CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003315] Bijlage 2 behorende bij 22bb3313 over OBI Rapport Tussentijdse resultaten pilot ouderenhubs

Gemeenteraad 23 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het plan van aanpak naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport ‘Broze bedoelingen’10.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1.

Samenwerken voor ouderen Tussentijdse resultaten pilot ouderenhubs/ seniorvriendelijke wijken Rotterdam Onderzoek en Business Intelligence

1

Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum: Auteur(s):

13 januari 2022 Alex Hekelaar, Susan Brand

Vragen:

onderzoek@rotterdam.nl

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Onderzoeksopzet

6

Aanleiding

6

Pilot seniorvriendelijke wijken

6

Begrippen

6

Doel van het onderzoek

7

Uitgangspunten pilot

7

Onderzoeksvragen

8

Uitvoering

8

Leeswijzer

8

Inzichten onderzoeksliteratuur

9

Inleiding

9

Seniorvriendelijke omgeving

9

‘Ageing in place’

9

Age-friendly cities

10

Samenwerking

10

Onderzoek rekenkamer

11

Organisatie pilot

13

Kenmerken pilotwijken

13

Doelen

13

Doelgroepen

13

Organisatie samenwerking

13

Rol gemeente

13

Samenstelling kernteams

14

Rol ouderen

15

Centrumlocaties/ ouderenhubs

15

Verschil ontwikkelingsfase organisatie pilots

16

Kennisuitwisseling

16

Resultaten

17

Samenwerking

17

Betrekken van ouderen

17

Gerealiseerd aanbod

18

Toegankelijkheid buitenruimte

18

Thuisplusflats

19

3

5

6

19

Samen eten

19

Overige

19

Uitbreiding woningvoorraad

20

Bijdrage pilot

20

Knelpunten

20

Gebrek aan duidelijkheid

20

Coronapandemie

20

Teamvorming kost tijd

21

Conclusies

22

Samenwerking mogelijk

22

Kernteam coördineert, vernieuwt en versnelt

22

Beperkte zichtbare gevolgen voor ouderen

22

Gebrek aan duidelijkheid

22

Aanbevelingen

24

Voorzetten wijkgerichte samenwerking

24

Aandachtspunten

24

Borging

24

Projectmatige aanpak

24

Vergroten effectiviteit samenwerking

25

Niet samen voor, maar met ouderen

25

Versterken kennisbasis

25

Bijlage A

4

Comfortwoningen

26

Onderzoeksopzet – Hoofdstuk 1

5

1 Onderzoeksopzet Aanleiding Met het masterplan voor ouderen, het uitvoeringprogramma ‘Rotterdam, Ouder en Wijzer’ (juli 2019)1, investeert de gemeente Rotterdam in vier jaar tijd 14 miljoen

zo’n nieuw model te ontwikkelen (gemeente Rotterdam, juli 2019).

Pilot seniorvriendelijke wijken

euro om van Rotterdam een meer seniorvriendelijke stad

In de pilot seniorvriendelijke wijken wordt in vijf wijken ge-

te maken en de zogenoemde dubbele vergrijzing2 het

experimenteerd met nieuwe vormen van wijkgerichte sa-

hoofd te bieden. Duurzame samenwerking tussen bewo-

menwerking. De pilot loopt tot eind 2022. Om daarvan te

ners, corporaties, gemeente, zorg- en welzijnsorganisaties

kunnen leren is de onderzoeksafdeling van de gemeente

wordt nodig geacht om dit mogelijk te maken.

Rotterdam (OBI) gevraagd de pilot tussentijds te evalueren. Ons onderzoek richt zich op vier van de vijf pilotgebie-

Bij aanvang van het programma ‘Rotterdam, Ouder en Wij-

den: Hoogvliet, Prinsenland/Lage Land (PLL), IJsselmonde

zer (2019)’ constateerde de gemeente door de stelselwijzi-

en Crooswijk. In Hoogvliet en PLL ging de pilot in januari

ging (het verdwijnen van verzorgingshuizen, de veranderde

2020 van start en Crooswijk en IJsselmonde een maand

positie van woningcorporaties, een veranderde rol en fi-

later. De vijfde pilotwijk, Ommoord, volgde pas een jaar la-

nanciering van zorgpartijen) een grote versnippering in de

ter (begin 2021) en is daarom (nog) niet in het onderzoek

zorg en een dreigende verschraling van voorzieningen.

meegenomen.

Zorg en ondersteuning zouden door te veel verschillende

Deze rapportage met de tussentijdse resultaten van de pilot ouderenhubs/ seniorvriendelijke wijken dient als input voor de projectverantwoording, maar ook ter lering: om verbeteringen aan te brengen in de organisatie en uitvoering van de pilot.

aanbieders en professionals worden geleverd waardoor voor bewoners de vertrouwde gezichten in de wijk ontbreken en het moeilijk is om de ketensamenwerking tussen professionals goed en duurzaam te organiseren (Gemeente Rotterdam, juli 2019). Door het scheiden van wonen en zorg is de financiering van meer algemene voorzieningen weggevallen, zoals activiteitenruimtes en wijkrestaurants. Het vertrouwde gezicht waar men met signalen of vragen terecht kan, is er niet meer en functies voor ont-

Begrippen De wijkgerichte samenwerking tussen de belangrijkste partners is georganiseerd in een centraal team: het zogenaamde kernteam3.

moeten, gezamenlijk eten en gezamenlijke activiteiten zijn niet meer vanzelfsprekend. Er is daarom behoefte aan nieuwe vormen van samenwerking, het efficiënter inzetten van capaciteit en het ontwikkelen van nieuwe woonzorgconcepten. De gemeente samen met de Rotterdamse (zorg)aanbieders moeten bouwen aan een zorgzame, seniorvriendelijke wijk. De pilot seniorvrien-

De focus van de pilot is in de loopt der tijd verbreed van het (verder) ontwikkelen van een knooppunt van samenwerking en woon-zorg-welzijnsvoorzieningen op een bepaalde locatie in de wijk (een hub) naar een seniorvriendelijke wijk in ruimere zin. In de communicatie rondom de pilot wordt inmiddels de benaming pilot seniorvriendelijke wijken i.p.v. ouderenhubs gehanteerd.

delijke wijken, oorspronkelijk de pilot ouderenhubs genoemd, wordt gezien als een belangrijk experiment om

6

1

Gemeente Rotterdam (10 juli 2019). Uitvoeringsprogramma Rotterdam. Ouder & Wijzer.

2

Dit houdt in dat binnen de groep 65-plussers het deel 75-plussers toeneemt. Dit is de definitie van dubbele vergrijzing die de gemeente Rotterdam in het Programma Rotterdam, Ouder en Wijzer hanteert, Het RIVM gaat uit van de leeftijdsgrens 80 plus (website Volksgezondheidenzorg.info RIVM, geraadpleegd 22 november 2021).

3

Er zijn ook hubs waar het kernteam wordt aangeduid als cockpit of motorblok. Omdat de benaming niet samenhangt met een verschil in uitgangspunten, organisatie of werkwijze gebruiken we ook voor deze teams in het onderzoek de naam kernteams.

Onderzoeksopzet - Hoofdstuk 1

Om verwarring te voorkomen, hanteren we in deze rappor-

waarmee ouderen op prettige wijze langer

tage de volgende definities:

thuis kunnen wonen.

•

Kernteam seniorvriendelijke wijk: organisatievorm met

Uitgangspunten pilot

als doel het creëren van een seniorvriendelijke wijk. Dit doet het kernteam door het ontwikkelen van oude-

Uit de gesprekken met projectleiding, beleidsmedewerkers

renhubs, maar bijvoorbeeld ook door het bevorderen

en kwartiermaker, en de project- en voortgangsdocumen-

van de ontwikkeling van tussenvoorzieningen zoals

ten4 bleek dat tevoren weinig viel te zeggen over hoe de

Thuisplusflats, aanpassingen in de fysieke omgeving,

hubs er concreet in de ‘dagelijkse’ praktijk uit zouden gaan

tegengaan versnippering/ efficiëntere inzet professio-

zien.

nals, bevorderen inzet domotica en eHealth, ontwikkelen van comfortwoningen ed.

Er bestond geen blauwdruk van ‘de ouderenhub’. Uitgangspunt van de pilot was gebiedsgericht maatwerk, de

•

Ouderenhub of centrumlocatie: een centrale plek in de

invulling zou moeten afhangen van wat nodig en mogelijk

wijk waar ouderen terecht kunnen met hun vragen en

is in een bepaalde wijk. Iedere ouderenhub zou daarom in

voor informatie op het gebied van gezondheid, wonen

principe uniek zijn. Afgestemd op de omgeving, populatie,

en welzijn, en voor een uitnodigende woon- en/of ont-

vraag-aanbod, woningaanbod, in het gebied werkzame sa-

moetingsplek met allerlei activiteiten en voorzieningen

menwerkingspartijen (corporaties, welzijn, zorg) en al aan-

die hun welzijn en gezondheid ten goede komen. Ou-

wezige voorzieningen voor ouderen.

derenhubs dragen bij aan de seniorvriendelijkheid van een wijk.

