[22bb008760] Bijlage behorende bij 22bb8758 - Programmakader Rotterdams WeerWoord 2030
Tekst van het document
zijn in de kaart ingetekend.
klimaatadaptatieve maatregelen. Via de Stedelijke
(Her)ontwikkelingsprojecten
Beheer en rioolvervanging
Programmering Buitenruimte (SPOR) en de
De grote stadsprojecten binnen Rotterdam
In veel Rotterdamse wijken zal tot aan 2030
Planning Openbare Ruimte (POR) kunnen de
hebben als doel om een aangename leefomgeving
grootschalig onderhoud aan de riolering worden
kansen in de buitenruimte doorlopend worden
voor bewoners te realiseren als onderdeel van de
uitgevoerd. In deze wijken zullen de straten open
geactualiseerd. De sleutel tot het opschalen van
gezonde groei van de stad. Dit zijn grote heront-
zullen worden gebroken om een gescheiden
klimaatadaptatie in de buitenruimte is het tijdig
wikkelingsprojecten van de openbare ruimte op
rioolstelsel te realiseren of herstelwerkzaamheden
en stadsbreed aansluiten op de planningen voor
kenmerkende locaties binnen Rotterdam. Deze
door te voeren. Hierin worden zoveel mogelijk
onderhoud, rioolvervanging en herinrichting. Dit
projecten zijn in het rood gearceerd op de kaart.
onderhoudsmaatregelen aan andere infrastructuur
geldt ook voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de
Naast deze toonaangevende projecten zijn er in
meegenomen, zodat de bewoners minimaal belast
stadsprojecten.
de kaart ook stedelijke ontwikkelingsprojecten
worden met de werkzaamheden. Het vergroenen en
daardoor veel mogelijkheden tot koppelen aan
getoond. Deze zijn met roze gearceerd.
koppelen aan klimaatadaptieve maatregelen is dan
Herinrichtingsprojecten
Naast de grote stadsprojecten is er de ambitie om
mogelijk. Dit staat toegelicht in het Gemeentelijk
Klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden
tot aan 2030 nieuwe parken aan te leggen, alsook
Rioleringsplan 2021 - 2025 Van buis naar buiten-
meegenomen in de specificatie en voorbereiding
een groot aantal bestaande parken een kwaliteit-
ruimte, het beleidsdocument voor rioolvervanging.
van de herinrichtingswerkzaamheden. De herin-
simpuls te geven. Deze parken zijn in de kaart
Raadpleeg de actuele planning bij voorbereiding
richtingsprojecten die tot 2030 op de planning
groen gearceerd met roze (gestippelde) omlijning.
van een project.
staan, zijn weergegeven op de kaart van figuur 2.03.
Langs de kades en oevers van de Nieuwe Maas is
Vaak maakt ook gepland beheer en onderhoud van
op meerdere locaties ruimte gereserveerd voor
Tot slot zijn er ook vervangingsinvesteringen
de bestaande infrastructuur en riolering deel uit
de aanleg van getijdeparken. Het vergroenen van
voor de openbare ruimte (Nota Vervangings
van het herinrichtingsproject. Maar ook ‘op zich
de oevers van de Schie en de Rotte staat in de
investeringen Openbare Ruimte 2021 – 2071).
staande’ beheer- en onderhoudsprojecten bieden
opgaven voor de Visie Openbare Ruimte tot aan
Deze activiteiten kunnen ook, door bij vervanging
de mogelijkheid om de buitenruimte klimaat-
2030 en het verder verlevendigen in het coali-
een klimaatadaptieve variant toe te passen,
adaptief in te richten, omdat de straat opengaat.
tieakkoord. Dit wordt uitgewerkt via de rivieren,
bijdragen aan een klimaatbestendiger stad.
64
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Fig. 2.03
Implementatie kansenkaart
buitenruimte (bron; Programma Big 7, Visie Openbare Ruimte, Programma Rivieroevers, Meerjaren beheerplannen en onderhoudsbehoefte riolering, nota Kapitaalgoederen)
65
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Uitvoeringsspoor 4. Alle Rotterdammers in beweging Vele handen maken licht werk. Daarom willen
Stedelijke participatieprogramma’s
we alle Rotterdammers bereiken om in beweging
Stedelijke participatieprogramma’s zijn mooie
komen. Samen maken we Rotterdam klimaat-
platforms om klimaatadaptatie bij deze sociale
adaptief, om te beginnen in en om het eigen huis.
netwerken onder de aandacht te brengen en hen te faciliteren om klimaatadaptatieve maatregelen
Sociale ondernemers netwerken
te integreren in de buurt. Voorbeelden zijn
Om in Rotterdam alle kansen ten aanzien
Citylab010, Opzoomer Mee en het initiatief Huis
van klimaatadaptatie te benutten, worden
van de Wijk.
bewoners en (sociaal) ondernemers betrokken. Burgerinitiatieven worden ondersteund.
Op deze kaart is voor iedere wijk de sociale index
Om daadwerkelijk gehoor te geven aan deze
aangegeven. Deze index geeft aan of er in de wijk
initiatieven, is het van belang om relaties op te
een hoge of lage participatiegraad heerst en zegt
bouwen en te weten wat er in de wijken leeft.
daarmee ook iets over de welwillendheid om zelf
Daarom zijn de duurzame sociale netwerken in
de handen uit de mouwen te steken op het gebied
de wijken, de sociaal ondernemers en initiatief-
van klimaatadaptatie.
