[22bb004464] Bijlage 2 behorende bij 22bb4461 over Concept Jaarverslag, Jaarrekening 2021
Tekst van het document
90%
200.000
180.000
17
debiteuren
oninbare vorderingen wegens faillissement van betreffende afboeking van vorderingen/lagere bedrijven. bedrijfsopbrengsten.
5-10%
30.000
3.000
nr.
risicogebied
omschrijving risico
12
bedrijfsmiddelen GB
13
de GB dient te voldoen aan de wetgeving op het gebied van veranderende wetgeving / (veilige) installaties/huisvesting, alsmede aan de eisen op het handhavingscontrole gebied van arbeidshygiëne, die gedurende het jaar kunnen veranderen.
14
15
schuimvormend middel
omschrijving impact
niet adequaat overeenkomst/contractbeheer, waardoor een stilzwijgende en mogelijk ongewenste verlenging van hogere exploitatiekosten dan nodig als gevolg van onvoordelige contracten / overeenkomsten contracten leidt tot ongewenste verplichtingen en kosten. contractvoorwaarden.
AFDELING | FINANCIËN 2022
■ 21 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
nr.
risicogebied
18
Risico dat huidge lidbedrijven door veranderende regelgeving of door aanbrengen eigen voorzieningen niet afname lidmaatschappen GB meer bedrijfsbrandweerplichtig zullen zijn. Daarnaast kunnen vrijwillige leden, om welke reden dan ook, besluiten hun lidmaatschap GB te beëindigen.
19
CO2-opslag Tweede Maasvlakte
omschrijving risico
omschrijving impact
waarschijnlijkheid
impact (eur)
benodigd weerstandsvermogen (eur)
afname van het aantal (vrijwillige) lidbedrijven en/of aanwijzingen, waardoor de bijdrage per lid voor de overige leden hoger zal worden. Dit is primair een risico voor de CIBUA, maar kan tevens een druk leggen op de financiering van de GB.
25%
P.M.
P.M.
In de haven van Rotterdam loopt momenteel het zgn. Porthos-project (Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage). Het concept voor dit project bestaat uit een verzamelleiding door het havengebied in Rotterdam die fungeert als een basisinfrastructuur waar bedrijven op kunnen aansluiten voor de levering van door hen afgevangen Geen schadeloosstelling voor het CO2. Deze CO2 wordt vervolgens grotendeels onder de gedwongen vertrek/verhuizing van het zeebodem opgeslagen. De aanleg voor deze infrastructuur OCGB op Maasvlakte 2. kan impact hebben op de locatie van het Opleidingscentrum GB (OCGB) op MV2, dat gebouwd is op de grond die gehuurd wordt van het Havenbedrijf door één van de ledenbedrijven van de GB; het risico bestaat dat dit OCGB hierdoor naar een andere locatie zal moeten verhuizen.
25%
20.000
5.000
Totaal
578.000
P.M. = Pro Memorie, ter herinnering: In de begrotingen gebruikt om aan te geven dat er wel kosten worden verwacht, maar dat de hoogte daarvan niet bekend is
AFDELING | FINANCIËN 2022
■ 22 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Deel II Jaarrekening 2021 4
Balans per 31-12-2021 Gezamenlijke Brandweer (voor bestemming resultaat) ACTIVA
31-12-2021
31-12-2020
vaste activa materiële vaste activa investeringen met een economisch nut
-
-
overige investeringen met een economisch nut
17.188.477
18.352.315
totaal vaste activa
17.188.477
18.352.315
935.458
954.212
47.694
15.901
7.895.000
4.005.000
426.783
340.563
3.148.533
430.430
nog te ontvangen bedragen
13.341
152.881
liquide middelen
44.223
107.624
totaal vlottende activa
12.511.033
6.006.612
totaal generaal
29.699.510
24.358.927
PASSIVA
31-12-2021
31-12-2020
688.923
1.037.040
bestemmingsreserves
1.666.837
1.449.587
nog te bestemmen resultaat
-945.826
-348.117
vlottende activa voorraden voorraad schuimvormend middel uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar vorderingen op openbare lichamen uitzettingen in ’s Rijks schatkist overige vorderingen overlopende activa vooruit ontvangen facturen en vooruit betaalde bedragen
vaste passiva eigen vermogen algemene reserve
vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer hypothecaire lening van binnenlandse bank
2.564.250
3.324.250
overige leningen binnenlandse bank
21.377.667
12.474.667
verplichtingen uit hoofde van financial lease
1.319.709
1.745.077
totaal vaste passiva
26.671.561
19.682.505
158.968
554.762
2.524.000
3.875.850
100.097
163.473
vlottende passiva netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar overige schulden overlopende passiva verplichtingen, opgebouwd in begrotingsjaar Ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen Ontvangen voorschotbedragen van het Rijk
-
-
244.884
82.337
totaal vlottende passiva
3.027.949
4.676.422
totaal generaal
29.699.510
24.358.927
Overige vooruit ontvangen bedragen
AFDELING | FINANCIËN
■ 23 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
5
Overzicht van programmabaten en -lasten
5.1
Staat van baten en lasten – getotaliseerd BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead
begroting saldo
realisatie saldo
realisatie 2020 saldo
verschil
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
-162.000
-89.989
72.011
-129.382
3.8
Overige goederen en
5.078.000
5.494.307
416.307
4.973.780
7.3
Afschrijvingen
-262.000
-244.623
17.377
-237.444
7.4
Toegerekende rente
-36.000
-35.742
258
-41.476
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
-4.681.000
-4.565.155
115.845
-3.931.389
-
-3.791
-3.791
-636
-63.000
555.008
618.008
633.453
begroting saldo
realisatie saldo
realisatie 2020 saldo
verschil
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
-
-
-
-
3.5.1
Ingeleend personeel
-
-
-
-
3.8
Overige goederen en
-
-
-
-
5.1
Rente
-325.000
-322.003
2.997
-373.324
7.3
Afschrijvingen
-
-
-
-
7.4
Toegerekende rente
325.000
322.003
-2.997
373.324
7.5
Overige verrekeningen
-
-
-
-
totaal taakveld
0
0
0
0
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer
begroting saldo
realisatie saldo
-14.674.000
-16.558.031
realisatie 2020 saldo
verschil
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
-
-
-
-
3.8
Overige goederen en
17.164.000
17.521.065
357.065
16.769.170
7.3
Afschrijvingen
-2.095.000
-1.959.185
135.815
-1.899.766
7.4
Toegerekende rente
-289.000
-286.261
2.739
-331.848
7.5
Overige verrekeningen
-1.884.031
-16.042.415
-
-
-
-
106.000
-1.282.412
-1.388.412
-1.504.859
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
43.000
-727.405
-770.405
-871.406
Mutatie bestem m ingsreserve IBP
-43.000
-218.207
-175.207
-129.272
Mutatie bestem m ingsreserve HRT
-
-5.313
-5.313
8.803
Mutatie bestem m ingsreserve TPB
-
105.265
105.265
-71.021
Mutatie bestem m ingsreserve FLO
-
-
-
777.117
Mutatie bestem m ingsreserve MV2
-
-100.165
-100.165
-62.338
Gerealiseerd resultaat
-
-945.826
-945.826
-348.117
Waarvan incidentele last
-
945.826
945.826
348.117
-
-
-
-
totaal taakveld
Waarvan incidentele bate Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
■ 24 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.2
Staat van baten en lasten – realisatie 2021 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 lasten baten saldo
4.565.155
-4.565.155
Ingeleend personeel
89.989
-89.989
3.8
Overige goederen en
