CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004464] Bijlage 2 behorende bij 22bb4461 over Concept Jaarverslag, Jaarrekening 2021

Tijdelijke commissie Bestuur (2022-2026) 30 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid18.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JAARSTUKKEN 2021 Concept versie 1.0 - 26 april 2022

telefoonnummer algemeen e-mail internet bezoekadres

AFDELING | FINANCIËN

postadres

088-5110000 info@gez-brandweer.nl www.gezamenlijke-brandweer.nl Moezelweg 150 3198 LS EUROPOORT ROTTERDAM Postbus 1300 3180 AH ROZENBURG

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Copyright © 2022 Gezamenlijke Brandweer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoekmogelijkheid te verschaffen aan derden, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur van de Gezamenlijke Brandweer.

AFDELING | FINANCIËN

■ 2 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Inhoudsopgave Deel I Jaarverslag 2021 ..........................................................................................................................5 Programmaverantwoording...................................................................................................................5 1

Resultaat 2021 ..............................................................................................................................5

1.1 1.2

Financiële Resultaten 2021 ........................................................................................................... 5 Operationele Resultaten 2021 ...................................................................................................... 6

2

Toekomstige ontwikkelingen ................................................................................................... 10

3

PARAGRAFEN ........................................................................................................................... 11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 11 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 14 Financiering ................................................................................................................................. 14 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 17 Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2021 ................................... 19

Deel II Jaarrekening 2021.................................................................................................................... 23 4

Balans per 31-12-2021 Gezamenlijke Brandweer ................................................................... 23

5

Overzicht van programmabaten en -lasten ............................................................................ 24

5.1 5.2 5.3 5.4

Staat van baten en lasten – getotaliseerd ................................................................................... 24 Staat van baten en lasten – realisatie 2021 ................................................................................ 25 Staat van baten en lasten – (primitieve) begroting 2021 ............................................................ 26 Staat van baten en lasten – realisatie 2020 ................................................................................ 27

6.

Toelichting ................................................................................................................................. 29

6a 6b 6c 6d

Algemeen .................................................................................................................................... 29 Waarderingsgrondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................... 29 Toelichting op de Balans ............................................................................................................. 31 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................................ 41

7.

Reserves en voorzieningen ...................................................................................................... 47

6

Controleverklaring .................................................................................................................... 48

Bijlagen ................................................................................................................................................. 53 1) a) b) c) d)

Overzicht van baten en lasten projecten ..................................................................................... 53 Project IBP .................................................................................................................................. 53 Project HRT ................................................................................................................................. 53 Project MV2 ................................................................................................................................. 54 Project TPB ................................................................................................................................. 54

Vaststelling en goedkeuring .............................................................................................................. 55

AFDELING | FINANCIËN

■ 3 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

AFDELING | FINANCIËN

■ 4 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

Deel I Jaarverslag 2021 Programmaverantwoording 1

Resultaat 2021

1.1

Financiële Resultaten 2021 De GB heeft het verslagjaar 2021 afgesloten met een negatief exploitatieresultaat na mutatie bestemmingsreserves ad EUR -/- 946k. Initieel was een sluitende exploitatie begroot, maar na het opstellen van de begroting werd bekend dat de GB geconfronteerd zou worden met (naar voren gehaalde) kosten ad ca. EUR 2.000k in verband met FLO-regelingen. Dit feit heeft de GB met haar deelnemers gedeeld. Niettemin is geen gereviseerde begroting opgesteld, in verband met de hoeveelheid onduidelijkheden buiten de controle van de GB, waaronder natuurlijk vooral de COVID-19 pandemie. Als gevolg van de maatregelen naar aanleiding van de coronapandemie heeft een aantal activiteiten niet of verminderd plaatsgevonden, waardoor onderbesteding is ontstaan op onderdelen van de exploitatie. Dit maakt dat het uiteindelijke negatieve exploitatieresultaat in positieve zin afwijkt van hetgeen verwacht kon worden op basis van de naar voren gehaalde FLO-kosten. Voor een nadere toelichting op het verschil tussen het begrote en het gerealiseerde resultaat wordt verwezen naar de jaarrekening. De begrotings- en verantwoordingsregelgeving (BBV), die van toepassing is bij de GB, kent een rapportagesystematiek met ‘programma’s’ en ‘taakvelden’. Onder een programma wordt een samenhangend geheel van activiteiten verstaan.

Een taakveld is een eenheid waarin de programma’s, of waarin de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, zijn onderverdeeld. Conform voorgaande jaren wordt de totale (begroting en verantwoording van de) GB als één programma beschouwd, dus een verdere toewijzing van taakvelden aan verschillende programma’s is niet van toepassing. Er is sprake van twee taakvelden, te weten ‘Veiligheid’ en ‘Bestuur en Ondersteuning’. Binnen het taakveld ‘Veiligheid’ dienen de begroting en verantwoording van de GB ingedeeld te worden in het sub-taakveld ‘Crisisbeheersing en brandweer’. Binnen het taakveld ‘Bestuur en Ondersteuning’ zijn de sub-taakvelden ‘Overhead’ en ‘Treasury’ relevant. realisatie (lasten) op programma’s

overhead

crisisbeheersing en brandweer

1.1

salarissen en sociale lasten

4.565.155

16.558.031

3.5.1

ingeleend personeel

89.989

-

3.8

overige goederen en diensten

1.466.830

2.887.512

7.3

afschrijvingen

244.623

1.959.185

7.4

toegerekende reële en bespaarde rente

35.742

286.261

6.402.339

21.690.989

3.791

-

3.791

-

belastingen en heffingen 7.5

overige verrekeningen (vennootschapsbelasting) algemene dekkingsmiddelen contributies (incl. projecten)

6.383.558

18.774.057

opbrengsten secundair product

467.772

1.323.772

overige opbrengsten

109.807

310.748

-

-

6.961.137

20.408.577

555.007

-1.282.412

rentebaten Gerealiseerd totaal van baten en lasten Gerealiseerd totaal van baten en lasten (totaal)

AFDELING | FINANCIËN

■ 5 van 55 ■

-727.405

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■

mutaties reserves dotatie/onttrekking bestemmingsreserve IBP dotatie/onttrekking bestemmingsreserve HRT

5.313

dotatie/onttrekking bestemmingsreserve MV2

-105.265

dotatie/onttrekking bestemmingsreserve TPB Gerealiseerd resultaat

1.2

218.207

100.165 -945.826

Operationele Resultaten 2021 In de programmabegroting 2021 (d.d. 26 juni 2020) worden een aantal belangrijke activiteiten en aandachtspunten voor 2021 beschreven, waaronder het verder structureren en optimaliseren van het voertuigonderhoud, voorbereiden op de effecten van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) en het ontwikkelen van een beter passende roostersystematiek. Op alle drie deze onderdelen zijn er in 2021 stappen gezet, wat onder meer heeft geleid tot een betere sturing óp en inzicht ín het voertuigonderhoud, en de ontwikkeling van een nieuwe roostersystematiek, welke per 1 januari 2022 in gebruik wordt genomen. Mede ten behoeve van de nieuwe roostersystematiek, heeft in 2021 de implementatie en ingebruikname van een nieuwe versie van het roosterbeheersysteem plaatsgevonden. Ook zijn in 2021 investeringen gedaan in het terrein van de kazerne Butaanweg in verband met verzakkingen. Beide betreffen geplande investeringen voor het jaar 2021. De tevens geplande investering in een brandmeldinstallatie voor in de nieuwe loods bij het hoofdkantoor is, uit prudentie, naar voren gehaald en heeft in feite al grotendeels in 2020 plaatsgevonden. De belangrijkste geplande investeringen 2021 die ook daadwerkelijk vóór balansdatum 2021 zijn gerealiseerd zijn daarmee als volgt: • • • •

brandmeldinstallatie voor nieuwe loods bij het hoofdkantoor [investeringsbudget € 40k]; inrichting centraal magazijn [investeringsbudget € 57k]; schuifhek locatie Moezelweg [investeringsbudget € 14k]; aanpassing planningssysteem [investeringsbudget € 25k].

