CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008822] Bijlage behorende bij 22bb8821 - Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam. Rapportage van de concretiseringsfase.

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 8 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Opening en mededeling35.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.3 Een levendig Verhaal van Rotterdam online Website

De hele collectie van het nieuwe stadsmuseum is via de website van het museum te bekijken, gerubriceerd op de hoofdthema’s van het Verhaal van Rotterdam. Ook biedt de website een portal voor de gehele Collectie Rotterdam. Verder zijn op de website podcasts te beluisteren en zijn de uitzendingen van de wekelijkse debatprogramma’s doorlopend te zien, net als de verschillende sociale kanalen waarop het nieuwe stadsmuseum te volgen is.

25

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 2

Online platforms

Een belangrijke invulling van het Verhaal van Rotterdam online betreft de activatie van platforms. Verschillende typen platforms verzorgen een verhaal rondom de hoofdthema’s van het Verhaal van Rotterdam, zoals ook gepresenteerd in de Experience. Deze platforms zijn bedoeld om collectiestukken, persoonlijke verhalen, publicaties en onderzoeken te delen. Naast de inhoudelijke platforms op hoofdthema, zal het nieuwe stadsmuseum wijkplatforms opzetten en hosten, waar mogelijk in samenwerking met wijkorganisaties en met de stichting Wijkcollectie / Echt Rotterdams Erfgoed. De online wijkplatforms zijn er voor de inwoners en bieden hen de mogelijkheid het erfgoed van hun wijk te delen met eigen verhalen en foto’s. Ook foto- en filmmateriaal uit andere collecties (o.a van Stadsarchief) zijn hier te bekijken, net als de agendafunctie met een overzicht van wat er wanneer er ‘in de wijk’ te doen is. Voor de Rotterdamse erfgoedprofessionals worden mogelijk op maat besloten online plat­ forms opgezet, bijvoorbeeld rondom het collectiebeleid, onderzoeksprogramma’s en educa­ tie- & participatie programma’s. Het Stadsmuseum coördineert de digitale ontsluiting van de Collectie Rotterdam: in eerste instantie de collectie in eigendom van de gemeente, maar ook andere collectiebeherende instellingen kunnen zich aansluiten.

2.4 Educatie en participatie Educatieprogramma’s voor kinderen en jongeren

Het nieuwe stadsmuseum biedt met een uitgebreid educatieprogramma betekenisvolle verhalen over de stad van vroeger en nu, waarbij vanuit het heden naar het verleden wordt gekeken en de diverse perspectieven daarop aan bod komen. De rode draad in alle educatie­ programma’s: de stimulans om zelf verhalen te vertellen. Kinderen ontdekken zo dat ze zelf daadwerkelijk deel uitmaken van de stad. Het nieuwe stadsmuseum zet stevig in op educa­ tieprogramma’s voor het basisonderwijs. De ambitie is dat alle Rotterdamse basisschoolleer­ lingen minimaal één keer in hun schoolloopbaan een bezoek brengen aan het stadsmuseum. Daarbij gaat het er niet alleen om dat meer leerlingen het stadsmuseum bezoeken, maar ook dat ze als ervaringsdeskundigen bijdragen aan de verhalen van Rotterdam. Met als doel kennis en begrip te kweken over hoe Rotterdam als stad in elkaar steekt en hoe dat zo gekomen is, maar vooral om jonge Rotterdammers hun eigen positie te laten ontdekken in de maatschappelijke dynamiek van de stad. Op die manier kan het nieuwe stadsmuseum jonge­ ren helpen een open blik te krijgen op alle (mede)bewoners, culturen en subculturen van de superdiverse stad die Rotterdam is. Daarmee sluiten de educatieprogramma’s van het nieuwe stadsmuseum aan bij het vernieuwde onderwijscurriculum in het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

Verschillende perspectieven, meerstemmigheid, maken, meemaken en betekenis geven zijn daarin belangrijke elementen.

Jonge Rotterdammers ontdekken hun eigen positie in de maatschappelijke Rotterdamse dynamiek én ontwikkelen een open blik hierop

26

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 2

In de educatieprogramma’s worden de hoofdthema’s van het Verhaal van Rotterdam vertaald in aanbod dat aansluit op het nieuwe onderwijscurriculum. De basis van het educatie-aanbod bestaat uit interactieve rondleidingen voor leerlingen uit de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ervaren museumdocenten lei­ den leerlingen rond door de Experience en brengen de Rotterdamse geschiedenis tot leven. Met QR-codes zoomen we bijvoorbeeld in op het verhaal achter belangrijke collectiestukken. Met opdrachten ontdekken leerlingen meer over nieuwe en oude helden en over democratie, diversiteit en samenleven. De learning-by-doing-labs van het museum (de Speeltuin en het Medialab) zetten we daarbij actief in. Ook een bezoek aan het (beoogde) nieuwe depot Collectie Centrum Rotterdam zal in het educatieaanbod worden opgenomen. Voor het voortgezet onderwijs en het mbo worden de educatieprogramma’s expliciet opgezet vanuit de (onderwijs-)leergebieden Burgerschap en Mens & Maatschappij. Leerlingen gaan in gesprek met de museumdocenten en worden gestimuleerd hun ervaringen te delen en hun mening te vormen en geven.

Hoe is Rotterdam met al zijn verschillende inwoners zo ont­ staan? Wat betekent dat voor de leerlingen in hun dagelijks leven? Verhalen en collectie uit de museale presentatie worden op deze manier bevraagd en bediscussieerd, met aandacht voor democratie, diversiteit en samenleven. Voor het speciaal onderwijs volgen educatiepro­ gramma’s op maat. Voor elk bezoek aan het museum geldt dat gebruik van voorbereidend lesmateriaal mogelijk is, dat al op school kan wordt ingezet en aansluit op de nieuwe kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs.

Echt Rotterdams Erfgoed

Naast het educatieprogramma zet het nieuwe stadsmuseum zich in om de wijken en gemeenschappen bij het verhaal van Rotterdam te betrekken. Het nieuwe stadsmuseum is er voor alle Rotterdammers. Extra inspanning wordt geleverd richting doelgroepen die niet vanzelfsprekend naar het museum gaan, met een accent op kinderen en jongeren. In de afgelopen jaren is met Echt Rotterdams Erfgoed een interessante aanpak ontstaan om opvallende verhalen en objecten in de stad van nu te verzamelen en te ontsluiten, samen met Rotterdammers. Zij weten immers wat en wie belangrijk is in hun omgeving. Samen met wijkbewoners en gemeenschappen wordt het DNA van de stad ontrafeld. En de verhalen en objecten die dit oplevert, vormen de collectie Echt Rotterdams Erfgoed. Voor opname in de collectie Echt Rotterdams Erfgoed worden verhalen en objecten beoor­ deeld aan de hand van een aantal criteria: • Het is Rotterdams of in Rotterdam; • Het is actueel; • Het is actief bezig voor anderen en/of de stad; • Het staat open voor verbinding; • Het voegt iets toe aan de stad; • Het staat in verband tot een historische ontwikkeling of object.

Het nieuwe stadsmuseum wil het concept van Echt Rotterdams Erfgoed verder doorontwikke­ len, in het bijzonder op de volgende punten: • Zoeken van een goede balans tussen activiteiten en presentaties in wijken en gemeen­ schappen en presentaties van verhalen en objecten om met de stad te delen (bijvoor­ beeld in de Hub of als onderdeel van de museale Experience).

27

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 2

• Niet alleen Echt Rotterdams Erfgoed in de oude stadswijken, maar ook in de dorpen en kernen die meer in het buitengebied liggen, maar net zo goed Rotterdam zijn, tot Hoek van Holland aan toe. • Stroomlijnen van een presentatie-infrastructuur in de wijken, bij voorkeur met een vaste partner die in veel wijken en kernen aanwezig is; bijvoorbeeld Huizen van de Wijk. • Het faciliteren van een online platform Echt Rotterdams Erfgoed.

