CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003671] Bijlage 3 behorende bij 22bb3639 over Bijlage bij UD5142: Jaarverslag en jaarrekening 2021

Tijdelijke commissie Sociaal (2022-2026) 8 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs41.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Doel 9: Samenhang versterken

vo

We verbeteren het zicht op de onderwijskwaliteit door een verbreding en verdieping van de sturingsinformatie, waarmee de samenhang tussen scholen en het bestuur in 2021 aantoonbaar wordt versterkt.5 Het vo werkt met behulp van een systeem van kwaliteitszorg aan de ontwikkeling van onderwijskwaliteit. In de kaderregeling bovenschoolse kwaliteitszorg is opgenomen wat gemeenschappelijke kaders zijn. Het vo heeft in 2021 aan de kaderregeling bovenschoolse kwaliteitszorg vo een normeringskader toegevoegd inclusief standaarden van de onderwijsinspectie. Er zijn ook HR-normen toegevoegd (nog niet definitief). De bestaande lijst met inspectiecriteria is doorontwikkeld tot een beoordelingslijst voor de vo-scholen. Het vo heeft een dashboard ontwikkeld waarmee de kwaliteit van de informatie over het functioneren van scholen is verbreed en verbeterd. Zodoende is het vroeg signaleren van vraagstukken versterkt, en daarmee ook de mogelijkheden van het bestuur en de schooldirecties om gericht te interveniëren. Eind 2021 werkt de sector aan uitbreiding van het normeringskader op het gebied van HR-beleid. De bevindingen uit de beoordelingslijst, de zelfreflectie en het dashboard worden besproken door de leiding van de scholen en door het bestuur met de rectoren.

Daarmee is het zicht op de kwaliteit van de scholen verbeterd en heeft het data-geïnformeerd en cyclisch werken een mooie verbeterslag gemaakt.

Doel 10: Dialoog

vo

We investeren in het voeren van dialoog in de scholen. In alle vo-scholen is ruimte voor ontmoeting met andere leerlingen door projectonderwijs, samenwerkingsopdrachten, leerlingpanels en leerlingraden waarbij dialoog voorop staat. Elke school/scholengroep legt daarbij nog een eigen accent. Voorbeelden zijn debatgroepen, internationale ontmoeting, “student-led-conferences” waarbij leerlingen hun eigen leerproces presenteren, wereldklassen, culturele activiteiten en aandacht voor het democratisch proces.

5

26

Dit doel is uitgewerkt in zeven subdoelen op gebied van kwaliteitsbeleid, zie jaarplan 2021.

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Doel 11: Burgerschapsvorming

vo

We onderzoeken deelname aan het programma CmK3 voor (een deel van) onze scholen.

Doel 12: Leerlingparticipatie

vo

We maken een plan voor de verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie. De achterliggende tijd is meer en meer nadruk komen te liggen op burgerschapsvorming. Alle vo-scholen hebben hier ruim aandacht voor. Leerlingpartcipatie vindt plaats op alle scholen. Enkele voorbeelden daarvan zijn: • Maatschappelijke stages in bijvoorbeeld Roemenië en Bosnië om huizen te bouwen en te renoveren; • Het vak maatschappijleer in mavo, havo en vwo waarbij onder andere politieke besluitvorming, rechtsstaat en pluriforme samenleving belangrijke thema’s zijn; • Leerlingen bezoeken met ProDemos Den Haag; • Debatteren bij Nederlands en andere vakken; • Nabootsen van de VN via Model United Nations; • Klassenvertegenwoordigers, leerlingenraden en leerlingengeledingen in de (g)mr. Door de aanhoudende druk en focus op andere onderwerpen (met name door corona), is op deze twee doelen uit het jaarplan echter minder inspanning gepleegd dan beoogd. Deelname aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) bleek niet haalbaar. Verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie blijft wel een belangrijk onderwerp in de sector, maar tot het schrijven van een plan is het niet gekomen.

Doel 13: Versterking samenwerking

vo

Door middel van verschillende acties versterken we de onderlinge samenwerking en de samenwerking met andere sectoren. Binnen het vo wordt op meerdere manieren de samenwerking onderling en met andere sectoren bevorderd. Er zijn structurele netwerken die gezamenlijk werken aan een onderwerp, bijvoorbeeld de toetsing en examinering of de leerlingenzorg. Ook de onderwijscommissie van het vo voorziet in de behoefte van scholen aan uitwisseling van kennis en ervaring. Zo besteedde de commissie in 2021 aandacht aan de aanpak van de gevolgen van de coronamaatregelen (het NPO), de leerweg in het vmbo gl en tl, waarmee scholen vanaf 2024 voor alle leerlingen een praktijkgericht programma aanbieden. Binnen het vo was er in februari een succesvolle online studiemiddag. De bijeenkomst droeg duidelijk bij aan elkaar beter leren kennen en sectorbrede kennisdeling. Een studiebijeenkomst die plaats zou vinden in het najaar gericht op de zorg voor de leerling is vanwege coronamaatregelen uitgesteld naar het voorjaar van 2022. Samenwerking met andere sectoren gebeurt daarnaast onder meer via samenwerkingsstructuren vo – mbo en vo – ho. Vanuit het onderzoek naar schooladvisering vonden er twee plg-bijeenkomsten plaats met zowel collega’s uit het sbao, so als vo.

Ook is er een bijeenkomst in voorbereiding omtrent de doorgaande leerlijn po-vo waarin collega’s uit de verschillende sectoren met elkaar uitwisselen op het gebied van onder andere taal. De bijeenkomst vindt in het voorjaar van 2022 plaats. Zie ook doel 21.

27

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Doel 14: Borging kwaliteitsbeleid

(s)bao

We werken op basis van een kwaliteitsborgingssysteem (opbrengstgesprekken, summatieve audit) en gebruiken het 4d-model om tot doelen en acties te komen op school- en sectorniveau.

Het 4D-model Binnen BOOR werken we met het 4D-model. Dit wordt nader omschreven in paragraaf 2.1.1. Op het niveau van de scholen werken we met opbrengstgesprekken en audits.

Het opbrengstengesprek Afgelopen schooljaar hebben de opbrengstengesprekken voor het eerst plaatsgevonden op basis van de analyse van de onderwijsresultaten van de (s)bao scholen, gebaseerd op de schoolfoto uit het datadashboard. Dit gebeurde tussen de schoolleider, bovenschoolse directeur en adviseur onderwijskwaliteit. Tijdens al deze gesprekken hebben de scholen hun opbrengsten langs de lijn van het 4D-model gepresenteerd. Daarnaast hebben zij input gekregen op basis waarvan zij op de korte- en lange termijn aanpassingen hebben kunnen doen in hun eigen systematiek. Op basis van de ervaringen van deze ronde opbrengstengesprekken met de scholen, is er geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie is de Factsheet Opbrengstengesprek aangepast en is er een format en een leidraad ontwikkeld voor de schoolanalyse op basis waarvan de school de schoolanalyse aan de hand van het 4D-model kan vormgeven. Al deze documenten zijn terug te vinden op BOORconnect op de pagina van het kwaliteitshandboek.

De audits De auditsystematiek is eveneens doorontwikkeld en kent vanaf het schooljaar 21-22 twee verschillende varianten, die achtereenvolgens variant 1 en variant 2 worden genoemd. De Factsheet Audit is hierop ingericht. Variant 1 Auditvariant 1 wordt door het kernteam uitgevoerd. Dit kernteam bestaat uit de bovenschools directeur en de betrokken adviseurs van BOOR Services. Bij deze variant wordt door het kernteam een oordeel gegeven op de volgende standaarden van de Inspectie OP2 (Zicht op ontwikkeling en begeleiding), OP3 (Pedagogisch-didactisch handelen), VS1 (veiligheid) en VS2 (schoolklimaat). Deze variant heeft dus een summatief karakter en geeft altijd input voor de school om aanpassingen te doen in de eigen systematiek. Variant 2 Auditvariant 2 wordt door een auditteam uitgevoerd, samengesteld uit de adviseur OK, adviseur HR en twee directeuren uit de scholengroep. Bij deze variant formuleert de te bezoeken school een onderzoeksvraag gerelateerd aan de standaarden uit het onderzoekskader. Aan het eind van het bezoek krijgt de school een reflectieverslag naar aanleiding van deze gestelde onderzoeksvraag. Deze input gebruikt de school om aanpassingen te doen in de eigen systematiek. De auditsystematiek kent een tweejarige cyclus, waarbij iedere school tenminste 1 keer per twee jaar wordt bezocht door het kernteam.

