CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003671] Bijlage 3 behorende bij 22bb3639 over Bijlage bij UD5142: Jaarverslag en jaarrekening 2021

Tijdelijke commissie Sociaal (2022-2026) 8 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs41.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2.2.3. Arbo-jaarverslag Het arbo-jaarverslag gaat in op het verzuim bij BOOR. De hoofdpunten zijn terug te lezen in paragraaf 2.2.4 hieronder.

2.2.4. Ziekteverzuim De doelstelling van BOOR om een verzuimpercentage onder de 6,00% te realiseren is behaald. Het verzuimpercentage is ten opzichte van 2020 met 0,4 procentpunt gedaald (van 5,40% in 2020 naar 5,00% in 2021). Dit is een bijzondere prestatie gezien de impact van de coronapandemie op het personeel (zowel ondersteunend als onderwijzend). De belangrijkste oorzaak van het verzuim is klachten ten gevolge van psychische aandoeningen. Wel is het verzuimpercentage door psychische klachten in 2021 (1,60%) gedaald ten opzichte van 2020 (2,10%). De coronapandemie heeft duidelijk invloed op het verzuim. Het verzuimpercentage ten gevolge van klachten van de ademhalingsorganen (veelal Long Covid) bedraagt 0,70%. Dit is vele malen hoger dan vóór de pandemie. Bij het (v)so is het verzuimpercentage ten gevolge van klachten van de ademhalingsorganen zelfs 1,00%, dit verklaart de toename van het verzuimpercentage in deze sector sinds de uitbraak van het coronavirus. Zowel in het (s)bao als het vo daalt het verzuimpercentage. Het vo heeft de sterkste daling (0,80 procentpunt). Het verzuimpercentage van (v)so en BOOR Services is toegenomen. De meldingsfrequentie 2021 is 0,96 en vergelijkbaar met 2020 (0,99). De meldingsfrequentie van het vo is gedaald van 1,37 naar 1,19.

46

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Tabel 1 Verzuimpercentage en meldingsfrequentie 2020-2021

2021

2020

Verzuim-percentage

Meldings-frequentie

Verzuim-percentage Meldings-frequentie

BOOR totaal

5,00

0,96

5,40

0,99

(s)bao

5,50

0,81

6,10

0,80

vo

4,10

1,19

4,90

1,37

(v)so

5,80

1,03

5,30

0,90

BOOR Services

3,60

0,45

2,80

0,35

Verzuimoorzaak langdurig verzuim Het verzuimpercentage ten gevolge van psychische klachten bedraagt 1,60%. Dit is lager dan in 2020 (2,10%). De gemiddelde verzuimduur van medewerkers met psychische klachten bedraagt 283 kalenderdagen en dat is korter dan in 2020 (295 kalenderdagen). Aanleiding van de ziekmelding is vaak een combinatie van factoren, maar werk speelt hierbij vaak een belangrijke rol of is de zogenoemde “laatste druppel”. De tweede belangrijke verzuimoorzaak is klachten bij “ademhalingsorganen”. Deze klachten leiden tot een verzuimpercentage van 0,70% en dit komt overeen met 17,65% van het totaal verzuim. Normaliter zou dit tussen 5 à 10% van het totaal verzuim bedragen. Deze toename is toe te schrijven aan de corona infectie (Long Covid). We hebben gezien dat een aantal werknemers met corona besmetting een lange herstelperiode doorloopt en een flink aantal mensen na het ziekbed nog lang niet hersteld is van de gevolgen. Verder wordt 0,4% van het verzuim veroorzaakt door klachten van het bewegingsapparaat.

2.2.5. Toekomstige ontwikkelingen Voor het jaar 2022 staan onder andere de volgende onderwerpen op de agenda: • Vernieuwen medewerkerstevredenheidsonderzoek; • Doorontwikkelen preventief verzuimbeleid; • Ontwikkelen nieuw functiehuis voor de sector vo; • Vernieuwen strategisch HR-beleidskader.

2.3

Huisvesting, ICT en facilitaire zaken

2.3.1. Doelen en resultaten in 2021 Doel 1: Stuurinformatie

BOOR

We versterken de sturing en samenhang op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau. Dit doen we door betrouwbare data op belangrijke ontwikkelingen - zoals het lerarentekort - beschikbaar te maken zodat er zicht is op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau. In 2021 is de samenhang op de verschillende niveaus versterkt. Een voorzichtige cultuurverandering is merkbaar. Het ‘BOOR-gevoel’ lijkt langzaamaan sterker te worden. Enkele voorbeelden: • De samenwerking binnen de managementgroep is geïntensiveerd en verbeterd. • Bestuur, sectoren en mt BOOR Services hebben gezamenlijk gewerkt aan de nieuwe koers (2022-2026) en de sectorjaarplannen. Er is een sectoroverstijgende klankbordgroep en er zijn bijeenkomsten georganiseerd voor

47

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

• • • •

medewerkers van de scholen en BOOR Services. In de sectorplannen zijn gezamenlijke prioriteiten gesteld waaraan in nauwe samenwerking tussen sectoren en BOOR Services uitvoering zal worden gegeven. Bij de opstelling van de sectorplannen is ervoor gezorgd dat er goede aansluiting is met de koers. Met het project ‘overgang po-vo’ wordt langs drie sporen in samenhang gewerkt aan de kwetsbare overgang van po naar vo. Het college van schoolleiders in het vo (cvs) wordt beter benut en er wordt meer als groep gefunctioneerd. Alle schoolleiders in het (v)so werken nadrukkelijk samen op sectorniveau op basis van de gezamenlijke ontwikkelambitie met een concrete vertaling naar het Noord-Zuidplan. Sinds het begin van de coronacrisis werken we met een sectoroverstijgend crisisteam. Dit team is zeer effectief.

Vanuit een multidisciplinair team zijn in 2021 aantoonbaar stappen gezet in de doorontwikkeling van integrale dashboards als sturingsinstrument (‘de schoolfoto’) en diverse themarapportages op het gebied van o.a. huisvesting, HR en onderwijskwaliteit (‘Staat van het BOOR onderwijs’). In een groeiplan informatievoorziening zijn de ambities voor de komende jaren vastgelegd. Belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van de ambities vormen het invullen van de noodzakelijke capaciteit en bijbehorend budget. Eind 2021 is besloten extra budget vrij te maken om te komen tot een tempoversnelling in de uitrol van het lopende ICT-programma, inclusief Informatiemanagement en een verdere beheersing van cyber risico’s.

Doel 19: Stimuleren digitalisering

(s)bao

We stimuleren digitalisering - en innovatie in de breedte - door vernieuwingen te faciliteren. Dit doel is erop gericht om het gebruik van digitale technologie in het onderwijs te versterken. Van grote meerwaarde in periodes van (noodgedwongen) afstandsonderwijs, maar ook steeds belangrijker in de dagelijkse lessen én bij het inhalen van vertragingen in het leerproces door gebruik van digitaal remediërend lesmateriaal. Om kennis te delen en vraaggestuurd nieuwe kennis te genereren, is een plg opgericht met BOOR-brede deelname. Naar aanleiding hiervan is een positief gewaardeerde interactieve driedelige cursus e-didactiek verzorgd door een expert. De opnames van deze bijeenkomsten zijn beschikbaar gesteld via BOORconnect, waar een interactief platform is ingericht rondom afstandsonderwijs. In alle scholengroepen (s)bao hebben gesprekken plaatsgevonden over de kwaliteit van afstandsonderwijs met inzet van digitale technologie op basis van het BOOR kwaliteitskader, waar e-didactiek een belangrijk onderdeel van vormt. Vanuit deze gesprekken is bij schoolleiders de behoefte ontstaan de ICT-bekwaamheid van de teams verder in beeld te brengen om een passend professionaliseringstraject in te richten voor individuen en/of teams. Hier is een digitale vaardigheidsscan voor beschikbaar gesteld, waar inmiddels 26 scholen gebruik van hebben gemaakt.

