[22bb004465] Bijlage 3 behorende bij 22bb4461 over Concept Programmabegroting 2023
Tekst van het document
BEGROTINGSWIJZIGING 2022 PROGRAMMABEGROTING 2023 Versie 0.6- mei 2022
telefoonnummer algemeen e-mail internet bezoekadres postadres
088-5110000 info@gez-brandweer.nl www.gezamenlijke-brandweer.nl Moezelweg 150 3198 LS Europoort RT Postbus 1300 3180 AH ROZENBURG
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Copyright © 2022 Gezamenlijke Brandweer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoekmogelijkheid te verschaffen aan derden, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur van de Gezamenlijke Brandweer.
■ 2 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................. 5 1
Begrotingswijziging 2022 Gezamenlijke Brandweer ............................................................... 9
1.1 1.2
Begrotingswijziging 2022 .............................................................................................................. 9 Specificatie overige goederen en diensten ................................................................................. 10
2
Begroting 2023 Gezamenlijke Brandweer .............................................................................. 11
2.1 2.2 2.3
Gehele organisatie, inclusief projecten RTH, CBP en MV2 ........................................................ 11 Specificatie overige goederen en diensten ................................................................................. 12 Uitsplitsing per project ................................................................................................................. 13
3
Meerjarenbegroting 2023-2027 GB .......................................................................................... 15
4
Activiteiten ................................................................................................................................. 16
5
Paragrafen .................................................................................................................................. 18
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 18 6
Toelichting diverse activa en passiva ..................................................................................... 25
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Vaste Activa - Materiële Vaste Activa ......................................................................................... 25 Herziening investeringsbegroting 2022 ....................................................................................... 25 Investeringsbegroting 2023 ......................................................................................................... 26 Eigen Vermogen.......................................................................................................................... 27 Overige Vaste Passiva ................................................................................................................ 27 Geprognosticeerde Balans .......................................................................................................... 28
7
Vaststelling en goedkeuring .................................................................................................... 28
Bijlage 1
Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2021 ............. 29
■ 3 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
■ 4 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Inleiding In deze programmabegroting wordt inzicht gegeven in de resultaten die de Gezamenlijke Brandweer in 2023 wil behalen en welke middelen daarvoor ingezet gaan worden. Daarnaast zijn er in het afgelopen diverse ontwikkelingen geweest die aanleiding vormen voor een herziening van de oorspronkelijke programmabegroting 2022, die vastgesteld is in juli 2021. De programmabegroting is primair bedoeld als sturingsinstrument en toetsingskader voor het bestuur van het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB) en heeft ook als doel een communicatiemiddel te zijn richting onze interne en externe partners. Tevens zal deze begroting functioneren als onderlegger en uitgangspunt voor het overleg en de samenwerking met onze ledenbedrijven, de gemeente Rotterdam en de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR). Algemeen De verstrekte informatie in de tabellen van de begroting is conform de actuele regelgeving in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de verslaggevingsregels die voor de GB van toepassing zijn. Een toelichting op de gehanteerde terminologie in de begroting is als volgt: Taakvelden Volgens het BBV dient de begroting en verantwoording ingedeeld te worden in voorgeschreven taakvelden. In totaal zijn vijftig taakvelden gedefinieerd, maar voor de GB zijn alleen de taakvelden ‘Veiligheid’ en ‘Bestuur en Ondersteuning’ van toepassing.
Binnen het taakveld ‘Veiligheid’ dient de begroting en verantwoording van de GB ingedeeld te worden in het sub-taakveld ‘Crisisbeheersing en brandweer’. Binnen het taakveld ‘Bestuur en Ondersteuning’ zijn de sub-taakvelden ‘Overhead’ en ‘Treasury’ relevant. De taakvelden dienen vervolgens aan de programma’s toegewezen te worden, en autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op het niveau van de taakvelden. Conform voorgaande jaren wordt de totale (begroting van de) GB als één programma beschouwd, dus een verdere toewijzing van taakvelden aan verschillende programma’s is niet van toepassing. Overhead Volgens het BBV worden de kosten van overhead niet doorbelast aan de taakvelden maar apart in de begroting, de jaarrekening en (eventueel) het jaarverslag opgenomen.
Conform de voorschriften beschouwt de GB de volgende kostensoorten als overhead, waarbij ‘incidentbestrijding’ als het primaire product van de GB is gedefinieerd: 100% overhead: medische keuringen en werving, inhuur van derden, bijdrage personeelsvereniging, KAM, ICT, zakelijke dienstverlening, representatiekosten en directe inkoopkosten ten behoeve van extra dienstverlening aan ledenbedrijven; Toerekening overhead op basis van verhouding (uitsluitend) repressief personeel/overig: salariskosten; Toerekening overhead op basis van de verhouding kazernes/hoofdkantoor: rente- en afschrijvingskosten, voertuigkosten, huisvestingskosten, energiekosten en kantoorkosten. Alle overige kosten worden als directe kosten beschouwd, inclusief de exploitatiekosten gerelateerd aan projecten RTH (Hoogteredding) en CBP (Collectieve Brandbestrijdingspool). Ook in de baten wordt een splitsing gemaakt, waarbij allocatie plaatsvindt op basis van ervaringscijfers in de exploitatie. Rente De rentelasten worden ten laste van taakveld ‘Treasury’ gebracht. In het BBV wordt het gehele renteresultaat zoveel als mogelijk vanaf het taakveld ‘Treasury’ doorbelast naar de andere taakvelden.
■ 5 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■ Begrotingswijziging 2022 In de oorspronkelijke begroting voor 2022 is begroot op een positief resultaat van € 650k, bedoeld om de negatieve algemene reserve ten gevolge van ‘versneld sparen’ voor FLO in 2020 en 2021 gedeeltelijk aan te vullen. De verwachtingen voor 2022 zijn echter bijgesteld, met als gevolg dat het positieve resultaat voor dit boekjaar € 1.994k zal bedragen. Hiermee vervalt -met de kennis van nu- de noodzaak om in de jaren na 2022 een positief resultaat te begroten. De voornaamste wijzigingen in de herziene begroting 2022 zijn als volgt: • Personeelskosten Zoals al uiteengezet in de programmabegroting voor 2022 hebben de kosten die verband houden met het FLO-overgangsrecht een aanzienlijke impact op zowel de resultaten voor 2020 en 2021 (‘versneld sparen’) als op de begroting voor 2022 gehad. Wellicht ten overvloede nog een korte uitleg over FLO-overgangsrecht: gemeentemedewerkers in een bezwarende functie (fysiek zware beroepen), zoals brandweer- en ambulancemedewerkers, hadden tot 2006 recht op een speciale ontslagregeling, waarbij functioneel leeftijdsontslag (FLO) wordt verleend. Vanwege diverse (fiscale) wetswijzigingen is dit per 1 januari 2006 afgeschaft. Voor medewerkers die onder de oude FLO-regeling vielen, is het FLO-overgangsrecht afgesproken.
