[22bb006521] Bijlage 5 behorende bij 22bb6520 - Zienswijzenrapportage bestemmingsplan Schiekadeblok
Tekst van het document
In dit onderzoek naar horeca is één locatie voor horeca t/m horeca 4 (poppodium), twee locaties voor horeca t/m horeca 3 en voor de overige plinten horeca 1, inclusief gevelterrassen als uitgangspunt genomen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau Peutz. Daarnaast is er een kwalitatieve beschouwing gedaan door adviesbureau Peutz voor de locatie voor nachthoreca in de kelderruimte van het Schieblock. De typen horeca, openingstijden van de horeca en het terras en de situering van de horeca inclusief terras zijn als uitgangspunten door de gemeente aan Peutz gepresenteerd. Peutz heeft op basis van expert judgement aannames gedaan voor het muziekgeluid binnen in de inrichting en het stemgeluid op de terrassen. Tevens is onderzoek gedaan naar het achtergrondgeluid in het plangebied. Dit heeft geresulteerd in de volgende uitgangspunten: Nachthoreca Er worden twee nachthorecagelegenheden mogelijk gemaakt in het plangebied. De ene nachthorecagelegenheid is gesitueerd op de locatie van poppodium Annabel in de kelder en op de begane grond en heeft een 24-uursexploitatie zonder gedefinieerde openingstijden, maar is doorgaans geopend tot minimaal 05.00 uur. […] De andere nachthorecagelegenheid is gesitueerd in de kelderruimte van het Schieblock.
Voor het (muziek)geluidniveau in de horecagelegenheid is uitgegaan van 103 dB(A) op de dansvloer, met een housemuziekspectrum, overeenkomend met de andere beschouwde nachthorecagelegenheid. Op basis van de betonnen opbouw van de vloerconstructie tussen de kelder en begane grond zal er een reductie van het (muziek)geluid plaatsvinden van circa 40 dB(A) tussen de kelder en de begane grond. Hierbij wordt er tevens van uitgegaan dat de toegangsdeuren van de kelderruimte goed gesloten blijven. Deze voorwaarde is opgenomen in de planregels. Het heersende geluidniveau op de begane grond zal hiermee ten hoogste circa 60 tot 65 dB(A) bedragen. De (muziek)geluidemissie via de gevel op de begane grond zal hiermee beperkt zijn. Verbeelding: De functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca – 2’ (sh – 2) wordt toegevoegd ter plaatse van de kelderruimte van het Schieblock: Oud
Nieuw
30
10.2 Betaalbaarheid kantoren In dit geval is het volgens reclamant van belang dat de creatieve bedrijvigheid blijvend in het gebied kan worden gehuisvest. Dat betekent dat deze bedrijvigheid gevestigd wil blijven in de bestaande panden en dat de topkantoren vanzelfsprekend in de nieuwbouw terecht komen. Om dit te kunnen waarborgen, verzoekt reclamant twee dingen. Allereerst zou per zone moeten worden omschreven wat voor type bedrijvigheid/kantoren is toegestaan. Daarnaast zou de categorie ‘betaalbare werkruimte’ als categorie moeten worden toegevoegd in het bestemmingsplan. Betaalbaarheid van kantoorruimte is namelijk ook een voorwaarde voor de creatieve bedrijven. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan worden bedrijvigheid of kantoren toegestaan maar wordt vanwege de flexibiliteit geen nadere typering voorgeschreven. Bij verkoop van gemeentelijke panden op deze locatie zal de gemeente middels een kettingbeding in de koopovereenkomst opnemen dat minimaal een bepaald percentage van werkruimten voor een periode van tenminste 15 jaar voor een vastgestelde gemiddelde verhuurprijs en een maximum huurprijs in de markt gezet moet worden. In de verkoopprijs wordt deze verplichting meegenomen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
11 Reclamant 11 Reclamant is architectuurhistoricus en benadrukt de cultuurhistorische waarden van het Boekmanpand en het Esvehapand. Over de waarde en het gewenste behoud van beide panden bestaat consensus, zo leest reclamant in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Toch bestaat er inconsistentie over hoe met deze panden om te gaan. 11.1 Maximaal één laag optopping panden Delftsestraat Reclamant geeft aan dat er in 2021 constructief onderzoek is verricht naar de mogelijkheid tot optopping van het Boekmanpand met twee lagen. De conclusies van dit onderzoek waren dat een optopping van één laag gedragen zou kunnen worden door de bestaande fundering, maar een optopping met twee lagen zou zodanig ingrijpende constructieve maatregelen vergen, dat er niets van de cultuurhistorische waarde zou overblijven. Een extra betonconstructie met kolommen dwars door het gebouw heen zou noodzakelijk zijn en daarmee zou de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteit geweld aangedaan worden. De constructiewijze van de panden, met een eenvoudig betonskelet, draagt immers bij aan hun karakter. Met een extra constructie blijven er van de Delftsestraat alleen de ‘wederopbouwgeveltjes’ over. Daarnaast is het de vraag hoeveel volume toegevoegd kan worden zonder dat het effect van een ‘waterhoofd’ ontstaat.
Dat geldt voor de meeste panden aan de Delftsestraat, maar vooral voor het Esvehapand dat een klassieke opbouw heeft met een plint, middendeel en een bekroning, die het gebouw ‘af’ maakt aan de bovenzijde. Bij een toevoeging van twee lagen, raakt deze opzet uit verhouding. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan wordt een maximale optopping van twee lagen mogelijk gemaakt. Dit wil niet zeggen dat deze twee lagen er moeten komen. De gemeente is het met reclamant eens dat er aandacht moet zijn voor de uiterlijke verschijningsvorm van de optoppingen en het feit of de constructie van de panden de optopping kan dragen. De gemeente werkt op dit moment aan welstandsrichtlijnen voor het gebied (zie ook de reactie op zienswijze 11.2). De cultuurhistorische waarde van de panden aan de Delftsestraat spelen daarbij een belangrijke rol. Toekomstige aanvragen om een omgevingsvergunning worden door de commissie Welstand en Monumenten getoetst aan de welstandscriteria. Daarnaast is de vrees van reclamant dat er een effect van een waterhoofd zal ontstaan, ongegrond. Ruimtelijk gezien is een optopping van twee lagen in verhouding tot de onderbouw. Vanwege de verplichte set back aan de Delftsestraatzijde zal het oorspronkelijke volume altijd ruimtelijk domineren ten opzichte van de optopping. Dit staat ook in de Nota van Uitgangspunten beschreven.
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 11.2 Wederopbouwkarakter zijde Delftsehof Reclamant meent dat de toegestane overkraging aan zijde Delftsehof van de wederopbouwgebouwen moet worden gezien als een aantasting van de interne ruimtelijke kwaliteit, omdat de lichtinval in de 31
panden ernstig wordt belemmerd. Echter, door de geboden ruimte in het ontwerpbestemmingsplan voor optopping en overkraging, gecombineerd met een 9 meter hoge uitbouw aan de zijde van het binnenhof, worden de gevels aan de Delftsehof in het maximale scenario grotendeels ingepakt. Zo wordt onzichtbaar dat het hier om een reeks individuele panden gaat. De toegestane overkraging doet afbreuk aan de leesbaarheid van de oudbouw en sluit niet aan bij het idee van de Rotterdamse laag, waarbij de opbouw juist moet terug liggen. Reactie: In het bestemmingsplan wordt de maximale omvang aangegeven van de optoppingen, waarbij ook de mogelijkheid behoort om aan de zijde van het binnenhof van de panden de optopping 2 meter laten overkragen. De gemeente hecht, net zoals reclamant, aan de leesbaarheid van de individuele panden. De individuele panden blijven herkenbaar/leesbaar doordat niet voor één maximale hoogte is gekozen, maar de maximale hoogte per pand is bepaald. Dit is in de Nota van Uitgangspunten beschreven en zal verder worden uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan en welstandscriteria. De welstandscriteria zullen maatgevend zijn voor de welstandstoets voor deze panden. Dit beeldkwaliteit plan is naar verwachting eind dit jaar (2022) gereed voor besluitvorming en vaststelling door het college. De welstandscriteria worden door de gemeenteraad vastgesteld.
