CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb001401] Bijlage behorende bij 22bb1400 - Rapport Risbo Gescheiden wereldenEen fenomeenonderzoek naar EU-arbeidsuitbuiting, veiligheidsbeleving ensociale cohesie in Carnisse, Oud Charlois en de Tarwewijk

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 23 november 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Voortgang actieprogramma EU-arbeidsmigranten35.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Tot slot zijn er arbeidsmigranten die via een vergunning in de EU (veelal Polen) via een detacheringconstructie in Nederland werken. Deze groep is eveneens een risicogroep omdat zij zich in een schimmige wereld bevinden en via ondoorzichtige constructies in Nederland werken. 57

Hoofdstuk 6 De grote meerderheid van de arbeidsmigranten werkt buiten de buurt waar zij wonen en zelfs buiten Rotterdam. Zij werken veelal in de glastuinbouw (Westland), vleesverwerkingsindustrie of distributiecentra (omgeving Lansingerland). Bij de verschillende groepen lijkt sprake te zijn van afzonderlijke circuits waarmee ze naar Nederland komen om te werken. In de meeste gevallen blijkt er facilitering vanuit het land van herkomst plaats te vinden, in de vorm van tussenpersonen die met (louche) uitzendbureaus of ondernemers contact hebben en werknemers aanleveren. Daarnaast vindt veel mond-tot-mondreclame plaats: migranten die al wat langer in Nederland wonen en werken informeren anderen over de te bewandelen wegen om in Nederland te komen werken. Verder is bekend dat er actieve wervingsacties worden gehouden, in ieder geval in Roemenië, soms via internet. Dit heeft ertoe geleid dat een groep Roemenen in de Rotterdamse wijken terecht is gekomen wiens positie uiterst penibel is. Eenmaal in Nederland vinden EU-arbeidsmigranten vaak werk via hun (Poolse) netwerk of via de vele Poolse winkeltjes. De EU-arbeidsmigranten komen in de focuswijken terecht, niet omdat zij specifiek kiezen voor deze wijken, maar vanwege het beschikbare aanbod.

Het is nagenoeg onmogelijk voor (pas gearriveerde) EU-arbeidsmigranten om aanspraak te maken op sociale huurwoningen of om een woning te kopen. Dit betekent dat zij afhankelijk zijn van particuliere verhuurders. Gezien de achtergrond van de overgrote meerderheid van EU-arbeidsmigranten zoeken zij met name woningen in het lagere segment. Hierdoor is het logisch gezien de woningvoorraad in de focuswijken dat zij daar terecht komen. Zij betalen vaak echter woekerprijzen voor kleine slecht onderhouden woningen/kamers. Daarnaast is er een zelfversterkend fenomeen ontstaan waarbij de vestiging van relatief veel EUarbeidsmigranten in de wijk ervoor gezorgd heeft dat juist in die wijken een groot informeel netwerk is ontstaan van winkels, verhuurders en huurders. Gekeken naar de leefomstandigheden, lijkt het met een deel van de arbeidsmigranten in de wijken goed te gaan. Zij investeren in hun toekomst door Nederlands te leren en lijken definitief gekozen te hebben voor een bestaan in Nederland. Deze personen hebben inmiddels een redelijk stabiel leven en zijn over het algemeen tevreden voor wat betreft hun woon- en werkomstandigheden. Toch is er weinig opwaartse mobiliteit zichtbaar: men blijft afhankelijk van arbeidscircuits die weinig zekerheid bieden. Een verklaring hiervoor is hun opleidings- en taalniveau, maar het kan ook samenhangen met het netwerk waarin ze verkeren.

Een deel van deze respondenten vertelt in het verleden negatieve ervaringen te hebben gehad met uitzendbureaus. Een andere opvallende constatering is dat veel respondenten geen huisvesting of zorgverzekering via hun werkgever afnemen. In die zin lijkt er onder de groep die wij gesproken hebben, minder sprake van een afhankelijkheidsrelatie zoals in veel onderzoeken naar voren komt. Wat is de aard en omvang van arbeidsuitbuiting onder EU-arbeidsmigranten in Carnisse, de Tarwewijk en Oud Charlois? De meeste voorbeelden van arbeidsuitbuiting kwamen aan de orde tijdens de gesprekken met Bulgaarse arbeidsmigranten. Veel professionals merken dan ook op dat er sprake lijkt van een verschuiving waarbij Poolse arbeidsmigranten door hun langere aanwezigheid in Nederland meer bewust lijken van hun rechten en als gevolg daarvan mondiger zijn geworden. Hoewel dat laatste natuurlijk niet geldt voor de Poolse arbeidsmigranten die hier nog maar recent zijn. Ook zij worden, net als de Bulgaarse arbeidsmigranten, nog wel eens het slachtoffer van arbeidsuitbuiting. Sommige professionals speculeren dat nieuwe groepen worden geronseld die via ingewikkelde detacheringsconstructies vanuit Polen in Nederland te werk worden gesteld. Met name deze groepen zouden vaak te maken krijgen met arbeidsuitbuiting. Het voorgaande dient echter met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden.