Doel 17: Bestrijding achterstanden We houden de wijze waarop we onze achterstandsmiddelen inzetten tegen het licht en wisselen actief kennis en informatie uit over de wijze waarop deze effectief en ‘evidence informed’ kunnen worden ingezet. We werken vanuit een visie en een kwaliteitskader aan de verbetering van het onderwijs aan het Jonge Kind.

28

(s)bao

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Het afgelopen schooljaar is in de scholengroep actief kennis uitgewisseld omtrent het wegwerken van onderwijsachterstanden en de inzet van effectieve interventies in het kader van het NPO. Deze achterstanden en het al dan niet gerealiseerde herstel zijn in kaart gebracht door een externe partij (Leeruniek). Hieruit blijkt dat BOOR scholen meer herstel tonen dan het landelijk beeld. De analyses en de kennisuitwisseling hebben uiteindelijk hun beslag gekregen in de cyclus (menukaart, zelfscan) ten behoeve van het nieuwe jaarplan. Om tot een hoge kwaliteit van dit jaarplan te komen, is tijdens een scholengroepbijeenkomst actief kennis uitgewisseld tussen de afdeling Onderwijskwaliteit en schoolleiders. Ook zijn er meerdere schrijfsessies geweest, waarin uitwisseling heeft plaatsgevonden tussen schoolleiders en onderwijskwaliteitsadviseurs. Tot slot hebben schoolleiders actief meegedaan aan een aantal webinars die hierover zijn georganiseerd door Edulab. Kennis ten behoeve van effectieve inzet van achterstandsmiddelen en effectief onderwijs aan het jonge kind is vastgelegd in de rapportage jonge kind en het nieuwe kwaliteitskader VVE dat de schoolbesturen en de gemeenten op 16 november 2021 in de sectorkamer hebben vastgesteld.

Deze kennis is gedeeld met de scholen die meegedaan hebben aan het onderzoek ‘Hoe is het met het jonge kind (VVE) op scholen met een hoog schoolgewicht (doelgroepkinderen) bij stichting BOOR?’. Deze kennis wordt ingezet ten behoeve van de aankomende jaarplancyclus.

Doel 18: Versterken kenniscultuur

(s)bao

We versterken de kennisuitwisseling door middel van het continueren van bestaande Professionele leergemeenschappen (plg’s) en richten nieuwe in op thema’s als digitale geletterdheid. BOOR werkt middels de onderzoeksagenda, nauw samen met universiteiten, hogescholen en andere instanties. In schooljaar 2021-2022 is de structuur van de netwerken, masterclasses en plg’s aangepast naar aanleiding van adviezen uit de rapporten van de onderzoeks-plg. Er worden gedurende het schooljaar op regelmatige basis masterclasses gegeven met als thema: taal & lezen, rekenen, hoogbegaafdheid, ICT & onderwijs en IB-netwerk, van waaruit plg’s kunnen ontstaan. Eén masterclass van rekenen en één masterclass van taal is vormgegeven in samenwerking met de Erasmus Universiteit. De onderzoeksmatige manier van denken en het verbinden van onderzoek en praktijk staat hierin centraal. Twee masterclasses richten zich specifiek op digitale geletterdheid. Voor de onderzoeksagenda werkt BOOR nauw samen met verschillende universiteiten. Op dit moment zijn er twee leerkrachten die één dag in de week praktijkonderzoek doen in de school. Zij zijn aangesteld als primor en zijn met hun primoraat onderdeel van de samenwerking met de beroepsvereniging academici basisonderwijs (BAB).

Daarnaast wordt de door BOOR opgezette samenwerking gecontinueerd – met onderzoekspartijen Sardes, FOKOR, Universiteit van Maastricht– middels de interventie van plg’s voor leerkrachten in het po en vo. Tot slot zijn we bezig met het opzetten van een regionale kennisagenda met betrekking tot evidence-based aanpakken voor leerachterstanden.

Doel 20: Investeren in burgerschap en brede ontwikkeling van leerlingen

(s)bao

We stimuleren – in het kader van burgerschap – de brede ontwikkeling van leerlingen door het aanbieden van projectlessen en het integreren van vakgebieden. In de jaarplannen van alle scholen heeft burgerschap een plaats. Binnen de kaders van BOOR geeft elke school op eigen wijze invulling aan het thema. Er is begeleiding beschikbaar gekomen voor scholen die hier ondersteuning bij kunnen gebruiken. BOOR heeft in samenwerking met VOS/ABB en het centrum voor vormingsonderwijs (CVV) een aanbod van geïntegreerde lessen levensbeschouwelijke stromingen met de lessen van gvo/hvo ontwikkeld. Het project heeft de naam Wereldwijzer. De samenwerking is bezegeld in een convenant. In schooljaar 2021/2022 is Wereldwijzer gestart op vijf scholen. Dit aantal wordt de komende jaren steeds verder uitgebreid. Onze wens is om het project over een aantal jaar op al onze basisscholen te kunnen aanbieden. 29

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

(s)bao

Doel 21: Versterken samenwerking De samenwerking wordt versterkt door in te zetten op samenwerking met het speciaal onderwijs (passend onderwijs) en de overgang van het (s)bao naar het vo (overgang povo). Daarnaast heeft de samenwerking met ouders in diverse gremia onze onverminderde aandacht.

Als gevolg van de scholensluitingen en het thuiswerkadvies werd de uitvoering van BOOR Past, dat tot doel heeft de samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs te versterken, afgelopen schooljaar bemoeilijkt. De samenwerking tussen (s)bao en het speciaal onderwijs (passend onderwijs) wordt nader beschreven onder paragraaf 2.1.3. De activiteiten op het gebied van de overgang po-vo worden nader omschreven onder doel 3 van paragraaf 2.1.2. De samenwerking met ouders krijgt op verschillende manieren vorm. Een belangrijke plek is het gesprek in de (g)mr. De afgelopen periode met ingrijpende en onverwachtse maatregelen in verband met corona (thuisonderwijs, mondkapjes, etc.) heeft het belang van goede samenwerking en afstemming met ouders nogmaals duidelijk gemaakt. De samenwerking met ouders heeft daarnaast ook een belangrijke plek gekregen in de in 2021 opgestelde Koers.

2.1.3. Verantwoording maatschappelijke thema’s Passend onderwijs Het project BOOR Past, dat tot doel heeft de samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs te versterken, is het afgelopen schooljaar bemoeilijkt door de scholensluitingen. De oorspronkelijke opzet van het project vroeg daarom om een aantal aanpassingen om wendbaarder te zijn binnen de huidige context. Op de werkvloer is nog steeds veel vraag naar het vergroten van expertise op het gebied van moeilijk verstaanbaar gedrag in het regulier onderwijs, ten einde passend onderwijs beter vorm te geven. Er is daarom een opzet gemaakt voor een Gedragsexperience, waarbij de professionals uit het regulier (speciaal)basisonderwijs zich door middel van stage en training, een week lang onderdompelen in de wereld van het cluster-4 onderwijs. Daarnaast is er ook een mogelijkheid om een online-programma te volgen, waarin de theorie rondom moeilijk verstaanbaar gedrag en het uitwisselen van ervaringen centraal staat.

