CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003496] Overdrachtsdossier ZOCS

Tijdelijke commissie Sociaal (2022-2026) 18 mei 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Toelichting vanuit de begeleidingsroep Een kind is geen kavel15.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

OVERDRACHTSDOCUMENT Commissie Zorg, Onderwijs, Jeugd, Onderwijs en Cultuur (ZOCS) Raadsperiode 2018-2022

2

Drie dossiers In de raadsperiode 2018-2022 heeft de commissie Zorg, Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport (ZOCS) een veelheid aan onderwerpen en dossiers besproken en hierover aan de gemeenteraad advies uitgebracht. De impact van de coronapandemie op de verschillende beleidsterreinen van deze commissie, sinds maart 2020, was en is groot; hieraan is in deze commissie veel aandacht besteed. Markant voor de commissie ZOCS is dat in drie dossiers sprake is geweest van een proactieve benadering, wat uiteindelijk heeft bijgedragen aan een sterkere positie van de gemeenteraad; een positie meer in balans met het college. Voor de betrokkenheid van de samenleving, de kwaliteit van het inhoudelijke debat en van de besluitvorming heeft dit een positieve uitwerking gehad. Er zijn ook lessen te trekken die van waarde kunnen zijn voor de raadsperiode 2022 – 2026. De volgende dossiers van de commissie ZOCS : - Ex-partnergeweld en femicide (1) - Gespecialiseerde jeugdhulp (2); - Cultuurplanproces (3).

3

Hoofdstuk 1

Voor een sluitende aanpak van femicide in Rotterdam

Bron: Katinka Lunnemann

4

SAMENVATTING EN DUIDING December 2018. In korte tijd vallen in Rotterdam drie dodelijke slachtoffers door ex-partnergeweld. Drie jonge Rotterdamse vrouwen die nog een heel leven voor zich hadden, komen om het leven door geweld. Deze heftige gebeurtenissen veroorzaken naast afschuw een schokgolf in de samenleving. Ook in de raad van Rotterdam wordt geschokt gereageerd. Neem als raad zelf verantwoordelijkheid, is de oproep; doe wat je kunt om het risico van dit soort dodelijk geweld zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Laat onder regie van de raad een onafhankelijk onderzoek doen naar wat beter kan of nodig is om in Rotterdam op het niveau van de keten tot een sluitende aanpak van dit geweld te komen en betrek hierbij de belangrijke partijen in deze keten. Een motie met deze strekking van initiatiefnemer raadslid Tanya Hoogwerf (Leefbaar Rotterdam) wordt 30 januari 2019 breed ondertekend en unaniem aangenomen. Waarom een onderzoek onder regie van de raad en niet door het college? De gemeente is onderdeel van het systeem, van de uitvoering. Daar het onderzoek neerleggen, zou in de praktijk neerkomen op de slager die zijn eigen vlees keurt. Bovendien is het belangrijk dat de raad bij dit maatschappelijk urgente probleem zelf een sterke informatiepositie verwerft en zo kan bijdragen aan de best mogelijke besluitvorming over dit belangrijke onderwerp.

Besluitvorming die daadwerkelijk verbetering kan brengen in de samenleving, door verbetering in de bestaande aanpak. Het college is voor de best mogelijk besluitvorming over de inzet en de beoogde resultaten zelf gebaat bij een betrokken en zeer goed geïnformeerde raad. “Bij alle verschillen in kleur en toon, zijn er onderwerpen waar we allemaal pal voor willen staan, en dit is zo’n onderwerp”, zei raadslid Jimmy Smet (Groen Links) bij verschillende gelegenheden. Een begeleidingsgroep met naast Tanya Hoogwerf (LR), Christine Eskes (in het najaar van 2021 vervangen door Tjalling Vonk (CU) nadat zij Sven de Langen als wethouder opvolgde) en Jimmy Smet (GL) krijgt het mandaat om het proces namens de raad te begeleiden. De griffie levert support bij voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden in het proces, adviseert en onderhoudt de dagelijkse contacten met de onderzoeker en de verschillende groepen belanghebbenden. Het onderwerp heeft maatschappelijk betekenis en de raad schaart zich unaniem achter een onafhankelijk onderzoek onder eigen regie. Dat geeft ook de griffie als neutrale professionele ondersteuner ruimte om van waarde te zijn voor de begeleidingsgroep, die als opdrachtgever fungeert maar veel van het voorbereidende en uitvoerende werk kan overlaten aan de griffie als procesbegeleider, geheugen en adviseur.

Van een briefing en fungeren als eerste contactlijn voor de onderzoekers en een introductie van de onderzoekers door de raadsvoorzitter, tot updates voor de commissies ZOCS en V&B, een bijeenkomst in de Laurenskerk en gesprekken met sleutelpersonen in het beschermnetwerk. Het geselecteerde Verwey-Jonker-Instituut presenteert in juni 2020 in de Burgerzaal de bevindingen en aanbevelingen aan de raad, en ook aan de partijen in de keten huiselijk geweld. De begeleidingsgroep zette in op een waardevol en bruikbaar onderzoek op het niveau van keten, met medewerking van de partijen in deze keten, en bleef vanaf de introductie van de onderzoeker in het veld in contact met deze verschillende partijen. Het gesprek in de Burgerzaal over de resultaten levert de bevestiging van de indruk: gemeente en het bescherm- en

5 hulpverleningsnetwerk willen met de aanbevelingen aan de slag. Het onderzoek, met name de participatie daarbinnen, creëert beweging in het veld! Vanuit de gemeente is het niet “wij” vs. “zij”, maar we doen het samen. Het onderzoek wijst onder andere uit dat knelpunten en oplossingen niet zozeer liggen in deelketen straf en zorg. Ze liggen ook niet bij de ernstigste dossiers op stedelijk niveau die de terugkerende aandacht hebben van het Zorg- en Veiligheidshuis. Nee, ze liggen op het niveau van bescherming en hulpverlening in de wijken en die niet tot ernstige categorie behoren. Het rapport wordt in november 2020 door de raad vastgesteld en krijgt steun van de verantwoordelijk wethouders De Langen en Bokhove. Ook de burgemeester voelt zich als raadsvoorzitter en burgervader sterk bij onderwerp betrokken. Als onderdeel van de driehoek met politie en OM heeft ook Ahmed Aboutaleb door verschillende incidenten ervaren dat risicobeperking door een sluitende aanpak tussen partijen en nageleefde handreiking in de organisaties om vroegtijdig alarmerende signalen juist te duiden, een flinke uitdaging is. Niet zelden krijgt een relevant onderzoek met belangwekkende bevindingen, conclusies en aanbevelingen van verschillende kanten serieuze aandacht. Vaak gaat het momentum dan ook wel weer snel voorbij. Niet hier.

De begeleidingsgroep zette in op een waardevol en bruikbaar onderzoek op het niveau van keten huiselijk geweld als geheel en bleef vanaf de introductie van de onderzoeker in het veld in contact met de verschillende partijen. Het onderzoek wordt een voertuig voor verandering en verbetering op het niveau van de deelketen bescherming en hulpverlening. Bij de vaststelling van het rapport in de raad (in november 2020) komt vanuit de begeleidingsgroep een motie die oproept om de verbeterslagen ook daadwerkelijk te borgen (motie-Eskes) door middel van een quick-scan. Weliswaar heeft wethouder Bokhove de raad een uitgebreide monitor toegezegd voor het najaar van 2022, de raad kiest er met brede steun (44 stemmen voor) om de quick-scan onder hoede van de begeleidingsgroep in het najaar van 2021 voor te leggen. Als om duidelijk maken: dit vinden wij zo belangrijk, dat wij er als raad bovenop blijven zitten. En ook goed dat de gemeente en het beschermnetwerk weten dat de raad via een onafhankelijk onderzoek bij hen zal terugkomen om op de voortgang te bevragen. Het is dus niet vrijblijvend. Deze quick-scan, behandeld begin december 2021, laat zien dat veranderen en verbeteren met veel partijen tijd vergt.

