CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003682] Bijlage 1 behorende bij 22bb3681 over Nota van uitgangspunten

Tijdelijke commissie Fysiek (2022-2026) 15 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Nota van Uitgangspunten en Visiedocument Pompenburg22.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Om sommige kabels en leidingen op te kunnen vangen zijn tijdelijke voorzieningen nodig en voor andere zullen er blijvende oplossingen nodig zijn.

4

Bouwrijp maken bouwplots: geheel vrij van kabels en leidingen.

2

3

Informatie over kabels en leidingen in het projectgebied kan worden opgevraagd bij het Kadaster door middel van een KLIC-oriëntatieverzoek. Ook kan informatie worden opgevraagd bij het Leidingbureau (LBBO) van de gemeente Rotterdam, cluster Stadsbeheer.

2

Figuur 43. mogelijke fasering

1

7.7 Fasering gangen is belangrijk en vereist Project Pompenburg zal in fases gebouwd worden. Er is besloten om in 4 fases de nieuwbouw te realiseren. Dit zal lopen van kwartaal 4 in 2024 tot en met kwartaal 4 in 2028. Dit is de meest optimale planning. De werkzaamheden moeten afgestemd worden met het project Hofplein, de Hofbogen, etc. Stromen in het kader van bereikbaarheid worden met elkaar verbonden. Dit kan tot aanpassing leiden in de planning. Er is gekozen voor deze volgorde, want: •

Relatief goede kans op snelle ontwikkeling in het gebied

•

Er wordt rekening gehouden met het uitplaatsen van het Yulius College in 2025

•

Logische fasering van Zuid naar Noord

7.8 Externe veiligheid/calamiteiten Het is belangrijk dat de gemeente Rotterdam zo vroeg mogelijk kijkt naar het punt externe veiligheid. Zo kan een brand, ramp of crisis voorkomen of in ieder geval de gevolgen ervan beperkt worden. Externe veiligheid wordt verder uitgewerkt in het omgevingsplan. Door het centrum van Rotterdam vindt vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor plaats in ketelwagons op het traject Rotterdam-Zuid – Gouda v.v. De stoffen kunnen brandbaar, explosief of toxisch zijn. In wet-, regelgeving en beleid (Rijk, Provincie Zuid-Holland en Rotterdam) zijn voor externe veiligheid eisen gesteld aan zowel de vervoerskant van dit risico als aan de kant van de ontvanger (de ruimtelijke omgeving). De norm (streefwaarde) voor het groepsrisico speelt een rol bij de bestuurlijke verantwoording van dit groepsrisico. Hierbij wordt ook gekeken naar de zelfredzaamheid van de aanwezige personen in de toren en naar de aanwezigheid en de bereikbaarheid van voorzieningen (bluswater e.a.) voor de hulpdiensten. Volgens Rotterdams beleid mogen er geen nieuwe functies voor beperkt redzame personen (peuterspeelzaal, kinderopvang etc.) gemaakt worden binnen 140 meter van de rand van het buitenste spoor. De positiebepaling van vluchtgangen en uitgangen naar de straat (de van het spoor afgekeerde zijde) en de capaciteit van de nooduit-

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

•

Heliport moet vanaf het Stroveer bereikbaar zijn. Ook de daar gelegen nooddeuren moeten toegankelijk blijven.

•

Routes ten behoeve van hulpdiensten moeten minimaal 3,25 meter breed zijn, 4,2 meter vrije doorrijhoogte hebben, 11,5 tons aslast kunnen dragen met een totaal gewicht van 32 ton (schuimbluswagen voor brand spoor).