28

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 2

3  Het nieuwe stadsmuseum en de Collectie Rotterdam 3.1

Samenstelling Collectie Rotterdam

Het begrip ‘Collectie Rotterdam’ heeft in formele zin betrekking op de collecties die gemeen­ telijk eigendom zijn. Deze zijn divers van aard en worden beheerd door een aantal musea, de gemeentelijke erfgoeddiensten en Bibliotheek Rotterdam (Erasmus Collectie). De musea die de gemeentelijke collecties beheren waren voor 2006 onderdeel van de gemeente Rotter­ dam en zijn daarna verzelfstandigd. Collecties en gebouwen zijn in gemeentelijke handen gebleven; voor het beheer en het (museale) gebruik daarvan zijn afzonderlijke stichtingen opgericht waarmee de gemeente een subsidierelatie onderhoudt. De Collectie Rotterdam in gemeentelijk eigendom, bestaat uit de volgende collecties: • Museum Rotterdam: historische collectie en nieuw Rotterdams erfgoed (115.000 objecten). • Museum Boijmans van Beuningen: Westerse kunst van middeleeuwen tot heden (150.000 objecten). • Maritiem Museum Rotterdam: maritieme collectie verleden en heden ontwikkeling haven­ stad (1.112.000 objecten). • Wereldmuseum: collectie culturele diversiteit van de stad en de wereld (83.000 objecten). • Nederlands Fotomuseum: fotocollectie Wereldmuseum (94.000 objecten). Het museum heeft daarnaast ook eigen collectie en een grote collectie van het Rijk.

• Stadsarchief Rotterdam beheert een grote gemeentelijke collectie (overheids)archieven, prenten, tekeningen, foto’s, geluidsopnamen, films, video’s, plattegronden, kranten, tijdschriften, boeken, websites en social media. • Bureau Archeologie Rotterdam beheert en onderzoekt de gemeentelijke collectie bodem­ vondsten. • Bureau Monumenten & Cultuurhistorie zet zich in voor behoud van de omvangrijke ‘collec­ tie’ monumenten in de stad. Rotterdam kent Unesco Werelderfgoed (Van Nelle­fabriek),600 rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beschermde stadsgezichten. Een deel is gemeentelijk eigendom. • Bibliotheek Rotterdam beheert de gemeentelijke Erasmus Collectie en de Atlas van Stolk.

Alle collecties die verhalen over Rotterdam, dat is de ­Collectie Rotterdam in ruime zin In ruimere zin heeft het begrip ‘Collectie Rotterdam’ betrekking op alle collecties die het ver­ haal van Rotterdam vertellen. Ook op particuliere collecties, zoals die van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, het Chabot Museum, RoMeO en het Landverhuizersmuseum (i.o.). Ook een deel van de architectuurcollectie van Het Nieuwe Instituut (HNI) kan gerekend worden tot de Collectie Rotterdam.

29

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 3

Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Atlas van Stolk, het Chabot Museum, RoMeO en het Landverhuizersmuseum (i.o.). Een groot deel van deze ruime Collectie Rotterdam is evenwel in eigendom van de gemeente.

Cultuurplan musea, met gemeentelijke collectie

De gemeentelijke erfgoedafdelingen

Zoals Museum Boijmans,

Zoals het Stadsarchief,

Wereldmuseum, Martiem

Archeologie, Monumentenzorg

Museum

Cultuurplan musea met eigen collectie

Collectie

Rotterdam

Zoals Chabot Museum, Natuurhistorisch Museum

Privaat erfgoed

Rijksgesubsidieerde instellingen

Zoals ss Rotterdam,

Zoals Nederlands Fotomuseum

Laurenskerk

en HNI

Ook van jou! 1 Beeld van de sector 21 de verzelfstandiging Sinds van de musea in 2006 ontbreekt het aan formele afstemming tussen de musea en de gemeentelijke erfgoeddiensten die de gemeentelijke collectie beheren. Wel is er grote behoefte aan meer samenhang en samenwerking in het collectiebeleid en collectie­ beheer. Niet alleen tussen de organisaties die gemeentelijke collectie beheren, maar ook met organisaties die particuliere collecties van de Collectie Rotterdam beheren. Het nieuwe stadsmuseum kan hierin een belangrijke rol spelen (zie ook onder Erfgoedberaad, pagina 35).

3.2  Vernieuwing depot: naar een Collectie Centrum Rotterdam Onderzoek naar een nieuw depot

De gemeentelijke Collectie Rotterdam wordt voor een belangrijk deel beheerd in het gemeentelijk erfgoeddepot Metaalhof. Daarnaast beschikken sommige instellingen over een (aanvullend) eigen depot. De volgende partijen maken momenteel gebruik van het gemeentelijk depot Metaalhof: • Wereldmuseum Rotterdam (3.573 m2) • Museum Rotterdam (3.718 m2) • Archeologie Rotterdam (BOOR) (206 m2) • Maritiem Museum (382 m2) • Chabot Museum (230 m2) Depot Metaalhof is inmiddels 42 jaar oud en aan het eind van zijn levensduur. Hoewel de (deel)collecties die daar bewaard worden nu geen risico lopen, is het depot niet meer toege­ rust op de eisen van deze tijd. Het depot functioneert suboptimaal op het gebied van klimaat, veiligheid en verontreiniging en is niet efficiënt ingericht. Dit komt door de leeftijd van de installaties, de indeling van het gebouw en de bouwconstructie. Een ander nadeel is dat het nu niet goed mogelijk is om er bezoekers te ontvangen. Depot Metaalhof is aan een algehele vernieuwing toe. Daartoe voert de gemeente een verkennend onderzoek uit, parallel aan de

30

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 3

onderhavige planontwikkeling voor een nieuw stadsmuseum. Wellicht wordt de bestaande accommodatie gerenoveerd en aangepast aan de eisen van deze tijd, maar ook de haalbaar­ heid voor een nieuw depot op een andere plek in de stad wordt onderzocht. Als eerste stap in het verkennend onderzoek legden gemeente en gebruikers hun uitgangs­ punten en ambities hiertoe vast in een Ambitiedocument. Kort samengevat is de ambitie te komen tot: • Een nieuw, state of the art depot, waarin het beheer van de collectie voldoet aan alle gangbare normen en richtlijnen voor het beheren van kunst- en erfgoedcollecties. • Versterken van de samenwerking tussen de gebrui­kers en vergroten van de efficiëntie door ruimtes, voorzieningen, compartimenten, kennis en expertise (waar mogelijk) met elkaar te delen. • Vergroten van de ontsluiting van de Collectie Rotterdam voor de stad door de mogelijk­ heid te bieden aan bezoekers (specifieke doelgroepen zoals onderzoekers, studen­ten, schoolklassen) laagdrempelig objecten te kunnen bekijken en onderzoeken. • Een collectiecentrum dat goed bereikbaar is en waarin kennisoverdracht, expertise ontwikkeling en educatieve activiteiten naast de depotfunctie plaats kunnen vinden. • Een duurzaam gebouw dat voldoet aan zowel het duurzaamheidskompas van de gemeente als aan de klimaatregimes die de objecten voor opslag vereisen.

• Een gebouw met een vriendelijke en laagdrempelige uitstraling, waar gebruikers en doelgroepen zich welkom voelen en met een fijne werkomgeving voor de medewerkers.

Collectie Centrum Rotterdam biedt kansen voor beter beheer, sterke samenwerkingen, goede bereikbaarheid, laagdrempeligheid en – door dit alles – meer aandacht voor de Collectie Rotterdam! Aan de beoogde nieuwe depotvoorziening is de titel Collectie Centrum Rotterdam (CCR) gegeven, om duidelijk te maken dat deze voorziening meer is dan een gesloten klimaatdoos waarin collectie wordt bewaard. Het CCR is bedacht als voorziening, waarin de gebruikers hun collecties adequaat beheren, waar samenwerking tussen collectiebeherende instellingen mogelijk is en waar specifieke doelgroepen toegang krijgen tot de collecties. Specifiek worden de volgende samenwerkingskansen gezien: • Ruimtegebonden samenwerking. Heeft betrekking op het delen van faciliteiten en ruimtes in de depotvoorziening. Deze vorm van samenwerking is voorbehouden aan de collectiebeherende instellingen die gebruik maken van het CCR. • Inhoudelijke samenwerking. Heeft betrekking op onderzoek naar en ontsluiting van de Collectie Rotterdam en op (verdergaande) afstemming in collectiebeleid en digitale ont­ sluiting van de collectie. Aan deze inhoudelijke samenwerking kunnen ook andere collectie­ beherende instellingen deelnemen dan alleen de gebruikers van het collectiecentrum.

