[22bb003496] Overdrachtsdossier ZOCS
Tekst van het document
In het beleidsplan “Heel de stad” wordt onderkend dat de kwaliteit van de jeugdhulp beter kan. Ook is verbetering nodig in de mate waarin hulp passend is. Een betere organisatie van de hulpverlening en investeren in andere vormen van hulp, zoals het gezinsarrangement. Informatie verzamelen is verder nodig voor inzicht in waardoor de hulpvraag voor sommige kinderen opstapelt en niet effectief genoeg is. Weliswaar is het jeugdhulpbudget groter geworden, toch ontstonden er wachtlijsten in de jeugdhulp. Daarbij bleek dat niet altijd snel genoeg werd gehandeld in situaties waarbij de veiligheid of de ontwikkeling van kinderen werd bedreigd. We lichten nog enkele interessante voornemens op het vlak van jeugdhulp uit het plan Heel de stad. Om de kwaliteit en passendheid van jeugdhulp te bevorderen, koopt de gemeente extra basis GGZ-hulp in. Dit opdat kinderen snel en laagdrempelig hulp krijgen en om de instroom in de specialistische jeugdhulp te verminderen. Ook zorgt de gemeente voor voldoende kleinschalige woonvormen, begeleid wonen en pleegzorg. Dit was tevens een aanbeveling in een “Een kind is geen kavel” Daarbij zet de gemeente in op een grotere uitstroom uit de jeugdhulp door afspraken te maken over (nieuwe vormen van) jongerenhuisvesting. Pleegzorg en gezinshuizen worden ook toegankelijk voor jongvolwassenen tot 21 jaar.
Ook vanuit de commissie ZOCS is verschillende keren gewezen op de 18-/18+-problematiek, waarbij na het bereiken van de 18-jarige leeftijd een jongere qua huisvesting en hulpverlening buiten de boot kon vallen. In de gesprekken van de commissie ZOCS die resulteerden in het verslag “Een kind is geen kavel” was naar voren gekomen dat de overgang van jeugd-/jongeren-detentie naar teugkeer in de gemeente niet of niet goed geregeld was. Ook hier zien we in “Heel de stad” een reactie op. Voor jongeren in detentie start de gemeente de ondersteuning op het gebied van psychische problematiek, onderwijs, huisvesting en inkomen al tijdens de detentie en zorgt ervoor dat deze wordt voortgezet zodra de jongere vrij komt. Verder komt er in de regio Rijnmond .een kleinschalige voorziening waarin jongeren met een strafrechtelijke maatregel worden geplaatst. Dit als alternatieve vorm van detentie die de jongeren in kwestie in staat stelt om regulier onderwijs te blijven volgen en om de overstap naar een constructieve leefstijl na detentie minder groot te maken.
32 Er valt meer te zeggen over het plan Heel de stad. We noemen nog een aspect dat ook in “Een kind is geen kavel” veel aandacht heeft gekregen: aanbesteding en opdrachtgeverschap. Te vinden in Bijlage 2, maar wel wezenlijk. Evalueren wat wel en niet goed uitwerkt, wat flexibiliteit en maatwerk voor het kind in de weg staat, een herkenbare plaats voor specialistische jeugdhulp (vsak zeer deskundig, maar smal in aanbod en niet van de glanzende brochures): het krijgt hier aandacht. Evenals goed opdrachtgeverschap en leren en ontwikkelen. Blijvende zorgen (december 2020) De wereld van intenties en ambities op papier (inclusief de benodigde tijd om die waar te maken) en de werkelijke situatie in de specialistische en forensische jeugdhulp bleven schuren. Dat is onder meer af te lezen uit een deel van een regeling van werkzaamheden ingediend in december 2020 en in februari daarna in de commissie besproken. Uit de aanvraag RvW, 10 december 2020, raadslid Hoogwerf (LR) – besproken in ZOCS 10 februari 2021 (…) “Ruim een jaar na het verschijnen van dit rapport (Noot red: Een Kind is geen kavel”) is de situatie echter nog altijd zeer zorgelijk te noemen en op veel terreinen nagenoeg onveranderd gebleken, zo vernemen wij uit dezelfde hoeken waar de eerste noodkreten destijds ook uit klonken.