Samen met Rotterdammers en sociale ondernemers in de wijken gaan we klimaatadaptieve initiatieven uitvoeren. De sociale netwerken zijn alvast in kaart gebracht.
nemers in de buitenruimte in kaart gebracht en zijn netwerken opgebouwd met sociaal
Ook zijn er veel locaties waar de Rotterdammer
ondernemers in de buurten. Zie figuur 2.04.
heen kan om meer te weten te komen over het toekomstbestendig inrichten van de stad, en hoe dit te realiseren is. De kaart geeft aan waar plekken in Rotterdam zijn waar al veel of juist minder energie zit bij de burgers als het gaat om klimaatadaptatie. Daarmee wordt duidelijk waar de grootste kansen liggen om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren op het private terrein, of waar juist nog extra inzet nodig is om meerwaarde te realiseren.
Fig. 2.04
Implementatie kansenkaart Alle Rotterdammers
in beweging; Duurzame sociale netwerken in de wijken, de sociaal ondernemers en initiatiefnemers in de buitenruimte. (Bron: Programma Rotterdams WeerWoord)
66
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
67
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Uitvoeringsspoor 5. Stedelijke transities koppelen aan klimaatadaptatie De ontwikkelingen in de mobiliteits- en energie-
(RMA) opgesteld. Op deze kaart, zie figuur 2.05,
voor een ecologische transitie: vanuit de visie
sector hebben grote invloed op Rotterdam.
is aangegeven op welke wegen de intensiteit tot
openbare ruimte, het programma biodiversiteit
Zowel de mobiliteits- als energiesystemen
aan 2030 zal afnemen, gegeven de voorgenomen
en de maatregelen voor de Kaderrichtlijn
veranderen, evenals de kijk op de kwaliteit
RMA-maatregelen. Deze locaties bieden kansen
Water (KRW). Het sluiten van waterkringlopen
van natuurlijke systemen en het hergebruik
voor het koppelen aan klimaatadaptieve
in de afvalwaterketen is een beleidsdoel uit
van grondstoffen. In Rotterdam zullen tot aan
maatregelen.
de Langetermijnvisie Waterketen en het Gemeentelijke Rioleringsplan. Dit streven naar
2030 maatregelen genomen worden die in de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA) zijn
Energietransitie
circulariteit heeft daarmee een directe relatie met
opgenomen. Daarnaast leidt de energietransitie
De energietransitie is in Rotterdam in volle gang.
de omgang met extreme neerslag.
tot grote projecten binnen een gebiedsgerichte
In verschillende buurten is een gebiedsaanpak
aanpak ‘aardgasvrij’, dat kansen biedt om
‘verkenning aardgasvrije wijken’ gestart, of
Vanuit de visie openbare ruimte zijn opgaven
klimaatadaptieve maatregelen op buurtniveau
dit start voor 2030. Het ligt voor de hand om
gedefinieerd aangaande nieuwe en bestaande
in te passen. Bovendien is er de wens om de
klimaatadaptatie te koppelen aan deze lopende
groenstructuren en ecologische verbindingen. Op
ecologische waarden in en rondom Rotterdam te
en geplande energietransities. Op de kaart is
de kaart van figuur 2.06 staan deze weergegeven.
vergroten en duurzaam en circulair om te gaan
aangegeven welke buurten dit zijn.
Oplossingen vanuit deze visie kunnen gekoppeld worden aan oplossingen om de klimaatopgaven
met grondstoffen, waaronder water. Dit vraagt
in de specifieke gebieden te reduceren.
ook om verstandige keuzes bij ontwikkelings- en
Daarnaast liggen er koppelkansen binnen het
onderhoudsprojecten. Kortom, een integrale
beheer- en onderhoudsprogramma van netbe-
aanpak en integrale oplossingen zijn vereist om
heerder Stedin. Op de kaart staat aangegeven
Ook de KRW-maatregelen en maatregelen vanuit
zo de verschillende transitieopgaven te koppelen
welke gasleidingen prioriteit hebben om
het Programma Rivieroevers zijn op de kaart
aan ontwikkelingen in de stad. Zowel bij de
vervangen te worden. Enerzijds doordat ze te
weergegeven. Het spreekt voor zich om hiernaast
ontwikkeling van nieuwe als de verduurzaming
oud zijn, anderzijds omdat ze van niet wenselijk
ook de doelen en opgaven vanuit klimaatadap-
van bestaande wijken.
materiaal zijn gemaakt. Op het moment dat de
tatie te leggen en te zoeken naar koppelkansen.
gasleidingen vervangen worden, gaat de straat
Mobiliteit
open. Dit biedt de mogelijk tot koppeling aan
Op zowel de korte als de lange(re) termijn
klimaatadaptieve maatregelen.
verandert in grote delen van Rotterdam de manier waarop gebruik wordt gemaakt van mobiliteit. De
Ecologie en circulariteit
trend om minder gebruik te maken van de auto
Biodiversiteit is een indicator voor een gezond
ten gunste van de fiets, lopen en OV zet door. Dit
natuurlijk systeem, ook in de stad. Biodiversiteit
Fig. 2.05
leidt tot een veranderend gebruik van openbare
draagt ook bij aan de leefbaarheid van Rotterdam
de intensiteit tot aan 2030 zal afnemen, gegeven de
ruimte en met name de wegen. De gemeente
en is daarmee een belangrijk beleidsdoel. Binnen
voorgenomen RMA-maatregelen. (Bron: Rotterdamse
heeft hiervoor de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak
de gemeente lopen er verschillende sporen
Mobiliteits Aanpak)
68
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Stedelijke Mobiliteits transitie; Wegen waarop
69
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Fig. 2.06
Stedelijke Energietransitie
(Bron: Transitievisie warmte)
70
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
Fig. 2.07
Stedelijke transitie ecologie en
biodiversiteit (bron: Visie Openbare Ruimte, Programma Rivieroevers, Natuurkaart Rotterdam, Programmateam biodiversiteit)
71
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
De belangrijkste koppelkansen op een rij
72
UITVOERINGSSPOOR 1.
UITVOERINGSSPOOR 2.
