CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004464] Bijlage 2 behorende bij 22bb4461 over Concept Jaarverslag, Jaarrekening 2021

Tijdelijke commissie Bestuur (2022-2026) 30 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid18.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

90%

200.000

180.000

17

debiteuren

oninbare vorderingen wegens faillissement van betreffende afboeking van vorderingen/lagere bedrijven. bedrijfsopbrengsten.

5-10%

30.000

3.000

nr.

risicogebied

omschrijving risico

12

bedrijfsmiddelen GB

13

de GB dient te voldoen aan de wetgeving op het gebied van veranderende wetgeving / (veilige) installaties/huisvesting, alsmede aan de eisen op het handhavingscontrole gebied van arbeidshygiëne, die gedurende het jaar kunnen veranderen.

14

15

schuimvormend middel

omschrijving impact

niet adequaat overeenkomst/contractbeheer, waardoor een stilzwijgende en mogelijk ongewenste verlenging van hogere exploitatiekosten dan nodig als gevolg van onvoordelige contracten / overeenkomsten contracten leidt tot ongewenste verplichtingen en kosten. contractvoorwaarden.

AFDELING | FINANCIËN 2022

■ 21 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

nr.

risicogebied

18

Risico dat huidge lidbedrijven door veranderende regelgeving of door aanbrengen eigen voorzieningen niet afname lidmaatschappen GB meer bedrijfsbrandweerplichtig zullen zijn. Daarnaast kunnen vrijwillige leden, om welke reden dan ook, besluiten hun lidmaatschap GB te beëindigen.

19

CO2-opslag Tweede Maasvlakte

omschrijving risico

omschrijving impact

waarschijnlijkheid

impact (eur)

benodigd weerstandsvermogen (eur)

afname van het aantal (vrijwillige) lidbedrijven en/of aanwijzingen, waardoor de bijdrage per lid voor de overige leden hoger zal worden. Dit is primair een risico voor de CIBUA, maar kan tevens een druk leggen op de financiering van de GB.

25%

P.M.

P.M.

In de haven van Rotterdam loopt momenteel het zgn. Porthos-project (Port of Rotterdam CO2 Transport Hub & Offshore Storage). Het concept voor dit project bestaat uit een verzamelleiding door het havengebied in Rotterdam die fungeert als een basisinfrastructuur waar bedrijven op kunnen aansluiten voor de levering van door hen afgevangen Geen schadeloosstelling voor het CO2. Deze CO2 wordt vervolgens grotendeels onder de gedwongen vertrek/verhuizing van het zeebodem opgeslagen. De aanleg voor deze infrastructuur OCGB op Maasvlakte 2. kan impact hebben op de locatie van het Opleidingscentrum GB (OCGB) op MV2, dat gebouwd is op de grond die gehuurd wordt van het Havenbedrijf door één van de ledenbedrijven van de GB; het risico bestaat dat dit OCGB hierdoor naar een andere locatie zal moeten verhuizen.

25%

20.000

5.000

Totaal

578.000

P.M. = Pro Memorie, ter herinnering: In de begrotingen gebruikt om aan te geven dat er wel kosten worden verwacht, maar dat de hoogte daarvan niet bekend is

AFDELING | FINANCIËN 2022

■ 22 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Deel II Jaarrekening 2021 4

Balans per 31-12-2021 Gezamenlijke Brandweer (voor bestemming resultaat) ACTIVA

31-12-2021

31-12-2020

vaste activa materiële vaste activa investeringen met een economisch nut

-

-

overige investeringen met een economisch nut

17.188.477

18.352.315

totaal vaste activa

17.188.477

18.352.315

935.458

954.212

47.694

15.901

7.895.000

4.005.000

426.783

340.563

3.148.533

430.430

nog te ontvangen bedragen

13.341

152.881

liquide middelen

44.223

107.624

totaal vlottende activa

12.511.033

6.006.612

totaal generaal

29.699.510

24.358.927

PASSIVA

31-12-2021

31-12-2020

688.923

1.037.040

bestemmingsreserves

1.666.837

1.449.587

nog te bestemmen resultaat

-945.826

-348.117

vlottende activa voorraden voorraad schuimvormend middel uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar vorderingen op openbare lichamen uitzettingen in ’s Rijks schatkist overige vorderingen overlopende activa vooruit ontvangen facturen en vooruit betaalde bedragen

vaste passiva eigen vermogen algemene reserve

vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer hypothecaire lening van binnenlandse bank

2.564.250

3.324.250

overige leningen binnenlandse bank

21.377.667

12.474.667

verplichtingen uit hoofde van financial lease

1.319.709

1.745.077

totaal vaste passiva

26.671.561

19.682.505

158.968

554.762

2.524.000

3.875.850

100.097

163.473

vlottende passiva netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar overige schulden overlopende passiva verplichtingen, opgebouwd in begrotingsjaar Ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen Ontvangen voorschotbedragen van het Rijk

-

-

244.884

82.337

totaal vlottende passiva

3.027.949

4.676.422

totaal generaal

29.699.510

24.358.927

Overige vooruit ontvangen bedragen

AFDELING | FINANCIËN

■ 23 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

5

Overzicht van programmabaten en -lasten

5.1

Staat van baten en lasten – getotaliseerd BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead

begroting saldo

realisatie saldo

realisatie 2020 saldo

verschil

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

-162.000

-89.989

72.011

-129.382

3.8

Overige goederen en

5.078.000

5.494.307

416.307

4.973.780

7.3

Afschrijvingen

-262.000

-244.623

17.377

-237.444

7.4

Toegerekende rente

-36.000

-35.742

258

-41.476

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury

-4.681.000

-4.565.155

115.845

-3.931.389

-

-3.791

-3.791

-636

-63.000

555.008

618.008

633.453

begroting saldo

realisatie saldo

realisatie 2020 saldo

verschil

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

-

-

-

-

3.5.1

Ingeleend personeel

-

-

-

-

3.8

Overige goederen en

-

-

-

-

5.1

Rente

-325.000

-322.003

2.997

-373.324

7.3

Afschrijvingen

-

-

-

-

7.4

Toegerekende rente

325.000

322.003

-2.997

373.324

7.5

Overige verrekeningen

-

-

-

-

totaal taakveld

0

0

0

0

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer

begroting saldo

realisatie saldo

-14.674.000

-16.558.031

realisatie 2020 saldo

verschil

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

-

-

-

-

3.8

Overige goederen en

17.164.000

17.521.065

357.065

16.769.170

7.3

Afschrijvingen

-2.095.000

-1.959.185

135.815

-1.899.766

7.4

Toegerekende rente

-289.000

-286.261

2.739

-331.848

7.5

Overige verrekeningen

-1.884.031

-16.042.415

-

-

-

-

106.000

-1.282.412

-1.388.412

-1.504.859

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

43.000

-727.405

-770.405

-871.406

Mutatie bestem m ingsreserve IBP

-43.000

-218.207

-175.207

-129.272

Mutatie bestem m ingsreserve HRT

-

-5.313

-5.313

8.803

Mutatie bestem m ingsreserve TPB

-

105.265

105.265

-71.021

Mutatie bestem m ingsreserve FLO

-

-

-

777.117

Mutatie bestem m ingsreserve MV2

-

-100.165

-100.165

-62.338

Gerealiseerd resultaat

-

-945.826

-945.826

-348.117

Waarvan incidentele last

-

945.826

945.826

348.117

-

-

-

-

totaal taakveld

Waarvan incidentele bate Structureel begrotingssaldo

AFDELING | FINANCIËN

■ 24 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.2

Staat van baten en lasten – realisatie 2021 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 lasten baten saldo