instemming van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. De verblijfsruimten in de gebouwen moeten afsluitbaar (‘gasdicht’) zijn voor toxische wolken: ramen en deuren dicht, mechanische ventilatiesystemen moeten snel, gemakkelijk en op afstand uit te schakelen zijn. De zone van 30 meter langs de buitenzijde van het buitenste spoor door het centrum van Rotterdam is in de Regeling Basisnet aangeduid als plasbrandaandachtsgebied (PAG). Voor bouwen binnen een PAG gelden de artikelen 2.132 en 2.133 van het Bouwbesluit. In de praktijk komen deze artikelen van het Bouwbesluit neer op het treffen van extra brandwerende voorzieningen aan de gevels die naar het spoor gekeerd zijn. Volgens de Veiligheidsregio moeten dergelijke voorzieningen worden aangebracht tot 30 meter hoogte. De oranje lijn laat de 140m contour zien van de veiligheidsnorm rond explosiegevaar van het spoor, en is Rotterdams beleid gebaseerd op advies van Veiligheids Regio Rotterdam Rijnmond (VRR) en is voor het RCD gebied verankerd in bestuurlijk Champ besluit uit 2011. De gestippelde lijn laat de 200m contour zien van het ‘Explosie aandacht gebied’ die opgenomen is in de nieuwe omgevingswet (01-01-2022). Volgens deze wetgeving is niet toegestaan om functies voor zeer kwetsbare groepen te bouwen tenzij er extra maatregelen worden genomen.

De blauwe zone geeft een 50m contour aan rond wegen met een geprognosticeerde etmaalintensiteit van 10.000 motorvoertuigen. In verband met luchtkwaliteitseisen vanuit de gemeente Rotterdam mogen hierbinnen geen functies voor zeer kwetsbare groepen te bouwen tenzij er extra maatregelen worden genomen. De zwarte contour geeft het brandaandachtsgebied aan van 30m rond het spoor. Vanuit de Veiligehidsregio is een aantal aandachtpunten meegegeven: •

Er zijn twee nooddeuren aanwezig in de spoormuur. Deze mogen verplaatst worden mits ze goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten.

140m contour Veiligheids Regio Rotterdam Rijnmond 200m contour per 2021 50m contour luchtkwaliteit bronnen geluidsoverlast nachtleven toegang voor hulpdiensten rond spoor

64 / 75

7.9 Bouwlogistiek en werkterrein Vanzelfsprekend is in het gebied ruimte nodig voor de uitvoering: denk aan locaties voor kranen, opstelruimte, keetruimte, etc. Het laden en lossen van materiaal en materieel dient te geschieden op de bouwplaats. Indien de ruimte die aansluit op de eigenlijke bouwlocatie te beperkt is, zullen bufferlocaties in de buurt beschikbaar moeten zijn voor de aanvoer van bouwmateriaal en -materieel. Het verwerven van die tijdelijke locaties is aan de aannemer/ontwikkelaar. Bouwlogistiek Goed doordachte bouwlogistiek kan de verkeersstromen beperken, minder hinder veroorzaken en het werken op een minimale bouwplaats mogelijk maken. Denk daarbij aan een overslagpunt en een bouwticketsysteem.

7.10 WKO Aansluiting op WKO’s is geen grote technische opgave. Er dient bekeken te worden (vanuit de projectontwikkelaar) of de mogelijkheid van gebruik van WKO’s mogelijk is. Relatie met ondergrond en andere WKO’s in de nabije omgeving.

7.11 Peilmaat De uitgiftepeilen in het gebied variëren van NAP +0,00 m tot NAP -1,05 m. (Zie ook de bijlage). Uitgiftepeilen bij nieuwbouw moeten worden afgestemde met de peilencommissie.

7.12 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties Nutsvoorzieningen, transformatorruimtes en installaties dienen in overleg met de betrokken diensten/instanties in de bebouwing te worden opgenomen. De impact op de plintgevel en buitenruimte moet worden geminimaliseerd.

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

7.15 Bezonning De netaansluiting voor collectieve voorzieningen dient EV ready te zijn conform artikel 8 van de beleidsregeling parkeernorm (geschikt voor gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplekken). Nutsobjecten, zoals transformators en verwante zaken, worden inpandig opgelost. De gemeente plaatst deze voorzieningen niet bovengronds in de openbare ruimte.

7.13 Vetvangputten Indien er horecavoorzieningen worden gerealiseerd dienen vetvangputten inpandig te worden opgenomen. Vetvangputten in de buitenruimte zijn niet toegestaan.

