[22bb007842] Bijlage 3 behorende bij 22bb7838 over Tweede voortgangsrapportage 2022
Tekst van het document
Tweede voortgangsrapportage (na 8 maanden) 2022
Vastgesteld door het bestuur op 26 oktober 2022.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
2
Inleiding
3
1.
4
2.
3.
4.
Actualiteit 1.1.
Corona
4
1.2.
Lerarentekort en anders organiseren
7
1.3.
Onderwijs aan Oekraïense vluchtelingenkinderen
8
1.4.
Ontwikkelingen van invloed op (lange) termijn financiën
8
1.5.
Armoede
10
1.6.
Onderwijsresultaten
11
1.7.
Tevredenheid, sociale veiligheid en betrokkenheid
12
Voortgang beleidsambities
15
2.1.
Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2022
15
2.2.
Uitgelicht
18
Financiën 2022
24
3.1.
Algemeen
25
3.2.
Toelichting op het verwachte resultaat (forecast) 2022
25
3.3.
Toelichting op realisatie januari tot en met augustus
27
3.4.
Toelichting op de baten 2e forecast 2022
27
e
3.5.
Toelichting op de lasten 2 forecast 2022
27
3.6.
Ontwikkeling leerlingaantallen
28
Inventarisatie risico’s en onzekerheden
29
Tweede voortgangsrapportage 2022
2
Inleiding Voor u ligt de Tweede voortgangsrapportage 2022. Hiermee leggen we verantwoording af over de voortgang van ons jaarplan in de periode januari tot en met augustus 2022. Over de maanden januari tot en met maart 2022 is eerder dit jaar reeds gerapporteerd via de Eerste voortgangsrapportage. Belangrijke externe ontwikkelingen Waar de afgelopen twee jaar corona een belangrijke stempel drukte op onze scholen, is die impact op dit moment minder groot. Het aantal besmettingen is laag en onze scholen worden niet tot nauwelijks beperkt door maatregelen. Tegelijkertijd heeft de coronaperiode duidelijk zijn sporen nagelaten: leerlingen hebben onderwijsachterstanden opgelopen en hebben ritme en sociale contacten gemist. Van medewerkers op scholen is veel flexibiliteit en aanpassingsvermogen gevraagd. Scholen bereiden zich op het moment van schrijven voor op een situatie waarin het aantal besmettingen en de daaraan gerelateerde maatregelen mogelijk weer toenemen. De afgelopen periode heeft ook de oorlog in Oekraïne een grote impact gehad. De toestroom van kinderen uit Oekraïne is substantieel, wat onder andere heeft geleid tot het opzetten van schakelschool De Gaffel. BOOR werkt hierin nauw samen met RVKO en de gemeente Rotterdam. Voor de kinderen in de middelbare schoolleeftijd is vooralsnog plaats binnen het reguliere nieuwkomersonderwijs, georganiseerd door BOOR en LMC-vo.
Opzet Tweede voortgangsrapportage In Hoofdstuk 1 wordt een toelichting gegeven op de actualiteit. Hoofdstuk 2 presenteert een overzicht van de doelen uit het jaarplan 2022. Met kleur wordt aangegeven of de voortgang op schema ligt, daarnaast wordt in de tekst uitgebreider ingegaan op uitgelichte doelen. Hoofdstuk 3 bevat de financiële rapportage met daarin de onderdelen waarop we ons in relatie tot het toezichtkader verantwoorden. Tot slot vormt Hoofdstuk 4 de risicoparagraaf.
Rotterdam, 26 oktober 2022
M.I. Hamer Voorzitter Algemeen Bestuur
Tweede voortgangsrapportage 2022
R.G.K. Voss Voorzitter College van Bestuur
3
1.
Actualiteit 1.1.
Corona
Achterstanden en herstel Bij BOOR hebben we de impact van corona op het onderwijs de afgelopen jaren zorgvuldig gevolgd. In het basisonderwijs hebben we samen met de RVKO en PCBO de impact op de basisvaardigheden taal en rekenen systematisch in beeld gebracht. In het voorgezet- en speciaal onderwijs is jaarlijks door middel van de schoolscans gekeken hoe het scholen en leerlingen vergaat en welke interventies als noodzakelijk werden gezien; ook op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling en welbevinden. Na twee jaar zien we het volgende beeld bij BOOR-scholen: •
De BOOR basisscholen laten een flink herstelvermogen zien op het gebied van taal- en rekenen. Dat is goed nieuws. De leerachterstand is grotendeels ingelopen en het tempo en de relatieve omvang daarvan is vergelijkbaar met de rest van Nederland. Tegelijkertijd zien we groeiende verschillen tússen onze scholen, waarbij op de scholen met een hoger leerlinggewicht het herstel langer duurt. Het herstel is het grootst op het gebied van spelling en rekenen, maar beperkt bij leesvaardigheid.
•
In het voortgezet onderwijs liggen de trends op de examenresultaten over een periode van vijf jaar in de lijn der verwachting. Het slagingspercentage stijgt in lijn met de landelijke trend in 2022 licht t.o.v. 2019 en 2021 en ook de havo-afdelingen tonen een goed herstel. Daaraan heeft BOOR de afgelopen periode veel aandacht besteed: wat maakt een havo succesvol en hoe kunnen we op dat gebied meer van elkaar leren? Hier gaan we mee door. Ondanks de goede resultaten hebben de duimregeling (leerlingen mogen één nietkernvak wegstrepen) en het kansrijk bevorderen de huidige resultaten geflatteerd en zal het effect van de coronaperiode de komende jaren waarschijnlijk gevoeld gaan worden in de hogere klassen of in andere onderwijssoorten. Dat houden we goed in de gaten en we zetten extra ondersteuning in als dat nodig is.
•
In het (voortgezet) speciaal onderwijs is het effect op de leerprestaties wat minder goed te kwantificeren door het ontbreken van gestandaardiseerde toetsen. Het kwalitatieve beeld van schoolleiders geeft een vergelijkbaar beeld als in het regulier onderwijs: er waren veel zorgen om de sociaal-emotionele ontwikkeling en het welbevinden van leerlingen. Leerlingen met het uitstroomprofiel ‘arbeid’ liepen vertraging op door gebrek aan stages tijdens corona. Bij de gekozen interventies lag de nadruk op welbevinden en digitale technologie. Ook werd ingezet op teamontwikkeling als randvoorwaarde voor de andere interventies.
Inzet middelen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Vanuit het bestuur zijn rond de inzet van NPO-middelen geen specifieke interventies aangewezen die alle scholen zouden moeten inzetten. De schoolscan en de inzet van
Tweede voortgangsrapportage 2022
4
interventies zijn onderdeel geweest van de jaarplancyclus. Daarbij wordt in gesprek met de schoolleiding bepaald wat het meest passend is. Welke interventies worden gezien als de meest effectieve interventies voor het inlopen van eventuele vertragingen in de ontwikkeling van leerlingen? In alle sectoren is duidelijk veel inzet op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling: interventies op het gebied van welbevinden, uitbreiding en versterking van mentoraat en aandacht voor groepsvorming. Ook valt op dat in alle sectoren de NPO-middelen zo veel mogelijk worden ingezet op meer individuele en gerichte aandacht voor de cognitieve ontwikkeling van leerlingen door kleinere klassen en instructie in kleine groepen. In het voortgezet onderwijs valt daarnaast nog de inzet op examentraining op. Wat zorgt voor herstelvermogen? Net als voor de coronacrisis zijn ook de afgelopen twee jaar soms flinke verschillen te zien tussen min of meer vergelijkbare basisscholen als het gaat om de leerresultaten. Sommige scholen met een hoge weging1 vertonen opmerkelijk herstel en sommige scholen met een lage weging lukt het maar lastig te herstellen. Hierbij blijkt het in de praktijk geen onderscheidende factor te zijn of de school wel of niet in staat is de middelen weg te zetten; met het vraagstuk van tijdelijke subsidiemiddelen worstelen alle scholen.