1.466.830
7.3
Afschrijvingen
244.623
-244.623
7.4
Toegerekende rente
35.742
-35.742
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
6.961.138
-3.791
3.791 6.406.130
5.494.307
6.961.138
555.008
realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 saldo lasten baten
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
-
3.5.1
Ingeleend personeel
-
3.8
Overige goederen en
-
5.1
Rente
7.3
Afschrijvingen
7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
-322.003
322.003
322.003
322.003
322.003
0
322.003
realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 saldo lasten baten
16.558.031
-16.558.031
Ingeleend personeel
-
-
3.8
Overige goederen en
2.887.512
7.3
Afschrijvingen
1.959.185
-1.959.185
7.4
Toegerekende rente
286.261
-286.261
7.5
Overige verrekeningen
-
-
totaal taakveld
20.408.577
17.521.065
21.690.990
20.408.577
-1.282.412
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
28.419.122
27.691.718
-727.405
Mutatie bestem m ingsreserve IBP
218.207
-218.207
Mutatie bestem m ingsreserve HRT
5.313
-5.313
Mutatie bestem m ingsreserve TPB
105.265
Mutatie bestem m ingsreserve FLO Mutatie bestem m ingsreserve MV2 Gerealiseerd resultaat
100.165 28.742.808
Waarvan incidenteel
-100.165 27.796.982
-945.826 945.826
Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
105.265
-
■ 25 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.3
Staat van baten en lasten – (primitieve) begroting 2021 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead
begroting 2021 begroting 2021 lasten baten
begroting 2021 saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
4.681.000
-4.681.000
3.5.1
Ingeleend personeel
162.000
-162.000
3.8
Overige goederen en
1.133.000
7.3
Afschrijvingen
262.000
-262.000
7.4
Toegerekende rente
36.000
-36.000
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
6.211.000
5.078.000
6.274.000
6.211.000
begroting 2021 begroting 2021 lasten baten
-63.000 begroting 2021 saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
-
3.5.1
Ingeleend personeel
-
3.8
Overige goederen en
-
5.1
Rente
7.3
Afschrijvingen
7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer
325.000
-325.000 325.000
325.000
325.000
0
325.000
begroting 2021 begroting 2021 lasten baten
begroting 2021 saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en
4.021.000
7.3
Afschrijvingen
2.095.000
-2.095.000
7.4
Toegerekende rente
289.000
-289.000
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
14.674.000
-14.674.000 21.185.000
17.164.000
21.079.000
21.185.000
106.000
27.678.000
27.721.000
43.000
Mutatie bestem m ingsreserve IBP
43.000
-43.000
Mutatie bestem m ingsreserve HRT
-
-
Mutatie bestem m ingsreserve TPB
-
Mutatie bestem m ingsreserve FLO Mutatie bestem m ingsreserve MV2 Gerealiseerd resultaat
27.721.000
27.721.000
-
Waarvan incidenteel
-
Structureel begrotingssaldo
-
AFDELING | FINANCIËN
■ 26 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.4
Staat van baten en lasten – realisatie 2020 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead
realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
129.382
3.8
Overige goederen en
1.750.800
7.3
Afschrijvingen
237.444
-237.444
7.4
Toegerekende rente
41.476
-41.476
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury
3.931.389
-3.931.389 -129.382 6.724.580
636 6.091.127
4.973.780
-636 6.724.580
633.453
realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
-
3.5.1
Ingeleend personeel
-
3.8
Overige goederen en
-
5.1
Rente
7.3
Afschrijvingen
7.4
Toegerekende rente
7.5
Overige verrekeningen totaal taakveld
BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer
373.324
-373.324 373.324
373.324 -
373.324
373.324
0
realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo
ec. Cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en
2.960.079
7.3
Afschrijvingen
1.899.766
-1.899.766
7.4
Toegerekende rente
331.848
-331.848
7.5
Overige verrekeningen
16.042.415
-16.042.415 19.729.249
16.769.170
-
totaal taakveld
21.234.108
19.729.249
-1.504.859
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
27.698.560
26.827.153
-871.406
Mutatie bestem m ingsreserve IBP
129.272
Mutatie bestem m ingsreserve HRT
8.803
Mutatie bestem m ingsreserve TPB
71.021
Mutatie bestem m ingsreserve FLO
-
Mutatie bestem m ingsreserve MV2
62.338
Gerealiseerd resultaat
27.961.190
Waarvan incidenteel
8.803 -71.021
777.117
777.117 -62.338
27.613.074
-348.117 348.117
Structureel begrotingssaldo
AFDELING | FINANCIËN
-129.272
-
■ 27 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Toelichting op het overzicht van baten en lasten De primitieve begroting 2021 is door het OLGB vastgesteld op 26 juni 2020. Gedurende 2020 is bekend geworden dat de GB geconfronteerd zou worden met (naar voren gehaalde) kosten uit hoofde van ‘versneld sparen’ voor (oud-)medewerkers die gebruik maken van een FLO-regeling. Als direct gevolg hiervan is een overschrijving van de salariskosten zichtbaar, onder 1.1 crisisbestrijding en brandweer, ad ca. EUR 1,9 mln. De GB heeft met haar deelnemers gedeeld dat sprake is van deze onverwachte meerkosten. Niettemin is geen gereviseerde begroting opgesteld, in verband met de hoeveelheid onduidelijkheden buiten de controle van de GB, waaronder natuurlijk vooral de COVID-19 pandemie. Tegelijk geldt dat, als gevolg van de maatregelen naar aanleiding van de coronapandemie, een aantal activiteiten niet of verminderd heeft plaatsgevonden. Op deze onderdelen van de exploitatie is derhalve onderbesteding ontstaan. Dit maakt dat het uiteindelijke negatieve exploitatieresultaat in positieve zin afwijkt van hetgeen verwacht kon worden op basis van de naar voren gehaalde FLO-kosten.
Uitkomsten herziening FLO-regeling In de loop van 2018 is de FLO-regeling op een aantal punten herzien. Eén van de veranderingen is dat in de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2022 de persoonlijke levenslooptegoeden van werknemers gebruikt worden om de FLOuitkeringen te financieren: a. dit geldt voor de groep die op 29 oktober 2016 inactief was, maar nog geen gebruik maakt van het levenslooptegoed (ofwel de groep overgangsrecht FLO 2006); b. dit geldt voor de groep die op 29 oktober 2016 actief was en waarop de reparatie FLO-overgangsrecht van toepassing is (oftewel de groep overgangsrecht FLO 2018/’75% netto’). De levensloopperiode wordt dus naar voren gehaald. Deze levenslooptegoeden zijn, conform CAO, in het verleden gefinancierd door de GB. Hiernaast geldt dat in 2020 bekend is geworden dat er met ingang van 2020 sprake moet zijn van zogenoemd ‘versneld sparen’, waarmee versneld de benodigde bedragen voor toekomstige FLO uitkeringen bij elkaar moeten worden gespaard. Dit leidde in 2020, en opnieuw in 2021, tot een aanzienlijke, niet begrote, kostenuitzetting. Deze kostenuitzetting is terug te zien in het verschil tussen begroting en realisatie op het onderdeel salarissen en sociale lasten op taakveld 1.1 crisisbestrijding en brandweer.
