) herkomst dus soms wél uitgenodigd worden voor een bezichtiging van een huurwoning, maar kunnen zij ná de bezichtiging alsnog afvallen in verband met hun (veronderstelde) herkomst.

5

Concluderend De bevindingen laten zien dat discriminatie bij woningverhuur een hardnekkig probleem is. Ondanks het bewustzijn en het besef dat discriminatie op grond van etniciteit wettelijk verboden is bij woningverhuur, werkt het merendeel van de woningbemiddelaars in Rotterdam direct of indirect mee aan discriminatie, bijvoorbeeld door de verhuurder de ruimte te geven om te selecteren op basis van subjectieve oordeelsvorming. Daarnaast constateren we dat er sprake is van systematische benadeling van personen met een Marokkaans klinkende mannennaam; zij hebben een kleinere kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging in vergelijking met personen met een Nederlands klinkende mannennaam. In hoeverre er (ook) sprake van discriminatie op grond van etniciteit (of op andere gronden) tijdens de bezichtigingsfase, wanneer de verhuurder de definitieve keuze voor een huurder maakt, kan binnen dit onderzoek niet worden bepaald.

Aanknopingspunten voor de vervolgaanpak van discriminatie bij woningverhuur De gemeente Rotterdam heeft in de afgelopen jaren veel inzet gepleegd op het thema goed verhuurderschap en het tegengaan van misstanden op de verhuurmarkt, waarvan het tegengaan van discriminatie onderdeel uitmaakt, en gaat hier in de komende jaren mee door. Vanuit het onderhavige onderzoek bieden wij een drietal aanknopingspunten voor deze aanpak. Bewustwording onder bemiddelaars De resultaten van het onderzoek bieden een directe aanleiding om bemiddelaars bewust te maken van het onderwerp discriminatie. Belangrijk is daarbij om, naast het aanspreken van bemiddelaars, hen ook van goede informatie te voorzien over wat wel en niet mag bij woningverhuur (zoals welke informatie opgevraagd mag worden en het juridische kader), hoe om te gaan met

een discriminerend verzoek van een verhuurder en over hoe een objectief en eerlijk verhuurproces in te richten én voor te stellen aan een klant. Bewustwording onder verhuurders De bewustwording over discriminatie kan ook onder verhuurders verbeterd worden. Met name grote verhuurders, zoals corporaties of fondsen, kunnen op gelijke wijze als bemiddelaars aangesproken worden. Hierbij kan extra de nadruk liggen op hun maatschappelijke opgave om ervoor te zorgen dat iedereen gelijke kansen heeft op particuliere vrije sector huurwoningen. Om de groep kleine verhuurders, die het grootste aandeel huurwoningen bezit, te bereiken, hebben bemiddelaars een cruciale rol als intermediair die het goede voorbeeld stelt. Bemiddelaars moeten in staat worden gesteld om verhuurders van de juiste informatie te voorzien. Daarnaast is het van belang om samen met bemiddelaars een plan op te stellen dat, bij een weigering van een klant vanwege discriminatie, de verhuurder niet bij een andere bemiddelaar wél diens discriminerende eis kan doorzetten. Stimuleren eerlijk verhuurproces Bewustwording van discriminatie kan met name de onbewuste en niet bedoelde discriminatie verminderen. Echter, er zijn ook mensen die bewust en bedoeld discrimineren.

Het is daarom van belang dat er wordt ingezet op het maken van een transparant en objectief verhuursysteem en bemiddelaars en verhuurders te verplichten om een dergelijk systeem te gebruiken. Een dergelijk systeem kan ervoor zorgen dat de keuze voor personen om uit te nodigen voor een bezichtiging, en de definitieve keuze voor een huurder, geheel op vooraf gestelde objectieve voorwaarden geschiedt. Daarnaast kan verkend worden op welke manier een dergelijk systeem discriminatie in het hele verhuurproces kan monitoren, zodat er daadwerkelijk gelijke kansen zijn voor iedereen en de monitoring niet beperkt wordt door het onderzoeken van uitnodigingskansen. 6

1

Inleiding

‘Wie in Rotterdam woont is een Rotterdammer en hoort erbij’, zo staat beschreven in het recent gepresenteerde coalitieakkoord.1 Rotterdam blijft ook met deze nieuwe coalitie sterk inzetten op het tegengaan van discriminatie op verschillende terreinen, waaronder het terrein van de huurwoningmarkt.

Onderzoeken naar discriminatie bij woningverhuur In de zomer van 2022 verscheen de tweede landelijke monitor discriminatie bij woningverhuur.2 In deze landelijke monitor is te lezen dat mensen met een niet-Nederlands klinkende naam structureel te maken krijgen met discriminatie bij het krijgen van een uitnodiging voor een bezichtiging van een huurwoning. De resultaten van deze tweede monitor geven zelfs een sterker beeld hiervan weer dan de eerste monitor uit 2021.3 Ook laat de tweede monitor wederom zien dat een groot deel van de woningbemiddelaars bereid is om mensen uit te sluiten wanneer een verhuurder daar om vraagt. Net als vorig jaar (in 2021) heeft de gemeente Rotterdam ook dit jaar de wens om een aanvullend onderzoek te doen op basis van de landelijke monitor, maar dan specifiek voor Rotterdam. In 2021 voerde bureau RADAR aanvullende

1

correspondentietesten en mystery calls uit in Rotterdam.4 Uit de analyse van de correspondentietesten kwamen toen geen significante resultaten naar voren; personen met een Marokkaans klinkende of Chinees klinkende mannennaam hebben, in vergelijking met personen met een Nederlands klinkende mannennaam, niet structureel minder kans om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging van een huurwoning. Deze resultaten zijn in lijn met de landelijke resultaten uit 2021 en 2022, waaruit blijkt dat discriminatie met name buiten de vier grootste steden van Nederland plaatsvindt. Voor het aanvullende onderzoek heeft de gemeente Rotterdam dit maal het Verwey-Jonker Instituut benaderd, dat tevens het landelijke onderzoek heeft uitgevoerd. In het rapport dat voor u ligt, worden de resultaten gepresenteerd van deze tweede gemeentelijke monitor voor Rotterdam. In dit rapport presenteren we de resultaten die uit de correspondentietesten en mystery calls zijn verkregen. Deze resultaten verkregen we in de periode van oktober 2021 tot en met april 2022.

Leeswijzer Het onderzoek dat we presenteren met dit rapport bestaat uit twee deelonderzoeken. Het eerste deelonderzoek betreft de correspondentietesten, waarin we objectief meten wat de kansen zijn op een uitnodiging voor mensen met verschillend klinkende namen (Marokkaans, (Afro-)Caribisch of Nederlands). Het tweede deelonderzoek geeft aan de hand van mystery calls weer in hoeverre woningbemiddelaars bereid zijn om mee te bewegen met een discriminerend verzoek van een fictieve verhuurder. Het rapport hebben we opgedeeld in zes

Coalitieakkoord 2022 - 2026 Rotterdam

2 Hoogenbosch, A., Tierolf, B., Sikkema, M. en Mesic, A. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur 2022. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 3 Hoogenbosch, A. en Fiere, B. (2021). Gelijke kansen op een huurwoning in Nederland? Monitor discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: Art.1/RADAR.