7.14 Windhinder Er dient in een zo vroeg mogelijk stadium een windhinderonderzoek te worden gedaan voor de locatie en de directe omgeving. Op basis van dit onderzoek kan tijdens het ontwerpproces door kleine verschuivingen in de volumeopbouw of door andere ingrepen gezocht worden naar een zo goed mogelijk windklimaat. Voor een prettige verblijfskwaliteit van het gebied is een goed windklimaat van belang. Wind is eveneens een belangrijk aandachtspunt dat in het ontwerpconcept moet worden meegenomen. Windhinder moet vallen binnen de normen die beschreven zijn binnen de Hoogbouwvisie 2019 en onderzocht worden volgens de berekeningsmethode NEN 8100. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. Deze norm moet toegepast worden bij gebouwen hoger dan 30 meter en vereist een windtunnel test als bewijsvoering dat het gekozen ontwerp haalbaar is. Een plastische gevel en balkonnen structuur zoals hiervoor beschreven is, kan tevens bijdragen aan het verlagen van windhinder.

Een combinatie van wind en schaduw leidt al snel tot het ontstaan van kille plekken. Deze aspecten zijn in hoge mate van invloed op het comfort bij, langs en rond hoogbouw. Het is van belang om bij ontwikkeling van hoogbouw het effect op de omgeving te onderzoeken. Het is niet te voorkomen dat er negatieve effecten (schaduwval en wind) optreden bij plaatsing van meer hoogbouw in een gebied. De bezonningsregels van Rotterdam met betrekking tot de openbare ruimte zijn beschreven in de Hoogbouwvisie Rotterdam 2019. Rotterdam heeft op dit moment geen vastgesteld beleid voor bezonning op woningen. Dit Afwegingskader Bezonning ligt momenteel voor ter besluitvorming. Bezonning op de woning kan een positieve bijdrage leveren aan een prettig woon-enleef klimaat, maar is door haar subjectieve beleving niet goed te vatten in een harde norm. De waardering van bezonning op bestaande woningen dient onderzocht en afgewogen te worden tegen de positieve effecten van het verdichte nieuwbouw programma, tegen wijk-specifieke woonkwaliteiten, tegen eventuele negatieve beleving van bezonning (zoals oververhitting in de zomer), en dient in proportie te zijn tot het aantal nieuwbouwwoningen. Deze kwalitatieve afwegingen worden momenteel uitgewerkt in een nieuw afwegingskader bezonning.

Bezonning staat los van daglichttoetreding, dat in alle gevallen dient te voldoen aan daglicht regels uit het bouwbesluit. Levendige plinten met horecafuncties en terrassen bestaan bij de gratie van zon. Daarnaast is de bezonning van het dak van de Hofbogen en de terrassen op maaiveld rondom Katshoek en de Raampoortstraat ook van groot belang.

7.16 Geluid en lucht Geluid is bij de meeste Rotterdamse projecten het grootste knelpunt. Oplossingen, zoals gevelmaatregelen, kunnen grote impact hebben op het uiteindelijke ontwerp van gebouwen. Daarom moeten ze in een vroegtijdig stadium onderzocht worden. Het plan moet voldoen aan de kaders van de Wet Geluidhinder. Ook moet onderzocht worden of de

65 / 75

wijkbewoners geen verhoogde geluidshinder zullen krijgen door het auto- en treinverkeer. Het plan past niet binnen de afspraken die in het kader van het NSL gemaakt zijn. De ontwikkelaar moet een luchtberekening maken.

7.17 Afval Ondergrondse afvalcontainers worden voor de woningen gerealiseerd. Containers zijn goed bereikbaar voor vuilniswagens en liggen op redelijke loopafstand van de woningen. Voor bedrijven is inpandige afvalberging noodzakelijk. Deze moet ook goed bereikbaar zijn en de opstelplekken moet en zijn voorzien.

7.18 Dakpark Stroveer De draagkracht van het dak van de Parkeergarage Stroveer moet goed genoeg zijn voor de overrijdbaarheid door onderhoudsvoertuigen. Er dient een contructieberekening uitgevoerd te worden. Belangrijk is of de wand een (grond)drukbelasting van het talud kan houden. Berekening dient door de ontwikkelcombinatie opgesteld te worden en ter toetsing aan ProRail aangeboden te worden.

7.19 Overige onderzoeken In het kader van het bestemmingsplan moeten de wettelijke onderzoeken plaatsvinden zoals bijvoorbeeld nog ten aanzien van stikstof en natuur. Bij de uitwerking van de plannen moeten de randvoorwaarden van ProRail met betrekking tot bouwen langs het spoor in acht worden genomen.