Daarmee is een belangrijke onderzoeksvraag hoe de pilots

Ouderenhubs kunnen gevestigd zijn in een woonzorg-

zijn georganiseerd en welke rol het aansluiten op de lokale

complex, tussenvoorziening, huis van de wijk etc. Als

omstandigheden daarbij heeft gespeeld.

de hub maar laagdrempelig en goed bereikbaar is voor ouderen. Er kunnen 1 of meerdere hubs aanwe-

Wat de pilots gemeen hebben is dat de samenwerking tus-

zig zijn in een wijk.

sen de belangrijkste partners is georganiseerd in een centraal team: het zogenaamde kernteam5. Voorts hebben ze

•

Seniorvriendelijke wijk: een wijk waar ouderen zo pret-

als gemeenschappelijk doelen dat ze gericht zijn op het

tig en zelfstandig mogelijk en met behoud van eigen

ontwikkelen van duurzame wijkgerichte samenwerkings-

regie kunnen wonen en participeren, én waar sprake

vormen tussen corporaties, zorg- en welzijnsinstellingen,

is van een passend en samenhangend aanbod op het

bewoners en gemeente en op het creëren van een ver-

terrein van wonen, welzijn en zorg.

nieuwend, laagdrempelig, integraal en passend woon, zorg- en welzijnsaanbod voor ouderen in de wijk.

Deze definities zijn achteraf vastgesteld. Ze zijn het resultaat van ons onderzoek.

Voor aanvang van het onderzoek bestond het beeld dat er nog weinig acties of plannen werden uitgevoerd waar ou-

Doel van het onderzoek

deren direct de gevolgen van zouden kunnen merken of zouden kunnen toeschrijven aan de pilot. Zodoende werd

Inzicht bieden in de resultaten van de pilot

besloten (nog) geen ouderen in het onderzoek te betrek-

seniorvriendelijke wijken t.b.v. het ontwikke-

ken en bij de resultaten te focussen op de gevolgen voor

len van duurzame wijkgerichte samenwer-

de samenwerking.

kingsvormen en een voorzieningenaanbod

4

Gemeente Rotterdam (10 juli 2019). https://guidoderuiter.nl/nieuwsbrief-oktober-2019/#een; Geraadpleegd 5 juni 2020. Gemeente

Rotterdam (2020). Werkdocument Monitoring Ouderenhubs. Gemeente Rotterdam (15 december 2019) 20bb18558 Collegebrief over Rotterdam, Ouder en Wijzer. Voortgangsrapportage. PowerPointpresentatie ouderenhubs, bespreking wethouder (13 november 2020). Actieagenda ouderenhub Hoogvliet (26 juni 2020). Actieagenda ouderenhub Prinsenland Lage Land Versie 2 (24 februari 2020). Plan van Aanpak 2021 Ontwikkeling Ouderenhub IJsselmonde (18 januari 2021). Plan van Aanpak.2021 Ontwikkeling Ouderenhub Crooswijk (18 januari 2021).

Onderzoeksopzet – Hoofdstuk 1

7

Om inzicht te krijgen in de ervaren resultaten hebben we

In de periode juni-september 2021 zijn de kernteamleden

het onderzoek zodoende gericht op de ervaringen die de

(22) van vier onderzochte pilotgebieden (Hoogvliet, Het

kernteamleden en de projectleiding in de pilot hebben op-

Lage Land & Prinsenland, Crooswijk en IJsselmonde) ge-

gedaan. Wel is aandacht besteed aan de wijze waarop ou-

interviewd. Twee gesprekken vonden plaats op de werklo-

deren zijn betrokken bij de ontwikkeling van de ouderen-

caties van de betreffende kernteamleden en de overige 20

hubs/ seniorvriendelijke wijken.

interviews online via MS Teams.

Onderzoeksvragen 1.

Wat zijn de kenmerken van de pilot seniorvriendelijke wijken (doelen, werkwijze en organisatie). Bijvoorbeeld: welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen de 4 pilotwijken en welke factoren hebben daarbij een rol gespeeld?

Eind september en gedurende de maand oktober zijn de belangrijkste indrukken die uit de gesprekken naar voren kwamen toegelicht in de kernteamoverleggen. In het algemeen werden de door de onderzoekers gepresenteerde resultaten en conclusies herkend. De beide projectleiders zijn in november bevraagd op hun

2.

Wat zijn de (ervaren) resultaten van de pilots? (bijvoorbeeld rol ontwikkelen nieuwe vormen van samenwerking of diensten/activiteiten die kunnen bijdragen aan langer thuis wonen in de wijk).

3.

ervaringen met de pilot, evenals de pijlercoördinator en de programmanager van het “Programma Rotterdam, Ouder en Wijzer”.

Leeswijzer

In hoeverre zijn de kernteamleden tevreden over de organisatie en resultaten van de pilots?

In hoofdstuk 2 gaan we in op inzichten uit de onderzoeksliteratuur over (wijkgericht) samenwerken en seniorvriende-

Uitvoering Gezien de kenmerken van het project ‘Pilot seniorvriende-

lijke wijken. Dit levert een aantal aandachtspunten op voor ons onderzoek en het project.

lijke wijken’ (wijkgericht maatwerk, ontwikkeling van een nieuwe werkwijze, beperkte omvang van de pilot) is geko-

In hoofdstuk 3 bespreken we de kenmerken van de vier pi-

zen voor het doen van kwalitatief onderzoek.

lots en hun belangrijkste overeenkomsten en verschillen.

De empirische basis van het onderzoek bestaat uit onder-

In hoofdstuk 4 volgen de tot aan de peildatum van het on-

zoeksrapportages over (gebiedsgerichte) samenwerking

derzoek (22 november 2021) behaalde resultaten van de

en seniorvriendelijke wijken, projectdocumenten6 en -regi-

pilot, die vervolgens uitmonden in een aantal conclusies

straties, en transcripten van de interviews met de vertegen-

(hoofdstuk 5) en aandachtspunten (hoofdstuk 6) voor de

woordigers van de deelnemende partijen in de wijk en de

verdere uitvoering van de pilot en eventueel vervolgonder-

gemeente.

zoek.

6 Gemeente Rotterdam (15 december 2019, 13 november 2020. Actieagenda’s Hoogvliet en PLL, Plan van aanpak (PvA) Crooswijk en

PvA IJsselmonde.

8

Onderzoeksopzet - Hoofdstuk 1

2 Inzichten onderzoeksliteratuur Inleiding In dit hoofdstuk volgen een aantal inzichten uit de onderzoeksliteratuur over verschillende vormen van seniorvriendelijke steden en wijken, en effectief samenwerken in het publieke domein. Het gaat in dit hoofdstuk met nadruk niet om een uitputtend literatuuronderzoek maar om de belangrijkste inzichten uit een aantal (overzichts) studies die we hebben gekozen en bestudeerd op basis van hun relevantie voor het onderzoek.

De populariteit van de ‘ageing in place’ uitgangspunten in beleid en uitvoering is mede het gevolg van vergrijzing, veranderingen van intramurale naar extramurale zorg en veranderende wensen van bewoners als het gaat om wonen, zorg en dienstverlening. Ouderen willen het liefst zo lang mogelijk zelfstandig, in een voor hen passende woning, blijven wonen (De Kam & Hendrixen 2007 in: De Kam en Leidelmeijer 2019). In onderzoeken van De Kam et al. (20128 en 2019) bleek dat ouderen in de onderzochte woonservicegebieden gemiddeld genomen langer zelfstandig bleven wonen dan in

Seniorvriendelijke omgeving ‘Ageing in place’ Het doel van de pilot seniorvriendelijke wijken, het middels wijkgerichte samenwerking creëren van een omgeving waarin ouderen zo lang en prettig mogelijk zelfstandig in hun eigen woning of wijk kunnen blijven wonen, is niet nieuw. Ruim veertig jaar geleden werden de eerste gedachten over zulke gebieden, destijds vaak aangeduid als woonzorgzones of woonservicegebieden (wsg), uitgewerkt (De Kam en Leidelmeijer, oktober 2019)7. De kern van deze gedachte is te vinden in het Engelstalige concept `ageing in place’. Het concept komt uit de gerontologie en gaat ervanuit dat ouderen beter af zijn als zij in hun vertrouwde omgeving oud kunnen worden (VROMraad 2005 in: De Kam en Leidelmeijer, oktober 2019). Verhuizen brengt volgens deze gedachte stress en kosten met zich mee. Het betekent een breuk met het sociale netwerk wat belangrijk is voor welbevinden en ondersteuning van ouderen, en het verlaten van de fysieke omgeving die hen bekend en vertrouwd is. Wanneer sprake is van een verhuizing naar een instelling komt daar nog eens bij dat ouderen een deel van hun autonomie, privacy en leefruimte moeten opgeven (De Kam en Leidelmeijer, oktober 2019).

