CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005978] Bijlage behorende bij 22bb5977 - rapport “HET IS EEN PROBLEEM, MAAR NIET VOOR MIJ” Een onderzoek naar de achtergronden van wapens en wapengeweld onder jongeren in Rotterdam

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 6 oktober 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid42.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

“HET IS EEN PROBLEEM, MAAR NIET VOOR MIJ” Een onderzoek naar de achtergronden van wapens en wapengeweld onder jongeren in Rotterdam

Frank M. Weerman, Robby A. Roks, Jeroen B.A. van den Broek & Jip C. Willink

Sectie criminologie Erasmus School of Law – Erasmus Universiteit In opdracht van: Directie Veiligheid, Gemeente Rotterdam

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD................................................................................................................... 5 SAMENVATTING ............................................................................................................... 6 HOOFDSTUK 1 | INLEIDING ............................................................................................. 15 1.1 De recente toename van steekincidenten in Nederland ............................................. 15 1.2 De directe aanleiding voor dit onderzoek ................................................................... 17 1.3 Onderzoeksvragen en algemene opzet ....................................................................... 18 HOOFDSTUK 2 | LITERATUUROVERZICHT ........................................................................ 21 2.1 Eerder onderzoek naar wapens onder jongeren in Nederland ................................... 21 2.2 Eerder internationaal onderzoek naar wapens onder jongeren ................................. 24 2.3 Theoretische uitgangspunten bij het huidige onderzoek ............................................ 27 HOOFDSTUK 3 | METHODEN VAN ONDERZOEK ............................................................... 37 3.1 Vragenlijstonderzoek onder jongeren: opzet, steekproef en meetinstrumenten ......

37 3.2 Groepsgesprekken onder jongeren: opzet, verrichte gesprekken en topics .............. 45 3.3 Registratie-onderzoek: reikwijdte en codering ........................................................... 46 HOOFDSTUK 4 | RESULTATEN UIT DE VRAGENLIJSTEN ..................................................... 49 4.1 Wapens onder de onderzochte jongeren .................................................................... 49 4.2 Demografische kenmerken en wapens onder jongeren ............................................. 57 4.3 Relaties met mogelijk verklarende factoren ................................................................ 62 4.4 Individuele veranderingen in de onderzoeksperiode .................................................. 74 4.5 Conclusies .................................................................................................................... 82 HOOFDSTUK 5 | ERVARINGEN, PERCEPTIES EN OMGANG MET WAPENS EN GEWELD ONDER ROTTERDAMSE JONGEREN .................................................................................. 85 5.1

De ervaringen van Rotterdamse jongeren met wapens en geweld .......................... 85

5.2

De perceptie van Rotterdamse jongeren mbt wapens en geweld ............................ 91

5.3

De manier waarop Rotterdamse jongeren omgaan met wapens en geweld ........... 96

5.4

Conclusies ................................................................................................................ 100

HOOFDSTUK 6 | OORZAKEN, FACTOREN EN MOTIEVEN VOOR WAPENBEZIT EN -GEBRUIK VOLGENS ROTTERDAMSE JONGEREN .............................................................................103 6.1

Oorzaken wapenbezit en -gebruik volgens Rotterdamse jongeren ........................ 103

6.2

Factoren die van invloed zijn op wapenbezit en -gebruik....................................... 106

6.3

Motieven voor wapenbezit volgens Rotterdamse jongeren ................................... 112

6.4

Conclusies ................................................................................................................ 115 3

HOOFDSTUK 7 | GEREGISTREERDE GEVALLEN STEEKWAPENBEZIT EN -GEBRUIK IN ROTTERDAM 2020 .........................................................................................................117 7.1 Beschrijving politieregistraties: aantallen en kenmerken ......................................... 117 7.2 Aanleiding steekwapengebruik op basis van politieregistraties ............................... 121 7.3 De rol van drill, conflicten tussen wijken en social media ......................................... 126 7.4 Motieven voor wapenbezit ........................................................................................ 132 7.5 Conclusies .................................................................................................................. 135 HOOFDSTUK 8 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................137 8.1 De belangrijkste conclusies op basis van de resultaten ............................................ 137 8.2 Aanbevelingen voor beleid en praktijk ...................................................................... 145 8.3 Meerwaarde en beperkingen van het uitgevoerde onderzoek .................................

149 REFERENTIES..................................................................................................................152 AANGEHAALDE NIEUWSBERICHTEN ...............................................................................158 BIJLAGEN ......................................................................................................................160

4

VOORWOORD In dit rapport doen wij verslag van een onderzoek naar de aard en achtergronden van wapens en wapengeweld onder jongeren in Rotterdam. Met verschillende methoden hebben wij geprobeerd diepere inzichten te krijgen in de vraag welke jongeren een mes en andere wapens bezitten, dragen of gebruiken. Twee keer is een vragenlijst afgenomen bij een grote groep leerlingen uit het middelbare onderwijs en studenten van een mbo-opleiding. Daarnaast zijn uitgebreide groepsgesprekken gevoerd, en is een analyse verricht op politieregistraties uit 2020. Hiermee hebben we nieuwe en soms ook voor ons verrassende inzichten gegenereerd over wapens en wapengeweld bij jongeren. We hopen met de resultaten een bijdrage te leveren aan de aanpak van dit complexe probleem en handvatten te bieden aan professionals en beleidsmakers. Dit onderzoek beoogt ook bij te dragen aan de wetenschap op het terrein van jeugd en criminaliteit, tegelijkertijd hebben we geprobeerd het begrijpelijk en interessant te maken voor een bredere doelgroep. Hopelijk kunnen wij daarmee bijdragen aan beter en meer genuanceerd begrip van de betrokkenheid van jongeren bij messen en andere wapens. Graag bedanken we een aantal mensen die een bijdrage hebben geleverd aan dit onderzoek.

Allereerst bedanken we Bart Hartog voor de prettige begeleiding bij het onderzoek vanuit de gemeente, en voor de nuttige en uitgebreide suggesties bij eerdere versies van dit rapport. Voorts gaat onze dank uit naar de bredere begeleidingscommissie van dit onderzoek. De volgende leden daarvan hebben ons voorzien van nuttige commentaren en ideeën: Nienke Riemersma (Gemeente Rotterdam), Marco Kocken (LMC VO), Diana van de Giessen (Gemeente Rotterdam), Nadia Barquioua (JOZ), Fabian Keerveld (JOZ), Wietske Straathof (Politie), Wim Hoek (Politie), Geerten Graef (OM) en Sabine Kuiper (Gemeente Rotterdam). Bij het verzamelen van de gegevens hebben we van verschillende personen ondersteuning gehad. Bij de afname van vragenlijsten op de scholen hadden we de assistentie van drie stagiaires uit de opleiding criminologie: Benthe van Delft, Yara Klis en Sofie Noortman. Voor de bestudering van de politieregistraties bedanken we Paul de Kruijf voor het verkrijgen van toestemming om de registraties te kunnen inzien, en Nicole Bouwman voor de praktische hulp bij het inzien en analyseren van deze gegevens. Verder hadden wij dit onderzoek niet kunnen doen zonder de bereidwillige medewerking van verschillende directeuren en medewerkers van de 19 schoollocaties.

