[22bb007119] Bijlage 1 behorende bij 22bb7122 - Onderzoek De Zeecruise en Rotterdam
Tekst van het document
[Bunkeren
[LNG fueling
[LT Parkeren
Ŗ Ride
- V
| Water Taxiļ
»
Vaarroute zeeschepen Kade ongeschikt voor aanlegplaats tweede schip
Figuur 5.1: Sluisjesdijk.
37
5.2 DE TERMINAL
5.4 CONCLUSIES SLUISJESDIJK
De specifieke locatie is het huidige Imtech-gebouw, ingegeven door een ligplaats aan de rivierzijde. Deze ligplaats volgt uit de ligging van de brug en het feit dat om veiligheidsredenen een ligplaats aan de kop van de pier nautisch niet wenselijk is (het is de entree van de Waalhaven). Het Imtech-gebouw lijkt ongeschikt voor hergebruik. Na sloop zal een tabula rasa ontstaan: een vrij stuk grond, dat voldoende ruimte biedt om het complete cruise-programma te situeren. Een volwaardige terminal voor tenminste één schip met alle bijbehorende (parkeer)voorzieningen. In tegenstelling tot de andere locaties, biedt de locatie Sluisjesdijk minder goede perspectieven voor nevenactiviteiten. Functionaliteit staat in het ontwerp van deze terminal daarom op de eerste plaats. Toch zal het gebouw kwaliteit uitstralen, met name dankzij de verschuiving van de twee volumes, waardoor een subtiele luifel ontstaat. Ook is in het ontwerp een klein uitzwaaiterras opgenomen en een steigervoorziening voor watertaxi's en bussen (figuur 5.1).
De Sluisjesdijk is een goed bereikbare locatie over weg en water die net als de Merwehaven een goede uitgangspositie heeft om voor reders kwalitatief hoog waardige terminalvoorzieningen aan te leggen. Deze locatie is dus wel uitdrukkelijk gekoppeld aan de nieuwe brug. Zonder brug blijft de conclusie uit de voorgaande studie staan dat Sluisjesdijk geen aantrekkelijke locatie is voor een cruiseterminal.
5.3 OVERIGE ASPECTEN De afwikkeling van het verkeer op deze locatie is goed mogelijk. De bereikbaarheid is goed door de nieuwe stadsbrug. Met de komst van een cruiseterminal moeten er mogelijk maatregelen tegen geluid worden genomen voor de woningen aan de noordoever van de rivier. Woningen liggen ver genoeg van de terminal om een verslechtering van de luchtkwaliteit te voorkomen (voor zover daar al sprake van zou zijn). Ook wordt om die reden voldaan aan de normen van het plaatsgebonden risico. Voor het groepsrisico is er een kans dat maatre gelen moeten worden genomen. De investeringskosten bedragen grofweg 54 à 58 miljoen euro. Hier moeten relatief veel kosten worden gemaakt voor de kadeconstructie voor de eerste ligplaats, circa 20 miljoen euro. Een tweede ligplaats in het verlengde van de eerste kost circa 7 miljoen euro extra. Er zijn weinig kosten gemoeid met de verwerving indien hiervoor op een 'natuurlijk' moment t.o.v. de huidige contracttermijnen wordt overgegaan. Mogelijkheden hiertoe doen zich mogelijk binnen 5-10 jaar voor. Buiten de terminal moeten extra (maatschap pelijke) kosten worden gemaakt voor het aanpassen van het kruispunt met de aansluiting op de derde stadsbrug en aanleggen van een fietsvoorziening op de Waalhaven noordzijde. Daar staat tegenover dat de komst van de cruiseterminal op de Sluisjesdijk tot een waardestijging zal leiden.
Per saldo zijn er maatschap pelijke baten van circa 6 miljoen euro.
