CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003682] Bijlage 1 behorende bij 22bb3681 over Nota van uitgangspunten

Tijdelijke commissie Fysiek (2022-2026) 15 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Nota van Uitgangspunten en Visiedocument Pompenburg22.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Buiten het plangebied (aan de Heer Bokelweg) wordt een basisschool gerealiseerd. Locatieonderzoek voor de inpassing van 1 bijbehorende gymzaal is gewenst. Deze gymzaal zou

34 / 75

aan de volgende randvoorwaarden moeten voldoen: •

De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 308 m², bij voorkeur in de verhouding LxBxH van 22x14x5.5 meter.

•

Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid.

•

De gymzaal moet een separate entree hebben voor gebruik buiten schooltijden.

•

De gymzaal mag geen levenloze plint opleveren. De gymzaal kan worden opgetild of ingegraven.

Speel- en sportvoorzieningen Volgens ‘het rekenmodel referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen 2021’ zou voor Pompenburg met circa 8001000 woningen minimaal 6.300 m2 aan sport en speelvoorzieningen moeten worden gerealiseerd. Dit kan ook ongeorganiseerde sport zijn in de parkruimtes. Er is circa 4.000m parkruimte op het dak aanwezig. Het dak van de Hofbogen maakt ook onderdeel uit van deze ruimte. Beide groengebieden samen zorgen voor een prettige groene ruimte die in verhouding staat tot het aantal toe te voegen woningen. •

Sport in de openbare ruimte, met evt. faciliteiten in het gebouw.

•

Speelruimte voor kinderen conform de buitenspeelnorm.

op aansluiten. Met Directie Veilig zal een concept uitgewerkt worden met betrekking tot de combinatie van wonen en horeca. Dit heeft met name te maken met geluidsoverlast. De ontwikkelaar moet in samenwerking met directie veilig een passend concept uitwerken

Hotel Binnen ontwikkellocatie Pompenburg is het mogelijk een hotel te ontwikkelen als onderdeel van het totaalprogramma. Het is wenselijk dat het hotelprogramma een interactie aangaat met andere delen van het programma in het gebouw zodat synergie wordt gestimuleerd. Onder meer horeca of congresfuncties kunnen bijdragen aan deze synergie van verschillende gebruikers in het gebied. Ook is het nadenken over flexibiliteit in programma een belangrijke ambitie. Mochten er in de toekomst minder kamers nodig zijn dan zou het wenselijk zijn de mogelijkheid te hebben deze ruimte te transformeren naar andere functies. Het hotelprogramma mag omgezet worden naar woningen in een bijzonder concept. Er bestaat hotelbeleid in Rotterdam, hieraan moet het plan voldoen. Deze locatie ligt binnen een straal van 300m vanaf een metrohalte en ligt dichtbij het station. Daarom zou hier goed een hotel vanaf 100 kamers gerealiseerd kunnen worden in de categorie 3 tot 5 sterren.

Commerciële ruimten

Overige voorzieningen

Kleinschalige detailhandel is mogelijk, die niet concurrerend is voor de kernwinkelgebieden die Rotterdam benoemd heeft en die bijdraagt aan de ambitie om een bijzondere dubbelhoge plint te realiseren. Dienstverlening, culturele programmering en in beperkte mate horeca kunnen daaraan bijdragen.

Met het oog op duurzaamheid, ontmoeting, kosten en efficiëntie moet nagedacht worden over voorzieningen die gedeeld zouden kunnen worden op de schaal van het gebouw, maar ook in aansluiting op het RCD en Hofplein 19/20. Er liggen kansen met betrekking tot het maken van een WKO koppeling, het EV-ready maken van parkeerplekken en de oprichting van een zogenaamd BTS-hotel (om de dekking van de mobiele netwerken in de gebouwen te verbeteren). Wellicht liggen er nog meer kansen voor voorzieningen.

Horeca en cultuur In de Hofbogen bevinden zich in de huidige situatie al horeca- en culturele ruimtes. Deze hebben de trend gezet in het gebied en bepalen de sfeer. Nieuw programma kan daar

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

35 / 75

Randvoorwaarden voorzieningen en wonen Randvoorwaarden Horeca Randvoorwaarden woningbouw

•

Inpassing horeca wordt afgestemd met Directie Veilig.

Binnen de gehele ontwikkeling Pompenburg wordt de volgende segmentverdeling gehanteerd:

•

Hotel: Het maximaal bvo m²/kamers dient bepaald te worden in samenspraak met de gemeente. Het hotelconcept draagt bij aan de visie op het gebied.

•

Het hotelprogramma mag omgezet worden naar woningen in een deelconcept. Dit telt niet mee in voorgenoemde percentages, maar is extra woonprogramma.

•

Minimaal 50% wordt in het sociale en middensegment gerealiseerd.

•

Alle woningen voldoen aan het ‘Nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen’.

•

De woningen hebben een minimaal gemiddelde van 50m2 GBO en zijn nooit kleiner dan 40m2 GBO.

Randvoorwaarden flexibiliteit Randvoorwaarden kantoren bedrijven en maatschappelijke voorzieningen •

Kantoren hebben een ondergeschikte rol en er kan maximaal 7000 m² BVO kantooroppervlak gerealiseerd worden.

•

Dient aan te sluiten bij de ambities uit het Rotterdams kantorenbeleid 2019 en regionale kantorenprogrammering. De ontwikkeling faciliteert kleinschaligheid en de creatieve sector. Er dient minimaal 1 culturele functie in de plint te worden gerealiseerd van circa 2.500 m2 bvo.

•

Plinten worden zo ontworpen dat er verschillende functies in passen.

•

Er wordt een grote diversiteit aan ruimtes aangeboden zodat een goede programmatische mix op lange termijn gewaarborgd wordt;

•

Het moet qua constructie mogelijk zijn kleine woningen in de toekomst samen te voegen en hotel/kantoorruimte om te zetten in woningbouw.

Zoektocht naar inpassing gymzaal. Deze gymzaal moet aan de volgende randvoorwaarden voldoen: •

De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 308 m², bij voorkeur in de verhouding LxBxH van 22x14x5.5 meter.

•

Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid.

•

De gymzaal moet een separate entree hebben voor gebruik buiten schooltijden.

Randvoorwaarden Detail handel •

Kleinschalige detailhandel is passend in Pompenburg, mits deze niet concurrerend is met kernwinkelgebieden en bijdraagt aan de gewenste uitstraling van de dubbel hoge plinten.

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

36 / 75

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

37 / 75

4

Beeldkwaliteit 4.1 Architectuur 4.2 Buitenruimte

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

39 / 75

V Detail gevel Groothandelsgebouw

^ Wederopbouwarchitectuur in de omgeving

Het expressief maken van de constructie geeft ritme en

Maaskant is heel bepalend: Technicon, Stadsarchief, Katshoek en het GrootHandelsgebouw

verdeelt het volume in kleinere eenheden. De slanke

Linksboven: historische foto met de Keucheniusschool van H. Kammer

betonnen vaste kozijnen met de grote glazen oppervlaktes versterken en verfijnen dit beeld.

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

40 / 75

4.1 Architectuur

naar de wederopbouwarchitectuur (Maaskant, Kammer), de inpassing van de Hofbogen en het realiseren van samenhang in architectonische uitwerking is een belangrijke opgave.

De Pompenburg ontwikkeling moet de ambitie van ‘Rotterdam Architectuurstad’ waarmaken. Een zorgvuldige inpassing van de nieuwbouw in de complexe context is van groot belang.

