CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007845] Bijlage 5 behorende bij 22bb7838 over Jaarplan 2023 & Begroting 2023

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 7 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs20.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

Daarbij hebben we in het bijzonder aandacht voor taalontwikkeling van het jonge kind. We werken de komende jaren vanuit het kwaliteitskader toe naar een basisniveau op het gebied van het jonge kind (resulataatsafspraken gemeente) en nemen het als vast onderdeel op in de cyclus van het jaarplan van iedere basisschool.

Doel 7 – Basis voor digitale geletterdheid In 2023 stellen we een sector brede standaard vast voor het onderwijs op het gebied van digitale geletterdheid.

1

Zie ook sectoroverstijgende doelstelling

29

Doel 8 – Vergroten kansengelijkheid We zetten in op het vergroten van kansengelijkheid in het basisonderwijs. Dat doen we door: •

Een gezamenlijke visie op (taal-)onderwijs aan jonge kinderen op te stellen en een professionaliseringsaanbod op te stellen voor de basisscholen.

•

Op zowel de Noord- als Zuidoever een traject te starten om BOOR basisscholen en VO-scholen aan elkaar te verbinden en te komen tot afspraken over advisering en doorlopende leerlijnen.

•

We vergroten het bewustzijn van onze medewerkers omtrent kansen(on)gelijkheid door oa het voeren van het gesprek en de mogelijkheid kansengelijkheid door ons eigen gedrag positief te beïnvloeden. Dit integreren we in de bestaande kwaliteit cyclus.

•

Samen leren vergroten door het delen van ervaringen van scholen over de inzet van bewezen effectieve interventies.

•

De verbinding tussen (S)BAO en SO te versterken en in lijn met landelijke ambities ook binnen BOOR in te zetten op meer inclusief onderwijs.

In de Staat van het BOOR Onderwijs constateren we dat meer en meer basisscholen overstappen op IEP-LVS toetsen. Dat maakt de noodzaak om te investeren in kennis over data en duiding rondom de IEP-toetsen, zowel op schoolniveau als BOOR-breed steeds noodzakelijker. Ook moeten we binnen BOOR het gesprek gaan voeren over de voor- en nadelen van deze verschuivingen. We voelen de noodzaak te komen tot een toetsbeleid dat recht doet aan de scholen en tegelijkertijd recht doet aan de invulling van onze bestuurlijke verantwoordelijkheid om te sturen op kwaliteit. Leerlingen uit groep 8 van de basisschool maken vanaf schooljaar 2023-2024 al in februari een doorstroomtoets. Ze moeten zich dan eind maart aanmelden voor de middelbare school. Hierdoor maken alle leerlingen evenveel kans op een plek op de school van hun voorkeur en op het voor hen best passende niveau. Doel 9 – Herijken toetsbeleid We passen komend jaar ons huidige toetsbeleid aan, waarbij we richtinggevende afspraken maken over het gebruik van LVS en eindtoetsen, en verspreiden we ervaringen van scholen met het meten van de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

3. Verbonden en veilig Belofte: Onze scholen zijn een prettige en veilige leeromgeving

Sectorambitie: Elke leerling en medewerker verdient een veilige leeromgeving. Waar het gaat om sociale veiligheid monitoren we op basis van data en sturen we op een

30

constante verbetering. We streven ernaar dat de sociale veiligheid wordt verbeterd. Of dat lukt, is mede afhankelijk van de omstandigheden. Zo hebben we gemerkt dat de impact van corona en online onderwijs heeft geleid tot een kleine daling van de cijfers over de sociale veiligheid. De leeromgeving wordt ook in belangrijke mate bepaald door het schoolgebouw. We hebben een meerjarenplan dat toewerkt naar prettige, veilige en duurzame schoolgebouwen. Doel 10 – Veilige scholen (sociale veiligheid) We verhogen de sociale veiligheid door gerichte interventies op basis van zorgvuldige duiding van beschikbare data, onder meer uit de tevredenheidspeilingen. We zetten de 4D cyclus in om de tevredenheid, de veiligheid en het welbevinden te borgen. Doel 11 – Prettige, veilige en duurzame schoolgebouwen Schoolgebouwen dragen in hoge mate bij aan een duurzame, prettig en veilig leerklimaat. De verbetering van onze gebouwen heeft onze continue aandacht. Voor 2023 streven we de volgende doelen na: •

Er is een meerjarenplan voor de kwalitatieve verbetering van de schoolgebouwen opgesteld op basis van de uitgevoerde analyses (2022). Op grond hiervan wordt in 2023 een meerjarenplanning opgesteld voor de verbetering van onze schoolgebouwen. De beschikbare financiële middelen bepalen het tempo van de uitvoering. De eerste schoolgebouwen worden in 2023 verbeterd. De planning zal starten in 2023. Met de gebouwen die als eerste gepland staan zal in 2023 gestart worden met ontwerp, aanbesteding en uitvoering.

•

In schoolgebouwen van BOOR streven we naar duurzaamheid. Er is een duurzaamheidsplan beschikbaar waarin de meerjarenplanning voor realisatie hiervan is opgenomen (inclusief de benodigde investeringen). Om de extreem gestegen energiekosten betaalbaar te houden, zijn in 2023 rigoureuze maatregelen noodzakelijk. Hiervoor wordt een plan gemaakt.

•

Scholen van BOOR hebben een herkenbaar, aantrekkelijk en duidelijk profiel. Dit profiel komt tot uiting in de sfeer en uitstraling van het gebouw. In 2022 heeft een analyse plaatsgevonden van scholen met een dalend leerlingaantal en een stijgende basisgeneratie. De profilering van een aantal scholen zal worden aangepakt. In 2023 wordt geanalyseerd of en hoe de sfeer en uitstraling van het schoolgebouw kan worden verbeterd. Er ligt dan een plan inclusief prioritering, planning en kosten.

•

Alle schoolgebouwen van BOOR zijn voor iedereen fysiek toegankelijk. In 2022 heeft Brederaad 010 een advies uitgebracht aan de gemeente Rotterdam omtrent de toegankelijkheid van Rotterdamse schoolgebouwen. Op basis van dit rapport wordt onderzocht of en hoe de bestaande schoolgebouwen van BOOR moeten

31

worden verbeterd in toegankelijk en uitgankelijkheid (term uit het rapport waarmee ook vluchtwegen worden onderzocht). In 2023 is er een overzicht van scholen die aanpassing vergen, inclusief de benodigde investering. •

In 2022 is gewerkt aan een protocol over de omgang met elkaar en aan trainingen voor medewerkers inzake gesprekvoering en dialoog.

4. Versterken door vernieuwing Belofte: We stimuleren om altijd te blijven leren en vernieuwen.

Het schooljaar 2022/2023 draait om beweging van denken naar doen. De afgelopen jaren ging het over denken: we hebben met elkaar geleerd wat een wendbare organisatie betekent. Dit jaar ligt de focus op het doen. In de ontwikkelgroepen gaan we actief aan de slag met het daadwerkelijk anders doen, zodat de schoolleiders hier ervaring mee opdoen. Daarnaast geven we inhoudelijk invulling aan de manier van organiseren die past bij een wendbare organisatie. We starten met interdisciplinaire teams (IDT’s). Dit zijn zelforganiserende teams (met staf en lijn) die werken aan een project, doelstelling of ambitie van de sector. Doel 12 – Talentontwikkeling De HR-review en de gesprekkencyclus vormen de basis voor talentontwikkeling. In 2022 zijn losse ontwikkeltrajecten gebundeld tot een integraal talentmanagementprogramma. Dit programma wordt in 2023 gekoppeld aan de gedefinieerde loopbaanpaden (‘teachertracks’) en de gesprekkencyclus, resulterend in ontwikkelafspraken voor alle medewerkers. Voor de ontwikkelbehoeften zijn masterclasses en maatwerktrainingen ontwikkeld. We ontwikkelen en implementeren beloningsdifferentiatie met als uitkomst een gedifferentieerde toekenning van periodieken onder de medewerkers van BOOR.