Thuiszitters in het po Het aantal thuiszitters is in heel Rotterdam enorm toegenomen. Het aantal thuiszitters op BOOR-scholen was eind 2021 lager dan eind 2020. Daarnaast is het aantal thuiszitters bij BOOR procentueel het laagst van de grote(re) besturen in Rotterdam. Het afgelopen schooljaar heeft de adviseur passend onderwijs ruim 30 scholen ondersteund bij (potentiële) thuiszitters. De scholen spannen zich enorm in om leerlingen binnen boord te houden, zeker ook voor die groep die al op een wachtlijst staan voor een zorg-arrangement (niet onderwijs bekostigde instellingen, ook wel zorg voorliggend genoemd). Sinds kort heeft het bestuur ook zicht op haar thuiszitters in het (s)bao en (v)so via Kindkans, waarmee er altijd een actueel beeld is over het aantal thuiszitters. In het nieuwe schooljaar gaat BOOR, in samenwerking met leerplicht en PPO de mogelijkheden van de Variawet verder in kaart brengen, en deze mogelijkheden inzetten om door middel van onderwijstijdvermindering thuiszitten proberen te voorkomen. Aantal leerlingen

Percentage thuiszitters po

Zorg voorliggend

BOOR

16.306

0,073% (12)

6

RVKO

13.820

0,086% (12)

7

KIONRO

6.518

0,92% (6)

5

PCBO

6.370

0,17% (11)

8

30

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Thuiszitters in het vo In het vo is het zicht op onze thuiszitters en type thuiszitters afgelopen jaar verscherpt. In 2022 gaan we verder met het aanscherpen van het beeld en het verbinden van vervolgacties hieraan. Afgelopen schooljaar hebben we de samenwerking met Koers VO en leerplicht versterkt. Vanuit leerplicht krijgen we sinds medio 2021 maandelijks overzichten van onze thuiszitters. Gemiddeld hadden we het afgelopen jaar 6 thuiszitters per maand in het vo. Deze gegevens kunnen nog niet vergeleken worden met andere schoolbesturen: in het vo is er (nog) geen gezamenlijk dashboard vanuit het samenwerkingsverband beschikbaar om gegevens, waaronder de thuiszitters, onderling te vergelijken en meer te duiden. In 2021 is er ook meer zicht gekomen op een specifieke groep thuiszitters die meestal voor- en rond de zomervakantie ontstaat door op- en afstroom en zij-instroom (onder andere vanwege verhuizingen). Aan het begin van het schooljaar 2021-2022 waren hierdoor 40 kinderen in de stad die nog thuiszaten, omdat ze nog geen passende school hadden gevonden, terwijl er geen sprake was van een extra ondersteuningsbehoefte. Eind 2021 hebben de drie grootste schoolbesturen - waaronder BOOR - samen met Koers VO verkennende gesprekken opgestart om te komen tot een specifieke stedelijke aanpak voor deze leerlingen.

Dit wordt in 2022 verder uitgewerkt worden in samenwerking met de vo-scholen van BOOR. Deze uitwerking wordt meegenomen in de totale aanpak voor het voorkomen van thuiszitters, waarbij we als bestuur meer zicht krijgen op onze thuiszitters. Samen met de vo-scholen gaan we de data duiden om te kijken of er vraagstukken rond thuiszitterscasuïstiek liggen, die een gezamenlijke aanpak binnen BOOR, danwel in samenwerking met koers VO, nodig heeft om (langdurig) thuiszitten te voorkomen of te verkorten.

Toelaten, schorsen en verwijderen In december is ook de eerste masterclass (online) rond toelaten (zorgplicht), schorsen en verwijderen gegeven als onderdeel van het onboarding programma voor nieuwe leidinggevenden bij BOOR. Een samenwerking tussen team onderwijskwaliteit en het juridisch team. De training is zeer positief ontvangen en wordt in januari 2022 nog een aantal keer gegeven. In het nieuwe schooljaar zal het ook aangeboden worden aan andere leidinggevenden en wordt het aanbod uitgebreid

Internationalisering Er is bij BOOR geen overkoepelend bestuurlijk beleid voor internationalisering. Echter, veel BOOR-scholen zijn wel actief op dit gebied. Voorbeelden daarvan zijn de aandacht voor wereldburgerschap, online contacten en uitwisselingsprogramma’s met scholen in het buitenland en reizen naar het buitenland. Twee BOOR-scholen hebben een uitgesproken internationaal profiel, te weten Harbour Bilingual School (tweetalig primair onderwijs) en Wolfert Tweetalig (tweetalig vo voor havo en vwo). Daarnaast heeft BOOR twee internationale scholen: Harbour International School (Primary school; voorheen onderdeel van De Blijberg) en de Rotterdam International Secondary School (onderdeel van de Wolfert van Borselen scholengroep). Harbour en Wolfert werken nauw samen om een drempelloze overgang te bewerkstelligen van primair tweetalig en internationaal onderwijs naar voortgezet tweetalig en internationaal onderwijs. De belangstelling voor het tweetalige en internationale onderwijs groeit sterk. In de regio Rotterdam zijn steeds meer internationale kenniswerkers woonachtig, die een belangrijke bijdrage leveren aan de economie van de stad. Om in de groeiende behoefte van het tweetalige en internationale onderwijs te voorzien is BOOR in nauw overleg met onder andere de gemeente Rotterdam plannen aan het ontwikkelen om te komen tot een internationale campus.

Deze campus wordt voorzien aan de Bentincklaan en geïntegreerd in de bestaande bebouwde omgeving. Naar verwachting zal de campus plaats bieden aan ongeveer 1.800 leerlingen voor het tweetalige onderwijs en ongeveer 1.250 leerlingen voor het internationale onderwijs. Vooruitlopend hierop wordt onderzocht of groei van het tweetalige basisonderwijs mogelijk is door een tweede locatie in gebruik te nemen. Het gesprek hierover wordt met de gemeente gevoerd.

31

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Inspectie Zie paragraaf 2.1.1. In 2021 zijn in het kader van thema-, herstel- of reguliere vierjaarlijkse onderzoeken 32 scholen en afdelingen in het (s)bao, vo en (v)so bezocht (live danwel digitaal). Alle scholen zijn momenteel voldoende, met uitzondering van de Toermalijn (locatie Wereld op Zuid).

Mid-term review (visitatie) Er is in 2021 geen mid-term review of bestuurlijke visitatie geweest.

Nationaal Programma Onderwijs Zie paragraaf 2.1.1 voor de verantwoording van het NPO.

Onderzoek Zie voor een nadere toelichting doel 18 (paragraaf 2.1.2).

Toetsing en examinering vo Sinds het schooljaar 2019-2020 is de BOOR-brede kennisgroep ‘Examensecretarissen’ actief binnen de sectoren voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Alle examensecretarissen van alle schoollocaties van de scholen voor voortgezet onderwijs en voorgezet speciaal onderwijs van BOOR nemen deel aan deze kennisgroep. De werkgroep stelt zich ten doel het examenreglement jaarlijks te actualiseren. De kennisgroep Examensecretarissen is tevens een groep op het sociale bedrijfsnetwerk van BOOR, BOORconnect. Leden delen hier kennis en ervaring met elkaar. Uitgangspunten: • Binnen de sector door de scholen heen per examenrichting samenwerken en van elkaars kennis gebruik maken, oftewel: leren van elkaar; • Medewerkers van dezelfde examenrichtingen op BOOR-scholen voor voorgezet onderwijs verbinden; • Betrokkenheid van de vso-scholen bij de werkgroep helpt deze scholen met relatief weinig leerlingen en minder examen-expertise, de processen goed op orde te houden; • Samen werken aan een BOOR-breed kader waarin elke school(locatie) ruimte heeft om school-specifieke accenten aan te brengen in het belang van hun examenleerlingen; • Gezamenlijk (middels een kerngroep) ervoor zorgdragen dat het examenreglement van BOOR voldoet aan de wettelijke eisen die het examenbesluit voortgezet onderwijs eraan stelt.

Dit heeft geresulteerd in een geactualiseerd en gemoderniseerd examenreglement voor het schooljaar 2021-2022. Tijdens het afgelopen jaar zijn verdiepende thema’s opgepakt: • Inhoudelijke discussie over aantal herkansingen om kansen van leerlingen te vergroten, en tegelijk recht te doen aan de kwaliteit van hun diploma’s; • Oog voor aansluiting van het stichtingsbrede examenreglement op het schoolspecifieke Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA); • Verdiepende dialoog over de werking in de praktijk van de examencommissie, zoals deze sinds de editie 20202021 is opgenomen in het examenreglement. • Het netwerk van BOOR heeft kennis en ervaringen uitgewisseld met collega’s van het schoolbestuur OZHW

2.1.4. Toekomstige ontwikkelingen We hebben goed zicht op de basiskwaliteit van onze scholen en sturen bij waar dat nodig is. Maar een goede basiskwaliteit is niet voldoende. De ene leerling heeft door zijn afkomst, achtergrond of sociale context betere kansen op een succesvolle toekomst dan de andere. Dit kunnen we met het onderwijs alleen niet oplossen, ook niet met een

32

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

goede basiskwaliteit. We gaan er de komende jaren werk van maken om de kansen zoveel mogelijk gelijk te trekken. Dat gaan we binnen BOOR op twee manieren doen. Door ten eerste zo veel mogelijk te compenseren voor wat veel Rotterdamse jongeren niet van huis uit meekrijgen. Dat doen we door: • achterstanden zo vroeg mogelijk aan te pakken; • meer tijd te besteden aan taal en rekenen; • in te zetten op een kennisrijk curriculum en het bouwen aan cultureel kapitaal; • voorkomen van groeiende leerachterstanden door corona. De door de coronaproblematiek ontstane achterstanden worden mede in het kader van het NPO aangepakt. Zie meer over het NPO in paragraaf 2.1.1. Ten tweede gaan we meer kansen creëren in de leerloopbaan van de leerling, met name in de overgangen tussen de verschillende onderwijssoorten. Dat doen we door: • Hulp te bieden bij schoolkeuzes door ouders en leerlingen; • Soepelere overgangen tussen scholen creëren; • Kansrijk te adviseren; • meer mogelijkheden bieden om na het basisonderwijs op een later moment te kiezen voor een bepaalde richting; • creëren van meer mogelijkheden tot stapelen. De door de coronaproblematiek ontstane achterstanden worden mede in het kader van het NPO aangepakt. Zie meer over het NPO in paragraaf 2.1.1.