Het behaalde resultaat over 2021 bedraagt uiteindelijke € 946k negatief ten opzichte van een begroot resultaat ad nihil. Lopende het jaar werd echter rekening gehouden met een negatief resultaat van ca. € 2,0 mln als direct gevolg van de FLO kosten. Dit in beschouwing nemende is het uiteindelijke jaarresultaat, ondanks het negatieve bedrag, positief te noemen ten opzichte van de verwachting. De demping in het negatieve resultaat komt voort uit enerzijds onderbestedingen op enkele onderdelen van de exploitatie, en anderzijds meevallende effecten van de coronabeperkingen; zo zijn de opbrengsten secundair product in 2021 minder hard geraakt door de coronamaatregelen dan dat in 2020 het geval was en waarvoor dus ook werd gevreesd in 2021.
AFDELING | FINANCIËN
■ 28 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
6.
Toelichting
6a
Algemeen De jaarrekening van de GB voor het boekjaar 2020 sluit met een negatief resultaat van € 945.826 (na verdeling projectresultaten), ten opzichte van een begroot resultaat van € nihil. Het verschil tussen beiden komt in belangrijke mate voort uit een aanpassing in de verwerking van de FLO lasten ten opzichte van de methode zoals bekend ten tijde van de vastgestelde begroting. Mede met het oog op de onzekere situatie rondom corona, is gedurende 2021 afgezien van het indienen van een formele begrotingswijziging.
6b
Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling • Algemeen De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Gezamenlijke Brandweer is samengesteld met inachtneming van de wettelijke richtlijnen voor de jaarrekening, welke zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Omwille van het inzicht is het Overzicht van Baten en Lasten nader uitgesplitst in economische categorieën. • Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de inkoopprijs en de bijkomende kosten, verminderd met de afschrijvingen op basis van de verwachte economische levensduur. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
Op de overige categorieën worden de volgende afschrijvingstermijnen toegepast: 30 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 10-30 jaar: verbouwingen van bedrijfsgebouwen, inclusief technische installaties; 6-12 jaar: motorvoertuigen, operationele voertuigen; 5-7 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen; persoonlijke beschermingsmiddelen; 5 jaar: lichte motorvoertuigen; hulpverleningsapparatuur; kleding; overige bepakking; 3 jaar: automatiseringsapparatuur; niet: gronden en terreinen.
De aanwezige materiële vaste activa zijn van economisch nut. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving op materiële vaste activa start in de eerste maand nadat de investering heeft plaatsgevonden. In individuele gevallen kan op economische gronden van bovenstaande termijnen worden afgeweken. Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO (first in, first out)-methode of lagere marktwaarde. Met ingang van de jaarrekening 2017 worden ook de voorraden gehouden ten behoeve van project IBP als zodanig in de balans opgenomen. • Vorderingen Vorderingen worden onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd. • Passiva De passivaposten zoals de algemene reserve en de vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Ten behoeve van de vergelijkbaarheid hebben verschuivingen plaatsgevonden in de vergelijkende cijfers.
AFDELING | FINANCIËN
■ 29 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
• Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Op grond van artikel 44 lid 3 van het BBV worden geen voorzieningen gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Hieruit volgt dat sommige lasten, in afwijking van voorgaande, worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken e.d. • Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. • Vennootschapsbelasting De af te dragen vennootschapsbelasting wordt berekend op basis van het financiële resultaat in het boekjaar, behaald over de activiteiten waarbij geen sprake is van de uitoefening van een overheidstaak en waarbij mogelijk in concurrentie wordt getreden met commerciële bedrijven.
In casu zijn dit de activiteiten die onderdeel uitmaken van het ‘Secundair Product’, zijnde de aanvullende dienstverlening aan ledenbedrijven. Dit betreft diensten uitgevoerd ten behoeve van derden: detacheringen, trainingen, verhuur van instructielokalen en persoonlijke beschermingsmaterialen, dienstverlening vanuit de werkplaatsen en verkoop van schuimvormend middel. Ten behoeve van bepaling van het resultaat wordt een afzonderlijke balans en verlies- en winstrekening voor ‘Secundair Product’ samengesteld op basis van fiscaal aanvaardbare grondslagen. Naast de direct aan de genoemde activiteiten toerekenbare kosten worden diverse kosten voor (ondersteunend) personeel, huisvesting, transport, rente en overige bedrijfslasten door middel van een verdeelsleutel meegenomen in de bepaling van het resultaat.
AFDELING | FINANCIËN
■ 30 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 6c
Toelichting op de Balans • Activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: boekwaarde per 31-12-2021
boekwaarde per 31-12-2020
overige investeringen met een economisch nut
17.188.477
18.352.315
totaal
17.188.477
18.352.315
onderdeel
De overige investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: boekwaarde ultimo
31-12-2021
Gronden en terreinen
31-12-2020
102.909
102.909
Bedrijfsgebouwen
6.988.532
7.060.255
Verbouwingen
2.245.091
2.201.346
Bedrijfsinventaris
371.085
503.680
Vervoermiddelen en bepakking
6.916.221
7.537.860
Persoonlijke beschermingsmiddelen
171.683
285.768
Vaste activa t.b.v. project IBP
164.120
411.298
Vaste activa t.b.v. project CBP
19.750
-
Overige materiële vaste activa
209.087
249.199
17.188.477
18.352.315
totaal
Het hierna volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: onderdeel Gronden en terreinen
boekwaarde 01-01
investeringen
Desinvesteringen
afschrijvingen
boekwaarde 31-12
102.909
-
-
-
102.909
Bedrijfsgebouwen
7.060.255
327.593
-
-399.316
6.988.532
Verbouwingen
2.201.346
168.960
-
-125.215
2.245.091
Bedrijfsinventaris
503.680
55.850
-
-188.444
371.085
Vervoermiddelen en bepakking
7.537.860
432.179
-13.000
-1.040.819
6.916.221
Pers. beschermingsmiddelen
285.769
3.750
-
-117.836
171.683
Vaste activa t.b.v. project IBP
411.298
-
-
.247.179
164.120
Vaste activa t.b.v. project CBP
-
19.750
-
-
19.750
249.199
52.812
-
-92.924
209.087
18.352.315
1.060.894
-13.000
-2.211.733
17.188.47 7
Overige materiële vaste activa totaal
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. De post overige materiële vaste activa bevat voornamelijk materiaal en computerapparatuur.
