[22bb007678] Bijlage 1 behorende bij 22bb7638 - Onderzoeksrapport cameratoezicht
Tekst van het document
Bijna alle gesproken observanten zijn over het algemeen tevreden over de kwaliteit van de camera’s. Hoewel de kwaliteit voldoet, merkten meerdere observanten wel op dat de joystick niet altijd soepel meebeweegt en bij een aantal camera’s soms een storing is waardoor er ruis in het beeld te zien is.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
28
5.3.2
Incidenten waarnemen Waargenomen incidenten Zoals hierboven beschreven zijn er twee verschillende manieren waarop incidenten waargenomen kunnen worden: een eigen waarneming of na een verzoek tot meekijken vanuit de politie. Op basis van de registraties uit de toezichtcentrale komt naar voren dat er in 2019 in totaal 35.330 incidenten zijn geregistreerd. In 2020 en 2021 ligt het totaal aantal incidenten aanmerkelijk lager, respectievelijk 23.326 en 22.103 incidenten. Het lagere totaal incidenten in de laatste twee jaar valt te verklaren door de getroffen maatregelen als gevolg van covid-19. In 2019 werd meer dan de helft (60%) van de incidenten geregistreerd na een verzoek van de politie en de rest na een eigen waarneming (40%). In 2020 en 2021 lag het aandeel eigen waarnemingen lager (respectievelijk 30% en 32%). Van alle eigen meldingen werd in de jaren 2019 - 2021 ongeveer de helft werd opgevolgd door inzet van de politie op straat (50%-55%).
Tabel 5.1
Totaal aantal incidenten en eigen waarnemingen, 2019-2021, aantallen 2019
2020
2021
Totaal incidenten
35.330
23.326
22.103
Eigen waarneming
14.226 (40%)
7.016 (30%)
7.171 (32%)
7.035 (50%)
3.820 (55%)
3.815 (53%)
Waarvan opvolging politie-inzet
Eigen waarnemingen In het laatste ‘normale’ jaar (2019) werden 14.226 eigen waarnemingen geregistreerd, bij de helft (50%) volgde opvolging door de politie op straat. Er werden dus gemiddeld een kleine 39 eigen waarnemingen per dag gedaan, waarbij gemiddeld twintig keer per dag de politie op een incident af ging. Deze incidenten zouden zonder het cameratoezicht zijn gemist. In de centrale wordt niet gestructureerd en eenduidig bijgehouden wat het resultaat van de opvolging op straat was (bijvoorbeeld een waarschuwing, verbalisering of aanhouding), hierdoor kunnen we niet verder ingaan op de meerwaarde van de eigen waarnemingen. Ook kan er bij de cijfers over het type incidenten geen uitsplitsing gemaakt worden voor de eigen waarnemingen omdat dit niet wordt geregistreerd. Tijdens de observaties en de gesprekken met de observanten bleek dat eigen waarnemingen veelal gaan over wildplassen, rijden onder invloed of gevaarlijk rijgedrag of overlast door alcohol/ drugs. Maar elke observant gaf aan wel eens een zwaar incident zelf te hebben waargenomen. Het ging dan meestal om vechtpartijen of mishandelingen, maar ook woninginbraak of wapenbezit werd genoemd. Observanten gaven aan dat bij eigen waarnemingen in de categorie prio 1 of prio 2 altijd opvolging volgt door de politie.
Maar bij minder zware incidenten, zoals wildplassen, overlast of een ‘onderbuikgevoel dat iets niet pluis is’ komt het relatief vaak voor dat er geen politie-inzet beschikbaar is voor de melding. In die gevallen kijkt de wachtcommandant zelf mee voor de inschatting. Via de supervisor van de politie staan de observanten in contact met de meldkamer van toezicht en handhaving. Daarnaast grenst de meldkamer van toezicht en handhaving aan de uitkijkcentrale en kunnen observanten ook zelf iets doorgeven door naar de aangrenzende meldkamer van de gemeente te lopen. Een aantal observanten vindt dat de lijn met toezicht en handhaving sterker mag worden, bijvoorbeeld door een directe verbinding via de portofoon. Ze zien veel
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
29
‘kleine ergernissen’, zoals alcoholgebruik op straat of verkeerd aangeboden afval, waar Boa’s op afgestuurd zouden kunnen worden. Ook geven zij aan dat het cameratoezicht zou kunnen zorgen voor de verhoging van de eigen veiligheid van de Boa’s als de observanten in directe verbinding zouden staan (via een portofoon). Op dit moment loopt er een pilot met toezicht en handhaving om meer gerichte observaties door te geven. Bijna alle gesproken observanten vindt de kwaliteit van de camera’s voldoende. Sinds 2020 zijn alle camera’s digitaal (in plaats van analoog) en dit is merkbaar. Meerdere observanten merkten wel op dat bij een aantal cameragebieden relatief vaak voorkomt dat de joystick blijft hangen of doorschiet, er een storing bij een camera is die niet direct verholpen kan worden en het beeld traag meebeweegt. Alle observanten gaven aan dat er een groot verschil is tussen het uitkijken in de nacht ten opzichte van overdag. Zo is het in de nacht bijvoorbeeld ontzettend lastig om een gezicht of kenteken goed in beeld te brengen. Ten slotte worden soms camera’s verplaatst van plekken die de observanten als nuttig beschouwden.