In de NvU wordt bovendien beschreven dat wanneer aangebouwd wordt aan de Delftsehofzijde van de panden, de pandsgewijze opbouw herkenbaar blijft evenals de wederopbouwarchitectuur en de diversiteit aan de achterzijden. De leesbaarheid van de Rotterdamse laag wordt aan de zijde van de Delftsestraat benadrukt met een set back en aan achterzijde met een overstek of op een andere wijze. Dit wordt ook nader uitgewerkt in het beeldkwaliteitsplan. De vrees van reclamant dat de panden grotendeels worden ingepakt waardoor het onzichtbaar wordt dat het gaat om een reeks individuele panden is dus ongegrond. Naar aanleiding van de zienswijze van reclamant wordt voorgesteld om de bescherming van het cultuurhistorisch ensemble van de wederopbouwpanden ook te borgen in het bestemmingsplan, middels een voorwaardelijke verplichting voor het optoppen van de panden, het ophogen van de uitbouw en de eventuele sloop-nieuwbouw. Tot slot wordt opgemerkt dat wordt gewaarborgd dat er voldoende daglichttoetreding in de bestaande panden aanwezig zal zijn. De optopping moet namelijk voldoen aan de normen uit het Bouwbesluit.
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en het optoppen, het uitbouwen en de eventuele sloop- nieuwbouw voorwaardelijk te maken kwaliteitseisen die rechtdoen aan de cultuurhistorische waarden van de wederopbouwpanden, door het ontwerpbestemmingsplan als volgt te wijzigen: Regels: Artikelen 6.2.4 en 7.2.4 toe te voegen die als volgt luiden: 1. Een omgevingsvergunning voor aan- of opbouwen van de gebouwen met de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ wordt alleen verleend indien wordt aangetoond dat de aan- of opbouw: a) Geen nadelig effect heeft op de cultuurhistorische waarde van het gebouw of het ensemble. Dit geldt zowel voor de voor- als achterzijde van het gebouw; b) De karakteristieke hoofdvorm, pandbreedte, bouwstijl, gevelindeling of typerende architectuur van het gebouw wordt gerespecteerd. 2. Alvorens te beslissen op een aanvraag omgevingsvergunning zoals bedoeld onder lid 1, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten. Verbeelding De bouwaanduiding ‘karakteristiek’ (ka) wordt toegevoegd aan de verbeelding: Oud
32
Nieuw
11.3 Avondhoreca Delftsestraat De Delftsestraat moet een levendige straat worden met een open en uitnodigende plint, niet alleen overdag maar ook in de avond. Het voorgestelde programma verziet echter alleen in daghoreca en niet in avondhoreca. Hierdoor zijn functies uitgesloten die juist in de avond voor een levendige straat kunnen zorgen. Reclamant verzoekt om meer avondhoreca toe te staan in de panden aan de Delftsestraat. Reactie: In alle panden van de Delftsestraat is horeca 1 toegestaan. Dit is horeca die tot 23:00 uur geopend mag zijn, achtergrondmuziek ten gehore mag brengen en een terras mag exploiteren. Een restaurant kan zich hier dus goed vestigen. Hiermee is voldoende mogelijkheid en potentie voor een levendige plint in de avonduren (tot 23:00 uur). Het past niet binnen de gebiedsontwikkeling om horeca 2 (avondhoreca zonder geluid) mogelijk te maken in de panden Delftsestraat. In deze bestemming kunnen zich namelijk ook cafés vestigen. Deze vorm van horeca heeft, ondanks dat er geen versterkte muziek ten gehore mag worden gebracht, wel een andere uitstraling dan bijvoorbeeld en restaurant. De uitstroom van bezoekers heeft bijvoorbeeld een grotere impact op de omgeving. Bovendien is er geen (geluid)ruimte om extra terrassen toe te staan tot 1:00/2:00 ‘s nachts. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
11.4 Verbod op dark stores in het gebied Het is volgens reclamant zeer wenselijk om een verbod op dark stores op te nemen in het bestemmingsplan. Hiermee wordt een levendige plint niet bewerkstelligd. Reactie: Op 3 februari van dit jaar is een voorbereidingsbesluit genomen om nieuwe vestigingen van zogenaamde dark stores tegen te gaan. De gemeente is bezig met het opstellen van een parapluherziening bestemmingsplan om flitsbezorging te reguleren. Deze parapluherziening zal ook gelden voor het Schiekadeblok. Om te zorgen voor regulering op één plek landt, en niet op verschillende plekken, is ervoor gekozen om de regulering van flitsbezorging vooralsnog niet in verschillende bestemmingsplannen te regelen. Het uitgangspunt voor het Schiekadeblok is om hier geen flitsbezorgingsdiensten toe te staan. De daadwerkelijke uitwerking daarvan zal landen in de parapluherziening en is te zijner tijd te lezen in dat (ontwerp)bestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12 Reclamant 12 Reclamant woont in de Provenierswijk. Deze zienswijze is medeondertekend door de Bewonersvereniging Provenierswijk en twee andere bewoners. 12.1 Gebrek aan participatie Reclamant is van mening dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met de bewoners van de Provenierswijk. Reactie: 33
Het bestemmingsplangebied is al vele jaren onderwerp van studie naar een beste gebiedsontwikkeling met daarbij behorende participatie. Participatie over de in dit bestemmingsplan ingezette vorm van gebiedsontwikkeling heeft plaatsgevonden sinds 2019. De stakeholders met het meeste belang zijn nauwer betrokken en dat zal zich de komende jaren nog verstevigen bij de uitwerking van de plannen en bij het vormgeven aan de tijdelijkheid. Het verstrekken van informatie aan een bredere omgeving is een lichtere vorm van participatie en het stelt partijen in de gelegenheid om een eventueel belang kenbaar te maken en te reageren. De wijkraden Provenierswijk en het Oude Noorden en de toelichting aan enkele bewoners zijn daar een voorbeeld van. De relevante rapporten zijn beschikbaar gesteld en gestelde vragen zijn beantwoord. Aanvullend op de publicatie van de informatieavond voor het bestemmingsplan zijn bewoners in de Provenierswijk (tussen spoor-Provenierssingel-Schiekade) per brief op de hoogte gebracht. De vragen en reacties tijdens en rond de informatieavond zijn beantwoord en op verzoek zijn onderliggende rapporten beschikbaar gesteld. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.2 Structuurvisie/planMER 2011 Reclamant merkt op dat er regelmatig wordt verwezen naar de Structuurvisie en het planMER uit 2011.
Dat vindt reclamant raar en bovendien onjuist omdat deze documenten achterhaald zijn en het Schiekadeblok uit de Structuurvisie is gehaald. Bovendien hoort er volgens de Chw een up-to-date Structuurvisie, inclusief planMER, te liggen. Reactie: Een structuurvisie moet worden beschouwd als een integraal, richtinggevend principebesluit op hoofdlijnen. Niet voor alle (project)gebieden is een structuurvisie nodig. Het RCD-gebied is in 2010 aangewezen als lokaal project met nationale betekenis. Hieruit vloeit de verplichting voort om een structuurvisie te maken voor het gebied. Aan deze structuurvisie worden verschillende voorwaarden gesteld, die worden genoemd in artikel 2.19 van de Chw. In 2011 is door de raad een structuurvisie vastgesteld voor het gebied. Aan de verplichting om voor dit gebied een structuurvisie op te stellen, is dus voldaan. De structuurvisie voldoet evengoed aan de eisen die zijn opgenomen in artikel 2.19 van de Chw. In de structuurvisie wordt onder meer beschreven hoe het gebied wordt ontwikkeld, waarbij ook aandacht is voor uitwerking op hoofdlijnen van de verschillende deelprojecten. Zo ook specifiek voor het Schiekadeblok.