Zij hebben ervoor gezorgd dat toestemmingsformulieren bij ouders terechtkwamen en dat wij langs konden komen op school om onze vragenlijsten af te nemen en om groepsgesprekken te houden. Tot slot bedanken we alle jongeren die een vragenlijst hebben ingevuld en hebben meegedaan aan het onderzoek. Zonder hun medewerking konden we nooit zoveel te weten komen over het onderwerp als we nu hebben gedaan. Rotterdam, 30 augustus 2022 Frank Weerman, Robby Roks, Jeroen van den Broek en Jip Willink

5

SAMENVATTING De afgelopen jaren is er in de media en politiek veel aandacht geweest voor wapens en wapengeweld onder jongeren. Zowel in Nederland als in Rotterdam was er vanaf het midden van 2019 sprake van een toename van steekincidenten onder jongeren en jongvolwassen ten opzichte van de jaren daarvoor, en waren er verschillende ernstige gebeurtenissen rond messengeweld in en buiten Rotterdam. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen is in 2020 een nationaal Actieplan Wapens en Jongeren opgesteld, waarbij meerdere gemeentes en overheidsinstanties waren betrokken. De gemeente Rotterdam lanceerde ook een eigen campagne om messenbezit en –gebruik tegen te gaan, maar gaf tegelijkertijd ook opdracht om wapens en geweld onder jongeren nader te onderzoeken. In een eerder rapport werd vooral gekeken naar de link tussen drillrap en messengeweld, waarover in de media veel werd gespeculeerd (Roks & Van den Broek, 2020). Uit deze studie komt naar voren dat drill maar zelden de directe oorzaak was van messengeweld onder jongeren. Er bleef echter nog veel onduidelijk over de omvang van het wapenprobleem onder Rotterdamse jongeren in het algemeen, en over de oorzaken en achtergronden. Daarom werd opdracht gegeven voor een nog uitgebreider onderzoek naar wapens en wapengeweld onder jongeren in Rotterdam, waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan.

Doel van dit onderzoek Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de achtergronden en mogelijke oorzaken van wapenbezit en –gebruik onder Rotterdamse jongeren, met speciale aandacht voor de wisselwerking met online jeugdcultuur. We wilden om te beginnen weten hoeveel jongeren (zowel jongens als meisjes) wapens bezitten, dragen en gebruiken, wat de aard en herkomst is van die wapens en welke redenen en motivaties jongeren zelf geven voor betrokkenheid bij wapens. Vervolgens wilden we nagaan welke mogelijk verklarende factoren samenhangen met wapens en wapengeweld onder Rotterdams jongeren. Het gaat daarbij om risicofactoren bij de jongeren zelf, maar ook in hun omgeving, en ook de relatie met straatcultuur en online activiteiten. We wilden ook in gesprek met jongeren zelf en van hen horen hoe zij denken over wapens en wapengeweld in hun directe leefomgeving.

Eerdere literatuur en uitgangspunten Uit het literatuuroverzicht dat wij presenteerden in hoofdstuk 2 werd duidelijk dat er in het verleden in Nederland al verschillende keren onderzoek is verricht naar aanleiding van golven van geweld en wapenbezit onder jongeren. Daaruit wordt duidelijk dat het gebruik van messen en andere wapens onder jongeren niet van vandaag of gisteren is, maar in het verleden niet ongewoon was en ook regelmatig reden gaf tot zorg en aandacht. Over de oorzaken en achtergronden van wapens bij jongeren is in Nederland echter nog relatief weinig bekend uit onderzoek. In het buitenland is er meer onderzoek verricht naar wapens onder jongeren, met name vuurwapens in de Verenigde Staten en recent, messencriminaliteit in het Verenigd

6

Koninkrijk. Daaruit komt een heel scala aan mogelijke gerelateerde factoren naar voren die wij hebben meegenomen in het onderzoek. Op basis van de eerdere literatuur was al duidelijk dat het fenomeen van wapens onder jongeren complex is, met meerdere motieven en oorzakelijke factoren. Op basis daarvan hebben wij in ons onderzoek onderscheid gemaakt tussen persoonlijke en omgevingsfactoren, en tussen directe en indirecte oorzaken. Binnen de persoon gingen we er onder meer vanuit dat iemands houding ten opzichte van geweld en wapens van groot direct belang kan zijn, en dat deze ook sterk kan samenhangen met opvattingen die passen binnen de brede noemer van ’straatcultuur’. Bij de omgevingskenmerken verwachtten we dat vrienden en groepen een belangrijke rol kunnen spelen bij betrokkenheid bij wapens, en dat de online activiteiten van jongeren eraan kunnen bijdragen dat wapens en geweld worden genormaliseerd en conflicten kunnen escaleren. Wat betreft indirecte oorzaken hebben we vooral aandacht besteed aan de opvoedingssituatie van jongeren, hun functioneren op school, en aan nog dieperliggende maatschappelijke oorzaken zoals buurtproblemen en armoede thuis.

Het onderzoek In dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van meerdere methoden (met een zogeheten mixed-method onderzoeksdesign). Daarmee wilden we zowel grootschalige kwantitatieve gegevens verzamelen onder jongeren als meer de diepte ingaan door kwalitatieve informatie op te halen via gesprekken met jongeren en bestudering van politieregistraties. Hoofdstuk 3 bevat een uitgebreide verantwoording van ons onderzoek. Het meest uitgebreide onderdeel van het onderzoek was een herhaald vragenlijstonderzoek onder jongeren die in Rotterdam naar school gaan. Hiervoor zijn 19 Rotterdamse scholen (voortgezet onderwijs en mbo-opleidingen) bezocht door medewerkers van het onderzoek. Op deze scholen zijn leerlingen op twee momenten gevraagd om vragenlijsten in te vullen; in het najaar van 2021 en het voorjaar van 2022 zijn zij bezocht door medewerkers van het onderzoek. Om een gevarieerde steekproef te krijgen zijn scholen in verschillende wijken van Rotterdam bezocht, en werden leerlingen benaderd uit derde en vijfde klassen van verschillende niveaus middelbaar onderwijs. En van het eerste en tweede jaar van het mbo. Doordat we twee keer langs konden komen met een vragenlijst konden we deelnemers vragen stellen over een groot scala aan mogelijk verklarende factoren en ook kortetermijnveranderingen in wapenbezit of –gebruik onderzoeken.

Uiteindelijk hebben in de eerste onderzoeksronde 919 leerlingen een bruikbare vragenlijst ingevuld, voor 542 leerlingen hebben we informatie van beide onderzoeksronden. Naast dit vragenlijstonderzoek hebben we op zes scholen gesprekken gevoerd met groepen jongeren. Deze zogeheten focusgroepgesprekken vonden eind 2021 en begin 2022 plaats en boden ons de gelegenheid om van jongeren zelf te horen hoe zij denken over wapens en geweld, welke ervaringen zij daarmee hebben en hoe zij daar zelf tegen aankijken. Door het groepskarakter konden jongeren ook met elkaar in discussie gaan, wat extra inzichten biedt in hoe jongeren over dit onderwerp in de praktijk met elkaar communiceren. In totaal zijn er elf

7

gesprekken gehouden met groepjes van vier tot zes jongeren. Deze waren verschillend samengesteld wat betreft opleiding en geslacht. Tot slot hebben we ook de politieregistraties over steekwapengebruik en -bezit onder jongeren in Rotterdam in 2020 geanalyseerd, met extra aandacht voor de rol van online jeugdcultuur en ook voor de rol van jongens en meisjes bij deze gebeurtenissen. Dit onderdeel van het onderzoek is een vervolg op het eerdere onderzoek van Roks en Van den Broek (2020). Binnen de geregistreerde gegevens van de politie-eenheid Rotterdam werd gezocht naar steekincidenten onder jongeren op basis van een zoekterm (‘query’) over steekwapenbezit en -gebruik. Na verder filteren beschikten we over informatie over 131 unieke incidenten in 2020, waarbij in totaal 178 verdachten waren betrokken van 22 jaar of jonger. De informatie die met dit onderdeel werd verzameld bood ons niet alleen de gelegenheid om de eerdere inzichten uit politieregistraties aan te vullen maar ook om de bevindingen van de vragenlijsten en groepsgesprekken verder te verdiepen en te vergelijken met daadwerkelijk wapengeweld onder jongeren in Rotterdam.