De partners zijn het met elkaar eens dat het CCR niet toegankelijk wordt voor een breed publiek, zoals bij Depot Boijmans, maar wel voor specifieke doelgroepen zoals collega’s, onderzoekers, wetenschappers, kunstenaars, studenten en kleine groepjes onder begeleiding en op afspraak. Denk hierbij aan community’s op zoek hun eigen erfgoed. Voor deze doel­ groepen zijn qua ruimte en logistiek aparte faciliteiten nodig, waaronder multifunctionele bezoekersruimten.

31

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 3

3.3  Krachtenbundeling stadsmuseum en Collectie Centrum Rotterdam De doelstellingen van het nieuwe stadsmuseum en die van het beoogde CCR liggen sterk in elkaars verlengde: • Beide (beoogde) voorzieningen houden zich bezig met de Collectie Rotterdam. • Beide (beoogde) voorzieningen willen collectie inzetten om het Verhaal van Rotterdam beter te ontsluiten. • Beide (beoogde) voorzieningen willen actief doelgroepen betrekken bij de Collectie Rotterdam en het Verhaal van Rotterdam. Er is dan ook veel voor te zeggen beide (beoogde) voorzieningen zoveel mogelijk te integreren. Daarmee ontstaat een krachtige Rotterdamse erfgoedorganisatie die de kwaliteit van de Collectie Rotterdam en de ontsluiting daarvan richting een breed publiek sterk kan verbeteren. Niet van bovenaf, maar van onderop en in samenwerking met de collectiebeherende partijen in de stad.

CCR en het nieuwe stadsmuseum: samen staan ze sterker en komen ze verder Nu de planontwikkeling van een nieuw stadsmuseum en een nieuwe depotvoorziening toe­ valligerwijs in tijd samenvallen, doet zich een unieke mogelijkheid voor om de versnippering in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld tegen te gaan. Voor het nieuwe stadsmuseum betekent een bundeling met het CCR een uitgesproken kans om daadwerkelijk de spil in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld te zijn. Voor het CCR betekent een bundeling met het nieuwe stadsmuseum dat inhoudelijke samenwerking voor en over de Collectie Rotterdam waarschijnlijk is, met een sterkere verbinding tussen de collectiebeherende partijen als gevolg. Samen staan ze sterker en komen ze verder. In praktische zin betekent een integratie van het nieuwe stadsmuseum met het CCR de volgende taken: • Gebouwbeheer. Voor wat betreft het CCR als gebouw is het de vraag of de gemeente alleen verhuurder is of ook het gebouwbeheer c.q. de huismeesterfunctie vervult, zoals dat nu het geval is bij depot Metaalhof. In het geval van de voorgestelde bundeling van het nieuwe stadsmuseum en CCR tot één geheel, ligt het voor de hand dat ook het gebouwbeheer c.q. de huismeesterfunctie bij het nieuwe stadsmuseum wordt belegd. Het gebouwbeheer en het huismeesterschap worden dan onderdeel van de organisatieen exploitatieopzet van het nieuwe stadsmuseum.

• Coördinatie gezamenlijk collectiebeleid en beheer. Elk museum blijft verantwoordelijk voor het collectiebeleid en het collectiebeheer van de eigen collectie, maar op een aantal punten is samenwerking aan verbetering van de Collectie Rotterdam mogelijk: − Meer samenhang in de Collectie Rotterdam als geheel; afstemming verzamelbeleid op basis van het Rotterdamse DNA: Internationaal, Ondernemend, Rauw, stad van opnieuw beginnen. − Gezamenlijk collectieonderzoek op basis van belangrijke thema’s, invalshoeken vanuit het Verhaal van Rotterdam.

32

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 3

Met de gebruikers van het gemeentelijk depot is overleg geweest over een integratie van het nieuwe stadsmuseum en het CCR in bovenstaande zin. De partners zijn hierover positief en willen dit verder uitwerken. Overigens betekent een krachtenbundeling van het nieuwe stads­ museum en het CCR niet dat gecombineerde huisvesting noodzakelijk is. Het grote volume aan m2 in het CCR heeft betrekking op de bewaarplaats voor de collecties. Dat zijn echt andere m2 dan die van het stadsmuseum, waar het gaat om m2 museale presentatie (Experience) en m2 ontmoeting, debat, podium, horeca (de Hub). En voor het CCR geldt dat goedkopere m2 wenselijk zijn en daarvoor wordt gezocht in perifere (maar wel goed bereikbare) locaties, terwijl voor het nieuwe stadsmuseum meer centrale ligging op (potentieel) aantrekkelijke publiekslocatie nodig is. Bij een verdere uitwerking van de rol van het nieuwe stadsmuseum in het CCR kan gedacht worden aan: • Ondersteunen/coordineren van gezamenlijke online ontsluiting van de Collectie Rotter­ dam, mogelijk met eigen website Collectie Rotterdam. • Ondersteunen/coördineren igitalisering van collecties met toepassing van linked open data, om de doorzoekbaarheid van databanken te vergroten. • Hosten van groepsbezoek. Het nieuwe stadsmuseum kan in het CCR als gastheer ­fungeren en groepsbezoek hosten. • Vraagbaak voor het brede museum- en erfgoedveld.

Het nieuwe stadsmuseum kan als onderdeel van het CCR als vraagbaak op het gebied van collectiebeheer fungeren voor alle collectiebeherende partijen in de stad. Bijvoorbeeld vragen over het opzetten van een systeem van collectieregistratie, digitalisering van de collectie en vragen over onderhoud aan of restauratie van objecten. Denkbaar is dat op projectbasis ook onder­ houds- of restauratiewerkzaamheden worden uitgevoerd, maar daar zijn dan kosten aan verbonden (kostprijs). Voor de vraagbaakfunctie hoeft als zodanig niet voorzien te worden in extra formatie: vragen worden beantwoord door de staande organisatie (medewerkers collectiebeheer). Met de gebruikers van het CCR kunnen (meerjarige) programmaplannen worden opgesteld met heldere afspraken over uit te voeren projecten, verdeling van verantwoordelijkheden en inzet van middelen en menskracht. Waar mogelijk en zinvol kunnen aan deze programma’s ook andere collectiebeherende partijen deelnemen. Voor het vervullen van de coördinatiefunctie hebben we in het functiegebouw van het nieuwe stadsmuseum (hoofdstuk 5) enige formatieve capaciteit opgenomen. Voor wat betreft de beheerfunctie van het CCR zal de formatie zoals die in de gemeentelijke organisatie voor het depot Metaalhof beschikbaar is, moeten worden overgeheveld naar het nieuwe stadsmuseum.

33

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 3

4  Spil in het Rotterdamse ­museum- en erfgoedveld 4.1  N odig: helder mandaat en een plek in de Rotterdamse Culturele Basis De ambitie van de gemeente met het stadsmuseum richt zich op het brede verhaal van de stad en de verschillende perspectieven daarop. Omdat er geen individuele instellingscollectie is die dit verhaal volledig kan vertellen, is samenwerking een vereiste en de kerntaak van het nieuwe stadsmuseum. Die samenwerking richt zich op programmering (in- en buitenshuis), collectiebeheer en onderzoek, educatie en waar mogelijk gezamenlijke marketing. We behan­ delen deze punten verderop.

De bijzondere positie van het stadsmuseum vraagt om een helder mandaat (opdracht) van de gemeente Aan deze samenwerking gaat iets belangrijks vooraf. Zoals eerder opgemerkt is een helder mandaat en een duidelijke positie een voorwaarde. De gemeente speelt hierin een sleutelrol, als eigenaar van de collectie en financier van programma’s en van erfgoed- en maatschap­ pelijke instellingen. We adviseren daarom om in het geval van het nieuwe stadsmuseum deze verantwoordelijkheid expliciet te maken. Het stadsmuseum is een kerninstelling van de gemeente, die (mede) op initiatief van de gemeente tot stand komt en die wordt geacht een centrale rol te spelen in het erfgoedveld. Dat vraagt om een duidelijk mandaat en maatwerk waar het gaat om financiering. Het is sterk aan te raden om te onderzoeken of bijvoorbeeld een opdracht van de gemeente aan het museum een beter sturingsinstrument is dan het (passieve) subsidie-instrument. De bijzondere positie van het stadsmuseum rechtvaardigt ons inziens een plaats in de Rotterdamse Culturele Basis (RCB). We adviseren daarom om bij de komende evaluatie van de RCB te bezien of opname van het nieuwe stadsmuseum daarin mogelijk is.