Tijdens de observaties waren we getuige van verschillende eigen waarnemingen door de observanten. Ter illustratie beschrijven we hieronder een aantal van deze incidenten. •
Observant loopt op maandagmiddag de camera’s af in zijn gebied. Bij een metrostation valt zijn oog op twee mannen met een onrustig tempo heen en weer lopen. Dan ziet hij dat eentje ook een honkbalknuppel vast heeft. Voor de observant is dit een signaal om contact op te nemen met de wachtcommandant uit het betreffende gebied en de beelden door te zetten zodat deze persoon kan beoordelen of hij politie erop af stuurt. De wachtcommandant vindt het reden genoeg om zijn mensen ter plekke te laten gaan. De politie neemt vervolgens de honkbalknuppel in beslag. Ongeveer een uur later ziet de observant dezelfde twee personen voor een winkelcentrum staan. Ze slaan op een ruit en benaderen voorbijgangers op een agressieve manier. De observant neemt weer contact op met de wachtcommandant en zet de beelden door. De wachtcommandant geeft aan dat er op het moment niet voldoende capaciteit is om erop af te gaan, maar houdt de situatie wel in de gaten. De twee mannen vervolgen hun tocht en verdwijnen uit zicht van de camera’s. Na twee uur, geeft een collega observant, aan dat de twee mannen in zijn gebied zijn. Ze maken nog steeds een onrustige indruk en de collega houdt ze daarom in beeld. Niet veel later gooit een van de twee mannen een fles stuk op de grond en komt in een worsteling met een voorbijganger. Reden om weer de wachtcommandant in te schakelen.
De wachtcommandant stuurt politie erop af en uiteindelijk ziet de observant dat één van de twee mannen wordt aangehouden.
•
Op dinsdagmiddag loopt een observant haar beelden in het werkgebied langs. Ze let op afwijkend gedrag en haar aandacht valt op een taxichauffeur die volgens haar erg gevaarlijk rijdt. Ze volgt de taxichauffeur via meerdere camera’s en ziet dat hij door rood rijdt en op gevaarlijk inhaalt in een drukke straat in de binnenstad. Reden genoeg voor haar om de lokale wachtcommandant te bellen om haar constatering door te geven en de beelden door te zetten zodat de politie meekijkt. De wachtcommandant laat weten dat er onvoldoende agenten op straat beschikbaar zijn om erop af te sturen. De observant blijft de taxichauffeur volgen en ziet dat het gevaarlijke rijgedrag aanblijft. Wanneer de taxichauffeur buiten het
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
30
zichtgebied is maakt ze een melding in het systeem door het voorval te beschrijven en het bewijs erbij te voegen als er later eventueel nog gebruik van gemaakt moet worden.
In de periode 2019-2021 is het volgende aantal constateringen vanuit de toezichtcentrale doorgezet naar de meldkamer van Stadsbeheer. We kunnen geen uitspraken doen over het type meldingen en de opvolging van deze meldingen omdat dit niet geregistreerd wordt. Een respondent gaf aan dat de meest voorkomende meldingen voor verkeerd aangeboden grofvuil zijn, gevolgd door meldingen voor het meekijken ten behoeve van de veiligheid van toezichthouders en handhavers op straat.
5.3.3
•
2019: 490
•
2020: 541
•
2021: 845
Steuntje in de rug Bij de meerderheid van de geregistreerde incidenten ging het om ‘meekijken’: als de politie optreedt op een plek die ook in beeld is van de camera’s, doet de politie vaak een verzoek om mee te kijken. De observanten zetten de beelden dan door naar de wachtcommandant om de politie op straat te ondersteunen. De observant en de wachtcommandant kijken dan beiden naar de beelden en de observant bestuurt de beelden (en kan aanwijzingen krijgen vanuit de wachtcommandant).
Tijdens de observaties waren we getuige van een aantal verzoeken vanuit de politie om mee te kijken. Ter illustratie een aantal voorbeelden: •
Op donderdagochtend krijgt de observant een melding vanuit de meldkamer van de politie dat er een kenteken is gesignaleerd via een ANPR-camera. De bestuurder van de auto met dit kenteken had eerder op de dag een verkeersregelaar mishandeld. De observant schakelt gelijk naar de camera’s in het betreffende gebied, krijgt al snel de gezochte auto in beeld en zet de beelden direct door naar de meldkamer zodat hier meegekeken kan worden. De collega observant van het aangrenzende cameragebied zet alvast de camera’s in de juiste positie zodat er een mooi totaal beeld ontstaat van waar de auto rijdt. De meldkamer assisteert de politieauto’s op straat en niet veel later wordt de auto klemgereden door de politie en arresteren ze de bestuurder.