8

Proces 8.1 Procedure 8.2 Regie en kwaliteitsborging 8.3 SMP en IP 8.4 Beheer

Deze Nota van Uitgangspunten is er op gericht het initiatief voor de ontwikkeling van Pompenburg tot uitvoering te brengen. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het proces richting de realisatie.

hun planning rekening houden met de plannen voor Pompenburg.

8.2 Regie en kwaliteitsborging 8.1 Procedure Er is een aantal stappen te doorlopen om te komen tot een plan. De NVU is gedeeld met de Ontwikkel Combinatie Pompenburg en de uitgewerkte ontwikkelvisie dient samen met de NVU, gelijktijdig vastgesteld te worden. Een onderdeel om te komen tot vaststelling is participatie. Zodra de concept Nota van Uitgangspunten (en de ontwikkelvisie) worden vrijgegeven voor participatie zal het participatietraject worden voortgezet inclusief advisering door de gebiedscommissie en de wijkraad. Als eerste moet de NvU en de ontwikkelvisie worden vastgesteld. Daarna wordt een Anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de Ontwikkelcombinatie. Voor het project is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. De NvU en de ontwikkelvisie vormen de basis voor het bestemmingsplan. Verder wordt het gebied per bouwblok uitgewerkt. Voor elk afzonderlijk blok wordt een Stedenbouwkundig Matenplan Opgesteld. Ook de buitenruimte wordt gefaseerd aangelegd. De gemeente voert regie over de samenhang van de verschillende deelprojecten. Belangrijk is dat er nauwe afstemming is met de volgende projecten: •

Afstemming PvE buitenruimte Hofbogenpark.

•

Afstemming met de uitvoering en aansluiting op het inrichtingsplan voor het Hofplein.

•

Afstemming PvE nieuwe Luchtsingel, gaat door meerdere projecten (Schiekadeblock, Hofbogen en Pompenburg waar het onderdeel is van het paviljoen).

•

Herinrichting buitenruimte Hofplein 19/20 (gereed)

•

Mochten er verdere plannen van de eigenaar van de Hofplein 19/20 ontwikkeld worden, dan moeten die in

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Voor de borging van de kwaliteit, samenhang (gebouw-buitenruimte), de toetsing aan de Nota van Uitgangspunten staat het supervisieteam RCD aan de lat. Bouwplannen worden vanzelfsprekend nog door de welstand getoetst als het supervisieteam akkoord is.

Afwijkingen Deze Nota van Uitgangspunten omvat de ruimtelijke richtlijnen waaraan de nieuwe ontwikkeling (ensemble van gebouwen én openbare ruimte) dient te voldoen. Het supervisieteam van het RCD geeft een advies af aan de directie Stadsontwikkeling. De Nota van Uitgangspunten vormt het kader voor de beoordeling van ingediende plannen. Het planteam kan de supervisoren om een afwijking van de Nota van Uitgangspunten vragen, als zij van mening zijn dat deze afwijking tot een kwalitatieve verbetering van hun voorstel leidt, zonder nadelige effecten voor de omgeving. De afwijking moet door de indiener goed worden onderbouwd. Als het supervisieteam overtuigd is van de waarde van de afwijking (door de goed beargumenteerde onderbouwing), dan leggen zij deze met een positief advies voor aan de ambtelijk opdrachtgever/directie Stadsontwikkeling. De ambtelijk opdrachtgever/directie velt het eindoordeel. Waarbij afhankelijk van de aard van de afwijking vervolgens wethoudersstaf en evt College om akkoord zullen moeten worden gevraagd. In de uitwerking van de verschillende kavels adviseert het supervisieteam de Welstandscommissie.

Architectenselectie Rotterdam is architectuurstad. Bijzondere architectonische kwaliteit van gebouwen is van groot belang voor de kwaliteit van de stad. Het formuleren van de opgave, het programma

en het vinden van de juiste architect voor het project zijn essentieel en gebeurt in gezamenlijk overleg tussen opdrachtgever en gemeente. Architectuurnota: Architectuur en Rotterdam (2019), Architectenprotocol

8.3 SMP en IP Er is een concept Stedenbouwkundig Matenplan (SMP) opgesteld. Deze is in de bijlagen opgenomen. Het doel van dit SMP is het vastleggen van de bebouwingsvlakken, rooilijnen en uitgiftepeile en het toetsen op haalbaarheid naar aanleiding van met name milieuaspecten etc. Zodra we VO’s en DO’s van de gebouwen hebben ontvangen wordt dit SMP verder uitgewerkt. Als basis van het SMP gebruiken we de GBKN-ondergrond. Als er recente inmetingen zijn gedaan, zal de gemeente die verwerken.