Samenhang Zoals in Hoofdstuk 3 is beschreven, zijn er drie schaalniveau’s benoemd waarop de nieuwbouw moet reageren: 1) de buitenrand aan de boulevards, 2) de binnenrand rondom Hofbogen en Couwenburgplein en 3) de wijk aan het Stroveer. Aan de stadsboulevards is de aansluiting op rooilijnenen de samenhang met de (grootschalige) volumes in de omgeving belangrijk. Ook speelt hier sterk het thema van de wederopbouw, met name aan de Heer Bokelweg. . In het binnengebied, aan de zijde van de Hofbogen, kan een kleinschaliger opbouw worden gerealiseerd en is verblijfskwaliteit een belangrijk thema. Dit is het verschil tussen de zwarte en de rode gevels (zie kaart). Beide gevels kennen andere regels met name als het om de fijnmazigheid van de plint gaat. Dit is omschreven in hoofdstuk 3. De cultuurhistorische context is uitgangspunt. Een verwijzing

In de Binnenstad is een sterke verdeling aanwezig in: 1) een plint, die de sfeer op straat bepaalt, 2) een Rotterdamse Laag van 16 tot 30 m hoog. Deze hoogte verschilt per district en sluit aan op de wederopbouwhoogte. 3) Daarboven bevindt zich een stedelijke laag (de bovenbouw) tot 70 m en 4) een hoogbouwlaag vanaf 70 m. Deze verscheidenheid geeft de binnenstad zijn karakteristieke gelaagdheid en samenhang. Deze is beschreven in de Hoogbouwvisie Rotterdam (2019) en is toegelicht in hoofdstuk 3.

4m 4m

Aansluiten op wederopbouw architectuur Aan de Schiekade vormen Hofplein 19 en het Schieblock de schijven waardoor je het centrum binnenkomt. Nieuwbouwtorens zijn altijd onder geschikt aan de wederopbouwlaag en liggen daarom terug ten opzichte van de rooilijn. Dit principe wordt over de hele Coolsingel toegepast. Dit is ook zo bij de toren op het Heer Bokelblok. Bovendien was de Technicontoren ontworpen als beëindiging van de Coolsingel, daar waar de Schiekade knikt. Dit blijft het belangrijkste focuspunt vanuit het centrum op deze plek. Nieuwbouwtoren aan de Schiekade ligt dus altijd iets terug (minimaal 4m) en is bescheiden in hun uitstraling. Er wordt een nieuwe laag toegevoegd aan deze zichtlijn op de tweede linie.De andere torens liggen minimaal 1,5 meter terug tov de rooilijn van de Rotterdamse laag. Op de hoek van de Heer Bokelweg spingt de rooilijn van Technicon iets naar achteren, Het Heer Bokelblok reageert hier op.

P

1) boulevardzijde/buitenrand

In de omgeving Heer Bokelweg zijn veel gebouwen van Maaskant te vinden (Technicon, Katshoek en het gemeentearchief). Stedenbouw, functionaliteit en architectuur zijn hierin tot een onlosmakelijk geheel verweven. De schaal en de organisatie van de gebouwen, zijn kenmerkend voor de wederopbouwperiode. In het Techniconcomplex zijn verschillende volumes op een doorlopende plint geplaatst met ieder een eigen expressie en ritmiek.

P

2) stedelijkgebied/binnengebied

3) wijk

Technicontoren is en blijft forcuspunt aan het einde van de Coolsingel Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

41 / 75

Centrumgebied

stedelijke knooppunten

centrummix

Welstandsrichtlijnen Het noordelijk deel van Pompenburg valt onder de categorie ‘stedelijke knooppunten’ uit de welstandsnota 2012 en het zuidelijke deel van Pompenburg valt onder de categorie ‘centrumgebied’.

Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad vooral vanwege de architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline. De binnenstad bestaat uit verschillende deelgebieden die sterk van elkaar verschillen voor wat betreft ontstaan, ontwikkeling en huidig karakter. Het centrumgebied is een staalkaart van verschillende architectuurstijlen en handschriften uit verschillende perioden, en valt als ‘huiskamer van stad en regio’ onder het bijzondere welstandsniveau. In het centrumgebied richt welstand zich met name op twee belangrijke aspecten van de stad: enerzijds het omgaan met specifieke wederopbouwarchitectuur en anderzijds de kwaliteit van het permanente veranderingsproces - van opknapbeurt tot algehele transformatie. Ten aanzien van beide aspecten geldt dat het welstandsbeleid is gericht op het voortbouwen op de aanwezige rijkdom en niet zozeer op het conserveren van het verleden, hoewel dat laatste wel deel kan uitmaken van het welstandsbeleid. Dit zal zeker het geval zijn voor de Aandachtsgebieden Wederopbouw en de panden en ensembles die zijn aangewezen als gemeentelijk- of rijksmonument zoals bijvoorbeeld het Lijnbaanensemble.

Bij vernieuwing bestaat de rol van welstand met name uit toetsing van de wijze waarop nieuwbouw ‘zich gedraagt’ in het betreffende straatbeeld en van de positie van nieuwe gebouwen in de verschillende ensembles waartoe ze kunnen behoren. Het gaat daarbij om de balans tussen verschil en overeenkomst in vorm, schaal en textuur. Bij het ruimtetype ‘tribune’ is het van groot belang dat bij de welstandstoets niet alleen wordt gekeken naar de plek van het gebouw in het betreffende straatbeeld, maar ook naar de positie die het in verschillende ensembles - vaak gevormd door gebouwen uit verschillende periodes en heel uiteenlopend van karakter -inneemt. Bij het ruimtetype ‘wand’ moet vooral worden gelet op de samenhang binnen de ensembles.

Ruimtelijke inpassing •

Bouwinitiatieven versterken de gelaagdheid en transparantie van ensembles en zijn afgestemd op de specifieke positie die het gebouw inneemt binnen het grotere geheel (wand, tribune, achter, voor, plint e.d.).

Verschijningsvorm •

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Bouwinitiatieven sluiten aan bij de omgeving een eigen vormentaal is daarbij goed mogelijk.

•

Ingrepen aan de gevels behouden de karakteristieken van de oorspronkelijke gevelindeling (bijvoorbeeld ‘weefgevel’ met vervlochten horizontaliteit en verticaliteit).

•

De begane grondverdieping past in maat en schaal bij het karakter van de straat.

Materiaal, kleur en detaillering •

Toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering in overeenstemming met de hoge centrumambities.

•

Materiaal en detaillering zijn afgestemd op die van de oorspronkelijke bebouwing en van gelijke kwaliteit (vervanging van gevelonderdelen conform het origineel).

•

Daken die zichtbaar zijn vanuit de omliggende bebouwing krijgen dezelfde kwaliteit als de gevel en worden ingericht als groene daken (of op andere wijze aantrekkelijk vormgegeven).

•

Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave en gaat uit van richtlijnen zoals verwoord in het Lichtplan Rotterdam.

Stedelijke knooppunten Voorbeelden van stedelijke knooppunten zijn de winkelcentra Alexandrium en Zuidplein, de campus Woudestein en het Erasmus MC. Karakteristiek voor stedelijke knooppunten is de stapeling en verknoping van functies, het publiektrekkende karakter en de hoge dynamiek. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit is daarmee echter niet altijd en overal in overeenstemming. Zo is de bebouwing vaak een verzameling van (qua kleur en vorm) zeer verschillende gebouwen met een vrij introvert karakter die onderling weinig samenhang vertonen. Destijds zijn deze gebieden niet tot onderdeel van het stedelijk weefsel gemaakt. Een tussenruimte, vaak parkeerterrein, vormt dan de scheiding. De laatste jaren is in een aantal gevallen gewerkt aan een betere inbedding in het stedelijk weefsel. Dit beleid wordt doorgezet. Het uitgangspunt daarbij is om de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van dit gebiedstype in overeenstemming te brengen met de rol van belangrijke publiekstrekker. Daarbij is er extra aandacht voor de openbare ruimte rond het complex, eventueel aanwezige gebouwen met een bijzondere cultuurhistorische waarde, en de uitstraling die het complex heeft op de openbare ruimte.

42 / 75

Ruimtelijke inpassing •

Bouwinitiatieven verbeteren het ‘gezicht’ en de uitstraling van het stedelijke knooppunt richting de stad en de openbare ruimte.

•

Bouwinitiatieven dragen bij aan een betere verweving van de verschillende niveaus en onderdelen van het stedelijke knooppunt.

Verschijningsvorm •

Nieuwbouw is in massaopbouw afgestemd op de specifieke positie die het gebouw inneemt binnen het grotere geheel.

•

Uitbreidingen in een eigenzinnige vormentaal zijn goed mogelijk; wel moet er een verband zijn met de architectuur van de omgeving.

•

De begane grondverdieping past in maat en schaal bij het karakter van de straat.