Bevindingen op basis van vragenlijsten: prevalentie, motivatie en verbanden In hoofdstuk 4 bespraken we de resultaten uit het vragenlijstonderzoek. Daaruit kwam naar voren dat alleen een minderheid van de ondervraagde jongeren betrokken is geweest bij wapens in de onderzochte periode, ongeveer een op de vijf. Dit is niet beperkt tot een bepaalde bevolkingsgroep: in alle onderzochte categorieën zien we jongeren die een wapen bezitten, dragen of gebruiken. Ook is een substantieel deel van alle jongeren met wapens een meisje, al komen wapens wel meer voor bij jongens. De meerderheid van de Rotterdamse leerlingen die wij hebben ondervraagd wil niks van wapens weten en is zich ook bewust van de negatieve consequenties. De groep jongeren die wapens draagt brengt vooral defensieve redenen naar voren om dat te doen, zij voelen zich vaak onveilig en bedreigd. Een kleine groep jongeren bezit alleen wapens zonder deze mee te nemen, en deze jongeren doen dat relatief vaak omdat zij wapens verzamelen of op zichzelf leuk vinden. Er is een kleine groep die wapens niet alleen heeft gedragen maar ook heeft gebruikt, en deze groep noemt naast defensieve redenen ook expressieve en instrumentele redenen voor het hebben en dragen van wapens, zoals het willen laten zien en het gebruiken om dingen af te pakken van anderen.

In het onderzoek vonden we verbanden tussen betrokkenheid bij wapens en een groot scala aan onderzochte verklarende factoren. Daarbij valt op dat er ook grote verschillen zijn tussen jongeren die alleen wapens bezitten, jongeren die wapens dragen op straat, school of vrije tijd en jongeren die wapens gebruiken. De jongeren die alleen een wapen bezitten, lijken maar op een beperkt aantal eigenschappen te verschillen van de jongeren zonder wapens. Ze voelen zich wat minder gebonden aan regels en wetten, zijn eerder geneigd tot het nemen van risico’s, hebben een wat slechtere band met ouders en minder inzet voor school, ze gebruiken wat meer alcohol en softdrugs, gamen vaker, zien meer wapens bij hun vrienden en zijn wat vaker in het verleden slachtoffer geweest van geweld. Al met al komt echter het beeld naar voren van een groep jongeren die niet een heel problematische achtergrond heeft, maar wel minder regelgetrouw en meer vrijgevochten is dan gemiddeld. Jongeren die wapens dragen wijken in 8

meerdere opzichten af van zowel de jongeren die geen wapens hebben als de jongeren die alleen wapens bezitten. Zij zijn vaker recent slachtoffer van geweld, zijn impulsiever, hebben een grotere vriendengroep op straat en op social media, en zij zien en horen ook vaker over wapens van hun vrienden. Zij hebben een grotere acceptatie van het gebruik van wapens en geweld en voelen zich minder gebonden aan regels dan de meeste jongeren. Zij ervaren ook vaker dat er thuis moeite is om de eindjes aan elkaar te knopen. Al met al lijkt dit een categorie te zijn die relatief meer is gericht op vrienden buiten school, gebruik van wapens en geweld relatief acceptabel vindt en een minder welvarende achtergrond heeft dan gemiddeld. De categorie jongeren die een wapen hebben gebruikt is in veel opzichten sterk afwijkend van alle andere categorieën. Ook zij ervaren vaker financiële achterstand thuis, maar lijken ook vaker een problematische opvoedingssituatie te hebben. Ze zijn nog meer gericht op de wereld buiten school, zien ook vaker wapens online en horen vaker bij een problematische jeugdgroep. Ze zijn nog impulsiever en eerder geneigd risico te nemen dan anderen, en gebruiken vaker ook andere drugs dan alcohol en wiet. Daarnaast hebben ze veel sterker opvattingen die passen bij het straatleven en het gebruik van geweld.

Al met al lijkt dit een groep jongeren waar veel mee aan de hand is, in de thuissituatie en elders, en een groep die zich deels heeft afgekeerd van de traditionele samenleving. Het bezit, dragen en gebruik van wapens blijkt vrij dynamisch te zijn: er was een substantiële groep jongeren die daarmee was gestopt of begonnen in de tweede onderzoeksronde. De individuele veranderingen met betrekking tot wapens bleken sterk samen te hangen met slachtofferschap van geweld. Bij de meerderheid van degenen die wapens zijn gaan dragen of gebruiken was er sprake van een recente bedreiging of van daadwerkelijk ervaren geweld. Dat suggereert dat het direct ervaren van onveiligheid een belangrijke directe oorzaak is voor jongeren om iets met wapens te gaan doen.

Resultaten van groepsgesprekken: specifieke groepen en achtergronden In hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 bespraken wij op basis van de resultaten uit de groepsgesprekken hoe jongeren zelf denken over wapens en wapengeweld onder hun leeftijdsgenoten in Rotterdam. De jongeren die wij spraken, baseerden hun ideeën over wapens en wapengeweld deels op persoonlijke ervaringen maar ook op beeldvorming gebaseerd op verhalen van anderen en op mediaberichtgeving. Zij denken dat een groot deel van de Rotterdamse jongeren een wapen bij zich draagt, maar zien tegelijkertijd wapens en geweld als een probleem dat in grote mate is voorbehouden aan een specifieke groep jongeren. In hun beleving komt het bezit en gebruik van wapens voornamelijk voor onder jongens tussen de 11 en 16 jaar oud die zijn betrokken bij rivaliserend groepsgedrag. Het lijkt hierbij in het bijzonder te gaan om jongeren die verwikkeld zijn in rivaliserend groepsgedrag tussen bepaalde wijken. Deze problematiek komt volgens de jongeren die wij spraken in vrijwel elke Rotterdamse buurt of wijk voor. Jongeren geven aan dat als zij zich zelf niet met deze rivaliserende jongeren bemoeien, zij zich weinig zorgen hoeven te maken om hierdoor geraakt te worden. Zij hebben grotendeels het gevoel dat ze op een veilige manier hun weg kunnen vinden met betrekking tot wapens en 9

geweld in hun omgeving, door jongeren die wapens dragen te herkennen, op hun hoede te zijn, te weten wat er speelt en specifieke personen en plaatsen te ontwijken. Social media liepen als een rode draad door de verhalen van jongeren. Met betrekking tot wapens en geweld spelen die een belangrijke rol omdat jongeren daarmee volgens respondenten gemakkelijk aan wapens kunnen komen, ze veel gewelddadige content voorbij zien komen en omdat conflicten daar kunnen beginnen of uit de hand kunnen lopen. In de beschrijvingen van de Rotterdamse jongeren in deze studie zien we dat social media de dynamiek van gewelddadige interacties lijken te hebben veranderd. Conflicten tussen (groepen) jongeren kunnen zowel online als offline beginnen, maar lijken met name een vlucht te nemen door het gebruik van verschillende social mediaplatformen. Voor wapens en geweld lijkt het online domein een belangrijke katalysator te zijn. In de gesprekken bleek het merendeel van de jongeren drillrap en drillrappers niet bijzonder serieus te nemen en ook niet als iets waarmee zij zich (openlijk) willen associëren. Zij hadden ook het gevoel dat drill langzaamaan ‘uit de mode’ aan het raken is, en dat drillrapvideo’s steeds minder wapens zouden bevatten. Tegelijkertijd werd ook benoemd dat de verbeelding van wapens en geweld in drill wel bij kan hebben gedragen aan de populariteit van wapens onder jongeren.

Een flink deel van de jongeren die wij spraken, kijkt neer op het bezit en het gebruik van wapens. Ze vinden wapens en geweld schaamtevol en niet cool, en kunnen weinig begrip opbrengen voor jongeren die messen bij zich dragen. Zij denken deels dat stoer doen hieraan ten grondslag ligt, maar noemen ook vaak het thema zelfverdediging als motief om een wapen te dragen.