AFDELING | FINANCIËN
■ 31 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld: Investeringsbudget eerdere perioden
(resterend) budget
besteed 2021
saldo
Hard-/softw are voertuigbeheerssysteem [2016]
34.460
27.921
Sportmaterialen kazernes [restant 2016]
13.536
8.422
5.114
Vervanging luchtbehandelingsinstallaties voor 2 kazernes
90.284
6.577
83.707
Midlife update diverse voertuigen uit 2012
82.500
36.735
45.765
Prestoren, 4 stuks [2019]
21.000
22.166
-1.166
Diversen meubilair [2019]
3.476
1.980
1.496
Technische installaties diversen [2019]
17.832
12.784
5.049
Pand Moezelw eg 150, Rotterdam, inclusief verbouw ingen [2019]
114.737
150.000
-35.263
Aanschaf pand VG Rozenburg te LvNB 10 incl. verbouw ing
410.000
313.036
96.964
Autospuit + Tankautospuit inclusief bepakking
460.004
365.043
94.961
Bruingoed/w itgoed
5.405
3.127
2.277
Diversen meubilair
11.205
4.548
6.657
Digitaal sluitsysteem (na pilot VG Hoogvliet)
12.779
9.890
2.889
Dagdienstkleding
150.000
3.750
146.250
1.427.217
965.978
461.240
TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING <2021 Investeringsbudget 2021
(resterend) budget
besteed 2021
6.539
saldo
Brandmeldinstallatie voor m.n. nieuw e IBP-loods
4.110
3.988
122
Vervangen asfaltlaag Butaanw eg ivm ernstige verzakking
50.000
15.127
34.873
Aanpassing RostarCAS naar w ebomgeving
15.423
9.286
6.138
TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2021
69.533
28.400
41.133
Investeringsbudget 2022
(resterend) budget
Investeringsbegroting specialisme CBP
5.857.290
besteed 2021
saldo
37.000
5.820.290
SV bak 10m3
120.000
-
120.000
Meubilair/bruin- en w itgoed
12.000
-
12.000
Noodzakelijke investeringen huisvesting (bestrating, renovatie, digitaal sluitsysteem)
80.500
-
80.500
Mike Delta
70.000
-
70.000
2x Dräger droogkast M45
6.000
-
6.000 8.500
Vulbalk met WEH koppeling
8.500
-
Vervanging tablets en uitbreiding tablets AS-en
15.000
14.770
230
Vervanging communicatieset HRT
15.000
-
15.000
Vervanging hardw are GB
20.000
13.987
6.013
Vervanging diverse oefenmiddelen
15.000
-
15.000
6.219.290
65.757
6.153.533
TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2022 (CBP + regulier)
In totaal heeft op de hiervoor genoemde investeringsbudgetten een investering plaatsgevonden ad € 1.060.135. Daarnaast heeft de GB in december 2021 vooruitbetalingen gedaan op investeringen, totaal ten bedrage van € 2.428.716, welke in 2022 ten laste van de investeringsbegroting zullen komen. Dit betreft concreet vooruitbetaalde termijnbedragen voor diverse investeringen voor het project CBP, conform de daaronder liggende investeringsbegroting. Deze vooruitbetalingen zijn in de jaarrekening 2021 als overlopende activa in de jaarrekening verantwoord.
AFDELING | FINANCIËN
■ 32 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Een aanzienlijk deel van de in 2021 gedane investeringen betreffen investeringen waarvoor in 2020 (of eerder) al een investeringsbudget was verkregen. Om verschillende redenen hebben deze investeringen pas in 2021 plaats kunnen vinden, veelal vanwege vertraging bij de leverende partijen in dezen. Deze redenen zijn samen te vatten als corona-gerelateerd. Ook zijn in het najaar 2021 reeds investeringen gedaan welke betrekking hebben op verschillende investeringsbudgetten 2022. Dit ziet vooral op het investeringsbudget voor CBP, en is het gevolg van een relatief lang aanlooptraject, inclusief aanbesteding, versus de wens om in het voorjaar 2022 operationeel te kunnen. Daarnaast zijn reeds de nodige investeringen nodig geweest ten laste van het budget vervanging hardware GB, waardoor niet meer de verwachting is dat uiteindelijk binnen de bandbreedte van dit budget gebleven kan worden. Hiervoor zal in de loop van 2022 dan ook een begrotingswijziging worden aangevraagd. Voorraden 31-12-2021
31-12-2020
voorraad schuimvormend middel
435.058
453.813
Schuimvormend middel tbv IBP
500.400
500.400
Totaal
935.458
954.213
De gehouden voorraden bestaat uit aangekocht schuimvormend middel. Deze voorraad wordt gehouden ten behoeve van het uitvoeren van de primaire taken van de GB alsook ten behoeve van het uitvoeren van de taken binnen project IBP. De gehouden voorraad bestaat overwegend uit fluorhoudend schuimvormend middel; dit representeert de integrale voorraadwaarde van het schuimvormend middel t.b.v. IBP alsmede € 414.648 aan reguliere voorraad.
Vlottende activa
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd: soort vordering vorderingen op openbare lichamen uitzettingen in ’s Rijks schatkist overige vorderingen totaal
saldo 31-12-2021
voorziening oninbaarheid
gecorrigeerd saldo 31-12-2021
gecorrigeerd saldo 31-12-2020
47.694
-
47.694
15.901
7.895.000
-
7.895.000
4.005.000
426.783
-
426.783
340.563
8.369.477
-
8.369.477
4.361.464
De uitzettingen in ’s Rijks schatkist betreft een rekening-courant met het ministerie van financiën inzake het zogenoemde Schatkistbankieren: als gemeenschappelijke regeling is de GB door de overheid verplicht om hier aan deel te nemen. Dit houdt in dat de GB een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst heeft met het ministerie van Financiën. Op basis van deze overeenkomst krijgen decentrale overheden, waaronder de GB eveneens valt, een rekening-courant bij de schatkist waar overtollige middelen (i.c. liquide middelen boven € 250.000, het zogenaamde drempelbedrag) op dienen te worden aangehouden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan een specifieke bankrekening. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald.