38
De beoogde locatie heeft (nog) weinig binding met de stad Rotterdam. Het beleven van de aanwezigheid van stad en haven zal op lange termijn iets beter zijn dan de locatie Merwehaven. De afstand tot het centrum hoeft geen bezwaar te zijn als de verbinding met openbaar vervoer of speciaal vervoer wordt verbeterd. Een cruiseterminal kan goed ingepast worden in de ontwikkelingsplannen maar de omgevingskwaliteit is na ingebruikname van de terminal waarschijnlijk onvol doende en een risico voor marktpositie van Rotterdam en de (aanvullende) exploitatie van een terminal. Het is op dit moment onzeker in hoeverre de omgeving voldoende aantrekkelijk wordt en deze ontwikkeling zal lang (10 jaar is niet onrealistisch) op zich laten wachten na inge bruikname van de terminal. Een aanvullende exploitatie van het terminalgebouw op de Sluisjesdijk wordt als minder kansrijk gezien als op locatie Merwehaven. De locatie Sluisjesdijk hoeft geen noemenswaardig effect te hebben op de positie van Rotterdam als eenmaal een voldoende aantrekkelijke omgeving aanwezig is. Het specifieke 'profiel' van de zeecruise in Rotterdam (het segment in de cruisemarkt) kan mogelijk wel enigszins wijzigen.
Een zo laat mogelijke verhuizing naar de Sluisjesdijk heeft in tegenstelling tot een verhuizing naar de Merwehaven weinig effect omdat de verandering van de omgeving pas start na het gereed komen van de derde westelijke stadsbrug. Een verhuizing naar Sluisjesdijk biedt ook nader te onderzoeken kansen voor samenwerking met een rederij om de nieuwe terminal (deels) te financieren.
6 DE BALANS Doel is het bestuur van de gemeente Rotterdam en directie van het Havenbedrijf te adviseren over een besluit over de toekomst van de zeecruise in Rotterdam, door het inzichtelijk maken van de relevante factoren en het presenteren van verschillende opties met alle gevolgen. Wat betreft dit laatste gaat het dan ook om inzicht geven in de factoren die van invloed zijn op de (on)mogelijkheden van een locatie en daarmee een locatiebesluit, zoals de kans op een westelijke stadsbrug. Centraal staat de vraag of het 'stedelijk' voltooien van de Wilhelminapier gecombineerd kan worden met de aanwezigheid van de cruise waarmee gemeente en Havenbedrijf volgens de samenwerkingsovereenkomst uit 2013 uiting willen geven aan het verbinden van haven en stad en het imago van Rotterdam. En als die combi natie niet mogelijk is, wat de alternatieven zijn.
6.1 DE FACTOREN VAN INVLOED OP EEN BESLUIT De factoren die van invloed te zijn op een besluit zijn aan het begin van de studie bepaald maar ook tijdens de studie naar voren gekomen. Dit zijn de volgende: 1. De toekomstige ontwikkelingen van de cruisemarkt en de effecten hierop van de locatie; 2. De economische baten van de zeecruise voor Rotterdam en de effecten hierop van de locatie; 3. De geschiktheid van een locatie en zijn omgeving. Daarbij gaat het om het ruimtelijk-functioneel in passen op basis van het programma van eisen, de bereikbaarheid van de locatie en de aantrek kelijkheid van de omgeving zoals levendigheid, stedelijke uitstraling, ruimtelijke kwaliteit; 4. De effecten van externe ontwikkelingen op de mogelijkheden voor een cruiseterminal op de verschillende locaties. Voor de Wilhelminakade zijn dit de bouw van de Baltimore, de bestemming van de kade aan de Maas en een westelijke stads brug. Voor de Merwehaven is dit de ontwikkeling van de Dutch Wind Wheel en voor de Sluisjesdijk is dit een westelijke stadsbrug; 5. De positieve en negatieve effecten op de omge ving. De mate waarin dit een belemmering is voor de vestiging van de cruise en de mogelijkheden om de belemmering weg te nemen, bijvoorbeeld geluidhinder. Maar ook de positieve invloeden op de omgeving, zoals vastgoedwaardestijging; 6. Het verbinden van haven en stad.