Het college heeft op basis van voortschrijdend inzicht op 27 november 2018 het Ambitiedocument Schiekadeblok vastgesteld met nieuwe uitgangspunten die op de programmatische invulling, en voor de stedenbouwkundige structuur, afwijken van de structuurvisie uit 2011. Vervolgens heeft de raad op 28 mei 2020 de Nota van Uitgangspunten vastgesteld, waarmee een nieuwe slag is geslagen voor de stedenbouwkundige uitwerking van het Schiekadeblok. Afwijken van een structuurvisie, als daar al sprake van zou zijn, is zonder meer mogelijk, mits gemotiveerd. De Chw en de Wro staan hier niet aan in de weg. In februari 2020 heeft de raad, onder meer in het licht van het bovenstaande, besloten om twee pagina’s van de structuurvisie zogenoemd in te trekken: op die pagina’s was onder meer de stedenbouwkundige uitwerking van het Schiekadeblok beschreven. Dat betekent echter niet dat de structuurvisie niet meer van kracht is op het RCD en/of geen betrekking meer heeft op het Schiekadeblok. Overigens is ook niet alles ingetrokken, hetgeen opgemerkt over bezonning is onverminderd van kracht gebleven. De structuurvisie, en bijbehorend planMER, is in de basis nog altijd actueel, zij het op hoofdlijnen. Ook voor wat betreft het Schiekadeblok. In paragraaf 2.3.15 t/m 2.3.19 van de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is het plan ook langs de lat gelegd van deze structuurvisie.
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.3 Salamitactiek MER Reclamant is van mening dat de gemeente de (bestemmings-)plannen met hoogbouw in en rondom het RCD-gebied bewust in stukjes knipt, om op die manier de milieueffecten niet in samenhang te beoordelen. In het hele gebied, dat nog geen 750 meter x 350 meter beslaat inclusief Pompenburg en 34
RISE, worden totaal meer dan 2000 woningen mogelijk gemaakt. Hierdoor is er een MER-plicht. Doordat de gemeente geen MER maakt, worden de milieueffecten niet in samenhang beoordeeld. Volgens reclamant is dit in strijd met de Europese m.e.r.-richtlijn en in strijd met wat de gemeente eerder in de toelichting op het bestemmingsplan Weenapoint (2011) heeft gezegd. Reactie: Het criterium van 2000 woningen komt uit de D lijst, 11.2 uit de bijlagen van het Besluit Milieueffectrapportage. Als de drempel van 2000 woningen wordt overschreden, dan is een m.e.r.beoordeling verplicht waaruit blijkt of een ontwikkeling wel of niet MER-plichtig is. Het is niet zo dat een ontwikkeling met meer dan 2000 woningen automatisch MER-plichtig is. Voor bestemmingsplan Rotterdam Central District en Schiekadeblok is een m.e.r.-beoordelingsbesluit vastgesteld. Voor Pompenburg wordt een m.e.r.-beoordelingsbesluit opgesteld. Er is geen sprake van onderlinge samenhang met betrekking tot fasering, uitvoerbaarheid en financiering daarom is het niet noodzakelijk om voor het totaal een milieueffectrapportage op te stellen. Tegelijkertijd is ervoor gekozen om de relevante milieuaspecten zoals geluidbelasting en groepsrisico externe veiligheid wel in samenhang te bekijken. In de wetenschap dat de ontwikkelingen tezamen doordat ze in elkaars nabijheid liggen wel effect op elkaar en op de omgeving kunnen hebben.
Dit is onder andere gedaan door met een uitgebreid verkeersmodel op te stellen waar alle ontwikkelingen in zijn opgenomen (RCD, Schiekadeblok, Pompenburg, RISE en Lumière). Hierdoor wordt dus niet per project gekeken wat het effect is op de omgeving als gevolg van de toename van verkeer dat wordt gegenereerd maar wordt het effect beschouwd met de toename van het verkeer van al deze ontwikkelingen tezamen. Toen de planvorming voor ontwikkeling RISE startte en voor ontwikkeling Lumière werd hervat (2022) is een nieuwe afweging gemaakt. Er is bij deze ontwikkeling niet voor gekozen om vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluiten op te stellen, zoals voor het Schiekadeblok wel is gedaan. Er is direct overgegaan tot het opstellen van een MER. Een MER wordt in dat geval een geschikt instrument bevonden om de milieueffecten van beide ontwikkelingen tezamen te onderzoeken en daarnaast kunnen op die manier de milieueffecten van die ontwikkeling in samenhang worden beschouwd met de milieueffecten van de projecten in de nabije omgeving, zoals Schiekadeblok, maar ook RCD en Pompenburg. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.4 Externe veiligheid – groepsrisico berekening Reclamant merkt op dat voor de berekening van het groepsrisico onjuiste gegevens zijn gebruikt.
De Provenierswijk ligt ook in het gebied dat bij het berekenen van het groepsrisico moet worden betrokken, dat is niet meegenomen. Reclamant verwijst naar UOK-afspraken tussen de minister en de wethouder in 2011. Reactie: Het groepsrisico wordt berekend aan de hand van het aantal mensen dat in het invloedsgebied van het spoor aanwezig is. Het invloedsgebied is 200 meter aan beide zijden van het spoor, dus delen van de Provenierswijk die hierbinnen vallen zijn ook beschouwd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.5 Externe veiligheid – verwijzing Structuurvisie Ook wordt in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan voor Externe veiligheid naar de Structuurvisie en het planMER uit 2011 verwezen. Dat is volgens reclamant ten eerste onjuist omdat het Schiekadeblok uit de Structuurvisie is gehaald en ten tweede omdat in de Structuurvisie geen rekening is gehouden met bebouwing zo dicht langs het spoor. Dit brengt een extra risico met zich. Reactie: De ontwikkeling Schiekadeblok is niet geheel uit de structuurvisie gehaald. Wel heeft de gemeenteraad in 2020 de Structuurvisie gedeeltelijk ingetrokken waar het gaat om de daarin voorgestelde volumes en het voorgestelde programma (blz. 74 en 75). In het raadsbesluit van 4 februari 2020 is bepaald dat de bezonningsafspraken op deze pagina’s in stand blijven.
Voor het overige is de Structuurvisie van 2011 ongewijzigd. In de Structuurvisie is beschreven dat zowel de 35
ontwikkeling Delftseplein (bestemmingsplan Rotterdam Central District) als de ontwikkeling Schiekadeblok voorzien in bebouwing dicht bij het spoor waardoor het groepsrisico stijgt. In de structuurvisie is voor Schiekadeblok 240.000 m2 ontwikkelruimte opgenomen. In bestemmingsplan Schiekadeblok was 140.000 m2 voorzieningen, kantoren en woningen bestemd en op basis van dit programma is het groepsrisico berekend. Voor de bebouwing dicht bij het spoor zijn in het bestemmingsplan verschillende maatregelen verplicht gesteld om de zelfredzaamheid van de bewoners/gebruikers te vergroten. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.6 Geluid – onjuiste brongegevens In het akoestisch rapport wordt gebruik gemaakt van onjuiste en verouderde brongegevens en documentaties (2016 en april 2021) waardoor niet met de meeste recente cijfers wordt gerekend. Reactie: Reclamant verwijst naar paragraaf 4.1 uit het akoestisch onderzoek (bijlage 4 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan). In deze paragraaf staat een opsomming van de gegevens van als uitgangspunt zijn gehanteerd van het onderzoek. Eén van die uitgangspunten is dat er gebruik wordt gemaakt van EU-geluidkaarten. Er is inderdaad gebruik gemaakt van een EU-geluidkaart uit 2016. Dit is de meest recente geluidkaart.