Nog steeds is er geen zicht op veel jongeren met ernstige problemen, bevindt een aantal van hen zich zonder behandeling en zonder enige belemmering onder de samenleving en dwarsbomen wachtlijsten nog altijd de behandeling van jongeren die deze acuut nodig hebben -waaronder zelfs, net als vorig jaar overigens, jongeren met suïcidale neigingen. Ook komt het nog steeds voor dat jongeren die zich in een crisissituatie bevinden simpelweg, zonder de juiste triage en matched care, geplaatst worden in instellingen waar ‘toevallig’ plek is, ongeacht of dit ook daadwerkelijk de juiste omgeving is voor de jongere in kwestie. Dit betekent niet alleen dat deze jongeren de facto nog altijd op een wachtlijst staan, ze krijgen immers nog niet de juiste zorg, maar zelfs dat hun situatie door de ongeschikte omgeving gemakkelijk nog verder kan verslechteren. Het is bijzonder alarmerend dat op dit vlak, ondanks de enorme urgentie, nog altijd onvoldoende lerend vermogen wordt getoond of simpelweg de regie en daadkracht ontbreken om de broodnodige verbetermaatregelen door te voeren. (…)
33 De wethouder Jeugd reageert op in een brief d.d. 2 februari 2021 op het signaal in de regeling van werkzaamheden
Nabij en passend, Regiovisie jeugdhulp Rijnmond (ZOCS: 18 november 2020, raad 29 april 2021) Samen met het integraal beleidsplan voor Zorg en Welzijn “Heel de stad” is de Regiovisie Jeugdhulp het kader waarmee de gemeenten en de aanbieders in de komende járen vorm en ínhoud gaan geven aan de transformatie van de jeugdhulp in Rijnmond. Deze visie is richtinggevend voor de volgende regionale inkoop van jeugdhulp, die ingaat per 2023. Het concept voor de Regiovisie kwam tot stand na verschillende gesprekken van een regionale stuurgroep Transformatie met bestuurders van gemeenten die deelnemen aan gemeenschappelijke regeling GRJR. Dit om een gezamenlijke lijn te kiezen voor de transformatie in de jeugdhulp. Het algemeen bestuur stuurt het concept van de Regiovisie naar de betrokken gemeenteraden voor een informatieronde. Zo’n informatieronde geeft de mogelijkheid om keuzen in de visie aan te scherpen. Het is gebruikelijk dat de GRJR inbreng van de verschillende gemeenten en partners daarna verwerkt, om de regiovisie voor vaststelling aan te bieden. Rotterdam behoudt als gemeente de ruimte om eigen keuzes te maken voor de wijze waarop we de lokale infrastructuur, en de wijkteams als belangrijk onderdeel daarbinnen, organiseren.
Samen met het beleidsplan Heel de stad en de aanbevelingen uit het rapport Een kind is geen kavel, is de regiovisie jeugdhulp dus het kader waarbinnen de inkoop van de lokale jeugdhulp plaatsvindt Op 18 november 2020 prijkte de concept Regiovisie op de agenda van de commissie ZOCS. Namens de commissie in de reactie na de bespreking aangegeven dat de aanbevelingen uit ‘Een kind is geen kavel” bij de regiovisie en de te vormen inkoopstrategie betrokken dienen te worden; dit voor zover deze nog niet in de Regiovisie aan bod waren gekomen. De aanbevelingen richtten zich erop kinderen die specialistische zorg behoeven die ook te garanderen, onder andere door een ter zake kundige diagnose en van daaruit tijdige en passende zorg. In de bouwstenen 2 (investeren in vraagverheldering), 5 (Inzet ambulante ondersteuning en specialistische hulp), 7 (Ondersteunen huisarts in de vraagverheldering en verwijzing) en onder hoofdpunt 2 bij bouwsteen 11 (Zorgvuldige afweging inkoop ambulante hulpverlening en specialistische hulp) zijn de aanbevelingen verwerkt. Verder is aandacht gevraagd voor de overgang van 18- naar 18+, doel subregio’s en ruimte voor invulling lokaal niveau en concretisering van het hoofdstuk ‘samen leren wat werkt’.
U kunt hieruit opmaken dat de consistente aandacht voor jeugdhulp de commissie in positie heeft gebracht om gericht te vragen om aanscherpingen van de concept Regiovisie. De gemeenteraad stelde de regiovisie Jeugdhulp vast op 29 april 2021 op basis van dit raadsvoorstel met dit besluit als resultaat.
34 ZOCS begint nieuwe ronde gesprekken met de sector (voorjaar 2021) Ruim een jaar na de vaststelling van “Een kind is geen kavel” wilde de commissie ZOCS nog eens zelf de peilstok in de sector Jeugdhulp steken. Wat minder uitgebreid en, deze keer, digitaal vanwege de corona-pandemie. Met als belangrijke vraag: hoe staat het er nu voor? Heeft men iets van een verandering ervaren, in de lijn van de conclusies en aanbevelingen? Wat de commissie wilde, was input verzamelen voor de bespreking van de nieuwe inkoopstrategie voor de jeugdhulp. Het verslag “Het kind is geen kavel. Nu” (17 juni 2021) was het resultaat van 11 gesprekken met aanbieders (hoofdaanbieders en onderaannemers), verwijzers en belangenbehartigers. Met hieraan toegevoegd twee respondenten van de expertgroep GGD. Onder wie twee respondenten van het Expertteam GGZ regio Rotterdam. In algemene zin zagen de respondenten, met de toon en kleur van het eigen perspectief en belang, in meer of mindere mate, verbetering. Er kwamen dingen over tafel die in positieve zin opvielen. Bij jeugdbescherming en zorg (Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond) was de afgelopen anderhalf jaar een duidelijke verbeterslag gemaakt. Iedere zaak werd nu aangepakt en kreeg een vaste jeugdbeschermer. Ook was er nu de doorbraakaanpak om de hulp aan kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel te verbeteren, kreeg de begeleidingsgroep te horen.