Deze laat ook zien dat er door partners in het beschermnetwerk echt werk is gemaakt van doorvertaling en doorvoering van de aanbevelingen uit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Maar ook dat het nog pril is, dat er voorzichtig stappen worden gezet, dat het nog iets is van een kleine groep, de top (professionals weten er nog niets van), dat het nog onvoldoende doorleefd is (de leidende principes), en dat de neiging om te verambtelijken en te verkokeren onderdrukt moet worden. En dat terwijl van meet af aan een hoge urgentie wordt gegeven aan een lage drempel voor bescherming van het slachtoffer, een arrangement huiselijk geweld dat allerlei schotten wegneemt die belemmerend werken, en nog meer. Er is dus werk aan de winkel om efficiënt en vooral effectief tot het beoogde resultaat te komen.

6 Bij de behandeling van de quick-scan in de raad wordt een motie (Hoogwerf) aangenomen die ertoe oproept om in de volgende raadsperiode (2022-2026) de borging van de verandering en verbetering ter hand te nemen en hier ook bij de collegevorming aandacht aan te besteden. Want als iets duidelijk is geworden: vanzelf gaat het niet. Ook wordt de afspraak gemaakt dat de commissie ZOCS via de begeleidingsgroep de vinger aan de pols zal houden aan dit overdrachtsdocument. Al met al heeft de gemeenteraad het dossier ex-partnergeweld / femicide ruim drie jaar op de agenda gehouden. Een onderwerp dat in de begintijd zorgde voor heftig debat ontwikkelde zich tot een breed onderschreven verbeteraanpak onder regie van de raad zelf, met impact op het beschermnetwerk. Dat kwam na het onderzoek in beweging om de aanbevelingen van Verwey-Jonker uit te voeren. Een proces dat nog niet is afgerond en dus aandacht blijft vragen.0

7

SARAH EN BIANCA GEVEN GEZICHT AAN EX-PARTNERGEWELD

Bron: RTV Rijnmond

In korte tijd verliezen drie jonge Rotterdamse vrouwen eind 2018 het leven door geweld in de relatiesfeer. De schok is groot in Rotterdam, het land, de directe omgeving van de slachtoffers en in de publieke opinie. Ook de gemeenteraad is geschokt. Er rijzen vragen over de bescherming en opvang van slachtoffers. Hoe functioneert de opvang, bescherming en hulpverlening van slachtoffers? Gaat dit wel goed in de deelketen straf en zorg (politie, Openbaar Ministerie en Reclassering)? Is sprake van effectieve en sluitende samenwerking in de keten huiselijk geweld? Moet de gemeenteraad hier zelf zijn verantwoordelijkheid nemen en doen wat in zijn

8

vermogen ligt om het risico van hevig ex-partnergeweld te verminderen? Zo krijgen drie jonge Rotterdamse vrouwen een naam en een gezicht en staan zij voor vele, vaak naamloze slachtoffers van ex-partnergeweld. De tragische gebeurtenissen zijn ook pijnlijk voor betrokken instanties en professionals. Ze doen veel goed werk, doen wat ze kunnen en er gaan ook dingen mis, vreselijk mis. En, wat erger is, als het gaat om rekenschap afleggen ontstaat onder druk van publieke aandacht de neiging om, figuurlijk gesproken, de was binnen te houden, de eigen bijdrage in het drama (iets) kleiner te maken, naar een ander te verwijzen, en / of aan te geven dat “al” verbetermaatregelen in gang zijn gezet. Aan goede intenties, ambities en doelen, zeker op papier in beleidstaal, is zelden gebrek. Het is dan juist aan de gemeenteraad om, zeker bij onderwerpen die de (lokale) samenleving schokken en grote maatschappelijke impact hebben, als volksvertegenwoordiger de stem en het gevoel in de samenleving te vertolken. Om de verantwoordelijke bestuurders de helpende hand toe te steken met een robuuste controlerende rol, en desgewenst door als raad zelf het initiatief te nemen.

Dit zal onder andere blijken als de Inspectie van Veiligheid en Justitie onderzoek heeft gedaan naar de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen dat de dan 16-jarige Humeyra, ondanks zorgwekkende signalen en talrijke meldingen bij verschillende instanties over stalker ver Bekir E. toch het slachtoffer kon worden van een gewelddadige dood op klaarlichte dag in de fietsenstalling van haar school. Wat is ieders rol hierin geweest en wat valt hiervan te leren? Het rapport is ook voor de gemeenteraad ontluisterend. Verschillende raadsleden willen verdere toelichting van de onderzoekers, wat niet gebruikelijk is. Met inzet van de griffie lukt het hen om op het ministerie in Den Haag een uitgebreide toelichting van hen te krijgen. Die geeft hun een verdere inkleuring van het ontluisterende rapport. Dat zorgt voor zwaar en heftig debat in de raad. Dat sterkt ook het besef in de raad dat hij ook zelf zijn verantwoordelijkheid moet nemen, zelf aan zet is om bij te dragen aan dringend nodig ervaren verbetering van bescherming van slachtoffers. Met algemene stemmen Een van de raadsleden heeft in de directe omgeving zelf te maken gehad met huiselijk geweld, een van de redenen om de lokale politiek in te gaan. Zij wil dat de raad het initiatief neemt en vindt daarin collega-raadsleden als medestander.

De commissiegriffier van ZOCS wordt benaderd voor advies over het in te zetten instrument en het proces. Binnen de griffie trekt de commissiegriffier al enkele jaren professioneel op met de adviseur communicatie en dienstverlening, die op het snijvlak van proces, communicatie en advies werkt. In wisselwerking met de betrokken raadsleden wordt een motie voorbereid en uitgewerkt die oproept tot een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de gemeenteraad naar de effectiviteit van de aanpak en de samenwerking in de stedelijke keten Huiselijk geweld, een onderzoek uit te voeren in goede samenwerking met partners in het netwerk. De raadsmotie krijgt 30 januari 2019 raadsbreed steun. De raad wil zelf zijn verantwoordelijkheid nemen. Mandaat van de raad De griffie wordt gevraagd een voorzet te doen voor de organisatie en procesbegeleiding, evenals voorbereidingen te treffen voor de selectie van een geschikt onderzoeksbureau. De commissiegriffier van ZOCS heeft jarenlange ervaring met de formule van het begeleidingsteam op voor commissie en raad majeure dossiers en bijvoorbeeld de voorbereiding van een belangrijke expertmeeting. Een evenwichtige samenstelling en echte toewijding van raadsleden aan het onderwerp doen ertoe, evenals proactieve professionele facilitering van het proces en de

9 communicatie met alle belanghebbenden, inclusief advies. Op het juiste moment, op de juiste manier contact met de juiste insteek en boodschap: met de betrokken raadscommissie(s) en de raad, met het presidium, de raadsvoorzitter, de raadsgriffier en vooral de belanghebbende partijen in de samenleving. Dit alles onder regie van de begeleidingsgroep, uiteraard. In de begeleidingsgroep Onderzoek Ketenaanpak Huiselijk Geweld nemen Tanya Hoogwerf (LR), Christine Eskes (CDA) en Jimmy Smet (GL) zitting: zowel raadsleden van de coalitie als de oppositie zijn bereid om tijd te investeren in de begeleiding van het onderzoek. De begeleidingsgroep vraagt en krijgt mandaat van de raad en de betrokken raadscommissies ZOCS en Veiligheid & Bestuur om het onderzoekstraject te begeleiden tot en met de oplevering van het rapport. Dit begeleidingsteam krijgt voor de voorbereiding en de uitvoering assistentie van commissiegriffier en de adviseur communicatie en dienstverlening. Tijdens de periodieke, meestal korte (30-45 minuten), goed getimede bijeenkomsten (maandagavond voor het fractieoverleg of in de pauze van de raadscommissie) neemt de begeleidingsgroep de bespreekpunten in de voortgang van het proces door, met een korte agenda en toelichting bij ieder punt van de griffie, alsook een vraag of besluit.