Hoe komt dat? In het basisonderwijs zien we na twee jaar dat schoolweging er zeker toe doet, maar slechts een deel van de verklaring levert. Ook de grootte van de school lijkt nauwelijks een rol van betekenis te spelen en een systematische analyse van de interventies in het kader van NPO biedt ook geen duidelijke verklaring voor deze verschillen. Veel scholen zetten in op dezelfde (bewezen effectieve) interventies (klassenverkleining en instructies in kleinere groepen), maar die pakken vervolgens op vergelijkbare scholen verschillend uit. Basisscholen geven aan dat veel prestatieverschillen vaak al op jonge leeftijd ontstaan. Een sterke focus op de basisvaardigheden in de lessen en het onderwijsaanbod zorgt in hun ervaring voor een hogere effectiviteit, en dit wordt ondersteund door de landelijke inventarisaties van bewezen effectieve interventies. De komende maanden analyseren we de beschikbare data verder door te kijken of de samenstelling van het schoolteam en personele wisselingen een verklarende factor zou kunnen zijn. In gesprekken met scholen wordt vaak gesteld dat continuïteit en rust in het management, de beschikking over een stabiel team, en een voldoende basis van bevoegde leerkrachten een grote positieve invloed heeft.
Tegen de achtergrond van de huidige krappe arbeidsmarkt zal worden bezien hoe we deze inzichten kunnen betrekken bij de vorming van divers samengestelde onderwijsteams.
1 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de schoolweging van een school op basis van de
kenmerken zoals het opleidingsniveau van de ouders van leerlingen en of de ouders in de schuldsanering zitten. Hoe hoger de schoolweging hoe ‘ingewikkelder’ de populatie.
Tweede voortgangsrapportage 2022
5
In het voortgezet onderwijs is de analyse van herstelvermogen van scholen lastiger te maken; de verschillen tussen afdelingen zijn groot, er zijn uiteenlopende manieren om leerprestaties in beeld te brengen en de manier waarop scholen leerlingen begeleiden en bevorderen varieert. De vo-scholen geven aan dat de extra aandacht voor de (sociaalemotionele ontwikkeling van de) leerling van groot belang was: de uitbreiding en versterking van het mentoraat, de aandacht voor groepsvorming en de individuele ondersteuning waren voorwaardelijk voor het herstel op de onderwijsprestaties. De impact van corona op dit gebied wordt nog steeds door leraren gevoeld. Net als in het basisonderwijs geven de scholen aan dat in het voortgezet onderwijs de grotere individuele aandacht voor de cognitieve ontwikkeling van leerlingen door kleinere klassen en instructie in kleine groepen heeft gezorgd voor herstel van de leerachterstand. Deze interventies in het kader van het NPO worden door alle scholen gekozen. Ook in het voortgezet onderwijs blijken de effecten van de afzonderlijke interventies moeilijk te meten, gezien de vele middelen die gelijktijdig werden ingezet en de andere meewegende factoren. De noodzaak om leerlingen te blijven volgen Het loont om leerlingen te blijven volgen in het vervolgonderwijs.
Om die reden hebben we geïnvesteerd in het in kaart brengen hoe de loopbaan van leerlingen eruitziet nadat ze de BOOR-basisscholen verlaten. De informatie wordt gebruikt om het gesprek aan te gaan met scholen waarvan de leerlingen in het vo vaker op- of afstromen. De duiding van deze informatie geeft handvatten om de aanpak bij te stellen. Hier gaan we onverminderd mee door. Impact op medewerkers Het verloop van de ziekteverzuimcijfers bij BOOR is in lijn met de cijfers voor Nederland als geheel. Het landelijk beeld is een beeld van hoge verzuimcijfers, waarbij het eerste kwartaal van 2022 het hoogste ziekteverzuim kent dat er ooit gemeten is voor Nederland. De verwachting is dat er landelijk over de hele linie een verhoging van het verzuim met 1% zichtbaar wordt voor 2022. De ‘omikron-golf’ in de wintermaanden zien we bij BOOR terug in een hoog verzuim tot eind april, met een absolute piek in de laatste weken van januari en begin februari. Hierna liet het verzuim een gestage daling zien, tot half mei. Gebruikelijk is dat de daling zich daarna voortzet tot de zomervakantie. Die daling bleef in deze maanden uit. De cijfers liepen zelfs weer wat op, maar niet meer tot het hoge niveau van de wintermaanden. We meten een verhoging van ongeveer 0,7%, gemiddeld over de laatste 12 maanden.
Veranderingen in verzuim zijn niet alleen terug te zien in een hoger ziekteverzuimcijfer, maar ook in andere waarden. Zo steeg de meldingsfrequentie met 0,4. Dat wil zeggen: elke medewerker was afgelopen schooljaar gemiddeld 0,4 maal vaker ziek. Het percentage ‘nulverzuim’ (mensen die heel het jaar niet ziek waren) ligt ongeveer 10% lager dan
Tweede voortgangsrapportage 2022
6
gebruikelijk. Meer collega’s zijn dus ziek geweest dan gebruikelijk. Deze gegevens laten samen zien dat er een forse toename van kortdurende uitval door ziekte was. Ook bij BOOR zijn er medewerkers met uitval vanwege Long COVID, maar dat vertaalt zich tot nu niet in toename van het totaal aan langdurig verzuim (langer dan 6 weken). Dit lag in juni 2022 zelfs op een wat lager niveau dan een jaar eerder. Wel merken wij een voortdurende forse druk op de agenda van de arbodienst en oplopende achterstanden bij UWV in de beoordeling van aanspraken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. We verwachten hierdoor enige extra druk op de cijfers in het langdurig verzuim. In het najaar is een pilot gepland met inzet van een instrument waarmee personeelsleden hun persoonlijke inzetbaarheid kunnen meten (de DiX). Werknemers kunnen aan de hand van de resultaten aan de slag met interventies om hun arbeidsvermogen te verbeteren.
1.2.
Lerarentekort en anders organiseren
De start van het schooljaar is in relatie tot het lerarentekort goed verlopen. In die zin dat het tekort aan leraren in het po ((s)bao en (v)so) een “stabiel” (licht stijgend) tekort is. Deze lichte stijging van het tekort lijkt ogenschijnlijk te wijten aan een steeds betere registratie van onze vacatures. We zijn dit schooljaar (2022/2023) gestart met in totaal 60 fte vacatures voor het po en rond de 35 fte in het vo. Dit is eenzelfde aantal als voorgaande twee jaren binnen het po. De verhouding is wel gewijzigd. De tekorten in het (s)bao lijken kleiner te worden en de tekorten in het (v)so groter. De tekorten in het vo zijn groter dan de voorgaande twee jaren. De uitstroom binnen BOOR aan onderwijsgevend personeel (OP) is groter dan de instroom aan OP. De instroom onderwijsondersteunend personeel (OOP) is groter dan de uitstroom OOP. Het aantal nieuwe zij-instromers ligt in september 2022 lager dan in de voorgaande jaren. Onder druk van de krapte op de arbeidsmarkt is de belangstelling voor zij-instroom in het leraarsberoep aan het dalen. Deze trend is in Rotterdam breder zichtbaar. Dit schooljaar staan we klaar met vijf (3,6 fte) coaches om de begeleiding van alle ‘werkende lerenden’ binnen BOOR te verzorgen. Dit betekent dat alle startende leraren en zij-instromers de volle aandacht ontvangen die nodig is om dit schooljaar kwalitatief goed te starten.
In het vo zijn we gestart met ongeveer 36 fte aan vacatures. De scholen geven aan dat de tekorten toenemen en het steeds moeilijker wordt goed gekwalificeerde medewerkers te vinden en te behouden. Alle inzet zal, net als de jaren ervoor, in het schooljaar 2022/2023 gaan naar het zo veel mogelijk vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom van personeel. In het besef dat het tekort zal blijven knellen nemen we ook andere maatregelen. We gaan door met de afspraken die we samen met de andere grote steden hebben gemaakt. Ook zetten we het anders organiseren in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs voort, en we gaan de mogelijkheden hiervan in 2023 ook in het voortgezet onderwijs verkennen. We zetten in op het
Tweede voortgangsrapportage 2022
7
uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.
1.3.
