[22bb007845] Bijlage 5 behorende bij 22bb7838 over Jaarplan 2023 & Begroting 2023
Tekst van het document
56
Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar worden gesteld. Eind 2022 is duidelijk hoeveel middelen hiervoor beschikbaar zijn. Personeel Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. De risico’s en onzekerheden op het gebied van Personeel ervaren we op verschillende vlakken. Enerzijds heeft dit risico betrekking op het kunnen beschikken over voldoende kwalitatief goed personeel en anderzijds het behouden en duurzaam inzetbaar houden van de bestaande medewerkers. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote personeelstekorten. De urgentie is groot. De huidige en geraamde personeelstekorten op de langere termijn zijn zorgelijk. Met name in de grote steden. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Dit zet het onderwijs verder onder druk en zal ook leiden tot meer concurrentie tussen scholen en besturen onderling. Een onwenselijke ontwikkeling waarover we ook in Rotterdam goede afspraken over moeten maken. Mogelijke financiële effecten hiervan zijn niet in de begroting opgenomen. Daarnaast zien we relatief meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk.
Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangen een tijdelijke arbeidsmarkttoeslag. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. Tegelijkertijd signaleren we een oplopend ziekteverzuim in 2022. Corona heeft de afgelopen jaren ook een flinke impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op. Sommigen leraren werden zelf ziek en zijn hier nog van herstellende. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Meer differentiatie in de taakverdeling in het basisonderwijs, waardoor de continuïteit en kwaliteit niet alleen afhankelijk is van bevoegde leerkrachten. Leerkrachten zijn nog steeds de spil van het onderwijs, maar kunnen zich doordat ze worden ondersteund door andere onderwijsprofessionals, richten op de kern van hun vak: het ontwikkelen en geven van onderwijs. Er ontstaat dan ook ruimte voor specialisaties en in combinatie met loopbaanpaden gekoppeld aan
57
functiebeschrijvingen en salarisschalen biedt dit nieuwe loopbaanperspectieven (uitvoering Programma Anders Organiseren / noodplan Slim Organiseren po en so Rotterdam). •
Verkennen van de mogelijkheden voor Anders Organiseren in het voortgezet onderwijs in 2023.
•
We zetten in op het uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.
•
Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;
•
Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;
•
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.
•
Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;
•
Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
•
Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.
Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen komen in toenemende mate onder druk te staan. Voor de korte termijn geldt dat het beeld enigszins wordt vertekend vanwege de NPO-gelden, die op veel plekken nog niet zijn uitgegeven maar wel al zijn bestemd. Deze worden in de komende jaren uitgegeven voor het doel waarvoor deze middelen zijn ontvangen: het wegwerken van opgelopen leerachterstanden en versterken van de basisvaardigheden. De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de financiële impact van het vervallen van de vordering OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme (2022), de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit (ventilatie-
58
investeringen) en noodzakelijke verduurzaming. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog. De beheersing van deze risico’s is cruciaal omdat ze ons in staat stellen om effectief en efficiënt te werken zodat voldoende tijd en middelen beschikbaar blijven om aan de ontwikkeling en levering van een goede kwaliteit onderwijs. Daarbovenop komt de forse stijging van de energielasten doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy, nu SEFE Energy met een doorlooptijd tot en met 31 december 2025 moesten worden opengebroken als gevolg van het vijfde sanctiepakket van de EU (8 april 2022). Nieuwe aanbesteding heeft geleid tot fors hogere contractprijzen. BOOR is zeer ontstemd over het feit dat de minister toestaat dat aanbestedende diensten, die nog geen andere leverancier hebben gecontracteerd, in ieder geval tot januari 2023 ontheffing kunnen verkrijgen. BOOR heeft alleen al voor 2022 een nadelig effect van € 1,6 miljoen, waar vooralsnog geen enkele compensatie tegenover staat. Daarnaast zien wij risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert.
Lonkend perspectief is te komen tot een bedrijfsvoering die: weinig aandacht vraagt, wendbaar is, ruimte biedt voor investering en innovatie, staat voor een goede kwaliteit van de dienstverlening en grote slagkracht geeft voor het geheel én voor de individuele scholen. Dat er een duidelijker onderscheid komt tussen kaderstelling, uitvoering en controle. Hiervoor is nodig dat we de bedrijfsvoering anders gaan organiseren. Binnen de afgesproken kaders kan de bedrijfsvoering vervolgens zowel centraal als decentraal worden georganiseerd. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud, anticiperend op het vervallen van de overgangsregeling in 2023 (RJO artikel 4 lid 1).
•
Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.
•
Uitwerking van het meerjarig ventilatieplan (incl. financiële impact daarvan).
•
Additionele investeringen om te komen tot een tempoversnelling van het meerjarig ICT programmaplan, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen.
•
Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Begin oktober is hierover een hoorzitting met de minister en 230 schoolbesturen.
•
Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU.
59
•
Uitvoering van een meerjarig programma ‘transitie Bedrijfsvoering’. Hiertoe is per o.a. 1 januari 2022 een programmadirecteur transitie Bedrijfsvoering gestart en wordt de visie op bedrijfsvoering herijkt.
60
Bijlage 1. Meerjarige liquiditeitsprognose Omschrijving Baten Rijksbijdragen ministerie OCW Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten
2022
2023
2024
2025
2026
2027
329.042.740 15.969.902 15.301.091
331.513.064 16.554.169 13.402.347
310.832.332 14.988.905 11.983.571
311.959.439 14.850.570 12.129.505
314.603.840 14.818.750 12.315.730
316.726.992 14.924.017 12.389.805
360.313.732
361.469.580
337.804.808
338.939.515
341.738.320
344.040.815
Lasten Personele uitgaven Groot onderhoud Overige kosten Totaal lasten
260.408.972 4.206.824 75.004.400
270.409.673 5.181.184 68.339.196
265.583.903 3.738.948 65.723.378
265.800.345 4.974.649 64.642.801
266.662.648 4.561.585 65.216.296
267.912.579 4.343.253 65.549.219
339.620.196
343.930.053
335.046.229
335.417.795
336.440.528
337.805.051
Operationele kasstroom
20.693.537
17.539.528
2.758.580
3.521.720
5.297.792
6.235.764
Financieringskasstroom
-640.979
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
Investeringskasstroom
-16.144.990
-21.805.542
-11.371.582
-9.665.559
-9.717.903
-9.024.894
Kasstroom
3.907.567
-4.906.994
-9.253.983
-6.784.819
-5.061.091
-3.430.111
Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen
54.491.570 58.399.137
58.399.137 53.492.143
53.492.143 44.238.161
44.238.161 37.453.341
37.453.341 32.392.251
32.392.251 28.962.140