UITVOERINGSSPOOR 3.
Nieuw vastgoed klimaatadaptief ontwikkelen
Bestaand vastgoed klimaatadaptief renoveren en verduurzamen
Buitenruimte klimaatadaptief inrichten en beheren
Verdichting centrum, A-Z, Zuid en alle te (her)ontwikkelen panden
Focuswijken NPRZ, focusgebieden herstructurering renovatie woningcorporaties, gemeentelijk vastgoed Rotterdam
Meerjaren waterbeheerplannen waterschappen, Meerjarenplan beheer openbare ruimte/rioolvervanging gemeente Rotterdam, Rotterdamse Mobiliteitsaanpak, programma’s Rivieroevers, Biodiversiteit, Buitenruimte 20 ha groen en Rotterdamse Stijl
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
UITVOERINGSSPOOR 4.
UITVOERINGSSPOOR 5.
Alle Rotterdammers in beweging om klimaatadaptief te handelen
Stedelijke transities koppelen
Sociaal ondernemers netwerken in de wijk, Participatieprogramma’s Opzoomermee, Citylab010, Wijk aan Zet, initiatieven van Rotterdammers
73
Aardgasvrije wijken verbreden naar duurzame vitale wijken: koppelen transities klimaat, energie, bio diversiteit, circulariteit en mobiliteit
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 2 IMPLEMENTATIE KANSEN
74
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
3 Klimaat wijkkaarten
75
1
STEDELIJKE KLIMAATOPGAVEN
3
KLIMAAT WIJKKAARTEN
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
2 4
TOOLKIT MAATREGELEN
IMPLEMENTATIE KANSEN
5
KLIMAATPRIORITEITEN
Het doel van de klimaat wijkkaarten is om op wijkniveau inzicht te geven in de oplossingsrichtingen en kansen in de aanpak van de belangrijkste effecten van klimaatverandering op de stad. Dat doen we met wijkkaarten, met daarin de belangrijkste kansen voor de aanpak van klimaatadaptatie. Dit is gedaan voor alle Rotterdamse wijken op basis van de Wijk aan Zet-indeling.
De kaarten kunnen worden gebruikt om de
De stedelijke opgavenkaarten en deze wijkkaarten
kennis over en de mogelijke maatregelen voor
bieden een kader en geven handvatten voor
klimaatadaptatie tussen professionals en
de aanpak. Voor het maken van een ontwerp
belanghebbenden te ondersteunen. Waar staan
of plan is daarnaast nog gedetailleerder
we voor? Welk type maatregelen zijn mogelijk
analyse en advies op lokaal niveau nodig.
en waar hebben deze de meeste prioriteit en
De lokale situatie, geduid in factsheets
effect? Waar liggen de koppelkansen? Dit is een
gebaseerd op de Wijkprofielen Rotterdam
inspanning voor zowel gemeente, waterschappen,
(www.wijkprofiel.rotterdam.nl), bepaalt de
corporaties en andere externe organisaties én
haalbaarheid van specifieke maatregelen.
bewoners, omdat de klimaateffecten zich afspelen
Dit gebied-specifieke advies vindt plaats in
in de gehele stad en geen onderscheid maken
ontwerp- en planteams met betrokkenheid van
tussen openbaar en privaat gebied. Op beide
thematische experts.
terreinen zijn maatregelen nodig om Rotterdam als geheel klimaatadaptief te maken.
Deze wijkkaarten zijn in eerste instantie bedoeld voor professionals die zich bezighouden met stedelijke ontwikkeling, herinrichting of beheer van de stad, maar kunnen voor alle Rotterdammers interessant zijn. Voor iedere wijk zijn de klimaat wijkkaarten te downloaden via www.rotterdam.nl en www.rotterdamsweerwoord.nl/ professionals
76
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Welke maatregelen voor klimaatadaptatie zijn mogelijk? Welke hebben het meeste effect in een wijk? De wijkkaarten helpen dat inzichtelijk maken.
Wijkkaarten Neerslag Periodiek wordt een ‘stresstest extreme neerslag’ uitgevoerd. Zie figuur 3.01. De test dient om de kwetsbaarheden van de stad in beeld te brengen en de robuustheid voor extreme neerslag van wijken onderling te vergelijken. Daarbij wordt een regenbui van 100 mm in 2 uur doorgerekend. Deze resultaten zijn ook de basis voor een gebiedsgerichte dialoog met bewoners en beheerders over risico’s. Meer informatie hierover is terug te vinden in het rapport ‘Klimaatopgaven in kaart’. Op deze wijkkaarten zijn de resultaten van een berekening van extreme neerslag op wijkniveau gepresenteerd, vergeleken met een minder intensieve bui. Hierbij is gekozen de resultaten van 50 mm neerslag in 1 uur weer te geven1. Deze neerslag dient als referentiewaarde en sluit aan bij de maatgevende bui die in het Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 opgenomen is en als doel heeft om het rioolstelsel en de openbare inrichting op verwerking van (extreme) neerslag te toetsen. Ook sluit dit aan bij de eisen die gesteld worden voor hemel waterberging bij nieuwprojecten in Rotterdam. Op deze hoeveelheid neerslag wordt vervolgens
Fig. 3.01
een ontwerp van de buitenruimte gebaseerd.
voor wateroverlast
Overigens dient voor een ontwerp altijd nadere analyse en onderzoek te worden uitgevoerd.
1 Dit past ongeveer bij een bui die in 2050 (scenario upper) eens in de 25 jaar voorkomt (STOWA - Neerslagstatistiek en -reeksen voor het waterbeheer 2019)
77
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Kwetsbaarheid
1. Kwetsbaarheid voor wateroverlast Aan de hand van de resultaten van een bui van 50 mm in 1 uur zijn kwetsbare locaties afgeleid. Bijvoorbeeld panden die risico lopen op wateroverlast, zoals water tegen de gevel. Of vitale en (potentieel) kwetsbare functies en monumenten die risico lopen. De kaart geeft hiermee een goed eerste inzicht welke locaties in de wijk kwetsbaar zijn voor extreme neerslag.