Tot slot is BOOR partner van de IT-campus in het kader van het project ‘Rotterdam Digivaardig’ om te kunnen profiteren van beschikbare kennis en competenties van partners in de stad, waaronder het Scheepvaart en Transport College, de Hogeschool Rotterdam, de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Albeda college.

2.3.2. Andere ontwikkelingen in 2021 en de toekomst Huisvesting BOOR streeft naar sterke scholen in de hele stad, scholen met onder meer goede onderwijskwaliteit, adequate huisvesting en voldoende leerlingen. Om dit te bereiken werken we samen met onder andere de gemeente en andere schoolbesturen. Binnen BOOR kijken we stadsbreed en per gebiedsdeel naar de spreiding van ons openbaar onder-

48

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

wijs. Sinds 2019 heeft BOOR deelgenomen aan de IHP-gesprekken met de gemeente en onze collega-besturen. Voor het (s)bao gaat het om plannen per gebiedsdeel en voor het (v)so en vo om stadsbrede plannen. Binnen het (s)bao nemen we nadrukkelijk de opgaven die er liggen voor kleine scholen mee. Op 28 mei 2020 is het IHP vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) 2021-2026 in oktober 2020 vastgesteld. Ook is tussen gemeente en besturen afgesproken dat naast de projecten uit de vierde tranche, ook de voorbereidingen voor alle overige in het IHP 2020-2023 genoemde aandachtspanden in de periode 2020-2023 kunnen worden gestart. Dat heeft tot gevolg dat er een groot aantal nieuwe projecten de komende jaren worden opgestart. Dit geldt voor alle drie de sectoren. In juni 2020 hebben de gezamenlijke schoolbesturen vo en de gemeente Rotterdam overeenstemming bereikt over de spreiding van het vo-aanbod op de noordoever van Rotterdam, ook wel ‘VO op Noord’. Zij committeren zich aan een aantal uitgangspunten en hebben afspraken gemaakt over de uitvoering. De Rotterdamse vo-schoolbesturen streven naar levensvatbaar, kwalitatief goed en onderscheidend onderwijs en scholen met een logische spreiding over Rotterdam.

Zij gaan kansenongelijkheid tegen door goede opstroom- en doorstroommogelijkheden voor alle kinderen te garanderen en zetten zich in tegen segregatie zodat kinderen tijdens hun schoolloopbaan leerlingen uit verschillende sociaal economische lagen van de bevolking en vanuit verschillende achtergronden en levensovertuigingen elkaar ontmoeten. Om de stabiliteit en de samenwerking binnen het onderwijsveld te vergroten en/of de onderwijshuisvestingsmiddelen efficiënter in te zetten, committeren de schoolbesturen zich aan afspraken over maximale capaciteit en leerlingaantallen. De komende jaren zal uitvoering gegeven worden aan de afspraken. De afspraken hebben een looptijd van 10 jaar; waarbij herijking van de afspraken plaatsvindt na 5 jaar. Voor de sector (s)bao hebben zich in 2021 een aantal ontwikkelingen voorgedaan in dit kader: • Op 25 januari 2021 heeft het college van bestuur – na een positief advies van de medezeggenschapsraad – het definitieve besluit tot sluiting van Andries van der Vlerk in Hoogvliet genomen. Het betreft een formele sluiting per 1 augustus 2022. Vanaf het schooljaar 2021-2022 wordt er al geen onderwijs meer gegeven op de school. • Op 6 juli 2020 heeft het college van bestuur besloten de Meridiaan te sluiten. De medezeggenschapsraad heeft hierover positief geadviseerd. Per 1 augustus 2021 is de school gesloten.

• We zijn voornemens Pierre Bayle en Vier Leeuwen per 1 augustus 2023 te fuseren. In juli 2021 hebben we een definitief besluit genomen tot deze fusie. Beide medezeggenschapsraden hebben ingestemd met de fusie. Ook ligt er een positief advies van B&W van Rotterdam. In het vo is de locatie aan de Merkelbachstraat door Thorbecke VO verlaten. De leerlingen zijn overgegaan naar de hoofdlocatie aan de Prinsenlaan.

Vastgoed De vastgoedportefeuille van BOOR is grofweg in drieën te verdelen. • Een deel wat in de komende periode van 5 tot 10 jaar wordt vervangen. Van de volgende projecten is de realisatie gestart in 2021: » Nieuwbouw KC IJsselmonde » Renovatie Eduard van Beinum » Nieuwbouw Fridtjof Nansen » Nieuwbouw het ROeR (Rotterdams Onderwijs en Revalidatiecentrum, met de Mytylschool en de Tyltylschool) » Nieuwbouw Wolfert Dalton en Mytylschool de Brug (vso) » Nieuwbouw Wolfert Lansing is in 2021 opgeleverd

49

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

• Een deel wat in redelijke staat verkeert, een goed binnenklimaat heeft en met eenvoudige aanpassingen duurzaam kan worden. • Een deel wat in redelijke staat verkeert, een slecht binnenklimaat heeft en alleen met grootschalige investeringen duurzaam kan worden. Voor de laatste categorie gebouwen verwachten we strenge eisen van overheidswege op ventilatienormen en duurzaamheid waardoor er extra zal moeten worden geïnvesteerd.

ICT ICT verbeterplan Sinds 2019 werken we aan een ICT verbeterplan voor het (s)bao en (v)so. Dit plan beoogt de realisatie van een centraal beheerde ICT-omgeving en netwerken. Het ICT verbeterplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Veilig en stabiel Wifi-netwerk 2. Veilige Internetverbinding 3. Beheerde en eenvoudige toegang tot systemen en informatie 4. Stabiele en veilige Digitale Werkomgeving in de Cloud (DWO) 5. Passende Digitale Leeromgeving (DLO) 6. Centrale ICT Servicedesk In 2020 is de uitwerking van de verschillende programmaonderdelen gestart. In 2021 is de implementatie van de verschillende onderdelen in uitvoering gebracht. Dit wordt in 2022 verder gecontinueerd. Conform de oorspronkelijke planning is het ICT verbeterplan in 2023 gerealiseerd. Ontwikkelingen op de onderdelen van het verbeterplan in 2021: 1. In 2021 zijn circa 30 locaties voorzien van een centraal beheerd Wifi-netwerk. Eind 2022 beschikken alle scholen over een goede Wifi-infrastructuur. Hierdoor is de continuïteit van de beschikbaarheid van het ICT-netwerk gewaarborgd en voldoende opgeschaald voor verdere inzet van ICT middelen in de toekomst. 2. De eerste scholen zijn aangesloten op de centrale veilige internetverbinding. In 2022 worden de overige scholen aangesloten. 3.