Daarnaast heeft gedurende 2021 een aantal investeringen plaatsgevonden die waren opgenomen in de investeringsbegroting 2020, maar om uiteenlopende redenen niet in 2020 al konden worden gerealiseerd. Voor meer details hieromtrent wordt verwezen naar de toelichting op de materiële vaste activa. Hiernaast heeft het project “TPB 2.0” door gelopen in 2021. Doel van dit project was het nagaan óf en het aantoonbaar maken hóe tankputbranden, vallend onder de ‘Richtlijn voor bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks’ (PGS 29), kunnen worden bestreden met mobiele middelen. Dit als alternatief voor aanzienlijke investeringen van de bij de GB aangesloten ledenbedrijven in stationaire voorzieningen. Dit project heeft geleid tot de oprichting van de zogenoemde ‘Collectieve Brandbestrijding Pool’ (CBP), waarin ook het bestaande systeem voor het bestrijden van tankbranden (IBP) wordt geïntegreerd. Het doel is om operationeel gaan van het nieuwe systeem te realiseren in het voorjaar van 2022. Ten behoeve van het CBP zijn ook reeds aanbestedingstrajecten gestart en (delen van) investeringen gedaan, welke onderdeel uit maken van de investeringsbegroting 2022. De kapitaallasten van deze investeringen maken onderdeel uit van het komende project CBP en drukken, zover deze kosten zich in 2021 reeds hebben voorgedaan, op de bestaande bestemmingsreserve TPB.

Voor een aantal investeringen geldt dat deze (verder) zullen worden doorgeschoven, omdat het nog niet gelukt is deze volledig te realiseren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vervanging van een GSH-bak en COBRA-bak, welke beide als investering in 2020 waren opgenomen. Hetzelfde geldt voor de investering in nieuwe kazernekleding.

AFDELING | FINANCIËN

■ 6 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ In de programmabegroting 2021 worden diverse activiteiten genoemd die in dat jaar in gang zullen worden gezet, dan wel worden afgerond. De coronapandemie heeft vanzelfsprekend een significante impact gehad op de mogelijkheid om verschillende van deze activiteiten te kunnen uitvoeren, waarbij met name de ambitie om realistisch industrieel te oefenen niet waargemaakt kon worden. Andere activiteiten kunnen als ‘doorlopend’ beschouwd worden, zoals de beleidsvraagstukken rondom blusschuim, tankputbrandbestrijding (TPB) en betrokkenheid bij grote infrastructurele projecten binnen het verzorgingsgebied: de coronapandemie heeft op de voortgang van dergelijke activiteiten een zeer beperkte invloed gehad. Naast bovengenoemde activiteiten, die vermeld worden in het jaarplan voor 2021, is er nog een aantal andere projecten en gebeurtenissen, die in dit verslag de aandacht verdienen: • Financieringsproject De GB ziet zich geconfronteerd met een toekomstscenario met enerzijds sterk stijgende kosten, anderzijds met omstandigheden die de financiering van de GB onder druk zetten. De sterk stijgende kosten houden verband met de loonkosten uit hoofde van reguliere loonontwikkelingen en additioneel stijgende FLO-kosten en kosten in relatie tot life-time employment.

In het verleden is door het bestuur de keuze gemaakt om voor deze FLOkosten geen voorziening te treffen, waardoor de kosten grotendeels op de exploitatiebegroting van het jaar van uitkering zullen drukken. Aan de andere kant ziet de GB een tendens ontstaan, waarbij nieuwe en bestaande bedrijven in het verzorgingsgebied geheel of gedeeltelijk trachten te ontkomen aan de verplichting tot het hebben van een bedrijfsbrandweer. Voorbeelden hiervan zijn het aanpassen van een diameter van een opslagtank (hoge i.p.v. brede tanks) of het aanbrengen van stationaire voorzieningen. Hierdoor neemt het aantal en de omvang van de betalende CIBUA-lidmaatschappen af. Anders gezegd, de lasten van de industriële brandweerzorg worden door steeds minder schouders gedragen. Dit probleem is in eerste aanleg een CIBUA-vraagstuk, maar legt indirect een druk op de collectiviteit van de PPSconstructie. Dit kan er uiteindelijk toe leiden dat een groter aantal bedrijven zich in de toekomst genoodzaakt voelt om te investeren in alternatieven voor de bedrijfsbrandweeraanwijzing waardoor een sneeuwbaleffect kan ontstaan. Hoe snel dit proces zal gaan verlopen is moeilijk in te schatten, maar op enig moment kunnen de kosten van een lidmaatschap zo hoog worden, dat het niet meer rendabel is om aangesloten te zijn bij het collectief.

Om de GB toekomstvast te maken, is in 2018 het project ‘Financiering GB’ van start gegaan. Uitgangspunt hierbij is dat de kostenstijging weinig beïnvloedbaar is, en dat hier dus ook niet de focus van het project op moet komen te liggen. De centrale vraag is op welke wijze een groter aantal bedrijven binnen het verzorgingsgebied kan gaan bijdragen aan de financiering van de GB. Immers, de industriële slagkracht en expertise van de GB staat nu aan elk bedrijf ter beschikking, terwijl op grond van bedrijfsbrandweeraanwijzingen en vrijwillige lidmaatschappen slechts een klein deel van deze bedrijven meebetaalt. In de afgelopen jaren zijn verschillende oplossingsrichtingen onderzocht met als doel te komen tot de conclusie welk richting(en) tot de gewenste duurzame financieringsstructuur leidt. Gedurende 2021 is in dit project tot het inzicht gekomen dat een reële optie voor een oplossing de combinatie van de volgende denkrichtingen is: • •

alleen in bepaalde gebieden het aantal aan te wijzen bedrijven vergroten; de criteria voor aanwijzen anders interpreteren.

Doel is om alleen in de bijzondere gebieden meer bedrijven te betrekken bij het organiseren van de brandweerzorg samen met de overheid. De intentie is niet in te grijpen in de reeds aangewezen inrichtingen of op de categorieën van inrichtingen die in aanmerking komen voor aanwijzing. Beoogd wordt een gebied aan te wijzen waarbinnen ook de (nog) niet aangewezen bedrijven, binnen de daartoe in aanmerking komende categorieën van inrichtingen, (naar rato) bijdragen aan de gezamenlijke (bedrijfs-) brandweerorganisatie.