AFDELING | FINANCIËN
■ 33 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Een nadere toelichting op de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) 250
250
1.000
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
149
131
207
90
(3a) = (1)>2
ruimte onder drempelbedrag
101
119
793
910
(3b) = (2)>(1)
overschrijding van drempelbedrag
(1)
(2)
drempelbedrag 2021
(1)
berekening drempelbedrag
2021
(4a)
begrotingstotaal verslagjaar
27.721
(4b)
het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
27.721
(4c)
het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
-
Tot 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000
(1)
Vanaf 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
250
250
1.000
1.000
kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
13.448
11.948
19.056
8.264
(2)
berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b)
dagen in het kwartaal
90
91
92
92
kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
149
131
207
90
(2) = (5a)/(5b)
De overige vorderingen betreffen debiteurenvorderingen op verschillende partijen, onder meer uit hoofde van extra dienstverlening aan bedrijven. Er zijn per ultimo 2021 geen vorderingen voorzien. Het verloop van de voorziening voor oninbaarheid is als volgt: saldo aan het begin van het jaar
voorziening dubieuze debiteuren
AFDELING | FINANCIËN
vermeerdering wegens bijboeking
-
■ 34 van 55 ■
vrijval
-
saldo eind van het jaar
aanwending
-
-
-
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: soort bedrag
31-12-2021
31-12-2020
vooruit ontvangen facturen en vooruitbetaalde bedragen / overige vorderingen
3.148.533
430.430
13.341
152.881
3.161.874
583.311
nog te ontvangen bedragen totaal
De vooruitbetaalde bedragen bestaan overwegend, namelijk voor € 2.428.716, uit vooruitbetaalde bedragen op materiële vaste activa, welke in 2022 zullen worden ontvangen, in gebruik worden genomen en geactiveerd. Ook heeft de GB per ultimo een te vorderen positie omzetbelasting ad € 543.278. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: onderdeel
31-12-2021
31-12-2020
saldo bankrekening ABN AMRO
40.679
103.660
kassaldi
3.544
3.964
totaal
44.223
107.624
De GB heeft bij ABN AMRO Bank de beschikking over een seizoenskrediet in rekeningcourant ter grootte van maximaal € 3 miljoen, dat jaarlijks geldig is van 1 december tot 1 april. Per ultimo boekjaar werd geen gebruik gemaakt van dit krediet (2020: idem). Daarnaast geldt dat de GB het saldo op de bankrekening zo laag mogelijk probeert te houden, en dus zoveel mogelijk afstort naar de rekening voor schatkistbankieren. Dit als direct gevolg van de heffing van negatieve rente op gehouden banktegoeden. • Passiva Algemene reserve Het algemeen bestuur van het OLGB heeft in de vergadering van 5 december 2016 het besluit genomen om toekomstige positieve resultaten volledig ten gunste te brengen van de bestemmingsreserve egalisatie kosten FLO, en dus niet ten gunste van de algemene reserve. In geval van negatieve resultaten wordt alsdan besloten. Bestemmingsreserve Er worden bestemmingsreserves gevormd voor gelden die door de organisatie zijn geoormerkt voor een specifieke besteding. De bestemmingsreserves zoals in de balans opgenomen zijn als volgt onderverdeeld: bestemmingsreserves
31-12-2021
31-12-2020
-
-
bestemmingsreserve IBP
1.173.805
955.598
bestemmingsreserve HRT
149.606
144.293
bestemmingsreserve MV2
259.949
159.783
Bestemmingsreserve TPB
9.917
115.182
bestemmingsreserve egalisatie kosten FLO
Bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning totaal
73.560
74.732
1.666.837
1.449.588
Voor een toelichting op (het verloop van) de bestemmingsreserves wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de jaarrekening.
AFDELING | FINANCIËN
■ 35 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Rente typische schulden met een looptijd > 1 jaar Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: onderhandse leningen
31-12-2021
31-12-2020
binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.564.250
3.324.250
Overige leningen binnenlandse banken
21.377.667
12.474.667
financial lease bij binnenlandse bedrijven/banken
1.319.709
1.745.077
Totaal
25.261.626
17.543.994
Voor een toelichting op de rentelast behorende bij deze langlopende schulden wordt verwezen naar de toelichting op de rentelasten, zoals opgenomen in de toelichting op het overzicht van baten en lasten. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen In november 2010 is met ABN AMRO Bank een kredietovereenkomst gesloten welke onder meer voorziet in een 25-jarige leningfaciliteit ten bedrage van maximaal € 8.500.000. Gedurende 2011 is tot een bedrag van € 8.123.000 van deze faciliteit gebruik gemaakt. Sindsdien hebben geen aanvullende opnames meer plaatsgevonden. Het opgenomen bedrag bestaat uit de volgende componenten: • een hypothecaire lening ten bedrage van € 3.500.000 inzake de kazernes Coloradoweg, Elbeweg, Merseyweg en Botlekweg. Deze kazernes dienen hierbij als onderpand; • een hypothecaire lening ten bedrage van € 4.623.000 ter financiering van de bouw van de Don Berghuijs kazerne, gevestigd op de Butaanweg. Bij deze kredietfaciliteit is een 17-jaars rentetarief van 5,05% overeengekomen. De rente wordt driemaandelijks achteraf voldaan, gelijktijdig met de aflossingen. Het rentepercentage zal worden herzien op 1 januari 2028. Contractueel is overeengekomen dat aflossing van deze lening zal geschieden in totaal 99 opeenvolgende driemaandelijkse termijnen van elk € 83.750 en een slottermijn ter grootte van € 208.750.
Met ingang van 2017 wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om jaarlijks boetevrij een bedrag ter grootte van 5% van de oorspronkelijke faciliteit af te lossen; aldus heeft gedurende 2021 wederom een aanvullende aflossing ad € 425.000 plaatsgevonden. Overige leningen bij binnenlandse banken Sinds 2017 leiden nieuwe financieringsbehoeften tot het aangaan van een lening bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Ook in 2021 zijn er een drietal nieuwe leningen afgesloten, onder meer ter financiering van de komende investeringen in project CBP.
AFDELING | FINANCIËN
■ 36 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Hierna worden de belangrijkste gegevens van deze leningen weergegeven. Ingangsdatum
interest
Oorspronkelijke nominale som
Aflossingen gedurende het boekjaar
Lening NWB 129276
03-01-17
1,325%
3.600.000
-
3.600.000
Lening NWB 129475
23-06-17
1,830%
550.000
18.333
476.667
Lening NWB 129480
23-06-17
0,860%
2.500.000
208.333
1.666.667
Lening NWB 130104
22-03-19
1,280%
1.800.000
60.000
1.680.000
Lening NWB 130365
14-10-19
0,430%
1.800.000
60.000
1.680.000
Lening NWB 130366
14-10-19
0,030%
1.300.000
108.333
1.083.333
Lening NWB 130367
14-10-19
0,000%
370.000
37.000
296.000
Lening NWB 130794
16-12-20
-0,020%
1.500.000
125.000
1.375.000
Lening NWB 130822
11-01-21
0.410%
2.400.000
80.000
2.320.000
Lening NWB 131094
01-10-21
0.640%
1.300.000
-
1.300.000
Lening NWB 131110
10-11-21
0.480%
5.900.000
-
5.900.000
23.020.000
697.000
21.377.667
leningen NWB
totaal
Open saldo 31-12-2021
Ten aanzien van deze leningen is als volgt overeengekomen: NWB 1-29276
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 32 termijnen, ieder ten bedrage van € 112.500. Aflossingen dienen per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2025, voor het laatst op 3 januari 2033. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2017. NWB 1-29475
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 18.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 24 juni 2047. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-29480
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 208.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 25 juni 2029. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-30104
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020.
AFDELING | FINANCIËN
■ 37 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ NWB 1-30365
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30366
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 108.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30367
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 10 termijnen, ieder ten bedrage van € 37.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30794
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 jaarlijkse termijnen, ieder ten bedrage van € 125.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. NWB 1-30822
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 79.999,99. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. NWB 1-31094
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 43.333,33. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022. NWB 1-31110
Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 15 termijnen, ieder ten bedrage van € 393.333,35. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Financial Leaseverplichtingen De leaseverplichting per jaareinde bevat de contracten met ABN AMRO Lease inzake de financial lease van voertuigen, IBP materieel, bluskleding, communicatie apparatuur en helmen. De looptijd van de verplichtingen is in overeenstemming met de afschrijvingstermijnen. De waardering van de verplichtingen uit hoofde van financial leasing van de vervoersmiddelen vindt plaats tegen de nominale waarde van de contractueel verschuldigde leasetermijnen.