4.565.155

-4.565.155

Ingeleend personeel

89.989

-89.989

3.8

Overige goederen en

1.466.830

7.3

Afschrijvingen

244.623

-244.623

7.4

Toegerekende rente

35.742

-35.742

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury

6.961.138

-3.791

3.791 6.406.130

5.494.307

6.961.138

555.008

realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 saldo lasten baten

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

-

3.5.1

Ingeleend personeel

-

3.8

Overige goederen en

-

5.1

Rente

7.3

Afschrijvingen

7.4

Toegerekende rente

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

-322.003

322.003

322.003

322.003

322.003

0

322.003

realisatie 2021 realisatie 2021 realisatie 2021 saldo lasten baten

16.558.031

-16.558.031

Ingeleend personeel

-

-

3.8

Overige goederen en

2.887.512

7.3

Afschrijvingen

1.959.185

-1.959.185

7.4

Toegerekende rente

286.261

-286.261

7.5

Overige verrekeningen

-

-

totaal taakveld

20.408.577

17.521.065

21.690.990

20.408.577

-1.282.412

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

28.419.122

27.691.718

-727.405

Mutatie bestem m ingsreserve IBP

218.207

-218.207

Mutatie bestem m ingsreserve HRT

5.313

-5.313

Mutatie bestem m ingsreserve TPB

105.265

Mutatie bestem m ingsreserve FLO Mutatie bestem m ingsreserve MV2 Gerealiseerd resultaat

100.165 28.742.808

Waarvan incidenteel

-100.165 27.796.982

-945.826 945.826

Structureel begrotingssaldo

AFDELING | FINANCIËN

105.265

-

■ 25 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.3

Staat van baten en lasten – (primitieve) begroting 2021 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead

begroting 2021 begroting 2021 lasten baten

begroting 2021 saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

4.681.000

-4.681.000

3.5.1

Ingeleend personeel

162.000

-162.000

3.8

Overige goederen en

1.133.000

7.3

Afschrijvingen

262.000

-262.000

7.4

Toegerekende rente

36.000

-36.000

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury

6.211.000

5.078.000

6.274.000

6.211.000

begroting 2021 begroting 2021 lasten baten

-63.000 begroting 2021 saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

-

3.5.1

Ingeleend personeel

-

3.8

Overige goederen en

-

5.1

Rente

7.3

Afschrijvingen

7.4

Toegerekende rente

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer

325.000

-325.000 325.000

325.000

325.000

0

325.000

begroting 2021 begroting 2021 lasten baten

begroting 2021 saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en

4.021.000

7.3

Afschrijvingen

2.095.000

-2.095.000

7.4

Toegerekende rente

289.000

-289.000

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

14.674.000

-14.674.000 21.185.000

17.164.000

21.079.000

21.185.000

106.000

27.678.000

27.721.000

43.000

Mutatie bestem m ingsreserve IBP

43.000

-43.000

Mutatie bestem m ingsreserve HRT

-

-

Mutatie bestem m ingsreserve TPB

-

Mutatie bestem m ingsreserve FLO Mutatie bestem m ingsreserve MV2 Gerealiseerd resultaat

27.721.000

27.721.000

-

Waarvan incidenteel

-

Structureel begrotingssaldo

-

AFDELING | FINANCIËN

■ 26 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 5.4

Staat van baten en lasten – realisatie 2020 BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.4 overhead

realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

129.382

3.8

Overige goederen en

1.750.800

7.3

Afschrijvingen

237.444

-237.444

7.4

Toegerekende rente

41.476

-41.476

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 0.5 treasury

3.931.389

-3.931.389 -129.382 6.724.580

636 6.091.127

4.973.780

-636 6.724.580

633.453

realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

-

3.5.1

Ingeleend personeel

-

3.8

Overige goederen en

-

5.1

Rente

7.3

Afschrijvingen

7.4

Toegerekende rente

7.5

Overige verrekeningen totaal taakveld

BESTUUR EN ONDERSTEUNING 1.1 Crisisbestrijding en brandw eer

373.324

-373.324 373.324

373.324 -

373.324

373.324

0

realisatie 2020 realisatie 2020 realisatie 2020 lasten baten saldo

ec. Cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en

2.960.079

7.3

Afschrijvingen

1.899.766

-1.899.766

7.4

Toegerekende rente

331.848

-331.848

7.5

Overige verrekeningen

16.042.415

-16.042.415 19.729.249

16.769.170

-

totaal taakveld

21.234.108

19.729.249

-1.504.859

Gerealiseerd totaal van baten en lasten

27.698.560

26.827.153

-871.406

Mutatie bestem m ingsreserve IBP

129.272

Mutatie bestem m ingsreserve HRT

8.803

Mutatie bestem m ingsreserve TPB

71.021

Mutatie bestem m ingsreserve FLO

-

Mutatie bestem m ingsreserve MV2

62.338

Gerealiseerd resultaat

27.961.190

Waarvan incidenteel

8.803 -71.021

777.117

777.117 -62.338

27.613.074

-348.117 348.117

Structureel begrotingssaldo

AFDELING | FINANCIËN

-129.272

-

■ 27 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Toelichting op het overzicht van baten en lasten De primitieve begroting 2021 is door het OLGB vastgesteld op 26 juni 2020. Gedurende 2020 is bekend geworden dat de GB geconfronteerd zou worden met (naar voren gehaalde) kosten uit hoofde van ‘versneld sparen’ voor (oud-)medewerkers die gebruik maken van een FLO-regeling. Als direct gevolg hiervan is een overschrijving van de salariskosten zichtbaar, onder 1.1 crisisbestrijding en brandweer, ad ca. EUR 1,9 mln. De GB heeft met haar deelnemers gedeeld dat sprake is van deze onverwachte meerkosten. Niettemin is geen gereviseerde begroting opgesteld, in verband met de hoeveelheid onduidelijkheden buiten de controle van de GB, waaronder natuurlijk vooral de COVID-19 pandemie. Tegelijk geldt dat, als gevolg van de maatregelen naar aanleiding van de coronapandemie, een aantal activiteiten niet of verminderd heeft plaatsgevonden. Op deze onderdelen van de exploitatie is derhalve onderbesteding ontstaan. Dit maakt dat het uiteindelijke negatieve exploitatieresultaat in positieve zin afwijkt van hetgeen verwacht kon worden op basis van de naar voren gehaalde FLO-kosten. 

Uitkomsten herziening FLO-regeling In de loop van 2018 is de FLO-regeling op een aantal punten herzien. Eén van de veranderingen is dat in de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2022 de persoonlijke levenslooptegoeden van werknemers gebruikt worden om de FLOuitkeringen te financieren: a. dit geldt voor de groep die op 29 oktober 2016 inactief was, maar nog geen gebruik maakt van het levenslooptegoed (ofwel de groep overgangsrecht FLO 2006); b. dit geldt voor de groep die op 29 oktober 2016 actief was en waarop de reparatie FLO-overgangsrecht van toepassing is (oftewel de groep overgangsrecht FLO 2018/’75% netto’). De levensloopperiode wordt dus naar voren gehaald. Deze levenslooptegoeden zijn, conform CAO, in het verleden gefinancierd door de GB. Hiernaast geldt dat in 2020 bekend is geworden dat er met ingang van 2020 sprake moet zijn van zogenoemd ‘versneld sparen’, waarmee versneld de benodigde bedragen voor toekomstige FLO uitkeringen bij elkaar moeten worden gespaard. Dit leidde in 2020, en opnieuw in 2021, tot een aanzienlijke, niet begrote, kostenuitzetting. Deze kostenuitzetting is terug te zien in het verschil tussen begroting en realisatie op het onderdeel salarissen en sociale lasten op taakveld 1.1 crisisbestrijding en brandweer.