8.4 Beheer In het concept stedenbouwkundig matenplan is aangegeven wat openbaar gebied wordt en wat wordt uitgegeven. Openbaar gebied wordt beheerd door de gemeente Rotterdam en het uitgeefbaar gebied door de betreffende vereniging van eigenaren. Ter plaatste van het dakpark Stroveer mag geen onderscheid zichtbaar zijn in beheer van dak parkeergarage en de rest van het park. Onderhoud aan talud valt niet onder ProRail, maar spoorbak wel. ProRail moet zonder hinder hier onderhoud en inspecties aan kunnen plegen. Onderhoud en inspectiewerkzaamheden worden hoofdzakelijk vanuit binnenzijde, op basis van een BDS, uitgevoerd. Een goed bereikbare schouwpad van minimaal 1,5m (zie bijlage 1 Categorie 1) langs de spoorbakwanden is wenselijk.

68 / 75

9 Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Bijlagen 9.1 Concept Stedenbouwkundige Matenplan (SMP) 9.2 Overzicht profielen

69 / 75

9.1 Concept Stedenbouwkundig Matenplan -1.05 -1.05 -1.05

-1.05 -1.05

-1.05

-1.05 -1.05

-1.05

-0.70

+0.00 -0.70 -1.05 -1.05

-0.55 -0.70

-0.55

-1.05

-0.60 -0.70 -1.05 -0.70

-0.70

-0.70m

-1.05

-0.70

-0.70m

H= 73m

-1.05

21.9 0

-0.70

-0.70

H= 30m -0.70

-0.60

-0.61

H= 30m H= 20m

41.2

3.49

-0.60m

0

0

17.3

H= 5m

4

45.7

H= 125m

-0.45m

45.57

22.10 0

-0.45

-0.50m

-0.60

26.5

4.00

-0.65m

+2.00

-0.52

21.5

+0.00

24.90

0

H= 30m

-0.35m

+0.00

-0.20m +0.00 +0.00

-0.45

-0.45

+0.00

+0.00

+0.00

+0.10

+0.00

+0.00

-1.90m

+0.00

-0.50m

+0.00

-0.45m

+0.00

+3.00m

+0.00

0

10.00

+2.97

44.4

+0.10

+2.87

+0.00

16.1

0

9.00

+3.00m

-0.40

-2.00m

+0.00

30.4

+0.00

-0.50m

5

+3.00m

+3.40

VERKLARING

7.7

2

H= 20m

H= 15m

H= 55m

0

-0.30

33.8 20m

-0.30

0

46.2

30m

-0.25

-0.50

16.8 0

+0.35

PROJECTGRENS

BEBOUWING

+2.90m TOEKOMSTIGE BEBOUWING

TOPOGRAFIE (GEEN BEBOUWING)

-0.45m

0

+0.00

24.1

+0.00

0

21.0

+2.94m

H= 20m

OVERBOUWING (MET KOPPELBALKEN EN / OF KOLOMMEN )

H= 15m

-0.20m

71.5

4.95 _

VASTGESTELD PEIL T.O.V. N.A.P.

+4.70m

H= 30m

0.0

GEWENST PEIL T.O.V. N.A.P.

0

+0.00

BOUWHOOGTESCHEIDING

H= 30m

+0.00

H= 20 9.00

+0.00

+0.00

TOEKOMSTIGE TOPOGRAFIE (GEEN BEBOUWING)

+4.20m

H= 140m

0

BOUWHOOGTE IN LAGEN

MAATVOERING IN METERS

BOMEN NIEUWE SITUATIE

70.1

ENTREE

+0.00 +0.00

+0.00

+0.00

ENTREE PARKEERGARAGE

+0.00

MARKERING ONDERGRONDSE PARKEERGARAGE

PLINT STADSBOULEVARDS

PLINT BINNENGEBIED

+0.00

+0.30m

PLINT WIJKFUNCTIES

TE VERWIJDEREN KEERMUUR

TOE TE VOEGEN KEERMUUR

TRAP

Disclaimer: alle openbare buitenruimte is indicatief weergegeven, hier kunnen geen rechten aan worden verleend.