2. Begaanbaarheid wegen Op figuur 3.02 staan alle wegen aangegeven die bij de bui van 50 mm in 1 uur niet meer begaanbaar zijn. Hiervoor is een grenswaarde gehanteerd van 15 cm waterdiepte. Aangenomen is dat bij een grotere waterdiepte het verkeer, waaronder hulpdiensten, niet veilig meer kan rijden (bron: Veiligheidsregio Rijnmond). Bijzondere aandacht vragen de hoofd- en ontsluitingswegen omdat deze een belangrijke rol vervullen in de doorstroming van verkeer in de stad.
Fig. 3.02
78
Begaanbaarheid wegen
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
3. Begaanbaarheid openbare ruimte Als het hard regent kunnen er plassen op de fietsen voetpaden blijven staan. De wijkkaart van figuur 3.03 geeft aan op welke fiets- en voetpaden plassen blijven staan bij de referentiebui van 50 mm in 1 uur. Wanneer op meer dan de helft van de fiets- en voetpaden water staat, is dit op de kaart gemarkeerd. Daarnaast geeft de kaart aan welk openbaar groen minder goed toegankelijk is na de bui. Wanneer op minimaal de helft van het oppervlak van het openbaar groen tenminste 5 cm water staat, wordt dit aangeduid als aandachtsgebied.
Fig. 3.03
79
Begaanbaarheid openbare ruimte
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
4. Kansen aanpak wateroverlast openbaar gebied De kaart van figuur 3.04 combineert de wateroverlast in het openbare gebied met de koppelkansen in de wijk. Koppelkansen zijn projecten waar tot 2030 werkzaamheden gepland staan, zoals rioolvervanging. Ook zijn de openbare verblijfsplekken van minimaal 200m2 aangeduid die grenzen aan een gebied met wateroverlast. Verblijfsplekken zijn stranden, stadsparken, stadsdeelparken, wijkparken, bos-natuurgebieden, stadspleinen, buurtpleinen, speelpleinen, speelparken, natte natuurgebieden (rietlanden), groene singels, dakparken, randparken, groene buitenruimte bouwblokken en pocket-parken. Hier liggen kansen om deze gebieden in te zetten om water naartoe te leiden of om water vast te houden. De kaart laat ook zien waar in de wijk kansen liggen voor infiltratie. De ontwateringsdiepte (afstand tussen maaiveld en grondwaterstand) moet minimaal 1 meter zijn. Dit is een indicatie uitgaande van grondwatermeetpunten (zie ook thema grondwater). In combinatie met de openbare, groene verblijfsplekken geeft dit kansen om de wateroverlast in aangrenzende
Fig. 3.04
straten te verminderen.
wateroverlast openbaar gebied
80
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Kansen aanpak
5. Kansen aanpak wateroverlast privaat terrein De kaart in figuur 3.05 toont waar op het private terrein kansen liggen om wateroverlast aan te pakken. Op de kaart staat waar veel verharde tuinen zijn. Op locaties waar wateroverlast in de omgeving optreedt, kan het ontharden van deze tuinen bijdragen aan het verminderen van de wateroverlast. Naast ontharden vermindert ook het creëren van groen-blauwe daken de wateroverlast. Op de kaart staat aangegeven welke panden in de wijk potentieel geschikt zijn voor het creëren van een groen-blauw dak en daarmee extra waterberging. Dit is gedaan door te bepalen of het dak plat of hellend is, maar ook de draagkracht is uiteraard van belang. Ook hier is het corporatiebezit apart aangeduid.
Fig. 3.05
Kansen aanpak
wateroverlast privaat terrein
81
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Wijkkaarten Overstroming 1. Buitendijks overstromingsrisico nu Buitendijks gebied betekent letterlijk het gebied vóór de dijken, dus tussen de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg en de dijk. Het buitendijks gebied wordt niet beschermd door een primaire waterkering. Dit gebied kan overstromen bij hoge rivierwaterstanden. Op de kaart van figuur 3.06 is de overstromingsdiepte te zien bij een hoge rivierwaterstand die eens in de 100 jaar voorkomt, ofwel de terugkeertijd. Deze kans is berekend bij het klimaat van peiljaar 2018. De kaart geeft hiermee een indicatief beeld van waterdiepten die nu met een redelijk grote kans kunnen optreden. Voor het ontwerp van gebouwen en buitenruimte dient met hogere waterdiepten en kortere terugkeertijd rekening te worden gehouden. NB. De berekende waterdiepten kunnen afwijken van werkelijke waterdiepten op enig moment, omdat dit ook afhankelijk is van windrichting, golven en stromingspatronen. Ten behoeve van het ontwerp van de buitenruimte en bebouwing zijn meer gedetailleerde analyses nodig. Naast de overstromingsdiepte, zijn ook de gebouwen gemarkeerd die bij deze waterstand een risico lopen om te overstromen; het water komt tegen de gevel. Daarnaast zijn op deze kaart de grootste potentiële knelpunten weergegeven: de locatie van bedrijven met gevaarlijke stoffen, waardevolle objecten, vitale objecten en de
82
Fig. 3.06
Buitendijks overstromingsrisico nu
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
hulpdiensten. De gevolgen van een overstroming
Gemeentelijk beleid uitgiftepeilen buitendijks
door hoge rivierwaterstanden worden voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van dit type locaties en het aantal panden in het overstroomde gebied. Als laatste zijn ook
Via uitgiftepeilen zorgt Rotterdam dat
de woningbouwontwikkelingen opgenomen
nieuwe buitendijkse ontwikkelingen
op deze kaart, met als peiljaar 2021. Hierbij is
hoog genoeg en klimaatadaptief worden
aangegeven of de ontwikkeling op dit moment
aangelegd. In de afgelopen decennia zijn
in overstroombaar gebied ligt, zodat hier tijdens
nieuwe buitendijkse gebieden steeds hoger
de ontwikkeling rekening mee gehouden
aangelegd op basis van nieuwe inzichten
kan worden.