Sinds 2017 geldt een herziening van het FLO-overgangsrecht voor brandweermedewerkers. Tot en met 2021 zijn loonkosten van medewerkers, die gebruik maken van de FLO-regeling in 2021, gefinancierd worden vanuit de individuele levenslooptegoeden, die in het verleden door de GB zijn opgebouwd. Vanaf 2022 is, met het afschaffen van de levensloopregeling op 1 januari 2022, deze financiering komen te vervallen. Ten tijde van het opstellen van de oorspronkelijke begroting 2022 heeft de GB de totale verplichting FLO voor de toekomst per kalenderjaar door een extern deskundige laten berekenen; deze berekening vormt het uitgangspunt voor de begroting(en). Deze verplichting bestaat uit enerzijds een spaardeel, anderzijds een uitkeringsdeel, dat de FLO-ers gaan ontvangen vanaf het moment dat ze daadwerkelijk van hun FLO-recht gebruik gaan maken (gemiddeld vanaf 59 jaar). Het totale bedrag van sparen+uitkeren over een periode vanaf 2021 tot 2047 is voor de GB toen becijferd op € 25,9 mln. Met enige regelmaat voert de genoemde deskundige een herberekening uit op basis van de meest actuele ontwikkelingen rondom deelnemers en (wijzigingen in) CAO-afspraken. De geactualiseerde herberekening voor 2022 heeft geleid tot een daling in de te verwachten lasten van € 200k.
Daarnaast heeft zich een aantal andere ontwikkelingen voorgedaan, danwel zijn de verwachtingen bijgesteld, die geleid hebben tot een daling in de personeelslasten van in totaal € 1,2 mln (exclusief projecten): Een relatief groot aantal vacatures, met name in de dagdienst, is tot op heden niet ingevuld. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door een merkbaar toenemende schaarste op de arbeidsmarkt, anderzijds doordat voor sommige vacante posities een andere oplossing is gevonden. Het is op dit moment niet de verwachting dat deze vacatures op korte termijn ingevuld zullen gaan worden (positief verschil € 756k); Voor wat betreft de kosten in relatie tot FLO is de begroting gebaseerd op de prognose van een extern deskundige. Met enige regelmaat worden deze prognoses op basis van nieuwe inzichten of regelgeving geactualiseerd. Ten opzichte van de berekening in Q1 2021 is de actuele prognose 2022 naar beneden bijgesteld (positief verschil € 200k); In tegenstelling tot de verwachting zijn de pensioenlasten niet of nauwelijks gestegen ten opzichte van 2021 (positief verschil € 205k); De begroting voor 2022 is opgesteld op basis van de verwachte realisatie over 2021.
Uiteindelijk waren de personeelslasten 2021 lager dan verwacht, wat een doorwerking heeft in 2022 (positief verschil € 127k); In tegenstelling tot eerdere verwachtingen is in 2022 4-ploegenrooster nog niet geïmplementeerd. Voor wat betreft de kosten van de onregelmatigheidstoeslag betekent dit een besparing van € 100k; Aan derden/projecten kunnen meer personeelskosten worden doorbelast dan begroot (positief verschil € 49k); Gedurende 2022 is een overeenkomst gesloten met een lidbedrijf die met ingang van medio maart hun gehele bedrijfsbrandweer aan de GB heeft uitbesteed. De hiervoor benodigde personeelsuitbreiding, die volledig gefinancierd wordt door dit lidbedrijf, leidt tot een uitzetting van de personeelsbegroting met € 213k. ■ 6 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■ • Inhuur Derden Een gevolg van de hiervoor genoemde vacatures, die moeilijk in te vullen zijn, is dat de GB meer afhankelijk is van inhuur van derden om de kwaliteit van de bedrijfsvoering te kunnen borgen. Het budget voor inhuur van derden is derhalve met € 63k verhoogd. • Energie Gebouwen/Energie Voertuigen Ten tijde van het opstellen van de oorspronkelijke begroting 2022 was de enorme prijsstijging van energie in de afgelopen maanden niet te voorzien. Ten aanzien van de verdere prijsontwikkeling is op dit moment nog grote onzekerheid. Vooralsnog wordt uitgegaan van een continuering van het prijsniveau van maart/april 2022, hetgeen leidt tot een totale uitzetting van deze budgetten van € 132k (+38%) ten opzichte van de oorspronkelijke budgetten. • Opbrengsten In de herziene begroting 2022 zijn de totale opbrengsten € 399k (exclusief projecten) hoger dan oorspronkelijk begroot. De aanleiding voor deze aanpassing is tweeledig: Met het Havenbedrijf Rotterdam zijn in het eerste kwartaal van 2022 nieuwe afspraken gemaakt over o.a. de jaarlijkse bijdrage aan de GB, alsmede over continuering van de jaarlijkse bijdrage aan de kazerne op Maasvlakte 2. De jaarlijkse bijdrage aan de GB wordt verhoogd met € 50k per jaar; aan kazerne Maasvlakte 2 wordt -onder voorwaarden- jaarlijks een bedrag van € 110k bijgedragen.
Zoals hierboven al genoemd heeft een lidbedrijf gedurende 2022 haar volledige bedrijfsbrandweer aan de GB uitbesteed. Dit lidbedrijf betaalt hiervoor enerzijds een directe bijdrage aan de GB, anderzijds leiden de extra aanwijzingen tot extra inkomsten aan de kant van de CIBUA, die deze inkomsten gedeeltelijk aan de GB afdraagt. Begroting 2023 De totale contributie 2023 voor de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling stijgt met € 214k ten opzichte van de herziene begroting 2022 (exclusief projecten RTH, CBP en Maasvlakte 2). In 2022 is de gemeente Rotterdam bereid gevonden om éénmalig een bedrag van € 700k van de contributieverplichting van de CIBUA voor haar rekening te nemen, waardoor de verhouding in de bijdrage van de deelnemers in dat jaar anders is komen te liggen dan de overeengekomen verdeelsleutel. Wanneer voor 2023 de oorspronkelijke verdeelsleutel voor de contributie wordt gehanteerd, betekent de genoemde stijging voor de CIBUA een uitzetting van 5,2% ten opzichte van de herziene begroting 2022, en voor de gemeente een daling van 6,6%. Gesteld kan worden dat, ondanks de hoge inflatie en de verwachting van een hiermee verband houdende sterke loonstijging, de contributiestijging 2023 relatief beperkt is. Belangrijkste reden hiervoor zijn de -vanuit financieel perspectief- gunstige ontwikkelingen in 2022, die leiden tot een overschot op de exploitatiebegroting.
Deze ontwikkelingen werken gedeeltelijk ook door in de begroting voor 2023, waarbij kosten en opbrengsten weer in evenwicht zullen zijn: gezien het te verwachten positieve resultaat over 2022 is het niet nodig om een overschot te begroten voor aanvulling van het weerstandsvermogen. De belangrijkste wijzigingen en aannames in de begroting 2023 ten opzichte van de herziene begroting 2022 zijn als volgt: • Salarissen De laatste CAO-afspraken zijn gemaakt tot 1 januari 2023.Dit betekent dat de GB voor de begroting 2023 een aanname moet doen ten aanzien van de loonontwikkeling in dat jaar. Geconstateerd wordt dat door enerzijds krapte op de arbeidsmarkt, anderzijds door enorme inflatie, de recent afgesloten CAO’s in andere sectoren een forse loonstijging laten zien. In lijn hiermee gaat de GB voor de begroting 2023 uit van een algemene salarisstijging van 5% met ingang van 1 januari. De uitzetting van de begroting als gevolg hiervan bedraagt ongeveer € 1mln. Daarnaast wordt een stijging in de pensioenpremies verwacht die, naast het effect door de salarisgroei leidt tot een uitzetting van € 596k. Tot slot is in de begroting rekening gehouden met het invullen van vacatures voor een totaalbedrag van € 670k.