4 Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene, M. (2021). “Alles is bespreekbaar”. Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR.

7

hoofdstukken. Na deze inleiding volgt er in hoofdstuk 2 een achtergrondhoofdstuk over het onderwerp discriminatie bij woningverhuur. We gaan in op het fenomeen discriminatie op dit terrein, de context van de Rotterdamse woningmarkt en op welke manieren de gemeente Rotterdam zich inzet tegen discriminatie bij woningverhuur. Ook beschrijven we in dit hoofdstuk de twee ingezette methoden en welke ethische afwegingen deze methoden met zich meebrengen. In hoofdstuk 3 beschrijven we de aanpak van de twee deelonderzoeken. In hoofdstuk 4 beschrijven we de resultaten van de correspondentietesten en in hoofdstuk 5 de resultaten van de mystery calls. In hoofdstuk 6 sluiten we het rapport af met een conclusie.

8

2

Discriminatie bij woningverhuur: achtergrond

In dit hoofdstuk gaan we kort inhoudelijk in op het onderwerp discriminatie bij woningverhuur. Hoe uit discriminatie zich op dit terrein? Welke basisoorzaken heeft deze uiting van discriminatie? En binnen welke context komt het tot uiting op de Rotterdamse woningmarkt? Ook gaan we in dit hoofdstuk in op de theorie achter de methoden van dit onderzoek: correspondentietesten en mystery calls.

2.1.

Wat is discriminatie bij woningverhuur?

Discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen of een groep mensen op basis van kenmerken die er in de situatie niet toe doen. Discriminatie kan zich voordoen op veel verschillende gronden. In artikel 1 van de Grondwet staat uitgewerkt welke gronden van discriminatie in Nederland verboden zijn. Artikel 1 is uitgewerkt in de wet Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte (WGBH/CV). In deze wetten staat onder meer beschreven dat in het aanbieden van bepaalde goederen en diensten, waaronder het verhuren van een woning, er geen onderscheid gemaakt mag worden gemaakt op onder andere herkomst, geslacht (genderidentiteit), seksuele gerichtheid, fysieke beperking of nationaliteit.

Voor sommige gronden geldt echter dat, wanneer er een objectieve rechtvaardiging is, het in sommige gevallen wel toegestaan is om te discrimineren. Het gaat dan bijvoorbeeld om een aangepaste woning voor ouderen of mensen die slecht ter been zijn. Ook wanneer een woning een privékarakter heeft, is het mogelijk om onderscheid te maken, bijvoorbeeld wanneer een hospita de voorkeur geeft voor iemand van hetzelfde geslacht. Deze uitzonderingen op het discriminatieverbod gelden echter nooit voor onderscheid maken op iemands culturele achtergrond, herkomst of huidskleur (in juridische termen ‘ras’). Onderscheid maken op ‘ras’ is altijd verboden. Ook in het Strafrecht wordt het verbod op discriminatie beschreven. Het is strafbaar wanneer een persoon in de uitoefening van zijn/haar ambt, beroep of bedrijf mensen uitsluit vanwege onder meer hun culturele achtergrond of huidskleur (‘ras’), godsdienst of seksuele gerichtheid. Dit geldt ook voor makelaars en verhuurbedrijven. Bij discriminatie bij woningverhuur is er volgens het Strafrecht sprake van een uitsluitingsdelict.

2.2.

De oorzaken van discriminatie bij woningverhuur

Wanneer iemand gediscrimineerd wordt, wordt die beoordeeld op basis van veronderstelde kwalificaties of waardeoordelen die gegeven worden aan diens veronderstelde groepsidentiteit in plaats van diens persoonlijke kwalificaties. Deze groepskwalificaties kunnen hun oorsprong hebben in stereotypes. Dit kan expliciet en met intentie plaatsvinden, maar in veel gevallen zijn groepskwalificaties impliciet en onbewust. In het geval van woningverhuur kan een groepskwalificatie bijvoorbeeld zijn dat kandidaat-huurders met een bepaalde achtergrond minder betrouwbare huurders zijn. Er wordt dan gedacht dat zij de huur niet (op tijd) betalen, de woning niet netjes houden, niet passen bij de buurt of te kruidig koken. Aan deze ‘risicomijdende’ discriminatie ligt in de

9

meeste gevallen risicobeperking ten grondslag.5 Een makelaar of verhuurder kiest voor de personen waarvan die denkt dat deze het minste risico vormen. Het kan dan zijn dat een verhuurder of makelaar afgaat op mensen bij wie die een ‘goed onderbuikgevoel’ heeft en ‘leuk’ of ‘normaal’ overkomen. In veel gevallen gaat het dan om mensen van wie wordt verondersteld dat zij tot een groep behoren waar positieve kwalificaties worden toebedeeld, of mensen die op veel vlakken overeenkomsten hebben met de verhuurder of makelaar. Het proces van verhuren laat veel ruimte over voor subjectieve oordeelvorming, wat ertoe kan leiden dat mensen met bepaalde kenmerken structureel buiten de boot vallen en geen huurwoning kunnen krijgen.6

2.3.

De context van woningverhuur in Rotterdam

In de voorgaande paragraaf schrijven we dat discriminatie bij woningverhuur in veel gevallen voortkomt uit de risico-inschatting van verhuurders over kandidaat-huurders. Bij kandidaten van wie wordt verondersteld dat zij tot een bepaalde groep behoren waarover negatieve stereotypes bestaan, wordt het risico op een slechte verhuring hoger ingeschat dan kandidaten die niet tot deze groep worden gerekend en waarover juist positieve beelden zijn. Uit eerder onderzoek in Rotterdam weten we dat de risico’s hoger worden ingeschat bij zogenaamde kleine particuliere verhuurders. Dat zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die hun eigen vermogen aanwenden om een woning te kopen

voor verhuur. Zij lopen meer financieel risico bij een slecht uitgepakte verhuring in tegenstelling tot een grote, institutionele verhuurder die vaak over meer kapitaal bezit en een slechte verhuring financieel beter kan dragen.7 In Rotterdam wordt 21,4% van alle woningen verhuurd door een particuliere verhuurder.8 Er zijn geen Rotterdamse cijfers bekend over hoe de groep particuliere verhuurders er precies uitziet en hoe de verhuurportefeuilles onderling hen zijn verdeeld. Wel is bekend dat landelijk het grootste deel van de particuliere verhuurders één tot vijf woningen verhuurd (11% van de particuliere verhuurt één woning; 39% verhuurt twee tot vijf woningen).9 Ook weten we dat er in de afgelopen jaren een toename is geweest van zogenaamde ‘buy-to-let’ verhuurders in Rotterdam.10, 11 Een andere contextfactor die relevant is voor het onderwerp discriminatie bij woningverhuur, is krapte. Uit onderzoek met betrekking tot de arbeidsmarkt weten we dat door krapte aan de kant van aanbod discriminatie kan toenemen.12 Vanuit de tweede landelijke monitor (2022) kunnen we met voorzichtigheid concluderen dat deze hypothese ook bij woningverhuur aan de orde

7 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. 8 BAG – OBI, Woningvoorraad naar bezit, 2020, 2021. Onderzoek010 - Ruimtelijke ordening, Wonen & Verkeer - Rotterdam 9 Lennartz, C. Schilder, F. en Van der Staak, M. (2019). Particuliere verhuurders op de Nederlandse woningmarkt. Activiteiten, investeringsmotieven en beleggingsstrategieën. Achtergrondstudie. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. 5 Böcker, A., Terlouw, A. en Özdemir, E. (2019). Discriminatie bij de verhuur van woningen? Een verkennend onderzoek naar verklaringen en de mogelijke aanpak. Nijmegen: Radboud Universiteit. 6 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR.