2.1.5. Onderwijsresultaten Eindtoetsen basisonderwijs Scores op de eindtoetsen (s)bao De gemiddelde scores op de eindtoetsen in 2021 zijn - zoals verwacht naar aanleiding van de gevolgen van de coronapandemie voor het onderwijs - lager dan in 2019. De stijgende lijn die de afgelopen jaren was ingezet is door de coronapandemie deels teniet gedaan. Jaar

IEP

Centrale Eindtoets AMN

Route 8

2021

77,4

533,4

355,7

143,3

2020

-

-

-

-

2019

78,2

534,2

376,0

-

2018

79,4

533,9

-

-

2017

77,0

533,5

-

-

Tabel 2a. Gemiddelde score van BOOR (s)bao-scholen op de Eindtoets (inclusief leerlingen met ontheffing)

Wanneer wordt uitgesplitst op schoolweging6 is te zien dat scholen met een hogere schoolweging, een lagere eindtoetsscore hebben, en andersom. Door deze uitsplitsing wordt ook het verschil in de trend zichtbaar. Scholen met een zeer hoge schoolweging, dalen ten opzichte van 2019.

6

De schoolweging wordt nader toegelicht in paragraaf 3.1.3. Hoe hoger de schoolweging, des te complexer de schoolpopulatie.

33

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Referentieniveaus taal en rekenen De eindtoets basisonderwijs meet voor de taaldomeinen lezen en taalverzorging en voor rekenen in welke mate de referentieniveaus worden behaald. In onderstaande tabellen zijn de percentages van BOOR terug te vinden7. Alle leerlingen zijn hierin meegeteld, dus ook de leerlingen die uitgesloten mogen worden van deelname aan de eindtoets. Tabel 3. Referentieniveaus taalverzorging (inclusief leerlingen met ontheffing)

Taalverzorging

T < 1F

T = 1F

T > 1F

2021

BOOR

11,5%

40,9%

47,6%

8

BOOR

-

-

-

2019

BOOR

11%

45%

46%

2018

BOOR

7%

37%

56%

2017

BOOR

3%

46%

52%

2016

BOOR

5%

38%

57%

2020

Tabel 4. Referentieniveaus lezen (inclusief leerlingen met ontheffing)

Lezen

L < 1F

L = 1F

L > 1F

2021

BOOR

6,1%

26,0%

67,9%

2020

BOOR

-

-

-

2019

BOOR

6%

33%

63%

2018

BOOR

3%

28%

69%

2017

BOOR

3%

36%

61%

2016

BOOR

2%

34%

64%

Tabel 5. Referentieniveaus rekenen (inclusief leerlingen met ontheffing)

Rekenen

R < 1F

R = 1F

R > 1F

R = 1S

2021

BOOR

17,3%

42,7%

-

40,0%

2020

BOOR

-

-

-

-

2019

BOOR

16%

47%

-

38%

2018

BOOR

10%

48%

43%

32%

2017

BOOR

10%

48%

42%

29%

2016

BOOR

19%

44%

36%

29%

In de grafiek op de volgende paginas zichtbaar dat het aantal scholen met een hoge schoolweging bij BOOR groter is dan landelijk. Dit betekent dat een groot deel van de BOOR-scholen een complexe leerlingpopulatie kent. Dit beeld

7

8

34

Landelijk controlemechanismen met betrekking tot de eindtoets hebben aan het licht gebracht dat de uitgangspunten voor de normering van de referentieniveaus voor de Centrale Eindtoets enerzijds, en de andere eindtoetsen anderzijds, uiteenlopen. In de praktijk zou het gaan om leerlingen die door kleine correcties hoger of lager scoren op van de referentieniveaus. Op school en macroniveau tellen dit type correcties op tot grotere verschuivingen in de percentages van enkele procentpunten. Afhankelijk van de uitkomsten van landelijk onderzoek is een correctie van de referentieniveaus van 2019 en 2021 mogelijk wenselijk. In 2020 is er vanwege corona geen eindtoets afgenomen

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

van BOOR komt overeen met het beeld van Rotterdam, maar ten opzichte van Rotterdam heeft BOOR meer scholen met een zeer hoge schoolweging (37-40). BOOR kent in tegenstelling tot het landelijke beeld, minder scholen in het middensegment. Benchmark driejaarsgemiddelde schoolweging 2021 20%

Landelijk Rotterdam BOOR

18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

Figuur 1. Benchmark driejaarsgemiddelde schoolweging 2021

Achterstanden in (s)bao door corona (analyse Leeruniek) BOOR heeft na de zomer 2021 ingezet op een analyse Leergroei en -ontwikkeling in het (s)bao. Hierin wordt de impact van corona en de leergroei ná corona gemonitord tijdens looptijd van het NPO. De analyse wordt uitgevoerd op de resultaten op de midden- en eindtoetsen in 2020, 2021 en 2022. De focus ligt steeds op de leerjaren 6, 7 en 8. Het beeld daaruit is voorzichtig optimistisch te noemen. Net als alle scholen in Nederland herstelde de (s)bao-scholen van BOOR sterk tussen de eindtoets in 2020 en de middentoets in 2021. En waar veel scholen in Nederland bij de eindtoets in 2021 terugvielen zette het herstel bij BOOR door. De bovenbouw van de (s)bao-scholen van BOOR is bijna weer terug op niveau van pre-corona. Dat is goed nieuws voor de uitstroom naar het voortgezet onderwijs.

35

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Hierbij dient opgemerkt te worden dat daarbij begrijpend lezen achterblijft bij het oude niveau en dit wordt in overleg met de scholen ook verder geanalyseerd en opgepakt. Het zal niet verbazen dat de negatieve impact van corona op de toetsresultaten het grootst is bij scholen met een hoge weging.

En net als in de pre-corona periode heeft elke scholengroep zo z’n eigen herstel-dynamiek per vak/leerjaar en zijn de interne verschillen soms groot.

Slagingspercentages vo De slagingspercentages in 2020 waren relatief hoog. In dat jaar zijn er vanwege corona geen centrale examens afgenomen. Voor een goede vergelijking kan beter worden gekeken naar 2019. We zijn tevreden met de slagingspercentages in 2021. De percentages vergelijkend is de constatering dat het totaalgemiddelde stijgt van 89,4 in 2019 naar 90,3% in 2021. Op drie van de vijf onderwijsniveaus zijn de slagingspercentages vergeleken met 2018 en 2019 stabiel. De slagingspercentages in vmbo(g)t vertonen een stijgende lijn van 2018 naar 2019 en 2021. De slagingspercentages van de BOOR-scholen zijn op vier van de vijf onderwijsniveaus vergelijkbaar met de landelijke gemiddelden. Het havo is daarop een uitzondering, dat scoort 10,5% lager dan het landelijke gemiddelde. Een sectorbrede havo-werkgroep onderzoekt in het schooljaar 2021/2022 welke interventies hier noodzakelijk zijn. Afdeling

2018

2019

20209

2021

Aantal Leerlingen Leerlingen Cum kandidaten 2021 examen behaald Laude 2021 2021

vmbo-b

97,7%

95,0%

94,2%

96,6%

89

96,6%

3

vmbo-k

98,4%

90,1%

97,8%

97,1%

136

97,1%

3

vmbo-(g)t

94,3%

92,7%

99,6%

96,9%

489

96,9%

0

havo

85,5%

81,9%

97,7%

80,2%

602

80,2%

3

Vwo

91,6%

92,7%

98,8%

92,3%

625

92,3%

42

totaal

91,5%

89,4%

98,4%

90,3%

1941

90,3%

51

Slagingspercentages van BOOR vo-scholen

9

36

In het examenjaar 2019-2020 zijn de schoolexamens de basis voor het diploma. Er zijn dit jaar geen centrale examens geweest vanwege de coronacrisis. In plaats van herkansingen zijn er resultaatverbeteringstoetsen geweest.