Resultaten van analyse registraties: aantallen en type zaken en verdachten Hoofdstuk 7 beschreef de omvang en aard van de gevallen van specifiek steekwapenbezit en -gebruik in de registraties van de politie-eenheid Rotterdam. Wat het meest opvalt is dat het merendeel van de gevallen van steekwapengebruik in 2020, bijna twee derde, is terug te voeren op eerdere conflicten of op ruzies in de relationele sfeer. Het aandeel ruzies in de relationele sfeer was in vergelijking met eerdere jaren hoger. Verder viel op dat het aandeel meisjes in de politieregistraties relatief klein was, en nog kleiner dan in eerdere jaren. We zagen verder dat drill(rap) geen noemenswaardige rol van betekenis speelt als directe aanleiding van steekwapengebruik (net als in 2018 en 2019). Er zijn enkele registraties waarin jongeren naar voren komen die actief zijn als drillrapper, maar uit de informatie in deze registraties wordt niet duidelijk dat de (online) drillrapcultuur een directe aanleiding vormt voor conflicten of de specifieke incidenten. Wel zien we een enkele keer dat het dragen van een wapen gerelateerd wordt aan ofwel het luisteren naar drill of het actief zijn als muzikant.

Anders dan in een analyse van de politieregistraties uit 2018 en 2019 lijken steekincidenten die te linken zijn aan rivaliserende groepen uit Rotterdamse buurten maar beperkt terug te komen in de door ons bestudeerde politieregistraties.

10

In de door ons bestudeerde gevallen van steekwapengebruik komt de rol van social media wel weer duidelijk naar voren. Daarbij valt op, net zoals naar voren komt in de analyse van steekincidenten uit 2018 en 2019 (Roks en Van den Broek, 2020) dat conflicten soms online lijken te beginnen en offline hun beslag krijgen. Ook laten de registraties zien dat fysieke confrontaties tussen jongeren op tijden gefilmd en online verspreid worden. In de politieregistraties over steekwapenbezit geven jongeren verschillende redenen en verklaringen, maar het merendeel daarvan valt onder de brede noemer ‘veiligheid’. Het kan gaan om een algemeen gevoel van onveiligheid door de mediaberichtgeving en beeldvorming over jongeren die (steek)wapens dragen, maar ook over de onveilige reputatie van bepaalde Rotterdamse wijken of straten. Ook zien we verklaringen van jongeren waarin er een directe koppeling is met een eerdere onveilige ervaring, bijvoorbeeld in de vorm van een straatroof of een ander geweldsincident.

Belangrijkste conclusies Op basis van bovenstaande bevindingen, zijn in hoofdstuk 8 overkoepelende conclusies en aanbevelingen geformuleerd en besproken. Kort samengevat luiden onze belangrijkste conclusies als volgt: De meerderheid van de Rotterdamse jongeren is niet betrokken bij wapens. Ongeveer 1 op de 5 ondervraagde jongeren heeft een wapen in bezit gehad, gedragen of gebruikt in de onderzoeksperiode, een duidelijke minderheid. Anders dan de suggestie die soms wordt gewekt in de media, blijken messen en wapens niet gewoner te zijn geworden onder jongeren, en de meesten van hen beschouwen ze niet als normaal. Ze denken wel vaak dat wapens veel voorkomen bij anderen, maar ze vinden het zelf niet cool of acceptabel. Bezit, dragen en gebruiken van wapens gaan niet altijd samen. Er is een kleine groep jongeren die wel wapens bezit, maar dat nooit gebruikt of met zich meedraagt. Een wat grotere groep jongeren dan de bovengenoemde groep heeft in de vragenlijst aangegeven een wapen te hebben gedragen in de onderzoeksperiode, maar meestal zonder dit daadwerkelijk te gebruiken. Een kleine, specifieke groep jongeren draagt niet alleen wapens, maar gebruikt die ook om te verdedigen, te dreigen of daadwerkelijk iemand te verwonden. Er is veel variatie in soorten wapens en de manieren om eraan te komen. Er is een grote variatie in het type wapens en de herkomst ervan.

Het meest voorkomend zijn messen, en binnen die categorie blijkt het gewone zakmes populair. De verkrijgbaarheid lijkt geen groot issue te zijn en wordt nauwelijks genoemd als reden om geen wapen te hebben. Wapens worden gekregen van anderen, via-via of uit de keukenla gehaald; of wapens worden gekocht in specifieke winkels, of legaal dan wel illegaal via internet en social media. Meisjes dragen ook regelmatig wapens maar minder dan jongens. Meisjes hebben duidelijk minder te maken met wapens dan jongens, ze hebben bijna twee keer zo weinig wapens bij zich en bezitten het en gebruiken het relatief nog minder vaak. Toch vormen meisjes

11

nog steeds een substantieel aandeel van alle jongeren met wapens en is de wapenproblematiek zeker niet alleen een jongensding. Verschillen op basis van andere demografische kenmerken zijn relatief. In alle onderzochte categorieën zien we jongeren die betrokken zijn bij wapens. Dragen en gebruiken komt relatief wat vaker voor bij jongeren op het voortgezet onderwijs, bij jongeren die zich niet-Nederlands voelen en bij jongeren die in Rotterdam zelf wonen. Belangrijkste motieven voor wapens gerelateerd aan onveiligheidsgevoelens. De meeste jongeren met wapens geven daarvoor vooral redenen en motieven die te maken hebben met veiligheid. Ze geven aan dat ze zich willen kunnen verdedigen, zich onveilig voelen of het gevoel hebben te worden bedreigd. Daarbij lijken er twee categorieën te zijn: jongeren met algemene onveiligheidsgevoelens op bepaalde plekken in de stad of hun eigen omgeving, en jongeren die concreet worden bedreigd door anderen of in een conflict zijn verzeild. Slachtofferschap en ervaren onveiligheid is gerelateerd aan wapens onder jongeren. De defensieve motieven om wapens te hebben of te dragen worden bevestigd door andere gegevens uit het onderzoek. Jongeren die een wapen dragen, voelen zich minder vaak veilig, en jongeren die een wapen hebben gebruikt, waren ook vaker concreet bang aangevallen te worden door iemand.

Beide categorieën zijn vaker slachtoffer geweest van geweld, ook recent, en jongeren die een wapen zijn gaan dragen en/of gebruiken tijdens de onderzoeksperiode, zijn ook vaak recent slachtoffer geweest van geweld. Meerdere persoonlijke kenmerken en omgevingskenmerken zijn gerelateerd aan wapens. Er is een duidelijke samenhang tussen betrokkenheid bij wapens en een aantal persoonlijke kenmerken en opvattingen over geweld en regelovertreding. Ook blijken verschillende omgevingskenmerken samen te hangen met betrokkenheid bij wapens, in de thuissituatie, in de vriendengroep en in de buurt. Er is niet een enkele oorzaak aan te wijzen, maar het lijkt te gaan om een complex geheel van zowel persoonlijke factoren als omgevingskenmerken die relevant lijken te zijn. Social media en online interactie spelen een belangrijke rol bij wapengeweld. In ons onderzoek zagen we aanwijzingen voor een belangrijke rol van online interactie bij jongeren. De online wereld speelt met name een rol bij het ontstaan en verder escaleren van conflicten. Conflicten beginnen soms online en krijgen dan offline hun beslag, of bestaande conflicten worden via social media versterkt. Daarnaast worden jongeren online regelmatig geconfronteerd met (bewegende) beelden van wapenbezit en -gebruik. Fysieke confrontaties tussen jongeren worden soms gefilmd en online verspreid.