De kans is namelijk groot dat door de manier waarop wij respondenten geworven hebben, een vertekend beeld 58

Conclusie is ontstaan van met name de Poolse arbeidsmigranten in de wijken. De professionals die wij gesproken hebben geven aan zich veel zorgen te maken over de werkomstandigheden en de daarmee samenhangende woon- en leefomstandigheden. Zij komen in hun dagelijkse praktijk wel voorbeelden en aanwijzingen tegen, maar zien naar eigen zeggen slechts het topje van de ijsberg en hebben geen totaalbeeld van de omvang. Dit heeft volgens verschillende respondenten te maken met een gebrek aan mankracht, maar kan ook liggen aan het missen van schakels binnen het netwerk van professionals – wat gezien de complexiteit van de problematiek niet verrassend is. Vermoedelijk is de verblijfsduur in Nederland en het sociale netwerk van EU-arbeidsmigranten een betere voorspeller voor de kans op arbeidsuitbuiting dan herkomst. Personen die hier korter aanwezig zijn, een beperkter sociaal netwerk hebben en minder rechten hebben, lopen het grootste risico om uitgebuit te worden. De arbeidsmigranten die hier al langer wonen hebben vaak al meer ervaring en zijn beter op de hoogte van de regels. Ook is de gedachte dat een deel van de arbeidsmigranten, die geen stabiel bestaan weet op te bouwen, ervoor kiest om terug naar het land van herkomst te gaan of naar een andere bestemming in de EU reist.

Daarnaast bestaat onder professionals het beeld dat er een relatief grote groep daklozen is in Rotterdam-Zuid met een EU-achtergrond die geen aanspraak kan maken op de reguliere daklozenvoorzieningen. Professionals uiten hun zorgen hierover. Arbeidsuitbuiting komt tot uiting via de huisvesting, arbeidsomstandigheden en contractuele onrechtmatigheden. Een belangrijke constatering in de context van dit onderzoek is dat, volgens professionals, het verdienmodel van arbeidsuitbuiting samenhangt met huisvesting. Door veel te hoge huren te vragen en zoveel mogelijk mensen in een kleine ruimte te zetten wordt er veel geld verdiend. Een deel van de arbeidsmigranten zou, als gevolg van de hoge huren, zelf hun kamer onderverhuren aan een bekende of familie om minder kosten te hebben. Overbewoning kan indirect grote gevolgen hebben. Het betreft vaak slecht onderhouden panden waar veel mensen op een kleine oppervlakte samenleven. Zij delen beperkte voorzieningen en ruimtes. Als gevolg hiervan kan overlast ontstaan, bijvoorbeeld in de vorm van geluidsoverlast en een toename van afval. Dit kan op zijn beurt de sociale cohesie onder druk zetten.

Is er een samenhang tussen de leef- en woonomstandigheden en arbeidsuitbuiting van EUarbeidsmigranten? Zo ja wat is de aard, richting van deze samenhang en hoe ziet dit mechanisme er in de praktijk uit? De hoofdvraag van dit onderzoek is of de afname van sociale cohesie en andere negatieve ontwikkelingen, die uit het wijkprofiel naar voren komen, verklaard kunnen worden als gevolg van arbeidsuitbuiting die in de focuswijken plaatsvindt. Het is lastig om deze vraag op basis van dit onderzoek te beantwoorden. Wel kan er gesteld worden dat er sprake is van samenhang tussen lage sociale cohesie en arbeidsuitbuiting. In figuur 6.1 staat schematisch weergegeven welke factoren een rol spelen bij het beantwoorden van de onderzoeksvraag. We onderscheiden daarbij drie factoren die van invloed zijn op de wijk en de positie van EU-arbeidsmigranten , namelijk ‘de concentratie van EUarbeidsmigranten’, ‘lage sociale cohesie en fysieke wijkkenmerken’ en ‘gevallen van EUarbeidsuitbuiting’.

