CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004686] Bijlage 2 behorende bij 22bb4684 - Analyse batenoptimalisatie (OPENBAAR)

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bijlagen behorende bij de brief van burgemeester en wethouders over informatiedossier informateur12.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Rotterdam

Analyse batenoptimalisatie lokale belastingen/heffingen

Van |coördinatie)

Datum 18 maart 2022

Cluster Concern Auditing Middelen en Control

Afdeling B&B

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

3

2.

Afvalstoffenheffing

8

3.

Rioolheffing

12

4.

Onroerendezaakbelasting - woningen

14

5.

Onroerendezaakbelasting - niet woningen

17

6.

Precariobelasting

19

7.

Reclamebelasting

21

8.

Logiesbelasting

23

9.

Parkeren

25

10.

Leges Ontheffing Milieuzone

30

11.

Leges Omgevingsvergunning

31

12.

Leges Cremeren en Begraven

33

13.

Leges Evenementenvergunning

34

14.

Leges Gebruik weg

36

15.

Leges Markten

37

16.

Leges Publiekszaken

38

17.

Nieuw: Hondenbelasting

40

18.

Nieuw: Forensenbelasting

42

19.

Nieuw: Cruisebelasting

44

Datum 18 maart 2022

Pagina 2 van 45

1. Inleiding Deze analyse is een onderdeel van het traject Bestuurswissel (de voorbereiding op een nieuw bestuur als uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022). Het doel van deze analyse is om tijdens de formatie de politiek te kunnen informeren over de scenario’s die mogelijk zijn om de inkomsten van lokale belastingen/heffingen te vergroten. Na de jaarlijkse uitkeringen van het rijk en de medeoverheden (algemene en specifieke uitkeringen uit het Gemeentefonds en de BUIG) zijn de opbrengsten uit lokale heffingen de grootste structurele baten (inkomsten) voor de gemeente. Onderstaande tabel maakt dit inzichtelijk: Opbouw baten (selectie grootste posten) in mln

Bijdragen rijk en medeoverheden Opbrengsten heffing lokale lasten (belastingen en bestemmingsheffingen) Overige opbrengsten leveringen derden (w.o. erfpacht, grondexploitaties) Dividenden en financiering

9099

909*;

C 2.687

C 2.569

C 654

C 663

C 411

C 328

C 89

C 99

De gemeente heeft weinig invloed op de bijdragen van rijk etc., terwijl die invloed er voor een groot deel wel is bij lokale heffingen. Weliswaar bepaalt de rijksoverheid welke lokale heffingen door gemeenten worden geheven (elke heffing vereist een wettelijke grondslag); toch bestaat er een belangrijke mate van lokale beleidsvrijheid. Zo besluit de raad tot: het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting; vaststelling van de belastingverordening; de heffingsmaatstaven; de verdeling van belastingdruk over bijvoorbeeld burgers en bedrijven; eventuele vrijstellingen; de wijze van kostentoerekening aan tarieven; de hoogte van de tarieven; de totale opbrengst van belastingen; de mate van kostendekkendheid van tarieven Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode liggen deze vragen opnieuw voor. Zo ook nu. De eerste zes van bovengenoemde vrijheden worden aan het begin van een nieuwe bestuursperiode in principe voor de gehele aankomende bestuursperiode vastgelegd in een kadernota Lokale lasten; tot de laatste drie van genoemde vrijheden wordt jaarlijks steeds opnieuw besloten bij vaststelling van de belastingverordeningen als onderdeel van het begrotingsproces.

In deze notitie staat de vraag centraal welke (on-)mogelijkheden zijn er om de baten uit lokale heffingen (verder) te optimaliseren? Daarbij wordt niet alleen stil gestaan wat een verhoging van een tarief financieel oplevert, maar wordt ook gekeken naar de fiscale, beleidsmatige en administratieve gevolgen van een batenoptimalisatie en voor onze rangorde in hoogte van lokale belastingdruk. In hoeverre een verhoging ook wenselijk is, is natuurlijk een politiek-bestuurlijke vraag. In deze notitie is bewust niet ingegaan op politieke haalbaarheid. Datum 18 maart 2022

Pagina 3 van 45

Soorten Lokale lasten bestaan uit twee hoofdcategorieën: de algemene belastingsoorten en de bestemmingsheffingen (retributies, leges, heffingen en rechten). Bij een belasting mag de gemeente zelf bepalen waarvoor ze de opbrengst gebruiken (bijv. OZB-belasting). Lokale belastingen

2021

2022

OZB Parkeerbelasting Logiesbelasting Reclame- en precariobelasting

e 261 e 85 e7 e 25

e 271 e 108 e 11 e 12

Begrote opbrengsten in mln

Bij een heffing mag de gemeente alleen de kosten die zij maakt voor de uitvoering van een bepaalde taak doorberekenen, de opbrengsten mogen dus niet voor iets anders worden ingezet (bijv. rioolheffing). De gemeente mag maximaal een tarief hanteren dat 100oZo kostendekkend is: in de begroting mogen de baten hiervoor niet hoger zijn dan de lasten. Als de opbrengsten minder dan kostendekkend zijn, zullen de lasten uit andere inkomsten worden betaald (algemene middelen). Een leges is een bedrag dat betaald wordt voor een direct product of dienst (bijv. verstrekken paspoort). De Algemene Legesverordening omvat een veelheid van verschillende gemeentelijke producten en diensten. Kostendekkendheid De algemene lijn is dat de jaarlijkse tarieven met maximaal CPI (Consumenten Prijs Index) worden verhoogd. Een interne spelregel is dat bij (nagenoeg) maximaal kostendekkende tarieven het de sterke aanbeveling verdient een veiligheidsmarge aan te houden van minimaal 20Zo. Dus maximaal een kostendekkendheid van 980Zo. Als je over de 100oZo schiet is het namelijk een mogelijkheid dat de belastingrechter bij een beroepszaak een onverbindend verklaring afgeeft: de gemeente heeft dan geen heffingsgrond meer. Dit is niet alleen een grote financiële strop; het betekend ook een bestuurlijk, beleidsmatig, juridisch als administratief nadeel.

Om die reden geldt dat als de kostendekkendheid in jaar t reeds 980Zo of meer is, de tarieven voor jaar t+1 niet worden verhoogd. Een aantal heffingen zijn al 100Z kostendekkend. Deze zijn dus niet meegenomen in deze analyse omdat deze analyse zich richt op het vergroten van baten. Het gaat hierbij om: ^ Leges Stadsarchief (dit op grond van wettelijke bepalingen). ^ Bedrijfsreinigingsrecht • Leges Leidingen Bij de bepaling van de kostendekkendheid is het uitgangspunt dat toetsing op verordeningenniveau plaatsvindt, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen tarieven. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Zo kunnen bepaalde activiteiten binnen eenzelfde verordening om bestuurlijke en beleidsmatige redenen minder, terwijl andere activiteiten binnen dezelfde verordening meer dan kostendekkend gemaakt worden. Als voorbeeld hiervan de tarieven aanvraag bouwvergunningen. Om de leges voor aanvraag van vergunningen voor plannen met en relatief lage bouwsom haalbaar en betaalbaar te houden, is tot nu toe in Rotterdam bestuurlijk gekozen voor kruissubsidiëring tussen de grote en de kleine bouwplannen.

Het loslaten van deze kruissubsidiëring zou tot onaanvaardbaar hoge tarieven voor de kleine bouwplannen leiden. Datum 18 maart 2022

Pagina 4 van 45

Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen. Kruissubsidiëring tussen verordeningen is wettelijk niet toegestaan. Verruimen belastinggebied Reeds enkele jaren loopt een discussie tussen Rijk en VNG over het verruimen van lokaal belastinggebied. Deze discussie wordt steeds afgebroken en doorgeschoven naar een volgend kabinet. Daarbij lijkt de discussie niet zozeer te gaan over het al dan niet versterken van de lokale democratie door verruiming van de lokale belastingautonomie, maar eerder over de wijze waarop gemeenten een grotere financiële buffer kunnen verkrijgen om de oplopende risico’s verbonden aan de kosten van decentralisatie van taken, beter te kunnen beheersen. De inzet van het Rijk is hierbij een beperkte verruiming van het lokale belastinggebied; de inzet van de VNG een noodzakelijke verruiming van de algemene uitkering aan gemeenten. In het coalitieakkoord is hierover de volgende passage opgenomen: “Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB (motorrijtuigenbelasting) in de beschouwing betrokken.