AFDELING | FINANCIËN
■ 38 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: onderdeel
31-12-2021
crediteuren
158.968
554.762
2.524.000
3.875.850
100.097
163.473
verplichtingen opgebouwd in begrotingsjaar ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen van het Rijk overig vooruit ontvangen bedragen totaal
31-12-2020
-
-
244.884
82.337
3.027.949
4.676.422
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: onderdeel schuld Belastingdienst inzake vennootschapsbelasting schuld Belastingdienst inzake loonheffing
31-12-2021
31-12-2020
-3.405
24.171
967.875
2.305.292
1.313.918
1.174.634
245.612
371.752
2.524.000
3.875.850
100.097
163.473
100.097
163.473
reservering projectsubsidie inzake COBRA blussysteem
-
-
totaal ontvangen voorschotbedragen van het Rijk
-
-
vooruit ontvangen bijdrage exploitatie project IBP
32.701
82.337
vooruit ontvangen bijdrage toekomstige FLO uitkeringen
212.182
-
overige vooruit ontvangen bedragen
244.884
82.337
vergoedingen aan personeel (overwerk, CV- en verlofuren; FLOtegoeden) overige nog te betalen bedragen totaal verplichtingen, opgebouwd in het begrotingsjaar vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance totaal ontvangen overheidslichamen
voorschotbedragen
van
Europese
In de overlopende passiva zijn verschillende vooruit ontvangen projectbijdragen opgenomen welke door de verstrekkende partij zijn geoormerkt voor een specifieke besteding, namelijk voor besteding aan genoemde projecten. Dit betreft concreet de volgende bedragen en projecten: vooruit ontvangen overheidslichamen
bijdrage
van
Europese
31-12-2021
31-12-2020
vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance
100.097
163.473
totaal
100.097
163.473
vooruit ontvangen projectbijdragen
31-12-2021
31-12-2020
vooruit ontvangen bijdrage inzake IBP
32.701
82.337
totaal
32.701
82.337
Het verloop van de deze vooruit ontvangen bedragen gedurende 2021 is als volgt: vooruit ontvangen bijdrage inzake Assistance
AFDELING | FINANCIËN
saldo per 1 januari
163.473
Aanvullend ontvangen voorschot
37.103
vrijval ten gunste van exploitatie
-100.480
saldo per 31 december
100.097
■ 39 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Dit bedrag is gevormd uit een in 2019 ontvangen projectbijdrage vanuit de EU ter financiering van het project ‘Assistance’. Jaarlijks worden de projectkosten, conform projectbegroting, ten laste gebracht van dit vooruit ontvangen bedrag. vooruit ontvangen bijdrage inzake IBP saldo per 1 januari
82.337
vrijval ten gunste van exploitatie
-49.636
saldo per 31 december
32.701
Dit bedrag is gevormd uit in het verleden van het Havenbedrijf Rotterdam ontvangen bedragen welke door het Havenbedrijf zijn geoormerkt voor het project Industriële Brandbestrijding (IBP). Jaarlijks vindt een gedeeltelijke vrijval van dit bedrag plaats ten gunste van de projectexploitatie. Niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen De GB is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de bestaande verplichtingen, zover die niet reeds tot uiting komen in de jaarcijfers: Operational leases
De GB gaat verschillende operational lease contracten aan voor haar voertuigen. Dit betreft zowel uitrukvoertuigen als dagdienstvoertuigen. De resterende looptijden van deze operational lease overeenkomsten variëren. Op basis van de huidige overeenkomsten kunnen de toekomstige totale lasten uit hoofde van operational leases als volgt worden uitgesplitst: soort verplichting operational lease
totale last gedurende looptijd
…waarvan 2022-2024
850.595
669.528
… waarvan 2022 262.304
Merk op: In dit overzicht worden verplichtingen niet contant gemaakt; de getoonde bedragen zijn de nominale bedragen.
Verzekeringspremies
De GB heeft haar voertuigen, die in eigendom zijn, vanaf medio 2018 verzekerd op basis van een raamovereenkomst met AON Wagenparkverzekeringen. De looptijd van deze overeenkomst is tot uiterlijk 1 juni 2021 of tot zolang de betreffende voertuigen operationeel zijn. Ten tijde van opstellen van de jaarrekening is bekend dat deze overeenkomsten tegen gelijke voorwaarden zullen worden verlengd voor een nog vast te stellen periode. De corresponderende verzekeringslasten bedragen, op basis van het wagenpark ultimo 2021, jaarlijks € 97.690 Huur onroerend goed
De GB huurt op verschillende locaties stukken grond waarop haar kazernes zijn gevestigd. Daarnaast huurt de GB het gebouw waarin de kazerne op de Tweede Maasvlakte is gevestigd, alsmede de gebouwen waarin het hoofdkantoor en het trainingscentrum zijn gevestigd. De corresponderende huurlasten zijn als volgt: Huur grond / Erfpacht De huursom voor de huur van de verschillende gronden wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Op basis van de huidige informatie is de jaarlijkse huursom als volgt: huur grond
Verplichting 2022
Hoofdkantoor (Moezelweg)
60.022
kazerne Merseyweg
15.476
kazerne Elbeweg
8.959
kazerne Butaanweg
29.814
kazerne Coloradoweg
36.633
kazerne Botlekweg
30.701
totaal
181.605
AFDELING | FINANCIËN
■ 40 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Huur gebouwen De huursom voor de huur van de genoemde panden is als volgt. huur gebouwen
looptijd overeenkomst t/m
jaarlijkse huursom (volledig jaar)
2032
201.707
-jaarlijks verlengd-
94.489
kazerne Maximaweg (Tweede Maasvlakte) trainingscentrum (Heijplaat) totaal
296.196
Gegunde Europese aanbestedingen
De GB heeft uit hoofde van geplande ingebruikname van het CBP materieel in het voorjaar van 2022 reeds in 2021 gecommitteerd tot een aantal uitgaven aan materieel voor CBP. Hieronder vallen onder meer de volgende Europese aanbestedingen: Betreft
Leverancier
Opdrachtwaarde
Reeds besteed
Resterende verplichting
Kenbri Fire Fighting B.V.
CBP: mobiele blusmonitoren
1.198.760
1.084.824
113.936
Hytrans Systems B.V.