over de zeespiegelstijging. De gewenste minimale maaiveldhoogte is 3.60 meter
2. Buitendijks overstromingsrisico 2100
boven NAP (3.60m+NAP) voor nieuwe
Voor het ontwerp van gebouwen en buitenruimte
buitendijkse ontwikkelingen. Voor nieuwe
dient rekening te worden gehouden met hogere
vitale voorzieningen is dat uitgiftepeil
waterdiepten en kortere terugkeertijden die in
3.90m+NAP. Buiten de Maeslantkering
2100 kunnen optreden,. Dit is vertaald in het
zijn deze maaiveldhoogtes 5.10m+NAP en
te hanteren gemeentelijk beleid uitgiftepeil
respectievelijk 5.50m+NAP.
buitendijks, zie het kader hiernaast. Het beleid voor buitendijkse uitgiftepeilen De kaart van figuur 3.07 laat de waterdiepte en
gaat uit van een gemiddeld klimaatscenario
kwetsbare locaties zien voor een hoogwater
(G+). Gegeven de laatste inzichten omtrent
situatie in 2100 die eens in de 1000 jaar
de toenemende zeespiegelstijging zullen
voorkomt. In de berekening is daarbij rekening
de verwachte waterstanden in 2100 naar
gehouden met het actuele klimaatscenario
boven worden bijgesteld. Dit zal leiden
(KNMI 2014). Hierbij is nu al uitgegaan van een
tot meer buitendijkse gebieden met een
extremer KNMI-scenario (W) dan die waarop de
overstromingsrisico en bijstelling van
uitgiftepeilen zijn gebaseerd (G+). Verder is hier
het waterveiligheidsbeleid buitendijks;
dezelfde overige informatie als in de ‘nu’-kaart
bouwhoogtes buitendijks kunnen naar
opgenomen.
boven worden bijgesteld. In 2023 worden de klimaatscenario’s van het KNMI uitgaande
Om de buitendijkse gebieden ook in de toekomst
van nieuwe wetenschappelijke kennis
veilig te houden en een samenhangend maatre-
geactualiseerd.
gelenpakket te bepalen, worden momenteel gebiedsgerichte adaptatiestrategiën ontwikkeld.
83
Fig. 3.07
Buitendijks overstromingsrisico 2100
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
3. Ruimte voor toekomstige dijkversterking De kaart van figuur 3.08 geeft de beoordeling voor de veiligheid van primaire waterkeringen weer die worden uitgevoerd door de waterschappen. Het geeft aan welke waterkeringen gedeeltelijk of geheel wel of niet voldoen aan wettelijke gestelde normen. Voldoet een waterkering niet, dan moet binnen een bepaalde termijn maatregelen worden uitgevoerd. Het type maatregel kan sterk verschillen. Niet altijd is verhoging noodzakelijk. Verbreding of verbetering van de bekleding zijn ook mogelijke maatregelen. De maatregelen worden door het waterschap bepaald. Het tijdstip van uitvoering wordt op landelijk niveau geprioriteerd binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en in overleg met de gemeente. Deze kaart geeft een indicatie waar dijkversterking en ruimtelijke plannen elkaar beïnvloeden. Tijdig contact met het waterschap is dan vereist. Binnen de kernzone (de waterkering zelf) en de beschermingszone gelden beperkende regels voor bebouwing en gebruik. De kaart geeft zo een beeld waar belemmeringen kunnen optreden voor ruimtelijke plannen en dijkversterking. In de toekomst neemt de kans op belemmeringen toe als waterkeringen vanwege klimaatverandering hoger en breder moeten worden. Een grotere ruimtereservering voor toekomstige dijkverhoging kan gewenst zijn. Soms zijn ook andere oplossingen, bijvoorbeeld in gebouwen, mogelijk.
84
Fig. 3.08
Ruimte voor toekomstige dijkversterking
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
4. Waterveiligheid binnendijks De kaart van figuur 3.09 geeft de maximale
De Hoogheemraadschappen van Schieland
overstromingsdiepte weer bij een overstroming
en de Krimpenerwaard, Delfland,
die eens in de 100.000 jaar voorkomt. Binnendijks
het waterschap Hollandse Delta en
kan dit alleen optreden als een waterkering
Rijkswaterstaat beheren, beoordelen en
doorbreekt. Er is gekozen voor de weergave van
versterken de waterkeringen. Sinds 2017
een overstroming met een zeer kleine kans om
gelden bovendien nieuwe wettelijke normen
het effect op waterdiepten en overstromings-
met een bijbehorende vernieuwde beoor-
gebied goed weer te geven. Een overstroming
delingssystematiek. Deze beoordeling is in
van binnendijks gebied zal altijd grote schade en
volle gang en wordt in 2023 afgerond. Voor
mogelijk slachtoffers veroorzaken.
de regionale waterkeringen is vooralsnog geen actueel beeld.
De kaart geeft ook weer of en waar er in de wijk woningbouwontwikkelingen gepland staan,
Afgekeurde keringen dienen te worden
evenals de kwetsbare en waardevolle objecten
versterkt. Primaire waterkeringen worden
en belangrijke locaties in de wijk die getroffen
geprioriteerd binnen het nationale
kunnen worden ten tijde van een overstroming.