Al deze stijgingen worden in beperkte mate gecompenseerd door extra doorbelastingen van personeelskosten aan derden, waardoor de totale stijging in salariskosten ten opzichte van de herziene begroting 2022 € 2,1 mln bedraagt.
■ 7 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■ • Rentekosten De rentekosten (exclusief de rentekosten in relatie tot investeringen voor project CBP) zullen in 2022 verder dalen als gevolg van versnelde aflossing op de lening van de ABN AMRO, alsmede de reguliere aflossingen op de overige leningen en financial leasecontracten. Exclusief de rentekosten in relatie tot project CBP zullen de rentekosten als gevolg van deze aflossingen per saldo dalen met € 65k ten opzichte van 2022. In 2023 zullen geen nieuwe leningen worden afgesloten. • Energiekosten (brandstof voertuigen/energie gebouwen) Ten aanzien van de ontwikkeling in energieprijzen bestaat ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 nog grote onzekerheid. Uitgegaan wordt van een gelijkblijvend prijsniveau ten opzichte van april/mei 2022. In de investeringsbegroting 2023 is budget gereserveerd voor verduurzaming van gebouwen, hetgeen -op termijn- naar verwachting een gunstig effect op het energieverbruik zal hebben. • Trainingen en Opleidingen Door alle beperkingen ten gevolge van de Coronacrisis zijn er in de afgelopen jaren minder trainingsmogelijkheden voor repressief personeel geweest dan eigenlijk gewenst. In 2023 zal, voor zover het rooster dat toelaat, geprobeerd worden om op dit vlak een inhaalslag te maken.
Daarnaast constateren we dat het steeds minder makkelijk is om reeds voldoende gekwalificeerd repressief personeel te werven; dit betekent dat de GB meer zal moeten investeren in opleidingen om instroom in de wacht mogelijk te maken. Beide ambities leiden tot een uitzetting in de begroting trainingen/opleidingen van € 166k ten opzichte van 2022. • Overige exploitatiekosten Bij de diverse exploitatiebudgetten is rekening gehouden met de hoogoplopende inflatie. Deze kostenstijging wordt echter in diverse budgetten (gedeeltelijk) gecompenseerd door andere keuzes ten aanzien van activiteiten. Ten opzichte van de herziene begroting 2022 zullen naar verwachting de totale exploitatiekosten (exclusief projecten) met 9% stijgen, hetgeen grotendeels door ontwikkelingen in salariskosten verklaard wordt. Exclusief salarissen bedraagt de totale stijging in exploitatiekosten ten opzichte van 2022 1,6%. Zoals eerder aangegeven zal het te verwachten resultaat over 2022 voldoende zijn om de algemene reserve weer op het gewenste niveau te krijgen, dat door de effecten van versneld sparen FLO in 2020 en 2021 op balansdatum een negatief saldo had. Derhalve is het begroten van een positief resultaat over 2023 niet (meer) noodzakelijk. J.L.C.W. Waals Directeur
■ 8 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
1
Begrotingswijziging 2022 Gezamenlijke Brandweer
1.1
Begrotingswijziging 2022 In onderstaand schema zijn de huidige begroting 2022 alsmede de voorgestelde herziening van deze begroting weergegeven. De hierin weergegeven getallen zijn weergegeven in duizendtallen. 2022 begroting lasten
econom ische categorieën
2022 begroting baten
2022 begroting saldo
2022 herziening lasten
2022 herziening baten
2022 herziening saldo
TAAKVELD VEILIGHEID 1.1 - Crisisbeheersing en brandw eer 1.1
Salarissen en sociale lasten
17.093
-
17.093
16.227
-
16.227
3.8
Overige goederen en diensten
3.841
22.328
-18.487
3.995
22.729
-18.735
7.3
Afschrijvingen
2.201
-
2.201
2.345
-
2.345
7.4
Toegerekende reële en bespaarde rente
311
-
311
297
-
297
23.446
22.328
1.118
22.864
22.729
134
4.442
Totaal crisisbeheersing en brandw eer
TAAKVELD BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 - Overhead 1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
4.711
-
4.711
4.442
-
132
-
132
195
-
3.8
Overige goederen en diensten
195
1.580
8.444
-6.864
1.628
8.549
-6.920
7.3 7.4
Afschrijvingen
222
-
222
222
-
222
Toegerekende reële en bespaarde rente
31
-
31
31
-
6.676
8.444
-1.768
6.518
8.549
Totaal overhead
31 -2.030
0.5 - Treasury 5.1
Rente
342
-
342
328
-
328
7.4
Toegerekende reële en bespaarde rente
-
342
-342
-
328
-328
342
-
328
328
-
30.464
31.114
-650
29.710
31.606
-1.896
650
-
650
1.896
-
1.896
31.114
31.114
-
31.606
31.606
-
Totaal treasury
342 TOTAAL
Subtotaal program m a, overhead en treasury Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Geraam d resultaat Incidentele baten en lasten Structureel begrotingssaldo
-
Specificatie mutaties in reserves
-
Initieel
mutatie in bestemmingsreserves
herzien
-
-98
te verdelen som van baten en lasten
650
1.994
Som toevoegingen en onttrekking aan reserves
650
1.896
■ 9 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
1.2
Specificatie overige goederen en diensten • Lasten De lasten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. Hierin zijn wederom de getallen conform begroting alsmede conform voorgestelde herziening weergegeven. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). lasten overige goederen en diensten per taakveld
2022 begroting lasten
2022 begroting lasten
2022 begroting lasten
2022 herziening lasten
2022 herziening lasten
2022 herziening lasten
1.1
0.4
totaal
1.1
0.4
totaal
209
-
209
237
-
237
huisvestingskosten
1.222
100
1.322
1.311
110
1.421
voertuigkosten incl. bepakking
overige personele kosten
1.360
124
1.484
1.359
129
1.488
trainingen en opleidingen
881
-
881
887
-
887
kantoorkosten
148
615
763
155
649
804
planvorming
21
-
21
45
-
45
-
741
741
-
741
741
3.841
1.580
5.421
3.995
1.628
5.623
kostprijs secundair product totaal overige goederen en diensten
• Baten De baten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. Hierin zijn wederom de getallen conform begroting alsmede conform voorgestelde herziening weergegeven. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). baten overige goederen en diensten per taakveld contributie bedrijven
2022 begroting baten
2022 begroting baten
2022 begroting baten
2022 herziening baten
2022 herziening baten
2022 herziening baten
1.1
0.4
totaal
1.1
0.4
totaal
12.121
4.053
16.174
12.349
4.092
16.441
contributie overheden
8.576
2.348
10.924
8.576
2.348
10.924
contributie projecten
1.395
10
1.405
1.384
10
1.394
overige opbrengsten
236
83
319
420
149
569
secundair product
-
1.950
1.950
-
1.950
1.950
22.328
8.444
30.772
22.729
8.549
31.278
totaal overige goederen en diensten
■ 10 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
2
Begroting 2023 Gezamenlijke Brandweer
2.1
Gehele organisatie, inclusief projecten RTH, CBP en MV2 De begroting van de Gezamenlijke Brandweer inclusief alle projecten (Reddingsteam Hoogteverschillen, Collectieve Brandbestrijdingspool en kazerne Maasvlakte 2) voor 2023 is als volgt: economische categorieën (bedragen x € 1.000)
2023 begroting lasten
2023 begroting baten
2023 begroting saldo
taakveld veiligheid 1.1 – crisisbeheersing en brandweer salarissen en sociale lasten