10 Aalbers, M., Bosma, J., Fernandez, R. en Hochstenbach, C. (2018). Buy-to-let. Gewikt en gewogen. Leuven/Amsterdam: Katholieke Universiteit Leuven/Universiteit van Amsterdam. 11 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. 12 Thurow, L.C. (1975). Generating inequality. New York: Basic Books.

10

is.13 Hoe minder beschikbare (en betaalbare) woningen en hoe meer woningzoekenden, des te groter de kans op discriminatie van mensen met nietNederlands klinkende namen. Ook in Rotterdam wordt er gesproken over een tekort aan (betaalbare) woningen; voor iedere huurwoning zijn er veel mensen zich aanmelden.14 Deze krapte kan dus een risico vormen op discriminatie.15, 16

2.4.

De aanpak van discriminatie bij woningverhuur in Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft sinds 2018 het onderwerp discriminatie in de particuliere verhuursector hoog op de agenda staan. De gemeente heeft veel inzet gepleegd op het thema goed verhuurderschap en het tegengaan van misstanden op de verhuurmarkt, waarvan het tegengaan van discriminatie onderdeel uitmaakt.17 Binnen de pilot Goed verhuurderschap in Rotterdam worden activiteiten uitgevoerd en instrumenten ontwikkeld om discriminatie tegen te gaan.18 Antidiscriminatiebureau RADAR heeft in opdracht van de gemeente Rotterdam diverse onderzoeken en projecten uitgevoerd over

dit onderwerp.19, 20, 21 De gemeente Rotterdam voerde in 2021 de verhuurdersvergunning in voor verhuurders waar eerder sprake was van een misstand.22 Bovendien heeft de gemeente Rotterdam zich hard gemaakt voor aanvullende landelijke wet- en regelgeving op de woningmarkt.23 Verder zet de gemeente Rotterdam in op kennisbevordering en bewustwording bij woningmarktpartijen, en is de gemeente in gesprek met verhuurders en makelaars over een eerlijk verhuurproces om objectieve selectie te bevorderen.24 Bovendien investeert de gemeente grondig in het aanpakken van de context van woningverhuur waarbinnen deze misstanden plaatsvinden. Zo worden er woningen in het middensegment bijgebouwd en is er sinds dit jaar een zelfbewoningsplicht in sommige wijken om het kopen voor verhuur tegen te gaan en beleggers te ontmoedigen om een huis te verhuren.25, 26

19 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. 20 Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene, M. (2021). “Alles is bespreekbaar”. Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR. 13 Hoogenbosch, A., Tierolf, B., Sikkema, M. en Mesic, A. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur 2022. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

21 Dibbets, A., Jak, L. en Hoogenbosch, A. (2020). Discriminatie bij woningverhuur in Rotterdam: een praktijktest. Rotterdam: RADAR.

14 Gemeente Rotterdam. Webpagina: Meer huurhuizen voor middeninkomens | Rotterdam.nl (geraadpleegd op 13 juni 2022)

22 Gemeente Rotterdam. Webpagina: Verhuurdersvergunning | Rotterdam.nl. (geraadpleegd op 13 juni 2022)

15 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR.

23 Het wetsvoorstel is in juni 2022 naar de Kamer gestuurd. Zie webpagina Rijksoverheid: Wetsvoorstel goed verhuurderschap naar de Tweede Kamer | Nieuwsbericht | Home | Volkshuisvesting Nederland (geraadpleegd op 13 juni 2022)

16 Andriessen, I. en Wittebrood. K. (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: VerweyJonker Instituut.

24 Gemeente Rotterdam. Inspanning voor Ontspanning. Voortgangsrapportage juni 2022 Integratie & Samenleven.

17 Gemeente Rotterdam (2020). Actieplan Goed Huren en Verhuren in Rotterdam. Gemeente Rotterdam, 13 oktober 2020.

25 Gemeente Rotterdam. Webpagina: Meer huurhuizen voor middeninkomens | Rotterdam.nl (geraadpleegd op 13 juni 2022)

18 Gemeente Rotterdam. Webpagina: Pilot Goed verhuurderschap Rotterdam | Volkshuisvestingnederland. nl (geraadpleegd op 13 juni 2022)

26 Gemeente Rotterdam. Webpagina: Opkoopbescherming voor woningen | Rotterdam.nl (geraadpleegd op 13 juni 2022)

11

2.5.

Het onderzoeken van discriminatie bij woningverhuur

Discriminatie is te onderzoeken op basis van ervaringen van discriminatie of objectieve discriminatie. De ervaringen van discriminatie kunnen bijvoorbeeld onderzocht worden aan de hand van meldingen die gedaan zijn bij een antidiscriminatiebureau, of door het afnemen van een vragenlijst onder mensen en hen te vragen naar het gevoel te zijn gediscrimineerd. Met deze onderzoeksmethoden wordt vaak de perceptie van discriminatie onderzocht; het gaat hierbij niet om vastgestelde discriminatie. Uit onderzoek van het SCP weten we dat ongeveer één op de drie mensen die een woning zoekt, denkt te maken te hebben gehad met discriminatie op basis van achtergrond of beperking.27 In het onderzoeksrapport dat voor u ligt, doen we echter geen onderzoek naar percepties van discriminatie, maar meten we in hoeverre er feitelijk en objectief vast te stellen sprake is van discriminatie. Dit doen wij aan de hand van correspondentietesten. Ook onderzoeken we de intenties van woningbemiddelaars om te discrimineren met mystery calls. Correspondentietesten Correspondentietesten zijn een vorm van praktijktesten die schriftelijk worden uitgevoerd. Het is een experimentele methode waarbij gekeken wordt of verschillende quasi-identieke profielen gelijk worden behandeld. De profielen verschillen alleen van elkaar op de te onderzoeken discriminatiegrond.