de gekozen controlewijken, minder vaak naar een andere wijk verhuisden en minder vaak verhuisden naar een instelling (binnen en buiten de wijk). Daarnaast waren er aanwijzingen dat de voorzieningen in de wsg gebieden goed aansloten bij de wensen van ouderen, dat ouderen in woonservicegebieden beter met hun problemen konden omgaan (coping) en dat op enkele belangrijke terreinen hun welbevinden minder hard achteruitging zodra ze te maken kregen met toenemende beperkingen of kwetsbaarheid (De Kam en Leidelmeijer, oktober 2019: p 6). Overigens maakten de onderzoekers wel een kanttekening. Er is mogelijk sprake van enige bias omdat bij het aanwijzen van de wsg waarschijnlijk gekozen werd voor de meest kansrijke gebieden. Dat waren gebieden die wellicht ook zonder de gebiedsgerichte aanpak van de wsg zich positiever hadden ontwikkeld op de genoemde kenmerken dan de controlewijken. Bij de keuze voor gebiedsgericht beleid wordt dus uitgegaan van een positief effect op senioren van voorzieningen in de omgeving. Volgens De Kam en Leidelmeijer (2019) zijn echter vanuit het perspectief van de ouder wordende mens niet alle factoren die bijdragen aan de kwaliteit van leven gebied gebonden en zeker ook niet voor iedere oudere in dezelfde mate. Behoeften en mogelijkheden van ouderen blijken samen te hangen met geslacht, inkomen, opleidingsniveau en migratieachtergrond (zie o.a. (del

7 De Kam, G. en K. Leidelmeijer (2019). Leren van 20 jaar ervaring met woonservicegebieden Hoe langer? Hoe beter!

Den Haag: Platform31. 8

De Kam, G., et al. (2012). Kwetsbaar en zelfstandig: een onderzoek naar de effecten van woonservicegebieden voor ouderen. Nijmegen, Institute for Management Research - RU Nijmegen.

Inzichten onderzoeksliteratuur – Hoofdstuk 2

9

Bario et al. 20199, Rekenkamer Rotterdam, 202110). De bevolkingssamenstelling van wijken verschilt op deze aspecten en daar zal bij de inrichting van seniorvriendelijke wijken rekening mee moeten worden gehouden. Het benadrukt ook het belang om ouderen zelf een belangrijke stem te geven in de ontwikkeling van (lokaal) beleid.

doelstellingen van de woonzorgzones en servicegebieden

In 2008 is de gemeente Rotterdam gestart met het stimule-

Health Organization (WHO) heeft een belangrijke rol ge-

ren van de ontwikkeling van woonservicegebieden. Deze

speeld bij het zorgen voor steun voor dit concept in diverse

werden door de gemeente gedefinieerd als gebieden

landen, vooral via het wereldwijde netwerk leeftijdsvriende-

waarin ouderen en mensen met een beperking zo zelfstan-

lijke steden en gemeenschappen waar 1114 (aantal in

dig mogelijk en met behoud van eigen regie kunnen wonen

2020) steden en gemeenschappen wereldwijd bij zijn aan-

én waarin sprake is van een samenhangend aanbod op

gesloten.

weer in de belangstelling gekomen.

Age-friendly cities Er is ook veel internationale literatuur te vinden over dit onderwerp. het onderwerp ‘age friendly cities’; De World

het terrein van wonen, welzijn en zorg. In de collegeperiode 2010-2014 werden 16 gebieden aangewezen voor het

Inmiddels zijn dan ook de nodige ervaringen opgedaan en

ontwikkelen van een wsg11. De motivatie lag in de steeds

vergelijkende onderzoeken uitgevoerd.

groter wordende groep senioren, de focus op extramuralisatie vanuit de overheid en de wens van de senior voor een steeds grotere mate van zelfbeschikking12. Vier voormalige wsg-gebieden: Hoogvliet-Zuid, Lombardijen, Lage Land & Prinsenland en Rubroek, vallen respectievelijk binnen de pilotwijken: Hoogvliet, IJsselmonde, Het Lage Land & Prinsenland en Crooswijk.

Zo onderscheiden Rémillard-Boilard et al. (2021)13 op basis van een vergelijkend casusonderzoek in steden in 11 verschillende landen, vier belangrijke aandachtspunten bij het ontwikkelen van ‘leeftijdsvriendelijke’ steden en gemeenschappen: een andere (positieve) perceptie op ouderdom (1), het betrekken van een breed scala aan relevante actoren zoals lokale raadslieden, maatschappelijke organisaties, universiteiten, ouderen (2), inspelen op de

Ondanks de positieve resultaten bleken projecten rondom

(diverse) behoeften van ouderen (3) en het verbeteren van

woonservicegebieden op steeds meer problemen te stui-

de planning en uitvoering van ‘leeftijdsvriendelijke’ pro-

ten, zoals veranderende wet- en regelgeving, projectfinan-

gramma’s (4). Het delen van best practices door steden

ciering, inhoudelijke complexiteit en problemen rondom de

blijkt te kunnen helpen de projecten te identificeren die het

spanning en concurrentie van verschillende zorgaanbie-

meeste opleveren. Voorts blijkt sterke politieke steun een

ders. Hierdoor richtte partijen zich weer meer op het eigen

belangrijke succesfactor voor het ontwikkelen van ‘leeftijds-

belang dan op het gezamenlijk belang (De Kam en Leidel-

vriendelijke’ initiatieven. Tenslotte wordt het belang van het

meijer, 2019).

evalueren van ‘leeftijdsvriendelijke’ programma’s genoemd voor de toekomst van de ‘age-friendly movement’’.

Onder druk van de dubbele vergrijzing en problemen met de integraliteit en passendheid van het zorg-, welzijn- en woonaanbod voor ouderen zijn de uitgangspunten en

Samenwerking Kuipers & Groeneveld (2014)14 hebben onderzoek gedaan naar de kenmerken van excellent presterende teams in het

10

9

del Barrio, E.; Pinzón, S.; Marsillas, S.; Garrido, F. Physical Environment vs. Social Environment: What Factors of Age-Friendliness Predict Subjective Well-Being in Men and Women? Int. J. Environ. Res. Public Health 2021, 18, 798. https:// doi.org/10.3390/ijerph18020798.

10

Rekenkamer Rotterdam (27 mei 2021). Broze bedoelingen. Ex-ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid.

11

Gemeente Rotterdam, TNO, Veldacademie (2012). Monitor Woonservicegebieden 2012 – 2013.

12

Gemeente Rotterdam, TNO, Veldacademie (2014). Stedelijke Monitor Woonservicegebieden. Waardering van bewoners.

13

Rémillard-Boilard S, Buffel T, Phillipson C. Developing Age-Friendly Cities and Communities: Eleven Case Studies from around the World. International Journal of Environmental Research and Public Health. 2021; 18(1):133. https://doi.org/10.3390/ijerph18010133

14

Kuipers, Ben & Groeneveld, Sandra. (Januari 2014). De kracht van High Performance Teams: Zes ingrediënten voor excellent presteren in de publieke sector. Mediawerf Uitgevers ISBN: 9789490463311.

Inzichten onderzoeksliteratuur - Hoofdstuk 2

publieke domein. Zij onderscheiden daarbij drie vormen van samenwerking: doelgerichte-, taakgerichte- en sta-

mens (people) i.p.v. plaats (place), De Kam en Leidelmeijer, 2019).

keholdergerichte samenwerking.