De uitbreiding van het aantal kleinschalige specialistische voorzieningen en gezinshuizen in Rotterdam werd gememoreerd, een belangrijke tussenvoorziening thuis en residentieel. Ook de zorgbemiddelingstafel, centraal schakelpunt voor toeleiding van jeugdigen naar de verschillende vormen van zorg (bijvoorbeeld pleegzorg, opname of langdurig verblijf) was zijn taak behoorlijk gaan vervullen, en dat met een vast team vanuit de JBRR , dus met kennisopbouw en korte lijnen. En kwam er een positief signaal over de wijkteams: die werden niet die zoals elders wel met een overmaat aan taken worden opgezadeld. Maar….. Het was zeker niet alles goud dat er blinkt, wat uit de tweede ronde gesprekken kwam. Het totale beeld van de situatie in de specialistische en forensische jeugd in Rotterdam stemde weer droef. Een beleving die ook merkbaar was als het gaat over de mate waarin de aanbevelingen van Een kind is geen kavel in de waarneming van respondenten in de afgelopen tijd merkbaar of zichtbaar opvolging hadden gekregen. De vraag rees: in hoeverre biedt de voorliggende aanbesteding strategie perspectief voor de grote slag die in de jeugdhulp zou moeten worden gemaakt naar het kind en het gezin.
Is er, gelet op de aanbevelingen in Een kind is geen kavel, voldoende perspectief voor de specialistische en forensische jeugdhulp in Rotterdam? Een gewetensvraag en zeker behulpzaam was bij het goede gesprek en debat in commissie en raad met de wethouder(s). Eigenlijk werd merkbaar dat raad en betrokken wethouders in het gesprek op eenzelfde inhoudelijke lijn kwamen: het kan en moet beter, hoe? Met actief controlerende en meedenkende (moties) raadsleden Inkoopstrategie Wijkteams en Jeugdhulp (8 juli 2021) Dit jaar (2022) wordt in het sociale domein een start gemaakt met een de nieuwe inkoopperiode. Dit betreft welzijn, Wmomaatwerkondersteuning, Wijkteams en de Jeugdhulp (deels regionaal en lokaal ingekocht). Deze inkoopsporen zijn belangrijk voor het
35 realiseren van de ambities en doelen van Heel de Stad. Samen zijn de inkoopsporen belangrijke schakels in de totale gemeentelijke inzet op maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De gemeenteraad kreeg op 8 juli 2021 de uitwerking van de inkoopstrategieën voor Wijkteams en de lokaal ingekochte Jeugdhulp ter vaststelling voorgelegd. Voor de inkoopsporen Wijkteams en Jeugdhulp is naast Heel de stad, ook de Regiovisie Nabij en Passend, die door de gemeenteraad is vastgesteld op 29 april jl., een belangrijk kader. Gemeld werd dat bij de inkoop van Wijkteams en Jeugdhulp ook nadrukkelijke aandacht is besteed aan de aanbevelingen uit het verslag “Een kind is geen kavel”. De start van de inkoop van jeugdhulp staat gepland in het eerste kwartaal van 2022.
Uit : inkoopstrategie Jeugdhulp (juli 2021) De druk op jeugdhulp neemt toe. Landelijk zijn grote tekorten ontstaan op jeugdhulpbudgetten bij gemeenten en ook in onze regio kampen we met oplopende kosten. De druk van wachttijden en oplopende kosten is in Rotterdam het hoogst bij de regionaal ingekochte jeugdhulp. In onze lokale inkoop willen we (op lange termijn) bijdragen om de druk op de regionale jeugdhulp te verminderen. Via deze inkoopstrategie verstevigen we de lokale infrastructuur, om zo wachttijden te verminderen en oplopende kosten te beperken. Doordat onderdelen van de regionale inkoop overgaan naar de lokale inkoop kunnen we de lokale inkoop stevig vormgeven. De lokale infrastructuur wordt opgebouwd rond de wijkteams, zij nemen een spilfunctie in, door stevige casusregie te voeren (zie ook de inkoopstrategie van de wijkteams). Ook wordt naast het wijkteam het lokale aanbod meer robuust, zodat er lokaal meer opgepakt kan worden. Zo krijgen we als gemeente meer grip op de benodigde hulp voor onze kinderen en gezinnen en zetten we in op de gewenste beweging naar voren met als doel het voorkomen en verkorten van specialistische hulp. (…).
Met de inkoopstrategie Jeugdhulp wil de gemeente de lokale infrastructuur voor jeugdhulp aan Rotterdamse kinderen verstevigen zodat er meer lokaal opgepakt kan worden. Zo wil de gemeente meer grip krijgen op de benodigde hulp voor de Rotterdamse kinderen. Met name is de bedoeling in te zetten op de beweging naar voren om specialistische hulp te voorkomen of te bekorten.
36
Uit: inkoopstrategie jeugdhulp Door een steviger lokale inkoop van jeugdhulp wil de gemeente de druk op de jeugdhulpketen verminderen. In de inkoopstrategie jeugdhulp zijn ook gezins- en huiselijk geweld arrangementen als doorontwikkeling opgenomen. In deze arrangementen wordt een combinatie gevormd van jeugdhulp en Wmo-maatwerkondersteuning, zodat een zorgaanbieder het hele gezin kan helpen.
37
GRJR: naar Kadernota 2023 (januari / februari 2022) Bij de begrotingsaanpassingen voor 2021, ontving de gemeenteraad van de GRJR ook de Kadernota 2023. Hierin zijn de uitgangspunten voor de Begroting 2023 van de GRJR verwoord. Voor het algemeen bestuur van de GRJR springen met name de impact van de nieuwe inkoop 2023 van specialistische jeugdhulp en de landelijke ontwikkelingen rond de Hervormingsagenda Jeugd in het oog.