De gemeente beschikt daarnaast over een aantal andere instrumenten om dat mandaat vorm te geven: in beleid (bij voorkeur een geactualiseerde museum- en erfgoedvisie), als voorwaarde in subsidies en bruikleenovereenkomsten met collectiebeherende instellingen en door middelen voor tijdelijke programma’s (zoals de huidige programma’s voor Slavernijverleden en Nieuwe Waterweg) bij het stadsmuseum te beleggen. Zelfs als aan die voorwaarde wordt voldaan, valt samenwerking niet af te dwingen. Voor een succesvolle samenwerking zijn de volgende ingrediënten noodzakelijk: een gedeelde ambitie, recht doen aan elkaars belangen, goede persoonlijke samenwerking, een professionele organisatie en een betekenisvol proces (Kaats & Opheij). Dat vraagt inspanning van alle partners en van het stadsmuseum, als trekker, in het bijzonder. Het stadsmuseum dient de eigen organisatie hierop in te richten en voldoende capaciteit en expertise beschikbaar te stellen om de coördinerende rol goed te kunnen uitvoeren. In hoofdstuk 5 (Organisatie) gaan we daar verder op in.

34

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 4

4.2 Erfgoedberaad Met het oog op de diverse ambities, belangen en processen op verschillende vlakken, is per onderdeel maatwerk nodig: in partners, onderwerpen en expertise. Daarom stellen we voor een Erfgoedberaad in te richten, waarin per onderdeel wisselende samenwerkingen worden georganiseerd. Het Stadsmuseum is verantwoordelijk voor de presentatie als geheel, maar heeft daar andere organisaties bij nodig. Dat vraagt om grondige kennis van wat de stad ‘in huis’ heeft, overzicht van collecties en goede relaties met alle beherende instellingen, zowel van materiële als immateriële collecties. Het Stadsmuseum neemt een centrale positie in en richt daarvoor een Erfgoedberaad op met alle collectiebeherende organisaties. Deelonderwerpen worden samengesteld in samenwerking met partners die op dat onderdeel specifieke expertise en ambities hebben. Het Stadsmuseum nodigt organisaties en doelgroepen actief uit om mee te denken en te participeren in het ontwerpen van het Verhaal van de Stad.

We onderscheiden in het Erfgoedberaad drie kringen: 1. De eerste kring bestaat uit de kernpartners die medeverantwoordelijk zijn voor de vaste presentatie en die bovendien ook zelf programmeren in (de centrale entree van) het nieuwe museum. Hun specifieke collecties mogen niet ontbreken, omdat ze cruciale onderdelen bevatten zonder welke het Verhaal van Rotterdam niet verteld kan worden. Het Stadsarchief, Archologie Rotterdam (BOOR), afdeling Monumenten en de Stichting OVMR zijn daarom kernpartners. Dat sluit bovendien aan bij de ambities van het Archief en BOOR, die de eigen collecties graag meer aan het publiek willen tonen. Het nieuwe Stadsmuseum is de uitgelezen plek waar deze organisaties een extra publieksfunctie kunnen inrichten (zoals voorgesteld in het initiatief voor een Roffa-huis). 2. De tweede kring bestaat uit instellingen met een (deels) gemeentelijke collectie: musea als het Maritiem Museum en het Chabot Museum). Zij zijn structureel en actief bezig met het verzamelen en tonen van de geschiedenis (zoals Verhalenhuis Belvédère en Dig It Up) en gaan een langdurige samenwerking met het stadsmuseum aan. Zij zijn betrok­ ken bij de vaste opstelling, collectie-activiteiten, participeren waar relevant in wisselende tentoonstellingen, de Hub en in de stad.

Binnen deze kring richt het stadsmuseum een Collectie-werkgroep op, die bestaat uit gebruikers van het Collectiecentrum en instellingen die gemeentelijke collectie beheren. 3. De derde kring bestaat uit wisselende instellingen en organisaties die iets kunnen bij­ dragen aan het perspectief op de stad en die rond specifieke onderwerpen participeren. Dat kunnen culturele organisaties zijn zoals Romeo of Bunkermuseum Atlantikwall in Hoek van Holland, maar ook organisaties of initiatieven met een maatschappelijke doelstelling, zoals het Programma Slavernijverleden of Nieuwe Waterweg. Voor deze tijdelijke programma’s wordt per onderwerp een tijdelijke werkgroep ingesteld, waarvan de samenstelling wisselt. Afhankelijk van het thema en de eigen ambities nemen orga­ nisaties voor een bepaalde periode deel aan een werkgroep. Het stadsmuseum nodigt partijen actief uit.

35

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 4

3e kring Collectieonderzoek 2e kring

Themaprogramma

Themaprogramma

ERFGOEDBERAAD Collectiecentrum

Kerngroep

Werkgroep Educatie

Werkgroep Digitalisering

4.3 Samenwerking in programmering Programmering is een breed terrein: het beslaat zowel de museale programmering ‘in huis’ (de vaste presentatie, wisseltentoonstellingen, presentaties van derden), de programmering in de stad en de activiteiten online en in de Hub. De vaste presentatie in het museum, over het Verhaal van Rotterdam, wordt alleen samengesteld met objecten uit verschillende collecties: zowel gemeentelijke collecties als andere. Het stadsmuseum heeft een coördinerende rol in het gezamenlijk ontwerpen en cureren van het tentoonstellingsprogramma, de afstemming tussen de verschillende ‘bewoners’ (naast het museum ook het Stadsarchief, BOOR en OVMR) en het actief uitnodigen van gastprogrammeurs (bijvoorbeeld organisaties uit de stad). Daar­ naast speelt samenwerking een cruciale rol in de programmering in de stad. Om de collectie in de hele stad zichtbaar te maken, werkt het stadsmuseum samen met een grote diversiteit aan culturele en maatschappelijke partners. Soms als curator, soms ondersteunend en soms als coördinator van een breder programma of thema.

36

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 4

Het nieuwe stadsmuseum staat in verbinding met de andere musea en erfgoedorganisaties in de stad en dat leidt tot gezamenlijke presentaties en programmering: • In De Experience, de vaste en semi-permanente presentatie van het Verhaal van Rotterdam, zie je niet alleen topstukken uit de eigen collectie, maar ook relevante topstukken van andere musea en erfgoedinstellingen. Hiertoe worden meerjarige bruik­ leenovereenkomsten gesloten. De presentatie van de topstukken in de respectievelijke hoofdthema’s wordt in samenspraak met de bruikleengevers gemaakt. • De museale presentatie van de Rotterdam Experience eindigt met een zaal vol previews van musea en erfgoedpresentaties elders in de stad, voor zover die (een deel van) het Rotterdamse verhaal vertellen. Deze previews worden in coproductie met de partner­ organisaties gemaakt. • Het programma wisseltentoonstellingen in het nieuwe stadsmuseum wordt in dialoog met het Rotterdamse museum- en erfgoedveld bepaald. Het nieuwe stadsmuseum nodigt partners in de stad uit samen te werken in de wisseltentoonstellingen. Die samenwerking kan ook betrekking hebben op randprogrammering bij de betreffende wisseltentoonstelling, dat wil zeggen debatten, lezingen, presentaties, optredens, enzo­ voorts. Deze vinden plaats in de Hub van het nieuwe stadsmuseum.