In de huidige kabinetsperiode zal de financiering van de medeoverheden grotendeels worden vormgegeven via de accres systematiek.” Op dit moment is het onduidelijk hoe deze passage uitgewerkt gaat worden. Met ingang van 2025 vallen de belastinginkomsten van de provincies grotendeels weg als de motorrijtuigenbelasting wordt afgeschaft. Afgelopen zomer is onderzocht hoe de provincies gecompenseerd zouden moeten worden; daarbij is nadrukkelijk gekeken naar OZB naar provincies ten koste van gemeenten. In het coalitieakkoord wordt verder gesproken over hervorming, vereenvoudiging en verlaging van het rijksbelastingstelsel. In het verleden is een verruiming van het lokaal belastinggebied gepaard gegaan met een verlaging van rijksbelastingen op arbeid, die weer resulteerde in een verlaging van de uitkering gemeentefonds. Gelet op de sociaaleconomische situatie van de gemiddelde Rotterdammer is zo’n soort schuif nadelig voor de gemeente Rotterdam. Relatieve gemeentelijke woonlastendruk 2022 Belangrijk bestuurlijke kengetal is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten: de som van afvalstoffenheffing (ASH), rioolheffing (RIO) en gemiddelde OZB-aanslag eigenaar/bewoner.

In voortgaande bestuursperioden zijn duidelijke beleidsuitgangspunten geformuleerd ten aanzien van de ontwikkeling van de hoogte van de gemeentelijke woonlasten (in hoeverre en onder welke voorwaarden het bestuur haar inwoners wil belasten om bepaalde voorzieningen in de stad financieel mogelijk te maken). In 2022 stegen de gemeentelijke woonlasten in Rotterdam - afhankelijk van grootte van het huishouden - met gemiddeld 2,607o (inclusief de CPI-trend van 1,807o) ten opzichte van 2021. Gemeentelijke woonlasten Eenpersoonshuishouden OZB aanslag Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal

2021

2022

Verschil

190,21 225,70 290,80 706,71

193,57 235,90 296,00 725,47

3,36 10,20 5,20 18,7

Verschil y0 1,77y0 4,52y0 1,79y0 2,6507o

Datum 18 maart 2022

Pagina 5 van 45

Gemeentelijke woonlasten Tweepersoonshuishouden OZB aanslag Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal Gemeentelijke woonlasten Meerpersoonshuishouden ^2) OZB aanslag Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal

2021

2022

190,21 225,70 348,30 764,21

193,57 235,90 354,60 784,07

2021

2022

190,21 225,70 377,10 764,21

193,57 235,90 383,90 813,37

Verschil C 3,36 10,20 6,30 19,86

Verschil 07o 1,7707o 4,520Zo 1,817 2,607

Verschil C 3,36 10,20 6,80 20,36

Verschil 7 1,777 4,527 1,807 2,577

Alleen de eigenaar/bewoners krijgen in Rotterdam een gecombineerde aanslag OZB, afvalstoffen­ en rioolheffing opgelegd. Dit is ongeveer 307o van alle Rotterdamse huishoudens. De overige 707o van de huishoudens is huurder en krijgt alleen een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd. Voor afvalstoffenheffing (en uitsluitend voor deze gemeentelijke heffing) kan kwijtschelding worden verleend. Voor 2022 bedraagt het kwijtscheldingspercentage maximaal 76,507o. Door terugdraaien van de intensiveringen van het huidig college wordt dit percentage vanaf 2025 507o (percentage kwijtschelding 2018). Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten 2022 met die van de overige 4 grootste en die van gemiddeld grootste 40 gemeenten laat het volgende beeld van de relatieve gemeentelijke woonlastendruk 2022 in Rotterdam (voor een meerpersoonshuishouden, eigen woningbezit) zien: Gemeente

OZB

ASH

RIO

Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht Gemiddelde G40

260 251 207 375 347

384 441 385 356 342

236 153 155 228 186

Totaal woonlasten 880 844 747 957 876

Verschil tov 2021 2,57 3,17 4,77 6,97 2,97

Bron: COELO -Kerngegevens belastingen grote gemeenten 2022 De hoogte van gemiddelde OZB-aanslag wijkt in bovenstaande tabel af met de wijze van de wijze van berekenen door de gemeente (in de drie tabellen hierboven) omdat COELO deze corrigeert met de waardeontwikkelingen van woningen. En COELO rekent met gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen, in Rotterdam gaan wij uit van een gemiddelde WOZ-waarde van alle huur- en koopwoningen. De percentuele stijging t.o.v. 2021 wijkt overigens niet af (2,5Vo).

Scope notitie Centraal staan in deze notitie de (on-)mogelijkheden tot verdere batenoptimalisatie van een groot aantal lokale lasten die in Rotterdam reeds geheven worden en een beperkt aantal die nu niet geheven wordt. Een aantal lokale lasten zijn in deze analyse niet uitgewerkt omdat de opbrengsten hiervan gering zijn o.a. de woon-, horeca-, taxi-parkeervergunningen, ligplaats woonboten. Daarnaast zijn planbaten en baatbelasting niet uitgewerkt in deze analyse: deze onderwerpen worden nader uitgewerkt in de Bestuursopdracht Financiële Sturing SO.

Datum 18 maart 2022

Pagina 6 van 45

Per heffing, belasting en leges zijn scenario’s uitgewerkt. In principe zijn er drie manieren om de inkomsten te vergroten: Het verhogen van de kostendekkendheid; Het procentueel verhogen van de tarieven; Het aanpassen van de heffingsgrondslag. Per onderwerp is gekeken welke van de drie genoemde manieren logisch is om de inkomsten te vergroten. Let op: De uitgewerkte scenario’s zijn (binnen een belasting/heffing/leges soort) over het algemeen niet op te tellen.

Datum 18 maart 2022

Pagina 7 van 45

2. Afvalstoffenheffing Cluster:

SB

Afvalstoffenheffing De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing (ASH) kunnen gemeenten de inzameling van het huishoudelijk afval bekostigen. De gemeente hoeft niet zelf het afval op te halen, maar kan ook een particulier bedrijf inschakelen of samen met andere gemeenten een gemeenschappelijk afvalbedrijf het afval laten ophalen. Rotterdam haalt haar afval zelf op (Directie Stadsbeheer), de afvalverwerking wordt door een derde partij gedaan (bijvoorbeeld AVR). Rotterdam hanteert 3 tarieven op basis gezinsgrootte: hoe groter de gezinsgrootte, hoe meer afvalaanbod, hoe hoger het tarief. Elk huishouden wordt in principe aangeslagen voor deze heffing. Na aanvraag kan op grond van een inkomens- en vermogenstoets gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. Scenario’s A. Toerekening niet-toegerekende lasten (met name kwijtschelding en afvalstoffenbelasting). B. Als A maar dan met 950Zo kostendekkendheid. C. Scenario A + toerekening kosten straatreiniging verhogen van 250Zo naar 1/3 deel van de totale kosten straatreiniging. D. Als C maar dan met 950Zo kostendekkendheid. Toelichting scenario’s Bij de begrotingsbehandeling voor het tarief 2022 is de keuze gemaakt om het tarief met de CPI (indexatie) te verhogen.

Deze beperkte verhoging is niet voldoende om de hogere kosten voor het inzamelen van afval te dekken. Deze hogere kosten hebben gedeeltelijk te maken met de gestegen hoeveelheden afval sinds het uitbreken van de corona crisis (meer online bestellingen, meer thuis werken, klussen in huis etc). Het college heeft ervoor gekozen om de extra benodigde C 4,4 mln voor 2022 eenmalig vrij te maken uit de algemene middelen. Omdat dit extra budget voor 1 jaar is vrijgemaakt zal er voor het tarief 2023 e.v. een tariefstijging nodig zijn om de totale kosten voor inzameling te dekken. Het college heeft de afdeling inzameling daarvoor de volgende opdracht meegegeven: “Voor de jaren 2023 en verder wordt opdracht gegeven het knelpunt nader uit te werken en te actualiseren, deze analyse is beschikbaar voor de formatieonderhandelingen in 2022.” De opdracht vanuit het college om het huidige tekort voor inzameling verder uit te werken voor de formatieonderhandelingen geeft aan hoe lastig het gesprek over het verhogen van het tarief ASH (telkens) is. Tegelijkertijd is de kostendekkendheid van het tarief ASH laag. De draaiknoppen onder A en B zijn daarom ook van toepassing. Onderstaand een indicatie van de omvang van draaiknoppen: Scenario A: ^ Op dit moment worden de kosten voor kwijtschelding (jaarlijks circa C 6,5 mln) niet meegerekend in het tarief van de ASH.