AFDELING | FINANCIËN

■ 7 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Het behoeft geen betoog dat in dit laatstgenoemde traject de GB volledig afhankelijk is van draagvlak bij de (rijks)overheid. In 2022 worden met betrokken partijen de noodzakelijke stappen genomen om (de haalbaarheid van) deze oplossingsrichting verder te onderzoeken. • Implementatie Logistiek Team Gedurende 2020 is, op basis van de nieuwe mogelijkheden in verband met de verhuizing van het hoofdkantoor, het idee verder uitgewerkt om repressieve inzet van schuimvormend middel bij grote(re) incidenten nog beter te borgen. Hiertoe is besloten een zogenoemd logistiek team (LT) op te richten, welke wordt bemenst met (repressieve) medewerkers die reeds bij de GB in dienst zijn. Vanwege de centrale ligging van het hoofdkantoor in het verzorgingsgebied van de GB wordt het LT daar gestationeerd. Het LT is operationeel sinds 1 februari 2021. • Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA)/Oprichting Werkgeversvereniging VR’s Na enkele jaren van voorbereiding is in 2021 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. Vanaf 2022 gaat deze vereniging namens de veiligheidsregio’s onderhandelen met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in dienst van veiligheidsregio’s. Het Veiligheidsberaad besloot in december 2020 tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s.

Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), op basis waarvan gemeenten en gemeentelijke organisaties overstapten van de CAR UWO naar de CAO-Gemeenten. De veiligheidsregio’s zijn nog niet meegegaan met de WNRA en moeten daarom tot een eigen collectieve rechtspositieregeling komen. De WVSW gaat per 1 januari 2022 officieel van start en neemt daarmee het werk van de Brandweerkamer van de VNG over.. Het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB) is als zelfstandige entiteit niet direct bij de oprichting betrokken, maar zal in een later stadium aansluiten: als één van de grootste beroepskorpsen van Nederland is het noodzakelijk als zelfstandig deelnemende entiteit (agenda-lid) op een later moment in de WVSV te participeren. Aanvullend heeft de GB een (direct) adviserende rol richting de voorzitter van de OLGB (tevens voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR)), waarbij het advies door de voorzitter gewogen en meegenomen kan worden in het uiteindelijke stemrecht. Op deze manier ontstaat een (in)directe invloed op de arbeidsvoorwaardenontwikkeling, waarbij de belangen vanuit de publiek-private samenwerking optimaal/maximaal worden geborgd.

Het spreekt dan ook voor zich, dat in het proces van arbeidsvoorwaardenvorming of de advisering hierover, er een nauwe samenwerking zal zijn met de VRR, zodat rechtspositionele verschillen, zoveel als mogelijk worden voorkomen, dan wel tot een minimum worden beperkt. • Rechtspositie Vrijwillige Brandweer / Toekomst VG Rozenburg en Hoogvliet Er speelt een landelijke discussie over de consequenties van Europese wetgeving voor de rechtspositie van de brandweervrijwilliger in Nederland. In het verlengde hiervan heeft de minister van Justitie en Veiligheid in het rapport 'De juridische kaders voor maximaal behoud van brandweervrijwilligheid in Nederland' aangegeven dat de huidige categorieën van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers, die vrijwilligheid en beroeps vermengen, in beginsel dienen te verdwijnen. Vanuit die optiek heeft de GB samen met de VG’s in 2021 nagedacht op welke wijze de vrijwillige korpsen Hoogvliet en Rozenburg op de meest doelmatige wijze een bijdrage kunnen blijven leveren aan de operationele taken en verplichtingen, die op de GB rusten. Vooralsnog is besloten dat de VG korpsen niet meer zullen worden ingezet voor herbezetting van de beroepskazernes, maar naast de “reguliere” brandweertaken, een rol krijgen in het logistieke CBP-proces.

AFDELING | FINANCIËN

■ 8 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Georganiseerd Overleg (GO) In 2021 heeft een eerste overleg plaatsgevonden met de vakbondsvertegenwoordigers, vakbondsleden uit de OR en bestuurder GB: dit overleg wordt het ‘Georganiseerd Overleg’ (GO) genoemd. Het GO is er met name voor bedoeld om allerlei afspraken te maken op het vlak van (primaire/geldelijke) arbeidsvoorwaarden. Binnen de GB is in haar bestaan een bepaalde traditie opgebouwd ten aanzien van de vorming van arbeidsvoorwaarden, het volgen van het landelijke beleid en afspraken uit het Ambtenarenreglement; hierbij is altijd rekening gehouden met de belangen van de GB-ers: waar mogelijk wordt geprobeerd maatwerk te leveren en de bestuurder en OR zijn gewend de dialoog hierover met elkaar te voeren. Het is de ambitie om deze werkwijze in het GO voort te zetten. Vier keer per jaar zal een technisch beraad plaatsvinden en zal vanuit de GB aansluiting worden gezocht bij het ‘grote GO’, waar de burgemeester van Rotterdam, tevens de voorzitter van de VRR en van het OLGB, aanwezig zal zijn. De arbeidsvoorwaarden van de VRR en de GB zullen hierdoor grotendeels overeen blijven komen. • Tweede loopbaanbeleid (‘20-jaar regeling’) / Generatiepact GB Het Generatiepact Gezamenlijke Brandweer (GP GB) is een alternatieve regeling naast het huidige tweede loopbaanbeleid (20-jaarregeling).

Nadat de werkgroep “20-jaar” met ondersteuning van een externe specialist overeenstemming had bereikt over de kaders van de regeling GP GB, is in 2021 de regeling meer gedetailleerd uitgewerkt en ter controle aan de Belastingdienst voorgelegd in verband met het huidige fiscale regime. De regeling in het kort: er wordt voorzien in een afbouwperiode, waarbij men minder gaat werken, tegen een lager salaris en de pensioenopbouw 100% blijft. Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden in het pensioenakkoord om voor medewerkers tot 100 weken verlof te sparen - hetzij door extra verlof te kopen, dan wel minder verlof op te nemen. De conceptregeling dient nog te worden doorgerekend, waarna het besluitvormingstraject kan worden voorbereid. Vanzelfsprekend dient hierbij overeenstemming met de werknemersvertegenwoordiging/vakbonden, vertegenwoordigd in het Georganiseerde Overleg, bereikt te worden. Verwacht wordt dat de implementatie niet eerder dan begin 2023 zal starten. • Nieuwe samenwerkingsverbanden met bedrijven In 2021 is er contact ontstaan tussen de GB en de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) in Groningen, om mogelijkheden tot samenwerking te onderzoeken. Een dergelijke samenwerking heeft effect op de bezettingsgraad, en daarmee op het slagvaardig kunnen optreden in het verzorgingsgebied van de GB.

Op verzoek van de BCGB heeft juridisch onderzoek plaatsgevonden naar de (on)mogelijkheden en de daaraan verbonden wettelijke verplichtingen, binnen zowel het publieke, als het private domein. Dit onderzoek leidde tot de conclusie dat de gewenste samenwerking mogelijk is, en met instemming van het OLGB heeft de NAM zich op 1 december 2021 aangesloten bij de CIBUA; daarnaast is een directe dienstverleningsovereenkomst CBP met de GB gesloten. Het ligt in de lijn der verwachting dat in Q2 2022 deze afspraken in praktijk geëffectueerd kunnen worden. Tevens is in 2021 het plan verder vormgegeven om de bedrijfsbrandweeraanwijzingen van lidbedrijf ExxonMobil volledig door de GB te laten invullen. Gedurende het jaar is in onderlinge afstemming nadere invulling gegeven aan de afspraken, waaronder de organisatorische en financiële consequenties. In het eerste kwartaal van 2022 zal deze dienstverlening vanuit de GB van start gaan. • 4-ploegenrooster De GB is een relatief kleine organisatie met veel ambities. Om deze ambities te kunnen realiseren wordt veel gebruik gemaakt van de (industriële) kennis en expertise die binnen de verschillende teams en afdelingen aanwezig is. De hiervoor benodigde tijdsbesteding leidt regelmatig tot mogelijke conflicten met de Arbeidstijdenwet (ATW) en het Arbeidstijdenbesluit (ATB). Momenteel kent de GB in de wacht een 3-ploegenrooster.