Er is wel -zoals in het rapport ook is gemeld- gecontroleerd of deze geluidkaart nog actueel is. Daarbij is een aantal objecten (bijvoorbeeld de Coolsingel) naar de huidige situatie gecorrigeerd. Een ander uitgangpunt is het geluidregister van ProRail. In het rapport wordt vermeld dat er een geluidregister van 12 april 2021 is gebruikt. Dit blijkt een verschrijving, het geluidregister van 24 februari 2022 is gebruikt. Dit wordt aangepast in het rapport. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Tevens stellen wij voor om de verschrijving in het akoestisch rapport te herstellen, zie A4. 12.7 Geluid – reflectie In het akoestisch onderzoek is een reflectie berekenend, maar er is alleen gekeken naar het kleine gebied van het Zuster Hennekenplein, terwijl de weerkaatsing/reflectie van het geluid vanwege de nieuwe bebouwing langs het spoor helemaal tot de Proveniersplein komt. Treinen die ter hoogte van het Schiekadeblok rijden, veroorzaken een geluidbelasting van 68 dB of hoger bij het Proveniersplein. Reactie: In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met de reflectiebijdrage vanwege de geplande bebouwing op de spoorstrook. Daarbij geldt: hoe groter de afstand vanaf de geplande bebouwing in het plangebied, hoe kleiner de reflectiebijdrage van de geluidbelasting vanwege de doorgaande treinen.
Dit blijkt ook uit een vergelijking tussen de rekenresultaten in bijlage 4 en bijlage 9 bij het akoestisch onderzoek. De reflectiebijdrage is o.a. berekend op de woningen aan de Proveniersstraat (ten westen van het Zuster Hennekenplein). Uit de berekeningen blijkt dat de reflectiebijdrage niet of nauwelijks aanwezig is, namelijk 0,0 tot 0,2 dB. Dit is voor het menselijk oor niet waarneembaar. Voor de woningen die verder weg liggen is er geen reflectiebijdrage meer. Een nader geluidonderzoek naar de reflectiebijdrage is derhalve niet zinvol. Bovendien blijkt uit het akoestisch onderzoek bij het bestemmingsplan Rotterdam Central District (december 2020) dat de geluidbelasting van railverkeerlawaai op de gevels van de aanwezige woningen aan het Proveniersplein maximaal 64 dB bedraagt en niet 68 dB zoals reclamant stelt. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.8 Geluid – cumulatie met Tree House Reclamant stelt dat er ten onrechte geen rekening is gehouden met de cumulatie van de reflectie van het Tree House en de reflectie van de bebouwing op de spoorstrook. Reactie:
36
Zoals in reactie op zienswijze 12.7 is toegelicht, is de reflectiebijdrage van de geplande bebouwing op de spoorstrook nihil. Er is derhalve geen aanleiding om de cumulatieve reflectiebijdrage met het Tree House in kaart te brengen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.9 Geluid – megafoonwerking Reclamant stelt dat er geen rekening is gehouden met de megafoonwerking van de overkapping van Rotterdam Centraal. Het rekenmodel dat is gebruikt om de weerkaatsing te berekenen is ongeschikt. De gemeente zou een langdurig onderzoek moeten uitvoeren, zoals zij ook altijd beloofd heeft. Reactie: Als gevolg van het bestemmingsplan Schiekadeblok verandert er niets aan de overkapping van Rotterdam Centraal en ook neemt het treinverkeer niet toe. Dit valt dus volledig buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Reclamant heeft tegen het bestemmingsplan Rotterdam Central District een nagenoeg gelijke zienswijze – en later dit punt ook in beroep – naar voren gebracht. Om tegemoet te komen aan de zorgen van reclamant, is in het kader van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Rotterdam Central District een aanvullende studie uitgevoerd door bureau Peutz om (o.a.) de reflectiebijdrage van alle relevante geluidbronnen van Rotterdam Centraal in beeld te brengen.
Dit rapport is bekend bij reclamant en onderdeel van de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Rotterdam Central District. De conclusie van dit rapport is -samengevat- dat het meebeschouwen van de geluidbijdrage van de overkapping ten gevolge van de stationsgebonden bronnen, resulteert in een toename van de geluidbelasting ter hoogte van de aanwezige woningen aan het Proveniersplein van maximaal circa 1 dB. Dit is een zeer geringe toename en niet voor het menselijk oor waarneembaar. Voor een reactie op deze zienswijze wordt dan ook verwezen naar het aanvullende rapport van bureau Peutz (d.d. 25 oktober 2021, F 22301-2-RA-001 en de daarbij gegeven toelichting. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.10 Geluid – zachte bodem Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van een zachte bodem bij en tussen de sporen en bij het spoortalud (waar gebouwd mag worden). Dit is onjuist, het gebied is namelijk volledig verhard, hetgeen ook wordt bevestigd in de toelichting bij het bestemmingsplan. Door deze aanname vallen de resultaten gunstiger uit. Reactie: Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Dit is landelijke wetgeving. Conform dit voorschrift wordt voor het bepalen van de bodemdemping van spoorwegen uitgegaan van een akoestisch zachte bodem.
Dat komt ook overeen met de feitelijke situatie, op het spoortalud mag niet worden gebouwd en wordt dus niet als het gevolg van bebouwing verhard. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.11 Geluid – horecageluid Reclamant stelt dat niet is onderzocht wat het effect van horecageluid is op de Provenierswijk. Op dit moment ervaart reclamant overlast van het RCD-gebied en zelfs de muziek van het Keti-Koti festival in het Oude Westen-park is te horen. Reactie: Er is uitvoerig onderzoek gedaan naar horecageluid. Daarbij zijn de toekomstige woningen als ook de bestaande woningen aan de Delftsestraat maatgevend geweest. Zie ook de reactie op zienswijze 3.1. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat er, vanwege de stevige isolatiemaatregelen die worden voorgeschreven bij de horeca, geen overschrijding is van de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer vanwege muziekgeluid. De emissie van muziekgeluid zal tevens afnemen ten opzichte van de huidige situatie. De bijdrage van het stemgeluid van de terrassen is in de planregels gemaximeerd op een gecumuleerd invallend geluidniveau van 65 dB(A)-etmaalwaarde op de gevel 37
van de toekomstige woningen. We zien dat het stemgeluid al aanzienlijk is afgenomen ter plaatse van de woningen aan de overzijde van de Delftsestraat en dat de huidige staat van de gevel van de bestaande woningen voldoende zijn voor de nodige reductie van het stemgeluid. De dichtbij zijnde woning in de Provenierswijk ligt ongeveer twee keer zo ver als de woningen aan de overzijde Delftsestraat. De woning van reclamant ligt zelf op acht keer zo’n grote afstand. Er is geen reden om aan te nemen dat reclamant (onevenredige) overlast zal ervaren van de horeca in het Schiekadeblok. Reclamant maakt daarnaast nog een vergelijking met het geluid dat te horen is vanwege een muziekfestival in het Wijkpark Oude Westen. Een openluchtfestival is niet te vergelijken met inpandige horeca. Op de terrassen op het Delftsehof mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.12 Bezonning – verkeerde onderzoeksmethoden Reclamant stelt dat in het bezonningsonderzoek verkeerde onderzoeksmethoden worden gebruikt. In het onderzoek wordt de bezonning op de voor- en achtergevels bij elkaar opgeteld. Dat is niet juist en niet volgens de afspraak. Deze methode hoort bij de Haagse norm-methode. De Provenierswijkregel gaat uit van de gevel waar de schaduw van de hoogbouw op valt.
