CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb002680] Bijlage 1 behorende bij 22bb2619 over Bestemmingsplan “Insulindestraat 240-248”

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Insulindestraat 240-248’14.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

- 32 -

4.8

Ecologie De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming. G ebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan3 blijkt, dat het plangebied op ruime afstand ^ 5 kilometer) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ligt. Door deze afstand zijn de meeste effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Uit een uitgevoerde stikstofberekening4 blijkt, dat de gebruiksfase (na realisatie) een depositie oplevert die niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is geen sprake van een negatief effect op Natura 2000-gebieden. Voor de realisatiefase geldt, dat op dit moment niet duidelijk is met welk materieel gewerkt gaat worden.

Uit de stikstofberekening volgt, dat pas vanaf een emissie van meer dan 1.250 kg NOx op jaarbasis sprake zal zijn van een depositie op kwetsbare habitats. Bij gebruik van modern materieel (vanaf 2015) zal een dergelijke emissie hier ruimschoots onder zitten. Het is dan ook aannemelijk, dat ook de realisatiefase niet leidt tot een negatief effect. Het dichtstbijzijnde gebied dat toebehoort aan het Natuurnetwerk Nederland is de Nieuwe Maas, dat op ruim 2.300 meter afstand van het plangebied ligt. Het betreft hier een zéér drukke vaarweg. Door de aard van de ingrepen (een gelijkaardig gebruik in de nieuwe situatie), de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand uit te sluiten. Ook belangrijke weidevogelgebieden liggen op grote afstand, waardoor deze gebieden niet nadelig worden beïnvloed. Soortbescherming Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: ^ ^

strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst.

Uit de eerder aangehaalde quickscan blijkt dat in het plangebied de volgende beschermde diersoorten verwacht worden c.q. aanwezig zijn: ^ •

vleermuizen; vogels (zonder jaarrond beschermd nest).

3 Habitus, Vooronderzoek (VO) Wet natuurbescherming Insulindestraat 240 te Rotterdam, juni 2020. 4 Gemeente Rotterdam, Voortoets Natura 2000-gebieden bestemmingsplan Insulindestraat 240, november 2020.

Ontwerpbestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" - Toelichting

- 33 -

Hieronder wordt nader op deze diersoorten ingegaan. In het plangebied worden vanwege het ontbreken van een geschikt leefgebied andere diersoorten niet verwacht. Vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, te weten de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Deze soorten zijn in meer of mindere mate gebouw bewonend. In het plangebied zijn geen bomen aangetroffen met voor vleermuizen geschikte holten. De aanwezige bebouwing is deels wel beoordeeld als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Zo heeft het gebouw in de zuidgevel diverse gaten in de muur en ruimte onder een loodlap waar vleermuizen verblijfplaatsen kunnen hebben. Binnen de context van het plangebied en op basis van het type geschikte openingen, worden in eerste instantie de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis verwacht. De gaten in de muren zijn recent ontstaan door het slopen van het naastgelegen gebouw. De kans op verblijfplaatsen is hierdoor klein, maar gezien de huidige geschiktheid is het niet mogelijk om verblijfplaatsen uit te sluiten. Ter plaatse van het plangebied is dan ook een nader onderzoek5 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat twee verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Het gaat hierbij om één zomerverblijf en één paarverblijf van de gewone dwergvleermuis.