Om enerzijds als organisatie optimaal gebruik te kunnen blijven maken van de kennis, expertise en ervaring binnen de afdeling Repressie, en anderzijds het naleven van de ATW te kunnen blijven borgen, is in 2019 gestart met de implementatie van een 4-ploegenrooster. AFDELING | FINANCIËN

■ 9 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Naast het kunnen borgen van naleving ATW is het beter kunnen sturen op overcapaciteit een voordeel van het 4-ploegenrooster: het essentiële verschil tussen het 3- en 4ploegenrooster is dat men in een 4-ploegenrooster te weinig uren maakt die op andere momenten moeten worden ingevuld. Deze capaciteit is voor de organisatie vervolgens effectief in te zetten; dit heeft een positief effect op het overwerk en de bijbehorende kosten. Daarnaast zullen de ploegen kleiner worden, hetgeen ook een gunstig effect heeft op de overcapaciteit. De overschakeling van een 3- naar 4-ploegenrooster heeft een breder effect dan alleen op de medewerkers van de afdeling Repressie, waarbij gedacht moet worden aan vraagstukken omtrent communicatie, oefenen en trainen, adequate ondersteuning met de huidige planningssoftware en huisvesting. In verband met de impact op de organisatie, het tijdspad en focus op andere projecten, is in overleg met de ondernemingsraad besloten om de implementatie van de uitkomsten van het project ‘vierploegensysteem’ voor minimaal 1 jaar uit te stellen. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze nieuwe werkwijze, mits deze met de kennis van nu de beoogde resultaten op zal leveren, niet eerder dan op 1 januari 2023 zal worden geïmplementeerd.

Wel is in overleg met de ondernemingsraad een eerste stap gezet in een andere wijze van inroosteren binnen een 3-ploegensysteem, wat gezien kan worden als een eerste voorbereidende stap richting een 4-ploegenrooster.

2

Toekomstige ontwikkelingen • Gevolgen coronapandemie voor GB Sinds maart 2020 hebben de maatregelen, die wereldwijd genomen zijn om de gevolgen van de coronapandemie op de volksgezondheid zoveel mogelijk te beperken, een enorme impact op sociaal en economisch gebied. De GB heeft de nodige maatregelen genomen om de continuïteit van de inzetbaarheid van de repressieve dienst te waarborgen, en volgt vanzelfsprekend de adviezen van het RIVM. Tot op heden heeft de coronapandemie geen invloed gehad op de mate van inzetbaarheid van onze organisatie. Scenario’s liggen klaar voor het geval hier veranderingen in zou komen, zodat de veiligheid in het verzorgingsgebied op geen enkel moment in gevaar komt. Voor 2021 is de impact op de activiteiten in vooral ons trainingscentrum nog steeds duidelijk merkbaar, hetzij gelukkig minder dan gevreesd en gedacht op basis van de gebeurtenissen in 2020. • Gebruik fluorvrij SVM indien mogelijk Het blusmiddel SVM (schuimvormend middel) bevat fluor, hetgeen vanuit het oogpunt van milieu niet wenselijk is. Op dit moment bestaat helaas nog geen volwaardig alternatief zonder fluor. Bij volwaardig moet worden geacht aan de brede industriële omgeving van de GB: voor bepaalde typen incidenten blijkt fluor helaas vooralsnog een onmisbaar ingrediënt. Echter, de GB wordt ook geconfronteerd met incidenten waarbij fluorvrij SVM wél een adequaat blusmiddel is.

Om het gebruik van fluorhoudend SVM tot een minimum te beperken is in 2019 gestart worden met een pilot, waarbij één van de autospuiten uitgerust is met een kleine tank voor fluorvrij SVM. Afhankelijk van het type incident kan dan besloten worden welk blusmiddel moet worden toegepast, zodat milieuschade op die manier tot een minimum beperkt wordt. Deze pilot is in 2020 en 2021 verder uitgebreid, zodat nu meerdere autospuiten zijn voorzien van een (aanvullende) tank voor fluorvrij SVM. De verwachting is dat in de nabije toekomst de verhouding fluorvrij SVM in ons SVM-arsenaal zal toenemen; nog steeds lopen onderzoeken en pilots om na te gaan in welke situaties het fluorvrij SVM wél een werkbaar alternatief is voor het fluorhoudende SVM.

AFDELING | FINANCIËN

■ 10 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Energietransitie Het Havenbedrijf Rotterdam heeft de ambitie om de haven van Rotterdam in lijn brengen met de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs. De opgave voor het Rotterdamse industrieel cluster om de CO2-uitstoot drastisch terug te brengen is omvangrijk en complex: Vanaf 2030 moet de industrie voor energiegebruik en productieprocessen overschakelen van fossiele energie op een heel nieuw systeem. Hiervoor is een ingrijpende transitie nodig, waarvoor het Havenbedrijf nu al de nodige stappen zet, bijvoorbeeld door efficiënter om te gaan met energie in combinatie met het afvangen en ondergronds opslaan van CO2. Deze veranderingen, alsmede de mogelijkheid dat zich een ander type bedrijf in de haven zal vestigen, zal impact hebben op het risicoprofiel in het gebied, en daarmee op de eisen die aan de incidentbestrijding van de GB gesteld worden. Belangrijk is om tijdig over de juiste kennis, vaardigheden en bijbehorend materieel te beschikken. De GB zal in samenspraak met alle partners in het verzorgingsgebied de ontwikkelingen op de voet volgen, en zorgvuldig de impact op haar operationele inzetbaarheid beoordelen.

3

PARAGRAFEN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is een aantal paragrafen verplicht voorgeschreven. Deze paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een dwarsdoorsnede van de begroting te geven, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. De paragrafen richten zich met name op de beleidscontouren van het beheersproces en zijn, in tegenstelling tot de programma’s, niet direct extern gericht. In de paragrafen worden de randvoorwaarden vastgelegd, die van belang zijn voor een goede uitvoering van de programma’s. In deze jaarrekening zijn de volgende (verplicht voorgeschreven) paragrafen opgenomen: 1. 2. 3. 4.

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering

Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de GB toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, wordt voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. Voor het kunnen beoordelen van het weerstandsvermogen is het noodzakelijk de aanwezige weerstandscapaciteit te analyseren in samenhang met de omvang en de achtergronden van de risico’s. • Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2021 € 689k vóór resultaatbestemming; indien het bestuur van het Openbaar Lichaam Gezamenlijke Brandweer (OLGB) zal besluiten om het negatieve resultaat over het jaar 2021 (-/- € 946k) ten laste van de algemene reserve te brengen bedraagt het saldo ultimo 2021 -/- € 257k. Vanaf 2016 tot en met 2021 had de GB, als onderdeel van het eigen vermogen, een bestemmingsreserve voor FLO. Echter, in 2020 is het besluit bekend geworden dat voor de FLO-gerechtigden de spaarrekeningen voor FLO in 2020 en 2021 versneld aangevuld diende te worden (‘versneld sparen’).