59

Hoofdstuk 6

Figuur 6.1: model samenhang arbeidsuitbuiting en lage sociale cohesie Carnisse, Tarwewijk en Oud Charlois Bron: Risbo, eigen bewerking

Het model toont een samenhang tussen de verschillende factoren en laat zien welke variabelen onder andere van invloed zijn op de situatie in Carnisse, Oud Charlois en de Tarwewijk. Welke richting deze samenhang heeft en welk verband het sterkst is, valt moeilijk te bepalen. Zo kan beredeneerd worden dat de lage sociale cohesie, waaronder een beperkte sociale controle en laag vertrouwen in instanties, ertoe leidt dat uitbuiting in de vorm van huisvesting plaats kan vinden. Doordat in de wijken een mentaliteit bestaat waarbij mensen zich niet met elkaar bemoeien, kunnen misstanden langer bestaan en zal er vanwege een laag vertrouwen in de overheid minder snel gerapporteerd worden. Ook weten uitbuiters dat in deze wijken ook weinig omgekeken wordt naar elkaar en de meldingsbereidheid laag is. Met andere woorden een lage sociale cohesie kan een faciliterende factor zijn van arbeidsuitbuiting. Tegelijkertijd zien we dat arbeidsuitbuiting kan leiden tot een verslechtering van de sociale cohesie. Uitbuiting in de vorm van slechte huisvesting en overbewoning kan ertoe leiden dat mensen overlast ervaren, er meer afval op straat ligt en het leefklimaat in de wijken achteruitgaat. Daarnaast leiden criminaliteit en overlast tot een laag veiligheidsgevoel in de wijken. Arbeidsuitbuiting lijkt dan ook niet de oorzaak of belangrijkste reden voor de lage sociale cohesie in de focuswijken.

Deze lijkt al jaren zwak. Maar we kunnen wel stellen dat het een versterkende factor is. Zoals eerder gezegd, is er afgezien van delen in Oud Charlois sprake van een lage sociale cohesie als gevolg van de hoge doorstroom in de wijken en een in zichzelf gekeerde mentaliteit. Bewoners lijken nauwelijks groepsoverstijgende contacten te hebben en ook het contact met buren lijkt beperkt. In die zin sluit de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten die primair bezig zijn met werken en weinig sociale contacten buiten de eigen groep hebben, goed aan bij de manier waarop in de wijken geleefd wordt. Hoewel de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten veelal niet als een probleem wordt gezien, houdt hun concentratie in de wijken, onbedoeld wel de lage sociale cohesie in stand. De belangrijkste factor daarbij is de taalbarrière. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat een taalbarrière een van de – of zelfs de belangrijkste – belemmering is in het contact met buren van andere herkomstgroepen. Het leidt 60

Conclusie ertoe dat men in eerste instantie terugvalt op familie en in sommige gevallen buren uit dezelfde herkomstgroep wanneer er hulp nodig is. Door de grote concentratie van EU-arbeidsmigranten in de wijken zijn van elkaar gescheiden werelden ontstaan waardoor er voor veel arbeidsmigranten geen noodzaak is om Nederlands te leren. Zij kunnen nagenoeg alles regelen in de eigen taal bij voorzieningen die in de wijken beschikbaar zijn. De arbeidsmigranten zijn in deze geen schuldige of te lui om de taal te leren, maar dit is eerder een logisch gevolg van de manier waarop het leven en werken in Nederland is ingericht. Alles lijkt er door (potentiële) uitbuiters bewust en onbewust op gericht te zijn om de groepen gescheiden en op zichzelf gericht te houden. Zo werken veel arbeidsmigranten alleen samen met landgenoten en worden zij in het land van herkomst geworven. Door de concentratie van EU-arbeidsmigranten in een aantal specifieke wijken is het niet meer dan logisch dat als gevolg van vraag en aanbod ook meer voorzieningen gericht op EU-arbeidsmigranten zijn ontstaan. Tot slot geven veel arbeidsmigranten aan dat zij veel werken en weinige vrije tijd hebben. De beschikbare vrije tijd brengen zij vaak door met vrienden of familie buiten de wijken.

Middels dit onderzoek hebben wij getracht een eerste aanzet te geven voor de manier waarop sociale cohesie en arbeidsuitbuiting elkaar beïnvloeden in een klein gedeelte van Rotterdam. De uitkomsten wijzen erop dat er sprake is van een wisselwerking waarbij het niet eenvoudig is om een oorzaakgevolg aan te wijzen of om te bepalen welke verbanden er zijn, hoe sterk die verbanden zijn en welke richting ze opgaan. Verder onderzoek is nodig om een gedetailleerder beeld te krijgen.

61

7

Handelingsperspectieven In dit hoofdstuk wordt op basis van de uitkomsten van dit onderzoek een aantal handelingsperspectieven omschreven dat kan dienen als input voor beleid. Daarbij benoemen we eerst een aantal concrete richtingen die gaandeweg verder geconcretiseerd wordt. Logischerwijs dient er ingezet te worden op de verschillende factoren die een rol spelen in praktijken rondom arbeidsuitbuiting, lage sociale cohesie en de onwenselijke aspecten die een gevolg zijn van de concentratie van EU-arbeidsmigranten in de focuswijken. Met andere woorden er dient een integrale aanpak gehanteerd te worden. In algemene zin dient de sociale cohesie in de wijken verbeterd te worden. Dit is een aspect dat een bredere context heeft dan arbeidsuitbuiting en arbeidsmigratie. De sociale cohesie is al langer zwak en wordt niet veroorzaakt door de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten in de wijk. Tegelijkertijd zien we dat de obstakels waar arbeidsmigranten die in de wijken woonachtig zijn mee te maken hebben, niet zullen bijdragen een betere sociale cohesie. Denk bijvoorbeeld aan de taalbarrière die een rol speelt bij het letterlijk in contact komen met buurtgenoten en de schimmige tussenpersonen die voor eigen gewin allerlei zaken willen regelen voor EU-arbeidsmigranten. Het verbeteren van de sociale cohesie is echter complex en kent geen eenduidige oplossingen.

