CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb005053] Bijlage 1 behorende bij 22bb5052 - Onderzoeksrapport - Pays*x 010. Mannelijke sekswerkers in Rotterdam

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 21 december 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Presentatie onderzoek Paysx01039.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Stichting Humanitas Rotterdam Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel

Pays*x 010 Mannelijke sekswerkers in Rotterdam

Anke van den Dries

l

Christoforos Boutsias

l

Frank van Oorschot

01

Pays*x 010. Mannelijke sekswerkers in Rotterdam. 1 maart 2021 Onderzoekers en veldwerkers: Anke van den Dries Christoforos Boutsias Frank van Oorschot Onderzoeksbegeleiding: Marc Hoijtink, Hogeschool van Amsterdam Marije van Stempvoort, Stichting Humanitas en Swansea University Mike de Kreek, Hogeschool van Amsterdam Ontwerp: Miglė Nevieraitė, www.studiomigle.com Dit onderzoek werd uitgevoerd door Stichting Humanitas in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam in opdracht van de Gemeente Rotterdam.

Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel

Copyright © 2021 Stichting Humanitas

03

“

Er is nog steeds stigma. Het gebeurt, veel mensen doen het, maar er zit nog steeds stigma omheen. Mensen praten er dan liever niet over, of negeren dat het gebeurt. Dus ja, het is goed dat de gemeente onderzoek doet en dingen blootlegt. Want dit is het leven, weet je.” Mannelijke sekswerker tijdens een interview

05

Inhoudsopgave

Leeswijzer - 4 Samenvatting (Nederlands) - 5 Summary (English) - 8 DEEL 1 1 Inleiding - 11 1.1 Doelstelling - 12 1.2 Nota bene: gender en identiteit - 14 2 Methodologie - 15 2.1 Kwalitatieve participatieve aanpak - 15 2.2 Data collectie - 17 2.2.1 Online veldwerk - 18 2.2.2 Offline veldwerk - 19 2.2.3 Interviews - 20 2.2.4 Casuïstiek PMW - 22 2.3 Data-analyse - 22 2.4 Onderzoeksvaliditeit - 23 2.4.1 Interne validiteit - 23 2.4.2 Externe validiteit - 24 2.5 Ethische overwegingen - 25 DEEL 2 3 De Rotterdamse mannelijke sekswerker - 29 3.1 Wie is hij? - 30 3.2 Waarom sekswerk? - 31 3.3 Hoe richt hij het sekswerk in? - 33 3.4 Waar is hij te vinden? Online platforms - 38 3.4.1 Grindr - 39 3.4.2 Instagram en OnlyFans - 43 3.4.3 Chatsites: Bullchat - 43 3.4.4 Kinky - 46 3.4.5 Sexjobs - 46 3.4.6 Hunqz - 47 3.4.7 Rentmen - 48 3.4.8 Boys4u - 50 3.5 Waar is hij te vinden? Resultaten van offline veldwerk - 50 4 Niet zomaar werk - 53 4.1 Positieve impact op de persoon en diens leven - 53 4.2 Negatieve impact op de persoon en diens leven - 56 4.3 Geweld en misbruik - 59 4.3.1 Geweld binnen sekswerk - 59

1

Inhoudsopgave

4.3.2 Uitbuiting en minderjarigheid binnen sekswerk - 60 4.4 Impact van de COVID-19-pandemie - 63 5 Wie is er voor hen? Ervaren steun en behoeftes - 66 5.1 Steun van eigen omgeving - 66 5.1.1 Dubbelleven naar familie en vrienden - 66 5.1.2 Gebrek aan inclusie in sekswerk of quee community - 67 5.2 Steun van hulp- en zorgverlening - 69 5.2.1 Wantrouwen en zorgen om anonimiteit - 69 5.2.2 Behoefte aan luisterend oor en praktische steun - 70 5.2.3 Behoefte aan ondersteuning door ervaringsdeskundigen - 70 5.2.4 Onbekendheid met instanties - 71 5.3 Steun van de overheid - 71 5.3.1 Wantrouwen naar inenties - 71 5.3.2 Belemmerende wet- en regelgeving - 72 5.3.3 Roep om inzet op verhindering van seks met minderjarigen - 74 5.3.4 Roep om inzet op destigmatisering van sekswerk - 74 5.4 Steun van de politie - 75 5.4.1 De politie als handhaver: consequenties bij (onvergund) sekswerk - 76 5.4.2 De politie als handhaver: consequenties bij niet hebben van de (juiste) verblijfspapieren - 78 5.4.3 Gebrek aan vertrouwen in politie vanuit land van herkomst - 79 5.4.4 Gebrek aan vertrouwen in politie door negatieve ervaringen - 79 5.4.5 Lage aangifte- of meldingsbereidheid maakt extra kwetsbaar voor misbruik - 80 6 Kwetsbaarheden - 81 6.1 Sekswerk bij gebrek aan andere opties om in levensonderhoud te voorzien - 81 6.2 Drugsgebruik - 82 6.3 Hoge drempel voor het inschakelen van politie of

autoriteiten - 82 6.4 Stigma rondom sekswerk - 83 6.5 Homofobie in de samenleving - 84 6.6 Verleiding/vraag tot sekswerk bij jongemannen die hier niet naar op zoek zijn - 85 DEEL 3 7 Aanbevelingen - 88 7.1 Algemene aanbevelingen - 88 7.2 Aanbevelingen sekswerk community - 89 7.3 Aanbevelingen aan hulp- en zorgverlening - 91 7.4 Aanbevelingen aan de gemeente - 94 7.5 Aanbevelingen aan de politie - 97 7.6 Een laatste woord - 99

2

Inhoudsopgave

Referenties - 102 Bijlagen - 106 Bijlage 1 Context: Humanitas PMW in de stad Rotterdam - 106 Bijlage 2 Interviewvragen - 108 Bijlage 3 Toestemmingsformulier - 110 Bijlage 4 Flyer- en promomateriaal - 111 Bijlage 5 Screenshots paysx010 site - 113 Bijlage 6 Infograph onderzoek - 114

3

Leeswijzer

Voor u ligt het rapport van het onderzoek naar de aard en omvang van sekswerk door jongens en mannen in de gemeente Rotterdam. De Gemeente Rotterdam ontdekte een gebrek aan kennis hierin nadat in 2018 een rapport uitkwam over jongens die betaalde seksuele diensten aanbieden in de regio Eindhoven, waarop de Gemeente Rotterdam aan Stichting Humanitas de vraag stelde om dit onderzoek te doen. In hoofdstuk 1 van dit onderzoeksrapport leest u meer over de aanleiding en achtergrond van dit onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid ingegaan op de methode van onderzoek. In de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 geven we de onderzoeksresultaten weer. Daarbij is het volgende van belang om te melden: Om inzicht te krijgen in de leefwereld en in het persoonlijk perspectief van de doelgroep - jongens en mannen in Rotterdam die werk(t)en als sekswerkers – hebben wij gekozen (en is ons verzocht) voor een kwalitatieve benadering met een 20-tal diepte interviews. De rationale hiervoor is dat kwalitatief onderzoek diepgaand inzicht geeft in de gevoelens, ervaringen en opinies van respondenten binnen de context van hun werk en hun leven. Het aantal van 20 geeft niet de mogelijkheid om de mate te bepalen waarin de verschillende gevoelens, ervaringen en opinies binnen de totale doelgroep spelen.