Bron: GRJR Voor de bespreking van de kadernota 2023 was er voor de commissie ZOCS voldoende tijd om ook op andere manier dan (indirect) schriftelijk te communiceren. De GRJR werd uitgenodigd om op 12 januari 2022 tijdens een technische sessie de positie en inzet van de GRJR te verduidelijken. Niet alleen vanwege de blijvend problematische situatie van de specialistische jeugdhulp die voor een belangrijk deel regionaal wordt ingekocht. Ook de ontwikkelingen bij het Rijk en zorgen over het financieel perspectief van jeugdhulp bij het begin januari aangetreden nieuwe kabinet, spelen hierin een rol. De GRJR ziet als doel: zorgen voor tijdige en passende specialistische jeugdhulp en veiligheid en bescherming organiseren voor jeugdigen in Rijnmond. Met als taken: uitvoeringsorganisatie zijn voor de inkoop van specialistische jeugdhulp en subsidiëring van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Verder informatieverzameling en analyse, bevordering van onderling leren en Belangenbehartiging, onder andere bij het Rijk. Ook schetst de GRJR de hoofdlijnen voor de Kadernota 2023. Inhoudelijk: het regionale aanbod aan specialistische jeugdhulp sluit aan op de lokale infrastructuur. Met de inkoop wordt een passend regionaal aanbod geregeld, met een duidelijk overzicht van het zorgaanbod en sturing op aanbieders.
Lokaal heeft men een toegang tot dat aanbod, alsook casusregie en kan men sturen op de inzet van jeugdhulpen kosten. Van budgetplafonds per aanbieder gaat het naar budgetvolumes per gemeente. De samenwerking in de gemeenschappelijke regeling richt zich op transformeren, de uitvoering van de regiovisie. De gemeente zelf is er voor jeugdhulpbeleid, de inrichting van het lokale veld en de toeleiding naar hulp.
38
Voor de aanbesteding van het regionaal jeugdhulpaanbod kiest de GRJR voor drie soorten opdrachten: systeemaanbieders die samen hulp bieden voor alle doelgroepen (1), prestatieaanbieders die behandeling met verblijf, langdurig verblijf en ambulante jeugdhulp voor forensische doelgroepen aanbieden (2) en zogenoemde flexaanbieders die aanvullende capaciteit leveren als systeem- en prestatieaanbieders die niet kunnen leveren. Met systeemaanbieders, is de bedoeling, worden ontwikkelopgaven ingezet : vernieuwing, ontwikkeling en innovatie in de regio en betrokkenheid bij de landelijke hervormingsagenda, die gericht is op kostenbeheersing in de jeugdhulp De GRJR neemt de ontwikkelopgaven op in de aanbestedingsdocumenten en de contracten. De GRJR bespreekt deze in de dialoogfase. Doelstellingen GRJR voor jeugdhulp Daarbij hanteert GRJR, gegeven de praktijkervaring, ambitieuze doelstellingen. Voor alle kinderen die wachten op specialistische jeugdhulp: eind dit jaar (2022) ontvangen alle jeugdigen die ambulante jeugdhulp nodig hebben, dit binnen drie maanden na aanmelding (of sneller waar nodig of mogelijk). Ook is er eind 2022 een duurzame werkwijze ingevoerd die voorkomt dat wachttijden weer oplopen. Voor kinderen met een beschermingsmaatregel: begin 2022 zorgt de GRJR dat kinderen binnen drie maanden na het opleggen van een maatregel geholpen zijn aan passende jeugdhulp.
Voor gesloten jeugdhulp heeft de GRJR met vier andere jeugdhulpregio’s in Zuid- Holland als ambitie afgesproken dat deze jeugdhulp wordt afgebouwd van 235 bedden in 2020 naar 100 bedden in 2024. Met hulp van een intensief ambulant hulpaanbod en kleinschalige woonvoorzieningen denkt de GRJR dit te bereiken (AB GRJR 16-4-2021: ambitiedocument landsdeel Zuid-West. Het doel is zo blijkt uit de brief van de GRJR van 25 februari 2022 al bereikt (22bb2249). Dit zorgt voor financiële problemen bij de aanbieder Schakenbosch in deze regio. De GRJR is in gesprek met oa het rijk om ondanks de problemen voor de meest kwetsbare kinderen de juiste zorg te kunnen bieden.
..
39 Bron: GRJR Toezicht op de GRJR De Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd (IGJ) heeft op 5 juli 2021 mede namens de Inspectie Justitie en Veiligheid twee rapporten gepubliceerd, het landelijk rapport 2021 ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ en het regio -rapport “Regio Rijnmond ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ De Inspectie IGJ oordeelde dat de GRJR direct stappen moest zetten om jongeren met een kinderbeschermingsmaatregel zonder vertraging hulp te bieden. De Inspectie heeft de GRIR onder verscherpt toezicht geplaatst en de raad is hierover op 6 juli 2020 geïnformeerd (21bb9477). In februari 2022 heeft de Inspectie het verscherpt toezicht beëindigd. Naast het verscherpt gold ook interbestuurlijk toezicht. Het ministerie van VWS heeft besloten dit toezicht te verlengen met een half jaar omdat nog niet alle resultaten zijn behaald. Doelstelling is dat aan het einde van 2022 alle jongeren binnen drie maanden na aanmelding (of sneller waar nodig of mogelijk) jeugdhulp ontvangen en dat er een duurzame werkwijze geïmplementeerd is die ervoor zorgt dat de wachttijden maximaal drie maanden blijven. (22bb2248). Structureel tekort op Jeugdhulp De GRJR liet op de technische bijeenkomst ook licht schijnen op de zogenoemde Hervormingsagenda. Op 23 april 2021 werden twee gelijktijdig gepubliceerd.