•
Een observant krijgt op donderdagmiddag het verzoek van de politie om mee te kijken omdat er een winkeldiefstal heeft plaatsgevonden en de verdachten op de vlucht zijn geslagen. Samen met zijn collega’s naast hem schakelen ze de juiste camera’s in. Ze zien dat twee verdachten op straat ingerekend worden door de politie, maar een derde verdachte een andere richting oprent en zo ontkomt. Ze zien hem een parkeergarage inrennen en geven dit door aan de wachtcommandant. Doordat de observanten maximaal 10 minuten terug kunnen kijken krijgen ze de signalementen goed in beeld en geven dit later gedetailleerder door. De derde verdachte wordt uiteindelijk niet gevonden. De observant maakt een melding in het systeem en voegt het bewijsmateriaal toe.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
31
•
Op vrijdagavond hoort de observant via de portofoon die in verbinding is met de meldkamer een melding van een schietincident. Het incident valt net buiten de cameragebieden, maar hij kijkt op de kaart waar het incident heeft plaatsgevonden en schakelt de beelden van de dichtstbijzijnde camera’s in. Hij heeft de signalementen niet helemaal goed gehoord via de portofoon maar de supervisor leest dit op vanuit het GMS-systeem. Op de beelden kijkt hij of hij personen ziet die aan de signalementen voldoen. Zijn collega naast hem doet hetzelfde. Daarnaast zet hij op verzoek van de meldkamer een camera in een bepaalde richting omdat die locatie vaak als vluchtroute wordt gebruikt door daders. Na ongeveer twintig minuten wordt de zoektocht zonder resultaat afgebroken en de observant maakt er een melding van in het systeem.
5.3.4
Type incidenten en verschillen tussen camera’s In de praktijk wordt er bij de registratie van de typen incidenten geen onderscheid gemaakt tussen eigen waarnemingen en waarnemingen op verzoek van de politie. In onderstaand figuur geven we het totaal aantal incidenten weer waarbij onderscheid is gemaakt in type incident. De meeste incidenten hebben betrekking op verdacht gedrag, hulpverlening, overlast, alcohol/ drugs/ jeugd of APV-overtredingen.
Figuur 5.1 Typen incidenten in de periode 2019 – 2021, aantallen 6000 5000 4000 3000 2000 1000
2019 2020 2021
0
Als we kijken naar het totaal aantal waarnemingen per cameragebied dan valt op dat de meeste waarnemingen in centrumgebieden plaatsvinden en relatief gezien minder in ‘woonwijken’. Dit valt grotendeels te verklaren doordat het in de centrumgebieden drukker is.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
32
Tabel 5.2
Aantal waarnemingen, zowel eigen waarnemingen als verzoek tot meekijken, per cameragebied, 2018-2021 Cameragebied
Westersingel
Aantal camera’s
2018
2019
2020
2021
Totaal
3
966
738
321
306
2331
Gem. aantal waarnemingen per camera per jaar 194
Tarwewijk
7
592
560
686
965
2803
100
Stadhuisplein
10
1213
1472
697
593
3975
99
Cool (Witte de Withstraat)
9
1081
1042
748
561
3432
95
Zuidplein
14
1585
1516
1063
786
4950
88
Centrum West
32
3559
3411
1964
1767
10701
84
MS Delfshaven
6
518
483
484
375
1860
78
Centrum Oost
18
1890
1519
935
774
5118
71
Dordtselaan
13
1019
909
776
854
3558
68
Middelland
11
940
682
559
622
2803
64
Oud Charlois
11
896
773
648
457
2774
63
Afrikaanderwijk
8
627
571
394
310
1902
59
Coolsingel
15
1358
1122
534
532
3546
59
Kruisplein - West Kruiskade
28
2000
1544
1377
1449
6370
57
Nieuwe Binnenweg en
16
1005
1019
826
669
3519
55
Omgeving
DSP-groep
Marconiplein
14
1033
706
459
495
2693
48
Centraal Station
26
1902
1568
666
810
4946
48
Het Oude Noorden
17
1137
902
562
580
3181
47
MS Zalmplaat
2
24
300
31
16
371
46
Plein 1953
13
691
677
531
466
2365
45
Winkelboulevard Zuid
28
1695
1173
1070
1026
4964
44
Crooswijkseweg
10
470
469
254
289
1482
37
Couwenburg
5
239
241
136
112
728
36
Slinge
5
208
183
157
136
684
34
Spinozaweg
14
634
521
321
332
1808
32
Proveniersplein
8
411
292
155
164
1022
32
Zuidwijk
15
38
616
606
524
1784
30
Prinsenplein
5
163
191
109
83
546
27
Bloemhof – Hillesluis
25
681
772
661
608
2722
27
Katendrecht
8
336
170
157
158
821
26
ZMSG – Landbouwbuurt
16
466
321
467
372
1626
25
Beverwaard
8
194
224
184
203
805
25
Zuiderpark
8
n.v.t.
n.v.t.