Hiervoor wordt nu een apart bedrag gereserveerd onder armoedebestrijding. Het voorstel is om deze kosten toe te rekenen aan de tarieven van de ASH. ^ De afvalstoffenbelasting is een rijksbelasting op het verbranden van (rest)afval. Door het verhogen van de afvalstoffenbelasting wordt het scheiden van afval gestimuleerd. Het oude Datum 18 maart 2022

Pagina 8 van 45

tarief van de afvalstoffenbelasting - totaal circa C 3 mln - wordt nog niet toegerekend aan het tarief. Per 1 januari 2019 is het tarief van de afvalstoffenbelasting flink verhoogd, deze verhoging wordt wel toegerekend aan het tarief. Scenario B: De kostendekkendheid van het tarief 2022 is op dit moment 830Zo. De totale opbrengsten van de ASH zijn geraamd op C 101 mln in 2022. Met een vereenvoudigde weergave kan als uitgangspunt genomen worden dat het verhogen van de kostendekkendheid van het tarief met 1o0o ook C 1 mln meer opbrengsten oplevert, en C 3,40 aan stijging van het jaartarief tot gevolg heeft (dit kan enigszins verschillen per huishouden). Het verhogen van de kostendekkendheid naar 950 levert daarmee C 12 mln extra baten op. Scenario C: Op dit moment worden de kosten voor straatreiniging voor 250Zo meegerekend in het tarief ASH. Dit kan verhoogd worden naar 330. Hierdoor kunnen C 3,6 mln extra kosten worden toegerekend. Scenario A leidt tot 13mln meer kosten, het totaal komt daarmee op C16,6 mln aan extra toegerekenbare lasten. De kostendekkendheid stijgt daarmee van 830Zo met 160Zo is 990Zo (met het verhogen van het percentage kosten straatreiniging wordt de totale som toerekenbare kosten verhoogd waardoor de rekenregel van 1Z hogere kostendekkendheid per C1mln meer lasten niet helemaal opgaat, desondanks hier toch aangehouden).

Scenario D: Omdat de kostendekkendheid bij scenario C > 95Z is, is scenario D gelijk aan scenario B. Budget kwijtschelding Op basis van een inkomens- en vermogenstoets kan gedeeltelijke kwijtschelding van het ASH tarief worden aangevraagd. In de huidige collegeperiode wordt 76,5Z van het ASH tarief kwijtgescholden. Vanwege het terugdraaien van de intensivering op de kwijtschelding na afloop van de huidige collegeperiode daalt dit percentage vanaf 2023 naar 50Z. Bovenstaande scenario’s betreffen de periode vanaf 2023, daarom is er rekening gehouden met het lagere percentage kwijtschelding. In de huidige collegeperiode zijn de kwijtscheldingslasten C 10 mln, er is in de scenario’s (A en B) rekening gehouden met circa C 6,5 mln. Als het tarief van de ASH wordt verhoogd stijgt daarmee ook het bedrag dat per huishouden wordt kwijtgescholden. Een gedeelte van de extra baten welke met een hoger tarief worden ontvangen zal daarom weglekken naar de hogere kwijtscheldingslasten bij armoedebestrijding. Gedifferentieerde tarieven We werken sinds 2019 met 3 gedifferentieerde tarieven, waarbij de gedachte is dat een groter huishouden ook gemiddeld meer afval produceert. De afvalstoffenheffing bestaat uit vaste kosten en variabele kosten. Voor alle huishoudens zijn de vaste kosten gelijkgesteld. Het verschil in de tarieven komt voort uit de variabele kosten.

Er wordt met de differentiatie vanuit gegaan dat een 2persoons huishouden 1,5 keer en een 3-persoons huishouden 1,75 keer zoveel afval produceert in vergelijking met een 1-persoons huishouden. NB. Scenario Diftar Diftar is een systeem voor de inzameling van afval waarbij per huishouden geregistreerd wordt hoeveel en wat voor soort afval wordt aangeboden: Hoe meer restafval en ander slecht herbruikbaar afval een burger aanbiedt, hoe hoger de afvalstoffenheffing zal zijn. Dit scenario is nu niet uitgewerkt: 1) vraagt een grote meerjarige investering welke ook tijd kost, alle containers moeten aangepast worden - in deze begrotingsperiode zal dit geen meeropbrengsten opleveren.________________ Datum 18 maart 2022

Pagina 9 van 45

2) door het afsluiten van de containers krijg je te maken met nadelige bijeffecten, zoals plaatsing afval naast de container, dumping en verplaatsingseffect naar randgemeenten.______________ Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s Huidig tekort* A. Toerekening niet-toegerekende lasten** B. A met 9507o kostendekkendheid** C. A + toerekening kosten straatreiniging** D. C met 9507o kostendekkendheid**

2023 -4.400 9.500 12.000 16.600 12.000

2024 -4.400 9.500 12.000 16.600 12.000

2025 -4.400 9.500 12.000 16.600 12.000

2026 -4.400 9.500 12.000 16.600 12.000

* Voor dit tekort loopt momenteel een aparte uitwerking. ** De opgenomen bedragen zijn exclusief het effect van de hogere kwijtscheldingslasten

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 837o. Scenario’s A. Toerekening niet-toegerekende lasten B. A met 9507o kostendekkendheid C. A + toerekening kosten straatreiniging D. C met 957 kostendekkendheid

Nieuw tarief 927 957 997 957

Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Toerekening niet-toegerekende lasten B. A met 957 kostendekkendheid C. A + toerekening kosten straatreiniging D. C met 957 kostendekkendheid

Stijging tarief + C 32,60 + C 40,80 + C 56,44 + C 40,80

07o stijging ca. 97 ca. 127 ca. 16,57 ca. 127

Bovenstaande tabel is enkel ter indicatie. Vanwege de gedifferentieerde tarieven valt het tarief anders uit per huishouden (1per, 2pers of > 2pers). De indicatie van het 7o stijging is gebaseerd op het huidige 2persoons tarief.

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 1-persoons 2-persoons

Rotterdam 296 355

Amsterdam 331 441

DH 313 352

Utrecht 304 354

384

441

386

354

Rotterdam 87 97 107

Amsterdam 207 207 207

DH 347 347 347

Utrecht 417 337 337

> 2-persoons Stijging 2022 tov 2019

1-persoons 2-persoons > 2-persoons

Datum 18 maart 2022

Pagina 10 van 45

Overige effecten/consequenties In het collegeprogramma “Nieuwe energie voor Rotterdam” is opgenomen dat “Er geen nieuwe beleidsmaatregelen genomen worden die zorgen voor een stijging van de gemeentelijke woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB)”. Ondanks dat deze tekst ruimte laat voor tariefstijgingen vanwege andere oorzaken was het gelijk houden van de woonlasten wel het politieke uitgangspunt voor de afgelopen collegeperiode. De stijging van de afvalstoffenbelasting is wel doorgevoerd in het tarief (tarief 2020). Uit de tariefsontwikkeling van de G4 steden blijkt een groot verschil in stijging van de tarieven over de afgelopen jaren. Ondanks een aantal gezamenlijke componenten (prijsontwikkelingen in verwerkingskosten, stijging afvalstoffenbelasting) is het verhaal achter de cijfers per stad verschillend, zo wordt de stijging bij Amsterdam veroorzaakt door het streven naar kostendekkendheid. Duidelijk wordt wel dat de kostenontwikkeling deze stijging noodzakelijk maakt, waarbij in Rotterdam strikt op het gelijk houden van de woonlasten werd gestuurd. Zonder de algemene middelen - net als in 2022 - aan te spreken is dit geen haalbare uitgangspositie meer voor de komende jaren. Van oorsprong hebben we in Rotterdam in vergelijking met andere steden een hoog tarief, met name veroorzaakt door de hoge verwerkingskosten van het afval met AVR.

Door de tariefsontwikkelingen in het gehele land is het Rotterdamse tarief ondertussen ingehaald door andere steden en van deze twijfelachtige koppositie geen sprake meer.

Datum 18 maart 2022

Pagina 11 van 45

3. Rioolheffing Cluster:

SB

Aanspreekpunt:

Rioolheffing De rioolheffing is een directe belasting ter dekking van die kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: ^ de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en, ^ de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Scenario’s A. Kostendekkendheid naar 980Zo De bijdrage vanuit de algemene middelen loopt van C 4,9 mln in 2023 tot C 3,3 mln in 2026. Dit gaat gepaard met een dekkingspercentage van het tarief van 94,50Zo in 2023 tot 96,50Zo in 2026. Indien het dekkingspercentage wordt verhoogd naar 980Zo, komt de extra stijging van het tarief per aansluiting voor een woning neer op C 9,30 in 2023 aflopend naar C 3,80 in 2026. B. Rioolheffing gebruiken als dekking voor klimaatadaptieve maatregelen (Weerwoord). Er is geen budget vanaf 2023 voor het programma Weerwoord, wat bestaat uit maatregelen ter voorkoming van wateroverlast bij extreem weer. Er is noodzaak om dit programma te continueren. Tot nu toe kwam het budget hiervoor uit de algemene middelen. Echter, een deel van de maatregelen uit dit programma zijn toe te rekenen aan de rioolheffing. Uiteraard zou hierdoor de rioolheffing moeten stijgen.