Reactie: Deze methode is eerder toegepast bij het bestemmingsplan Rotterdam Central District en is conform de Provenierswijkregel, zoals die opgenomen is in het stedenbouwkundig plan Central District Rotterdam van 2008. Door de gekozen onderzoeksmethode worden de bewoners van de Provenierswijk ook niet benadeeld. In tabellen bij dit onderzoek zijn per woning de extra schaduw op de voor- en achtergevel opgenomen zodat voor iedere woning inzichtelijk is welk effect er optreedt. Door de toevoeging van schaduw op de voor- en achtergevel op te tellen, is er juist sprake van een strengere beoordeling van de toekomstige situatie dan wanneer slechts 1 gevel wordt betrokken bij de afweging. Met andere woorden: Het komt ten gunste van de bewoners om twee gevels te toetsen, want zo wordt er namelijk geen toevoeging van schaduw gemist. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.13 Bezonning – salamitactiek en cumulatie Reclamant stelt dat elke hoogbouwontwikkeling in het RCD-gebied apart wordt beoordeeld zodat het schaduweffect minder lijkt dan het werkelijk is. Dit is niet conform de belofte dat de torens in cumulatie worden beschouwd. De Provenierswijk krijgt bijna geen zon meer als alle hoogbouw gerealiseerd is. De Provenierswijk ligt gedurende 6 maanden volledig in de schaduw.
Dit is niet conform de afspraken die voormalig wethouders Hulman en Karakus met de wijk hebben gemaakt, namelijk: Geen wandvorming vanuit de wijk gezien en alle hoogbouwtorens tellen cumulatief mee in de beoordeling van de hoeveelheid schaduw. Reactie: Zoals de afbeelding f3.2 op blz. 10 van de bezonningsstudie (bijlage 9 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan) laat zien, zijn voor de toetsing van de Provenierswijkregel de schaduweffecten van alle planologische mogelijk gemaakte ontwikkelingen van het vastgestelde bestemmingsplan Rotterdam Central District (2021) en de voorziene bebouwing van het Schiekadeblok gezamenlijk onderzocht. Dit betreft de cumulatieve schaduwwerking vanuit het gebied Rotterdam Central District op de Provenierswijk in de periode tussen 21 maart en 23 september. Concreet gaat het om: het in ontwikkeling zijnde Tree House (Delftseplein), de planologische ruimte voor uitbreiding van het gebouw Delftse Poort, de planologische ruimte voor uitbreiding van bebouwing op de Unilever-locatie én de ontwikkeling van het Schiekadeblok zoals met dit bestemmingsplan mogelijk wordt. De cumulatieve effecten zijn op een juiste wijze in kaart gebracht. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
12.14 Bezonning – cumulatie Pompenburg Reclamant stelt dat wethouder Kurvers in een brief in 2021, naar aanleiding van de reactie op de zienswijze van het ontwerpbestemmingsplan RCD, heeft beloofd dat de ontwikkeling Pompenburg ook
38
wordt meegenomen in het onderzoek. Reclamant constateert dat dit niet is gebeurd. De ontwikkeling in Pompenburg neemt juist in het voorjaar en in de late zomermaanden de ochtendzon weg. Reactie: Het gebied Pompenburg ligt buiten het RCD-gebied en valt niet onder de Provenierswijkregel. De wethouder heeft dit, anders dan reclamant stelt, ook niet in een brief geschreven. Dat betekent niet dat er voor Pompenburg geen bezonningsonderzoek hoeft te worden gedaan. De ontwikkeling Pompenburg moet worden getoetst aan het Afwegingskader bezonning. In dat onderzoek wordt ook de hoogbouw in de bestemmingsplannen RCD en Schiekadeblok meegenomen. Op deze manier worden de cumulatieve effecten in beeld gebracht en beoordeeld. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.15 Bezonning – cumulatie RISE, Lumière en City House Reclamant merkt op dat grenzend aan het RCD-gebied de gemeente twee hoogbouwontwikkelingen uitwerkt, namelijk RISE, Lumière en City House. Deze ontwikkelingen hebben bijna nog meer impact op de Provenierswijk qua schaduw dan de ontwikkelingen in het RCD-gebied. De beloftes dat er rekening wordt gehouden met de Provenierswijk stellen niet veel voor als de gemeente dan net buiten de grens van dit gebied meer hogere torens toestaat die heel veel meer schaduw geven. Dit geeft geen blijk van het voldoen aan beloftes en een betrouwbare overheid.
Reactie: De strekking van de Provenierswijkregel is bij reclamant bekend. De afspraak is dat ontwikkelingen in het Rotterdam Central District (RCD) maximaal 1 uur schaduw geven op de gevels van de woningen in de Provenierswijk in de maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september. De ontwikkelingen RISE, Lumière en City House liggen inderdaad niet in het RCD. City House betreft overigens geen hoogbouwontwikkeling. De andere genoemde ontwikkelingen worden te zijner tijd getoetst aan het door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Afwegingskader bezonning én de bezonningsregels van de Hoogbouwvisie 2019 (m.b.t. de bezonning van de buitenruimte). De verantwoording daarvan moet worden gegeven in de planologische besluiten die de ontwikkelingen mogelijk maken. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.16 Bezonning – cumulatie Conradstraat Reclamant stelt dat in het bestemmingsplan RCD op de locatie Conradstraat ‘in concept’ een toren in zit. Deze toren is ten onrechte niet meegenomen in de bezonningsstudie. Reactie: De locatie Conradstraat zit in het vastgestelde bestemmingsplan Rotterdam Central District (2021). Op deze locatie wordt in dat bestemmingsplan géén bebouwing mogelijk gemaakt. Om hier een toren te kunnen realiseren, is een nieuwe planologische procedure vereist.
De hoogbouw die met een eventuele nieuwe procedure mogelijk wordt gemaakt, wordt op dat moment getoetst aan de Provenierswijkregel én de bezonningsregels van de Hoogbouwvisie 2019 (m.b.t. de bezonning van de buitenruimte). Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.17 Bezonning – optelsom met RCD Reclamant vindt dat er wordt gerommeld met cijfers en merkt op dat Peutz in de bezonningsstudie voor het bestemmingplan RCD concludeert dat de afname van bezonning nét binnen de maximale afname van 1 uur valt. In de bezonningsstudie bij het ontwerpbestemmingsplan zou die afname nog steeds binnen het uur blijven. Dat kan niet kloppen, want de bouwmogelijkheden in het Schiekadeblok geeft (alleen al) ook meer dan 1 uur bezonning. Bij elkaar opgesteld is er dus bijna 2 uur extra schaduw. Dit is niet conform de afspraak dat er slechts 1 uur extra schaduw op de Provenierswijk mag worden veroorzaakt door bouwmogelijkheden in het RCD. Reactie: In de toetsing van de bezonning door bureau Peutz is gebruik gemaakt van het model zoals afgebeeld op afbeelding f3.2 op blz. 10 van de bezonningsstudie (bijlage 9 bij de toelichting van het 39
ontwerpbestemmingsplan). Er is geen sprake van dat alleen de hoogbouw in het Schiekadeblok getoetst is op de Provenierswijkregel. Wat wellicht verwarring opwekt is het gegeven dat de bebouwing van het Schiekadeblok (en dan m.n. de hoge toren achter het Schieblock) overwegend op andere woningen schaduw geeft dan de torens die in het bestemmingsplan Rotterdam Central District mogelijk worden gemaakt. Dat is zichtbaar op de figuren in bijlage 3 bij de bezonningsstudie, die overigens horen bij de toetsing aan de bezonningsregels uit de Hoogbouwvisie 2019. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.18 Bezonning – Zuster Hennekenplein Reclamant merkt op dat uit de bezonningsstudie bij het bestemmingsplan RCD zou blijken dat er totaal twee uur schaduw valt op het Zuster Hennekeplein, waarvan 1 uur vanwege het Schiekadeblok. In de bezonningsstudie bij dit bestemmingsplan worden andere cijfers gepresenteerd. Reactie: In de tabel van de bezonningsstudie voor het bestemmingsplan RCD (bijlage 4 bij de bezonningsstudie) blijkt nergens dat er bij de woningen aan het Zuster Hennekeplein de Provenierswijkregel wordt overschreden. Wel is in dit rapport bij de berekening en de verbeelding van de schaduweffecten op de buitenruimte (bijlage 2 bij de bezonningsstudie) te zien dat er een grotere berekende afname van zon is op de buitenruimte.