We zien dat in veel delen van de wijken, sprake lijkt van een sterke groepsvorming (bonding) tussen personen met dezelfde achtergrond. Denk bijvoorbeeld aan de groep EU-arbeidsmigranten die veelal onderling met elkaar omgaan, maar ook aan jongeren, huizenbezitters, oud-gevestigden, etc. Tussen de verschillende groepen lijkt echter weinig contact. In eerste instantie zou er daarom gefocust moeten worden op het creëren van ontmoeting tussen verschillende netwerken/groepen. Dit hoeven niet direct diepgaande contacten te zijn. Putnam (2000) stelt dat minder intieme relaties, als bruggen kunnen fungeren tussen verschillende (hechte) netwerken (bridging). Zodra mensen verbonden worden met mensen uit andere netwerken, zijn er meer mogelijkheden om toegang te krijgen tot hulpmiddelen en informatie uit het andere netwerk. Jong-Gierveld en Fokkema (2015) stellen dat het juist belangrijk is om een divers sociaal netwerk te hebben, bestaande uit contacten die emotionele steun bieden en minder diepgaande contacten. Hiermee wordt bijvoorbeeld eenzaamheid en isolatie tegengegaan. Bij het realiseren van ontmoeting dient de gemeente een centrale rol te spelen. Logischerwijs zal een beweging die vanuit de bewoners zelf voortkomt het beste aansluiten bij de behoeften van die bewoners.

Wij verwachten echter dat dergelijke initiatieven, vanwege het beperkte sociaal kapitaal in de wijken, zowel onder EU-arbeidsmigranten en delen van de overige bevolking, beperkt aanwezig zijn. Een eerste stap is om te inventariseren of er al bewonersinitiatieven bestaan die een brugfunctie tussen verschillende netwerken vervullen. Deze initiatieven zouden gestimuleerd en ondersteund moeten worden. Wij verwachten dat de gemeente zelf ook een centrale rol zal moeten spelen om ontmoeting tot stand te laten komen. Wij verwachten dat de gemeente zelf een centrale rol zal moeten spelen om verschillende netwerken met elkaar in contact te laten komen. Een ander deel van de aanpak zou gericht moeten zijn op het aanpakken van onwenselijke aspecten die onderdeel uitmaken van de informele netwerken waar veel EU-arbeidsmigranten afhankelijk van zijn. Hoewel informele netwerken ook een belangrijke vorm van steun en informatie kunnen zijn, komt uit het onderzoek naar voren dat ook veel schimmige praktijken en vormen van uitbuiting voortkomen uit deze netwerken. Deze schimmige praktijken lijken grotendeels samen te vallen met het bestaan

Hoofdstuk 7 van malafide wijkwinkels en tussenpersonen. Het ontbreekt vaak aan letterlijke en figuurlijke transparantie: het is onduidelijk wat er in de wijkwinkels afspeelt. Een eerste stap zou daarom moeten zijn om deze malafide winkels en personen te identificeren en om te achterhalen welke activiteiten daar plaatvinden. Welke diensten worden er aangeboden en welke onwenselijke praktijken worden vanuit de wijkwinkels gefaciliteerd? Vervolgens kan het beleid afgestemd worden op het tegengaan van deze praktijken via handhaving van regelgeving. Een tweede manier waarop de afhankelijkheid van informele netwerken verzwakt kan worden, is door in te zetten op het vergroten van kennis onder EU-arbeidsmigranten. Wanneer EU-arbeidsmigranten meer kennis hebben over hun rechten en de manier waarop de Nederlandse samenleving is ingericht dan worden zij minder vatbaar voor benadeling via de informele netwerken. We maken daarbij onderscheid tussen de EU-arbeidsmigranten die kort in Nederland gevestigd zijn en de EUarbeidsmigranten die zich in Nederland gevestigd hebben. Het beleid gericht op recent gearriveerde EU-arbeidsmigranten dient in de eerste plaats praktisch te zijn. Zorg ervoor dat deze groep EUarbeidsmigranten op een laagdrempelige manier van de juiste kennis wordt voorzien. Daarbij zal het noodzakelijk zijn om outreachend te werken.

