[22bb008317] Bijlage behorende bij 22bb8316 over welstandsparagraaf ParkHaven
Tekst van het document
Ontwerprichtlijnen: 66 - Daglicht tot in de parkeergarage en fietsenstalling, met name bij inritten, opgangen, entrees; M - Begroeiing bij de opgangen en entrees,3.05 waar mogelijk tot in de garage; 3.05 M - Ingang van de parkeergarage is goed zichtbaar en zorgvuldig opgenomen in het ontwerp van de plint, de helling is inclusief bijbehorende objecten (slagboom, kaartlezer, etc.) indpanding ontworpen. De rechtstand van 3.7 M 4.1 M 4.5 M minimaal 5 meter ligt voor het gebouw in openbaar gebied. Dit is mogelijk omdat de in/uitrit van de parkeergarage ruim 5 meter terug ligt ten opzichte 0.9 M 0.5 M min. 1 M van de voorgevelrooilijn. Dat is een voorwaarde voor deze afwijking van het beleid; - Lichte uitstraling en overzichtelijk ontwerp van de trappenhuizen van de parkeergarage en entreehallen; - Onderscheid aanbrengen tussen ontwerp openbare en privé garage. De 3.0 M openbare garage verwelkomt bezoekers (onder meer van de Euromast) door ParkHaven ‘Greens’ 17 m maatvoering van de inrit en opstelplekken en entrees op royale wijze. 3.05 M
Doorsnede X 35,0 m 1,5 m
1,5 m Eénlaagse parkeergarage onder het plan
1,5 m
Locatie parkeergarage
14 m
3.05 M
3.05 M
3.05 M
4.1 M
3.7 M
4.5 M
0.5 M
min. 1 M
0.9 M
3.0 M
ParkHaven ‘Greens’ 14 m
Maatvoering en uitgangpsunten van de garage in relatie tot dekking in het maaiveld
31
3.2 Verschijningsvorm van de gebouwen
Plinten WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
park
green
kade De plinten hebben drie verschillende zijden met verschillende uitstraling
3.2.2 Plinten: warm en uitnodigend Met uitnodigende plinten landen de gebouwen zorgvuldig op het maaiveld. Dat gebeurt aan iedere zijde op een eigen manier. Aan de kadezijde heeft de plint een open en publiek karakter. Tussen de gebouwen zorgen de markante entrees en veel groen er voor dat de Greens aangename ruimten zijn. Aan de parkzijde zorgt de plint voor een aantrekkelijk aanzicht vanuit het Park, voor goede woonkwaliteit en zorgvuldige demarcatie tussen publiek (park) en privé (wonen). De vormgeving van de plint appelleert aan de menselijke schaal van voorbijgangers. Plinten algemeen - Plinten worden in samenhang ontworpen met het landschapsontwerp van de greens en hebben een zorgvuldige en verfijnde detaillering; - Vormentaal en/of materialisering onderscheidt de plint van het middendeel; deze is herkenbaar en leesbaar ontworpen in de gevel van de onderste twee lagen van de gebouwen; - De begane grond heeft een verdiepingshoogte van 4,5 meter; - Het ontwerp van de plinten is kleinschalig en wordt gekenmerkt door een grote mate van variatie tussen de gebouwen en zelfs binnen de plinten; - De gemiddelde plint is 50-60% open en minimaal 20% dicht per gevel deel. - Dieptewerking en plasticiteit in de gevel (diepe neggen, entreepartijen met diepte), kleinschalige bouwdelen die een open en uitnodigende uitstraling borgen; - In de plinten wordt min.
20% van gesloten delen ingericht met gevelgroen (tot 18,25 m hoog). Hierbij wordt er gelet op de behoefte van doelsoorten die gebruik maken van het gevelgroen; - Overgangen privé-openbaar worden zorgvuldig ontworpen met hoogteverschillen, beplanting en eventueel extra elementen als pergola’s en hekwerken.
Plinten aan de kade - Grote puien voor transparantie tussen binnen en buiten; - Entree-puien mogen uit de rooilijn worden ontworpen, d.w.z. tussen 90 en 180 cm naar binnen t.o.v. de rooilijn om dieptewerking en ‘levendige etalage’werking te bevorderen; - Overhoeks ontwerp op de hoeken voor verbinding kade en greens; - Ruimte voor aanlandingen (t.b.v. begroeiing gevel) integraal ontworpen als onderdeel van de plint; -Coulisse werking in kaderichting en transparantie loodrecht op de gevels; -Plaatselijk kunnen luifels, drooglopen en zon/regen schermen worden toegepast.
