CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004834] Bijlage 1 behorende bij 22bb4833 over ontwerpbestemmingsplan plus verbeelding "Kavel De Machinist"

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen15.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit zijn routes van binnenvaart zonder frequent vervoer, waarbij geen sprake is van een 10-6 plaatsgebonden risicocontour en een plasbrandaandachtsgebied. Het uitvoeren van een groepsrisicoberekening is volgens het Basisnet niet noodzakelijk, omdat nauwelijks merkbare verschillen optreden. Conclusie Op basis van voorgaande beschouwing wordt geconcludeerd, dat geen van de in de omgeving liggende risicobronnen leidt tot belemmeringen op de voorgenomen ontwikkeling.

- 30 -

4.6

Bodem De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico’s voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerstgenoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Uit een in 2020 uitgevoerd verkennend bodemonderzoek 6 blijkt dat binnen het plangebied plaatselijk sterke verontreinigingen met zink en minerale olie in de grond zijn aangetoond. De omvang van deze verontreinigingen is gering (< 25 m3), waardoor geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Er bestaat dan ook geen saneringsverplichting. Wel wordt geadviseerd om bij de herinrichting de sterke verontreinigingen met zink en minerale olie te verwijderen. De bodemkwaliteit staat de voorgenomen herontwikkeling niet in de weg.

4.7

Archeologie Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het "Verdrag van Malta" is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Archeologische verwachting Het plangebied wordt op de gemeentelijke Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK) aangemerkt als een gebied met een redelijk tot hoge archeologische verwachting direct onder maaiveld of dieper. Hierdoor is het noodzakelijk dat bouw- en graafwerkzaamheden worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek.

6

I-Bureau Gemeente Rotterdam, Verkennend bodemonderzoek, Willem Buytewechstraat 45 (achterzijde) te Rotterdam, IB-2020-0123-1, juli 2020.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 31 -

Bescherming van de archeologische waarden Op grond van de archeologische verwachting en om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen, is in het bestemmingsplan “Delfshaven” aan de gronden van het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 4' toegekend. Dit betekent, dat het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan drie meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlak van meer dan 200 m² beslaan. Dit is door middel van een vergunningstelsel in de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 4' vastgelegd en eveneens opgenomen in dit bestemmingsplan. 4.8

Ecologie De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming. Gebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan 7 blijkt, dat het plangebied op ruime afstand (ruim 7,0 kilometer) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ligt. Door deze afstand zijn de meeste effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Uit een uitgevoerde voortoets 8 blijkt, dat zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase het beoogde bouwplan niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de omringende Natura 2000-gebieden.

Het dichtstbijzijnde gebied dat toebehoort aan het Natuurnetwerk Nederland is de Nieuwe Maas, dat op 700 meter afstand van het plangebied ligt. Het betreft hier een zéér drukke vaarweg. Door de aard van de ingrepen (een gelijkaardig gebruik in de nieuwe situatie), de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand uit te sluiten. Ook belangrijke weidevogelgebieden liggen op grote afstand, waardoor deze gebieden niet nadelig worden beïnvloed. Soortbescherming Ook het aspect ’soortbescherming’ vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: Habitus, Vooronderzoek Wet natuurbescherming Coolhaveneiland te Delfshaven, maart 2020, documentcode RDAM2019-40-QS1-V1. 8 I-Bureau Gemeente Rotterdam, Voortoets Natura 2000; Projectbestemmingsplan De Machinist, januari 2021. 7

- 32 -

• •

strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst.

Uit de eerder aangehaalde quickscan blijkt dat in het plangebied de volgende beschermde diersoorten verwacht kunnen worden: • vleermuizen; • vogels (algemeen en jaarrond beschermd). Hieronder wordt nader op deze diersoorten ingegaan. In het plangebied worden vanwege het ontbreken van een geschikt leefgebied andere diersoorten niet verwacht, met uitzondering van vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en kleine dwergvleermuis. Deze soorten zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. In het plangebied zijn geen bomen of gebouwen aangetroffen met voor vleermuizen geschikte holten. Wel is in de omgeving van het plangebied bebouwing aanwezig, die als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen is beoordeeld. Het plangebied is als foerageergebied potentieel geschikt. Door het vrij geringe oppervlak in relatie tot overig foerageergebied in de omgeving, wordt op voorhand gesteld dat geen sprake is van essentieel foerageergebied. Mogelijk dat het plangebied ook deel uitmaakt van een vliegroute. Ook hier gaat het echter niet om een essentiële functie. Vogels In / nabij het plangebied diverse algemene vogels van categorie 5 te verwachten.