Ook wordt naar de komende periode gekeken (wat komt er op ons af, hoe gaan we ermee om?) en is de communicatie met de belanghebbenden een terugkerend aandachtspunt. De ondersteuning door de griffie ontlast de al drukbezette leden van de begeleidingsgroep, maar helpt bij de realisatie van het doel en impact. Verwey-Jonker Instituut Het begeleidingsteam gaat aan de slag. In de voorbereiding gaat het om de selectie van het geschikte onderzoeksbureau en de uitwerking van een briefing voor het onderzoek zelf, met als referentie de aangenomen motie. De griffie voert een oriëntatie uit, vraagt op basis van een suggestie om advies hierover bij de verantwoordelijke ambtelijk directeur bij het cluster MO. De ambitie is niet gering: onderzoek over een complexe maatschappelijke problematiek in een stedelijk domein dat onder druk staat en dat gehele keten bestrijkt, dus zowel opvang en hulpverlening en straf en zorg. Bureau en onderzoeker hebben ruime kennis van het thema, beschikken over een passende portfolio en overzien de gehele keten: zowel opvang en hulpverlening als straf en zorg. De begeleidingsgroep stelt voor het Verwey-Jonker Instituut in te schakelen, en met name mr. dr. Katinka Lünnemann, een senior-onderzoeker met een passende portfolio op onderzoeksgebied en publicaties in het domein van huiselijk geweld. En dat zonder afhankelijkheidsrelatie met de gemeente Rotterdam.

Op basis van een indicatie voor de budgetbehoefte schakelt de griffie het gemeentelijke Escalatieoverleg in, voor een juridische toets op de gemotiveerde marktbenadering. Als deze benadering de toets doorstaat, ontvangt Verwey-Jonker een schriftelijke en mondeling briefing van de begeleidingsgroep om een uitgewerkt onderzoeksvoorstel te kunnen opleveren. Dit voorstel, inclusief onderzoeksbudget, volgt binnen enkele weken. Na goedkeuring door de begeleidingsgroep en fiat in het presidium kan de griffie de formele opdracht verstrekken. En zo zal het gaan.

10 Onderzoek: de keten als geheel Het onderzoek door Verwey-Jonker wordt na een eerste aankondigende belronde met bestuurders en directeuren van instellingen in het stedelijke netwerk huiselijk geweld, per brief door de raadsvoorzitter verder geïntroduceerd. Het onderzoek beoogt inzicht te krijgen in de ketensamenwerking voor de aanpak van huiselijk geweld en verbeterpunten te detecteren om tot een sluitende ketensamenwerking te komen. Belangrijk is om toe te lichten waarom het initiatief voor een onafhankelijk onderzoek is genomen. Het gaat om het functioneren van de keten als totaal en wat daarin beter kan, niet om te wijzen naar eventuele missers en fouten bij een afzonderlijke partij. Na deze introductie is het aan onderzoeksleider Katinka Lünnemann om haar onderzoek stap voor stap uit te voeren. Zij heeft een gedegen reputatie op dit terrein opgebouwd, wat de medewerkingsbereidheid ten goede blijkt te komen. Hoofdvraag in het onderzoek is: wat is de kern van het probleem, wat zijn noodzakelijke veranderingen en hoe kan dit onderzoek bijdragen aan gezamenlijk leren in het vergroten van directe en duurzame veiligheid? Het onderzoek zal bestaan uit drie fasen: een verkennende, een verdiepende en een afsluitende fase.

De eerste fase verkent waar het grootste pijnpunt ligt en zoekt aansluiting bij de urgentie die wordt gevoeld om slachtoffers van huiselijk geweld te beschermen. De hoofdvraag is: wat is de kern van het probleem, wat zijn noodzakelijke veranderingen en hoe kan dit onderzoek bijdragen aan gezamenlijk leren in het vergroten van directe en duurzame veiligheid? Hiertoe voert de onderzoeksleider diverse gesprekken met sleutelpersonen in de keten. Ze wil daarbij ook aansluiten bij de bestaande Werkgroep Geweld tegen vrouwen waar verschillende partijen om de tafel zitten, of spreken met de leden van de kerngroep, om te horen waar volgens hen de urgentie ligt. Hoewel dit twee onafhankelijke trajecten zijn (werkgroep en onderzoek) wordt op deze manier de verbinding gelegd zodat de twee trajecten niet los van elkaar plaatsvinden maar elkaar versterken. De verdiepende fase 2 bestaat uit een literatuurstudie en verdere deskresearch naar de problematiek, aangevuld met interviews en een groepsgesprek om de vragen die de deskresearch heeft opgeroepen, te beantwoorden. Verder worden aanvullende gesprekken en een groepsgesprek uitgevoerd met professionals in de keten. Deze gesprekken dragen bij aan een beter inzicht in de knelpunten.

Om meer inzicht te krijgen in mogelijke oplossingen, voert het onderzoeksteam ook enkele casuïstiekbesprekingen uit met ketenpartners op het niveau van respectievelijk uitvoerend professionals en managers. Aan de hand van een concrete casus gaan ze met elkaar in gesprek over de meest adequate, effectieve aanpak van bescherming, hulp en ondersteuning voor gezinssystemen, intieme relaties en individuele slachtoffers. De onderzoekers organiseren ten slotte enkele groepsbijeenkomsten, met name met ervaringsdeskundigen die vanuit het cliënt-perspectief naar de ketenaanpak kijken. De afsluitende derde fase bestaat uit bijeenkomsten om de voorlopige aanbevelingen uit het onderzoek te bespreken en de rapportage. De onderzoekers zetten een kleine klankbordgroep met deskundigen op om hen te raadplegen over kwesties in het onderzoek. De griffie onderhoudt voor het begeleidingsteam de contacten met de onderzoeker en helpt desgevraagd met relevante documenten en voor

11 beantwoording van voorkomende vragen. Voor mijlpalen zoals een tussenrapportage komen de onderzoeker en het begeleidingsteam samen, waar het concept wordt toegelicht. Het gehele onderzoek neemt (langer dan gepland) ruim een jaar in beslag. De begeleidingsgroep verzorgt in totaal zes keer een mondelinge update van het proces in de commissie ZOCS, met een schriftelijke versie hiervan in de commissie Veiligheid en Bestuur. Meest urgente knelpunten en oplossingsrichtingen Uit het onderzoek komt naar voren dat de meest urgente knelpunten in de samenwerking tussen instellingen van het veiligheidsdomein en zorgdomein niet liggen op het stedelijke niveau, waar het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond (ZVHRR) en het recent opgerichte Centrum Huiselijk Geweld een belangrijke rol spelen als vormen van multidisciplinaire samenwerking. Het meest urgente probleem in de aanpak van huiselijk geweld bevindt zich in het sociaal domein en de adequate aansluiting tussen het sociaal domein (wijkteams) en de ketenaanpak ‘zorg- en veiligheidsdomein’. Belangrijkste knelpunten: -

Onduidelijkheden rond taken en bevoegdheden van verschillende instellingen. De toegang tot de juiste hulp is complex en langdurig. Er zijn verschillende loketten en er is geen directe toegang tot de wijkteams. Regiefunctie op wijkniveau is (dikwijls) onduidelijk en de samenwerking tussen instellingen (Veilig Thuis, wijkteams, jeugdbescherming, politie en andere netwerkpartners) is problematisch. Bovendien is veel kennis omtrent huiselijk geweld versnipperd geraakt en verdwenen door de transitie. De indicatiestelling binnen de Wmo-systematiek is niet geschikt voor de problematiek van huiselijk geweld, omdat deze is gebaseerd op het uitgangspunt van zelfredzaamheid en individugericht is. Het gaat in het geval van huiselijk geweld allereerst om het bieden van bescherming en daarnaast om een integraal aanbod aan relaties en gezinsgerichte hulp. De systeemwereld van protocollen en regels wordt als dominant ervaren door professionals, waardoor de aansluiting bij de leefwereld van mensen (te vaak) ontbreekt.