‘Straatwaarden’ verhogen kans op dragen en gebruiken van wapens. Er is een duidelijk verband tussen het dragen en gebruiken van een wapen en het hebben van opvattingen die kunnen worden geschaard onder de brede noemer ‘straat’ of straatcultuur. Dan gaat het om overmatig belang hechten aan autonomie, loyaliteit en lef, en om met geweld reageren volgens de ‘code of the street’. Drillrap lijkt echter geen rol van betekenis te spelen als directe aanleiding van het gebruik van steekwapens. 12

Groepsdynamiek en buurtrivaliteit lijken van belang bij een deel van het wapengebruik. Jongeren zelf denken dat wapens met name voorkomen onder jongeren die betrokken zijn bij rivaliteit tussen groepen en buurten. Jongeren die een wapen hebben gebruikt zijn relatief vaak deel van een jeugdgroep op straat, en vaker bereid geweld te gebruiken om hun buurt te verdedigen. Groepsrivaliteit is echter niet de belangrijkste reden voor geregistreerde steekincidenten: daar lijkt het vaker te gaan om conflicten tussen personen en binnen relaties. Er zijn grote verschillen tussen jongeren die wapens bezitten, dragen en gebruiken. De groep jongeren die alleen een wapen bezit lijkt dit vooral te doen uit interesse voor wapens en het risico op ernstig wapengeweld lijkt bij hen klein. De groep jongeren die een wapen draagt maar niet heeft gebruikt, wijkt meer af van de doorsnee jongere zonder wapen en lijkt door persoonlijke kenmerken, leefstijl maar ook minder gunstige omstandigheden vaker in omgevingen te zijn waarin ze zich onveilig voelen of daadwerkelijk ervaring hebben met bedreiging of geweld. Het dragen van een wapen lijkt bij deze groep echter vooral defensief te zijn bedoeld. De kleine groep jongeren die ook daadwerkelijk een wapen heeft gebruikt, is het meest zorgelijk.

Deze jongeren hebben vaak een problematische levensstijl en een meer vijandige en agressieve houding naar anderen, maar zitten zelf ook vaak in een problematische situatie.

Belangrijkste aanbevelingen Onze aanbevelingen luiden kort samengevat als volgt: Richt campagnes op de meest risicovolle groep die wapens gebruikt. Voorlichtingscampagnes en andere maatregelen lijken meer kansrijk en zinvol als die zich richten op de specifieke groep jongeren die het gebruik van wapens acceptabel vinden en al betrokken zijn geweest bij geweldsincidenten. Het is hierbij relevant om aan te sluiten bij de taal van de jongeren, en de context van de straat. Jongeren zouden ook zelf een rol kunnen spelen bij campagnes gericht op risicogroepen. Een brede campagne gericht op alle jongeren in Rotterdam lijkt nu niet nodig te zijn en mogelijk zelfs te kunnen leiden tot meer gevoelens van onveiligheid onder jongeren. Zorg voor plekken waar jongeren terecht kunnen met zorgen over hun veiligheid. Uit ons onderzoek komt naar voren dat een deel van de jongeren zich onveilig voelt en in sommige gevallen concreet wordt bedreigd of ervaring heeft met geweldsincidenten. Dit is een belangrijke motivatie voor het dragen van wapens. Voor deze jongeren kan het nuttig zijn om een laagdrempelig contact te hebben waar zij zorgen kwijt kunnen, bedreigingen of conflicten anoniem kunnen melden en gesteund kunnen worden. Verwacht niet te veel van maatregelen gericht op de beschikbaarheid van wapens.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat het wel of niet kunnen verkrijgen van wapens geen belangrijke overweging is bij het dragen of gebruiken. Bij jongeren die wapens dragen gaat het meestal om algemene of concrete onveiligheid; bij de groep jongeren die wapens gebruikt, is er sprake van een complexe achterliggende problematiek. Maatregelen die vooral zijn gericht op de beschikbaarheid van wapens zijn niet gericht op deze problemen. 13

Richt de aandacht op achterliggende achterstanden en problematiek. Uit ons onderzoek komt naar voren dat er met de kleine groep jongeren die wapens ook daadwerkelijk hebben gebruikt veel aan de hand is. Dit is een complexe problematiek, waar alleen met veel inspanningen en investeringen winst is te boeken. Voor deze jongeren zullen intensieve interventies en maatregelen nodig zijn, waarbij instanties binnen de buurt samenwerken om direct te kunnen reageren op incidenten met wapens en tegelijkertijd te werken aan verbetering van de sociale situatie en hulpverlening aan jongeren. Versterk het vermogen van jongeren om conflicten op een vreedzame manier op te lossen. Veel van de door ons onderzochte steekincidenten komen voort uit conflicten binnen het gezin of de relatie, of uit conflicten tussen bekenden of buurtbewoners die al lang sluimeren en escaleren. Hier ligt een aanknopingspunt voor preventie via het versterken van conflictoplossende vermogens van jongeren. Dit kan mogelijk via lesprogramma’s of specifieke ondersteuning in het onderwijs, een andere ingang is het jongerenwerk en de politie (buurtagenten) die zicht hebben op de dagelijkse dynamiek in een buurtomgeving. Praat met jongeren zelf over trends in wapens en geweld. Jongeren hebben vaak goed zicht op welke problemen er spelen in hun buurt en onder hun leeftijdsgenoten.

Door ontmoetingen met jongeren structureel vorm te geven, is het mogelijk om beter zicht te houden op trends en ontwikkelingen met betrekking tot wapens en geweld. Een manier om dit te doen is door structureel en periodiek een panel te organiseren (al dan niet online) met jongeren van verschillende scholen en buurten in Rotterdam, waarin het gesprek wordt gevoerd over hun leefwereld, inclusief wapens, onveiligheid en buurtproblemen. Blijf op de hoogte van wat er onder jongeren op social media gebeurt. Uit dit onderzoek wordt de rol van social media en online interactie bij wapengeweld bevestigd. Het is daarom van belang om niet alleen ogen en oren te hebben in de buurt en op straat, maar ook weet te hebben van wat er online gebeurt onder jongeren, met name bij jongeren en groepen met een verhoogd risico. Daarvoor is het nodig om een informatiepositie te ontwikkelen en te continueren, zoals dat bijvoorbeeld plaatsvindt via het (online) jongerenwerk in de gemeente. Monitor de ontwikkelingen met betrekking tot wapens, geweld en conflicten onder jongeren.

Om ook in de toekomst een vinger aan de pols te kunnen houden, en snel te kunnen reageren op veranderingen en trends met betrekking tot geweld, criminaliteit en andere problemen onder jongeren kan het nuttig zijn om periodiek (bijvoorbeeld tweejaarlijks) de situatie te peilen via vragenlijsten, focusgroepen en bestudering van politieregistraties. Dit kan dan weer leiden tot een aanpassing of aanscherping van het gemeentelijk beleid op dit terrein.

14

HOOFDSTUK 1 | INLEIDING De directe aanleiding voor dit onderzoek is de relatief recente toename van messenincidenten onder jongeren in heel Nederland, inclusief Rotterdam. Hoewel het gebruik van messen en andere wapens onder jongeren zeker geen nieuw fenomeen is, zijn er de laatste jaren meerdere ernstige incidenten geweest die veel media-aandacht hebben gekregen. Anders dan voorheen vindt dit geweld plaats binnen de context van een online jeugdcultuur waardoor de zichtbaarheid en de reikwijdte nu groter is. Wapens en geweld onder jongeren leiden tot veel leed en verdriet en de recente ontwikkelingen baren veel mensen zorgen. Daarom wordt zowel landelijk als lokaal geprobeerd om het bezit en gebruik van messen en andere wapens tegen te gaan. Dit onderzoek probeert bij te dragen aan een effectieve en verstandige aanpak door meer inzicht te bieden in wapens en geweld onder Rotterdamse jongeren. We hebben op een grondige manier informatie verzameld over wapenbezit en –gebruik onder Rotterdamse jongeren, oorzakelijke factoren die hiermee in verband kunnen worden gebracht, recente steekincidenten onder Rotterdamse jongeren, en de manier waarop jongeren zelf tegen wapens en geweld aankijken. In deze inleiding schetsen we de achtergrond en voorgeschiedenis van dit onderzoek.

Vervolgens presenteren we onze onderzoeksvragen en geven een globaal overzicht van de methoden die wij hebben gebruikt om antwoorden te vinden op onze onderzoeksvragen.