Nesten van dergelijke vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd als voldoende alternatieven aanwezig zijn. In de omgeving zijn ruimschoots alternatieven aanwezig, zodat geen sprake is van bijzondere ecologische redenen op basis waarvan sprake is van jaarronde bescherming. Het plangebied is potentieel geschikt als leefgebied voor de huismus. Deze vogelsoort werd tijdens het veldbezoek op enige afstand van het plangebied gehoord. Conclusie Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen (bijvoorbeeld door nestkasten op te hangen / in te bouwen), zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Nader onderzoek naar vleermuizen en huismus is niet noodzakelijk, mits wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo zullen de voor vleermuizen geschikte gebouwen en bomen niet beschenen mogen worden. Ook zal tijdens de werkzaamheden eventuele extra verlichting niet gericht mogen worden op de Coolhaven en de aanwezige bomen. In een werkprotocol is reeds vastgelegd dat een verlichtingsplan wordt besproken met een ecoloog. Specifiek voor de huismus geldt dat houtige elementen behouden moeten worden. Gesteld wordt, dat de Wet natuurbescherming realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. 4.10

Duurzaamheid en energie Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 33 -

gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het begrip duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw. Rotterdam heeft een ambitieus klimaatprogramma vastgesteld. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam moet bij het ontwerp van gebouwen rekening worden gehouden met duurzaam bouwen-principes en de energieprestatie eisen. Rotterdam heeft een ambitieus klimaatprogramma vastgesteld. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam moet bij het ontwerp van gebouwen rekening worden gehouden met duurzaam bouwen-principes en de energieprestatie-eisen. Rotterdam streeft daarnaast naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. De gemeente heeft daartoe in september 2019 het Duurzaamheidskompas vastgesteld. Deze geeft richting, zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken. Het Duurzaamheidskompas is nadrukkelijk een ‘levend’ document dat regelmatig wordt geactualiseerd met nieuwe speerpunten.

De doelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn onder te verdelen in vier ambities; de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. De gemeente Rotterdam beschikt naast het benoemde Programma Duurzaam, ook over het document ‘De Rotterdamse Woningkwaliteit’ (RWK). Het RWK is een eenvoudig systeem van aanvullende kwaliteiten op het Bouwbesluit 2012 en bestaat uit de zes thema’s oppervlakte, veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, flexibiliteit en comfort. Het RWK is vrijblijvend te gebruiken. Bij het informatiepunt Duurzaam Rotterdam van gemeentewerken Rotterdam kunnen medewerkers, partners en bewoners van de gemeente Rotterdam informatie aanvragen over duurzaam bouwen en duurzame voorbeeldprojecten in Rotterdam. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan compact en tevens flexibel bouwen, en het toepassen van gerecyclede en tevens emissieloze bouwmaterialen. Daarnaast hecht de gemeente aan een ontwikkeling van het gebied op basis van de ‘Rotterdam Resilence Strategie’. Binnen deze Strategie zijn drie trends voor de gemeente extra belangrijk: Circulariteit, Klimaatadaptatie en Energietransitie. Binnen deze trends komen steeds vier centrale thema’s aan de orde: Water, Groen, Energie en Materialen.

Van belang is de mate waarin en de manier waarop de woningen, de buitenruimten en de gebiedsontwikkeling als geheel worden ontworpen in het kader van deze Strategie, Trends en Thema’s. Algemeen kan worden opgemerkt dat de beoogde woningen worden gebouwd conform het huidige Bouwbesluit. Daardoor dient voldaan te worden aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. Dit betekent onder andere dat de woningen gasloos worden uitgevoerd; De nieuwbouw ligt in een deel van de gemeente waar het verplicht is om een aansluiting op het stadsverwarmingsnetwerk te realiseren. Dit leidt er toe dat minder CO2 wordt uitgestoten en een betere energie-efficiënte. Voorts zal zoveel als mogelijk voorzien worden in het gebruik van duurzame (bouw)materialen. Het is aan de eindgebruikers van hun woning om deze naar eigen wens zo energiezuinig mogelijk in te richten, bijvoorbeeld door het toepassen van waterbesparende kranen, toepassen van LED-verlichting en/of het vergroenen van gevels. De ontwikkeling van het plangebied zelf kan eveneens gezien worden als een duurzame ontwikkeling. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt immers ingespeeld op een bredere - 34 -

differentiatie van woningen. Dit draagt tevens bij aan een opwaardering van het wooncomfort en daarmee ook de leefbaarheid in de buurt. 4.11

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r(beoordelings)plichtig is, te weten: 1. D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het beoogde bouwplan behelst de realisatie van maximaal 60 woningen. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2.