Door middel van een centraal beheerd systeem worden automatisch gebruikeraccounts aangepast na een mutatie in het centrale personeelssysteem (onder andere in- en uitdiensttredingen). Zo kunnen inloggegevens en digitale toegangsrechten veilig worden uitgegeven en ingetrokken. Daarnaast is door middel van de toepassing van multi-factor-authenticatie de toegang tot de belangrijkste applicaties en informatie (zoals onder meer de leerlingadministratie systemen, mail en documenten) beter beschermd tegen ongewenste toegang. 4. Circa 30 scholen werken nu via Teams in de centraal beheerde Cloud-omgeving. Een eerste groep scholen is volledig gemigreerd en centraal in beheer. De rest van de scholen volgt in 2022 en 2023. 5. De eerste stappen in aansluiten van de leeromgeving op de werkomgeving zijn gerealiseerd. Dit wordt in 2022 en 2023 verder gebracht. Daar waar de digitale werkomgeving (grotendeels) uniform en gestandaardiseerd is, is het binnen de leeromgeving vanuit de scholen mogelijk om keuzen (binnen kaders) te maken die passen bij de onderwijsvisie van de school. 6. De Servicedesk is inmiddels operationeel, grotendeels bemenst en werkt aan een verdere professionalisering van haar ondersteunende diensten. De Servicedesk beheert en ondersteunt de centrale omgeving.

Het afgelopen jaar is in samenwerking met de ICT Campus gebruik gemaakt van de inzet van Digibuddies om de scholen op locatie te voorzien van directe ICT ondersteuning en werkzaamheden.

50

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

ICT middelen Na de donatie van 2.600 Chromebooks in 2020, zijn ook in 2021 vanuit OCW subsidies en NPO gelden circa 4.000 Chromebooks, laptops en iPads voor leerlingen aangekocht. Deze middelen zijn ingezet bij het geven van zowel thuisonderwijs als onderwijs in de klas. Tevens is het afgelopen jaar verder geïnvesteerd in de aanschaf van apparaten voor onderwijzend personeel. In het (v)so is in 2021 ook geïnvesteerd in active floors en is een verkenning gestart met virtuele docenten. ICT bekwaamheid Om op een juiste manier gebruik te maken van de ICT diensten en digitale middelen, ICT voor je te laten werken en het ontwikkelen van digitale geletterdheid bij leerlingen, is het essentieel dat (onderwijzend) personeel beschikt over goede ICT kennis en vaardigheden. Voor het bepalen van de huidige vaardigheden is een ICT-bekwaamheidsscan uitgevoerd op 26 (s)bao-scholen. Naar aanleiding van de uitkomsten wordt gewerkt aan een trainingsprogramma om in 2022 de niet ICT bekwame medewerkers te scholen. De koplopers op het gebied van ICT worden gefaciliteerd om de kennis en vaardigheden verder te verdiepen zodat zij ook een voortrekkersrol kunnen hebben voor collega’s.

Het afgelopen jaar is er veel aandacht besteed aan het delen van kennis en ontwikkelen van ICT vaardigheden door het delen en beschikbaar stellen van informatie, handleidingen, video’s, workshops, plg’s en het geven van ICT trainingen over onder meer het (samen)werken in Teams, documenten in de Cloud en veilig omgaan met digitale informatie. Zo’n 250 medewerkers hebben training gehad. Informatievoorziening Stuurinformatie is essentieel in het verkrijgen van inzichten in de kwaliteit en opbrengsten binnen het onderwijs. In 2021 is gewerkt om deze in het kader van het 4D-model op schoolniveau en bovenschools niveau inzichtelijk te krijgen. Het verkrijgen en analyseren van deze data is complex en intensief en is daardoor niet altijd tijdig. Om deze informatie eenvoudiger en tijdiger te verkrijgen, betrouwbaar te maken en het voorspellend vermogen te vergroten, is een goede en integrale informatievoorziening noodzakelijk. Hiertoe zijn in 2021 de eerste stappen gezet door de inzet van business intelligence software. Tevens is gestart met de ontwikkeling van een informatievoorzieningsplan welke in 2022/2023 uitgevoerd wordt.

2.3.3. Verantwoording maatschappelijke thema’s Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen Alle nieuwe of gerenoveerde scholen moeten voldoen aan frisse scholen klasse B en BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Ook zijn duurzaamheidsmaatregelen opgenomen in het MJOP waardoor wij op natuurlijke vervangingsmomenten de schoolgebouwen duurzamer maken. Verder ontwikkelen we in samenwerking met energiecoöperaties de zogenaamde postcoderozen waarbij het dak van de school wordt uitgevoerd met zonnepanelen. Het eerste zonnedak van BOOR is op deze wijze uitgevoerd bij de obs De Margriet aan de Nolensstraat. In 2021 zijn de voorbereidingen getroffen om dit samen met “Energie van Rotterdam” te realiseren op nog een drietal daken namelijk die van obs Dakpark, obs de Boog en obs de Vierambacht. In 2021 is de nieuwbouw van Wolfert Lansing in Bergschenhoek opgeleverd. Dit gebouw is een van de meest duurzame schoolgebouwen van Nederland.

Fysieke veiligheid Voor alle locaties binnen BOOR worden keuringen uitgevoerd om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Naast regulier jaarlijks onderhoud worden onderdelen van gebouwen gecontroleerd om de veiligheid te garanderen. Controles op kritische installaties, zoals klimaat, brand en inbraakbeveiliging vinden jaarlijks plaats. Ook de sport en speeltoe-

51

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

stellen worden periodiek gekeurd. Met partijen die de keuringen en controles uitvoeren zijn contracten afgesloten. De onderhouds- en keuringsrapporten worden door de leveranciers opgeslagen in ons Facilitair Management Informatie Systeem (FMIS). Dit FMIS wordt tevens gebruikt door de schooldirecties om incidenten of storingen te melden.

Ventilatie Door de coronapandemie is de aandacht voor de ventilatie van schoolgebouwen sterk toegenomen. Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw, wat bereikt kan worden met natuurlijke en mechanische ventilatie. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. In de huidige situatie wordt er voldoende geventileerd, voornamelijk op natuurlijke wijze. Dit geeft in de winter comfortklachten en een hoge energierekening. Een deel van het probleem wordt opgelost door het grote nieuwbouw- en vervangingsprogramma dat we samen met de gemeente vormgeven, waardoor er een substantieel extra aantal gebouwen gaat voldoen aan de nieuwe ventilatienormen. Er blijven volgens onze berekeningen 32 locaties over waarvoor nog geen nieuwbouw- of renovatieplannen zijn. In totaal gaat het om 455 onderwijsruimten. Er zijn kengetallen ontwikkeld om het investeringsplaatje te kunnen becijferen. vo

(v)so

(s)bao

Aantal locaties

4

5

23

Aantal lokalen

85

61

309

€ 27.500

€ 21.500

€ 21.500

€ 2.337.500

€ 1.311.500

€ 6.643.500

Kosten per lokaal Sectortotaal

Bovenstaande bedragen zijn met een eventuele bijdrage van 30% van het Rijk (SUVIS-subsidie), op korte termijn door BOOR niet op te brengen. De materiele bekostiging is daarvoor simpelweg niet toereikend. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geïnvesteerd in ventilatie. Zonder extra investeringsruimte vanuit Rijk of de gemeente zal BOOR er lang over doen om aan de nieuwe ventilatienormen te voldoen. Dat is niet in het belang van onze leerlingen en onze medewerkers. Voor alle BOOR-scholen zijn CO₂-meters aangeschaft. Met deze melders kan de school steekproefsgewijs metingen in lokalen verrichten. De aanwezigheid van de CO₂-meters heeft er ook toe geleid dat het bewustzijn van de medewerkers ten aanzien van ventilatie is vergroot. In februari 2022 werd bekend dat de Rijksoverheid geld beschikbaar stelt om in iedere klas een CO₂-meters te hangen.