198
204
402
25
Teilingerstraat
2
n.v.t.
n.v.t.
8
88
96
24
Poolsterplein
5
6
131
136
197
470
24
Carnisse
19
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
276
276
15
Wielewaal
4
n.v.t.
8
11
14
33
3
Gemiddelde Rotterdam
13
894
791
531
483
2532
52
Totaal
455
29577
26826
18891
18173
93467
-
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
33
De verschillen tussen de gebieden zijn groot. Op de Westersingel worden per camera gemiddeld bijna 200 meldingen per jaar gedaan. In de Wielewaal ligt dat gemiddelde op 3. Het gemiddelde ligt op 51 waarneming per camera per jaar, dat is ongeveer één waarneming per week.
5.4
Repressie Naar aanleiding van incidenten die plaats hebben gevonden komen er dagelijks vele verzoeken vanuit verschillende politieteams binnen om opgenomen beelden veilig te stellen. In een aparte ruimte op Kleinpolderplein onderzoeken politiemedewerkers vervolgens of er relevant beeldmateriaal beschikbaar is. De bewaartermijn voor beelden ten behoeve van de opsporing is 14 dagen in Rotterdam. Dat betekent dat alle opgeslagen beelden die niet zijn veilig gesteld na 14 dagen automatisch gewist worden.
In onderstaand overzicht staat het totaal aantal keer dat beelden van gemeentelijk cameratoezicht, op verzoek van de recherche, zijn veilig gesteld. Bijvoorbeeld naar aanleiding van een aangehouden verdachte, een lopend opsporingsonderzoek of de aangifte van een strafbaar feit. Net als bij het aantal geregistreerde incidenten zien we dat het aantal ingestelde onderzoeken in 2020 en 2021 aanzienlijk lager is dan in eerdere jaren. In 2019 zien we dat er gemiddeld zeven keer per dag een verzoek tot veilig stellen van opgenomen beelden is gedaan.
Tabel 5.3
Het totaal aantal verzoeken tot het veilig stellen van opgeslagen beelden van gemeentelijk cameratoezicht in de periode 2017 t/m 2021 Jaartal
Aantal verzoeken tot veilig stellen van opgeslagen beelden
2017
2.854
2018
2.656
2019
2.636
2020
2.001
2021
1.900
Volgens respondenten van de politie wordt ongeveer 70% van de verzoeken ‘positief’ afgehandeld, oftewel gemiddeld vijf keer per dag. Dit wil zeggen dat er relevant beeldmateriaal is aangeleverd bij de recherche. Er zijn geen cijfers beschikbaar wat het ophelderingspercentage is naar aanleiding van de beelden. Volgens meerdere politiemedewerkers die wij spraken levert het beeldmateriaal vaak het verschil in bewijslast en is het ‘een heel belangrijk deeltje van de puzzel’ voor de opsporing. Met name in zaken waarbij er geen getuigen zijn en/ of het ontbreekt aan forensisch bewijs. Er zijn volgens deze respondenten de laatste jaren veel zware zaken opgelost waarbij camerabeelden een belangrijke rol speelden. Meerdere keren werd als voorbeeld hierbij een verkrachtingszaak genoemd waarbij op basis van camerabeelden de route tot aan de deur van de dader in beeld werd gebracht. Deze zaak was volgens hen nooit opgelost zonder de beelden.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
34
Daarnaast werd door iedereen de meerwaarde benoemd dat de al schaarse opsporingscapaciteit door gebruik te maken van opgeslagen beelden veel efficiënter kan worden ingezet. Zo kunnen er bijvoorbeeld snel bepaalde zaken worden uitgesloten op basis van beelden.
Een vertegenwoordiger van de ondernemers in een centrumgebied gaf aan dat er recent een vernieling bij een lunchroom plaatsvond. Volgens haar had het cameratoezicht geholpen bij een snelle opsporing en berechting. Ook heeft ze meermaals meegekregen dat een winkeldief door het cameratoezicht tijdens zijn vluchtroute in het winkelgebied werd gevolgd waarna deze in de kraag gevat kon worden.
Volgens politiefunctionarissen is de beeldkwaliteit ruim voldoende voor gebruik ten behoeve van de opsporing. Wel merkte een functionaris op dat er winst te behalen valt door een betere afstemming met de groenafdeling van de gemeente. Het komt namelijk voor dat groen voor de camera hangt en dit is niet bevorderlijk voor het uitkijken van de beelden. ‘Het kan net het verschil zijn of je wel of niet een kenteken ziet’, aldus deze persoon. Daarnaast benoemde een politiefunctionaris dat straatverlichting een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van de beelden in de nacht.