Welk budget er jaarlijks nodig is voor het programma en welk deel hiervan aan de rioolheffing toerekenbaar zou zijn, is nog niet exact duidelijk. Verwachting is dat hier begin 2022 meer duidelijkheid over is. Qua effect voor de rioolheffing kunnen onderstaande regels worden gehanteerd: ^ Voor elke extra mln benodigd exploitatiebudget stijgt de rioolheffing met C 2,76 per aansluiting per jaar. ^ Voor elke extra mln benodigd investeringsbudget stijgt de rioolheffing met C 0,14 per aansluiting per jaar. Uitgaande van continuering van het investeringsbudget van C 9,36 mln zoals dat voor 2021 was toegekend en een mogelijkheid tot volledige toerekening aan de rioolheffing, betekent dit een jaarlijks extra stijging het tarief van C1,30 per aansluiting. (Voor uitvoering programma is zowel investerings- als exploitatiebudget nodig). Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Kostendekkendheid 980Zo B. Kosten Weerwoord opnemen in tarief*

2023 3.100 0

2024 3.400 500

2025 1.500 900

2026 1.500 1.400

* Ter voorbeeld: jaarlijks C 9,36 mln investering. Reeks betreft kapitaalslasten

Datum 18 maart 2022

Pagina 12 van 45

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 94,507o. Bij scenario A. zou deze stijgen naar 9807o. Bij scenario B. stijgt de kostendekkendheid niet, omdat er meer kosten aan het tarief toegerekend worden. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s

Tarief (nu)

Tarief (voorstel)

A. Kostendekkendheid 9807o

2023: C 241,90 2024: C 247,90 2025: C 253,90 2026: C 259,90 2023: C 241,90 2024: C 247,90 2025: C 253,90 2026: C 259,90

2023: C 251,20 2024: C 252,10 2025: C 257,70 2026: C 263,70 2023: C 241,90 2024: C 249,20 2025: C 256,40 2026: C 263,70

B Kosten Weerwoord opnemen in tarief

y0 mutatie 2023 t.o.v. 2022 3,807o 1,707o 1,507o 1,507o 0,07o 0,57o 1,07o 1,507o

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam Amsterdam Den Haag

C 236 C 153 C 155

Utrecht Gem. G40

C 228 C 186

Overige effecten/consequenties Tarief ontwikkeling vastgelegd in GRP5 (Gemeentelijke Rioleringsplan 2021-2025). Het Tarief 2022 is inmiddels al vastgesteld en bedraagt C235,90. Afspraken in GRP5: ^ In de periode GRP5 (2021-2025) bedraagt de jaarlijkse tariefstijging 6 euro + indexatie. ^ Tarief rioolheffing bedraagt aan het eind van de GRP periode, 2025 C 259,9 (prijspeil 2022, dus exclusief indexatie) ^ De jaarlijkse stijging van 6 euro per jaar wordt aangehouden tot 2028. Dan wordt het maximale tarief gehaald van C 272,55 (prijspeil 2022) (exclusief CPI). In de periode 2028 t/m 2033 blijft het tarief gelijk. Vanaf 2034 als de lening is afgelost kan het tarief weer licht dalen (exclusief CPI). Als alles is afgelost, kan het tarief weer dalen (exclusief CPI). Dat is naar verwachting omstreeks 2034.

Datum 18 maart 2022

Pagina 13 van 45

4. Onroerendezaakbelasting - woningen Cluster:

DV

Aanspreekpunt:

OZB-woningen Drie groepen krijgen jaarlijks een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB): 1. eigenaren van woningen; 2. gebruikers van niet-woningen; 3. eigenaren van niet-woningen. Gebruikers van woningen - bijvoorbeeld huurders - krijgen geen aanslag OZB. Voor iedere groep geldt een eigen tarief. De aanslag OZB wordt bepaald op een vastgesteld /o van de WOZ-waarde van een woning of niet-woning. De wet maakt een differentiatie binnen eenzelfde tariefgroep niet mogelijk. Hierdoor is het wettelijk niet toegestaan om verschillende OZB-tarieven voor woningen met een verschillend energielabel, of bijvoorbeeld grote industriële objecten te hanteren. De gemeente bepaalt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde van de woning of niet-woning. Peildatum voor belastingjaar t is 1 januari van het jaar t -1. Daarmee wordt als het ware een jaar teruggekeken. De waarde van een woning wordt met modelmatige berekeningen bepaald. De waardebepaling voor de Wet WOZ is een wettelijke taak van de gemeente. Scenario’s De OZB-opbrengsten zijn de uitkomst van de rekensom: totale waarde onroerend goed x tarief. Omdat de waarde van het onroerend goed een autonoom gegeven is dat jaarlijks via taxatie wordt bepaald, terwijl de opbrengsten voor ieder begrotingsjaar taakstellend worden vastgesteld door de raad, is de hoogte van de OZB-tarieven hiervan de rekenkundige afgeleide.

Huidige uitganspunten OZB-woningen: ^ De opbrengst uit de onroerendezaakbelasting wordt alleen geïndexeerd en niet verhoogd. ^ Areaaluitbreiding zorgt voor extra OZB-inkomsten. ^ Er worden geen nieuwe beleidsmaatregelen genomen die zorgen voor een stijging van de woonlasten (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB), exclusief mogelijk private financiële consequenties van de energietransitie. Scenario’s: A. De areaaluitbreiding wordt nu alleen jaarlijks verwerkt in de begroting. Dit scenario houdt in dat we de areaaluitbreiding meerjarig op nemen in de begroting. Uitgangspunten: - tarief wordt alleen geïndexeerd. - waardeontwikkeling gelijk aan 0/ B. Bij een verwachte waardeontwikkeling 2023 van 10/, 2024 van 8/, 2025 van 6/ en 2026 van 4/ stijgt het tarief met dezelfde percentages C. Het OZB-tarief wordt verhoogd met 1/. D. Verhoging gemiddeld aanslagbedrag met 2/

Datum 18 maart 2022

Pagina 14 van 45

Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Areaaluitbreiding meerjarig begroten* B. Tarief stijgt met waardeontwikkeling C. Verhoging 10o per tarief D. Verhoging gem. aanslagbedrag met 20

2023

2024

2025

2026

6.360 640 1.280

12.000 1.270 2.540

16.500 1.930 3.860

19.700 2.580 5.160

* De meerjarige areaaluitbreiding voor OZB-woningen wordt nog uitgezocht. Een kanttekening bij de extra OZBinkomsten die voortvloeien uit areaaluitbreiding is dat deze een drukkend effect hebben op de gemeentefondsuitkering (meer OZB-opbrengsten betekent minder gemeentefondsuitkering). De uitkomsten worden eind februari 2022 verwacht.

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij OZB is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Areaaluitbreiding meerjarig begroten B. Tarief stijgt met waardeontwikkeling

Tarief (nu) 0,0774 0,0774

C. Verhoging 10 per tarief D. Verhoging gem. aanslagbedrag met 20

0,0774 0,0774

Tarief (voorstel) 0,07878* 2023: 0,0851 2024: 0,0920 2025: 0,0975 2026: 0,1014 0,0782 0,0789

y0 mutatie 2023 t.o.v. 2022 1,80 100 80 60 40 10 20

* Bij scenario A is al rekening gehouden met een tariefstijging door indexatie.