Maar dat is gebaseerd op een andere rekenmethodiek, waarbij twee referentiemodellen vergeleken worden: de planologische situatie van 2011 en de planologische situatie van 2019. Bij de Provenierswijkregel gaat om de afname van bezonning ten opzichte van de huidige feitelijk aanwezige situatie, die in een 3D-model is gezet. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.19 Bezonning – Hoogbouwvisie Reclamant twijfelt aan de berekeningen die zijn gedaan voor de bezonning op straat. De Provenierswijk is volgens reclamant een Rijksbeschermd stadsgezicht waarbij ook het groen is beschermd. De gemeente voldoet niet aan haar zorgplicht nu de flora en fauna gedurende zes maanden per jaar in de schaduw wordt gezet. Reactie: De berekening is gebaseerd op de uitgangspunten zoals die door de gemeenteraad in 2019 zijn vastgelegd in de Hoogbouwvisie. Daarbij is inderdaad geen specifieke afweging gemaakt met betrekking tot beschermde stadsgezichten. In de Hoogbouwvisie 2019 heeft de Westersingel de aanduiding ‘representatieve ruimte’ gekregen en is er in de Provenierswijk geen ‘representatieve ruimte’ aangeduid (kaart blz. 39 van de Hoogbouwvisie 2019). Voor de toetsing van dit voorgestelde ontwikkelingen in het Schiekadeblok moet uitgegaan worden van het vastgestelde beleidskader en zijn geen gewijzigde criteria gebruikt.
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.20 Verkeer – salamitactiek Reclamant meent dat de gemeente niet alle relevante (hoogbouw) ontwikkelingen in de omgeving in het verkeersmodel heeft opgenomen. Er wordt volgens reclamant nu alleen gekeken naar de ontwikkelingen Schiekadeblok, RISE, Lumière en Pompenburg. Er zou ook rekening gehouden moeten worden met Postkantoor, Coolsingel, City House, Tree House, The Modernist, Unilever-toren, nieuwe toren Delftsepoort). Reactie: In het verkeersmodel zijn de ontwikkelingen uit vastgestelde bestemmingsplannen opgenomen zoals: Rotterdam Central District (Tree House, Unilevertoren en toren Delftsepoort), The Modernist en de herontwikkeling van het voormalige postkantoor. Nieuwe ontwikkelingen zoals Schiekadeblok, Pompenburg, Lumière en RISE zijn ook opgenomen in het verkeersmodel. City House is geen nieuwe hoogbouwontwikkeling. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 40
12.21 Luchtkwaliteit Reclamant merkt op dat uit het verkeersmodel blijkt dat het aantal verkeersbewegingen per etmaal met 2500 toeneemt tot 6000. Dit is een grote toename terwijl de lucht als ernstig vervuild is. Reclamant vraagt zich af hoe erg het zal zijn als er naar alle hoogbouwontwikkelingen in de omgeving wordt gekeken, zoals ook omgeschreven in zienswijze 12.20. Reactie: Het RIVM rapporteert elk jaar over stikstofdioxiden en fijnstof in de lucht. Uit de monitoringsrapportage 2021 blijkt dat de luchtkwaliteit in 2020 verder is verbeterd. Voor het eerst voldoet Nederland voor wegverkeer aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Dat komt omdat de concentraties stikstofdioxide bij de verkeerswegen in 2020 in heel Nederland onder deze grenswaarden liggen. In Rotterdam voldoen de wegen ook aan de grenswaarden voor fijnstof. Zie hiervoor ook de Voortgangsrapportage luchtkwaliteit 2019-2020 van de gemeente Rotterdam. Bestemmingsplan Schiekadeblok valt binnen het project Rotterdam centrum van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Aan de ene kant bestaat het NSL uit projecten die de luchtkwaliteit verslechteren en aan de andere kant bestaat het NSL uit maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en de toename als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen te compenseren.
Voor de overige ontwikkelingen in de omgeving wordt onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit en getoetst aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Deze onderzoeken zijn gebaseerd op het verkeersmodel waarin de genoemde ontwikkelingen in de reactie op zienswijze 12.20 zijn opgenomen. De resultaten zullen de betreffende bestemmingsplannen worden opgenomen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.22 Verhard gebied Volgens reclamant gaat de gemeente er ten onrechte vanuit dat het gehele plangebied verhard is. Dit klopt volgens reclamant niet, aangezien het spoortalud en het terrein daaromheen niet verhard is. Ook het parkeerterrein is niet verhard. De ontwikkeling zorgt dus wel degelijk voor meer verharding. Reactie: Het spoortalud is inderdaad niet verhard, maar het talud is ook geen deel geen onderdeel van de planontwikkeling. De Schiestraat en alle parkeerplaatsen op de spoorstrook en op het binnenhof zijn verhard buiten enkele stroken groen die de functies van elkaar scheiden. De mededeling dat het plangebied volledig verhard is, is gedaan in het licht van de watercompensatie-opgave. De (her)ontwikkeling van het Schiekadeblok leidt niet tot extra verharding, dus er hoeft geen oppervlaktewater te worden gecompenseerd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
12.23 Bomen Reclamant merkt op dat in het gebied grote volwassen bomen staan die voor verkoeling in de omgeving zorgen. Het gebied verharden en (nieuwe) kleine bomen toevoegen, mag volgens reclamant geen ‘vergroening’ worden genoemd. Reactie: Het klopt dat nu langs de Schiestraat enkele grote bomen staan die voor schaduw zorgen. Onderdeel van de gebiedsontwikkeling is het vergroenen van het Schiekadeblok. In de Nota van Uitgangspunten is bijvoorbeeld opgenomen dat er minimaal 10 grote bomen moeten worden geplant. Dit is echter geen aspect dat in het bestemmingsplan wordt geborgd en zal in de verdere planvorming nader worden uitgewerkt. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.24 Flora en fauna De gemeente negeert het beschermde ecosysteem voor (beschermde) dieren en planten. Reclamant stelt dat de gemeente niet voldoende belang heeft toegekend aan het feit dat verblijfs- en foerageergebieden en vliegroutes worden aangetast. 41
Reactie: Tijdens een verkennend veldonderzoek is de aanwezigheid van en de potentie voor beschermde soorten onderzocht. Hierna is geconcludeerd dat nader onderzoek nodig is. Voor het bestemmingsplan is het voldoende om te kunnen concluderen dat verwacht wordt dat met het nemen van de juiste maatregelen een ontheffing van de Wet natuurbescherming kan worden verkregen, indien uit het onderzoek zou blijken dat beschermde soorten aanwezig zijn. Het gedetailleerde ecologisch onderzoek dat een volledig jaar duurt, loopt op dit moment en de resultaten daarvan zullen worden gebruikt bij de verdere uitvoering van de ontwikkeling van het Schiekadeblok Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.25 Water – Groene daken Reclamant is van mening dat groene daken geen oplossing zijn voor de wateropgave. Toch brengt de gemeente dit elke keer als oplossing voor het waterprobleem. Reactie: Groene daken worden door de gemeente gestimuleerd omdat deze het hemelwater tijdelijk vast kunnen houden, een positief effect kunnen hebben op de biodiversiteit en voor verkoeling zorgen en hittestress tegengaan. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt waterberging op het eigen terrein verplicht gesteld door de gemeente. In het bestemmingsplan is in de regels per gebouw opgenomen hoeveel m3 water op eigen terrein moet worden opgevangen (zie ook de reactie op zienswijze 12.26).