52

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Inkoop In ons inkoopkader is beschreven dat BOOR werkt met 8 ZOE (Zelfstandig Operationele Eenheden). Deze eenheden worden ondersteund door de afdeling Inkoop. Drie keer per jaar wordt er een spendanalyse gemaakt per ZOE en voor de gehele organisatie. In die analyse wordt het percentage onrechtmatigheid voor Europese aanbestedingen in beeld gebracht. Op de inkooppakketten waar de uitgaven het grootst zijn, werd als eerste een aanbesteding georganiseerd. Een grote aanbesteding uit 2021 is die van de inhuur van tijdelijk personeel samen met 26 andere schoolbesturen uit Rotterdam en Den Haag. Het contract is gestart op 1 maart 2021. De onrechtmatigheid op de inhuur van tijdelijk personeel is substantieel gedaald door het gebruik van dit contract. Door het landelijk beeld van een tekort aan onderwijspersoneel blijft het echter een uitdaging om voldoende personeel voor de klas te krijgen. Ook onze partners in de uitzendbranche hebben weinig kandidaten. Andere grote inkooptrajecten in 2021 waren: • Onderhoud en vervanging werktuigkundige installaties voor het (v)so en het (s)bao • Cateringdiensten Wolfert van Borselen scholengroep • Leermiddelen (s)bao en (v)so • Onderhoud en vervanging van zonwering • Aannemer nieuwbouw obs de Plevier • Aannemer renovatie Olympia College • Inkoop en distributie leermiddelen vo

Privacy en informatiebeveiliging Het privacy team, bestaande uit de interne Privacy Officer en de externe functionaris gegevensbescherming en Chief Information Security Officer, heeft in 2021 veel aandacht geschonken aan het verhogen van het volwassenheidsniveau van gegevensbescherming en privacy binnen de scholenorganisatie. Hierin zijn dan ook grote stappen gezet. Informatiebeveiligingsbeleid Naar aanleiding van de IT Security Review en de risicoanalyse die in 2020 door Pinewood is uitgevoerd, is in 2021 opvolging gegeven aan het advies door het opstellen van een vernieuwd Informatiebeveiligingsbeleid. In dit beleid is de organisatie met rollen en verantwoordelijkheden, het proces en de ambitie met betrekking tot informatiebeveiliging beschreven. Het Informatiebeveiligingsbeleid biedt de kaders en uitgangspunten om beveiliging van informatie binnen BOOR te garanderen. Het gaat hierbij om behoud van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie binnen BOOR. Het Informatiebeveiligingsbeleid is van toepassing op alle organisatieonderdelen van BOOR: alle medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers, gasten, bezoekers en externe relaties. Het beleid is gekoppeld aan alle informatie binnen systemen, applicaties en de infrastructuur die vallen onder de verantwoordelijkheid van BOOR.

Het heeft zowel betrekking op gecontroleerde informatie, die door BOOR zelf is gegenereerd en wordt beheerd, als ook op niet gecontroleerde informatie waarop BOOR kan worden aangesproken. Bij BOOR wordt informatiebeveiliging dus breed geïnterpreteerd en omvat hiermee alle organisatorische processen, onderliggende informatiesystemen, informatie en de verwerking daarvan door medewerkers en eventuele externe relaties in de meest brede zin van het woord, ongeacht locatie, tijdstip en gebruikte apparatuur. Het beleid heeft niet alleen betrekking op de verwerking, uitwisseling en opslag van digitale informatie, maar ook op informatie in fysieke (analoge) vorm.

53

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Informatiebeveiligingsplan 2021 Het informatiebeveiligingsplan 2021 beschrijft de voorgenomen maatregelen om de risico’s uit de eerder genoemde analyse te mitigeren. De beveiligingsmaatregelen die in 2021 zijn doorgevoerd zijn samen te vatten in de volgende thema’s: • Beleid-, planvorming en inrichting processen (waaronder het incidentmanagementproces) • Verhogen van informatiebeveiliging- en privacy bewustzijn medewerkers • Extra (gemanagede) toegangscontrole voor vertrouwelijke informatie en applicaties zoals de leerlingvolg- en administratiesystemen • Beveiliging, beheer en monitoring van ICT apparaten en infrastructuren In het plan voor 2022 zijn opnieuw maatregelen benoemd om het beveiligingsniveau nog verder te verhogen. Het verder ontwikkelen van het bewustzijn bij medewerkers is daar een belangrijk onderdeel van. Andere belangrijke andere speerpunten om het niveau van gegevensbescherming en privacy te verhogen: • Verwerkersovereenkomsten. Het beoordelen, laten accorderen en registreren van alle (her)nieuwe verwerkersovereenkomsten binnen BOOR. Er is een inventarisatie gemaakt van ontbrekende verwerkersovereenkomsten om desgewenst het proces op te starten om verwerkersovereenkomsten (opnieuw) af te sluiten.

De aangeboden verwerkersovereenkomsten zijn steeds vaker gebaseerd op het gewenste model verwerkersovereenkomst, conform het Privacyconvenant Digitale Onderwijsmiddelen, wat de kwaliteit van de opzet en inhoud ten goede komt. • DPIA’s (Data Protection Impact Assessments). Het voorbereiden en doorvoeren van DPIA’s vormt een belangrijk instrument om privacyrisico’s te verlagen die gepaard gaan met de verdere digitalisering van onderwijs. De belangrijkste DPIA in 2021 was die voor Google Workspace for Education. In 2022 zullen DPIA’s voor leerlingadministratieen volgsystemen als ParnasSys (1e kwartaal), Magister en Somtoday volgen. • Samenwerkings- en gegevensuitwisselingsovereenkomsten. De uitwisseling van gegevens in het kader van de samenwerking met bijvoorbeeld jeugdgezondheidsorganisaties of op gebied van gemeentelijke projecten, peuteronderwijs en passend onderwijs moet zijn vastgelegd in afspraken en overeenkomsten. • Datalekken. Naast het afhandelen van datalekken conform de datalekmeldplicht zijn er initiatieven ondernomen om de kans op datalekken te verminderen. Denk hierbij aan technische maatregelen die de toegang tot het netwerk beter beveiligen en voorlichting over privacyrisico’s om het veilig digitaal werken te bevorderen.

2.4.

Financieel beleid

2.4.1. Doelen en resultaten in 2021 Het financieel beleid van BOOR is gericht op het maximaal inzetten van middelen voor het onderwijs. Daarnaast geeft het richting en inhoud aan versterking van het weerstandsvermogen als dat nodig en mogelijk is, teneinde risico’s voldoende het hoofd te kunnen bieden. In 2021 is naast de voorbereiding op komende stelselwijzigingen in po en vo en veranderingen op het gebied van de voorziening groot onderhoud met name ingezet op de verdere stroomlijning van de financiële organisatie en het versterken van het weerstandsvermogen. De afgelopen jaren hebben er meerdere verbeteracties plaatsgevonden om de financiële organisatie te stroomlijnen. In 2021 is de ingezette lijn van voorgaande jaren verder doorgezet. Op het gebied van de verdere stroomlijning van de kas- en bankorganisatie kan gemeld worden dat WIS Collect, een systeem om de ouderbijdragen eenvoudig te innen, is geïmplementeerd bij alle scholen in het (s)bao en het (v)so. Ook is de pilot met de Bunqpassen succesvol verlopen (zie ‘terugbrengen aantal schoolrekeningen’ onder paragraaf 2.4.3). Daarnaast is ingezet op het minimaliseren van negatieve rentes door afstorting van saldi boven de € 100.000,- in het schatkistbankieren.