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Onderwijsresultatenmodel onderwijsinspectie vo De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de onderwijsresultaten van het voortgezet onderwijs aan de hand van een Onderwijsresultatenmodel. Voor opbrengstjaar 2021 gaat dat over de resultaten van de drie voorgaande schooljaren (2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020). Van de 37 afdelingen bij BOOR worden 30 afdelingen beoordeeld. Deze 30 afdelingen zijn verspreid over 15 scholen. In opbrengstjaar 2021 hebben de afdelingen over de gehele linie meer voldoendes behaald dan in opbrengstjaar 2020. Dat is goed nieuws. In opbrengstjaar 2021 hebben 29 afdelingen (97%) een voldoende eindoordeel op de Onderwijsresultaten en één locatie heeft Geen Oordeel.

Aantal voldoende afdelingen op indicatoren Onderwijsresultatenmodel vo 202121 Jaar

Eindoordeel inspectie OR1

Ondewijspositie

Onderbouwsnelheid

Bovenbouwsucces

Examen- Verschil se-ce cijfers

2021

97%

97%

93%

97%

-

-

2020

90%

93%

79%

83%

93%

97%

2019

93%

71%

80%

97%

93%

100%

Slagingspercentages vso Afdeling

2020

2021

Aantal kandidaten 2021

Leerlingen examen behaald 2021

vmbo-b/k

100,00%

100,00%

23

23

vmbo-(g)t

93,55%

100,00%

27

27

havo

100,00%

100,00%

9

9

vwo

100,00%

-

0

0

totaal

97,30%

100,00%

59

59

Slagingspercentages van de vso-leerlingen die eindexamen doen

2.1.6. Belangstellingspercentage Belangstellingspercentage in Rotterdam (peildatum 1 oktober)

2018

2019

2020

202110

Regulier basisonderwijs

33,3%

33,1%

32,7%

31,8%

Speciaal basisonderwijs

31,0%

29,7%

30,2%

32,0%

Speciaal onderwijs

48,7%

47,6%

47,0%

48,8%

Voortgezet speciaal onderwijs

42,6%

42,8%

45,2%

47,6%

Voortgezet onderwijs (inclusief vavo-leerlingen)

25,4%

25,4%

25,5%

25,8%

Totaal

30,9%

30,7%

30,6%

30,3%

Bron: Onderwijsdata op duo.nl.

10

Voorlopige cijfers

37

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Onderstaande tabel laat het aantal leerlingen van BOOR buiten Rotterdam zien. BOOR-leerlingen buiten Rotterdam (peildatum 1 oktober)

Sector

2019

2020

202111

Zuidplas

vo

375

396

393

Lansingerland

vo

1.334

1.328

1.435

Gouda

(v)so

38

46

48

Bron: Onderwijsdata op duo.nl.

We constateren dat het belangstellingspercentage van BOOR een licht dalende trend kent. Het sbo en het so zijn redelijk stabiel. Het vso en het vo laten over de jaren een duidelijke stijging zien. Het regulier basisonderwijs daalt licht. De verklaring ligt waarschijnlijk grotendeels in het feit dat BOOR de achterliggende jaren een groot aantal kleine scholen heeft gesloten en gefuseerd. Hiermee is het scholenbestand van BOOR versterkt, maar hebben we helaas wat leerlingen verloren.

2.1.7. Tevredenheidspeilingen Elk jaar doet BOOR een tevredenheidsmeting. Het ene jaar is dat alleen onder leerlingen, het andere jaar onder leerlingen, ouders, onderwijsgevend personeel (OP), onderwijsondersteunend personeel (OOP) en management. In 2021 is alleen gemeten onder leerlingen. Ondanks de uitdagingen van dit schooljaar gaven de leerlingen in het (s)bao gemiddeld een hoger rapportcijfer bij de jaarlijkse peiling van tevredenheid en sociale veiligheid. De tevredenheid onder (s)bao leerlingen ligt met een 8,3 ruim boven de BOOR norm van 7,5. Het beeld in het vo is net als de afgelopen jaren stabiel. Voor de sector vo is te zien dat de cijfers voor sociale veiligheid hoger liggen dan de algehele tevredenheid (welbevinden: 7,9; ervaren veiligheid: 7,5; aantasting veiligheid: 9,7). De tevredenheid onder leerlingen in het (v)so is gestegen naar een 8.5. In 2020 beoordeelden de leerlingen de scholen met 8,1. Dit beeld komt overeen met het veilige pedagogische klimaat dat tijdens audits gesignaleerd wordt bij lesbezoeken en gesprekken met leerlingen.

Verbeteren in het vo Naar aanleiding van de analyses van de tevredenheidspeilingen in 2020 werd geconstateerd dat de tevredenheid van leerlingen in het vo lager ligt dan in andere sectoren. Leerlingen gaven onder andere aan dat zij meer betrokken willen worden bij besluiten die op hen betrekking hebben en dat zij betere begeleiding wensen door leraren. Deze constatering heeft ertoe geleid dat de scholen zijn gevraagd om bij een volgende rapportage verbetering te laten zien. Net als in voorgaande jaren zijn in de jaarplannen 2020-2021 van de individuele scholen verbeteracties opgenomen naar aanleiding van de resultaten van de tevredenheidspeilingen. Destijds is afgesproken dat er op basis van de leerlingtevredenheidspeilingen in 2021 een nadere analyse zal worden uitgevoerd over de mate van tevredenheid over de begeleiding door leraren en de betrokkenheid van leerlingen bij besluiten. Daartoe is een verdiepende analyse gedaan op een aantal items van de vragenlijst dat ingaat op verschillende aspecten van de begeleiding en betrokkenheid.

11

38

Voorlopige cijfers

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

In onderstaande tabel is te zien dat op vijf van de zes onderzochte items hoger is gescoord dan in 2020. Vooral op de vragen ‘kunnen je leraren goed uitleggen?’ en ‘ben je tevreden over je mentor?’ is een sterke toename te zien. Op deze twee vragen hebben alle locaties hoger gescoord. Op twee locaties na is door alle locaties op de volgende vraag lager gescoord dan in 2020: ‘Vertellen je leraren je duidelijk hoe je een opdracht of toets hebt gemaakt?’.

Sectorgemiddelde per vraag Vraag

2018

2019

2020

2021

1 Helpen leraren je om je best te doen op school?

3,5

3,5

3,5

3,6

11 Kunnen je leraren goed uitleggen?

3,2

3,2

3,3

3,7

12 Ben je tevreden over je mentor?

4,0

4,1

4,0

4,4

14 Vertellen je leraren je duidelijk hoe je een opdracht of toets hebt gemaakt?

3,6

3,6

3,6

3,4

15 Vertelt de school leerlingen de belangrijke dingen die op school gebeuren?

3,4

3,5

3,4

3,6

16 Doet de school iets met de mening of ideeën van leerlingen?

3,0

3,1

3,0

3,2

Totaal

3,5

3,5

3,5

3,6

2.2.

Personeel & professionalisering

2.2.1. Doelen en resultaten in 2021 Doel 2: Cultuurtraject

BOOR

Om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, werken we een cultuurtraject uit voor de hele organisatie, waarbij vakmanschap en goed leiderschap centraal staan.

Cultuur en organisatie In het jaar 2021 is intensief gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe koers met de daarbij behorende beloftes. Deze zijn vertaald naar doelstellingen per sector en overkoepelende doelen voor 2022. In 2021 zijn er drie managementgroep bijeenkomsten gewijd aan de ontwikkeling van deze collectieve ambitie en de daaruit voortvloeide bewegingen. Er is om dit te realiseren ook intensief gewerkt aan de integrale organisatieontwikkeling van BOOR Services en de integrale organisatieontwikkeling van, in eerste instantie, het (s)bao. Het mt BOOR Services en de bovenschoolse directie van het (s)bao hebben het afgelopen jaar samengewerkt vanuit een gezamenlijke ambitie, met een nieuwe manier van organiseren en de bijhorende gewenste cultuur. Het door het (s)bao ontwikkelde Waardenkompas wordt daar intensief bij gebruikt en geeft richting aan de manier van organiseren en leidinggeven. Deze samenwerking is bekrachtigd door het gezamenlijk werken aan de totstandkoming van een sectorplan waar een duurzame inhoudelijke verbinding op ambitie en doelstellingen is gecreëerd. De samenwerking tussen de andere twee sectoren en het mt BOOR Services is eveneens verstrekt in 2021, hier wordt in 2022 een vervolg aan gegeven. Het vo is binnen haar sector bezig met organisatieontwikkeling en ook hier zien we verbinding op inhoud en relatie in de sector ontstaan.