Onderzoek rekenkamer Als we de vertegenwoordigers van de samenwerkende partijen in de pilots, de zogenaamde kernteamleden, beschouwen als het team, dan zijn de vertegenwoordigers van de partijen die belang hebben bij de pilots maar hier

De rekenkamer (2021)15 heeft gedurende de periode maart 2020 t/m februari 2021 onderzocht of te verwachten valt dat de gemeente met het ouderenbeleid beoogde resultaten op de lange termijn daadwerkelijk zal bereiken.

niet aan deelnemen de zogenaamde stakeholders. Een belangrijk aandachtspunt bij de doelgerichte samenwerking in een team is de mate waarin de doelen waaraan in de praktijk wordt gewerkt overeenkomen met de tevoren vastgestelde beleidsdoelen. Bij de samenwerking in de kernteams is bijvoorbeeld van belang dat plannen, acties en activiteiten worden bezien en ontwikkeld o.b.v. de bijdrage die ze naar verwachting leveren aan het einddoel (langer thuis wonen) en voorwaardelijke doelen (zoals welbevinden en gezondheid ouderen, passend en integraal aanbod voorzieningen voor ouderen, een efficiënt gebruik van middelen). Bij taakgerichte samenwerking gaat het om het onderling afstemmen van taken, het uitwisselen van informatie en dit integreren in het werk. Bij de pilot gaat het dan bijvoorbeeld over hoe professionals taakgericht kunnen samenwerken zodat ouderen passende integrale hulp en ondersteuning krijgen. Stakeholdergerichte samenwerking betreft het contact met de omgeving en oog hebben voor de belangen en behoeften van de stakeholders. Hierbij is onder andere van belang dat de kernteamleden actief zorgen voor een goede samenwerking en afstemming met hun stakeholders, andere organisaties ed. in de wijk maar dus vooral ook de doelgroep ouderen. Bijvoorbeeld dat de kernteamleden de wensen en behoeften van de doelgroepen in de wijk kennen.

De relatie met de doelgroepen zou moeten voorzien in de juiste feedback om de geleverde producten en diensten hierop te laten aansluiten. Belangrijke stappen daarin zijn ten eerste het vaststellen wie de relevante stakeholders, doelgroepen, van de ouderenhub zijn. En ten tweede actieve communicatie met de stakeholders en gebruik van feedback om tot betere producten en diensten te komen. Dit pleit voor het actief betrekken van de doelgroepen bij de uitvoering van de pilot. Daarbij is ook aandacht nodig voor ouderen die niet op een plek wonen waar woon-zorg en welzijnsvoorzieningen voor ouderen zijn geconcentreerd of die geen behoefte hebben aan zo’n plek (focus op

15

Volgens de onderzoekers bevat het “uitvoeringsprogramma Rotterdam, Ouder en Wijzer’, waar de plannen m.b.t. de pilot seniorvriendelijke wijken deel vanuit maakt, (te) grote ambities. Het wil onder meer dat Rotterdamse ouderen gezonder gaan leven, dat eenzaamheid onder hen vermindert, dat zij in hun eigen wijk oud kunnen worden in een geschikte woning en dat zij er passende zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Echter de rekenkamer concludeert op basis van haar onderzoek dat het niet te verwachten is dat de gemeente met het ouderenbeleid deze ambities op lange termijn zal realiseren. Van de 81 maatregelen uit het programma zou er maar één zijn, beweegaanbod Sportbedrijf voor ouderen, die naar hun verwachting substantieel kan bijdragen aan de gestelde ambities. Een van de genoemde redenen voor de lage verwachtingen is dat maatregelen niet blijvend en/of stadsbeeld worden uitgevoerd. Zo zijn er volgens de onderzoekers veel kleinschalige pilots die slechts in één of enkele wijken worden uitgevoerd en waarvan onzeker is of ze een vervolg krijgen. De gemeente zou bovendien een deel van de maatregelen slechts tijdelijk, steeds minder of helemaal niet financieren. Meerdere maatregelen zouden onrealistische verwachtingen bevatten en de gemeente zou onvoldoende rekening houden met de leefwereld van ouderen.

Veel maatregelen zouden niet aansluiten bij de wensen en problemen van (potentieel) kwetsbare ouderen, zoals ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau en ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Ten derde voert de gemeente volgens de rekenkamer onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die bij de uitvoering van het ouderenbeleid betrokken zijn. Ten slotte zou de gemeente onvoldoende leren van ervaringen met

Rekenkamer Rotterdam (27 mei 2021). Broze bedoelingen. Ex-ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid.

Inzichten onderzoeksliteratuur – Hoofdstuk 2

11

eerder genomen maatregelen, zoals met de woonservice-

deelprocessen waarin het totaalbeeld van het te bereiken

gebieden.

maatschappelijk doel (realiseren van publieke waarde) ondergesneeuwd raakt.

Het rekenkameronderzoek bevat over zeer veel onderwerpen uit het programma Rotterdam, Ouder en Wijzer resul-

In de reactie van het college op het rekenkamer rapport

taten, (deel)conclusies en verbeterpunten. De volgende

wordt onder andere aangegeven dat is gekozen voor pio-

punten hebben betrekking op de ouderenhubs.

nieren omdat er in het sociaal domein weinig bewezen effectieve interventies zijn. Daarom zou er bewust voor zijn

De rekenkamer wijst erop dat de gemeente ervan uitgaat

gekozen om klein te beginnen met pilots in de wijk om

dat zorg- en welzijnspartijen zelf afspraken maken over de

gaandeweg te werken aan brede interventies voor vele ou-

onderlinge taakverdeling in de ouderenhubs. Dit is volgens

deren die breed worden ingezet.

de onderzoekers niet zo eenvoudig omdat zij concurrenten zijn van elkaar. Voorts geven de onderzoekers aan dat in-

Op basis van het ex-ante onderzoek van de Rekenkamer

houd en doelen van het concept ouderenhubs voor meer-

Rotterdam naar het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam, Ou-

dere betrokkenen onvoldoende duidelijk zijn. Ook zou bij

der en Wijzer”, komen we tot de volgende aandachtspun-

de aanpak van de ouderenhubs onvoldoende gebruik zijn

ten voor ons onderzoek:

gemaakt van de kennis die eerder is opgedaan met vergelijkbare concepten zoals de woonzorgzones en woonservi-

•

mate waarin de doelen en inhoud van de pilot ouderenhubs duidelijk zijn voor betrokkenen.

cegebieden in Rotterdam. De rekenkamer vindt dat hiermee onvoldoende leervermogen wordt getoond. • De conclusies van de rekenkamer over het “Programma

invloed van concurrentieoverweging op de organisatie en resultaten.

Rotterdam, Ouder en Wijzer” staan niet op zichzelf. De rekenkamer constateert op basis van onderzoek16 naar in-

•

houdelijke overeenkomsten (‘rode draden’) in de conclu-

mate waarin er in de opzet en uitvoering aandacht is voor mogelijkheden tot evalueren en leren.

sies van 42 van haar rapporten die ze sinds 2009 tot en met begin 2019 heeft gepubliceerd over de gemeente Rot-

•

aandacht die er is voor de wensen, behoeften en het

terdam, dat er sprake is van een structureel probleem. De

bereiken van ouderen. In het bijzonder van (potentieel)

gemeente zou onder andere met haar plannen herhaalde-

kwetsbare ouderen, zoals ouderen met een laag inko-

lijk te overmoedig zijn en te weinig rekening houden met de

men en/of opleidingsniveau en ouderen met een niet-

leefwereld van uitvoerders en burgers. Voorts constateert

westerse migratieachtergrond.

de rekenkamer meermaals dat het beleid is verkokerd in

16

12

Rekenkamer Rotterdam (24 september 2019). Publieke waarden in de knel. Samenvatting meta-analyse 10 jaar rekenkameronderzoek over gemeentebestuur Rotterdam.

Inzichten onderzoeksliteratuur - Hoofdstuk 2

3 Organisatie pilot Kenmerken pilotwijken Voor de uitvoering van de pilot is volgens een van de projectleiders gekozen voor Rotterdamse wijken die bovengemiddeld kansrijk werden geacht om een duurzame effectieve samenwerking en een seniorvriendelijk aanbod (verder) te ontwikkelen. Daarmee is net als in de evaluatieonderzoeken van de wsg (De Kam en Leidelmeijer, 2019) mogelijk sprake van enige bias omdat deze gebieden zich mogelijk ook zonder de gebiedsgerichte aanpak positief ontwikkelen.

veelheid aan verschillende soorten doelen die men wilde bereiken, inmiddels zijn deze uitgebreide lijsten teruggebracht tot veel kortere prioriteitenlijsten. Daarnaast is de inzet meer afgeperkt tot bepaalde gebiedsdelen (centrumlocaties/ hubs) en bepaalde (verder) te ontwikkelen aanpassingen en voorzieningen, zoals seniorvriendelijke routes (plusroutes), tussenvoorzieningen, comfortwoningen, samen eten en ontmoeten en welzijnsactiviteiten.