Doel 13 – Wendbare organisatie De doorontwikkeling van de transformatie naar een wendbare organisatie is zichtbaar in het leiderschapstraject en Anders organiseren met inachtneming van het waardenkompas, mindset 4.0 organisatie (doorontwikkelen van ontwikkelgroepen). Doel 14 – Doorontwikkelen kwaliteitszorg De kwaliteitszorgcyclus is herijkt op het gebied van de audits en de jaarplancyclus. De audits passen we aan met behulp van nieuwe inzichten waardoor deze in effectiviteit wordt versterkt en waarbij er op maat kan worden uitgevoerd. De jaarplancyclus van scholen en de sector als geheel verbinden we beter met elkaar. Sinds het schooljaar 2019-2020 is de audit een vast onderdeel in de kwaliteitscyclus van de sector (s)bao. De ervaringen van de afgelopen twee jaren met de audits zijn

32

geëvalueerd en zijn aanleiding tot een aantal verbeteringen in de samenstelling van de auditteams, de frequentie van de audits, de te onderzoeken standaarden, de opvolging van de afspraken o.b.v. de audits en de adaptiviteit en de risico-inschatting. In de afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met het schrijven van de jaarplannen op de scholen. Daarbij hebben we voorafgaand met meerdere BOORservice afdelingen (OK, HR, ICT) het format doorgesproken en een schrijfwijzer geschreven, op basis waarvan scholen hun jaarplan aan de hand van heldere criteria konden inrichten. Scholen zijn via een schrijfsessie begeleid bij het data duiden op de verschillende thema’s, zoals; audit, opbrengsten, tevredenheid, burgerschap, jonge kind en ICT. Het streven voor het komende jaarplan is deze thema’s vanuit data duiding en vertaling naar heldere doelen op schoolniveau te borgen en te laten groeien naar een integraal jaarplan.

In schooljaar 22/23 gaan we door met het data gestuurd (4D) werken in de kernteams. Dit betekent ook dat we vanuit de afdelingen Onderwijskwaliteit (OK) en HR werken aan een integraal datadashboard, aangezien beiden van belang zijn voor de kwaliteit van ons onderwijs. Een integrale blik draagt bij aan verbetering en zorgt ervoor dat we op de juiste onderwerpen kunnen interveniëren.

5. Sterke scholen door een sterke organisatie Belofte: Wij bieden een stevige organisatie als basis voor succesvolle scholen.

Wij ambiëren om onze professionals te voorzien in alle middelen die ze nodig hebben om het werk kwalitatief goed te kunnen doen. En meer dan dat: de manier waarop we zaken organiseren mag ook bijdragen aan het werkgeluk van onze medewerkers. Als onze medewerkers goed gefaciliteerd en ondersteund zijn, heeft dat impact heeft op de

33

kwaliteit van ons onderwijs. We richten ons daarom op werken aan vakmanschap. Doel 15 – werken aan vakmanschap Het onderwijs is zo goed als de mensen die erin werken: vakmanschap van de mensen die voor de klas staan en goed leiderschap van de leidinggevenden vormen de belangrijke basis. Dit vraagt om een integrale HR-strategie voor beide thema’s. In 2023 wordt deze strategie door ontwikkeld en geïmplementeerd, met gebruikmaking van de beschikbare HR-instrumenten. De huidige HR-strategie wordt bekeken en doorontwikkeld op basis van het nieuwe manifest en de beloftes. Doel 16 – Van werkdruk naar werkgeluk Werkdruk is een steeds terugkerend en weerbarstig onderwerp. Het roept ook vooral beelden op van wat er niet goed gaat. In 2023 ontwikkelen we een plan "Van werkdruk naar werkgeluk" dat vanuit een positieve insteek naar het thema kijkt. Hiermee willen we de werkdruk verbeteren en baseren ons daarbij onder andere op de inzichten uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek. Doel 17 – Interdisciplinaire werkwijze We geven inhoudelijk invulling aan de manier van organiseren die past bij een wendbare organisatie. We starten met interdisciplinaire teams (IDT’s). Dit zijn zelforganiserende teams (met staf en lijn) die werken aan een project, doelstelling of ambitie van de sector. Medewerkers die in zo’n team opdrachtgever of opdrachtnemer kunnen zijn krijgen een training.

In 2023 passen we de nieuwe werkwijze uniform toe en evalueren we deze.

34

5.

Begroting

5.1.

Inleiding In dit deel van het jaarplan wordt de cijfermatige doorrekening gepresenteerd van de plannen die we in 2023 willen uitvoeren. De begroting is opgebouwd uit de individuele schoolbegrotingen. Daar ligt immers de kerntaak van BOOR: het bieden van het best denkbare onderwijs. Tegelijkertijd staan in het jaarplan, afgeleid van de koers, specifieke prioriteiten voor 2023. •

In de komende planperiode (2023 – 2027) spelen een aantal belangrijke ontwikkelingen die grote financiële impact hebben. Als gevolg van de onrust door de oorlog in de Oekraïne is de inflatie toegenomen en zijn de energieprijzen zeer sterk gestegen en voortdurend aan verandering onderhevig. Vanaf 2023 is een factor 3,5 gehanteerd ten opzichte van de begroting 2022. Voor BOOR betekent dit een extra kostenstijging van ca. € 9 mln. Hieronder is dit grafisch zichtbaar gemaakt.

•

De stijgende energiekosten hebben ook forse gevolgen voor financiële middelen van gezinnen. Veel gezinnen hebben steeds meer moeite met rondkomen. Dit raakt ook het onderwijs. Leerlingen zitten minder goed in hun vel of hebben geen geld voor een lunch. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.

•

In 2023 wordt de vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs ingevoerd. Deze vereenvoudiging kent een ingroeiregeling, waardoor de impact over meerdere jaren verdeeld wordt. De vereenvoudiging heeft ook tot gevolg dat de ‘vordering op OCW’ ophoudt te bestaan. Het ministerie heeft aangegeven hier geen compensatie voor te geven wat betekent dat in 2022 ca. € 8,3 miljoen aan baten komt te vervallen. Samen met de PO-raad is hiervoor een schadeclaim bij OCW ingediend. Een eventuele toekenning van deze schadeclaim is nog niet in de begroting verwerkt.

•

De onderwijssector is nog in afwachting van de veranderende regelgeving rondom groot onderhoud, Er zijn scenario’s verkend op welke wijze Stichting BOOR hier mee moet omgaan. Vooralsnog wordt de huidige regelgeving gehanteerd en wordt de voorziening op peil gebracht vanwege de wijziging naar voorzieningen per pand i.p.v. per sector en scholengroep.

35

•

Vanuit het Rijk zijn extra middelen beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. Deze middelen worden jaarlijks zoveel als mogelijk voor de doelstelling van dit programma ingezet. Niet ingezette middelen worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve, zodat deze de komende jaren voor deze doelstelling beschikbaar blijven.