5.5
Conclusie In de Rotterdamse praktijk gaat veel goed. De kwaliteit van de communicatie en samenwerking met de politie en de observanten in de toezichtcentrale is hoog. Dit blijkt uit de cijfers in de registratie van de toezichtcentrale, maar werd ook bevestigd in interviews met betrokkenen en door de observaties in de centrale, waarbij wel een aantal aandachtspunten naar voren kwamen. Ook worden er in de opsporing op basis van opgenomen beelden met regelmatig successen geboekt. De kwaliteit van het opgenomen beeldmateriaal is ruim voldoende en rechercheurs worden bij hun opsporingsonderzoeken goed ondersteund door de medewerkers van cameratoezicht.
Volgens de meerderheid van de respondenten gaat er weinig preventieve werking uit van het cameratoezicht, maar draagt het cameratoezicht vooral veel bij aan de ondersteuning van de operatie op straat, worden incidenten snel in de kiem gesmoord, kan de capaciteit op straat efficiënt ingezet worden en heeft het cameratoezicht meerwaarde voor de opsporing.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
35
6
Beleving cameratoezicht In de buurten Carnisse en de Nieuwe Binnenweg zijn in mei 2022 bezoekers van de gebieden op straat bevraagd naar de beleving van cameratoezicht. Aan deze straatenquêtes deden in totaal 448 personen mee (53% in Carnisse en 47% op de Nieuwe Binnenweg). Daarnaast waren in de Omnibusenquête uit 2022 een vijftal vragen opgenomen over cameratoezicht. Deze vragen zijn door ongeveer 720 Rotterdammers beantwoord. In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van beide onderzoeken 17.
Bekendheid cameratoezicht Figuur 6.1
Vragenlijst DSP-groep, Weet u dat er op verschillende plaatsen in Rotterdam cameratoezicht is? (n=448) Weet u dat er op verschillende plaatsen in Rotterdam cameratoezicht is? 95%
89%
11%
6% Carnisse
Nieuwe Binnenweg Ja
Nee
In beide gebieden weten bijna alle bezoekers dat er cameratoezicht in Rotterdam is. In Carnisse, het woongebied, is dit percentage iets hoger dan rondom de Nieuwe Binnenweg, een uitgaansgebied (95% t.o.v. 89%).
17
Beide onderzoeken zijn verschillend van opzet. Zo zijn bijvoorbeeld in het huidige onderzoek bezoekers van de gebieden op straat geïnterviewd en is er geen onderscheid gemaakt tussen mensen die in het cameragebied wonen en mensen die er buiten wonen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
36
Houding ten aanzien van cameratoezicht Figuur 6.2 Vragenlijst DSP-groep, Hoe staat u tegenover cameratoezicht in de openbare ruimte? (n=448) Hoe staat u tegenover cameratoezicht in de openbare ruimte?
58% 40%
35%
18%22%
10% Zeer positief
Positief
Neutraal
Carnisse
5% 8%
2% 2%
Negatief
Zeer negatief
Nieuwe Binnenweg
Over het algemeen staan respondenten positief tegenover cameratoezicht in de openbare ruimte. In Carnisse is 75 procent (zeer) positief, rondom de Nieuwe Binnenweg is dit 68 procent.
Figuur 6.3 Omnibus, Hoe staat u tegenover cameratoezicht in de buitenruimte? (n=720) Hoe staat u tegenover cameratoezicht in de buitenruimte?
46% 30% 15%
Zeer positief
Positief
5%
Niet Negatief positef/niet negatief
2%
3%
Zeer negatief
Weet niet/geen mening
De gegevens van de Omnibusenquête laten éénzelfde beeld zien als de gegevens van de straatenquête uit ons onderzoek. De meeste Rotterdams zijn (zeer) positief) tegenover cameratoezicht in de buitenruimte.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
37
Veiligheidsgevoelens Figuur 6.4 Vragenlijst DSP-groep, Hoeveel veiliger of onveiliger voelt u zich door cameratoezicht? (n=448) Hoeveel veiliger of onveiliger voelt u zich door cameratoezicht?
56% 48%
34%37% 12%
5% 3%
1% 1%
Niet veiliger, Onveiliger maar ook niet onveiliger
Veel onveiliger
4%
Veel veiliger
Veiliger
Carnisse
Nieuwe Binnenweg
Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan zich niet veiliger, maar ook niet onveiliger te voelen door het cameratoezicht in de buurt (48% voor Carnisse, 56% voor de Nieuwe Binnenweg). Respectievelijk 46 procent en 41 procent van de respondenten voelt zich (veel) veiliger.
Figuur 6.5 Omnibusenquête, In hoeverre heeft cameratoezicht invloed op uw veiligheidsgevoel? (n=720) In hoeverre heeft cameratoezicht invloed op uw veiligheidsgevoel?