Op basis van dit onderzoek zien we dat deze groep vooral aan het werk is en nauwelijks buiten de eigen groep contacten zoekt. Zij zullen daarom niet vanuit zichzelf op zoek gaan naar deze informatie en de kans is bovendien klein dat zij zelf tegen deze informatie aanlopen. Tussenpersonen en organisaties die in de informele netwerken opereren weten dit en gebruiken dit in hun voordeel. Voor deze groep EU-arbeidsmigranten is het belangrijk dat zij kennis ontvangen over regels en rechten omtrent wonen en werken in Nederland en waar zij heen kunnen met vragen. Gezien de aard van hun verblijf zou deze informatie in hun eigen taal aangeboden dienen te worden. Tegelijkertijd dient er beseft te worden dat een deel van deze migranten niet van plan is langere tijd in Nederland te verblijven. Om die reden is het niet reëel om te verwachten dat EU-arbeidsmigranten behorende tot deze groep bereid zijn Nederlands te leren of om te investeren in sociale netwerken buiten hun eigen kring. Voor de EU-arbeidsmigranten die zich min of meer permanent in Nederland gevestigd hebben, kan er een andere focus gekozen worden. Voor deze groep is het belangrijk om naast de uitbreiding van kennis, ook in te zetten op andere terreinen zodat zij zich volwaardig onderdeel voelen van de samenleving waarin zij leven.

Een eerste belangrijke schakel om dit te bereiken is door in te zetten op het tegengaan van de taalbarrière. De gemeente Rotterdam doet dit grotendeels al door taalcursussen aan te bieden aan EU-arbeidsmigranten. De gedachte daarbij is dat de mensen die deze cursus volgen een steunpunt kunnen worden voor andere arbeidsmigranten die de taal nog niet beheersen. Behalve het aanbieden van taalcursussen, zou voor deze groep ingezet moeten worden creëren van overbruggend contact tussen EU-arbeidsmigranten en andere inwoners van de wijk. Uit het onderzoek komt naar voren dat dit mogelijk via kinderen geprobeerd kan worden. Ouders van allerlei herkomsten ontmoeten elkaar via het schoolplein, zwemles, etc. Een laatste deel van het beleid dient gericht te zijn op het creëren van vertrouwen onder EUarbeidsmigranten. Uit gesprekken met professionals blijkt dat op basis vanuit ervaringen uit het land van herkomst, onder EU-arbeidsmigranten een groot wantrouwen bestaat richting overheidsinstanties. Veel arbeidsmigranten wantrouwen de politie en zijn bang dat een melding doen bij de gemeente negatieve ervaringen voor henzelf zal hebben. Dit heeft als gevolg dat er weinig bereidheid is om naar de gemeente te stappen of meldingen bij de politie te doen. EUarbeidsmigranten die in de problemen zitten, kloppen vaak pas aan als de problemen erg groot zijn geworden.

Dit bemoeilijkt de hulpverlening. Dit vertrouwen kan het beste bereikt worden door fysiek aanwezig te zijn in de wijk en open te staan voor de verhalen van EU-arbeidsmigranten. Het bestaan van het inloopspreekuur in delen van Rotterdam is wat dat betreft een stap in de goede richting.

64

Handelingsperspectieven

Tot slot zou een deel van de aanpak gericht dienen te zijn op het aanpakken van arbeidsuitbuiting. Dit is echter niet een probleem dat de gemeente Rotterdam in zijn eentje kan bestrijden. We zien grofweg drie vormen van arbeidsuitbuiting die samenhangen met de werkomstandigheden, de woonsituatie en onrechtmatige contracten. Bij deze drie vormen zijn er verschillende partijen betrokken. Bij alle vormen zijn de uitzendbureaus/werkgevers betrokken. Al jaren blijkt dat het moeilijk is om de uitzendsector goed te reguleren en om transparantie te bereiken. Het creëren van een betekenisvol keurmerk voor de uitzendbranche blijft eveneens een lang gekoesterde wens van professionals. Een aantal professionals geeft bovendien aan dat het tijd wordt om ook verantwoordelijkheid neer te leggen bij de bedrijven die uitzendbureaus inzetten. Een andere factor is de situatie op de huizenmarkt. Veel EU-arbeidsmigranten zijn ook voor de woonruimte afhankelijk van de werkgever. Waar het gaat over de uitbetaling en werkomstandigheden is een belangrijke rol weggelegd voor de inspectie SZW. Zij hebben de mogelijkheid om controles op werkplekken uit te voeren. De gemeente Rotterdam kan met name een rol spelen bij vormen van uitbuiting die samenhangen met de woonsituatie. We weten bijvoorbeeld dat veel EU-arbeidsmigranten die in Rotterdam wonen, buiten de gemeente werken.