•

In september is voor alle BOOR scholen een subsidieaanvraag gedaan voor de subsidie basisvaardigheden. Aangezien deze subsidie fors is overtekend en de wijze van toekennen niet bekend is, is deze subsidie nog niet in de begroting meegenomen.

Bovenstaande ontwikkelingen hebben een groot effect op de financiële kengetallen van de stichting als geheel, waarbij op onderdelen sprake is van ‘communicerende vaten’. 5.2.

Begroting 2023 De begroting van BOOR voor het jaar 2023 is opgebouwd uit de individuele schoolbegrotingen, een bovenschoolse begroting per sector en begrotingen voor BOOR Services en Bestuur (ABB). De begroting bestaat voor 80,1% uit personele lasten, in de begroting voor 2022 was dat 81,2%. De procentuele verlaging komt door hogere materiele lasten, voornamelijk de extra energielasten. Uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting zijn: •

Ontwikkeling rijksbijdragen conform de laatst bekende regelingen van OCW, rekening houden met de prognoses leerlingaantallen van de scholen.

•

De salarislasten zijn berekend volgens de laatst afgesloten CAO’s. Wij gaan er meerjarig van uit dat eventuele stijging van de salarissen in de CAO, worden gecompenseerd door het Rijk.

•

De bekostiging Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is in de begroting opgenomen. De looptijd van deze bekostiging is tot en met schooljaar 2022/2023, de bestedingstermijn is verlengd tot en met schooljaar 2024/2025. De tarieven zijn gebaseerd op de laatst bekende informatie van het ministerie. Voor de niet bestede middelen is er een bestemmingsreserve gevormd voor inzet in latere jaren.

•

De regeling arbeidsmarkttoelage NPO is verwerkt in de begroting.

•

De ontwikkeling subsidiegelden Gelijke kansen voor elk talent zijn verwerkt conform de afspraken met de gemeente Rotterdam.

•

De inkomsten samenwerkingsverbanden zijn verwerkt op basis van de laatst bekende informatie.

•

Subsidies waarover nog geen zekerheid is dat deze worden toegekend, zijn niet verwerkt in de begroting.

•

De verwachte inflatie over 2022 en 2023 is gedeeltelijk verwerkt (energielasten en overige huisvestingslasten). Over de overige lasten is de inflatie niet meegenomen in de begroting, omdat de compensatie hiervoor in de Rijksbijdragen nog niet bekend

36

was. Op 28 september is op de website van de po-raad het percentage voor de compensatie van de gestegen materiele lasten van 1,27% over 2023 bekend gemaakt. Deze dient als compensatie voor de hogere materiele lasten, echter dit is onvoldoende om de hogere lasten te compenseren. •

Centrale kosten – zoals de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB)– worden over de sectoren verdeeld volgens een vaste verdeelsleutel.

•

De financiële resultaten van de scholen weerstandsvermogen van de individuele scholen.

•

Scholen hebben een rendement van 1% opgenomen in hun begroting als het

worden

gemuteerd

op

het

weerstandsvermogen in de sector lager is dan 8%. Als het weerstandsvermogen in de sector en van de scholengroep meer dan 8% is, is de eis gesteld een rendement van minimaal 0% te begroten. Vanaf 2023 geldt een uitzondering voor de gestegen energielasten door de energiecrisis. •

Ook in 2023 zal er nog geen structurele oplossing zijn voor het lerarentekort. Door actieve werving van personeel, inclusief zij-instromers, en door anders organiseren wordt getracht de externe inhuur tot een minimum te beperken.

•

Wij zijn nog in afwachting van de landelijke wijziging in de voorziening groot onderhoud. Vooruitlopend hierop is in 2020 en 2021 extra gedoteerd aan de voorziening voor een totaalbedrag van € 5,7 miljoen.

In onderstaande tabel is in de laatste kolom de begroting voor het jaar 2023 opgenomen. Bedragen in € 1.000

Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022

Prognose 2022

Begroting 2023

Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten

299.013 19.178 16.977 335.168

303.923 15.406 11.359 330.688

337.043 15.970 15.301 368.314

329.327 15.877 13.542 358.746

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

258.973 6.497 24.714 26.846 317.030

273.312 7.112 20.314 32.583 333.321

295.075 6.945 22.861 33.109 357.990

289.761 7.983 30.400 33.576 361.719

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

18.138

-2.633

10.324

-2.973

-574

-464

-430

-392

Resultaat

17.564

-3.097

9.894

-3.365

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

-16.057 642 2.149

542 -2.555

-12.543 4.435 1.786

-2.785 2.070 -4.081

Financiële baten en lasten

Toelichting Het beeld van de prognose 2022 en de begroting 2023 wijkt sterk af van dat in de begroting 2022. De hogere baten komen door de hogere NPO middelen en de

37

compensatie voor de gestegen loonkosten als gevolg van de afgesloten CAO’s. Deze zijn opgenomen in de Rijksbijdragen. Tegenover de hogere bijdragen staan ook hogere kosten. De personele lasten zijn gestegen door extra inzet voor NPO activiteiten, de NPO arbeidsmarkttoelage en door de effecten van de afgesloten CAO’s. Door investering in verband met het ICT versnellingsprogramma en ingebruikname van nieuwe en gerenoveerde gebouwen stijgen de afschrijvingen in de begroting 2023. De huisvestingslasten in de prognose 2022 en de begroting 2023 zijn hoger door de gestegen energielasten. In de overige materiele lasten in de prognose 2022 en begroting 2023 zijn extra uitgaven opgenomen voor het ICT versnellingsprogramma, inzet voor NPO en hogere doorbetaling van bijdragen voor VAVO leerlingen. Voor nadere toelichting zie de toelichtingen op de baten en lasten en de toelichting op de meerjarenbegroting en sectorbegrotingen. Het verschil tussen de begroting 2022 en de prognose 2022 wordt nader toegelicht in de 2e voortgangsrapportage 2022.

5.3.

Meerjarenbegroting 2023-2027 In onderstaande tabel is de meerjarenbegroting 2023-2027 in beeld gebracht: Bedragen in € 1.000

Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten

2023

2024

2025

2026

2027

329.327 15.877 13.542 358.746

310.832 14.989 12.124 337.945

311.959 14.851 12.270 339.080

314.604 14.819 12.456 341.878

316.727 14.924 12.530 344.181

289.761 7.983 30.400 33.576 361.719

279.255 8.397 31.301 30.361 349.314

277.903 8.335 31.136 29.625 347.000

278.562 7.809 31.149 29.999 347.519

279.845 7.310 31.179 30.224 348.558

-2.973

-11.370

-7.920

-5.641

-4.377

-392

-370

-348

-328

-328

Resultaat

-3.365

-11.740

-8.269

-5.969

-4.705

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve

-2.785 2.070

0 7.778

0 4.544

0 2.639

0 2.056

Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

-4.081

-3.961

-3.724

-3.330

-2.648

Lasten Personele lasten Afschrijvingslasten Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten

38

Opvallende ontwikkelingen Het resultaat vanaf 2023 is lager dan waar in een normale situatie op gestuurd wordt. Dit komt vooral door de hogere energielasten, € 9,1 miljoen hoger dan begroot in 2022. In de meerjarenbegroting blijven de energie- en overige huisvestingslasten op datzelfde niveau. Daar staat voor een gering deel de verwachte compensatie van de bekostiging tegenover. Vanaf 2024 vervallen de inkomsten voor NPO, waardoor de Rijksbijdrage lager wordt. In de personele lasten vervallen in 2024 de kosten behorende bij de NPO arbeids-markttoelage. Tevens vindt vanaf 2024 een geleidelijke daling van de personele inzet voor NPO plaats. De afschrijvingskosten stijgen in 2023 en 2024 door de ingebruikname van de nieuwbouw en renovaties, de investeringen in het kader van het ICT versnellingsprogramma en investeringen in het kader van NPO. Vanaf 2026 dalen de afschrijvingslasten omdat op dit moment investeringen nog niet bekend zijn. In 2023 zijn voor de uitvoering van het ICT versnellingsprogramma extra kosten opgenomen. Deze kosten komen in 2024 niet meer terug. Tevens vervallen vanaf 2024 de kosten voor Sterk Techniek Onderwijs. Ontwikkeling bestemmingsreserves. In 2019 en 2021 zijn bestemmingsreserves gevormd, in onderstaande tabel wordt een overzicht van de ontwikkeling hiervan weergegeven: bestemmingsreserves

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

NPO alle sectoren Totaal Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

0 9.057 9.057

9.057 12.543 21.600

21.600 2.785 24.386

24.386 -7.705 16.680

16.680 -4.473 12.208

12.208 -2.595 9.612

9.612 -2.040 7.573

0 3.000 3.000

3.000 -3.000 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 3.000 3.000

3.000 -1.098 1.902

1.902 -1.902 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

1.351 -642 709

709 -337 372

372 -167 205

205 -73 131

131 -72 60

60 -43 17

17 -17 0

0 1.000 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

1.575 15.415 16.990

16.990 8.108 25.098

25.098 716 25.814

25.814 -7.778 18.036

18.036 -4.544 13.491

13.491 -2.639 10.853

10.853 -2.056 8.796

Veranderende bekostiging (s)bao en (v)so Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Versnellingsprogramma ICT (s)bao en (v)so Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Aanvullende bekostiging vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Strategische opgaves vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Kleine scholen (s)bao Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

39

Op basis van de huidige planvorming is er in de bestemmingsreserve NPO na 2027 nog € 7,6 miljoen over. Voor het verloop van de overige bestemmingsreserves verwijzen wij naar de toelichtingen per sector.

5.4.

Meerjarige balansprognose Naast de begroting van onze baten en lasten, is ook een prognose gemaakt van de verwachte ontwikkeling van onze balans. Deze is als volgt: Bedragen in € 1.000 per 31 december

Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

Jaarverslag 2021

Prognose 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

62.290 1.097

71.880 1.062

81.603 1.027

87.898 992

88.371 957

89.754 922

90.970 887

Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen

16.696 54.492

6.723 58.399

1.585 53.492

4.491 44.238

3.695 37.453

3.695 32.392

3.695 28.962

Totaal activa

134.575

138.064

137.707

137.619

130.476

126.763

124.514

2021 46.812 22.763 17.646 47.354

2022 56.706 21.894 17.005 42.459

2023 53.340 25.109 16.364 42.894

2024 41.601 28.817 15.723 51.478

2025 33.334 30.848 15.082 51.212

2026 27.366 33.292 14.441 51.664

2027 22.661 35.955 13.800 52.098

134.575

138.064

137.707

137.619

130.476

126.763

124.514

Passiva Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves) Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva

De meest opvallende ontwikkelingen zijn: •

De toename van de materiele vaste activa komt door nieuwbouw van scholen en investeringen in ICT.

•

De liquide middelen stijgen in 2022 door de ontvangst van de NPO middelen. In 2023 worden ook nog NPO middelen ontvangen, echter door de hogere energielasten dalen de liquide middelen. Vanaf 2024 dalen de liquide middelen door de hogere huisvestingslasten en omdat er nog wel inzet plaatsvindt voor NPO activiteiten, maar er geen ontvangsten meer tegenover staan.

•

Het eigen vermogen neemt in 2022 sterk toe door de nog niet bestede NPO middelen. Deze worden gedoteerd aan de bestemmingsreserves en vallen onder het eigen vermogen. De daling vanaf 2023 is een gevolg van de hogere huisvestingslasten (energielasten) en vanaf 2024 daalt het eigen vermogen door de onttrekkingen aan de bestemmingsreserves.

•

De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar. De onderhoudslasten zijn echter niet jaarlijks gelijk, waardoor de omvang van de voorzieningen ook niet jaarlijks gelijk is. De voorziening onderhoud blijft stijgen, omdat er minder onttrekkingen zijn gepland dan de hoogte van de dotatie. Dit wordt na de begrotingsperiode rechtgetrokken. De voorziening groot onderhoud zal worden omgezet naar de componenten methode, dit is nog niet geheel verwerkt. In 2020 en

40

2021 is er extra gedoteerd aan de voorziening onderhoud, vooruitlopend op de invoering van de nieuwe methode. •

5.5.

De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen voor de nieuwbouw en de uitbreiding in Lansingerland.

Kengetallen De cijfers in de meerjarenbegroting en de balansprognose komen tot uitdrukking in een aantal kengetallen die een beeld geven van de financiële positie van BOOR. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de exploitatie is als volgt: Kengetallen exploitatie Rentabiliteit Kosten per leerling totaal Kosten per leerling (s)bao Kosten per leerling vo Kosten per leerling (v)so Aandeel personele lasten Aandeel materiële lasten

2021 5,24% € 10.544 € 8.346 € 10.863 € 25.933 81,69% 18,31%

2022 2,69% € 12.046 € 9.642 € 12.285 € 28.107 82,43% 17,57%

2023 -0,94% € 11.744 € 9.099 € 12.146 € 29.390 80,11% 19,89%

2024 -3,47% € 11.125 € 8.635 € 11.347 € 28.160 79,94% 20,06%

2025 -2,44% € 10.975 € 8.589 € 11.043 € 27.425 80,09% 19,91%

2026 -1,75% € 10.859 € 8.462 € 10.934 € 27.478 80,16% 19,84%

2027 -1,37% € 10.783 € 8.382 € 10.873 € 27.494 80,29% 19,71%

De kengetallen over 2022 zijn gebaseerd op de prognose. De rentabiliteit vanaf 2023 wordt sterk beïnvloed door de hogere energielasten en de inzet van de NPO middelen gedurende de verlengde bestedingstermijn. In 2022 wordt de rentabiliteit negatief beïnvloed door het wegvallen van de vordering op OCW in het primair onderwijs en de hogere energielasten, maar ook positief omdat niet het volledige bedrag van de NPO middelen wordt ingezet. De kosten per leerling in 2022 en 2023 zijn hoger door de extra inzet voor NPO, vanaf 2024 dalen ze door de afbouw van de interventies. Door de hogere energielasten blijven meerjarig de kosten per leerling hoger dan normaal. Het aandeel personele lasten daalt en het aandeel van de materiele lasten stijgt vanaf 2023 door de hogere energielasten. De ontwikkeling van de kengetallen vanuit de balans is als volgt: Kengetallen balans Solvabiliteit 2 (> 30%) ¹ Liquiditeit (> 75%)

²

Kapitalisatiefactor (< 35%)

³

Weerstandsvermogen (tot 2023 > 10%/vanaf 2023 >8%) Weerstandsvermogen + voorzieningen