Daarnaast is ten zuiden van het plangebied sprake van één paarverblijf van de ruige dwergvleermuis. Door de beoogde ontwikkeling zullen de twee verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis komen te verdwijnen. Voorafgaand aan de sloop dient dan ook een ontheffing verkregen te zijn. Vogels In Z nabij het plangebied zijn enkele algemene vogels te verwachten als spreeuw, holenduif, kauw en zwarte roodstaart. In de nabijheid van de te slopen bebouwing kúnnen algemene vogels broeden. Het betreft alle uiterst algemene soorten van categorie 5, waarvan nesten niet jaarrond beschermd zijn als voldoende alternatieven aanwezig zijn. In de omgeving zijn ruimschoots alternatieven aanwezig, zodat geen sprake is van bijzondere ecologische redenen op basis waarvan sprake is van jaarronde bescherming. Conclusie Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen (bijvoorbeeld door nestkasten op te hangen Z in te bouwen), zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Wel is een ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd, aangezien twee vleermuisverblijfplaatsen worden verwijderd. Gezien de aard van de ingrepen en het maatschappelijk belang, is de kans vrij groot dat een eventuele ontheffing van de Wet natuurbeheer verleend kan worden.

Gesteld wordt, dat de Wet natuurbescherming realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat.

4.10

Duurzaamheid en energie Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het begrip duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw. Rotterdam heeft een ambitieus klimaatprogramma vastgesteld. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam moet bij het ontwerp van 5 Habitus, Nader onderzoek beschermde soorten Insulindestraat 240 te Rotterdam, november 2020.

- 34 -

gebouwen rekening worden gehouden met duurzaam bouwen-principes en de energieprestatie eisen. Rotterdam streeft daarnaast naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. De gemeente heeft daartoe in september 2019 het Duurzaamheidskompas vastgesteld. Deze geeft richting, zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken. Het Duurzaamheidskompas is nadrukkelijk een 'levend' document dat regelmatig wordt geactualiseerd met nieuwe speerpunten. De doelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn onder te verdelen in vier ambities; de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Algemeen kan worden opgemerkt dat de beoogde woningen worden gebouwd conform het huidige Bouwbesluit. Daardoor dient voldaan te worden aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. Dit betekent onder andere dat de woningen gasloos worden uitgevoerd; de woningen krijgen een aansluiting op de stadsverwarming. Ten opzichte van de oorspronkelijke bebouwing is dan ook sprake van bebouwing die veel energiezuiniger zijn. Dit leidt er toe dat minder CO2 wordt uitgestoten en tevens is sprake van een betere energie-efficiënte.

Voorts zal zoveel als mogelijk voorzien worden in het gebruik van duurzame (bouw)materialen. Het is aan de eindgebruikers van hun woning om deze naar eigen wens zo energiezuinig mogelijk in te richten, bijvoorbeeld door het toepassen van waterbesparende kranen, toepassen van LED- verlichting en/of het vergroenen van gevels. De ontwikkeling van het plangebied zelf kan eveneens gezien worden als een duurzame ontwikkeling. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt immers ingespeeld op een bredere differentiatie van woningen. Dit draagt tevens bij aan een opwaardering van het wooncomfort en daarmee ook de leefbaarheid in de buurt.

4.11

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Uitgaande van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak d.d. 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2414) dient bij de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. De beoogde ontwikkeling betreft een 'rood voor rood'-project waarbij bestaande bebouwing wordt vervangen door nieuwe. Deze ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied.

De gronden in de directe omgeving zijn tevens voor diverse stedelijke functies in gebruik. De te realiseren woningen hebben ten opzichte van de oorspronkelijke bebouwing geen significant effect op de aanwezige verkeersstromen. Daarnaast worden de omliggende wegen nu ook al door andere aanwezige functies gebruikt.

Ontwerpbestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" - Toelichting

- 35 -

De geldende bestemming van de projectlocatie (bestemmingsplan "Blijdorp-Bergpolder") is gericht op stedelijke functies als 'wonen', 'bedrijvigheid', 'kantoren' en 'maatschappelijke voorzieningen'. Ook het beoogde bouwplan is gericht op een dergelijke functie, waardoor de milieu-impact vergelijkbaar is. Er is daarom geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage.

- 36 -

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: ^ Inleidende regels; ^ Bestemmingsregels; • Algemene regels; ^

Overgangs- en slotregels.

Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. Dit bestemmingsplan kent één hoofbestemming en één dubbelbestemming: Enkelbestemmingen Artikel 3 Wonen

Dubbelbestemmingen Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3

In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 - Wonen Deze bestemming geldt voor het gehele plangebied en bepaalt onder andere dat sprake mag zijn van maximaal 28 woningen. Op de begane grond zijn ook openbare (commerciële) voorzieningen toegestaan. Voor deze laag (de plint) is tevens bepaald dat deze minimaal 3,5 meter hoog dient te zijn aan de zijde van de Insulindestraat. Het gebouw voorziet daarnaast in een trap vanaf de Insulindestraat naar het Hofbogenpark. Omdat deze trap niet specifiek ten dienst staat van de woonfunctie is hiervoor een aanvullende regeling opgenomen.

Ontwerpbestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" - Toelichting

- 37 -

Voor het bouwen van gebouwen geldt, dat deze uitsluitend zijn toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Daarbij geldt, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven. Een dakterras is toegestaan, ook indien de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw is bereikt. Daarvoor geldt dan dat een terrasafscheiding gerealiseerd moet worden met een maximale bouwhoogte van 1,2 meter, op een afstand van minimaal 1,5 meter uit de dakrand, tenzij reeds een borstwering aanwezig die als afscheiding kan functioneren. Naast benoemde (commerciële) voorzieningen, geldt voor de woningen tevens de standaard regeling voor aan-huis-verbonden beroepen/bedrijven. Ook zijn regels gesteld met betrekking tot het oppervlak dat gebruikt mag worden voor de verkoop van goederen (ondergeschikt aan de binnen het plan toegestane functies) en het oprichten van dakterrassen. Via een afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders tevens voorzieningen toestaan die niet in de regels zijn benoemd, maar wel naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn. Daarbij dient tevens voldaan te worden aan de beleidsregeling parkeernormen. Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'.

Uitgangspunt voor deze bestemmingen is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 200 m2 beslaan en dieper reiken dan een diepte van 2,5 meter beneden NAP. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vier algemene regels. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Door middel van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag. De bouwhoogte kan in dat geval met 1,5 meter verhoogd worden. Artikel 7 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in - 38 -

werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde "dynamische verwijzing". Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen.

Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling Op dit moment geldt "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018". Deze beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden vrijstelling kan worden verleend.

Overgangs- en slotregels In artikel 8 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Ontwerpbestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" - Toelichting

- 39 -

- 40 -

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De kosten van grondexploitatie worden anderszins verhaald middels gronduitgifte. Voor de uitvoering van de opgenomen bouwplannen is een grondexploitatieplan vastgesteld. Met de gronduitgifte is ook het kostenverhaal verzekerd, zodat de uitvoering van het plan is geborgd.

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het concept ontwerpbestemmingsplan is dan ook toegezonden aan de volgende partijen: ^ Provincie Zuid-Holland; ^ Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; ^ Ministerie van Defensie; ^ Rijkswaterstaat; ^ Metropoolregio Rotterdam Den Haag; ^ Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; ^ DCMR Milieudienst Rijnmond; ^ Bureau voor Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR); ^ Evides ^ Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR); • ProRail; ^ Luchtverkeersleiding Nederland; ^ VWS Pipeline Control; ^ KPN Telecom; ^ Warmtebedrijf Rotterdam; ^ Stedin; ^ GasUnie. Alleen van de VRR en het hoogheemraadschap zijn formele reacties ontvangen. De VRR geeft aan dat geen sprake is van relevante externe veiligheidsaspecten en daarmee met het plan ingestemd kan worden. Wel wordt geadviseerd om zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Dit betreft echter geen aspect in het kader van de planuitwerking.

Het Hoogheemraadschap geeft aan dat het aspect Water correct in het plan is verwoord en hun belangen niet wordt geschaad. Van de overige overlegpartners is binnen de gevraagde termijn geen reactie ontvangen, op basis waarvan wordt gesteld dat deze partners zich kunnen vinden in dit bestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" - Toelichting

- 41 -

- 42 -

II.