Gebied: ...................... Planteam:

Accoord definitief plan d.d.:

A v Hartingsveldt

28-03-2022

SO/PMB:

Opdr.g.:

Jilt Draaijer

21-11-2021

SO/R&W:

GAM:

Getekend door

Datum

Versie

Stedenbouwkundig matenplan Concept

Pompenburg Agniesebuurt Schaal: 1:500

Bestandsnaam: NO-AB-SMP-Pompenburg.dwg

Formaat: A0

Stadsontwikkeling

Buurt:

Afdeling Ruimte & Wonen

TE - 20 / -----

Bladnr:

1

/1

Overzicht bestaande profielen en analyse

Voor de verschillende profielen is een uitgebreide beschrijving opgesteld van de karakteristiek en hoe ze passen binnen de systematiek van de Rotterdamse Stijl.

Stadsboulevards Pompenburg - deels stadsboulevard / deels wijkontsluitingsweg (oost)

Richtlijnen & maatvoering

Pompenburg hoort als stadsboulevard bij de voor Rotterdam kenmerkende structuur van grote doorgaande open ruimtes uit de werderopbouwperiode. Continuïteit langs deze hoofdlijn is van groot belang voor de herkenbaarheid en oriëntatie in de stad. Maar samenhang met de context is evenzo van belang om diversiteit en identiteit te geven aan deze openbare ruimte. De robuuste boomstructuur is het structurerende element voor de ruimtelijke geleding en de verblijfskwaliteit. In de toekomst krijgen de boulevards een belangrijke rol niet alleen als mobiliteitsruimte maar als verblijfsruimte, een groene long van de binnenstad die zorgt voor een prettig, gezond stadsklimaat. Door een herindeling van het profiel is het mogelijk meer ruimte voor groen, fietser en voetganger te maken. Ook is een extra oversteek voor voetgangers richting de Binnenrotte uitgangspunt. In het oostelijke gedeelte gaat Pompenburg over in de Admiraal de Ruyterweg en is geen boulevard meer, maar een gewone wijkontsluitingsweg. De gewenste nieuwe inrit naar de parkeergarages Heliport en Stroveer is alleen mogelijk door een versmalling van de Admiraal de Ruyterweg van 4 naar 2 rijbanen. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor groen. Op langere termijn is het gewenst dat de profielwijziging doorgezet wordt tot aan de Crooswijkseweg.

Door herprofilering van Pompenburg/Admiraal de Ruyterweg wordt een nieuwe inrit voor autoverkeer naar Stroveer mogelijk gemaakt.

Stroveer op Pompenburg •

Goede verbinding / overbrugging hoogteverschillen tussen Heliport / • Stroveer voor voetgangers, fietsers en auto’s maken van 4 naar 2 rijbanen met langsparkeren

•

Vrijliggend fietspad (continuïteit waarborgen)

•

Trottoir 3m obstakelvrij

•

Ruimte voor gevarieerd groen met ecologische waarde

•

Bomenstructuur moet leesbaarheid van straathiërarchie ondersteunen

7m

30m

3m

g bur

en mp

Po

6m

Figuur 21. Rechts: Doorsnede Pompenburg

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

77 meter Pompenburg

71 / 75

Schiekade - stadsboulevard

de ieka

Sch

Aansluitend op Pompenburg en Hofplein maakt de Schiekade onderdeel uit van het netwerk van stadsboulevards. De Schiekade duikt onder het spoorweg tracé door. Hier komen hoogteverschillen, een bochtstraal van de tram en auto-, fiets- en wandelroutes samen. Dit levert de nodige barieres op vanwege een tunnelbak. Op het moment zijn er veel noord-zuid verkeersbewegingen. In het kader van mobiliteit ligt er de opgave om veilige en prettige fijnmazige routes voor voetgangers en fietsers te realiseren. Dit gaat plaatsvinden op maaiveld en op het niveau van de Luchtsingel, zodat er een grotere samenhang ontstaat met het Schiekade blok en de stationszone. Een fijnmazig netwerk draagt bij aan meer fiets- en wandelmogelijkheden. Als onderdeel van de vergroeningsopgave voor de stad wordt ook de Schiekade groener ingericht met een robuuste groenstructuur. Verharde delen zullen vergroent worden zo dat er een groenere en ecologische stadsboulevard ontstaat. Een groenere boulevard resulteert in een betere verblijfskwaliteit die bijdraagt aan de leefbaarheid van de stad. Het huidige symmetrische profiel met de trambaan in het midden van de weg en de aansluiting op de Heer Bokelweg blijft ongewijzigd. Er worden hier in de nabije toekomst geen grote infrastructurele ingrepen voorzien.

