[22bb004999] Bijlage 2 behorende bij 22bb4997 - NPRZ, tot hier en nu verder
Tekst van het document
NPRZ, tot hier en nu verder (P)review Nationaal Programma Rotterdam Zuid
NľxS
■'.'J ' Vit)
;v»ĵ-
'ţ/x
o JÉ M
» -
Contact Van de Bunt Adviseurs De Boelelaan 32, Amsterdam 020-6421134 www.vandebunt.nl
11 juli 2022
Halverwege het Nationaal Programma Zuid blikken we terug op de grootste stedelijke vernieuwingsaanpak van Nederland en blikken we vooruit naar de tweede helft, om lessen te trekken voor Rotterdam (en de rest van Nederland).
Inhoud 1.
Inleiding Aanleiding voor deze midterm (p)review Aanpak van de midterm Opbouw van dit verhaal Deze midterm in zeven conclusies en zeven aanbevelingen
5 5 5 5 6
DEEL 1 REVIEW
9
DEEL 2 PREVIEW
31
2.
Wat is er gebeurd? Kansen voor kinderen op Zuid: thuis en op school Aan de slag: perspectief op werk Wonen: strijd en stille voortgang Veiligheid op Zuid
11
5.
Wat is nodig? Zuid in ontwikkeling Aansprekende ambities De praktijk van het bureau NPRZ Coherente bestuurlijke basis onder de aanpak
32 33 33 34
Wat is er veranderd? Resultaten tellen: wat is er bereikt? Veranderingen in de context Ambities en maakbaarheid
21 21 24 25
Bewoners bondgenoten Aansluiten om eigenaarschap van bewoners te versterken Praktisch organiseren van bondgenootschap met bewoners
36
Een doorbraak voor wonen De maatschappelijke opgave Reguleren, handhaven, opkopen en opknappen
40 40
8.
Kansrijk opgroeien op Zuid Een goede start: goed op school komen Scholen ontzorgen Aanvullende maatregelen
42 43 43 43
9.
Ontwikkeling ondermijnd? Het belang van veiligheid Programmatische aanpak Veiligheid in samenhang met partners in de wijk
44 44 45
10. Het Nationaal Programma de wijken in Agenda per wijk Structuurversterking in de wijk Werkprincipes de wijken in
46 47 48 48
11. Tot slot
49
Colofon
50
3.
4.
De structuur van het programma Structuur Rolverdeling bestuur en programma directeur Positie bestuursleden Werkwijze
12 16 18 19 6.
26 27
7.
27 28 30
Rapport NPRZ, tot hier en nu verder Uitgebracht aan Bestuur NPRZ (P)review Nationaal Programma Rotterdam Zuid 11 juli 2022 Martin van Rijn
-
3-
34
37 39
41
45
/■3 ^©'J (R6®'!L\į^a^Äj^ ŕy ft fjoç nets {vnvooioeHj
Lļ?V' Cfõįu5 ^ Oe'dfêM&Ù Aanleiding voor deze midterm (p)review im
oe
li'ch
W lĴ K
mVEEL NEE/A -
řřMZAAfvlHflD
W0OAÖEN WCAuj
T IcVg- 2-AlceA/ nìEt
OükAj
oJtXc*\
lift
Met iNvŗj. j "Çyil NbE-w f\r z\ziû
Cw.^
äjL
PPAUFlRS
jt irw^My
(ofH MFf/ ^ T«? OöT/v L
yoüų
1. Inleiding
M7 ũIodí/
0/mN
TRIM )WA -
Li m r
SċUM-Kyv
WAAR- dŕ Nirr flVTR NIET &OE0 vPRA-AT .
ĴOŐ'HIA* '^ŗīX)N
KTfc 6^T Hl/ IS
rv
\ íbooaĩİüîí.
Her
Ü“'Si
IS
ĉrř S ć OTPW
DeUfc O Pf IV/ e^uivĄMũĩh
xC^
i L-Ą/Ą 6r r —
ordtk'U&kft
Hu-5
iKllĩlfìT tFKMCff/
bćĉ Ifl
WEMC^M A/tN /vie i
Af '5 am ckPJLwjícl
(yo-imp^oìvuuy&A' J
y^įZ
m
nr.
t\lt N utMft Z'W
řľí^
eC-fc-
me om rkMí^ \ fm/ÃTÕu KMCttr JkdUANu KčNMEA/
KAA/J-E/t
Aţfŗ
saven Ĉ4A. CLeuA^ Vdl ŕr ka- \pouL
jg moer Jf jv\ 0 K) 0 VlOuűEN
om t'ĉrve&e
VR^fţç
Tp SPG-fMA(çrA/ LOSSE
FLOOPctfS S QAAaJVuu/ piOCu lUrORnrtTie
MŌOmiEl^JiMCr
KOrr
0F ĨETR. LLe,rnoc m*M*U
ļ is er 'ere ^öihm
Het bestuur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) heeft na tien jaar besloten de aanpak tegen het licht te houden. Wat is er gebeurd, wat is bereikt? Wat is nodig om de gestelde ambities te realiseren? Die drie vragen vormen de kern van deze review, die gaandeweg (p)review is gaan heten, omdat we uiteindelijk terugkijken om vooruit te blikken. Doel van de midterm is lessen te trekken uit de veelheid aan ervaringen. Deze lessen hebben betrekking op de effectiviteit van de gekozen aanpakken, op de manier waarop het programma is georganiseerd, op de governance en op de wisselwerking tussen het programma en haar omgeving. Dit beeld is niet bedoeld als beoordeling, maar als les. In de review staat dan ook niet de foto centraal 'Waar staan we nu?' maar de tìlm 'Welke beweging zien we?' Dit leidt tot de blik vooruit: hoe zien wij het vervolg?
Aanpak van de midterm
RELATIE JOMCrfìLfU
In februari 2011 zag het rapport Kwaliteitssprong Zuid, Ontwikkeling vanuit kracht het licht. Dat rapport, van de hand van Wim Deetman en Jan Mans, vormde het begin van de grootste stedelijke vernieuwingsaanpak in de geschiedenis van Nederland. Groot als het gaat over het gebied, met ruim 200.000 inwoners vergelijkbaar met een stad als Eindhoven. Groot als het gaat om de tijdshorizon, 20 jaar. Groot in haar reikwijdte; wonen, onderwijs, werk (en later) veiligheid. Het is ook groot als het gaat om het aantal partners. Het is een nationaal programma waar inmiddels Rijk, gemeenten, woningcorporaties, werkgevers, zorg, politie en justitie samen aan één tafel zitten. De reikwijdte van het programma is een weerspiegeling van de opgave: er is veel te doen op Zuid. De vraag is hoe de aanpak uitpakt.
-tvî^U
Om een goed beeld te krijgen, zijn binnen de vijf pijlers Wonen, Thuisbasis op orde, Werken, School en Veiligheid onderzoeken gehouden. In het colofon treft u een overzicht van de onderzoeken en de onderzoekers aan. Martin van Rijn, voorzitter van Aedes, is gevraagd om als onafhankelijk reviewer uit de onderzoeken en een aanvullende reeks van circa 25 gesprekken een beeld te vormen van het programma NPRZ. De interviews zijn zowel gebruikt om terug te blikken als om vooruit te kijken. Van de Bunt Adviseurs is gevraagd het proces te begeleiden en op bepaalde thema's aanvullende verkenningen uit te voeren. Deze aanvullende verkenningen zijn in het bijzonder gedaan voor bewonersbetrokkenheid, doorbraak
pijler Wonen en Kansrijk opgroeien op Zuid. Waar in dit onderzoek over 'wij' wordt gesproken, betreft het de voorzitter en de penvoerders van dit rapport gezamenlijk. Bij de uitvoering van de midterm (p)review is volle medewerking verleend door zowel het NPRZprogrammabureau als het NPRZ-bestuur. Vanuit bestuur hebben Carolien Gehrels en Dick van Well bijgedragen aan de klankbordgroep (verdere samenstelling zie colofon). Evenzeer is met alle partners in de verschillende pijlers op een open en constructieve wijze samengewerkt. Aan alle betrokken is daarom veel dank verschuldigd voor de plezierige en professionele samenwerking.
y(km. ^rtL
{H^ll(nŴ«5
(kjL tkJLUSĩ,
SAittVHtfliLKrtťTlO
c c?0 0 meNT/rì ũ O Ű*J O O
\
trp
zLa
I
\j\T \if
w e?