Hoogwaterbeschermingsprogramma
Indien de potentiële overstromingsdiepte van
(HWBP) en opgenomen in de planning
woningen en objecten beperkt blijft tot maximaal
van het HWBP. De beleidsambitie van het
twee meter, zullen bij nieuwbouw en renovatie
Ministerie van I&W is om vóór 2050 alle
beschermende maatregelen moeten worden
primaire waterkeringen in Nederland te
genomen. Een afstemming met de wijze van
laten voldoen aan de nieuwe waterveilig-
crisisbeheersing en het crisisbeheerplan voor het
heidsnormen. Regionale waterkeringen
gebied is dan gewenst.
worden versterkt binnen programma’s van de waterschappen zelf. Dijkversterkingen zijn grootschalige projecten met een grote impact op de omgeving, maar bieden goede aanknopingspunten voor een koppeling met gebiedsontwikkeling. Zie voor de actuele voortgang van de beoordeling waterveiligheidsportaal.nl/#/ nss/nss/assessment. Fig. 3.09
85
Waterveiligheid binnendijks
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
5. Verticale evacuatie De kaart van figuur 3.10 geeft aan waar ten tijde van een overstroming een verticale evacuatie mogelijk is. Dat betekent dat je naar een hoger gelegen droge verdieping kan vluchten. Op de kaart staat aangegeven welke panden een droge verdieping hebben. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen panden die een eigen droge verdieping hebben en panden die wel een droge verdieping hebben, maar waarin meerdere huishoudens zich bevinden, zoals appartementen en flatgebouwen. In Rotterdam is verticale evacuatie de beste strategie bij een overstroming, omdat het niet mogelijk is de vele inwoners in zeer korte tijd het gebied te doen verlaten. Panden zonder droge verdieping verdienen bijzondere aandacht in het crisisbeheerplan voor de wijk. Bij nieuwbouw is het wenselijk zó te ontwerpen dat bewoners van een benedenverdieping de mogelijkheid hebben te vluchten naar een hogere verdieping die boven de maximale overstromingsdiepte ligt. Daarnaast is op de kaart aangegeven waar in de wijk kansen liggen voor het ontwikkelen van schuilmogelijkheden. Shelters (schuillocaties) zijn plekken die specifiek zijn, of kunnen worden ingericht als publieke opvanglocatie. De kansen zijn gebaseerd op woningbouwontwikkelingen na 2022. Afhankelijk van het type bouw, kan er op deze plekken verkend worden of het mogelijk is om shelterlocaties te realiseren.
De gewenste locaties van shelters dienen te worden bepaald op basis van stadsbrede crisisbeheer- en evacuatieplannen, opgesteld door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de gemeente. Deze kaart kan ook gebruikt worden bij het opstellen van dergelijke plannen.
86
Fig. 3.10
Verticale evacuatie
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Wijkkaarten Hitte 1. Gevoelstemperatuur Tijdens een warme zomerdag kan de gevoels temperatuur in het stedelijk gebied hoog oplopen. De gevoelstemperatuur geeft de beleving van de temperatuur weer in de stad en combineert luchttemperatuur met het effect van straling, wind en luchtvochtigheid, de PET: Physiological Equivalent Temperature. Afhankelijk van de inrichting van openbare en particuliere terreinen, schaduw en mate van verharding kan de gevoelstemperatuur lokaal erg verschillen. Zie figuur 3.11.
2. Verduurzaming vastgoed In gebieden waar het heet kan worden, is het nog belangrijker om woningen te verduurzamen. Het vergroenen van tuinen en aanbrengen van zonwering en ventilatie zijn de meest effectieve maatregelen. Voorbeelden zijn luifels en zonneschermen, zonwerend glas, leibomen voor ramen, gordijnen en ramen die open kunnen. In combinatie met het isoleren en vergroenen van daken kan leefbaar, hittebestendig vastgoed worden ontwikkeld of verduurzaamd. Figuur 3.11 combineert het eigendom van panden (corporaties, particulier) en de PET gevoels-tem-
Fig. 3.11
peratuur en de kans op verduurzaming van
vastgoed
panden. Op de kaart is tevens weergegeven waar woningbouw ontwikkelingen plaatsvinden met koppelkansen voor het verbeteren van het leefklimaat.
87
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Verduurzaming
3. Natuurlijke ventilatie Deze kaart van figuur 3.12 geeft weer welke delen van de wijk kampen met langere perioden van warme nachten in de zomermaanden. Hier is de behoefte aan natuurlijke ventilatie, het open zetten van ramen, het grootst. Op de kaart is weergegeven waar het open ramen minder wenselijk zijn. Bijvoorbeeld in gebieden met een hoge dichtheid of horecafuncties, omdat er mogelijk geluidsoverlast kan optreden. Daarnaast toont de kaart waar er een risico op hogere concentraties fijnstof is en waar het ook minder wenselijk is om je raam open te zetten tijdens warme nachten. Op deze locaties is het belangrijk om naar oplossingsrichtingen zoals het verduurzamen van de woningen te kijken.
Fig. 3.12
88
Opgavekaart natuurlijke ventilatie in panden en duiding verhoogd geluidsrisico en slechte luchtkwaliteit
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Afhankelijk van de inrichting van openbare en particuliere terreinen, schaduw en mate van verharding kan de gevoelstemperatuur lokaal erg verschillen.