Het behaalde resultaat over 2021 bedraagt uiteindelijke € 946k negatief ten opzichte van een begroot resultaat ad nihil. Lopende het jaar werd echter rekening gehouden met een negatief resultaat van ca. € 2,0 mln als direct gevolg van de FLO kosten. Dit in beschouwing nemende is het uiteindelijke jaarresultaat, ondanks het negatieve bedrag, positief te noemen ten opzichte van de verwachting. De demping in het negatieve resultaat komt voort uit enerzijds onderbestedingen op enkele onderdelen van de exploitatie, en anderzijds meevallende effecten van de coronabeperkingen; zo zijn de opbrengsten secundair product in 2021 minder hard geraakt door de coronamaatregelen dan dat in 2020 het geval was en waarvoor dus ook werd gevreesd in 2021.

AFDELING | FINANCIËN

■ 28 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

6.

Toelichting

6a

Algemeen De jaarrekening van de GB voor het boekjaar 2020 sluit met een negatief resultaat van € 945.826 (na verdeling projectresultaten), ten opzichte van een begroot resultaat van € nihil. Het verschil tussen beiden komt in belangrijke mate voort uit een aanpassing in de verwerking van de FLO lasten ten opzichte van de methode zoals bekend ten tijde van de vastgestelde begroting. Mede met het oog op de onzekere situatie rondom corona, is gedurende 2021 afgezien van het indienen van een formele begrotingswijziging.

6b

Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling • Algemeen De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Gezamenlijke Brandweer is samengesteld met inachtneming van de wettelijke richtlijnen voor de jaarrekening, welke zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Omwille van het inzicht is het Overzicht van Baten en Lasten nader uitgesplitst in economische categorieën. • Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de inkoopprijs en de bijkomende kosten, verminderd met de afschrijvingen op basis van de verwachte economische levensduur. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

Op de overige categorieën worden de volgende afschrijvingstermijnen toegepast: 30 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 10-30 jaar: verbouwingen van bedrijfsgebouwen, inclusief technische installaties; 6-12 jaar: motorvoertuigen, operationele voertuigen; 5-7 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen; persoonlijke beschermingsmiddelen;  5 jaar: lichte motorvoertuigen; hulpverleningsapparatuur; kleding; overige bepakking;  3 jaar: automatiseringsapparatuur;  niet: gronden en terreinen.    

De aanwezige materiële vaste activa zijn van economisch nut. Waardeverminderingen van activa worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving op materiële vaste activa start in de eerste maand nadat de investering heeft plaatsgevonden. In individuele gevallen kan op economische gronden van bovenstaande termijnen worden afgeweken. Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO (first in, first out)-methode of lagere marktwaarde. Met ingang van de jaarrekening 2017 worden ook de voorraden gehouden ten behoeve van project IBP als zodanig in de balans opgenomen. • Vorderingen Vorderingen worden onder aftrek van eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid, tegen de nominale waarde gewaardeerd. • Passiva De passivaposten zoals de algemene reserve en de vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Ten behoeve van de vergelijkbaarheid hebben verschuivingen plaatsgevonden in de vergelijkende cijfers.

AFDELING | FINANCIËN

■ 29 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

• Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Op grond van artikel 44 lid 3 van het BBV worden geen voorzieningen gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Hieruit volgt dat sommige lasten, in afwijking van voorgaande, worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken e.d. • Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. • Vennootschapsbelasting De af te dragen vennootschapsbelasting wordt berekend op basis van het financiële resultaat in het boekjaar, behaald over de activiteiten waarbij geen sprake is van de uitoefening van een overheidstaak en waarbij mogelijk in concurrentie wordt getreden met commerciële bedrijven.

In casu zijn dit de activiteiten die onderdeel uitmaken van het ‘Secundair Product’, zijnde de aanvullende dienstverlening aan ledenbedrijven. Dit betreft diensten uitgevoerd ten behoeve van derden: detacheringen, trainingen, verhuur van instructielokalen en persoonlijke beschermingsmaterialen, dienstverlening vanuit de werkplaatsen en verkoop van schuimvormend middel. Ten behoeve van bepaling van het resultaat wordt een afzonderlijke balans en verlies- en winstrekening voor ‘Secundair Product’ samengesteld op basis van fiscaal aanvaardbare grondslagen. Naast de direct aan de genoemde activiteiten toerekenbare kosten worden diverse kosten voor (ondersteunend) personeel, huisvesting, transport, rente en overige bedrijfslasten door middel van een verdeelsleutel meegenomen in de bepaling van het resultaat.

AFDELING | FINANCIËN

■ 30 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 6c

Toelichting op de Balans • Activa  Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: boekwaarde per 31-12-2021

boekwaarde per 31-12-2020

overige investeringen met een economisch nut

17.188.477

18.352.315

totaal

17.188.477

18.352.315

onderdeel

De overige investeringen met een economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: boekwaarde ultimo

31-12-2021

Gronden en terreinen

31-12-2020

102.909

102.909

Bedrijfsgebouwen

6.988.532

7.060.255

Verbouwingen

2.245.091

2.201.346

Bedrijfsinventaris

371.085

503.680

Vervoermiddelen en bepakking

6.916.221

7.537.860

Persoonlijke beschermingsmiddelen

171.683

285.768

Vaste activa t.b.v. project IBP

164.120

411.298

Vaste activa t.b.v. project CBP

19.750

-

Overige materiële vaste activa

209.087

249.199

17.188.477

18.352.315

totaal

Het hierna volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: onderdeel Gronden en terreinen

boekwaarde 01-01

investeringen

Desinvesteringen

afschrijvingen

boekwaarde 31-12

102.909

-

-

-

102.909

Bedrijfsgebouwen

7.060.255

327.593

-

-399.316

6.988.532

Verbouwingen

2.201.346

168.960

-

-125.215

2.245.091

Bedrijfsinventaris

503.680

55.850

-

-188.444

371.085

Vervoermiddelen en bepakking

7.537.860

432.179

-13.000

-1.040.819

6.916.221

Pers. beschermingsmiddelen

285.769

3.750

-

-117.836

171.683

Vaste activa t.b.v. project IBP

411.298

-

-

.247.179

164.120

Vaste activa t.b.v. project CBP

-

19.750

-

-

19.750

249.199

52.812

-

-92.924

209.087

18.352.315

1.060.894

-13.000

-2.211.733

17.188.47 7

Overige materiële vaste activa totaal

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. De post overige materiële vaste activa bevat voornamelijk materiaal en computerapparatuur.