54

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

2.4.2. Opstellen begroting De planning- en controlcyclus van BOOR kan als volgt worden weergegeven:

Jaarlijks wordt een (meerjaren)begroting gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor het maken van de begroting wordt een kaderbrief opgesteld. De kaderbrief geeft inzicht in de beleidsuitgangspunten waar de scholen rekening mee houden bij het opstellen van hun begroting. Enkele belangrijke en richtinggevende kaders zijn: • Strategische kaders zoals opgenomen in de Koers van BOOR; • Inhoudelijke kaders rondom huisvesting, ICT, human resources, onderwijskwaliteit en financiën. • De rendementseis van 1% als een school of sector niet voldoet aan de norm weerstandsvermogen van 10%. Zie voor het weerstandsvermogen de ontwikkeling van de financiële ratio’s in paragraaf 3 continuïteit; • De allocatie van de budgetten bovenschools; • De allocatie van de budgetten voor BOOR Services en Bestuur. De meerjarenbegroting sluit aan bij de strategische plannen van BOOR. De jaarbegroting sluit aan bij de jaarplannen. Dit wordt gerealiseerd doordat de begrotingen opgesteld worden door de scholen, waar ook de uitvoeringsagenda’s van de jaarplannen worden opgesteld. De begroting op stichtingsniveau kan gezien worden als de optelsom van de begrotingen van de scholen, aangevuld met de bovenschoolse begroting en de begrotingen voor BOOR Services en Bestuur.

De kaderbrief en de begroting worden voorgelegd aan diverse gremia binnen de organisatie waaronder de gmr’s, de auditcommissie en het algemeen bestuur. Vanuit haar toezichthoudende taak keurt de gemeente Rotterdam de begroting goed. Na het opstellen van de begroting wordt tweemaal per jaar een voortgangsrapportage gemaakt inclusief forecast. De planning- en controlcyclus sluit met het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening. Deze rapportages worden besproken in de verschillende gremia. Vervolgens dienen deze rapportages als verantwoording richting de gemeente Rotterdam vanuit haar toezichthoudende taak.

55

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

2.4.3. Verantwoording maatschappelijke thema’s Treasury Treasury heeft bij BOOR primair als doel het tijdig kunnen voldoen aan verplichtingen, het beheersen van de financiële risico’s en secundair het reduceren van de financieringskosten, oftewel het waarborgen van de financiële continuïteit van de organisatie. In het geval van (tijdelijke) overtollige middelen kan dit aanleiding zijn om een deel van de beschikbare middelen liquide aan te houden en het resterende deel zodanig te beleggen dat dit in principe zonder al te veel kosten snel liquide te maken is. Hieronder wordt ook verstaan het uitzetten van liquide middelen op een deposito of andere spaarvorm. In principe streven we naar een zo laag mogelijk saldo van direct beschikbare en dus liquide middelen. De uitgangspunten bij deze beleggingen sluiten volledig aan bij de criteria van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. Bij het voeren van het treasury-beleid zijn de volgende treasury-instrumenten toegestaan: • Onderhandse geldleningen • Rekening-courant krediet • Kasgeldleningen • • • • •

Deposito’s Obligaties (Hypothecaire) leningen Operational Lease Financial Lease

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het treasurybeleid ligt bij het college van bestuur, het (bovenschools) management, het team Control en medewerkers van het team Financiën. Het besluit tot het aangaan van kredietovereenkomsten wordt genomen door het college van bestuur, met uitzondering van geldleningen boven een miljoen euro, hiervoor is goedkeuring van het algemeen bestuur en de gemeente nodig. Treasurystatuut Het treasurystatuut is het laatst aangepast in 2016, naar aanleiding van de invoering van Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. Sinds de laatste herziening zijn er verschillende wijzigingen doorgevoerd op het gebied van treasury binnen BOOR die nog niet verankerd waren in het treasurystatuut. Het statuut is daarom in 2021 geactualiseerd. Op 16 februari 2022 heeft het algemeen bestuur ingestemd met de wijzigingen. De belangrijkste wijzigingen zijn: • Toevoeging van schatkistbankieren; • Verankering van de Algemene richtlijnen vanuit de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’; • Nadere invulling van de richtlijnen en kaders voor inzet van treasury instrumenten; • Een verheldering van de taakverdeling tussen afdeling financiën en afdeling control. Treasuryverslag In 2021 lag de focus – naast het reguliere liquiditeitsbeheer – op het verder terugdringen van het aantal schoolrekeningen en het continueren van schatkistbankieren.

Terugbrengen aantal schoolrekeningen In 2018 is een project gestart om het betalingsverkeer meer te uniformeren, het gebruik van contant geld te beperken en het aantal schoolrekeningen terug te brengen. Dit betreft zowel het terugbrengen van het aantal Rabobankrekeningen als het opheffen van de niet-Rabobankrekeningen. De focus lag op de digitale inning van ouderbijdragen. In 2021

56

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

zijn de laatste scholen aangesloten op het digitale platform van WIS Collect om de ouderbijdragen te innen. Tevens is in 2020 een pilot gestart met Bunqpassen. Deze passen zorgen voor een eenvoudige financiële en administratieve afhandeling van inkopen door scholen. De uitkomsten van de pilot waren positief zodat in 2021 is gestart met de bredere invoering. Eind 2021 maken al 32 scholen gebruik van deze Bunqpassen. Dit traject zorgt ervoor dat het aantal bankrekeningen sterk teruggebracht zal worden. Schatkistbankieren In het voorjaar van 2019 is BOOR overgegaan tot Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën. De publieke middelen van de hoofdrekening van BOOR zijn vanaf 2019 gekoppeld aan de Schatkist. BOOR heeft een kredietfaciliteit van € 23,7 miljoen bij de Staat der Nederlanden.

Beleggingen en leningen In de toelichting op de balans is een overzicht gegeven van de liquide middelen op bankrekeningen en bij schatkist-bankieren. Tevens is in de toelichting op de balans een overzicht opgenomen van de lang- en kortlopende schulden.

Coronacrisis De coronacrisis heeft de afgelopen twee jaar een zeer grote impact gehad op de scholen en daarmee ook op het bestuur. Uiteraard is deze impact eerst en vooral zichtbaar in het onderwijs. Zie hiervoor de risico-paragraaf, onderdeel 2.5.2.. Ook vanuit financieel perspectief heeft corona invloed. BOOR heeft in dit kader extra subsidies voor inhaal en ondersteuning ontvangen. Ook zijn ROB-activiteiten deels anders uitgevoerd. Waar mogelijk gaat de gemeente coulant om met de subsidieaanvragen en verantwoording. Net als in 2020 is er sprake van hogere kosten voor schoonmaak. Deze kostenstijging is zichtbaar binnen de schoonmaakmiddelen, maar ook op de inzet van medewerkers voor de schoonmaak. Ook zien we dat corona zorgt voor versnelling van investeringen in ICT. Op het gebied van verzuim heeft corona eveneens impact, immers bij klachten worden medewerkers al geacht thuis te blijven. In 2020 en 2021 is de nodige ervaring opgedaan met thuisonderwijs, dit wordt ook ingezet als medewerkers met klachten thuis moeten blijven, maar nog wel kunnen werken. Deze ervaringen hebben de kwaliteit van het thuisonderwijs verder versterkt. De extra kosten voor verzuim door extra inhuur worden hierdoor zoveel mogelijk beperkt. De coronacrisis zorgt ook voor extra investeringen in het binnenklimaat van gebouwen. Zie voor een verdere toelichting paragraaf 2.3.3.