Onderwijs aan Oekraïense vluchtelingenkinderen
Met de start van de oorlog in Oekraïne eind februari kwam al snel een stroom vluchtelingen op gang, ook richting Nederland. Voor het opvangen en het bieden van onderwijs aan de Oekraïense kinderen is nauw samengewerkt tussen gemeente, schoolbesturen en kinderopvang. Hierbij is een 3-fase aanpak gehanteerd. Om zo snel mogelijk onderwijs te kunnen bieden is de Oekraïense school aan de Grift geopend (fase 1). Op deze school was plek voor 200 po- en vo-leerlingen. De Oekraïense school bood een hybride onderwijsprogramma: Oekraïens onderwijs in combinatie met Nederlandse taallessen en dagbesteding. Ook was er een speelvoorziening voor kinderen vanaf 2 jaar en hun moeders. De school was nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke oplossing. De zomervakantie (fase 2) hebben we benut om samen met de gemeente en andere besturen het nieuwe schooljaar 2022 – 2023 voor de Oekraïense leerplichtige leerlingen voor te bereiden: fase 3. Na de zomervakantie, op 22 augustus is de tijdelijke onderwijsvoorziening De Gaffel officieel gestart. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze school ligt bij BOOR en RVKO. Deze basisschool heeft plek voor 140 Oekraïense leerlingen (8 groepen). Op verschillende scholen met ISK-voorzieningen in de stad wordt nog een ISK-groep toegevoegd om Oekraïense leerlingen onderwijs te bieden.
De Gaffel is de centrale locatie waar een volledige school draait, op de andere locaties gaat het om uitbreiding met een groep. Deze uitbreiding wordt gedaan om thuisnabij onderwijs voor kinderen te organiseren. De voleerlingen kunnen (vooralsnog) terecht binnen het reguliere aanbod.
1.4.
Ontwikkelingen van invloed op (lange) termijn financiën
Wegvallen vordering OCW De PO-Raad werkt aan gezamenlijke juridische stappen tegen OCW vanwege de onzorgvuldige besluitvorming en de consequenties hiervan voor het weerstandsvermogen van de scholen. De PO-Raad heeft bureau Stibbe gevraagd te ondersteunen bij juridische stappen naar OCW. Eind juli heeft bureau Stibbe namens de schoolbesturen een bezwaarschrift naar OCW/DUO gezonden. Naar aanleiding hiervan heeft OCW/DUO een hoorzitting gepland voor 4 oktober 20222. Hierin zal Stibbe namens alle 232 deelnemende schoolbesturen het bezwaarschrift mondeling toelichten. De inzet is compensatie voor de geleden schade. Maar mocht dit niet worden toegekend, dan nog geeft de sector met dit traject een belangrijk signaal
2 Tweede helft november wordt de beslissing op het bezwaar verwacht.
Tweede voortgangsrapportage 2022
8
af geeft dat bij toekomstige wet- en regelgeving een goede belangenafweging met de daarbij horende overgangsregeling nooit kan en mag ontbreken. Ontwikkeling energiekosten in 2022 en 2023 De energieprijzen in 2021 en 2022 zijn tot ongekende hoogte stegen. Twee belangrijke oorzaken daarvan zijn het economisch herstel na de coronacrises en de oorlog in Oekraïne. Mede als gevolg van de oplopende energieprijzen stijgt daarnaast de inflatie in Nederland tot recordniveau. Ook de energiekosten voor BOOR gaan sterk toenemen. Voor het vierde kwartaal betekent dit dat met name de kosten van gas omhooggaan doordat het contract met Gazprom is opgezegd per 1/10/2022 en er een nieuwe aanbieder is gezocht. De verwachting is dat de kosten in dit kwartaal daardoor ca. 3,5 keer hoger zullen uitvallen dan begroot. De verwachting voor 2023 is dat de kosten van gas en elektra beide ca. 3,5 keer hoger zullen uitvallen dan begroot voor 2022. De kosten van stadsverwarming komen naar verwachting 2 keer zo hoog uit. Voor 2022 betekent dit een onvoorziene kostenstijging van € 1,8 mln. voor energie en voor 2023 is dit een kostenstijging van ruim € 9 mln. t.o.v. de begroting 2022. Duurzaamheidsmaatregelen en ventilatie Sinds de coronacrisis is er meer aandacht gekomen voor ventilatie. Een goed klimaat, met bijbehorende luchtkwaliteit binnen, is noodzakelijk om goed onderwijs te kunnen geven.
Een goede luchtkwaliteit wordt onder meer bereikt door middel van ventilatie. Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw, wat bereikt kan worden met natuurlijke en mechanische ventilatie. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen - landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR - kan hier op het moment en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. Tegen oplopende energiekosten zijn maatregelen te nemen. In het klimaatakkoord van 2019 heeft de overheid het streven opgenomen de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990 (en 95% in 2050). Het doel voor 2030 gaat BOOR halen. Voor een groot deel zal dit gerealiseerd worden door nieuwbouw waarbij scholen van het gas af gaan. Het doel voor 2050 is nog een uitdaging, hiervoor zal boven de normen moeten worden gebouwd (ENG boven BENG). BOOR wordt sneller duurzaam als er meer bouwprojecten vanuit het IHP kunnen worden gerealiseerd.
Echter, het vastgoedbestand is groot en ook het vastgoed dat nog niet aan vervanging toe is, en waarbij bekostiging dus achterwege blijft, moet duurzamer. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en renovatie, in vastgoed dat nog niet toe is aan vervanging zal BOOR zelf moeten investeren. Dat wordt lastiger door de hoge energielasten.
Tweede voortgangsrapportage 2022
9
BOOR is in samenwerking met de gemeente Rotterdam bezig met een omvangrijk nieuwbouw en vervangingsprogramma waardoor er een substantieel extra aantal gebouwen gaat voldoen aan de nieuwe ventilatienormen. Uiteraard wordt er vanuit het IHP 2020-2023 gewerkt aan nieuwe plannen waar businesscases voor worden geformuleerd. Hiervan is de verwachting dat verbetering pas na 2026 zal plaatsvinden. Naast grootschalige nieuwbouw blijft er een categorie gebouwen over waarvan een gedeelte pas na 2026 zal worden aangepakt als er zal worden gewacht op bekostiging vanuit de gemeente. Het gaat in totaal om 32 locaties. De verwachte investering bedraagt € 7.204.750,- (hierbij is gerekend met een eventuele bijdrage van 30% van het Rijk). De volgende wordt momenteel door BOOR gehanteerd: ✓ BOOR kiest urgente locaties (niet in het IHP) en vraagt subsidie aan via de maatwerkregeling (maximale subsidie 60%). ✓ Locaties zijn nader te bepalen afhankelijk van het door BOOR beschikbaar gestelde investeringsbedrag. ✓ Bij een bijdrage vanuit het rijk van 60% bedraagt het maximale percentage wat BOOR investeert 40%. ✓ De locaties die we als eerste willen aanpakken zijn De Jacob Maris, Libanon Mecklenburghlaan en het Erasmiaans Gymnasium.
1.5.
Armoede
De stijgende kosten hebben ook hun effect op onze leerlingen en hun ouders. Scholen merken dat het vaker voorkomt dat kinderen geen eten bij zich hebben, of ze horen dat ouders zich zorgen maken. Er zijn natuurlijk ook veel ouders die niets zeggen en zich schamen, omdat ze geen eten voor hun kinderen kunnen kopen. Scholen waar dit speelt hebben over het algemeen wel iets te eten voor de kinderen achter de hand. Er liggen bijvoorbeeld liga’s bij de intern begeleider, of in de keuken ligt brood dat gesmeerd kan worden. Ook is er op sommige scholen schoolfruit. Het is een kwetsbaar onderwerp, omdat hier ook de waardigheid van ouders en kinderen een rol speelt en die willen we hen niet ontnemen. Als dat aan de hand is gaan medewerkers hier zorgvuldig mee om en proberen ze de kinderen onopvallend wat te geven. Ook probeert de school, bijvoorbeeld via de schoolmaatschappelijk werker, contact te leggen met de ouders om te vragen of er iets aan de hand is. Via schoolmaatschappelijk werk kan ook andere hulpverlening ingeschakeld worden. Op middelbare scholen zijn er – naast de inzet van schoolmaatschappelijk werk – vaak afspraken met jongerenwerkers die samenwerken met de school. Bijvoorbeeld vanuit jeugdwerkorganisaties als stichting JOZ en TOS (Thuis Op Straat). Zij hebben een signalerende rol.
Als het gaat om financiële ondersteuning bij bijvoorbeeld materialen die jongeren nodig hebben voor school, zijn er verschillende fondsen waar scholen een beroep op kunnen doen.
Tweede voortgangsrapportage 2022
10
1.6.
