CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005812] Bijlage 1 behorende bij 22bb5822 - Ontwerpbestemmingsplan Schiekadeblok

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 oktober 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen41.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Reactie: Het emplacement is akoestisch onderzocht en de resultaten worden toegevoegd aan paragraaf 6.4. Luchtsingel In paragraaf 3.4 'Huidig gebruik' staat beschreven dat met het concept ontwerpbestemmingsplan de Luchtsingel over de Schiekade planologisch mogelijk wordt gemaakt. ProRail mist echter een samenhang met de eveneens door uw gemeente gewenste permanente Luchtsingel over de sporenbundel heen en verzoekt om aan te geven hoe deze beide ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden. Reactie: De huidige Luchtsingel is een tijdelijk bouwwerk, gebouwd tussen 2012 en 2014. De tijdelijke constructie loopt tegen het einde van zijn levensduur. Uit onderzoek bleek dat er in de toekomst behoefte is om de looproute in stand te houden. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar een permanente Luchtsingel als verbinding tussen de nieuwe ontwikkelingen in het Schiekadeblok en Pompenburg en de overzijde van het spoor. In bestemmingsplan Schiekadeblok is ervoor gekozen om de aansluiting van de Luchtsingel tot aan Pompenburg in elk geval ruimtelijk mogelijk te maken door de aanduiding op de verbeelding. Ter plaatse van Pompenburg zal te zijner tijd de Luchtsingel ook ruimtelijk

77

mogelijk gemaakt worden ten behoeve van een permanent bouwwerk. Met ProRail heeft een eerste afstemming plaatsgevonden over de technische aspecten van bouwen bij en over het spoor. Onderstation In de toelichting, paragraaf 4.1.2 Stedenbouwkundig plan Schiekadeblok, lijkt het onderstation (OS) van ProRail aan het einde van de Schiestraat (bij de keerlus naast de Schiekade) wordt vrijgehouden van bebouwing en/of overkraging. In de tekst van paragraaf 4.2.5 is echter te lezen dat aan alle zijden van het betreffende gebouw overkragingen worden toegestaan op minimaal 9 meter vanaf maaiveld. ProRail verzoekt de gemeente om de tekst van paragraaf 4.2.5 hierop aan te passen. Overkraging boven het onderstation dan wel het direct daarom heen gelegen terrein kan ProRail niet toestaan. Werkzaamheden aan het onderstation vereisen bereikbaarheid voor kranen geschikt voor zware lasten en dat impliceert hoge kranen. Een overkraging belemmert die bereikbaarheid en is daarom niet toegestaan. Reactie: In overleg met ProRail is uitgelegd dat de overkaging niet over het onderstation valt. ProRail is akkoord met de wijze waarop de overkraging nu op het verbeelding staat en de afstand tot het onderstation. Overkraging Op de verbeelding in de legenda de aanduiding 'sba-ok: specifieke bouwaanduiding overkraging' opgenomen.

Het is voor ProRail niet duidelijk waar in het gebied 'sba-ok' de overkraging zich exact bevindt en verzoekt aan te geven hoe hoog en hoe ver de overkraging buiten de gevel strekt. Reactie: Aan de noord-, oost- en zuidzijde in op de verbeelding van het conceptontwerpbestemmingsplan een overkraging toegestaan. Aan de westzijde is een overbouwing toegestaan van de oprit naar de parkeerplaats achter Central Post. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de overkraging aan de noordzijde geschrapt, aan de oostzijde verandert de vorm en de hoogte (nu: sba-ok4) en aan de zuidzijde blijft een overkraging bestaan van 2,5 meter diep (nu: sba-ok3). De overbouwing aan de westzijde, over de 'wokkel' wordt aangegeven met de aanduiding "overbouwing" (nu: sba-ob). Hiervoor is gekozen om een duidelijk onderscheid te maken tussen een kleine overkraging en de flinke omvang van de overbouwing. Overkraging eigendom ProRail De demarcatielijn is te allen tijde de eigendomsgrens van Railinfratrust BV/ProRail BV. Op of boven dit eigendom mag in beginsel niet worden gebouwd, ook niet met een overkraging. In het overleg van 22 april 2021 hebben vertegenwoordigers van ProRail (de heren Verberne en Honselaar) dit ook aangegeven aan de aanwezige gemeenteambtenaren.

Kortweg komt het erop neer dat ProRail op voorhand terughoudend is met het toestaan van overkragingen van onze eigendommen in verband met mogelijke conflicten met spoorse belangen (onder andere bereikbaarheid van hulpdiensten en benodigd ruimtegebruik voor toekomstige uitbreidingsplannen om blijvend onze wettelijke spoorbeheertaak te kunnen uitvoeren). Om die reden staat ProRail overkraging van voornoemd onderstation sowieso niet toe. Met betrekking tot de gewenste overkraging buiten het gebied dat nodig is voor (de bereikbaarheid van) het onderstation, is het voor ProRail onmogelijk om toestemming geven en wil hierover in gesprek blijven. Pas bij de indiening van concrete plannen voor overkraging van onze eigendommen, kunnen zij de plannen inhoudelijk toetsen op strijdigheid met het beheer en eventuele toekomstige spooruitbreidingen. Reactie: Zoals in bovenstaande reactie is aangegeven, wordt de overkraging aan de noordzijde van 'Gemengd - 5' geschrapt. Calamiteitenroute In de toelichting, paragraaf 4.1.2.4 wordt benoemd dat de calamiteitenroute van NS/ProRail is opgenomen in het concept ontwerpbestemmingsplan. ProRail ondersteunt dat nadrukkelijk. ProRail verzoekt om expliciet aan te duiden dat de calamiteitenroute zich op het huidige maaiveldniveau dient te bevinden. Reactie:

78

In de tekst in paragraaf 4.1.2.4 is toegevoegd dat de calamiteitenroute op het maaiveld dient te liggen. Verkeer - Spoorverkeer In paragraaf 4.2.6 Verkeersbestemmingen wordt stilgestaan bij de verkeersbestemmingen "Verkeer Verblijfsgebied" en "Verkeer - Wegverkeer". ProRail constateert dat de bestemming "Verkeer Spoorverkeer" niet wordt benoemd en verzoekt aan te geven wat hiervoor de achterliggende reden is. Reactie: Een korte beschrijving van de bestemming "Verkeer-Spoorverkeer" is per abuis niet opgenomen. De tekst in paragraaf 4.2.6 zal worden aangevuld met: De gronden die vallen onder de bestemming "Verkeer - Spoorverkeer" zijn bestemd voor spoorbanen ten dienste van het spoorwegverkeer met de bijbehorende voorzieningen. Verbeelding De calamiteitenroute valt in de bestemmingsvlakken GD5 (artikel 8), V-VB (artikel 10) en V-PG. ProRail constateert dat de artikelnummers op de verbeelding niet correct zijn en verzoekt deze aan te passen. Tevens blijkt uit de verbeelding niet duidelijk waar de calamiteitenroute precies loopt. ProRail verzoekt de verbeelding op dit punt te verbeteren. Reactie: De artikelnummers in de legenda van de verbeelding worden aangepast zodat de bestemmingen corresponderen met het juiste artikel. De calamiteitenroute is op de verbeelding aangegeven met de aanduiding "calamiteitenroute".

Specificaties calamiteitenroute Artikel 8.1, sub e luidt: "een calamiteitenroute, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute', tevens bestemd voor toegangsweg naar een parkeergarage;" ProRail heeft de exacte specificaties van de calamiteitenroute aangeleverd. Die specificaties zouden opgenomen moeten worden in de voorschriften. De vrije ruimte moet voldoen aan de volgende specificaties: 3,50 meter breed en 4,20 meter hoog. Boogstralen en lasten zoals zijn voorgeschreven door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en maken onderdeel uit van hun Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR. Reactie: De oppervlakte van de aanduiding 'calamiteitenroute' is opgenomen op de verbeelding en voldoet aan de vereiste breedte en boogstraal. In de regels van bestemming 'Gemengd - 5' is onder 8.2.3 sub a. opgenomen dan ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute' bouwwerken niet zijn toegestaan tot een hoogte van 9 meter, daarmee is de minimale hoogte van 4,2 meter gegarandeerd. Eenzelfde regel wordt toegevoegd in de bestemmingen 'Verkeer-Spoorwegverkeer' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'.

Tevens is in de leden 8.2.3, 10.2.3 en 11.2.2 opgenomen: ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute', dient een obstakelvrije doorgang gegarandeerd te zijn van 4,2 meter hoog en 3,5 meter breed, ten behoeve van een calamiteitenroute'. De gewenste draaglast en minimale breedte verharding wordt niet opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, dit komt aan de orde bij de uitvoering. In de toelichting zijn een beschrijving van de calamiteitenroute en de gewenste specificaties opgenomen onder 4.2.6 Verkeersbestemmingen. Overkraging spoorse bestemming in relatie tot de NS Artikel 8.2.2 onder e maakt een overkraging over de spoorse bestemming planologisch mogelijk. Naar mening van ProRail is dit echter strijdig met overige bepalingen uit het onderhavige ontwerpbestemmingsplan. Bovenal is de maakbaarheid ervan nog niet rond, omdat Railinfratrust/ProRail niet op voorhand kan instemmen met een overkraging boven haar grondeigendom ter plaatse. Zie in dat kader ook onze bovenstaande opmerkingen bij paragraaf 4.1.2. Opgemerkt dient te worden dat bovendien ter plaatse een exclusief overbouwingsrecht geldt van NS (tot 500 meter uit kopse kant buitenste perron van station Rotterdam Centraal).

Indien Railinfratrust/ProRail alsnog zou willen instemmen met een overkraging van haar grondeigendom, dan dient Railinfratrust/ProRail hiervoor eerst aan NS te verzoeken om schriftelijk afstand te doen van haar overbouwingsrecht over dit deel van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het is onzeker of NS hier haar medewerking aan wenst te verlenen.

79

Reactie: De overkraging van het kadastraal eigendom van ProRail wordt in het ontwerpbestemmingsplan niet mogelijk gemaakt en wordt geschrapt van de verbeelding. De regeling blijft bestaan voor de overkragingen aan de oost- en zuidzijde van 'Gemengd - 5'. Zie ook de reactie onder het punt 'Overkraging'. Spoorfunctie In artikel 9 is een deel van de spoorbaan bestemd. De spoorfunctie dient hier gewaarborgd te blijven. Artikel 9 Verkeer - Spoorverkeer 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer - Spoorverk eer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorbanen ten dienste van het spoorwegverkeer, met de bijbehorende voorzieningen, alsmede groen, water, ontsluitingswegen en -paden, calamiteiten routes e.d. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de voor Verkeer - Spoorverkeer bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. de in lid 9.1 bedoelde spoorbanen, kunstwerken, zoals viaducten, bruggen en duikers en overige voor het functioneren vanhet spoorwegverkeer nodige bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bovenleidingen, seinpalen, overwegbomen, straatmeubilair, reclame-inrichtingen, geluidswerende voorzieningen e.d. 9.2.2 Bebouwingsnormen Bouwwerk en, geen gebouwen zijnde, mogen niet hoger zijn dan 15 meter. In artikel 9.1 worden "bijbehorende voorzieningen" niet nader omschreven.