c
vjev^vj
À (.erop
^ TV T rį~A/
Va
ïW'/s'A-ÏV, ■
O-#
Opbouw van dit verhaal
N Pk2 bi//^ íe ftieEsre ft
-
4-
'/O PS: vee Meuren K de tobb
y S5eí burg 1^ KMMVì/vJĨllen/ Avrveo Klief
Deel 1 van dit onderzoek - de review - geeft antwoord op drie vragen: wat is er gebeurd, wat is er veranderd en wat is bereikt? Deze vragen worden per pijler beantwoord in de hoofdstukken 2 en 3. Vervolgens staan we in hoofdstuk 4 stil bij de structuur, de rolverdeling programmadirecteur (Marco Pastors) en bestuur, de positie van het bestuur en de werkwijze. Kortom, de governance. In deel 2 richten we de blik naar voren. In hoofdstuk 5 geven we een eerste aanzet op de vraag 'Wat is nodig?'. In de vervolghoofdstukken komen we tot een
nadere uitwerking van het antwoord op die vraag voor verschillende thema's. In hoofdstuk 6 geven we richting aan een zinvolle wijze om bewoners te betrekken. In hoofdstuk 7 werken we op hoofdlijnen een doorbraak uit voor een grondige aanpak van de particuliere voorraad. In hoofdstuk 8 verbinden wij Thuisbasis op orde en School tot een schets van een samenhangend programma 'Kansrijk opgroeien op Zuid'. In hoofdstuk 9 staan we stil bij ondermijning en in hoofdstuk 10 - tot slot - geven we een aanzet om op wijkniveau meer samenhang in strategie en uitvoering te brengen.
5-
Deze midterm in zeven conclusies en zeven aanbevelingen
ZEVEN HOOFDCONCLUSIES
Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) leeft volop na tien jaar. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Na sociale vernieuwing, grotestedenbeleid en Vogelaarwijken, die allen minder dan tien jaar hebben bestaan, is de vitaliteit van het Nationaal Programma een prestatie op zich. De aanpak heeft daarmee de lange adem gekregen die Deetman en Mans bepleitten in hun rapport. Nu is het zaak vol door te zetten. Dat vraagt om het continueren van het concrete commitment van alle partijen. Er worden op drie niveaus aansprekende resultaten geboekt. Als je vraagt: wat wordt er gedaan? Partners houden zich aan hun afspraken (input). Als je vraagt: wat wordt er geleverd? Woningen worden opgeknapt, baangaranties gerealiseerd, schooldagen verlengd en louche bezit aangepakt (output). Als je vraagt: wat wordt er bereikt in de samenleving? Het gaat beter met veel mensen op Zuid dan tien jaar geleden. Meer mensen komen aan het werk, schoolprestaties verbeteren en de woningvoorraad verbetert. De geboekte resultaten (outcome) komen redelijk in de buurt van de ambitie die voor de eerste tien jaar was gesteld (25% van de uiteindelijke ambitie). Sommige resultaten op 'outcome-niveau' blijken ook kwetsbaar, als het tegenzit, bijvoorbeeld door corona, raakt dit de leerlingen op Zuid extra hard. Kwetsbaarheid van de resultaten werpt ook licht op het belang van structuurversterking.
Denk aan het aantal banen dat bereikbaar is voor de bewoners, aan differentiatie in economische activiteiten. Denk ook aan iconische projecten die, mits goed verbonden met de inwoners, kunnen bijdragen aan de aantrekkingskracht van het gebied. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn Cultuur&Campus en Feyenoord City. De kans dat met het voortzetten van de huidige aanpak de komende tien jaar de resterende 75% wordt gerealiseerd, is klein. Tegelijkertijd is er geen reden om de ambities te verlagen. Iedereen verdient kans op een goede opleiding, een waardig bestaan, een veilige omgeving en een goed thuis. Dat kan niet worden opgegeven voor de inwoners van Rotterdam-Zuid. Wel is er aanleiding om de doelen op enkele punten te actualiseren. Zo is een woonmarkt zonder plek voor de middenklasse geen lonkend perspectief. Op terrein van ondermijning is een bindende ambitie belangrijk, bijvoorbeeld het significant verlagen van de kans dat jongeren dader of slachtoffer worden van criminaliteit. Dat kan geconcretiseerd worden met het sterk verlagen van het aantal jongeren dat (een tweede keer) met politie/justitie in aanraking komt. De structuur waarin wordt gewerkt - bestuur NPRZ met de gekozen stakeholders, een klein programmabureau en vasthoudend sturen op de afgesproken aanpak - werkt. Deze governance is ook persoonsafhankelijk.
Die afhankelijkheid vraagt niet om aanpassing van de structuur, maar om alertheid op signalen en het goede open gesprek daarover met betrokkenen. Voor het realiseren van de gestelde ambities zijn niet alleen intensiveringen nodig, maar ook doorbraken en aanvullende strategieën. Denk bij intensiveringen aan begeleiding van de groep die nu steeds 'uit de arbeidsmarkt' valt. Denk bij doorbraken aan een stevige motor onder de aanpak van kwalitatief slechte (particuliere) woonvoorraad en de aanpak van het lerarentekort. En denk bij aanvullende strategieën aan een kansrijke en gezonde context voor kinderen die opgroeien op Zuid. Bewoners en het NPRZ staan in hun zorg en ambitie naast elkaar. Toch komt dit bondgenootschap niet vanzelf van de grond. Het is een opgave voor het NPRZ om samen met haar partners dit bondgenootschap vorm te geven, zodat de inzet en resultaten ook meer van de bewoners worden. Het gaat bij dit bondgenootschap niet om zeggenschap
-
6-
over vraagstukken van de overheid, maar om eigenaarschap over kwesties dicht op de huid van de bewoners. Denk aan vragen als: 'hoe kan ik mijn kind helpen zijn kansen te benutten?'. Dit bondgenootschap vraagt om iets anders dan klassieke participatie. Het zal veelvuldig, kleinschalig en aandachtig pionieren vergen. Dat kan alleen een succes worden als alle partners instappen op deze opgave.
ZEVEN AANBEVELINGEN
Actualiseer de ambities, zodat ze weer tien jaar mee kunnen: * Behoud betekenis van de ambities: we accepteren het niet dat je minder kansen hebt in Nederland door de plek waar je woont. * Voeg aan de ambitie bij wonen toe dat er voor iedereen een plek moet zijn. * Kies voor ambitie rond Thuisbasis op orde en School vanuit perspectief van het kind: op Zuid groei je van geboorte tot volwassenheid kansrijk op. * Stel in de ambitie rond Veiligheid het tegengaan van ondermijning centraal: de oorzaken van criminaliteit tegengaan, de negatieve gevolgen verminderen en de aantrekkingskracht verkleinen. Geef daarbij prioriteit aan ondermijning die kinderen en jongeren raakt. Kansrijk opgroeien: * Voeg aan programmatische aanpak van 0 - 4 jaar toe zodat kinderen taalvaardig, motorisch goed ontwikkeld en mentaal gezond op de basisschool komen. * Ontzorg scholen met zorg in de scholen. * Zet in op doorontwikkeling van de wijkteams. * Verminder het aanbod van kansarme opleidingen - vergroot de aantrekkingskracht van kansrijke opleidingen. Doorbraak ontwikkeling wonen: * Creëer nieuwe mogelijkheden voor aanpak van slechte exploitatie particuliere voorraad (handhavingsinstrumentarium) met wetgeving en handhaving. * Gemeente: koop deel van de particuliere voorraad op. Woningcorporaties: neem deze als aanpalend bezit over en knap dit bezit op.
* Vernieuw wijken vanuit het principe dat iedereen in de wijk kan blijven wonen. Dat betekent ook toevoegen middenkoop en -huur. Vernieuwing van wijken: De kans dat de verschillende pijlers elkaar versterken én er zinvolle verbindingen met de omgeving van het programma worden gerealiseerd, wordt groter door op de schaal van wijken aan de slag te gaan. De basis hiervoor is een agenda per wijk met opgaven op de volgende terreinen: * Inzet in samenhang op de vijf pijlers van het NPRZ. * Mogelijkheden voor structuurversterking. * Kwaliteit woonomgeving. * Werkprincipes om vaart en voortgang in realisatie van de wijkvisie te brengen. Versterken bondgenootschap met de bewoners: * Uitgangspunt: versterken eigenaarschap van de inwoner over zijn vraagstukken is leidend doel in het bondgenootschap. * Niet overnemen van, maar aansluiten bij verbindingen die partners hebben met bewoners. Denk aan woningcorporaties met huurders, scholen met ouders en leer lingen, bedrijven met werknemers. * Benutten ambities NPRZ om bondgenootschap te versterken, bijvoorbeeld: - Wonen: ruimte geven aan collectief particulier opdrachtgeverschap voor middeninkomen en seniorenwoningen. - Kansrijk opgroeien: ondersteunen initiatieven rond positief opvoeden. - Veiligheid: stimuleren signalering ondermijning.