Onderwijsresultaten
Slagingspercentages De slagingspercentages zijn te vinden in onderstaande tabel. Het totale slagingspercentage van BOOR in 2022 stijgt met 90,8% licht t.o.v. de score in 2021 (90,3%) en 2019 (89,4%). In 2020 was het slagingspercentage met 98,4% uitzonderlijk hoog, vanwege corona en de daarmee samenhangende aangepaste examenvoorwaarden (geen centraal examen). De landelijke benchmark voor 2022 komt in het najaar van 2022. Een analyse van de BOORscores ten opzichte van de landelijke slagingspercentages is daardoor ten tijde van schrijven nog niet mogelijk. Het vmbo-basis en kader blijven stabiel hoog scoren. Het vmbo-basis scoort dit jaar bovendien het hoogst van alle niveaus. Het slagingspercentage van vmbo-t daalt licht, maar is in lijn met de resultaten van voor corona. De havo-afdelingen tonen herstel, maar hebben ook dit jaar met 84,5% de laagste slagingspercentages. Het vwo scoort stabiel. Op 13 van de 31 afdelingen slaagt meer dan 95% van de leerlingen. Dat is 41% van de afdelingen; een mooie prestatie. Op vier afdelingen steeg het slagingspercentage in 2022 meer dan 5%. Op vijf afdelingen daalde het percentage met meer dan 5%. Dat is 19,4% van het totale aantal afdelingen, een fors percentage. Locatie
2018
2019
2020
2021
2022
Aantal examenk andidate n 2022
Leerlinge n examen behaald 2022
vmbo-b
97,7%
95,0%
94,2%
96,6%
98,9%
88
87
vmbo-k
98,4%
90,1%
97,8%
97,1%
99,2%
118
117
vmbo-(g)t
94,3%
92,7%
99,6%
96,9%
93,7%
413
387
havo
85,5%
81,9%
97,7%
80,2%
84,5%
498
421
vwo
91,6%
92,7%
98,8%
92,3%
91,9%
658
605
totaal
91,5%
89,4%
98,4%
90,3%
91,1%
1775
1617
Resultaten eindtoets Zie onderstaande tabel voor de scores op de verschillende eindtoetsen. Uitkomsten laten een stabiel beeld zien, ondanks corona. Er wordt steeds vaker gekozen voor IEP, zowel voor de eindtoets als voor leerlingvolgsysteem. Scholen kiezen hiervoor vanwege de kindvriendelijke opbouw en adaptiviteit.
Tweede voortgangsrapportage 2022
11
Als het gaat om de referentieniveaus taal en rekenen zien we een fors herstel voor het fundamentele niveau voor leesvaardigheid en een daling op het streefniveau. Het lijkt erop dat door de inspanning om de achterstanden in te lopen in combinatie met uitval wegens corona en lerarentekort, er onvoldoende aandacht besteed kon worden aan de bovenpresteerders.
1.7.
Tevredenheid, sociale veiligheid en betrokkenheid
Tevredenheid leerlingen De tevredenheid van ouders en leerlingen met het basisonderwijs laat een redelijk stabiel (en positief) beeld op sectorniveau zien. De leerlingen zijn het meest tevreden over de ondersteuning door de juf of meester en over wát ze leren op school. Ook de ouders blijven tevreden maar zijn op alle items een beetje gezakt. Dit zien we ook landelijk terug. Op scholen waar de leerlingen iets minder tevreden zijn zien we duidelijk dat ouders op deze scholen ook lagere rapportcijfers geven dan leerlingen. In het voortgezet onderwijs zien we een achteruitgang op gemiddelde tevredenheid van leerlingen waarbij het effect van corona zichtbaar is (ook landelijk zien we dit terug). Opvallend genoeg zien we tegelijkertijd een flinke stijging in oudertevredenheid. Door de jaren heen liggen de rapportcijfers van de sector so/vso van BOOR op een hoog niveau zonder veel schommelingen. Alle categorieën scoren boven de BOOR-norm van 7,5 met uitzondering van de leerlingen in het vso, die de vragenlijst van het regulier vo hebben ingevuld. Ook de categorieën ouders so, leerlingen so en leerlingen vso die de vragenlijst hebben ingevuld scoren significant hoger dan de BOOR-norm. Sociale veiligheid In het basisonderwijs zijn de ontwikkelingen in sociale veiligheid en pesten door eigen analyses van de Venster-data steeds scherper in beeld.
Opvallende stijgingen of dalingen op een school zijn altijd aanleiding voor een gesprek met de school over de mogelijke oorzaken. Waar nodig wordt gerichte ondersteuning verleend. In 2019 en 2020 lag het percentage leerlingen binnen BOOR dat gepest werd ongeveer 10% boven het landelijk gemiddelde. In 2021 is dat gezakt naar iets boven het landelijk gemiddelde en die lijn is bestendigd in 2022. Dat is goed nieuws. Tweede voortgangsrapportage 2022
12
In het voortgezet onderwijs zijn de landelijke cijfers op het gebied van veiligheid licht gedaald en dat geldt ook voor de meeste BOOR-locaties. Net als in het basisonderwijs wordt bij opvallende wijzigingen een gesprek gevoerd. De sociale veiligheid in de sector so/vso is hoog en stabiel. Op de vraag: “Ik word gepest door andere leerlingen en ik ben bang voor andere leerlingen” scoort de sector so van BOOR significant beter dan de externe benchmark. Ouderbetrokkenheid We zien ouders binnen BOOR als een cruciale partner in het realiseren van onze beloften: ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de basisvaardigheden taal en rekenen voordat leerlingen de school binnenkomen en zijn van groot belang in het ondersteunen van leerlingen gedurende de schoolloopbaan. Steun en betrokkenheid van ouders is ook essentieel bij de inzet van scholen op burgerschap. Vanuit deze richting wordt door alle BOOR basisscholen ouderbetrokkenheid op een eigen wijze ingevuld. Ouderbetrokkenheid op de scholen is erop gericht om ouders actief te betrekken bij de schoolloopbaan van hun kind en hen te stimuleren hun kind te begeleiden en ondersteunen in de ontwikkeling. De school is gericht op educatief partnerschap met de ouders; opvoeding en onderwijs worden gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
In het kader van ouderbetrokkenheid zien we op de onze scholen concrete activiteiten als: •
Ouderbijeenkomsten gericht op informatie over de school.
•
Rapportgesprekken om ouders op de hoogte te brengen van vorderingen van hun kind.
•
Themabijeenkomsten gericht op maatschappelijke thema's in relatie tot de thuissituatie (huiswerk/ digitale geletterdheid/ omgaan met geld, etc.). Hierbij werkt de school vaak samen met aan school verbonden organisaties, zoals schoolmaatschappelijk werk of ketenpartners uit de wijk zoals bijvoorbeeld het wijkteam, buurthuis, taalscholen, etc.
•
Aanbod van programma's en cursussen, gericht op versterking van oudervaardigheden, die vaak ook op de schoollocatie worden gegeven (Bijvoorbeeld van Indigo: Liever bewegen dan moe/ Pittige jaren of van SOL: Samen leren).
•
Koffieochtenden waarop de ouders elkaar, en mensen van school kunnen ontmoeten en vragen stellen en indien nodig doorverwezen kunnen worden.
•
Inloopochtenden in de klassen waarbij ouders zien wat hun kind leert en ouders bijvoorbeeld uit worden genodigd mee te doen met de lesactiviteit
•
Meedoen met schoolactiviteiten als crea-ochtenden, schoolreisje, MR, etc.
De coördinatie is over het algemeen in handen van een teamlid, de concrete uitvoering gebeurt vaak door een aan de school verbonden ouderconsulent in samenwerking met de schoolmaatschappelijkwerker.
Tweede voortgangsrapportage 2022
13
Om ouderbetrokkenheid te stimuleren is de grondhouding van de school om een goede informele sfeer richting de ouders te creëren van groot belang; ouders krijgen het gevoel welkom te zijn in de school, er is een vlotte communicatie, er is tijd voor een gesprekje, etc.
Tweede voortgangsrapportage 2022
14
2.
Voortgang beleidsambities 2.1.
Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2022
In onderstaande tabel staan alle 36 doelen uit ons jaarplan 2022. Is de voortgang groen gemarkeerd, dan ligt de uitvoering van het doel op schema. Blauwe doelen worden wegens een bijzonderheid in de voortgang in de volgende paragraaf uitgelicht. De reden voor uitlichten is toegelicht in de tekst. #
Sector
Doel
1
BOOR
In 2022 richten we een BOOR leerlingenraad in.