Wel maakt het het spectrum aan verschillende gevoelens, ervaringen en opinies en daarmee de leefwereld inzichtelijk. Deze interviews zijn daarvoor zeer waardevol gebleken. Bovendien hebben wij onze kwalitatieve data aangevuld met kwantitatieve gegevens, bestaande uit een inventarisatie van het (online) aanbod van betaalde seks. In het rapport is een aantal quotes opgenomen uit de diepte-interviews die voor het kwalitatieve onderzoek zijn uitgevoerd. Sommige van deze quotes zijn nogal expliciet en niets verhullend. Toch hebben wij besloten deze quotes letterlijk in deze rapportage op te nemen omdat deze juist de leefwereld en het gewenste persoonlijk perspectief weergeven van de jongens en mannen in Rotterdam die werk(t)en als sekswerkers. In hoofdstuk 7 van dit onderzoek worden tenslotte de aanbevelingen besproken. Het gaat hier om een aantal algemene aanbevelingen voor alle stakeholders, alsmede specifieke aanbevelingen aan achtereenvolgens de sekswerk community, hulp- en zorgverlening, de gemeente en de politie. Deze aanbevelingen zijn direct en indirect te herleiden uit gedeelde uitspraken van de mannelijke sekswerkers en de resultaten van het onderzoek.

4

Samenvatting (Nederlands)

Eind 2019 heeft de gemeente Rotterdam ESSM opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de situatie van mannelijke sekswerkers in de omgeving van Rotterdam. Deze doelgroep blijft vaak onopgemerkt in het sekswerk gerelateerde beleid en de interventies van overheidsinstanties. De gemeente ontdekte een gebrek aan kennis hierin nadat in 2018 een rapport uitkwam over jongens die betaalde seksuele diensten aanbieden in de regio Eindhoven. Het ESSM heeft een onderzoeksproject ontwikkeld en uitgevoerd om kennis te vergaren over de aard en omvang van sekswerk door jongens en mannen in de gemeente Rotterdam. We hebben ons gericht op het ontdekken van gemeenschappelijke kenmerken en mogelijke kwetsbaarheden waarmee deze groep wordt geconfronteerd. Vervolgens hebben we hun behoeften op het gebied van hulp en ondersteuning in kaart gebracht en gekeken of het huidige aanbod van autoriteiten en organisaties aansluit bij die behoefte. Om die doelen te bereiken, heeft onze onderzoeksgroep verschillende methoden gebruikt. We hebben online en offline veldwerk verricht op digitale en fysieke locaties waar sekswerkers te vinden zijn. Bij dit veldwerk hebben we mannelijke sekswerkers uitgenodigd om deel te nemen aan semi-gestructureerde diepte-interviews. We hebben 20 interviews afgenomen.

Daarnaast gebruikten we dossieronderzoek van bekende PMW-casuïstiek van mannen en jongens die zich bezighouden met betaalde seks. Aan het eind van ons onderzoek hebben we focusgroepen gehouden met negen interviewrespondenten om onze voorlopige bevindingen te bespreken en verder uit te werken. Onze resultaten laten zien dat mannen die sekswerk doen in Rotterdam een ​​nogal diverse groep vormen. Tijdens ons veldwerk en interviews kwamen we Nederlanders tegen, Nederlanders met een migratie achtergrond, immigranten met en zonder verblijfsstatus in Nederland en vluchtelingen. Uitgaande van de verschillende economische achtergronden en de beschikbaarheid van werkopties, werken sommigen fulltime, terwijl anderen hun inkomen uit andere bronnen aanvullen. We ontmoetten studenten die hun studie financierden met betaalde dates, immigranten zonder werkvisum die geen andere baan konden krijgen, Nederlandse mannen die fulltime escorten en reizende sekswerkers die een tussenstop maakten in Rotterdam voordat ze naar een andere Europese stad doorreisden. De meesten van hen zoeken klanten online via gespecialiseerde websites, dating platforms en sociale media. Op gespecialiseerde platforms zijn ze open over de diensten die ze aanbieden en de tarieven die ze vragen.

Op datingsites en sociale media, waar sekswerk meestal niet wordt getolereerd, gebruiken ze bepaalde termen in hun profielen om naar hun werk te verwijzen. We kwamen direct of indirect in contact met 386 profielen of advertenties van sekswerkers in het algemeen, hoewel het niet mogelijk is om het aantal mannelijke sekswerkers in Rotterdam te schatten. Hun profielen veranderen in de loop van de tijd, soms verschijnen ze op verschillende platforms of verdwijnen ze gewoon. Hun leeftijd varieerde van 18 tot 57 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar. De leeftijd van onze interviewrespondenten varieerde van 18 tot 36 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 28 jaar. De leeftijd waarop ze hun eerste ervaringen met betaalde seks hadden, varieerde van 8 tot 36 jaar; ongeveer een kwart van hen was op dat moment minderjarig. Ondanks de zorgen van de gemeente hebben de respondenten niet de indruk dat betaalde seks van minderjarigen in de regio Rotterdam wijdverspreid is. Sommigen waren bang dat het onderzoek van de gemeente naar betaalde seks van minderjarigen een voorwendsel was om mogelijk strengere

5

Samenvatting (Nederlands)

regels rond sekswerk op te leggen. In plaats van sekswerk te verstikken met meer regels, stelden ze voor dat de gemeente haar aandacht richt op het voorkomen dat volwassenen minderjarigen actief benaderen en groomen op internet met ongevraagde aanbiedingen voor betaalde en onbetaalde seks. Veel van de mannelijke sekswerkers noemden een aantal positieve effecten die sekswerk op hun leven heeft. Met name het inkomen dat ze verwierven, leidde tot financiële onafhankelijkheid en relatieve stabiliteit. Door flexibele uren te werken, slaagden ze erin schulden af te betalen, gederfde inkomsten terug te vorderen of hun gezin te onderhouden. Het feit dat klanten bereid zijn hen voor hun tijd te betalen, leidde ook tot een groter gevoel van eigenwaarde doordat ze zich aantrekkelijk en gewaardeerd voelden. Het ontmoeten van klanten met verschillende sociale en culturele achtergronden werd gepresenteerd als een positieve ervaring. Het zien van de waarde en positieve impact van hun sekswerk op hun klanten gaf hen een gevoel van persoonlijke voldoening. Verder meldden velen dat ze genoten van hun seksuele ontmoetingen met veel van hun klanten, terwijl ze sekswerk ook gebruikten als een hulpmiddel om hun eigen seksualiteit te ontdekken. Het meest geaccentueerde negatieve effect van sekswerk is het maatschappelijke stigma eromheen.

De meeste van onze respondenten houden hun sekswerk geheim voor familie en hun sociale omgeving. De angst om ontdekt of ge-out te worden en de mogelijke gevolgen daarvan kunnen heftig zijn. Dit dubbelleven leidt tot gevoelens van isolatie en hulpeloosheid, omdat ze op slechte momenten niemand hebben om naar toe te gaan voor morele steun of veiligheid. Sekswerk kan ook hun intieme leven beïnvloeden, omdat hun partners soms niet volledig accepteren wat ze doen, of omdat ze soms hun interesse in seks kunnen verliezen. Voor mannelijke sekswerkers die seks hebben met mannen, versterkt homofobie in de samenleving het stigma dat zij ervaren, aangezien niet-heteronormatieve uitingen van seksualiteit in veel huishoudens, gemeenschappen en culturele achtergronden niet worden geaccepteerd. Hoewel de meeste van onze respondenten aangaven over het algemeen positieve ervaringen te hebben met klanten, behandelen sommige klanten hen vanwege stigmatisering niet als personen die een dienst aanbieden. In plaats daarvan worden klanten soms veeleisend, overschrijden ze gemaakte afspraken, uiten ze agressie en worden ze gewelddadig. De mannelijke sekswerkers noemden manieren om zichzelf te beschermen tegen grensoverschrijdend gedrag, zoals het verifiëren van de identiteit van hun klant, samenwerken met een collega of een vertrouwd persoon laten weten waar ze zijn.