In opvolging van het AEF-rapport “Stelsel in groei’ werden door een gezamenlijke stuurgroep van het Rijk en de VNG onder leiding van Marianne Sint mogelijke maatregelen in beeld gebracht die bijdragen aan een beheersbaar jeugdhulpstelsel. Ook lag er een onderzoek van Verwey-Jonker naar vijf gemeenten die bovengemiddeld veel grip ervaren op het jeugdhulpstelsel. Beide rapporten gaven waardevolle inzichten om in de komende jaren de hulp aan jeugdigen en de sturing op het stelsel te verbeteren. Arbitrage Intussen was berekend dat de gemeenten 1,7 miljard meer uitgaven dan ze uit het Gemeentefonds ontvangen. De VNG vroeg arbitrage aan. Voor de VNG en de regio zou de uitspraak van deze commissie leidend zijn. In mei 2021 deed de Arbitragecommissie uitspraak: het Rijk moet afkomen met extra middelen voor jeugdhulp; te weten 1,8 miljard, met een afbouw naar 800 miljoen in 2027. Op basis van maatregelen die commissie Sint voorstelde zou een landelijke Hervormingsagenda tot stand komen met in totaal vijf partijen. Het demissionaire kabinet zegde het extra geld toe op basis van een door te voeren hervormingsagenda.
Doelen: - verbetering van de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp voor kinderen die deze werkelijk nodig hebben; - betere beheersing van de kosten en borging van de duurzame beschikbaarheid van goede jeugdhulp; - versterken van het (inzicht in het) functioneren van het systeem (als randvoorwaarde voor de inhoudelijke doelstellingen). Monitor de impact van maatregelen financieel en inhoudelijk! Hier kunt u de PP-presentatie bekijken: Hoofdlijnen kadernota 2023
40 Regeerakkoord 2022 Het regeerakkoord in januari in 2022 leerde dat het meerjarig financieel beeld voor de jeugdhulp met een bezuiniging van 500 miljoen euro slechter uitpakt. Met andere woorden: de uitspraak van de Arbitragecommissie werd niet meer gevolgd en de toezegging van het demissionaire kabinet werd niet gestand gedaan. De VNG nam hierop een resolutie aan, waarmee het overleg en de Hervormingsagenda on hold kwamen te staan. Hier een bericht van de VNG op 12 januari 2022 over de impasse : Hervormingsagenda Jeugd wordt opgeschort | VNG. De Eerste Kamer heeft op 22 februari 2022 de motie – Rosenmöller aangenomen. De motie verzoekt de regering het overleg met de gemeenten om tot een gewenst hervorming van het stelsel van jeugdzorg te herstellen, zonder dat dit belast wordt met de bezuinigingen uit het coalitieakkoord, maar gebaseerd op alle conclusies en aanbevelingen van de arbitragecommissie.
Tot slot
We staan voor een nieuwe raadsperiode. Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 werken partijen aan een nieuw coalitieakkoord. Voor het dossier jeugdhulp is te hopen dat jeugdhulp in dit coalitieakkoord de aandacht krijgt die het verdient. Zoals het ook te hopen is dat de nieuwe generatie raadsleden die zich met zorg bezighouden, op een even betrokken en proactieve manier van betekenis zullen zijn voor jeugdigen met complexe problemen en het verschil willen maken. Een vraag die tevens voorligt, is hoe de commissie en de raad beter in positie komen ten opzichte van de Regio en de Gemeenschappelijke Regeling, voor meer inbreng en meer invloed. Een optie is om meer op te trekken met betrokken leden van andere gemeenteraden in de regio. Want het dossier jeugdhulp is nog niet gesloten, nog lang niet. In mei/juni krijgt de raad de gelegenheid zienswijzen mee te geven aan de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp voor de begroting 2023. Praktische tip We sluiten graag af met deze praktische tip: jeugdhulp is een ingewikkeld onderwerp. Begin niet met het lezen van allerlei rapporten en andere publicaties, maar vraag de griffie om ter kennismaking en voor verdere oriëntatie een programma voor te bereiden. Een programma met een bezoek aan een lokale jeugdhulpaanbieder en een bezoek aan een of twee regionale instellingen voor specialistische jeugdhulp.
Vooral het gesprek met professionals en ervaringsdeskundigen kan leerzaam zijn! Voor meer informatie Tanya Hoogwerf ( Leefbaar Rotterdam), lid begeleidingsgroep Ingrid van Wifferen (D66), lid begeleidingsgroep Natasha Mohamed-Hoesein (DENK), lid begeleidingsgroep Tjalling Vonk ( ChristenUnie), lid begeleidingsgroep Arina de Waal, commissiegriffier
41
HOOFDSTUK 3
HET CULTUURPLAN MEER INBRENG VAN DE RAAD AAN DE VOORKANT Eens in de vier jaar stelt de gemeenteraad het Cultuurplan vast. De vaststelling is de afsluiting van een proces van ongeveer twee jaar. Met dit besluit ligt vast welke Rotterdamse culturele organisaties in de stad een meerjarige subsidie krijgen in de vier jaar waarop het Cultuurplan betrekking heeft. Zo besloot de raad in november 2020 over het huidige cultuurplan 2021-2024. De raadscommissie die zich bezighoudt met cultuur, krijgt al in het komende najaar te maken met de eerste stappen naar de nieuwe cultuurplanperiode 2025-2028. In dit derde hoofdstuk trekken we enkele lessen voor commissie en raad uit het proces dat resulteerde in het huidige cultuurplan. Er valt wel wat te kiezen. De vraag is in welke mate de commissie en raad inbreng willen hebben in de te maken keuzes en wanneer dit er echt toe doet. De cultuurwoordvoerders in de commissie ZOCS kozen voor een proactieve rol en inbreng, met name in het eerste jaar van het cultuurplanproces. Eerst iets over het proces, de hoofdmijlpalen daarin en documenten die in het planproces belangrijk zijn. Daarna een terugblik op de aanpak van de woordvoerders Cultuur in de raad en commissie.