12 Oplossingsrichtingen /aanbevelingen: -

-

Zet leidende principes van waaruit samengewerkt wordt centraal binnen de domeinen van zorg, welzijn, jeugd en veiligheid. Zorg voor een laagdrempelige toegang. Directe toegang tot het wijkteam en plekken in de wijk waar mensen terechtkunnen voor een luisterend oor en steun, zijn essentieel. Voorkom dat meldingen van huiselijk geweld (telkens) worden doorverwezen. Invoering van een aantal wijkteam overstijgende netwerken huiselijk geweld draagt bij aan het direct bieden van de juiste hulp en bescherming doordat de melding bij Veilig Thuis direct wordt opgepakt, deskundigheid wordt gebundeld, korte lijnen ontstaan tussen de verschillende instellingen en de gezamenlijke slagkracht van professionals daarmee wordt vergroot. Het (gezamenlijk) aanpakken van de problemen staat dan voorop. Essentieel is dat financiering van (langdurige) gezinsgerichte hulp en bescherming mogelijk wordt gemaakt. Ontwikkel daartoe een arrangement huiselijk geweld vanuit de concrete problematiek en buiten het huidige systeem van indicatiestelling via een integraal, financieel ontschot budget.

Draagvlak voor doorvoeren aanbevelingen Woensdag 24 juni 2020 is een stralende dag. De Burgerzaal in het stadhuis is in gereedheid gebracht voor drie bijeenkomsten. Stoelen zijn op anderhalve meter geplaatst. Die zullen achtereenvolgens bezet worden door eerst raadsleden, daarna bestuurders en directeuren van partners in de keten huiselijk geweld en ten slotte de pers. Het NOS journaal zal ’s avonds in zijn uitzendingen groot uitpakken met het onderzoek; ook andere landelijke, regionale en lokale media besteden aandacht aan de resultaten van het onderzoek. Maar er is iets dat verder reikt dan vluchtige media-aandacht. Er blijkt een ruim draagvlak om de aanbevelingen daadwerkelijk door te voeren, zowel bij de gemeente zelf als in het stedelijke netwerk van betrokken instellingen. Op die woensdagmorgen in juni valt in de Burgerzaal bij gemeente en partners in het beschermnetwerk op dat er naast veel herkenning ook energie loskomt. Zij geven aan daadwerkelijk aan de slag te willen met de aanbevelingen van Verwey-Jonker. Kort daarna ontvangt de begeleidingsgroep een verslag waaruit dit ook blijkt. Ook willen de belangrijkste partijen in het veld (“koplopers” genoemd) actief meewerken aan het programma van een bijeenkomst die de begeleidingsgroep in het najaar in de Laurenskerk wil organiseren. Deze verheugende reactie komt ook niet helemaal onverwacht.

Sinds de start van het onderzoek is vanuit de begeleidingsgroep geïnvesteerd in regelmatig contact met partners in het onderzoek. Zo hebben de leden van de begeleidingsgroep op donderdagmiddag 23 juli 2020 bij Arosa een informeel gesprek gevoerd met de koplopers uit het beschermnetwerk over hun beeld bij de resultaten van het onderzoek en wat zij daarmee willen. Daar is op dat moment al een duidelijke wil aanwezig om met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Bij de bespreking van het onderzoek en een concept-raadsvoorstel (van de begeleidingsgroep) op 8 juli scharen de woordvoerders en de twee verantwoordelijke wethouders (De Langen en Bokhove) zich achter de aanbevelingen. In het najaar zal ook de gemeenteraad het raadsvoorstel met de aanbevelingen overnemen.

13 Hart onder de riem voor professionals in Laurenskerk De begeleidingsgroep vindt het belangrijk om namens de raad een bijeenkomst te organiseren met bestuurders en professionals uit het netwerk van partijen betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld. Dit om rekenschap af te leggen aan de stad, om betrokken partijen en professionals een hart onder de riem te steken en om samen een statement af te leggen voor de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam. De begeleidingsgroep krijgt van de raad het mandaat om deze bijeenkomst te organiseren. Op 21 september 2020 vindt in de Laurenskerk een indrukwekkende bijeenkomst plaats, uiteraard coronaproof. Er zijn ca. 150 genodigden, zowel bestuurders als leidinggevenden en professionals van instellingen uit het netwerk. De betrokken wethouders Bokhove en De Langen zijn aanwezig en ook de burgemeester, die zich ook zeer betrokken heeft getoond bij het dossier huiselijk geweld. Hij is op gezette tijden door de begeleidingsgroep bijgepraat over de voortgang en zo ook over de bijeenkomst in de Laurenskerk.

Programma bijeenkomst Laurenskerk, 21 september 2020

14

15 De bijeenkomst wordt opgeluisterd door (ex-)studenten van Hogeschool Codarts, waarvan een ex-student betrokken was bij de gewelddadige dood van de studente Sarah Pappenheim. Aan het eind van de bijeenkomst ondertekenen de leden van de begeleidingsgroep, wethouder Bokhove namens het college en bestuurders van de belangrijkste partijen in de keten huiselijk geweld een manifest dat de begeleidingsgroep samen met hen heeft voorbereid. Bescherming van slachtoffers staat voorop en belang wordt gehecht aan vertrouwen en ruimte voor professionals.

16 College pakt handschoen op Het college schenkt klare wijn. In weerwil van de inzet van gemeente en betrokken partners lukt het onvoldoende in Rotterdam om slachtoffers en plegers van huiselijk geweld goed te helpen. De aanpak is te onsamenhangend en betrokkenen hebben daardoor te vaak de ervaring van het kastje naar de muur te gaan. Het college besluit de handschoen op te pakken en de aanbevelingen van het Verwey-Jonker Instituut samen met het beschermnetwerk uit te werken naar concrete verbeteracties. Verder wordt de keuze gemaakt om voor het Huiselijk geweld-arrangement een apart inkoopspoor in te zetten, om zo ruimte te creëren om dit vanuit de leidende principes te ontwikkelen. Ook zijn er al concrete stappen gezet rond de realisatie van vrijwillige plegerhulpverlening, zoals het aanbod ‘Niet meer door het lint’. In een door de gemeente opgezette stuurgroep gaan de partners onder leiding van AEF werken aan doorvoering van de aanbevelingen. Er zijn vanuit waarden en leidende principes drie verbeterscenario’s geïmplementeerd. In een gefaseerd actieprogramma worden die gerealiseerd. Waarden: veiligheid, holisme en gezamenlijkheid Leidend principes: - Leefwereld is leidend , de systeemwereld faciliteert. - Het gezinssysteem staat centraal. - Eerst directe veiligheid, dan stabiele veiligheid, gevolgd door duurzaam herstel. - Acteren met passende urgentie en snelheid.

- Vertrouwen op deskundigheid en expertise van professionals op alle niveaus en de ruimte om die deskundigheid te benutten. Waarden en Leidende principes Opgave: Gezamenlijk verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam

Scenario A ‘Verbinden’ ‘Bouwblokken en verbeterrichtingen’

Scenario B ‘Professionaliseren’ Scenario C ‘Doorbreken’

Gezamenlijk continu verbeteren

17 Het onderwerp huiselijk geweld maakt deel uit van het Rotterdamse beleidsplan voor Maatschappelijk Ondersteuning en Jeugdhulp 20212026 met als titel “Heel de Stad”. Dit beleidsplan is erop gericht om een integrale aanpak van Zorg, Welzijn en Jeugdhulp te realiseren. De commissie ZOCS bespreekt de concept-versie van het beleidsplan op 10 juni 2020 met de wethouder en levert input voor het raadsvoorstel “Heel de Stad”. Dit beleidsplan vormt na vaststelling door de gemeenteraad het kader voor de inkoopstrategie voor Zorg en Welzijn. Het wordt 28 januari 2021 vastgesteld, evenals de hieruit volgende kaders voor de inkoop strategieën.

Omdat er ook een regionale component voor (regionaal in te kopen vormen van) hulpverlening (Regiovisie en actieplan Geweld hoort nergens thuis 2019 -2022 of Strategisch beleidsplan Veilig thuis Rotterdam Rijnmond 2020-2022), is het zaak voor de commissie om overzicht te houden in de stukkenstroom op een verschillende schaal (lokaal of regionaal) en breedte van het onderwerp (bijvoorbeeld zorg vs huiselijk geweld), het type stuk (beleidsmatig, ambities, intenties en doelen, zoals het beleidskader Bouwen aan een toekomst zonder geweld, of een voortgangsrapportage) en het -waar dat bij het onderwerp huiselijk geweld wel voor de hand zou liggen - woordelijk aansluiten bij de afgesproken verbeterslag, te weten de vertaling naar de praktijk van alle aanbevelingen. Evaluatieve quick scan Bij de bespreking van het onderzoeksrapport “Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen” op 7 juli 2020 is in de commissie door een fractie gesuggereerd om de binnen een jaar de opvolging van aanbevelingen na te gaan in een evaluatie, weer onder leiding van de raad. Dit gezien de grote impact van ernstige incidenten met huiselijk geweld op slachtoffers, kinderen, de omgeving, de samenleving en de publieke opinie.