-
7-
- Werken: mogelijkheden werkervaring en stages in de buurt. - Op geregelde basis afstemmen met de gekozen wijkraden over ontwikkeling van de wijken. Structurele basis voor komende tien jaar: * Behoud co-tìnancieringsprincipe: gemeente, Rijk en andere partners committeren zich financieel voor komende periode van tien jaar met een toets na iedere termijn van het uitvoeringsprogramma (vier jaar). * Maak per pijler afspraak op maat over betrokkenheid en inbreng politiek-bestuurlijke lijn (bewindspersoon - portefeuillehouder). Denk aan minister voor primair en voort gezet onderwijs voor aanpak lerarentekort in stedelijke vernieuwingsgebieden. Versterk daarmee de wisselwerking tussen lijn en programma. Leer en leid in de stedelijke vernieuwingsgebieden op nationaal niveau: NPRZ is een voorbeeld voor de aanpak in de 19 overige stedelijke vernieuwingsgebieden. Investeer in dit netwerk vanuit: * Gedeeld belang: versterken agenderingskracht en behartigen belangen kwetsbare gebieden en inwoners. * Gedeelde en verschillende praktijken: leren van elkaar, zowel in de overeenkomsten als in de verschillen.
DEEL 1
-
8-
-
9-
REVIEW
2. Wat is er gebeurd? In 2011 verscheen het rapport 'Kwaliteitssprong Zuid, ontwikkeling vanuit kracht'. De auteurs, Jan Mans en Wim Deetman, zetten hiermee de aanpak van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid in de steigers. Nog in hetzelfde jaar zetten tal van organisaties - waaronder het Rijk, de gemeente en de deelgemeenten, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, werkgevers hun handtekening onder Zuid Werkt! Dit nationaal programma Kwaliteitssprong Zuid verbindt diverse partners aan ambitieuze afspraken voor Zuid, afspraken die ertoe moeten leiden dat het grootste stedelijke vernieuwingsgebied weer volledig aangehaakt raakt bij de kracht en de dynamiek van de vier grote steden. Op het moment van tekenen, verkeerden Nederland en Europa in een diepe financiële crisis. Na de vraag of de banken het volhouden, is onduidelijk of zuidelijke lidstaten in staat zullen blijken hun financiële verplichtingen na te komen. De crisis trekt economisch en sociaal diepe sporen. Voor Rotterdam-Zuid komt dat boven op een langer lopende opeenstapeling van maatschappelijke problemen. Deetman en Mans winden er geen doekjes om: Ā. "jV? "Zuid kent een omvangrijke stapeling van sociaaleconomische problemen in het zwakste deel
•r - ?rr»'
- S»;
- - ar- J'y-:Q .;y -.
wm-
van de woningmarkt in Nederland. Deze stapeling is qua omvang en intensiteit ongekend op
/\\* m '
Nederlandse schaal. Het team vindt dat de schaal en de ernst van de opgaven vragen om een nationaal programma voor Rotterdam-Zuid. Een programma waar ook het Rijk zich intensief
' Íáť
en op alle pijlers aan verbindt. Rotterdam kan het niet alleen en moet het ook niet alleen willen doen. Stevige rijksbetrokkenheid is onontbeerlijk om op Zuid resultaat te boeken."
—': **e? ;įí-Jļ -*- - -- 'ļà*-*9^ì z 1 -3E‘a*5 TWi ,V '" , w* J&. *gŵf JP \*K* -
Over de ontwikkeling daarna kan een boek worden geschreven. Dat is vorig jaar (2021) ook gedaan door Pieter Tops en Willem van Spijker, 'Het verhaal van NPRZ'. Dit boek maakt
I’,/ !
inzichtelijk waarom het NPRZ werkt en wat er valt te leren van het NPRZ. De auteurs plaatsen
V ur
de financiële investeringen, bijvoorbeeld de gelden van de regiodeal in 2018 van in totaal C 130 miljoen, in het licht van de totale publieke middelen die op Zuid worden besteed (een geschat bedrag van C 4 miljard per jaar). Deze rekensom positioneert de werking van het programma. U \yi\* VM 1
\- *
Middelen en mogelijkheden zijn belangrijk, maar nog belangrijker is de focus die met het programma in de ontwikkeling van het gebied wordt aangebracht. Die focus kent drie + één brandpunten: School/Thuisbasis, Werken en Wonen. De plus één is Veiligheid. Hieronder gaan wij op alle pijlers nader in.
Noordereiland
-
10 -
-
11 -
Kansen voor kinderen op Zuid: thuis en op school Betere schoolprestaties en vakmanschap
Sinds de start van het programma kent de pijler School van het NPRZ twee overkoepelende doelstellingen. De eerste heeft betrekking op het realiseren van betere leerprestaties in het basis- en voortgezet onderwijs. Daartoe worden Children's Zones ingericht in de zeven focuswijken van Zuid. Dit zijn speciale zones vanuit scholen, waarin alles is gericht op het creëren van de adequate omstandigheden voor het (beter laten) leren van kinderen, zowel op school als thuis. De tweede doelstelling heeft betrekking op het opleiden van jonge mensen op Zuid voor het vakmanschap waar de arbeidsmarkt om vraagt en de jongere de meeste kansen biedt. Daarbij draait het in het bijzonder om sectoren als de zorg, de haven en de techniek. Doel is het stimuleren van kinderen/jongeren tot het volgen van een zo hoog mogelijke passende opleiding, met een goede kans op werk. Met het eerste uitvoeringsplan van de pijler School (2012 2014) wordt een start gemaakt met de daadwerkelijke uitvoering van de plannen en ideeën. Uitgangspunt daarbij is dat onderwijs en werk de belangrijkste motoren zijn van de sociale stijging van burgers. De belofte van de Children's Zone samen met Vakmanschap richt zich op het vinden van een goede baan in de toekomst. Daar wil het NPRZ voor zorgen.
De ambitie richt zich dus op specifieke talentontwikkeling, de hoogst haalbare leerprestaties en de zekerheid van een loopbaanperspectief. In het eerste uitvoeringsprogramma is dat als volgt geformuleerd: Zuid scoort in 2030 op hetzelfde niveau als het G4-gemiddelde en haalt - als tussenstap - in 2020 het gemiddelde niveau van Rotterdam. Tevens richt het NPRZ zich bij de start van het programma op het 'Kiezen voor Vakmanschap'. In het eerste uitvoeringsprogramma zijn de doelen op dit gebied als volgt geformuleerd: 35% van de mbo-leerlingen volgt een opleiding in de techniek en 15% van de mbo-leerlingen volgt een opleiding in de zorg. Stad en regio staan te springen om goed opgeleide vakmensen. Dat vereist dat de aanwezige talenten van jongeren op Zuid beter worden ontwikkeld, de voortijdige schooluitval wordt teruggedrongen en de diploma's worden behaald waaraan de arbeidsmarkt op de korte en de lange termijn behoefte heeft. In het tweede (2015-2018) en het derde (2019-2022) uitvoeringsplan blijven de lijnen overeind die in het eerste uitvoeringsplan zijn uitgezet. Doelen worden - waar dat nodig is - verder verdiept, verbreed of aangescherpt. De doelstellingen voor de Children's Zone en het Vakmanschap uit het eerste uitvoeringsprogramma blijven in het tweede programma gehandhaafd en in het derde plan vindt een verschuiving in de aandacht van een deel van het programma plaats.
Daar waar eerst de bevordering van
-
de kwaliteit en de professionaliteit van de school en de leerkracht centraal staan, wordt daarna meer aandacht gevraagd voor de aanpak van het lerarentekort. Dat tekort is op achterstandsscholen groter dan elders en heeft een grote impact op het bereiken van de doelstellingen van het NPRZ.
S&. S
* V.ĨLJ
Voor het realiseren van de doelstellingen van de Children's Zone zijn diverse interventies ingezet. Op de eerste plaats gaat dat over leertijdverlenging, lestijduitbreiding en dag programmering. Niet alle scholen blijken in staat direct aan de uitvoering hiervan te voldoen, maar inmiddels zijn de meeste scholen erin geslaagd de afgesproken tien uur extra lestijd (grotendeels) te verzorgen. r* Een tweede type interventies is het op orde brengen van de thuisbasis van kinderen. Excellente scholen zijn niet voldoende. Ook buiten de school dienen kinderen optimaal ondersteund te worden. Dit groeit uit tot een aparte pijler die wij hieronder apart bespreken. Naast deze twee primaire interventies, is ook gekozen voor het geven van structurele aandacht aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en de schoolcarrière van de leerlingen van Zuid. Daarbij gaat het onder andere om de profilering van vo-scholen op Zuid, met als doel het tot stand brengen van een sterk en gevarieerd vo-aanbod dat aantrekkelijk onderwijs verzorgt voor de bewoners. Ook de profilering van de po-scholen op Zuid is onderdeel van de kwaliteitsverbeteringsslag. In het Integraal Huisvestingsplan zijn bijvoorbeeld oplossingen bedacht voor de optimalisering van scholen en er wordt gekeken naar de mogelijke samenvoeging van scholen, als gevolg van de veranderende bevolkingspopulatie.