18.108
-
18.108
3.8
overige goederen en diensten
4.280
23.156
-18.876
7.3
afschrijvingen
2.175
-
2.175
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
240
-
240
24.803
23.156
1.647
4.956
-
4.956
139
-
139
1.720
8.606
-6.886
220
-
220
1.1
totaal crisisbeheersing en brandweer taakveld bestuur en ondersteuning 0.4 – overhead 1.1
salarissen en sociale lasten
3.5.1
ingeleend personeel
3.8
overige goederen en diensten
7.3
afschrijvingen
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
totaal overhead
24
-
24
7.059
8.606
-1.547
264
-
264
0.5 – treasury 5.1
Rente
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
totaal treasury
-
264
-264
264
264
-
32.126
32.026
100
-
100
-100
totaal saldo baten en lasten onttrekking uit bestemmingsreserve MV2 toevoeging aan algemene reserve (weerstandsvermogen) begrotingssaldo na bestemming
-
-
-
32.126
32.126
-
-
-
-
overige incidentele baten en lasten structureel begrotingssaldo
■ 11 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
2.2
Specificatie overige goederen en diensten • Lasten De lasten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de lasten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). lasten overige goederen en diensten per taakveld(bedragen x € 1.000)
2023 begroting lasten
2023 begroting lasten
2023 begroting lasten
1.1
0.4
totaal
overige personele kosten
216
-
216
huisvestingskosten
1.294
108
1.402
voertuigen en bepakking
1.464
127
1.591
trainingen en opleidingen
1.075
-
1.075
kantoorkosten
97
225
322
Automatiserings- en communicatiemiddelen
53
480
533
planvorming
81
-
81
kostprijs secundair product totaal overige goederen en diensten
-
780
780
4.280
1.720
6.000
• Baten De baten uit economische categorie 3.8, ‘overige goederen en diensten’, worden in het volgende overzicht uitgesplitst. In het overzicht is een specificatie opgenomen van de baten binnen sub-taakvelden 1.1 (crisisbeheersing en brandweer) alsmede 0.4 (overhead). baten overige goederen en diensten per taakveld (bedragen x € 1.000)
2023 begroting baten
2023 begroting baten
2023 begroting baten
1.1
0.4
totaal
contributie bedrijven
12.978
4.303
17.281
contributie overheden
8.242
2.193
10.435
contributies projecten
1.510
10
1.520
overige opbrengsten
426
150
576
secundair product
-
1.950
1.950
23.156
8.606
31.762
totaal overige goederen en diensten
■ 12 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
2.3
Uitsplitsing per project De GB voert een aantal projecten uit als onderdeel van haar primaire taken. Deze projecten worden gefinancierd vanuit de contributies van de aangesloten leden, dan wel uit daartoe eerder ontvangen gelden, welke als bestemmingsreserve of overlopend passief staan verantwoord op de balans van de GB. Ten behoeve van de betrokken leden wordt de exploitatiebegroting 2023 hierna verder uitgesplitst op projectniveau. Exploitatiebegroting 2023 – lasten (bedragen x € 1.000)
CBP
MV2
HRT
GB excl. Projecten
totaal
taakveld veiligheid 1.1 – crisisbeheersing en brandweer 1.1
salarissen en sociale lasten
237
2.136
79
15.655
18.108
3.8
overige goederen en diensten
631
523
79
3.047
4.280
7.3
afschrijvingen
401
11
5
1.757
2.174
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
47
1
1
191
240
1.316
2.671
164
20.651
24.802
totaal crisisbeheersing en brandweer taakveld bestuur en ondersteuning 0.4 – overhead 1.1
salarissen en sociale lasten
30
267
10
4.650
4.956
3.5.1
ingeleend personeel
-
-
-
139
139
3.8
overige goederen en diensten
-
-
-
1.720
1.720
7.3
afschrijvingen
-
-
-
220
220
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
-
-
-
24
24
30
267
10
6.753
7.059
rente
-
-
-
264
264
totaal treasury
-
-
-
264
264
1.346
2.938
174
27.668
32.126
-
-
-
-
-
1.346
2.938
174
27.668
32.126
totaal overhead 0.5 – treasury 5.1
Totaal subtotaal programma, overhead en treasury toevoegingen en onttrekkingen aan reserves geraamd totaal lasten
■ 13 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Exploitatiebegroting 2023 – baten (bedragen x € 1.000)
CBP
MV2
GB excl. Projecten
HRT
totaal
taakveld veiligheid 1.1 – crisisbeheersing en brandweer overige goederen en diensten
1.346
2.838
164
18.808
23.155
totaal crisisbeheersing en brandweer
1.346
2.838
164
18.808
23.155
-
-
10
8.596
8.606
-
-
10
8.596
8.606
-
-
-
264
264
-
-
-
264
264
1.346
2.838
174
26.668
32.026
-
100
-
-
100
1.346
2.938
174
26.668
32.126
3.8
taakveld bestuur en ondersteuning 0.4 – overhead 3.8
overige goederen en diensten
Totaal overhead 0.5 – treasury 7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
totaal treasury TOTAAL subtotaal programma, overhead en treasury toevoegingen en onttrekkingen aan reserves geraamd totaal baten
Uit deze overzichten volgt het hierna weergegeven structurele exploitatieresultaat per project: begroot exploitatie resultaat 2023
CBP
MV2
GB excl. projecten
HRT
totaal
Geraamd totaal lasten
1.346
2.938
174
27.667
32.125
Geraamd totaal baten
1.346
2.938
174
27.667
32.125
Geraamd structureel exploitatieresultaat
-
-
-
-
-
■ 14 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
3
Meerjarenbegroting 2023-2027 GB economische categorieën (bedragen x € 1.000)
2023 begroting
2024 begroting
2025 begroting
2026 begroting
2027 begroting
taakveld veiligheid 1.1 – crisisbeheersing en brandweer Lasten 1.1
salarissen en sociale lasten
17.828
18.720
19.094
19.380
19.574
3.8
overige goederen en diensten
4.987
5.020
5.070
5.146
5.224
7.3
afschrijvingen
1.806
1.771
1.771
1.771
1.771
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
196
182
181
167
159
24.817
25.693
26.116
26.464
26.728
overige goederen en diensten
23.155
24.012
24.406
24.712
24.954
totaal crisisbeheersing en brandweer
23.155
24.012
24.406
24.712
24.954
4.880
5.124
5.226
5.305
5.358
totaal crisisbeheersing en brandweer Baten 3.8
taakveld bestuur en ondersteuning 0.4 – overhead Lasten 1.1
salarissen en sociale lasten
3.5.1
ingeleend personeel
3.8
overige goederen en diensten
7.3 7.4
139
142
145
125
128
1.823
1.781
1.794
1.807
1.821
afschrijvingen
182
179
179
179
179
toegerekende reële en bespaarde rente
20
18
18
17
16
7.044
7.244
7.362
7.433
7.501
8.606
8.925
9.071
9.185
9.275
8.606
8.925
9.071
9.185
9.275
totaal overhead Baten 3.8
overige goederen en diensten:
totaal overhead 0.5 – treasury Lasten 5.1
rente
216
201
199
184
175
7.4
toegerekende reële en bespaarde rente
-216
-201
-199
-184
-175
-
-
-
-
-
geraamd totaal lasten
31.861
32.936
33.478
33.897
34.229
geraamd totaal baten
totaal treasury Totaal
31.761
32.936
33.478
33.897
34.229
subtotaal programma, overhead en treasury
-100
-
-
-
-
Onttrekking uit reserve MV2
100
-
-
-
-
geraamd exploitatieresultaat
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
incidentele baten en lasten structureel begrotingssaldo
NB: Omdat overheadbepaling ten aanzien van de meerjarenbegroting op een hoger aggregatieniveau plaatsvindt, zijn afwijkingen hierin ten opzichte van de jaarbegroting mogelijk. De jaarbegroting is in dit geval leidend.