Hier gaat het om de zichtbaarheid en beleefde aanwezigheid en kwaliteit van de stad en stedelijke omgeving vanuit terminal en schip en vice versa. Daar hoort bij de beleving tijdens de vaarroute; 7 Investeringskosten en exploitatiesaldo; 8. Het tijdpad van besluitvorming, uitvoering en exploitatie. Hier gaat het bijvoorbeeld om de invloed van het beslismoment voor een toekomstige locatie op de geschiktheid van een locatie. Gebleken is dat een aantal factoren niet discriminerend of selectief zijn. Alle drie de locaties zijn in potentie geschikt te maken om de cruisemarkt te bedienen. De marktpositie van Rotterdam wordt niet significant door
de locatiekeuze beïnvloed. Ook de groei hoeft hierdoor niet te beperkt te worden en het is niet aantoonbaar van invloed op de economische baten voor de stad en de regio. Wél kan de keuze van de locatie effect hebben op het 'profiel' van Rotterdam, dat wil zeggen het segment van de cruisemarkt waar zij de beste kaarten voor heeft. De overige factoren zijn voor de keuzeopties wel verschillend. Met name deze factoren zijn beschreven voor de opties die in aanmerking komen in de afweging naar een besluit.
6.2 DE VERSCHILLENDE OPTIES MET HUN GEVOLGEN Vier opties blijken in aanmerking te komen voor een keuze: A. Blijven op de pier en de Baltimore niet bouwen. B. Blijven op de pier en de Baltimore wel bouwen. C. Weggaan naar de Merwehaven, al dan niet in combinatie met Dutch Wind Wheel. D. Weggaan naar de Sluisjesdijk. Op al deze locaties kan een terminal met voorzieningen gerealiseerd worden die (vrijwel volledig) voldoet aan de functionele eisen, wat inhoudt dat ze allemaal voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau. Samengevat komt dit erop neer dat het ruimtelijk programma van de cruise terminal gerealiseerd kan worden en dat de terminal voldoende bereikbaar is.
Optie A: Cruise op de Wilhelminapier en geen Baltimore Blijven op de Wilhelminapier betekent feitelijk het handhaven van de status quo. Dat wil zeggen dat de aanwezigheid van de cruise prioriteit krijgt boven het stedenbouwkundig voltooien van de Wilhelminapier. De Wilhelminapier heeft de beste omgevingskwaliteit en geeft het beste uitdrukking aan het verbinden van haven en stad: het ligt bij het centrum in een groot stedelijke omgeving en je passeert als passagier de stad bij binnenvaren. Daarmee bestendigt zij ook haar positie op de cruisemarkt. Wat betreft de logistiek voor cruiseafhandelingen is deze locatie van iets mindere kwaliteit dan de andere. Een belangrijke kanttekening is dat op grond van de huidige inzichten de kans reëel is dat turnarounds op werkdagen kunnen leiden tot een grote verkeerscongestie in de stad, wat ook negatieve gevolgen heeft voor het cruiseverkeer en waarvan het effect op de positie van Rotterdam op de cruisemarkt onbekend is. De inrichting van de openbare ruimte en de vastgoedontwikkeling kan niet voltooid worden zoals beoogd. De bouw van de Baltimore moet komen te vervallen wat leidt tot derving van grondopbrengsten. Samengevat: ^ Kade is tijdens calls niet openbaar en moet inge richt blijven voor de cruise. ^ De Baltimore wordt niet gebouwd wat neerkomt op circa 200 tot 300 woningen.
39
^
• • ^
Turnaroundcalls op werkdagen kunnen leiden tot grote verkeerscongestie op en rond het Wilhelminaplein met belemmerde doorstroming in de stad en bereikbaarheid van de terminal als gevolg6. Er zullen net als nu milieuklachten als geluid en luchtkwaliteit blijven van omwonenden. Hoogste waardering imago en beeldvorming,
^
verbinden haven - stad. Blijft hoe dan ook goed voor de positie van Rotterdam op de cruisemarkt. Ligging in het centrum is uniek in Noord Europa.