2
BOOR
In 2022 versterken we de kwaliteitszorg. Binnen alle sectoren en op bestuursniveau werken we cyclisch aan kwaliteit, met het 4D-model. De real-time beschikbaarheid van data over onderwijskwaliteit, HR en financiën bouwen we verder uit op school-, sectoren bestuursniveau.
3
BOOR
In 2022 gaat de managementgroep verder met het thema overgangen tussen (s)bao, vo en (v)so. We zorgen voor meer verbinding tussen de sectoren ten gunste van de optimale schoolloopbaan voor onze leerlingen en verkennen nieuwe initiatieven voor maatwerk.
4
BOOR
In 2022 starten we een maatschappelijke adviesraad.
5
BOOR
We maken in 2022 een kennisagenda en maken gebruik van en dragen bij aan wetenschappelijk onderzoek.
6
BOOR
Eind 2022 hebben we inzichtelijk gemaakt hoe de bedrijfsvoeringsprocessen op centraal en decentraal niveau ingericht zijn en hebben we een gedragen plan van aanpak, voorzien van een procesplanning voor de komende jaren, om de bedrijfsvoering bij BOOR toekomstbestendig te maken.
7
VSO
Iedere school voldoet in 2022 minimaal aan de wettelijke opdracht uit de veranderde wetgeving en heeft daarnaast ambities op schoolniveau geformuleerd, passend bij de overkoepelende visie van BOOR en de sector (v)so op het gebied van burgerschap.
8
VSO
Als
onderdeel
van
het
burgerschapsonderwijs
voeren
we
in
de
sector
maatschappelijke diensttijd (MDT) in. In 2022 gaan we hiervoor een leerlijn MDT ontwikkelen en vaststellen. 9
VSO
In 2022 zorgen we voor een goede inbedding van de centrale aanmelding om zorg te dragen voor een soepel instroomproces en plaatsing voor aangemelde leerlingen. Om de kansen voor onze leerlingen op de arbeidsmarkt te vergroten en te zorgen voor een duurzame bestendiging starten we met een uitstroomtrainingscentrum.
10
VSO
We richten in 2022 een gemeenschappelijk stagebureau in. Stageplaatsen worden voor alle leerlingen beschikbaar gesteld, expertise van stagebegeleiders wordt effectief en voor de hele sector ingezet.
11
VSO
In 2022 willen we de beeldvorming van ons speciaal onderwijs verder verbeteren. Met externe profilering als uitgangspunt willen we zorgen voor communicatie en ontmoeting waarbij we alle stakeholders bereiken. We willen hiermee onze identiteit verder versterken en medewerkers, leerlingen en ouders betrekken bij onze ambities. Ook
Tweede voortgangsrapportage 2022
15
willen we hiermee BOOR en onze sector profileren als aantrekkelijke werkgever en medewerkers boeien en binden om te zorgen voor een kwalitatief goede formatiebezetting op de scholen. 12
VSO
De professionele leergemeenschap ‘harmonisatie leerroutes’, waarin alle scholen vertegenwoordigd zijn, brengt een advies uit over hoe het burgerschapsonderwijs en de sociaal emotionele ontwikkeling te monitoren.
13
VSO
In 2022 worden alle leerlijnen in de hele sector op geharmoniseerde wijze gemonitord en zijn er op school- en sectorniveau ambities geformuleerd.
14
VSO
We zetten verdere stappen in het oplossen van het onderwijs-zorgvraagstuk door het ontwikkelen, adviseren en uitwerken van een visie en strategie en daarbij behorende personele consequenties. Dit doen we in samenwerking met onze partners bij de gemeente en zorgaanbieders. Verder zorgen we voor een beschrijving van de onderwijszorgarrangementen en bijbehorende financiering per schoollocatie. We laten ons hierbij adviseren door een onderwijs/zorg adviesteam afkomstig van medewerkers van verschillende scholen uit de sector.
15
VO
We zetten vervolgstappen bij de implementatie van het 4D-model en de doorvertaling naar elke school.
16
VO
In een werkgroep werken we aan het verhogen van de onderwijsresultaten en verbetering van het aanbod van onze havo-afdelingen.
17
VO
We stellen de gesprekkencyclus vast en implementeren deze in BOOT (een beoordelings- en ontwikkelingstool).
18
VO
We ontwikkelen een MD-programma voor talentvolle medewerkers. Voor zittende teamleiders komt er aanbod voor verdere scholing en ontwikkeling.
19
VO
Wij brengen in kaart wat we in de afgelopen anderhalf jaar als waardevolle toepassingen van ICT hebben ervaren en van meerwaarde kan zijn voor de toekomst.
20
VO
We stellen een strategische koers op over de positionering van het openbaar voortgezet onderwijs en gaan het gesprek hierover aan met stakeholders.
21
SBAO
In 2022 heeft elke school een leerlingenraad.
22
SBAO
Elke school beschikt eind 2022 over een specifiek lesaanbod (bijvoorbeeld debatlessen of filosofielessen) voor het leren voeren van de dialoog in tenminste een van de bovenbouwgroepen.
23
SBAO
Eind 2022 maken tenminste 10 en zo mogelijk 15 scholen gebruik van het programma Wereldwijzer, zodat op deze scholen de leerlingen in samenhang kennismaken met een breed palet aan levensbeschouwingen.
24
SBAO
Eind 2022 heeft elke school de activiteiten en resultaten van het eigen burgerschapsaanbod in overeenstemming gebracht met de nieuwe wettelijke eisen en heeft eigen schoolspecifieke ambities geformuleerd die zijn vastgelegd in het schooljaarplan.
25
SBAO
Elke leerling behaalt minimaal het fundamentele niveau, en als dat niet lukt ligt er een duidelijke analyse en een plan van aanpak om dit alsnog te bereiken, inclusief de daarbij benodigde partners.
26
SBAO
Elke school heeft in het schooljaarplan eigen ambities geformuleerd over de te behalen onderwijsresultaten, afgezet tegen de BOOR-mediaan en het landelijk gemiddelde. De
Tweede voortgangsrapportage 2022
16
ambities houden rekening met en worden vertaald naar een aanpak voor de verschillen in prestatieniveaus (onder/gemiddeld/boven) van leerlingen. Beoogd resultaat: schoolteams hebben hun ambitie bepaald passend bij de Koers (‘hoge ambities voor leerlingen en onszelf’) en hun specifieke context (BOORmediaan). 27
SBAO
Eind 2022 hebben de onderwijsprofessionals van ieder schoolteam een training in het duiden van data gevolgd teneinde de beschikbare data te kunnen benutten bij het opstellen van de leerstrategieën.
28
SBAO
Scholen die volgens de BOOR-norm goed presteren starten voorbereidingsprocedure voor de waardering goed van de onderwijsinspectie.
de
29
SBAO
We stellen een protocol op waarin we de spelregels voor de omgang met elkaar, leerlingen en ouders vastleggen en waarin een open houding, verbinding en dialoog centraal staan. In 2022 zijn ondersteunende trainingen beschikbaar voor medewerkers inzake gespreksvoering en dialoog. Beoogd resultaat is een verhoogde ervaren sociale veiligheid op de scholen.
30
SBAO
In 2022 wordt voor ieder schoolgebouw onderzocht wat nodig is voor een veilig, duurzaam en comfortabel gebouw. De uitkomsten worden vastgelegd in een plan per school. Beoogd resultaat is inzicht in eventuele noodzakelijke verbeteringen en een planning voor de realisatie ervan.
31
SBAO
Elke onderzoeksgroep, primoraat en PLG verzorgt in 2022 een masterclass/webinar teneinde de beschikbare kennis toegankelijk te maken en ter beschikking te stellen aan alle schoolteams. Beoogd resultaat is het evidence informed werken en vernieuwen zoals vastgelegd in de schooljaarplannen te ondersteunen.
32
SBAO
Op basis van een in het eerste kwartaal vastgestelde norm voor digitale bekwaamheid wordt in 2022 bij alle medewerkers een ICT-scan afgenomen. Voor iedereen die niet aan de norm voldoet wordt een ontwikkelplan vastgesteld. Medio 2022 is een online scholingsaanbod beschikbaar om te werken aan verbetering van de digitale bekwaamheid. Beoogd resultaat: inzicht in en planmatige verbetering van de digitale bekwaamheid van de schoolteams.