Doelgroepen De doelgroep van de pilot was, zoals gezegd, vooraf niet

Het gaat om wijken waar bij aanvang van de pilot al de no-

nader gedefinieerd. Zodoende bestaan hierover onduide-

dige samenwerkingsvormen en initiatieven voor ouderen

lijkheden en verschillende opvattingen onder de kernteam-

aanwezig waren of op dat moment werden ontwikkeld.

leden. Zo staan er in de wijken bijvoorbeeld van oudsher 55 plus woningen maar wordt nu getwijfeld of de groep 55-

Hoewel er niet op is geselecteerd, is het daarom waar-

65 wel als doelgroep ouderen moet worden beschouwd. In

schijnlijk geen toeval dat de pilotgebieden: Hoogvliet, IJs-

de praktijk zijn deze mensen vaak nog in hoge mate zelf-

selmonde, Lage Land/Prinsenland en Crooswijk vroegere

redzaam. Aan de andere kant wordt de (meer) zelfredzame

woonservicegebieden omvatten.

groep ouderen ook wel als doelgroep gezien als het gaat om het voorbereiden op het ouder worden en in verband

Dan komt er concept ouderenhub naar ons toe. En die is juist ook toegekend aan IJsselmonde omdat we overal nauw met elkaar samenwerken. Dus ja, er is een naam bijgekomen maar qua inhoud waren we er al mee bezig.

Doelen De beleidsdoelen van de pilot zijn op wijkniveau niet uitge-

met preventie van fysieke en psychische ouderenproblematiek. … nu ligt het echt natuurlijk op de kwetsbare ouderen, 65 en ouder. Terwijl je eigenlijk de generatie daarvoor ook al bewust moet maken want dat zijn de ouderen van de toekomst.

werkt tot concrete (meetbare) doelen, en een onderbouwd

Daarnaast wordt belang gehecht aan het ‘mengen’ en ver-

plan hoe die doelen middels samenwerking te bereiken

binden van de doelgroep ouderen met andere bewoners-

(beleids- of interventietheorie). Ook ontbreken kaders

groepen in de wooncomplexen en in de wijk. Ook het voor-

m.b.t. targets, doelgroepen en geografisch werkgebied van

komen van leegstand 55 plus flats speelt een rol.

de hubs.

Vanuit het oogpunt van veiligheid(sbeleving) van ouderen

Het blijkt dat daardoor onder de kernteamleden zeker in

wordt overigens ook getwijfeld aan het ‘mengen’ met be-

het begin verschillende opvattingen leefden, en verwarring

paalde cliëntgroepen, zoals mensen met een lichtverstan-

en onduidelijkheid bestond over de pilot. Met name over de

delijke beperking of psychische problemen. In een 55-plus

betekenis van het destijds in de pilot gehanteerde begrip

flat in Hoogvliet (de Kulk) hebben zich hierbij meerdere in-

ouderenhub. Bijvoorbeeld gaat het bij een ouderenhub om

cidenten voorgedaan.

een netwerkorganisatie, of om een fysieke, centrale plek in de wijk waar ouderen terecht kunnen danwel een groter geografisch gebied (bijv. een wijk)?

Organisatie samenwerking Rol gemeente

In de loop van de tijd zien we wel meer focus en structuur

Er zijn twee gemeentelijke projectleiders bij de pilot betrok-

in de pilot. Was er bij aanvang vaak sprake van een

ken: één voor de pilotwijken Hoogvliet en Prinsenland/Het Lage Land (en Ommoord) en de ander voor de pilotwijken

Organisatie pilot – Hoofdstuk 3

13

Crooswijk en IJsselmonde. De projectleiders zorgen, on-

geval één organisatie uit de wijk is vertegenwoordigd.

dersteunt door de projectsecretaris, voor de projectadmi-

Deelname is vrijwillig. Het is aan de organisaties in de wijk

nistratie en het plannen van de bijeenkomsten.

zelf overgelaten of ze in de pilot een rol wilden spelen. De kernteamvergaderingen worden voorgezeten door de pro-

De betrokkenheid van de gemeente bestaat vooral uit het

jectleiders. De gemeente neemt ook inhoudelijk deel aan

voeren van procesregie, waarbij de partners eigen verant-

de kernteams. Zo nemen gebiedsadviseurs welzijn en ver-

woordelijkheid hebben bij het uitvoeren van plannen en ac-

tegenwoordigers van stadsontwikkeling deel aan kern-

tiviteiten. Waar nodig en mogelijk faciliteert de gemeente

teambijeenkomsten.

het ontwikkelingsproces bijvoorbeeld met tijdelijke bijdragen uit het projectbudget. De projectleiders vervullen vooral de rol van procesregisseur bij de ontwikkeling van de seniorvriendelijke wijken. Daarbij gaat het onder andere om het verbinden van de betrokken partijen aan de gemeentelijke beleidsdoelen van de pilot. De concrete invulling van de seniorvriendelijke wijken wordt als maatwerk gezien. Uitgangspunt is dat wat nodig is per wijk ‘van onderaf’ zal moeten worden bepaald. Dit vanwege verschillen in de kenmerken van bewoners, de samenwerking en organisaties in de wijk en de fysieke structuur van de wijk. Er is daarom niet gekozen voor een projectmatige aanpak waarbij de gemeente van tevoren bepaalt wat de beoogde projectresultaten zijn voor een pilotgebied en vervolgens stuurt op de realisatie daarvan.

Zoals uit tabel 1 blijkt, zijn er (kleine) verschillen in het aantal partijen dat per domein is vertegenwoordigd in de kernteams. In Crooswijk nemen 3 i.p.v. 2 woningcorporaties aan het kernteam deel. Er worden door de projectleiding en kernteamleden geen partijen of organisaties gemist in het team. Er is verschil in het type functionarissen dat hun organisatie vertegenwoordigt in het kernteam. Zo zijn er account-/ inkoop en contractmanagers, locatie- en gebiedsmanagers teamleiders, (gebieds)coördinatoren en beleidsmedewerkers lid van de kernteams. De kernteams bestaan dus uit (lokale) bestuurders, leidinggevenden in de uitvoering, coördinatoren en beleidsmedewerkers. Er zijn op dit punt geen opvallende verschillen in de samenstelling van de kernteams. In de kernteams zitten dus vertegenwoordigers van organi-

Zo is een beleidsdoel van de pilot dat er in wijken woonzorg vormen bestaan waarmee ouderen, ook als ze meer beperkingen krijgen, langer zelfstandig kunnen wonen. Op basis van de behoeften en mogelijkheden in de betref-

saties die dicht op de uitvoering zitten, maar ook bestuur-

fende wijk kan dit een verschillende invulling krijgen. Er

kernteam zitting zou moeten nemen. Bestuurders zoals di-

kan worden gekozen om in te zetten op Thuisplusflats, ser-

recteuren zouden te ver van de praktijk staan om te weten

viceflats, aanleunwoningen, levensloopbestendige wonin-

wat er nodig is in een wijk, uitvoerders zouden te veel op

gen, kangoeroewoningen, groepswonen, kleinschalig wo-

details zitten en zelf te veel willen uitvoeren. Eén van de

nen en/of hofjes. In de praktijk is, zoals nog zal blijken, de

projectleiders denkt daarom dat idealiter vertegenwoordi-

variatie echter beperkt en wordt vaak voor dezelfde woon-

gers van organisaties in het kernteam zitting hebben die

zorgvorm gekozen (bijvoorbeeld Thuisplusflats).

een tussenpositie innemen tussen bestuur en uitvoering.

ders, coördinatoren en beleidsmedewerkers die meer op afstand staan. Er bestaan verschillende opvattingen over het type functionaris dat namens een organisatie in het

Zij kunnen richting bestuur en uitvoering acties onderne-

Samenstelling kernteams De vier pilotgebieden beschikken ieder over een kernteam waarin per domein van welzijn, zorg en huisvesting in ieder

14

Organisatie pilot - Hoofdstuk 3

men en contacten onderhouden.

Tabel 1 Deelnemende organisaties kernteams Pilotwijken Prinsenland/ Hoogvliet

Crooswijk

IJsselmonde

Het Lage Land Wonen

Woonbron

Havensteder

Havensteder

Woonbron

SOR

Woonstad

SOR

SOR

Argos

Aafje

Aafje

Aafje

Lelie zorggroep

Lelie Zorggroep

Laurens

Laurens

Buurtwerk

DOCK

PIT010

Zorg

Pameijer

DOCK

Welzijn

over de voortgang van de seniorvriendelijke wijken te pra-

Rol ouderen In geen van de pilotwijken maken ouderen(organisaties) deel uit van het kernteam.

ten en de groepen zullen worden gebruikt voor het toetsen van voorstellen.

De inbreng van hun wensen en behoeften is op een an-

Centrumlocaties/ ouderenhubs

dere manier geregeld. Crooswijk en IJsselmonde beschik-

De kernteams in de vier wijken hebben gemeenschappelijk

ken bijvoorbeeld over een ouderenpanel dat geraadpleegd

dat ze zich in de praktijk richten op het meer seniorvriende-

kan worden door (de partners in) het kernteam. In Croos-

lijk maken van (een deel) van de wijk. Ze focussen daarbij

wijk wordt samen met het Netwerk van Organisaties van

op plekken waar veel ouderen wonen en voorzieningen zijn

Oudere Migranten (NOOM) gekeken hoe migrantenou-

voor ouderen, en locaties waar al plannen en initiatieven

deren meer betrokken kunnen worden. In Prinsenland/

bestaan voor het meer seniorvriendelijk maken van de wijk.