• Periodiek grote tentoonstellingen zijn denkbaar, die niet alleen in het stadsmuseum plaatsvinden, maar op verschillende locaties in de stad. Zoals bijvoorbeeld het thema van het Koloniale en Slavernijverleden voor 2023. • Het nieuwe stadsmuseum kan vanuit een aanvullende rol ook inspelen op grote tentoonstellingen van andere musea, bijvoorbeeld met randprogrammering in de Hub. Vanzelfsprekend is hier goede afstemming nodig met de organisator van de tentoon­ stelling: die is immers leidend. Interessant aan zo’n aanvullende aanpak kan zijn dat - wanneer het programma van de hoofdtentoonstelling met aanvullende perspectieven wordt verrijkt - er een positief effect op bezoekersaantallen optreedt (niet alleen voor het stadsmuseum, maar juist ook voor het museum met de hoofdtentoonstelling) en dat het betreffende museum zich (nog) beter in verbinding weet te brengen met part­ ners in de stad.

De samenwerking met Rotterdamse partnerorganisaties is evident, internationale samenwerkingen met musea uit andere havensteden zijn kansrijk Behalve de samenwerking met partnerorganisaties in Rotterdam, liggen er kansen voor het nieuwe stadsmuseum voor internationale samenwerking met stadsmusea in andere grote havensteden en ‘second cities’. Een vorm van circuitvorming is denkbaar, met bijvoorbeeld de stadsmusea in Antwerpen, Liverpool, Hamburg en Marseille. Op thema’s als het koloniale en slavernijverleden, migratie en stadscultuur zijn uitwisselingsprogramma’s en coproducties mogelijk, die als reizende tentoonstelling rond gaan. In Nederland is een samenwerking met bijvoorbeeld Amsterdam Museum de overweging waard. Deze samenwerking zit misschien niet zozeer in publieksprogramma’s, maar in uitwisseling van ervaringen en aanpakken in het benaderen van specifieke doelgroepen, het betrekken van de verschillende stadsdelen en wijken en het opzetten van online platforms.

37

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 4

4.4 Samenwerking in collectiebeleid en collectiebeheer Als Stadsconservator vervult het nieuwe stadsmuseum de rol van voorzitter in het Collectie­ beraad (onderdeel van het Erfgoedberaad) en levert de secretaris. Het museum is verant­ woordelijk voor het proces, de deelname en inbreng van de leden en agendering van onder­ werpen als gezamenlijk onderzoek, digitalisering, educatie en onderlinge afstemming. Anders gezegd: het stadsmuseum werkt actief aan de voorwaarden voor een goede samenwerking. Het bewaakt de gezamenlijke ambities, doet recht aan de verschillende belangen, organiseert het professionele proces en zorgt voor meerwaarde. Het is bovendien het aanspreekpunt waar vrijwilligersorganisaties met een collectie zich kunnen melden met vragen.

Laten we de geschiedenis - die ons als stad en inwoners vormde - de toekomst teven die het verdient! Het nieuwe stadsmuseum krijgt als beheerder en coördinator van het (beoogde) Collectie Centrum Rotterdam (CCR) een belangrijke rol: het tilt de samenwerking in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld naar een hoger plan. Vooral de coördinatierol zorgt voor meer samen­werking, tussen alle betrokken partijen. De samenwerking zal leiden tot meer samen­ hang in en meer kennis van de Collectie Rotterdam en tot een betere ontsluiting daarvan richting een breed publiek. Belangrijker nog: we geven de geschiedenis die ons als stad en inwoners vormde, de toekomst die het verdient.

4.5 Samenwerking in educatie en participatie Het nieuwe stadsmuseum zorgt zowel bij de eigen als gezamenlijke programmering voor een uitstekend educatief aanbod. Het is zaak dat er goede afstemming is tussen de verschillende educatieprogramma’s van alle erfgoedorganisaties en musea. Vanuit KCR, SKVR en het Erf­ goedplatform is al een goed functionerend samenwerkingsverband opgezet: Erfgoedcoalitie Rotterdam/Ikin010. Deze club zet zich in voor een goede aansluiting tussen het aanbod van erfgoededucatie en het curriculum van het onderwijs. Het nieuwe stadsmuseum wordt hier­ van een belangrijke partner. Op het gebied van participatie werkt het nieuwe stadsmuseum aan de doorontwikkeling van Echt Rotterdams Erfgoed. Het stadsmuseum werkt daartoe nauw samen met o.a. de stichting Wijkcollectie en de Huizen van de Wijk.

38

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 4

5

De nieuwe organisatie

5.1  De taken van het nieuwe stadsmuseum: collectie en programmering Het nieuwe stadsmuseum heeft twee hoofdtaken die de leidraad vormen voor de inrichting van de organisatie: de collectie en de programmering.

Objecten zijn fysieke herinneringen aan onze ­geschiedenis, vormen de kern van het Verhaal van Rotterdam en s­ timuleren dialoog Het fundament: een stadsmuseum als Stadsconservator

Het verhaal van Rotterdam wordt verteld op verschillende plekken en met verschillende collecties en op basis van gemeentelijke en private collectie. Objecten zijn de fysieke herinneringen aan de geschiedenis: ze tonen ons waar we vandaan komen. Ze vormen de kern van het verhaal, maken het verleden voelbaar en zijn een aanleiding voor dialoog. Daarmee is de Collectie Rotterdam onontkoombaar het fundament van het nieuwe stadsmuseum. Dat stelt eisen aan de organisatie, met name op het gebied van kennis en expertise. Voldoende formatie op het gebied van onderzoek en conservering is een voorwaarde, net als inzicht in de (gemeentelijke) collectie en een adequaat depot (zie hiervoor 4.2, De relatie met het Collectie­centrum Rotterdam). In de basis beschikt het nieuwe stadsmuseum over de gemeentelijke collectie die nu in beheer is van Museum Rotterdam, maar daarnaast moet het museum ook putten uit de gemeentelijke collectie in beheer bij andere organisaties. We onderscheiden voor het stadsmuseum als Stadsconservator de volgende taken: • Behoud & beheer van de ‘eigen’ collectie • Voorzitter Collectieberaad (afstemming onderzoek, beheer, collectie-activiteiten) • Beheer & coördinatie Collectiecentrum • Coördinatie digitalisering Collectie Rotterdam • Deelname erfgoededucatie • Ondersteuning kleinere organisaties

Het Verhaal toont de geschiedenis achter de huidige stad vanuit verschillende perspectieven Programmering: het stadsmuseum als Stadscurator

De tweede pijler van het stadsmuseum is de programmering. In de afgelopen anderhalf jaar werd een plek waar de geschiedenis van Rotterdam (het Verhaal van de Stad) in samenhang werd verteld erg gemist. De presentatie van dit verhaal moet dan ook een permanent onderdeel zijn van het stadsmuseum. Het behandelt de geschiedenis die de stad maakte tot wat het nu is, vanuit verschillende perspectieven en op inclusieve wijze. 39

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

Museum van iedereen: Ook van jou!

De presentatie moet bovendien de plek zijn waar iedere Rotterdammer zijn of haar ‘eigen’ stad kan vinden. Iedere Rotterdammer voelt zich mede-eigenaar van het museum en herkent (een deel van) zijn verhaal. Het stadsmuseum nodigt daarom actief partijen uit om hun erfgoed in het museum te tonen. Als tijdelijke presentatie, als onderdeel van het Verhaal van Rotterdam of als deelnemer aan de Hub. Het museum heeft daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar in de vorm van programmeurs. Zij zijn de ogen en oren van het museum in de stad: ze hebben een uitgebreid netwerk, weten wat er speelt, identificeren interessante samenwerkingspartners en onder­ steunen zo nodig de inrichting van tijdelijke presentaties. Ze bewaken samen met de directie de samenhang van activiteiten van het stadsmuseum.