De omvang van deze naar voren gehaalde inleg was op dat moment nog niet bekend en dus niet voorzien in de begrotingen voor 2020 respectievelijk 2021. Geconfronteerd met de realisatie op het gebied van versneld sparen FLO, is de bestaande FLO bestemmingsreserve per ultimo 2020 naar nihil gebracht ter dekking van deze lasten. Het deel van de lasten dat zich in 2021 manifesteert kan derhalve niet meer worden gedekt vanuit de (voorheen) bestaande bestemmingsreserve. De lasten voor versneld sparen FLO over 2021 bedroegen ruim € 1,9 mln, en hebben dus een aanzienlijk aandeel in het negatieve resultaat over 2021.

AFDELING | FINANCIËN

■ 11 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Omdat de algemene reserve na resultaatverdeling zal omslaan in een negatief bedrag is duidelijk dat het weerstandsvermogen (zie hierna) van de GB vanaf dat moment ruim onvoldoende zal zijn. Dit is bij het bestuur en de leden bekend, en de reden geweest om een verbeterplan in gang te zetten. Dit plan behelst dat de contributie zó zal worden vastgesteld dat wordt gestuurd op een structureel begrotingssaldo van € 650k per jaar voor de aankomende paar jaren, ingaande per 2022. Op deze wijze kan, zo spoedig als reëel mogelijk en binnen de daartoe gestelde termijn, het weerstandvermogen worden hersteld naar een toereikend niveau. • Inventarisatie van de risico’s Risico’s zijn kansen op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenissen van materieel belang die niet voorzien zijn in de begroting van enig jaar. Het Management Team van de GB heeft de belangrijkste risicogebieden geïnventariseerd en de onderkende risico’s en de daarmee samenhangende financiële gevolgen in kaart gebracht, waaronder de impact op het weerstandsvermogen van de GB. Voor de inventarisatie hebben interviews plaatsgevonden met eerste- en tweedelijnsverantwoordelijke functionarissen. Van de belangrijkste risico’s is een analyse gemaakt, waaronder de (financiële) impact van de risico’s, de kans van optreden en de eventueel te treffen beheersmaatregelen.

Deze risicoanalyse is vervolgens uitgewerkt en vertaald naar de gevolgen voor het weerstandsvermogen van de GB. De risicoanalyse en de beschouwing van het weerstandsvermogen zijn in een notitie ‘Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ verwerkt. Een overzicht van de belangrijkste geïdentificeerde risico’s, de inschatting van de kans dat deze zich in de komende drie jaar zullen voordoen, en een inschatting van de financiële impact is te vinden in paragraaf 3.5. In dit overzicht zijn risico’s niet meegenomen, wanneer die risico’s zich regelmatig voordoen, veelal vrij goed meetbaar zijn en ervoor in de regel reeds maatregelen zijn genomen, zoals het afsluiten van verzekeringen of het vormen van voorzieningen. De resultante van de kans en de impact leidt tot een bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Als het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de berekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Deze uitkomst wordt weergegeven in de vorm van een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement heeft hierbij de volgende normeringssystematiek ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

ratio weerstandsvermogen 2,0 < x 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 x < 0,6

betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

In paragraaf 3.5 worden risico’s financieel berekend tot een totaalbedrag van € 578k. Dit wordt gekwalificeerd als de benodigde weerstandscapaciteit voor 2022. Zoals hierboven reeds is aangegeven bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2021 na resultaatbestemming € -/- 257k. AFDELING | FINANCIËN

■ 12 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Evaluatie ontwikkelingen in risicoanalyse ten opzichte van voorgaand jaar De benodigde weerstandscapaciteit is in vergelijking met de analyse in het voorgaande jaar licht gedaald. Reden daarvoor is als volgt: In de risicoanalyse 2020 was een risico opgenomen voor aanvullende kosten ter bestrijding van de coronapandemie. Te denken valt aan bijvoorbeeld extra materialen op het gebied van persoonlijke bescherming en zelftests. Dit risico heeft zich in de loop van 2021 natuurlijk gemanifesteerd, maar is voor 2022 en verder onderdeel van de reguliere begroting. Als zodanig is het effect van dit risico op het weerstandsvermogen nihil en kan dit risico komen te vervallen. Effect: daling benodigd weerstandsvermogen met € 36k. • Berekening ratio weerstandsvermogen en waarderingscijfer Op basis van de financieel berekende risico’s voor 2022 en de jaarrekening 2021 na resultaatbestemming is de ratio Weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 257k -/Benodigde weerstandscapaciteit = € 578k

= -/- 0,44

Op basis van de hierboven genoemde normeringssystematiek is het weerstandsvermogen voor 2022 van de GB momenteel ruim onvoldoende (waarderingscijfer F). Zoals gezegd zal dit echter met ingang van 2022 worden goedgemaakt door te begroten op een jaarlijks positief resultaat ad € 650k, waarmee na twee jaar een waardering van voldoende tot ruim voldoende kan worden bereikt. • Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Het proces van risicomanagement is het continue proces van: • • • • •

risico’s in beeld krijgen; het kwantificeren van deze risico’s; het afwegen van oplossingen; het implementeren van de te nemen beheersmaatregelen en het evalueren van de effecten van de uitgevoerde maatregelen.

Het proces van risicomanagement wordt met het Management Team en diverse Teamleiders minimaal 1x per jaar (ten tijde van het opstellen van de begroting) doorlopen, waarbij er uiteraard niet wordt gewacht met het nemen van maatregelen bij het manifesteren van grote risico’s. De verdeling van taken op het gebied van risicomanagement naar de verschillende bestuurlijke organisatieniveaus is als volgt: Bestuur OLGB • vaststelling van en sturing op kaders; • vaststelling financiële verordening; • vaststelling Notitie Risicomanagement en Weerstandsvermogen. Bestuurscommissie • sturing geven aan risicomanagement en weerstandsvermogen. MT • proces risicomanagement; • organisatie en planning; • evaluatie van en rapportage over (resultaten van) de uitvoering. • Kengetallen Het BBV bepaalt dat lagere overheden een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening, zodat belanghebbenden gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie. De kengetallen betreffen: schuldquota leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit.

AFDELING | FINANCIËN

■ 13 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ Voor de Gezamenlijke Brandweer zijn van deze basisset de volgende 3 kengetallen relevant: • schuldquote leningen; • solvabiliteitsratio; • structurele exploitatieruimte. Schuldquote leningen Het kengetal ‘schuldquote leningen’ wordt als volgt berekend: (totaal vaste schulden +/+ totaal netto-vlottende schulden +/+ overlopende passiva -/- totaal financiële vaste activa -/- uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar -/- totaal liquide middelen -/- totaal overlopende activa) / totaal saldo baten * 100% Voor 2021 resulteert bovenstaande berekening in een schuldquote leningen van 60,4% (2020: 64,0%). Solvabiliteitsratio Het kengetal ‘solvabiliteitsratio’ wordt als volgt berekend: (eigen vermogen/totaal passiva) * 100% Voor 2021 resulteert bovenstaande berekening in een solvabiliteitsratio van 4.75% (2020: 10,9%). Hierbij is het te verdelen resultaat 2020 reeds verrekend. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ wordt als volgt berekend: ((structurele baten -/- structurele lasten) +/+ (structurele onttrekkingen aan reserves -/structurele toevoegingen aan reserves)) / totaal saldo baten * 100% Voor 2020 resulteert bovenstaande berekening in een structurele exploitatieruimte van -/-3,4% (2020: +2,2%). De berekening is met inachtneming van correcties voor de mutaties in de verschillende bestemmingsreserves. 3.2

Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen wegen, water, groen en riolering zijn niet van toepassing op de GB, aangezien deze niet in bezit zijn. • Gebouwen De jaarlijkse onderhoudsbehoefte gebeurt door middel van (meerjaren-) onderhoudsplannen. Een gespecialiseerd ingenieursbureau heeft op basis van een inspectie een 10-jaars onderhoudsplan voor alle gebouwen opgesteld. Jaarlijks wordt op basis van dit plan de onderhoudsbehoefte voor het komende jaar bepaald, waarbij opgemerkt dient te worden dat door budgettaire restricties het niet altijd mogelijk is om de uitvoering van het onderhoud volledig in lijn te laten zijn met het onderhoudsplan. Ten aanzien van een kleiner deel van de kapitaalgoederen, met name het werkmaterieel, gebeurt het onderhoud, in de zin van kwalitatieve instandhouding, in de eigen werkplaats. • Voertuigen Het onderhoud van het bedrijfswagenpark is grotendeels uitbesteed aan derden. De budgetten voor zowel onvoorspelbare als voor de jaarlijks voorkomende kleinere werkzaamheden zijn veelal ontstaan op basis van ervaringscijfers.