Evenals in 2020 is er sprake van lagere ouderbijdragen en bijbehorende uitgaven als gevolg van het annuleren van schoolreisjes en andere (buitenschoolse) activiteiten.

Allocatie van middelen In de kaderbrief zijn de kaders en beleidsuitgangspunten voor allocatie van baten en lasten opgenomen. Het beleidsuitgangspunt voor de allocatie van middelen is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de beslissingsbevoegdheid en dus ook de bijbehorende budgetten op een zo laag mogelijk niveau binnen de organisatie worden belegd. Binnen BOOR wordt basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs aangeboden. De verschillende financiële stromen zijn gescheiden. De Rijkssubsidies worden, na bekostiging van BOOR Services en Bestuur, volledig toegekend aan de sectoren en scholen. Scholen vragen voor specifieke doeleinden subsidies aan, deze worden uiteraard volledig gealloceerd naar de scholen, de uitgaven als gevolg van die subsidies worden daar ook gedaan.

57

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Alhoewel het subsidiariteitsprincipe leidend is, is een aantal zaken bovenschools of op stichtingsniveau georganiseerd. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn, verschilt per sector. Deels komt dit door de aard van de sectoren, deels omdat het historisch op een bepaalde manier gegroeid is. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn kan in de loop van de tijd veranderen. Binnen BOOR Services wordt ondersteuning gegeven aan de sectoren en scholen op de gebieden onderwijskwaliteit, ICT, HR, huisvesting en inkoop en financiën. Nadere inzichten in de verdeling van middelen tussen bestuur, BOOR Services en de sectoren is opgenomen in het onderdeel ‘verantwoording van de financiën’.

Convenantsmiddelen In 2019 en 2020 zijn er middelen ontvangen voor werkdrukverlichting. De niet bestede gelden, binnen de sector vo, zijn doorgeschoven naar 2021. Deze middelen zijn in 2021 hoofdzakelijk ingezet om piekmoment tijdens drukke toetsen examenperiodes op te vangen.

Onderwijsachterstandenmiddelen De middelen voor onderwijsachterstanden worden gealloceerd op basis van de schoolscores van het CBS. Dit is in lijn met het beleidsprincipe op basis van het subsidiariteitsprincipe. De keuze voor deze wijze van alloceren is verankerd in de kaderbrief en daarmee in de reguliere besluitvorming. Scholen krijgen hun middelen voor onderwijsachterstanden bij het totale lumpsum bedrag toegewezen. Jaarlijks wordt scholen gevraagd een SWOT-analyse te maken in hun jaarplan. Een belangrijke vraag hierbij is: welke doelgroep (leerlingen) heb ik op school, en hoe moet ik het geld wat ik tot mijn beschikking heb dusdanig inzetten dat ik het onderwijs realiseer dat voor mijn specifieke schoolsituatie noodzakelijk is? Er wordt dan vooral gekeken naar leerlingaantal, schoolscore en VVE-indicatie etc. We vragen van onze scholen om specifiek naar hun eigen school te kijken en vanuit de analyse (opbrengsten) te duiden. Bij BOOR heeft de sector (s)bao een grote groep scholen (32 van de 65 scholen) die een schoolscore van 35 of hoger hebben. Deze scholen typeren al hun leerlingen vaak als achterstandsleerlingen en daarmee wordt de inzet van de achterstandsmiddelen veel meer een onderdeel van het totale budget.

De volgende maatregelen worden door deze scholen genomen: • Klassenverkleining (dus inzet van meer fte personeel om de groepsgrootte kleiner te kunnen houden); • Inzet van klassen-assistenten (grotendeels in de onderbouw); • Specifieke materialen en scholing, denk aan ondersteunende taal- en rekenmethoden aanvullend op de bestaande methoden; • Inzet van externe specialisten; • Bezoeken aan onder anderemusea ter ondersteuning van het lesprogramma (kinderen de echte wereld laten ontdekken en de woordenschat-netwerkstructuur te ondersteunen). Voor deze maatregelen wordt gekozen omdat: • Klassenverkleining: De veronderstelling is dat met een bepaalde groepsgrootte beter tegemoet kan worden gekomen aan de onderwijsbehoefte van achterstandsleerlingen. Als de analyse is dat een grote groep kinderen verlengde instructie nodig heeft, is het zeer moeizaam om dit te realiseren in een groep van 30 leerlingen; • Als de analyse is dat veel kinderen de school instromen en het Nederlands nog onvoldoende machtig zijn, wordt er eerder gekozen voor de inzet van een onderwijsassistent in de onderbouw. Hierdoor is het voor leerkrachten organisatorisch beter realiseerbaar om veel kleine kringactiviteiten aan te bieden om jonge kinderen te ondersteunen bij het uitbreiden van de woordenschat en het creëren van een taal- en rekenrijke leeromgeving;

58

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

• Extra materiaal wordt ingezet om de achterstandsleerlingen extra ondersteuning te bieden om de achterstand op het taal- en rekenonderwijs in te lopen; • Inhuur van externen en het bezoeken van externe locaties (denk aan musea, maar ook het strand, de duinen en het bos) heeft als doel achterstandsleerlingen kennis te laten maken met een wereld die hen van huis uit niet vanzelfsprekend geboden wordt.

Subsidie onderwijsachterstanden als gevolg van corona Subsidies in het kader van de regeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs zijn aangevraagd en ingezet op basis van concrete plannen van scholen. Deze subsidies zijn specifiek bedoeld om leerlingen in kwetsbare positie met een onderwijsachterstand of een vergroot risico op leer- en ontwikkelachterstanden, veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke sluiting van scholen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus, te ondersteunen.

Subsidie NPO De verantwoording van de subsidie NPO is terug te vinden in paragraaf 2.1.1.

2.4.4. Toekomstige ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen zal invloed hebben op het toekomstige (financiële) beleid van BOOR: • Nieuwe regelgeving over de opbouw en verwerking van de voorziening voor groot onderhoud. De verwachting is dat er een substantiële verschuiving zal plaatsvinden van het eigen vermogen (weerstandsvermogen) naar het vreemd vermogen (voorzieningen). Deze wijziging zal per 2023 ingaan. • Voor zowel het voortgezet onderwijs als het primair onderwijs zal er een vereenvoudiging van de Rijksbekostiging plaatsvinden. Het aantal variabelen waarop de bekostiging wordt gebaseerd, wordt drastisch teruggebracht. Een verandering van de bekostiging brengt verschillen met zich mee, daarom zal er een geleidelijke overgang plaatsvinden. De nieuwe bekostiging voor het voortgezet onderwijs is met ingang van 1 januari 2022 ingegaan en de nieuwe bekostiging voor het primair onderwijs zal ingaan op 1 januari 2023. • De vereenvoudiging van de bekostiging in het po, die in 2023 in zal gaan, heeft tot gevolg dat de vordering op OCW komt te vervallen. Deze vordering ontstaat doordat het Rijk in de maanden augustus tot en met december minder dan 5/12 van de bekostiging verstrekt. Het vervallen van de vordering heeft invloed op het weerstandsvermogen. De sector heeft bij OCW aangedrongen op een goede overgangsregeling. Vooralsnog komt deze er niet.