Maar ook gelet op de beleving dat collegeleden gebaat zijn bij een (pro-)actieve opstelling van de raad, die ook zelf verantwoordelijkheid wil nemen voor beperking van risico’s van geweld in de relatiesfeer en andere vormen van geweld achter en voor de voordeur. Dat blijkt bij de raadsbehandeling van het rapport op 26 november 2020. Weliswaar kondigt wethouder Bokhove aan dat over twee jaar een uitgebreide monitoring plaats heeft en naar de gemeenteraad komt, de raad wil zelf en sneller een beeld krijgen van de implementatie. Lid van het begeleidingsteam Christine Eskes (CDA) dient de motie “Ketenaanpak huiselijk geweld: van ambitie naar geborgde realisering” in die door elf andere fracties is ondertekend. De motie vraagt om een evaluatie onder hoede van de raad, met als hoofdvraag: hoe zijn de aanbevelingen door de gemeente en relevante organisaties opgepakt? Met als subvragen: zijn de in het rapport benoemde en onderschreven oplossingsrichtingen bij de knelpunten in het stedelijk netwerk geland? Zo ja, in welke mate? Wat is daadwerkelijk gebeurd en gedaan om de onderschreven oplossingsrichtingen naar de praktijk te vertalen? In hoeverre worden deze ook (aantoonbaar) in de praktijk gebracht? Wat lukt er (nog) niet en wat is hiervoor de verklaring? De motie krijgt steun van 44 raadsleden.

De begeleidingsgroep krijgt het mandaat om de evaluatieve quick scan door het Verwey-Jonker Instituut te begeleiden. Quick scan Verandertraject huiselijk geweld De quick scan door het Verwey-Jonker Instituut omvat een documentenstudie, een reeks individuele gesprekken met bestuurders, managers en professionals in het Rotterdams beschermnetwerk en enkele groepsgesprekken. De bevindingen zijn getoetst bij het sleutelpersonen in het netwerk. Uit de quick scan komt naar voren dat het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen een impuls heeft gegeven aan de samenwerking tussen de gemeente en relevante netwerkpartners. Zie hier de presentatie door onderzoeker Katinka Lünnemann voor de commissie ZOCS op woensdag 8 december 2021.

18

. Het rapport Quick scan verandertraject huiselijk geweld toont dat er veel in gang gezet. Zo is meteen een een stuurgroep ingesteld onder voorzitterschap van de gemeente. Een Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam (8 april 2021) is vastgesteld. Er zijn leidende principes vastgesteld door alle beschermpartners en deze worden in meer of mindere mate gebruikt in de besluitvorming om tot verandering te komen. Het zijn echter bij lange na (nog) geen levende principes die op alle niveaus in de verschillende organisaties gekend en gebruikt worden om besluiten te nemen en ernaar te handelen. Als het gaat om de drie andere aanbevelingen – directe laagdrempelige toegang, samen optrekken op bovenwijks niveau en een arrangement huiselijk geweld - zijn voorzichtige stappen gezet. De verandering is ingezet op het bestuurlijk niveau van de beschermpartners. Er zijn proeftuinen en pilots, deels gebaseerd op de bottom-up ontwikkelingen. Hoe en wanneer de professionals en de cliënten er iets van gaan merken is echter (nog) niet duidelijk. Het beeld, kortom, is dat het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen beweging heeft gestimuleerd, tot gezamenlijke actie heeft aangezet. De scan is ongeveer een jaar na de vaststelling van het rapport uitgekomen. Verandering kost tijd.

En in het najaar van 2022 kan de gemeenteraad rekenen op een uitgebreide monitor van de verantwoordelijk wethouder(s) om de voortgang nog eens tegen het licht te houden. De scan laat zien dat er twee kanten aan de medaille zitten. De ene kant is dat veel in gang is gezet. De andere kant van de medaille is de urgentie die sinds eind januari 2019 door de raad is en wordt gegeven aan een sluitende aanpak van vormen van geweld in de stad. Vanuit het perspectief van slachtoffers, en het systeem als geheel (dus ook pleger en kinderen) draait alles om het bieden van veiligheid / bescherming en hulp. Zo ver is het niet, en dat kan een gevoel van groot ongeduld geven.

19 De onderzoekers bemoedigen vooral: ga door met de verandering, maak vaart, blijf niet hangen in een kleine groep, zorg dat de leidende principes gaan leven, ook en juist bij professionals. Ofwel: • zorg dat professionals in de praktijk de middelen, het vertrouwen en ruimte krijgen om volgens de leidende principes te werken; • houdt focus op werken volgens leidende principes, directe toegang, samen optrekken in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en het huiselijk geweld-arrangement. Maak ruimte voor het uitvoerend niveau en ervaringsdeskundigen om de veranderingen mee vorm te geven. Alleen een goed samenspel tussen bestuur-beleid-uitvoering (strategisch, tactisch en operationeel niveau) leidt tot daadwerkelijke verandering. Voor de commissie ZOCS en later ook de raad resteert na behandeling een oproep aan de volgende raad (2022-2026). De motie “Niet loslaten maar vasthouden” van Tanya Hoogwerf (raad van 16 december 2021) roept op om de conclusies en aanbevelingen uit de Quick Scan van het Verwey-Jonker Instituut naar de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoek naar de ketenaanpak huiselijk geweld te borgen en er inhoud aan te geven bij de vorming van een nieuw college Afsluitend De raad heeft niet alleen een door het veld van instellingen gedragen rapport opgeleverd.

Er is ook bijgedragen aan energie van de betrokken partijen en instanties om samen het pad van verbetering op te gaan en de aanbevelingen door te voeren. Bovendien is een extra stimulans hierop gezet door een evaluatie hiervan onder beheer van de raad uit te voeren. Het debat in de raad kreeg op het onderwerp huiselijk geweld een kwaliteitsimpuls. De betrokken wethouders omarmden het onderzoek en de opbrengst hiervan en de raadsvoorzitter loofde de raad voor de wijze waarop het onderwerp huiselijk geweld is aangepakt. De formule van de begeleidingsgroep heeft naar wens gewerkt met inbreng vanuit oppositie en coalitie. Hoewel ieders toon verschilt stonden de leden achter de aanpak en het resultaat ervan en is goed samengewerkt. Voor meer informatie Tanya Hoogwerf (Leefbaar Rotterdam), lid begeleidingsgroep Arina de Waal, commissiegriffier

20

Hoofdstuk 2

Een kind is geen kavel, Specialistische en forensische jeugdhulp

Samenvatting en duiding Jeugdhulp is geen eenvoudig dossier. Landelijke wet- en regelgeving en financiering en een landelijk stelsel. De gemeente is er sinds 2015 wel verantwoordelijk voor. Is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. En dat gebeurt ook. Bij decentralisatie van taken in het sociale domein in 2015 bezuinigde Den Haag 15% op het budget, vanuit de idee dat de gemeente dichter bij inwoners staat en met minder geld betere resultaten kan bereiken. In Rotterdam nam de vraag naar jeugdhulp na 2015 toe en steeg het aantal kinderen met psychiatrische problematiek. In de jaren na 2015 was geen sprake van indexatie van het budget. In onze regio werd de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdzorg Rijnmond (GRJR) opgericht, waaraan 15 gemeenten, waaronder Rotterdam deelnemen. Door middel van aanbesteding werden op regionaal niveau met name de meer specialistische en forensische jeugdhulp gecontracteerd. In 2019 kwamen er meer en meer signalen dat met name kinderen met een complexe en ook wel meervoudige problematiek niet de tijdige en passende hulp kregen. Ook rezen zorgen over jongeren met een jeugdbeschermingsmaatregel die onbehandeld rondliepen.