Uit artikel 9.2, stelt ProRail, zou men kunnen afleiden dat hieronder ook wordt verstaan "kunstwerken, en overige voor het spoorverkeer nodige bouwwerken, geen gebouwen zijnde". Op zich hoeft "bijbehorende voorzieningen" niet per se gedefinieerd te worden, het geeft ook ruimte om dit niet te strikt in te kaderen. Maar nu lijken artikel 9.1 en artikel 9.2.1 niet erg op elkaar aan te sluiten (men zou de opsomming dan verwachten bij 9.1, en een "kale" verwijzing bij 9.2.1,). Artikel 9.2 laat zien dat de bestemming van de spoorse gronden ("Verkeer - Spoorverkeer") geen andere bebouwing toelaat dan spoorse bouwwerken. Overkraging van het spoor door een naastgelegen gebouw voor bewoning en kantoren past daar volgens ProRail niet onder. Deze bestemming dient gerespecteerd te worden. Bovendien is niet duidelijk of bedoeld is om onderscheid te maken tussen de in 9.2.1 lid a genoemde "overige voor het functioneren van het spoorwegverkeer nodige bouwwerken, geen gebouwen zijnde" en de in 9.2.1 lid b genoemde "bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals (..)", aangezien zowel lid a als b beide tot doel hebben deze bebouwing toe te staan (uit te zonderen van het in de aanhef openomen bouwverbod). Gezien het vorenstaande verzoekt ProRail om een nadere toelichting en eventuele aanpassing. Reactie: Na overleg met ProRail is dit artikel verduidelijkt en is deze opmerking niet meer van toepassing.

Bouwbeperking calamiteitenroute Artikel 10 (mbt V-VB) zegt het volgende over de bebouwingsmogeliikheden: 10.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens (..) Er is geen bouwbeperking ter plaatse van de calamiteitenroute. Omdat een aantal bouwwerken niet is uitgesloten (zie de opsomming onder "behoudens") is het vrijhouden van de calamiteitenroute van obstakels niet gegarandeerd. Beter zou zijn de calamiteitenroute in te tekenen op de verbeelding, en op te nemen dat deze vrij dient te blijven van bebouwing (inclusief plaatsing van nutsvoorzieningen en straatmeubilair) en daarbij de minimumafmetingen op te nemen van de doorgangsroute (breedte e.d.). Reactie: De calamiteitenroute is op de verbeelding opgenomen met een aanduiding. Aan het artikel 'Verkeer Verblijfsgebied' (en aan het artikel 'Verkeer-Spoorverkeer') is toegevoegd: een calamiteitenroute, ter

80

plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verk eer - calamiteitenroute' en 'ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute', dient een obstakelvrije doorgang gegarandeerd te zijn van 4,2 meter hoog en 3,5 meter breed, ten behoeve van een calamiteitenroute'. Parkeergarage In de regels geen artikel gekoppeld aan de enkelbestemming V-PG. Uit artikel 10 (V-VB) blijkt dat bedoeld is voor de parkeergarage een bouwaanduiding te maken (zie artikel 10.1 lid j) in plaats van een enkelbestemming. Verbeelding en regels corresponderen hier niet met elkaar. Vanwege het ontbreken van regels voor de enkelbestemming V-PG, en het ontbreken van een duidelijke afscheiding waar het bestemmingsvlak V-VB eindigt en het bestemmingsvlak V-PG begint, neemt ProRail aan dat voor het gehele grijs gearceerde deel (links van de bestemming GD- 5), de enkelbestemming V-VB met bijbehorende regels geldt. Reactie: De bestemming 'Verkeer - Parkeergarage' is op de verbeelding aangegeven voor een heel klein deel van de bestaande gebouwde parkeergarage van Central Post. De aanduiding 'parkeergarage' binnen de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied' is de nieuw te bouwen ondergrondse parkeergarage onder het centrale plein en de spoorstrook. Voor de parkeergarage van Central Post is een artikel opgenomen in de regels.

Vrijwaringszone - spoor In artikel 16 zijn algemene regels opgenomen voor een zone rondom het spoor. 16.1 vrijwaringszone - spoor 16.1.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - spoor mag, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, niet worden gebouwd, behoudens voor (ondergrondse) spoorbanen met bijbehorende voorzieningen, zoals metrotunnels/metrostations e.d. ten behoeve van het metro-/sneltram- en treinverkeer. De hiervoor genoemde "Vrijwaringszone - spoor" ontbreekt echter op de verbeelding en dient te worden opgenomen. Reactie: Deze gebiedsaanduiding is gebruikt voor het aanduiden van de ondergrondse metrotunnel in bestemmingsplan Rotterdam Central District. Binnen de bestemmingsplangrenzen van het Schiekadeblok ligt geen metrotunnel dus het artikel wordt verwijderd. De gronden die voor het spoor bestemd zijn, zijn bestemd als 'Verkeer - Spoorverkeer'. Deze bestemming biedt voldoende bescherming en een extra aanduiding is dus niet nodig. Bureau Spoorbouwmeester ProRail verzoekt aan artikel 16.1.3 ook Bureau Spoorbouwmeester toe te voegen als adviseur voor het College van Burgemeester en Wethouders. Reactie: Dit artikel wordt verwijderd naar aanleiding van bovenstaande reactie en daarmee is dit onderdeel van de reactie van ProRail niet langer relevant.