Veel arbeidsmigranten vestigen zich op plekken waar betaalbare woningen zijn waar zij aanspraak op kunnen maken. Doordat zij vaak minder eisen stellen en woningen in het goedkopere segment zoeken, leidt dit tot een concentratie van EU-arbeidsmigranten in de lagere segmenten van de particuliere huursector. Het zal echter niet eenvoudig zijn om dit goed aan te pakken. Maatregelen die gericht zijn op het verkleinen en beperken van de particuliere huursector kunnen ertoe leiden dat er juist meer illegale bewoning komt of dat er een waterbedeffect optreedt. De arbeidsmigranten zullen immers ergens moeten wonen. De overspannen huizenmarkt zal niet bijdragen aan een oplossing. Gezien de complexiteit van de problematiek rondom arbeidsuitbuiting is een gemeente overstijgende aanpak vereist. Hiertoe zou de gemeente samenwerking kunnen zoeken met gemeenten die soortgelijke problematiek kennen om dit hoger op de agenda van de nationale overheid te krijgen.

65

Geraadpleegde literatuur Berkhout, E., Bisschop, P. & Volkerink, M. (2014). ‘Grensoverschrijdend aanbod van personeel’, in SEO-rapport; No. 2014-49. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Bogaerts, A., P. Plooij & R. Zoetekouw (2010). ‘De bestrijding van arbeidsuitbuiting. Werkwijzen en bevindingen van de SIOD’ in Justitiële Verkenningen, 7, 68-79. Crooy, I. & Vols, M. (2011). Handreiking aanpak woonoverlast en verloedering. Aanpakken en voorkomen van fysieke en sociale woonoverlast. Den Haag: VROM-Inspectie 2011 Dwyer, P., H. Lewis, L. Scullion & L. Waite (2011). Forced Labour and UK Immigration Policy: Status Matters? York: Joseph Rowntree Foundation. Engbersen, G.B.M, Leerkes, A.S, Ilies, M, Snel, E, & Meij, R. (2011). Arbeidsmigratie in vieren. Bulgaren en Roemenen vergeleken met Polen. CIMIC: Citizenship, Migration & the City. Eysink Smeets, 2016 FairWork en Stichting Humanitas (2021). Arbeidsuitbuiting in Rotterdam. Eindverslag met aanbevelingen. Gemeente Rotterdam (2021). Werken aan een menswaardig bestaan. Actieprogramma EUarbeidsmigranten 2021-2025, Rotterdam. Gijsberts, M., Lubbers, M., Dagevos, J., Jansen, J., Engbersen, G. & Snel, E. (2015). Migranten uit Midden- en Oost-Europese landen in Nederland door de tijd gevolgd: een vergelijking tussen twee panelonderzoeken, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau Hart, M. ’t & Snel, E.

(2015) Verkennende literatuurstudie naar de onderkant van de Rotterdamse woningmarkt. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Hart de J., F. Knol & K. Breedveld (2002). Zekere banden: sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Huygen, A., & F. de Meere (2008). De invloed en effecten van sociale samenhang. Verslag van een literatuurverkenning. Verweij-Jonker instituut, Utrecht. Inspectie SZW (2019). Staat van eerlijk werk. Risico’s aan de onderkant van de arbeidsmarkt, Utrecht. Kremer, M. & E. Schrijvers (2014). Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigratie in betere banen, WRRPolicy Brief, nr. 1, januari 2014. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Leerkes, A., San, M. van, Engbersen, G., Cruijf, M., & Heijden, P. van der (2004). Wijken voor illegalen. Over ruimtelijke spreiding, huisvesting en leefbaarheid. Den Haag: Sdu uitgevers. Leun van der, J. & L .Vervoorn (2004). Slavernij-achtige uitbuiting in Nederland: een inventariserende literatuurstudie in het kader van de uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.

Geraadpleegde literatuur Leeuw, T. de, Summeren, A. & Snel, E. (2016). ‘Grijs wonen’ in Rotterdam. Een onderzoek naar de kansen en beperkingen voor huurders en verhuurders aan de onderkant van de particuliere woningmarkt. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. Lupi, T. & Visser, A. (2015). Huisvesting arbeidsmigranten: een zorg van iedereen?! Evaluatie experimentenprogramma huisvesting EU-arbeidsmigranten. Den Haag: Platform 31. Meeteren M. van & N. Heideman (2021). Taking stock of labour trafficking in the Netherlands, 43(1), Archives of Criminology, 143-168. Meeteren M. van & J. van der Leun (2018). Daders van arbeidsuitbuiting. Over de vermeende rol van de georganiseerde misdaad, Proces, 97(2), 130-146. Meeteren M. van & J. van der Leun (2021). ‘How organized is labour trafficiking? On the involvement of organized criminal groups in labour exploitation, in A.M. Rodrigues & M. João Guia (eds.) New Forms of Human Trafficking. Taking stock of labour trafficking in the Netherlands, Springer, Meeteren M. van & J. Hiah (2019). Self-Identification of Victimization of Labor Trafficking, in: Winterdyk, J.A.., J. Jones (red.) The Palgrave International Handbook of Human Trafficking, Cham: Palgrave MacMillan. Ministerie van SZW (2010). Factsheet Arbeidsuitbuiting op Nederlandse werkvloeren. Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2021).