33
SBAO
In 2022 wordt de beschikbare informatie van de schoolfoto over onderwijskwaliteit, HR en financiën uitgebreid met informatie uit de tevredenheidsmetingen en over signalen. De actualisatie van informatie over onderwijsresultaten wordt geautomatiseerd via het gebruik van de Power BI-tool. Beoogd resultaat: betere beschikbaarheid van actuele informatie over onderwijsresultaten voor schoolteams om de toepassing van het 4Dmodel (fasen data en duiden) te versterken.
34
SBAO
De bestaande programma’s voor nieuwe medewerkers (OP en OOP) en het leiderschapstraject worden in 2022 doorontwikkeld naar een integraal talentmanagementprogramma voor al het personeel in de sector, dat voortdurende ontwikkeling en werken aan loopbaanperspectief via diverse specialisatieroutes (teacher tracks) faciliteert. In 2022 starten we met een zij-instroomtraject voor schoolleiders en IB-ers. Beoogd resultaat: Invulling geven aan goed werkgeverschap op basis van het uitgangspunt ‘ieder talent telt’.
35
SBAO
In 2022 wordt op basis van een nulmeting en een analyse van de beschikbare data in samenspraak met de scholen een werkdrukplan voor het (s)bao opgesteld. Eind 2022 wordt opnieuw een werkdrukmeting gehouden. Beoogd resultaat is beter inzicht in en daling van de ervaren werkdruk.
Tweede voortgangsrapportage 2022
17
36
SBAO
In 2022 worden de scholen die daar op grond van de roadmap ICT voor in aanmerking komen aangesloten op de centrale ICT-omgeving (wifi 90% van de scholen, veilig internet 75%, bestanden en mail in BOOR-omgeving 75% en werkplekkenbeheer door BOOR 50%). Indien mogelijk qua menskracht en financiën wordt een versnelling aangebracht in de uitrol van de roadmap. Beoogd resultaat is beschikbaarheid van betrouwbare, veilige en moderne ICT-infrastructuur.
2.2. 1
Uitgelicht BOOR
In 2022 richten we een BOOR leerlingenraad in.
Eén van de manieren om op school kennis te maken met de beginselen van de democratische rechtstaat is de deelname van leerlingen aan een leerlingraad. Een flink aantal scholen heeft een leerlingraad of zal deze in schooljaar 2022/2023 inrichten, maar op basis van gesprekken en de analyse van schoolplannen is het duidelijk dat er nog veel verschillen zijn in het functioneren van de leerlingraden. Op basis van een kort onderzoek bekijken we het komend jaar de effectiviteit van leerlingraden en verzamelen en delen we goede voorbeelden. We onderzoeken hoe we de koppeling met de BOOR brede leerlingenraad kunnen vormgeven en stellen hiervoor een advies op. 6
BOOR
Eind 2022 hebben we inzichtelijk gemaakt hoe de bedrijfsvoeringsprocessen op centraal en decentraal niveau ingericht zijn en hebben we een gedragen plan van aanpak, voorzien van een procesplanning voor de komende jaren, om de bedrijfsvoering bij BOOR toekomstbestendig te maken.
De nulmeting naar de staat van de bedrijfsvoering van BOOR op kwantitatief en kwalitatief niveau is afgerond. De sessies “stip aan de horizon” hebben in het voorjaar plaatsgevonden met het management van de sectoren en BOOR Services en vormen de basis voor de concept-visie en ambitie voor de bedrijfsvoering van BOOR en de daaruit voortvloeiende programmaopdracht voor de transitie. De resultaten van de nulmeting zijn hierin meegenomen. Daarnaast wordt het resultaat van een nadere verdieping op integraal management en integrale verantwoordelijkheid opgenomen in de visie bedrijfsvoering. Naar verwachting kan aan het einde van 2022 hierover besluitvorming plaatsvinden. Tegelijkertijd wordt gekeken hoe de kwaliteit van de dienstverlening in de bedrijfsvoering op korte termijn bij een aantal processen kan worden verbeterd. Bij het opstellen van het jaarplan 2023 zoeken we de verbinding met de ambities zoals opgenomen in de visie en ambitie bedrijfsvoering.
Tweede voortgangsrapportage 2022
18
11 VSO In 2022 willen we de beeldvorming van ons speciaal onderwijs verder verbeteren. Met externe profilering als uitgangspunt willen we zorgen voor communicatie en ontmoeting waarbij we alle stakeholders bereiken. We willen hiermee onze identiteit verder versterken en medewerkers, leerlingen en ouders betrekken bij onze ambities. Ook willen we hiermee BOOR en onze sector profileren als aantrekkelijke werkgever en medewerkers boeien en binden om te zorgen voor een kwalitatief goede formatiebezetting op de scholen.
In de afgelopen maanden hebben medewerkers van de sector op landelijke en regionale bijeenkomsten gesproken en meegedacht over ontwikkelingen in het speciaal onderwijs binnen en buiten BOOR. We worden veel gevraagd als partner bij regionale ontwikkelingen. BOOR (v)so is koploper, trendsetter en inhoudelijk expert aan het worden als het gaat om onderwijsinhoudelijke innovaties die leiden tot maximale kindkansen en bestendiging in het uitstroomperspectief. Binnen BOOR is de werkgroep inclusie opgericht; hierin denken medewerkers uit de verschillende sectoren mee en zijn ook leerlingen bevraagd. Vanuit de werkgroep 'opleiden voor gespecialiseerd onderwijs' (Anders Organiseren) en in samenwerking met de gemeente is al veel bereikt in de beeldvorming naar de lerarenopleidingen. Inholland is dit schooljaar (2022-2023) met een zij-instroom opleiding voor het (v)so gestart. Dit schooljaar ontwikkelt Hogeschool Rotterdam een opleiding die volgend schooljaar start, waarbij studenten vanaf het tweede jaar kunnen kiezen voor een expertise in het speciaal onderwijs. Deze werkgroep heeft ook een Rotterdam-brede database/menukaart ontwikkeld, waarop alle (v)so scholen én opleidingen in één overzicht staan, zodat uiteindelijk eenvoudig te vinden is waar welke expertise ligt en men elkaar snel kan vinden.
Een fysieke sectordag voor alle medewerkers kon wegens coronamaatregelen geen doorgang vinden. In plaats hiervan is een webinar voor alle medewerkers georganiseerd waarin ontwikkelingen op de scholen zijn gedeeld in het kader van de ontwikkelambitie. Ook presenteerden adviesteams van medewerkers hier hun adviezen over de sectorambities aan de scholen. Ouders, leerlingen en oud-leerlingen zijn gevraagd om mee te werken aan dit webinar en hun ervaringen met de verschillende ontwikkelingen en projecten te delen. Er zijn twee communicatiemedewerkers aangenomen specifiek voor de sector so/vso om de profilering en beeldvorming verder te versterken.
Tweede voortgangsrapportage 2022
19
14 VSO We zetten verdere stappen in het oplossen van het onderwijs-zorgvraagstuk door het ontwikkelen, adviseren en uitwerken van een visie en strategie en daarbij behorende personele consequenties. Dit doen we in samenwerking met onze partners bij de gemeente en zorgaanbieders. Verder zorgen we voor een beschrijving van de onderwijszorgarrangementen en bijbehorende financiering per schoollocatie. We laten ons hierbij adviseren door een onderwijs/zorg adviesteam afkomstig van medewerkers van verschillende scholen uit de sector.
Een adviesteam bestaande uit medewerkers van verschillende scholen uit de sector heeft een advies uitgebracht over het onderwijs-zorgvraagstuk. Dit advies is gepresenteerd aan alle medewerkers in de sector. Een expertteam gaat adviseren bij de uitvoering. Langs verschillende lijnen wordt gewerkt aan het oplossen van het onderwijs-zorgvraagstuk: •
Met verschillende partners en stakeholders hebben we het onderwijs-zorgvraagstuk verder verkend en overleg gevoerd over paramedici in dienst van het onderwijs die zorg verlenen. Een gevolg hiervan is onder andere dat onze paramedici die in dienst waren bij de Tyltylschool per 1 januari 2023 in dienst komen bij zorgaanbieder Rijndam. Gesprekken met een andere zorgaanbieder, Laurens, zijn opgestart.