Doorverwijsfunctie

De presentatie geeft een overzicht van de geschiedenis van de stad, maar zal niet alle aspecten diepgaand behandelen. Dat gebeurt op andere plekken, door gespecialiseerde musea en organisaties. De presentatie in het stadsmuseum is een eerste kennismaking en verwijst ­geïnteresseerden actief door naar de vele plekken in de stad waar het verhaal in detail verteld wordt. Naar het Maritiem Museum voor de maritieme geschiedenis van de stad, naar Romeo voor de collectie trams en metro’s, naar Boijmans Van Beuningen voor de kunstcollectie of naar het Feyenoord-museum voor de voetbalgeschiedenis. We onderscheiden voor het stadsmuseum als Stadscurator de volgende taken: • verantwoordelijk voor de ontwikkeling en inrichting van de vaste opstelling • initiëren en ontwikkelen van wisselende tijdelijke tentoonstellingen • programmeren van tijdelijke activiteiten elders in de stad • ontwikkelen en uitvoeren van Hub • signaleren, afstemmen en coördineren van thematische programma’s

5.2

Governance

Van Museum Rotterdam naar Stadsmuseum

In 2021 besloot de gemeente om, in afwachting van de ontwikkeling van de plannen voor een nieuw Stadsmuseum, de subsidiëring van het Museum Rotterdam terug te brengen tot het minimaal noodzakelijke. Daarmee creëerde de gemeente ruimte in het denken over de functie en inrichting van het Stadsmuseum. Nadrukkelijk werd de vraag gesteld om te onderzoeken of daarvoor ook een nieuwe (juridische) entiteit nodig was, of dat de ambities ook bereikt konden worden binnen de huidige stichting. Het voordeel van een nieuwe stichting is vooral dat deze niet belast is met (de reputatie) uit het verleden en dat deze vanaf de grond kan worden opgebouwd. In dit geval weegt dat voordeel naar ons inziens niet op tegen de nadelen. Na onderzoek komen wij, onder voor­ waarden, om verschillende redenen daarom tot een andere conclusie.

1. Er is alle ruimte voor vernieuwing

Op dit moment zijn de beleidsbepalende functies (directie, programmering) binnen de bestaande Stichting vacant. Ze kunnen worden ingevuld in overeenstemming met de nieuwe koers. Dat geldt ook (grotendeels) voor de Raad van Toezicht.

40

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

De organisatie van Museum Rotterdam is tot het minimum teruggebracht. Op dit moment bestaat de organisatie uit zo’n 14 fte: het minimaal noodzakelijke voor het beheer van de collectie en beperkte zichtbaarheid. Dat zijn bovendien functies die bij het nieuwe stads­ museum ook nodig zijn. Er zijn dus geen omvangrijke reorganisaties nodig.

2. Behoud van kennis over de collectie

Het nieuwe stadsmuseum heeft ruime kennis nodig over de eigen collectie en de bredere Collectie Rotterdam. Die kennis en ervaring is aanwezig bij de conservatoren van het Museum Rotterdam.

3. Voorkomen van onnodige kosten & bureaucratie

Het oprichten van een nieuwe organisatie, het opheffen van de huidige organisatie en de overgang van personeel brengen kosten met zich mee. Afhankelijk van hoeveel personeel overgaat en van hoeveel mensen afscheid genomen wordt, kunnen die kosten behoorlijk oplopen. Het overdragen van de beheersovereenkomst met de gemeente voor de collectie aan een nieuwe stichting vraagt tijd en menskracht, die wat ons betreft beter kan worden besteed aan de opbouw van het nieuwe stadsmuseum.

4. Bekende samenwerkingspartner & erkend museum

Museum Rotterdam is al een erkend museum en een partner in samenwerkingsverbanden in de stad, bijvoorbeeld in het gezamenlijke depot aan de Metaalhof (straks het Collectiecen­ trum Rotterdam), met het Stadsarchief en BOOR en in erfgoededucatie. Die officiële erkenning en ervaring wordt op deze manier geborgd.

Rol van de gemeente: juridische consequenties

Met deze keuze blijven de juridische gevolgen minimaal en kan de aandacht per direct worden gericht op de opbouw van het Stadsmuseum. De gemeente heeft reeds een subsidie-­ relatie en een bruikleenovereenkomst met het museum. Dat geeft voldoende sturings­ mogelijkheden om te waarborgen dat de transformatie wordt doorgevoerd, onder meer via de subsidiebeschikking en het goedkeuren van het nieuwe beleidsplan. Bovendien benoemt de gemeente de Raad van Toezicht en kan dus ook op die manier voorwaarden stellen aan de invulling (op basis van het nieuwe profiel). De directe juridische consequentie van dit advies is een beperkte statutenwijziging om de aanstelling van een tweekoppige directie mogelijk te maken. Dit kan zonder noemenswaardige kosten en op korte termijn. We bevelen wel aan om specifieke verwachtingen en taken in de subsidiebeschikking vast te leggen en daarover ook prestatie-indicatoren af te spreken.

5.3 Transformatie Museum Rotterdam noodzakelijk De keuze om de juridische entiteit van het bestaande Museum Rotterdam als uitgangspunt te nemen betekent niet dat het ‘business as usual’ blijft. Dat zou geen recht doen aan de ambities van de stad en de nieuwe leest waarop het nieuwe stadsmuseum wordt geschoeid. Het gaat hier dus expliciet om een voortzetting van de bestaande stichting en een transformatie van de huidige, minimale organisatie naar een nieuw stadsmuseum. Die transformatie moet duidelijk zichtbaar worden in het beleid, de bemensing en de praktijk.

41

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

Wij adviseren het behoud van de juridische entiteit van Museum Rotterdam, maar geenszins ‘business as usual’: transformatie is noodzaak om aan de gestelde ambities te beantwoorden Om die transformatie gestalte te geven gelden de volgende voorwaarden. Die beginnen aan de top van de organisatie en strekken zich uit over het beleid, de werkwijze, de organisatie en de externe zichtbaarheid.

1. Aanpassing samenstelling Raad van Toezicht

De samenstelling van de Raad van Toezicht wordt aangepast aan de nieuwe opdracht. Om de diversiteit van de stad te reflecteren en ruimte te creëren voor voldoende expertises wordt het aantal uitgebreid naar zeven leden. Met het oog op transparantie bevelen we aan om nieuwe leden met een openbare vacature te werven. Minstens de helft van de leden wordt nieuw aangezocht op basis van de nieuwe opdracht. Daarmee worden in 2022 drie nieuwe leden geworven en in 2023 nog twee. We adviseren toe te werken naar een geheel vernieuwde RvT per 2025 (nieuwe cultuurplanperiode) waarin alle leden geworven en benoemd zijn op basis van het nieuwe profiel en de nieuwe opdracht. In de bijlage 1 doen we een voorstel voor het aangepaste profiel, dat door het museum dient te worden vastgesteld.

2. Nieuwe leiding

De RvT benoemt een nieuwe tweekoppige directie: een inhoudelijk directeur en een zakelijk directeur. Beiden onderschrijven de ambities voor het nieuwe stadsmuseum. Dit vereist op korte termijn (2023) een statutenwijziging van het museum (de huidige statuten noemen een eenkoppige directie). In de bijlage doen we een voorstel voor het aangepaste profiel.

3. Nieuw beleidsplan

De eerste taak voor de aan te stellen directie is het ontwikkelen van een visie die past bij de ambities van de stad met het nieuwe stadsmuseum. In het rapport Ook van jou! worden de uitgangspunten beschreven, maar het is aan de directie om deze uit te werken in een concrete visie en een beleidsplan voor de komende jaren te formuleren. Dit beleidsplan dient als onderbouwing van de subsidieaanvraag en -beschikking.

4. Aanpassing/uitbreiding van de organisatie

De organisatie wordt ingericht volgens de in Hoofdstuk 3 en 4 genoemde taken. De directie haalt op de terreinen programmering, samenwerking, marketing & (online) communicatie, voldoende expertise in huis.

5. Nieuwe naam

Op dit moment opereert het Transitieteam onder de naam Ook van jou! In beleidsstukken wordt gesproken over de Nieuwe Stadsmuseale Functie (NSF). De naam Museum Rotterdam wordt ingeruild voor een aansprekende naam, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het hier om een nieuw museum gaat, met een nieuwe opdracht en missie. De keuze voor de naam is onderdeel van het beleidsplan van de nieuwe directie.

6. Nieuwe opdracht/subsidiebeschikking

Op basis van het op te stellen beleidsplan wordt een nieuwe subsidiebeschikking opgesteld, waarin ook relevante prestatie-indicatoren zijn opgenomen.