Deze waterberging kan op meerdere manieren worden vormgegeven. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.26 Water – effect op singels Reclamant twijfelt aan de conclusie dat de ontwikkeling geen invloed heeft op de waterkwaliteit in het plangebied. Hiermee wordt geen recht gedaan aan het feit dat er volgens reclamant wel (afval)water wordt geloosd op de singels. Het rioolgebied van het Schiekadeblok is verbonden aan de Westersingel. Deze singel is vervolgens weer verbonden met een duiker aan de Provenierssingel en de Spoorsingel. Als met piekbuien het riool overbelast raakt, dan zal het rioolwater van het Schiekadeblok volgens reclamant ook op de singels in de Provenierswijk worden geloosd. De waterkwaliteit in deze singels wordt hierdoor aangetast en dat heeft ook weer effect op de flora en fauna in en rondom de singels. Reactie: Afvalwater wordt via het gemengde rioolstelsel afgevoerd naar de waterzuivering. Alleen bij hevige neerslag is het stelsel niet berekend op de hoeveelheid water. Dan kan er sprake zijn van het overstorten van het riool op de singel. Daarom is het nu bij nieuwbouw verplicht om regenwateropslag te realiseren op eigen terrein. Ook voor het bestemmingsplan Schiekadeblok is dat het geval. In de planregels van het bestemmingsplan is een verplichting opgenomen om een waterberging te realiseren.
Voor de Schieblocktoren (de hoge toren) is dat 75 m3, voor de Perrontoren is dat 57 m3, en voor de bebouwing op de spoorstrook 179 m3. Door het realiseren van deze waterbergingen wordt de kans op een overstort verkleind. Het project heeft daardoor een positieve invloed op de waterkwaliteit. Daarnaast legt de gemeente bij de meeste rioolvervangingen tegenwoordig gescheiden riolering aan, waardoor het vuilwaterriool steeds minder belast wordt met regenwater en het overstorten op de singels wordt verminderd. Eind dit jaar start de rioolvervanging in de Provenierswijk-Oost waar ook een gescheiden riolering wordt aangelegd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.27 Water – cumulatie op singels Reclamant merkt verder nog op dat niet alleen het Schiekadeblok is aangesloten op dit rioolsysteem, maar dat dit ook geldt voor The Modernist, het Tree House en nog andere (bestaande) torens. De cumulatie van het lozen van rioolwater op de singels is nooit onderzocht. Reactie: 42
De hoeveelheid rioolwater is niet maatgevend voor het optreden van overstorten. Het stelsel is zo ontworpen dat rioolwater altijd afgevoerd kan worden. Pas bij hevige neerslag zullen overstorten optreden. De gemeente heeft daarom in de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam opgenomen dat bij nieuwe projecten ook een regenwaterberging gerealiseerd moet worden. Zo wordt de kans op een overstort van rioolwater op de singels verkleind. Overigens is ook voor het Tree House, net zoals voor de nieuwbouw in dit bestemmingsplan, een eis voor waterberging opgenomen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.28 Water – verouderde gegevens Reclamant merkt op dat de watertoets nog uitgaat van oude gegevens plaatjes uit 2016. Deze zelfde gegevens staan in de watertoets van het bestemmingsplan RCD. Reclamant vraagt zich af hoe de gemeente kan volhouden dat er goed onderzoek wordt gedaan en het milieu voorop staat als zij niet eens recente gegevens gebruikt. Reactie: Het klopt dat er een verouderde kaart is gebruikt. Naar aanleiding van de zienswijze van reclamant is een nieuwe kaart gegenereerd (augustus 2022). Beide kaarten zijn gebaseerd op langtijdgemiddelden en beide kaarten laten hetzelfde beeld zien. Het actualiseren van de kaart heeft geen invloed op de resultaten van het rapport. Het rapport zal verder dus ook ongewijzigd blijven.
Voorstel: Wij stellen voor deze zienswijze gegrond te verklaren. Wij stellen voor om figuur 4-2 in de Watertoets (bijlage 1 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan) te vervangen door onderstaande kaart.
12.29 Bodem Het thema Bodem is volgens reclamant niet onderzocht. Dat moet volgens reclamant wel gebeuren omdat de ontwikkelingen in het RCD-gebied als gevolg hebben dat de zachte veengrond verzakt. Dat heeft een groot negatief effect op de woningen in de Provenierswijk: Palen rotten en de huizen verzakken, met alle kosten van dien. Reactie: 43
Onder het thema bodem wordt verstaan de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Als het gaat om verzakken van veengrond, zou dat veroorzaakt worden door veranderingen in de grondwaterstand waardoor veen ontwatert en oxideert. De verandering in de grondwaterstand door deze ontwikkeling is gering (zie ook de reactie op zienswijze 12.30). Bovendien bevinden de veenlagen in dit gebied zich op een diepte van ca. NAP -4 a -5 m waardoor er geen droogstand en oxidatie van veen zal plaatsvinden. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.30 Grondwater Reclamant maakt zich zorgen over de grondwaterstromen. De bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan zorgen voor weer een extra blokkade voor de grondwaterstromen richting de Provenierswijk. In andere documenten wordt volgens reclamant beschreven dat het grondwater onder het spoortalud naar het noord en naar het zuiden loopt. Meer blokkades in de grond zorgen ervoor dat het water gaat opbollen omdat het niet meer weg kan. Het effect daarvan is droogte op andere plekken. Dit is bevestigd door meerdere experts in Nederland. Reclamant merkt verder nog op dat sinds de ontwikkeling van de Randstadrail en het nieuwe centraal station, er in de Provenierswijk waterproblemen zijn ontstaan: Er is sprake van wateronderlast en -overlast en er zijn kwellen van brak ontstaan. Ook in het RCD-gebied ontstaan er kwellen.
Reactie: In het kader van de werkzaamheden aan Randstadrail en Rotterdam CS zijn modelberekeningen gedaan naar de invloed op de grondwaterstand door barrièrewerking en het overkappen van een veel groter deel van het emplacement. Deze modelberekening zijn later uitgebreid met de ontwikkeling van Rotterdam Central District. Hieruit volgt dat de toevoeging van het Schiekadeblok nauwelijks effect heeft omdat er al veel barrièrewerking is en het invloedsgebied reikt niet verder dan het spooremplacement. Zie onderstaande afbeelding.
Kwellen van brak water zijn niet bij de gemeente bekend. De dikte en de weerstand van de deklaag en het geringe verschil tussen de stijghoogte en de grondwaterstand maken dit ook niet aannemelijk. Wel bekend is dat de woningen aan de Proveniersstraat/Proveniersplein wateroverlast hebben in de achtertuinen. Deze tuinen liggen veel lager dan de omgeving (Q-Park). Hierover is al heel veel overlegd/gecorrespondeerd. Daarnaast hebben de woningen in de Hoevenbuurt wateroverlast ondervonden na de rioolvervanging aldaar (circa 2016). Zowel in de kelders als in de tuinen. De langjarige meetreeksen van peilbuizen uit het grondwatermeetnet laten geen significante verandering zien zijn door de werkzaamheden van Randstadrail of CS (grofweg van 2005 en 2010 (Randstad rail) en 2014 CS), dit is lijn met wat de modelberekeningen laten zien. Wateronderlast en funderingsproblemen zijn er inderdaad ook, maar die bestaan al veel langer en zijn niet het gevolg van de bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan. Ook wordt het niet verergerd door 44
de bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan. Deze problemen zouden moeten verminderen door de rioolvervangingsprojecten (zie ook de reactie op zienswijze 12.26). Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 13 Reclamant 13 Reclamant is huurder en exploitant van een pand in het plangebied. Reclamant geeft aan dat zij tevreden is met de (mogelijkheid tot) het behoud van de 24-uurs vergunning voor de exploitaties in de kelder, het café, de grote en de kleine zaal. De reden dat reclamant een zienswijze indient, is omdat er diverse zaken zijn die het bestaansrecht van de exploitatie waarborgen, onduidelijk zijn. 13.1 Geen meting plaatsgevonden Reclamant merkt op dat in het akoestisch onderzoek naar horecageluid de adviseur adviseert een ‘doos-in-doos’ constructie te realiseren voor de grote zaal. Volgens reclamant is dit advies niet gebaseerd op een volledig onderzoek, want er heeft in het pand geen meting plaatsgevonden. Reclamant heeft een contraexpertise aangevraagd. Reclamant stelt dat er geen volledig onderzoek is gedaan en dat het onderzoek bovendien niet onafhankelijk is. De wensen van de gemeente zijn namelijk wel geborgd in het onderzoek, maar die van reclamant niet. Reclamant geeft aan geen invloed of inspraak te hebben gehad in het onderzoek.