3.3

Financiering Op 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden in werking getreden. De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van decentrale overheden; het gaat hier met name om regels voor het beheersen van financiële risico’s zowel op aangetrokken als op uitgezette middelen en voor het beheer van de treasury.

AFDELING | FINANCIËN

■ 14 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • In- externe ontwikkelingen Schatkistbankieren Sinds 2014 neemt de GB verplicht deel aan Schatkistbankieren (SKB). Schatkistbankieren betekent voor decentrale overheden en gemeenschappelijke regelingen dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën. Alle deelnemers aan SKB hebben hiervoor een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Agentschap van de Generale Thesaurie. Vanzelfsprekend blijft de GB wel volledig vrij in de besteding van haar middelen zonder dat de centrale overheid hier enige vorm van toezicht op uitoefent of kan uitoefenen. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Het is de GB toegestaan om een saldo aan te houden op de eigen betaalrekening, zonder dat dit afgestort dient te worden bij de schatkist. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van de organisatie, en in geval van de GB is dit bedrag € 250k. Het Agentschap controleert achteraf op kwartaalbasis of het gemiddelde saldo dat de GB heeft aangehouden op de eigen bankrekening niet boven dit drempelbedrag is gekomen. In tegenstelling tot diverse commerciële banken is bij het aanhouden van liquide middelen bij de schatkist geen rente verschuldigd, ongeacht het saldo.

• Financiering via Nederlandse Waterschapsbank Naar de huidige maatstaven is het rentepercentage dat de GB overeengekomen is met ABN AMRO Bank in het kader van de kredietovereenkomst relatief hoog, te weten 5,05%. Conform de overeenkomst zal dit rentepercentage pas worden herzien op 1 januari 2028. Daarnaast is de GB ook voor diverse financial leaseovereenkomsten met ABN AMRO Lease een relatief hoge rente verschuldigd. Al enkele jaren maakt de GB gebruik van de leningsfaciliteiten van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Deze bank -van en voor de overheid- kan door haar eigen risicoprofiel alsmede het risicoprofiel van haar (overheids)klanten tegen gunstige voorwaarden geld uitlenen. De NWB richt zich exclusief op de Nederlandse publieke sector met de financiering van decentrale overheden (waterschappen, gemeenten en provincies), instellingen onder garantie van (de)centrale overheden, sociale woningbouw, zorginstellingen en samenwerkingsverbanden van decentrale overheden (gemeenschappelijke regelingen). Mede dankzij ratings van Moody’s (Aaa) en Standard & Poor’s (AAA) financiert de NWB zich tegen zeer gunstige tarieven op de internationale kapitaalmarkt, en dit voordeel wordt doorberekend aan de klanten. De GB voldoet aan de voorwaarden van de NWB om financiering te kunnen verstrekken.

De voorwaarden in de kredietovereenkomst met ABN AMRO bieden de ruimte om jaarlijks maximaal 5% van de hoofdsom van de lening (i.c. € 425k) boetevrij tussentijds af te lossen. Vanuit het streven om de financieringskosten te verlagen is de GB in 2017 gestart met een dergelijke tussentijdse aflossing, en heeft zij het voornemen om jaarlijks van de mogelijkheid voor versnelde aflossing gebruik te maken. Om o.a. deze extra aflossingen te kunnen financieren heeft de GB in 2017 een drietal nieuwe onderhandse geldleningen bij de NWB afgesloten. Voor nadere toelichting ten aanzien van deze geldleningen wordt verwezen naar de toelichting bij de rentetypische schulden met een looptijd > 1 jaar.

AFDELING | FINANCIËN

■ 15 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ • Risicobeheer De wet FIDO schrijft voor dat de kasgeldlimiet, die een grens stelt aan het te lopen renterisico op de korte schuld, getoetst wordt aan de beschikbare vlottende middelen. De analyse van het gemiddelde saldo vlottende middelen per kwartaal in relatie tot de kasgeldlimiet is als volgt: Standen ten opzichte van kasgeldlimiet 2021 (* 1.000 euro) standen kasgeldlimiet 2021 begroot 1e kw.

realisatie 1e kw.

begroot 2e kw.

realisatie 2e kw.

begroot 3e kw.

realisatie 3e kw.

begroot 4e kw.

realisatie 4e kw

maand 1

-1.800

-1.796

-1.700

-1.705

-3.500

-3.521

-2.500

-2.590

maand 2

-3.000

-3.342

-1.700

-1.740

-4.500

-4.693

-3.600

-3.606

maand 3

-2.000

-2.347

-1.900

-1.896

-3.500

-3.537

-2.300

-2.287

maand 1

100

138

100

125

100

2.368

100

103

maand 2

100

108

100

86

100

119

100

111

maand 3

100

201

100

123

100

106

100

44

maand 1

-1.700

-1.658

-1.600

-1.580

-3.400

-1.152

-2.400

-2.487

maand 2

-2.900

-3.233

-1.600

-1.654

-4.400

-4.574

-3.500

-3.495

maand 3

-1.900

-2.146

-1.800

-1.773

-3.400

-3.431

-2.200

-2.242

gemiddeld saldo (3)

-2.167

-2.346

-1.667

-1.669

-3.733

-3.052

-2.700

-2.742

kasgeldlimiet (4)

2.273

2.273

2.273

2.273

2.273

2.273

2.273

2.273

ruimte (4-3)

4.440

4.619

3.940

3.942

6.006

5.325

4.973

5.015

-

-

-

-

-

-

-

-

Kasgeldlimiet vlottende korte schuld (1)

vlottende middelen (2)

saldo (1-2)

overschrijding (4-3) begrotingsbedrag

27.721

percentage 8,2%

2.273

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, wordt gedurende het gehele jaar 2021 de kasgeldlimiet niet overschreden. In het volgende overzicht wordt het renterisico op de vaste schuld getoetst aan de wettelijke norm uit hoofde van de Wet FIDO: Analyse renterisico (* 1.000 euro) variabelen renterisico(norm)

2021

2022

2023

2024

(1)

Renteherzieningen

-

-

-

-

(2)

Aflossingen

1.882

2.202

2.196

2.159

(3)

renterisico (1+2)

1.882

2.202

2.196

2.159

(4)

Renterisiconorm

5.544

5.600

6.042

6.351

(5a)

ruimte onder renterisiconorm

3.662

3.398

3.846

4.192

(5b)

overschrijding renterisiconorm

-

-

-

-

27.721

28.002

30.208

31.757

berekening renterisiconorm: (4a)

begrotingstotaal jaar

(4b)