Verdere interventies zijn nog: het stedelijk programma 'Beste Leraren' (gericht op de aanpak van het lerarentekort); 'Rotterdams Goud' (gericht op het anders organiseren van het onderwijs); 'Ouderbetrokkenheid 3.0' (gericht op het stimuleren van de actieve ouderbetrokkenheid); 'Het Meesterlab' (gericht op de vraag wat leerlingen in Rotterdam-Zuid - naast dag programmering en School-Zorg-Teams - nodig hebben om zich cognitief, sociaal-emotioneel en qua brede vorming optimaal te kunnen ontwikkelen en welke interventies daarvoor het meest effectief zijn); 'Meer goede uren op school en in vrije tijd' (gericht op het stimuleren van de vroege en voorschoolse educatie van jonge kinderen, 2- tot 3-jarigen); 'Mentoren op Zuid' (gericht op het eenop-een begeleiden door studenten van schoolgaande kinderen en jongeren uit Rotterdam-Zuid op het gebied van talentontwikkeling, sociale- en studievaardigheden, zelfvertrouwen en loopbaanoriëntatie); en de 'Kennisagenda Rotterdam Children's Zone' (gericht op het aanbrengen van focus op taal in de veelheid aan thema's
12 -
WS^ŢVÄít-»-.*^ ļ'-JnĄ^.
— -
2* \
•ťv S
ľ 4-
ML
r^*V:
r -
*V
'~'-
Wt
^7
X ^
«k
JĶ
JLĽ± Tarwewijk
en vraagstukken, in samenwerking met schoolbestuurders, onderzoekers en lerarenopleiders). Voor de realisatie van de doelstellingen op het gebied van stimuleren van vakmanschap zijn eveneens diverse interventies gedaan. Op de eerste plaats hebben die betrekking op gerichte Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding (LOB). Het doel hiervan is leerlingen een opleiding te laten kiezen - en afronden - die niet alleen goed bij hen past, maar tevens resulteert in een aantrekkelijk (loop)baanperspectief. Dit gebeurde onder andere met behulp van de middelen (C 4,9 miljoen) uit het BRIDGEprogramma. Opleidingen met een AanDeBak-garantie bij de NPRZ-partners meegenomen in het LOB-programma, omdat de vraag naar personeel voor werkgevers almaar toeneemt. In het primair en voortgezet onderwijs zijn al met al goede slagen gemaakt in het aanbieden van LOBactiviteiten. Vanaf schooljaar 2017-2018 doet elke school op Zuid eraan mee, totdat de coronapandemie roet in het eten gooit.
geënthousiasmeerd voor en gestimuleerd in het kiezen voor een gerichte beroepsopleiding en een loopbaan in de techniek. Ook worden de technische vmbo-beroepsopleidingen geactualiseerd, zodat een hoogwaardig en toekomstgericht onderwijsaanbod beschikbaar is dat aansluit bij de vraag van werkgevers. Governance pijler School
De pijler School kent relatief veel participerende partijen. Zo'n vijfentwintig besturen van voorschoolse educatie en kinderopvang tot en met de Erasmus Universiteit nemen deel en het gebied kent ongeveer honderd schoollocaties. De diverse besturen en onderwijssectoren zijn vanaf het begin verenigd in de Onderwijstafel (OT). Hierin wordt de voortgang van het programma en worden de interventies besproken en worden besluiten geaccordeerd. Daarnaast is vanaf de start van de pijler School gewerkt met twee werkgroepen. Eén voor de Children's Zone en één voor Vakmanschap. Tevens is voor Vakmanschap vanaf het begin een programmaleider beschikbaar. De Children's Zone kent deze constructie niet.
Op de tweede plaats worden in het programma 'Tech op Zuid' - vanaf 2020 gefinancierd door het Rijk - jongeren
-
13 -
Bij de start van het Uitvoeringsprogramma 2019-2022 worden twee aanpassingen gedaan. Voor het verlichten van de druk op de uitvoering zijn twee stuurgroepen ingericht. Eén voor de Children's Zone en één voor Vakmanschap. Tevens is daarnaast voor de Dagprogrammering en voor de school-ondersteunende zorg een opgaveteam ingericht. Een belangrijke rol van het opgaveteam is het ontzorgen van de scholen. Verbinding met andere pijlers
De pijler School is onlosmakelijk verbonden met de andere pijlers van het NPRZ. Voor de Children's Zone geldt bijvoorbeeld een duidelijke verbinding tussen School en Wonen met betrekking tot de inzet voor het behoud voor Zuid van sociaal-stijgende gezinnen en het aantrekken van nieuwkomers met midden- en hogere inkomens. Achterliggend doel is het vergroten van de diversiteit van
de bevolkingssamenstelling van Zuid. Een meer diverse bewonerspopulatie heeft immers een positieve invloed op schoolresultaten. Zonder gericht beleid is de kans op segregatie op de scholen reëel. Hier ligt ook de komende jaren nog een opgave. Thuisbasis op Orde en Vrije Tijd zijn ook inherent verbonden met de pijler School. De zorg heeft moeite vroegtijdig en preventief bij gezinnen binnen te komen. De school vormt hierin een onmiskenbare 'vindplaats'. In het belang van de kinderen en hun welzijn en hun leerprestaties kan de school een partnerrol vervullen. De inschatting van de beginjaren van het NPRZ dat per school gemiddeld 50% van de kinderen behoefte heeft aan enige vorm van hulpverlening blijft overeind. De samenwerking tussen school en zorg wordt sinds begin 2022 met NPO (Nationaal programma Onderwijs)-
rijksmiddelen gestimuleerd door inzet van de SchoolZorg-Teams. Dat kan echter nog verder worden verbeterd, bijvoorbeeld met meer zorgcapaciteit op school. Kiezen voor vakmanschap is sterk verbonden met de pijler Werk. Uiteraard dient iedereen - net als elke jongere - een relevante opleiding af te ronden. Docenten en mentoren in het voortgezet- en beroepsonderwijs, het Jongerenloket, de zorg en hulpverleners en de welzijnswerkers dienen dezelfde AanDeBak-boodschap sterker uit te dragen naar ouders en leerlingen/studenten: met een AanDeBakopleiding heb je de zekerheid dat er een werkgever is die een baan - met goed salaris - voor je heeft. Tevens komen vraagstukken rondom veiligheid en ondermijning op verschillende manieren de school binnen. Zuid blijkt een aantrekkelijk gebied voor de ondermijnende criminaliteit. Het is de wens in de komende jaren de (relatief kwetsbare) jongeren te ondersteunen in het bieden van weerstand tegen de verleidingen van criminaliteit waaraan zij bloot staan. Dat vraagt om een lange adem op diverse domeinen, zowel curatief in de directe leefwereld van kinderen, jongeren en ouders, als preventief. Thuisbasis op orde
"
Sinds de start van het NPRZ ligt het zwaartepunt op de drie pijlers: School, Werk en Wonen. Om resultaten te boeken binnen deze drie pijlers is een brede aanpak nodig. Deze aanpak heeft de afgelopen jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt, naar een situatie waarbij de laatste jaren veel steviger en breder wordt ingezet op 'Thuisbasis op orde'. In de loop van tien jaar komt uit de diverse documenten een wisselend beeld naar voren als het gaat om de inzet om de 'thuisbasis op orde' te krijgen.
t5
V-w
In het derde uitvoeringsplan krijgt 'Thuisbasis op orde en vrije tijd' een eigen hoofdstuk en wordt een samenhangende aanpak gepresenteerd: De Brug. Deze aanpak geeft samen met Cultuur en Sport, richting aan de inzet in de jaren na 2019. Een samenhangende en brede opzet met de volgende strekking. De Brug is opgebouwd uit vijf pijlers: 'Een fijn huis', 'Lekker in je vel', 'Toekomst voor je kind', 'Grip op je geld' en 'Werken aan je toekomst'. In NPRZ-verband zijn de pijlers gericht op Wonen (Een tìjn huis), School (Toekomst voor je kind) en Werk (Werken aan je toekomst). Om deze doelen te halen moet elke bewoner de hele brug kunnen oversteken. Er worden effecten en beoogde resultaten benoemd op diverse gebieden: taal, schulden, functioneren op niveau, extra capaciteit van de wijkteams in NPRZ-gebied, het verbeteren van samenwerking zorg rondom de school, verbeteren samenwerking wijkteams en werkbemiddelaars, sociale inzet bij herhuisvesting bij herstructurering (grootschalige transformatie als vindplaats). De methodiek wordt door de werkbegeleiders in de Children's Zone (CZ) en door studenten in de CZ-wijken gebruikt. In het uitvoeringsplan 2019-2022 is cultuur een nieuw onderdeel. Zuid heeft een culturele infrastructuur die achterblijft bij stedelijke gebieden van vergelijkbare omvang.