Reactie: Het klopt dat er geen meting ter plaatse van de horeca-inrichting van reclamant heeft plaatsgevonden. Er is onderzoek gedaan naar horecageluid op basis van een theoretisch model. De gemeente heeft onderzoeksbureau Peutz opdracht gegeven om aan de hand van bepaalde uitgangspunten te adviseren over de voorwaarden waaronder horeca in het plangebied mogelijk kan worden gemaakt. Dit onderzoek is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten: 1. In de Schieblocktoren zijn vanaf 24 meter woningen toegestaan en in de Perrontoren van 19 meter. De toekomstige bewoners mogen geen onevenredige hinder ervaren van de horeca. De gecumuleerde binnenwaarde vanwege horecageluid in de toekomstige woningen is nooit hoger dan 35 dB(A)-etmaalwaarde, maar gestreefd wordt naar een waarde van maximaal 30 dB(A)etmaalwaarde. 2. Op de locatie Annabel moet ruimte blijven voor één nachthorecagelegenheid. Onderin beide nieuwe woontorens moet ruimte zijn voor avondhoreca. 3. Op het binnenhof moet ruimte worden geboden voor terrassen. De maximale gecumuleerde gevelbelasting vanwege stemgeluid is 65-etmaalwaarde dB(A). 4. De lasten worden verdeeld: Er mogen zowel voorwaarden worden verbonden aan de exploitatie voor horeca als aan de gevelisolatie voor de toekomstige woningen.
Op basis deze vier uitgangspunten is bekeken welke muziekgeluidbelasting aanvaardbaar is op de gevel van de toekomstige woningen. Hierbij is ook rekening gehouden met de muziekgeluidbelasting van een horeca-inrichting onder in de Schieblocktoren. Daarbij is geconcludeerd dat een muziekgeluidbelasting van maximaal 36 dB(A) op de onderste woonlaag van de zuidgevel van de Schieblocktoren aanvaardbaar is. Er is een fors gevelwering nodig om het laagfrequente muziekgeluid te isoleren, zodat er geen onaanvaardbare situatie ontstaat in de woningen. Hiervoor zijn forse maatregelen voorgeschreven aan de kant van de woningen. Vervolgens is er ‘teruggerekend’ op welke manier het pand dat reclamant huurt, geïsoleerd zou moeten worden om aan de norm te voldoen. In de berekening is voor het muziekgeluid een maximale waarde van 103 dB(A) als heersend geluidsniveau in de ruimte aangehouden. Deze waarde is gekozen vanwege de afspraak uit het convenant horeca. Daaruit blijkt dat het pand heel stevig geïsoleerd moet worden (doos-in-doos constructie). Op het moment dat de woningen in de Schieblocktoren zijn gerealiseerd, is een nieuwe exploitatievergunning vereist. Op dat moment ligt het op de weg van de aanvrager om aan te tonen – middels een eigen onderzoek – dat wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in de planregels.
Het is onder andere afhankelijk van de exploitatie en de situering installaties, waaronder geluidsinstallaties, welke isolatiemaatregelen precies moet worden getroffen. De exploitant kan ook andere maatregelen treffen dan in het rapport is voorgesteld, waarmee voldaan kan worden aan de gestelde 36 dB(A). Dit is bijvoorbeeld ook mogelijk door zwaardere isolatie bij het cafégedeelte en (iets) minder zware isolatie bij de zalen. Met het akoestisch onderzoek is in elk geval aangetoond dat het mogelijk is om het pand dusdanig te isoleren dat de toekomstige bewoners van de Schieblocktoren geen onevenredige overlast zullen ervaren van het muziekgeluid.
45
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 13.2 Impact doos-in-doos constructie Het realiseren van een doos-in-doos constructie betekent een constructieve verbouwing op ‘slopershoogte’ waarbij de exploitatie langdurig moet sluiten. Er zijn geen afspraken gemaakt over het bestaansrecht van de exploitatie en het personeel dat bij het bedrijf werkt, voor de periode van de verbouwing. Ook zijn er geen afspraken gemaakt over de kosten die hiermee gemoeid gaan. Reclamant heeft bezwaar tegen de onduidelijkheid in het ontwerpbestemmingsplan wie verantwoordelijk is voor de kosten van en de overbruggingsperiode tijdens de verbouwing. Reactie: De gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone - moderniseringsgebied' is opgenomen om geen onduidelijkheid te laten bestaan over de realisatie van het bestemmingsplan. De plannen voor de Schieblocktoren, het Schieblock en Delftsestraat-oost vergen een uitwerking in nauwe samenhang. De gemeente zal hiertoe voorafgaand aan de start van een mogelijke tender, het gesprek aangaan met de eigenaar en met reclamant. De verwachting is dat dit ook gaat leiden tot afspraken over de onderwerpen die reclamant noemt: De aard van de verbouwingen, het proces hiervan en een tegemoetkoming in de kosten naar redelijkheid.
Als er niet tot overeenstemming kan worden gekomen met de eigenaar ligt, in het verlengde van de Wet Voorkeursrecht een minnelijke verwerving voor de hand of eventueel een onteigening. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 13.3 Exploitatie terras Bij de exploitatie van reclamant is het kunnen exploiteren van een terras onderdeel van het bestaansrecht. Reclamant stelt dat zonder terras zijn exploitatie geen bestaansrecht heeft. Het terras wordt op dit moment gehuurd van de gemeente. Reclamant geeft aan dat in de nieuwe plannen geen garantie is dat zij op eenzelfde terras beschikt, qua omvang en positionering. Reclamant heeft bezwaar tegen het feit dat het in het ontwerpbestemmingsplan onduidelijk is hoe de exploitatie van het terras gewaarborgd blijft. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is voor locatie waar nachthoreca mogelijk is gemaakt, ruimte gereserveerd voor een terras behorende bij deze gelegenheid. Dit terras is gelegen in de bestemmingen ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ en ‘Gemengd-2’ en heeft de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca – terras 4’. De gronden mogen enkel worden gebruikt voor horeca in de bestemming ‘Gemengd – 4’ met de aanduiding ‘horeca’. Dat is dus voor horeca in de panden op de adressen Delftsestraat 11/15.
Dit blijkt nog niet (duidelijk) uit de planregels en er wordt voorgesteld om dit ambtshalve te herstellen, zie ambtshalvewijzing A7. De ruimte die is bestemd voor dit terras is circa 450 m2. In de planregels is bepaald dat de terrasbezetting maximaal 300 personen mag bedragen. Er is dus ruime mogelijkheid om een terras behorende bij de horeca te exploiteren. In de huidige vergunning van reclamant is vastgelegd dat er een (gevel)terras van maximaal 220 m 2 mag worden geëxploiteerd. Het ontwerpbestemmingsplan biedt ruimere mogelijkheden om een groot terras te exploiteren op deze locatie. Op onderstaande afbeelding is in rood aangegeven welke ruimte is bestemd voor terras bij een horeca inrichting in de panden Delftsestraat 9/11/15.