Voor dit onderzoek hebben we zogenaamde gepaarde testen uitgevoerd met steeds een ‘testprofiel’ en een ‘controleprofiel’. Deze twee profielen verschillen alleen in de naam van elkaar. De testprofielen betreffen niet-Nederlands klinkende namen; de controleprofielen betreffen Nederlands klinkende namen. Door op

grote schaal deze testen uit te voeren, is het mogelijk om een systematisch patroon van ongelijke behandeling van het testprofiel vast te stellen. Het vaststellen van discriminatie in het geval van een enkele aanbieder ligt ingewikkelder. Het kan namelijk zijn dat er sprake is van een toevallige en onbedoelde ongelijke behandeling in een individueel geval, bijvoorbeeld wanneer er een reactie van een profiel in de spaminbox is gekomen. Een belangrijke kanttekening van het doen van correspondentietesten om discriminatie bij woningverhuur te onderzoeken, is dat we bij deze uitwerking van de methode alleen testen of iemand uitgenodigd wordt voor een bezichtigingsmoment. Dit is echter slechts één moment binnen het proces om te komen tot een nieuwe huurder. Discriminatie kan ook daarna, in de stappen na een bezichtigingsmoment, plaatsvinden.28, 29 Mystery calls Bij mystery calls wordt er gebeld met een dienstverlenende organisatie en wordt er tijdens het gesprek een discriminerend verzoek gedaan aan de dienstverlener. De bedoeling hiervan is het meten van de bereidheid om mee te werken aan het verzoek. Voor dit onderzoek hebben acteurs gebeld met woningbemiddelaars die opereren in Rotterdam. De acteurs deden zich hierbij voor als verhuurders die informatie wilden inwinnen om de verhuring uit te besteden aan een bemiddelaar.

28 Hoogenbosch, A. en Dibbets, A. (2019). ‘Normale verhuurders willen normale huurders’. Veldverkenning discriminatie bij woningverhuur. Rotterdam: RADAR. 27 Andriessen, I., Hoegen Dijkhof, J., Van der Torre, A., Van den Berg, E., Pulles, I., Iedema, J. en De Voogd-Hamelink, M. (2020). Ervaren Discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

29 Andriessen, I. en Wittebrood. K. (2021). Discriminatie op de woningmarkt. Een praktijkgericht onderzoek naar de aanpak van discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt. Utrecht: VerweyJonker Instituut.

12

Naast dat mystery calls inzicht bieden in de bereidheid om mee te gaan met discriminatie, geven de calls ook inzicht in de mate waarin bemiddelaars bekend zijn met het discriminatieverbod en in de strategieën die ingezet worden om te komen tot het resultaat waar de klant om vraagt. Ook deze methode kent kanttekeningen. Met de methode wordt alleen de bereidheid om discriminerend te handelen onderzocht, en niet zozeer de daadwerkelijke discriminatie. Bij het bewegen met een klant kunnen ook andere zaken een rol spelen, zoals wie er op dat moment de telefoon opneemt en wat diens positie is binnen het bedrijf. Ook kan het zijn dat een bemiddelaar in het gesprek meebeweegt met de vraag om zijn gesprekspartner aan de andere kant van de lijn niet in verlegenheid te brengen, maar in werkelijkheid niet de intentie heeft om te discrimineren. Ethische afwegingen Bij het inzetten van beide methoden is het belangrijk om bepaalde ethische afwegingen in het achterhoofd te houden. Zo is er bij beide methoden geen sprake van ‘informed consent’; de onderzochte subjecten zijn niet op de hoogte van het feit dat zij onderzocht worden. De wetenschappelijke standaard schrijft voor dat mensen die onderwerp zijn van onderzoek, altijd geïnformeerd moeten zijn.

Echter, vanwege het belang van het kunnen onderzoeken van objectieve discriminatie op een betrouwbare en valide manier (waarbij de onderzochte subjecten hun gedrag niet aanpassen), is het belangrijk dat zij niet op de

hoogte zijn van het onderzoek.30, 31, 32, 33 Bovendien is er de afweging van de tijdsinvestering voor de onderzochte subjecten. Het kost namelijk tijd voor een bemiddelaar of verhuurder om een email te lezen en een telefoongesprek te voeren. Aan de andere kant stellen onderzoekers dat dit een kleine prijs is om te betalen om zoiets als discriminatie, wat van groot maatschappelijk belang is, te dienen.34, 35, 36

30 Van der Bracht, K., Verhaeghe, P.P. en Van de Putte, B. (2016). Gelijke toegang tot huisvesting voor elke Gentenaar: onderzoeksrapport. Gent: Universiteit Gent. 31 Bovenkerk, F. (1992). A Manual for International Comparative Research on Discrimination on the Grounds of ‘Race’ and ‘Ethnic origin’. Geneva: International Labour Organization. 32 Riach, P.A. en Rich, J. (2004). Deceptive field experiments of discrimination: Are they ethical? Kyklos, 57, pp: 457-470. 33 Zschirnt, E. (2016). Revisiting ethics in correspondence testing. Working paper series, nr. 8, NCCR On the Move. 34 Verstaete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35, pp: 703–721. 35 Banton, M. (1997). The ethics of practice-testing. Journal of Ethnic and Migration Studies, 23, pp: 413420. 36 Zschirnt, E. (2019). Revisiting ethics in correspondence testing: an update. Research Ethics, pp: 1-21.

13

3

Onderzoeksopzet

Voor deze gemeentelijke monitor maken we gebruik van data die we reeds hadden verzameld voor de tweede landelijke monitor discriminatie verhuurmarkt (2022)37 – in dit geval data voor de gemeente Rotterdam – én data die we aanvullend hebben verzameld. In dit hoofdstuk beschrijven we de aanpak van de dataverzameling op basis van twee deelonderzoeken: correspondentietesten en mystery calls.

3.1.

Correspondentietesten

Voor dit onderzoek hebben we gepaarde correspondentietesten ingezet. Dat wil zeggen dat we met twee quasi-identieke profielen reageren op advertenties van huurwoningen. De twee profielen – het testprofiel en het controleprofiel – verschillen alleen van elkaar op de te onderzoeken variabele. Vervolgens analyseren we de reactie die we terugkrijgen van de aanbieder van de huurwoning: wordt iemand wel of niet uitgenodigd voor een bezichtigingsmoment? Door dit veelvuldig te doen, onderzoeken we in hoeverre er sprake is van een systematisch patroon van ongelijke behandeling tussen het testprofiel en het controleprofiel.

3.1.1.

In deze gemeentelijke monitor onderzoeken we discriminatie op basis van etniciteit. We kijken naar de mate waarin personen met een Marokkaans klinkende naam of een (Afro-)Caribisch klinkende naam ongelijk worden behandeld als het gaat om uitgenodigd worden voor een bezichtigingsmoment van een huurwoning. De gekozen namen bij deze profielen zijn gebaseerd op veel voorkomende voor- en achternamen in Marokko, het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, en Nederland. In de landelijke monitor hebben we reeds gekeken naar de profielen Marokkaans klinkende mannennaam en Marokkaans klinkende vrouwennaam. De resultaten van testen bij advertenties voor huurwoningen in de gemeente Rotterdam, die we voor de landelijke monitor hebben uitgevoerd, nemen we mee in deze gemeentelijke monitor. Om meer data te verkrijgen, hebben we aanvullende testen uitgevoerd (voor huurwoningen in de gemeente Rotterdam). In de analyses voor beide profielen – Marokkaans klinkende naam en (Afro-) Caribisch klinkende naam – kijken we naar mannennamen en vrouwennamen gezamenlijk. Bij de dataverzameling hebben we voor beide profielen gestreefd naar een gelijke man-vrouwverhouding (50-50). 3.1.2.