Het plint ontwerp versterkt in de lengterichting de kade met plastiek en coulissen-werking; in de dwarsrichting is de plint transparant en uitnodigend
parkzijde
kadezijde
4,5 m
parkplint greenplint
32
Overzicht van de plintttypen in het plan
kadeplint
0,9 - 1,8 m
Puien versterken kleine schaal, maar niet door toepassing van kleine losstaande ramen
Ter plaatste van de entrees aan de kade worden setbacks van 0,9 - 1,8m tov de rooilijn aangemoedigd
0
Plinten aan de greens - Dubbelhoge entrees vormen accenten in de plint gevel; - Entree-puien liggen tussen 90 en 180 cm naar binnen t.o.v. de rooilijn en bieden comfort bij het aankomen; - Overgangen privé/publiek worden ontworpen met hoogteverschillen, beplanting en verfijnde hekwerken; - De hoofdentrees van de woongebouwen zijn dubbel hoog; - Entrees en greens zijn voorzien van hoogwaardige verlichting; - De entreehallen en trappenhuizen hebben elk een eigen karakter dat aansluit op de architectuur van het specifieke gebouw.
Plinten aan de parkzijde - De parkplint verzorgt de aanlanding van de gebouwen in het groen en geeft op deze wijze deze vorm aan wonen aan een park. De overgang publiek/privé is functioneel logisch en markeert duidelijk de grenzen hiertussen; - Informele en transparante uitstraling door architectonische middelen als bijvoorbeeld hoge woonpuien met openslaande deuren; - Waar recreatieve en eventueel commerciële functies aan parkzijde voorkomen is de plint verwant aan de vormentaal van de kadezijde.
De green gevels accommoderen de overgang tussen publiek (kadezijde), collectief (entrees) en privé (wonen) programma
Aan de parkzijde zorgt de overgang publiek/privé voor een visueel subtiele en helder leesbare afscheiding
4,5 m
0,9 - 1,8 m
Puien versterken de kleine schaal en variatie; entree-partijen vormen onderdeel van de gevelcompositie
4,54,5 mm
0,9 0,9- 1,8 - 1,8mm
Entrees aan de greens zijn dubbelhoog en voorzien van een setback van 0,9 - 1,8m tov de rooilijn
4,5 m
0,9 - 1,8 m
Puien versterken de kleine schaal
Groene borders in combinatie met vormgegeven hekwerken zorgen voor privacy aan parkzijde
33
‘Overhoeks wegkijken’ is onderdeel van de woonkwaliteit in een groot deel van de woningen, hiervoor worden erkers en add-ons onderdeel van het gevelontwerp
34
Overhoeks doorlopende gevelcomposities versterken de leesbaarheid per gebouw
De onderzijde van de balkons is de ‘6e gevel’ en wordt bewust mee-ontworpen Erkers en overhoekse raam- en balkonpartijen worden in het interieur versterkt door de te ontwerpen woonplattegronden zodat deze bijdraagt aan het integrale architectuur concept
Erkers en overhoekse raam- en balkonpartijen versterken de woonkwaliteit
3.2.3 Elegante middenbouw; ontworpen vanuit wooncomfort
3 Middenbouw WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
Voor het groene stedelijke ensemble geldt dat de volumes individueel leesbaar zijn én dat ze met elkaar samenhangen. De middenbouw organiseert dit dubbele uitgangspunt. Het ontwerp benadrukt het volume als geheel en is terughoudend qua karakter, de hoofdrol is voor de monumenten en het Park. Het volume wordt verfijnd uitgewerkt. Extra elementen (add-ons: balkons, erkers etc.) verbijzonderen de eenvoudige basis. Ontwerpuitgangspunten: - Totaal volume herkenbaar ontworpen. Dat wil zeggen dat elk volume zowel leesbaar is als object met een eigen karakteristiek, als samenhangend onderdeel van een geheel; - Informaliteit en speelsheid worden bereikt door de toepassing van bijzondere elementen als erkers en (overhoekse) balkons en/of raampartijen, waarmee het wooncomfort verbijzonderd kan worden; - Duidelijk leesbare hoofdvolumes, waarbinnen individuele raampartijen leesbaar zijn; - Individuele ramen met sterke dieptewerking, op bijzondere plekken aangevuld met markante open hoeken; - Plasticiteit in gevel d.m.v. diepe neggen, diepteverschillen in overige gevelelementen; - Geen gladde gevel maar tektoniek in gevelontwerp (bijv.