In tijden van economische nood vinden sommige mannelijke sekswerkers het echter een uitdaging om hun grenzen te handhaven. Omdat ze werden uitgesloten van financiële steunregelingen, maakte de komst van COVID-19 het voor hen nog moeilijker om veilig hun werk te doen en neemt de kans toe dat men onveilige seksuele handelingen verricht of deelneemt aan middelengebruik waar ze anders niet voor zouden kiezen, waardoor hun fysieke en emotionele integriteit in gevaar komt. Bij gewelddadige incidenten zeiden de meeste van onze respondenten dat ze zouden aarzelen om contact op te nemen met de politie, tenzij de situatie absoluut kritiek was. Ze zijn bang dat het onthullen van hun identiteit aan de politie hen kan blootstellen aan een opeenstapeling van repercussies, zoals een bezoek aan hun familie, een boete krijgen voor werken zonder vergunning, in de aandacht van de belastingdienst komen te staan, een huisuitzetting omdat ze thuis werken of gevaar voor hun verblijf in Nederland. Verder zijn de meesten bang dat de politie hen niet serieus zal nemen vanwege hun werk en ze misschien zelfs als dader beschouwen in

6

Samenvatting (Nederlands)

plaats van als slachtoffer. Eerdere negatieve ervaringen met de politie, persoonlijk of van horen zeggen, versterken de overtuiging dat ze niet geholpen zullen worden. Kwaadwillende personen die misbruik maken van het het gegeven dat sekswerkers minder snel contact opnemen met de politie kunnen hiervan profiteren, wetende dat ze waarschijnlijk ongestraft zullen blijven. Onze respondenten hebben mogelijk iets meer vertrouwen in contact met gespecialiseerde teams zoals Roze in Blauw, die zijn opgeleid om sensitief te zijn naar kwesties op het gebied van gender en seksuele geaardheid. Desondanks bleef de bereidheid om in geval van nood de politie te bellen laag. Om formeel sekswerk te doen, heeft men een vergunning nodig of moet men werken voor de exploitant van een vergund bedrijf. Er zijn in Nederland vrijwel geen vergunde werkplekken voor mannen en een individuele vergunning krijgen is bij de meeste gemeente vrijwel onmogelijk. Bijna alle mannen werken onvergund in de sector, en ook als ze belasting betalen, genieten ze niet de sociale bescherming die reguliere werknemers genieten. Onze respondenten wisten meestal niet dat ze onder voorwaarden een vergunning kunnen aanvragen bij de gemeente Rotterdam. Velen konden deze informatie niet vinden of waren niet van plan hun werk te formaliseren omdat ze het als tijdelijk zagen.

Velen voelden zich ook ongemakkelijk om de gemeente op de hoogte te stellen van hun werk. In ieder geval vinden ze gemeentelijke regelingen verwarrend. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wanneer men vanuit huis mag werken zonder regels te overtreden. Tegelijkertijd kunnen twee sekswerkers niet in hetzelfde huis werken, wat sommige respondenten juist aangaven als veiligheidsmaatregel. Over het algemeen zijn ze van mening dat er minder speciale regels voor sekswerk moeten komen. Onze respondenten suggereerden dat de meeste mannelijke sekswerkers niet weten dat er gespecialiseerde organisaties voor sociale- en gezondheidsondersteuning voor hen bestaan, terwijl ze deze vaak associëren met steun aan alleen vrouwelijke sekswerkers. Sommigen zeiden dat ze zouden aarzelen om contact op te nemen met deze organisaties omdat ze er geen vertrouwen in hebben dat zorgverleners hun werk zullen respecteren en hen niet als slachtoffers zullen behandelen. Ook zijn de meesten bang dat het bezoeken van een locatie voor sekswerkers hun anonimiteit kan opheffen. Als ondersteunende organisaties het vertrouwen winnen van mannelijke sekswerkers, kunnen ze hen waardevolle diensten bieden. Omdat mannelijke sekswerkers voornamelijk online werken, ervaren ze weinig steun van hun leeftijdsgenoten, omdat ze vaak niet weten dat iemand doet wat ze doen.

Nu de vraag van klanten naar chemsex toeneemt, kunnen sekswerkers een verhoogd risico lopen op afhankelijkheid van middelen en op soa’s als gevolg van risicovoller seksueel gedrag dat met bepaalde drugs wordt geassocieerd. Volgens onze respondenten zijn discrete en uitgebreide soa-testen, betrouwbare en praktische informatie over veilig navigeren door sekswerk en het faciliteren van plekken waar ze in contact kunnen komen met hun peers noodzakelijke diensten voor mannelijke sekswerkers. Aan het einde van dit rapport formuleerden we aanbevelingen voor de sekswerk community, hulp- en zorgorganisaties, de gemeente en de politie die een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de situatie van mannelijke sekswerkers in Rotterdam.

7

Summary (English)

At the end of 2019, the Municipality of Rotterdam commissioned Humanitas ESSM to research the situation of male sex workers in the area of Rotterdam. This demographic often goes unnoticed in sex work-related policies and interventions by public authorities. The Municipality spotted their knowledge gap after a report on boys selling sexual services in the region of Eindhoven came out in 2018. ESSM developed and implemented a research project to create knowledge on the nature and extent of sex work by boys and men in Rotterdam’s municipal area. We focused on discovering common characteristics and potential vulnerabilities this group faces. Then we assessed their needs in terms of support and assistance and examined whether the current offer from authorities and organizations matches those needs. To achieve those goals, our research group employed several methods. We conducted online and offline fieldwork on digital and physical locations where sex workers may be found. Through this fieldwork, we invited male sex workers to participate in in-depth semi-structured interviews. We conducted 20 interviews. Additionally, we used information from known PMW cases of men and boys that engaged in paid sex. At the end stage of our research, we conducted focus groups with nine interview respondents to discuss our preliminary findings and elaborate on points of interest.

Our results demonstrate that men who do sex work in Rotterdam are a rather diverse group. During our fieldwork and interviews, we came across Dutch nationals, Dutch nationals of immigrant background, immigrants with a formal and informal stay in the Netherlands, and refugees alike. Starting from different economic backgrounds and availability of work options, some work full-time while others complement their income from other sources. We met students who financed their studies with pay dating, immigrants without a work visa who could not get another job, Dutch men who escorted full-time and traveling sex workers who were making a stop in Rotterdam before moving to another European city. Most of them seek clients online through specialized websites, dating applications, and social media platforms. In specialized platforms, they are open about the services they offer and the rates they ask. In dating sites and social media, where sex work is usually not tolerated, they use particular language in their profiles to hint at their job. We came in direct or indirect contact with 386 profiles or ads of sex workers overall, although we cannot estimate their numbers in Rotterdam. Their profiles change over time, sometimes they appear on several platforms, and then simply disappear. Their ages ranged from 18 to 57, with an average age of 27.

Our interview respondents’ age ranged from 18 to 36, with an average age of 28. The age at which they had their first experiences with paid sex ranged from 8 to 36 years old, and about a quarter of them were minors at that time. Despite the Municipality’s concerns, they do not believe that paid sex of minors is widespread in the area of Rotterdam. Some were worried that the Municipality looking into minors’ paid sex was a pretext for potentially imposing more restrictive regulations around sex work. Instead of stifling sex work with more rules, they suggested that the Municipality focuses its attention on the prevention of adults actively approaching and grooming minors on the internet with unsolicited offers for paid and unpaid sex. Many of the male sex workers mentioned a number of positive effects sex work has on their lives. Most notably, the income they acquired led to financial independence and relative sta-

8

Summary (English)

bility. Working flexible hours, they managed to repay loans, recover lost revenue, or support their families. The fact that clients are willing to pay them for their time also led to increased self-esteem due to feeling attractive and valued. Meeting clients from diverse social and cultural backgrounds was presented as an exciting experience. Seeing the value and positive impact of their sex work on their customers gave them a feeling of personal satisfaction. Further, many reported enjoying their sexual encounters with many of their clients while using sex work also as a tool to explore their own sexuality. The most accentuated negative effect that comes with doing sex work is the societal stigma around it. Most of our respondents are keeping their sex work secret from their families and social environments. The fear of getting exposed and the potential repercussions can be overwhelming. This double-life results in feelings of isolation and helplessness as they have no one to turn to for moral support or for safety in bad times. Sex work can also impact their intimate lives as sometimes their partners do not fully accept what they do, or because occasionally they may lose interest in sex.