43% 15%
35% 2%
Neemt Neemt toe Verandert Neemt af sterk toe niet
2%
3%
Neemt sterk af
Weet niet/geen mening
In de Omnibusenquête werd een vergelijkbare vraag gesteld. Hierbij geeft de meerderheid van de respondenten aan dat hun veiligheidsgevoel (sterk) toeneemt (58%) door de camera’s. In vergelijking met de straatenquête is dit relatief gezien hoger (46% in Carnisse; 41% in de Nieuwe Binnenweg), maar komt overeen dat een zeer kleine groep aangeeft zich onveiliger te voelen door cameratoezicht.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
38
Gedrag Figuur 6.6 Gedraagt u zich anders in een gebied met cameratoezicht? (n=448) Gedraagt u zich anders in een gebied met cameratoezicht? 99%
94%
5%
1%
0%
Ja
Nee Carnisse
1%
Weet niet/geen mening
Nieuwe Binnenweg
Bijna alle respondenten geven aan dat zij zich niet anders gedragen in een gebied waar camera’s aanwezig zijn (99% en 94%). Respondenten die aangeven dat zij zich wel anders gedragen, zijn voornamelijk bezoekers van de Nieuwe Binnenweg (1% en 5%).
Figuur 6.6 Omnibus, In hoeverre heeft het cameratoezicht invloed op uw gedrag? (n=720) In hoeverre heeft het cameratoezicht invloed op uw gedrag? 69%
22% 7%
1%
Op plekken waar Op plekken waar Op plekken waar Weet niet/geen cameratoezicht is cameratoezicht is cameratoezicht is mening kom ik daardoor nu kom ik nog even kom ik daardoor nu vaker dan vroeger vaak als vroeger minder vaak dan vroeger
In de Omnibusenquête geeft een heel klein deel (7%) van de respondenten aan dat zij vaker komen op plekken waar cameratoezicht is dan vroeger. Bijna niemand (1%) komt op deze plekken minder vaak.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
39
Stellingen over cameratoezicht Tabel 6.1
Vragenlijst DSP-groep, Percentage (zeer) eens met de stellingen, (n=448) Carnisse
Nieuwe Binnenweg
Ik heb liever meer handhaving dan (meer) gemeentelijke camera's.
48%
63%
Ik heb liever meer andere veiligheidsmaatregelen in mijn wijk, zoals
48%
55%
Gemeentelijk cameratoezicht leidt tot minder criminaliteit.
48%
47%
De aanwezigheid van camera’s in een gebied zorgen ervoor dat de
64%
51%
20%
22%
verlichting, dan (meer) gemeentelijke camera's.
problemen zich verplaatsen naar een ander gebied. Gemeentelijk cameratoezicht ervaar ik als een aantasting van de privacy.
Op basis van de stellingen kunnen we het volgende zeggen: •
Gemiddeld over de twee gebieden genomen willen de meeste respondenten liever meer handhaving op straat dan gemeentelijke camera’s (48% en 63%).
•
In Carnisse heeft ongeveer de helft van de respondenten liever meer andere veiligheidsmaatregelen dan cameratoezicht (48%). Voor de Nieuwe Binnenweg is dit iets meer dan de helft van de respondenten (55%). Respectievelijk 24% en 17% is het (zeer) oneens met deze stelling.
•
Ongeveer de helft van de respondenten denkt dat gemeentelijk cameratoezicht leidt tot minder criminaliteit (48% en 47%). Daar tegenover staat dat 40% van respondenten in Carnisse en 29% van de respondenten op de Nieuwe Binnenweg aangeven het (zeer) oneens te zijn met deze uitspraak. De meningen zijn hierover dus verdeeld.
•
De meeste respondenten denken dat de aanwezigheid van camera’s leidt tot verplaatsing van problemen (64% en 51%). Respectievelijk 19% en 23% denken dat dit niet zo werkt.
•
Ongeveer een vijfde van de respondenten ervaart gemeentelijk cameratoezicht als een aantasting van de privacy (20% voor Carnisse, 22% voor Nieuwe Binnenweg). Deze percentages zijn gebruikelijk weten we uit vele eerdere evaluaties.