⁵

⁴

2021 51,70%

2022 56,93%

2023 56,97%

2024 51,17%

2025 49,19%

2026 47,85%

2027 47,08%

150,30%

153,38%

128,40%

94,66%

80,35%

69,85%

62,68%

29,25%

27,34%

27,06%

28,42%

26,12%

24,64%

23,80%

13,97%

15,40%

14,87%

12,31%

9,83%

8,00%

6,58%

20,76%

21,34%

21,87%

20,84%

18,93%

17,74%

17,03%

1. De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen plus de voorzieningen en het totale vermogen. De Inspectie hanteert een ondergrens van 30%, daar zit BOOR ruim boven. 2. Het kengetal voor de liquiditeit wordt berekend door de vlottende activa uit te drukken in een percentage van de kortlopende schulden. Het hoge percentage in 2021 tot en met 2023 wordt verklaard door de ontvangst van de NPO middelen, waarvan een deel in latere jaren wordt besteed. Dat is ook een van de redenen dat

41

de liquiditeit vanaf 2024 daalt. Door de hogere energie- en overige huisvestingslasten daalt de liquiditeit vanaf 2026 tot onder de grenswaarde van 75%. In bijlage 1 is een meerjarige liquiditeitsprognose opgenomen waaruit de kasstromen van BOOR blijken. 3. De kapitalisatiefactor wordt berekend door het balanstotaal (exclusief gebouwen) te delen door de totale baten. Een te hoge factor zou kunnen impliceren dat het vermogen te groot is ten opzichte van de totale baten. Bij grote onderwijsinstellingen – zoals BOOR – zou deze ratio maximaal 35% mogen bedragen. Daar blijft BOOR de komende jaren onder. 4. Het weerstandsvermogen (buffer voor het opvangen van risico’s) wordt berekend door het eigen vermogen te delen door de totale baten. BOOR heeft zichzelf in 2015 een norm van 10% opgelegd, waarbij achtereenvolgens op sector en op scholengroep gestuurd wordt. Vanaf 2023 is de eigen norm verlaagd naar 8%. Het weerstandsvermogen zal na afloop van 2022 ook boven de eigen norm van 10% uitkomen. Het negatieve effect van het wegvallen van de vordering op OCW voor het primair onderwijs wordt door de NPO gelden uitgesteld zichtbaar in het weerstandsvermogen. Tevens daalt het weerstandsvermogen door de negatieve resultaten, waardoor het weerstandsvermogen van BOOR vanaf 2027 onder de eigen norm van 8% uit zal komen. De sector (s)bao komt vanaf 2027 op een negatief weerstandsvermogen.

Deze ontwikkeling wordt de komende jaren goed gemonitord. In onderstaande grafiek de grafische weergave van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen inclusief bestemmingsreserves.

De jaartallen geven de stand weer per 31 december van het betreffende jaar

42

5. Het weerstandsvermogen en de voorzieningen samen vormen de basis voor de solvabiliteit van BOOR. De fluctuaties die er zijn, zijn een gevolg van de exploitatieresultaten en schommelingen in de voorziening groot onderhoud. De waarde blijft boven de gestelde normen door de hogere voorzieningen. De kengetallen solvabiliteit en kapitalisatiefactor laten een gezond beeld zien en blijven respectievelijk boven en onder de door de Inspectie gehanteerde grenzen. De kengetallen liquiditeit en weerstandsvermogen dalen vanaf 2026 tot niveau onder de signaleringswaarden. Dit wordt grafisch weergegeven in onderstaande grafieken:

5.6.

Ontwikkeling leerlingenaantal De verwachte ontwikkeling van de leerlingenaantallen per sector is als volgt: Begrotingsjaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 teldatum 1-10-2018 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.710 17.427 17.023 16.541 17.290 17.442 17.409 17.555 17.700 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.045 2.082 2.134 2.270 2.311 2.373 2.450 2.450 2.450 Totaal primair onderwijs 19.755 19.509 19.157 18.811 19.601 19.815 19.859 20.005 20.150 teldatum 1-10-2018 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 1-10-2025 Sector voortgezet onderwijs 10.728 10.882 10.910 10.907 11.200 11.584 11.758 11.999 12.176 Totaal 30.483 30.391 30.067 29.718 30.801 31.399 31.617 32.004 32.326

Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel een stijging in het leerlingenaantal van vooral de sector (s)bao verwacht te worden. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het aantal leerlingen in het

43

primair onderwijs van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien: Begrotingsjaar 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 teldatum 1-2-2020 1-2-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 1-2-2026 Sector (speciaal) basisonderwijs 18.204 17.345 17.290 17.442 17.409 17.555 17.700 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.100 2.163 2.311 2.373 2.450 2.450 2.450 Totaal 20.304 19.508 19.601 19.815 19.859 20.005 20.150

Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt licht per 1 februari 2022 ten opzichte van 1 februari 2021. Meerjarig wordt een kleine stijging van het leerlingenaantal verwacht. Het (v)so prognosticeert een behoorlijke groei van het aantal leerlingen per 1 februari 2022, 2023 en 2024. Door ingebruikname van nieuwe locaties kunnen meer leerlingen worden toegelaten. Het vo verwacht per 1 oktober 2022 een aanzienlijke stijging, deze groei zet zich de komende jaren door. Deze verwachte stijging meerjarig is een gevolg van de ingebruikname van nieuwe gebouwen en conceptwijziging. In het vo zijn de eerstejaars nieuwkomers in bovenstaande tabel niet opgenomen. Gemiddeld over het jaar 2023 worden 341 eerstejaars nieuwkomers verwacht. 5.7.

Toelichting baten De geraamde baten bestaan uit diverse onderdelen. In onderstaande tabel zijn deze onderdelen weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in € 1.000

Realisatie 2021

Omschrijving Rijksbijdragen Ministerie van OCW Rijksbijdrage personeel Vereenvoudigde bekostiging po Vereenvoudigde bekostiging vo Bijzondere bekostigingen Rijksbijdrage materieel Overige subsidies OCW Rijksbijdrage Personeels- en arbeidsmarktbeleid Ontvangen doorbetalingen rijksbijdragen SWV Totaal rijksbijdragen

217.781

Begroting 2022

Begroting 2023

242.560 182.967 93.017 20.458

30.713 26.920 18.689 4.910 299.013

17.875 19.025 19.722 4.741 303.923

29.211 0 3.674 329.327

Overige overheidsbijdragen Subsidie ROB Gemeentelijke bijdragen overig Gemeentelijke bijdragen – Huisvesting Overige Totaal overige overheidsbijdragen

13.744 2.544 1.650 1.240 19.178

12.898 826 1.131 552 15.406

13.488 762 1.179 449 15.877

Overige baten Ouderbijdragen Doorberekende salarissen aan derden Verhuur lokaliteiten Overige bijdragen Totaal overige baten

6.782 359 812 9.024 16.977

7.337 345 556 3.121 11.359

7.819 523 758 4.442 13.542

Totaal Baten

335.168

330.688

358.746

44

Rijksbijdragen •

De rijksbijdragen 2023 voor het voortgezet onderwijs zijn berekend op basis van het verwachte leerlingaantal per 1 oktober 2022 en voor het primair onderwijs op basis van het leerlingaantal op 1 februari 2022.

•

Door middel van scenarioberekeningen in de begrotingstool kan worden vastgesteld of fluctuaties in het geprognosticeerde leerlingaantal, kunnen worden opgevangen binnen de begroting.