For male sex workers who have sex with men, homophobia in society intensifies the stigma they experience as non-heteronormative expressions of sexuality are not tolerated within many households, communities, and cultural backgrounds. Although most of our respondents mentioned having overall good experiences with clients, some do not treat them as individuals offering a service due to stigma. Instead, they become demanding and do not follow up on made agreements or express aggression and become violent. Our participants mentioned ways of shielding themselves against abusive behavior, such as verifying their customer’s identity, working together with a colleague, or letting a trustworthy person know where they are. In times of economic distress, though, some male sex workers find it challenging to maintain their boundaries. Being excluded from financial support schemes, the advent of COVID-19 made it even more difficult for them to uphold safer sex practices and more likely to engage in sexual acts or substance use they would otherwise not choose to, putting their physical and emotional integrity at risk. When faced with violent incidents, most of our respondents mentioned they would hesitate to contact the police unless the situation was absolutely critical.

They fear that having their identity revealed to the police may expose them to a snowball of repercussions like outing them to their family, receiving a fine for unlicensed work, getting under the tax office’s scrutiny, and being evicted for working from home or jeopardizing their stay in the country. Further, most are apprehensive that the police would not take them seriously because of their work and may even consider them the perpetrator rather than the victim. Previous experiences of undeserved police harassment, personal or hearsay, reinforce the belief that they cannot help them. Abusive individuals exploit the high threshold sex workers experience contacting law enforcement and continue with their actions, knowing they will likely go unpunished. Our respondents might feel a bit more confident of receiving help from specialized teams, like Pink in Blue, that are trained to be sensitive to gender and sexual orientation issues. Despite that, their willingness to call the police in an emergency remained low. To formally do sex work, one needs a license or needs to work for a licensed business’s proprietor. There exist virtually no licensed workplaces for men in the Netherlands, and getting an individual license from a municipality is next to impossible.

Almost all men work in the unlicensed sector, and even when they pay taxes, they do not enjoy the social protections afforded to regular workers. Our respondents were mostly unaware that they can apply for a license to the Munici-

9

Summary (English)

pality of Rotterdam under certain conditions. Many could not find this information or did not intend to formalize their work because they saw it as temporary. Many also felt uneasy letting the Municipality know of their work. In any case, they find municipal regulations confusing. For example, it is unclear when one is allowed to work from home without breaking any rules. Besides, two sex workers cannot work in the same house, which some respondents indicated as a safety measure. Overall, they believe that there should be fewer special rules for sex work in place. Our respondents suggested that most male sex workers do not know that specialized social and health support organizations exist for them, while they often associate them with support to female sex workers only. Some stated they would hesitate to contact these organizations because they have no confidence that caregivers will respect their work and not treat them as victims. Also, most are afraid that visiting a location for sex workers might lift their anonymity. If support organizations gain the trust of male sex workers, they can offer valuable services to them. Working primarily online, male sex workers experience little support from their peers, as they often do not know anyone doing what they do.

With chemsex rising in demand from clients, sex workers can experience heightened risks of substance dependency and STIs due to riskier sexual behaviors associated with certain drugs. According to our respondents, discreet and comprehensive STI-testing, reliable and practical information on how to navigate sex work safely, and facilitation of spaces where they can connect with their peers are needed services for male sex workers. At the end of this report, we formulated recommendations for the sex work community, social and care work organizations, the municipality, and police to help improve the situation of male sex workers in Rotterdam.

10

Deel I

1 Inleiding Sekswerkers vormen een zogenoemde ‘moeilijk bereikbare doelgroep’ (Benoit et al., 2005; Boels, 2014). Ze verrichten gestigmatiseerd werk (Benoit et al., 2005; Koken, 2010) en doen dit regelmatig buiten de daartoe door de overheid geschepte kaders in wet- en regelgeving. Mannelijke sekswerkers worden veelal beschouwd als een zo mogelijk nog meer onzichtbare groep (Bungay, Oliffe en Atchinson, 2015, Dennis, 2008). Mannelijk sekswerk wordt gekenmerkt door drie grote taboes (Oliviera, 2018, Repetur en Veenstra, 2011). Ten eerste is het ontvangen van geld voor seks niet algemeen aanvaard (van mannelijke of vrouwelijke klanten). Ten tweede is homoseksualiteit nog altijd gestigmatiseerd. En ten derde: mannen worden niet verondersteld slachtoffer te zijn, daar waar er sprake is van slachtofferschap. Anderzijds hebben mannen doorgaans minder last van de maatschappelijke veroordeling van wisselende seksuele contacten, wat bij vrouwen vaak meer als taboe wordt gezien (Rubin, 1984). Mannelijk sekswerk speelt zich vooral af ‘onder de radar’. Daarnaast voelen sekswerkers, wanneer ze wel in contact komen met instanties zoals hulp- en zorgverlening, zich regelmatig niet begrepen en niet geholpen (Van den Dries en Luhrs, 2020).

Mannen zijn vanwege de hierboven genoemde taboes mogelijk nog minder geneigd om professionele hulp te zoeken wanneer ze dat nodig hebben (Repetur en Veenstra, 2011). Ook lijken bij mannelijke sekswerkers risico’s eerder te worden gezien in (publieke) gezondheid dan in geweld (Dennis, 2008).

11

deel i

1 Inleiding

De Gemeente Rotterdam wilde graag meer zicht krijgen op de aard en omvang van (jonge) mannelijke sekswerkers in Rotterdam en de wijze waarop deze groep het beste ondersteund en geholpen kan worden. Ze vroeg Stichting Humanitas om hier onderzoek naar te doen. Aanleiding hiervoor was een tweejarig veldonderzoek naar jongensprostitutie in de regio Eindhoven (Van Went en Castelijns, 2018). Voor u ligt een rapportage van de bevindingen in dit onderzoek wat de periode oktober 2019 tot maart 2021 besloeg. We gaan in dit rapport in op de leefwereld en belevingen van mannelijke sekswerkers in Rotterdam, en op gevonden kwetsbaarheden en steunbehoeftes. Tevens doen we aanbevelingen hoe deze doelgroep daar waar nodig verder ondersteund zou kunnen worden. 1.1 Doelstelling De directe doelstelling van dit onderzoeksproject is kennis te vergaren over de volgende topics waar de opdrachtgever Gemeente Rotterdam meer over wilde weten: ○ de aard en omvang van sekswerk door jongens en mannen in de gemeente Rotterdam, ○ kenmerken en mogelijke kwetsbaarheden van de doelgroep, ○ de behoeften qua ondersteuning/hulpverlening van de doelgroep en ○ mate van aansluiting van het huidige aanbod hierbij.

Naast een kennisdoel beogen we met dit onderzoek een ontwikkel- en verbeterdoel: om de binnen het onderzoek opgedane kennis zo relevant, toegankelijk en toepasbaar mogelijk te maken voor de werkpraktijk van (sociale) professionals om de ondersteuning aan de genoemde groep te kunnen verbeteren en uiteindelijk een bijdrage te leveren aan positieverbetering van (jonge) mannelijke sekswerkers. We komen hier in paragraaf 7.5 op terug. Bij aanvang van het onderzoek werden vervolgens de volgende afbakening en definities gemarkeerd.

Sekswerk

In dit onderzoek definiëren we sekswerk als iedere vorm van seksuele/erotische diensten tegen betaling in geld of goederen. Hieronder valt dan ‘full service sekswerk’ of ‘direct sekswerk’ waarbij er sprake is van fysiek contact met de klant (Sagar et al., 2015) - zoals wat ook wel prostitutie werd of wordt genoemd - maar bijvoorbeeld ook betaald webcammen, werken in een BDSM studio, bieden van erotische massages, sugar dating of ruilseks voor bijvoorbeeld onderdak of middelen. Hier moet worden opgemerkt dat niet alle mannen in dit onderzoek zichzelf ook identificeren als sekswerker en dat we in contact met hen altijd aansloten bij de terminologie die zij zelf kozen te gebruiken (meer hierover in hoofdstuk 3).