CBP: unmanned ground vehicles (UGV’s)
1.463.960
1.313.667
150.293
2.662.720
2.398.491
264.229
totaal
Het reeds bestede gedeelte van deze aanbestedingen staat per balansdatum verantwoord als vooruitbetaling op materiële vaste activa. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (corona) virus heeft logischerwijs ook in 2022 nog een, beperkte, invloed op de exploitatie van de Gezamenlijke Brandweer. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Met betrekking tot de debiteurenvorderingen zijn deze met de kennis per heden op een toereikende waardering. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. 6d
Toelichting op het overzicht van baten en lasten • Baten ec. Cat. onderdeel
realisatie
realisatie 2020
verschil
3.8
contributie bedrijven
14.250.000
14.250.000
-
13.619.000
3.8
contributie overheden
7.270.000
7.270.000
-
6.944.000
3.8
contributie kazerne MV2
3.8
…Gemeente Rotterdam
1.848.000
1.848.000
-
1.779.000
3.8
…Havenbedrijf
100.000
100.000
-
100.000
3.8
…Bedrijven
648.000
648.000
-
632.000
3.8
Contributies projecten
3.8
…IBP
804.700
804.707
7
781.204
3.8
…HRT
165.000
173.908
8.908
160.261
3.8
…TPB
41.300
63.000
21.700
85.670
3.8
Secundair product
1.950.000
1.791.544
-158.456
1.926.477
3.8
Overige opbrengsten
319.000
420.556
101.556
426.217
27.396.000
27.369.715
-26.285
26.453.829
Totaal
AFDELING | FINANCIËN
begroting
■ 41 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Voor het boekjaar 2021 is er voor een totaalbedrag van ruim € 27 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Onder de overige opbrengsten zijn o.a. de opbrengsten verantwoord van detachering eigen personeel en doorbelasting van piketkosten aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, opbrengsten in relatie tot verhuur van ruimten aan derden; daarnaast zijn in deze opbrengstencategorie de baten vanuit ondersteuning van Stichting Schermenpool Rotterdams Havengebied opgenomen. • Secundair Product De opbrengst op de post Secundair Product bestaat uit: onderdeel
2021
2020
trainingen, instructies
739.967
659.477
detachering
179.850
220.125
w erkplaatsen
736.431
703.069
verkopen schuimvormend middel
98.413
75.200
overig
36.884
268.606
Totaal
1.791.544
1.926.477
De opbrengsten uit extra dienstverlening aan ledenbedrijven, ofwel Secundair Product, worden met name gevormd door opbrengsten vanuit het verzorgen van trainingen en instructies alsmede vanuit het onderhouden, keuren, schoonmaken e.d. van ademluchtmaterieel en brandslangen vanuit de werkplaatsen van de GB. Daarnaast worden, op meer incidentele basis, opbrengsten gegenereerd uit tijdelijke detachering van personeel bij ledenbedrijven en de verkopen van schuimvormend middel. In 2020 zijn tevens opbrengsten gerealiseerd uit ondersteuning bij het inrichten van een tijdelijke blusvoorziening bij een derde partij. Deze opbrengsten hebben een éénmalig karakter en zijn, vanwege dit karakter, in het schema geclassificeerd als ‘overig’. De opbrengsten 2021 op deze regel betreffen dezelfde ondersteuning; het project heeft tot kort in 2021 door gelopen. Enige toelichting is op zijn plaats bij de opbrengsten uit secundair product, en dan met name de vergelijking met voorgaand jaar. De cijfers 2020 werden negatief beïnvloed door de coronapandemie. Hoewel de pandemie in 2021 heeft voortgeduurd, is de verstorende werking op de opbrengsten uit secundair product minder geweest: zowel het trainingscentrum als de werkplaats hebben meer omzet gedraaid dan over 2020 het geval was.
Ten aanzien van de werkplaatsen geldt specifiek dat ook in 2020 al een stijging in de opbrengsten zichtbaar was, en deze stijging zich dus voortzet.; De beperkte afname wegens corona is (meer dan) gecompenseerd door het aantrekken van nieuwe afnemers en opdrachten. Ten aanzien van de opbrengsten uit detachering is een daling zichtbaar: Dit komt voort uit het feit dat gedurende 2021 sprake was van twee doorlopende detacheringen, waar dat in 2020 nog drie doorlopende detacheringen betrof.
AFDELING | FINANCIËN
■ 42 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Lasten 1.1 Personeel onderdeel
begroting
realisatie
verschil
2020
bruto salarissen
12.796.575
12.663.155
-133.420
12.165.134
individueel keuzebudget
1.692.088
1.674.446
-17.642
1.678.265
sociale lasten en pensioenen
4.728.863
4.679.559
-49.304
4.160.083
137.473
136.040
-1.433
237.774
19.355.000
19.153.200
-201.800
18.241.257
1.969.986
1.969.986
1.732.548
21.123.186
1.768.186
19.973.805
overige vergoedingen Totaal (regulier) versneld sparen FLO Totaal (regulier + FLO)
19.355.000
In economische categorie 1.1 Personeel worden de kosten verantwoord van het personeel dat direct in dienst is bij het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer. In de realisatie 2021 is, net als in 2020, in de personeelslasten begrepen een bedrag aan zogenoemd ‘versneld sparen’, zijnde een (versnelde) inleg ter financiering van toekomstige FLO aanspraken van personeel dat onder de FLO regeling valt. Dit bedrag was niet in de begroting opgenomen, omdat de uitwerking van deze kosten na het opstellen van de begrotingen bekend zijn geworden. De voorheen bestaande FLO reserve is in 2020 volledig uitgeput, waardoor de FLO lasten 2021 integraal voor rekening komen van het exploitatieresultaat. WNT-verantwoording 2020 Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer van toepassing zijnde regelgeving: het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2021 voor Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer is € 209.000 (2020: € 201.000). Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Er is geen sprake van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.
AFDELING | FINANCIËN
■ 43 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Bezoldiging topfunctionarissen (bedragen x € 1) gegevens 2021
J.L.C.W. Waals
functiegegevens
directeur
aanvang en einde functievervulling in 2018
1/1 - 31/12
omvang dienstverband (in fte)
1,0
gewezen topfunctionaris?
Nee
(fictieve) dienstbetrekking?
Ja
bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
129.406
beloningen betaalbaar op termijn
21.076
totaal bezoldiging
150.483
individueel WNT-maximum
209.000
overschrijding
-
gegevens 2020
J.L.C.W. Waals
aanvang en einde functievervulling in 2019
1/1 – 31/12
omvang dienstverband (in fte)
1,0
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
127.026
beloningen betaalbaar op termijn
19.721
totaal bezoldiging 2020
146.747
individueel WNT-maximum
201.000
overschrijding
-
Bezoldiging bestuur OLGB
Het bestuur van het openbaar lichaam is onbezoldigd. Derhalve is de verantwoording voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder van toepassing. Naam functionaris
Functie
Dhr. A. Aboutaleb
Voorzitter
Dhr. E. van Beek ( tot 24-06-21)
Lid
Dhr. S. van Severen (m.i.v. 24-06-21)
Lid
Dhr. H.H. van Tuyll
Lid
Dhr. M. Berendrecht
Lid
5.1 Rentelasten onderdeel
begroting
realisatie
verschil
2020
rentelasten
325.000
322.003
-2.997
373.324
Totaal (regulier)
325.000
322.003
-2.997
373.324
De rentelasten worden, pro rato de onderliggende financieringen, doorbelast aan de beide taakvelden binnen de organisatie. De rentelasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: onderdeel
2021
2020
rente financial leases
66.538
90.894
rente hypoth. Lening
138.439
177.463
rente overige leningen o/g
116.946
104.648
80
319
322.003
373.324
overige rentelasten
AFDELING | FINANCIËN
■ 44 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Gedurende het jaar heeft één desinvestering plaatsgevonden. Het boekverlies op deze desinvestering bedroeg € 72,00 3.5.1 Ingeleend personeel onderdeel
begroting
ingehuurd personeel derden uitzendkrachten Totaal
realisatie
verschil
2020
155.000
82.937
-72.063
128.867
7.000
7.051
51
515
162.000
89.989
-72.011
129.382
De inhuur van extern personeel bestaat voornamelijk uit de inhuur van een externe salarisadministrateur en externe ondersteuning bij het project ‘financiering GB’. 3.8 Gebruiksgoederen en diensten onderdeel
begroting
realisatie
verschil
2020
Gebouw en
1.236.000
1.102.883
-133.117
1.159.381
Voertuigen en bepakking
1.145.000
898.277
-246.723
1.071.410
Persoonlijke bescherming
117.000
81.961
-35.039
76.093
Automatiserings- en communicatiemiddelen
446.000
456.193
10.193
467.719
Trainingen en opleidingen
795.000
389.138
-405.862
399.672
Planvorming
76.000
51.848
-24.152
55.377
Kantoorkosten
257.000
173.515
-83.485
179.758
Overige personele kosten
100.000
146.564
46.564
107.446
Secundair product
741.000
614.913
-126.087
862.350
Projecten
241.000
439.051
198.051
331.673
Totaal
5.154.000
4.354.343
-799.657
4.710.879
Gezien het afnemende onderscheid tussen kosten voor automatisering en (mobiele) communicatie zijn beide onderdelen met ingang van 2021 samengevoegd. Ten behoeve van vergelijkbaarheid is deze samenvoeging tevens toegepast in de vergelijkende cijfers.