Artikel 17.2 en 17.3 De beoogde overkraging van de spoorse bestemming verhoudt zich niet met artikel 17.2 (Bouwvlak) en 17.3 (Maximum bebouwingspercentage). Reactie: De overkraging die mogelijk was binnen 'Gemengd - 5' aan de zijde van het spoor is geschrapt en daarmee is dit onderdeel van de reactie van ProRail niet langer relevant. Artikel 18 De beoogde overkraging van de spoorse bestemming verhoudt zich niet met artikel 18 Algemene afwijkingsregels mede omdat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken onevenredig worden aangetast.

81

Reactie: De overkraging die in het concept ontwerpbestemmingsplan binnen 'Gemengd - 5' aan de zijde van het spoor is geschrapt in het ontwerpbestemmingsplan en daarmee is dit onderdeel van de reactie van ProRail niet langer relevant. 9.2.5

Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR)

BOOR stelt dat de paragraaf over archeologie nog actueel en correct is, alleen op pagina 12 dient de verwijzing naar de Archeologieverordening gewijzigd te worden naar Erfgoedverordening. Reactie In paragraaf 3.2 is Archeologieverordening gewijzigd in Erfgoedverordening. 9.2.6

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft begrip voor de ontwikkelopgave in de spoorstrook en ziet vanuit die opgave mogelijkheden voor nieuwbouw naast en uitkragend boven de 'wokkel' mits dit bijzondere element van het Stationspostkantoor als zodanig te ervaren blijft en de architectonische en monumentale waarden niet worden aangetast. Dit geldt ook voor de eventuele aanleg van een fietsersen voetgangerstunnel. Ten aanzien van de oprit (wokkel) in relatie tot ontwerpbestemmingsplan Schiekadeblok worden de volgende opmerkingen gemaakt: Hoogte overbouwing 'Gemengd - 5' Het uitgangspunt om het nieuwe bouwdeel te overkragen over de wokkel wordt door de RCE gerespecteerd. Met de hoogte van 9 meter tussen maaiveld en plafond is voldoende vrije ruimte om de kwaliteiten van de wokkel los te blijven zien. Reactie: De minimale hoogte van 9 meter is in lid 8.2.2 Bebouwingsnormen geborgd. Afstand tot de bestaande gevel De afstand tussen de nieuwe gevel en de 'wokkel' waarover de uitkraging gaat plaatsvinden is relatief klein. RCE verzoekt hier meer afstand te bewaren, ofwel met de vormgeving van de gevel rekening te houden met de architectonische waarde van de wokkel. Reactie: In het ontwerpbestemmingsplan is de afstand tot de wokkel en de nieuwe gevel van Gemengd - 5 (op maaiveldniveau) vergroot met twee meter. In plaats van 6 meter afstand, is de afstand nu 8 meter.

Hierdoor ontstaat meer visuele ruimte voor het monument en is meer ruimte beschikbaar om een draagconstructie te plaatsen. Draagconstructie Een eventuele draagconstructie in of naast de wokkel is denkbaar, maar zal de architectonische waarde van de wokkel niet moeten aantasten. Hiervoor is een zeer terughoudende vormgeving wenselijk, maar de voorkeur gaat uit naar een overkraging die werkelijk zonder kolommen wordt gebouwd. Reactie: Een overkraging zonder kolommen van een gebouw van deze omvang is helaas niet mogelijk. Een terughoudende vormgeving van draagconstructie kan niet worden opgenomen in het bestemmingsplan, maar dit wordt opgenomen in een (nog op te stellen) beeldkwaliteitplan. Het beeldkwaliteitsplan zal tegen die tijd worden voorgelegd aan de RCE. Ontwerponderzoek Wanneer de wokkel aanleiding biedt aan architecten om de nieuwbouw letterlijk en/of figuurlijk te verbinden, zal een zorgvuldig en gedetailleerd ontwerponderzoek moeten plaatsvinden. Het is vanuit de monumentale waarden noodzakelijk dat de wokkel in het ensemble met het Stationspostkantoor leesbaar blijft. Reactie: In het bestemmingsplan is een open ruimte onder de overbouwing meegenomen, met slechts ruimte voor constructieve elementen. Dit mede in verband voor een beter windklimaat. Het bestemmingsplan maakt het niet mogelijk de ruimte ter plaatse van de wokkel te bebouwen.