37 Hoogenbosch, A., Tierolf, B., Sikkema, M. en Mesic, A. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur 2022. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Profielen

Selectie van advertenties

Voorafgaand aan iedere ronde verzamelen en downloaden we door middel van een webscraping tool alle beschikbare woningadvertenties, die we transformeren naar een excelbestand. Net als we bij de landelijke monitor (2022 selecteerden we voor de aanvullende testen voor de gemeente Rotterdam alleen de woningadvertenties met een maximale huurprijs van € 1.600 per maand, met de status ‘te huur’. 14

Bij de testen in het kader van de landelijke monitor (2022) hebben we alleen woningadvertenties op het platform Pararius gebruikt. Bij de aanvullende testen hebben we ook woningadvertenties op andere platforms meegenomen. Zo zijn de resultaten representatiever voor de Rotterdamse situatie. Voor het totaal aantal correspondentietesten voor de gemeente Rotterdam – inclusief de testen die al bij de landelijke monitor (2022) zijn uitgevoerd – streven we naar de volgende verdeling van advertenties over de platforms: 60% Pararius, 15% Funda en 25% overige platforms (JAAP.NL, Kamernet en Huurda). Nadat we de geschikte woningadvertenties selecteerden, verwijderden we alle dubbele aanbieders, zodat aanbieders slechts één keer per ronde zijn getest. De advertenties die over blijven, wijzen we willekeurig toe aan één gepaard testprofiel. Daarbij keken we ook naar het (van tevoren berekende) benodigde aantal testen per type profiel, per platform, per ronde. Indien er meer woningadvertenties over bleven dan het aantal benodigde testen, trokken we een aselecte steekproef. Dit is echter een enkele keer van toepassing geweest. 3.1.3.

Uitvoering van de testen

De uitvoering van de testen verloopt bij het vervolgonderzoek hetzelfde als bij de landelijke monitor. Eerst reageren we met het testprofiel en ongeveer drie uur later reageren we op dezelfde advertentie met het controleprofiel. Een reactie betekent dat er wordt geklikt op de button op de advertentiepagina, bedoeld om interesse te tonen in de woning en in een bezichtiging van die woning. Vervolgens wordt het formulier ingevuld met de profielinformatie. Het gaat dan om naam, emailadres, telefoonnummer en een kort tekstbericht waaruit de interesse voor een bezichtiging van de woning blijkt. Deze tekstberichten zijn verschillend tussen het testprofiel en het controleprofiel, maar nagenoeg identiek in lengte en taalgebruik. De tekstberichten zijn daarbij aselect toegewezen aan de verschillende profielen. In bijlage 1 zijn voorbeelden te vinden van de berichten die we hebben verstuurd. De tekstberichten sluiten altijd af met de volledige naam van het profiel, zodat de naam op drie verschillende plekken terugkomt: in het hokje met de naam, in het emailadres en in het bericht.

3.1.4.

Aantal testen

Voor deze gemeentelijke monitor streefden we naar 250 testen per profiel, dus in totaal 500 testen.38 Voor de landelijke monitor discriminatie woningverhuur (2022) zijn er 168 correspondentietesten uitgevoerd bij advertenties voor woningen in de gemeente Rotterdam, voor profiel Marokkaans klinkende mannennaam en Marokkaans klinkende vrouwennaam. Aanvullend hebben we in maart en april 2022 extra correspondentietesten uitgevoerd bij 353 advertenties, verspreid over vier testrondes. Dit levert een totaal op van 521 advertenties waarbij correspondentietesten zijn uitgevoerd. Het betrof in totaal iets minder unieke woningen (493) omdat sommige (28) advertenties in verschillende rondes meermaals (2 of 3 keer) zijn aangeschreven met een verschillend of eenzelfde profiel. 3.1.5.

Verwerking van de reacties

De verwerking van de reacties verloopt bij het vervolgonderzoek hetzelfde als bij de landelijke monitor. Na het uitsturen verwerken we tot elf dagen na de testdag de reacties van aanbieders die per e-mail, sms of voicemail terugkomen. Alle reacties coderen we aan de hand van 11 codes (zie de codelijst in bijlage 2). Alle toegekende codes controleren we met vier ogen om fouten te voorkomen en subjectiviteit tegen te gaan.

38 Dit aantal is in lijn met eerdere onderzoeken naar discriminatie op de verhuurmarkt op gemeentelijk niveau. Zie o.a.: Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene, M. (2021). “Alles is bespreekbaar”. Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR. Verhaeghe, P.P., Martiniello, B. en Ghekiere, A. (2020). Discriminatie door makelaars op de huurwoningmarkt van Antwerpen: de nulmeting. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel. Martiniello, B., Ghekiere, A. en Verhaeghe, P.P. (2022). Discriminatie op de huurwoningmarkt van Brugge. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

15

3.1.6.

Analyse van de reacties

De analyse van de reacties verloopt bij het vervolgonderzoek hetzelfde als bij de landelijke monitor. Nadat alle reacties zijn verwerkt, analyseren we de resultaten gebruikmakend van een statistisch programma. We kijken voor alle geslaagde testen of er verschillen zijn in uitnodigingskansen tussen de test- en controleprofielen. Er zijn steeds vier combinaties mogelijk: a. b. c. d.

Zowel testprofiel als controleprofiel wordt uitgenodigd voor een bezichtiging. Het controleprofiel wordt uitgenodigd voor een bezichtiging en het testprofiel niet (negatieve discriminatie). Het testprofiel wordt uitgenodigd voor een bezichtiging en het controleprofiel niet (positieve discriminatie). Zowel testprofiel als controleprofiel wordt niet uitgenodigd voor een bezichtiging.