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht G40

Tarief 0,07010 0,0420y0 0,04850 0,07620 0,08670

Gem. OZB bedrag 260 251 207 375 347

Overige effecten/consequenties Rotterdam, zoals het merendeel van de gemeenten in Nederland (inclusief de G3), de systematiek van gelimiteerde OZB-opbrengst gebruikt. Deze systematiek heeft als gevolg een stabiel begrotingsbeleid en minimale fluctuatie in de verwachte gemiddelde OZB-aanslag. Het afwijken van deze systematiek leidt met name in scenario B, C, en D tot een onstabiel begrotingsbeleid en hiermee ook een fluctuerende verwachte gemiddelde OZB-aanslag. De waardeontwikkeling is afhankelijk van verschillende factoren zoals de marktwerking, het economisch klimaat, de beleidskeuze enz. waardoor een meerjarige prognose hiervoor zeer complex is en hierdoor onzeker. Dit geldt ook voor areaaluitbreiding en de meeropbrengsten die Datum 18 maart 2022

Pagina 15 van 45

hieruit voortvloeien. De afgelopen jaren is er een stijgende trend geweest in de OZB waardering. Het is onzeker of deze trend zich in de toekomst ook voorzet, of ontwikkelt naar dalende OZB waarderingen. Daarnaast worden de gevolgen die de genoemde scenario’s kunnen hebben op de tarieven en opbrengsten uitgebreid beschreven in de notitie “OZB-systematiek”. Hierdoor is het van belang om dit onderzoek als onderlegger te gebruiken bij het vaststellen van nieuwe uitgangspunten omtrent de berekening van het OZB-tarief in de nieuwe kadernota.________________________________

Datum 18 maart 2022

Pagina 16 van 45

5. Onroerendezaakbelasting - niet woningen Cluster:

DV

Aanspreekpunt:

OZB- niet woningen Zie OZB-woningen Scenario’s A. Normaliter wordt de waardeontwikkeling van niet-woningen niet meegenomen in de tariefbepaling. Bij dit scenario wordt wel rekening gehouden met een verwachte waardeontwikkeling: voor niet-woningen tarieven voor gebruiker (NW G) en eigenaar (NW E) een waardeontwikkeling gelijk aan 2021 hanteren. De gemiddelde waardeontwikkeling 2021 voor niet-woningen +0,16% en vanaf 2024 gelijk aan 0o0o. B. Stijging tarieven 2021 met 1o0o Niet-woningen eigenaar (NW E) en gebruiker (NW G) C. Een opbrengstverhoging van: 1. C 1,0 mln niet-woningen eigenaar (NW E) en niet-woningen gebruiker (NW G) 2. C 3,0 mln niet-woningen eigenaar (NW E) en niet-woningen gebruiker (NW G) 3. C 5,0 mln niet-woningen eigenaar (NW E) en niet-woningen gebruiker (NW G) Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Waardontwikkeling opnemen tarieven B. Tarieven + 10 C.1. Opbrengst met C 1 mln omhoog 2. Opbrengst met C 3 mln omhoog 3. Opbrengst met C 5 mln omhoog

2023 330 2.700 1.000 3.000 5.000

2024 330 4.200 1.000 3.000 5.000

2025 330 6.300 1.000 3.000 5.000

2026 330 8.400 1.000 3.000 5.000

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij OZB is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Tarieven bevriezen B. Tarieven + 10 C.1. Opbrengst met C 1 mln omhoog 2. Opbrengst met C 3 mln omhoog 3. Opbrengst met C 5 mln omhoog

Tarief (nu)

Tarief (voorstel)

E: 0,3574 G: 0,2546 E: 0,3574 G: 0,2546 E: 0,3574 G: 0,2546

E: 0,3574 G: 0,2546

y0 mutatie 2023 t.o.v. 2022 Geen

E: 0,3610 G: 0,2571

10

E: 0,3583 G: 0,2552 E: 0,3600 G: 0,2564 E: 0,3617 G: 0,2577

+0,2% +0,7% +1Í0

Datum 18 maart 2022

Pagina 17 van 45

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht G38

NW E 0,3573oZo 0,1593oZo 0,2705oZo 0,3599oZo 0,326807o

NW G 0,25450Zo 0,1151 Z 0,2283Z 0,2907Z 0,2363Z

NB. We gebruiken de Coelo-atlas voor de gemeentelijke cijfers m.b.t. lokale heffingen. Voor niet woningen, gezien de verschillende sectoren, zijn geen cijfers van de gemiddelde aanslag beschikbaar.

Overige effecten/consequenties De waardeontwikkeling is afhankelijk van verschillende factoren zoals de marktwerking, het economisch klimaat, de beleidskeuze enz. waardoor een meerjarige prognose hiervoor zeer complex is en hierdoor onzeker.

Datum 18 maart 2022

Pagina 18 van 45

6. Precariobelasting Cluster:

DV

Aanspreekpunt:

Precariobelasting Precariobelasting is een vergoeding voor het gebruik van openbare grond. Iedereen die duurzaam voorwerpen plaatst onder, op of boven de openbare gemeentegrond, betaalt precariobelasting. Voorbeeld hiervan: ^ de uitbater van een terras op gemeentegrond; • de energiemaatschappij die eigenaar is van kabels die onder de gemeentegrond lopen; ^ gebruikers van bedrijfsvaartuigen en woonboten (liggeld woonboten); ^ de vergunninghouders van bouwplaatsen; » de eigenaar van een parkeergarage waarvan de aanrijdhelling over de gemeentegrond ligt. Scenario’s A. De tarieven precariobelasting niet meer indexeren (CPI) maar jaarlijks verhogen met 50Zo B. De tarieven eenmalig verhogen met 10Zo in 2023 en vanaf 2024 indexeren (CPI) C. Het basistarief (1m2x50m2) precariobelasting terrassen van C 0,00 verhogen naar C 232,00. Kleine terrassen betalen momenteel geen precariobelasting. Het voorstel is om deze wel een aanslag op te leggen. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Tarieven + 50Zo jaarlijks B. Tarieven eenmalig 10Zo 2023 en dan CPI C. Basistarief kleine terrassen

2023 400 800 90

2024 800 800 90

2025 1.200 800 90

2026 1.700 800 90

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij precariobelasting is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Tarieven + 50Zo jaarlijks * B. Tarieven eenmalig 10Z 2023 * C. Basistarief kleine terrassen

Tarief (nu)

Tarief (voorstel)

C0

C 232

0Zo mutatie 2023 t.o.v. 2022 5Z 10Z 100Z

* Vanwege de diversiteit aan tarieven is geen vergelijking gemaakt met nu en voorstel.

Datum 18 maart 2022

Pagina 19 van 45

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 Rotterdam Algemeen

2022

Voorwerpen bij een vestiging tot 1 m2 per iaar (o.a. terrassen) Voorwerpen bij een vestiging van 1 m2 tot en met 50 m2 per iaar (o.a. terrassen) Voorwerpen bij een vestiging basistarief plus per m2 voor elke m2 boven 50 m2 per iaar Voorwerpen niet behorend bij een vestiging per m2 per iaar Bouwmaterialen Oppervlakte voor stellingen, bouwmaterialen, keten, loodsen, bouwwerktuigen per m2 per week Buizen en kabels; leidingviaducten Buizen en transportleidingen per m per iaar Kabels per m per iaar Gas, waterleiding- en stadsverwarmingsbuizen per m per iaar Terras 30m2

Laag

Hoog

Rotterdam Amsterdam* Den Haag Utrecht*

f 228 f 960 f0 f 1.017

f 228 f 3.210 f0 f 1.638

f0 f 227,90 f 29,90 f 29,90 f 1,30 f 6,30 f 1,30 f 1,30

* Amsterdam en Utrecht heffen in 2022 geen precariobelasting voor terrassen. Dit zijn laatst gebruikte tarieven.

Overige effecten/consequenties De consequentie hiervan is een grotere financiële druk op kleine en middelgrote ondernemers, met name de horecasector die sterk benadeeld is door alle coronamaatregelen. Daarnaast leidt het uitvoeren van scenario C tot extra uitvoeringskosten.

Datum 18 maart 2022

Pagina 20 van 45

7. Reclamebelasting Cluster:

SB

Aanspreekpunt:

Reclamebelasting Voor elke reclame, aankondiging of boodschap die vanaf de openbare weg te zien is, wordt reclamebelasting betaald. De reclamebelasting kent in eerste instantie een regulerend karakter: door openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg te belasten, kan de gemeente het gebruik van reclame reguleren. Afgelopen collegeperiode is de vrijstelling van reclamebelasting voor het havengebied weer opgeheven. Vanaf 2020 betalen bedrijven in het havengebied ook reclamebelasting. Dit heeft geleid tot een meeropbrengst van circa 0,5 miljoen per jaar. De gemeente Amsterdam was van plan om reclamebelasting per 1 januari 2020 in te voeren. Door COVID-19 zijn deze planen uitgesteld tot 2022. De overige G4-gemeenten heffen deze belastingsoort niet. Scenario’s De reclamebelasting laat de afgelopen jaren teruglopende opbrengsten zien. Dit is tot op heden nog niet verwerkt in de begroting, omdat er nog geen duidelijkheid over de structurele aard van de terugloop in opbrengsten voor reclamebelasting (inmiddels is dat wel het geval). Daarnaast werd het tekort met incidentele baten uit andere belastingsoorten gedekt. Een tariefsverhoging is nodig om de daling te compenseren en levert geen meeropbrengsten op. Voor belastingjaar 2022 is de verwachte opbrengst voor reclamebelasting C 2,5 mln en de begrote opbrengst 3,5 mln. A.