Lage Land is men gestart met een tweedaagse bijeen-

Dit noemen we de zogenaamde centrumlocaties of oude-

komst met inbreng van ouderen. In Hoogvliet was sprake

renhubs. Op deze locaties draait het om een integrale be-

van een online focusgroepbijeenkomst. De focusgroepen

nadering van wonen, zorg en welzijn, en een toegankelijke

in de andere wijken worden weer opgestart zodra de co-

buitenruimte17.

ronamaatregelen dat weer toelaten. De bedoeling is dat de focusgroepen minstens twee keer per jaar bijeenkomen om Tabel 2

Centrumlocaties/ ouderenhub(s) pilots (november 2021) Prinsenland/ Hoogvliet

Crooswijk

IJsselmonde

Het Lage land

Centrumlocatie(s)/ ouderenhubs

2 locaties: Siloam (se-

Prinssensflats (oude-

niorenwoningen, ver-

renflats) en de Burcht

zorgings- en verpleeg-

(seniorenflat)

Woonzorglocatie

Omgeving winkelcen-

Rubroek

trum Keizerswaard (Locaties huis van de wijk,

huis) en de Kulk

seniorenflats)

(55+flat)

17

Gemeente Rotterdam (december 2021) Concept rapportage van het programma Rotterdam, Ouder en Wijzer.

Organisatie pilot – Hoofdstuk 3

15

Verschil ontwikkelingsfase organisatie pilots

Volgens de betrokkenen had Crooswijk ook een minder gunstige uitgangspositie. Bij aanvang van de pilot bestonden er minder (sterke) samenwerkingsrelaties.

Naast de overeenkomsten in algemene zin zijn er duidelijke verschillen in de kenmerken van de pilots. Het grootste verschil is die tussen Crooswijk en andere drie pilotwijken.

Kennisuitwisseling Met uitzondering van een stedelijke bijeenkomst in 2021 was er geen sprake van een georganiseerde vorm van

In alle vier de pilots zijn er doelen bepaald en plannen gemaakt voor het seniorvriendelijk maken van de wijk, maar

kennisuitwisseling tussen de vier kernteams. Hieraan bleek wel duidelijk behoefte.

in drie daarvan zijn die ook gericht op het uitproberen van nieuwe woon-zorg-welzijnsconcepten op één of meer centrale locaties in de wijk. In Crooswijk is dat niet het geval. Een deel van de kernteamleden daar zag het ontwikkelen van nieuwe fysieke woon-zorgvoorzieningen ook (nog) niet als een doel van de pilot. Maar waarschijnlijk gaat het hier niet zozeer om een principieel ander uitgangspunt maar eerder om een ander punt in de ontwikkeling van de ouderenhub. In Crooswijk is men op dit punt minder ver in de ontwikkeling van de pilot. Ook daar is de basis, de samenwerking in kernteam, gelegd maar er zijn minder acties en plannen op dit gebied uitgevoerd dan in de andere wijken (zie hoofdstuk 4). Zoals aangegeven kost het organiseren van de samenwerking meer tijd dan in andere hubs en daarnaast zouden voorgenomen acties minder goed van de grond komen dan in de andere hubs. Wij zijn nu voor mijn gevoel nog een hele tijd in de vergadermodus. Er is nu wel een projectmedewerker aangetrokken die zich meer bezig gaat houden met de activiteiten. Dus er komt nu eindelijk schot in. Maar er was heel erg een vergadermodus.

16

Organisatie pilot - Hoofdstuk 3

Een aantal kernteamleden was in meerdere hubs of wijken actief. Zij namen hun ervaringen mee in het kernteam en brachten de andere leden zo op nieuwe ideeën. Zodoende werden initiatieven van elders overgenomen. Wellicht dat mede hierdoor, ondanks verschillen tussen de wijken (bijv. kenmerken van bewoners, de samenwerking en organisaties in de wijk en de fysieke structuur), in de pilotwijken toch veelal dezelfde soort initiatieven worden ontwikkeld.

4 Resultaten Samenwerking

Betrekken van ouderen

De deelnemers zien de samenwerking in het kernteam als

Het overleg in het kernteam zou volgens deelnemers eraan

het belangrijkste tot op heden behaalde resultaat van de

bijdragen dat de belangen van ouderen beter vertegen-

pilot. Daarbij worden genoemd:

woordigd worden. De reden is dat de vertegenwoordigers

•

Teamgevoel: er is meer een ‘wij’ of teamgevoel ontstaan; het gevoel dat men samen hetzelfde doel probeert te realiseren. “De neuzen staan dezelfde kant

van de deelnemende organisaties van hun professionals horen wat er bij hun klanten speelt en dit delen met hun collega’s in het kernteam.

op”, merkte een van de deelnemers op. Dit wordt als

Niettemin, vinden de kernteamleden dat de ouderen tot op

een noodzakelijke basisvoorwaarde gezien voor een

heden een te beperkte rol hebben gespeeld binnen de pi-

duurzame wijkgerichte samenwerking en het ontwikke-

lots. Door corona bleek dit niet goed mogelijk. Zo hadden

len van een seniorvriendelijke wijk.

ouderen soms moeite met het digitaal vergaderen. Meer in het algemeen blijkt het betrekken van ouderen in de prak-

•

•

Kennisdeling: men weet beter wat de ander doet en er

tijk vaak niet gemakkelijk. De opkomst bij inspraakbijeen-

wordt meer gebruik gemaakt van elkaars aanbod, ex-

komsten is vaak laag en de groep ouderen die zich actief

pertise en kennis. Daarbij gaat het ook om kennis van

inzet, is vaak niet representatief voor de diversiteit aan ou-

de wijk(bewoners) en beschikbare middelen (bijv. sub-

deren in de wijk. Met name migrantengroepen zouden zijn

sidies).

ondervertegenwoordigd.

Korte lijnen: binnen het kernteam heeft men een aanspreekpunt bij de andere organisaties en de gemeente. Ik dacht: o wacht even, dit is bijzonder, hier is al echt een wij-gevoel met elkaar. Dat heb ik de afgelopen maanden steeds meer zien groeien

Wat volgens mij hier wel goed gaat, is dat we elkaar goed kennen als partners. We weten elkaar te vinden. Dus ook op inderdaad losse projecten of andere vraagstukken weten we elkaar echt te vinden.

Ik denk dat je de bewoners iets meer had kunnen betrekken bij allerlei dingen die we hebben gedaan. Daar zijn we nu heel terughoudend in geweest.

De enige die moeilijk te bereiken zijn, zijn de allochtone partijen, dus daarvoor heeft de welzijnsorganisatie (geanonimiseerd) contact gezocht met de moskee. Om te kijken van hoe kun je de mensen met een andere culturele achtergrond betrekken bij de wijk.

Ik kan alleen benoemen wat ik nu positief vind aan deze samenwerking. Wat je ziet, is dat we elkaar heel goed zijn leren kennen. Dat komt ook doordat je zo vaak overlegt. Dus we begrijpen nu veel beter elkaars velden. Dus waar zorg mee bezig is en welzijn. En dan merk je ook gewoon dat de plannen beter op elkaar afgestemd worden. Waar je anders misschien als organisaties je eigen ding deed en niet per se van elkaar wist wat er speelde, kan je dat nu veel beter op elkaar afstemmen en de plannen ook beter maken.

Resultaten – Hoofdstuk 4

17

Gerealiseerd aanbod Voor een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het “Programma Rotterdam, Ouder en Wijzer” in het seniorvriendelijk maken van Rotterdam verwijzen we naar de rapportage (Gemeente Rotterdam, december 2021). Uit de gesprekken met de projectleiding en medewerkers, en de bestudeerde projectdocumenten blijkt dat in de pilots in meer of mindere mate concrete stappen zijn gezet op weg naar een meer seniorvriendelijke wijk. Er liggen plannen van aanpak en er zijn actielijsten waarvan een deel van de acties al is of binnenkort wordt uitgevoerd. Voorbeelden zijn Thuisplusflats, comfortwoningen en locaties waar ouderen kunnen eten en recreëren. Corona belemmert in de praktijk nog het gebruik van deze locaties/ cen-

name uit een verbeterde samenwerking tussen de organisaties en er zijn projecten zoals het VPT-traject18, de plusroute, doorstroming wonen en een activiteitenprogramma voor ouderen. Fysiek aanbod zoals de Thuisplusflats en comfortwoningen ontbreken in Crooswijk. De resultaten van de pilots hangen volgens de geïnterviewden samen met de kenmerken van de organisaties en de deelnemers aan de kernteams. Organisaties en kernteamleden die al langer actief zijn in de wijk hebben vaak al een netwerk opgebouwd en hebben een betere uitgangspositie m.b.t. de pilot. Een van de projectleiders geeft aan dat het daarom te hopen is dat met de aanbesteding van het welzijn geen wisselingen plaatsvinden van aanbieders.

trale ontmoetingsruimten. Er zijn dementie- en doorstroom-

Hiernaast lijken ook individuele factoren van belang, zoals

projecten (bijvoorbeeld inzet van verhuismakelaars). Er is

betrokkenheid, concrete inzet en mate van zelfinitiatief van

gewerkt aan een beter toegankelijke buitenruimte.

de kernteamleden.