Materiaal, kleur en detaillering •

•

Daken die zichtbaar zijn vanuit de omliggende bebouwing krijgen dezelfde kwaliteit als de gevel en worden ingericht als groene daken (of op andere wijze aantrekkelijk vormgegeven). Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave en gaat uit van richtlijnen zoals verwoord in het Lichtplan Rotterdam.

Op de plek van de Keucheniusschool wordt een nieuw bouwblok gebouwd dat zich moet kunnen meten met de kwaliteiten van Technicon en de Keucheniusschool. Technicon is onderverdeeld in een plint (met open delen) met daarop geplaatst een middendeel van 30m hoog en een toren aan de Schiekade. De bovenste verdiepingen wijken af. Zowel Technicon als de Keucheniusschool hebben een sterk horizontaal gelede gevel waarin verticale elementen zoals het trappenhuis de onderbreking vormen. De horizontale delen worden bij Technicon de hoek om getrokken en hebben daardoor een sterke expressie en plasticiteit. De verschillende volumes worden steeds iets los van elkaar gehouden, waardoor de bovenbouw op de plint lijkt te zweven.

van Technicon. Door de kenmerken van Technicon en de wederopbouwarchitectuur van H. Kammer goed te kennen, moet er ook ruimte ontstaan voor een eigentijdse interpreatie van deze kenmerken voor de toekomstige archtect van de nieuwbouw. De gebouwen samen vormen de entree van de Heer Bokelweg, waarin oud en nieuw samen een ensemble vormen en elkaar versterken.

Herkenbare kenmerken van Technicon: •

Het is een compositie van geometrische vormen.

•

Een grote mate van plastiek die de opbouw in plint, midden, kroon ondersteunt.

•

Een expressieve zijgevel, die als het ware de hoek om gaat.

•

Een horizontale geleding met verticale onderbrekingen en verbijzonderingen.

Van de nieuwe ontwikkelingen binnen Pompenburg, met name het Heer Bokelblok, wordt verwacht dat deze zich kunnen meten met de kwaliteit en de ingezette middelen

bovenste verdieping verbijzonderd

orgineel ontwerp Keucheniusschool H. Kammer 1955

subtiele verbijzonderingen in de gevel

bovenbouw/toren

volumes Rotterdamse laag doorlopende plint

Ruimtelijke opzet Technicon

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

43 / 75

Plinten De aantrekkelijkheid van de plint is een samenspel tussen functie en ontwerp. De plinten hebben een open uitnodigende uitstraling. Het percentage glas en de transparantie van het glas spelen hierbij een belangrijke rol. Ook het aantal entrees of de open te schuiven gevel (bij terrassen) bepalen de open uitstraling. De plint heeft een hoogte van 4,5-6m afhankelijk van de plek. Binnen deze hoogte kan een mezzanineverdieping gerealiseerd worden. Ook entrees van de appartementen hebben deze hoogte en zijn licht en uitnodigend. De doorlopende plint aan de Heer Bokelweg moet gezien worden als een basement in de Rotterdamse laag. De hoogte van de plint is aan het buiten gebied de 5-6 meter hoog en in het binnen gebied circa 4,5m hoog.

boulevardzijde/buitenrand P

P

stedelijkgebied/binnengebied wijkfuncties

ca.5m

Aantrekkelijke plinten zorgen voor levendigheid dit is een optelsom van vormgeving en functie

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

44 / 75

Bovenbouw

Buitenruimte behorende bij het gebouw

In de bovenbouw wordt de na-oorlogse expressie op een moderne manier vertaald. Zo ontstaat een ritmiek in de compositie door plastiek in de gevel en door te spelen met de compositie van balkons. De bovenste verdieping vormt een verbijzondering op het thema van de toren.

De gebouwen in Pompenburg hebben een publieke plint. Voor grote woongebouwen is er, naast de privébalkons, ook een collectieve (buiten)ruimte aanwezig. Bijvoorbeeld op het dak van de Rotterdamse laag.

Appartementengebouw Stroveer Het gebouw zelf heeft een alzijdige uitstraling en staat als een solitair gebouw in het park. Bij het appartementengebouw aan het Stroveer wordt een aantrekkelijke overgang openbaar-prive gerealiseerd. Het is een gebouw dat met z’n voeten in het groen. Het ‘adres’ ligt aan Pompenburg en de overige plinten hebben een open, uitnodigende uitstraling. De appartemnetenentree is hoog, licht en uitnodigend. Dit gebouw heeft door de getrapte opbouw de te onderzoeken mogelijkheid bijzondere buitenruimtes te maken met uitzicht over het park.

mogelijkheid tot het maken van een parkeergarage

cala mo miteit geli e jke nroute fiets verb en ind

ing

P

vo e

tga

spo

oro ver k

ng

luiz

ing

er

P en

mo

ge

mo

geli

jk

lijk

e fi ets

55 ve rb

ind

ing

P ge

we n

ste

125

ov er

ste

ek

referentiebeeld van een expressieve gevel met ritmiek en

appartementengebouw Stroveer: alzijdig woongebouw in het

verbijzonderingen

groen

referentiebeelden Stroveer

Kleur en materiaalgebruik

Special: het nieuwe ‘Kopstation’

Geluidsmaatregelen en Veiligheidsmaatregelen

In aanvulling op de welstandsrichtlijnen worden in dit gebied lichte kleuren toegepast. Dit sluit aan bij de lichte kleur van het Techniconcollege, de Hofbogen en Hofplein 19. Dit in combinatie met mogelijke accenten in hout. Dit legt de link met de Hofbogen en Technicon en heeft een warme uitstraling. Er worden hoogwaardige materialen gebruikt die mooi verouderen.

Het nieuwe paviljoen dat op de plaats van het vroegere kopstion komt te staan is de blikvanger ten zuiden van het spoor en kan daarom een bijzondere architectonische expressie krijgen. Het paviljoen heeft meerdere functies in het plan:

Geluid, wind, veiligheid en duurzaamheid zijn aspecten die impact zullen hebben op de verschijningsvorm van het ensemble. Door in een vroeg stadium na te denken over een goede integratie van de maatregelen in de gevel en ze in te zetten als ontwerpmiddel kan het gebouw aan kracht winnen.

1) het verbindt maaiveld met het +1 niveau

De beperkingen die bouwen nabij het spoor oplevert, moeten als ontwerpuitdaging gezien worden. Plasticiteit is daarbij van groot belang.

2) het draagt bij aan de levendigheid op Couwenburg door een aantrekkelijk programma 3) het is het startpunt van de 2km lange route over de Hofbogen en is zichtbaar vanaf de overkant van het spoor 4) de Luchtsingel sluit hier op aan De aansluiting van het paviljoen op de Hofbogen is een belangrijke opgave. De verbinding wordt gevormd door de Luchtsingel die het dak van het paviljoen verbindt met het dak van de Hofbogen. De openbare ruimte tussen het spoor en de Hofbogen op maaiveld is een bijzondere plek waar zich een voetgangersverbinding bevindt. Sociale veiligheid is hier van groot belang. Een goede verlichting, kunst en overzicht zijn belangrijke aspecten bij de uitwerking van deze hoek. Het zou goed zijn als deze plek zich door iemand wordt ‘toegeeigend’. Bijvoorbeeld door het naastliggende restaurant. Een raam in de gevel van het monument Hofbogen is wenselijk vanuit sociale veiligheid. Kunst is een belangrijk ingredient om de plek aantrekkelijk en rauw te maken. De realisatie van een goede beeindiging valt onder het project Hofbogen, maar is cruciaal voor het functioneren van Pompenburg. mogelijkheid t maken van een par

cala mo miteit geli e jke nroute fiets verb en ind

ing

vo e

tga

spo

oro ver k

l

e tsing

omgeving: gebruik lichte kleuren en houtaccenten P

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

P

P

ng

luiz

ing

er

en

mo

ge

mo

geli

jk

lijk

e fi ets

55 ve rb

ind

ing

meeontwerpen van geluidsmaatregelen leidt tot een aantrekkelijke gevel

46 / 75

4.2 Buitenruimte Er wordt gewerkt met het handboek voor de buitenruimte ‘De Rotterdamse Stijl’ met betrekking tot materialisering en profilering. Zo ontstaat samenhang en sluit Pompenburg op logische wijze aan op de omgeving. Hoogteverschillen, onderdoorgangen en bruggen typeren het plan. Het ontwerpen van een samenhangende vormentaal in deze elementen is een belangrijke opgave. Met al die hoogteverschillen, tunnels en bruggen zouden snel sociaal onveilige plekken kunnen ontstaan. In dit plan wordt dan ook extra aandacht gevraagd voor verlichting, zodat zowel overdag als ‘s avonds aangename verblijfsplekken ontstaan. Een bijzondere ruimte die van grote betekenis is voor de stad en de directe omwonenden is dakpark Stroveer. Het is belangrijk dat in de beeldkwaliteit geen overgang te zien is tussen het deel dat op het dak van de parkeergarage wordt gerealiseerd en het deel dat in de volle grond gerealiseerd wordt. Ook eenzelfde soort beheer is van belang en voldoende gronddekking op de garage, zodat in beide delen bomen van de eerste orde kunnen worden aangeplant. De privacy van de bewoners aan het Stroveer zal gewaarborgd worden door een beplantingsbuffer aan de rand van het dakpark. Aan de spoorzijde wordt gestreefd naar een ecologisch waardevolle beplantingsstrook die als stepping stone zal dienen binnen het gebied.

