CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb007842] Bijlage 3 behorende bij 22bb7838 over Tweede voortgangsrapportage 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 7 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs11.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tweede voortgangsrapportage 2022

26

3.3.

Toelichting op realisatie januari tot en met augustus

Het gerealiseerde exploitatieresultaat tot en met augustus is € 14,2 miljoen. Begroot was € 4,4 miljoen. Na verwerking van de mutaties in de bestemmingsreserves van € 9,3 miljoen is het resultaat per saldo nagenoeg gelijk aan het begrote resultaat. Door het wegvallen van de vordering op OCW zal het resultaat over het gehele jaar 2022 lager worden. Daarnaast zullen de hogere energielasten in het vierde kwartaal het jaarresultaat verder verlagen. Daartegenover staat dat een deel van de NPO-middelen niet dit jaar zullen worden ingezet en doorschuiven naar volgende jaren. De afwijkingen tussen de verschillende soorten baten en lasten zoals die te zien zijn in de periode januari tot en met augustus zijn grotendeels gelijk aan de afwijkingen in de jaarbedragen en worden toegelicht in de paragrafen hieronder.

3.4.

Toelichting op de baten 2e forecast 2022

De baten in de forecast zijn per saldo € 37,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt met name verklaard door: •

Hogere Rijksbijdragen. Deze zijn € 24,8 miljoen hoger vooral ter dekking van de hogere personeelslasten door de nieuwe CAO’s.

•

Hogere NPO-inkomsten. Deze zijn hoger als gevolg van het toepassen van de hogere tarieven en in de sector vo een wijziging in de betaalmomenten (totaal € 8,3 miljoen).

•

Hogere overige baten. Deze zijn € 3,9 miljoen hoger. Dit betreft voornamelijk de inkomsten Slim Organiseren in het (s)bao en het (v)so. De hogere baten interne groeiregeling (s)bao staan tegenover hogere lasten, beide waren niet opgenomen in de begroting.

3.5.

Toelichting op de lasten 2e forecast 2022

De lasten in de forecast zijn per saldo € 24,6 miljoen hoger dan in de begroting. Dit wordt met name verklaard door: •

Hogere personele lasten. Deze zijn € 19,8 miljoen hoger door de hogere lonen als gevolg van de nieuwe CAO’s.

•

Lagere personele lasten voor NPO-activiteiten. Deze zijn € 4,0 miljoen lager. In de begroting was het uitgangspunt dat de NPO-middelen volledig ingezet zouden worden in het betreffende jaar. In de forecast zijn de kosten gebaseerd op de huidige plannen.

•

Lagere personeelslasten. Deze zijn € 2,2 miljoen lager door een combinatie van enerzijds het lerarentekort en anderzijds meer inzet van participatiemedewerkers.

•

Hogere kosten van externe inhuur. Deze zijn € 5,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de inzet van ingehuurde docenten in verband met het lerarentekort en extra zij-instromers via een externe partij.

Tweede voortgangsrapportage 2022

27

•

Hogere overige personele lasten. Deze zijn € 2,7 miljoen hoger door hogere reiskosten wegens onder andere de tijdelijk hogere reiskostenvergoeding en overige secundaire arbeidsvoorwaarden.

•

Hogere huisvestingskosten. Deze zijn hoger door de gestegen energielasten wegens contract beëindiging vanaf het vierde kwartaal. Ook de kosten voor onderhoud, huur en schoonmaak zijn hoger dan begroot.

•

Hogere overige lasten. Hierin zijn de eerder genoemde kosten voor de ICTtempoversnelling opgenomen, deze waren niet begroot en worden gedekt door de bestemmingsreserve ICT.

3.6.

Ontwikkeling leerlingaantallen

teldatum

2022

2022

2023

1-10-2021 begroting

1-10-2021 realisatie

1-2-2022 realisatie

Sector (speciaal) basisonderwijs

16.773

16.541

Sector (voortgezet) speciaal onderwijs

2.283

2.270

2.311

Totaal primair onderwijs

19.056

18.811

19.601

2022

2022

2023

1-10-2021 begroting

1-10-2021 realisatie

1-10-2022 begroting

17.290

Sector voortgezet onderwijs

10.925

10.907

11.200

Totaal

32.003

31.740

32.824

In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingaantal per sector opgenomen. Te zien zijn de begrote en gerealiseerde aantallen per 1-10-2021 voor alle sectoren, de begrote aantallen per 1-10-2022 voor het vo en de gerealiseerde aantallen 1-2-2022 voor het (s)bao en (v)so. Het werkelijke leerlingaantal in de sector (s)bao op 1-10-2021 was 232 lager dan was begroot en is verwerkt in de forecast. Vanaf bekostigingsjaar 2023 voor het primair onderwijs is de teldatum vastgesteld op 1 februari voorafgaand aan het betreffende jaar. Deze aantallen zijn bevestigd door DUO en zijn de basis voor de bekostiging in 2023.