Om de minderopbrengsten te compenseren zal het tarief met bijna 40yo moeten stijgen van C56 naar C77. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s Huidig tekort A. Stijging tarief 4007o

2023 -1.000 1.000

2024 -1.000 1.000

2025 -1.000 1.000

2026 -1.000 1.000

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij reclamebelasting is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Stijging tarief 4007o

Tarief (nu) C 55

Tarief (voorstel) C 77

y0 mutatie 2023 t.o.v. 2022 4007o

Datum 18 maart 2022

Pagina 21 van 45

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam

f 55

Amsterdam Den Haag Utrecht G38

Diverse f0 f0 Diverse

Overige effecten/consequenties De consequentie hiervan is een grotere financiële druk op kleine en middelgrote ondernemers. Hierdoor wordt het uitwijken naar andere reclamemedia gestimuleerd waardoor de opbrengsten verder zullen teruglopen.

Datum 18 maart 2022

Pagina 22 van 45

8. Logiesbelasting Cluster:

DV

Aanspreekpunt:

Logiesbelasting Mensen die tegen betaling zakelijk of privé overnachten in een gemeente waar zij niet wonen, betalen de logiesbelasting. Zo dragen toeristen bij de in kosten die de gemeente maakt voor voorzieningen waarvan toeristen mede profijt hebben. Logiesbelasting wordt geheven op o.a. hotelovernachtingen en aanbieders via platforms als AirBNB. Het huidige tarief is 6,5/ van de overnachtingsprijs. Scenario’s Logiesbelasting zal naar verwachting de komende twee jaar teruglopende opbrengsten laten zien als gevolg van de coronacrisis. Een tariefsverhoging zal daardoor pas in 2024 leiden tot meeropbrengsten. Mogelijke scenario’s: A. Een tariefsverhoging van 6,5/ naar 75/0 vanaf 2024 B. Een vast bedrag per overnachting per persoon. Bij de berekening is uitgegaan van C 7 per nacht. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s Huidig tekort A. Tarief verhogen naar 7,5/ B. Vast bedrag per overnachting

2023 -2.044 1.200 1.573

2024 -1.731 1.200 1.592

2025 0 1.200 3.342

2026 0 1.200 3.342

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij logiesbelasting is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Scenario’s A. Tarief verhogen naar 7,5/ B. Vast bedrag per overnachting

Tarief (nu) 6,5/

Tarief (voorstel) 7,5/ C7

y0 mutatie 2023 t.o.v. 2022 1/

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam

6,5/

Amsterdam Den Haag Utrecht

70Zo + C 3 C 5,35 6/

Datum 18 maart 2022

Pagina 23 van 45

Overige effecten/consequenties Een stijging van de tarieven hoeft niet per se te leiden tot meer opbrengsten in een slecht economisch klimaat. We zijn bij de uitvoering afhankelijk van de aangifte van hotels/pensions om de aanslag op te kunnen leggen. Ook het bouwen van nieuwe hotels kan leiden tot een negatief prijseffect bij een gelijke vraag: meer hotels betekent meer aanbod van hotelkamers. Bij een gelijke vraag zal de overnachtingsprijs dalen en hiermee ook de logiesopbrengsten die een percentage zijn van de overnachtingsprijs. Deze ontwikkeling kan leiden tot minder logiesopbrengsten. En niet onbelangrijk: de mogelijke postcorona effecten. Uit CBS-cijfers blijkt dat bijna de helft van het aantal hotelovernachtingen op conto komt van de zakelijk reiziger. De vraag blijft of congressen zoals we die kennen in het nieuwe normaal passen. Dit leidt tot grote onzekerheid omtrent de logiesopbrengsten die hieruit vloeien. Het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen voorspelt dat pas in 2025 de markt voor zakelijke reizen weer hersteld is (niveau voor corona).

Datum 18 maart 2022

Pagina 24 van 45

9. Parkeren Cluster:

SB

Aanspreekpunt:

Parkeren Op een groot aantal plekken in Rotterdam moeten bewoners en bezoekers betalen voor parkeren. Het onderscheid kan gemaakt worden in straatparkeren, garageparkeren, fietsparkeren en P+R. Het Rotterdamse parkeerbeleid is, flankerend aan het bredere mobiliteitsbeleid, mede gericht op het stimuleren van het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer en daarnaast wordt ingezet op een verschuiving van parkeren op straat naar parkeren in openbare parkeergarages en P+Rvoorzieningen. Scenario’s Context In de begroting 2022 e.v. is bij het taakveld Parkeerbelasting als uitgangspunt geformuleerd: “hogere inkomsten benutten om ambities van het college te faciliteren bij uitbreiding P+Rvoorzieningen en voorzieningen voor fietsparkeren”. Op beide onderwerpen wordt gewerkt aan planvorming en concrete projecten m.b.t. uitbreidingen die voor financiële dekking van de structurele lasten ‘kijken’ naar de parkeerexploitatie. Voor een deel heeft hierover reeds besluitvorming plaatsgevonden. De voorziene dekking vindt plaats vanuit uitbreidingen betaald parkeren (nieuwe gebieden en uitbreiding betaaltijden bestaande gebieden). Uitbreidingen betaald parkeren wordt om die reden niet als scenario ingebracht in deze notitie. Keuzes parkeertarieven college 2018-2022 Het huidige college heeft in de afgelopen periode de volgende besluiten m.b.t.

de parkeertarieven genomen: ^ per 1 januari 2019 is: o de 1ste bewonersvergunning verhoogd van C 5,60 naar C 9,60 per maand; o de 2de bewonersvergunning verhoogd van C 11,20 naar C 20,70 per maand; o het tarief van de bewonersvergunningen bevroren voor de jaren 2020, 2021 en 2022 (geen indexering); o de bedrijfsvergunning verhoogd van C 33,60 naar C 38,80 per maand (de afgelopen jaren wel geïndexeerd naar nu C 40,10 per maand); o de bezoekersvergunning (regeling waarbij bewoners hun bezoek tegen gereduceerd tarief kunnen laten parkeren) verhoogd van C 0,05 per 10 minuten naar C 0,10 per 10 minuten; o het tarief in het Centrum voor bezoekers op straat geharmoniseerd van C 3,20 en C 4,00 per uur naar C 4,08 per uur (nu C 4,20 per uur). ^ per 1 januari 2020 is een Centrumschil ingevoerd rondom het Centrum, waarin het tarief voor bezoekers op straat is verhoogd van C 1,72 naar C 2,50 per uur (nu C 2,56 per uur). Scenario’s Bewoners- en/of bedrijfsvergunningen A. Generieke verhoging alle parkeervergunningen met 10DZo. B. Generieke verhoging alle parkeervergunningen met 50DZo. C. Gebiedsgerichte verhoging parkeervergunningen met onderscheid naar Centrum, Centrumschil en overige gebieden. Het tarief van alle parkeervergunningen in het Centrum wordt verdubbeld, in de Centrumschil met 5007o verhoogd en in de overige gebieden niet verhoogd. Dit sluit aan bij de Datum 18 maart 2022

Pagina 25 van 45

gebiedsgerichte tarifering van parkeervergunningen, zoals die al langere tijd in Amsterdam en Utrecht aan de orde is, gericht op beleving en waardering van de ruimtedruk. D. Uitsluitend verhoging van de meerdere bewoners- en bedrijfsvergunningen met 50Zo. Het gaat hierbij om de 2e (of meer) vergunning. Kortparkeren op straat (bezoekers) Door het verhogen van de tarieven kortparkeren op straat wordt een verschuiving van het straatparkeren naar het garageparkeren gestimuleerd. Dit zal een positief effect hebben op de omzet van openbare parkeergarages, waaronder die van de gemeente. Het verhogen van de tarieven kortparkeren kan ondersteunend zijn aan een verdere uitrol van de City Lounge. E. Generieke verhoging kortparkeertarieven op straat met 10Zo. F. Verhoging van kortparkeertarieven op straat naar: Centrum C 5,40, Centrumschil C 3,60 en overig gebied C 2,40 per uur. Stop & shop-regeling in winkelstraten Sinds 2008 bestaat er in een aantal winkelstraten buiten het Centrum een stop & shop-regeling. Deze regeling is bedoeld als stimuleringsmaatregel voor winkelstraten met potentie om door te groeien en in die zin een onderdeel van een breder stimuleringspakket en is in die zin primair een economische maatregel. Concreet houdt de maatregel in dat een bezoeker voor de eerste 30 minuten parkeren slecht C 0,10 betaalt. G. Afschaffing van de stop & shop-regeling. H.