Wel zal de Inspectie de komende vijf jaar niet handhaven indien, als gevolg van deze verandering, het weerstandsvermogen van de scholen onder de 5% uitkomt. Dit kan er mogelijk toe leiden dat investeringen worden uitgesteld of dat er moet worden bezuinigd om weer aan de norm voor het weerstandsvermogen te voldoen. Om de gevolgen deels te kunnen opvangen is een bestemmingsreserve gevormd van € 3 miljoen. Zie hoofdstuk 3 voor de prognose van ons weerstandsvermogen de komende jaren. • Transitie bedrijfsvoering: in 2021 is gestart met het in kaart brengen van alle ondersteunende PIOFACH-functies. Op basis van een extern advies over de verbetermogelijkheden met betrekking tot de inrichting van onze bedrijfsvoeringsprocessen zal een verbetertraject worden ingericht onder leiding van een programmadirecteur. Het doel van deze transitie is het optimaliseren van de bedrijfsvoering en het mogelijk vrijspelen van middelen ten gunste van het onderwijs. • De komende jaren staan in het teken van nieuwbouw en renovatie bij BOOR. Meer dan twintig scholen zullen een nieuw gebouw krijgen. Deze nieuw- en verbouwactiviteiten brengen risico’s met zich mee, maar zullen, mede gezien de discussie in het kader van de werkgroep voorziening groot onderhoud, leiden tot meer investeringen en daarmee verwachte hogere afschrijvingen.

In het verlengde daarvan is er als gevolg van de huidige coronacrisis veel extra aandacht voor het binnenklimaat van scholen. Er zullen waarschijnlijk investeringen in klimaatinstallaties moeten plaatsvinden. Onderwerp van gesprek is de financiering van deze installaties.

59

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

2.5.

Risico’s en risicobeheersing

In deze paragraaf worden de verplichte onderdelen behandeld uit hoofdstuk B Overige rapportages zoals beschreven in de de handreiking continuïteitsparagraaf.

2.5.1. Intern risicobeheersingssysteem Alle gebeurtenissen die BOOR kunnen hinderen om de strategische doelstellingen te behalen worden als risico’s beschouwd. Om inzicht in en grip op de risico’s te houden, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Dit omvat niet alleen het tijdig signaleren en identificeren van potentiële dreigingen, maar vooral het met een bepaalde mate van zekerheid ervoor zorgen dat ze binnen aanvaardbare proporties blijven.

2.5.2. Belangrijkste risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van coronavertragingen, personeel en bedrijfsvoering. Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze een essentiële impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs zoals wij dit op onze scholen willen bieden. Die onderwijskwaliteit is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende en goed personeel en vraagt om een efficiënte wijze van uitvoering met ondersteuning van een goede bedrijfsvoering. Om die reden kijken we ook met zorg naar de onderlinge afhankelijkheid van de risico’s en eventuele beheersmaatregelen

Coronavertragingen De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Ondanks dat scholen hard gewerkt hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van leerlingen is in het afgelopen jaar bij veel leerlingen een vertraging op hun individuele leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden is een omvangrijk meerjarenprogramma gestart: het NPO. Dit plan ondersteunt het herstel van de coronagerelateerde vertragingen in het onderwijs binnen 2,5 jaar, met aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van leerlingen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Iedere school heeft aan de hand van een probleem- en behoefteanalyse (‘schoolscan’) een schoolplan met maatregelen opgesteld voor de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023. • Per sector is in kaart gebracht welke interventies worden ingezet ten aanzien van deze achterstanden. De scholen pakken de uitvoering van het NPO gezamenlijk op binnen hun sector en leren op die manier van elkaar. Voor het (s)bao en (v)so worden hiervoor waar mogelijk de structuren van het programma ‘Anders organiseren’ benut.

• Voor de uitvoering zijn zowel op landelijk- als op gemeentelijk niveau additionele middelen beschikbaar gesteld. • In paragraaf 2.1.1 rapporteren we over de aanpak en resultaten.

Personeel Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. De risico’s en onzekerheden op het gebied van Personeel ervaren we op verschillende vlakken. Enerzijds heeft dit risico betrekking op het kunnen beschikken over voldoende en van voldoende kwalitatief goed personeel en anderzijds heeft het risico betrekking op het behouden en duurzaam inzetbaar houden van de bestaande medewerkers. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote lerarentekorten, onder andere door een relatief grote uitstroom van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en onvoldoende instroom vanuit de pabo’s en lerarenopleiding. De urgentie is groot. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. Door

60

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

het NPO zien we dat het tekort verder oploopt. Veel scholen gebruiken het tijdelijke NPO-geld voor extra handen in de klas of hebben tijdelijke functies gecreëerd om leerlingen met achterstanden te begeleiden. De vraag naar leerkrachten is daardoor gegroeid en komt bovenop het tekort dat er al was. Daarnaast zien we bij scholen met een complexe leerlingpopulatie veel leerkrachten vertrekken naar scholen waar je voor hetzelfde salaris minder werkdruk hebt. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn zorgelijk. Met name in de grote steden. Hierbij liggen de uitdagingen in het po net anders dan in het vo. Dit heeft ook de landelijke aandacht. Inmiddels zijn additionele budgetten vrijgemaakt om een arbeidsmarkttoeslag te kunnen toekennen aan het personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt voor de grote steden om het onderwijs anders te organiseren. Dit verlicht de druk op de begroting en maakt de uitvoering van het slim anders organiseren van het onderwijs mogelijk. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog.

De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Meer differentiatie in de taakverdeling in het basisonderwijs, waardoor de continuïteit en kwaliteit niet alleen afhankelijk is van bevoegde leerkrachten. Leerkrachten zijn nog steeds de spil van het onderwijs, maar kunnen zich doordat ze worden ondersteund door andere onderwijsprofessionals, richten op de kern van hun vak: het ontwikkelen en geven van onderwijs. Er ontstaat dan ook ruimte voor specialisaties en in combinatie met loopbaanpaden gekoppeld aan functiebeschrijvingen en salarisschalen biedt dit nieuwe loopbaanperspectieven (uitvoering Programma Anders Organiseren / noodplan Slim Organiseren po en so Rotterdam). Zie ook paragraaf 2.4.4 onderdeel Anders organiseren; • Gezamenlijke reactie richting de minister van Onderwijs op het coalitieakkoord vanuit het G5 Besturenoverleg om de impact van het lerarentekort in de grote steden te benadrukken vanuit de vertegenwoordiging van de samenwerkende schoolbesturen in Almere, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht; • Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten.

Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs; • Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot; • Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers. Zie ook paragraaf 2.2.2 onderdeel Strategisch Personeelsbeleid; • Uitvoering leiderschapstrajecten interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn; • Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.

Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. Onderzoeksbureau McKinsey berekende in 2020 in opdracht van ocw dat de bekostiging voor het funderend onderwijs toereikend is voor niet meer dan het realiseren van de basiskwaliteit. Het is niet voldoende voor de hogere ambities die voor het onderwijs gelden. Om daaraan te kunnen voldoen zijn extra investeringen noodzakelijk. Voor de korte termijn zijn relatief forse budgetten beschikbaar gesteld in het kader van het NPO om door corona opgelopen onderwijsachterstanden in te lopen en kansenongelijkheid te verkleinen. Deze middelen worden ook ingezet om een duurzaam verbetereffect te bewerkstelligen. Dit vraagt om professionele schoolteams en leiding om dit zelfstandig te kunnen uitvoeren.