12

deel i

1 Inleiding

Mannelijke sekswerker

Een sekswerker is hier een persoon die betaalde seksuele/erotische diensten aanbiedt (of dat recent heeft gedaan). Binnen ons onderzoek naar mannelijk sekswerk hebben wij ons gefocust op personen die zich als man identificeren. De door betrokkene zelf gekozen gender identiteit was hierbij leidend.

Mensenhandel

Onder mensenhandel verstaan we het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten. Uitbuiting kan zich in de seksindustrie afspelen, maar ook in andere sectoren, zoals de landbouw of horeca. Het gaat om zulke slechte arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, dat er mensenrechten door in het geding zijn. Ook strafbaar als mensenhandel zijn gedwongen criminaliteit en orgaanhandel (Comensha, z.d.). Het kan bij mensenhandel in de seksindustrie gaan om dwang tot (waarbij de benadeelde nooit vrijwillig koos voor werk in de seksindustrie) en uitbuiting binnen (waarbij een sekswerker binnen diens context kiest voor sekswerk maar financieel wordt uitgebuit en afhankelijkheid wordt misbruikt) en variaties daartussen. Er wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen sekswerk, vanuit vrijwilligheid en zelfbeschikking, en mensenhandel waarbij dwang tot werk in de seksindustrie plaats vindt. Slachtoffers van mensenhandel die zijn of werden gedwongen tot seksuele diensten tegen betaling kunnen dan ook niet als sekswerkers worden beschouwd.

Omdat deze groep echter ook een belangrijk perspectief kan geven ter beantwoording van de onderzoeksvragen zijn mannen of jongens die zijn gedwongen tot betaalde seksuele diensten binnen dit project niet buitengesloten van de onderzoekspopulatie ‘mannelijke sekswerkers in Rotterdam’.

Leeftijd

Het onderzoek richtte zich op verzoek van de gemeente in het bijzonder op jongens en jonge sekswerkers welke zich identificeren als man. Echter, oudere mannelijke sekswerkers kunnen eveneens beschikken over relevante informatie die inzicht geeft in het sekswerk veld. Er is op verzoek van de opdrachtgever in ieder geval onderscheid gemaakt in en bijzondere aandacht voor de volgende leeftijdscategorieën: ○ ○ ○ ○

tot 18 jaar 18 tot 23 jaar 23 tot 28 jaar 28 jaar en ouder

13

deel i

1 Inleiding

Onderzoeksgebied

de gemeente Rotterdam. Het onderzoek richt zich op jongens/mannen in de seksbranche, die in Rotterdam wonen, daar klanten werven en/of klantcontacten hebben.

1.2 Nota bene: gender en identiteit Onderzoekers onderschrijven de relevantie van onderzoek naar de perspectieven en ervaringen van sekswerkers en herkennen dat daarbij relatief weinig aandacht bestaat voor sekswerkers die zich identificeren als man. De opzet van het onderzoek naar ‘mannelijke’ sekswerkers volgens het binaire gendermodel (man/ vrouw) kan echter op gespannen voet staan met de visie binnen onze werkpraktijk op gender. Vanuit Humanitas ESSM werken wij vanuit het gegeven dat gender een spectrum is, waarin de interne ervaring, de externe expressie en de biologische kenmerken van gender niet altijd op één lijn liggen. Wij ondersteunen dit uitgangspunt en het principe dat het binaire man/vrouw stelsel slechts de twee uitersten zijn van het genderspectrum. Naast PMW behoren o.a. LHBI+- en Transsupport tot het ESSM, waardoor het voor ons belangrijk is dat er aandacht is voor het gehele genderspectrum en de beperkende en schadelijke impact van een sec binaire benadering betreffende gender. Onderzoekers hebben gepoogd hiermee om te gaan door zo inclusief mogelijk de term ‘mannelijke sekswerker’ te benaderen en door binnen contacten bij veldwerk en tijdens de interviews ruimte te blijven geven aan uitingen anders dan een binaire cis-man identiteit.

Zoals bij de inleiding van dit hoofdstuk al is aangegeven, kunnen de (sociale) identiteiten - als sekswerker, als homoseksueel, als biseksueel, als man die mogelijk slachtoffer is of kan worden - worden geassocieerd met stigma. Bij iemand die wit is en uit de middenklasse komt, kan het wellicht vooral gaan om de hier genoemde identiteiten, maar voor anderen kunnen andere identiteiten een even grote of zelfs grotere impact hebben. Meer identiteiten zoals etniciteit, religieuze identiteit en klasse en de intersecties daartussen kunnen echter een rol spelen (NSWP, 2014). Een respondent kan bijvoorbeeld een drempel ervaren in contact leggen met hulpverlening of politie: dit kan in verband staan met ervaren of geanticipeerd stigma op sekswerk, maar kan tevens vermengd zijn met ervaren of geanticipeerd racisme. We willen dan ook uitdrukkelijk benadrukken dat naast het sekswerk, gender en seksuele oriëntatie - de aspecten die het meest centraal staan binnen dit onderzoek - veel meer intersecties impact kunnen hebben op het leven en de ervaringen van de onderzochte groep. Bij de hier genoemde identiteiten is vanzelfsprekend geen sprake van een uitputtende opsomming.

14

deel i

2 Methodologie

2 Methodologie In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier we antwoorden hebben gevonden op de onderzoeksvragen. We geven de rationale voor het doen van kwalitatief participatief onderzoek en we bespreken waarom we onderzoekgegevens hebben verzameld via interviews. Ook zetten we uiteen wat participatief actieonderzoek is, waarom we hebben gekozen voor deze manier van onderzoek doen en hoe we hieraan vorm hebben gegeven. In dit hoofdstuk geven we tevens aan welke respondenten er bij ons onderzoek betrokken zijn geweest en hoe we met hen in contact zijn gekomen. Ook lichten we toe hoe we onze onderzoeksdata hebben geanalyseerd. Vervolgens gaan we in op de validiteit en de representativiteit van onze onderzoeksuitkomsten en tenslotte op de ethische afwegingen. 2.1 Kwalitatieve participatieve aanpak Om inzicht te krijgen in de leefwereld van jongens en mannen in Rotterdam die werk(t)en als sekswerkers hebben we gekozen voor een kwalitatieve benadering. De rationale hiervoor is dat kwalitatief onderzoek diepgaand inzicht geeft in de gevoelens, ervaringen en opinies van respondenten binnen de context van hun werk en hun leven (Holloway en Wheeler, 2002). Kwalitatief onderzoek bood ons daarnaast de mogelijkheid om flexibel in te spelen op de feedback van deelnemers en op de inzichten die in de loop van het onderzoek zijn ontstaan.

Zoals te zien zal zijn in de volgende hoofdstukken hebben wij onze kwalitatieve data aangevuld met kwantitatieve gegevens. Dit kwantitatieve deel bestond uit een inventarisatie van het online aanbod van betaalde seks. Dit kwalitatieve onderzoek was daarnaast van participatieve aard. Als onderzoeks- team vonden wij het bijzonder belangrijk om dit onderzoek op participatieve wijze uit te voeren. Participatief onderzoek naar sekswerk is een onderzoeksmethode waarbij de studiepopulatie intensief wordt betrokken (Van der Meulen, 2011). Deelnemende sekswerkers maken op een gelijkwaardige manier uit van het onderzoeksteam, zijn betrokken bij alle facetten van het onderzoeksproject en worden hier op een gelijkwaardige manier voor beloond. Binnen participatief onderzoek wordt gebruik gemaakt van verschillende kennisbronnen zoals propositionele kennis (wetenschappelijke inzichten en theoretische kaders), praktijkkennis en ervaringskennis in de vorm van (collectief gemaakte) zelf doorleefde ervaringen of ook wel ‘lived experiences’. Hierbij staat in het bijzonder de overtuiging centraal dat de perspectieven van de personen wiens leven en werk het betreft - in het geval van dit onderzoek sekswerkers die identificeren als man – bij zullen dragen aan een beter begrip van de sociale context plus hun capaciteiten en hun stem waardeert (Groot, Haveman en Abma, 2020).