Tweede voortgangsrapportage 2022

28

4.

Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering. Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze een essentiële impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs zoals wij dit op onze scholen willen bieden. Die onderwijskwaliteit is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende en goed personeel en vraagt om een efficiënte wijze van uitvoering met ondersteuning van een goede bedrijfsvoering. Om die reden kijken we ook met zorg naar de onderlinge afhankelijkheid van de risico’s en eventuele beheersmaatregelen. Externe ontwikkelingen In de huidige context zijn er twee factoren die een grote impact hebben op ons overall risicoprofiel. De huidige situatie in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande economische sancties is daar de grootste van. De effecten daarvan zijn al merkbaar: een grote vluchtelingenstroom en hoge inflatie (2022: +9,9%, 2023: +4,3%). De stijgende energiekosten zorgen voor een toename in geldstress en armoede. Steeds meer gezinnen hebben moeite met rondkomen. Dit raakt ook het onderwijs. Leerlingen zitten minder goed in hun vel of er is zelfs geen geld voor ontbijt en/of een lunch. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondkomen.

We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten. Een tweede onzekere factor is de coronapandemie. Op dit moment zijn de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht en is de maatschappij weer volledig geopend. Corona is echter nog niet weg. We hebben afgelopen twee jaar ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in schakelschool “De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo.

•

Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus lanceerde het ministerie van OCW het sectorplan COVID-19. Dit sectorplan bevat een leidraad voor schoolbesturen en scholen, zodat zij weten op welke scenario’s zij zich kunnen voorbereiden en het onderwijs veilig en verantwoord gegeven kan worden. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Op basis van de leidraad hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden.

Tweede voortgangsrapportage 2022

29

•

We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken, hoe scholen materiele steun kunnen bieden of ouders ondersteunen bij het regelen van beschikbare hulp. Scholen hebben een signaleringsfunctie en zoeken waar mogelijk tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Basis vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’, die op dit moment geactualiseerd wordt.

•

Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn.

•

Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Als we zorgen signaleren gaan we het gesprek aan en kijken samen naar oplossingen om de lasten tijdelijk te verlichten.

•

Door de sterk opgelopen inflatie zal voor nieuwe (meerjarige) aanbestedingen rekening gehouden moeten worden met een aanzienlijk hogere tariefstelling (bijv. Schoonmaak). In de toekomstige actualisatie van de meerjarenbegroting zullen we hier rekening mee moeten houden.

Onderwijskwaliteit De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaal-emotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025. Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen. En klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.

•

Iedere school stelt een plan op met interventies om de resultaten op taal, rekenen of wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid aantoonbaar te verbeteren. Hiertoe maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar worden gesteld. Eind 2022 is duidelijk hoeveel middelen hiervoor beschikbaar zijn.

Personeel

Tweede voortgangsrapportage 2022

30

Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. De risico’s en onzekerheden op het gebied van Personeel ervaren we op verschillende vlakken. Enerzijds heeft dit risico betrekking op het kunnen beschikken over voldoende kwalitatief goed personeel en anderzijds het behouden en duurzaam inzetbaar houden van de bestaande medewerkers. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote personeelstekorten. De urgentie is groot. De huidige en geraamde personeelstekorten op de langere termijn zijn zorgelijk. Met name in de grote steden. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Dit zet het onderwijs verder onder druk en zal ook leiden tot meer concurrentie tussen scholen en besturen onderling. Een onwenselijke ontwikkeling waarover we ook in Rotterdam goede afspraken over moeten maken. Mogelijke financiële effecten hiervan zijn niet in de begroting opgenomen. Daarnaast zien we relatief meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangen een tijdelijke arbeidsmarkttoeslag.

Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. Tegelijkertijd signaleren we een oplopend ziekteverzuim in 2022. Het voortschrijdend jaargemiddelde lag in augustus op 6,6% en dit was een jaar geleden in dezelfde periode 5,8%. Corona heeft de afgelopen jaren ook een flinke impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op. Sommigen leraren werden zelf ziek en zijn hier nog van herstellende. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

Meer differentiatie in de taakverdeling in het basisonderwijs, waardoor de continuïteit en kwaliteit niet alleen afhankelijk is van bevoegde leerkrachten. Leerkrachten zijn nog steeds de spil van het onderwijs, maar kunnen zich doordat ze worden ondersteund door andere onderwijsprofessionals, richten op de kern van hun vak: het ontwikkelen en geven van onderwijs. Er ontstaat dan ook ruimte voor specialisaties en in combinatie met loopbaanpaden gekoppeld aan functiebeschrijvingen en salarisschalen biedt dit nieuwe loopbaanperspectieven (uitvoering Programma Anders Organiseren / noodplan Slim Organiseren po en so Rotterdam).

•

Verkennen van de mogelijkheden voor Anders Organiseren in het voortgezet onderwijs in 2023

Tweede voortgangsrapportage 2022

31

•

We zetten in op het uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.

•

Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;

•

Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;

•

Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.

•

Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;

•

Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.

•

Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.

Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen komen in toenemende mate onder druk te staan. Voor de korte termijn geldt dat het beeld enigszins wordt vertekend vanwege de NPO-gelden, die op veel plekken nog niet zijn uitgegeven maar wel al zijn bestemd. Deze worden in de komende jaren uitgegeven voor het doel waarvoor deze middelen zijn ontvangen: het wegwerken van opgelopen leerachterstanden en versterken van de basisvaardigheden. De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de financiële impact van het vervallen van de vordering OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme (2022), de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit (ventilatie-investeringen) en noodzakelijke verduurzaming. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog.

De beheersing van deze risico’s is cruciaal omdat ze ons in staat stellen om effectief en efficiënt te werken zodat voldoende tijd en middelen beschikbaar blijven om aan de ontwikkeling en levering van een goede kwaliteit onderwijs. Daarbovenop komt de forse stijging van de energielasten doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy, nu SEFE Energy met een doorlooptijd tot en met 31

Tweede voortgangsrapportage 2022

32

december 2025 moesten worden opengebroken als gevolg van het vijfde sanctiepakket van de EU (8 april 2022). Nieuwe aanbesteding heeft geleid tot fors hogere contractprijzen. BOOR is zeer ontstemd over het feit dat de minister toestaat dat aanbestedende diensten, die nog geen andere leverancier hebben gecontracteerd, in ieder geval tot januari 2023 ontheffing kunnen verkrijgen. BOOR heeft alleen al voor 2022 een nadelig effect van € 1,6 miljoen, waar vooralsnog geen enkele compensatie tegenover staat. Daarnaast zien wij risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert. Lonkend perspectief is te komen tot een bedrijfsvoering die: weinig aandacht vraagt, wendbaar is, ruimte biedt voor investering en innovatie, staat voor een goede kwaliteit van de dienstverlening en grote slagkracht geeft voor het geheel én voor de individuele scholen. Dat er een duidelijker onderscheid komt tussen kaderstelling, uitvoering en controle. Hiervoor is nodig dat we de bedrijfsvoering anders gaan organiseren. Binnen de afgesproken kaders kan de bedrijfsvoering vervolgens zowel centraal als decentraal worden georganiseerd. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •

Additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud, anticiperend op het vervallen van de overgangsregeling in 2023 (RJO artikel 4 lid 1).

•

Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.

•

Uitwerking van het meerjarig ventilatieplan (incl. financiële impact daarvan).

•

Additionele investeringen om te komen tot een tempoversnelling van het meerjarig ICTprogrammaplan, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen.

•

Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Begin oktober is hierover een hoorzitting met de minister en 230 schoolbesturen.

•

Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU.

Uitvoering van een meerjarig programma ‘transitie Bedrijfsvoering’. Hiertoe is onder andere per 1 januari 2022 een programmadirecteur transitie Bedrijfsvoering gestart en wordt de visie op bedrijfsvoering herijkt.

Tweede voortgangsrapportage 2022

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=60a210cd-0550-426d-bb2d-84609d274396