82

Bijlagen

83

Bijlage 1 Watertoets

84

Gebiedsbestemmingplan Schiekadeblok Wateradvies

Versie Definitief V21-3

Datum Mei 2021

Opdrachtgever Stadsontwikkeling, Ruimte en Wonen, Marjolein Craenen

Auteur Stadsontwikkeling, I-bureau, Ria van der Zaag

Tweede lezer Stadsontwikkeling, I-bureau, Marijn Meijer

Inhoudsopgave Samenvatting

4

1

Inleiding

5

2

Planbeschrijving bestemmingsplan

6

2.1

Mogelijk gemaakte ontwikkelingen

6

3

Beleidskader

9

3.1

Landelijk

9

3.2

Provincie Zuid-Holland

9

3.3

Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard

9

3.4

Gemeente Rotterdam

11

4

Huidige waterhuishouding en klimaatbestendigheid

15

4.1

Oppervlaktewater

15

4.2

Grondwater

16

4.3

Riolering: afval- en hemelwater

16

4.4

Waterkwaliteit

17

4.5

Waterkeringen en waterveiligheid

17

4.6

Klimaatbestendigheid

19

5

Effecten op de waterhuishouding en klimaatkansen

21

5.1

Oppervlaktewater

21

5.2

Grondwater

21

5.3

Riolering: afval- en hemelwater

21

5.3.1

Afvalwater

21

5.3.2

Hemelwater

22

5.3.3

Opstellen rioolplan

22

5.4

Waterkwaliteit

22

5.5

Waterveiligheid

23

5.6

Klimaatkansen

23

6

Bibliografie

24

Bijlage 1 - Advies van beheerders

26

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

2 van 32

Bijlage 2 - Wettelijk- en beleidskader water

27

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

3 van 32

Samenvatting Voor het Schiekadeblok in het Centrum van Rotterdam wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plangebied heeft een hoogstedelijk karakter en is vrijwel geheel verhard. Ontwikkelingen Enkele gebouwen worden gesloopt. Er worden 42.399 m2 kantoren, ca. 690 woningen, een ondergrondse parkeerplaats, een beperkte hoeveelheid horeca en voorzieningen en een centrale verblijfsruimte toegevoegd. Het totale programma omvat uiteindelijk 50.000 m 2 kantoren en 690 woningen door een toename met 126.000 m2 BVO. Oppervlaktewater In het plangebied is momenteel geen oppervlaktewater aanwezig. Het gebied heeft een wateropgave. In het bestemmingsplan is geen bestemming water aangegeven. De ontwikkelingen hebben geen invloed op de hoeveelheid of kwaliteit van het oppervlaktewater. Grondwater In het plangebied is geen grondwateroverlast. Er worden geen nieuwe ondergrondse objecten mogelijk gemaakt die de nu aanwezige grondwaterhuishouding kunnen verstoren. Er worden geen effecten op de grondwaterstand verwacht. Riolering: afval- en hemelwater Het plangebied heeft een gemengd rioolstelsel. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het scheiden van schoon en vuil water verplicht. Daarbij moet 50 millimeter neerslag op eigen terrein kunnen worden geborgen. De ontwikkelingen leiden naar schatting tot een toename van de rioolbelasting met ongeveer 17 m3 afvalwater per uur.

Voor het definitief bepalen van de afvoer van afval- en hemelwater dient een rioolplan te worden opgesteld. Waterkwaliteit De ontwikkelingen hebben geen invloed op de waterkwaliteit in het plangebied. Waterkeringen en waterveiligheid In of nabij het plangebied liggen geen waterkeringen. Het plangebied ligt geheel binnendijks en heeft een overstromingskans van kleiner dan 1;100.000 jaar. Bij een eventuele overstroming blijft het gebied deels droog. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen significante invloed op het veiligheidsrisico door overstromingen. Klimaatkansen Het plangebied ligt in een gebied met een wateropgave. Daarnaast is het plangebied zeer gevoelig voor hittestress. Door het toevoegen van veel bouwvolume neemt het risico van hittestress nog toe. Het standaard toepassen van dak- en gevelgroen en een zo groen mogelijke inrichting van de centrale verblijfsruimte wordt toegepast als mitigatie voor het hittestress risico. Geadviseerd wordt in de centrale verblijfsruimte een gecombineerd waterelement en neerslagbuffer te realiseren.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

4 van 32

1

Inleiding Voor het Schiekadeblok in het Centrum van Rotterdam stelt de gemeente Rotterdam een nieuw bestemmingsplan op. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt een waterparagraaf opgenomen. Dit wateronderzoek geeft een beeld van de effecten van het plan op de waterhuishouding en vormt daarmee een advies voor genoemde waterparagraaf. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn in Figuur 1-1 weergegeven.

Figuur 1-1 Bestemmingsplangebied Schiekadeblok Dit rapport is in concept ter advies aan de waterbeheerders van het gebied aangeboden waarna de adviezen in de definitieve versie zijn doorgevoerd. In bijlage 1 is het volledige advies van de beheerders weergegeven. Voor Schiekadeblok gaat het om de volgende beheerders: • Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard – waterbeheerder; • Gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) – rioolbeheerder.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

5 van 32

2

Planbeschrijving bestemmingsplan Het plangebied ligt tussen de Schiekade, Delftsestraat, Delftseplein en het spoor. De plangrens is opgenomen in Figuur 1 1. Voor de locatie Schiekadeblok is op dit moment geen bestemmingsplan van kracht. Water, groen en verhard oppervlak In het bestemmingsplangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie Schiekadeblok is vrijwel geheel verhard op een klein perceeltje achter Delftsestraat 25 en een ca 7 meter brede groenstrook langs het spoor na. Deze strook is in beheer bij ProRail en valt buiten de rooilijn van de toekomstige bebouwing. Het Schieblok aan de westzijde van het plangebied heeft een groen dak; de DakAkker (Figuur 2-1). De DakAkker functioneert als proefopstelling om te experimenteren met groene daken. Ook het pand Delftseplein 36 heeft een gedeeltelijk groen dak.