•

Vanaf

2023

zijn

voor

alle

sectoren

de

personele

-,

materiele

-

en

leermiddelenbekostiging samengevoegd in de vereenvoudigde sectorbekostiging. •

De bijzondere bekostigingen bestaan voornamelijk uit de NPO middelen. In de Overige subsidies OCW gaat het vooral om de geoormerkte en niet-geoormerkte subsidies, de bekostigingen nieuwkomers en asielzoekers en de NPOarbeidsmarkttoelage. De toename wordt veroorzaakt door het verschuiven van de aanvullende bekostigingen van Rijksbijdrage naar Overige subsidies OCW (met name de aanvullende bekostiging lwoo en pro).

•

Personeel- en arbeidsmarktbeleid is door invoering van de vereenvoudigde bekostiging po niet meer apart zichtbaar. Dit is vanaf 2023 opgenomen in de vereenvoudigde bekostiging po.

•

De bijdrage vanuit de Samenwerkingsverbanden is in 2023 lager. Dit komt door het vervallen van de groeiregeling voor het (v)so in verband met de invoering van de vereenvoudigde bekostiging en de hiermee verschuivende teldatum naar 1 februari.

Overige overheidsbijdragen •

De Subsidie Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) is gebaseerd op toekenningen door de gemeente Rotterdam. De verdeling van de beschikbare middelen voor alle scholen in Rotterdam vindt grotendeels plaats op basis van de leerlingaantallen. De overige overheidsbijdragen/overige waren in 2021 hoger door eenmalige inkomsten van ESF.

Overige baten •

De overige baten worden gevormd door diverse bijdragen, variërend van de opbrengst van diverse schoolprojecten tot de opbrengst van kantines. De toename onder Overige bijdragen ten opzichte van de begroting 2022 is afkomstig van de verschuiving van de subsidie Slim organiseren, deze was tot 2022 opgenomen onder de Overige subsidies OCW.

45

5.8.

Toelichting lasten De begrote lasten worden in de tabel hierna weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht. Bedragen in € 1.000

Realisatie 2021

Omschrijving Personele lasten Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overige personele lasten Totaal personele lasten

Begroting 2022

Begroting 2023

229.581 348 20.389 8.655 258.973

244.219 1.270 17.501 10.322 273.312

260.636 1.159 17.276 10.690 289.761

Afschrijvingen

6.497

7.112

7.983

Huisvestingslasten Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten

1.455 11.946 4.256 6.329 305 423 24.714

1.570 7.819 4.293 5.990 225 418 20.314

1.743 8.254 13.394 6.335 272 401 30.400

Overige materiële lasten Administratie en beheerlasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige instellingslasten Totaal overige materiële lasten

9.151 8.527 9.168 26.846

11.264 8.705 12.614 32.583

13.186 8.302 12.087 33.576

Totaal lasten

317.030

333.321

361.719

Personele lasten De in de meerjarenbegroting 2023-2027 opgenomen personele lasten zijn afgeleid van de formatieplannen voor de komende (school)jaren. Bij het bepalen van de formatie is, naast de onderwijsinhoudelijke afwegingen, rekening gehouden met de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de verwachte financiële ontwikkelingen binnen de sectoren en scholen. In de raming zijn ook de voorzienbare mutaties, zoals uitstroom, wijzigingen in werktijdfactor en periodieken meegenomen. De kosten voor lonen en salarissen in 2023 zijn gebaseerd op de nieuw afgesloten CAO’s. Ook kosten voor uitvoer van de NPO activiteiten en de NPO-arbeidsmarkttoelage zorgen voor een toename van deze lasten.

46

Onderstaand een overzicht van de formatie in fte’s:

Formatie in fte's (s)bao vo (v)so ABB Totaal

realisatie 2021 1.404 1.015 572 122 3.113

begroting 2022 1.414 1.030 613 131 3.188

begroting 2023 1.377 1.042 619 142 3.180

In het (s)bao daalt de formatie door minder inzet voor NPO door eigen personeel en de daling van het leerlingenaantal op de teldatum 1 februari 2022. De stijging in de sectoren vo en (v)so van de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022 is een gevolg van de toename van het aantal leerlingen. In het (v)so blijkt de realisatie van de formatie vaak lager dan begroot, omdat het niet lukt om vacatures op te vullen. De lasten voor personeel niet in loondienst zijn geraamd aan de hand van de individuele beoordelingen van de schooldirecties voor extra inzet. Hierbij wordt rekening gehouden met de extra inzetverplichtingen vanwege gesubsidieerde activiteiten en de verwachte extra inhuur van interim medewerkers en inhuur van leerkrachten. De kosten voor inhuur dalen vanaf 2024 door minder inzet voor NPO en het opnemen van vacatures ter vervanging van inhuur voor reguliere activiteiten. Onderstaand een nadere specificatie van de bedragen die we in de meerjarenbegroting hebben voorzien voor externe inhuur van leerkrachten, directeuren en onderwijsondersteuners, inclusief de inhuur voor activiteiten voor het inlopen van leerachterstanden. Indien door het lerarentekort blijkt dat de activiteiten voor NPO niet met (tijdelijke) eigen medewerkers kunnen worden uitgevoerd, zullen de kosten van inhuur stijgen. Bedragen in € 1.000

Realisatie Externe inhuur 2021 sector (S)BAO 7.599 sector (V)SO 4.236 sector VO 6.364 ABB 2.190 TOTAAL 20.389

Begroting 2022 6.136 3.780 6.918 667 17.501

Begroting 2023 7.218 3.743 5.666 650 17.276

Begroting 2024 5.648 3.441 3.244 650 12.983

Begroting 2025 5.195 3.436 2.259 650 11.540

Begroting 2026 4.881 3.438 2.259 651 11.229

Begroting 2027 4.790 3.435 2.259 651 11.134

Afschrijvingen De afschrijvingslasten stijgen door investeringen in nieuwbouw en/of renovatie van meerdere onderwijslocaties. Ook investeringen in ICT leiden tot extra afschrijvingskosten.

47

Huisvestingslasten De onderhoudskosten over 2021 zijn hoger door een extra dotatie die is gedaan aan de onderhoudsvoorziening, vooruitlopend op de invoering van de wijziging inzake de voorziening onderhoud. De energielasten zijn in de begroting 2023 verhoogd in verband met de verwachte sterk stijgende energieprijzen. Overige materiële lasten De administratie- en beheerslasten stijgen door de kosten voor het ICT versnellingsprogramma en de doorbetaling aan andere besturen voor de lasten van Sterk Techniek Onderwijs. In de overige instellingslasten in de begroting 2022 en 2023 zijn extra uitgaven opgenomen voor het ICT versnellingsprogramma, inzet voor NPO en hogere doorbetaling van bijdragen voor VAVO leerlingen. Toelichting financiële baten en lasten De saldi van de financiële baten en lasten bestaan uit opbrengst op uitstaande gelden en uit rentelasten voor opgenomen leningen. Bedragen in € 1.000

Realisatie 2021 48 -622 -574

Omschrijving Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten

Begroting 2022 5 -469 -464

Begroting 2023 46 -437 -392

De rentebaten betreffen de baten op een langlopende vordering. De financiële lasten hebben betrekking op de rente op de leningen voor de gebouwen in de gemeente Lansingerland. Door aflossingen op deze lening worden de rentelasten lager.

48

5.9.