Voor periode 2019-2022 wordt ingezet op twee samenhangende deelprogramma's: verhoging van cultuurparticipatie en het verder verkennen van de mogelijkheden voor een nieuw beeldbepalend Nationaal Cultuurwetenschappelijk Instituut (NCWI) op Zuid.
Hoewel het belang van een goede thuisbasis wordt onderkend, is er bij de start van het NPRZ nog geen sprake van een brede aanpak op dit terrein. De onderwerpen die nu vallen binnen 'Thuisbasis op orde en vrije tijd' vallen in die periode onder twee pijlers: School en Werk. Het gaat dan met name over wijkteams en schuldenaanpak.
w
focuswijken van het NPRZ-gebied is er ook een Children's Zone-aanpak door Frontlijn. Acht studententeams ondersteunen en ontzorgen onder professionele begeleiding de wijkteams bij hun werkzaamheden. Het doel is om de thuissituatie van gezinnen te versterken, de toekomstkansen voor kinderen van 0 tot 14 jaar in deze focuswijken te vergroten en deze gelijk te trekken met de rest van Rotterdam. Dat gebeurt onder andere door ouders vaardigheden aan te leren zodat zij een positieve en stabiele toekomst voor hun kinderen kunnen creëren. Ook wordt voor het eerst gesproken over de aansluiting tussen vrije tijd en sport en de wijkteams en jeugdzorg.
In het uitvoeringplan 2015-2018 is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar in een deel van de aanpak en de doelstellingen van 'Thuisbasis op orde': de wijkteams worden meer integraal van opzet en breiden steeds verder uit. Decentralisaties in het sociaal domein in 2015 zijn ook van invloed, omdat daarmee ook de opdracht van wijkteams is veranderd. Binnen de wijkteams van de
Thuisbasis op orde heeft zich ontwikkeld tot een essentiële schakel in de aanpak op Zuid. De veelheid aan projecten rechtvaardigt aandacht voor de samenhang van deze aanpakken met het programma als geheel. In deel 2, de preview, stellen wij Thuisbasis op orde in het licht van de dragende ambitie: Kansrijk opgroeien op Zuid.
Pendrecht
-
14 -
-
15 -
Aan de slag: perspectief op werk De pijler Werk heeft zich ontwikkeld tot een brede aanpak variërend van opleiden met baangarantie, werkgeversbenadering, leerwerkakkoorden, het verbeteren van aandacht voor werkzoekenden bij toeleiding en bemid deling naar werk en het wegnemen van belemmeringen. Daarnaast wordt ingezet op economische structuur versterking. De meetlat voor deze aanpak is het relatieve aantal inwoners op Zuid met een buig-uitkering ten opzichte van het Rotterdams gemiddelde. Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie.
groep met een afstand van maximaal twee jaar tot de arbeidsmarkt wordt een intensieve re-integratie-aanpak geagendeerd. Het programma Samen voor Zuid start formeel vanaf 2019, maart kent een aanloop vanaf 2017. Deze aanpak kent zes werkprincipes: 1. Meer persoonlijke aandacht voor Werkzoekenden door verlaging van de caseloads. 2. Werkzoekenden gaan niet langer van hand naar hand en van afdeling naar afdeling: er is sprake van één doorlopende arbeidsontwikkellijn. 3. De scheidslijn tussen werk en inkomen en maat schappelijke ontwikkeling wordt op aanpalende terreinen vloeiend. 4. Heronderzoeken en strikte handhaving van wet- en regelgeving uitkeringen. 5. Preventie van instroom. 6. Het oplossen van persoonlijke belemmeringen om aan het werk te gaan.
De kans dat iemand op Zuid afhankelijk is van een buiguitkering zou aan het einde van de looptijd van het NPRZ gelijk moeten zijn aan het gemiddelde van Rotterdam. De pijler kent op zijn beurt vier sub-pijlers: * Jongeren op weg naar een diploma. * Jongeren zonder werk. * Werkzoekenden met een uitkering. * Economische structuurversterking. Jongeren op weg naar een diploma worden geholpen met een AanDeBak-garantie. Deze aanpak combineert het starten aan een opleiding met een baangarantie. Die aanpak werkt op verschillende fronten. Opleidingsbedrijven zetten zich stevig in voor de opleiding en er is een netwerk van scholen en werkgevers op Zuid. Ook neemt de aantrekkelijkheid van een kansrijke opleiding hiermee toe. Dat draagt weer bij aan de ambities uit de pijler School. Opgemerkt wordt dat er wel meer omheen kan gebeuren om de resultaten te verstevigen, zoals het helpen van jongeren met schuldenproblemen. De bereidheid om hieraan bij te dragen, is aanwezig in het ontstane netwerk. Jongeren zonder werk worden geholpen met entreewerk en met leer-werkakkoorden. Er zijn in 2019 diverse leerwerkakkoorden gesloten, voor onder andere haven, MKB, energietransitie in de gebouwde omgeving, facilitaire dienstverlening en zorg. Het bereik van deze aanpakken is tot nu toe nog relatief beperkt. Ook ligt er een uitdaging om jongeren de bakens helpen te verzetten.
Zo oriënteren veel jongeren zich op de verkeerde banen, terwijl in haven en techniek de kansen groot zijn. De mogelijkheden in de haven zijn relatief onbekend en navenant onbemind. Voor werkzoekenden met een uitkering is het programma Samen voor Zuid ontwikkeld. In aanloop naar dit programma zijn diverse initiatieven ontwikkeld. Zo werden in 2015 4.500 uitkeringsgerechtigden benaderd voor hun terugkeer naar de arbeidsmarkt. In 2016 is ingezet op preventieve instroombeperking door functiegerichte scholing en duurzame werkarrangementen. Ook voor de
-
5y-V rţ: m
W s ŗ&yĩjm
A ft**
Voor economische structuurversterking worden vier hoofdlijnen gemarkeerd: 1. Het investeren in topsectoren van de regio. 2. Ontwikkeling gericht op de groeisectoren techniek en zorg. 3. Het benutten van arbeidspotentieel. 4. Het stimuleren van ondernemerschap.
I
5
Vooral in het uitvoeringsplan 2019 - 2022 wordt uitgebreid ingegaan op de structuurversterking. Daar worden ook diverse ontwikkelingen gemarkeerd. Met name Feyenoord City, Makerspaces, Tech/IT Campus ('make it happen') en een gevarieerd winkelaanbod. Over Feyenoord City wordt in het onderzoek opgemerkt dat bij een monoinvulling (alleen woningen) dit ook kan leiden tot structuurverzwakking. Als de haven inderdaad richting de Noordzee trekt, zoals al voorspeld in het rapport Deetman en Mans, wordt bereikbaarheid van werk een extra aandachtspunt in de economische structuurversterking. Erkend wordt dat aan economische structuurversterking eigenlijk te weinig is gedaan. De aanpak voert verder dan met de bespreking van de vier pijlers is geduid. In de eerste plaats is er met de aanpak een reeks aan partnerschappen, tussen werkgevers en onderwijs, tussen werkgevers onderling en binnen de gemeente tussen maatschappelijke ontwikkeling en werk en inkomen ontstaan. In de tweede plaats is in tien jaar tijd een praktijk ontstaan waarin veel kan worden uitgeprobeerd ('één groot field-lab') en tegelijkertijd strak wordt geanalyseerd. 'Projecten met weinig opbrengst hadden vaak wel een goede analyse waarom het niet lukte'.
Tot slot is er is een belangrijke bottom-line in de aanpak ontstaan, die één van de respondenten uit het pijleronderzoek als volgt typeert: "We pakken je op en laten je niet meer los".