De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een milieueffectrapport noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. B&W heeft bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 35 -

- 36 -

5.

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • Inleidende regels; • Bestemmingsregels; • Algemene regels; • Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Enkelbestemmingen Artikel 3 Gemengd Artikel 4 Verkeer - Verblijf

Dubbelbestemmingen Artikel 5 Waarde – Archeologie - 4 Artikel 6 Waterstaat - Waterkering

In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 - Gemengd De te bebouwen gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming Gemengd. Deze bestemming is gekozen om de hier gewenste flexibiliteit ten aanzien van het gebruik mogelijk te maken. Binnen deze bestemming zijn overal woningen toegestaan. Op de begane grond en de verdieping daaronder, zijn echter ook commerciële voorzieningen mogelijk, zoals kantoren, maatschappelijke voorzieningen (al dan niet geluidgevoelig), lichte horeca en dienstverlenende functies. Deze functies zijn veelal uitwisselbaar met elkaar, maar het totale Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 37 -

bruto vloeroppervlak mag niet meer bedragen dan 700 m2. Het maximaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 60. Voorts zijn binnen deze bestemming voorzieningen toegestaan als wegen, groen en water. Naast benoemde (commerciële) functies, geldt voor de woningen tevens de standaard regeling voor aan-huis-verbonden beroepen/bedrijven. Daarbij dient tevens voldaan te worden aan de beleidsregeling parkeernormen. Het oprichten van gebouwen is alleen mogelijk binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij op de verbeelding de toegestane maximum bouwhoogte is opgenomen. Artikel 4 - Verkeer - Verblijfsgebied De gronden rond het beoogde gebouw, zijn voorzien van de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Deze gronden zijn bestemd voor voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen (trottoirs, voetpaden en dergelijke), alsook voor voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan rijstroken, parkeerplaatsen en fietspaden. Ook groenvoorzieningen, waterpartijen en –lopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen worden als passend ervaren. De in deze bestemming opgenomen bouwmogelijkheden zijn beperkt; enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden toegestaan, evenals uitstekende delen aan gebouwen en kleine gebouwen voor openbaar nut en verkeer.

De maximale maten staan in de bouwregels. Artikel 5 - Waarde – Archeologie - 4 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 4'. Uitgangspunt voor deze bestemmingen is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 200 m² beslaan en dieper reiken dan een diepte van 3,0 meter beneden maaiveld. Artikel 6 - Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering is opgenomen ter bescherming van de waterkering. Voor deze gronden gelden beperkingen voor het oprichten van bouwwerken die niet ten dienste staan aan de waterkering. Via een omgevingsvergunning kan hiervan afgeweken worden. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vier algemene regels.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

- 38 -

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Door middel van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag. De bouwhoogte kan in dat geval met 1,5 meter verhoogd worden. Artikel 9 Geluidsgevoelige functies In dit artikel is bepaald dat bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder, de realisatie van geluidsgevoelige functies, alleen mogelijk is indien voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. Artikel 10 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto’s én fietsen.

Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”. Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto’s conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd.

Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto’s en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling Op dit moment geldt “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018”. Deze beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 39 -

parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden vrijstelling kan worden verleend. Overgangs- en slotregels In artikel 11 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

- 40 -

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de gemeente bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan te besluiten over de vaststelling van een exploitatieplan, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van Kavel de Machinist mogelijk. De gronden in het te ontwikkelen gebied zijn in eigendom van de gemeente. Voor het gebied is een grondexploitatie opgesteld. In deze grondexploitatie zijn alle kosten en opbrengsten in beeld gebracht. Gelet op de eigendomssituatie van de gemeente, kan door middel van gronduitgifte gestuurd worden op het kostenverhaal. Het kostenverhaal is derhalve anderszins verzekerd waardoor afgezien kan worden van het vaststellen van een exploitatieplan.

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan wordt dan ook toegezonden aan de voor de gemeente Rotterdam gebruikelijke vooroverlegpartners. Hierbij hebben twee overlegpartners formeel gereageerd: het Hoogheemraadschap van Delfland en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen. Gesteld wordt dat zij kunnen instemmen met de voorgestelde herontwikkeling van het plangebied. Het Hoogheemraadschap heeft een aantal aspecten benoemd die tot kansen kunnen leiden ten aanzien van klimaatadaptatie. Verder vraagt het Hoogheemraadschap om aan te geven hoe wordt omgegaan met Waterveiligheid, de opvang van hemel- en afvalwater. Ook zal een watersleutel toegevoegd moeten worden aan het ontwerpbestemmingsplan. De waterparagraaf is op deze punten aangevuld.