Hiermee is het waarschijnlijker dat deze vorm van onderzoek een daadwerkelijke sociale impact kan maken (Dedding e.a., 2020). Binnen dit onderzoeksteam waren aanwezig:

15

deel i

2 Methodologie

ervaringskennis uit sekswerk en de sekswerk community, ervaringskennis vanuit de Rotterdamse LHBTIQAP+ community (hierna queer community genoemd), propositionele kennis over zowel het discours rond sekswerk als wel het doen van (praktijkgericht) actieonderzoek en praktijkkennis vanuit de sociaal werk praktijk gespecialiseerd in veldwerk naar en ondersteunen van sekswerkers in het bijzonder in de grootstedelijke Rotterdamse context. Participatief (actie) onderzoek verbetert de representativiteit en bruikbaarheid van de onderzoeksuitkomsten en verhoogt het vertrouwen van sekswerkers om eraan mee te willen werken. Door negatieve ervaringen uit het verleden hebben veel sekswerkers een negatieve houding ten opzichte van onderzoek naar hun community (Wahab, 2003, Jeffreys, 2009 en Van der Meulen, 2011). Sekswerkers geven aan dat stereotypen en vooringenomenheid maken dat onderzoekers onderzoeksvragen formuleren die zij als stigmatiserend ervaren. Vaak is dergelijk onderzoek opgesteld vanuit een radicaal feministisch standpunt waarin sekswerkers a priori worden gezien als slachtoffers. Deze partijdigheid maakt dat onderwerpen die wél belangrijk zijn voor sekswerkers onderbelicht blijven (Van der Meulen, 2011).

Naast de keuze voor de onderzoeksfocus, kan misinterpretatie van onderzoeksgegevens leiden tot een ‘production of knowledge that many sex workers claim does not reflect their realities’ (Wahab, 2003, p. 626). Dergelijke uitkomsten kunnen een negatief impact hebben op sekswerkers, bijvoorbeeld wanneer op basis hiervan contraproductief beleid wordt geformuleerd (Jeffreys, 2009). Hoewel het flexibele semi-gestructureerde onderzoeksontwerp sekswerkers reeds ruimte geeft om enige invloed uit te oefenen op ons onderzoek, hebben wij de effectiviteit en de representativiteit van ons werk nog verder vergroot door ervaringsdeskundige mede-onderzoekers in dienst te nemen die hun kennis en ervaring mee hebben genomen binnen alle stappen van het onderzoek. Hiermee nam het risico op een eventuele bias af. Tevens droeg de inzet van peer onderzoekers bij aan de toegang tot de doelgroep. Dit was niet alleen het gevolg van het gegeven dat een sekswerker beter weet waar de doelgroep zich bevindt en hoe deze bereikt kan worden. Een deel van de respondenten bleek eveneens meer geneigd om in te gaan op een interview dat mede wordt uitgevoerd door een collega sekswerker. De peer onderzoekers hebben op hun beurt de kans gekregen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en om eigen kennis uit te breiden.

Peer-onderzoek heeft het potentieel om bij te dragen aan kansen op de formele arbeidsmarkt, waarbij werkervaringen uit sekswerk zelden gewaardeerd worden, aan zelfvertrouwen en zelfrespect en aan bevordering van sociale inclusie onder gestigmatiseerde en gemarginaliseerde groepen die vaak worden uitgesloten en geïsoleerd (Institute for Community Studies, z.d.). Helaas kon door praktische redenen ervaringsdeskundige versterking pas geworven worden en aan het onderzoeksteam worden toegevoegd nadat een deel van het onderzoeksontwerp en de financiering daarvan al met de opdrachtgever waren kortgesloten. Ook was het aantal uren waarbinnen deze ingezet kon worden

16

deel i

2 Methodologie

voor dit project beperkt. Dit zijn praktische begrenzingen in het onderzoek waarvan het heel goed mogelijk is dat deze een maximalisatie van het participatieve karakter van het onderzoek in alle onderzoeksfasen in de weg hebben gestaan (Dedding e.a., 2020). Met name de fase van onderzoeksinitiatie en -ontwerp is gedaan vanuit het perspectief van gemeentelijke beleidsmakers en sociaal werkers, waarbij – ondanks het streven om wel vanuit de belangen van de doelgroep te handelen – het specifieke perspectief van de doelgroep zelf in actieve en directe vorm ontbrak. Participatief onderzoek lijkt op participatief actieonderzoek (participatory action research: PAR), maar verschilt hiervan in zoverre dat participatief actieonderzoek tevens gericht is op sociale verandering gedurende het onderzoek. Eerder is reeds opgemerkt door onderzoekers (o.a. Dedding e.a., 2020) dat er verschillende vormen of gebezigde interpretaties van PAR bestaan waar in meer of mindere mate gelijke beginselen, motivaties en praktijken gevolgd worden. De principes van PAR kunnen dan beschouwd worden als een continuüm, waarbij er binnen een praktijk en diens omstandigheden naar een maximalisatie van participatieve en collaboratieve actie wordt gestreefd en waar ook door toepassing van slechts een deel van de kernprincipes van PAR er toch sprake kan blijken van ‘ripples of change’ (Dedding e.a., 2020).

Binnen dit onderzoeksproject zullen wij spreken van participatief onderzoek. Sociale verandering was niet het directe doel was van deze studie. Desondanks heeft er zich al wel bepaalde impact afgetekend bij de mannelijke sekswerkers die deelnamen aan dit onderzoek. We komen hier in hoofdstuk 7 op terug. Wij doken in reeds bestaande literatuur over mannelijke sekswerkers. Literatuur over mannelijke sekswerkers in Nederland is slechts beperkt aanwezig. Om verdergaand inzicht op te doen hebben we daarom onze literatuurstudie uitgebreid tot studies over sekswerk onder mannen in andere westerse landen. We hebben ons zowel gericht op wetenschappelijke bronnen als grijze literatuur. We zullen de uitkomsten hieruit leggen naast de bevindingen vanuit het veldwerk, interviews en de casuïstiek. 2.2 Data collectie De datacollectie voor het onderzoek vond op drie manieren plaats. Wij deden veldwerk op (mogelijke) fysieke en online ontmoetingsplaatsen voor mannelijke sekswerkers, we gingen in gesprek met jongens en mannen middels 20 semi-gestructureerde interviews en we bestudeerden aanvullend daarop aanwezige casuïstiek bij het PMW (Prostitutie Maatschappelijk Werk). Vanuit praktijkervaring van PMW en eerder onderzoek (o.a.

Van Went en Castelijns, 2018) is de kracht van outreachend veldwerk aangetoond, waarbij een hulpverlener/onderzoeker vanuit continuïteit vertrouwen uitstraalt en waarbij jongens indien gewenst anoniem kunnen blijven.