Begroting per sector De begroting 2023 geeft het volgende beeld per sector: Bedragen in € 1.000

Omschrijving Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal Baten

(S)BAO

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

ABB¹

VO

Totaal

142.222 10.293 4.216 156.732

122.754 3.905 7.686 134.345

0 295 150 445

329.327 15.877 13.542 358.746

121.883 3.581 14.639 17.218 157.321

99.886 3.079 10.640 22.428 136.033

12.805 285 446 -13.091 445

289.761 7.983 30.400 33.576 361.719

-589

-1.688

0

-2.973

0 0 0

46 -437 -392

0 0 0

46 -437 -392

-589 -2.118 1.314 -1.393

-2.080 -796 167 -2.709

0

-3.365 -2.914 2.198 -4.081

30 30

2

Verdeling lasten De totale lasten van BOOR in 2023 zijn als volgt verdeeld over de drie sectoren en administratie, beheer en bestuur (ABB):

Het percentage ABB in 2023 bedraagt op basis van voorliggende begroting 4,3%, dit is gelijk aan vorig jaar.

2

De vrijval bestemmingsreserve bij ABB betreft de inzet van een medewerker participatiewet voor NPO activiteiten op scholen

49

Begroting (speciaal) basisonderwijs De meerjarenbegroting van het (speciaal) basisonderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten

130.936 11.114 7.176 149.226

131.169 10.243 2.715 144.128

142.222 10.293 4.216 156.732

130.592 9.956 3.291 143.840

130.376 9.803 3.228 143.407

131.000 9.803 3.228 144.032

131.875 9.803 3.228 144.907

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

109.081 2.957 14.268 15.761 142.067

114.343 3.269 9.864 17.221 144.696

121.883 3.581 14.639 17.218 157.321

116.026 3.663 15.066 15.855 150.610

115.266 3.595 14.900 15.766 149.527

114.663 3.313 14.880 15.701 148.557

114.684 3.087 14.900 15.695 148.366

7.159

-568

-589

-6.770

-6.120

-4.525

-3.459

0 -16 -16

0 -4 -4

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

7.142 -6.837

-572

-6.770

-6.120

-4.525

-3.459

305

-572

-589 -2.118 1.314 -1.393

4.828 -1.942

3.093 -3.027

1.646 -2.879

1.127 -2.332

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

Bijzonderheden: •

De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2022 door hogere NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage in verband met het afsluiten van de nieuwe CAO. In 2022 valt door invoering van de vereenvoudigde bekostiging de vordering op OCW weg. Vanaf 2024 dalen de baten door het wegvallen van de NPO middelen.

•

De personele lasten in de begroting 2023 zijn hoger door de afgesloten CAO, de extra inzet voor uitvoering van NPO-activiteiten en de hiermee samenhangende arbeidsmarkttoelage en de extra inzet zij-instroom. Vanaf 2024 dalen de personeelsasten door minder inzet NPO en het vervallen van de arbeidsmarkttoelage.

•

De stijging van de afschrijvingslasten komt door extra investeringen voor onder andere ICT (gevolg van het ICT verbeterprogramma) en renovatie en nieuwbouw.

•

Door stijging van de energielasten zijn de huisvestingslasten vanaf 2023 hoger dan in 2022.

•

De verwachte overige materiele lasten zijn in de 2023 gelijk aan 2022. De daling in 2024 is een gevolg van minder activiteiten voor NPO en het wegvallen van de kosten van het ICT versnellingsprogramma.

•

Het verloop van de bestemmingsreserves is als volgt:

50

bestemmingsreserves

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

0 2.827 2.827

2.827 7.128 9.955

9.955 2.118 12.073

12.073 -4.828 7.245

7.245 -3.093 4.152

4.152 -1.646 2.506

2.506 -1.127 1.379

0 1.935 1.935

1.935 -1.935 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 2.075 2.075

2.075 -761 1.314

1.314 -1.314 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 0 224

224 6.837 7.061

7.061 4.432 11.493

11.493 804 12.297

12.297 -4.828 7.469

7.469 -3.093 4.376

4.376 -1.646 2.730

2.730 -1.127 1.603

Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Versnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Kleine scholen (s)bao Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal (s)bao Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

De bestemmingsreserve NPO wordt niet volledig benut tijdens de bestedings-termijn. In de jaren na schooljaar 2024/2025 worden interventies gecontinueerd. De bestemmingsreserve voor het wegvallen van de vordering op OCW (veranderende bekostiging) valt in 2022 vrij, die voor het versnellingsprogramma ICT in 2022 en 2023. Begroting voortgezet onderwijs De begroting van het voortgezet onderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000

Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten

114.387 4.326 8.185 126.898

118.116 3.863 7.020 128.999

122.754 3.905 7.686 134.345

116.523 3.676 7.522 127.721

116.399 3.690 7.753 127.842

118.607 3.658 7.951 130.217

119.855 3.763 8.022 131.641

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

92.275 2.457 6.355 17.431 118.518

97.336 2.769 6.772 21.273 128.149

99.886 3.079 10.640 22.428 136.033

95.943 3.257 10.953 21.282 131.435

95.084 3.151 10.955 20.648 129.838

96.146 2.935 10.987 21.129 131.197

97.278 2.748 10.997 21.364 132.386

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

8.380

850

-1.688

-3.714

-1.996

-980

-745

Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten

48 -485 -437

5 -465 -461

46 -437 -392

46 -416 -370

46 -394 -348

46 -374 -328

46 -374 -328

Resultaat

7.943

389

-2.080

-4.084

-2.344

-1.308

-1.073

Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

-6.386 642 2.199

542 931

-796 167 -2.709

2.920 -1.164

1.422 -922

963 -345

899 -173

Toelichting: •

De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2022 door de NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage. Meerjarig stijgt de Rijksbijdrage door

51

toename van het aantal leerlingen. Vanaf 2024 daalt de Rijksbijdrage door het aflopen van de regeling NPO en vanaf 2025 stopt de bijdrage voor Sterk Techniek Onderwijs. Maar door toename van het leerlingenaantal blijft het totaal van de Rijksbijdrage 2025 nagenoeg gelijk aan dat van 2024. •

De afschrijvingslasten laten eerst een stijgend verloop zien, door nieuwbouw en renovaties en in latere jaren een daling doordat herinvesteringen in met name ICT en apparatuur nog niet zijn verwerkt.

•

De personele lasten stijgen in 2023 door de inzet op uitvoering van NPO-activiteiten en de hiermee samenhangende arbeidsmarkttoelage en de afgesloten CAO. De ontwikkeling van de personele lasten is vanaf 2024 passend bij de groei van het aantal leerlingen.

•

Door stijging van de energielasten zijn de huisvestingslasten vanaf 2023 hoger dan in 2022.

•

De overige materiële lasten dalen in 2024 en 2025. Vanaf 2025 is het programma Sterk Techniek Onderwijs niet meer in de begroting opgenomen omdat de regeling dan afgelopen is.