AFDELING | FINANCIËN
■ 45 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Dit betekent dat de automatiseringskosten 2020 á ca EUR 295k zijn verplaatst vanuit ‘kantoorkosten’ naar ‘automatiserings- en communicatiemiddelen’. De realisatie in economische categorie 3.8 Gebruiksgoederen en Diensten is circa € 800k onder begroting. De onderbesteding ten aanzien van trainingen en opleidingen wordt verklaard door het (deels) stilleggen van het trainingsprogramma als gevolg van corona maatregelen. Een deel van deze kosten zal in komende perioden worden ingehaald, maar deels geldt ook dat trainingen digitaal zullen (blijven) plaatsvinden, met een kostendrukkend effect als gevolg. De verklaring voor de onderbesteding op het gebied van voertuigen en bepakking is tweeledig: enerzijds wordt de daling verklaard door de coronamaatregelen; Er hebben minder voertuigbewegingen plaatsgevonden, wat een daling van met name brandstofkosten als gevolg heeft. Ook heeft het geïmplementeerde voertuigonderhoudsplan gezorgd voor een veranderende focus in het voertuigonderhoud: de focus ligt nu voornamelijk op preventief onderhoud (eerder, maar lager), in plaats van op correctief onderhoud (later, maar hoger). Ook dit heeft een kostendrukkend effect. Ook heeft er als gevolg van het gedaalde aantal voertuigbewegingen licht minder klein onderhoud hoeven plaatsvinden.
De overschrijding op het onderdeel projecten wordt gedekt vanuit de desbetreffende projectfinancieringen en worden mede veroorzaakt door een meer expliciete scheiding tussen ‘reguliere’ kosten en projectkosten, wat ook (beperkte) onderbesteding op andere onderdelen tot gevolg heeft. Opgemerkt dient te worden dat onder de kostenpost Secundair Product alleen de directe kostprijs van de verleende diensten is opgenomen: andere kostenposten die feitelijk toegerekend dienen te worden aan Secundair Product, zoals lonen en salarissen, huisvesting (Trainingscentrum), voertuigen en afschrijvingskosten zijn niet in deze post verantwoord. • Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen van kracht. Zoals toegelicht in hoofdstuk 3, paragraaf 3b ‘Waarderingsgrondslagen’ is het resultaat, behaald met de activiteiten binnen Secundair Product, de grondslag voor de berekening van de vennootschapsbelasting. Het belastbaar bedrag uit hoofde van ‘Secundair Product’ over 2021 bedraagt € 18.959 (2020: € 11.312). Op basis hiervan is in de jaarrekening rekening gehouden met te betalen vennootschapsbelasting over 2021 van € 3.792. Gegeven de reeds betaalde voorlopige aanslag resteert een terug te vorderen bedrag van € 5.655.
Het in de balans opgenomen bedrag ziet op deze vordering, alsmede op het te betalen bedrag over 2020 ad € 2.250.
AFDELING | FINANCIËN
■ 46 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
7.
Reserves en voorzieningen naam reserve algemene reserve
1-1-2021 1.037.040
Resultaatbestem m ing 2020
Dotatie
Onttrekking
-348.117
31-12-2021 688.923
bestemmingsreserve IBP
955.598
218.207
1.173.805
bestemmingsreserve HRT
144.293
5.313
149.606
bestemmingsreserve MV2
159.783
100.165
259.949
Bestemmingsreserve TPB
115.182
Bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning
74.732
totaal
2.486.628
-348.117
-105.265
9.917
85.523
-86.694
73.560
409.208
-191.959
2.355.760
• Bestemmingsreserves IBP en HRT De vermeerdering van de bestemmingsreserves IBP en HRT betreft de positieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Bestemmingsreserves MV2 Deze reserve is gevormd uit in het verleden behaalde positieve projectresultaten. De vermeerdering van de bestemmingsreserve MV2 betreft de toevoeging van de positieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Bestemmingsreserves TPB Deze reserve is gevormd uit in het verleden behaalde positieve projectresultaten. De afname van de bestemmingsreserve TPB betreft de dekking van de negatieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Resultaatbestemming 2021 Tenzij het bestuur expliciet anders zal besluiten, komt het negatieve resultaat over 2021 volledig ten laste van de algemene reserves.
AFDELING | FINANCIËN
■ 47 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
6
Controleverklaring
AFDELING | FINANCIËN
■ 48 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Vervolg controle verklaring (pagina 2)
AFDELING | FINANCIËN
■ 49 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Vervolg controle verklaring (pagina 3)
AFDELING | FINANCIËN
■ 50 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Vervolg controle verklaring (pagina 4)
AFDELING | FINANCIËN
■ 51 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
AFDELING | FINANCIËN
■ 52 van 55 ■
versie 1.0 - 26 april 2022
■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■
Bijlagen 1) Overzicht van baten en lasten projecten In de staat van baten en lasten van de Gezamenlijke Brandweer zijn de volgende projectexploitaties begrepen. De financiering van deze projecten staat in wezen los van de ‘reguliere’ financiering van de Gezamenlijke Brandweer. Per project wordt derhalve een bestemmingsreserve bijgehouden waarin cumulatieve projectresultaten worden gevoegd dan wel onttrokken. De projectexploitaties zoals in de staat van baten en lasten begrepen zijn als volgt: a) Project IBP realisatie realisatie lasten baten
Project IBP ec. cat.
om schrijving
1.1
Salarissen en sociale lasten
136.000
3.5.1
Ingeleend personeel
3.8
Overige goederen en diensten
200.907
7.3
Afschrijvingen
247.179
7.4
Toegerekende rente
2.414
7.5
Overige verrekeningen
-
totaal project
586.500