42

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

5.4  De organisatie: ruimte om te beheren, ­coördineren en initiëren De verandering in taken, positie en huisvesting vragen om een andere organisatie dan van een regulier museum. Van het stadsmuseum wordt, naast het beheren en tonen van de eigen en andere collecties, ook een actieve coördinerende rol verwacht op het gebied van collectie, presentatie en samenwerking. Dat vraagt om voldoende ruimte om te kunnen signaleren, aanjagen, samenwerkingen te initiëren en te faciliteren en projecten te kunnen trekken of ondersteunen. Dat doet een substantieel beroep op de tijd en voldoende beschikbaarheid van de organisatie. De optelsom van deze eisen moet herkenbaar zijn in de inrichting van de organisatie. Gebaseerd op de eerdere ervaringen van Museum Rotterdam en de bezetting van andere stadsmusea met (deels) vergelijkbare taken komen wij tot de volgende organisatie­ opbouw:

Directie directeur Programma & Collectie, zakelijk directeur 3,8 fte

Staffuncties

ERFGOEDBERAAD

Bedrijfsvoering 17,5 fte Communicatie & marketing 5,5 fte

COLLECTIE 10 fte

- behoud & beheer - beheer Collectiecentrum - digitalisering - secretariaat Collectie Rotterdam - Educatie (3 fte)

43

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

PROGRAMMA 12 fte

- vaste opstelling - tijdelijke programmering - outreach - Hub

Hoofdstuk 5

In bijlage 2 een overzicht van het hele functiegebouw van het nieuwe stadsmuseum. Voor wat betreft het gebouwbeheer van het Collectie Centrum Rotterdam is in het overzicht de betreffende formatie als PM opgenomen. Deze zit nu binnen de gemeentelijke organisatie en kan conform ons advies worden overgeheveld.

5.5 Naar een nieuw merk en een nieuwe naam Het nieuwe stadsmuseum moet een nieuwe naam krijgen. Dat betekent: afscheid van de naam Museum Rotterdam. Maar er is meer nodig. Het nieuwe stadsmuseum wordt als een nieuw merk in de markt gezet. Een nieuw merk dat de kernwaarden van het nieuwe stads­ museum weerspiegelt.

Het nieuwe stadsmuseum moet de Rotterdamse ­identiteit weerspiegelen, in programmering, organisatie, ­bedrijfsvoering en huisvesting Het nieuwe stadsmuseum dient qua merkidentiteit een weerspiegeling van de Rotterdamse identiteit te zijn, zowel in programmering, organisatie en bedrijfsvoering als in huisvesting. En zoals we eerder aangaven, laat de Rotterdamse identiteit zich vatten in de kernwaarden Internationaal, Ondernemend, Rauw en Stad van opnieuw beginnen & aanpakken. Dit zijn onverkort ook de kernwaarden van het nieuwe stadsmuseum. Op basis van deze kernwaarden wordt een nieuw merk met een nieuwe naam gekozen en in de markt gezet.

Het ‘Rotterdamse aanpakken’ is juist nu voor het stadsmuseum hard nodig! Wij adviseren daarmee niet lang te wachten. In 2020 is het besluit gevallen Museum Rotter­ dam on hold te zetten. Inmiddels duurt de zoektocht naar ‘hoe verder met de stadsmuseale functie’ al zo’n twee jaar. Met het haalbaarheidsonderzoek Ook van jou! is positieve energie aangeboord. En die energie wisten vast te houden en zelfs uit te bouwen bij de uitwerking van het thans voorliggende plan. In het museum- en erfgoedveld is momentum om nú door te pakken: de behoefte aan duidelijkheid is groot. Rotterdam is een stad van aanpakken en juist dat is nu voor het stadsmuseum hard nodig! Wij adviseren om, direct na aanstelling van de nieuwe RvT en directie, te starten met het scherp krijgen van de merkidentiteit en de vertaling daarvan in een concrete branding- en marke­ ting-communicatiestrategie. Gelijk op met het maken van een nieuw, eigen ondernemingsplan, wordt de merkidentiteit ontwikkeld. Het is wenselijk daartoe twee of drie gespecialiseerde bureaus te laten pitchen op wat de merkidentiteit van het nieuwe museum moet zijn, welke naam daarbij past en welke aanpak voor branding en strategische marketingcommunicatie gewenst is. In het functiegebouw van het nieuwe stadsmuseum hebben wij reële capaciteit

44

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

opgenomen voor marketingcommunicatie. En de exploitatiebegroting die we in hoofdstuk 7 presenteren is voorzien van een adequaat budget voor branding en communicatie. Ook de voorstellen voor de tussenliggende transitieperiode hebben we voorzien in voldoende finan­ ciële armslag om het nieuwe museum goed in de markt te zetten.

45

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 5

6

Huisvesting

6.1

Toekomstscenario's

Uitwerking scenario’s

In de rapportage presenteerden we twee scenario’s: scenario Anker van de Stad en scenario Thuishaven. Aan ons is gevraagd deze scenario’s verder uit te werken en in samenspraak met het veld te adviseren welk scenario de voorkeur verdient. In bilaterale gesprekken met museum- en erfgoedorganisaties hebben we de scenario’s nader verkend. In de miniconferentie van 1 juni jl. zijn de scenario’s met een grotere groep sleutelpersonen doorgenomen. En met de drie gemeentelijke erfgoeddiensten hebben we verschillende sessies gehad waarin de scenario’s besproken zijn, met name waar het gaat om de mogelijkheid voor deze diensten zich in het nieuwe stadsmuseum te presenteren. Met bouwadviesbureau BBN hebben we alle inzichten verwerkt en de PvE’s van beide scenario’s aangescherpt.

Scenario Anker van de Stad

In het scenario Anker van de Stad wordt het nieuwe stadsmuseum het ankerpunt voor het Verhaal van Rotterdam, ook fysiek. Dit scenario biedt een centrale ontmoetings- en presentatie­ plek waar iedereen en elke organisatie welkom is het Verhaal van Rotterdam te vertellen en te beleven. Het nieuwe stadsmuseum gaat in dit scenario op een aantrekkelijke plek voor anker en iedereen is daar welkom. Anker van de Stad voorziet in een groot en iconisch gebouw van ca. 10.000 m2 bvo. Een vloerop­ pervlak van deze omvang komt in de buurt van sterke stadsmusea zoals in Hamburg (7000 m2), Liverpool (11.000 m2) en Antwerpen (14.500 m2). Het museumgebouw biedt ruimte aan: • Een goed geoutilleerd museaal deel met een groots en meeslepende vaste opstelling van het Verhaal van Rotterdam, interactieve labs voor kinderen en jongeren, en volop ruimte voor wisseltentoonstellingen (Experience). • Een Social Space met uiteenlopende publieksvoorzieningen voor ontmoeting, presentaties, uitwisseling en debat (Hub), voorzien van aantrekkelijke horeca en winkel.

Anker van de Stad: een plek met veel dynamiek en een grote aanzuigende werking Het museumgebouw in Anker van de Stad wordt een plek met veel dynamiek en een grote aanzuigende werking op inwoners en bezoekers van de stad. Een publieksbereik richting 200.000 bezoekers per jaar lijkt ons realistisch. We hebben het dan over museumbezoekers. Het aantal bezoekers in de vrij toegankelijke social space van de Hub ligt aanzienlijk hoger.

46

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Onderdeel van de Hub is een etalagefunctie voor o.a. de gemeentelijke Erfgoeddiensten: Stadsarchief, Archeologie Rotterdam (BOOR) en Bureau Monumentenzorg. Voor de erfgoed­ diensten biedt deze plek in de Hub ca. 300 m2 waar de erfgoeddiensten samen met het stadsmuseum invulling geven aan: • Informatiedesk • Actuele mini-expo’s • Open werkruimte/studieplekken De etalagefunctie biedt verder 150 m2 ruimte voor vier zogenoemde “erfgoedkabinetten” die het stadsmuseum samen met uiteenlopende organisaties uit het brede museum- en erfgoedveld programmeert, bijvoorbeeld Stichting Wijkcollectie, RoMeo, Open Rotterdam, Roterodamum, Atlantikwall Bunkermuseum Hoek van Holland, Dig it Up, Hiphophuis, Ken je stad Maak je stad, SS Rotterdam, Museum Oud Overschie, et cetera. Het nieuwe stadsmuseum biedt deze faciliteit aan en kan ondersteunen in de vormgeving. In bijlage 3 hebben we een uitgewerkt programma van eisen voor Anker van de stad ­opgenomen. Onderstaand overzicht is de samenvatting daarvan. Ruimtestaat, Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen 2100655

versie 02 220701

Anker van de Stad

benodigde m2 (fno)

Nieuwe Stadsmuseale Functie (NSF) Rotterdam Nr

ruimte 2

Ruimteomschrijving

[m ]

m2 bvo

aantal

totaal

[stuks]

2

vrije hoogte [m]

[m ]

Opmerkingen

Totalen [m2 fno] 419

Ontvangst, entreegebied, publieksvoorzieningen c.a.

