[22bb006521] Bijlage 5 behorende bij 22bb6520 - Zienswijzenrapportage bestemmingsplan Schiekadeblok
Tekst van het document
Reclamant stelt zich op het standpunt dat nader onderzoek naar de stedelijke opwarming in deze noodzakelijk is en verzoekt de gemeente dan ook om nader onderzoek uit te voeren dan wel uit te laten voeren. Reactie:
15
Het is niet verplicht om onderzoek te doen naar de stedelijke opwarming ter plaatse van of als gevolg van de ontwikkeling Schiekadeblok. Dat wil niet zeggen dat het voorkomen van hittestress de aandacht van de gemeente niet heeft. In de Omgevingsvisie Rotterdam worden oplossingen aangedragen voor het verminderen van hittestress, zoals het vergroenen van de buitenruimte. Bij het inrichten van het Delftsehof zal hieraan aandacht worden besteed. In de regels van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de daken van de gebouwen mogen worden gebruikt als groen dak. Dit is een dak dat water opvangt, verkoelend kan werken in de zomer en voedsel biedt voor insecten. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.9 Parkeren op straat In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat de bezoekers van het Schiekadeblok zullen parkeren buiten het plangebied, meer specifiek op de bestaande parkeerplaatsen in parkeergarages of op straat. Dit zou betekenen dat de bezoekers van het Schiekadeblok, dan wel een groot deel daarvan, zullen parkeren op de Delftsestraat. De huidige vergunninghouders op de Delftsestraat zullen als gevolg hiervan geen, dan wel moeilijker, een parkeerplek kunnen vinden. Het lijkt alsof met deze stelling volledig voorbij wordt gegaan aan het feit dat in de Delftsestraat het op dit moment al druk genoeg is met parkeren.
De (extra) bezoekers van het Schiekadeblok kunnen derhalve niet zomaar parkeren in de straat, zonder de huidige vergunninghouders dwars te zitten in het vinden van een parkeerplek. Reclamant stelt zich dan ook op het standpunt dat de gevolgen van deze stelling nader onderzocht dan wel nader uiteengezet moeten worden. Het is niet redelijk om de parkeerproblematiek in het nieuwe plangebied te verschuiven naar, onder andere, de Delftsestraat zonder eerst grondig onderzoek te naar de gevolgen hiervan. Reactie: De Delftsestraat beschikt over 38 parkeerplaatsen. Uit de parkeeronderzoeken blijkt inderdaad dat deze de hele dag nagenoeg allemaal bezet zijn. Het is voor bezoekend verkeer van het Schiekadeblok niet aantrekkelijk om naar de Delftsestraat te rijden, de kans is immers groot dat hier geen vrije parkeerplaats is. Bezoekers worden nu en in de toekomst gestimuleerd gebruik te maken van het OV of de P+R-locaties aan de randen van de stad. Wie er toch voor kiest om door te rijden naar de binnenstad is in de toekomst steeds meer aangewezen op de parkeerplaatsen in de parkeergarages. In de meeste garages is voldoende capaciteit voor het opvangen van straatparkeren. De parkeergarages Hofplein, Kruisplein, Weena, Plaza en Stad Rotterdam (Kruiskade) liggen daarbij het meest voor de hand.
Niet-bezoekers van reeds aanwezig programma, zoals bedrijven en bewoners, blijven ook in de toekomst in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Dat geldt voor bestaande bedrijven en bewoners. Het nieuwbouwprogramma is hierin zelfvoorzienend in de nieuw te bouwen parkeergarage. Gebruikers van het nieuwbouwprogramma komen niet in aanmerking voor een vergunning. Bewoners die over een vergunning beschikken, behouden deze. Een vergunning is echter geldig in de gehele parkeersector. Een vergunning geeft nooit een garantie op een vrije parkeerplaats. De parkeerdruk in alle parkeersectoren wordt gemonitord. Wanneer deze te hoog wordt, wordt het vergunningenplafond in de sector aangepast. Uitgegeven vergunningen blijven behouden, maar nieuwe aanvragers belanden dan sneller op een wachtlijst. Daarnaast kiezen steeds meer bewoners voor het opgeven van een parkeervergunning op straat voor een aantrekkelijk alternatief in de gemeentelijke parkeergarages. Ook dit vermindert de druk op het straatparkeren. De laatste representatieve parkeerdrukmeting (2019,) toont aan dat de parkeerdruk is sector 3 op het drukste moment 74% bedraagt. Dat is op een zaterdagavond. In de meting wordt gezien dat de parkeerdruk in de Delftsestraat nagenoeg 100% bedraagt, ook overdag.
Maar hierbij wordt het acceptabel bevonden dat parkeerders een grotere loopafstand voor lief moeten nemen voor het vinden van een vrije parkeerplaats op straat. Voorstel: Wij stellen u voor om deze zienswijze ongegrond te verklaren.
16
8.10 Parkeren – te weinig nieuwe parkeerplaatsen Het bestemmingsplan maakt 140.000 m2 nieuwe voorzieningen mogelijk. Er worden slechts 230 ondergrondse parkeerplaatsen mogelijk gemaakt en daarnaast wordt de huidige maaiveld parkeerplaats verwijderd. Reclamant kan het geenszins volgen dat, in verhouding, zo weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er wordt weliswaar ingezet op het gebruik van het OV en deelmobiliteit, maar het is in de ogen van reclamant niet realistisch om te verwachten dat zoveel mensen met OV zullen komen, of gebruik zullen maken van deelmobiliteit. De grote hoeveelheid automobilisten die door het grove tekort aan parkeerplaatsen geen plek kunnen vinden om te parkeren, zullen uitwijken naar de omliggende straten, zoals de Delftsestraat. Op deze manier wordt het probleem enkel verplaatst, aangezien ook hier absoluut niet genoeg parkeerplaatsen aanwezig zijn om de automobilisten uit het Schiekadeblok op te vangen. Reclamant verzoekt om de keuze om slechts 230 parkeerplaatsen te realiseren, te heroverwegen en hierbij rekening te houden et de parkeeroverlast die zal ontstaan in de omliggende straten. Reactie: Wat betreft het bezoekersdeel van de parkeerbehoefte wordt ook verwezen naar de reactie op zienswijze 8.9.
Voor de vaste gebruikers van het Schiekadeblok (bewoners en werknemers) wordt de parkeereis berekend op grond van de gemeentelijke beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2022. Voor dit gebied geldt dat er van verschillende vrijstellingsmogelijkheden gebruik kan worden gemaakt. Vaste gebruikers van het Schiekadeblok komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Op die manier wordt gewaarborgd dat zij niet bijdragen aan een toename van de parkeerdruk op straat. Het maximaal aantal parkeerplaatsen dat in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen, blijft gehandhaafd. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.11 Gevolgen verkeersdrukte blijft onderbelicht Reclamant is voorts van mening dat de gevolgen van de verkeersdrukte onvoldoende worden belicht in het ontwerpbestemmingsplan. De verkeersdruk op de beschikbare wegen door allerlei voertuigen zorgt voor chaos bij het parkeren. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een ambulance en politieauto naar een melding in de Weenaflat worden geroepen, maar het zo druk is in de straat dat zij nergens kunnen parkeren en derhalve dubbel moeten parkeren. Dit kost niet alleen onnodig veel (extra) tijd, maar zorgt ook voor verkeersonveiligheid, omdat het dubbel parkeren ervoor zorgt dat een deel van de straat zal worden afgezet.