•

De ontwikkeling van de bestemmingsreserve is weergegeven in onderstaande tabel:

• bestemmingsreserves

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

0 5.386 5.386

5.386 4.045 9.431

9.431 796 10.227

10.227 -2.847 7.380

7.380 -1.350 6.030

6.030 -920 5.110

5.110 -883 4.227

1.351 -642 709

709 -337 372

372 -167 205

205 -73 131

131 -72 60

60 -43 17

17 -17 0

0 1.000 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.000 0 1.000

1.351 5.744 7.095

7.095 3.708 10.803

10.803 629 11.432

11.432 -2.920 8.512

8.512 -1.422 7.090

7.090 -963 6.127

6.127 -899 5.227

Aanvullende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Strategische opgaves Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal vo Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

In de bestemmingsreserve NPO zit aan het eind van de begrotingsperiode nog € 4,2 miljoen. De aanvullende bekostiging (werkdruk) wordt tot en met 2027 volledig ingezet. Voor de bestemmingsreserve strategische opgaves zijn nog geen plannen gemaakt. Begroting (voortgezet) speciaal onderwijs De begroting van het (voortgezet) speciaal onderwijs is als volgt:

52

Bedragen in € 1.000 Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten

53.610 3.199 1.387 58.196

54.638 1.222 1.461 57.320

64.350 1.383 1.490 67.224

63.717 1.062 1.160 65.939

65.185 1.062 1.139 67.386

64.996 1.062 1.126 67.185

64.996 1.062 1.129 67.188

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten

44.866 839 3.921 5.716 55.342

50.095 843 3.242 6.054 60.234

55.187 1.037 4.675 7.021 67.920

54.397 1.214 4.836 6.378 66.824

54.640 1.336 4.836 6.378 67.190

54.781 1.325 4.836 6.378 67.320

54.858 1.289 4.836 6.378 67.361

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

2.854

-2.914

-696

-886

196

-135

-173

0 2 2

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

2.856 -2.842

-2.914

-696

-886

196

-135

-173

14

-2.914

687 -9

0 -886

0 196

0 -135

0 -173

Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

Toelichting: •

De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2022 door de NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage. In 2024 daalt de Rijksbijdrage door het aflopen van de regeling NPO. Vanaf 2025 stijgt de Rijksbijdrage door toename van het aantal leerlingen.

•

De personele lasten stijgen ten opzichte van de begroting 2022 als gevolg van de toename van de leerlingaantallen en door inzet voor het uitvoering van NPOactiviteiten. Vanaf 2024 dalen de personele lasten enigszins. In de begroting wordt er van uit gegaan dat de benodigde personele inzet wordt ingevuld met vaste formatie (vacatures).

•

De afschrijvingslasten stijgen door investeringen in nieuwbouw en/of renovatie van meerdere onderwijslocaties.

•

Door stijging van de energielasten zijn de huisvestingslasten vanaf 2023 hoger dan in 2022.

•

De verwachte overige materiële lasten zijn in de 2023 hoger door de kosten van het ICT versnellingsprogramma.

•

De ontwikkeling van de bestemmingsreserves is als volgt: bestemmingsreserves

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

NPO Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

0 851 851

851 1.393 2.245

2.245 -99 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

0 1.065 1.065

1.065 -1.065 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 925 925

925 -337 588

588 -588 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 2.842 2.842

2.842 -9 2.833

2.833 -687 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

2.146 0 2.146

Veranderende bekostiging Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Versnellingsprogramma ICT Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

Totaal (v)so Beginsaldo Dotatie/vrijval Eindsaldo

53

De middelen van de bestemmingsreserve NPO worden na 2024 vooralsnog niet benut, de plannen hiervoor moeten nog worden gemaakt. De bestemmingsreserve voor het wegvallen van de vordering op OCW (veranderende bekostiging) valt in 2022 vrij, die voor het versnellingsprogramma ICT in 2022 en 2023. Begroting administratie, beheer en bestuur (ABB) De begroting van de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB) is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Doorberekening sectoren Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na mutaties bestemmingsreserve

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

81 539 229 849

0 78 163 241

0 295 150 445

0 295 150 445

0 295 150 445

0 295 150 445

0 295 150 445

12.751 244 292 1.916 -13.978 1.225

11.538 231 437 2.665 -14.631 241

12.805 285 446 2.799 -15.890 445

12.896 264 446 2.729 -15.890 445

12.925 253 446 2.711 -15.890 445

12.992 236 446 2.662 -15.890 445

13.050 186 446 2.653 -15.890 445

-376

0

0

0

0

0

0

0 -1 -1

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

-378

0

0

0

0

0

0

7 -370

0

30 30

30 30

30 30

30 30

30 30

Toelichting: •

De kosten van administratie, beheer en bestuur (ABB) bestaan uit de kosten van het bestuur van de stichting en van BOOR Services. Ook de kosten voor de uitvoering van de participatiewet zijn hierin opgenomen. BOOR Services ondersteunt het bestuur en de scholen. Onder de kosten ABB is een budget opgenomen voor bestuurlijke initiatieven. Dit zijn initiatieven die een strategisch belang dienen van het openbaar onderwijs en bij individuele scholen zonder inzet van extra geld niet van de grond komen. Het college van bestuur besluit in samenspraak met de sectoren tot een bestuurlijk initiatief. Het budget is ten opzichte van 2022 gelijk gebleven.

•

De stijging van de personele lasten in de begroting 2023 ten opzichte van 2022 betreft de stijging van de loonkosten als gevolg van de afgesloten CAO en de stijging van het aantal participatiebanen.

54

6.

Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering. Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze een essentiële impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs zoals wij dit op onze scholen willen bieden. Die onderwijskwaliteit is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende en goed personeel en vraagt om een efficiënte wijze van uitvoering met ondersteuning van een goede bedrijfsvoering. Om die reden kijken we ook met zorg naar de onderlinge afhankelijkheid van de risico’s en eventuele beheersmaatregelen. Externe ontwikkelingen In de huidige context zijn er twee factoren die een grote impact hebben op ons overall risicoprofiel. De huidige situatie in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande economische sancties is daar de grootste van. De effecten daarvan zijn al merkbaar: een grote vluchtelingenstroom en hoge inflatie (2022: +9,9%, 2023: +4,3%). De stijgende energiekosten zorgen voor een toename in geldstress en armoede. Steeds meer gezinnen hebben moeite met rondkomen. Dit raakt ook het onderwijs. Leerlingen zitten minder goed in hun vel of er is zelfs geen geld voor een lunch. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten.

Een tweede onzekere factor is de coronapandemie. Op dit moment zijn de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht en is de maatschappij weer volledig geopend. Corona is echter nog niet weg. We hebben afgelopen twee jaar ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in schakelschool “De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo.

•

Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus lanceerde het ministerie van OCW het sectorplan COVID-19. Dit sectorplan bevat een leidraad voor schoolbesturen en scholen, zodat zij weten op welke scenario’s zij zich kunnen voorbereiden en het onderwijs veilig en verantwoord gegeven kan worden. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk moet

55

worden voorkomen. Op basis van de leidraad hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden. •

We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken, hoe scholen materiele steun kunnen bieden of ouders ondersteunen bij het regelen van beschikbare hulp. Scholen hebben een signaleringsfunctie en zoeken waar mogelijk tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Basis vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’, die op dit moment geactualiseerd wordt.

•

Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn.

•

Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Als we zorgen signaleren gaan we het gesprek aan en kijken samen naar oplossingen om de lasten tijdelijk te verlichten.

•

Door de sterk opgelopen inflatie zal voor nieuwe (meerjarige) aanbestedingen rekening gehouden moeten worden met een aanzienlijk hogere tariefstelling (bijv. Schoonmaak). In de toekomstige actualisatie van de meerjarenbegroting zullen we hier rekening mee moeten houden.

Onderwijskwaliteit De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaalemotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025. Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen. En klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

Met de inzet van de NPO middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.

•

Iedere school stelt een plan op met interventies om de resultaten op taal, rekenen of wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid aantoonbaar te verbeteren. Hiertoe maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=89ea6440-e7c0-48d9-8f0b-777e092aeebc