•
Er is een concept leerrechtnotitie opgesteld waarin de samenwerking in onze leerrechtgroepen tussen gemeente, zorgaanbieders en onderwijslocaties verder uitgewerkt is. Verder is er een nieuwe aanbesteding voor de OZA's (onderwijszorgarrangementen) uitgebracht.
•
De bovenschools directeur neemt deel aan bovenschools regionaal overleg geïnitieerd door Koers VO in samenwerking met andere samenwerkingsverbanden in de regio om afspraken te maken over leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs die zorg nodig hebben.
•
De werkgroep onderwijs- zorg is opgericht in samenwerking met BOOR, Horizon en Yulius, Koers VO en PPO om te komen tot een gezamenlijke notitie met een beschrijving van de verschillende onderwijszorgarrangementen.
In het jaarplan van 2023 hebben we een doel opgenomen om samen met de afdelingen financiën en huisvesting van BOOR Services een financiële analyse per locatie te maken met een meerjaren risico-taxatie. 16 VO
In een werkgroep werken we aan het verhogen van de onderwijsresultaten en verbetering van het aanbod van onze havo-afdelingen.
De resultaten van het eindexamen - en in het bijzonder van de havo - blijven thema’s van continue aandacht. Natuurlijk heeft corona een effect, maar we realiseren ons dat we betere doorstroom en eindresultaten het best kunnen realiseren als we met elkaar samenwerken en kennis en kunde delen. In de werkgroep havo hebben we een goede start gemaakt met kennisdeling. We zitten nu in de fase dat er veel data beschikbaar zijn. Op basis daarvan en
Tweede voortgangsrapportage 2022
20
aan de hand van evidence based werkwijzen wordt een plan van aanpak opgesteld en zetten we dit traject voort. 20 VO We stellen een strategische koers op over de positionering van het openbaar voortgezet onderwijs en gaan het gesprek hierover aan met stakeholders.
We zijn met elkaar in gesprek over de strategische positionering van het openbaar voortgezet onderwijs in Rotterdam. Aan de orde is onder andere de vraag of we een bereikbaar en verspreid onderwijsaanbod hebben voor de leerlingen in Rotterdam op dit moment en in de toekomst. We zijn in contact met mbo, hbo en wo en betrekken nu ook de collega's van het openbaar basisonderwijs bij de koersbepaling. 30 (S)BAO In 2022 wordt voor ieder schoolgebouw onderzocht wat nodig is voor een veilig, duurzaam en comfortabel gebouw. De uitkomsten worden vastgelegd in een plan per school. Beoogd resultaat is inzicht in eventuele noodzakelijke verbeteringen en een planning voor de realisatie ervan.
Met 122 locaties en ca. 260.000 vierkante meter aan vastgoed heeft BOOR een omvangrijke portefeuille waarin veel investeringen nodig zijn. Inmiddels is in kaart wat er nodig is om de gehele portefeuille naar een hoger plan te tillen. In de periode 2021 tot 2030 zullen circa 35 schoollocaties worden vervangen of gerenoveerd met gemeentelijke IHP-middelen. Door deze grote vervangingsopgave ontstaat een portefeuille van gebouwen die veilig zijn en voor een groot deel duurzaam en comfortabel. De locaties die duurzamer moeten worden en waar het comfort omhoog moet, zijn volledig in beeld. Circa 30 locaties staan nu (nog) niet in het IHP en hier zijn geen gemeentelijke middelen voor beschikbaar. Voor BOOR gaat het om 25 mln. euro (12,5 mln. voor ventilatie en 12,5 mln. voor verduurzaming). BOOR probeert subsidies binnen te halen voor een aantal van deze locaties. Ook bekijken we wat BOOR aan investeringsmiddelen kan vrijmaken om op basis daarvan de prioritering aan te brengen over de locaties. We begeleiden de genoemde bouwprojecten volgens een standaard werkwijze waarin met regelmaat afstemming plaatsvindt met de gemeente volgens een vaste fasering. Op het moment van schrijven wordt gewerkt aan zes businesscases. In deze businesscases staan alle uitgangspunten die uitgewerkt moeten worden in het ontwerp. Ook de financiële en stedenbouwkundige kaders worden hierin meegenomen.
Er zitten acht nieuwbouwprojecten in de ontwerpfase en er is op zeven locaties gestart met de bouw. De volgende projecten zijn recent afgerond: - KC IJsselmonde, een nieuw gebouw van 3200 m2 is opgeleverd; - de Eduard van Beinum, een gerenoveerd gebouw van 1500 m2; - de Fridtjof Nansen, een nieuw gebouw van 2600m2.
Tweede voortgangsrapportage 2022
21
Om de nieuwbouw mogelijk te maken moet er ook veel worden verhuisd en tijdelijke huisvesting gereed worden gemaakt. In de schoolvakanties van dit jaar zijn er negen grootschalige verhuizingen geweest naar tijdelijke locaties of naar het nieuwe gebouw. Een resultaat om trots op te zijn. 31 (S)BAO Elke onderzoeksgroep, primoraat en PLG verzorgt in 2022 een masterclass/webinar teneinde de beschikbare kennis toegankelijk te maken en ter beschikking te stellen aan alle schoolteams. Beoogd resultaat is het evidence informed werken en vernieuwen zoals vastgelegd in de schooljaarplannen te ondersteunen.
Vanuit de Onderzoeksagenda3 streven we naar een onderzoekende houding en cultuur, kennisbenutting en kenniscreactie. Evidence-informed werken op scholen is hierbij vanzelfsprekend, kennis is toegankelijk en wordt benut om de praktijk verder te ontwikkelen. Samen met partners doen we onderzoek naar de grootste uitdagingen in het Rotterdamse onderwijs zoals Kansengelijkheid en Effectief Taalonderwijs. De afgelopen periode deden we dat via: •
Twee praktijkonderzoeken van de eerste lichting primoren in het sbao over ‘Eigenaarschap van leerlingen’ en 'Burgerschapsonderwijs in relatie tot openbaar onderwijs’. De primoren rondden het onderzoek af middels posterpresentaties. Twee nieuwe onderzoeken starten dit schooljaar aan de hand van het thema ‘De school als lerende en professionele organisatie’ uit de NRO-kennisagenda.
•
Onderzoek met partners Universiteit van Maastricht, Sardes en FOKOR naar de invloed van professionele leergemeenschappen (PLG's) op passende advisering en plaatsing in het vo. De vijf bijeenkomsten met vier PLG's zijn afgerond, aan de resultaten en conclusies van het onderzoek wordt momenteel gewerkt. Deze worden gedeeld tijdens de PO-VO conferentie op 12 oktober 2022.
•
Twee haardvuursessies die zijn georganiseerd in samenwerking met de beroepsvereniging academici basisonderwijs (BAB) voor academische basisschool leerkrachten over 'Superdiverse scholen’ en ‘Agency rondom leerlingen’.
•
11 Masterclasses met name voor het (s)bao over onder andere 'Ruimte geven aan thuistalen en effectief begrijpend leesonderwijs’.
•
Participatie in de koplopersgroep van academische leerkrachten van de PO-raad.
•
De Kennisagenda Rotterdam Zuid, waarin basisscholen van BOOR en PCBO (en een school van RVKO en SIPOR) gebruik maken van de kennis uit onderzoek van de Rotterdamse hogescholen en de EUR op het vlak van taalverwerving. Ook wordt op deze scholen onderzoek verricht door onderzoekers van de Rotterdamse kennisinstituten.
3
Vanuit de Onderzoeksagenda streven we naar een kenniscultuur, kennisbenutting en kenniscreatie. Evidence-informed werken op scholen is hierbij vanzelfsprekend, kennis is toegankelijk en wordt benut om de praktijk verder te ontwikkelen. Samen met partners doen we onderzoek naar de grootste uitdagingen in het Rotterdamse onderwijs zoals Kansengelijkheid en Effectief Taalonderwijs.
Tweede voortgangsrapportage 2022
22
In schooljaar 2022/2023 verschuift de focus van het (s)bao naar alle sectoren bij BOOR. We onderzoeken wat scholen in het (v)so en vo al ondernemen op het gebied van onderzoek en evidence-informed werken en wat aanvullende, passende activiteiten zijn.