Dergelijke chaos en onveiligheid kan onmogelijk worden gerechtvaardigd en lijkt überhaupt niet te zijn meegenomen in de belangenafweging. Voorts maakt reclamant uit de plattegronden in het bestemmingsplan op dat de route door de Delftsestraat een ‘leveranciersroute’ met grote voertuigen zal worden. Dit betekent dat door deze straat voornamelijk grote trucks zullen afen aanrijden. In de huidige situatie, zonder realisatie van het bestemmingsplan, blijkt dat dit reeds een probleem is. Reclamant wijst hierbij naar de situatie bij het Holiday Inn. Het bezorgadres van dit hotel is gelegen aan de Delftsestraat. Het afleveren van goederen zorgt hier voor grote problemen, omdat de vrachtwagens (met een lengte tussen de 12 en 15 meter) nagenoeg altijd dubbel geparkeerd moeten staan. Hiermee wordt het overige verkeer - waaronder het in- en uitrijdend verkeer aan de parkeergarages - sterk gehinderd. Reclamant vreest dat de straat een expeditiestraat met veel lawaai zal worden Reactie: In de Delftsestraat is nu verkeer in één rijrichting toegestaan. De rijbaan is echter geschikt voor verkeer in twee richtingen. Hierdoor is, in het geval van een calamiteit met bijvoorbeeld een ambulance of politieauto, toch de doorgang van het verkeer gewaarborgd.
Bovendien heeft de ontwikkeling Schiekadeblok niet direct tot gevolg dat er meer laad- en losbewegingen in de Delftsestraat zullen plaatsvinden, maar ook hiervoor geldt dat de rijbaan voldoende zou moeten zijn voor het passeren van verkeer. Inritten mogen nooit geblokkeerd worden, ook niet bij het laden en lossen. De leveranciersroute betreft een logistieke route met venstertijden (daluren) voor vuilniswagens naar de nieuwe woontoren op de hoek Schiekade-Schiestraat en zeer incidenteel zwaarder expeditie verkeer. Het merendeel van het logistiek verkeer krijgt een route via Delftseplein/Schiestraat. De verwachte verkeersdruk in de Delftsestraat is daarmee minimaal en ook de vrees voor onevenredige geluidsoverlast vanwege de expeditie is ongegrond. Voorstel: 17
Wij stellen u voor om deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.12 Horeca – geluidbelasting Schieblocktoren Het bestemmingsplan staat verschillende vormen van horeca toe. Reclamant schetst de uitgangspunten zoals opgenomen in de toelichting van de maximale waarden in- en op de gevel van de toekomstige woningen. Reclamant merkt op dat de gecumuleerde geluidbelasting op de Schieblocktoren ten gevolge van alle horecagelegenheden bedraagt ten hoogste 65-68 dB(A)etmaalwaarde op de zuidelijke gevel en maximaal 66-69 dB(A)-etmaalwaarde op de westelijke gevel. Reclamant constateert dat dit betekent dat de kans bestaat dat de grenswaarden op de zuidelijke gevel worden overschreden en dat de grenswaarden op de westelijke gevel sowieso worden overschreden. De muziekgeluidbelasting op de gevels van woningen bedraagt ten hoogste 38 dB(A). Ook hiermee worden de grenswaarden van maximaal 35 dB(A) overschreden. In de toelichting wordt echter gesteld dat er geen sprake is van een overschrijding van de grenswaarden in het Activiteitenbesluit, omdat er voorwaarden worden gesteld aan de (gevel)isolatie van de horecagelegenheden. Het is echter nog maar de vraag in hoeverre die voorwaarden worden gehandhaafd en in hoeverre er uitzonderingen zullen worden gemaakt voor specifieke horecagelegenheden. Feit blijft namelijk dat zonder de juiste isolatie, de grenswaarden worden overschreden.
Reactie: Voor een duidelijke beantwoording van deze zienswijze is het van belang om zaken uit elkaar te houden. Er zijn verschillende berekeningen gedaan. Er is gekeken wat de maximale bijdrage per horecagelegenheid is op de woningen in de Schieblocktoren en wat de maximale gecumuleerde bijdrage is op de woningen in de Schieblocktoren. Hierbij is (in beide gevallen) apart gekeken naar het gecumuleerde muziekgeluid en stemgeluid. Om een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige woningen te waarborgen zijn meerdere maatregelen voorgeschreven. Horeca: Om het invallend muziekgeluid op de Schieblocktoren te beperken, is een minimale gevelisolatie bij de eigen inrichting verplicht gesteld voor zowel de nachthoreca op de locatie van Annabel als voor de avondhoreca op de locatie van Biergarten en onder in de Perrontoren. Deze isolatiewaarde moet bij het aanvragen van de omgevingsvergunning en de horecaexploitatievergunning worden aangetoond. Ook is de terrasbezetting gemaximeerd en is het stemgeluid van alle terrassen tezamen gemaximeerd op 65 dB(A)-etmaalwaarde. Woningen: Er zijn gevelisolatievoorwaarden verplicht gesteld voor de toekomstige woningen. Het uitgangspunt daarbij is geweest dat het gecumuleerde geluidniveau (muziekgeluid én stemgeluid) in de woning nooit hoger mag zijn dan 35 dB(A)-etmaalwaarde.
Deze isolatiewaarde moet bij het aanvragen van de omgevingsvergunning worden aangetoond en dat wordt door onze bouwinspecteurs getoetst. Reclamant merkt terecht op dat uit het onderzoek blijkt dat de kans bestaat dat de maximale grenswaarde van 65 dB(A)-etmaalwaarde op zuidgevel en de westgevel wordt overschreden. In het bestemmingsplan is echter gewaarborgd dat deze overschrijding niet zal plaatsvinden. Het gecumuleerde stemgeluidniveau op de gevel is gemaximeerd op 65 dB(A)-etmaalwaarde. Bij het aanvragen van een horeca-exploitatievergunning moet de exploitant aantonen dat hieraan wordt voldaan. Hier is tevens een maatwerkvoorschrift voor vereist. Dat zal in dit geval gaan om een toestemming om af te wijken van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit vanwege stemgeluid. In het maatwerkvoorschrift wordt exact vastgelegd onder welke voorwaarden het terras mag worden geëxploiteerd. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat de 65 dB(A)-etmaalwaarde die als maximale waarde op de gevel is gesteld, niet wordt overschreden. Met het onderzoek is aangetoond dat het haalbaar is. Tevens stelt reclamant dat daarnaast de grenswaarde van maximaal 35 dB(A) wordt overschreden, omdat er maximaal 38 dB(A) muziekgeluid belasting op de gevel wordt toegestaan.
Hiervoor geldt dat deze waarden niets met elkaar te maken hebben, omdat de 38 dB(A) wordt berekend op de gevel van de woningen (buiten) en de grenswaarde van 35 dB(A) geldt in de woningen (binnen). Artikelen 5.3.2, onder c en 7.3.1, onder a van het ontwerpbestemmingsplan schrijven voor dat de muziekgeluidbelasting op de gevel van de onderste woningen niet meer mag bedragen dan 36 dB(A). Dit heeft als gevolg dat de gecumuleerde muziekgeluidbelasting op de gevels van de onderste woningen maximaal 38 dB(A) bedraagt. Er wordt vervolgens een stevige gevelisolatie verplicht, waardoor het muziekgeluid grotendeels wordt weg-geïsoleerd. Uit de berekening volgt dat als gevolg van de goede isolatie van de woningen, het gecumuleerde geluidniveau in de woningen (muziekgeluid 18
en stemgeluid) binnen in de woningen maximaal 30 dB(A)-etmaalwaarde bedraagt. Dit is dus ruim onder het uitgangspunt van 35 dB(A) binnenwaarde. Tevens hiermee is gewaarborgd dat de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit niet worden overschreden voor wat betreft muziekgeluid. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.13 Horeca- geluidbelasting Perrontoren De maximale gecumuleerde etmaalwaarde op de Perrontoren bedraagt maximaal 65-68 dB(A)etmaalwaarde op de oostelijke gevel. Dit betekent dat de kans bestaat dat de grenswaarden op de oostelijke gevel worden overschreden. Er zou een reductie van maximaal 3 dB(A) kunnen worden gerealiseerd door het plaatsen van luifels boven het terras en een kleine reductie door de gevel in twee delen uit te voeren. Deze maatregelen worden echter geenszins verplicht gesteld, waardoor de kans blijft bestaan dat de grenswaarden worden overschreden en, onder andere, reclamant last zal ondervinden van de horecagelegenheden. De muziekgeluidbelasting op de gevels van woningen bedraagt ten hoogste 40 dB(A)-etmaalwaarde. In de toelichting wordt echter gesteld dat er geen sprake is van een overschrijding van de grenswaarden in het Activiteitenbesluit, omdat er voorwaarden worden gesteld aan de (gevel)isolatie van de horecagelegenheden.