42 Donderdag 26 november 2020 was een hoofdmijlpaal in een 2-jarig proces resulterend in een nieuw cultuurplan. De raad stelde de 'Stad in transitie cultuur in verandering. Cultuurplan 2021-2024’ vast. Volgens dit raadsbesluit werd voor het Cultuurplan 2021-2024 een bedrag van 40,1 miljoen euro beschikbaar gesteld. Voor de Rotterdamse Culturele Basis (RCB) kwam een jaarlijks bedrag van 45,8 miljoen euro beschikbaar voor de periode 2021-2024. Daarnaast werd binnen de begroting voor Cultuur een bedrag van 2,27 miljoen euro beschikbaar gesteld in het kader van de BKV-regeling en 2,75 miljoen voor fair pay. Het Cultuurplan 2021-2024 zelf kunt u hier inzien. Context De woordvoerders Cultuur in de commissie Zorg, Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport konden terugblikkend beamen dat sprake was van een ingewikkeld proces met een lange doorlooptijd, met betrokkenheid van veel partijen binnen en buiten de gemeente. Het College en de gemeentelijke afdeling Cultuur zijn daarbij meestal aan zet, met een wezenlijke en (college-)adviserende rol voor de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (de RRKC). Complex, niet alleen vanwege duur van het proces, maar ook vanwege de vereiste (juridische) zorgvuldigheidseisen. En de vele betrokken partijen.
Zo krijgt een aantal Rotterdamse culturele organisaties niet alleen een meerjarige subsidie van de gemeente, maar ook van het Rijk, of een van de Rijkscultuurfondsen. Bij de voorbereiding en vaststelling van het Cultuurplan en bij iedere stap in het proces is het voor de gemeente zaak rekening te houden met voornemens en besluiten van de betrokken partijen. Bovendien is een van de eerste documenten van het Rijk richtinggevend voor de ontwikkeling van het Rotterdamse cultuurbeleid: het zogenoemde Regioprofiel. Al begin oktober 2018, nog maar net als raadscommissie op stoom is, kreeg de commissie ZOCS het concept Regioprofiel voorgelegd, met de vraag om aanvullingen en verbeteringen, waarna de aangepaste versie nog diezelfde maand op de agenda kwam. In november 2018 kreeg de commissie ZOCS het uiteindelijke Regioprofiel gepresenteerd. De minister van Cultuur gaf hierin aan dat het Rijk in zijn beleid meer rekening wilde gaan houden met bevolkingssamenstelling, identiteit en de verhalen uit de regio en het lokale culturele klimaat. We kijken nu naar de hoofdmijlpalen in het Cultuurplanproces 2021-2024, gevolgd door de wijze waarop de commissie ZOCS daar inbreng voorbereidde en nam.
43 Het cultuurplanproces 2021-2024 Wat Sectoranalyse
Omschrijving Het college vraagt volgens traditie in de aanloop naar een nieuwe cultuurplan periode advies in de vorm van een sectoranalyse
Door wie RRKC (commissie van advies aan het college ex artikel 84 Gemeentewet.
Wanneer (indicatief) Adviesaanvraag in de zomer 2018; oplevering aan college begin van het nieuwe jaar. Ter kennisname aan de raad.
Uitgangspuntennota Beschrijft de speerpunten voor het Cultuurbeleid 2021- cultuurbeleid. Is het beleidskader 2024 waarbinnen aanvragers voor meerjarige subsidie (de kandidaat-cultuurplaninstellingen) hun meerjarenplannen schrijven.
College / wethouder Cultuur, afdeling Cultuur
Indienen aanvragen cultuurplan
Zodra de uitgangspunten voor het cultuurbeleid zijn verwerkt in de voorwaarden en criteria (de zgn. inrichtingseisen), gaan de gegadigden voor een meerjarige cultuurplansubsidie aan de slag met het opstellen van hun aanvraag en dienen deze in bij het college van B&W.
Kandidaatcultuurplaninstellingen
Voorbereiding in najaar 2018. Startdocument, gesprekken met betrokkenen, onder wie woordvoerders cultuur, culturele instellingen, RRKC en andere deskundigen. In voorjaar 2019 ter consulatie in de commissie ZOCS. Na eventuele bijstelling na het zomerreces van 2019 ter vaststelling in achtereenvolgens college en gemeenteraad. Tussen ca. najaar 2019 en februari 2020 (ca. een half jaar)
Aanvraag advisering aan de RRKC
Het college van B&W stuurt een gemotiveerde adviesaanvraag aan de RRKC. Onder andere: op welke aspecten (uit de Uitgangspuntennota) wil het college van de RRKC per instelling een advies? Overigens zeer belangrijk: de artistiek-
College van B&W
Aanvraag: najaar 2019. Opleveren aan college: juni 2020
44
Verdelingsvoorstel Cultuurplan 20212024
inhoudelijke beoordeling. Plus advies per instelling: wel of niet opnemen in het nieuwe Cultuurplan en voor welk bedrag? Resultaat: Cultuurplanadvies 2021-2024. Beoordeling advies van de RRKC. Op basis daarvan de vaststelling van verdelingsvoorstel.