door uitgesproken metselverbanden, lijnvoeringen etc.) ; - Verticale geleding in het gevelontwerp; - Groen komt terug tegen de gevel of in combinatie met balkons met als uitgangspunt een natuurinclusief ontwerp dat biodiversiteit vergroot; - Dakrand tussen midden en top geaccentueerd door architectonisch detail; - Verbijzonderingen als “add-ons” op basis van typologie en/of situatie: hoeken, erkers, balkons: deze kunnen de alzijdigheid benadrukken door af en toe overhoeks ingezet te worden, tevens bepalen zij in sterke mate dat het individuele wooncomfort ook zichtbaar is in de gevel; - En-suite typologie versterkt kwaliteit van het wonen met overhoeks uitzicht: woningen met ‘tuinkamers’ en/ of ‘rivierkamers’; - De onderzijde van de balkons (de 6de gevel) wordt mee ontworpen en vormt een integraal onderdeel van de architectuur van de gebouwen; - De te verwachten maatregelen in verband met geluidbelasting op de gevels moeten niet als losstaande addities ogen, maar vormen een integraal onderdeel van de architectuur van de gebouwen.
Voorbeeld middenbouw met balkons
Voorbeeld appartement met erker en balkon
De middenbouw is opgebouwd uit individueel te onderscheiden raampartijen in combinatie met ‘specials’: balkons, erkers, hekken etc. die onder meer het overhoekse karakter van de volumes laten zien
De middendelen van de gebouwen vormen een familie van robuuste en tactiele gevels
35
Op de daken kunnen aan de binnenzijde vrijere vormen worden toegepast
De daktuinen worden ontworpen met een sterke ruimtelijke beleving
36
De toppen bieden van bovenaf (uit Euromast) een fraai aanzicht
Ontwerp dakverdiepingen bewerkstelligt samenhang tussen gebouw en groen en tussen binnen en buiten
3.2.4 Toppen: sculpturaal en groen
3 Toppen WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
Drie verschillende soorten groendaken. 1. Topdaken (extensief) 2. Zijdaken (extensief) 3. Gebruiksdaken (intensief)
De toppen vormen met elkaar de groene skyline van het ensemble. In de toppen worden aanzicht (skyline), zicht van boven (vanuit Euromast) en verblijfskwaliteit met elkaar gecombineerd in een enkel gebaar. Alle daken krijgen dezelfde kwaliteit als de gevel en worden ingericht als groene daken (of op andere wijze aantrekkelijk vormgegeven). Ontwerpuitgangspunten: - Vanaf Euromast toont het dak zich als groene vijfde gevel. Met het dak wordt hier bedoeld de daklaag boven de woningen; hier wordt niet gewoond. Deze ruimte is grotendeels groen (80%) en biedt daarnaast ruimte aan opgangen (max 15m2 per opgang), zonnepanelen en collectieve daktuinen. - Opbouwen ten behoeve van trapopgangen alsmede eventuele opbouwen niet zijnde bouwwerken (bijv.
pergola’s) vormen integraal onderdeel van het gebouwontwerp van de toppen en dragen bij aan een verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag; - Installatiepijpen tbv ontluchting kunnen (horizontaal) op de daken worden ingepast, daar waar vanwege het bouwbesluit hoge ontluchtingspijpen nodig zijn (uitlaat garage) deze combineren met de trapopgangen; - Het plaatsen van glazenwasinstallaties op de daken is toegestaan; - Opbouwen dienen zodanig (decentraal) op de daken te worden geplaatst dat maximaal gebruiksoppervlak overblijft; - Integraal sculpturaal ontwerp van groen, terrassen en installaties en PV-panelen; - Elk gebouw krijgt een collectieve daktuin, met een hoogwaardig ontworpen gebruiksruimte en beplantingsplan; - De daken bieden huisvesting voor natuurinclusiviteit; - Goed ontworpen microklimaat op de daken; - Begroeiing op de daken: kruidige vegetatie en bomen/struiken met substantieel volume draagt bij aan de ecologie en biodiversiteit. - Het silhouet van de toppen versterkt skyline en draagt bij aan de verblijfskwaliteit; - Liftopbouwen, dakopbouwen tbv installaties en andere bouwwerken zijn niet toegestaan.