■ 15 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
4
Activiteiten • Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) In 2021 is een nieuwe werkgeversorganisatie ‘Veiligheidsregio’s’ opgericht, zodat in 2022 een eigen CAO voor Veiligheidsregio’s kan worden opgemaakt, in combinatie met de CAO gemeenten. In 2022/2023 zal de GB-organisatie worden voorbereid op de implementatie van de WNRA. Aan de ene kant is dat een juridisch inhoudelijke voorbereiding (scholing, uitwerking, planning, etc.) en aan de andere kant veelal communicatie met de organisatie over de inhoud en het proces. • Nieuwe roostersystematiek Passend binnen de grenzen van ATW/ATB zal in de loop van 2022 het onderzoek naar een passend ploegensysteem zijn afgerond. Naast het voldoen aan ATW/ATB ligt er een duidelijke opdracht vanuit het bestuur om doelmatiger te werken. Dit is o.a. mogelijk door efficiënter om te gaan met overcapaciteit. Doel is om te komen tot een rooster waarbij belangen van werkgever en werknemer met elkaar in balans zijn. Richting 2023 zal de verdere voorbereiding op een andere rooster implementatie worden uitgevoerd. • Management Development Op basis van de evaluatie van de organisatieaanpassing 2017 zal in 2023 meer worden geïnvesteerd in management development. Het gaat daarbij om het werken aan meer persoonlijke effectiviteit, om de samenwerking en de (positieve) dynamiek tussen het leidinggevende kader te bevorderen.
Leiderschapsstijl en output vormen hierbij centrale thema’s, die in 2022 verder zijn of worden uitgediept. •
Arbeidsmarktonderzoek/verkenning Het kunnen aantrekken van nieuwe (reeds opgeleide) collega’s in de repressieve dient begint te stagneren. Hierdoor zal er in 2022 en 2023 een arbeidsmarktverkenning moeten plaatvinden, om hier een antwoord op te vinden. Nu de GB sinds 2022 een gecertificeerd opleidingsinstituut (KAB) is, geeft dit de mogelijkheid om zelf collega’s op te leiden, maar ook een samenwerking met studenten en defensie wordt als een mogelijkheid gezien.
• Regeling ‘20 jaar’ In 2022 zal een regeling ‘Generatiepact GB’ voor akkoord aan het bestuur worden voorgelegd, als alternatief voor de regeling ‘20 jaar’. In het jaar 2023 zal een communicatie- en implementatieplan moeten worden opgesteld en zullen informatiebijeenkomsten moeten worden georganiseerd. De verwachting is een ingangsdatum op 1 januari 2024. De komst van het Logistiek Team op locatie Moezelweg is één van de mogelijkheden die de GB benut om medewerkers op hogere leeftijd nog actief te kunnen laten participeren in de repressieve organisatie, zo ook het onderzoek naar functiedifferentiatie binnen de repressieve dienst. Voertuigen In 2023 zal het beheer van de voertuigen van Gezamenlijke Brandweer verder gaan profiteren van de 2021 en 2022 ingezette koers van monitoren en registratie. De registratie van gegevens zal moeten leiden tot het zien van de tendensen, waarbij doelgericht gestuurd kan worden op maatregelen om nog dichter bij de 100% inzetbaarheid te geraken en de kosten beheersbaar te houden. Tevens zal de gestructureerde onderhoudscyclus worden voortgezet. Het jaar 2023 zal ook intensief worden gebruikt om na te denken over “het voertuig van de toekomst”. De transitieperiode waarin we ons nu bevinden noopt ons om na te denken over de bepakking van het voertuig en of deze voldoende correspondeert met bestaande en nieuwe type incidenten.
■ 16 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
• Opleiden – Vakbekwaam Worden en Vakbekwaam Blijven Het team Vakbekwaam Worden heeft een tweeledig doel: enerzijds dient gewaarborgd te worden dat het eigen nieuwe personeel van de GB voldoende wordt opgeleid conform de daarvoor geldende standaard. Het tweede doel is het Trainingscentrum Gezamenlijke Brandweer verder vorm te geven en door te ontwikkelen. Voor de doorontwikkeling zal in 2023 verder worden gewerkt aan de Safety Port of Rotterdam, een samenwerkingsverband met andere vooraanstaande opleiders in de haven van Rotterdam. Om vakbekwaam te blijven is het van belang dat de GB hiervoor een meerjarenoefenbeleidsplan heeft waarin een industriële (aantoonbare) norm wordt omgeschreven die in de komende jaren bereikt kan worden. Dit kan niet alleen op theoretische wijze en/of uitsluitend bij ledenbedrijven worden uitgevoerd: het doel vergt tevens realistisch oefenen op oefencentra en/of oefeningen met zogenaamd oefenschuim. In de afgelopen periode is gebleken dat de beschikbare tijd binnen de GB krap is. Hierdoor moeten keuzes op alle niveaus gemaakt worden. Iedere medewerker, van manschap tot bevelvoerder, is primair verantwoordelijk voor zijn eigen geoefendheid. Gemiste essentiële oefeningen en of instructies moeten daarmee in andere ploegen of via ELO (Elektronische Leeromgeving) ingehaald kunnen worden.
De combinatie van verschillende lesvormen, bekend als blended learning, is de nieuwe standaard geworden binnen de brandweer. Daarmee wordt het onderwijs passend. De prioriteiten zullen, zoals hiervoor aangegeven, primair gericht zijn op industriële incidentbestrijding. Onder industrieel oefenen wordt verstaan het beheersen en voorbereid zijn op realistische industriële incidenten in het Rotterdamse haven- en industriecomplex, waarbij de artikel 31-scenario’s niet meer beschouwd worden als de realistische scenario’s. Hierover vinden gesprekken plaats met de Commissie Vakbekwaam Blijven van de CIBUA en de afdeling Industriële Veiligheid van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. De GB wil de komende jaren borgen dat alle repressieve medewerkers voorbereid zijn op de industriële incidenten in het gebied, de verschillende artikel 31-scenario’s onafhankelijk van de lidbedrijven beheersen en zorgen dat, door het uitvoeren van testen, de lidbedrijven compliant blijven. • Accountmanagement, Beleid & Compliance In 2023 zullen, naast het accountmanagement, diverse beleidsvraagstukken worden opgepakt, dan wel worden voortgezet, waarmee de ledenbedrijven zoveel mogelijk worden ondersteund teneinde te handelen conform de heersende of nieuwe wet- en regelgeving.