Het is ook hier nog maar de vraag in hoeverre die voorwaarden worden gehandhaafd en in hoeverre er uitzonderingen zullen worden gemaakt voor specifieke horecagelegenheden. Feit blijkt namelijk dat zonder de juiste isolatie, de grenswaarden worden overschreden Reactie: Voor de toelichting over de interpretatie van de grenswaarden wordt verwezen naar zienswijze 8.12. Ook voor de woningen in het Perronpand geldt dat er geen sprake is van een overschrijding van het Activiteitenbesluit voor wat betreft het muziekgeluidniveau, dat is namelijk in artikel 4.3.2, onder c van het ontwerpbestemmingsplan gemaximeerd op 40 dB(A)-etmaalwaarde. Daarbij wordt opgemerkt dat bewoners van de Weenaflat geen overlast zullen ondervinden als gevolg van het muziekgeluid van de horecagelegenheid in de Perrontoren. Het feit dat de muziekgeluidbelasting op de gevels van woningen ten hoogste 40 dB(A) bedraagt betekent dat dit plaatsvindt op de laagste verdieping van de Perrontoren. Bij de Weenaflat is de muziekgeluidbelasting ten gevolge van horeca Perrontoren ten hoogste 24 dB(A). Reclamant merkt terecht op dat uit het onderzoek blijkt dat de kans bestaat dat de maximale grenswaarde van 65 dB(A)-etmaalwaarde op oostgevel wordt overschreden. In het ontwerpbestemmingsplan is echter gewaarborgd dat deze overschrijding niet zal plaatsvinden.
Het gecumuleerde stemgeluidniveau op de gevel is gemaximeerd op 65 dB(A)-etmaalwaarde. Bij het aanvragen van een horecaexploitatievergunning moet de exploitant aantonen dat hieraan wordt voldaan. Hier is tevens een maatwerkvoorschrift voor vereist. Dat zal in dit geval gaan om een toestemming om af te wijken van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit vanwege stemgeluid. In het maatwerkvoorschrift wordt exact vastgelegd onder welke voorwaarden het terras mag worden geëxploiteerd. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat de 65 dB(A)-etmaalwaarde die als maximale waarde is gesteld, niet wordt overschreden. Met het onderzoek is aangetoond dat het haalbaar is. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.14 Daghoreca op dak Schieblock Het is voor reclamant niet duidelijk in hoeverre zij geluidoverlast zal ervaren van de horeca op het dak van het Schieblock. Reactie: Voor de reactie op deze zienswijze wordt ook verwezen naar de reactie op zienswijze 3.1. De horeca op het dak van het Schieblock is ook in het model van het onderzoek opgenomen. Hierin is onderzocht wat de geluidbelasting van (onder andere) deze horecalocatie is. Overigens is er ook in de huidige situatie een (tijdelijke) daghoreca op het dak. Het invallende geluidniveau ten gevolge de daghoreca op het Schieblock bedraagt 37 tot 40 dB(A) in de avondperiode.
Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarde van 45 dB(A) in de avondperiode uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast is 40 dB(A) lager dan het heersende
19
geluidniveau ten gevolge van overige (stads)geluiden. Hinder ten gevolge van de daghoreca is hiermee niet aan de orde Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.15 In- en uitgangen avond- en nachthoreca Het is voor reclamant niet duidelijk aan welke kant de in- en uitgangen van de avond- en nachthorecagelegenheden zullen worden gerealiseerd. Reclamant verzoekt om de in- en uitgangen niet aan de Delftsestraat te realiseren, in verband met de te verwachten (geluids)overlast. Reclamant kan akkoord gaan met een eventuele nooduitgang aan deze zijde. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is aan de Delftsestraat slechts op één locatie avond- of nachthorecagelegenheid toegestaan. Daarbij komt dat er tevens in het bestemmingsplan wordt geregeld dat het hier gaat om maximaal één exploitatie (en dus niet meerdere, kleinere exploitaties) Dit was in het ontwerpbestemmingsplan nog niet expliciet geborgd. Voorgesteld wordt om dit expliciet op te nemen in de planregels bij het bestemmingsplan. Hiervoor wordt verwezen naar ambtshalve wijziging 8 (A8). Daarnaast is geborgd dat de uitstralende gevel van de horeca inrichting enkel gesitueerd mag zijn aan de zijde van het binnenhof. Dit is een gevel waarachter direct elektronisch versterkte muziek ten gehore wordt gebracht. Tevens is het terras gesitueerd aan het binnenhof.
Dat betekent dat de uitgang aan de zijde van het binnenhof wordt gesitueerd, net zoals in de bestaande situatie het geval is. Daar komt bij dat de gemeente in overleg met de (toekomstige) exploitant hier afspraken over zal maken. De mogelijkheid voor het realiseren van een nooduitgang wordt wel behouden, net zoals in de huidige situatie. Om tegemoet te komen aan de zorgen van reclamant wordt ter plaatse van het gebouw waar horeca 2, 3 en 4 is toegestaan, verboden om in- of uitgangen, met uitzondering van nooduitgangen, te realiseren aan de Delftsestraat voor de functie horeca. Mocht het pand in gebruik worden genomen voor een andere functie dan horeca 2, horeca 3 of horeca 4, dan geldt deze voorwaarde niet. Dit betekent dat voor horeca 1 (daghoreca) wel een uitgang aan de Delftsestraat mag komen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en te bepalen dat op de locatie van Delftsestraat 9/11/15 (Annabel), waar horeca t/m categorie 4 is toegestaan, voor horeca 2 t/m 4 de voorwaarde geldt dat de in- en uitgang niet aan Delftsestraat gesitueerd mag worden, met uitzondering van nooduitgangen, door het ontwerpbestemmingsplan als volgt te wijzigen: Regels: Door artikel 7.3.1 aan te vullen met sub c: c.
het gebouw mag alleen voor horeca 2 t/m horeca 4 in gebruik worden genomen onder de voorwaarde dat de in- en uitgang van de horecagelegenheid niet is gesitueerd aan de Delftsestraat, nooduitgangen uitgezonderd.