Figuur 2-1 DakAkker op het Schieblok

2.1

Mogelijk gemaakte ontwikkelingen In het plangebied wordt het door de raad vastgestelde ontwikkelmodel 2a mogelijk gemaakt.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

6 van 32

Voor de waterhuishouding zijn de volgende voorgenomen ingrepen in het plangebied relevant: - Realisatie van een centrale verblijfsruimte van 3000 m 2. Deze centrale hof zal een gedeeltelijk groene inrichting krijgen. - Mogelijke sloop van Delftseplein 37. Of dit pand ook daadwerkelijk gesloopt gaat worden is onzeker. Hoe de entree voor de centrale verblijfsruimte vormgegeven gaat worden is nog niet besloten. - Sloop van het “Perronpand” aan Delftseplein 36 (circa 6000 m2 met vooral kantoren) en bouw van de lage woontoren (Perrontoren). - Optoppen van Delftsestraat 33-38 met 3400 m2 tot een gebouw van in totaal 6100 m2 BVO ten behoeve van een hotel met 150 kamers. - Sloop van het pand Schiestraat 12-14. - Gedeeltelijke sloop van het Schieblok en de bouw van de hoge woontoren (Schietoren). - Mogelijke aanleg van een fietstunnel in de noordwestelijke hoek van het plangebied. - Ondergronds parkeren onder de centrale verblijfsruimte en onder de te bouwen kantoorzone langs de spoorbaan (Spoorstrook). Door het bestemmingsplan wordt de realisatie van 690 woningen, 4238 m2 voorzieningen, 3400 m2 hotel (totaal circa 150 bedden), 42.339 m2 BVO-kantooroppervlak en 6635 m2 ondergronds parkeren mogelijk gemaakt. Dit is een toename van 68.508 m2 woonoppervlak, 4.238 m2 voorzieningen, 3.400 m2 hotel en 42.399 m2 BVO-kantooroppervlak ten opzichte van de huidige situatie.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

7 van 32

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

8 van 32

3

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt kort het beleidskader geschetst dat voor dit wateradvies relevant is. Het gaat hierbij vooral om het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente. In bijlage 2 is een uitgebreid overzicht van het overkoepelende beleid (rijksbeleid en provinciale beleid) opgenomen.

3.1

Landelijk Ruimtelijke adaptatie In 2014 is de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie genomen. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben hierin de gezamenlijke ambitie vastgelegd dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Bij (her)ontwikkelingen mag geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is.

3.2

Provincie Zuid-Holland Visie en Uitvoeringsagenda Rijke Groenblauwe Leefomgeving, Zuid-Holland investeert in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving [1]. De aanleiding voor het opstellen van deze provinciale visie is de komst van de Omgevingswet. De Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving is een van de bouwstenen voor de toekomstige Provinciale Omgevingsvisie. Het geheel van waterlopen, cultuurhistorie en natuur wordt in de visie opgevat als verweven, een groenblauw netwerk dat ingezet wordt als verbinder tussen landschap, cultuurhistorisch erfgoed, ecologie, recreatie en economie. De provincie wil het groenblauwe netwerk inzetten om het leef- en vestigingsklimaat in de steden te verbeteren door (groenblauwe) verbindingen te leggen tussen de stadscentra en de buitengebieden. Drager van deze verbindingen zijn de historische watersystemen. Voor Rotterdam zijn in de Visie de Rotte en de Schie expliciet benoemd. Een achterliggend doel is herstel van de band van de inwoners van Zuid-Holland met hun leefomgeving. In de bijbehorende uitvoeringsagenda [2] heeft provincie Zuid-Holland een prioritering aangebracht in de ambities uit de visie en een strategische agenda met hoofdopgaven benoemd. De grootste opgave ligt in de stadscentra van Den Haag en Rotterdam.

Voor Rotterdam zijn voor het beleidsveld water vooral de 2e en 3e hoofdopgave van belang; - Transitie naar een groen en waterrijk stedelijk landschap en infrastructuur. - Aantrekkelijk en gezond verbinden in een waterrijk Zuid-Holland.

3.3

Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard Met mensen en water, Waterbeheerplan 2016-2021 [3] Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2016-2021, de Keur van HHSK, peilbesluiten en de leggers. Rode draad in het plan is een doelmatig en duurzaam waterbeheer in directe verbinding met de omgeving.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

9 van 32

HHSK streeft naar een doelmatig en duurzaam waterbeheer, zodat de inwoners veilig en aangenaam kunnen wonen, werken en recreëren. Hierbij staat het hoogheemraadschap in directe verbinding met de omgeving en is alert bij het signaleren van de veranderingen en speelt daarop tijdig in. Belangen worden zichtbaar tegen elkaar afgewogen en bestuurlijke keuzes zijn transparant. Het Hoogheemraadschap gaat doelmatig om met de beschikbare middelen en schuift problemen niet door naar de toekomst. Het door burgers en bedrijven opgebrachte belastinggeld wordt doelmatig en zorgvuldig besteed. KRW-plan 2016 – 2021 [4] De kaderrichtlijnwater-doelstellingen moeten uiterlijk in 2027 worden bereikt. Deze periode is verdeeld in verschillende planperiodes. Voor de periode 2016-2021 is in het KRW-plan 2016 – 2021 vastgelegd hoe het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard de waterkwaliteit wil verbeteren voor de Kaderrichtlijnwater lichamen in hun gebied. Beleid waterberging bij ruimtelijke ontwikkelingen [5] Het waterbergingsbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen heeft tot doel om ongewenste effecten van verhardingstoename op het watersysteem te voorkomen. Een belangrijk ongewenst effect is de versnelde afvoer van neerslag.

Het beleid beschrijft op welke wijze het effect van ruimtelijke ontwikkelingen op de waterberging wordt bepaald en hoe ongewenste gevolgen van deze ontwikkelingen kunnen worden gecompenseerd. HHSK maakt onderscheid in drie typen ruimtelijke ontwikkelingen: kleine (tot 500 m2 verhardingstoename), middelgrote (> 500 m2 verhardingstoename en bruto planoppervlak < 10 ha) en grote (> 10ha bruto planoppervlak). Figuur 3-1 geeft dit weer in een beslisboom. De compensatieeis wordt door HHSK berekend.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

10 van 32

Figuur 3-1 Beslisboom beleid waterberging bij ruimtelijke plannen (bron: HHSK) HHSK beschrijft in het beleid onder andere de volgende toetsingscriteria: Aanvullende waterberging ter compensatie van verhardingstoename dient voorafgaand aan het aanbrengen van de verharding te worden gerealiseerd; Waterberging moet algemeen en te allen tijde beschikbaar zijn; De voorkeursvolgorde voor realisatie van waterberging is: 1. binnen het plangebied, 2. binnen het peilgebied, 3. benedenstrooms. Specifieke omstandigheden kunnen aanleiding zijn om in samenwerking tussen ontwikkelaar en HHSK tot een alternatieve oplossing te komen om de negatieve effecten van een verhardingstoename te compenseren.