Cultuurplan 20212024, met verdelingsvoorstel
College van B&W
September 2020
Aanbieden Cultuurplan 2021-2024 met verdelingsvoorstel aan de raadscommissie. ter consultatie
College van B&W aan raadscommissie
September 2020
Vaststellen cultuurplan 20212024
Na de behandeling van de gemeentebegroting komt het Cultuurplan 2021-2024 voor vaststelling op de agenda van de gemeenteraad
Gemeenteraad
November 2020
Beschikking naar aanvragers cultuurplan
Zodra de gemeenteraad het cultuurplan heeft vastgesteld, stuurt de gemeente een beschikking naar de aanvragers
Gemeente
December 2020
Rotterdamse Culturele Basis (RCB) Bij de bespreking van de uitgangspunten voor het nieuwe cultuurbeleid 2021-2024 in de commissie ZOCS kwam het onderwerp ter sprake: de vorming van een basisinfrastructuur in Rotterdam van instellingen die van bijzondere betekenis zijn voor de stad. Instellingen waarvoor de continuïteit meer verzekerd is maar met net een grotere rol strategische partner voor opgaven van de stad. Het college bepaalde op 1 oktober 2019 van een aantal culturele instellingen dat zij behoren tot de RCB. Zij zouden nadrukkelijker dan voorheen een instelling overstijgende taak krijgen op grond van hun strategische positie voor de stad. Meer dan andere instellingen zouden zij verantwoordelijkheid moeten nemen voor de Rotterdamse cultuursector als geheel en voor de talenten in de stad. Ook zouden zij in positie moeten komen als strategische partners voor de opgaven van de stad. Hun voortbestaan zou niet voor iedere nieuwe cultuurplanperiode ter discussie staan.
45 In de praktijk zou dit betekenen dat de gemeente voor deze zgn. RCB-instellingen uitgaat van een subsidierelatie die uitgaat van het gebruikelijke cultuurplanproces. De RCB-instellingen dienen hun aanvraag in bij de RRKC ter beoordeling, maar het college vraagt van de RRKC geen uitspraak over het passende subsidieniveau, zoals bij andere aanvragers wel het geval is. Van de RCBinstellingen vraagt het college hoe zij de gevraagde instelling overstijgende rol voor de sector als geheel zullen inrichten. Hierin wijken de RCB-instellingen af van de andere kandidaat-instellingen. Tot de RCB behoren: De Doelen, Kunsthal Rotterdam, Luxor Theater, Maritiem Museum, Boijmans van Beuningen, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Theater Rotterdam en Theater Zuidplein.
Commissie ZOCS en het Cultuurplanproces Vanuit de lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van het Cultuurplanproces 2017-2020, heeft de commissie ZOCS vooral het eerste jaar ingezet op inbreng van de commissie aan de voorkant. Dat was nieuw voor de commissie in een dergelijk planproces. De griffie bereidde in het vroege najaar van 2018 voor de cultuurwoordvoerders een zogenoemde startnotitie voor. Hierin kreeg de commissie een beschrijving van het cultuurplan, het proces, de mijlpalen, mogelijke aandachtspunten, een keuze voor de benadering van het proces door de commissie en ten slotte de manier om dit te organiseren. Wat de benadering aangaat: het advies was om van een tamelijk reactieve benadering, met het risico van fricties in het vervolg (bijvoorbeeld over de visie), naar een actieve, liefst proactieve benadering te gaan. Door voorkantsturing zouden de cultuurwoordvoerders al vroeg in het proces zelf en gezamenlijk speerpunten voor een nieuw cultuurplan kunnen formuleren en met de verantwoordelijk wethouder bespreken. Extra aandacht voor een doordachte start zou winst moeten opleveren voor het vervolg van het proces. Om de raadscommissie hierin zo goed mogelijk te faciliteren en te adviseren, was het voorstel om een begeleidingsgroep Cultuurplan 2021-2024 op te zetten, met enkele woordvoerders cultuur en de griffie.
De startnotitie Cultuurplan 2021-2025 is 12 september 2018 in de commissie ZOCS vastgesteld. Tegelijk werd de begeleidingsgroep geformeerd. Deze begeleidingsgroep, met leden van fracties uit de coalitie en oppositie, adviseerde de raadscommissie over en organiseerde na instemming activiteiten vanuit de gedacht van voorkantsturing. En dat met een sterk accent in het eerste jaar van het cultuurplanproces.