315

Etalagefuncie gemeentelijke erfgoeddiensten

[m2 bvo] 600 450

315

450

Evenementenruimtes

1.397

2.000

Museumruimtes semi permanente presentatie

1.746

2.500

Museumruimtes wisseltentoonstellingen

1.571

2.250

Horeca

454

Logistieke ruimtes expositie

650

Kantoorruimtes

349

500

Dienstruimtes

157

225

6.721 [m2 fno]

Functioneel Nuttig oppervlak (fno) Verkeersruimte

18%

1.210

Opmerkingen

9.625 1)

% over fno

Ruimten voor gebouw installaties

8%

538

% over fno

Indelingsverliezen

3%

202

% over fno

8.671 [m2 nvo]

Netto Vloer Oppervlak (NVO) Oppervlak voor constructie en niet dragende scheidingswanden conform NEN 2580

11%

bvo/fno

47

954

9.625 [m2 bvo]

Bruto Vloer Oppervlak (BVO)

% over nvo 1) bij verkeersruimte op traject transport objecten extra hoogte aanhouden

1,43

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Scenario Thuishaven

Ook scenario Thuishaven voorziet in een iconisch museumgebouw, maar minder groot dan Anker van de Stad. In Thuishaven manifesteert het nieuwe stadsmuseum zich namelijk ook op andere plekken in de stad. Met dit scenario krijgt het nieuwe stadsmuseum een stevige thuisbasis, maar ook de middelen om eropuit te trekken. Dat eropuit trekken kan op wisselende locaties, binnen en buiten. Het is wenselijk daar wel enige structuur in aan te brengen. We adviseren te werken met een basisinfrastructuur met tijdelijke, wisselende knooppunten/ satellieten op verschillende plekken in de stad. Waar de huisvesting van scenario Anker van de Stad is geïnspireerd op de grote stadsmusea in vergelijkbare (haven)-steden in landen om ons heen, is de huisvesting van scenario Thuishaven geïnspireerd op Amsterdam Museum. Amsterdam Museum beschikt over een iconische hoofdvestiging (Burgerweeshuis) van zo’n 5.000 m2 en is daarnaast actief op tal van plekken in de stad en de wijken, met daarin ook een basisinfrastructuur van enkele satellietlocaties.

Thuishaven: een iconisch, maar kleiner museumgebouw en satelliet-locaties door de stad De basisinfrastructuur aan knooppunten/satellieten zien we alsvolgt: • Collectie Centrum Rotterdam (CCR). We hebben aangegeven dat deze voorziening kan worden beheerd en gecoördineerd door het nieuwe stadsmuseum. Daarmee is het CCR ook een (weliswaar specifieke) satelliet om (passende) activiteiten in het CCR te organiseren. Mogelijk ook met een ruimte om topstukken uit de collectie aan groepen te tonen (bijvoorbeeld voor educatieve of onderzoeksdoelen). Maar ook rondleidingen voor groepen waarbij juist die stukken kunnen worden getoond die passen bij de actuele tentoonstelling in het hoofdgebouw. • Plekken in de stad die zich lenen voor tentoonstellingen met ruimten die qua voor­ zieningen en klimatisering museaal te gebruiken zijn, zoals de Kunsthal. Een interes­ sante toekomstige plek kan zijn Cultuur & Campus in Rotterdam Zuid. Denkbaar is hier met enige regelmaat tentoonstellingsprojecten te organiseren die passen bij het profiel van deze nieuwe voorziening, namelijk op het snijvlak van wetenschap, cultuur en maatschappij. • Bij voorkeur een aantal vaste presentatiepakken in de wijk. Gedacht kan worden aan geschikte ruimten bij Huizen van de Wijk, waar kleinschalige presentaties en programma’s kunnen worden georganiseerd.

Mogelijk is ook samenwerking met Bibliotheek Rotter­ dam mogelijk, die nevenvestigingen op verschillende locaties in de stad heeft, ook in het buitengebied. Scenario Thuishaven kent eveneens een museaal deel (Experience) en een vrij toegankelijk deel (Hub) voor publieksprogramma’s. Anders dan bij Anker van de Stad worden in dit scenario de wisseltentoonstellingen en de publieksprogramma’s van de Hub ook op andere locaties georganiseerd. Daarom gaan we in het programma van eisen uit van minder m2 voor wisseltentoonstellingen. Waar het scenario Anker van de Stad voorziet in voldoende ruimte voor parallelle programma’s aan wisseltentoonstellingen, is dat bij Thuishaven beperkt tot één wisseltentoonstelling per keer op de vaste locatie.

48

Naar een nieuw stadsmuseum voor Rotterdam

Hoofdstuk 6

Voor wat betreft de activiteiten in de Hub is Thuishaven aanzienlijk kleiner dan Anker van de stad. Veel van de Hub-activiteiten worden in dit scenario op andere (satelliet-)locaties, verspreid over de stad, georganiseerd. Ook de horeca is in dit scenario compacter van opzet. In de Hub houden we wel vast aan eenzelfde volume (ca 300 m2) voor de etalagefunctie van de drie gemeentelijke erfgoeddiensten. En voor wat betreft de vier erfgoedkabinetten die in A ­ nker van de stad ruimte bieden aan kleinschalige presentaties van uiteenlopende organisaties, gaan we in dit scenario uit van één wat groter erfgoedkabinet. In het Thuishaven-scenario vinden immers al tal van kleinschalige presentaties op locatie plaats. Het grotere erfgoedkabinet dat wel in de Hub gesitueerd is, kan dan gebruikt worden als een podium waarop een selectie van de programmering op locatie naar het hoofdgebouw kan worden gehaald. Die selectie heeft betrekking op die onderdelen van de programmering op locatie die ook op stedelijk niveau relevant zijn. In scenario Thuishaven rekenen we met minder m2 voor de werkorganisatie; we gaan er van uit dat een deel van de medewerkers van het nieuwe stadsmuseum (steeds ad hoc) op locatie opereert. De omvang van de organisatie is in beide scenario’s overigens even groot; het volume aan programmering blijft namelijk gelijk.

Het stadsmuseum in scenario Thuishaven zal minder publiek in eigen huis trekken dan Anker van de Stad, maar altijd nog zo’n 150.000 betalende bezoekers per jaar. In het vrij-toegankelijke Hub-deel zullen nog meer mensen komen. Naast de bezoekersaantallen in eigen huis trekt het scenario Thuishaven meer bezoekers op andere locaties in de stad. Per saldo gaan we er van uit dat de bezoekersaantallen van de twee scenario’s elkaar niet veel ontlopen. Voor de exploitatie van dit scenario (zie hoofdstuk 7) rekenen we alleen met publieksinkomsten in het hoofdgebouw van het stadsmuseum. Bijlage 3 bevat een uitgewerkt PvE van het scenario Thuishaven. Onderstaand overzicht is de samenvatting daarvan. Ruimtestaat, Globaal Ruimtelijk Programma van Eisen 2100655

versie 02 220701

Thuishaven

benodigde m2 (fno)

Nieuwe Stadsmuseale Functie (NSF) Rotterdam Nr

ruimte 2

Ruimteomschrijving

[m ]

m2 bvo

aantal

totaal

[stuks]

2

vrije hoogte [m]

[m ]

Opmerkingen

Totalen [m2 fno] 279

Ontvangst, entreegebied, publieksvoorzieningen c.a.

[m2 bvo] 400

Etalagefuncie gemeentelijke erfgoeddiensten

315

450

Horeca

161

230

349

500

1.397

2.000

Museumruimtes wisseltentoonstellingen

559

800

Evenementenruimtes Museumruimtes semi permanente presentatie Logistieke ruimtes expositie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fc168bd6-1833-4074-9c2b-e94f10624655