REGELS

- 44 -

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS.............................................................................................. 47 Artikel 1 - Begrippen......................................................................................................................................47 Artikel 2 - Wijze van meten..........................................................................................................................50

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS.......................................................................................... 51 Artikel 3 - Wonen.......................................................................................................................................... 51 Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3.......................................................................................................... 53

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................... 55 Artikel 5 - Antidubbeltelregel...................................................................................................................... 55 Artikel 6 - Algemene afwijkingsregels........................................................................................................ 55 Artikel 7 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren.......................................................................... 55

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS..............................................................................57 Artikel 8 - Overgangsrecht............................................................................................................................57 Artikel 9 - Slotregel........................................................................................................................................ 57

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 45 -

- 46 -

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 - Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

Plan het bestemmingsplan "Insulindestraat 240-248" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2173Insulstr240-on01 van de gemeente Rotterdam.

Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde:

Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

Archeologisch deskundige het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige.

Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bedrijven de bedrijven genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

Bouwaanduidingen alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 47 -

Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

Bouwgrens de grens van een bouwvlak.

Bouwlaag Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en een plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, zolder, souterrain, parkeerplint, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als aparte bouwlaag geteld.

Bouwverordening de Bouwverordening Rotterdam, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Dakterras een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een terrasafscheiding (hekwerk) waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.

Dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel wordt hier niet onder begrepen.

Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

(Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen).

Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

- 48 -

Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening.

Milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

NAP het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.

Pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

Peil de hoogte van het terrein ter hoogte van (hoofd)toegang bij voltooiing van de bouw.

Plint het onderste gedeelte van een gebouw dat gezien vanaf maaiveldniveau, als bepalend kan worden aangemerkt voor de beleving in stedenbouwkundige, architectonische en functionele zin.

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 49 -

Artikel 2 - Wijze van meten 2.1

Meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. b. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, liftopbouwen, technische ruimten, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. c. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 1 meter.

2.2

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,5 meter bedraagt.

- 50 -

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 - Wonen Bestemmingsomschrijving

3.1

De op de verbeelding voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. dienstverlening; c. bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels; d. maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde geluidsgevoelig; e. ontsluitingswegen en -paden; met de daarbij behorende: e. tuinen en erven; f. (inpandige) bergings-, stallings- en afvalcontainerruimte(n); g. (kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut; h. bijbehorende bouwwerken; i.

3.2

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de voor "Wonen" bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het totaal aantal woningen mag niet meer dan 28 bedragen; b. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven; d. de hoogte van de begane grondlaag, grenzend aan de Insulindestraat, mag niet minder dan 3,5 meter bedragen; e. een dakterras is toegestaan; indien de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw is bereikt, daarvoor geldt dat: 1. een terrasafscheiding gerealiseerd moet worden met een maximale bouwhoogte van 1,2 meter, op een afstand van minimaal 1,5 meter uit de dakrand; 2. onverminderd het bepaalde in lid 1, kan indien een borstwering aanwezig is die als afscheiding kan functioneren, daarmee voor de betreffende zijde worden volstaan.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 51 -

a. voor het bouwen van een toegangstrap ten behoeve van het Hofbogenpark, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 6 meter mag bedragen; b. voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Aan-huis-gebonden beroep/bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep/bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclameuitingen; c. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; d. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 3.3.2 Publieke functies De in 3.1 onder b tot en met d genoemde functies zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond.

- 52 -

Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 4.3.1. 4.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in 4.3.2 onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken 2,5 meter beneden N.A.P. en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. 4.3.2 Vergunningvereiste Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.;

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 53 -

4.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 4.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 4.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

- 54 -

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 - Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 - Algemene afwijkingsregels 6.1

Afwijking toegestane bouwhoogte architectuur Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter, uitsluitend toe te passen ingeval extra bouwhoogte nodig is voor een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag.