De VRR geeft aan dat met betrekking tot dit plan geen relevante externe veiligheidsaspecten zijn geconstateerd, maar vraagt wel aandacht voor voldoende blusmogelijkheden en een adequate voorlichting aan nieuwe bewoners/gebruikers over hoe te handelen in geval van een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Dit betreffen alle uitvoeringsaspecten waar aandacht aan wordt besteed bij de nadere uitwerking van het bouwplan en de latere exploitatie van het gebouw.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Toelichting

- 41 -

- 42 -

II.

REGELS

- 44 -

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ........................................................................................... 47 Artikel 1 – Begrippen......................................................................................................................... 47 Artikel 2 – Wijze van meten .............................................................................................................. 50 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS ....................................................................................... 51 Artikel 3 – Gemengd ......................................................................................................................... 51 Artikel 4 – Verkeer - Verblijfsgebied ................................................................................................. 54 Artikel 5 – Waarde - Archeologie - 4 ................................................................................................. 55 Artikel 6 – Waterstaat - Waterkering ................................................................................................ 57 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ............................................................................................ 59 Artikel 7 – Antidubbeltelregel ...........................................................................................................

59 Artikel 8 – Algemene afwijkingsregels .............................................................................................. 59 Artikel 9 – Geluidsgevoelige functies ................................................................................................ 59 Artikel 10 – Voorwaardelijke verplichting over parkeren ................................................................. 59 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................................................ 61 Artikel 11 – Overgangsrecht.............................................................................................................. 61 Artikel 12 – Slotregel ......................................................................................................................... 61

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 45 -

- 46 -

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 – Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: Plan het bestemmingsplan "Kavel de Machinist" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2163KvlMachinist-on01 van de gemeente Rotterdam. Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. Archeologisch deskundige het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige. Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bedrijven de bedrijven genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming. Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. Bouwgrens de grens van een bouwvlak.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 47 -

Bouwlaag Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en een plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, zolder, souterrain, parkeerplint, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als aparte bouwlaag geteld. Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. Bruto vloeroppervlak het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeer- en fietsvoorzieningen worden hiertoe niet gerekend. Daktuin en/of dakterras een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw, dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit. Dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel wordt hier niet onder begrepen. Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Geluidsgevoelige objecten (in de zin van de Wet geluidhinder) Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd. Kantoren het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. (Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen).

- 48 -

Lichte horeca horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, uitsluitend overdag en 's avonds zijn geopend en waarbij alleen achtergrondmuziek is toegestaan. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken. Hierbij kan gedacht worden aan: restaurant, broodjeszaak, crêperie, croissanterie, cafetaria, koffiebar, theehuis, lunchroom, ijssalon en snackbar. Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. Milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie. NAP het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. Ongebouwd (gevel)terras een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt. Peil de hoogte van het terrein ter hoogte van (hoofd)toegang bij voltooiing van de bouw.

Plint het onderste gedeelte van een gebouw dat gezien vanaf maaiveldniveau, als bepalend kan worden aangemerkt voor de beleving in stedenbouwkundige, architectonische en functionele zin. Straatmeubilair voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken en plantenbakken. Uitstekende delen aan gebouwen erkers, luifels, balkons, galerijen en dergelijke. Wet geluidhinder de Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 49 -

Artikel 2 – Wijze van meten 2.1

Meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. b. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 1 meter. e. de breedte van een gebouw: van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.2

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken en technische installaties buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt.

- 50 -

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 – Gemengd 3.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. dienstverlening; c. kantoren; d. maatschappelijke voorzieningen; e. lichte horeca;

f. ondergrondse (gebouwde) parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: g. berg- en stallingsruimten; h. paden en ontsluitingswegen; i. fiets- en/of voetgangersbruggen; j. dakterrassen/daktuinen; k. groenvoorzieningen en water; l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de in 3.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het totaal aantal woningen mag niet meer dan 60 bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Aan huis gebonden beroep/bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor aan huis gebonden beroep/bedrijf, mits:

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 51 -

a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevels van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 3.3.2 Voorzieningen Voor de voorzieningen als bedoeld in 3.1 onder b tot en met e gelden de volgende regels; a. de voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond en de daaronder gelegen verdieping; b. het bruto vloeroppervlak aan voorzieningen in totaal niet meer dan 700 m2 mag bedragen; c. bij het bruto vloeroppervlak aan horeca wordt een ongebouwd (gevel)terras niet meegerekend; d. uitsluitend voorzieningen tot en met categorie 2 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. 3.3.3 Voorwaardelijke verplichting horecageluid De in lid 3.1 onder a genoemde woningen mogen uitsluitend in gebruik worden genomen, indien: a.