Er moet hierbij wel rekening worden gehouden met een onderhoudsstrook voor ProRail van 1,5m breed aan de spoorzijde.

verdichte beplanting m.b.t. privacy bewoners Heliport 3-5m

Bevordering van ecologische waarde langs het spoor min. 5 m eisen ProRail inpassen.

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

47 / 75

Mobiliteit

5

5.1 Bereikbaarheid 5.2 Parkeren 5.3 Deelmobiliteit 5.4 Hubs 5.5 Expeditie 5.6 Duurzame mobiliteit 5.7 Calamiteitenverkeer

Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aantrekkelijk houden van Rotterdam voor alle diverse gebruikers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fiets, voetganger en openbaar vervoer meer ruimte geven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag. Pompenburg gaat ook over mobiliteit, waarbij de inzet op duurzame mobiliteitsconcepten voor bewoners en bezoekers een grote rol speelt. Voor Pompenburg, een locatie met een uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer, gelden dan ook bijzondere uitgangspunten en ambities.

5.1 Bereikbaarheid Er loopt een belangrijke fietsroute door de Raampoortstraat langs de hofbogen richting het noorden en langs de Couwenburg/Haagseveer naar het zuiden. Door het gebied autoluw te maken wordt het fiets- en wandelklimaat aangenamer. Ook is er een fietsverbining over Katshoek/Stroveer aanwezig, die behouden moet blijven. Door slim om te gaan met taluds zal het fietsen richting de Admiraal de Ruyterweg aangenamer vormgegeven worden. Voor de voetganger is een aangenaam verblijfsklimaat belangrijk en het creëren van doorlopende routes, waar park Stroveer en de Luchtsingel onderdeel van zijn. Toegankelijkheid voor iedereen is een belangrijk aandachtspunt in dit gebied met twee maaiveldniveaus. Flauwe hellingspercentages dragen bij aan een goede toegankelijkheid. Door twee nieuwe voetgangersoversteken wordt het gebied op een vanzelfsprekende manier met z’n omgeving verbonden. De eerste verbinding ligt in het verlengde van de Delftsestraat, de andere verbinding steekt Pompenburg over richting de Binnenrotte. Daarnaast krijgt de Luchtsingel een definitieve vorm in het plan. Via de Luchtsingel is Rotterdam Centraal Station goed bereikbaar op circa 600m afstand. Er is een HOV-lijn (metro) beschikbaar aan de zuidzijde van Pompenburg. De

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

loopafstand vanuit Pompenburg tot aan metrohalte Stadhuis bedraagt 300 tot 400 meter. De metro is, samen met de tram via de Heer Bokelweg en Schiekade, voor veel verplaatsingen nu al een uitstekend alternatief voor de auto. Op termijn is in het gebied Pompenburg een lightrailstation denkbaar in de Willemstunnel, wellicht bereikbaar vanuit het te realiseren kopgebouw bij station Hofbogen. Ook is via de Schiekade de A20 goed bereikbaar.

capaciteit op straat beschikbaar wanneer er 17 parkeerplekken worden toegevoegd op een nader te bepalen locatie binnen de parkeerzone. Bepalen parkeereis •

De benodigde parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen dienen op eigen terrein ingepast te worden (art 2). Daar kan alleen door het bevoegd gezag heel /gedeeltelijk worden afgeweken (art 3)

•

Bevoegd gezag kan bijvoorbeeld afwijken, omdat er structureel alternatieve parkeervoorzieningen beschikbaar zijn binnen een bepaald loopafstand (art 4)

•

Initiatiefnemer bepaalt aan de hand van gebiedsindeling en de daar geldende parkeernormen de parkeereis per functie (gebruiksvloeroppervlak per wooneenheid en bruto vloeroppervlakte vloer niet-woonfuncties)

•

Er is in Pompeburg sprake van bijzondere vrijstelling (art 6) omdat de locatie op 400-800m vanaf het Centraal station ligt is 40% aftrek van de parkeereis mogelijk en extra fietsparkeeruimte, deelauto’s en mobility as a service.

•

De genoemde reducties (bijzondere vrijstellingen) kunnen worden gecombineerd.

•

Daarnaast bestaat er de mogelijkheid een lagere parkeernorm te hanteren voor zorgwoningen en sociale huurwoningen.

De mobiliteits transitie heeft ook consequenties voor het parkeerbeleid: Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Deze beleidsregeling moet ondermeer bijdragen aan het verminderen van autogebruik en het beter benutten van parkeercapaciteit in de omgeving. Verder wordt parkeernormen voor fietsen toegevoegd om het fietsgebruik te stimuleren. De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Conform de EV Ready eis uit de Beleidsregeling parkeernormen

•

Als gevolg van saldering of dubbelgebruik kan parkeereis naar beneden worden bijgesteld (art 3)

Doordat er een betere, groene verblijfskwaliteit gerealiseerd gaat worden zullen er een aantal straatparkeerplekken verdwijnen. In principe is er in de omgeving nog voldoende

De rol van onder andere de fiets wordt ter vervanging van de auto steeds belangrijker. Het faciliteren van de fietser in Rotterdam verdient om die reden de aandacht, zowel in de

5.2 Parkeren In de afgelopen tien jaar zien we een forse stijging van fietsen OV gebruik. Het autogebruik blijft stabiel en neemt in de binnenstad zelfs af. Het hoogstedelijk gebied Pompenburg is autoluw. Autobezit en -gebruik wordt ontmoedigd, want een parkeerplek bij de woning vraagt ook om ruimte elders in de stad. Je moet de parkeerplek immers wel kunnen bereiken. Ruimte die er in Pompenburg nu nog is voor de auto komt daarom beschikbaar voor goede hoofd fiets- en looproutes. Barrières (zoals Schiekade en de weg Pompenburg) worden zoveel als mogelijk geslecht. Ook ontstaat meer ruimte voor comfortabele fietsverbindingen in aanvulling op de hoofdfietsroutes. ‘Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018’ is bindend.

Parkeren auto’s

De toepassing van een of meerdere bijzondere vrijstellingen op de parkeereis leidt tot uitsluiting van recht op vergunning voor straat parkeren. Ook indien er ten tijde van verlenen omv nog geen sprake is van betaald parkeren.

Fietsparkeren

51 / 75

uitbreiding van fietspaden als ook in de fietsparkeerfaciliteiten. In het parkeerbeleid wordt hierop ingespeeld en worden er naast een parkeernorm voor de fiets ook eisen gesteld aan de stalling voor fietsen. Voor nieuwbouw stellen we hoge eisen aan de stallingsmogelijkheden voor fietsen. Fietsenstallingen voor de voorzieningen, kantoren en woningen moeten laagdrempelig bereikbaar zijn en inpandig ingepast worden. Ook speelt de zichtbaarheid van de ingang van de stalling een belangrijke rol.

en plaats te bieden hiervoor binnen de parkeerterreinen. In Pompenburg gaat (elektrische) deelmobiliteit samen met de fiets en het openbaar vervoer een volwaardig alternatief vormen voor de auto. Deelmobiliteit bestaat tenminste uit deelfietsen en deelauto’s in een hub. Het heeft echter de voorkeur dat de ontwikkelaar een hogere ambitie toont door in te zetten op Mobility as a Service.