16 -
** a 4*
ařŵ
Wijk Feïĵenoord, ontwikkellocatie Unileverterreïn
Met de pijler Werken zijn kortom goede resultaten geboekt, al blijken die ook kwetsbaar bij tegenwind zoals corona. Wie achter de resultaten ook naar de ontwikkeling van de werkwijze kijkt, ziet dat met een aanhoudende
en samenhangende ontwikkeling in de loop van de tijd het bereik is vergroot. Dat wil zeggen dat verschillende achtergronden bij werkloosheid en duurzaam aan het werk blijven, worden opgepakt.
17 -
Wonen: strijd en stille voortgang Voor de ontwikkeling van Rotterdam-Zuid is het belang van de pijler Wonen door Deetman en Mans als volgt gedefinieerd: "Een stad is pas succesvol als zij in staat is om de sociale stijging te faciliteren en het deel van de sociale stijgers met een stedelijke woonvoorkeur aan de stad te verbinden." Al werkend in het programma is dit belang meer gaan leven, het heeft zich verdiept en verbreed. Aan de hand van schrijnende voorbeelden van slechte particuliere verhuur is het belang verder verdiept naar de omstandigheden waarin mensen leven. Waar de woonkwaliteit achteruitgaat en de machtsverhouding verhuurder - huurder te ver scheeftrekt, kunnen die zelfs mensonwaardig worden. Dakloos raken doordat je door gezondheidsproblemen niet kunt werken, is een voorbeeld van die onwaardigheid. Het belang heeft zich ook verbreed, bijvoorbeeld naar de pijler School. In een wijk die fungeert als doorgangsbuurt, omdat iedereen die het kan zo snel mogelijk weer vertrekt, is het bijna ondoenlijk om goed onderwijs te geven. De klassen krijgen geen samenhang, ouders zijn niet met de school verbonden en leerkrachten raken uiteindelijk gedemotiveerd, omdat je niet duurzaam kunt bijdragen aan de ontwikkeling van een kind.
De aanpak van de pijler Wonen is in de praktijk gebaseerd op vier hoofdlijnen: 1. Een kwaliteitsimpuls voor verouderde woningen door aanpak kwetsbare voorraad. 2. Het vergroten van het woningaanbod voor midden- en hogere inkomens door nieuwbouw en transformatie. 3. Sturing op instroom van bewoners door extra aandacht voor sociale stijgers, het reguleren van instroom en handhaving, kwaliteit particuliere verhuur. 4. Meer diversiteit door aparte ontwikkelstrategieën voor Kop van Zuid, oude stadswijken en tuinsteden. In het pijleronderzoek Wonen 2022 wordt daarnaast gewezen op aantrekkelijke woonomgeving door her inrichting van de openbare ruimte en goede bereikbaar heid, maar beiden zijn vanaf het eerste uitvoeringsprogramma niet eigenstandig als programmalijn opgepakt. Wie achter die hoofdlijnen naar de daad werkelijke activiteiten kijkt, ziet dat vooral is gekozen voor een inzet op de kwaliteitsimpuls, het vergroten van het woningaanbod door nieuwbouw en transformatie en aanpak op buurtniveau. Die keuze is gemaakt om effectiever te zijn in de aanpak en ontwikkeling.
1
Ë&EŠ
IWÍIKjľ
Beeldbepalend voor de pijler Wonen is strijd. Over de rechten van bewoners bij de herontwikkeling van de Tweebosbuurt, over artikel 8 van de 'Rotterdamwet' (die het mogelijk maakt om instroom van bepaalde bewoners, bijvoorbeeld met een uitkering, in de zwakste wijken tegen te gaan) en over de aanpak van de particuliere voorraad.
In verschillende buurten komt herontwikkeling van de grond. Voorbeelden zijn het Dahliablok, onteigening afgerond, nu richting sloop en samenvoegen, Mijnkintbuurt, sloop gereed, Urkersingel, veel verwervingen, Tweebosbuurt, sloop is gaande, en 2e Carnissestraat, start nieuwbouw. Daarnaast is er grootschalig vernieuwd door de corporaties in Wielewaal, Zuidwijk. Ook hebben marktpartijen projecten gerealiseerd, denk onder andere aan 010Xl Tarwewijk, Verboomstraat Oud Charlois en oude Zuiderziekenhuisterrein. Voor de aanpak van de Fazantstraat wordt, na stevige bewonersprotesten, een alternatieve aanpak gekozen die meer aansluit bij de bewoners.
In hoofdstuk 3 gaan we dieper in op wat er is bereikt, op deze plek willen we nog ingaan op de twee belangrijkste lessen uit het pijleronderzoek. De eerste les is dat een samenhangende aanpak niet makkelijk van de grond komt. Vernieuwing van woningen in relatie tot verbetering woonomgeving, versterken van veerkracht in relatie tot verbeteren van voorzieningen. Het aanpakken van problemen die inwoners in de privésituatie ervaren in relatie tot ingrepen in de woonvoorraad. Die relaties ontstaan niet vanzelf. De onderzoekers pleiten er dan ook voor om wijkgericht aan de slag te gaan. Wij werken deze aanbeveling bij de preview uit. Een tweede les gaat over de woningcorporaties. Zeker bij een toenemende druk op de woningmarkt is hun maatschappelijke opgave van belang, zodat er plek is voor iedereen.
Achter die strijd gaat stille voortgang schuil, die soms het karakter lijkt te hebben van een Echternach mars (2 stappen vooruit, een achteruit). Meer variatie in een buurt wordt met woningbouw gerealiseerd, waarna 'passend toewijzen' de samenstelling weer eenzijdiger maakt.
Vanaf het begin lukt het om over de financiën werkbare afspraken te maken. Dat begint met de zogeheten Spies gelden in 2012, C 130 miljoen in 2017 en zet zich door met de woondeal in 2019. Op het moment van schrijven is het maken van een nieuwe set afspraken noodzakelijk. Dit keer heeft het nieuwe college de eerste stap gezet, door zich in het coalitieakkoord financieel te committeren.
įįTļ.-ļįī-
uur -«IIIIHIUUlil I
Op de drempel van 2013 hebben de corporaties zich met het ondertekenen van Zuid wil vooruit voor tien jaar verbonden aan de inzet op Zuid. Dit resulteert voor de periode 2015 - 2018 in een investering van C 494 miljoen in de corporatievoorraad. In de periode 2019 - 2023 komt daar C 625 miljoen bij. De aanpak van de corporatievoorraad loopt dan ook aardig op schema. In de periode 2015 - 2018 is met 'Steigers op Zuid' een begin gemaakt met het opknappen van 3.000 particuliere woningen. Vooral de grondige aanpak van de particuliere voorraad blijft achter bij de ambitie (2.100 van de 10.000 woningen). Voor beter beheer van de particuliere voorraad wordt VVE-010 ondersteund.
Het Nationaal Programma heeft op het gebied van Wonen veel in beweging gezet. Met een helder verhaal en sturen op concrete afspraken is commitment ontstaan dat inmiddels tot zichtbare veranderingen op Rotterdam-Zuid leidt.
11 uturn u’1.
fe ä? ?
Veiligheid op Zuid
31N3
5. . O ÌOU
WCEN1
M 3 IN
įįļÄw',
■Ĩ&-
TM?
DMflOf
b! IN 3
V. NTER
»31N
ÿŚ&r#!*
ĩtlĹàf
)MOO 1
3DW
Het NPRZ richt zich vanaf de start van het programma op de drie pijlers School, Werk en Wonen. Veiligheid was daarmee geen (direct) onderdeel van het programma. Al vrij snel is duidelijk geworden dat de bestaande pijlers versterkt kunnen en moeten worden door een stevigere aandacht voor veiligheid en ondermijning op Zuid. De keuzes die mensen op Zuid maken ten aanzien van meedoen aan deze maatschappij en investeren in een goed toekomstperspectief worden namelijk negatief beïnvloed door ondermijnende structuren op Zuid. Deze criminele structuren stimuleren afkeer van gangbare maatschappelijke opvattingen, misbruik van voorzieningen en niet-participatie. Hiermee ondermijnen deze structuren ook de doelen van het NPRZ. Vanaf het tweede uitvoeringsplan is daarom pragmatisch binnen het NPRZ meer aandacht gekomen voor de veiligheid op Zuid met de aanpakken Ondermijning en
Carnisse, woningvergroting met subsidie
-
18 -
Wijkveiligheid. De ambitie binnen de aanpak Ondermijning is om lokaal ondermijnende werking van de georganiseerde criminaliteit te verstoren door barrières voor crimineel handelen op te werpen en criminele netwerken op te sporen en aan te pakken. De aanpak Wijkveiligheid richt zich op het verbeteren van de veiligheid in de wijken. Op Zuid wordt onder leiding van een stadsmarinier door de gemeente, de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst aanpak op ondermijning onder de naam Hartcore gestart. Vanaf het tweede uitvoeringsplan voert het NPRZ met name in de vijf wijken die het laagst scoren in het wijkprofiel van de gemeente de inspanningen op. De gemeente (Directie Veiligheid) zet gericht haar stedelijke programma's in zoals onder andere Buurt Bestuurt, Schoon en Heel, High Impact Crimes, de Stuurgroep Veilig in de Wijk en Like je Wijk.