We berekenen per type profiel de netto-discriminatiegraad; dit is het percentage van de gevallen waarbij het testprofiel systematisch benadeeld wordt ten opzichte van het controleprofiel. Hierbij wordt er geen rekening gehouden met de situatie waarbij beide profielen geen reactie kregen, omdat we daar geen conclusies over (on)gelijke behandeling aan kunnen verbinden.39 De netto-discriminatiegraad wordt berekend aan de hand van de formule: (b – c) (a + b + c)

Nadat we de netto-discriminatiegraad hebben berekend, analyseren we aan de hand van de McNemar-toets – voor de profielen Marokkaans klinkende naam en (Afro-)Caribisch klinkende naam – in hoeverre de netto-discriminatiegraad statistisch significant is en of er (geen) sprake is van verschil gebaseerd op toeval. Het resultaat van deze toets wordt uitgedrukt in een χ2-waarde met bijbehorende p-waarde. Hoe dichter de p-waarde bij nul ligt, hoe groter de kans dat de netto-discriminatiegraad niet op toeval berust en dat het gaat om ongelijke behandeling van het testprofiel. We beschouwen de resultaten als significant wanneer de p-waarde kleiner is dan 0,05. Daarnaast kunnen we voor elk profiel – met testprofiel en controleprofiel apart – de uitnodigingskans (of uitnodigingspercentage) berekenen. Dit is het aantal keren dat het profiel een uitnodiging ontvangt (reacties die gecodeerd zijn met codes 4, 5 of 6, zie bijlage 2), gedeeld door het totaal aantal testen dat bij dit profiel is uitgevoerd. Vervolgens kijken we – voor de profielen Marokkaans klinkende naam en (Afro-)Caribisch klinkende naam – met een paired samples proportions test (McNemar) of de uitnodigingskans significant verschilt tussen het testprofiel en het controleprofiel.

Met betrekking tot de uitnodigingskansen doen we tevens een aantal aanvullende analyses, waarbij we een aantal uitsplitsingen maken zodat we nog meer te weten komen over discriminatie bij woningverhuur. Hierbij kijken we naar de volgende factoren: z

z

Geslacht: zijn er (significante) verschillen in uitnodigingskansen tussen mannen en vrouwen? Platform, huurprijs en woonoppervlakte van de betreffende huurwoning: in hoeverre hebben deze invloed op de uitnodigingskansen?

39 Zie hierover de aanbevelingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over hoe correspondentietesten uit te voeren.

16

Voor zowel de netto-discriminatiegraden als de uitnodigingskansen kijken we bovendien – waar dit mogelijk is – hoe de uitkomsten voor deze gemeentelijke monitor zich verhouden tot de uitkomsten van de tweede landelijke monitor discriminatie verhuurmarkt (2022). Netto-discriminatiegraad en werkelijke discriminatie Bij dit onderzoeksontwerp gaan we uit van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. We testen namelijk altijd eerst met het testprofiel en daarna met het controleprofiel. We gaan ervan uit dat het testprofiel meer kans heeft op een uitnodiging voor een bezichtigingsmoment dan het controleprofiel. Het kan namelijk zijn dat op het tijdstip van het reageren door het testprofiel, de woning nog beschikbaar is of dat er nog plek is op de lijst voor bezichtigingen. Dat kan veranderd zijn wanneer ongeveer 3 uur later het controleprofiel reageert, dan kan de lijst vol zitten. Dit principe lijkt te passen bij de dynamiek van de huurwoningmarkt, die zich kenmerkt door krapte en waar woningen slechts voor korte duur aangeboden worden. Dit betekent wel dat de netto-discriminatiegraad die we berekenen een onderschatting kan zijn van de werkelijke discriminatie bij de verhuur van woningen: het testprofiel zou eigenlijk een uitnodigingsvoordeel (van gemiddeld 3 uur) moeten hebben ten opzichte van de het controleprofiel. 40

3.2.

Mystery calls

Bij een mystery call belt een persoon eenmalig naar een dienstverlenende organisatie (in het geval van dit onderzoek een woningbemiddelaar) waarbij deze persoon zich voordoet als een potentiële klant (een verhuurder). Tijdens de call toetst de fictieve verhuurder of de bemiddelaar ingaat op een discriminerend

verzoek. Door deze calls op grote schaal uit te voeren, kunnen we onderzoeken in hoeverre bemiddelaars structureel bereid zijn om discriminerend te handelen op basis van het verzoek van een klant. In deze paragraaf beschrijven we hoe de mystery calls zijn uitgevoerd, op welke manier de bemiddelaars zijn geselecteerd en hoe we de informatie uit de gesprekken hebben geanalyseerd. 3.2.1.

Uitvoering van de calls

Bij de landelijke monitor (2022) zijn de mystery calls uitgevoerd door twee acteurs, een man en een vrouw. Zij hebben gebruik gemaakt van een fictieve Nederlands klinkende mannennaam en vrouwennaam. Ter voorbereiding hebben zij informatie gekregen over het onderzoek; het gaat om zowel een schriftelijke instructie als een korte face-to-face training. Zo konden zij oefenen met het voeren van een geloofwaardig telefoongesprek waarin zij het discriminerende verzoek verwerkten. Om uniformiteit te creëren, hebben de acteurs gebruik gemaakt van een gespreksleidraad (zie bijlage 3). Hierin staat beschreven op welke manier zij het discriminerende verzoek moeten verwoorden tijdens het telefoongesprek. Verder kan de precieze formulering per mystery call verschillen, omdat de acteurs binnen het verloop van het gesprek met bemiddelaar geloofwaardig moeten overkomen. De kern van het discriminerende verzoek blijft echter vergelijkbaar. Daarnaast hadden de acteurs een lijst met fictieve woningen in het werkgebied van de bemiddelaar, bestaande uit type woning, plaatsnaam, buurt en straat, en een indicatie voor de te vragen huurprijs. Ook hadden zij een telefoonnummer en een fictief emailadres dat zij desgevraagd aan de bemiddelaar konden doorgeven.

40 Deze kanttekening wordt ook genoemd in Verhaeghe, P.P., Martiniello, B. en Ghekiere, A. (2020). Discriminatie door makelaars op de huurwoningmarkt van Antwerpen: de nulmeting. Brussel: Vakgroep Sociologie, Vrije Universiteit Brussel.

17

Naast het gebruik van resultaten van geslaagde mystery calls uit de landelijke monitor (2022), zijn voor deze gemeentelijke monitor aanvullende mystery calls uitgevoerd door één acteur, een man. De uitvoering van de mystery calls verliep op dezelfde wijze als bij de landelijke monitor. 3.2.2. Selectie van de bemiddelaars Bij de landelijke monitor (2022) is bij 12 bemiddelaars die actief zijn binnen de gemeente Rotterdam, een mystery call uitgevoerd. De betreffende data nemen we mee in deze gemeentelijke monitor. Voor de aanvullende mystery calls hebben we gebruik gemaakt van de lijst met bemiddelaars vanuit de landelijke monitor (2022). Hieruit hebben we de aanbieders geselecteerd die actief zijn binnen de gemeente Rotterdam. Deze lijst hebben we, op basis van een internetsearch, aangevuld met ‘nieuwe’ aanbieders die actief zijn binnen de gemeente Rotterdam. Per aanbieder hebben we via een korte internetsearch achterhaald in hoeverre die daadwerkelijk bemiddeling bij woningverhuur voor verhuurders verzorgt. Deze exercitie heeft geleid tot 64 geselecteerde bemiddelaars voor de gemeente Rotterdam, bij wie we hebben geprobeerd om een mystery call uit te voeren. Aanvullend op de 12 mystery calls uit de landelijke monitor (2022) zijn er voor deze gemeentelijke monitor mystery calls uitgevoerd met 36 bemiddelaars.