Verdubbeling tarief van de stop & shop-regeling. Bezoekersregeling bewoners Bewoners kunnen door een bezoekersvergunning aan te vragen hun bezoek tegen gereduceerd tarief laten parkeren. Dit kost momenteel C 0,10 per 10 minuten met een maximum van 500 uur (30.000 minuten) per kalenderjaar. I. Afschaffing van de bezoekersregeling. J. Verdubbeling tarief van de bezoekersregeling. K. Gebiedsgerichte verhoging van het tarief van de bezoekersregeling. Garageparkeren (kort parkeren) L. Generieke verhoging kortparkeertarieven in openbare gemeentelijke parkeergarages met 10Zo. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Verhoging alle parkeervergunningen 10Zo B. Verhoging alle parkeervergunningen 500Zo C. Gebiedsgerichte verhoging vergunningen D. Verhoging tarief bij meerdere vergunningen E. Verhoging 10Z kort parkeren op straat F. Gebiedsgerichte verhoging kort parkeren str G. Afschaffen stop & shop-regeling H. Verdubbeling tarief stop & shop-regeling. I. Afschaffing van de bezoekersregeling. J. Verdubbeling tarief bezoekersregeling K. Gebiedsgerichte verhoging bezoekersreg. L. Verhoging tarief kortparkeren garages 10Z

2023 2.100 9.100 5.200 3.900 7.500 21.900 2.500 400 6.200 6.400 6.900 600

2024 2.100 9.100 5.200 3.900 7.500 21.900 2.500 400 6.200 6.400 6.900 600

2025 2.100 9.100 5.200 3.900 7.500 21.900 2.500 400 6.200 6.400 6.900 600

Datum 18 maart 2022

2026 2.100 9.100 5.200 3.900 7.500 21.900 2.500 400 6.200 6.400 6.900 600 Pagina 26 van 45

* Bij het scenario J (verdubbeling tarief bezoekersregeling) zijn de opbrengsten hoger dan bij scenario I (afschaffen van bezoekersregeling). De aanname is dat bij afschaffing van de bezoekersregeling de vraaguitval (sociaal bezoek met de auto) aanzienlijk groter zal zijn en er ook bewust korter geparkeerd gaat worden, terwijl dat bij een verdubbeling minder zal zijn. Bovenstaand is voor de verschillende 'parkeerproducten' een aantal scenario's benoemd en uitgewerkt die leiden tot hogere parkeerbaten. Op hoofdlijnen benoemd en doorgerekend, combinaties zijn gedeeltelijk mogelijk maar door de onderlinge afhankelijkheid kunnen de scenario's niet zo maar bij elkaar worden 'opgeteld'.

Effect scenario’s kostendekkendheid Bij parkeren is er geen sprake van kostendekkendheid: het is een inkomstenbron voor de algemene middelen. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Bewoners - en/of bedrijfsvergunningen Tarief (nu) 1e bewonersvergunning f 115,20 2e bewonersvergunning f 248,40 bedrijfsvergunning f 481,20

A. +107 f 127,20 f 273,60 f 529,20

B. +5070 f 172,80 f 373,20 f 722,40

C. centrum* f 230,40 f 496,80 f 962,40

D. meerdere f 115,20 f 373,20 f 481,20**

* Centrumschil is verhoging 5007o (zie tarief B) en overige gebieden is tarief nu. ** De tweede (en meer) wordt f 722,40

Kortparkeren op straat (bezoekers) Tarief (nu) Centrum f 4,20 Centrumschil f 2,56 Overig gebied f 1,76 Stop & shop-regeling Centrumschil Overig gebied

E. +107 f 4,62 f 2,80 f 1,96

F. div. f 5,40 f 3,60 f 2,40

Tarief (nu) f 0,10* f 0,10*

G. stop f 1,28* f 0,88*

H. +1007 f 0,20* f 0,20*

Tarief (nu) f 0,60* f 0,60* f 0,60*

I. stop f 4,20* f 2,56* f 1,76*

J. +1007 f 1,20* f 1,20* f 1,20*

* tarief eerste 30 minuten.

Bezoekersregeling bewoners Centrum Centrumschil Overig gebied

* tarief per uur; bij afschaffing bezoekersregeling betaalt in principe niet de bewoner maar de bezoeker.

Garageparkeren (kort parkeren) Tarief (nu) Centrum f 2,15 Centrum - nachttarief f 1,05 Buiten Centrum f 1,30

K. +107 f 2,35 f 1,15 f 1,45

Datum 18 maart 2022

Pagina 27 van 45

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 Kortparkeren op straat

Rotterdam

Amsterdam

Den Haag

Utrecht

Centrum

f 4,20

f 7,50

f 4,85

f 5,69

Centrumschil Overige wijken

f 2,56 f 1,76

f 4,50 tot f 6,00 f 1,40 tot f 3,50

f 2,45 f 2,00

f 4,39 f 3,12

Rotterdam f 115,20

Amsterdam f 567,48

Den Haag f 64,80

Utrecht f 442,08

f 248,40 f 115,20

f 1418,70 f 253,50 / f 350,04* f 633,78 / f 875,08*

f 288,00 f 64,80

n.v.t. f 234,84

f288,00

f 469,44

f 31,82 / f 101,82* f 79,56 7 f 254,58*

f64,80 f288,00**

f 108,00 f 216,12

Bewonersvergunning 1e vergunning centrum 2e vergunning centrum 1e vergunning centrumschil 2e vergunning centrumschil 1e vergunning ov. wijken 2e vergunning ov. wijken

f 248,40 f 115,20 f 248,40

* Tarief wordt vastgesteld op stadsdeelniveau ** In Den Haag is een 3e en volgende parkeervergunning voor bewoners mogelijk tegen f 576,00. Bedrijfsvergunning 1e vergunning centrum

Rotterdam f 481,20

Amsterdam f 907,96

Den Haag f 380,40

Utrecht f 1.079,28

2e vergunning centrum

f 481,20

f 907,96

f 380,40

f 2.158,44

1e vergunning centrumschil 2e vergunning centrumschil 1e vergunning ov. wijken 2e vergunning ov. wijken

f 481,20 f 481,20 f 481,20 f 481,20

f 405,62/f 560,06 f 405,62/f 560,06 f 50,92/f 162,92 f 50,92/f 162,92

f 380,40 f 380,40 f 380,40 f 380,40

f 724,56 f 1.449,00 f 514,40 f 1.028,76

Overige effecten/consequenties

Datum 18 maart 2022

Pagina 28 van 45

Kaart parkeergebeiden Rotterdam In Rotterdam zijn er drie parkeergebieden: ^ Centrum (grijs) ^ Centrumschil (rood) ^ Overig gebied (blauw)

Datum 18 maart 2022

Pagina 29 van 45

10.

Leges Ontheffing Milieuzone Cluster:

SO

Leges Mileuzone De gemeente werkt aan gezondere lucht voor alle Rotterdammers. Daarom heeft Rotterdam een Milieuzone, waarin alleen (vracht)auto’s mogen rijden die aan bepaalde uitstooteisen voldoen. Voor vrachtauto’s die niet voldoen aan de toegangseisen van de milieuzone is ontheffing mogelijk. Er zijn ontheffingen voor een dag en langdurige ontheffingen. Scenario’s A. Tarief naar 10007o kostendekkend Op dit moment is de kostendekkendheid 98,707o. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Kostendekkendheid 100o7o

2023 7

2024 7

2025 7

2026 7

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 98,77o. Deze zou dan stijgen naar 10007o Effect van de scenario’s op tarief voor burger Oude tarief Dagontheffing Stad Langdurige ontheffing Stad Dagontheffing Maasvlakte Langdurige ontheffing Maasvlakte Dagontheffing 's-Gravendijkwal e.o. Lang. ontheffing 's-Gravendijkwal e.o.

e 22,70 e 181,80 e 22,70 e 181,80 e 22,70 e 181,80

Tarief scenario A e 23 e 184,16 e 23 e 184,16 e 23 e 184,14

07o verhoging 1,307o 1,307o 1,37 1,37 1,37 1,37

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4

Rotterdam Amsterdam Den Haag

Dag e 22,70 e 50,90 e 30,80

Langdurig e 181,80 e 203,40 1 e 233,90 e75 1 e285

Utrecht

e 28,75

e 80,80

Overige effecten/consequenties Zoals in de inleiding opgenomen is de interne spelregel om een maximale kostendekkendheid van 9807o toe te passen. Dit is onder andere gedaan om het risico van het onverbindend verklaren van de legesverordening zoveel mogelijk te beperken. Overstappen naar 100oZo kostendekkendheid vereist een concern brede afweging ook vanuit het risico perspectief. Datum 18 maart 2022

Pagina 30 van 45

11.