Sociaal: op elk gebouw komt een gemeenschappelijke daktuin die voor alle bewoners toegankelijk is
Vanaf de Euromast is er een aantrekkelijk en samenhangend aanzicht op alle daken
Dakopbouwen voor installaties/trapopgangen etc. worden ontworpen als onderdeel van het gevelconconcept en niet als los te onderscheiden elementen.
Opbouwen installatiebenodigdheden vormen een dakenlandschap ontworpen als onderdeel van de gebouwen; opbouwen decentraal aan de gevel te plaatsen zodat maximaal gebruiksoppervlak overblijft
Geen losse (installatie-) opbouwen en vrijliggende luchtpijpen op de daken
37
38
Een basis van lichte zorgvuldig gedetailleerd (bak)steen maakt het ensemble verfijnd, tijdloos en eigentijds. Voorbeelden van steen en mogelijke uitvoeringen met plasticiteit, tectoniek en verfijning
3 Materiaal en kleur WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
3.3 Materiaal, kleur en detaillering Materiaal, kleur en detaillering in ParkHaven zijn op elkaar afgestemd om de grote schaal te versterken. Er is veel aandacht voor de detaillering (van de gevels) en de overgang tussen het gebouw en de openbare ruimte (de plint). Uitgangspunt van de welstandstoets is het behouden en/of versterken van het eigen bepaalde karakter van het ParkHaven ensemble. Materialen en detaillering dienen aan te sluiten bij het robuuste karakter van de kades en de groene sfeer van het Park. Onderbouwing hoofdmaterialisering De keuze voor een lichte baksteen als hoofdtoon voor de materialisering in deze ontwikkeling is ingegeven door een combinatie van redenen: Het ensemble moet een eigen ‘klankkleur’ krijgen ten opzichte van omringende gebieden en zich tegelijk goed daartoe verhouden. Met de baksteen gebouwen van de Müllerpier, Puntegale en Little C gaat het ensemble in (een afwijkende) baksteen de dialoog aan. De lichte kleur contrasteert prettig met het rijke omringende groen. Ten slotte zou het ParkHaven goed moeten kunnen verouderen en een zekere tijdloze kwaliteit moeten hebben op deze prominente locatie. Uitgangspunten overall: - Beeldtaal van de architectuur is terughoudend, verfijnd en tegelijkertijd eigentijds; - Baksteen materialisering verrijkt met natuursteen, hout en metaal elementen als verbijzonderingen.
Houten elementen zijn (voor)behandeld zodat ze goed bestand zijn tegen veroudering en weersinvloeden; - Kwaliteit en detaillering van de materialen zijn belangrijk. Materialen met vakmanschap verwerken zodanig dat de materiaaleigenschappen goed afleesbaar zijn; - Dieptewerking en plasticiteit in de gevel (diepe neggen, erkers, luifels); - Kleurstelling is een overwegend licht en warm bronskleurig (variërend van warm wit tot , crème, beige en lichtgeel), goed kleurend bij kade, park en rivier alsook bij het groen van het Park; - Kleurstelling is ingetogen en in contrast met de uitgesproken kleur- en vormentaal van de omliggende monumenten.
Specifiek ontworpen elementen (in materiaal, detaillering en groen) verbijzonderen plint, middenbouw en top, en zorgen voor eigenheid in de gebouwen
39
3.4 Signing en verlichting Randvoorwaarden rondom signing en verlichting in ParkHaven worden geformuleerd zodra het plan in een verder gevorderd stadium is. Dit zal ter zijner tijd naar het secretariaat van de Welstand gestuurd worden voor goedkeuring.
40
3.5 Een nieuwe levendige kade voor de stad
3 Signing en kade WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
De ontwikkeling van ParkHaven anticipeert op de in het Ruimtelijk kader Levendige Rivieroevers geschetste toekomst van de kade. Parkeren wordt van de kade verwijderd en in een voor publiek toegankelijke garage onder de bebouwing ondergebracht. De verbrede kade wordt sterk vergroend met een aantrekkelijke ruimte voor wandelaars en recreatieve fietsers en verblijfsplekken langs de gehele kade. Om de levendigheid te vergroten zet ParkHaven zoveel mogelijk in op uitwisseling tussen de Euromast, de woonbebouwing en het Park en krijgt de kade een groot aantal, goede en uitnodigende oversteken. Uitgangspunten voor de nieuwe verschijningsvorm van de kade zijn: - De nieuwe kade sluit qua beeld aan bij de andere kades aan de Nieuwe Maas zoals de Parkkade en Westerkade; - De kade is recht van vorm, er is geen sprake van een talud; - De kadewand is donker van kleur; - De kade wordt afgedekt met een deksloof.