89
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
4. Koele verblijfsplekken Tijdens een warme zomerdag is het wenselijk om een koele verblijfsplek nabij de eigen woning te hebben. Hierbij wordt een loopafstand gehanteerd van maximaal 300 meter. Een koele verblijfsplek wordt gedefinieerd als een plek waar de gevoelstemperatuur tijdens een warme dag (over een aanééngesloten oppervlak van minimaal 200m2) niet hoger is dan 38 °C (gemiddelde terugkeertijd: eens in 5,5 jaar). Verblijfsplekken zijn allerlei soorten plekken: stranden, parken, bos-natuurgebieden, pleinen, speelpleinen, natte natuurgebieden, groene singels, dakparken, randparken, groene buitenruimte bouwblokken en pocket parken. Deze kaart, zie figuur 3.13, geeft aan waar in de wijk kansen liggen voor het creëren van extra koele verblijfsplekken, zodat zoveel mogelijk woningen op een loopafstand van maximaal 300 meter liggen van een koele verblijfsplek. Ook locaties die al koel zijn en kunnen worden ontwikkeld naar een verblijfsplek, en verblijfsplekken die nu warm zijn en verkoeld kunnen worden, bijvoorbeeld door het creëren van schaduw, zijn weergegeven. Met sterren is aangegeven welke locaties in de wijk de grootste prioriteit hebben. De prioriteit is bepaald op basis van de impact van de nieuwe koele verblijfsplek op het aantal woningen waarvoor de afstand tot een koele plek minder wordt dan 300 meter.
Fig. 3.13
90
Kansenkaart koele verblijfsplekken
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
5. Fiets en OV-routes Het is wenselijk dat tijdens een warme zomerdag de hoofdfietsroutes niet te veel opwarmen, om te voorkomen dat het gebruik ervan zeer onaangenaam wordt. De kaart van figuur 3.14 geeft aan welke fiets- en OV-routes tijdens een warme zomerdag een hoge gevoelstemperatuur hebben. Deze kaart is gebaseerd op de PET-kaart voor gevoelstemperatuu. De dikte van de lijn geeft de intensiteit van het fietsverkeer over die route aan. Op deze kaart is goed te zien welke hoofdfietsroutes erg heet zijn tijdens een warme zomerdag en welke routes meer in de schaduw liggen en koeler zijn. Daarnaast is op deze kaart aangegeven welke stopplekken op dit moment erg heet zijn en het dus onaangenaam verblijven is tijdens een warme zomerdag.
Fig. 3.14
91
Warme fiets- en OV-routes
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
6. Warme wandelroutes Het is wenselijk dat tijdens een warme zomerdag het voetgangersgebied, zoals trottoirs, parken en pleinen, niet te veel opwarmt zodat het gebruik ervan zeer onaangenaam wordt. De kaart van figuur 3.15 geeft aan waar de gevoelstemperatuur in het voetgangersgebied hoog is en waar de koelere gebieden zijn. Ook kaart is gebaseerd op de PET-kaart. Daarnaast is op deze kaart aangegeven waar in de wijk de straat voor 2030 opengebroken wordt (Bron Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 en Gasvervangingsagenda Stedin). Op deze locaties liggen kansen om te koppelen. Bijvoorbeeld door meer schaduw te creëren.
Fig. 3.15
92
Warme wandelroutes
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
7. Kansen koele routes De kaart van figuur 3.16 geeft aan waar in de wijk kansen liggen om fiets- en wandelroutes te verkoelen. De gemarkeerde fietspaden zijn hoofdroutes, met een intensiteit van meer dan 1000 fietsers per dag. Deze routes zijn erg heet tijdens een warme zomerse dag, volgens de PET-weergave hoger dan 44 °C . De wandelroutes worden aangeduid als kansrijk indien de straat als geheel te warm is, met een PET-waarde hoger dan 44 °C en er geen doorlopende, koele, schaduwrijke route aan één zijde van de weg is. Wanneer verkoeling, door bijvoorbeeld schaduw, langs deze routes gecreëerd wordt, zijn deze routes ook tijdens een warme zomerdag aangenamer. Op de kaart staat ook weergegeven welke stopplekken erg heet zijn tijdens een warme zomerdag en waar dus kansen liggen om deze plekken te verkoelen.
Fig. 3.16
93
Kansen koele routes
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Wijkkaarten droogte, grondwater, bodemdaling 1. Sponspotentie In gebieden met veel verharding zal moeten worden ingezet op het benutten van de sponswerking van de bodem. Dat betekent ervoor zorgen dat water kan infiltreren in de bodem en dat de bodem, zoals een spons, het water langer kan vasthouden op de plek waar het valt. Zo wordt voorkomen dat al het water direct wordt afgevoerd naar de riolering of het oppervlaktewater. Daartoe moet de ruimte tussen maaiveld en grondwaterstand – de onverzadigde zone – groot genoeg zijn om ook daadwerkelijk water op te vangen in de bodem. Voor een goede infiltratie zijn de bodemopbouw, de beschikbare ruimte in de bodem en de afwezigheid van kwel (omhoog stromend grondwater) belangrijke factoren. De kaart van figuur 3.17 geeft aan waar in de wijk de potentie voor sponswerking in de bodem het grootst is. Dit is op plekken met een grote ontwateringsdiepte: daar is de afstand tussen het maaiveld en het grondwater meer dan één meter. Kansen voor het vergroten van de sponswerking liggen voornamelijk in het ontharden van de private en publieke buitenruimte en waterpasserende verharding. Op de kaart is weergegeven waar de grootste kansen liggen voor ontharden, zodat water gemakkelijker in de bodem kan infiltreren: 1) in sterk versteende tuinen (privaat gebied)
94
Fig. 3.17
Sponspotentie
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
2) verharde openbare verblijfsplekken 3) versteende schoolpleinen. Alle mogelijkheden hiertoe dienen naast elkaar te worden aangegrepen waar mogelijk. Aandachtspunt is dat het vergroten van de sponswerking altijd in samenhang moet worden gezien met het vertraagd afvoeren en de capaciteit van het riolerings- en oppervlaktewatersysteem. Dit vergt nauwe samenwerking tussen de gemeente Rotterdam en de drie Rotterdamse waterschappen.