Dadermonitor Mensenhandel 2015-2019, Den Haag. Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2020). Slachtoffermonitor Mensenhandel 2015-2019, Den Haag. NCTV (2017). Nationaal Dreigingsbeeld, Den Haag: Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Postman, D. & J. van Wijk (2012). Op het land in plaats van achter het raam. Aard en Omvang van arbeidsuitbuiting in Nederland, Proces, 5, 327-339 . Putnam, R. (2000). Bowling Alone. The Collapse and Revival of American Community. New York: Simon & Schuster. Razenberg, I., Noordhuizen, B. & De Gruijter, M. (2015). Recente EU-migranten uit Midden- Oost- en Zuid-Europa aan het woord: Ervaringen en behoeften aan informatie in Nederland. Geraadpleegd via: https://www.kis.nl/publicatie/recente-eu-migranten-uit-midden-oost-en-zuid-europa-aan-hetwoord San, M. van & Y. Seidler, (2018). Poolse en Turks-Bulgaarse arbeidsmigranten in Den Haag. Een quickscan naar de sociale infrastructuur van deze groepen in Laak, Rotterdam: Risbo EUR. Saraber, P. (2009). Daar zijn de Polen! Op zoek naar een betere toekomst. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt. Schuyt, C.J.M. (1997). Sociale cohesie en sociaal beleid. Drie publiekscolleges in de Balie, Amsterdam: Uitgeverij De Balie. 68

Gescheiden werelden Schnabel, P. (2000). De multiculturele illusie. Forum, Essays 1998-2006, Forum/Uitgeverij Ger Guijs. Seidler, Y., Van den Heerik, A., Boom, J. de en Weltevrede, A.J. (2017). Schaduweffecten van EUarbeidsmigratie in Rotterdam. Een onderzoek naar de positie van personen met een EU-achtergrond in Rotterdam. Rotterdam, Risbo EUR. Singelenberg, J. (2005) Wonen aan de onderkant. Herhuisvesting na extreme overlast. Geraadpleegd via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30300-XI-65-b1.pdf Spithoven, Remco (2017) ‘Veiligheidsbeleving: In gesprek met buurtbewoners over de ‘onveiligheid’ in hun buurt naar aanleiding van gestegen ‘gevoelens van onveiligheid’’ in Tijdschrift voor Veiligheid 10.5553/TvV/187279482017016004001 Snel, E., M. Faber & G.B.M. Engbersen (2014). Footloose migranten in beeld, Erasmus University Rotterdam. Strockmeijer, A., de Beer, P., & Dagevos, J. (2017). “Mobiliteit binnen de perken: zeer gering positieverbetering van werknemers uit Oost-Europa bij een langer werkverleden”, in Tijdschrift Voor Arbeidsvraagstukken, 33(4), 384–400. Strockmeijer, A., de Beer, P., & Dagevos, J. (2021). “Stromen arbeidsmigranten vaker in de ww dan Nederlandse werknemers? Een decompositieanalyse van ww- instroom onder Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland” in Tijdschrift Sociologie, 91-116, 91–116. Stokkum B. van, & N.

Toenders (2010), De sociale cohesie voorbij. Actieve burgers in achterstandswijken. Pallas Publications, Amsterdam. Tielbaard, N., M. van Meeteren & X. Commandeur (2016) Slachtoffer van arbeidsuitbuiting? Een kwalitatieve studie naar ideaaltypische trajecten die leiden tot zelfidentificatie als slachtoffer van mensenhandel, Tijdschrift voor Criminologie, 58(2): 37-54. Venema, S., Sleutjes, B., & de Valk, H. A. G. (2017). “Segregatie van Poolse migranten in Nederland”, In Demos: Bulletin Over Bevolking En Samenleving, 33(6), 5–7. Wagner, I. & L. Berntsen (2016) Restricted Rights: Obstacles in Enforcing the Labor Rights of Mobile EU Workers in the German and Dutch Construction Sector, Transfer: European Review of Labour and Research, 22(2): 193-207. Walz, G.P. (2010) Grenzen stellen. Omvang van en maatregelen tegen malafide praktijken in de uitzendbranche, Zoetermeer: Research voor Beleid. Zimmermann, Klaus F. (2018). Social Cohesion and Labor Mobility, GLODiscussion Paper, No. 249, Global Labor Organization (GLO), Maastricht.