Optie C: Merwehaven
Optie B: Cruise en Baltimore op de Wilhelminapier De bouw en ontwikkeling van de Baltimore wordt afgestemd op de blijvende aanwezigheid van de cruise. De kanttekening bij turnarounds op werkdagen geldt ook hier. In de Baltimore moet een parkeergarage ten behoeve van de cruiseterminal gebouwd worden. Tijdens de bouw zijn ook tijdelijke parkeervoorzieningen op de Posthumalaan nodig in combinatie met een pendelbus. Momenteel is er een niet te veronachtzamen risico dat bij de combinatie cruise en Baltimore niet of moeizaam aan milieunormen (lucht, geluid, externe veiligheid) kan worden voldaan en dat er los daarvan vanuit bewoners toenemende bezwaren en klachten komen. De combinatie van Baltimore en cruiseterminal leidt tot zowel extra investeringskosten als grondopbrengsten. Samengevat: ^ Kade is tijdens calls niet openbaar, moet ten behoeve van de cruise ingericht blijven. ^ Turnaroundcalls op werkdagen kunnen leiden tot grote verkeerscongestie op en rond het Wilhelminaplein met belemmerde doorstroming in de stad en bereikbaarheid van de terminal als gevolg. ^ Hoogste waardering imago en beeldvorming, verbinden haven - stad. • Blijft hoe dan ook goed voor de positie van Rotterdam op de cruisemarkt. Ligging in het centrum is uniek in Noord Europa.
• Het risico is aanwezig dat niet of moeizaam aan milieunormen (lucht, geluid, externe veiligheid) kan worden voldaan en dat los daarvan er vanuit bewoners toenemende bezwaren en klachten komen7. ^ Tijdens de bouw van de Baltimore is voor de cruise een tijdelijke parkeerplaats en check-in/ check-out op de Posthumalaan nodig in combinatie met pendelbussen naar de terminal.
^
Voor de Baltimore gelden restricties voor de afmeting van de kelder (i.v.m. veiligheid) en in de Baltimore moet een parkeergarage voor de cruise terminal opgenomen worden. Tijdens de bouw van de Baltimore gelden voor het gebruik van het bouwterrein restricties (geen kraanbewegingen en lasten boven cruiseterrein).
De Merwehaven heeft functioneel gezien de beste uitgangspositie voor wat betreft de kwaliteitseisen voor een cruiseterminal. De omgeving is waarschijnlijk wel aantrekkelijk genoeg maar minder grootstedelijk dan de Wilhelminapier. Daarmee is er ook bij deze locatie sprake van een verbinding tussen haven en stad, maar waarschijnlijk minder sterk en van een ander karakter; er is geen ruimtelijke relatie met het centrum en je passeert ook nauwelijks stedelijk gebied bij binnenvaren. Deze locatie heeft beduidend hogere exploitatiekosten dan Wilhelminapier. Een niet te verwaarlozen risico is de (tijdige) verwerving van gronden en de hoogte van de verwervingskosten. Deze maken substantieel deel uit van de totale investeringskosten. Wat betreft de aanwezigheid van een aantrekkelijke omgeving en het verbinden van haven en stad, is mede door de 'iconische' Dutch Wind Wheel, de combi natie met de Dutch Wind Wheel in de Merwehaven een goede tweede en een kans die nadere uitwerking verdient. De combinatie met Dutch Wind Wheel kan financieel en wat betreft bedrijfsvoering en risico's, afhankelijk van de nog te maken ontwikkelafspraken, beter uitpakken dan een zelfstandige terminal in de Merwehaven en op de Sluisjesdijk. Samengevat: ^ Over 8 jaar beschikbaar. Wilhelminapier kan daarna worden voltooid en Baltimore gebouwd. ^ Ligt nog onzekerheid m.b.t.