8.16 Monitoring horeca Reclamant meent dat de monitoring van de horeca en haar publiek moet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Uit veiligheidsoverwegingen en ter voorkoming van overlast. Strikte handhaving van vergunningen moeten worden onderschreven in het bestemmingsplan. De DCMR zal hier een uitbreiding van bevoegdheden moeten krijgen en zij zonder inmenging van de gemeente, onderzoek moeten kunnen doen naar normoverschrijding, zodat zij ook sneller kan handelen in geval van normoverschrijding. Reactie: Horecavestigingen zijn gehouden aan de aan hen vergunde activiteiten en zullen daarbij altijd moeten voldoen aan de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de aanvullende regels die het bestemmingsplan op een aantal locaties stelt. Overlastmeldingen worden serieus genomen en onderzocht. Als het nodig is, zal er handhavend worden opgetreden. Voor wat betreft de vergunde activiteiten en de geldigheid van de vergunning voert Team Drank- en Horeca van de gemeente Rotterdam controles uit. De DCMR is de handhavende instantie op het gebied van geluid-, geur-, en lichtoverlast. Zij kunnen zonder inmenging van gemeente onderzoek doen naar normoverschrijding (Activiteitenbesluit milieubeheer) en handhaven. De burgemeester is het bevoegd gezag om te handhaven op de horeca exploitatievergunning. Dit valt buiten de handhavingssfeer van het bestemmingsplan. 20
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.17 Reducerende geluidmaatregelen onvoldoende In punt 6.3.7.4 van de toelichting op de planregels worden verschillende maatregelen genoemd die zouden moeten bijdragen aan het reduceren van eventuele geluidsoverlast. Reclamant vreest echter dat deze maatregelen niet zullen leiden tot een dusdanige reductie van geluid dat zij geen last zal hebben van de geluiden van onder andere de terrassen. Ook is voor haar niet dan wel onvoldoende duidelijk hoe zal worden gehandhaafd op de te nemen maatregelen. Reclamant stelt zich derhalve op het standpunt dat (nader) onderzoek is vereist. Reactie: Voor het exploiteren van horeca is in de meeste gevallen een exploitatievergunning vereist. Dat geldt in elk geval voor de horecagelegenheden die meer dan achtergrondmuziek ten gehore brengen. Op dat moment ligt het op de weg van de exploitant om (onder andere) aan te tonen dat aan de normen wordt voldaan ten aanzien van geluid. Dit betekent onder andere dat moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de maximale grenswaarde voor muziekgeluid op de gevel van de woningen. Ook moet worden aangetoond dat het gebouw beschikt over de gevelisolatie die in een aantal gevallen wordt voorgeschreven en dat de terrasbezetting niet groter is dan wordt toegestaan in het ontwerpbestemmingsplan.
Als de exploitant dit niet kan aantonen, wordt de exploitatievergunning en eventueel benodigd maatwerkvoorschrift niet verleend. De voorwaarden waaronder mag worden geëxploiteerd worden vastgelegd in de vergunning en/of eventueel maatwerkvoorschrift en hierop kan worden gehandhaafd (zie de reactie op zienswijze 8.16). Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de voorwaarden waaronder horeca kan worden toegestaan in het plangebied, waarbij het woon- en leefklimaat een belangrijke rol speelt, zie ook de reactie op zienswijze 8.12. Dit onderzoek toont aan dat – met in acht name van de voorgeschreven maatregelen – ter plaatse van alle omliggende woningen, toekomstige én bestaande, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er bestaat derhalve geen aanleiding om extra onderzoek te doen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.18 Mixone Het Schiekadeblok is het eerste project in het RCD dat de mix van wonen, kantoren en horeca zo dicht op elkaar heeft gepland. Deze situatie zal, met het oog op het leefklimaat en de leefbaarheid, nader onderzocht moeten worden. Reactie: Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan zijn alle ruimtelijk relevante aspecten uitgezocht.
In het verkeersmodel is deze mix van wonen, werken, horeca en voorzieningen vertaald naar een aantal verkeersbewegingen en met behulp van dit model is onderzocht wat het effect is op de geluidbelasting. In dit model is overigens niet alleen rekening gehouden met de toename van verkeer als gevolg van de ontwikkeling Schiekadeblok, maar ook met de naburige ontwikkelingen, waaronder Tree House en Pompenburg en met de ontwikkelingen ten zuiden van het Weena zoals RISE en Lumière. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is enkel omschreven wat de effecten hiervan zijn op de toekomstige woningen, maar er is ook wel degelijk beschouwd of de toename van het aantal verkeersbewegingen aanvaardbaar is. Ook is uitgebreid onderzoek gedaan naar het effect op de omgeving door horeca, het muziekgeluid en het stemlawaai op de terrassen. Hiervoor geldt dat niet alleen is gekeken naar de toekomstige woningen, maar ook naar de bestaande woningen, zie ook de reactie op zienswijze 8.12 . Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.19 Wind In de toelichting wordt geconcludeerd dat op de meeste plaatsen in en rond het plangebied sprake is van een goed of soms matig windklimaat. Op twee plekken zou het windklimaat de beoordeling ‘slecht’ krijgen. Aan de noordzijde van de Schieblocktoren, in de Schiestraat is een slecht windklimaat te verwachten.
Hierbij ontstaat ook een risico op windgevaar. Door de Schieblocktoren in zuidelijke richting te verschuiven zou het windklimaat van ‘slecht’ naar ‘matig’ kunnen worden gereduceerd. Ook nabij de noordwesthoek is sprake van een slecht windklimaat. Ook in de doorgang tot het Schieblock 21
richting de Luchtsingel is sprake van een slecht windklimaat en een risico op windgevaar. Op de dakakker is sprake van een toename van windhinder, waarbij een matig tot slecht windklimaat wordt verwacht. Verder wordt op de Luchtsingel aan de oostzijde van de Schiekadeblok een (zeer) matig windklimaat verwacht. Ten gevolge van een geringe verslechtering in de geplande situatie is zonder nadere maatregelen sprake van een slecht windklimaat. Dit zou eventueel kunnen worden tegengegaan met een plaatselijke afscherming. Uit bovenstaande voorbeelden blijkt reeds dat wel degelijk op meer dan twee plaatsen sprake is van een slecht windklimaat, dan wel dat er een verhoogd risico is op een slecht windklimaat. Reclamant kan de bovenstaande conclusie dan ook niet volgen en verzoekt om nader onderzoek te doen naar het windklimaat dan wel nader uit te weiden over de manier van onderzoek en de te nemen maatregelen. Reactie: Er ligt een uitgebreid windonderzoek ten grondslag aan het plan, zie bijlage 10 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. In de bestaande situatie is op twee plaatsen een slecht windklimaat. Voor de toekomstige situatie zijn een aantal ontwikkelvarianten, die in het bestemmingsplan mogelijk zijn, in de windtunnel onderzocht.
Hieruit blijkt dat in de toekomstige situatie op een aantal locaties een slecht windklimaat te verwachten is op basis van de volumes die worden mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Op basis daarvan zijn aanvullende eisen of mogelijkheden opgenomen in het bestemmingsplan zoals het mogelijk maken van luifels en een kas op de dakakker. Dit maakt het mogelijk om een optimaal ontwerp te kunnen maken om zo de windhinder te minimaliseren. In het bestemmingsplan is een planregel opgenomen dat voor een omgevingsvergunning een windonderzoek moet worden overlegd (artikel 5.4 sub e). Dit onderzoek moet inzicht bieden in de mogelijke gevolgen van windhinder in de omgeving van het gebouw en de eventueel daaruit voortvloeiende te nemen maatregelen en/of aan te leggen voorzieningen. Het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning (het college) kan eisen stellen aan de vormgeving van het gebouw ter voorkoming of beperking van windhinder (artikel 5.4 sub f). Bij toekomstige tenderdocumenten zal wind als onderwerp worden opgenomen. Naast de locatie van gebouwen, kan ook de architectuur bijdragen aan het komen tot een goed of matig windklimaat. Bij de uitwerking van daadwerkelijke bouwplannen zal nader onderzoek plaatsvinden om de winddruk waar dat nodig is afdoende te verminderen. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
8.20 Bouwhinder Voorts verzoekt reclamant om maatregelen te nemen om bouwhinder, onder andere in de vorm van geluid, stank en (fijn)stof, voor zover mogelijk te voorkomen dan wel te minimaliseren. Deze maatregelen moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan, om naleving daarvan te verzekeren. Reactie: Er wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 5.7. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze voor ongegrond te verklaren. 8.21 Milieueffectrapportage – geluidhinder verkeer De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardig plaats geven in de integrale ruimtelijke afweging. Het college heeft geconcludeerd dat er geen MER opgesteld hoeft te worden, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Volgens reclamant zijn de gevolgen van het toenemende verkeer, onder andere in de vorm van geluidshinder, opstoppingen en toename van fijn stof, niet in kaart gebracht voor de straten rondom het plangebied, maar enkel voor de Schieblocktoren en de Perrontoren. Reclamant is dan ook van mening dat niet zonder meer kan worden gesteld dat geen maatregelen ten behoeve van het wegverkeer genomen hoeven worden, omdat de gevolgen van het toenemende wegverkeer niet dan wel onvoldoende in kaart zijn gebracht. Reactie: Voor het bestemmingsplan en de directe omgeving is een verkeersmodel opgesteld.