In Crooswijk zien we nog geen resultaten van de pilot

In de bijlage is een overzicht te vinden van het gereali-

m.b.t. het (verder) ontwikkelen van fysieke plekken waar

seerde aanbod in de pilotwijken. We gaan nu nader in op

ouderen terecht kunnen voor een integraal woon-, welzijn-

de door de kernteamleden en projectleiding benoemde be-

en zorgaanbod. De opbrengst in Crooswijk bestaat met

langrijkste of meest opvallende resultaten.

Toegankelijkheid buitenruimte

De routes zijn met ouderen nagelopen om hun behoeften

Om de toegankelijkheid van de buitenruimte te verbeteren

mee te kunnen nemen (schouw). Voor de delen van de

zijn in de seniorvriendelijke wijken/ ouderenhubs de richtlij-

route waar het niet mogelijk was om aan de eisen voor

nen voor de plusroutes versneld uitgevoerd. Daarmee is de

plusroutes te voldoen, is geprobeerd de knelpunten voor

toegankelijkheid van de buitenruimte voor senioren ver-

ouderen anderszins zo goed mogelijk op te lossen. Deze

groot.

delen worden de zogenoemde ouderenroutes genoemd. Het aanleggen van plusroutes op basis van de behoeften

18

18

Het ‘volledig pakket thuis’ (vpt) is een 'pakket zorg' voor mensen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Het vpt is een leveringsvorm: de manier waarop de cliënt de zorg ontvangt. Bij een vpt blijft de cliënt thuis wonen en levert een zorginstelling het volledige pakket zorg (website ministerie VWS, geraadpleegd 18 november 2011).

Resultaten - Hoofdstuk 4

van ouderen botst soms op de toekomstige ontwikkelingen

Op het moment van de gesprekken met de kernteamleden

in de gebieden, waardoor het niet kostenefficiënt is om

waren nog niet alle geplande Thuisplusflats volledig gerea-

sommige delen op dit moment aan te passen.

liseerd.

Ondanks dat het volgens de geïnterviewden lastig is om veranderingen in de buitenruimte te realiseren, zijn de kernteams, volgens de rapportage “Programma Rotterdam, Ouder en Wijzer” (december 2021), in alle pilotwijken erin geslaagd een plusroute te realiseren. Dit heeft volgens een aantal respondenten echter wel de nodige inspanningen en tijd gekost.

Comfortwoningen Er zijn comfortwoningen gerealiseerd in Lage Land/ Prinsenland en IJsselmonde. In de comfortwoning in IJsselmonde kunnen ouderen, op het moment dat de coronapandemie dit toestaat, niet alleen kennis maken met alle (technische) mogelijkheden om ‘hun leven te vergemakkelijken’ en met allerlei EHealth toepassingen. Er start ook een uit-

Er zijn in de pilotwijken diverse belemmeringen aangepakt,

leenpunt van materialen. Zorgmedewerkers en wijkver-

zoals ongelijk straatwerk en ontbreken van op- en afritten

pleegkundigen krijgen trainingen in het gebruik van deze

voor mensen met een rollator of een rolstoel en te weinig

materialen. In Hoogvliet zijn er vergevorderde plannen voor

bankjes.

het creëren van een comfortwoning in verpleeg- en verzorgingshuis Siloam.

Er worden alweer schouwen gepland omdat veranderingen in de buitenruimte doorgaan en ook deels buiten het gezichtsveld en invloedsfeer van het kernteam plaatsvinden.

Samen eten In de pilot ‘Aan tafel’ van Stichting Opzoomer Mee worden ouderen geënthousiasmeerd om met regelmaat een geza-

Thuisplusflats

menlijke maaltijd te nuttigen in de gemeenschappelijke

Begin 2021 zijn zes Rotterdamse 55+-complexen benoemd

ruimte. Begin 2020 is in vier seniorencomplexen in de ou-

tot Thuisplusflats. Daarvan bevinden er zich vier in de pilot-

derenhubs Hoogvliet en Het Lage Land/Prinsenland een

wijken Hoogvliet, Het Lage Land/Prinsenland en IJssel-

pilot rond het samen eten gestart. Na positieve ervaringen

monde.

kwamen door corona de eetsessies stil te liggen (gemeente Rotterdam, december 2021). In IJsselmonde en

Tabel 4 Locaties Thuisplusflats Rotterdam

Kralingen Crooswijk zijn door de nieuwe Coronamaatregelen sinds eind 2021 de pilots nog niet van start gegaan.

Gebied

Complex

Hoogvliet

De Kulk (pilotwijk)

IJsselmonde

IJsselburgh (Beverwaard)

Overige Hiernaast zijn er diverse resultaten die speciale vermelding verdienen. Ten eerste zijn er in de ouderenhub Hoogvliet afspraken gemaakt tussen twee zorgpartijen over preferent Leyerwaard/Grienderwaard (pilotwijk)

aanbiederschap in een ouderencomplex om zo de versnippering van het zorgaanbod tegen te gaan.

Prins Alexander

Prinsessenflat (pilotwijk) Wooncomplex Helga (pilotwijk) Wooncomplex Laurens (Ommoord)

In de seniorencomplexen de Beverburcht (IJsselmonde) en de Kulk (Hoogvliet) wordt ingezet op het vitaliseren van de woongemeenschappen ten behoeve van de sociale leef-

Vanuit de zorg weet ik dat het een behoorlijke vooruitgang is dat partijen het gebied verdelen. Ik vond het wel behoorlijk mooi om te zien dat klanten overgedragen werden. Uiteraard is de keuze van de klant altijd leidend. Degenen die wilden, werden dan zo verdeeld. Daar zie je wel de mooie samenwerking.

baarheid en veiligheid. Met tijdelijke extra inzet van welzijn voor maximaal een half jaar, worden ouderen geënthousiasmeerd en geholpen om zelf activiteiten op te zetten in de ontmoetingsruimte (Gemeente Rotterdam, december 2021)

Het creëren van een dementievriendelijk wijk is een belangrijk onderwerp binnen de ouderenhub IJsselmonde. Zo zijn er bijvoorbeeld trainingen aangeboden aan winkeliers, technische mensen van woningcorporaties (Woonbron,

Resultaten – Hoofdstuk 4

19

SOR) en medewerkers van de wijkbus hoe om te gaan met

overigens ook sterk gericht op het ontwikkelen van innova-

dementerenden.

tieve aanpakken om de versnippering tegen te gaan. Toen dit zeer moeizaam bleek, heeft men dit doel wat meer los-

Een ander opvallend resultaat zijn flatscreens die in een aantal ouderenflats in de Prinsessenflats zijn opgehangen ter informatie en vermaak van de bewoners.

Uitbreiding woningvoorraad

gelaten.

Knelpunten De plannen van de kernteams zijn in beperkte mate geconcretiseerd of geïmplementeerd. De zichtbare gevolgen van

Het blijkt dat de aandacht vooral is uitgegaan naar het zorg

de pilot voor ouderen zijn beperkt of worden door hen niet

en welzijnsaanbod en dat er weinig concrete plannen of

herkend (aan de pilot toegeschreven).

acties vanuit de kernteams zijn gericht op het uitbreiden van de woningvoorraad en herinrichting van gebouwen

Deelnemers hadden verwacht dat ze op dit moment verder

voor verschillende groepen ouderen. Als het gaat om

zouden zijn met het uitvoeren van hun plannen en meer

nieuwbouw en het verbouwen van wooncomplexen kent

zichtbare, concrete resultaten zouden hebben geboekt Ook

het fysieke domein ook een duidelijk andere dynamiek en

hadden ze een actievere rol voor de ouderen gewenst.

planning dan welzijn en zorg. De tijdsplanning is langer en er moeten vaak grote investeringen worden gedaan gedu-

De oorzaken worden gezocht in een gebrek aan duidelijk-

rende meerdere jaren. Dat lange termijnperspectief ont-

heid, de coronapandemie en de tijd die gepaard gaat met

breekt vaak nog in de kernteams.

teamvorming.