3.4

Gemeente Rotterdam Rotterdams Weerwoord [7] Het college van B&W heeft in februari 2019 het Rotterdams Weerwoord vastgesteld. Het Weerwoord is het Rotterdamse antwoord op de klimaatverandering. Als stad in de delta van Nederland met een dalende bodem is Rotterdam kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatadaptatie, het aanpassen van Rotterdam aan die verandering, is nodig. Want de gevolgen van extremer weer raken iedereen. Om hevige regenval, maar ook langdurige droogte en hitte, grondwateronder- en overlast en bodemdaling aan te pakken zijn sneller en meer ingrepen noodzakelijk in openbaar gebied en op particulier terrein. Door nu actie te ondernemen, kan schade in de toekomst worden beperkt. Tegelijk is flexibiliteit nodig om de aanpak bij te kunnen stellen op basis van nieuwe Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

11 van 32

inzichten. Het Rotterdams Weerwoord richt zich vooral op maatregelen op wijkniveau. In 2019 wordt samen met de waterschappen gewerkt aan uitvoeringsafspraken. De belangrijkste versterkingen zijn: • Vergroening van de stad als adaptatiemaatregel om hitte tegen te gaan, draagt ook bij aan de vertraging van neerslag. • Vervangen van verharding door groen of doorlatende verharding vergroot de opnamecapaciteit van neerslag én zorgt voor aanvulling van het grondwater. Dit is goed voor gebieden met (te) lage grondwaterstanden. • Waterbergende voorzieningen op gebouwen combineren met verkoelende maatregelen (groen dak) draagt bij aan reductie van wateroverlast en hitte. Zonnepanelen op groene daken hebben een hogere opbrengst. • Hoger aanleggen van vitale voorzieningen reduceert zowel risico’s van overstroming vanuit de rivier als door extreme neerslag. De belangrijkste belemmeringen zijn: • Meer bomen en groen in de stad zorgt voor een grotere watervraag die de gevolgen van droge perioden versterken. • Vervangen van verharding door groen of doorlatende verharding vergroot de opnamecapaciteit van neerslag én zorgt voor aanvulling van het grondwater. Dit is nadelig voor gebieden met (te) hoge grondwaterstanden.

Van buis naar Buitenruimte; Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025, [8] Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Rotterdam 2021-2025 is een wettelijk verplicht meerjarenbeleidsplan, dat alle aspecten op het gebied van de grondwater- en rioleringstaken van de gemeente Rotterdam behandelt. Het plan is in overleg met de waterkwaliteitsbeheerders opgesteld. Voor de planperiode 2021-2025 heeft Rotterdam vijf doelen geformuleerd: • Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater voor de volksgezondheid, een aantrekkelijke leefomgeving en circulaire stad. • Klimaatbestendig stedelijk watersysteem door het voorkomen van wateroverlast door doelmatig inzamelen, transporteren en verwerken van hemelwater. • Robuust grondwatersysteem door het voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand door doelmatige maatregelen in openbaar gebied. • Actief communiceren en participeren met Rotterdammers en bedrijven over het stedelijke watersysteem. • Innovatie, digitalisering en automatiseren. Om deze doelen te realiseren steunt het GRP op 3 pijlers: • Slim beheer; Renoveren, Repareren, Beheren. • Klimaatgerichte normering voor de verwerking van neerslag. • Gebiedsgericht samenwerken. In het plan is een streefbeeld opgenomen voor de lange termijn.

Door de mondiale en regionale ontwikkelingen ziet Rotterdam er in 2050 anders uit en heeft dan andere behoeften. Het afvalwatersysteem kan bijdragen in het aanvullen van de tekorten die zullen ontstaan. Energie, warmte, grondstoffen en gezuiverd zoet water, die vrijkomen bij de be- en verwerking van

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

12 van 32

afvalwaterstromen, worden teruggewonnen en hergebruikt. Rotterdam sluit op deze manier kringlopen van grondstoffen, energie en water. De belangrijkste aanpassing voor de lange termijn is ontvlechten van het bestaande stedelijke watersysteem: zo veel mogelijk waterstromen scheiden. Dit is het basisprincipe van de kringloop en voor droge voeten. Deze lange termijn visie is verder uitgewerkt door de werkgroep Lange termijn Visie van RoSa (Rotterdamse samenwerking in de afvalwaterketen) [9].