AFDELING | FINANCIËN

■ 31 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ De in het boekjaar gedane investeringen staan in onderstaand overzicht vermeld: Investeringsbudget eerdere perioden

(resterend) budget

besteed 2021

saldo

Hard-/softw are voertuigbeheerssysteem [2016]

34.460

27.921

Sportmaterialen kazernes [restant 2016]

13.536

8.422

5.114

Vervanging luchtbehandelingsinstallaties voor 2 kazernes

90.284

6.577

83.707

Midlife update diverse voertuigen uit 2012

82.500

36.735

45.765

Prestoren, 4 stuks [2019]

21.000

22.166

-1.166

Diversen meubilair [2019]

3.476

1.980

1.496

Technische installaties diversen [2019]

17.832

12.784

5.049

Pand Moezelw eg 150, Rotterdam, inclusief verbouw ingen [2019]

114.737

150.000

-35.263

Aanschaf pand VG Rozenburg te LvNB 10 incl. verbouw ing

410.000

313.036

96.964

Autospuit + Tankautospuit inclusief bepakking

460.004

365.043

94.961

Bruingoed/w itgoed

5.405

3.127

2.277

Diversen meubilair

11.205

4.548

6.657

Digitaal sluitsysteem (na pilot VG Hoogvliet)

12.779

9.890

2.889

Dagdienstkleding

150.000

3.750

146.250

1.427.217

965.978

461.240

TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING <2021 Investeringsbudget 2021

(resterend) budget

besteed 2021

6.539

saldo

Brandmeldinstallatie voor m.n. nieuw e IBP-loods

4.110

3.988

122

Vervangen asfaltlaag Butaanw eg ivm ernstige verzakking

50.000

15.127

34.873

Aanpassing RostarCAS naar w ebomgeving

15.423

9.286

6.138

TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2021

69.533

28.400

41.133

Investeringsbudget 2022

(resterend) budget

Investeringsbegroting specialisme CBP

5.857.290

besteed 2021

saldo

37.000

5.820.290

SV bak 10m3

120.000

-

120.000

Meubilair/bruin- en w itgoed

12.000

-

12.000

Noodzakelijke investeringen huisvesting (bestrating, renovatie, digitaal sluitsysteem)

80.500

-

80.500

Mike Delta

70.000

-

70.000

2x Dräger droogkast M45

6.000

-

6.000 8.500

Vulbalk met WEH koppeling

8.500

-

Vervanging tablets en uitbreiding tablets AS-en

15.000

14.770

230

Vervanging communicatieset HRT

15.000

-

15.000

Vervanging hardw are GB

20.000

13.987

6.013

Vervanging diverse oefenmiddelen

15.000

-

15.000

6.219.290

65.757

6.153.533

TOTAAL INVESTERINGSBEGROTING 2022 (CBP + regulier)

In totaal heeft op de hiervoor genoemde investeringsbudgetten een investering plaatsgevonden ad € 1.060.135. Daarnaast heeft de GB in december 2021 vooruitbetalingen gedaan op investeringen, totaal ten bedrage van € 2.428.716, welke in 2022 ten laste van de investeringsbegroting zullen komen. Dit betreft concreet vooruitbetaalde termijnbedragen voor diverse investeringen voor het project CBP, conform de daaronder liggende investeringsbegroting. Deze vooruitbetalingen zijn in de jaarrekening 2021 als overlopende activa in de jaarrekening verantwoord.

AFDELING | FINANCIËN

■ 32 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Een aanzienlijk deel van de in 2021 gedane investeringen betreffen investeringen waarvoor in 2020 (of eerder) al een investeringsbudget was verkregen. Om verschillende redenen hebben deze investeringen pas in 2021 plaats kunnen vinden, veelal vanwege vertraging bij de leverende partijen in dezen. Deze redenen zijn samen te vatten als corona-gerelateerd. Ook zijn in het najaar 2021 reeds investeringen gedaan welke betrekking hebben op verschillende investeringsbudgetten 2022. Dit ziet vooral op het investeringsbudget voor CBP, en is het gevolg van een relatief lang aanlooptraject, inclusief aanbesteding, versus de wens om in het voorjaar 2022 operationeel te kunnen. Daarnaast zijn reeds de nodige investeringen nodig geweest ten laste van het budget vervanging hardware GB, waardoor niet meer de verwachting is dat uiteindelijk binnen de bandbreedte van dit budget gebleven kan worden. Hiervoor zal in de loop van 2022 dan ook een begrotingswijziging worden aangevraagd.  Voorraden 31-12-2021

31-12-2020

voorraad schuimvormend middel

435.058

453.813

Schuimvormend middel tbv IBP

500.400

500.400

Totaal

935.458

954.213

De gehouden voorraden bestaat uit aangekocht schuimvormend middel. Deze voorraad wordt gehouden ten behoeve van het uitvoeren van de primaire taken van de GB alsook ten behoeve van het uitvoeren van de taken binnen project IBP. De gehouden voorraad bestaat overwegend uit fluorhoudend schuimvormend middel; dit representeert de integrale voorraadwaarde van het schuimvormend middel t.b.v. IBP alsmede € 414.648 aan reguliere voorraad.

 Vlottende activa

Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt worden gespecificeerd: soort vordering vorderingen op openbare lichamen uitzettingen in ’s Rijks schatkist overige vorderingen totaal

saldo 31-12-2021

voorziening oninbaarheid

gecorrigeerd saldo 31-12-2021

gecorrigeerd saldo 31-12-2020

47.694

-

47.694

15.901

7.895.000

-

7.895.000

4.005.000

426.783

-

426.783

340.563

8.369.477

-

8.369.477

4.361.464

De uitzettingen in ’s Rijks schatkist betreft een rekening-courant met het ministerie van financiën inzake het zogenoemde Schatkistbankieren: als gemeenschappelijke regeling is de GB door de overheid verplicht om hier aan deel te nemen. Dit houdt in dat de GB een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst heeft met het ministerie van Financiën. Op basis van deze overeenkomst krijgen decentrale overheden, waaronder de GB eveneens valt, een rekening-courant bij de schatkist waar overtollige middelen (i.c. liquide middelen boven € 250.000, het zogenaamde drempelbedrag) op dienen te worden aangehouden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan een specifieke bankrekening. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald.

AFDELING | FINANCIËN

■ 33 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Een nadere toelichting op de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren is als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) 250

250

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

149

131

207

90

(3a) = (1)>2

ruimte onder drempelbedrag

101

119

793

910

(3b) = (2)>(1)

overschrijding van drempelbedrag

(1)

(2)

drempelbedrag 2021

(1)

berekening drempelbedrag

2021

(4a)

begrotingstotaal verslagjaar

27.721

(4b)

het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

27.721

(4c)

het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

-

Tot 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000

(1)

Vanaf 1 juli 2021 (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

250

250

1.000

1.000

kwartaal 1

kwartaal 2

kwartaal 3

kwartaal 4

13.448

11.948

19.056

8.264

(2)

berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

(5a)

som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

dagen in het kwartaal

90

91

92

92

kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

149

131

207

90

(2) = (5a)/(5b)

De overige vorderingen betreffen debiteurenvorderingen op verschillende partijen, onder meer uit hoofde van extra dienstverlening aan bedrijven. Er zijn per ultimo 2021 geen vorderingen voorzien. Het verloop van de voorziening voor oninbaarheid is als volgt: saldo aan het begin van het jaar

voorziening dubieuze debiteuren

AFDELING | FINANCIËN

vermeerdering wegens bijboeking

-

■ 34 van 55 ■

vrijval

-

saldo eind van het jaar

aanwending

-

-

-

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■  Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: soort bedrag