Ook verscheen een alarmerend rapport van de Kinderombudsman. Dit was voor de commissie ZOCS aanleiding om zelf het gesprek aan te gaan met sleutelpersonen in de sector. Resultaat was het indringende verslag “Een kind is geen kavel” over de specialistische en forensische jeugdhulp in Rotterdam en regio. De commissie en de raad namen de conclusies en aanbevelingen over en dat gold ook voor de betrokken wethouders Zorg en Jeugd. De commissie zelf was enthousiast over de gebruikte methode van werken, die de informatiepositie op dit maatschappelijk relevante en urgente dossier substantieel versterkte. Daar heeft de commissie vanuit een brede betrokkenheid consequent op voortgebouwd met technische sessies (bijvoorbeeld over de vergelijking van de aanpak van jeugdhulp in Utrecht en Rotterdam) en met nog een tweede ronde interviews met de

21 sector, ruim een jaar na verschijning van “Een kind is geen kavel”. Dat heeft ertoe geleid dat het debat over het gemeentelijk beleidsplan, voortgangsrapportages jeugdhulp, de inkoopstrategie voor een nieuwe periode (vanaf 2023) en de Regiovisie vaak inhoudelijke diepgang had met een focus op wat beter moet. Collegeleden en raad kwamen in dit opzicht meer en meer op eenzelfde lijn. Het kind staat centraal en tijdige en passende hulp moet er zijn. Je moet je kind met vertrouwen aan het systeem van de jeugdhulp kunnen toe vertrouwen. On hold Het demissionaire kabinet stemde vorig jaar na arbitrage in met extra geld voor gemeenten (1,8 miljard), in combinatie met een Hervormingsagenda voor de jeugdhulp. Wrang is dat het meerjarig financieel beeld voor de jeugdhulp met de komst van een nieuwe regering met 500 miljoen is verslechterd. De VNG (en onze regio) heeft op basis van een resolutie alle inzet voor de Hervormingsagenda stopgezet. Het was half februari nog niet duidelijk hoe dit doorwerkt op de Regiovisie en Regioagenda voor jeugdhulp. Intussen staan schrijnende beelden van kinderen met complexe problematiek en / of die in crisis verkeren maar geen tijdige en passende hulp krijgen op veler netvlies. Het onderwerp jeugdhulp zal ook in de periode 2022-2026 de nodige aandacht van de commissie ZOCS vragen.

Nog altijd worden kinderen met ernstige problematiek niet altijd tijdig en passend (met matched care) geholpen. Ook is het aan de nieuwe commissie ZOCS om de positie naar de GRJR te versterken, zelf of in samenwerking met betrokken leden van andere gemeenteraden. Jeugdhulp is een complex onderwerp. Daarom deze praktische tip: duik niet meteen in rapporten en andere publicaties. Vraag de griffie om voor de commissie een kort programma voor te bereiden. Denk aan een bezoek aan een instelling in de lokale jeugdhulp om te zien en te horen wat daar gebeurt en hoe lokale jeugdhulp meer eerder en ook preventief kan helpen. Denk ook aan een gesprek met professionals en ervaringsdeskundigen van een regionale specialistische jeugdaanbieder (bijvoorbeeld de Waag of de Viersprong) over hoe het gaat met deze hulp. Laat je ook bijpraten over de regionaal ingekochte jeugdhulp en de rol van de Gemeenschappelijke Regeling Rotterdam Rijnmond daarbij Over papier en werkelijkheid

De commissie Zorg, Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport (ZOCS) bestrijkt in de raadsperiode 2018 – 2022 vijf domeinen. Nog los van de impact van de corona-crisis op al deze domeinen, is er in deze raadsperiode veel om te doen geweest. Aangezien commissieleden zich in hun vaak beperkt beschikbare tijd met veel onderwerpen bezighouden en een bijna permanente informatiestroom te verwerken hebben, dwingt dat menigeen tot het maken van een keuze. Er moet dan wel echt iets aan de hand zijn om te besluiten dieper te graven in een thema. Bij jeugdhulp was hier reden voor. Op geduldig beleidspapier lijkt de wereld er in eerste instantie nog zo slecht niet uit te zien. Goede wil en de intentie om zaken te verbeteren, daar ontbreekt het niet aan. Er gaan dingen niet goed, en daaraan wordt gewerkt. Taal, zeker beleidstaal, is meestal niet bedoeld om bij voorbaat al te schokken en om alarmbellen bij raadsleden te doen afgaan. Formuleringen zijn positief. Veel gaat goed, wat niet goed gaat, pakken we al aan en er komt verbetering. Raadsleden zijn evenwel geworteld in hun stad, ze hebben hun contacten, krijgen signalen en volgen de media. Media die zwart-wit kunnen tekenen en incidenten groot kunnen maken, maar wel degelijk signaleren en agenderen. Dat kan in commissie en

22 raad zorgen voor discussie en debat. Spreekt hier een bepaald belang? Is iets nu wel of niet (helemaal) waar? Komt iets hier echt in die mate voor of is het uitvergroot? Ook u als raadslid in de periode 2022-2026 zult hiermee te maken krijgen. En soms zal na debat de waarheid wel ergens in het midden blijken te liggen. Bij het onderwerp jeugdhulp waren de signalen begin 2019 velerlei en kwamen uit verschillende hoeken. Een verontrustend rapport van de kinderombudsman over kinderen met complexe problemen die geen tijdige en passende hulp kregen. Mist over wachtlijsten. Jongeren met een maatregel die onbehandeld over straat gingen en grenzen ver overschreden. Signalen van verwijzers en uit de sector zelf. Incidenten of meer dan dat? Het kon er stevig aan toegaan in de commissie ZOCS en in de raad.

De commissie ZOCS heeft in de periode 2018-2022 op dit vlak veel werk verzet, betekenis gehad en verschil gemaakt door een actieve opstelling, door zelf in gesprek te gaan met de sector jeugdhulp. Het werd een dossier dat ook in de raadsperiode 2022-2026 uw aandacht zal vragen. De situatie in de jeugdhulp is in maart 2022 landelijk allesbehalve florissant, en dat is ook in Rotterdam te merken, als het gaat om tijdige en passende hulp voor kinderen met complexe problematiek.

Uit: Een Kind is geen kavel, de praktijk van specialistische en forensische jeugdhulp in Rotterdam (20 november 2019, verslag van de begeleidingsgroep commissie ZOCS, 19bb23906)

Wij maken ons zorgen. Wij maken ons zorgen over de situatie in de Rotterdamse jeugdhulp, met name de specialistische en forensische jeugdhulp. Hoe het nu echt zit, daar kregen we onvoldoende de vinger achter in commissie- en raadsvergadering. Uit de samenleving ontvangen we signalen. Een forensische instelling meldt dat de toeleiding van jongeren met complexe problemen sterk is gedaald. Waar zijn ze eigenlijk? In de krant lezen we dat jongeren na eerdere delicten en rechterlijke maatregelen opnieuw toeslaan met grensoverschrijdend gedrag en onbehandeld rondlopen. Incident of topje van de ijsberg? Een gevolg van het tekort aan specialistische en forensische instellingen? Is er onvoldoende plaats? Zijn er wachtlijsten? In een onderzoekpublicatie ‘Het is mijn toekomst? Waar wachten we op’’ van de kinderombudsman blijkt dat kinderen met ernstige problemen lang niet altijd tijdig de passende hulp krijgen. Waardoor de problematiek van kwaad tot erger wordt, de behandeling intensiever en langer, en veel duurder. En dat terwijl de betaalbaarheid van de jeugdhulp er per slot van rekening ook toe doet. En dan zijn er ook signalen die we krijgen uit de sector zelf, van professionals die de situatie achter de schermen kennen en bereid zijn die te delen, uit frustratie.

De signalen, de feiten en gevoelens zijn, kortom, moeilijk “te matchen” met het beeld dat ambtelijk en bestuurlijk over de situatie in de jeugdhulp wordt gegeven. De hamvraag is dan: hoe gaat het nu echt met en in de sector jeugdhulp? Krijgen kinderen en jongeren met problemen tijdig passende en effectieve hulp sinds de transitie in 2015 en de start met resultaatgerichte inkoop per 2018?