Percentage

20%

20%

20%

20%

(4 = 4a x 4b)

5.544

5.600

6.042

6.351

AFDELING | FINANCIËN

■ 16 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ De aflossingen bestaan uit de overeengekomen jaarlijkse aflossingen van de lening van ABN AMRO Bank en van de leningen van de financial leaseovereenkomsten. Daarnaast dienen aflossingen plaats te vinden op de verschillende leningen zoals verkregen van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Tevens wordt jaarlijks een extra aflossing gedaan op de lening van ABN AMRO te doen ter grootte van 5% van de hoofdsom, ofwel € 425k. Renteherzieningen op alle leningen zijn niet van toepassing in de periode 2021 tot en met 2024. Zoals uit bovenstaande analyse blijkt zal geen overschrijding van de renterisiconorm in genoemde periode plaatsvinden. De GB heeft geen geldleningen aan derden verstrekt, hetgeen een kredietrisico uitsluit. • Financiering In lijn met voorgaande jaren wordt door de GB de nodige aandacht geschonken aan het liquiditeitsbeheer, o.a. door op regelmatige basis liquiditeitsprognoses op te stellen en de investeringsplanning hier op af te stemmen. De liquiditeitsprognoses zijn de basis voor de kredietruimte bij ABN AMRO. Omvangrijke duurzame investeringen werden traditioneel gefinancierd door middel van financial lease, waarbij de looptijd van de leaseovereenkomst gelijk is aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering.

Met ingang van 2017 vind per casus de beoordeling plaats of financiering middels een lening vanuit de NWB een gunstig alternatief vormt. 3.4

Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de inzet van bedrijfsmiddelen om de bedrijfsdoelen te behalen. Die bedrijfsmiddelen zijn: personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting (‘PIOFACH’). Onderstaand wordt ingegaan op de bijzonderheden omtrent de bedrijfsvoering in 2021, betrekking hebbend op de volgende aspecten: • • • •

de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; inhuur derden; financiën en ICT; huisvesting.

• Personeelsbestand en personeelskosten Het jaar 2021 is gestart met een personeelsbestand van 261 fte’s en is tot het einde van het jaar uiteindelijk gedaald naar 258 fte’s. Dit betreft het personeelsbestand exclusief de aanstellingen als brandweervrijwilliger, vrijwilliger Droneteam en personeel dat gebruik maakt van het FLO (Functioneel Leeftijdsontslag)-overgangsrecht. Gedurende 2021 zijn veertien medewerkers uit dienst getreden (tien fte, vier vrijwilligers) en zijn negen medewerkers in dienst getreden (zes fte; drie vrijwilligers). Per saldo is sprake van een verjonging van het personeelsbestand en het repressieve leidinggevende kader. De GB volgt de CAO voor gemeenteambtenaren. Deze CAO kende een vervaldatum per 3112-2020. Vanwege stroeve onderhandelingen zijn de opvolgende CAO afspraken pas geschetst in een in december 2021 bereikt principeakkoord, welke bovendien nog ná 2021 moest worden bekrachtigd. Inmiddels is de nieuwe CAO definitief van toepassing: de effecten hiervan zijn, met terugwerkende kracht over 2021, als volgt: • • •

per 1 december 2021 stegen de salarissen met 1,5%; eenmalige uitkering van € 900 bruto per FTE (pensioengevend); eenmalige uitkering van € 300 bruto per FTE.

Voor beide uitkeringsbedragen geldt dat alleen medewerkers die per 3 november 2021 in dienst waren voor deze uitkering in aanmerking komen.

AFDELING | FINANCIËN

■ 17 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ De nieuwe CAO afspraken lopen door t/m 31-12-2022. Voor 2022 is nog aanvullend overeen gekomen: •

per 1 april 2022 stijgen de salarissen met 2,4%

• Inhuur Derden Gedurende 2021 waren de kosten van inhuur derden in drie categorieën in te delen: • • •

structurele inhuur ter ondersteuning van de salarisadministratie; inhuur van specialistische expertise, die de GB zelf niet in ‘huis’ heeft: het betreft in 2021 inhuur ten behoeve van het project ‘Financiering GB’; tijdelijke opvulling van moeilijk vervulbare vacatures.

De kosten voor structurele inhuur liggen gedurende 2021 op vergelijkbaar niveau als 2020. De kosten voor inhuur van specialistische kennis zijn gestegen ten opzichte van 2020. • Financiën en ICT Met ingang van 2021 maakt de GB gebruik van Ultimo Fleet Management Software (FMS). Dit pakket wordt voornamelijk gebruikt voor het registeren van het GB-materieel, inclusief onderhoudsbehoefte, -historie en -planning. De implementatie van dit pakket is een belangrijk onderdeel van het streven tot structureren en optimaliseren van het voertuigonderhoud. Ook is gedurende 2021 gewerkt aan het omzetten van de bestaande planningssoftware naar een online variant. • Huisvestingskosten Gedurende 2021 is de verbouwing van het nieuwe hoofdkantoor aan de Moezelweg 150 afgerond, na eerdere formele ingebruikname in 2020. Onderdeel van de resterende verbouwingen in 2021 is voornamelijk het leggen van de (reeds als investering geplande) zonnepanelen als essentieel onderdeel van de duurzame energievoorziening. Het Vrijwillig Gedeelte (VG) Rozenburg blijft wel gehuisvest in het pand waar voorheen het hoofdkantoor gevestigd was: hiertoe is dat deel van het pand in Rozenburg gekocht van de gemeente Rotterdam. Deze transactie heeft in februari 2021 plaatsgevonden.

Voor de financiering van de aanschaf van de panden Moezelweg en Rozenburg zijn verschillende leningen bij de Nederlandse Waterschapsbank afgesloten, in looptijd variërend van 10 jaar (voor de klimaatinstallaties) en 30 jaar; dit zijn geen hypothecaire leningen.

AFDELING | FINANCIËN

■ 18 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april 2022

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ 3.5 nr.

1

2

Risico-inventarisatie m.b.t. benodigd weerstandsvermogen ultimo 2021 risicogebied

omschrijving risico

omschrijving impact

Europees aanbesteden

de GB dient te voldoen aan de regels rondom Europees aanbesteden van diensten en leveringen (bijvoorbeeld aanschaf voertuigen, onderhoud voertuigen). Het risico bestaat dat de GB niet of niet tijdig constateert dat aanbesteding moet dan wel had moeten plaatsvinden.

een onjuiste of onterecht uitgevoerde Europese aanbesteding kan tot een juridisch geschil leiden met de mogelijk benadeelde partij. Dit kan leiden tot een nieuwe aanbestedingsronde, schadebetaling en/of een eventuele boete.

5-10%

Met ingang van 25 mei 2018 is de AVG van toepassing. Als gevolg van hieruit volgende regelgeving is iedere organisatie, waaronder dus de GB, verplicht een aantal expliciete Algemene Verordening maatregelen te nemen ten aanzien van Gegevensbescherming gegevensbescherming. Indien de GB non-compliant zou blijken, kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) besluiten een aanzienlijke boete op te leggen.