1.1 De recente toename van steekincidenten in Nederland In 2018 en begin 2019 waren er nog geen duidelijke indicaties dat het aantal steekincidenten onder jongeren toenam en was hier ook weinig media-aandacht voor. Wel wordt dan bericht over de dan nog steeds dalende aantallen jeugdige verdachten in Nederland (zie bijvoorbeeld De Volkskrant, 2019). Begin 2019 komen de eerste berichten over opmerkelijke steekincidenten. Zo maakte begin 2019 de burgemeester van Doetinchem zich zorgen over steekincidenten waaronder twee gevallen bij jongeren (De Gelderlander, 2019). Aan het eind van de zomer zijn er zorgen over steekincidenten in Breda, waaronder een 15-jarig meisje dat thuis wordt doodgestoken (BN De Stem, 2019). In de tweede helft van 2019 volgen berichten over steekincidenten elkaar in hoog tempo op. Op 3 september wordt een bekende rapper, Jay-Ronne Grootfaam, neergestoken in Amsterdam. Op 15 oktober raakt een 14-jarige jongen ernstig gewond bij een steekpartij vlakbij een school in Rotterdam, gevolgd door meerdere andere steekpartijen in het openbaar vervoer in en rond Rotterdam. Vervolgens wordt in de media regelmatig aandacht besteed aan steekincidenten onder jongeren, waarbij ook gesproken wordt over de mogelijke relatie met rivaliserende jeugdgroepen, straatcultuur, drillrap en drugshandel (zie o.a. Algemeen Dagblad, 2019; NPO radio1, 2019; NOS, 2019).

Daarbij worden ook zorgen geuit over de online zichtbaarheid van wapens en geweld.

15

Naar aanleiding van de ontwikkelingen pleiten verschillende burgemeesters begin 2020 voor een messenverbod voor jongeren (zie o.a. EenVandaag, 2020). Ook scholen voor speciaal onderwijs slaan alarm over geweld en met name over de aanwezigheid van wapens bij hun leerlingen (Het Parool, 2020). Vanwege deze zorgen wordt door 15 gemeenten en verschillende samenwerkende partijen binnen het jeugdveiligheidsdomein het Actieplan Wapens en Jongeren ontwikkeld (Rijksoverheid, 2020). Hierin wordt een groot aantal maatregelen voorgesteld die zouden moeten bijdragen aan het verminderen van wapenbezit en wapengebruik.

Het

gaat

bewustwordingscampagnes

onder en

lessen

meer

om

preventieve

op

scholen,

proactieve

maatregelen

zoals

maatregelen

zoals

wapencontroles, beter zicht krijgen op jongeren en jeugdgroepen (ook online), meer repressieve maatregelen zoals het aanspreken van ouders, en ingrijpen bij wapenbezit en illegale online content. Als gevolg van het actieplan zijn in 2021 in meerdere gemeentes inleveracties van wapens georganiseerd, met de slogan ‘Drop je knife’. Deze acties zorgden (zoals ook eerder in het verleden bij inzamelingsacties) voor sprekende foto’s in de media van tafels vol messen en vuurwapens (zie bijvoorbeeld Volkskrant, 2021; Algemeen Dagblad, 2021). In 2020 en 2021 blijft de media-aandacht voor steekincidenten en wapens onder jongeren onverminderd groot. In augustus 2020 vindt een geruchtmakende zaak plaats op de Pier in Scheveningen, waarbij twee groepen rond drillrappers met elkaar in gevecht raken en een jongen wordt neergestoken. Mede naar aanleiding van dit incident is er (wederom) veel aandacht voor de mogelijke relatie van steekincidenten met drillrap. In 2021 en 2022 wordt er in de media echter ook verslag gedaan van allerlei andere steekincidenten onder jongeren, zonder dat daarbij een relatie bekend was met drillrap of andere conflicten tussen groepen. Zo werd eind september 2021 in Rotterdam een jongen neergestoken op een school (Algemeen Dagblad, 2019) en was er begin 2022 veel aandacht in de media voor dodelijke steekpartijen in Middelburg (NOS, 2022).

De toename in steekincidenten onder jongeren in de afgelopen jaren komt ook naar voren uit landelijke politieregistraties. Hoewel steekincidenten niet apart worden geregistreerd als delictsoort, kan de politie wel een indicatie krijgen aan de hand van een inventarisatie met zoektermen in het eigen incidentregistratiesysteem BVH. In tabel 1.1 (volgende pagina) zijn eerder gepubliceerde cijfers weergegeven over de afgelopen vijf jaar voor jongeren en jongvolwassenen (zie NOS, 2022c). Uit deze tabel wordt duidelijk dat er in 2019 inderdaad een sprong is geweest in het aantal (zware/fatale) steekincidenten onder jongeren en jongvolwassenen. Die is het meest opvallend bij de minderjarigen, waar het aantal steeg van 195 in 2018 (en nog lager daarvoor) naar 315 in 2019. Daarna blijft het aantal steekincidenten op een ongeveer gelijk hoog niveau; in 2020 nog iets hoger, in 2021 iets lager. Bij de jongvolwassenen is het aantal steekincidenten in 2020 en 2021 iets gedaald, maar nog steeds fors hoger dan voor 2019.

16

Tabel 1.1: Ontwikkeling van ernstige steekincidenten onder jongeren en jongvolwassenen in de afgelopen vijf jaren (gebaseerd op inventarisatie politie) Jongeren 12 t/m 17 jaar 2017 2018 2019 2020 2021

135 195 315 325 295

Jongvolwassenen 18 t/m 22 jaar 260 320 380 355 345

De stijging in het aantal steekincidenten onder jongeren lijkt op het eerste gezicht niet zo goed te passen bij de algemene trend in de cijfers over jeugdcriminaliteit. Daar is juist sinds 2007 een opmerkelijk sterke en gestage daling te zien geweest (Van der Laan, e.a., 2020). In 2019 was er wel een lichte stijging in het totaal aantal jeugdige verdachten (maar wel een lichte daling in 2020 en 2021), maar het niveau bleef nog steeds erg laag, en bijvoorbeeld veel lager dan in begin van deze eeuw en de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Tegelijkertijd lijkt die daling van jeugdcriminaliteit in de meest achtergestelde buurten van Nederland te zijn achtergebleven (zie Van der Laan e.a., 2021). Ook zijn er indicaties dat er de laatste jaren meer jongeren ‘doorgroeien’ naar winstgevende en georganiseerde vormen van criminaliteit (zie Weijers e.a., 2021).

1.2 De directe aanleiding voor dit onderzoek De recente stijging van steekincidenten was bij uitstek merkbaar in Rotterdam. In oktober 2019 waren er twee steekpartijen onder jongeren in de stad die veel aandacht kregen in de media en de bewustwording van het probleem rond wapens bij jongeren mede in gang hebben gezet. Jonge drillrappers uit Rotterdam waren betrokken bij het geruchtmakende incident op de Scheveningse pier. Lokale en nationale media berichtten ook daarna nog regelmatig over wapens en geweld onder jongeren in Rotterdam, zoals over een jongen van 15 die door een leeftijdsgenoot werd doodgestoken in een park in Beverwijk (Rijnmond, 2021a) en een jongen van 14 die met een mes werd aangevallen op een middelbare school in Rotterdam-West (Algemeen Dagblad, 2022). Gegevens van de politie lieten zien dat het aantal steekincidenten onder minderjarigen bij de politie-eenheid Rotterdam (die 26 gemeenten in de regio omvat) in 2019 was verdubbeld (NOS, 2020). In 2020 bleek het aantal steekincidenten in de politie-eenheid nog steeds op een hoog niveau (Rijnmond, 2021b). Ook in andere politieregio’s en grote steden is het aantal minderjarige verdachten toegenomen, maar niet altijd op hetzelfde moment.