17

deel i

2 Methodologie

Datacollectie vond plaats in de periode oktober 2019 tot januari 2021. Een groot deel van dit onderzoek vond daarmee plaats tijdens de COVID-19 pandemie: in Nederland werden de eerste maatregelen, die ook direct sekswerkers raakten, half maart 2020 van kracht. 2.2.1 Online veldwerk Sekswerkers vormen een zogenoemde ‘moeilijk bereikbare doelgroep’. (Benoit et al., 2005; Boels, 2014). Ze verrichten gestigmatiseerde arbeid (Benoit et al., 2005; Koken, 2010) en opereren frequent buiten het gemeentebeleid. Dit geldt nog in het bijzonder voor mannelijke sekswerkers waarvoor nagenoeg geen vergunde werkplekken beschikbaar zijn. Er is in heel Nederland momenteel slechts één boysclub actief. Hier komen de eerdergenoemde negatieve ervaringen met onderzoek nog bij (Benoit at al., 2005). Een extra uitdaging was daarnaast dat de corona pandemie onze activiteiten belemmerde. Om al deze redenen hebben wij ons extra in moeten spannen om met de doelgroep in contact te komen. Vanuit bestaande literatuur en eigen praktijkervaring binnen PMW was reeds bekend dat het internet een plaats is waar veel contactlegging plaatsvindt tussen mannelijke sekswerkers en klanten (o.a., Brennan, 2017, Van Gelder, 2014, Krob, 2010, Los, 2014, MacPhail, Scott en Minichiello, 2014).

Vanuit de praktijkervaring van het Prostitutie Maatschappelijk Werk waren er reeds ervaringen met contactlegging via sites zoals Kinky, Bullchat en Boys4u. We horen en zien dat er naast advertentiesites en gay chatboxen in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van social media. We hebben er binnen dit project uitgebreid op ingezet om met name op nog minder verkende platforms zoals Grindr, Scruff, Planet Romeo, Instagram en OnlyFansveldwerk te verrichten. De onderzoekers tonen persoonlijke herkenbaarheid (naam, foto) maar maken ook altijd duidelijk vanuit welke context (organisatie, doelstelling) deze contact heeft met de persoon in kwestie. We merkten dat, hoewel de aanwezigheid op met name de online plaatsen waar nog niet veel organisaties actief zijn positief wordt ontvangen, de groep wel wantrouwig is: ‘eerst zien, dan geloven’. Wanneer er vragen komen, dan gaat dat - zeker in eerste instantie - vooral om praktische vragen en bijvoorbeeld niet om een luisterend oor of emotionele steun. De onderzoekers verkennen of er bij jongens en mannen waar zij contact mee krijgen vraag is naar voorlichting over bijvoorbeeld veilig werken, middelengebruik en regelgeving, aan sociaal-maatschappelijke ondersteuning bij hulpvragen en/of interventies bij eventueel gesignaleerde situaties van mensenhandel/uitbuiting.

Advies of informatie wordt waar van toepassing ter plekke gegeven en waar nodig wordt er doorverwezen. De gehanteerde aanpak was om niet alleen sec vragen over sekswerk of paydaten te beantwoorden, maar bijvoorbeeld ook open te staan voor vragen over bijvoorbeeld regelgeving en voorzieningen in Nederland en vragen over seksuele diversiteit en LHBTQ+. Hiermee wordt gewerkt aan betrouwbaarheid en laagdrempeligheid.

18

deel i

2 Methodologie

Zo benaderde een persoon in eerste instantie een van de onderzoekers/veldwerkers met een LHBTQ+ gerelateerde vraag, waarna hij een aantal maanden later terugkwam en toegaf ook contact te willen over zijn sekswerk. Onderzoekers nodigen daarnaast de doelgroep ook actief uit om hun verhaal en ervaringsdeskundigheid te delen. Daarbij gaat het dan niet alleen om ‘wat heb jij nodig?’ en ‘wat kunnen we voor jou doen?’ maar bijvoorbeeld ook ‘wat zie jij in dit wereldje’, ‘waar denk je dat anderen mogelijk behoefte aan hebben?’ en ‘ken jij nog plekken of personen waar we ons op zouden moeten richten?’ Waar van toepassing werd mannen of jongens gevraagd of zij hun kennis en ervaringen zouden willen delen in een interview, maar ook in de online gesprekken zelf werd dit soort ervaringskennis geoogst. Deze manier van benadering en gespreksvoering kan daarnaast bijdragen aan een gevoel van veiligheid in het gesprek doordat het niet direct over de persoon zelf hoeft te gaan en heeft tevens een empowerende werking ten aanzien van de expertise en kennis van de persoon in kwestie. 2.2.2 Offline veldwerk In de loop van ons onderzoek was het voor ons belangrijk om zowel een beeld te krijgen van de online als offline wereld waarin de mannen zich bevinden. Hiervoor hebben wij, naast ons online veldwerk, verschillende locaties bezocht en is er informatiemateriaal verspreid op verschillende locaties.

We bezochten in deze periode verschillende keren low-profile verschillende formele en informele (vermoedelijke) mannen-ontmoetingsplekken (MOP’s), zoals de Rozentuin, Kralingse Bos, Euromastpark en Ruiven om daar mogelijke signalen op te vangen en te werken aan zichtbaarheid en vertrouwdheid. Ook achtten we het belangrijk om de roze horeca bij het onderzoek te betrekken. Op deze locaties komt een deel van de queer community samen en wordt er veel gesproken, waardoor er misschien sneller signalen opgepikt kunnen worden. Ook kan het zijn dat mannelijke sekswerkers hier komen in hun vrije tijd. Tevens organiseerden onderzoekers maandelijks een men*meetup speciaal voor mannelijke sekswerkers bij Door2Door, het informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers van Stichting Humanitas. Voorbeelden van thema’s die tijdens deze avonden werden behandeld zijn uitwisseling van ervaringen rond klantenwerving- en branding en sekswerk en chemsex. Informatie over deze bijeenkomsten en over ander aanbod bij Door2Door zoals SOA-spreekuren werd dan weer gedeeld door onderzoekers tijdens online veldwerk. Ten behoeve van offline veldwerk is divers promotiemateriaal ontwikkeld, zoals flyers, posters en een website: zie ook bijlage 3.

Materiaal is verspreid bij de roze horeca, op MBO en HBO scholen, winkel Gaytoys, de SOA-poli/GGD, het AZC, opvang- en hulpvoorzieningen in Rotterdam voor jongeren die dak- en thuisloos zijn (geweest), het JIP en bij Humanitas locaties aan de Pieter de Hoochweg, Door2Door en The Hang-Out010, het LGBTQ+-huiskamerproject voor jongeren in Rotterdam.

19

deel i

2 Methodologie

Het offline veldwerk heeft veel belemmeringen opgelopen gedurende de COVID-19-pandemie. De kroegen en scholen waren veel gesloten in deze periode, waardoor ons fysieke promotiemateriaal minder onder de aandacht is gekomen en we minder mensen op fysieke locaties hebben kunnen bereiken dan we hadden gewild. Geplande evenementen op de Rotterdam Pride en met de LHBTQ+ studentenvereniging Erasmus Pride konden eveneens niet doorgaan. Naast meer low profile bezoeken aan de MOP’s en roze horeca was er tevens de intentie om tijdens de tweede helft van de onderzoeksperiode veldwerkbezoeken af te leggen, waarbij onderzoekers middels werkkleding juist herkenbaar zouden zijn als veldwerkers vanuit dit Humanitas project om te zien of dit andere reacties teweeg zou brengen. In verband met de beperkende maatregelen door de COVID-19-pandemie hebben we dit echter niet meer ten uitvoer kunnen brengen. Leden van het onderzoeksteam namen en nemen deel aan het Nederlands-Vlaams netwerk M$W en werden op uitnodiging geraadpleegd binnen de flexibele schil van het Coeus Field Lab Mensenhandel Jongensprostitutie. Ook sloot een onderzoeker aan bij een van de Chemsex Meetups Rotterdam door HivPort. Tevens was er regelmatig overleg met de Rotterdamse vertrouwenspersoon seksbranche en maatschappelijk werkers bij PMW.