is aangetoond dat, als gevolg van de activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit op het adres Willem Buytewechstraat 45: 1. de geluidbelasting op de buitengevel van de woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit; of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschrift; 2. of door het treffen van maatregelen aan de nieuw te bouwen woningen voldaan wordt aan de geluidgrenswaarden genoemd in het eerste lid onder a. b. aannemelijk gemaakt is dat: 1. als gevolg van alle relevante horecaterrassen in de omgeving van de woning(en), die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen, de geluidbelasting op de buitengevel van de woning(en) maximaal 65 dB(A) etmaalwaarde bedraagt; 2. als gevolg van alle relevante horecaterrassen in de omgeving van de woning(en), die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen, de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. 3.3.4 Dakterras/daktuin Het dak van hoofdgebouwen mag gebruikt worden als dakterras/daktuin, waarbij geldt dat:

- 52 -

a. bijbehorende bouwwerken, zoals bergingsruimten, tuinhuizen, kassen en dergelijke zijn toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; b. de hoogte van een afscheiding rondom een daktuin en/of dakterras niet meer dan 1,50 meter mag bedragen.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 53 -

Artikel 4 – Verkeer - Verblijfsgebied 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen; b. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen; c. groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; d. bouwwerken voor verkeer en vervoersvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Op de voor “Verkeer - Verblijfsgebied” bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. een gebouwde, al dan niet ondergrondse, parkeergarage ter plaatse van de specifieke functieaanduiding ‘parkeergarage’; b. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3; c. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in 4.1 onder f, niet dieper dan 2 meter uit de gevel en tenminste 2,2 meter boven maaiveld.

- 54 -

Artikel 5 – Waarde - Archeologie - 4 5.1

Bestemmingsomschrijving De voor “Waarde - Archeologie - 4” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 5.3.1. 5.2.2 Verplichting Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 5.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in 5.3.2 onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 3,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m² beslaan. 5.3.2 Vergunningsvereisten Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven;

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 55 -

e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 5.3.3 Uitzondering Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 5.3.4 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.3.5 Aan een omgevingsvergunning verbonden regels Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

- 56 -

Artikel 6 – Waterstaat - Waterkering 6.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Verbod Ter plaatse van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering', mag in afwijking van de bouwregeling voor de andere voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd. 6.2.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 6.2.1 is niet van toepassing voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 6.2.3 Toegestane bouwwerken Ten behoeve van de functie waterstaat - waterkering mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, zoals kademuren, duikers, keerwanden, beschoeiingen en dergelijke. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1. Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits het belang van de waterkering daardoor niet wordt geschaad. 6.3.2 Advies Alvorens vergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de dijkbeheerder, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van genoemd belang, tenzij aantoonbaar een watervergunning overgelegd kan worden. 6.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.4.1 Verbod Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 57 -

c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.4.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 6.4.3 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering/het waterstaatsbelang; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de waterkering.

- 58 -

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 – Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen b uiten beschouwing.

Artikel 8 – Algemene afwijkingsregels 8.1

Afwijking toegestane bouwhoogte architectuur Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter, uitsluitend toe te passen ingeval extra bouwhoogte nodig is voor een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag.

Artikel 9 – Geluidsgevoelige functies Bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder, is de realisatie van geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder), alleen mogelijk indien voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd.

Artikel 10 – Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 59 -

- 60 -

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 – Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 11.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 11.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 11.1.3 Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik 11.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.2.4 Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 – Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Kavel De Machinist”, gemeente Rotterdam.

Ontwerpbestemmingsplan Kavel De Machinist – Regels

- 61 -

- 62 -

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV

VERBEELDING

VERKLARING

Plangebied Kavel de Machinist

Enkelbestemmingen GD

Gemengd

V-VB

Verkeer - Verblijfsgebied

Dubbelbestemmingen WR-A4

Waarde - Archeologie - 4

WS-WK

Waterstaat - Waterkering

Functieaanduidingen (pg)

50

WR-A4

Bouwvlakken

V-VB

bouwvlak

Maatvoeringen

GD (pg)

parkeergarage

WS-WK

50

maximum bouwhoogte (m)

project:

Kavel De Machinist gemeente:

Rotterdam fase:

Ontwerpbestemmingsplan opdrachtgever:

gemeente Rotterdam datum : 31 mei 2021 schaal : 1 : 750 identificatienummer: : NL.IMRO.0599.BP2163KvlMachinist-on01 o_NL.IMRO.0599.BP2163KvlMachinist-on01 ondergrond: :

Postbus 6083 3002 AB Rotterdam email: info@bodg.nl tel: 06-48384580

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=88fc3e51-7b46-4ba5-ad31-0489fbf54296