verwerving en hiermee gepaard gaande kosten van gronden (hoge verwervingskosten)8. ^ Kwalitatief-functioneel het best scorend als het gaat om de terminalvoorzieningen zonder beperkingen voor reders. ^ Scoort lager op de verbinding haven en stad, stedelijk uitstraling en verder van het centrum. • In combinatie met Dutch Wind Wheel te verbeteren wat betreft (financiële) exploitatie en positie op de cruisemarkt (aantrekkelijkheid door icoonwerking). ^ In combinatie met participatie van of volledige exploitatie door de markt te verbeteren wat betreft (financiële) exploitatie.
Optie D: Sluijsjesdijk 6 Belemmerde doorstroming vanaf de Erasmusbrug naar Wilhelminaplein kan er toe leiden dat verkeer tot op de toeleidende wegen op de noordoever opstroopt en vast loopt. Onderzoek moet hier definitief uitsluitsel over geven alvorens een besluit wordt genomen. 7 Specifiek gaat het hier om het groepsrisico bij bunkering van LNG. Dit zou eerst nader onderzocht moeten worden alvorens een besluit voor deze variant wordt genomen. Relevant is ook dat er een nieuwe omgevingswet komt waarin het groepsrisico anders wordt benaderd. Er is nog geen inzicht in hoe dit uitpakt.
40
De Sluisjesdijk is gelijkwaardig met Merwehaven maar doet het wat beter wat betreft het verbinden van haven en stad: het heeft een wat betere relatie met het centrum; je passeert méér stedelijk gebied en hebt zicht op de
8 Het erfpacht loopt pas in 2050 af. Het hangt er ook vanaf of de kosten verdeeld kunnen worden over andere ontwikkelings projecten dan alleen de cruise. De cruise heeft ongeveer 1/3 van de grond nodig.
skyline van het centrum. De Sluisjesdijk heeft als belang rijk nadeel dat er grote kans is dat een aantrekkelijke omgeving lang uitblijft omdat deze pas op gang komt na realisatie van de cruiseterminal en de brug. Dit betekent waarschijnlijk ook een relatief slechte positie voor aanvul lende exploitatie en daardoor een groot (financieel) exploitatierisico.
6.3 OVERWEGINGEN VOOR EEN BESLUIT Bepalend voor een besluit is of er op middellange termijn (vanaf 2030 à 2035) een westelijke stadsbrug komt. Zo ja dan blijven alleen de opties Sluisjesdijk en Merwehaven over. Zo nee dan resteren de Merwehaven en de Wilhelminapier, waarbij er op de Wilhelminapier een keuze gemaakt kan worden tussen het wel of niet bouwen van de Baltimore. De Sluisjesdijk valt dan af. Voor het beantwoorden van de vraag of het de wens is het voltooien van de Wilhelminapier te combineren met - het imago van - de aanwezigheid van de cruise, of dat één van beide op de Wilhelminapier prioriteit krijgt, bieden de min of meer objectieve criteria in deze studie onvoldoende basis voor een afweging. Ook belangen en -waardeoordelen spelen een rol. Een advies over het antwoord op die vraag valt buiten de reikwijdte van deze studie.
Geen westelijke stadsbrug of onzeker Als de westelijke stadsbrug niet zeker is, gaat het in essentie over de vraag welke waarde of welk belang prevaleert: het voltooien van de Wilhelminapier volgens de beoogde plannen of het behouden van de verbinding tussen haven en stad en het imago door de cruise op de Wilhelminapier. Dit laatste met afstel van de Baltimore óf, indien mogelijk, een combinatie met aanpassing van de ontwikkelplannen van de Baltimore. Het is in principe mogelijk een definitief besluit over de toekomstige locatie van de cruise uit te stellen tot 8 jaar voor de start van de bouw van de westelijke stadsbrug en die periode te gebruiken om een aantal risico's te verkleinen of inzichtelijk te krijgen en een aantal kansen op positieve effecten te verbeteren zoals genoemd in de aanbevelingen (6.4) Zolang er geen besluit is over de westelijke stadsbrug kan de cruiseterminal op de Wilhelminakade blijven, uiterlijk tot start bouw westelijke stadsbrug. Als uitgegaan wordt van de maximale termijn van het huurcontract is dat tot 2029. Uitgangspunt is dat geen grote investe ringen behoeven te worden gedaan voor capaciteitsuit breiding van het terminalcomplex.