41
Voorbeeld met de Euromast die landt in een royale ruimte - Het ensemble is primair een verbinding tussen het Park en ParkHaven en snijdt als een vanzelfsprekend en eenduidig vormgegeven element door de groene buitenruimte rondom de Euromast. Deze inrichting van de openbare ruimte is slechts een illustratie, het ontwerp hiervoor zal in een later stadium gemaakt worden. 42
3.6 Verschijningsvorm van de brug over het Maastunneltracé
3 Brug WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
In het eerder opgestelde masterplan is een eerste verkenning uitgevoerd van hoe een brugverbinding tussen Het Park en de Parkhavenkade op een vanzelfsprekende wijze op een eenduidige manier kan worden uitgevoerd. Denkend vanuit deze verkenning zijn de volgende aspecten van belang: - De overbrugging is een integraal onderdeel van het ontwerp van de openbare ruimte rondom de Euromast. Hier moet tegelijkertijd aan ontworpen worden om er zowel vanuit esthetisch als functioneel oogpunt eenduidig plan te kunnen realiseren; - Het ontwerp van de overbrugging is primair gericht op een comfortabele verbinding voor de voetganger tussen Het Park en de Parkhavenkade en secundair op het ontsluiten van de Euromast. De opgang van de Euromast moet als een toevoeging kunnen worden gelezen; - De verbinding tussen Parkhavenkade en het Park als een los (zwevend) element over de traverse, in samenhang met de zwevende sokkel (onderbouw) van de Euromast; - De huidige opgang van de Euromast voldoet niet aan de eisen die gesteld worden aan rolstoeltoegankelijkheid, bovendien is de aanlanding van deze opgang 80 cm hoger dan het nieuwe maaiveld. In het ontwerp van de brug zal in afstemming met het ontwerp voor de buitenruimte en met respect voor het monument onderzocht moeten worden hoe de toegankelijkheid voor mensen met een handicap kan worden gerealiseerd.
Dit zal plaatsvinden in samenwerking met het RCE en de Euromast; - Het ontwerp van de brug houdt rekening met de mogelijkheid om de logistieke bevoorrading van de Euromast goed te kunnen uitvoeren.
43
Suggestie opbouw van het ParkHaven ensemble op basis van het principe van het designteam
Binnen het ParkHaven ensemble hebben de verschillende gebouwen elk een eigen herkenbare indentiteit
44
Hoofdstuk 4 Designteam Proces WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
4 .1 Een integraal team voor het project De opgave voor ParkHaven is gestoeld op het realiseren van een rustig maar rijk gedetailleerd ensemble. Binnen dit ensemble is een zekere mate van verschil per gebouw gewenst. De basis aanpak voor de uitstraling is verfijnd en doorwrocht en tegelijkertijd eigentijds en verassend. Binnen deze context werken wij met een “designteam” waarbij een groep ontwerpers tezamen werkt aan het ensemble van gebouwen en buitenruimte. Ieder lid van het designteam krijgt twee rollen: 1. Wat kun je als ontwerper bijdragen aan een specifiek onderdeel; 2. Wat kun je als ontwerper bijdragen aan het geheel; Voor de rolverdeling is een structuur opgezet (zie schema). De basis voor de verschillende ontwerpers vormt een structuurontwerp. Aan de hand van het structuurontwerp geven de diverse ontwerpers een reflectie op de opgave en nemen deel aan de uitwerking (van deelaspecten) van het plan. De deelaspecten kunnen bijvoorbeeld zijn: plint, top, specials, thuiskomen, verlichting en openbare ruimte. Deze aspecten zorgen voor de verscheidenheid op het basis ontwerp. De keuze van de ontwerpers vindt niet alleen plaats op basis van expertise, maar ook op basis van de kwaliteit van samenwerken (‘maatjes’).
Hiermee komen we tot de volgende criteria: - Teamplayer; - Eigenaarschap; - Ambachtelijkheid gepaard aan innovatief en vernieuwend design; - Overwicht in vakmanschap.
Schema designteam ParkHaven
45
Colofon WELSTANDSPARAGRAAF PARKHAVEN
46
Colofon