Dit heeft geresulteerd in een aantal sectorbrede prioriteiten welke zijn vertaald in een sectorplan voor het vo. Het (v)so is bezig met de uitvoering van haar ontwikkelambitie en ziet hier resultaten op het gebied van

39

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

de implementatie. Daarnaast heeft de sector haar doelstellingen vertaald in een sectorplan. Het op organisatieniveau brengen van verbinding op inhoud en relatie en daarmee ook een gemeenschappelijke manier van organiseren met onder andere BOOR Services staat voor beide sectoren 2022 op de agenda. Kortom; al met al zijn er in 2021 behoorlijke stappen gemaakt in de integrale organisatieontwikkeling om te komen tot een wendbare professionele organisatie. Vooruitkijkend naar 2022 zal de nadruk komen te liggen op de doorontwikkeling van de gewenste cultuur en de manier van organiseren passend bij de Koers, de beloftes en de daaruit voorvloeiende gemeenschappelijke doelstellingen binnen de managementgroep van BOOR.

Leiderschapsontwikkeling In 2021 hebben de directeuren en adjunct-directeuren uit het (s)bao deelgenomen aan het integrale ontwikkeltraject. De bovenschoolse directie heeft een vergelijkbaar ontwikkeltraject doorlopen. Tijdens drie collectieve leiderschapsdagen is gewerkt aan het samenbrengen van de collectieve intelligentie van alle leidinggevenden om het proces naar een wendbare professionele organisatie verder vorm te geven. Daarnaast omvat het leiderschapstraject tweedaagse bijeenkomsten in groepen van maximaal 10 deelnemers. Tijdens deze tweedaagsen staat vakmanschap in leiderschap centraal alsmede de ontwikkeling van wendbaar leiderschap. Door middel van een assessment heeft elke leidinggevende zijn/haar ontwikkeldoelen opgesteld vanuit een ‘wendbaarheidsprofiel’, dat als input dient voor de tweedaagse training waar zij een persoonlijk leiderschapskompas opstellen. De inhoud van het leiderschapsprogramma is gekoppeld aan de Koers, de beloftes, de collectieve ambities en het waardenkompas van het (s)bao. Het traject heeft geresulteerd in een beweging binnen het (s)bao. Een beweging die in gezamenlijkheid met alle participanten van ontwerp naar resultaat is gebracht.

Een onderdeel van de integrale organisatieontwikkeling is het ontwikkelen van de wendbare professionele organisatie waar ontwikkelteams zijn geformeerd die uitvoering gaan geven aan hun eigen professionele ontwikkeling langs de lijn van het waardenkompas, de koers en beloften.. Daarnaast is er uitwerking gegeven aan het ontwikkelen van multidisciplinaire teams binnen het (s)bao en BOOR Services. De eerste teams zijn gestart met uitvoering en realisatie van de concrete doelstellingen die per belofte zijn opgesteld in het sectorjaarplan. In het leiderscapstraject werken schoolleiders en medewerkers van verschillende disciplines binnen BOOR services samen. Deze andere manier van het organiseren van het werk draagt bij aan het aantrekkelijk werkgeverschap van BOOR. Het brengt samen en creëert innovatie en eigenaarschap. De eerste resultaten zijn positief. In 2022 wordt met alle participanten nader richting en uitvoering gegeven aan de te nemen vervolgstappen. Het (v)so is in 2019 gestart met een meerderjarig leiderschapstraject waarbij vakmanschap in leiderschap centraal staat alsmede de ontwikkeling van wendbaar leiderschap. In 2021 zijn vijf bijeenkomsten gehouden met alle leidinggevenden in de sector. De inhoud van het leiderschapsprogramma is gekoppeld aan de koers van BOOR en de ontwikkelambitie van de sector.

Op dit moment wordt de vertaling gemaakt naar de vijf beloften en concreet verwerkt in het ‘Noord-Zuidplan’, de concrete uitwerking van de ontwikkelambitie. Het traject heeft geresulteerd in een beweging binnen het (v)so. Een beweging die in gezamenlijkheid met alle leidinggevenden, onderwijspersoneel en onderwijsondersteunend personeel tot stand is gekomen. Er zijn vijf adviesteams ingericht met medewerkers uit de sector die adviezen hebben gegeven over het nader versterken van het Noord-Zuidplan. In 2022 wordt met alle participanten nader richting en uitvoering gegeven aan de te nemen vervolgstappen.

Doel 6: Eigenaarschap Medewerkers in de sector werken aan persoonlijke effectiviteit en ervaren duidelijk werkgeverschap.

40

(v)so

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Zie bovenstaand. In aanvulling: Op het gebied van persoonlijke effectiviteit is op leidinggevend school- en teamniveau het programma ‘van ik naar wij’ afgerond. Op het gebied van duidelijk werkgeverschap is het Noord-Zuidplan opgesteld om de herstructurering van de sector in kaart te brengen. In twee webinars is dit plan aan alle schoolteams gepresenteerd, waarbij veel aandacht is besteed aan de gevolgen van de herstructurering voor de medewerkers. In alle schoolteams zijn ontwikkelbijeenkomsten gehouden waar om input is gevraagd over de voortgang. Op vier hoofdthema’s (onderwijsinhoud, personeel, onderwijsvoorwaardelijke zorg en monitoren voortgang) zijn adviesteams opgericht om een oplossing aan te dragen voor de vraagstukken die vanuit de scholen gekomen zijn naar aanleiding van deze bijeenkomsten. In december 2021 zijn deze adviezen uitgebracht. In 2022 wordt een uitvoeringsplan van het Noord-Zuidplan opgesteld met daarin een implementatiedeel met tijdpad. Op de sectorstudiedag van februari 2022 worden de adviezen en de voortgang van de herstructurering aan alle medewerkers gepresenteerd.

Doel 15: Bestrijden lerarentekort

(s)bao

Door middel van Anders Organiseren werken alle scholen met vacatures aan het terugdringen van het aantal vacatures en aan nieuwe manieren om het onderwijs in te richten.

Lerarentekort Het afgelopen jaar hebben we structureel gewerkt aan het terugdringen van het lerarentekort om de impact daarvan op het onderwijsproces zo veel mogelijk te beperken. Vraagstukken rondom het lerarentekort zijn opgepakt binnen de Stuurgroep Anders Organiseren, samen met de lijnverantwoordelijken. Het vertrekpunt is positief: hoe kun je op andere manieren kwalitatief goed onderwijs organiseren. Dit levert meer op dan alleen focussen op tekorten. De maatregelen uit het Rotterdamse plan Slim Organiseren zijn ingezet om ondanks het tekort aan leraren andere invullingen te vinden om goed onderwijs te realiseren. Hierbij ligt de focus van de leraar op de kernvakken, waarbij de leraar onderdeel uitmaakt van een team waaromheen ‘anders opgeleide’ medewerkers werkzaam zijn, zoals onderwijsassistenten, leraar-ondersteuners en vakkrachten. In 2021 hebben wij de ontwikkeling van nieuwe werknemersdoelgroepen verder vormgegeven. Er zijn 67 actieve zij-instroom-trajecten en inmiddels zijn 21 zij-instromers afgestudeerd en werkzaam bij BOOR. Er zijn 15 zijinstroom-trajecten via Echt onderwijs binnen het (s)bao actief. Ook zijn er 30 LIO-ers bij BOOR actief en hebben we 4 collega’s aan het werk met een associate degree pedagogisch educatief professional. Daarnaast hebben we 34 collega’s in een opstroom traject zitten.