Figuur 3-2 Streefbeeld (afval)waterkringloop [8] Om de lange termijn visie waar te kunnen maken is het belangrijk dat bij nieuwe ontwikkelingen al wordt ingezet op het scheiden van afvalwater – en hemelwater. De huidige ondergrondse voorzieningen hebben onvoldoende capaciteit voor de verwachte klimaatveranderingen. Rotterdam heeft nieuwe ideeën nodig om de oplossingen te vinden in de bovengrondse ruimtelijke inrichting van de stad. Afstemming en samenwerking met ontwerpers, ingenieurs, private partijen en partners in waterbeheer is hierbij cruciaal. Hierbij wordt in het plan uitgegaan van een gebiedsgerichte aanpak. Voor het Centrum en het rustig stedelijk gebied wordt gestreefd naar de realisatie van voldoende waterberging en vertraging van de afvoer van hemelwater. Afkoppelen van verhard oppervlak en aanleg van gescheiden stelsels worden kleinschalig en doelmatig ingezet. De hoofdstromen voor de inzameling en het transport van afvalwater en hemelwater blijven gemengde systemen. Waterveiligheidsbeleid gemeente Rotterdam [10] Het gemeentelijk waterveiligheidsbeleid is geborgd in de beleidsnotitie Waterveiligheid binnen de gemeente Rotterdam [10]. B&W hebben dit beleid op 29 mei 2018 vastgesteld. Waterveiligheid in de Rotterdamse delta heeft permanente aandacht nodig, en zal in de toekomst nog meer aandacht nodig hebben als gevolg van klimaatverandering.

Binnen de gemeente dient waterveiligheid op de

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

13 van 32

juiste wijze meegenomen te worden bij de ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, MER, gebiedsvisies) en bouwontwikkelingen. Watersensitive Rotterdam [11] De beweging Water Sensitive Rotterdam koppelt gebiedsopgaven en projecten aan de water- en klimaatopgaven in de stad. Op deze manier wordt gewerkt aan het realiseren van de ambities uit de Rotterdamse Adaptatiestrategie. Het koppelen is hierbij essentieel. Elke verandering in Rotterdam is een kans om met partijen in de stad actief, de gestelde ambities invulling te geven. Dit betekent onder meer: • Samen met initiatiefnemers nagaan op welke wijze wederzijdse toegevoegde waarde gecreëerd kan worden ten aanzien van de water- en klimaatopgaven; • Maatregelen nemen in de haarvaten van het watersysteem, om zodoende de robuustheid te vergroten; • De zichtbaarheid van water- en klimaatmaatregelen waarderen, om het waterbewustzijn en de aantrekkelijkheid van de stad, te vergroten. Hemelwater wordt in deze benadering als een grondstof beschouwd welke we, waar mogelijk, lokaal moeten benutten. Hierdoor kunnen transportafstanden en -middelen voor het afvoeren en toevoeren van water gereduceerd worden.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

14 van 32

4

Huidige waterhuishouding en klimaatbestendigheid Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de huidige waterhuishouding binnen het plangebied. Ingegaan wordt op de aspecten oppervlaktewater, grondwater, afval- en hemelwater, waterkwaliteit, waterkeringen en waterveiligheid. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een paragraaf over klimaatbestendigheid.

4.1

Oppervlaktewater In het bestemmingsplangebied is geen oppervlaktewater meer aanwezig dat verbonden is met het stedelijke watersysteem. Direct naast het plangebied is onder de Schiekade een lange duiker aanwezig welke, in functioneel opzicht, de met oorlogspuin gedempte Rotterdamse Schie vervangt. Het plangebied ligt in peilgebied GPG-178. Meest nabij gelegen oppervlaktewater in dit peilgebied is de Westersingel. Met behulp van een gemaal wordt het oppervlaktewater van de Westersingel op een vast peil gehandhaafd: het oppervlaktewater wordt direct op de Nieuwe Maas afgevoerd. Bij een te laag peil of bij verversing van het oppervlaktewater, zoals na een overstort, wordt water ingelaten vanuit de Coolhaven en de Delftse Vaart. De locatie Schiekadeblok is vrijwel geheel verhard op een groenstrook langs het spoor na. Figuur 4-1 geeft een overzicht van het oppervlaktewatersysteem in en rondom het bestemmingsplangebied.

Figuur 4-1 Oppervlaktewatersysteem

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

15 van 32

4.2

Grondwater Voor grondwater liggen er veel peilbuizen in de omgeving van het plangebied. De ligging van de peilbuizen met de gemiddelde ontwateringsdiepte (afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil) zijn weergegeven in Figuur 4 2. De gemiddelde ontwateringsdiepte is in het plangebied ruim groter dan de vereiste 0,80 meter. In de huidige situatie is er geen sprake van wateroverlast. In de directe omgeving van het plangebied zijn zeer veel ondergrondse objecten aanwezig zoals: dempingen met oorlogspuin, parkeergarages, een spoortunnel, een metrostation en de metrotunnels. Van een ongestoorde grondwaterstroming is in het plangebied geen sprake.

Figuur 4-2 Locatie peilbuizen en gemiddelde ontwateringsdiepte (gegevens uit grondwateratlas, 2016)

4.3

Riolering: afval- en hemelwater Het Schiekadeblok ligt binnen riooldistrict 9 (Centrum). In dit gebied ligt voornamelijk een gemengd rioolstelsel. Dit houdt in dat zowel regenwater als huishoudelijk afvalwater wordt opgevangen en via één rioolstelsel naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) wordt afgevoerd. Dit betekent dat vrijwel alle neerslag die er valt, via het rioolsysteem bij de AWZI terecht komt. Het afval- en regenwater wordt afgevoerd door rioolgemaal Westersingel en wordt uiteindelijk naar AWZI Dokhaven getransporteerd. Het Centraal Station heeft een verbeterd gescheiden rioolstelsel waarbij het regenwater afgevoerd wordt naar de Essenburgsingel.

Wateradvies

Dossiernummer

Versie

Datum

Pagina

Naam Plangebied Schiekadeblok

--

Definitief v1-3

mei 2021

16 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=340cca5e-ea89-4844-868d-1a4ed4f3c0f8