2.2.3 Interviews Werving voor interviews vond plaats via het veldwerk, via verwijzing door hulpverleners van PMW en via de hierboven genoemde bekendmakingen. Bij de werving voor de interviews was een criterium voor deelname dat de respondenten identificeerden als man en in Rotterdam wonen of werk(t)en. Verder hebben we ons in het bijzonder gericht op respondenten van 28 jaar en jonger. We hebben juist geen exclusie criteria gehanteerd om de onderzoeksresultaten zo inclusief en divers mogelijk te maken. Zo waren er geen criteria voor wat betreft taal: interviews konden zowel in het Nederlands of Engels worden gedaan en waar nodig kon een professionele tolkdienst worden aangeboden. Verder boden we zoveel mogelijk flexibiliteit in het plannen van de interviews qua tijd en plaats en sloten we daarbij aan bij de voorkeuren van de respondent in kwestie. Ook konden respondenten hun voorkeuren aangeven door welke twee onderzoekers zij het prettig vonden om geïnterviewd te worden. Door middel van het afnemen van 20 interviews met mannelijke sekswerkers hebben we diepgaand inzicht op kunnen doen betreffende de leefwereld, ervaringen en opinies van de deelnemers. We hebben hierbij gekozen voor semi-gestructureerde interviews waarbij we een reeks standaard vragen hebben opgesteld die als richtlijn fungeerden en daar waar nodig konden worden aangepast (Noaks en Wincup, 2006).

Onze literatuurstudie, het inzetten van ervaringsdeskundige mede-onderzoekers en de reeds aanwezige kennis binnen PMW en het ESSM stelde ons in staat om relevante bespreekpunten te verzamelen. Gedurende de

20

deel i

2 Methodologie

loop van het onderzoek hebben we de onderwerpenlijst verder doorontwikkeld aan de hand van voortschrijdende inzichten. De flexibiliteit van semi-gestructureerde interviews stelde ons in staat om tijdens interviews relevante thema’s verder uit te diepen. Tevens bood deze interviewmethode ons de mogelijkheid om de deelnemers voldoende ruimte te geven om te delen wat belangrijk voor hen is. Deze structuur past in het bijzonder bij deze vorm van onderzoek waarbij het opbouwen van respectvolle relaties met betrokkenen niet ondergeschikt wordt gemaakt aan het doel van dataverzameling (Dedding e.a., 2020). Verderop in dit hoofdstuk zullen we terugkomen op de onderzoeksethiek binnen dit project. Door middel van het stellen van follow-up vragen hebben wij ons er zoveel mogelijk van verzekerd de respondenten goed begrepen te hebben. De vragenlijst welke als richtlijn gold voor de gesprekken zijn te vinden in bijlage 2. De interviews vonden in de meeste gevallen plaats met twee onderzoekers en één respondent. We hebben voor deze interviewmethode gekozen omdat twee onderzoekers meer dan één onderzoeker hoort en weet te reageren, hetgeen tot rijkere data leidt. Ook werd op deze manier de kans vergroot dat de deelnemer met één van de onderzoekers een klik of vertrouwensband ervaart.

Tenslotte gaf het interviewen in duo’s de gelegenheid om via de dynamiek tussen de op elkaar ingespeelde onderzoekers een ontspannen gesprek te laten ontstaan. De onderzoekers maakten hierbij gebruik van gespreksvaardigheden en ‘people skills’ welke zij vanuit hun professionele ervaringen binnen sociaal werk en sekswerk opdeden. De interviews vonden zowel face-to-face als online plaats. Face-to-face interviews hadden de voorkeur omdat dit meer dan bijvoorbeeld een schriftelijke survey de mogelijkheid biedt om een band op te bouwen met de deelnemers, hetgeen ten goede komt aan de kwaliteit van de data (Rowley, 2012; Lo Iacono, Symonds en Brown, 2015). Tevens vergroten face-to-face interviews de mogelijkheid om non-verbale signalen op te vangen. De interviews vonden in eerste instantie met name offline plaats, veelal op locatie bij Door2Door, het informatie- en dienstencentrum voor sekswerkers van Stichting Humanitas. Dit onderzoek vond echter voor een groot deel plaats tijdens de COVID-19-pandemie. Om deze reden hebben wij tevens sekswerkers online geïnterviewd. Waar deelnemers hier de voorkeur aan gaven, bleven offline interviews, met inachtneming van de op dat moment geldende coronamaatregelen, mogelijk.

We merkten echter ook dat voor een deel van de respondenten de mogelijkheid om via videobellen of online vergaderplatforms mee te werken aan een interview laagdrempeliger en daarmee aantrekkelijker werd (Lo Iacono, Symonds en Brown, 2015). Hierin speelden factoren tot het kunnen bewaken van de eigen privacy en logistieke redenen een rol. Respondenten kregen een kleine vergoeding van 30 euro als tegemoetkoming in hun tijd en eventuele reiskosten: zie hierover verder eventueel ook paragraaf 2.5 met ethische overwegingen. De respondenten werden aanvullend hierop begin februari 2021 tevens uitgenodigd voor twee online focusgroepbijeenkomsten waar concept uitkomsten van

21

deel i

2 Methodologie

de analyse werden gedeeld en om reacties werd gevraagd in het bijzonder over een aantal nog ambigue punten. Verder werd hen om aanvullende inzichten of aanbevelingen gevraagd. Van de 20 respondenten namen hieraan 9 respondenten deel: 4 in een Engelstalige bijeenkomst en 5 in een Nederlandstalige. Aanvullend daarop was er nog een respondent die bezwaren had tegen deelname aan een groepsbijeenkomst, maar die in een individueel contact met onderzoekers feedback en reacties heeft gegeven. De uitkomsten uit deze bijeenkomsten zijn tevens verwerkt in deze rapportage. 2.2.4 Casuïstiek PMW Zoals beschreven werden er ook via de hulpverleningscontacten van de maatschappelijk werkers bij PMW respondenten geworven voor het onderzoek. Echter bleek het niet altijd mogelijk om personen te interviewen. Redenen hiervoor konden zijn dat mensen zich in een zodanig opslokkende persoonlijke situatie bevonden dat er geen ruimte of interesse was om aan een dergelijk onderzoek mee te werken, of omdat iemand niet meer bereikbaar was. We meenden echter dat juist ook deze casuïstiek een verrijking kan vormen voor de uitkomsten van dit onderzoek. Er bleken 9 dossiers te zijn die bekend waren bij PMW binnen de periode van datacollectie (oktober 2019 tot januari 2021) van jongens/mannen waarbij sprake was van betaalde seksuele dienstverlening, maar waarbij er geen interview plaatsvond.

Informatie werd geanonimiseerd vergaard middels mondeling overleg met en/of schriftelijke informatie vanuit de betrokken hulpverlener. De informatie is daarmee dan ook onvermijdelijk beperkter dan de informatie over de cases van de geïnterviewde respondenten, maar desondanks waardevol. 2.3 Data-analyse Ten behoeve van de inductieve analyse van de data uit de interviews en de PMW casuïstiek werd gebruik gemaakt van open codering (Van der Donk en Van Lanen, 2015) via het onderzoekssoftwareprogramma MaxQDA. Data vanuit veldwerk werd deels handmatig kwalitatief gecodeerd en deels kwantitatief geanalyseerd. De analyse binnen het MaxQDA-project of de codeboom kunnen onder voorwaarden op verzoek eventueel geanonimiseerd toegankelijk worden gemaakt wanneer meer navolgbaarheid gevraagd is. Gezien het relatief kleine aantal respondenten en daarmee de beperkte generaliseerbaarheid (zie ook de volgende paragraaf) zullen we bij de onderzoeksresultaten vrijwel geen frequenties of percentages weergeven. Kuckartz en Rädiker (2019) geven aan dat hier bij kleine populaties (n<30) heel terughoudend mee om moet worden gegaan. Smaling (2009) benadrukt dat kwalitatief onderzoek, meer dan de prevalentie van verschijnselen, de diversiteit van de populatie/doelgroep dient te beschrijven. Kwantitatieve gegevens kunnen daar onderdeel van uitma-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=299566d2-6b32-4cc8-9b7e-80e84e898d5c