31-12-2021

31-12-2020

vooruit ontvangen facturen en vooruitbetaalde bedragen / overige vorderingen

3.148.533

430.430

13.341

152.881

3.161.874

583.311

nog te ontvangen bedragen totaal

De vooruitbetaalde bedragen bestaan overwegend, namelijk voor € 2.428.716, uit vooruitbetaalde bedragen op materiële vaste activa, welke in 2022 zullen worden ontvangen, in gebruik worden genomen en geactiveerd. Ook heeft de GB per ultimo een te vorderen positie omzetbelasting ad € 543.278.  Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: onderdeel

31-12-2021

31-12-2020

saldo bankrekening ABN AMRO

40.679

103.660

kassaldi

3.544

3.964

totaal

44.223

107.624

De GB heeft bij ABN AMRO Bank de beschikking over een seizoenskrediet in rekeningcourant ter grootte van maximaal € 3 miljoen, dat jaarlijks geldig is van 1 december tot 1 april. Per ultimo boekjaar werd geen gebruik gemaakt van dit krediet (2020: idem). Daarnaast geldt dat de GB het saldo op de bankrekening zo laag mogelijk probeert te houden, en dus zoveel mogelijk afstort naar de rekening voor schatkistbankieren. Dit als direct gevolg van de heffing van negatieve rente op gehouden banktegoeden. • Passiva  Algemene reserve Het algemeen bestuur van het OLGB heeft in de vergadering van 5 december 2016 het besluit genomen om toekomstige positieve resultaten volledig ten gunste te brengen van de bestemmingsreserve egalisatie kosten FLO, en dus niet ten gunste van de algemene reserve. In geval van negatieve resultaten wordt alsdan besloten.  Bestemmingsreserve Er worden bestemmingsreserves gevormd voor gelden die door de organisatie zijn geoormerkt voor een specifieke besteding. De bestemmingsreserves zoals in de balans opgenomen zijn als volgt onderverdeeld: bestemmingsreserves

31-12-2021

31-12-2020

-

-

bestemmingsreserve IBP

1.173.805

955.598

bestemmingsreserve HRT

149.606

144.293

bestemmingsreserve MV2

259.949

159.783

Bestemmingsreserve TPB

9.917

115.182

bestemmingsreserve egalisatie kosten FLO

Bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning totaal

73.560

74.732

1.666.837

1.449.588

Voor een toelichting op (het verloop van) de bestemmingsreserves wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de jaarrekening.

AFDELING | FINANCIËN

■ 35 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■  Rente typische schulden met een looptijd > 1 jaar Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: onderhandse leningen

31-12-2021

31-12-2020

binnenlandse banken en overige financiële instellingen

2.564.250

3.324.250

Overige leningen binnenlandse banken

21.377.667

12.474.667

financial lease bij binnenlandse bedrijven/banken

1.319.709

1.745.077

Totaal

25.261.626

17.543.994

Voor een toelichting op de rentelast behorende bij deze langlopende schulden wordt verwezen naar de toelichting op de rentelasten, zoals opgenomen in de toelichting op het overzicht van baten en lasten. Binnenlandse banken en overige financiële instellingen In november 2010 is met ABN AMRO Bank een kredietovereenkomst gesloten welke onder meer voorziet in een 25-jarige leningfaciliteit ten bedrage van maximaal € 8.500.000. Gedurende 2011 is tot een bedrag van € 8.123.000 van deze faciliteit gebruik gemaakt. Sindsdien hebben geen aanvullende opnames meer plaatsgevonden. Het opgenomen bedrag bestaat uit de volgende componenten: • een hypothecaire lening ten bedrage van € 3.500.000 inzake de kazernes Coloradoweg, Elbeweg, Merseyweg en Botlekweg. Deze kazernes dienen hierbij als onderpand; • een hypothecaire lening ten bedrage van € 4.623.000 ter financiering van de bouw van de Don Berghuijs kazerne, gevestigd op de Butaanweg. Bij deze kredietfaciliteit is een 17-jaars rentetarief van 5,05% overeengekomen. De rente wordt driemaandelijks achteraf voldaan, gelijktijdig met de aflossingen. Het rentepercentage zal worden herzien op 1 januari 2028. Contractueel is overeengekomen dat aflossing van deze lening zal geschieden in totaal 99 opeenvolgende driemaandelijkse termijnen van elk € 83.750 en een slottermijn ter grootte van € 208.750.

Met ingang van 2017 wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om jaarlijks boetevrij een bedrag ter grootte van 5% van de oorspronkelijke faciliteit af te lossen; aldus heeft gedurende 2021 wederom een aanvullende aflossing ad € 425.000 plaatsgevonden. Overige leningen bij binnenlandse banken Sinds 2017 leiden nieuwe financieringsbehoeften tot het aangaan van een lening bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Ook in 2021 zijn er een drietal nieuwe leningen afgesloten, onder meer ter financiering van de komende investeringen in project CBP.

AFDELING | FINANCIËN

■ 36 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Hierna worden de belangrijkste gegevens van deze leningen weergegeven. Ingangsdatum

interest

Oorspronkelijke nominale som

Aflossingen gedurende het boekjaar

Lening NWB 129276

03-01-17

1,325%

3.600.000

-

3.600.000

Lening NWB 129475

23-06-17

1,830%

550.000

18.333

476.667

Lening NWB 129480

23-06-17

0,860%

2.500.000

208.333

1.666.667

Lening NWB 130104

22-03-19

1,280%

1.800.000

60.000

1.680.000

Lening NWB 130365

14-10-19

0,430%

1.800.000

60.000

1.680.000

Lening NWB 130366

14-10-19

0,030%

1.300.000

108.333

1.083.333

Lening NWB 130367

14-10-19

0,000%

370.000

37.000

296.000

Lening NWB 130794

16-12-20

-0,020%

1.500.000

125.000

1.375.000

Lening NWB 130822

11-01-21

0.410%

2.400.000

80.000

2.320.000

Lening NWB 131094

01-10-21

0.640%

1.300.000

-

1.300.000

Lening NWB 131110

10-11-21

0.480%

5.900.000

-

5.900.000

23.020.000

697.000

21.377.667

leningen NWB

totaal

Open saldo 31-12-2021

Ten aanzien van deze leningen is als volgt overeengekomen: NWB 1-29276

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 32 termijnen, ieder ten bedrage van € 112.500. Aflossingen dienen per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2025, voor het laatst op 3 januari 2033. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens per kwartaal plaats te vinden, voor het eerst op 3 april 2017. NWB 1-29475

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 18.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 24 juni 2047. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-29480

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 208.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018, voor het laatst op 25 juni 2029. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 23 juni 2018. NWB 1-30104

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 22 maart 2020.

AFDELING | FINANCIËN

■ 37 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ NWB 1-30365

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 60.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30366

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 termijnen, ieder ten bedrage van € 108.333. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30367

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 10 termijnen, ieder ten bedrage van € 37.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 14 oktober 2020. NWB 1-30794

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 12 jaarlijkse termijnen, ieder ten bedrage van € 125.000. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 16 december 2021. NWB 1-30822

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 79.999,99. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 11 januari 2022. NWB 1-31094

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 30 termijnen, ieder ten bedrage van € 43.333,33. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 1 oktober 2022. NWB 1-31110

Het nominale bedrag van de lening dient te worden afgelost in 15 termijnen, ieder ten bedrage van € 393.333,35. Aflossingen dienen jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Tussentijdse aflossingen zijn niet toegestaan. Rentebetalingen dienen eveneens jaarlijks plaats te vinden, voor het eerst op 10 november 2022. Financial Leaseverplichtingen De leaseverplichting per jaareinde bevat de contracten met ABN AMRO Lease inzake de financial lease van voertuigen, IBP materieel, bluskleding, communicatie apparatuur en helmen. De looptijd van de verplichtingen is in overeenstemming met de afschrijvingstermijnen. De waardering van de verplichtingen uit hoofde van financial leasing van de vervoersmiddelen vindt plaats tegen de nominale waarde van de contractueel verschuldigde leasetermijnen.