19 -
CvVť?.
3. Wat is er veranderd? Resultaten tellen: wat is er bereikt?
.-*1
- '
i
'iI r?Äř
rtļ
g^v.v ŗ.rr ì.«i.ľį..į* . -í-feį ,
ŵ..
Tï 'O
J»v-
- v~- ,
SŴ'__ İ*
: . fì O
rond Ie honden
IWtt»verboden'
I ■- vaasa
J
School en Thuisbasis op orde
Parkeren alken voor bewoner*
VÜMWTWA*-
Gerealiseerde resultaten van de pijler School
Mvlhevd i* 10 km
y~
ihet Hoi netje* i Houdt de straat en'
^5?pEřr Î8fe*-C* JŽFļįŗaįĮįl^ (*į^ĴX^ ŵ~ ** ~ ’ŞŞf&ğ ira-AÍ* ■5ŵŕ j
/■ jfy+ri ZxTľ
':ū. 'Ui
De inzet, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, heeft veel opgeleverd, schooldagen zijn verlengd, woningen zijn opgeknapt en baangaranties zijn gerealiseerd. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden in die tien jaar sterk veranderd. We beschrijven in dit hoofdstuk zowel effecten van de aanpak als de veranderende omstandigheden. Tot slot staan we stil bij de maakbaarheid van de situatie op Zuid.
erarat
KWH
'
Bloemhof, Patrimoniumshof
In het NPRZ-bestuur werd geconstateerd dat er te weinig rendement was in de aanpakken rondom veiligheid. Sinds 2016 zijn daarom ook de partners van Veilig vertegenwoordigd in dit bestuur. Ook is in 2017 het programmabureau uitgebreid met een eigen officier van justitie. Het werd duidelijk dat er groter gedacht moest worden. De samenwerking werd daarom uitgebreid met - naast de Directie Veilig van de gemeente, politie en justitie - de Reclassering, bouw- en woningtoezicht en kansspelautoriteit. Het NPRZ werkt daarnaast sinds 2017 actief samen met de RIEC-partners in het Innovatieprogramma Organized Crime Field Lab WestNederland. Ook zijn het integrale afpakteam Confisq en een tweede integraal afpakteam actief, die zich richten op het afpakken van zoveel mogelijk crimineel vermogen.
Rijksniveau is er meer aandacht voor het versterken en verbeteren van de ondermijningsaanpak. In RotterdamZuid is in maart 2019 de Alliantie Hand-in-hand gestart, een samenwerkingsverband waarin onder andere de gemeente Rotterdam, het NPRZ, de politie, het Openbaar Ministerie (OM), Justitie, BIZ-ondernemers, BIZ-pandeigenaren, bewoners en bezoekers participeren. Foute ondernemers worden aangepakt, een deel van de panden wordt opgekocht en opgeknapt door de gemeente om sturing te hebben op nieuwe ondernemers en bewoners. De aanpak is richtinggevend voor de aanpak van andere winkelstrips op Rotterdam-Zuid. Daarnaast is een aantal pilots gestart: Rechtsbijstand, Wijkrechtspraak op Zuid en de pilot gericht op jongeren met LVB-problematiek. Met de pijler Veilig zijn veel aanpakken in gang gezet die ook aandacht geven aan de effecten van veiligheid in de wijk. In deel 2 gaan wij dieper in op de wijze waarop die aandacht meer structureel vorm kan krijgen.
Vanuit het Coalitieakkoord 2018-2022 van de gemeente Rotterdam zijn er extra middelen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit vrijgekomen en ook op
-
20 -
In de eerste jaren is gewerkt met CITO-eindtoetsresultaten. In de loop van het programma gingen echter steeds meer scholen andere eindtoetsen (met name IEP) afnemen. Daardoor was de eindtoetsscore niet langer een goede indicator. Vervolgens is in navolging van de inspectie de stap gezet naar referentieniveaus. Tot drie jaar geleden is sprake van een gestage verbetering van de eindtoetsresultaten. Van 2017/2018 tot en met 2019/2020 (eerste coronajaar) is echter een terugval opgetreden. In 2020/2021 is weer een positieve stap gezet ten aanzien van de schooladviezen. De opgetreden terugval wordt gerelateerd aan het oplopende lerarentekort en de coronapandemie. Al met al kunnen de scholen op Zuid nog steeds eind resultaten overleggen die even goed - of zelfs beter - zijn dan die van G4-scholen met een vergelijkbaar schoolgewicht. De doelgroep peuters van de VE wordt echter nog steeds slechts in beperkte mate bereikt en ook de beheersing van de Nederlandse taal in de thuissituatie is nog niet op niveau. De opdracht voor het basisonderwijs blijft dus onverminderd groot.
Thuisbasis op orde
Als gevolg van de decentralisaties zijn per 1 januari 2015 in de stad integrale wijkteams ingevoerd. In de zeven focuswijken zijn de wijkteams al begonnen in 2013. De wijkteams zijn in 2014 nog in opbouw. Vanwege de grootschalige decentralisatie is de vooruitgang na de eerste jaren niet zo groot geweest als gehoopt. Het NPRZ heeft echter wel tot meer resultaten geleid dan op het eerste gezicht uit de voortgangsrapportages blijkt. Daaruit ontstaat een beeld van een werkvloer in beweging en een aantal doelen waarvan de resultaten achterblijven bij de ambitie van het NPRZ. Maar de voortgangsrapportages bieden geen volledig beeld; er zijn veel meer relevante resultaten het benoemen waard. Zo maken het NPRZ en de Children's Zone (CZ) het mogelijk dat enkelvoudige hulpvragen en preventie een plek hebben gekregen in de CZ-wijkteams. Het NPRZ heeft ondersteund in de zichtbaarheid en aanwezigheid van de wijkteams op de scholen. COVID-19 heeft hier weliswaar een negatieve invloed op gehad, maar hopelijk kan vanuit de inzet van de gemeentelijke NPO-middelen samen met het onderwijs hier weer een nieuwe impuls aan gegeven worden en kan ook de CZ-aanpak meer bestendigen op de scholen. De laagdrempelige aanpak van de Children's Zone en van de frontlijn coaches biedt kansen voor de toekomst. Op het gebied van jeugd en welzijn is hard gewerkt aan de aansluiting onderwijs en jeugdzorg, d.m.v.
diverse experimenten, zoals integraal arrangeren, pilots met extra School Maatschappelijk Werk (SMW) op po-scholen en pilots met wijkteams op scholen. Nu nog lopen de projecten zoals Schoolondersteunende Zorg. Experimenten met betrekking tot welzijn hebben geleid tot nieuwe en extra initiatieven, zoals de Wijkacademie Opvoeden en het clubhuis Feyenoord. Het idee van meer integrale wijkcoalities die per wijk tot een extra aanbod zouden komen, kwam minder goed van de grond, maar heeft wel een basis gelegd voor Dagprogrammering. Het initiatief van Humanitas om met wijkverenigingen kinderen, ouders en scholen te bedienen was als concept vernieuwend en interessant, maar bleek praktisch niet goed uitvoerbaar. Het initiatief van Humanitas, TOS en anderen op Zuid voor een Zomercampus bleek meer levensvatbaar.
In het voortgezet onderwijs zijn vanaf het schooljaar 2017/2018 voor het eerst resultaatverbeteringen zicht baar. Het percentage havo/vwo-gediplomeerden is lang zaam gestegen van 25,2% in 2011/2012 naar 28,5% in 2019/2020. De doelstelling van Kiezen voor Vakmanschap komt gestaag dichterbij, maar de stappen die worden gezet, zijn klein en niet stabiel. Wat tevens opvalt, is dat de verschuiving naar de categorieën zorg en techniek in de mbo-opleidingen (nog) niet of nauwelijks ten koste gaat van de grootste categorie: economie. Ook hier blijft dus werk aan de winkel.
Het belang van taal komt de eerste jaren vooral tot uiting bij de pijler School. Onderzoek in 2016 maakte het aandeel laaggeletterdheid in Rotterdam zichtbaar. Sindsdien is er binnen Thuisbasis op orde meer aandacht voor taal.