Als dit wel het geval is, is het uit financieel oogpunt verstandiger een verplaat sing naar Sluisjesdijk of Merwehaven te overwegen in het geval er in de toekomst nog steeds sprake kan zijn van een westelijke stadsbrug.
Westelijke stadsbrug Een westelijke stadsbrug maakt de doorgang van verreweg de meeste zeecruiseschepen onmogelijk en een brug geschikt voor de doorgang van zeecruiseschepen is niet realistisch: het is duurder dan een nieuwe terminal, de brug wordt aanzienlijk groter, kan niet meer op de
beoogde wijze aan beide oevers ingepast worden en de stremmingstijd bij opening is onevenredig lang. De Wilhelminakade is dan niet meer bereikbaar voor cruise schepen, de kleine schepen die enkele keren per jaar Rotterdam aandoen daargelaten. De cruiseactiviteiten zullen dan moeten worden verplaatst. De aanwezigheid van een westelijke stadsbrug maakt dat in potentie de Sluisjesdijk uitdrukking kan geven aan het verbinden van haven en stad. Zonder westelijke stadsbrug is de Sluisjesdijk geen goede locatie vanwege de mindere bereikbaarheid en de minder aantrekkelijke omgeving (industrieel gebied) zoals uit de studie van 2015 al is gebleken. Met de bouw van de westelijke stadsbrug is de beste keuze voor een nieuwe locatie de Merwehaven, mogelijk in een combinatie met Dutch Wind Wheel. Als een combinatie met Dutch Wind Wheel niet mogelijk is (of te laat) dan is vestiging op de Merwehaven een betere optie dan de Sluisjesdijk omdat de gebiedstransformatie van de Merwehaven veel eerder plaats zal vinden. Alleen als er op voorhand grotere zekerheid is over een aanvullende exploitatie en gedeeltelijke gebiedstransfor matie is de Sluisjesdijk nog een keer te overwegen, maar die kans is klein. Bij een Westelijke stadsbrug ligt er nog een afweging voor wat betreft de vraag wanneer verhuisd wordt.
Zo snel mogelijk na minimaal 8 jaar (2025), of zo laat mogelijk, voordat de bouw van de westelijke stadsbrug begint (circa 2030 of nog later). Het betreft de kwestie over het wel of niet combineren van het voltooien van de stedelijke ontwikkeling en het continueren van de aanwe zigheid van de zeecruise en waar prioriteit aan wordt gegeven. Voor de succeskansen om de Merwehaven heeft een zo laat mogelijke verplaatsing de voorkeur.
Beslismoment Voor het beslismoment is relevant dat minimaal 8 jaar nodig is voor het operationeel maken van een nieuwe terminal. Als gekozen wordt voor een tijdelijke terminal elders tijdens de bouw van de Baltimore kan weliswaar al na 5 jaar gestart worden met de Baltimore maar worden hoge extra kosten gemaakt. Een nog sneller vertrek (dan over 3 jaar) van de zeecruise betekent onaantrekkelijke ligplaatsen in het havengebied met een heel grote kans dat reders Rotterdam links laat liggen. We moeten er dan vanuit gaan dat de facto Rotterdam dan afscheid neemt van de zeecruise. Een vroegtijdig besluit (i.c. nu) en een zo laat moge lijke verhuizing vergroot de kansen op een succesvolle exploitatie in de Merwehaven omdat dit het gebied maximaal de tijd geeft tot ontwikkeling te komen voor het verbeteren van de positie op de cruisemarkt, de reeds gedane investeringen in het huidige complex aan de Wilhelminakade geheel afgeschreven kunnen worden, er meer tijd is om mogelijke risico's (zoals grondverwerving) te verkleinen en betrokken (markt) partijen (zoals reders) ruim gelegenheid krijgen om zich op de nieuwe locatie voor te bereiden en ook betrokken kunnen worden bij de exploitatie zodat exploitatierisico's mogelijk kunnen worden verkleind.