Bijdrage pilot

Gebrek aan duidelijkheid

Overigens kunnen niet alle nieuwe werkwijzen of voorzie-

In de kernteams ging door onduidelijkheid over de begrip-

ningen en samenwerkingsvormen die in de pilotgebieden

pen ouderenhubs veel tijd en energie verloren aan (terug-

aanwezig zijn en worden ontwikkeld, volledig aan de pilot

kerende) discussies over wat een ouderenhub precies is

worden toegeschreven. De exacte bijdrage hiervan is soms

(definitie) en wat er wel en niet toebehoort (afbakening).

lastig te bepalen. Een deel van het aanbod zou volgens de

Bijvoorbeeld, is een ouderenhub alleen een netwerkorgani-

betrokkenen ook zonder de pilot er wel gekomen zijn.

satie, of ook een fysieke, centrale plek in de wijk waar ouderen terecht kunnen voor een integraal aanbod of gaat

In dat complex hadden wij al een samenwerking opgetuigd met zorg en welzijn. Want eigenlijk was dat een samenwerking die dus al voor de ouderenhub geïnitieerd was. Maar die samenwerking was er ook zonder de ouderenhub gekomen.

Maar zonder de pilot had het mogelijk wel langer geduurd

het om een groter geografisch gebied, zoals een wijk? Dat is tot nu toe best wel lastig af te perken, van: wat is een ouderenhub?

Ik moet wel zeggen, ik vind het vaak nog wel een beetje zoeken … wat is de ouderenhub nou precies.

en meer inspanningen gevergd om het gewenste aanbod te realiseren. De samenwerking in het kernteam speelde in die gevallen een coördinerende, bevorderende of katalyserende rol. Zo zijn de Thuisplusflats los van de pilot aanbesteed, maar blijken in de praktijk vooral in de pilotgebieden te zijn ontwikkeld. Door de samenwerking in het kernteam was er al een basis om een subsidievoorstel in te dienen en na de toekenning hiervan samen aan de realisatie van de Thuisplusflat te gaan werken. De afspraak tussen twee zorgpartijen over preferent aanbiederschap is een voorbeeld van een volledig nieuwe aanpak. In eerste instantie was de insteek van de pilot

20

Resultaten - Hoofdstuk 4

Coronapandemie De lockdown belemmerde de samenwerking tussen organisaties omdat zij zich gedurende deze crisis op hun primaire taken moesten richten. Daarnaast kennen de digitale samenwerkingsvormen hun beperkingen. Maar de coronapandemie belemmerde vooral ook betrokkenheid en deelname van ouderen, en daarmee de ingebruikname van voorzieningen. Naast dat door de lockdown bepaalde activiteiten niet mogelijk waren, was het ook de angst voor besmetting die ouderen weerhield van deelname.

Wat vervelend was, was dat eigenlijk min of meer tegelijk met het opstarten van de kerngroep er door corona juist minder kon, terwijl we eigenlijk meer wilden.

Vanwege de coronamaatregelen konden veel voorzienin-

Ook bij organisaties in de stad die niet direct bij de pilot zijn betrokken zou het begrip ouderenhub niet altijd bekend zijn. Sowieso het woord ‘hub’. Wij gebruiken het heel veel, maar anderen zegt het blijkbaar niet veel.

gen nog niet bezocht en gebruikt worden door ouderen. Organisaties hebben daarom ook nog weinig ruchtbaarheid aan de ouderenhubs en het nieuwe aanbod gegeven.

Uitgaande van het einde van de coronamaatregelen was het overigens wel de bedoeling dat door de partijen extra

Zodoende genieten de ouderenhubs en het nieuwe aanbod

zou worden geïnvesteerd in het betrekken van de ouderen

volgens de kernteamleden weinig bekendheid onder de ou-

en het zichtbaar maken van de resultaten. De nieuwe lock-

deren.

down gooide echter roet in het eten.

Ik denk niet dat heel veel ouderen er echt wat van afweten. Ik denk dat we het wel geprobeerd hebben, bijvoorbeeld met zo’n digitale bijeenkomst, maar dat is gewoon te weinig.

Teamvorming kost tijd Er is veel tijd en energie gestoken in het zorgen voor een stevige basis voor samenwerking. Dat is volgens betrokkenen gelukt maar heeft wel meer tijd gekost dan tevoren werd verwacht. Dit wordt deels geweten aan bijzondere omstandigheden (de coronapandemie), maar los daarvan zijn de respondenten van mening dat teamvorming de nodige tijd en inspanning kost.

Resultaten – Hoofdstuk 4

21

5 Conclusies De resultaten van dit onderzoek zijn met name gebaseerd op ervaringen van de kernteamleden en projectleiding, dit in combinatie met het feit dat het project nog sterk in ont-

Kernteam coördineert, vernieuwt en versnelt

wikkeling is en plaatsvindt in beperkt aantal mogelijk ‘meer

Het kernteam heeft haar nut bewezen als knooppunt waar

kansrijke gebieden, betekent dat de nodige voorzichtigheid

organisaties de voortgang van hun projecten, signalen uit

dient te worden betracht bij het trekken van conclusies en

de wijk en nieuwe ideeën, plannen en mogelijkheden kun-

doen van aanbevelingen. Ze moeten vooral gelezen wor-

nen bespreken. Door deelname aan het kernteam weet

den als indicaties en aandachtspunten voor verdere ont-

men elkaar en benodigde middelen sneller te vinden, heeft

wikkeling van de pilot en nader onderzoek.

men meer kennis van wat er speelt in de wijk en ontstaat energie om samen te werken aan het meer seniorvriende-

Samenwerking mogelijk Uit de resultaten van de pilot blijken organisaties ondanks verschillende belangen in staat, samen te werken aan het creëren van seniorvriendelijke wijken. Volgens betrokke-

lijk maken van die wijk.

Beperkte zichtbare gevolgen voor ouderen

nen kan dat doordat zij het belang van de oudere voorop-

De meeste tijd en energie is gestoken in de samenwerking

stellen. Ze werken vanuit een gemeenschappelijk doel:

tussen de organisaties, en de teamvorming is dan ook het

zorgen dat ouderen op prettige wijze zelfstandig kunnen

belangrijkste resultaat dat tot op heden is behaald. In de pi-

blijven wonen in de eigen wijk.

lotwijken zijn, in wisselende mate, voorzieningen en werkwijzen ontwikkeld. Echter, mede door de beperkende co-

Dit betekent dat partijen soms ook iets moeten opgeven en elkaar iets moeten ‘gunnen’. Ook kan het dat partijen dingen moeten doen die niet tot hun primaire opdracht/ taak

ronamaatregelen, zijn veel daarvan niet of beperkt toegankelijk voor ouderen. Daarnaast is er nog weinig ruchtbaarheid gegeven aan het nieuwe aanbod.

behoren en waarvoor ze dus ook niet automatisch financiering/ opdracht hebben of krijgen. Samen met de andere

Op het moment dat het onderzoek plaatsvond, leefde de

teamleden en de procesbegeleiders wordt dan gezocht

verwachting dat door een versoepeling van de corona-

naar andere mogelijkheden, zoals gebruik van subsidies.

maatregelen in het najaar meer van de nieuwe voorzieningen voor ouderen geopend zouden kunnen worden en ou-

Maar hier merken we dat we echt een gemeenschappelijke doelstelling hebben en dat is echt de ouderen beter kunnen bedienen. En dat maakt ook dat de samenwerking vele malen beter is.

deren actiever betrokken zouden kunnen worden bij de pilots. De laatste stand van zaken m.b.t. de coronapandemie maakt dit, in ieder geval op korte termijn, onzeker.

Gebrek aan duidelijkheid De woningcorporatie blijft een profit-organisatie, die moet bepaalde targets halen. Maar zoals ze meedenken en meedoen als de zorgpartijen, dat heb ik weinig meegemaakt, zowel in de zorg- en welzijnsbranche als in de commerciële setting.

Het feit dat men minder ver gevorderd is met het ontwikkelen van seniorvriendelijke wijken dan verwacht, is niet alleen te wijten aan de gevolgen van de coronapandemie. Onduidelijkheden in het project hebben gezorgd voor vertraging en een gebrek aan focus en samenhang in de aanpakken. Het gaat daarbij om het ontbreken van concrete (meetbare) doelen, een uitgewerkt en onderbouwd plan

De belangrijkste factoren die volgens de kernteamleden

hoe die doelen middels samenwerking te bereiken (be-

samenhangen met de ontwikkeling van een effectieve wijk-

leids- of interventietheorie) en een afbakening van targets,

gerichte samenwerking zijn de tijd die organisaties en kern-

doelgroepen en geografisch werkgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=347de490-9cc6-4185-aba5-caa8c2b8e286