Hiermee komen we uit op een totaal van 48 mystery calls voor de gemeente Rotterdam. Redenen van mislukte pogingen waren dat de betreffende bemiddelaar (na meerdere pogingen) onbereikbaar was, dat de bemiddelaar niet (langer) bij verhuur bemiddelde, of dat de bemiddelaar niet (meer) actief was in gemeente Rotterdam overeenkwam met het adres van de fictieve woning.

3.2.3. Analyse van de gesprekken Alle gesprekken zijn opgenomen en getranscribeerd. Onderzoekers hebben vervolgens een code toegekend aan elk gesprek. 41 Voor de codering hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van de analysetool Atlas.ti. Alle gecodeerde transcripties zijn met vier ogen bekeken en beoordeeld, waarna de definitieve codes werden toegekend. Dit om het risico op subjectieve codering zo veel mogelijk te beperken. Beschrijving codes mystery calls

Code

Beschrijving

1

De categorie “geen discriminatie” verwijst naar de bemiddelaars die onmiddellijk weigerden mensen met een migratieachtergrond (“allochtonen”) te discrimineren.

2

De tweede categorie “discriminatie” omvat alle bemiddelaars die ermee instemden te discrimineren door mensen met een migratieachtergrond (‘allochtonen’) te weigeren of te ontmoedigen of door een lijst samen te stellen van huurkandidaten met alleen mensen zonder migratieachtergrond.

3

De derde categorie “geen antwoord” omvat de bemiddelaars die verklaarden dat ze “dergelijke zaken” niet telefonisch wilden bespreken en dus de eigenaar uitnodigden op kantoor, of antwoordden dat ze deze dingen eerst met de baas moesten bespreken.

4

De vierde categorie “strenge selectie” bevat de bemiddelaars die voorstelden huurders te selecteren op basis van andere niet-etnische criteria (taalvaardigheid, gepercipieerd fatsoen), die echter een negatieve impact kunnen hebben op etnische minderheden.

5

De laatste categorie “aanbieding” verwijst naar de bemiddelaars die voorstelden om een lijst van huurkandidaten samen te stellen waaruit de eigenaar vervolgens een geschikte huurder zou kunnen selecteren. Deze bemiddelaars weigerden echter een lijst met alleen mensen zonder migratieachtergrond samen te stellen, maar door een lijst samen te stellen vergemakkelijken ze de mogelijke discriminatie door de eigenaar in de laatste fase van het verhuurproces.

Overig

Binnen de categorie “overig” vallen de bemiddelaars van wie de reacties niet kunnen worden toegekend aan één van de vijf bovengenoemde codes.

41 Met uitzondering van de code “overig” zijn deze codes gebaseerd op het onderzoek van Verstraete, J. en Verhaeghe, P.P. (2019). Ethnic discrimination upon request? Real estate agents’ strategies for discriminatory questions of clients. Journal of Housing and the Built Environment, 35, pp: 703–721.

18

Naast het toekennen van de bovenstaande zes codes hebben we een kwalitatieve analyse uitgevoerd. Hierbij zijn labels toegekend aan (delen van) reacties van bemiddelaars die ofwel opvallend waren omdat zij veelvuldig voorkwamen, ofwel omdat zij tekenend waren voor de reacties binnen een bepaalde code. We hebben daarbij ook de kwalitatieve analyses van de tweede landelijke monitor (2022) in acht genomen.

19

4

Resultaten correspondentietesten

In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de correspondentietesten. Eerst gaan we in op de algemene bevindingen met betrekking tot de geslaagde testen. Vervolgens kijken we voor de profielen Marokkaans klinkende naam en (Afro-)Caribisch klinkende naam naar de netto-discriminatiegraad en naar de uitnodigingskansen. In de analyses voor beide profielen kijken we naar mannennamen en vrouwennamen gezamenlijk. Tot slot gaan we in op enkele aanvullende analyses. Voor de helderheid rondom de begrippen die we gebruiken en analyses die we doen, hebben we hieronder een leeswijzer toegevoegd die uitleg geeft over netto-discriminatiegraad, uitnodigingskans en significantie.

Leeswijzer: netto-discriminatiegraad, uitnodigingskans en significantie In dit hoofdstuk worden veelvuldig verschillen in netto-discriminatiegraden en uitnodigingskansen besproken. De netto-discriminatiegraad is het percentage waarin het testprofiel systematisch benadeeld wordt ten opzichte van het controleprofiel binnen een gepaarde test (zie ook paragraaf 3.1.6). De uitnodigingskans is het percentage directe uitnodigingen dat een (test- of controle)profiel ontvangt (op basis van codes 4, 5, 6, zie bijlage 2). Het verschil tussen de uitnodigingskans van het testprofiel en die van het controleprofiel is bepalend voor de netto-discriminatiegraad bij deze gepaarde test. De uitnodigingskansen kunnen echter ook van waarde zijn om buiten de gepaarde test analyses te doen. Zo kunnen bijvoorbeeld de testprofielen van twee afzonderlijke gepaarde testen met elkaar vergeleken worden, of twee controleprofielen. Netto-discriminatiegraden en uitnodigingskansen worden beide in percentages uitgedrukt. Hierbij wordt steeds vermeld of een verschil (statistisch) significant is (zie ook paragraaf 3.1.6). We hanteren hierbij een maximale toevalkans van 5%. Dit betekent dat, wanneer de kans dat we toevallig een bepaald verschil vinden kleiner is dan 5%, we spreken van een daadwerkelijk verschil. Wanneer de toevalkans groter is dan 5%, spreken we niet van een verschil.

Deze toevalkans is mede afhankelijk van het aantal waarnemingen. Wanneer we verschillen bespreken over een groot aantal waarnemingen, bereiken we sneller significantie dan wanneer we verschillen bespreken over een kleiner aantal waarnemingen.

20

4.1.

Figuur 2 Aantal geslaagde testen, naar platform

Algemene bevindingen

We beschrijven hieronder eerst het geslaagde aantal correspondentietesten, uitgesplitst naar profiel, geslacht en platform. Vervolgens gaan we in op een aantal algemene kenmerken van de huurwoningen waarvoor we testen hebben uitgevoerd. Tot slot bespreken we in hoeverre de profielen reacties van aanbieders ontvangen, nadat zij op advertenties hebben gereageerd.

Pararius - landelijke monitor 22,5%

10,6%

Funda

10,2% 64,1%

67,2%

3,7%

Overig

4.1.1.

21,6%

Pararius vervolgonderzoek Rotterdam

Geslaagde correspondentietesten

Van de totaal 521 correspondentietesten die voor woningen in de gemeente Rotterdam zijn uitgevoerd, bleken er uiteindelijk 489 (93,9%) geslaagd. De niet-geslaagde testen betreffen voornamelijk advertenties die zijn verwijderd nadat er met het testprofiel is gereageerd, waarbij er niet meer met het controleprofiel kon worden gereageerd. Het verhuuraanbod in de testen was uiteindelijk afkomstig van in totaal 188 unieke aanbieders.