Tweede voortgangsrapportage 2022
23
3.
Financiën 2022 Het financiële beeld over 2022 is als volgt:
Omschrijving
Begroting jan - Realisatie janaug 2022 aug 2022
Begroting 2022
Forecast 2022
Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW
209.511
222.482
301.895
337.043
Overige overheidsbijdragen
10.271
10.475
17.434
15.970
Overige baten
7.630
9.924
11.359
15.301
Totaal baten
227.412
242.881
330.688
368.314
Personele lasten
182.700
189.842
273.312
295.075
Huisvestingslasten
13.543
12.293
20.314
22.861
Afschrijvingen
4.694
5.979
7.112
6.945
Overige materiële lasten
21.787
20.263
32.583
33.109
Totaal lasten
222.724
228.377
333.321
357.990
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
4.687
14.504
-2.633
10.324
Financiële baten en lasten
-310
-303
-465
-430
Exploitatieresultaat
4.378
14.201
-3.097
9.894
Totaal mutatie bestemmingsreserves
361
-9.336
542
-8.108
Resultaat na bestemmingsreserves
4.739
4.865
-2.555
1.786
Lasten
Het verwachte resultaat over 2022 na bestemmingsreserves is € 1,8 miljoen positief. Ten opzichte van de begroting van € -2,6 miljoen negatief, is dit een verbetering van € 4,3 miljoen. De belangrijkste verklaring voor de batenkant betreft indexatie van de inkomsten rijksbijdrage voor 2021/2022 (=nabetaling) en 2022/2023 in de sectoren (s)bao en (v)so. De prijsaanpassingen ten opzichte van eerder gepubliceerde regelingen bekostiging personeel zijn fors te noemen. Dit is met name het gevolg van de afspraken in het Onderwijsakkoord dat naar aanleiding van het coalitieakkoord is gesloten. Hiermee is onder andere geld beschikbaar gekomen voor het dichten van de loonkloof met het vo. Daartegenover staan aan de lastenkant de nabetalingen aan medewerkers als gevolg van de nieuw afgesloten CAO’s en tijdelijke extra tegemoetkoming voor reiskosten. Ook zijn de financiële effecten gestegen inflatie verwerkt, alsook de financiële effecten van het openbreken van lopende energiecontracten. De kosten voor de oprichting van de Oekraïense school zijn verwerkt in het verwachte resultaat van 2022. Deze kosten worden gedekt door de nieuwkomerbekostiging van OCW en door een bijdrage van de gemeente.
Tweede voortgangsrapportage 2022
24
In de volgende hoofdstukken wordt een meer gedetailleerde toelichting gegeven op de belangrijkste verschillen en ontwikkelingen. Hierbij maken we het voorbehoud dat er mogelijk nog kosten komen die samenhangen met de prijsaanpassingen door OCW.
3.1.
Algemeen
De forecast 2022 is tot stand gekomen door het samenvoegen van de individuele verwachtingen van de scholen en ABB (Bestuur en BOOR Services). De schoolleiding heeft bij het maken van de forecast rekening gehouden met onder meer de volgende ontwikkelingen, zoals ze op dat moment bekend waren: •
Ontwikkeling rijksbijdragen conform de laatst bekende regelingen van OCW;
•
De salarislasten zijn berekend volgens de laatst afgesloten CAO’s.
•
Werkelijke leerlingaantallen in het lopende schooljaar;
•
Nationaal Programma Onderwijs (NPO). De tarieven voor het schooljaar 2022-2023 zijn hoger geworden dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Voor het vo geldt daarnaast ook dat door een wijziging van de betaalmomenten de baten hoger zijn. Voor verdere toelichting op de financiële effecten van NPO inclusief arbeidsmarkttoelage wordt verwezen naar paragraaf 3.2.
•
De inkomsten ROB zijn in 2022 gebaseerd op de beschikking 2021-2022 voor de eerste zeven maanden en de aanvraag 2022-2023 voor de laatste vijf maanden;
•
Ontwikkeling van de personele bezetting, hierin is ook de extra inzet voor de uitvoering van NPO opgenomen.
•
Ontwikkeling van de huisvestingslasten, leermiddelen en ICT uitgaven inclusief de uitgaven voor de uitvoering van NPO.
•
In de huisvestingslasten is ook rekening gehouden met stijging van de energielasten vanaf het vierde kwartaal, wegens contract beëindiging.
•
Eind 2021 zijn de bestemmingsreserves gevormd voor NPO, ICT tempoversnelling, strategische opgaves vo en het wegvallen van de vordering op OCW als gevolg van de invoering van de vereenvoudigde bekostiging po. De bestemmingsreserve werkdruk vo is eind 2019 gevormd. In de forecast 2022 zijn kosten van de ICT tempoversnelling, werkdruk vo en het wegvallen van de vordering OCW opgenomen. De bestemmingsreserves voor ICT en werkdruk vo vallen deels in 2022 vrij. Die voor de vordering OCW valt volledig in 2022 vrij. De uitvoering van de bestemmingsreserve strategische opgaves vo is niet meegenomen in de forecast 2022. De plannen hiervoor moeten nog worden gemaakt.
•
Subsidies waarover nog geen zekerheid is dat deze worden toegekend, zijn niet verwerkt in de forecast en begroting.
3.2.
Toelichting op het verwachte resultaat (forecast) 2022
De 2e forecast 2022 laat een positief resultaat voor verwerking van mutaties in de bestemmingreserve zien van € 9,9 miljoen. Dit is € 12,9 miljoen hoger dan was begroot. Dit
Tweede voortgangsrapportage 2022
25
wordt voor € 12,5 miljoen verklaard door NPO: enerzijds zijn de baten € 8,3 miljoen hoger, anderzijds zijn de lasten NPO € 4,2 miljoen lager dan in de begroting was opgenomen. In de begroting is als uitgangspunt genomen dat de NPO baten volledig benut worden in het jaar waarvoor ze zijn toegekend. Indien de scholen nog geen volledige bestemming hadden, is het restant van het beschikbare budget in de begroting opgenomen alsnog te realiseren personeelskosten. In de forecast zijn de kosten voor de NPO-activiteiten gebaseerd op de gevormde plannen. Niet bestede middelen in 2022 blijven beschikbaar voor de scholen om de NPO-activiteiten uit te voeren gedurende de verlengde bestedingstermijn tot en met schooljaar 2024-2025. In de forecast zijn de kosten voor de ICT-tempoversnelling (€ 1,1 miljoen) opgenomen. De huisvestingslasten zijn € 2,5 miljoen hoger, dit betreft met name hogere kosten voor energie als gevolg van de gestegen tarieven in het laatste kwartaal van 2022. Ook de kosten voor schoonmaak en onderhoud zijn toegenomen. Voor de overige verschillen wordt verwezen naar paragraaf 3.3 en 3.4. De mutatie in de bestemmingsreserves is als volgt opgebouwd:
Omschrijving Exploitatieresultaat Onttrekking bestemmingsreserve vo convenant 2019
Begroting jan - Realisatie janaug 2022 aug 2022
Begroting 2022
4.378
14.201
-3.097
361
225
542
Onttrekking bestemmingsreserve ICT tempoversnelling
738
Onttrekking bestemmingsreserve wegvallen vordering OCW Toevoeging aan bestemmingsreserve NPO
Forecast 2022 9.894 337 1.098
600
3.000
-10.898
-12.543
Totaal mutatie bestemmingsreserves
361
-9.336
542
-8.108
Resultaat na bestemmingsreserves
4.739
4.865
-2.555
1.786
In het vo wordt de bestemmingsreserve werkdruk naar verwachting minder ingezet dan begroot. De bestemmingsreserves ICT-tempoversnelling, vordering OCW en NPO zijn gevormd nadat de begroting is opgesteld. Voor het wegvallen van de vordering OCW geldt dat de bestemmingsreserve (€ 3,0 miljoen) niet dekkend is omdat in de begroting de mindere baten al waren verwerkt (€ 8,0 miljoen). Verwacht wordt dat na 2022 € 12,5 miljoen aan de bestemmingsreserve NPO wordt toegevoegd. Na verwerking van de verwachte mutaties in de bestemmingsreserves (€ - 8,1 miljoen) zal het resultaat € 1,8 miljoen zijn. Ten opzichte van de begroting een verbetering van het resultaat van € 4,2 miljoen.