6.1
Conclusie Alles overziend weten relatief veel Rotterdammers dat er in Rotterdam cameratoezicht is, maar aanzienlijk minder zijn op de hoogte of dit ook in hun eigen buurt het geval is. De meeste Rotterdammers staan positief tegenover cameratoezicht en een meerderheid geeft aan zich veiliger te voelen door cameratoezicht , maar ongeveer een op de drie mensen geeft aan dat cameratoezicht geen invloed heeft op hun veiligheidsgevoel. Dit sluit aan bij een van de beoogde hoofddoelen van de gemeente Rotterdam. Verder heeft cameratoezicht weinig invloed op het gedrag van de Rotterdammers en de meningen zijn verdeeld of gemeentelijk cameratoezicht leidt tot een afname van criminaliteit.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
40
7
Conclusies en aanbevelingen Kwaliteit techniek en proces is hoog Er gaat veel goed rondom het cameratoezicht in Rotterdam. Technisch voldoet het project aan de eisen van de gebruikers, het proces achter de lens is zo ingericht dat er aan de hand van live toezicht snel ingegrepen kan worden op straat en de meerwaarde voor de opsporing is groot. De camera’s worden opgehangen aan de hand van een probleemanalyse en er wordt gemonitord hoe de problemen zich door de tijd ontwikkelen en geëvalueerd of het cameratoezicht nog aan de wettelijke vereisten voldoet of dat de camera’s verwijderd kunnen worden. Deze conclusie trekken wij aan de hand van de registratiecijfers van de toezichtcentrale en ook uit de interviews met betrokkenen en door de observaties in de centrale die wij uitvoerden. Veel Rotterdammers weten dat er cameratoezicht is in hun stad en zij staan hier over het algemeen positief tegenover.
Doelen op outcome-niveau De gemeente stelt voor de cameraprojecten algemene doelen op outcome-niveau. Het bereiken van deze doelen zegt niet direct iets over de effectiviteit van het cameratoezicht. Camera’s zijn immers altijd onderdeel van een pakket aan maatregelen, omstandigheden veranderen in de loop der tijd en meestal is er geen goed vergelijkbaar controlegebied te vinden. Er zijn geen concrete doelen gekozen voor het cameratoezicht in Rotterdam. In de camera-aanvragen staat een probleemanalyse, maar wordt niet aangegeven hoe de camera’s precies moeten bijdragen aan het oplossen of verkleinen van de problemen. Omdat er geen concrete doelen zijn gesteld kunnen ook geen conclusies worden getrokken over het doelbereik van de camera’s.
Nadruk op interventie en repressie Om de effectiviteit van het cameratoezicht op hoofdlijnen te kunnen beoordelen hebben wij een beleidstheorie opgesteld aan de hand van documenten, interviews en observaties. Dit is een beschrijving van doelen inclusief de mechanismen die nodig zijn om deze doelen te bereiken. We tekenden twee hoofddoelen op en, verdeeld over drie categorieën, vonden we vier mechanismen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
41
Voor de hoofddoelen en de mechanismen keken we naar wat de literatuur hierover zegt en daarna deden we een empirische toets van de effectiviteit van het cameratoezicht op het niveau van input en output. We keken ook of in de praktijk, aan de hand van registratiecijfers, interviews en observaties, wordt voldaan aan de randvoorwaarden die volgens de literatuur bepalend voor effectiviteit zijn
Over het bereiken van de hoofddoelen kunnen we het volgende zeggen:
Toename veiligheidsgevoel De wetenschap leert dat camera’s kunnen zowel negatief als positief inwerken op het gevoel van veiligheid. Er is maatwerk per cameragebied nodig. In elk geval verdient het aanbeveling vooraf goed na te denken over de boodschap die de camera’s en de bordjes moeten uitzenden (afschrikking of vertrouwen) en de doelgroep (boeven of burgers). Op dit moment is er in Rotterdam, naast de communicatie aan de start van een cameraproject, de cameraborden en het (incidenteel) delen van successen, geen specifieke aandacht per gebied voor het doen toenemen van veiligheidsgevoel met de inzet van camera’s.
Afname criminaliteit en overlast Op basis van het huidige onderzoek is het niet direct mogelijk de ontwikkeling van criminaliteit en overlast te relateren aan de inzet van de camera’s. Als de mechanismen in de praktijk zo werken als beoogd dan mag aangenomen worden dat dit zal leiden tot een afname van criminaliteit en overlast
We hebben de beoogde mechanismen onderzocht in de praktijk:
Preventie Afschrikking potentiële daders Rationele daders kunnen volgens de literatuur afgeschrikt worden: door het idee dat de beelden worden bekeken en opgenomen kunnen zij afzien van het plegen van een voorgenomen daad. In de praktijk zien we met name een schokeffect in de eerste korte periode na plaatsing van camera’s in een gebied, maar als dat weggeëbd is zien we geen bewijs voor dit mechanisme. Er wordt niet gewerkt aan het ‘laden’ van camera’s om het afschrikwekkende effect te vergroten. Door bijvoorbeeld structureel te communiceren over behaalde successen met de camera’s en te laten zien dat er een degelijke organisatie achter de camera’s zit, kunnen potentiële daders beïnvloed worden.