Bij overtreding van de bepalingen in de AVG kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. Deze boete bedraagt: A. maximaal EUR 20.000.000 of 4% van de (wereldwijde) omzet (bij materiële schending) of B. maximaal EUR 10.000.000 of 2% van de (wereldwijde) omzet (bij procedurele schending)

cao-salarissen pensioenpremies 3

4

wet Poortwachter

AFDELING | FINANCIËN 2022

en Gedurende het boekjaar kunnen de uitkomsten van caoonderhandelingen tussen vakbonden en gemeenten ertoe leiden dat de salarissen (al dan niet met terugwerkende kracht) dienen te worden verhoogd. Daarnaast bepaalt het ABP de hoogte van de pensioenpremies voor het komende jaar pas na het vaststellen van de begroting. Het risico bestaat dat hier in de begroting niet of onvoldoende rekening mee is gehouden.

Gezien het relatieve belang van de salaris- en pensioenkosten in de totale exploitatiekosten van de GB heeft een kleine aanpassing in de salarissen in absolute zin een aanzienlijke financiële impact.

In de Wet Poortwachter is geregeld wat werkgevers en werknemers moeten doen om te bevorderen dat langdurig zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan de slag gaan. De Wet poortwachter stelt een aantal eisen aan de werkgever en de werknemer; de meeste eisen gelden voor de werkgever. De belangrijkste eis is dat de werkgever verplicht de claims zullen in eerste instantie is de werknemer te helpen bij re-integratie. In eerste instantie juridische kosten, en mogelijk naar de eigen functie, maar als dat niet kan naar ander werk schadevergoedingen tot gevolg hebben. binnen de eigen organisatie of zelfs naar werk bij een ander bedrijf. Het risico bestaat dat de GB claims van zieke werknemers krijgt vanwege het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter.

■ 19 van 55 ■

waarschijnlijkheid

impact (eur)

benodigd weerstandsvermogen (eur)

50.000

5.000

P.M.

P.M.

P.M.

50%

100.000

50.000

5-10%

100.000

10.000

versie 1.0 - 26 april

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ benodigd weerstandsvermogen (eur)

waarschijnlijkheid

impact (eur)

stijging in de salariskosten vanwege enerzijds doorbetaling, en anderzijds de kosten van vervanging van de zieke werknemer.

90%

150.000

135.000

inhuur personeel

een kwantitatief en/of kwalitatief tekort aan personeel, hetgeen leidt tot de noodzaak om externen in te huren om te hogere kosten m.b.t. inhuur van derden. waarborgen dat de bedrijfsdoelstellingen behaald worden.

90%

50.000

45.000

7

claims

Nederland juridiseert, waardoor het risico van aansprakelijkheidsstelling en claims (van personeel (eventueel nabestaanden) of van derden) reëler wordt. Naast het risico van claims leidt dit ook tot inzet van juridische expertise. Hierbij valt ook te denken aan claims van ledenbedrijven voor geleden schade als gevolg van brandweeracties. Dit zijn moeilijk in te schatten kosten. De belangrijkste risico's zijn weliswaar verzekerd, maar of de dekking toereikend is, is op voorhand niet te kwantificeren.

P.M.

P.M.

P.M.

8

opleidings- en oefenkosten

door onverwacht personeelsverloop bestaat het risico dat op sterk stijgende enig moment veel personeel moet worden opgeleid tot oefenkosten. manschap of bevelvoerder.

25%

150.000

37.500

9

langdurige calamiteit

een langdurige calamiteit stelt eisen aan de bezetting tijdens de calamiteit, maar ook bij de nazorg en afwikkeling ervan. Dit risico heeft met name impact op de Op het gelijktijdig optreden van verschillende calamiteiten is operaties en leidt niet tot een direct de bezetting van de GB niet ingericht. In de begroting is geen financieel risico. ruimte opgenomen voor de externe inhuur voor vervanging van reguliere taken.

P.M.

P.M.

P.M.

10

verbruik middelen bij incidenten

een incident bij een niet-lidbedrijf in het verzorgingsgebied kosten verbruik middelen Incidenten, die van de GB, waarbij de GB middelen (m.n. Schuimvormend niet voorzien zijn in de jaarlijkse Middel) dient in te zetten, die niet verhaald kunnen worden begroting. op het getroffen bedrijf en/of derden.

25%

50.000

12.500

voertuigen

de uitrukvoertuigen van de GB worden in 12 jaar lineair afgeschreven. Tijdens deze 12 jaar zal gedurende een periode van een aantal jaren de boekwaarde van de voertuigen aanmerkelijk hoger zijn dan de marktwaarde. Het risico bestaat dat door een technisch of economisch total-loss de voertuigen voortijdig vervangen moeten worden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de verschillende transportbakken en verplaatsbare units met hulpmaterialen op grond van een afweging tussen premie en risico niet verzekerd zijn (besluit BCGB, 30 april 2015).

5-10%

250.000

25.000

nr.

risicogebied

5

eigen risicodrager werknemers

6

11

AFDELING | FINANCIËN 2022

zieke

omschrijving risico

omschrijving impact

risico op langdurige ziekte van werknemers: voor een langdurig zieke werknemer is de GB eigenrisicodrager. Dit betekent dat 2-3 jaar lang het loon aan de werknemer doorbetaald moet worden, en dat de GB voor de re-integratie verantwoordelijk is.

de impact is de schade die voortkomt uit het niet of ontoereikend verzekerd zijn bij een ongeval of claim. Dit is op voorhand niet te kwantificeren.

opleidings-

en

de voortijdige vervanging zal ertoe leiden dat het verschil tussen de boekwaarde en marktwaarde/verzekeringswaarde direct ten laste van het resultaat afgeschreven dient te worden.

■ 20 van 55 ■

versie 1.0 - 26 april

■ JAARSTUKKEN 2021 - CONCEPT ■ benodigd weerstandsvermogen (eur)

waarschijnlijkheid

impact (eur)

het materiaal dat de GB aan (met name) repressief personeel ter beschikking stelt dient op een zorgvuldige en vakkundige schade aan materiaal met als gevolg manier gebruikt te worden. Het risico bestaat dat door vervangings- of reparatiekosten. onzorgvuldig handelen schade aan het materiaal ontstaat.

5-10%

100.000

10.000

een handhavingscontrole of wijziging in de wetgeving kan leiden tot een verplichte bouwkundigeof installatietechnische aanpassing/aanschaf PBM’s of kleding, die in de begroting niet voorzien is.

5-10%

100.000

10.000

Voorraad SVM dient volledig Door veranderende milieuwetgeving wordt het gebruik van afgeschreven en afgevoerd te worden, SVM in de huidige samenstelling (met fluor) gelimiteerd of inclusief aanschaf van een nieuw type SVM en eventuele aanpassing van de volledig verboden. voertuigen.

5-10%

500.000

50.000

P.M.

P.M.

P.M.

16

door een verminderde vraag naar trainingsfaciliteiten, brandwachten en onderhoud van ademluchtapparatuur/brandslangen kan de omzet op deze activiteiten dalen. Een groot deel van de hieraan gerelateerde Secundair Product, afname kosten (personeel, huisvesting) zijn echter vast, waardoor dalende omzet op deze activiteiten leidt omzet als gevolg van een negatief rendement op de activiteiten behaald kan tot het niet kunnen realiseren van een worden. Een belangrijke oorzaak voor deze verminderde sluitende exploitatie. Corona-pandemie vraag ligt in de gevolgen van de Corona-pandemie, waarbij enerzijds gedacht moet worden aan beperkingen van overheidswege om de pandemie te bestrijden, anderzijds aan de economische gevolgen op langere termijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01700bb8-dcfb-4aae-be7e-674d92487ab2