Leges Omgevingsvergunning Cluster:

SO

Aanspreekpunt:

Leges omgevingsvergunning Voor sommige bouw of verbouwprojecten moet omgevingsvergunning worden aangevraagd. De gemeente brengt hiervoor kosten in rekening (leges). Deze leges mogen maximaal kostendekkend zijn. De gemeente Rotterdam werkt met 6 schijven voor het bepalen van de hoogte van de leges. Per schijf worden de leges op basis van de bouwkosten bepaald. Opbrengsten uit de ene vergunning of activiteit kunnen worden gebruikt voor de dekking van kosten die voor andere vergunningen of activiteiten worden gemaakt (kruissubsidiëring). Binnen deze verordening is politiek de keuze gemaakt om kruissubsidiëring toe te passen: grote aanvragen subsidiëren de kleine aanvragen. Scenario’s A. Tarief naar 1000Zo kostendekkend Op dit moment is de kostendekkendheid 9807o. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Kostendekkendheid 100o7o

2023 600

2024 600

2025 600

2026 600

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 98ūZo. Deze zou dan stijgen naar 1QQ07o Effect van de scenario’s op tarief voor burger

Bouwsom C 10.000 Bouwsom C 170.000

Oude tarief C 163 C 3.093

Tarief scenario A C 166 C 3.155

07o verhoging 20Zo 207o

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht

Bouwsom C 10.000 C 163 C 310 C 100

Bouwsom C 170.000 C 3.179 C 7.021 C 1.700

C 227

C 3.859

Opbouw van de schijven voor wat betreft zowel maximale bedragen per schijf als percentages is in alle gemeenten anders. Hierdoor kunnen ook significante verschillen ontstaan in de tarieven van de leges afhankelijk van de specifieke bouwsom.

Datum 18 maart 2022

Pagina 31 van 45

Overige effecten/consequenties Zoals in de inleiding opgenomen is de interne spelregel om een maximale kostendekkendheid van 980Zo toe te passen. Dit is onder andere gedaan om het risico van het onverbindend verklaren van de legesverordening zoveel mogelijk te beperken. Overstappen naar 10007o kostendekkendheid vereist een concern brede afweging ook vanuit het risico perspectief. Het is de verwachting dat per 1 juli 2022 de nieuwe Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) in werking zullen treden. Hiermee is rekening gehouden bij het opstellen van de begroting voor 2022. De invoering van de WKB heeft een verandering van het takenpakket van gemeenten tot gevolg. Taken verdwijnen, blijven achter en nieuwe taken komen erbij. De kosten voor uitvoering van deze taken en de doorberekende kosten van VRR-meldingen kunnen vanwege de WKB niet via leges op de aanvrager worden verhaald. Vooralsnog gaat de gemeente Rotterdam uit van de volledige compensatie door het Rijk, maar de kans dat het Rijk niet volledig gaat compenseren is reëel (de kans was ingeschat op 1507o tijdens het opstellen van de begroting 2022).

Datum 18 maart 2022

Pagina 32 van 45

12.

Leges Cremeren en Begraven Cluster:

SB

Aanspreekpunt:

Leges cremeren en begraven Voor een graf op een gemeentelijke begraafplaats, rekent de gemeente onderhoudsrecht. Daarnaast rekenen we grafrechten. Grafrechten betaalt iemand voor de kosten voor een begrafenis. En voor de administratie die daarbij hoort. De onderhoudsrechten kunnen mensen ook afkopen door in één keer te betalen voor een langere periode. Scenario’s A. Tarief naar 980Zo kostendekkend Op dit moment is de kostendekkendheid 9407o. Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Kostendekkendheid 9807o

2023 288

2024 288

2025 288

2026 288

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 94ūZo. Deze zou dan stijgen naar 98ūZo Effect van de scenario’s op tarief voor burger De leges voor publiekszaken verschillen per product. Hieronder een indicatie:

Begraven volwassene Aankoop graf voor 15 jaar

Oude tarief e 1.025 e 1.069

Tarief scenario A e 1.066 e 1.112

07o verhoging 40Zo 407o

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam Amsterdam Den Haag Utrecht

Begraven volwassene 1.025 990 782

Aankoop graf 15 jaar 1.069 1.440 1.925

1.300

4.879

Overige effecten/consequenties

De gemeente Rotterdam heeft er altijd voor gekozen om begraven en cremeren betaalbaar te houden voor haar inwoners. En dat begraven en cremeren qua kosten gelijk zijn, zodat men om financiële redenen geen specifieke keuze hoeft te maken.

Datum 18 maart 2022

Pagina 33 van 45

13.

Leges Evenementenvergunning Cluster:

DV

Aanspreekpunt:

Leges evenementenvergunning Rotterdam is een echte evenementenstad. Vaak is voor een evenement een vergunning nodig. Evenementen zijn activiteiten waar publiek naar toe kan komen. Door voor sommige feesten een evenementenvergunning verplicht te stellen, weet de gemeente waar grote feesten plaatsvinden en kan zij beoordelen of er risico's zijn voor bijvoorbeeld (de verstoring van) de openbare orde en veiligheid. In Rotterdam kennen we de volgende evenementenvergunningen: - Vergunning A-evenement: een niet grootschalig of risicovol evenement, bijvoorbeeld een braderie of een straatspeeldag. - Vergunning B- en C-evenement: grootschalige of risicovolle evenementen Daarnaast dienen kleine activiteiten in de buurt of op straat te worden gemeld (een zogenaamde melding 0-evenement). Dit melden is gratis. In baten uitgedrukt maken de A-evenementen zo’n 9507o uit van het totaal. Scenario’s A. Tarief naar 100Zo kostendekkend Op dit moment is de kostendekkendheid 40Zo. B. Tarief met 10Zo omhoog C. Tarief van B- en C-evenementen met 1007o omhoog Financiële consequenties (per saldo) in de begroting Scenario’s A. Kostendekkendheid 100Z B. Tarief met 10Z omhoog C. B- en C-evenement tarief met 10Z omhoog

2023 1.263 210 11

2024 1.263 210 11

2025 1.263 210 11

2026 1.263 210 11

Effect scenario’s kostendekkendheid Op dit moment is de kostendekkendheid 40ūZo. Effect van de scenario’s op tarief voor burger Vergunning A-evenement B-evenement C-evenement

Oude tarief C 259 C 2.071 C 5.177

Scenario A C 647 C 5.177 C 12.941

/o verhoging 60Z 60Z 60Z

Scenario B C 285 C 2.278 C 5.695

0/ verhoging 10Z 10Z 10Z

Scenario C C 259 C 2.278 C 5.695

Datum 18 maart 2022

0/ verhoging nihil 10Z 10Z

Pagina 34 van 45

Huidig tarief Rotterdam in vergelijking met G4 2022 Rotterdam

Goedkoopste vergunning f 259

Duurste vergunning f 5.177

Amsterdam Den Haag Utrecht

f 1.933 f 632 f 203

f 15.967 f 991 f 5.255

Overige effecten/consequenties In bovenstaande scenario’s wordt wel verondersteld dat de forse verhoging van de tarieven (P) geen invloed heeft op de aantallen vergunningen (Q). Als de verhoging van de tarieven wel effect heeft op het aantal vergunning is het moeilijk in te schatten wat de meeropbrengst zal zijn. Er is hiermee ook geen sprake van 1000Zo kostendekkendheid, want de kosten van Stadsbeheer, Stadsontwikkeling enz zijn in deze tarieven niet meegenomen, net als de materiële kosten voor bijvoorbeeld antiterrorisme maatregelen en het DCMR. Het is aan de bestuurders om te bepalen of het wenselijk is om als wereldstad Rotterdam minder aantrekkelijk te worden voor onder andere grote evenementen. Geringe dekking is altijd een bestuurlijke keuze geweest (met name ook van de burgemeester) omdat je graag een aantrekkelijke stad wil zijn. Met deze verhoging (subsidie biedt echt geen soelaas) jaag je grote en kleine organisaties de stad uit. Evenementenvergunning is niet direct aan stadsbestuur maar iets tussen burgemeester en wethouder financiën. De burgemeester heeft een zeer duidelijke mening over de hoogte van kosten voor organisatoren. Enerzijds in belang van de aantrekkelijkheid maar zeker ook veiligheid en leefbaarheid. Hoe hoger de kosten voor leges des te minder geld blijft er over voor maatregelen die zien op een veilig verloop van het evenement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b344fc5a-5009-4418-ab37-5857730cd7ac