2. Watervraag en kwetsbaarheid groen bij droogte Groen in de wijk kan schade ondervinden door langdurige droogte. Een boom met droogtestress kan geen water meer opnemen en verliest zo haar verkoelende werking. Op deze kaart staat al het openbaar groen in de wijk weergegeven, inclusief de bomen. Voor bomen, in het bijzonder droogtegevoelige bomen is extra aandacht nodig. Dit kunnen zowel jonge als oude bomen zijn. Monumentale bomen zijn robuuste en waardevolle bomen in de wijk. Afhankelijk van de lokale situatie is aandacht voor deze bomen gewenst, vanwege de grote schade bij verlies. Op de kaart van figuur 3.18 zijn ook de private groene tuinen opgenomen. De kaart kan een hulpmiddel zijn bij de ontwikkeling van een stedelijke groenstrategie en de uitwerking op wijkniveau. Naast het feit dat groen kwetsbaar is ten tijde van droogte, heeft groen ook een watervraag. De watervraag van groen kan worden beperkt door
95
Fig. 3.18
Watervraag en kwetsbaarheid groen bij droogte
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
keuze van meer droogtebestendige soorten, die ook weer bijdragen aan verrijking van de biodiversiteit. Deze kaart maakt echter geen onderscheid in dergelijke soorten groen. Tot op dat niveau kan de watervraag op deze kaart niet worden gespecificeerd. Voor zo’n groenstrategie, die onder andere is gericht op hittereductie en bijdraagt aan de biodiversiteit, is specifieke analyse en onderzoek nodig. Deze kaart geeft een eerste beeld van aanwezig groen.
3. Grondwateronderlast houten palen Op de kaart van figuur 3.19 zijn de panden weergegeven die gefundeerd zijn op houten palen2. Wanneer deze panden in gebieden staan met een grote ontwateringsdiepte (oranje), is er een grotere kans op paalrot. Dit komt doordat de houten paalkoppen droog kunnen komen te staan, waardoor ze kunnen gaan rotten en funderingsschade kan optreden. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand. Deze verschilt van plek tot plek en wisselt met de seizoenen. Hoewel de gemeente verspreid over de stad vele peilbuizen heeft aangelegd, kan de ontwateringsdiepte in het stedelijk gebied niet worden voorspeld. Op de kaart is een indicatie weergegeven op basis van gemiddelde grondwatermeetpunten in openbaar gebied. De weergegeven ontwateringsdiepte is hiermee een afgeleide waarde van de gemiddeld optredende grondwater standen. Op de kaart zijn ook de monumenten
2 Deze informatie is zo zorgvuldig mogelijk bepaald, maar er kunnen onjuistheden in de data aanwezig zijn. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan deze informatie. Specifieke vragen kunnen gesteld worden bij
Fig. 3.19
Grondwateronderlast houten palen
het funderingsloket van de gemeente.
96
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
weergegeven. Monumenten die op houten palen zijn gefundeerd en in een gebied met een grote ontwateringsdiepte liggen, lopen risico op funderingsproblemen. Of dat ook daadwerkelijk het geval zal zijn, kan alleen met nader onderzoek naar funderingstoestand worden bepaald.
4. Risico instabiele bomen door bodemdaling Bodemdaling kan op lange termijn negatieve effecten hebben voor bomen omdat de grondwaterspiegel hoger wordt. Daardoor worden ze te nat. De kaart van figuur 3.20 geeft weer in welke gebieden in de wijk er een grote bodemdaling optreedt. De kaart geeft ook weer of er in deze gebieden oude of monumentale bomen aanwezig zijn. Deze bomen hebben een grote waarde in de stad. De kaart geeft goed weer waar deze bomen mogelijk een risico lopen op instabiliteit. Op de kaart zijn ook locaties aangewezen waar kansen liggen om bodemdaling aan te pakken. Dit zijn verblijfsplekken met een grote zetting: meer dan 4 millimeter per jaar. Hier kan gedacht worden aan het stabiliseren van bomen. Nader onderzoek door groenadviseur is gewenst.
Fig. 3.20
97
Riscico instabiele bomen door bodemdaling
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
5. Aandachtsgebieden voor (grond) wateroverlast door verzakte gebieden met niet-onderheide bebouwing Door bodemdaling en langdurige zetting zijn de panden zonder funderingen aanzienlijk gezakt. Dit heeft als gevolg dat de kans op wateroverlast in deze panden toeneemt. Vocht trekt op in vloeren en muren, of er ontstaat wateroverlast in de woning. De kaart van figuur 3.21 toont waar het risico op wateroverlast in panden het grootst is. Hier is onderscheid gemaakt tussen: 1. of een pand op staal (zonder palen) is gefundeerd of gebouwd voor 1992 2. of een pand in een buurt staat met relatief veel bodemdaling en relatief kleine gemiddelde ontwateringsdiepte (maximaal 1 meter, op basis van grondwatermeetpunten). De combinatie van een kleine ontwateringsdiepte, het type pand (op staal en geen waterdichte vloer) en ligging in zetting-gevoelig gebied, geeft de grootste kans op grondwateroverlast in een pand. Nader onderzoek is altijd nodig om te bepalen of maatregelen nodig zijn door de woningeigenaar en/of de gemeente.
Fig. 3.21
98
Aandachtsgebieden voor (grond) wateroverlast door verzakte gebieden met niet onderheide bebouwing
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
Te veel neerslag, te weinig neerslag. We zullen ermee moeten leven. Daarbij is de bodem onze basis, het water sturend en het groen een zegen.
Foto: Maartje Visser
99
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 3 DE KLIMAAT WIJKKAARTEN
100
ROTTERDAMS WEERWOORD • PROGRAMMAKADER 2030 • BOUWSTEEN 4 EEN TOOLKIT WEERWOORD