Artikel 7 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 55 -

- 56 -

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 8 - Overgangsrecht 8.1

Overgangsrecht bouwwerken

8.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 8.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 8.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal ^. 8.1.3 Het bepaalde in 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

8.2

Overgangsrecht gebruik

8.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 8.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 8.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 8.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in 8.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 8.2.4 Het bepaalde in 8.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 - Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Insulindestraat 240-248", gemeente Rotterdam.

Ontwerpbestemmingsplan Insulindestraat 240-248 - Regels

- 57 -

- 58 -

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN Lijst van gebruikte afkortingen in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten c > = Cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter dan gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet eerder genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar

OMSCHRIJVING

15 1551 1552 1581 1581

10, 11 1051 1052 1071 1071

0 2 0 1

1584

10821

0

1584 1584 1593 t/m 1595 18 182

10821 10821 1102 t/m 1104 14 141

3 6

20 205

16 162902

22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24 2442 2442

58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 2120 2120

26 262, 263 262, 263 30 30

23 232, 234 232, 234 26, 28, 33 26, 28, 33

31 316

26, 27, 33 293

33

26, 32, 33

33 36 361 362 363 3663.1

26, 32, 33 31 9524 321 322 32991

40

35

CATEGORIE

SBI-2008

nummer

SBI-1993

-

A B

0 2 0 1 A

A 2

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. ^ 200 m2 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. ^ 200 m2 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. ^ 200 m2 Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN Elektrotechnische industrie n.e.g.

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

2 2

2 2 2 2 2 1 2 1 2 2 2 1 2

2 2 2

2 1 2 2 2

40 40 40 40

35 35 35 35

C0 C1 D0 D3

40 40 40 41 41 41 45 45 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 519 55 5551 5552 60 6022 603 61, 62 61, 62 63 633 64 641 642 642 642 642 70 70 72 72 72 73 731

35 35 35 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 46 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466, 469 55 5629 562 49 493 495 50, 51 50, 51 52 791 53 531, 532 61 61 61 61 41, 68 41, 68 62 62 58, 63 72 721

D4 E0 E2 B0 B1 3 -

0 2 4 6 0 2

A A B0 B2 B3 A A B -

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o^ 1000 m2 GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. ^ 2000 m2 zand en grind: - algemeen: b.o. ^ 200 m2 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m2 Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines Cateringbedrijven VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen VERVOER OVER WATER 1 DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) DIENSTVERLENING T.B.V.

HET VERVOER Reisorganisaties POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: -FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

2 1 2 2 2 2 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 1 1 2 1 1 1 1 1 2 2

74 7481.3 7484.4

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992

75 75 85 8514, 8515 853 90 9001 9002.2 9002.2 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9304 9305

84 84 86 8691, 8692 8891 37, 38, 39 3700 382 382 96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 9313, 9604 9609

74

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Consultatiebureaus 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

1 2 1 1 1 2 2 2 2 2 1 1 1 2 1

IV

VERBEELDING

VERKLARING Plangebied

Insulindestraat 240

Enkelbestemmingen Wonen

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie - 3

Bouwvlakken bouwvlak

W

WR-A3

\

Maatvoeringen maximum bouwhoogte (m)

23

project:

Insulindestraat 240

gemeente:

Rotterdam

fase:

Ontwerpbestemmingsplan

opdrachtgever:

gemeente Rotterdam datum: 17 augustus 2021 schaal: 1 : 300 identificatienummer: NL.IMRO.0599.BP2173Insulstr240-on01 ondergrond: o_NL.IMRO.0599.BP2173Insulstr240-on01

n BOdG ruimtelijk advies

Postbus 6083 3002 AB Rotterdam email: info@bodg.nl tel: 06-48384580

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=49b40602-b6f7-4ba4-8226-18f296de658a