Richtlijnen & maatvoering stadsboulevard •

Balans tussen verblijfsfunctie en ruimte voor mobiliteit

•

Laanprofiel als basis, met centraal gelegen rijbanen en

7m

middenberm, geflankeerd door bermen en trottoirs •

Symmetrisch profiel met trambaan centraal (midden) in het profiel gelegen, vrijliggend fietspad minimaal 3m breed • Profiel blijft bij kruispunten binnen maat van bermen (min 5m breed); afslagstroken binnen deze marge van de bermen

•

Nieuwe overzichtelijke voetgangers oversteekplaatsen op 30m

afgewogen locatie •

Robuuste boomstructuur (eerste grootte bomen) op de trottoirs

•

3m

Trottoirs minimaal 5 meter breed, waarvan minimaal 3 meter vrij van obstakels; obstakelvrije zone in lengteprofiel continu; straatmeubilair in de lijn van de bomenrij

•

Mogelijkheid van terrassen, mits rekening gehouden

•

Gevarieerd programma in de plinten, voordeuren

6m

wordt met de obstakelvrije zone. 65 meter Schiekade

Figuur 22. Doorsnede Schiekade Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

72 / 75

Richtlijnen & maatvoering

Heer Bokelweg De Heer Bokelweg lijkt in het westelijke gedeelte qua breedte en profiel op een stadsboulevard. Verder richting Noordplein versmalt het profiel om zich dan nog een keer te verbreden na de Noordsingel, de straat wisselt vaak van profiel. Ook is het geen stadsboulevard maar een gewone wijkontsluitingsweg die ooit een aanrijroute richting snelweg moest worden dit is nooit realiteit geworden. De Heer Bokelweg blijft echter een belangrijke entree richting de binnenstad. In de toekomst kan een profielwijziging, van het huidige asymmetrisch profiel naar een symmetrisch profiel waarbij auto’s en tram in het midden rijden en fietsers met een brede suggestiestrook op de rijbaan, meer ruimte voor groen en verblijven bieden. Ook zou dit een beter bij de functie passend beeld opleveren.

g

(binnen plangrenzen)

lwe

ke r Bo

•

Hee

Asymmetrisch profiel met vrijliggend tram in het groen

•

Profielversmalling van 48m naar 37m

•

Eventueel tweezijdig langsparkeren langs rijbaan

•

Vrijliggend fietspad of fietssuggestiestroken zoals bij Katshoek-

•

Geen ventweg, bij nieuwe inrit vanaf Heer Bokelweg ontstaan kruisingen met de tram - veilig vormgeven, met RET afstemmen

• •

Trottoir tenminste 3m obstakelvrij Robuuste bomenstructuur, drie rijen bomen 1e grootte

•

Oversteek richting Boekhorststraat en Vijverhofstraat moet goed op plangebied aansluiten. De tramhalte is integraal onderdeel van inrichting

4m

30m

6m

3m 37m

Figuur 23. Mogelijke profielwijziging Heer Bokelweg richting Noordplein Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Figuur 24. Doorsnede Heer Bokelweg

11m

73 / 75

Binnengebied

Raampoortstraat

Couwenburg - stadsstraat Couwenburg is op dit moment nog een achterkant, gebruikt voor expeditie, en toegang tot benzinepomp en parkeergarage. De zijde langs het spoor heeft een tijdelijk gebruik als tuin en wordt actief gebruikt door een kleine groep tuinierders. Couwenburg moet een typische Rotterdamse stadsstraat worden, die leidt tot het nieuwe kopgebouw van de Hofbogen, referend aan het voormalig kopstation. Het is de fijnmazige verbinding voor voetgangers en fietsers tussen RCD, het Hoflplein, de Delftsestraat en de straat met de zeven namen richting Meent. Ook is Couwenburg voor een stuk onderdeel van het hoofdfietsnetwerk, de steeds belangrijkere parallel noord-zuidroute. Deze toekomstige, levendige stadsstraat heeft een sterk stedelijk karakter met een intensief gemengd programma en interactieve plinten. Een nieuwe langzaamverkeersoversteek naar de Delftsestraat versterkt de verbinding met het RCD en de route naar het station. Nog onderzocht wordt of deze verkeerstechnisch realiseerbaar is. Richtlijnen & maatvoering