23

Rapport Kinderombudsman, juni 2019.

Jeugdhulp in vogelperspectief Eerst wat context. Landelijke wet- en regelgeving en financieel kader. Het stelsel. Het kabinet dat in januari 2022 is gevormd: wat staat er in het coalitie-akkoord over jeugdhulp? Wat is het beleid? Is er een duidelijke samenhangende visie op jongeren? Wat is het meerjarig financieel beeld voor de jeugdhulp in ons land? Gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van wet- en regelgeving. Wat is hun visie op jeugdhulp? Hoe hebben ze de jeugdhulp georganiseerd, zelf en in een gemeenschappelijke regeling? Het aanbod aan al dan niet gespecialiseerde jeugdhulp. Van bij wijze van spreken de supermarkt tot de specialist in jeugdzorg. Geen misverstand: jeugdhulp is een complex onderwerp, met veel kanten, verschillende niveaus, belangen en invalshoeken. Een reden te meer om je er als raadslid tegen aan te bemoeien, betekenis te hebben en het verschil te maken.

Rijk: -

Wet- en regelgeving (o,a. Jeugdwet) Financiering (denk aan: meerjarig financieel perspectief) Verantwoordelijk voor het stelsel

24 Een kleine geschiedenis. Sinds de decentralisatie per 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het sociale domein, en dus ook jeugdhulp. De overdracht van Rijk naar gemeenten, de beweging, wordt wel transitie genoemd. Bij deze transitie kreeg de jeugdhulp ook als opgave om te transformeren. Ofwel: onder andere meer nadruk op meer preventie, minder schotten tussen programma’s en meer hulp aan huis om het gebruik van de specialistische hulp te beperken. De transitie en de transformatie van de jeugdhulp leken veelbelovend. En bleken die deels ook in de praktijk. De jeugdhulp kwam met de komst van de wijkteams dichter bij de Rotterdammers in hun wijk. Hierdoor kwamen meer kinderen en jongeren in beeld, met als resultaat dat de vraag naar jeugdhulp toenam. Maar dat niet alleen: ook het aantal kinderen dat psychiatrische hulp nodig heeft, nam toe. De jeugdhulp werd al met al beter bereikbaar en toegankelijk. Dat het Rijk tegelijk met de transitie 15% op het budget bezuinigde en de indexatie in de jaren erna achterwege bleef, veroorzaakte druk op de verantwoordelijke gemeenten en de sector jeugdhulp. Veel jeugdhulp, met name gespecialiseerde en forensische jeugdhulp, wordt regionaal ingekocht. Wij kennen hier de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), waaraan naast Rotterdam nog 14 andere gemeenten deelnemen. De GRJR koopt jeugdhulp voor deze gemeenten in.

Onze wethouder Jeugd is voorzitter van het Algemeen Bestuur van de GRJR. De raad krijgt een regiovisie voorgelegd, ontvangt jaarlijks een beleidskader voor de begroting en twee keer per jaar een voortgangsrapportage. De betrokken gemeenteraden kunnen een zienswijze geven op het beleidskader en de begroting en zij leggen de gevraagde zienswijze voor die door het algemeen bestuur van GRJR wordt verwerkt in het desbetreffende document. Lokaal: - alle extramurale / ambulante hulp voor jeugd en gezinnen met een beperking. - onderwijszorgarrangementen dyslexiehulp. Nu nog regionaal en vanaf begin 2023 ook lokaal: - vervanging van onderwijs, - naschoolse opvang - dagbehandeling gericht op werk - enkele onderdelen van de Jeugd-GGZ - lichtere ambulante GGZ-hulp

25 Regionaal (via Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond): - aanbesteding en inkoop van alle residentiele hulp, crisishulp en schaarse vormen van specialistische ambulante hulp.

Na de start per 2015 werd de jeugdhulp per 1 januari 2018 voor een tweede keer openbaar aanbesteed en begon een nieuwe contractperiode, met de inzet op de zogenoemde Resultaatgerichte Jeugdhulp. Het uitgangspunt van deze Resultaatgerichte Jeugdhulp werd dat het kind en het gezin centraal staan. Sprake was van een nieuw inkoopmodel waarbij een eind moest komen aan verkokerde financiering en hulpverleningstrajecten die naast elkaar werden aangeboden. In deze jeugdhulp draait het om integraal hulp leveren, voor alle doelgroepen die hier onderdeel van zijn. Bij de Europese aanbesteding werden zes verschillende opdrachten in percelen aan zorgaanbieders gegund: pleegzorg (A), opname (bed en behandeling) (B), langdurig verblijf (C), daghulp (D), ambulante hulp (E) en crisishulp (F). Sinds begin 2018 kregen nieuwe cliënten bovendien geen producten meer maar een arrangement dat gericht is op het bereiken van resultaat. De aanbieder die met een arrangement aan de slag gaat, neemt verantwoordelijkheid voor resultaat en zorgt voor integrale hulp en maatwerk. Zo nodig wordt een onderaannemer ingeschakeld, zo werd afgesproken. Maar in de uitvoering…..? Op papier allemaal heel aannemelijk. Maar hoe was het gesteld in de uitvoering? Veel ging goed, vooral de eenvoudiger vormen van jeugdhulp, door sommigen cynisch “laaghangend fruit” genoemd.

Het beeld van de complexere (specialistische en forensische) jeugdhulp bleef in commissie en raad mistig. Hierover ontstond in 2019 debat, onder meer naar aanleiding van een verontrustende rapport van de kinderombudsman over gedoe met kinderen in crisis en zeer ernstige incidenten in de stad die in de raadzaal de vraag opwierpen: symptoom van een bredere onderliggende problematiek of een uitzondering?

26 Gesprek met sector jeugdhulp (oktober 2019 – januari 2020) De hamvraag werd: krijgen Rotterdamse kinderen en jongeren met complexe problemen tijdig passende en effectieve hulp sinds de transitie in 2015 en de start met resultaatgerichte inkoop per 2018? De commissie ZOCS besloot zelf een antwoord te zoeken op de vraag hoe het ervoor stond met de specialistische en forensische jeugdhulp en koos voor een bijzondere aanpak. Dwars door de lijn van oppositie en coalitie heen waren vijf commissieleden bereid om een begeleidingsgroep te vormen, begeleid door de griffie. Deze begeleidingsgroep plande een technische sessie met een expert die een actueel beeld gaf van de specialistische en forensische jeugdzorg. Daarna werden in wisselende samenstelling van commissieleden en verslagleggers van de griffie zestien besloten interviews van ongeveer een uur gehouden met hoofd- en onderaannemers in de jeugdzorg, met verwijzers en belangenbehartigers (bijvoorbeeld een sociaal advocaat), maar ook bijvoorbeeld iemand van de landelijke inspectie met ervaring in Rotterdam. Perspectieven en belangen Dit leverde een schat aan informatie op vanuit verschillende perspectieven en belangen. Er was geen sprake van een wetenschappelijke studie en een lid van de begeleidingsgroep gaf naderhand aan dat het gesprek met jeugdigen en jongeren zelf ook had moeten worden ingepast.

Maar het betrof wel degelijk voorbereide gesprekken van twee of drie leden van de begeleidingsgroep met sleutelpersonen in de sector jeugdhulp, waarin waar nodig of zinvol werd doorgevraagd naar hun zienswijze op de gang van zaken in deze sector. Dat leverde een scherp beeld op van de lokale sector jeugdhulp. En dat op aspecten als markt, concurrentie, rol en gedrag van hoofd- en onderaannemer, wantrouwen, ambities,, risicomijding, bureaucratie, hokjes denken, ontbrekende flexibiliteit, percelen en hokjes, budgetplafonds, wachtlijsten (ook wel verhullend beheerlijsten of instroomlijsten genoemd) en cultuur (ook: foutencultuur). Kortom: de in- en externe omgeving van de omgeving kwam in een verscheidenheid van facetten ter sprake. Veel ging overigens goed, vooral de eenvoudiger vormen van jeugdhulp, maar waar het complex en specialistisch werd het beeld heel wat minder florissant. De titel van het verslag is de weinig fraaie vlag hierop: het kind met complexe problematiek staat niet centraal, en dus ook niet een tijdige en passende behandeling, met alle gevolgen van dien.