61

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de gestegen energiekosten en de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit (ventilatie-investeringen) en duurzaamheid. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog. De beheersing van deze risico’s is cruciaal omdat ze ons in staat stellen om effectief en efficiënt te werken zodat voldoende tijd en middelen beschikbaar te maken om aan de ontwikkeling en levering van een goede kwaliteit onderwijs. Daarnaast zien wij risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud, anticiperend op het vervallen van de overgangsregeling in 2023 (RJO artikel 4 lid 1). • Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan. • Uitwerking van het meerjarig ventilatieplan (incl. financiële impact daarvan). Zie ook paragraaf 2.3.3 onderdeel Ventilatie.

• Additionele investeringen om te komen tot een tempoversnelling van het meerjarig ICT programmaplan, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen. Zie ook paragraaf 2.3.2 onderdeel ICT. • Uitvoering van een meerjarig programma ‘transitie Bedrijfsvoering’. Lonkend perspectief is te komen tot een Bedrijfsvoering die: weinig aandacht vraagt, wendbaar is, ruimte biedt voor investering en innovatie, staat voor een goede kwaliteit van de dienstverlening en grote slagkracht geeft voor het geheel én voor de individuele scholen. Dat er een duidelijker onderscheid komt tussen kaderstelling, uitvoering en controle. Hiervoor is nodig dat we de bedrijfsvoering anders gaan organiseren. Binnen de afgesproken kaders kan de bedrijfsvoering vervolgens zowel centraal als decentraal worden georganiseerd. Hiertoe is per o.a. 1 januari 2022 een programmadirecteur transitie Bedrijfsvoering gestart en zijn we een traject gestart om te komen tot een 0-meting (Bedrijfsvoeringsfoto, inclusief duiding volwassenheidsniveau). Zie ook paragraaf 2.4.4 onderdeel Transitie Bedrijfsvoering.

Actuele gebeurtenis Een nieuwe gebeurtenis die onze wereld op 24 februari 2022 is binnengedrongen, is de oorlog in Oekraïne. De gemeente Rotterdam heeft een coördinerende rol op zich genomen ten aanzien van het onderwijs aan Oekraïense kinderen en jongeren voor de eerste opvang en de zomervakantie. Dit geeft ons de tijd om de instroom van Oekraïense leerlingen in de internationale schakelklassen vo en het nieuwkomersonderwijs in het po voor te bereiden. Voor dit moment zijn de gevolgen voor onze scholen klein. De materiele gevolgen (o.a. deels hogere energielasten) lijken voor 2022 beheersbaar door vastgelegde contractprijzen. Als het wettelijk kader verandert, volgen wij daarin. Op langere termijn kan dit wellicht materiele impact hebben. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet en passen ons inkoopbeleid waar nodig hier op aan.

62

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

3. Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële staat van BOOR. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van het afgelopen boekjaar en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van de stichting aan bod.

Ontwikkelingen in meerjarig perspectief De coronacrisis heeft de afgelopen twee jaren een grote impact gehad op de organisatie als geheel. In versneld tempo zijn de scholen overgestapt naar een combinatie van afstandsonderwijs en onderwijs in de klas. De afgelopen jaren zijn extra investeringen gedaan om dit mogelijk te maken voor medewerkers en voor kinderen. Afgelopen jaar zijn er evenals in 2020 periodes geweest met thuisonderwijs. Aan de inkomstenkant zien we dat de coronacrisis een positieve invloed heeft. De Rijksbekostiging en de gemeentelijke subsidies blijven in stand en daarnaast zijn extra subsidies verkregen om opgelopen leerachterstanden in te lopen (IOP) en dankzij het NPO wordt komende jaren in totaal 8,5 miljard in het onderwijs geïnvesteerd. De extra middelen zijn gericht op het herstel en de ontwikkeling van het onderwijs. Tegelijkertijd zien we aan de kostenkant dat de coronacrisis zorgt voor extra uitgaven. Hierbij kan gedacht worden aan de vervanging van zieke docenten, kosten van schoonmaak en het beschikbaar stellen van mondkapjes. Tevens bestaat er nog onzekerheid over investeringen in ventilatie en luchtbehandelingssystemen. 2021 is net als eerdere jaren een bijzonder jaar in financiële zin. De NPO baten die in 2021 ontvangen zijn, zijn deels bedoeld voor het gehele schooljaar 2021-2022.

Conform de regelgeving moesten deze baten in 2021 verantwoord worden, terwijl de lasten tegenover deze baten deels in 2022 vallen. Voor 2021 geeft het resultaat dan ook een sterk vertekend beeld. De extra baten uit 2021 zijn opgenomen in een bestemmingsreserve. In de financiële overzichten presenteren wij een aanvullend resultaat, waarbij een bestemmingsreserve is gevormd voor de in 2022 geplande bestedingen, zodat een zuiver en vergelijkbaar resultaat wordt getoond.

Het lerarentekort is nog steeds actueel In de risicoanalyse van BOOR is het lerarentekort nog steeds een van de grootste benoemde risico’s. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn nog zorgelijk. Met name in de grote steden. Meerjarige ontwikkeling Het meerjarige vooruitzicht van BOOR kan tot uitdrukking worden gebracht in een aantal kengetallen, cijfers en indicatoren. Hierna gaan we kort in op de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen, het aantal personeelsleden, de financiële resultaten, de kasstromen en de ontwikkeling van onze balans en financiële positie.

63

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Ontwikkeling leerlingenaantal De ontwikkeling van de leerlingenaantallen zoals ook vastgelegd in het jaarplan 2022 is per sector als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Aantal leerlingen Teldatum Sector (speciaal) basisonderwijs Sector (voortgezet) speciaal onderwijs Totaal primair onderwijs Teldatum Sector voortgezet onderwijs Totaal

2021 1-10-2020 17.191 2.134 19.325 1-10-2020 10.914 30.239

2022 2023* 2024* 2025* 2026* 1-10-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 16.542 17.464 17.490 17.547 17.643 2.271 2.365 2.358 2.363 2.363 18.813 19.829 19.848 19.910 20.006 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 11.128 11.250 11.451 11.657 11.864 29.941 31.079 31.299 31.567 31.870

* = prognoses Bron: 2021 betreft het werkelijk aantal leerlingen per 1 oktober van het jaar ervoor, de aantallen 2022 t/m 2026 zijn gebaseerd op prognoses uit het jaarplan 2022.

Voor de komende jaren verwacht BOOR dat de leerlingaantallen zullen toenemen. In het primair onderwijs is eerst sprake van een daling van de leerlingaantallen. Dit is onder meer het gevolg van het sluiten van twee scholen. Vanaf 2023 lijkt de ontwikkeling positief echter de exacte ontwikkeling is zeer onzeker en hangt af van demografische ontwikkelingen, ontwikkeling van het belangstellingenpercentages en het aantal scholen dat gaat samenwerken met andere scholen cq. dat gaat sluiten. Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Voorheen was de teldatum 1 oktober. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel een stijging in het leerlingenaantal verwacht te worden. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het vo prognosticeert, rekening houdend met demografische ontwikkelingen, een meerjarige stijging vooral als gevolg van de ingebruikname van nieuwe gebouwen en conceptwijzigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=673e7984-5953-475d-97f9-d29ef70c8892