De Raamportstraat is een wijkstraat langs de Hofbogen die een belangrijke functie heeft in het fietsnetwerk en deel uitmaakt van de parallel noord-zuidroute. In het noordelijke deel is, met terrassen langs de bogen en de tijdelijke horeca op het grasveldje, een aangename verblijfsruimte ontstaan die mensen uit de hele stad aantrekt. Deze sterke relatie met het programma in Hofbogen wordt behouden en versterkt. De straat met eenrichtingsverkeer heeft nu een rol als expeditiestraat en sluiproute. De tunnel onder het spoor met de keermuren heeft een barrière werking. Het zuidelijke deel is puur functioneel ingericht als route, de benzinepomp domineert het straatbeeld maar de Luchtsingel en groen daaronder waarderen de plek op. In de toekomst wordt de stedelijke sfeer langs de Hofbogen voortgezet naar het zuidelijke gedeelte van de straat en de barrièrewerking van het spoor worden geminimaliseerd. Er is geen doorgaand autoverkeer meer, maar de inrichting wordt afgestemd op het gebruik als doorgaande fietsroute en verblijfsgebied met terrassen. Sfeer en karakter passen bij de stedelijke functies en het karakter van de omliggende bebouwing.

Symmetrisch profiel, evt. eenzijdig parkeren

•

Trottoir tenminste 3m obstakelvrij

•

Breedte 17m (Delftsestraat als referentie)

•

Robuuste bomenstructuur, indien mogelijk

•

Geen doorgaande route voor auto’s door afsluiting van tunnel behalve expeditie

•

Functionele fietsroute als lange lijn leesbaar en gescheiden van voetgangers

twee rijen bomen 1e of 2e grootte

• Couwenburg

Minimaal 17m breed met ruimte voor terrassen en

Raampoortstraat

Richtlijnen & maatvoering

•

groen •

Barrièrewerking van tunnel, keermuren minimaliseren

•

4m

Boomstructuur toevoegen

15m

15m 10m

5,5m 4,5m

3m

Figuur 25. Doorsnede Couwenburg Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

4,5m

17m

Figuur 26. Doorsnede Raampoort straat 74 / 75

Richtlijnen & maatvoering

Katshoek Voor bestemmingsverkeer naar Hofdijk en de parkeergarages aan het Stroveer heeft Katshoek nu een ontsluitingsfunctie en wordt ook als fietsverbinding tussen Noord en Binnenrotte gebruikt. In de toekomst zou de inrichting aansluiten bij de regentuin en de vergroening van de straatruimte langs de Hofbogen. Door het laten vervallen van de haakse parkeerplaatsen aan de oostkant ontstaat er ruimte voor vergroening. Het zichtbaar maken van het water van de Rotte onder Heliport is een belangrijke component van de buitenruimte, functioneel en kwalitatief. Door de gewijzigde ontsluiting van de garages kan Katshoek zo ingericht worden dat de auto te gast is met behoud van de fietsverbinding. Sfeer en karakter van de inrichting passen bij het wijkkarakter.

• •

Auto te gast Maximaal inzetten op vergroening, huidige bomen behouden

•

Parkachtige sfeer en waardevolle ecologische verbinding tussen dak Hofbogen en Binnenrotte

•

Ruimte voor expeditie / laden en lossen

Paden langs spoor ProRail eist ten minste 7m toegang tussen het spoortrace en de nieuwe bebouwing. In het plan moeten alle openbare ruimtes sociaalveilige prettige plekken worden. Hierover moet nadere afstemming plaatsvinden tussen de gemeente, ProRail en de ontwikkelende partijen. Richtlijnen & maatvoering •

Ten minste 7m breed

•

Strategie voor blinde muur spoor: vergroenen

•

Autoluw

15m

Figuur 27. overgang spoor-bouwblok Heer Bokelweg 7m Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

75 / 75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dfce43d0-940c-4206-90ed-6f21a3f6e003