Hier valt onder andere te denken aan de ontwikkelingen ten aanzien van blusschuim, een dossier dat zowel voor de Gezamenlijke Brandweer als voor haar stakeholders een prominente rol gaat spelen. Tevens zal het team zich gaan richten op de gevolgen van de energietransitie. De energietransitie zal de Gezamenlijk Brandweer in al haar aspecten gaan raken – materieel, vakbekwaam blijven, vakbekwaam worden en planvorming/procedures. Het is van het grootste belang voor de organisatie om tijdig op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen. Voor al deze dossiers zal de verbinding worden gezocht met andere stakeholders – de milieudienst DCMR, de Veiligheidsregio’s, de koepelorganisaties, de collegabedrijfsbrandweren binnen het Platform Industriële Incidentbestrijding, het Havenbedrijf, etc. Het team ABC zal derhalve ook in 2023 investeren in de netwerkrol van de Gezamenlijke Brandweer. • Infrastructuur In 2023 wordt in het verzorgingsgebied van de GB gewerkt aan twee grote infrastructurele projecten: 1. aanleg Blankenburgtunnel, de tweede oeververbinding direct ten oosten van Rozenburg; 2. aanleg CER (Container Exchange Route) ofwel de aanleg van een interne baan op de tweede Maasvlakte.
■ 17 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Met name de aanleg van de tweede oeververbinding is een project van enorme omvang. De werkzaamheden kunnen ervoor zorgen dat de aanrijdtijden onder druk komen te staan. Om dit te minimaliseren worden de lijnen met de opdrachtgevers en aannemers zo kort mogelijk gehouden. • Operationele Informatievoorziening De afgelopen jaren is een groot aantal significante wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van het beschikbaar stellen van relevante operationele informatie aan de repressieve dienst van de GB. De nieuw ingevoerd systemen, die aansluiten bij de regionaal gebruikte systemen, zullen in 2023 verder worden uitgebreid met de planvorming die noodzakelijk is voor het nieuwe CBP (Collectieve Brandbestrijdingspool) waarbinnen het tankput- en tankbrandscenario wordt afgedekt. • Bluswater Al enkele jaren is een ontwikkeling gaande, waarin waterleidingbedrijven voornemens zijn om het leidingnet steeds minder ter beschikking te stellen als primaire bluswatervoorziening. Dit is een ontwikkeling die de GB niet zal gaan keren. Het is wel zaak, ook in 2023, om met name voor de woonkernen dit goed te monitoren en daar, waar problemen worden voorzien als gevolg hiervan, gelijkwaardige alternatieven in kaart te brengen. • Dienstverlening ledenbedrijven De omzetdoelstelling ten aanzien van extra dienstverlening aan ledenbedrijven voor 2023 is vastgesteld op € 1,9 miljoen.
5
Paragrafen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een aantal paragrafen verplicht voorgeschreven. Deze paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een dwarsdoorsnede van de begroting te geven, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. De paragrafen richten zich met name op de beleidscontouren van het beheersproces en zijn, in tegenstelling tot de programma’s, niet direct extern gericht. In de paragrafen worden de randvoorwaarden vastgelegd, die van belang zijn voor een goede uitvoering van de programma’s. In deze jaarrekening zijn de volgende (verplicht voorgeschreven) paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de GB toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, wordt voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en de achtergronden van de risico’s. • Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2021 € 689k vóór resultaatbestemming; indien het bestuur van het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB) zal besluiten om het negatieve resultaat over het jaar 2021 (-/- € 946k) ten laste van de algemene reserve te brengen bedraagt het saldo ultimo 2021 -/- € 257k.
■ 18 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Vanaf 2016 tot en met 2021 had de GB, als onderdeel van het eigen vermogen, een bestemmingsreserve voor FLO. Echter, in 2020 is het besluit bekend geworden dat voor de FLO-gerechtigden de spaarrekeningen voor FLO in 2020 en 2021 versneld aangevuld diende te worden (‘versneld sparen’). De omvang van deze naar voren gehaalde inleg was op dat moment nog niet bekend en dus niet voorzien in de begrotingen voor 2020 respectievelijk 2021. Geconfronteerd met de realisatie op het gebied van versneld sparen FLO, is de bestaande FLO bestemmingsreserve per ultimo 2020 naar nihil gebracht ter dekking van deze lasten. Het deel van de lasten dat zich in 2021 manifesteert kan derhalve niet meer worden gedekt vanuit de (voorheen) bestaande bestemmingsreserve. De lasten voor versneld sparen FLO over 2021 bedroegen ruim € 1,9 mln, en hebben dus een aanzienlijk aandeel in het negatieve resultaat over 2021. Omdat de algemene reserve na resultaatverdeling zal omslaan in een negatief bedrag is duidelijk dat het weerstandsvermogen van de GB op dat moment ruim onvoldoende zal zijn. In eerste instantie voorzag het verbeterplan in een structureel begrotingssaldo van € 650k per jaar gedurende drie jaar (vanaf begroting 2022) om het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau te krijgen.
Echter, door enerzijds een minder negatief resultaat over 2021 dan gedacht, en anderzijds een te verwachten begrotingsoverschot in 2022 van bijna € 2 mln (exclusief mutaties in bestemmingsreserves) komt het weerstandsvermogen al veel eerder op het gewenste niveau dan aanvankelijk verwacht. Hiermee is de noodzaak verdwenen om vanaf de begroting 2023 wederom een overschot te begroten. • Inventarisatie van de risico’s Risico’s zijn kansen op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenissen van materieel belang die niet voorzien zijn in de begroting van enig jaar. Het Management Team van de GB heeft de belangrijkste risicogebieden geïnventariseerd en de onderkende risico’s en de daarmee samenhangende financiële gevolgen in kaart gebracht, waaronder de impact op het weerstandsvermogen van de GB. Voor de inventarisatie hebben interviews plaatsgevonden met eerste- en tweedelijnsverantwoordelijke functionarissen. Van de belangrijkste risico’s is een analyse gemaakt, waaronder de (financiële) impact van de risico’s, de kans van optreden en de eventueel te treffen beheersmaatregelen. Deze risicoanalyse is vervolgens uitgewerkt en vertaald naar de gevolgen voor het weerstandsvermogen van de GB. De risicoanalyse en de beschouwing van het weerstandsvermogen zijn in een notitie ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ verwerkt.
Een overzicht van de belangrijkste geïdentificeerde risico’s, de inschatting van de kans dat deze zich in de komende drie jaar zullen voordoen, en een inschatting van de financiële impact is te vinden in paragraaf 3.5. In dit overzicht zijn risico’s niet meegenomen, wanneer die risico’s zich regelmatig voordoen, veelal vrij goed meetbaar zijn en ervoor in de regel reeds maatregelen zijn genomen, zoals het afsluiten van verzekeringen of het vormen van voorzieningen. De resultante van de kans en de impact leidt tot een bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de berekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
■ 19 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Deze uitkomst wordt weergegeven in de vorm van een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement heeft hierbij de volgende normeringssystematiek ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F
ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6
De beschikbare weerstandscapaciteit resultaatbestemming € -/- 257k.
per
31
betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
december
2021
bedraagt
na
• Evaluatie ontwikkelingen in risicoanalyse ten opzichte van voorgaand jaar De benodigde weerstandscapaciteit is in vergelijking met de analyse in het voorgaande jaar licht gedaald. Reden daarvoor is als volgt: In de risicoanalyse 2020 was een risico opgenomen voor aanvullende kosten ter bestrijding van de coronapandemie. Te denken valt aan bijvoorbeeld extra materialen op het gebied van persoonlijke bescherming en zelftests. Dit risico heeft zich in de loop van 2021 natuurlijk gemanifesteerd, maar is voor 2022 en verder onderdeel van de reguliere begroting. Als zodanig is het effect van dit risico op het weerstandsvermogen nihil en kan dit risico komen te vervallen. Effect: daling benodigd weerstandsvermogen met € 36k. • Berekening ratio weerstandsvermogen en waarderingscijfer Op basis van de financieel berekende risico’s voor 2022 en de jaarrekening 2021 na resultaatbestemming is de ratio Weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 257k -/Benodigde weerstandscapaciteit = € 578k
= -/- 0,44
Op basis van de hierboven genoemde normeringssystematiek is het weerstandsvermogen voor 2022 van de GB momenteel ruim onvoldoende (waarderingscijfer F). Zoals gezegd zal dit echter met ingang van 2022 worden goedgemaakt door te begroten op een jaarlijks positief resultaat ad € 650k, waarmee na twee jaar een waardering van voldoende tot ruim voldoende kan worden bereikt. • Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Het proces van risicomanagement is het continue proces van:
risico’s in beeld krijgen; het kwantificeren van deze risico’s; het afwegen van oplossingen; het implementeren van de te nemen beheersmaatregelen en het evalueren van de effecten van de uitgevoerde maatregelen.