Daarin is aangegeven wat de verwachte verkeersbewegingen zijn in 2033 als alle ontwikkelingen in het Schiekadeblok en de directe omgeving zouden zijn uitgevoerd. Daarmee is integraal gekeken naar alle ontwikkelingen. Het verkeersmodel is gebruikt om de geluidbelasting te berekenen die wordt veroorzaakt door de toename van verkeer. De toename van het verkeer rondom het Schiekadeblok is 22
aanvaardbaar, de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen is in beeld gebracht. In de reactie op zienswijze 8.4 is beschreven dat uit aanvullend geluidonderzoek volgt dat de geluidbelasting maximaal 0,65 dB(A) stijgt als gevolg van alle ontwikkeling in en rondom het RCDgebied. De toename van verkeer en geluid zijn volwaardig meegenomen in het bestemmingsplan. In de reactie op zienswijze 8.6 is aangegeven dat de luchtkwaliteit op alle wegen aan de wettelijke normen voldoet. Voorstel: Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.22 Milieueffectrapportage – horeca Ook voor het effect van de horeca geldt dat enkel is onderzocht welke gevolgen de realisatie van het Schiekadeblok zal hebben voor de te realiseren woon- en werktorens, en niet voor de bewoners van de omliggende wijken. Ook in dit geval stelt reclamant zich op het standpunt dat niet zonder meer kan worden gesteld dat geen maatregelen ten behoeve van het horecalawaai genomen hoeven worden, omdat de gevolgen van het horecalawaai niet dan wel onvoldoende in kaart zijn gebracht. Reactie: In het onderzoek naar horecageluid is zowel gekeken naar wat het effect van de horeca is op de toekomstige als op de bestaande woningen. De toekomstige woningen liggen in de eindsituatie het dichtst bij de horeca. De isolatiemaatregelen en geluidbegrenzing is afgestemd op deze woningen.
Daarnaast is er ook gekeken wat dit betekent op de bestaande woningen aan de Delftsestraat, waarbij ook rekening is gehouden met de gevelisolatie van deze woningen. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 3.1. Er is aangetoond dat ter plaatse van de woningen van reclamant sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.23 Milieueffectrapportage voor RISE, Lumière en Pompenburg Reclamant merkt op dat voor projecten in de omgeving wel een MER wordt gemaakt, zoals voor RISE, Lumière en Pompenburg. Reclamant vraagt zich af waarom voor Schiekadeblok geen MER is gemaakt. Reactie: In 2018 is gestart met het opstellen van bestemmingsplan Rotterdam Central District, de studie naar de (her)ontwikkeling Schiekadeblok en de herontwikkeling van Pompenburg. Omdat er geen sprake is van onderlinge samenhang met betrekking tot fasering, uitvoerbaarheid en financiering, is voor elk bestemmingsplan afzonderlijk een m.e.r.-beoordeling opgesteld op basis van milieuonderzoeken. In de vastgestelde m.e.r.-beoordelingsbesluiten is geconcludeerd dat er geen belangrijke negatieve effecten te verwachten zijn en dat geen MER hoeft te worden opgesteld. Ook voor Pompenburg wordt eerst een m.e.r.-beoordeling opgesteld, en geen MER zoals reclamant stelt.
Tegelijkertijd is ervoor gekozen om de relevante milieuaspecten zoals geluidbelasting en groepsrisico externe veiligheid in samenhang te bekijken. In de wetenschap dat de ontwikkelingen tezamen doordat ze in elkaars nabijheid liggen wel effect op elkaar en op de omgeving kunnen hebben. Dit is onder andere gedaan door met een uitgebreid verkeersmodel op te stellen waar alle ontwikkelingen in zijn opgenomen. Hierdoor wordt dus niet per project gekeken wat het effect is op de omgeving als gevolg van de toename van verkeer dat wordt gegenereerd met het solitaire project, maar wordt het effect beschouwd met de toename van het verkeer van al deze ontwikkelingen tezamen. Voor bestemmingsplan Schiekadeblok is, net zoals voor bestemmingsplan RCD, geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn en het opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig is. Toen de planvorming voor ontwikkeling RISE startte en voor ontwikkeling Lumière werd hervat (2022) is een nieuwe afweging gemaakt. Er is bij deze ontwikkeling niet voor gekozen om vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluiten op te stellen, zoals voor het Schiekadeblok wel is gedaan. Er is direct overgegaan tot het opstellen van een MER.
Een MER wordt in dat geval een geschikt instrument bevonden om de milieueffecten van beide ontwikkelingen tezamen te onderzoeken en daarnaast kunnen op die manier de milieueffecten van die ontwikkeling in samenhang worden beschouwd met de milieueffecten van de projecten in de nabije omgeving, zoals Schiekadeblok, maar ook RCD en Pompenburg. 23
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 8.24 Milieueffectrapportage – luchtkwaliteit Reclamant is van mening dat onduidelijkheid omtrent luchtkwaliteit in en rondom het plangebied voldoende reden zou moeten zijn om een MER op te stellen. Reactie: In een reactie op zienswijze 8.6 is aangegeven dat het bestemmingsplan valt onder het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en dat alle wegen in Rotterdam voldoen aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide. Er is geen onduidelijkheid over de gevolgen van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.25 Heroverweging MER Reclamant verzoekt om een heroverweging te maken t.a.v. het besluit dat er geen MER noodzakelijk is. Reactie: De hele ontwikkeling van Rotterdam Central District waaronder ook Schiekadeblok valt is onderzocht in een planMER die hoort bij de structuurvisie Rotterdam Central District. De ontwikkeling Schiekadeblok past nog steeds binnen het programma dat destijds is onderzocht. In de reactie op zienswijze 8.23 is uitgelegd dat voor het bestemmingsplan Schiekadeblok een m.e.r.beoordeling is opgesteld. Uit de milieuonderzoeken die zijn gedaan, blijkt dat er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten zijn en het opstellen van een MER niet nodig is.
In algemene zin levert het toevoegen van nieuwe kantoren en woningen negatieve effecten op de omgeving op. Maar in het bestemmingsplan zijn tevens maatregelen opgenomen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen, zoals het verplaatsen van de parkeerplaatsen op het maaiveld in een ondergrondse parkeergarage. Ten behoeve van de bezonning van de Provenierswijk is uitgebreid onderzoek gedaan en is de vorm van de hoogbouw afgestemd zodat het plan voldoet aan de ‘Provenierswijkregel’. Voor de horeca zijn ook voldoende maatregelen voorgeschreven. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.26 Noodzaak nader onderzoek Reclamant ziet de noodzaak in van een MER dan wel een ander (mobiliteits-)onderzoek. Door toename van het bewonersaantal zullen de verkeersbewegingen en dus de verkeersdrukte verder toenemen. Voor de ontsluitingsroute via de Delftsestraat naar het Hofplein, waar de vier rijbanen zullen worden teruggebracht naar één enkele rijbaan, zal, mede in verband met de ophanden zijnde realisering van het ‘Hofpleinpark’, verkeerschaos opleveren. Reactie: In februari 2020 is de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (RMA) vastgesteld door de Rotterdamse gemeenteraad. De RMA is een uitwerking van bestaand beleid voor mobiliteit zoals geformuleerd in het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam (SVPR) en de OV-visie 2040.