-
21 -
Het taalbeleid is gebaseerd op een integrale aanpak, gericht op de levensloop van mensen en aansluitend op hun eigen, intrinsieke motivatie. Aan schuldenproblematiek wordt in de uitvoeringsplannen en voortgangsrapportages van het NPRZ weinig aandacht besteed. Het probleem is er en wordt onderkend, maar er lijkt tot 2018 geen structurele aanpak voor RotterdamZuid. Het belang van een goede schuldenaanpak heeft wel zijn weg gevonden naar het laatste uitvoeringsplan. En dat is niet zonder reden. De problematiek is complex en dat maakt het lastig om het probleem in zijn geheel aan te pakken - maar dat moet wél. Hiervoor is de gemeente gestart met het aanstellen van één contactpersoon - een medewerker uit het Expertise Team Financiën (ETF) - die is begonnen in NPRZ-gebied. Sport maakt de eerste jaren geen deel uit van het NPRZ. De afdeling Sport zet wel extra in op Zuid, maar niet vanuit het NPRZ. Vanuit de stedelijke programma's zoals Lekker Fit, Schoolsportvereniging en Schoolsport010 wordt door de gemeente veel op sport ingezet en dan met name op het toeleiden naar structureel sporten bij een sportaanbieder in de wijk. Vanaf 2019 is actief ingezet op impuls en uitvoering van gestelde doelen voor cultuur, dat sinds 2018 is opgenomen in het NPRZ. In 2020 en 2021 heeft een deel van het programma stilgelegen in verband met corona. Toch zijn grote stappen gezet.
Vier jaar 'Impuls NPRZ op Zuid' heeft bijgedragen aan een versterking van de culturele infrastructuur. Er is specifiek ingezet op het maken van aanvulling op het bestaande voorzieningenniveau en op intensivering van programma's (onder andere in het Kunstenpand met Theater Zuidplein en de Bibliotheek). Daarnaast is het NPRZ ook een vliegwiel gebleken voor het actief aantrekken van culturele instellingen/initiatieven naar Zuid. Werk
Er kunnen globaal drie typen resultaten van de pijler Werk worden onderscheiden: 1. Relatieve situatie van de arbeidsmarkt en van werkloos heid op Zuid ten opzichte van Rotterdam. 2. Resultaten van concrete aanpakken. 3. Voorwaarden voor een effectieve aanpak van het vraagstuk. Globaal kan worden geconstateerd dat het wel is gelukt om de uitstroom uit de uitkering te stimuleren, maar dat het niet gelukt is om op een significant niveau de instroom in uitkeringen te verminderen. Per saldo leidt dit ertoe dat het procentueel aandeel Rotterdam-Zuid in het bijstandsbestand van Rotterdam al enige tijd niet meer daalt. Al enkele jaren bevindt dit percentage zich net iets boven de 40%, terwijl het doel zou zijn om dit in 2020 op 37,9% te brengen. Dat zegt echter niet alles over de effectiviteit van de concrete aanpakken.
-
Het aantal studenten dat start met een AanDeBakgarantie is sterk gestegen (van 81 in 2014-2015 naar 721 in 2019-2020). Daarmee overstijgt het aantal deelnemende studenten de doelstelling. Deze studenten maken ook vaker de opleiding af. Vervolgens zijn zij na vijf jaar significant vaker economisch zelfstandig (72% versus 55% is economisch zelfstandig). Dat betekent dat studenten die meedoen aan AanDeBak daadwerkelijk vaker in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Voor werkzoekenden met een uitkering geldt dat vanaf medio 2018 Rotterdam-Zuid zich beter ontwikkelt dan de rest van de G4. Dit zet zich door tot de start van de coronacrisis. Over de hele periode van 2012 tot 2021 zien we dat de focuswijken op Zuid het bijna anderhalf keer beter doen dan vergelijkbare wijken in Noord: 12,5% daling versus 8,4 % proces daling. Voor de economische structuurversterking worden nog geen meetbare resultaten gerapporteerd. Deze zijn ook moelijker te kwantificeren. Een belangrijk resultaat - dat niet vanzelf wordt gemeten, maar door respondenten wel wordt opgemerkt - wordt gevormd door voorwaarden voor een effectieve aanpak van dit vraagstuk. Uit de pijleronderzoeken, de aanvullende gesprekken en het bijwonen van een zogeheten 'vijfafdelingen-overleg' halen we op dat vlak de volgende vijf resultaten: 1. Leidend werkprincipe: 'we pakken je op en laten je niet meer los'.
Dit helpt voorkomen dat kwetsbare bewoners van project naar project struikelen; 2. Netwerkvorming op het niveau van werkgevers, onder wijs en uitvoerende organisaties, waardoor er bedding is voor aanpakken en doorpakken. 3. Meer integrale aanpak in toeleiding naar werk. Hier is ook ruimte voor verbetering. Zo kan in de samenwerking tussen Werk en Inkomen (W&I) en het wijkteam de 'warme overdracht' beter. 4. Field-lab-context: ruimte om uit te proberen, waarbij ook goed wordt onderzocht wat werkt en wat niet. 5. Meer integrale tactische sturing van uitvoering: dit gebeurt bijvoorbeeld in het 'vijfafdelingen- overleg'. Vooral de laatste voorwaarde - integrale tactische sturing is ook interessant om te benutten voor het laten slagen van een meer samenhangende aanpak in de wijken (zie hier over ook de preview). Wonen
I ååm*. Vreewijk
gebracht door bureau InFact Research, laten een wisselend beeld zien. Op het gebied van wonen heeft het tot 2018 geduurd tot resultaten zichtbaar worden. Dat wordt door de onderzoekers deels verklaard met ontwikkelingen zoals de financiële crisis die in 2008 begon die - in aanloop naar het nationaal programma - juist de verkeerde kant uit gingen. Het ombuigen van zo'n negatieve ontwikkeling kost tijd. Daarbij speelt ook de aard van deze pijler een rol: het maken en realiseren van plannen op het gebied van wonen, gaat niet van vandaag op morgen. In 2018 is een begin gemaakt met het inlopen van de relatieve achterstanden op Zuid, bijvoorbeeld waar het gaat om waardeontwikkeling en de tevredenheid van de bewoners over de woningen. In het programma is bewust ingezet op woningen en in mindere mate op de woonomgeving. Toch laat het onderzoek op de woonomgeving zien dat hier voorzichtig voortgang wordt geboekt. De leefbarometer laat van 2018 2020 een opgaande lijn zien (na een negatieve ontwikkeling van 2012 - 2018). Ook de tevredenheid over voorzieningen laat een voorzichtige stijging zien.
Op output-niveau is in de afgelopen tien jaar veel werk verzet. Zo is er onder meer voor C 60 miljoen aan de particuliere voorraad opgeknapt door woningcorporaties en is met de regiodeal stevig geïnvesteerd in de kwaliteit en het verduurzamen van woningen.
Veiligheid
Die resultaten zijn gedeeltelijk zichtbaar op outcomeniveau. De vraag of het beter met het gebied en de wijken daarbinnen gaat, laat zich moeilijker beantwoorden. De resultaten van de pijler Wonen, die in kaart zijn
Door de jaren heen zijn er veel initiatieven gestart op het gebied van veiligheid. Om in te gaan op de vraag wat er is veranderd/bereikt wordt hieronder een beknopte weergave geschetst van de meest kansrijke initiatieven/ interventies.
22 -
Binnen de pilot Wijkrechtspraak zijn er 100 zaken behandeld. In het Huis van de Wijk, een buurthuis in het hart van een focuswijk op Zuid vindt rechtspraak plaats. Door meer tijd uit te trekken voor een zitting wordt ruimte gemaakt om de multiproblematiek die vaak aanwezig is op Zuid goed in kaart te brengen en daarmee te komen tot een uitspraak die bijdraagt aan een structurele oplossing om zo de kans op recidive te verminderen. Bewoners ervaren hierdoor een lagere drempel en hulpverlening, politie, reclassering en OM vormen voorafgaand aan de zitting een praktisch, wijkgericht netwerk dat elkaar goed kent en versterkt om tot een passend hulpverleningstraject te komen. Met het project Rechtsbijstand wordt zeer laagdrempelig rechtsbijstand geleverd door in samenwerking met het wijkteam casuïstiek te bespreken en juridische vraagstukken waar wijkbewoners mee worstelen aan te pakken. Het wijkteam is laagdrempelig bereikbaar voor bewoners, fungeert als doorgeefluik naar het casuïstiekoverleg en stelt daarmee wijkbewoners in staat laagdrempelig hun recht te halen. De rechtsbijstand voorziet hiermee duidelijk in een behoefte van bewoners van Zuid.