27 Het resultaat was het verslag “Het kind is geen kavel”, en het bijbehorende raadsvoorstel (19bb24495), dat na behandeling in de commissie ZOCS op 4 december 2019 (agendapunt 2.06) op 30 januari 2020 in de raadsvergadering (agendapunt 21) werd vastgesteld. En meer dan dat: de wethouder jeugd en de wethouder Zorg onderschreven en omarmden alle aanbevelingen van de begeleidingsgroep. Die bestreken een breed scala aandachts- en verbeterpunten. Aanbevelingen: - aandacht voor uitvoering van specialistische en forensische jeugdhulp - impuls aan transformatie, begin bij de gemeente zelf (wat hebben wijkteams aan kennis en capaciteit nodig) - minder uithuisplaatsingen van kinderen - een passende plaats voor specialistische en forensische jeugdhulp in de volgende aanbesteding van jeugdhulp - evalueer met aannemers en aanbestedings- deskundigen wat wel en niet goed gaat inde structuur van percelen en gunning, met name waar dit flexibiliteit in de uitvoering belemmert - overleg met aannemers wat te doen aan de overmaat aan bureaucratie - zichtbaarder regie van de gemeente, vanuit een helder kader en een duidelijke visie, als het moet stevig - positieve prikkels voor tijdige, passende en effectieve zorg - inzetten op kleinschalige voorzieningen en meer gezinshuizen - stimuleren dat partijen in de sector ook gemakkelijker (durven) aanspreken en meer openheid over fricties en problemen -

houd de vinger aan de pols van uitvoering in de jeugdzorg, door contact met verwijzers en professionals in de sector.

28 Daar waar de gemeenteraad qua informatiepositie nogal eens op achterstand staat ten opzichte van het college, lag er nu een geschikte basis voor het debat en om gericht aan verbeteringen te werken. Gezegd mag worden dat de betrokken wethouders dit hebben opgepakt, blijkend uit de verschillende stukken over dit onderwerp die de raad van hen ontving. Al blijkt daaruit hoe belangrijk het is dat commissie en raad hier consequent en consistent aandacht voor blijven vragen. Wat ook gebeurde.

“Deze aanpak is wat mij betreft voor herhaling

vatbaar bij andere complexe onderwerpen die maatschappelijk urgent zijn”. (Tjalling Vonk, lid begeleidingsgroep in de raad). Doen wat werkt, over Utrecht en Rotterdam (mei 2020) Enkele maanden na de vaststelling in de raad van de conclusies en aanbevelingen van een “Een kind is geen kavel” werd de griffier van commissie ZOCS benaderd door twee auteurs van een publicatie “Doen wat werkt, vier lessen om de jeugdhulp te verbeteren” van Charles de Monchy en Ernst-Jan Wind. “Een kind is geen kavel” was voor hen een van de bronnen voor een vergelijking van aanpak van jeugdhulp in Utrecht en Rotterdam.

Doen wat werkt (website Zorg en Sociaalweb)

Voor de commissie ZOCS was er een mooie aanleiding om deze auteurs uit te nodigen voor een technische sessie over de verschillen in de aanpak en wat er bekend is over verschillen in resultaten. In juni 2020 zou de commissie in gesprek gaan met de betroken wethouder(s) over het concept-beleidsplan Zorg en welzijn 2021-2025 en voortgang jeugdhulp. Een technische sessie in mei met de twee auteurs was het moment voor bezinning op de onder- en achterliggende visie op, en uitgangspunten bij de gemeentelijke benadering van jeugdhulp. Juist bij de bespreking van een concept-beleidsplan kan het zinvol zijn om de grondslagen en fundamenten tegen het licht te houden. Overigens, niet per se om de boel om te willen gooien. De eerste aanbeveling in het verslag “Het kind is geen kavel” stelde al onomwonden: gooi de jeugdhulp niet

29 weer overhoop, richt je op de uitvoering van de jeugdhulp! Het neemt niet weg dat het lezenswaardige artikel van De Monchy en Wind over de vergelijking tussen de aanpak van Utrecht en Rotterdam interessante vragen opriep. Leest u het zelf! De beweging naar vernieuwing en verbetering in het sociale domein was door de gemeente al in gang; op weg naar een nieuw beleidsplan voor de volgende periode. Naar een integrale aanpak - tekst op website gemeente (2020) voor professionals) “In opdracht van het college van burgemeester en wethouders maken we in Rotterdam één nieuw integraal beleidsplan voor het hele zorgdomein. Van het welzijnsdomein tot de specialistische hulp, en voor Rotterdammers van jong tot oud. In dit plan komt te staan hoe we de zorg aan hen de komende jaren verder vormgeven.

Vernieuwde aanpak

Rotterdam heeft de aanpak van zorg, welzijn en jeugdhulp de afgelopen jaren fors vernieuwd. De decentralisaties gaven ons de kans om zorg en ondersteuning dichtbij de Rotterdammers te organiseren. Dat is een grote uitdaging geweest en heeft geresulteerd in het stelsel dat nu staat. Maar we zijn er nog niet; we willen verder werken aan een meer integrale aanpak van zorg, welzijn en jeugdhulp.

Nieuwe uitdagingen

Daarnaast zien wij een aantal nieuwe uitdagingen zoals bijvoorbeeld het beroep op zelfredzaamheid en de grenzen daarvan en de betaalbaarheid van het stelsel, die mogelijk om nieuwe beleidsmatige keuzes vragen. Het huidige beleidsplan Zorg voor elkaar is daarom toe aan vernieuwing. We zijn wettelijk verplicht om iedere vier jaar het beleid te actualiseren, maar bovenal biedt dit ons de gelegenheid om het beleid voor zorg, welzijn en jeugdhulp te verbeteren en nog beter te richten op het welbevinden en welzijn van de Rotterdammers en de stad”.

30 Beleidsplan Heel de stad (2021-2026) - 9 december 2020 ZOCS, 18 januari 2021 raad)

Met het beleidsdocument Heel de stad Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021-2026 voldoet de gemeente aan de wettelijke eis uit de Jeugdwet en de Wmo 2015. Hierin staat dat de gemeenteraad periodiek een beleidsplan opstelt. Het plan beschrijft de hoofdlijnen van het lokale beleid en geeft de gemeentelijke visie en doelstellingen weer op het gebied van preventie, jeugdhulp, sociale samenhang, maatwerkvoorzieningen en de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Hiermee zet de gemeente een nieuw kader neer voor de periode 2021 - 2026. Het plan Heel de stad stond op 9 december 2020 op de agenda van de commissie ZOCS en werd op 28 januari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld op basis van raadsvoorstel 21bb1071 (raadsinformatie.nl).

31 Uit “Heel de stad” ( pag. 19) over jeugdhulp en jeugdbescherming Voor inkoop van de tweedelijns jeugdhulp werkt de gemeente Rotterdam samen met de omliggende gemeenten (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond). Het gaat dan om pleegzorg, kortdurende opname, langdurig verblijf in een residentiële instelling, daghulp op locatie, ambulante hulp of crisishulp. Een deel van de ondersteuning koopt de gemeente zelfstandig in, namelijk ambulante begeleiding van kinderen met een beperking en kortdurende trajecten basis GGZ. Sommige kinderen hebben jeugdbescherming nodig om veilig te kunnen opgroeien. In Rotterdam zijn drie gecertificeerde instellingen aangewezen om deze zorg te verlenen of toe te kennen. De wijkteams kunnen de situaties waarin hun ondersteuning niet voldoende blijkt, voorleggen op het Jeugdbeschermings-plein waar de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond adviseren over eventuele opschaling als een maatregel noodzakelijk is. De gecertificeerde instellingen voeren ook de door een rechter opgelegde maatregelen in het kader van jeugdreclassering uit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5a14bcf4-10d0-4e41-890c-56e616ea9844