Het proces van risicomanagement wordt met het Management Team en diverse Teamleiders minimaal 1x per jaar (ten tijde van het opstellen van de begroting) doorlopen, waarbij er uiteraard niet wordt gewacht met het nemen van maatregelen bij het manifesteren van grote risico’s.
■ 20 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
De verdeling van taken op het gebied van risicomanagement naar de verschillende bestuurlijke organisatieniveaus is als volgt: Bestuur OLGB vaststelling van en sturing op kaders; vaststelling financiële verordening; vaststelling Notitie Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Bestuurscommissie sturing geven aan risicomanagement en weerstandsvermogen. MT proces risicomanagement; organisatie en planning; evaluatie van en rapportage over (resultaten van) de uitvoering. • Kengetallen Het BBV bepaalt dat lagere overheden een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening, zodat belanghebbenden gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie. De kengetallen betreffen: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Voor de Gezamenlijke Brandweer zijn van deze basisset de volgende 3 kengetallen relevant: schuldquote leningen; solvabiliteitsratio; structurele exploitatieruimte.
Schuldquote leningen Het kengetal ‘schuldquote leningen’ wordt als volgt berekend: (totaal vaste schulden +/+ totaal netto-vlottende schulden +/+ overlopende passiva -/- totaal financiële vaste activa -/- uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar -/- totaal liquide middelen -/- totaal overlopende activa) / totaal saldo baten * 100% Voor 2021 resulteert bovenstaande berekening in een schuldquote leningen van 60,4% (2020: 64,0%). Solvabiliteitsratio Het kengetal ‘solvabiliteitsratio’ wordt als volgt berekend: (eigen vermogen/totaal passiva) * 100% Voor 2021 resulteert bovenstaande berekening in een solvabiliteitsratio van 4,75% (2020: 10,9%). Hierbij is het te verdelen resultaat 2020 reeds verrekend. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ wordt als volgt berekend: ((structurele baten -/- structurele lasten) +/+ (structurele onttrekkingen aan reserves -/structurele toevoegingen aan reserves)) / totaal saldo baten * 100% Voor 2020 resulteert bovenstaande berekening in een structurele exploitatieruimte van -/-3,4% (2020: +2,2%). De berekening is met inachtneming van correcties voor de mutaties in de verschillende bestemmingsreserves.
■ 21 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
De uitkomst van de berekening van deze kengetallen voor de jaren 2021 (realisatie), 2022 en 2023 (begroting) is als volgt: Kengetal
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Schuldquote leningen
60,40%
59,20%
53,80%
Solvabiliteitsratio
4.75%
11,20%
11,80%
Structurele exploitatieruimte
3,40%
0,00%
0,00%
2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen wegen, water, groen en riolering zijn niet van toepassing op de GB, aangezien deze niet in bezit zijn. • Gebouwen De jaarlijkse onderhoudsbehoefte gebeurt door middel van (meerjaren) onderhoudsplannen/ beheersplannen. Een gespecialiseerd ingenieursbureau heeft op basis van een inspectie een 10-jaars onderhoudsplan voor alle gebouwen opgesteld. Jaarlijks wordt op basis van dit plan de onderhoudsbehoefte voor het komende jaar bepaald, waarbij opgemerkt dient te worden dat door budgettaire restricties het niet altijd mogelijk is om de uitvoering van het onderhoud in lijn te laten zijn met het onderhoudsplan. Ten aanzien van een kleiner deel van de kapitaalgoederen, met name het werkmaterieel, gebeurt het onderhoud, in de zin van kwalitatieve instandhouding, in de eigen werkplaats. • Voertuigen Het onderhoud van het bedrijfswagenpark is grotendeels uitbesteed aan een derde partij. De budgetten voor zowel onvoorspelbare als voor de jaarlijks voorkomende kleinere werkzaamheden zijn veelal ontstaan op basis van ervaringscijfers. 3 Financiering Op 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden in werking getreden.
De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden; het gaat hier met name om regels voor het beheersen van financiële risico’s zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen en voor het beheer van de treasury. • In- externe ontwikkelingen Schatkistbankieren Sinds 2014 neemt de GB verplicht deel aan Schatkistbankieren (SKB). Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën. Alle deelnemers aan SKB hebben hiervoor een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Agentschap van de Generale Thesaurie. Vanzelfsprekend blijft de GB wel volledig vrij in de besteding van haar middelen zonder dat de centrale overheid hier enige vorm van toezicht op uitoefent of kan uitoefenen. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Het is de GB toegestaan om een saldo aan te houden op de eigen betaalrekening, zonder dat dit afgestort dient te worden bij de schatkist. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van de organisatie, en in geval van de GB is dit bedrag € 250k. Het Agentschap controleert achteraf op kwartaalbasis of het gemiddelde saldo dat de GB heeft aangehouden op de eigen bankrekening niet boven dit drempelbedrag is gekomen.
Een consequentie van de deelname aan SKB is dat de GB geen renteopbrengsten heeft vanuit de overtollige liquide middelen.
■ 22 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Financiering via Nederlandse Waterschapsbank Naar de huidige maatstaven is het rentepercentage dat de GB overeengekomen is met ABN AMRO Bank in het kader van de kredietovereenkomst relatief hoog, te weten 5,05%. Conform de overeenkomst zal dit rentepercentage pas worden herzien op 1 januari 2028. Daarnaast is de GB ook voor diverse financial leaseovereenkomsten met ABN AMRO Lease een relatief hoge rente verschuldigd. Al enkele jaren maakt de GB gebruik van de leningsfaciliteiten van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Deze bank -van en voor de overheid- kan door haar eigen risicoprofiel alsmede het risicoprofiel van haar (overheids)klanten tegen gunstige voorwaarden geld uitlenen. De NWB richt zich exclusief op de Nederlandse publieke sector met de financiering van decentrale overheden (waterschappen, gemeenten en provincies), instellingen onder garantie van (de)centrale overheden, sociale woningbouw, zorginstellingen en samenwerkingsverbanden van decentrale overheden (gemeenschappelijke regelingen). Mede dankzij ratings van Moody’s (Aaa) en Standard & Poor’s (AAA) financiert de NWB zich tegen zeer gunstige tarieven op de internationale kapitaalmarkt, en dit voordeel wordt doorberekend aan de klanten. De GB voldoet aan de voorwaarden van de NWB om financiering te kunnen verstrekken.