Zo was er in de regio Amsterdam pas een verhoogd niveau in 2020 en is het aantal steekincidenten daar in 2021 weer gedaald, terwijl in Den Haag het aantal verdachten in 2021 juist weer verder is gestegen (NOS, 2021c). 17

Gemeente Rotterdam heeft zich met overtuiging aangesloten bij het landelijke Actieplan Wapens en Jongeren, en heeft verschillende activiteiten ondernomen samen met verschillende veiligheidspartners (Politie, Openbaar Ministerie, HALT, JOZ, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering, de RET, het Zorg en Veiligheidshuis en de Jeugdbescherming). Onder de vlag ‘Geweldig Rotterdam’ werd in juli 2021 een campagne gestart om het messenbezit en -gebruik te verminderen, met een eigen website (https://geweldigrotterdam.nl/), activiteitenkalender en toolbox

met

communicatiemiddelen

en

voorlichtingsmateriaal,

waaronder

een

theatervoorstelling over messen en geweld voor scholen. Naar aanleiding van berichtgeving rond drillrap en steekincidenten heeft de gemeente Rotterdam in 2020 opdracht gegeven aan twee van de auteurs van dit rapport om onderzoek te doen naar de relatie tussen drillmuziek, straatcultuur, social media en geweld. Voor dit onderzoek werden politieregistraties over wapengeweld uit 2018 en 2019 onderzocht en werd online etnografisch onderzoek verricht naar de ontwikkeling van drillrap en online straatcultuur in Rotterdam. Uit het rapport dat naar aanleiding van dit onderzoek verscheen (Roks & Van den Broek, 2020) werd duidelijk dat er van een directe oorzakelijke relatie tussen drillrap en geweld op straat maar zelden sprake lijkt te zijn, en dat drillrap en andere online uitingen van jongeren over geweld en criminaliteit vooral een uitvergroting zijn van het leven op straat, maar ook vaak symbolisch zijn en horen bij de conventies van het muziekgenre. Drillrap kan bovendien voor sommige jongeren een positieve uitlaatklep en carrièremogelijkheid vormen, maar er zijn wel degelijk risico’s. Gewelddadige en beledigende uitingen hebben online een groot bereik en lange levensduur en kunnen daardoor leiden tot fysiek geweld als ruziënde partijen elkaar treffen op straat.

Dit eerdere rapport voor gemeente Rotterdam bood inzicht in de relatie tussen drillrap en messengeweld, maar liet ook nog veel vragen open over wapens en geweld onder jongeren in Rotterdam. Onduidelijk bleef welke jongeren in Rotterdam messen en andere wapens dragen en gebruiken, hoe jongeren hieraan betekenis geven en welke factoren hierbij van belang kunnen zijn. Bovendien wierp het eerste rapport ook weer nieuwe vragen op, zoals die naar de rol van meisjes en jonge vrouwen bij wapengeweld in Rotterdam. Directie Veiligheid van gemeente Rotterdam heeft daarom opdracht gegeven voor een uitgebreid vervolgonderzoek naar dit onderwerp. Dit bood ook de kans om meer grootschalige vragenlijstmethoden in te zetten om informatie te verzamelen onder jongeren in de stad en om uitgebreidere gesprekken te houden met groepen jongeren.

1.3 Onderzoeksvragen en algemene opzet Het doel van dit onderzoek is meer inzicht krijgen in de achtergronden en mogelijke oorzaken van wapenbezit en -gebruik onder Rotterdamse jongeren, met speciale aandacht voor de wisselwerking tussen wapens, geweld en online jeugdcultuur. De volgende brede hoofdvraag staat centraal: welke mogelijke verklarende factoren hangen samen met wapenbezit en wapen-

18

gebruik onder Rotterdamse jongeren, welke betekenis hebben wapens voor deze jongeren, en op welke manier staat dit in verband met online jeugdcultuur? Om ons doel te bereiken en de hoofdvraag te kunnen beantwoorden, hebben we vooraf de volgende beschrijvende, verklarend en duidende deelvragen geformuleerd. Beschrijvende deelvragen: -

In welke mate dragen en gebruiken Rotterdamse jongeren messen en andere wapens?

-

Welke redenen geven Rotterdamse jongeren zelf voor het wel of niet dragen van wapens?

-

In welke mate komen Rotterdamse jongeren via social media in aanraking met content (beelden of berichten) die betrekking hebben op wapens en geweld?

-

Welke verschillen bestaan er tussen categorieën Rotterdamse jongeren (waaronder jongens en meisjes) met betrekking tot wapens, geweld en online communicatie daarover?

Verklarende deelvragen: -

Welke

mogelijk

omstandigheden

verklarende binnen

gezin,

factoren

(waaronder

persoonlijke

buurt

vrije

school,

en

tijd,

kenmerken,

omgang

met

leeftijdsgenoten) hangen samen met wapenbezit en -gebruik onder Rotterdamse jongeren? -

In hoeverre hangt online communicatie over wapens, geweld en criminaliteit samen met wapenbezit en -gebruik onder Rotterdamse jongeren?

-

Hangen veranderingen in online en offline activiteiten samen met veranderingen in wapenbezit en -gebruik?

-

In hoeverre zijn de gevonden verbanden anders voor bepaalde categorieën jongeren?

Duidingsvragen: -

Wat zeggen jongeren zelf over het bezit en gebruik van wapens en over geweld onder Rotterdamse jongeren?

-

Welke functies hebben wapens en geweld voor hen, zowel offline als binnen hun online communicatie?

-

In hoeverre denken jongeren zelf dat online communicatie over wapens, geweld en criminaliteit gevolgen heeft voor hun gedrag?

Om deze vragen te beantwoorden, hebben wij een onderzoek gedaan met gebruik van meerdere methoden (een zogeheten mixed-method onderzoeksdesign). Daarmee wilden we zowel op grotere schaal kwantitatieve gegevens verzamelen onder jongeren als meer de diepte ingaan door kwalitatieve informatie op te halen via gesprekken met jongeren en aan de hand van de bestudering van politieregistraties. Het grootste onderdeel van het onderzoek was een herhaald vragenlijstonderzoek onder honderden jongeren die in Rotterdam naar school gaan. Hiervoor zijn verschillende 19

Rotterdamse middelbare scholen en mbo-locaties in het najaar van 2021 en het voorjaar van 2022 bezocht door medewerkers van het onderzoek. Tijdens deze bezoeken vulden leerlingen uit vooral derde en vijfde klassen van verschillende niveaus van middelbaar onderwijs en eerste- en tweedejaars mbo-studenten vragenlijsten in op een laptop, computer of smartphone. Doordat we twee keer langs konden komen met een vragenlijst konden we deelnemers vragen stellen over een groot scala aan mogelijk verklarende factoren en ook kortetermijnveranderingen in wapenbezit of –gebruik onderzoeken. Naast dit vragenlijstonderzoek hebben we op een aantal scholen gesprekken gevoerd met kleine groepen jongeren in gemengde samenstelling. Deze zogeheten focusgroepgesprekken vonden eind 2021 en begin 2022 plaats en boden ons de gelegenheid om van jongeren zelf te horen hoe zij denken over wapens en geweld, welke ervaringen zij daarmee hebben en hoe zij daar zelf tegen aankijken. Door het groepskarakter konden jongeren ook met elkaar in discussie gaan, wat extra inzichten biedt in hoe jongeren over dit onderwerp in de praktijk met elkaar communiceren. Tot slot hebben we ook de politieregistraties over steekwapengebruik en -bezit onder jongeren in Rotterdam in 2020 geanalyseerd, met extra aandacht voor de rol van online jeugdcultuur en ook voor de rol van jongens en meisjes bij deze gebeurtenissen.

Dit onderdeel van het onderzoek is een vervolg op het eerdere onderzoek van Roks en Van den Broek (2020). De informatie die hiermee werd verzameld bood ons niet alleen de gelegenheid om de eerdere inzichten aan te vullen maar ook om de bevindingen van de vragenlijsten en groepsgesprekken verder te verdiepen en toe te passen op daadwerkelijk wapengeweld onder jongeren in Rotterdam.

20

HOOFDSTUK 2 | LITERATUUROVERZICHT Dit onderzoek staat in een traditie van eerder onderzoek naar wapens en messencriminaliteit in binnen- en buitenland en mogelijk biedt dit aanknopingspunten die van belang zijn om wapens en geweld onder jongeren in Rotterdam te begrijpen. Daarnaast kunnen er op basis van theoretische benaderingen uit de criminologie aandachtspunten worden geformuleerd. In dit hoofdstuk bespreken wij achtereenvolgens eerder onderzoek naar wapens onder jongeren dat is verricht in Nederland en eerder onderzoek naar wapens onder jongeren in andere landen, met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Daarna bespreken wij op basis van dit eerdere onderzoek én op basis van criminologische theorievorming de uitgangspunten en veronderstellingen die het huidige onderzoek hebben vormgegeven.