AFDELING | FINANCIËN

■ 38 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■  Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: onderdeel

31-12-2021

crediteuren

158.968

554.762

2.524.000

3.875.850

100.097

163.473

verplichtingen opgebouwd in begrotingsjaar ontvangen voorschotbedragen van Europese overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen van het Rijk overig vooruit ontvangen bedragen totaal

31-12-2020

-

-

244.884

82.337

3.027.949

4.676.422

De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: onderdeel schuld Belastingdienst inzake vennootschapsbelasting schuld Belastingdienst inzake loonheffing

31-12-2021

31-12-2020

-3.405

24.171

967.875

2.305.292

1.313.918

1.174.634

245.612

371.752

2.524.000

3.875.850

100.097

163.473

100.097

163.473

reservering projectsubsidie inzake COBRA blussysteem

-

-

totaal ontvangen voorschotbedragen van het Rijk

-

-

vooruit ontvangen bijdrage exploitatie project IBP

32.701

82.337

vooruit ontvangen bijdrage toekomstige FLO uitkeringen

212.182

-

overige vooruit ontvangen bedragen

244.884

82.337

vergoedingen aan personeel (overwerk, CV- en verlofuren; FLOtegoeden) overige nog te betalen bedragen totaal verplichtingen, opgebouwd in het begrotingsjaar vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance totaal ontvangen overheidslichamen

voorschotbedragen

van

Europese

In de overlopende passiva zijn verschillende vooruit ontvangen projectbijdragen opgenomen welke door de verstrekkende partij zijn geoormerkt voor een specifieke besteding, namelijk voor besteding aan genoemde projecten. Dit betreft concreet de volgende bedragen en projecten: vooruit ontvangen overheidslichamen

bijdrage

van

Europese

31-12-2021

31-12-2020

vooruit ontvangen bijdrage inzake project Assistance

100.097

163.473

totaal

100.097

163.473

vooruit ontvangen projectbijdragen

31-12-2021

31-12-2020

vooruit ontvangen bijdrage inzake IBP

32.701

82.337

totaal

32.701

82.337

Het verloop van de deze vooruit ontvangen bedragen gedurende 2021 is als volgt: vooruit ontvangen bijdrage inzake Assistance

AFDELING | FINANCIËN

saldo per 1 januari

163.473

Aanvullend ontvangen voorschot

37.103

vrijval ten gunste van exploitatie

-100.480

saldo per 31 december

100.097

■ 39 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Dit bedrag is gevormd uit een in 2019 ontvangen projectbijdrage vanuit de EU ter financiering van het project ‘Assistance’. Jaarlijks worden de projectkosten, conform projectbegroting, ten laste gebracht van dit vooruit ontvangen bedrag. vooruit ontvangen bijdrage inzake IBP saldo per 1 januari

82.337

vrijval ten gunste van exploitatie

-49.636

saldo per 31 december

32.701

Dit bedrag is gevormd uit in het verleden van het Havenbedrijf Rotterdam ontvangen bedragen welke door het Havenbedrijf zijn geoormerkt voor het project Industriële Brandbestrijding (IBP). Jaarlijks vindt een gedeeltelijke vrijval van dit bedrag plaats ten gunste van de projectexploitatie. Niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen De GB is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de bestaande verplichtingen, zover die niet reeds tot uiting komen in de jaarcijfers: Operational leases

De GB gaat verschillende operational lease contracten aan voor haar voertuigen. Dit betreft zowel uitrukvoertuigen als dagdienstvoertuigen. De resterende looptijden van deze operational lease overeenkomsten variëren. Op basis van de huidige overeenkomsten kunnen de toekomstige totale lasten uit hoofde van operational leases als volgt worden uitgesplitst: soort verplichting operational lease

totale last gedurende looptijd

…waarvan 2022-2024

850.595

669.528

… waarvan 2022 262.304

Merk op: In dit overzicht worden verplichtingen niet contant gemaakt; de getoonde bedragen zijn de nominale bedragen.

Verzekeringspremies

De GB heeft haar voertuigen, die in eigendom zijn, vanaf medio 2018 verzekerd op basis van een raamovereenkomst met AON Wagenparkverzekeringen. De looptijd van deze overeenkomst is tot uiterlijk 1 juni 2021 of tot zolang de betreffende voertuigen operationeel zijn. Ten tijde van opstellen van de jaarrekening is bekend dat deze overeenkomsten tegen gelijke voorwaarden zullen worden verlengd voor een nog vast te stellen periode. De corresponderende verzekeringslasten bedragen, op basis van het wagenpark ultimo 2021, jaarlijks € 97.690 Huur onroerend goed

De GB huurt op verschillende locaties stukken grond waarop haar kazernes zijn gevestigd. Daarnaast huurt de GB het gebouw waarin de kazerne op de Tweede Maasvlakte is gevestigd, alsmede de gebouwen waarin het hoofdkantoor en het trainingscentrum zijn gevestigd. De corresponderende huurlasten zijn als volgt: Huur grond / Erfpacht De huursom voor de huur van de verschillende gronden wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Op basis van de huidige informatie is de jaarlijkse huursom als volgt: huur grond

Verplichting 2022

Hoofdkantoor (Moezelweg)

60.022

kazerne Merseyweg

15.476

kazerne Elbeweg

8.959

kazerne Butaanweg

29.814

kazerne Coloradoweg

36.633

kazerne Botlekweg

30.701

totaal

181.605

AFDELING | FINANCIËN

■ 40 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Huur gebouwen De huursom voor de huur van de genoemde panden is als volgt. huur gebouwen

looptijd overeenkomst t/m

jaarlijkse huursom (volledig jaar)

2032

201.707

-jaarlijks verlengd-

94.489

kazerne Maximaweg (Tweede Maasvlakte) trainingscentrum (Heijplaat) totaal

296.196

Gegunde Europese aanbestedingen

De GB heeft uit hoofde van geplande ingebruikname van het CBP materieel in het voorjaar van 2022 reeds in 2021 gecommitteerd tot een aantal uitgaven aan materieel voor CBP. Hieronder vallen onder meer de volgende Europese aanbestedingen: Betreft

Leverancier

Opdrachtwaarde

Reeds besteed

Resterende verplichting

Kenbri Fire Fighting B.V.

CBP: mobiele blusmonitoren

1.198.760

1.084.824

113.936

Hytrans Systems B.V.