46 Activiteiten cultuurwoordvoerders in kader van Cultuurplanproces Activiteiten Presentatie door RRKC van eigen rol, positie, het cultuurplanproces en de procedure (Centrale Bibliotheek) Kennisnemen van de visie van de lokale culturele sector op de rol en betekenis van de stedelijke culturele sector in relatie tot de veranderende stad; dit door middel van een presentatie van het Directeuren Overleg van culturele instellingen (DO), waar veel Rotterdamse culturele instellingen aan deelnemen (Centrale Bibliotheek) Een zgn. Walking lunch met vertegenwoordigers van Rotterdamse culturele instellingen (Centrale Bibliotheek) Uitgangspunten cultuurplan 20212024 (Centrale Bibliotheek)
Vertrouwelijk een “vroege” (voor openbaarmaking) presentatie door Rotterdam Festivals van doelgroepen en bereik van Rotterdamse culturele instelling (centrale bibliotheek)
Motivering Helder zicht op het cultuurplanproces, de procedure en voor wie de RRKC wat doet.
Wanneer 17 oktober 2018
Door een toelichting op de verspreide brochure “Cultuur draagt de stad in transitie” in contact met de visie van de Rotterdamse culturele sector op haar rol en betekenis in en voor de stad.
17 oktober 2018
Ontmoeten en kennismaken en in gesprek over thema’s die ertoe doen
17 oktober 2018
De begeleidingsgroep cultuurplan 2021-2024 bereidde een overzicht van mogelijke uitgangspunten voor het nieuwe cultuurplan voor, inclusief een omschrijving van deze uitgangspunten. Tijdens een besloten zitting van de cultuurwoordvoerders’, in het Vlaams Broodhuis op de Meent, zijn deze besproken, aangevuld en gezamenlijk vastgesteld. Deze zijn in raadscommissie ZOCS besproken met de wethouder Cultuur, die deze input beloofde te gebruiken bij de voorbereiding van zijn Uitgangspuntennota Cultuurplan 2021-2025 De veranderende demografie van Rotterdam en of en zo ja in welke mate Rotterdamse culturele instellingen weten aan te sluiten bij wensen en behoeften in de stad.
7 november 2018
7 november 2018
47 Besluitvorming Rotterdamse Culturele Basis (RCB)
Op initiatief van de begeleidingsgroep heeft de commissie ZOCS expliciet en extra gewisseld met wethouder Cultuur over diverse aspecten van en overwegingen bij de Rotterdamse Culturele Basis, alvorens tot besluitvorming over te gaan
September 2019
Corona en cultuurplan
Naast aandacht voor noodsteun is ook expliciet aandacht besteed aan de vraag of en hoe corona impact heeft op het cultuurplanproces en de haalbaarheid van uitgangspunten. De begeleidingsgroep Cultuurplan heeft steeds doorzicht geboden aan de commissie over het verdere proces en de mijlpalen
Zomer 2020
Verdere mijlpalen in proces
Rest van de periode
De balans Per saldo is gebleken dat de woordvoerders voor cultuur van meet af aan zijn ingesteld op het langlopende en complexe cultuurplanproces. Met tijdige informatie (ook over het proces), met ontmoeting en contact en met advies van de begeleidingsgroep Cultuurplan 2021-2024. Met name de extra investering in het eerste jaar heeft niet alleen gezorgd voor actieve inbreng aan de voorkant van de commissie ZOCS, met als resultaat dat de commissie zelf uitgangspunten voor het nieuwe cultuurbeleid heeft ingebracht bij de wethouder. Het heeft ook mogelijke fricties verderop in het proces voorkomen, zoals bij eerdere cultuurplanprocessen wel het geval was. En door van meet af aan contact te leggen met de culturele sector, en met name het Directeuren Overleg van culturele instellingen (DO), waren verderop in het proces (oplevering plan en verdelingsvoorstel) geen tijd slurpende hoorzittingen meer nodig. Het was dus ook efficiënt. De wethouder heeft op basis van deze commissie uitgangspunten een uitgangspuntennota opgesteld die de Raad op 10/11 juli 2019 heeft vastgesteld. De raad ging bij deze vaststelling nog niet akkoord met de invoering van de Rotterdamse Culturele Basis omdat er behoefte was aan meer inzichten in de overwegingen en afwegingen. De raad stemde in met een debat hierover in de commissie in september 2019 met een nadere duiding vooraf door de wethouder. .
En voor deze bespreking was de lijn met het DO kort genoeg voor een raadpleging vooraf door de commissie, alvorens met de wethouder het gesprek te gaan. Allemaal winst in dit proces, waarbij uiteindelijk ook bij de gemeentelijke afdeling Cultuur steeds meer begrip en waardering ontstond voor de waarde van actieve raadsinbreng aan de voorkant van het cultuurplanproces! De corona-pandemie werkte ontregelend in de samenleving en voor de stad, en zeker ook voor de Rotterdamse culturele sector. Daar is als zodanig door het college/wethouder Cultuur en de commissie actief aandacht aan besteed om het mogelijke te doen. Ook is bezien of en zo ja in welke mate door de coronacrisis de uitgangspunten voor het nieuwe cultuurbeleid nog wel alle intact konden blijven. Het advies van de Denktank New Deal leverde zinvolle informatie op voor de commissie. De commissie besprak met de wethouder concrete plannen naar aanleiding van het rapport op 25 januari 2022. De wethouder heeft in april 2022 een voortgangsrapportage van deze concrete plannen aangekondigd.
48
Leden van de begeleidingsgroep Cultuurplan 2021-2024 kijken mede hierom tevreden terug op het planproces. Voor meer informatie Co Engberts (PvdA), lid begeleidingsgroep Ruud van der Velden (Partij voor de Dieren), lid begeleidingsgroep Arina de Waal, commissiegriffier