5.4 Hubs

•

Iedere woning moet beschikken over voldoende stallingsruimte voor fietsen.

•

Dit betekent voor de grondgebonden woningen een berging van 5 m2 per woning, conform het bouwbesluit.

•

Als gelijkwaardige oplossing zien wij voor de hoogbouw kwalitatieve en goed bereikbare centrale fietsbergingen voorzien van minimaal 2 fietsparkeerplaatsen per woning, plus 2,7m2 berging per woning.

Een mobiliteitshub kan uitgebreid worden met Product as a Service. Pakket- en bezorgdiensten worden naar deze hub met conciërge en kluisjes verwezen. Er zijn o.a. kluisjes die eten kunnen warmhouden of boodschappen juist kunnen koelen. Het voordeel hiervan is dat logistieke stromen geconcentreerd zijn en sneller afgewikkeld kunnen worden. Daarnaast kan de hub een sociale functie voor bewoners hebben.

•

In geval voorschrift in bouwbesluit vervalt geldt bij nieuwbouw dan wel herbestemming tot woningbouw de parkeereis (tabel 4.3)

5.5 Expeditie

•

Voor de collectieve fietsenstalling is van belang dat deze goed gepositioneerd wordt en daarmee goed bereikbaar, maar ook aantrekkelijk en veilig wordt vormgegeven. Algemeen geldt dat uitvoering conform de ontwerpeisen voor stallingen fiets en scooter (bijlage 6 van de beleidsregeling).

5.3 Deelmobiliteit Naast een autoluwe omgeving wil de gemeente inzetten op deelmobiliteit. Op de locatie kan worden volstaan met een beperkt aantal autoparkeerplaatsen en ligt de nadruk op de inpassing van deelautosystemen, mobiliteitsdiensten en fietsparkeren. Het uitgangspunt hierbij is de ontwikkeling van Mobility as a Service (MaaS), voor bewoners, gebruikers en ondernemers. MaaS is een dienst waarmee gebruikers via een app de reis plannen, afleggen en afrekenen. De gemeente vraagt de ontwikkelaar hier creatief over na te denken

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Functies die veel logistieke bewegingen genereren worden inpandig bevoorraad, waarbij de bevoorrading vlot, veilig en schoon plaats kan vinden (bv door inpandig laden & lossen, laad & los routes, restricties aan formaat/emissies voertuigen etc.). Expeditie voor kleinschaliger functies moeten goede routes en opstelplekken krijgen in de openbare ruimte indien daar ruimte voor is. Opslag van karren/goederen mag in geen geval in de openbare ruimte plaatsvinden.

De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur, zowel in de openbare ruimte als bij parkeren op eigen terrein. Voor de parkeergelegenheid op eigen terrein geldt de EV Ready eis uit de Beleidsregeling parkeernormen; •

De parkeerplaats dient bouwkundig voorbereid te zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto’s.

•

De netaansluiting van parkeergarage/-gelegenheid dient voorbereid zijn op het gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplaatsen, hierbij mogen smart charging oplossing toegepast worden om dit mogelijk te maken.

Ontwikkelaars dienen hiervoor hun EV-plan te kunnen overleggen. De netaansluiting voor collectieve voorzieningen dient EV ready te zijn conform artikel 8 van de beleidsregeling parkeernorm (geschikt voor gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplekken)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-60992. html •

5.7 Calamiteitenverkeer •

Er is een calamiteitenroute noodzakelijk op maaiveld langs het dakpark Stroveer richting Pompenburg/Admiraal de Ruyterweg ten behoeve van de hulpdiensten. Deze route is minimaal 4,5m breed.

•

De Veiligheidsregio eist twee routes naar toegangen langs het spoor. Deze mogen ook verplaatst worden naar een gunstiger locatie.Deze routes zijn minimaal 4,5m breed.

5.6 Duurzame mobiliteit Bewoners, forenzen en bezoekers in de ontwikkellocatie Pompenburg worden gestimuleerd gebruik te maken van duurzame vervoersmiddelen zoals (elektrische) fiets, OV en elektrische auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van (elektrische) deelauto’s.

Verder kan de scheiding tussen auto en fietsparkeren flexibel worden uitgevoerd. Wanneer in de toekomst het autobezit verder afneemt, kan de ruimte voor het stallen van de fiets eenvoudig worden uitgebreid.

52 / 75

Randvoorwaarden mobiliteit •

Comfortabele en directe looproutes vanuit het gebied naar de belangrijke OV-haltes.

•

Toepassing van schone en slimme vormen van mobiliteit zoals elektrische deelauto’s, deelfietsen en inpandige fietsvoorzieningen.

•

Faciliteren van deelauto systemen en het aanbieden van oplaadpunten voor elektrische voertuigen (100% EV-ready).

•

Voor het autoparkeren is de ambitie om gebruik te maken van de vrijstellingen voor OV, deelauto en MaaS uit het parkeerbeleid.

•

Een nieuwe Luchtsingel als looproute en verbinding met het Schiekadeblok/ station. En vanaf het station gezien de route naar Pompenburg en de Binnenrotte. Fietsparkeren is een groot aandeel van de parkeeropgaaf, houdt hier rekening mee;

•

Te verwijderen straatparkeren wordt gecompenseerd ter plaatse van de Hofdijk;

•

Indien mogelijk kunnen de benodigde parkeerplaatsen ook gevonden worden in naastgelegen garages binnen een straal van 600m (voor bewoners) en 900m (voor werkenden);

•

Parkeren dient inpandig, uit het zicht opgelost te worden.

Inpassing autoverkeer en parkeren. Het binnengebied wordt zoveel mogelijk autoluw. Hierbij wordt: •

De onderdoorgang spoortracé autovrij.

•

Het Stroveer autovrij inclusief verwijderen straatparkeren (slechts toegankelijk voor calamiteitenverkeer) en ingericht als groene parkachtige omgeving met grote bomen en voldoende speelgelegenheden en een geïntegreerde fietsverbinding. De garage van Heliport wordt door een groene openbare ruimte aan te leggen en het maaiveld gedeeltelijk op te tillen aan het zicht onttrokken.

•

Parkeergarage inritten geïntegreerd in het gebouw en zo in het gebied geplaatst dat er zo min mogelijk autoverkeer door het plangebied wordt gegenereerd.

Calamiteiten routes

Figuur 40. Calamiteiten routes

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

53 / 75

6 Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

Resilience 6.1 Duurzaamheid 6.2 Klimaatadaptiviteit 6.3 Ecologie en Natuurinclusief 6.4 Energietransitie 6.5 Circulair bouwen

54 / 75

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

56 / 75

6.1 Duurzaamheid De veerkracht (resilience) van de stad is een belangrijk vraagstuk als de binnenstad verder groeit en verdicht. Het is nu soms te warm in de binnenstad, er zijn waterproblemen en de luchtkwaliteit is slecht. Deze problemen rond klimaat en gezondheid moeten wij oplossen voor een goede groei. Rotterdam ondergaat een energietransitie, klimaatverandering en de mobiliteitstransitie. Rotterdam heeft ambities voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving en een gezondere leefomgeving, en Pompenburg dient hierop aan te sluiten. In dit hoofdstuk beschrijven we wat we hierbij belangrijk vinden op deze locatie en welke potenties benut moeten worden. Het verdichten nabij het OV-knooppunt Rotterdam Centraal maakt duurzame mobiliteit beschikbaar voor een grote groep bewoners. De introductie van een nieuwe groene stadsas, die het luchtspoorpark verbindt met de Binnenrotte, biedt de ontwikkeling een kans om verharding te verminderen en daarmee een positief effect te realiseren op het gebied van klimaatadaptatie en ecologische verbindingen. Van de ontwikkelaar verwachten wij een inspanning op het gebied van duurzaamheid en resilience. De ambities voor verduurzaming gelden hierbij als uitgangspunt voor zowel gebouw- als gebiedsniveau.