CBP: unmanned ground vehicles (UGV’s)

1.463.960

1.313.667

150.293

2.662.720

2.398.491

264.229

totaal

Het reeds bestede gedeelte van deze aanbestedingen staat per balansdatum verantwoord als vooruitbetaling op materiële vaste activa. Gebeurtenissen na balansdatum Het COVID-19 (corona) virus heeft logischerwijs ook in 2022 nog een, beperkte, invloed op de exploitatie van de Gezamenlijke Brandweer. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Met betrekking tot de debiteurenvorderingen zijn deze met de kennis per heden op een toereikende waardering. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. 6d

Toelichting op het overzicht van baten en lasten • Baten ec. Cat. onderdeel

realisatie

realisatie 2020

verschil

3.8

contributie bedrijven

14.250.000

14.250.000

-

13.619.000

3.8

contributie overheden

7.270.000

7.270.000

-

6.944.000

3.8

contributie kazerne MV2

3.8

…Gemeente Rotterdam

1.848.000

1.848.000

-

1.779.000

3.8

…Havenbedrijf

100.000

100.000

-

100.000

3.8

…Bedrijven

648.000

648.000

-

632.000

3.8

Contributies projecten

3.8

…IBP

804.700

804.707

7

781.204

3.8

…HRT

165.000

173.908

8.908

160.261

3.8

…TPB

41.300

63.000

21.700

85.670

3.8

Secundair product

1.950.000

1.791.544

-158.456

1.926.477

3.8

Overige opbrengsten

319.000

420.556

101.556

426.217

27.396.000

27.369.715

-26.285

26.453.829

Totaal

AFDELING | FINANCIËN

begroting

■ 41 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Voor het boekjaar 2021 is er voor een totaalbedrag van ruim € 27 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Onder de overige opbrengsten zijn o.a. de opbrengsten verantwoord van detachering eigen personeel en doorbelasting van piketkosten aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, opbrengsten in relatie tot verhuur van ruimten aan derden; daarnaast zijn in deze opbrengstencategorie de baten vanuit ondersteuning van Stichting Schermenpool Rotterdams Havengebied opgenomen. • Secundair Product De opbrengst op de post Secundair Product bestaat uit: onderdeel

2021

2020

trainingen, instructies

739.967

659.477

detachering

179.850

220.125

w erkplaatsen

736.431

703.069

verkopen schuimvormend middel

98.413

75.200

overig

36.884

268.606

Totaal

1.791.544

1.926.477

De opbrengsten uit extra dienstverlening aan ledenbedrijven, ofwel Secundair Product, worden met name gevormd door opbrengsten vanuit het verzorgen van trainingen en instructies alsmede vanuit het onderhouden, keuren, schoonmaken e.d. van ademluchtmaterieel en brandslangen vanuit de werkplaatsen van de GB. Daarnaast worden, op meer incidentele basis, opbrengsten gegenereerd uit tijdelijke detachering van personeel bij ledenbedrijven en de verkopen van schuimvormend middel. In 2020 zijn tevens opbrengsten gerealiseerd uit ondersteuning bij het inrichten van een tijdelijke blusvoorziening bij een derde partij. Deze opbrengsten hebben een éénmalig karakter en zijn, vanwege dit karakter, in het schema geclassificeerd als ‘overig’. De opbrengsten 2021 op deze regel betreffen dezelfde ondersteuning; het project heeft tot kort in 2021 door gelopen. Enige toelichting is op zijn plaats bij de opbrengsten uit secundair product, en dan met name de vergelijking met voorgaand jaar. De cijfers 2020 werden negatief beïnvloed door de coronapandemie. Hoewel de pandemie in 2021 heeft voortgeduurd, is de verstorende werking op de opbrengsten uit secundair product minder geweest: zowel het trainingscentrum als de werkplaats hebben meer omzet gedraaid dan over 2020 het geval was.

Ten aanzien van de werkplaatsen geldt specifiek dat ook in 2020 al een stijging in de opbrengsten zichtbaar was, en deze stijging zich dus voortzet.; De beperkte afname wegens corona is (meer dan) gecompenseerd door het aantrekken van nieuwe afnemers en opdrachten. Ten aanzien van de opbrengsten uit detachering is een daling zichtbaar: Dit komt voort uit het feit dat gedurende 2021 sprake was van twee doorlopende detacheringen, waar dat in 2020 nog drie doorlopende detacheringen betrof.

AFDELING | FINANCIËN

■ 42 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Lasten 1.1 Personeel onderdeel

begroting

realisatie

verschil

2020

bruto salarissen

12.796.575

12.663.155

-133.420

12.165.134

individueel keuzebudget

1.692.088

1.674.446

-17.642

1.678.265

sociale lasten en pensioenen

4.728.863

4.679.559

-49.304

4.160.083

137.473

136.040

-1.433

237.774

19.355.000

19.153.200

-201.800

18.241.257

1.969.986

1.969.986

1.732.548

21.123.186

1.768.186

19.973.805

overige vergoedingen Totaal (regulier) versneld sparen FLO Totaal (regulier + FLO)

19.355.000

In economische categorie 1.1 Personeel worden de kosten verantwoord van het personeel dat direct in dienst is bij het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer. In de realisatie 2021 is, net als in 2020, in de personeelslasten begrepen een bedrag aan zogenoemd ‘versneld sparen’, zijnde een (versnelde) inleg ter financiering van toekomstige FLO aanspraken van personeel dat onder de FLO regeling valt. Dit bedrag was niet in de begroting opgenomen, omdat de uitwerking van deze kosten na het opstellen van de begrotingen bekend zijn geworden. De voorheen bestaande FLO reserve is in 2020 volledig uitgeput, waardoor de FLO lasten 2021 integraal voor rekening komen van het exploitatieresultaat. WNT-verantwoording 2020 Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer van toepassing zijnde regelgeving: het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2021 voor Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer is € 209.000 (2020: € 201.000). Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Er is geen sprake van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking.

AFDELING | FINANCIËN

■ 43 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Bezoldiging topfunctionarissen (bedragen x € 1) gegevens 2021

J.L.C.W. Waals

functiegegevens

directeur

aanvang en einde functievervulling in 2018

1/1 - 31/12

omvang dienstverband (in fte)

1,0

gewezen topfunctionaris?

Nee

(fictieve) dienstbetrekking?

Ja

bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

129.406

beloningen betaalbaar op termijn

21.076

totaal bezoldiging

150.483

individueel WNT-maximum

209.000

overschrijding

-

gegevens 2020

J.L.C.W. Waals

aanvang en einde functievervulling in 2019

1/1 – 31/12

omvang dienstverband (in fte)

1,0

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

127.026

beloningen betaalbaar op termijn

19.721

totaal bezoldiging 2020

146.747

individueel WNT-maximum

201.000

overschrijding

-

Bezoldiging bestuur OLGB

Het bestuur van het openbaar lichaam is onbezoldigd. Derhalve is de verantwoording voor topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder van toepassing. Naam functionaris

Functie

Dhr. A. Aboutaleb

Voorzitter

Dhr. E. van Beek ( tot 24-06-21)

Lid

Dhr. S. van Severen (m.i.v. 24-06-21)

Lid

Dhr. H.H. van Tuyll

Lid

Dhr. M. Berendrecht

Lid

5.1 Rentelasten onderdeel

begroting

realisatie

verschil

2020

rentelasten

325.000

322.003

-2.997

373.324

Totaal (regulier)

325.000

322.003

-2.997

373.324

De rentelasten worden, pro rato de onderliggende financieringen, doorbelast aan de beide taakvelden binnen de organisatie. De rentelasten kunnen als volgt gespecificeerd worden: onderdeel