Interventie In theorie is het zeer aannemelijk dat rechtstreeks toezicht door middel van cameratoezicht een positief effect heeft op de veiligheid. We zien dat het live toezicht technisch en organisatorisch goed ingericht is: de beelden zijn van goede kwaliteit, de observanten zijn getraind in het herkennen van afwijkend gedrag en de communicatie met handhavende diensten op straat loopt goed. De registratiecijfers laten zien dat met grote
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
42
regelmaat eigen waarnemingen worden gedaan en ook dat er vaak op verzoek wordt meegekeken bij een actie op straat. Repressie De meerwaarde van het gebruik van opgenomen beelden voor opsporing is in theorie groot, maar nooit overtuigend wetenschappelijk aangetoond. In de praktijk zien we dat er regelmatig successen worden geboekt, mede omdat de kwaliteit van het opgenomen beeldmateriaal is hoog en rechercheurs bij hun opsporingsonderzoeken goed ondersteund worden door de medewerkers van cameratoezicht.
7.1
Aanbevelingen Behoud stevige basis We zien dat het cameratoezicht in praktijk veel resultaten (output) oplevert. Er wordt effectief gewerkt in de toezichtcentrale, zowel bij het live uitkijken van de beelden als bij het veilig stellen van camerabeelden voor opsporing achteraf. Technisch en organisatorisch is het cameratoezicht goed ingericht, er zijn veel succesverhalen en betrokkenen zijn tevreden over samenwerking en de meerwaarde van het cameratoezicht. Ook wordt er periodiek geëvalueerd waarbij gekeken wordt of er nog voldaan wordt aan de wettelijke uitgangspunten, onder andere door te kijken naar de reden van invoering en een analyse van de veiligheidssituatie in de cameragebieden. Als de conclusie is dat camera’s in een gebied niet meer nodig zijn, dan worden deze weggehaald.
Optimaliseer door maatwerk Op dit moment worden alle gebieden, met alle verschillende problematieken, op dezelfde wijze uitgekeken. Met maatwerk kan meer focus verkregen worden en kan de meerwaarde verder verhoogd worden. Een eerste aanbeveling is het (her)invoeren van briefings voor de observanten met specifieke informatie per cameragebied. Daarnaast kan in een aantal gebieden gekeken worden naar het opstellen van heldere outputdoelen. Hiermee wordt gezorgd voor de nodige focus per gebied: aan de hand van de probleemanalyse wordt heel specifiek gekeken welke prestaties er met het cameratoezicht geleverd moeten worden. Hiermee kun je een bredere basis leggen voor continue kwaliteitsverbetering door het monitoren van de output en bij te sturen. Hiervoor zal voor deze gebieden de registratie wat uitgebreid moeten worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een specificering van de eigen meldingen van de observanten (zoals type incidenten) en de opvolging op straat (zoals een aanhouding, proces verbaal of waarschuwing). We raden aan klein te beginnen in een beperkt aantal zorgvuldig geselecteerde gebieden. Hierdoor kan geoefend worden met deze manier van werken en bepaald worden wat de meerwaarde is.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
43
Meer aandacht voor preventieve werking Het cameratoezicht is gericht op interventie en repressie. Cameratoezicht kán ook preventief werken: het kan leiden tot een veiliger gevoel bij bewoners en ondernemers en op bepaalde daders kunnen camera’s een afschrikwekkend effect hebben. Die mogelijke meerwaarde wordt momenteel beperkt verzilverd. Door meer specifieke sturing op uitvoer kan het preventief effect vergroot worden.
DSP-groep
RAPPORT ─ Onderzoek cameratoezicht gemeente Rotterdam
44
DSP-groep BV Van Diemenstraat 410 1013 CR Amsterdam +31 (0)20 625 75 37
dsp@dsp-groep.nl KvK 33176766 www.dsp-groep.nl
DSP-groep is een onafhankelijk bureau voor onderzoek, advies en management, gevestigd aan de IJ-oevers in Amsterdam. Sinds de oprichting van het bureau in 1984 werken wij veelvuldig in opdracht van de overheid (ministeries, provincies en gemeenten), maar ook voor maatschappelijke organisaties op landelijk, regionaal of lokaal niveau. Het bureau bestaat uit 40 medewerkers en een groot aantal freelancers.
Dienstverlening Onze inzet is vooral gericht op het ondersteunen van opdrachtgevers bij het aanpakken van complexe beleidsvraagstukken binnen de samenleving. We richten ons daarbij met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van zo’n vraagstuk. In dit kader kunnen we bijvoorbeeld een onderzoek doen, een registratie- of monitorsysteem ontwikkelen, een advies uitbrengen, een beleidsvisie voorbereiden, een plan toetsen of (tijdelijk) het management van een project of organisatie voeren.
Expertise Onze focus richt zich met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van een vraagstuk. Wij hebben o.a. expertise op het gebied van transitie in het sociaal domein, kwetsbare groepen in de samenleving, openbare orde & veiligheid, wonen, jeugd, sport & cultuur.
Meer weten?
Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken. Bezoek onze website www.dsp-groep.nl voor onze projecten, publicaties en opdrachtgevers.