Marokkaans klinkende naam: 245 geslaagde testen

(Afro-)Caribisch klinkende naam: 244 geslaagde testen

De verdeling van de geslaagde testen over de platforms is voor beide typen profielen nagenoeg hetzelfde. Echter, wanneer we alleen onderscheid maken op basis van geslacht, dan is te zien dat bij mannen het aandeel advertenties op Pararius iets lager is en het aandeel advertenties op overige platforms juist iets hoger is, in vergelijking met vrouwen. De verschillen zijn te zien in figuur 3.

In figuur 1 en figuur 2 wordt per profiel het aantal geslaagde testen weergegeven, uitgesplitst naar geslacht en naar platform.

Figuur 3 Aantal geslaagde testen, naar geslacht en platform (los van profiel)

Figuur 1 Aantal geslaagde testen, naar geslacht

Mannen

Marokkaans klinkende naam

135

110

Afro-Caribisch klinkende naam

124

120

64,9%

70,4%

Vrouwen 0%

0

50 Man

Vrouw

100

150

200

20% Pararius

250

10,0%

Funda

25,1%

10,9%

40%

60%

80%

18,7% 100%

Overig

Verder geldt, voor de aanvullende correspondentietesten die we hebben uitgevoerd, dat bij bijna de helft van de betreffende advertenties (44,8%) de woning op twee of meer van de verschillende platforms werd geadverteerd, wanneer we kijken naar Pararius, Funda en JAAP.NL.

21

4.1.2. Informatie over de woningen

4.2.

De woningen bij de geslaagde testen hebben gemiddeld 2,7 kamers, een gemiddelde huurprijs van € 1.201,03 per maand, en een gemiddelde woonoppervlakte van 70 m2. Ten aanzien van de huurprijs en de woonoppervlakte van de woningen waarbij we geslaagde testen hebben uitgevoerd, zien we gemiddeld genomen geen (significante) verschillen tussen de verschillende profielen (gelet op groep en geslacht).

Hieronder gaan we in op de netto-discriminatiegraad voor beide profielen: Marokkaans klinkende naam en (Afro-)Caribisch klinkende naam. De nettodiscriminatiegraad wordt berekend op basis van het aantal keer dat zowel testprofiel als controleprofiel worden uitgenodigd voor een bezichtiging; het aantal keer dat het controleprofiel wél en het testprofiel niet wordt uitgenodigd; en het aantal keer dat het testprofiel wél en het controleprofiel niet wordt uitgenodigd. Waar mogelijk bespreken we ook hoe de uitkomsten voor deze gemeentelijke monitor zich verhouden tot de landelijke monitor (2022)42 en de vorige gemeentelijke monitor (2021)43.

Bij de advertenties waarop we hebben getest, wordt ook het type woning weergegeven. Omdat elk platform andere soorten categorieën hanteert, is het niet goed mogelijk om de testen langs een eenduidige indeling te categoriseren en op basis hiervan uitspraken te doen. Wel laat een grove analyse zien dat het bij het merendeel van de woningen bij geslaagde testen om appartementen gaat. 4.1.3.

Ontvangen reacties van aanbieders

In ongeveer 60 procent van de gevallen waarbij een profiel op een advertentie heeft gereageerd, heeft het betreffende profiel een reactie van de aanbieder ontvangen. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om een verzoek om contact op te nemen of om meer informatie te verstrekken, een uitnodiging voor een bezichtiging, of een bericht dat de bezichtigingen al vol zijn of dat de woning al verhuurd is (reacties die gecodeerd zijn met codes 1 t/m 9 of 11, zie bijlage 2). Het percentage van de gevallen waarbij het testprofiel of het controleprofiel een reactie van de aanbieder heeft ontvangen, verschilt overigens tussen de platforms waarnaar we hebben gekeken. Waar het bij Pararius en Funda om ongeveer 65 procent gaat, is dit bij de overige platforms samengenomen slechts ongeveer 40 procent. Over wat dit mogelijk betekent voor de duiding van de uitkomsten van de analyses, gaan we in paragraaf 4.3 nader in.

Netto-discriminatiegraad

4.2.1. Marokkaans klinkende naam De netto-discriminatiegraad voor de profielen met een Marokkaans klinkende naam is 22%. Personen met een Marokkaans klinkende naam hebben in Rotterdam dus een 22% lagere kans om te worden uitgenodigd naar aanleiding van reacties op woningadvertenties, dan personen met een Nederlands klinkende naam. De netto-discriminatiegraad is weliswaar niet statistisch significant, maar wel randsignificant (p = 0,057); de kans dat het waargenomen verschil (of een groter verschil) tussen personen met een Marokkaans klinkende naam en personen met een Nederlands klinkende naam, puur door toeval wordt bepaald, is 5,7%. Dit betekent dat de uitkomsten weliswaar in de richting wijzen dat er sprake is van niet-toevallige resultaten – dus dat er sprake is van discriminatie – maar dat we de resultaten voorzichtig moeten interpreteren.

42 Hoogenbosch, A., Tierolf, B., Sikkema, M. en Mesic, A. (2022). Monitor discriminatie bij woningverhuur 2022. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 43 Hoogenbosch, A., Fiere, B. en Koene, M. (2021). “Alles is bespreekbaar”. Discriminatie bij woningverhuur: resultaten correspondentietesten en mystery calls in Rotterdam. Rotterdam: RADAR.

22

Rapporteren van randsignificantie We beschouwen resultaten als significant wanneer de p-waarde kleiner is dan 0,05. In wetenschappelijk onderzoek is dit de gangbare kritische waarde die wordt gehanteerd voor (het bepalen van) significantie. In wetenschappelijke stukken wordt doorgaans niet gerapporteerd over randsignificantie (waarbij de p-waarde weliswaar groter is dan 0,05, maar wel dicht tegen 0,05 aan ligt). Er lijkt bovendien geen (breed) gedeelde definitie te zijn van randsignificantie; in wetenschappelijke stukken waarin wordt gerapporteerd over randsignificante resultaten, staat meestal niet duidelijk vermeld wanneer iets (al dan niet) wordt geïnterpreteerd als randsignificant.44 In bovenstaand geval kiezen wij ervoor om te benoemen dat het om een randsignificant resultaat gaat, omdat een andere analyse die we hebben gedaan op basis van een vergelijking van uitnodigingspercentage tussen het testprofiel en het controleprofiel, wél een significant resultaat heeft opgeleverd (zie paragraaf 4.3.1). De combinatie van de twee methoden om naar de resultaten te kijken – kijkend naar de netto-discriminatiegraad enerzijds en naar het verschil in uitnodigingspercentages anderzijds – geeft dus de indruk dat er sprake is van ongelijke behandeling van personen met een Marokkaans klinkende naam ten opzichte van personen met een Nederlands klinkende naam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a4e447b1-6724-42fc-be0b-e3918673fc9a