De RMA geeft ook invulling aan een aantal kernopgaven van de Rotterdamse Omgevingsvisie. De RMA faciliteert de groei van de stad, door met het verschonen en verbeteren van de mobiliteit bij te dragen aan de bereikbaarheid van 50.000 nieuwe woningen tot 2040. Ook biedt de RMA kansen voor het accommoderen van een vitale economie met efficiënte, schone en nieuwe vervoerswijzen, inclusief nieuwe arbeidsplaatsen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast draagt de RMA bij aan het vergroenen van de buitenruimte, onder andere met een aantal grote stadsprojecten, waaronder Hofplein. De RMA beschrijft hoe de mobiliteit van de binnenstad zich ontwikkelt van 2016 naar het jaar 2040. Daarin wordt geconstateerd dat: • de groei van het gebruik van de fiets, het ov en lopen groot is; • het aantal autoverplaatsingen van en naar de binnenstad afneemt;
24
•
er meer ruimte nodig is in de infrastructuur van de binnenstad voor voetgangers, fietsers en ov, en minder voor de auto.
Het verkeersciculatieplan (december 2020) is een uitwerking van de RMA voor de binnenstad. Het VCP laat zien hoe het verkeer zich de komende 10 jaar ontwikkelt in de binnenstad van Rotterdam, als gevolg van autonome ontwikkelingen en maatregelen uit de ontwikkelstrategie van de RMA. Het geeft inzicht in de effecten op verkeersstromen van voetgangers, fietsers, ov en auto’s. Alle mobiliteitsmaatregelen die in de binnenstad worden genomen, maken het mogelijk om de auto minder dominant aanwezig te laten zien. Dat geldt ook voor het Hofplein, zoals blijkt uit het VCP en de verkeersonderzoeken die aanvullend zijn uitgevoerd voor de herinrichting. Op hoog detailniveau is de doorstroming beoordeeld, ook in de omgeving van Hofplein (waaronder Delftsestraat). Concluderend kan gesteld worden dat aan de herinrichting van het Hofplein uitgebreid mobiliteitsonderzoek ten grondslag ligt. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 8.27 Andere bouwprojecten/bouwlogistiek In de directe nabijheid van het Hofplein is nog een aantal andere bouwprojecten gepland. Reclamant geeft als voorbeeld de Lumièretoren, RISE en de nieuwe bebouwing aan de Pompenburg. Volgens de informatie die tijdens bewonersbijeenkomsten is verstrekt, zullen deze bouwprojecten tegelijkertijd dan wel nagenoeg tegelijkertijd uitgevoerd worden.
De cumulatie van deze verschillende projecten zal de verkeersdrukte zodanig laten toenemen, dat een verkeerschaos in de directe woonomgeving van reclamant nagenoeg onontkoombaar zal zijn. Reclamant verzoekt uw raad dan ook om hier nader onderzoek naar te doen en de uitkomst van dit onderzoek mee te nemen in haar belangenafweging. Reactie: De effecten van bouwplaatsen ten behoeve van de bouw van nieuwe gebouwen zijn over het algemeen lokaal van aard. De herinrichting van het Hofplein heeft effecten op zowel lokaal als stedelijk niveau. De fasering van al deze ontwikkelingen is in beeld gebracht en op basis daarvan wordt bekeken wat de beste opties zijn voor de bouwlogistiek en bouwplaatsinrichting waarbij een bepaalde mate van overlast niet te voorkomen is. Ervaring heeft echter geleerd dat de dynamiek in de voortgang van alle ontwikkelingen vrij groot is en daarom wordt dit voltijds gevolgd en bijgesteld. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9 Reclamant 9 Reclamant is de exploitant van club/evenementenlocatie in het plangebied en huurder van het pand. Reclamant geeft aan dat zijn club een plek is waar diverse activiteiten georganiseerd worden en waar een zeer divers en gemengd publiek naar toe komt.
De club heeft diversiteit hoog in het vaandel staan en wanneer deze club moet verdwijnen, zou dat volgens reclamant voorbijgaan aan de wensen van de Rotterdammers. Reclamant beschikt over een 24-uurs horeca- en exploitatievergunning. Reclamant is van mening dat de aanwezigheid van zijn club niet leidt tot een verstoring van de goede ruimtelijke ordening. 9.1 Wegbestemmen in strijd met rechtszekerheid Reclamant voert aan dat het vaste jurisprudentie is van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bestaand legaal gebruik uit een oogpunt van rechtszekerheid in het algemeen dienovereenkomstig moet worden bestemd. Als er wordt gekozen voor een andere bestemming, moet gekozen worden voor een bestemming waarvan aannemelijk is dat deze binnen de planperiode wordt gerealiseerd en dus ook dat het bestaande gebruik binnen deze periode wordt gestaakt. Reclamant stelt dat het niet aannemelijk is gemaakt dat de gekozen bestemming binnen de planperiode kan worden gerealiseerd en dat het bestaande gebruik binnen deze periode wordt gestaakt. Reactie: Reclamant is huurder van een pand dat in eigendom is van de gemeente. Reclamant heeft een tijdelijk huurcontract en een tijdelijke exploitatievergunning. Met het opzeggen van de huur kan het bestaande gebruik worden gestaakt.
Daarnaast ligt het in de macht van de gemeente om – gelet op haar eigendomspositie – ervoor te zorgen dat de nieuwe bestemming wordt verwezenlijkt. 25
De herontwikkeling van het gebied heeft gevolgen voor de mensen die het gebied nu gebruiken, ondanks dat wordt ingezet op het zoveel mogelijk behouden van het creatief/innovatieve ecosysteem in de bestaande bebouwing en in het gebied. Alle gemeentelijke panden worden op dit moment tijdelijk geëxploiteerd, op grond van tijdelijke huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Met dit bestemmingsplan wordt een fors aantal woningen toegevoegd in het gebied. Het aantal horecagelegenheden dat na 23:00 uur geopend mag zijn, neemt daarom af tot vier. In dat proces kan niet aan iedereen worden tegemoetgekomen of op alle wensen worden ingegaan. Er is dan ook begrip voor de teleurstelling van reclamant. Dat neemt niet weg, dat er altijd duidelijk naar reclamant is gecommuniceerd dat er sprake is van een tijdelijke situatie. Dit is gecommuniceerd in relatie tot de tijdelijke huurovereenkomst en ook tijdens de diverse participatiebijeenkomsten de afgelopen jaren. Tot slot wordt opgemerkt dat, zolang de situatie het toe laat, reclamant zijn horecaondernemer zal kunnen blijven exploiteren. De bestaande situatie is immers onder het overgangsrecht gebracht en kan dus in elk geval tijdelijk worden voortgezet. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.
9.2 Niet voortzetten bestaand gebruik onvoldoende gemotiveerd Het is voor reclamant volstrekt onduidelijk waarom het bestaand gebruik niet voortgezet mag worden. Volgens reclamant is dit onvoldoende gemotiveerd. Het huidige gebruik is volgens reclamant niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en verstoort de balans tussen rust en ruimte ook niet. Reclamant meent dat het handhaven van het bestaand gebruik niet zal leiden tot een ongezonde en onveilige leefomgeving voor (toekomstige) bewoners. Reclamant merkt op dat dit nog wordt onderbouwd aan de hand van een (nader toe te sturen) rapport van een deskundige. Er is door de gemeente akoestisch onderzoek gedaan, maar dat onderzoek is gebaseerd op een hypothetische situatie en niet op de feitelijke situatie. Er hebben geen zorgvuldige geluidsmetingen plaatsgevonden op basis van de huidige situatie. Er is evenmin onderzoek gedaan naar de door cliënte getroffen geluidswerende maatregelen Er blijkt volgens reclamant dan ook nergens uit dat zijn club overlast gevend is. De club van reclamant veroorzaakt volgens reclamant zelf geen, of in zeer beperkte mate, overlast. Reactie: Er is inderdaad onderzoek gedaan op basis van een theoretische situatie en niet op basis van de bestaande situatie.