2021

2020

rente financial leases

66.538

90.894

rente hypoth. Lening

138.439

177.463

rente overige leningen o/g

116.946

104.648

80

319

322.003

373.324

overige rentelasten

AFDELING | FINANCIËN

■ 44 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Gedurende het jaar heeft één desinvestering plaatsgevonden. Het boekverlies op deze desinvestering bedroeg € 72,00 3.5.1 Ingeleend personeel onderdeel

begroting

ingehuurd personeel derden uitzendkrachten Totaal

realisatie

verschil

2020

155.000

82.937

-72.063

128.867

7.000

7.051

51

515

162.000

89.989

-72.011

129.382

De inhuur van extern personeel bestaat voornamelijk uit de inhuur van een externe salarisadministrateur en externe ondersteuning bij het project ‘financiering GB’. 3.8 Gebruiksgoederen en diensten onderdeel

begroting

realisatie

verschil

2020

Gebouw en

1.236.000

1.102.883

-133.117

1.159.381

Voertuigen en bepakking

1.145.000

898.277

-246.723

1.071.410

Persoonlijke bescherming

117.000

81.961

-35.039

76.093

Automatiserings- en communicatiemiddelen

446.000

456.193

10.193

467.719

Trainingen en opleidingen

795.000

389.138

-405.862

399.672

Planvorming

76.000

51.848

-24.152

55.377

Kantoorkosten

257.000

173.515

-83.485

179.758

Overige personele kosten

100.000

146.564

46.564

107.446

Secundair product

741.000

614.913

-126.087

862.350

Projecten

241.000

439.051

198.051

331.673

Totaal

5.154.000

4.354.343

-799.657

4.710.879

Gezien het afnemende onderscheid tussen kosten voor automatisering en (mobiele) communicatie zijn beide onderdelen met ingang van 2021 samengevoegd. Ten behoeve van vergelijkbaarheid is deze samenvoeging tevens toegepast in de vergelijkende cijfers.

AFDELING | FINANCIËN

■ 45 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Dit betekent dat de automatiseringskosten 2020 á ca EUR 295k zijn verplaatst vanuit ‘kantoorkosten’ naar ‘automatiserings- en communicatiemiddelen’. De realisatie in economische categorie 3.8 Gebruiksgoederen en Diensten is circa € 800k onder begroting. De onderbesteding ten aanzien van trainingen en opleidingen wordt verklaard door het (deels) stilleggen van het trainingsprogramma als gevolg van corona maatregelen. Een deel van deze kosten zal in komende perioden worden ingehaald, maar deels geldt ook dat trainingen digitaal zullen (blijven) plaatsvinden, met een kostendrukkend effect als gevolg. De verklaring voor de onderbesteding op het gebied van voertuigen en bepakking is tweeledig: enerzijds wordt de daling verklaard door de coronamaatregelen; Er hebben minder voertuigbewegingen plaatsgevonden, wat een daling van met name brandstofkosten als gevolg heeft. Ook heeft het geïmplementeerde voertuigonderhoudsplan gezorgd voor een veranderende focus in het voertuigonderhoud: de focus ligt nu voornamelijk op preventief onderhoud (eerder, maar lager), in plaats van op correctief onderhoud (later, maar hoger). Ook dit heeft een kostendrukkend effect. Ook heeft er als gevolg van het gedaalde aantal voertuigbewegingen licht minder klein onderhoud hoeven plaatsvinden.

De overschrijding op het onderdeel projecten wordt gedekt vanuit de desbetreffende projectfinancieringen en worden mede veroorzaakt door een meer expliciete scheiding tussen ‘reguliere’ kosten en projectkosten, wat ook (beperkte) onderbesteding op andere onderdelen tot gevolg heeft. Opgemerkt dient te worden dat onder de kostenpost Secundair Product alleen de directe kostprijs van de verleende diensten is opgenomen: andere kostenposten die feitelijk toegerekend dienen te worden aan Secundair Product, zoals lonen en salarissen, huisvesting (Trainingscentrum), voertuigen en afschrijvingskosten zijn niet in deze post verantwoord. • Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen van kracht. Zoals toegelicht in hoofdstuk 3, paragraaf 3b ‘Waarderingsgrondslagen’ is het resultaat, behaald met de activiteiten binnen Secundair Product, de grondslag voor de berekening van de vennootschapsbelasting. Het belastbaar bedrag uit hoofde van ‘Secundair Product’ over 2021 bedraagt € 18.959 (2020: € 11.312). Op basis hiervan is in de jaarrekening rekening gehouden met te betalen vennootschapsbelasting over 2021 van € 3.792. Gegeven de reeds betaalde voorlopige aanslag resteert een terug te vorderen bedrag van € 5.655.

Het in de balans opgenomen bedrag ziet op deze vordering, alsmede op het te betalen bedrag over 2020 ad € 2.250.

AFDELING | FINANCIËN

■ 46 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

7.

Reserves en voorzieningen naam reserve algemene reserve

1-1-2021 1.037.040

Resultaatbestem m ing 2020

Dotatie

Onttrekking

-348.117

31-12-2021 688.923

bestemmingsreserve IBP

955.598

218.207

1.173.805

bestemmingsreserve HRT

144.293

5.313

149.606

bestemmingsreserve MV2

159.783

100.165

259.949

Bestemmingsreserve TPB

115.182

Bestemmingsreserve Team Digitale Verkenning

74.732

totaal

2.486.628

-348.117

-105.265

9.917

85.523

-86.694

73.560

409.208

-191.959

2.355.760

• Bestemmingsreserves IBP en HRT De vermeerdering van de bestemmingsreserves IBP en HRT betreft de positieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Bestemmingsreserves MV2 Deze reserve is gevormd uit in het verleden behaalde positieve projectresultaten. De vermeerdering van de bestemmingsreserve MV2 betreft de toevoeging van de positieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Bestemmingsreserves TPB Deze reserve is gevormd uit in het verleden behaalde positieve projectresultaten. De afname van de bestemmingsreserve TPB betreft de dekking van de negatieve projectresultaten die gedurende 2021 gerealiseerd zijn. • Resultaatbestemming 2021 Tenzij het bestuur expliciet anders zal besluiten, komt het negatieve resultaat over 2021 volledig ten laste van de algemene reserves.

AFDELING | FINANCIËN

■ 47 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

6

Controleverklaring

AFDELING | FINANCIËN

■ 48 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Vervolg controle verklaring (pagina 2)

AFDELING | FINANCIËN

■ 49 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Vervolg controle verklaring (pagina 3)

AFDELING | FINANCIËN

■ 50 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Vervolg controle verklaring (pagina 4)

AFDELING | FINANCIËN

■ 51 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

AFDELING | FINANCIËN

■ 52 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Bijlagen 1) Overzicht van baten en lasten projecten In de staat van baten en lasten van de Gezamenlijke Brandweer zijn de volgende projectexploitaties begrepen. De financiering van deze projecten staat in wezen los van de ‘reguliere’ financiering van de Gezamenlijke Brandweer. Per project wordt derhalve een bestemmingsreserve bijgehouden waarin cumulatieve projectresultaten worden gevoegd dan wel onttrokken. De projectexploitaties zoals in de staat van baten en lasten begrepen zijn als volgt: a) Project IBP realisatie realisatie lasten baten

Project IBP ec. cat.

om schrijving

1.1

Salarissen en sociale lasten

136.000

3.5.1

Ingeleend personeel

3.8

Overige goederen en diensten

200.907

7.3

Afschrijvingen

247.179

7.4

Toegerekende rente

2.414

7.5

Overige verrekeningen

-

totaal project

586.500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01700bb8-dcfb-4aae-be7e-674d92487ab2