2.1 Eerder onderzoek naar wapens onder jongeren in Nederland Hoewel de recente media-aandacht soms anders doet vermoeden, is bezit en gebruik van wapens onder jongeren zeker geen nieuw fenomeen. Historisch-criminologische studies laten zien dat geweld onder jongeren vanaf de middeleeuwen tot in de twintigste eeuw veel voorkwam, en mede diende om de eigen reputatie te vestigen en te handhaven (zie bijvoorbeeld De Koster, 2010; Spierenburg, 2000). Daarbij werd gebruik gemaakt van de blote vuist maar ook van steekwapens, zodanig dat ‘messentrekkerij’ werd beschouwd als een veelvoorkomend delict onder jongeren. Onder sommige groepen jongeren was het in de 17e en 18e eeuw niet ongewoon om conflicten uit te vechten of de eer te verdedigen met een messenduel. Onder sommige delen van de bevolking was het heel gewoon voor een jongere om een mes te dragen (Spierenburg, 2000). In de twintigste eeuw lag het niveau van geweld onder jongeren waarschijnlijk lager dan voorheen en verschoof de criminaliteit meer richting vermogensdelicten. De periode vlak na de tweede wereldoorlog kenmerkte zich door een relatief laag niveau van jeugdcriminaliteit. Vanaf begin jaren zeventig van de vorige eeuw begon de (geregistreerde) jeugdcriminaliteit echter weer te stijgen tot een relatief hoog niveau vanaf midden jaren negentig (Van der Laan e.a., 2020).

In deze periode was er ook veel zorg over het geweldsniveau onder jongeren en meer in het algemeen over ‘zinloos geweld’ op straat. Politieregistraties voor geweldsdelicten onder jongeren lieten in deze periode ook een duidelijke stijging zien (Bol e.a., 1998; Wittebrood, 2000). Een dergelijke toename was ook zichtbaar in onderzoek op basis van vragenlijsten onder jongeren, maar in minder sterke mate, wat suggereert dat de hogere politiecijfers deels wezen op een toegenomen aandacht van politie en overheid voor jeugdcriminaliteit en jeugdgeweld (Wittebrood, 2000). Helaas bevatten de politieregistraties over de jaren heen weinig informatie over bezit en gebruik van wapens onder jongeren. Hierover is echter wel wat te zeggen op basis van vragenlijstonderzoek onder jongeren over crimineel gedrag. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd om de twee tot drie jaar een dergelijk onderzoek gehouden door het 21

Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) bij een steeds vergelijkbare steekproef van jongeren, zodat de uitkomsten van verschillende jaren met elkaar kunnen worden vergeleken; in deze eeuw werd dat om de vijf jaar gedaan (de ‘Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit’, zie Van der Laan e.a, 2021). Uit de rapportages daarover blijkt dat relatief veel jongeren eind jaren negentig van de vorige eeuw een wapen bij zich droegen. In 1992 antwoorde 12.8% van de onderzochte jongeren het afgelopen jaar een wapen bij zich te hebben gedragen, in 1994 was dat toegenomen tot 20,5% en in 1996 was dat 21,5% (Van der Laan e.a., 1998). In de laatste twee onderzoeken was ook gevraagd om wat voor wapens het ging, waaruit bleek dat de grote meerderheid steekwapens betrof, zoals zakmessen, vlindermessen of stiletto’s. In de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit van deze eeuw werd niet meer gevraagd naar het dragen van wapens, maar wel naar wapenbezit voor zelfverdediging. De percentages daarvoor liggen een stuk lager, in 2005 gaf 5.3% van de jongeren aan een wapen te hebben, dit daalde naar 3.3% in 2010 en 2.6% in 2015, en in 2020 was het percentage in de steekproef 3.3%. Onder jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar lag het zelfgerapporteerde wapenbezit in 2015 op 3.4% en in 2020 op 2.8%.

Deze kleine fluctuaties kunnen ook te wijten zijn aan toevalsschommelingen, er is niet duidelijk sprake van een toename of afname. Het gebruik van wapens om een ander te verwonden ligt in alle jaren van deze zelfrapportageonderzoeken laag. Vanaf 1990 gaf steeds zo’n 0.3% tot 0.7% van de ondervraagde jongeren toe iemand anders met een mes of ander wapen te hebben verwond, dat was wat hoger in de onderzoeksrondes van 1996 en 1998, met respectievelijk 1.1 en 1.4% (Kruissink & Essers, 2004). In deze eeuw lag het weer op een laag niveau. Helaas is hierover in de laatste ronde van 2020 niet meer specifiek gevraagd. In de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit is in de verschillende jaren daarnaast gevraagd naar slachtofferschap van bedreiging met een wapen, ook in 2020. Deze cijfers laten ook geen duidelijke trend zien, het fluctueert tussen 3.0% in 2005 en 1.8% in 2020. Naar de achtergronden van en risicofactoren voor wapenbezit en -gebruik is in Nederland nog maar weinig onderzoek gedaan. In 1992 verscheen een rapport over wapenbezit onder jongeren onder de titel ‘Een vals gevoel van veiligheid’ (Nijboer & Timmerman, 1992). Aanleiding waren mediaberichten over wapens onder jongeren na drie steekpartijen binnen een week en een documentaire over de wapens die bij de ingang van een discotheek in beslag waren genomen.

Om de omvang van wapenbezit, en achtergronden, motieven en gevolgen te onderzoeken, maakten de onderzoekers gebruik van twee dataverzamelingen in de stad Groningen. Onder ruim 500 leerlingen werd een vragenlijst afgenomen en ruim 450 jonge mensen in het nachtelijk uitgangsleven werden op straat geïnterviewd met dezelfde vragenlijst. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat een behoorlijk deel van de ondervraagde jongeren een wapen bezat, met name steekwapens (29% bij de scholieren, maar minder vaak bij het uitgaanspubliek, namelijk 13%). Ongeveer de helft van deze jongeren gaf aan een wapen mee te nemen bij het uitgaan, met als belangrijkste redenen om zich te kunnen verdedigen bij een 22

aanval, of meer algemeen voor de veiligheid. Bij de scholieren hadden jongens vaker een wapen dan meisjes, en was er ook nog een licht verband met opleidingsniveau maar niet met leeftijd. Verder kwam uit dit onderzoek een duidelijk verband naar voren tussen eerdere slachtofferervaringen en het bezit van wapens, ook als werd gecontroleerd voor een aantal andere factoren. Daarbij kon het gaan om eigen ervaringen met bedreiging of geweld, of om ervaringen van anderen in de directe omgeving. In 2002 werd verslag gedaan van een onderzoek over de aard, omvang en motieven van wapenbezit onder jongeren in voorlichtingsmateriaal voor jongeren (Beke & Schreuder, 2002). Deze publicatie en het achterliggende onderzoek waren geïnitieerd door het ‘Landelijk platform tegen geweld op straat’, een samenwerkingsverband dat was opgericht naar aanleiding van de publieke aandacht voor ‘zinloos geweld’. Dit was een brede parapluterm voor allerlei vormen van geweld en wapengebruik in het openbare domein, opgekomen na de gewelddadige dood van Meindert Tjoelker eind 1997. Het onderzoek was verricht onder ongeveer 1500 leerlingen uit het middelbaar onderwijs. Omdat het niet ging om een wetenschappelijke publicatie maar om een uitgebreide voorlichtingsbrochure voor jongeren, is verder weinig vermeld over de uitvoering van het onderzoek en de kenmerken van de onderzoeksgroep.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8f9f78f0-5703-45c6-b05a-d2bad77d82cd