Op dit moment worden er acht horecagelegenheid geëxploiteerd in het gebied, waarvan er vier een nachtvergunning hebben en vier tot 1:00/2:00 uur mogen exploiteren. Bij deze gebiedsontwikkeling is het nooit het uitgangspunt geweest om de bestaande situatie wat betreft horeca, ongewijzigd voort te zetten. De gemeente heeft aan onderzoeksbureau Peutz uitgangspunten meegegeven voor het onderzoek naar horecageluid. Eén van die uitgangspunten is dat op de locatie van Annabel een locatie voor nachthoreca blijft. Daarnaast zijn de plinten van de twee nieuwe woontorens als geschikte locatie aangemerkt voor avondhoreca. Dit heeft er onder andere mee te maken dat dit gaat om nieuwbouw en er dus bij het oprichten van het gebouw een goede geluidsisolatie kan worden gerealiseerd. Bovendien kan er op deze locaties een grote luifel worden gerealiseerd die voor een reductie van het stemgeluid kan zorgen. Voor een uitgebreide toelichting op die uitgangspunten wordt ook verwezen naar de reactie op zienswijze 13.1. Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat er niet meer ruimte is voor (zwaardere) horeca in het plangebied waarbij het publiek uitstroomt via het Delftsehof of via de Delftsestraat. Dit zou het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners onder druk zetten. De locatie van het pand dat reclamant huurt, is daarmee dus ongeschikt bevonden voor een hogere categorie horeca.
Tot slot wordt opgemerkt dat de gemeente geen deskundigenrapport meer heeft ontvangen van reclamant. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.3 Willekeurige verdeling horeca Reclamant merkt tevens op dat het willekeur lijkt op basis waarvan de horeca categorieën zijn toebedeeld aan gronden. Uit de onderbouwing blijkt niet waarom op het perceel van Annabel de functie horeca 4 heeft gekregen en het perceel van reclamant horeca 1. Reclamant stelt zich juist voor
26
dat de horecagelegenheden die zich onder de nog te ontwikkelingen woningen bevinden voor meer overlast zullen zorgen. Reactie: De door de gemeenteraad vastgestelde Nota van Uitgangspunten (NvU) geldt als startpunt voor het toedelen van bestemmingen aan locaties. Om ervoor te zorgen dat wonen en horeca naast elkaar kunnen bestaan, moet worden gezocht naar een optimum. Uitgangspunt in de NvU is behoud van een poppodium van ca. 1000 m2: (Annabel). Het podium is een visitekaartje voor het district en een wezenlijk onderdeel van de muziekpodiuminfrastructuur van de stad. Het poppodium draagt bij aan het culturele nachtleven van de stad. Daarnaast is de wens uitgesproken voor een mix van dag- en avondhoreca. Voor het bepalen van de verschillende locaties voor de horecabestemmingen heeft uitgebreid afstemming plaatsgevonden met Directie Veilig en de DCMR. Voor de locaties voor avondhoreca is de nieuwbouw het meest geschikt bevonden. Er kan direct bij de oprichting rekening worden gehouden met de akoestische maatregelen omdat het nieuwbouw betreft. Bovendien is het op deze twee locaties goed mogelijk om een luifel te realiseren, zodat de terrassen (deels) afgeschermd worden en het stemgeluid wordt gedempt. Ook bezoekersstromen hebben bijvoorbeeld ook een belangrijke rol gespeeld.
Op de locatie waar Annabel gevestigd is, het mogelijk is om een optimale situatie te creëren voor de ontsluiting van bezoekers, zonder overlast voor omwonenden. De integrale ontwikkeling die de gemeente beoogt, maakt het mogelijk om de bezoekers onder het (te verhogen) maaiveld te ontsluiten. Dit is een belangrijke voorwaarde voor de exploitatie van nachthoreca in dit gebied. Op de overige locaties aan de Delftsestraat is het onvermijdelijk dat de ontsluiting plaatsvindt via het Delftsehof of via de Delftsestraat (dat laatste wordt in de huidige situatie al als onwenselijk beschouwd, om die reden zijn de in- en uitgang van de horeca inrichtingen al naar de achterzijde verplaatst). Op basis van deze verdeling kan een goed woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Verdere uitbreiding van horeca, met uitzondering van de voorgestelde uitbreiding in de kelder van het Schieblock, is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet gewenst. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.4 Coalitieakkoord Reclamant merkt op dat in het Coalitieakkoord 2022 is opgenomen dat de gemeente uitbreiding van nachthoreca wenst te stimuleren, waarbij er een goede balans moet zijn om overlast voor bewoners te voorkomen. Het streven van de gemeente is om minimaal tien extra 24-uurs vergunningen uit te geven.
De inhoud van die akkoord laat zich volgens reclamant niet rijmen met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Reactie: In het coalitieakkoord staat dat wordt gestreefd naar uitbreiding van nachthoreca, waarbij een goede balans moet zijn om overlast voor bewoners te voorkomen. Het streven naar extra 24uursvergunningen is een stadbrede ambitie, evenals het toevoegen van extra woningen. In bestemmingsplan Schiekadeblok is gezocht naar een optimale situatie tussen nieuwe woningen en nacht- en avondhoreca. Naar aanleiding van zienswijze 10.1 is besloten om een extra locatie voor nachthoreca mogelijk te maken, namelijk in de kelderruimte van het Schieblock. Dit is een locatie die niet conflicteert met de kwaliteit van de gebiedsontwikkeling. Hier is op dit moment een horeca gevestigd en de uitgang is gelegen aan de Schiekade en dus niet aan het binnenhof en ook niet direct onder of naast (bestaande) woningen. Daarmee wordt dit gezien als een geschikte locaties voor extra nachthoreca. Bureau Peutz heeft dit bevestigd in een oplegnotitie, zie voor meer informatie W11. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.5 Dienstenrichtlijn Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan beperkend is voor wat betreft de functie horeca. Deze beperking is naar mening van reclamant in strijd met de voorwaarden zoals gesteld in de Dienstenrichtlijn. Reactie: 27
Feitelijk zegt reclamant het niet eens te zijn met de territoriale beperking dit is gesteld ten aanzien van de horecafunctie. Met een bestemmingsplan mag de gemeenteraad een territoriale beperking stellen door middel van het toekennen van bestemmingen als de gemeenteraad kan onderbouwing dat deze beperking noodzakelijk en effectief is voor een goede ruimtelijke ordening. In dit geval is uitgebreid onderzoek gedaan naar horeca in het plangebied. Daarbij is het uitgangspunt altijd geweest dat een goed woon- en leefklimaat waarborgt moet zijn. Met de toedeling van de functies aan gronden, is volgens de gemeente een goede en evenwichtige afweging gemaakt tussen enerzijds een levendig gebied en anderzijds een goed woonklimaat. Dit is voldoende onderbouwd en evenredig bevonden. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.6 Belangenafweging Reclamant meent dat in het geval van het door hem gehuurde pand een verkeerde belangenafweging is gemaakt. Het belang van de bestemmingslegging zoals die is gedaan in het ontwerpbestemmingsplan weegt niet zwaarder dan het belang van reclamant bij voortzetting van het huidige gebruik. Integendeel, dit heeft voor reclamant onevenredige gevolgen. De continuïteit van de onderneming komt in gevaar, de gedane investeringen kunnen niet worden terugverdiend en het personeel komt op straat te staan.
Het bestaande gebruik kan op korte termijn weliswaar worden voorgezet op grond van het overgangsrecht, maar dit biedt geen oplossing voor de lange termijn. Reactie: Reclamant heeft een huurrelatie voor een deel van het pand zonder huurbescherming vanwege de voorgenomen herontwikkeling. Reclamant verwijst met de gedane investeringen naar een verbouwing die hij op afraden van de gemeente is gestart. De huurperiode heeft net als bij de andere tijdelijke gebruikers veel langer geduurd dan destijds beoogd, hetgeen voor reclamant gunstig is geweest. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.7 Uitsterfregeling Indien niet aan het verzoek van reclamant tegemoetgekomen kan worden, namelijk dat het huidige gebruik kan worden voortgezet, verzoekt reclamant om een uitsterfregeling op te nemen in het bestemmingsplan. Hiermee wordt recht gedaan aan de bestaande rechten en belangen van reclamant en tevens wordt daarmee perspectief geboden om toe te werken naar een nieuwe gewenste planologische situatie. Reactie: Er is bewust voor gekozen om in het pand dat reclamant huurt, geen avond- of nachthoreca toe te staan, zoals ook in reactie op zienswijzen 9.1, 9.2 en 9.3 nader is toegelicht. Om diezelfde reden wordt ook niet tegemoetgekomen aan het verzoek van reclamant om een uitsterfbepaling op te nemen.
Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 9.8 M.e.r.-beoordelingsbesluit onbevoegd genomen Reclamant stelt dat het opvallend is dat het m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen door het college van burgemeester en wethouders. Enkel de gemeenteraad zou bevoegd zijn om een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. Reclamant voert hiertoe een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan (ECLI:NL:RVS:2021:1195). Reactie: Zowel de gemeenteraad als het college van burgemeester en wethouders (het college) is bevoegd om het m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dat college bevoegd is, volgt uit de Wet milieubeheer (Wm) in combinatie met de Gemeentewet. In dit geval bepaalt artikel 7.19, lid 1 van de Wm dat het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Op grond van artikel 7.1, lid 4 van de Wm wordt onder bevoegd gezag verstaan: “Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het voorbereiden dan wel vaststellen van een plan of besluit”. Het college op grond van artikel 160, lid 1, aanhef en onder b van de Gemeentewet bevoegd om het bestemmingsplan voor te bereiden. Hieruit volgt dat het college bevoegd is om het m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. Dit is tevens bevestigd in een uitspraak van de Afdeling 28
bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 september 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3131), waarin wordt geoordeeld dat in het geval van een (ontwerp)bestemmingsplan zowel het college als de gemeenteraad bevoegd is een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. De uitspraak waar reclamant naar verwijst is van een voorzieningenrechter en is niet in lijn met de eerdere uitspraak van de Afdeling. Deze uitspraak is dan ook niet goed te verklaren. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 10 Reclamant 10 Reclamant vertegenwoordigt een mix van multinationals, start-ups, creatives, culturele organisaties, bewoners, bezoekers, aannemers, investeerders en overheid in het gebied Rotterdam Central District. Naar idee van reclamant zou het uitgangspunt voor het Schiekadeblok moeten zijn dat er regie is en blijft in de gebiedsontwikkeling op het karakter van het Schiekadeblok en dat dit karakter zoveel mogelijk in stand wordt gehouden, zodat het unieke milieu dat is ontstaan, behouden blijft. 10.1 Levendige nachtcultuur Eén enkele locatie voor nachthoreca is niet voldoende om het levendige klimaat te behouden en zal smaakmakend aanbod doen verdwijnen. Daarnaast wordt het vestigingsklimaat voor horecaondernemers met voorliggend bestemmingsplan ernstig ingeperkt.
Hierdoor zullen zich hier voornamelijk lunch- en koffietenten vestigen die niet de gewenste levendige terrasomgeving zullen voortbrengen. Restaurants zitten voornamelijk in panden met een bestemming voor avondhoreca. Om deze redenen moeten er volgens reclamant tenminste drie locaties worden aangewezen voor nachthoreca. De meest logische locaties zijn volgens reclamant het Schieblock (begane grond en kelder) en het Boekmanpand (begane grond en kelder). Uitgangspunt zou moeten zijn dat de drie nachthoreca gezamenlijk niet meer geluid produceren dan nu wordt berekend voor nachthoreca op de plek van Annabel. Reactie: In alle plinten in het gebied is horeca 1 toegestaan. Dit is horeca die tot 23:00 uur geopend mag zijn, achtergrondmuziek ten gehore mag brengen en een terras mag exploiteren. Een restaurant kan zich hier dus goed vestigen. Hiermee is voldoende mogelijkheid en potentie voor een levendige plint in de avonduren (tot 23:00 uur). Het past niet binnen de gebiedsontwikkeling om horeca 2 (avondhoreca zonder geluid) of extra horeca 3 (avondhoreca met geluid) mogelijk te maken in de plinten. In deze bestemming kunnen zich namelijk ook cafés vestigen. Deze vorm van horeca heeft, ondanks dat er geen versterkte muziek ten gehore mag worden gebracht, wel een andere uitstraling dan bijvoorbeeld en restaurant.
De uitstroom van bezoekers heeft bijvoorbeeld een grotere impact op de omgeving. Bovendien is er geen (geluid)ruimte om extra terrassen toe te staan tot 1:00/2:00 ‘s nachts. Reclamant geeft aan dat er ten minste drie locaties bestemd zouden moeten worden voor nachthoreca. Reclamant ziet in de begane grondvloeren en kelders van het Boekmanpand en het Schieblock geschikte locaties. Vanuit het oogpunt van geluidoverlast zijn kelders in beginsel geschikte locaties voor (nacht)horeca. Het geluid kan goed geïsoleerd worden. Het is daarentegen wel kostbaar om kelders geschikt te maken voor deze functie, denk aan constructieve eisen, brandveiligheidseisen en voldoende ventilatie. In de kelder van het Schieblock is momenteel een horecagelegenheid gevestigd. De uitgang is gelegen aan de Schiekade en dus niet aan het binnenhof en ook niet direct onder of naast (bestaande) woningen. Daarmee wordt dit gezien als een geschikte locaties voor extra nachthoreca. Dat geldt enkel voor de kelder van het pand en niet voor de begane grond. Op de begane grond is het alweer een stuk lastiger om het geluid te isoleren. Bovendien blijft deze plint voorbehouden voor publieke dag- en avondprogrammering met een profiel dat past bij creatief/lokaal/ontmoeten. Het Boekmanpand wordt in geheel niet gezien als een geschikte locatie voor extra nachthoreca.
Dit pand ligt op de hoek van de Delftsestraat en het Delftseplein en is omgeven door woningen. Waar de ingang ook wordt gesitueerd, bezoekers zullen altijd het pand uitstromen recht tegenover woningen. Dit zorgt voor extra druk op de woonomgeving. Daarnaast is er op dit moment geen concreet initiatief bekend bij de gemeente voor een (nacht)horecagelegenheid op deze locatie. Voorstel: Wij stellen u voor deze zienswijze (deels) gegrond te verklaren en deels tegemoet te komen aan deze zienswijze door een extra nachthorecagelegenheid mogelijk te maken in de kelderruimte van het Schieblock het ontwerpbestemmingsplan als volgt te wijzigen (W11):
29
Regels: Aan artikel 5.1 onder sub c een nieuw sub toevoegen, luidende: ‘horeca t/m horeca 4, in de kelder van het Schieblock, ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - 2’; Aan artikel 5.3.2 een nieuwe sub toevoegen, luidende: ‘ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - 2’ mag de kelder mag alleen voor horeca 3 en 4 in gebruik worden genomen indien de kelderruimte zelf ook voorzien te worden van geluidsisolerende toegangsdeuren, waarmee de geluidemissie naar de begane grond wordt beperkt. Toelichting: Paragraaf 6.3.7 als volgt aan te vullen: 6.3.7.1 Uitgangspunten onderzoek Naast onderzoek naar de wettelijke geluidbronnen is er ook onderzoek gedaan naar de invloed van horecagelegenheden op de woningen. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 4 Akoestisch onderzoek horecageluid. Dit onderzoek is aangevuld met een oplegnotitie d.d. 1 september 2022 en is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting bij het bestemmingsplan. […] In de Nota van Uitgangspunten is opgenomen dat in het gebied verschillende vormen van horeca mogelijk moeten zijn inclusief terrassen op het centrale plein. Tevens is aangegeven dat er minimaal 1 gebouw met een publieke/culturele trekker in de plint bestemd moet worden en dat een club/poppodium van minimaal 1000 m2 zorgvuldig ingepast moet worden.