De voorwaarden in de kredietovereenkomst met ABN AMRO bieden de ruimte om jaarlijks maximaal 5% van de hoofdsom van de lening (i.c. € 425k) boetevrij tussentijds af te lossen. Vanuit het streven om de financieringskosten te verlagen is de GB in 2017 gestart met een dergelijke tussentijdse aflossing, en heeft zij het voornemen om jaarlijks van de mogelijkheid voor versnelde aflossing gebruik te maken. Om o.a. deze extra aflossingen te kunnen financieren heeft de GB in 2017 een drietal nieuwe onderhandse geldleningen bij de NWB afgesloten. Voor nadere toelichting ten aanzien van deze geldleningen wordt verwezen naar de toelichting bij de rentetypische schulden met een looptijd > 1 jaar. • Risicobeheer De GB heeft geen geldleningen aan derden verstrekt, hetgeen een kredietrisico uitsluit. Op kortere termijn zijn vooral de betalingen uit de wet FIDO van belang. Hierin wordt voorgeschreven dat de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan het te lopen renterisico op de korte schuld, getoetst wordt aan de beschikbare vlottende middelen. De analyse van het gemiddelde saldo vlottende middelen per kwartaal in relatie tot de kasgeldlimiet wijst uit dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. De verwachting is niet dat hier iets betekenisvols in zal veranderen op langere termijn.
• Financiering In lijn met voorgaande jaren wordt door de GB de nodige aandacht geschonken aan het liquiditeitsbeheer, o.a. door op regelmatige basis liquiditeitsprognoses op te stellen en de investeringsplanning hier op af te stemmen. De liquiditeitsprognoses zijn de basis voor de kredietruimte bij ABN AMRO. Omvangrijke duurzame investeringen zijn in het verleden gefinancierd door middel van financial lease, waarbij de looptijd van de leaseovereenkomst gelijk is aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering. Sinds 2017 biedt financiering door de NWB een alternatief voor de financial leaseovereenkomsten. 4. Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de inzet van bedrijfsmiddelen om de bedrijfsdoelen te behalen. Die bedrijfsmiddelen zijn: personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (‘PIOFACH’). Onderstaand wordt ingegaan op de bijzonderheden omtrent de bedrijfsvoering in de begroting 2023, betrekking hebbend op de volgende aspecten: • • • •
de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; inhuur derden; financiën en ICT; huisvesting.
■ 23 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
• Personeelsbestand en personeelskosten Voor de begroting 2023 is vanuit het oogpunt van kostenbeheersing wederom kritisch gekeken naar de noodzaak voor het invullen van vacatures: voor de dagdienst heeft dit ertoe geleid dat besloten is om sommige vacatures vooralsnog niet in te vullen. Het (laten) ontstaan van vacatures in de repressieve dienst, onder meer omdat sommige personeelsleden gebruik gaan maken van het FLO (Functioneel Leeftijdsontslag)-overgangsrecht, is echter om verschillende redenen onwenselijk. Met de huidige bezetting is er een directe relatie tussen vacatures en overwerkkosten, die bij een lagere bezetting direct zullen toenemen. Zowel vanuit operationeel als financieel oogpunt is dit onwenselijk, en daarom is in de begroting 2023 wederom rekening gehouden met het invullen van alle vacatures in de repressieve dienst. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de krapte op de arbeidsmarkt ook voor de GB inmiddels duidelijk voelbaar wordt, waardoor ambities ten aanzien van het tijdig invullen van vacatures dikwijls bijgesteld moeten worden. De GB volgt de CAO voor gemeenteambtenaren. Deze CAO kende een vervaldatum per 31-122020. Vanwege stroeve onderhandelingen zijn de opvolgende CAO afspraken pas geschetst in een in december 2021 bereikt principeakkoord, welke bovendien nog ná 2021 moest worden bekrachtigd.
Inmiddels is de nieuwe CAO definitief van toepassing: de effecten hiervan zijn, met terugwerkende kracht over 2021, als volgt: • per 1 december 2021 stegen de salarissen met 1,5% • eenmalige uitkering van € 900 bruto per FTE (pensioengevend) • eenmalige uitkering van € 300 bruto per FTE Voor beide uitkeringsbedragen geldt dat alleen medewerkers die per 3 november 2021 in dienst waren voor deze uitkering in aanmerking komen. De nieuwe CAO afspraken lopen door t/m 31-12-2022. Voor 2022 is nog aanvullend overeen gekomen: • per 1 april 2022 stijgen de salarissen met 2,4% De onderhandelingen voor een nieuwe CAO per 1-1-2023 zijn op moment van opstellen van deze begroting nog niet gestart. Gegeven onder andere de huidige hoge inflatie wordt rekening gehouden met een hoge inzet vanuit de vakbonden, en een uiteindelijke verhoging van de lonen van 5%. • Inhuur Derden In de begroting 2023 is rekening gehouden met inhuur van derden in drie categorieën in te delen: • structurele inhuur ter ondersteuning van de salarisadministratie; • incidentele inhuur voor het uitvoeren van taken, die door ontstane vacatures soms niet belegd kunnen worden bij het huidige personeel; • inhuur van specialistische expertise, die de GB zelf niet in ‘huis’ heeft. Een voorbeeld hiervan is inhuur ten behoeve van het project ‘Financiering GB’.
• Financiën en ICT In de afgelopen jaren heeft de GB geïnvesteerd in een nieuw ERP-pakket, waarmee de transactieverwerking vele malen efficiënter gemaakt is, alsmede een significante verbetering van diverse interne beheersingsmaatregelen gerealiseerd is. Daarnaast worden de functionaliteiten van dit pakket gebruikt worden om de operationele processen in de werkplaatsen en het trainingscentrum te ondersteunen, alsmede het organiseren van een goed contract- en relatiebeheer. Sinds 2020 wordt het ERP-pakket gebruikt voor salarisverwerking, maar ook verlof- en verzuimregistratie, de processen rondom declaraties en alle vastleggingen in het personeelsdossier.
■ 24 van 32 ■
Versie 0.6- mei 2022
■ BEGROTINGSWIJZIGING 2022 - PROGRAMMABEGROTING 2023 ■
Als een logisch vervolg op bovenstaande ontwikkelingen heeft de GB in de loop van 2021 geïnvesteerd in de implementatie van software ten behoeve van Enterprise Asset Management (EAM). Deze software ondersteunt het beheer van fysieke assets als gebouwen en voertuigen/materieel. Met een EAM-systeem verbeteren de onderhoudsafdelingen het gebruik en de prestaties van assets, blijven ze ‘in control’ ten aanzien van onderhoudskosten en zijn in staat de levensduur van assets te verlengen. In eerste instantie is het EAM-systeem voor voertuigen/materieel ingericht, en in 2022/2023 zal ook de afdeling Huisvesting hiervan gebruik gaan maken. • Huisvestingskosten In de afgelopen jaren is op het gebied van huisvesting bij de GB veel veranderd. In 2023 zal op dit gebied m.n. geïnvesteerd worden in zaken die nodig zijn voor instandhouding en verbetering van deze kapitaalgoederen, waarbij de verbeteringen met name gericht zijn op energiebesparing: zowel ambities op het gebied van duurzaamheid als de sterk gestegen energietarieven onderstrepen de noodzaak van dergelijke investeringen. Naast dergelijke investeringen dienen nog de nodige aanpassingen gedaan te worden aan de kazerne VG Rozenburg, die in 2021 door de GB is gekocht. Het hiervoor benodigde investeringsbudget is reeds vóór 2022 gereserveerd.