41
Financieel en exploitatie De ontwikkeling van de cruisemarkt (aantal calls) kan mee, maar evengoed tegenvallen (48 calls per jaar in plaats van de recente 70 calls dit jaar en mogelijke groei tot max .101 per jaar). Dat betekent dat de ontwikkeling van een nieuwe locatie een financieel risico met zich meedraagt afhankelijk voor de haalbaarheid van aanvul lende exploitatiemogelijkheden.
6.4 AANBEVELINGEN Bij uitstel van het besluit tot 2021 wordt geadviseerd: ^ Uitsluitsel te krijgen over het risico dat turnaroundcalls op werkdagen niet leiden tot ontoelaatbare verkeerscongestie; ^ Uitsluitsel te krijgen over de risico's voor milieu-effecten op de Wilhelminapier in het geval de cruise hier blijft en de Baltimore wordt gebouwd. ^ Ernaar te streven de hoogte en onzekerheid van kosten voor grondverwerving van de Merwehaven te verlagen. ^ De haalbaarheid van een combinatie met Dutch Wind Wheel te onderzoeken omdat dit vanuit financieel oogpunt en vanuit het oogpunt van uitstraling een aantrekkelijke optie kan zijn. ^ Onderzoek te doen naar andere eigendoms- en exploitatievormen waaronder participatie van marktpartijen in samenwerking met of door Cruise Port Rotterdam.
Zolang de cruiseterminal zich nog op de Wilhelminapier bevindt, wordt aanbevolen waar nodig verkeerskundige maatregelen te nemen om de door stroming op de pier en het Wilhelminaplein te verbe teren, de huidige cruiseregeling te vereenvoudigen en daardoor de kosten per call substantieel te verlagen. De cruise dient volwassen te worden geïntegreerd in de ontwikkeling van de pier, de buitenruimte en de verkeersontsluiting, zodat de eenduidigheid over het gebruik van het wegennet en de parkeerplaatsen op de pier groeit en minimale 'tijdelijke' maatregelen per call genomen hoeven te worden genomen. Bij een combinatie met de Dutch Wind Wheel zijn de contractuele voorwaarden m.b.t. financiën, risicoverdeling en aanvullende exploitatie van groot belang voor de aantrekkelijkheid van deze optie. Een alternatief blijft daarom altijd noodzakelijk maar ook vanwege het nog steeds bestaande risico dat de Dutch Wind Wheel geen doorgang vindt. In alle gevallen is de exploitatie waarschijnlijk te verbeteren door nog eens goed te kijken naar de best passende juridische en economische vorm van eigendom en exploitatie. Deze zal mede af kunnen hangen van de gekozen optie en locatie. Het verdient aanbeveling om in te gaan op eventuele voorstellen van CPR andere vormen te verkennen, in het bijzonder participaties in de terminal door rederijen.
Zolang geen definitief besluit genomen is, moet de mogelijkheid tot vestiging van een terminalcomplex op alle locaties open worden gehouden en gepoogd deze locaties tot een definitief besluit beschikbaar te houden voor cruise. De eventueel hieraan verbonden kosten dan wel gederfde inkomsten zijn niet in dit onderzoek meegenomen. Het is de moeite waard om voor het verbinden van de haven met de stad bij verhuizing de haalbaarheid te onderzoeken van een beperkte exploitatie aan de Wilhelminapier voor de luxe, kleinere cruiseschepen.
42
43
44
45
ROTTERDAM. BMAKEļlTļ