6.2 Klimaatadaptiviteit Het extremer worden van het klimaat brengt vele risico’s met zich mee voor Rotterdam. De stad weerbaar maken ten opzichte van de klimaatveranderingen is een urgente opgave waarmee we geconfronteerd worden. De klimaatveranderingen leveren in Rotterdam risico’s op voor onze economie, veiligheid en gezondheid. Elk gebied is op verschillende punten kwetsbaar en heeft zijn eigen potentie binnen de diverse klimaat aspecten. De opgaves waar we mee te maken gaan krijgen zijn onder te verdelen in zes thema’s: neerslag, hitte, droogte, overstromingen, grondwater, bodemdaling. Hoewel de zes thema’s van klimaatadaptatie elk een eigen aanpak nodig hebben,

kunnen de benodigde maatregelen elkaar versterken of belemmeren. Elkaar versterkende maatregelen krijgen prioriteit. Elkaar belemmerende maatregelen vereisen het maken van keuzes. Zie: https://rotterdam.notubiz.nl/document/7383972/1#searc h=%22Rotterdams Weerwoord Samen de stad voorbereiden op een extremer klimaat%22 De klimaatbestendigheid in Rotterdam is een belangrijk aspect in de stedelijke ontwikkeling. In de omgeving van Pompenburg is een aantal toonaangevende oplossingen ontwikkeld voor klimaatadaptatie, zoals het Waterplein Benthemplein en de Regentuin ZoHo. De aandacht om deze omgeving klimaatadaptief in te richten, komt voort uit de kwetsbaarheden van de bestaande stad voor extreem weer. Voor Pompenburg zijn de ambities van de gemeente Rotterdam:

Hemelwater opvangen en bergen Pompenburg en de directe omgeving is sterk verhard. Het gebied heeft relatief weinig groen in de openbare ruimte. Bij hevige buien kan wateroverlast op straat of terreinen ontstaan, omdat het water niet makkelijk weg kan. Het aantal extreme regenbuien neemt toe en daarom heeft het gehele gebied extra waterbergingscapaciteit nodig; de capaciteit van het open water van de polders (Noordsingel) is bij extreme neerslag onvoldoende. Het open water van de (Binnen)Rotte heeft meer capaciteit, maar is door de hogere ligging niet in alle situaties geschikt voor waterafvoer. Door de neerslag op te vangen waar hij valt, vermindert de kans op wateroverlast. Regenwater opvangen, bergen en hergebruiken zijn maatregelen om beter met regenwater om te gaan.

Droogte vermijden Op termijn worden langere periodes van droogte en hogere temperaturen verwacht. Dit is van invloed op de grondwaterpeilen en kan leiden tot een afname in de waterkwaliteit en kan schade aan flora en fauna veroorzaken. De grondwaterstand mag door de ontwikkeling niet te laag worden en moet goed zijn voor het groen, de infrastructuur en de bebouwing.

Hittestress tegen gaan Op termijn worden langere periodes van droogte en hogere temperaturen verwacht. De warmte wordt door de hoge bebouwingsdichtheid en stenige buitenruimte langer vastgehouden. De afname van het thermisch comfort, heeft een negatieve invloed op gezondheid en welbevinden en kan effecten hebben op flora en fauna. Het verkoelend effect van groen en blauw in de huidige situatie is niet prominent aanwezig. Met de gebiedsontwikkeling wordt rekening gehouden met verkoelende maatregelen zoals het planten van bomen en het toevoegen van groen.

Ecologie integreren Planten en dieren hebben behoefte aan continuïteit in hun netwerken. Die netwerken doorkruisen de stad en verbinden haar met het ommeland. De kansen die er in Pompenburg liggen om dergelijke verbindingen te maken of te ondersteunen moeten worden benut. Dit betekent aandacht bij de ontwikkeling van zowel buitenruimte als bebouwing. Een aansluiting op de ontwikkeling van het dak van de Hofbogen verdient hierbij aandacht.

Aantrekkelijke verblijfskwaliteit: Groen Pompenburg zal transformeren van een doorgangsgebied naar een verblijfsgebied. Het aanbrengen van groen moet verblijfsplekken en schaduw creëren en uitnodigen om door het gebied te struinen. Hierbij geldt dat het groen divers is en op verschillende niveaus te beleven. Vergroening kan dienen als adaptatiemaatregel om hittestress te beperken, koele plekken in de buitenruimte te ontwerpen voor bewoners en bezoekers en hemelwater op te vangen in de openbare ruimte. Zo kan groen worden ingezet voor een positieve invloed op het klimaat, maar daarnaast ook op het gebied van gezondheid. Fysieke en mentale gezondheid wordt gestimuleerd, door zicht op groen, uit te nodigen tot beweging en geluid te reduceren. Groene maatregelen hebben vaak een positieve invloed op het klimaat en kunnen de gemaakte keuzes rond klimaat-

adaptatie. De ambitie is om minimaal twee functies te combineren op het dak.

adaptatie versterken. Te denken valt aan: •

Biodiversiteit en ecologie, ook als onderdeel van een groter systeem.

•

Groen en gezondheid. Fysieke en mentale gezondheid stimuleren door zicht op groen, uitnodigen tot beweging, geluid reduceren enzovoort.

•

Klimaatrobuust groen is minder gevoelig voor ziekten. Zorg daarom voor variatie en kies beplanting die is voorbereid op toekomstige klimaatontwikkelingen. Kies voor inheemse beplanting.

•

•

Multifunctionele daken Verbindingen op niveau dragen bij aan een interessant, eigen en aantrekkelijk publiek domein. De volgende condities dragen daaraan bij: •

Multifunctioneel dak: het benutten van het dak een toegevoegde waarde voor het gebied. Het kan de functies rood, geel, groen of blauw combineren. Met andere woorden, het dak geeft een impuls aan verblijfsomgevingen, energievoorzieningen, ecologie en/ of klimaat-

Figuur 41. Referentiebeelden gebruik dak

•

Zichtbaar groen: vanuit een gebouw hoger dan 40 meter is er altijd zicht op lagergelegen daken. Groene vormgeving van deze lager gelegen daken draagt bij aan een aantrekkelijke woonomgeving. Een ambitie om het dakoppervlak van gebouwen lager dan 40 meter groen in te richten past bij een toekomstbestendig Rotterdam. Hogergelegen daken worden bij voorkeur gebruikt voor ontmoeting en/of energieopwekking. Dak als tweede maaiveld: om het tweede maaiveld groen te kunnen inrichten is (al dan niet plaatselijk ter plaatse van groenvakken en bomen) voldoende effectief bruikbare grond nodig met daaronder ruimte voor waterbergingskratten ten behoeve van de vochtvoorziening van het groen en wateropvang. Dak als vloer: door daken te construeren als verdiepingsvloeren, wat variabele belastingen (gebruiksbelasting) betreft, worden meerdere dakfuncties mogelijk gemaakt. Daarnaast is het realiseren van daken met een vaste toegang en balustrade conform de regelgeving, een uitgangspunt om (later) functies te koppelen.

•

Verbindingen tussen daken: de onderlinge verbinding tussen daken versterkt een interessant daklandschap. In welke mate dit mogelijk is bij de ontwikkeling van Pompenburg is nog onbekend en dient te worden onderzocht.

Water Het beleid voor water en riolering is beschreven in: •

Gemeentelijk rioleringsplan 2016-2020 [1].

•

Herijking Waterplan2 [2].

•

Rotterdams Weerwoord [3].

Rotterdam heeft hoge ambities voor de waterhuishouding in dit gebied. Op dit moment is een groot oppervlak van Pompenburg verhard. De herontwikkeling van Pompenburg biedt kansen om het terrein effectiever en klimaatbestendiger in te richten, maar de groene ruimte moet hierbij wel gecompenseerd worden. Het water dient op gebiedsniveau te worden opgevangen en vertraagd afgevoerd te worden aan het afwateringssyteem, volgens het principe ‘gebruiken – vasthouden – vertragen

– afvoeren’. Daarnaast bieden de ontwikkelingen in Pompenburg kansen om opgevangen regenwater te gebruiken op groene daken. Nieuwbouw moet regenbestendig worden gebouwd, inclusief een buffercapaciteit, zodat niet al het hemelwater in de openbare ruimte wordt verwerkt. Openbare ruimte op twee niveaus, vraagt aandacht met betrekking tot de afstroming van water. De gemeente verwacht van de ontwikkelcombinatie een visie.

In tijden van droogte kan opgevangen en gebufferd hemelwater voorzien in de bewatering van groen in het gebied.