Dit betekent dat in totaal 150 collega’s werken en leren combineren om zich tot een gekwalificeerde leraar te ontwikkelen. Speciaal aangetrokken coaches begeleiden de doelgroepen die werken en leren combineren. De begeleiding van de startende leerkrachten is in 2021 uitgebreid van 1 coach naar 2 coaches. We hebben een groei aan startende leerkrachten van 30 naar 150 collega’s gezien. Het begeleidingstraject werpt zijn vruchten af: de uitstroom van starters is fors verminderd (van 7 uitvallers in schooljaar 2018-2019 naar 2 uitvallers in schooljaar 2021-2022. In 2021 hebben we ons gericht op het organiseren van de gewenste begeleiding; dit staat nu. In 2022 wordt er gefocust op de doorontwikkeling van de kwaliteit, het behouden van werknemers en de beleidsvorming van de benodigde begeleiding voor alle medewerkers die startend zijn en/of leren en werken combineren.

Anders Organiseren 2021 De in 2020 opgerichte projectorganisatie Anders Organiseren, ingericht voor de sturing op de vermindering van het lerarentekort in het basisonderwijs, is in 2021 doorontwikkeld. Inmiddels wordt niet meer gesproken over een lerarentekort maar over een personeelstekort: er is ook een groot tekort aan intern begeleiders en schoolleiders. Binnen BOOR is een pilot gestart om directeuren van buiten het onderwijs op te leiden ‘on the job”. Zie voor intern begeleiders de aanpak onder de ‘teachertracks’ in doel 16 hieronder.

41

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Binnen het project Anders Organiseren komen drie lijnen samen: de sturing op continuïteit, de sturing op kwaliteit en een veranderkundige lijn (ondersteuning bij implementatie). Inmiddels zijn alle scholen (s)bao en (v)so in meer en mindere mate bezig met anders organiseren. Ook in 2021 is er een directe relatie tussen de hoeveelheid vacatures (en verborgen vacatures die een school heeft) en de inzet van anders organiseren. Samen met andere schoolbesturen en de gemeente Rotterdam is het noodplan Slim Organiseren ontwikkeld. De minister van Onderwijs heeft hiervoor extra financiële middelen toegekend. Het basisonderwijs van BOOR heeft de komende drie jaar circa 2 miljoen per jaar voor de toepassing van maatregelen uit het plan Slim Organiseren. Naast extra geld is er extra regelruimte om het onderwijs anders te organiseren. We zien dat er, zowel op het gebied van begeleiding vanuit de afdeling HR als vanuit de afdeling Onderwijskwaliteit, maatwerk geleverd wordt, omdat elke school een eigen inzet heeft van de middelen. Hiervoor is de inzet van de adviseurs van meerwaarde, evenals de hulp van de inspiratiegroep anders organiseren. Deze is in 2020 opgezet en bestaat uit schooldirecteuren van het (s)bao en heeft ook in 2021 bijgedragen aan de doorontwikkeling van Anders Organiseren op de scholen van BOOR.

Hoewel dit doel specifiek geldt voor het (s)bao, hechten we er aan hier ook in te gaan op de sectoren (v)so en vo.

(v)so Ook in het (v)so is er een groot personeelstekort. Het kost de sector veel moeite om de vacatures te vervullen. Dit tekort speelt binnen de hele sector. Binnen het cluster 4-onderwijs is het extra lastig om aan voldoende gekwalificeerd personeel te komen. Binnen de sector wordt gezocht naar mogelijkheden om eigen personeel anders in te zetten, door werkroosters anders in te richten, meer digitaal te werken en door eigen personeel (onderwijsassistenten) om te scholen tot leerkracht. Dit wordt gecoördineerd door een programmaleider Anders Organiseren. Naast onderwijspersoneel is ook een landelijk tekort van onderwijsondersteunend personeel en management. Daarom wordt soms met interim-medewerkers gewerkt, wat zorgt voor extra kosten.

vo Binnen het vo wordt ingezet op het opleiden van leraren middels de Opleidingsschool Rotterdam (OSR). De OSR is een samenwerkingsverband van 9 schoolbesturen en meer dan 110 vestigingen voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs in de regio Rotterdam en 3 instituten voor lerarenopleidingen. De OSR biedt aan studenten goed begeleide opleidingsplaatsen voor opleiden in de school (OidS), zowel in het tweede graad gebied als het eerste graad gebied. De OSR is een door de overheid erkende opleidingsschool. BOOR-school Wolfert van Borselen is de penvoerder en de rector van de Wolfert van Borselen, de heer Bart Oremus, is sinds februari ’22 voorzitter van de OSR. Door de regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt. Deelnemende scholen voor BOOR in 2021 waren: Wolfert van Borselen Scholengroep, Scholengroep Nieuw Zuid en TVO Thorbecke. In 2022 sluiten ook Erasmiaans Gymnasium en Libanon Lyceum aan. In totaal zijn 212 opleidingsplaatsen categorie OSR studenten gerealiseerd door de deelnemende BOOR-scholen. Daarnaast zijn er in totaal 65 opleidingsplaatsen gerealiseerd voor categorie studenten niet-OSR. Dit zijn studenten die langer dan 5 jaar studeren en studenten die niet studeren bij een opleidingsinstituut van het samenwerkingsverband ( ICLON, HR, TU/SEC).

OSR breed zijn in 2020-2021 in totaal 830 opleidingsplaatsen gerealiseerd voor studenten OSR categorieën en 302 opleidingsplaatsen voor de categorie niet-OSR studenten.

42

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Tabel: verdeling gerealiseerde opleidingsplaatsen over de BOOR-scholen aan afgezet tegen OSR totalen ( Bron: OSR Telformulier 2020-2021 versie 5 juli 2021 en locatielijsten van de betreffende BOOR-scholen)

Wolfert van Borselen

Nieuw Zuid

TVO Thorbecke Totaal aandeel deelnemende BOOR-scholen

Totaal OSR

Studenten OSR

105

59

48

212

830

Studenten categorie niet OSR

32

26

7

65

302

Totaal

137

85

55

277

1.132 (s)bao

Doel 16: Investeren in personeel We hanteren voor leerkrachten en schoolleiders samenhangend opleidingsbeleid dat rekening houdt met verschillende loopbaanpaden. We behouden personeel door in hen te investeren. Leerkrachtvaardigheden monitoren we sectorbreed met Mijnschoolteam.

In 2021 zijn we gestart met de ontwikkeling van teachertracks. We hebben drie loopbaanpaden ontwikkeld: specialist, leider en coach. Deze loopbaanpaden zijn ontwikkeld naast de reeds bestaande loopbaanpaden. De ontwikkeling van het raamwerk en de content voor deze teachertracks heeft in 2021 plaatsgevonden. Door het, onder andere, faciliteren van bij- en opscholing van leerkrachten ontwikkelen we mede hierdoor aantrekkelijk werkgeverschap. We bieden de mogelijkheid aan van opleidingen (zowel intern als extern, waaronder masteropleidingen) en deelname aan onderzoeksactiviteiten. Goed werkgeverschap en hier blijvend in investeren heeft op langere termijn impact op het lerarentekort en de onderwijskwaliteit binnen BOOR. In 2021 is de IB-teachertrack gestart, door middel van het faciliteren van verschillende modules. Dit wordt uitbereid met een vaste opleiding die start in september 2022.

OnBOORding leidinggevende

Finish

Welkom aan BOOR(d) onBOORding leidinggevenden

Vraagbaak Intervisie

Slotbijeenkomst

Intervisie Vraagbaak

Schoolspecifieke onBOORding

Kick-off alle sectoren

Intervisie Sector dag

Start 43

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Leidinggeven in het onderwijs is een uitdagend vak. Daar hoort een goede ondersteuning vanuit onze organisatie bij. Het bestaande onboardingprogramma is in 2021 verder doorontwikkeld en is nu beschikbaar voor alle nieuwe leidinggevenden binnen BOOR. Het is een traject van een aantal maanden, waarin we middels verschillende soorten bijeenkomsten nieuwe leidinggevenden faciliteren om hun rol snel en goed op te kunnen pakken. Daarbij combineren we steeds drie elementen: • Sociaal onBOORden: zodat ze zich snel onderdeel voelen van onze organisatie, zich welkom voelen en zodat ze waardevolle relaties kunnen opbouwen met stakeholders en collega’s. • Operationeel onBOORden: zodat ze over de juiste materialen en kennis beschikken om hun werk goed te kunnen doen. • Strategisch onBOORden: zodat ze zich kunnen identificeren met de organisatie, met de missie, de structuur en de belangrijkste ontwikkelingen. Voor de onBOORding hebben we tevens een aantal masterclasses ontworpen die ook aangeboden worden aan de reeds zittende schoolleiders. Dit betreft de masterclasses Capisci, toelaten/schorsen/verwijderen, Afas insight, CAO PO, ziekteverzuim, onderhoud schoolgebouwen, integriteit, ICT hoe werkt dat?, Qlik-view, inzicht in BOOR Werkt en CAO VO. De nieuwe leidinggevenden hebben tijdens intervisiesessies onder begeleiding van een HR-adviseur kunnen leren en ervaringen kunnen delen.