Opvang van neerslag daar waar hij valt. Het water wordt op gebiedsniveau opgevangen en bij een bepaalde hoeveelheid neerslag afgegeven aan grotere afwateringssystemen.

6.3 Ecologie en natuurinclusief

Hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is, mag overtollig hemelwater worden aangeboden aan de openbare ruimte. Het binnen de grenzen van de gebiedsontwikkeling opvangen en verwerken van 20 – 30 mm neerslag beschouwen we als zeer redelijk. Om een echt klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling te realiseren, zal het gebied een neerslag hoeveelheid van 50 – 70 mm moeten verwerken. Nieuwbouw moet minimaal 50 mm neerslag opvangen en vertraagd afvoeren.

Rekening houden met fauna en flora bij de inrichting van de stad en ontwikkeling van gebouwen noemen we natuurinclusief bouwen. Rotterdam wil met het natuurinclusief bouwen een stimulans geven aan natuurontwikkeling van de stad. Daarmee wil de gemeente ervoor zorgen dat de bijzondere flora en fauna in woningen en gebouwen van de stad behouden blijft en uitgebreid wordt. Aangezien natuurinclusief bouwen vaak maatwerk is, afgestemd op specifieke soorten, wordt aanbevolen om voor een goede uitwerking een ecoloog in te schakelen voor advies.

Hemelwater wat niet binnen het gebied opgevangen kan worden, wordt bij voorkeur afgegeven aan het hogergelegen boezemsysteem (Rotte). Als afvoeren naar de boezem niet mogelijk is, dan is het indirect afvoeren naar het poldersysteem (Noordsingel / Westersingel) de laatste optie; dit heeft niet de voorkeur, omdat de poldersystemen kwetsbaarder zijn voor extreme neerslag en het hemelwater uiteindelijk weer opgepompt wordt naar de boezem. De maatregelen voor het verwerken van neerslag hebben geen nadelige gevolgen voor de grondwaterstand in het gebied en de omgeving. Waterberging is een tijdelijke opslag van water; 48 uur na een bui moet de waterberging weer beschikbaar zijn voor nieuwe neerslag. Dit kan door infiltratie in het gebied, door nuttige toepassingen in het gebouw of gebied of door afvoer. Open waterberging (stilstaand water) heeft een tijdelijk karakter, vanwege hygiëne en de levenscyclus van de muggen. De grondwaterstand moet goed zijn voor het groen, de infrastructuur en de bebouwing.

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

De gebiedsontwikkeling zorgt dat de omgevingstemperatuur niet toeneemt. Het gaat hierbij om een gemiddelde waarde van de omgevingstemperatuur voor de totale gebiedsontwikkeling. Op enkele locatie specifieke plekken kan er een (beperkte) toename van de omgevingstemperatuur optreden.

Een klimaatbestendige en natuurinclusieve aanpak moet onderdeel zijn van de ontwikkeling van Pompenburg. Om natuurinclusief te bouwen zal het groen in de buitenruimte en op/aan bebouwing moeten aansluiten op bestaande ecologische structuren en zones in de omgeving. Het Luchtpark op de Hofbogen en de Binnenrotte worden met elkaar verbonden. Belangrijk is hierbij continuïteit en diversiteit van het groen, voor de verplaatsing van flora en fauna. Ook de verbinding richting het centrum is van belang. Hierdoor krijgt Pompenburg (en andere omringende herinrichtinglocaties) een functie als ecologische stapsteen richting Centrum. Het opheffen van de ecologische barrière van het spoor is daarbij een groot aandachtspunt. Toekomstige ecologische projecten in het Centrum zijn daarmee afhankelijk van het ecologisch succes van Pompenburg. De locatie van het projectgebied Pompenburg biedt grote kansen voor de biodiversiteit in de stad Rotterdam. De locatie staat via de Rotte en, in de toekomst, via de daktuin op de Hofbogen in verbinding met het ecologisch waardevolle Noor-

59 / 75

derkanaal. Het Noorderkanaal en de Rotte zijn onderdeel van de ecologische structuur van Rotterdam. Het Noorderkanaal met aanliggend groen verbindt de begraafplaats Crooswijk, het Vroesenpark en het gebied ten noorden van de A20 met de stad. De Rotte en de Hofbogen verbinden dit gebied met het meer binnenstedelijk gebied. Hierdoor krijgt Pompenburg (en andere omringende herinrichtinglocaties) een functie als ecologische stapsteen richting Centrum. Toekomstige ecologische projecten in het Centrum zijn daarmee afhankelijk van het ecologisch succes van Pompenburg. In het binnenstedelijk gebied zijn voornamelijk kansen voor soorten zoals vleermuizen, vogels en insecten. Een ecologisch waardevol gebied biedt meerdere functies voor deze dieren. Belangrijke functies zijn: •

Voortplantingsplekken (denk aan nestkasten, vleermuiskasten en insectenhotel)

•

Verschuilplekken (denk aan struiken, bomen, takkenrillen)

•

Voedsel (planten en bomen met bloemen, zaden en bessen)

•

Verbinding (bv. watergangen, bomenrijen, hagen)

Al deze functies dienen aanwezig te zijn binnen het projectgebied van Pompenburg. Ieder gebouw dient aspecten van Natuur Inclusief Bouwen (NIB) te bevatten. Documenten ter referentie zijn: •

Vleermuisvriendelijk bouwen – Landschapsbeheer Flevoland, Zoogdierenvereniging en Tauw

•

Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën gemeente Amsterdam

•

Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen gemeente Den Haag)

De openbare ruimte dient voor zowel mens als natuur aantrekkelijk en veilig te zijn. Er dient daarom rekening gehouden te worden met verlichting. Locaties die waardevol zijn voor vleermuizen (bomen, ruige vegetatie en verblijfplaatsen)

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

dienen zo min mogelijk verlicht te zijn. De openbare ruimte dient voorzien te zijn van lijnvormige objecten, zoals bomenrijen. Verder dient de vegetatie schuilmogelijkheden te bieden voor vogels en voedsel aan te bieden voor insecten, vogels en vleermuizen (denk aan vegetatie met bloemen, zaden en bessen). Natuurbehoudend slopen In geval van sloop en renovatie geldt bescherming van fauna door de wet natuurbescherming. Het advies is daarom om zo vroeg mogelijk een project fauna onderzoek te starten. Bij meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd is het raadzaam om fauna onderzoek per buurt of wijk uit te voeren om zo op efficiënte manier te komen tot effectieve plannen en maatregelen.

6.4 Energietransitie We zitten in een transitie van fossiele energie naar duurzame energie. Dit is een belangrijke opgave binnen de gebouwde omgeving. Aangezien het om een bijzondere locatie gaat met goede kansen voor hernieuwbare energieopwekking, worden hoge ambities gesteld op gebouw- en gebiedsniveau. In 2050 hebben we een toekomstbestendige stad! Onze energievoorziening is betrouwbaar, betaalbaar, schoon en gezond. Dat hebben we naar aanleiding van de klimaatconferentie in Parijs met elkaar afgesproken. We koken en verwarmen ons huis dan met duurzame warmtebronnen en dat maakt een aardgasvrij Rotterdam. Gasnetten maken veelal plaats voor warmtenetten en extra elektranetten. Huizen worden geïsoleerd en voor de CV-ketel en het gasfornuis komen aardgasloze alternatieven. Alternatieven voor aardgas zijn electrische oplossingen, warmtenetten en biogas. Maar ook wind en zon zijn duurzame alternatieve energie bronnen. Grote delen van Rotterdam kennen nu al een warmtenet en in combinatie met de restwarmte die de regio heeft (agv industriële restwarmte) is dit een energetische en kosten efficiënte oplossing voor oa. het verwarmen van nieuwe maar ook bestaande woningen. In het Rotterdam Central District en de omgeving van Pompenburg zijn afgelopen jaren veel maatregelen genomen om

gebouwen op een duurzame manier van warmte en koude te voorzien. Er ligt een netwerk voor de levering van stadswarmte, waarvoor Eneco concessiehouder is. Daarnaast zijn er op verschillende plaatsen warmte- en koude opslagsystemen (WKO’s) aangebracht, al dan niet gekoppeld aan het stadswarmtenet. Ook Hofplein 19 & 20, grenzend aan Pompenburg, maken hier gebruik van. De ontwikkeling biedt potenties om slim om te gaan met koude- en warmtevraag. Belangrijke uitgangspunten zijn hierbij de uitwisseling van energie tussen gebouwen en gezamenlijk gebruik van opslagcapaciteit in de bodem. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van clusters zoals aangegeven in de ontwikkelvisie. Voor nieuwe gebouwen geldt dat vanaf 01-01-2021 moet worden voldaan aan de eisen voor BENG (bijna energie neutrale gebouwen). Dit geldt ook voor de nieuwbouw Pompenburg. Naast het reduceren van de vraag en het uitwisselen van energie, kan de restvraag aan energie worden ingevuld met duurzaam opgewekte energie. Wind- en zonne-energie geïntegreerd in het dak of gevel kunnen hier een invulling aan geven. Pompenburg zal zonder gas verwarmd gaan worden. En ook de wettelijke verplichting voor netbeheerders om nieuwbouwprojecten aan te sluiten op het aardgasnet per 1 juli 2018 komen te vervallen. In feite betekent dit een aansluitverbod voor bouwwerken waarvoor na 1 juli vergunningen worden aangevraagd.

Zie: https://www.rotterdamenergiebesparing.nl/dev/uitgebreid-artikel/aardgasvrij-rotterdam

6.5 Circulair bouwen De basis voor een circulaire economie ligt in principe van het voorkomen en het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het verlengen van levensduur van producten, het hergebruik van producten en onderdelen en het recyclen van materialen en grondstoffen. Oftewel: reduce, re-use and recycle.

60 / 75

Stip op de horizon is om In 2030 helft minder primaire grondstoffen te gebruiken. En wel middels twee routes: bewustzijn vergroten en verankeren in economie. Daarbij wordt ingezet op opgaven, kansen en acties in de vier sleutelsectoren; bouw, groen, consumptiegoederen en zorg. De bouw alleen al is verantwoordelijk voor 60% van het afval! Zie: http://rotterdamcirculair.nl/Programma_Rotterdam_Circulair_2019-2023/index.html

Randvoorwaarden duurzaamheid Energie •

Kansen onderzoeken voor duurzaam energie uitwisselen tussen functies en gebouwen met een smart grid.

•

Aansluiten bij gebiedsoplossing voor collectieve hernieuwbare warmte en koude (gebieds-WKO), in combinatie met het stadswarmtenet.

•

Zoveel mogelijk gebruik maken van hernieuwbare bronnen.

Klimaatadaptiviteit •

Nieuwbouw moet minimaal 50 mm neerslag opvangen per ontwikkellocatie en vertraagd afvoeren. Met de ambitie om naar 70 mm te gaan (zie Rotterdams Weerwoord).

•

Waterverbinding van het dak van de Hofbogen naar de Binnenrotte.

•

Een groene verbinding tussen het dak van de Hofbogen via Stroveer naar de Binnenrotte (rondom Heliport) voor flora en fauna. De Luchtsingel kan in de definitieve versie ook gaan bijdragen aan een groene verbinding naar het RCD.

•

De daken lager dan 40m dienen ingericht te worden als multifunctionele daken. Op multifunctionele daken worden altijd minimaal twee functies (groen, rood, blauw, geel) met elkaar gecombineerd.

•

Natuurinclusief bouwen.

Figuur 42. boven: urban heat island effect

Pompenburg I Nota van Uitgangspunten

61 / 75

Technische randvoorwaarden

7

7.1 Geotechniek

7.11 Peilmaat

7.2 Grondwater

7.12 Nutsvoorzieningen, trafo’s en

7.3 Obstakels in de ondergrond

installaties

7.4 Kabels en leidingen

7.13 Vetputten

7.5 Bodem archeologie

7.14 Windhinder

7.6 Trillingen

7.15 Bezonning

7.7 Fasering

7.16 Geluid en lucht

7.8 externe veiligheid

7.17 Afval

7.9 Bouwlogistiek en werkterrein 7.18 Draagkracht dakpark Stroveer 7.10 WKO’s

7.19 Overige onderzoeken

7.1 Geotechniek Een goed beeld hebben van de grondopbouw is noodzakelijk om verantwoord te kunnen bouwen. Hier zal nader bodemonderzoek voor gedaan moeten worden door middel van onder andere sonderingen. Ook zijn er de volgende aandachtspunten: •

Zetting in het gebied

•

Soort fundering bebouwing o.b.v. bodemonderzoek

•

Geotechnisch invloed bouwen vlak langs het spoor

•

Effect op bebouwing(fundering) in de omgeving

7.2 Grondwater Water wat we niet kunnen zien, maar zeker wel rekening mee moeten houden. Voor er gegraven wordt in de grond moet men weten hoe diep het grondwater ligt. Dit moet bekend zijn om de juiste maatregelen te kunnen nemen om al dan niet in den droge te kunnen werken. Denk aan het onttrekken van het grondwater door middel van bemaling of drainage. In het projectgebied van het project Pompenburg zijn er een aantal metingen gedaan variërend van -0,97 m tot -2,31 m NAP. Er zal rekening gehouden moeten worden met de omgeving als er (spannings)bemaling wordt toegepast. Mede vanwege de verreikende invloed van bemalingen en de nabijheid van wijken waar de grondwaterstand inmiddels tot politiek issue zijn verwoord is een adviserend onderzoek bij aanvang benodigd. In de loop van de voorbereiding zal er een bemalingsadvies en werkplan bemaling moeten komen van adviseurs om exact te bepalen wat er aan maatregelen nodig is.

7.3 Obstakels in de ondergrond In het gemeentelijke archief is onderzoek uitgevoerd naar obstakels in de ondergrond. Dit onderzoek moet nog verder

uitgebreid worden met archiefgegevens van NS, ProRail en het Rijk. Uit het onderzoek blijkt dat gebouwresten kunnen worden verwacht.

7.4 Kabels en Leidingen In het projectgebied zitten 20 nuts-/telecombedrijven, van kleine kabels tot grote leidingen. Er zullen kabels omgelegd moeten worden, bijvoorbeeld om ruimte te maken voor nieuwbouw. Zo ook vlak langs het spoor waar bebouwing komt. Er zijn 2 grote bundels van verschillende bedrijven die bijéén komen om onder het spoor door te kunnen komen. De duurste leidingen om hier te verleggen zullen zijn: •

Evides waterleiding (deel staal 220mm en deels asbestcement 328mm)

•

Eneco warmteleiding

•

Stedin midden/hoogspanningskabels

Ook op andere locaties is er te maken met dure en belangrijke kabels en leidingen. Bij de rooilijnverplaatsing aan de Heer Bokelweg krijgen we te maken met onder andere een hoge en lage druk gasleiding. En bij het realiseren van een entree vanuit Pompenburg/Admiraal de Ruyterweg krijgen we te maken met het (collecteur) riool en stadsverwarming.

7.5 Bodem, archeologie Vanuit de afdeling BOOR zal vooraf gekeken moeten worden naar de historische waarde van het gebied. Omdat bij bebouwing de diepere grondlagen vaak in beeld komen, is er een verhoogde belangstelling vanuit archeologisch perspectief.

7.6 Trillingen Bouwen langs het spoor of in bewoonde omgeving vergt de benodigde aandacht. Indien er gebouwd wordt op of nabij het spoor (‘Spoorse zone’) moet rekening gehouden worden met de randvoorwaarden (eisen) die ProRail als beheerder van het spoor oplegt aan het project. Niet geheel onlogisch omdat de flexibiliteit in/ van het spoor en het exploitatie gebruik van het spoor weinig tot geen ruimte biedt. Het Centraal Station is een belangrijk knooppunt in de volledige landelijke dienstregeling, inmiddels met de komst van de Hoge Snelheidslijnen ook Europees van belang. Ook het bouwen nabij de tunnelmond vergt afstemming met ProRail. ProRail heeft geen direct belang bij alle ontwikkeling waardoor het noodzakelijk is om hen op een volwaardige manier bi bij het project te betrekken. De rol van ProRail als integraal onderdeel van de planvorming is noodzakelijk. De formele afspraak, een ‘samenwerkingsovereenkomst’, zal formeel geregeld dienen te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dfce43d0-940c-4206-90ed-6f21a3f6e003