Ook zijn er vraagbaak-momenten met medewerkers van BOOR Services geweest, zodat de nieuwe medewerkers hun vragen kunnen stellen over bijvoorbeeld systemen die binnen BOOR gebruikt worden. Deze nieuwe manier van onBOORding is goed ontvangen, getuige de deelname en het uitbreiden van het inhoudelijke programma naar zittende leidinggevenden.

Online Leerplatform In 2021 is inhoudelijk richting gegeven aan de ontwikkeling van een online leerplatform. Begin 2022 is het aanbestedingsproces gestart om in de loop van 2022 het online leerplatform te kunnen implementeren.

2.2.2. Verantwoording maatschappelijke thema’s Uitkeringen na ontslag BOOR kent geen boventalligheid aan medewerkers. Gezien de tekorten op de arbeidsmarkt, in het bijzonder het lerarentekort, is ontslag veelal de laatste optie. Toch komt het voor dat vervroegd afscheid wordt genomen van medewerkers. Het streven is om dit in goed overleg met betrokkene te doen. De kosten van ontslag onder de cao primair onderwijs zijn doorgaans voor rekening van het Participatiefonds. Wel is BOOR gehouden bij gedwongen vertrek een transitievergoeding te betalen. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van de duur van het dienstverband. Onderstaande tabel geeft de uitgaven aan kosten voor uitkeringen na ontslag weer voor de afgelopen drie jaar. 2019

2020

2021

vo

1.115.639

1.237.624

1.281.548

po

282.546

308.139

316.007

1.398.185

1.545.763

1.597.555

Totale uitkeringskosten

In de sectoren (s)bao en (v)so gaan we te maken krijgen met de modernisering van het participatiefonds. Hierin wordt het ‘van-werk-naar-werk’-traject een bepalende factor of iemand uiteindelijk in de WW belandt. Het voorkomen van een WW-uitkering is het uitgangspunt.

44

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2021

Aanpak werkdruk Met ingang van het schooljaar 2018-2019 krijgen scholen in het po € 237 miljoen om werkdruk aan te pakken. Vanaf het schooljaar 2021-2022 loopt dit bedrag op tot structureel € 430 miljoen. Voor 2021 is er € 251,38 per leerling in het (s)bao en € 495,73 per leerling in het (v)so beschikbaar. In totaal hebben onze scholen in 2021 circa € 5,3 miljoen ontvangen. De middelen zijn grotendeels ingezet voor interne formatie en voor de inzet van (ict-)systemen die (administratieve) werklast verminderen. De eerste lijn is de inzet van de werkdrukverlagingsmiddelen van OCW die rechtstreeks naar de teams gaan en voornamelijk worden ingezet voor extra onderwijsassistenten, conciërges en administratieve ondersteuning. Er is gewerkt aan het verbeteren van de begeleiding van het ziekteverzuim, zowel preventief als curatief. Dit heeft geleid tot een daling van de het verzuim, wat bijdraagt aan het verlagen van de werkdrukbeleving bij collega’s. Zie verder ook paragraaf 2.2.4. Een ander facet van het ontzorgen en het werken aan werkdrukverlaging is het goed organiseren van het HR-datamanagement en de HR-dienstverlening. Deze is inmiddels geoptimaliseerd: er is een HR-Dashboard gerealiseerd. Dit dasboard zorgt voor rust en overzicht in de data omtrent onze medewerkers en de vraagstukken die er op dat vlak in de organisatie leven.

Dit betekent dat wij op basis van data steeds beter in staat zijn adequaat in te spelen op de behoefte van onze medewerkers en beleid te vormen welke de werkdruk verlaagt en de uitstroom beperkt. NPO arbeidsmarkttoelage achterstandsscholen Voor de schooljaren 2021/22 en 2022/23 is er in het kader van NPO extra geld beschikbaar gesteld voor het toekennen van arbeidsmarkttoelagen aan werknemers die werkzaam zijn op scholen met grote achterstandsvraagstukken. Het ministerie stelt dat door de opgelopen vertragingen en het groeiend tekort aan onderwijsprofessionals op deze scholen er een negatieve vicieuze cirkel dreigt te ontstaan. Om dit proces te doorbreken, heeft het kabinet voor de komende twee jaar een incidenteel bedrag van € 375 miljoen uitgetrokken voor de 15% scholen met de grootste achterstandsvraagstukken. De vijftig ‘achterstandslocaties’ van BOOR die in aanmerking komen voor een toelage, ontvangen gezamenlijk iets meer dan € 7,6 miljoen. We hebben ervoor gekozen om de regeling uit te voeren zoals deze door OCW is voorgesteld en hiervoor geen aanvullend beleid te ontwikkelen. Dit betekent dat het beschikbaar gekomen geld, rekening houdend met de werkgeverslasten, per locatie als een procentuele loonsverhoging over het personeel zijn verdeeld. Deze verdeling is op iedere school, zoals de regeling vraagt, afgestemd met de MR.

De procentuele loonsverhogingen verschillen per locatie, maar gemiddeld genomen hebben de medewerkers op achterstandslocaties tijdelijk zo’n 9% toeslag ontvangen. Arbeidsmarkttoelage (v)so Met de verlenging van de cao po 19/20 (1 januari 2021) is afgesproken dat er extra geld vrijkomt voor docenten die lesgeven in het voortgezet speciaal onderwijs aan leerlingen die diplomagericht onderwijs krijgen. BOOR is met de vakbonden in gesprek geweest om dit geld te verdelen over niet enkel de docenten die lesgeven, maar eveneens over de andere medewerkers die werken voor deze leerlingen. Zeker in het speciaal onderwijs is de extra ondersteuning van leraar ondersteuners, onderwijsassistenten en medewerkers met een paramedische expertise van groot belang. In 2021 is er een akkoord bereikt en heeft uitbetaling van de gelden plaatsgevonden.

Begeleiding startende docenten in het (s)bao Zie doel 15 onder paragraaf 2.1.1.

45

BOOR JAARVERSLAG 2021 - BESTUURSVERSLAG

Strategisch personeelsbeleid Het strategisch HR beleidskader is uitgangspunt bij alles wat we ontwikkelen bij BOOR op het gebied van HR. De afgelopen 2 jaren heeft dit kader richting gegeven aan wat we doen bij HR, wat we ontwikkelen en hoe we dit implementeren.

Veiligheid In 2021 stond de veiligheid van medewerkers in relatie tot de corona crisis voorop. Het gehele inzetbaarheidsteam heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de fysieke veiligheid op scholen door een gedegen doorlopend advies van deze afdeling naar de scholen. Daarnaast hebben zij zorg gedragen voor mentale veiligheidsvraagstukken in relatie tot corona, door het inzetten en aanbieden van coaches die medewerkers bij vraagstukken rondom fysieke veiligheid begeleiden. Ook is er een seminar aangeboden ten behoeve van medewerkers die vragen hadden aangaande hoe om te gaan met de onveiligheidsgevoelens die zij ervaarden door de coronacrisis. De RI&E’s zijn over het algemeen actueel. In 2021 is op schoolniveau gewerkt aan de plannen van aanpakken die zijn voortgekomen uit de eerder afgenomen RI&E’s. De plannen van aanpakken zijn de afgelopen periode opgevolgd. In 2021 zijn er trainingen voor preventiemedewerkers voortgekomen uit de plannen van aanpak. Nagenoeg alle preventiemedewerkers hebben een training gevolgd. Wanneer dit niet is gelukt, dan kwam dit door de coronacrisis waardoor fysiek samenzijn niet mogelijk was. In 2022 - wanneer fysiek bij elkaar komen weer mogelijk is - worden de laatste trainingen gehouden.

In 2021 heeft de afdeling inzetbaarheid het aanbieden en inzichtelijk hebben van de mogelijkheden voor interventies voor zieke medewerkers kwalitatief verbeterd. De afdeling is een samenwerking aangegaan met VGZ, welke geleid heeft tot het toegankelijk maken van informatie en het bieden van overzicht aangaande preventieve en curatieve interventies in inzetbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=673e7984-5953-475d-97f9-d29ef70c8892