69

Interviewleidraden

Bijlage 1: interviewleidraden Itemlijst onderzoek EU-arbeidsuitbuiting en sociale cohesie

v: Wijkprofessionals

In opdracht van de Gemeente Rotterdam doen wij, Risbo een onderzoeksbureau van de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzoek naar het voor komen van arbeidsuitbuiting van EU-arbeidsmigranten en in welke mate dit van invloed is op de sociale cohesie in drie Rotterdamse wijken (Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk). Rotterdam kent een steeds groter aandeel arbeidsmigranten met een EU-achtergrond. Hoewel het met een groot deel goed gaat, zijn er ook zorgen over arbeidsmigranten die actief zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze arbeidsmigranten wonen vaak geconcentreerd in Rotterdamse wijken die al kwetsbaar zijn, zoals blijkt uit lager dan gemiddelde scores op de veiligheidsindex en het wijkprofiel. Om hier inzicht in te krijgen voeren we interviews uit met verschillende professionals maar ook met bewoners en arbeidsmigranten zelf. In de eerste fase het onderzoek willen we een beeld krijgen van de wijken waar het onderzoek op gericht is. In dit gesprek vragen we onder andere naar wat deze wijk kenmerkt, wat er goed gaat, wat de zwakke plekken zijn, etc. Het eerste deel van het gesprek gaat over de wijk in zijn algemeenheid en hoe de sociale cohesie in de wijk momenteel is. In het tweede deel van het gesprek willen we het hebben over de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten en wat dit betekent voor het leven in de wijk.

Uit te voeren door onderzoeker • Voorleggen/ondertekenen privacy disclaimer • Vragen toestemming opnemen interview op recorder • Tutoyeren?

Algemeen (functie) • •

Functie respondent Hoe lang bent u actief in [wijk]

Situatieschets Kunt u de wijk voor ons schetsen? • Kenmerken • De kracht? • Risico’s? • Is de situatie in de wijk over de jaren heen veranderd? o Zo ja: op welke punten en waardoor? In kaart brengen • Op basis van een kaart specifieke plekken in de wijk benoemen (positief/negatief/ontmoetingsplekken/beruchte plekken, etc.) Wijkprofiel • Bespreken van de scores van de wijk op het wijkprofiel (t.o.v. gebied en gemeente) • Herkent u het beeld dat uit het wijkprofiel naar voren komt? • Indien er sprake is van discrepantie tussen beleving en ‘objectieve’ meting: hoe komt dit? • Bespreken scores op Sociale index/Fysieke index/Veiligheidsindex Sociale cohesie • Hoe beoordeelt u de sociale cohesie in de wijk? • Welke factoren zijn volgens u bepalend voor de sociale cohesie?

71

Bijlage 1 •

• •

Hoe is het gesteld met: o Onderling vertrouwen? o Solidariteit? o Hulpbereidheid? o Veiligheidsgevoelens? Is de mate van sociale cohesie de afgelopen jaren veranderd? Waar komt dit door?

EU-arbeidsmigranten • Volgens de cijfers staan er [##] EU-arbeidsmigranten in de wijk geregistreerd. In hoeverre schat u dat dit overeenkomt met de werkelijkheid? o Indien veel meer: schatting? Wat voor effect heeft het niet geregistreerd staan impact op het leven in de wijk? • Samenstelling populatie EU-arbeidsmigranten o Geslacht o Leeftijd o Gezinssamenstelling o Land van herkomst o Hoe lang in de Nederland/Rotterdam • Hoe zou u de woon- en leefomstandigheden van EU-arbeidsmigranten in de wijk omschrijven? • In wat voor sectoren werken zij? • Waar werken zij? In of buiten Rotterdam? • In wat voor huisvesting wonen de EU-arbeidsmigranten in de wijk? o Particulier woningaanbod? o Woningen via werkgever? o Gedeelde woonruimte? Zo ja, met hoeveel? • Wat voor invloed heeft de aanwezigheid van EU-arbeidsmigranten op het leven in de wijk? o Positief/negatief Arbeidsuitbuiting • Komt u (in uw beroepspraktijk) onwenselijke situaties tegen waar EU-migranten bij betrokken zijn? • Hoe vaak komt dit voor? • Wat voor onwenselijke situaties komt u tegen waar EU-migranten bij betrokken zijn? o Op wat voor manier zijn zij betrokken? o Door welke factoren raken zij in deze situaties verzeild? o Kunt u concrete voorbeelden geven? • Wat is de achtergrond van EU-migranten die betrokken zijn bij onwenselijke situaties? o Demografische kenmerken (geslacht, leeftijd, gezinssamenstelling) o

Economische en arbeidsmarktpositie? o Hoe lang in Nederland/Rotterdam? • Kent u ook onwenselijke gevallen op het gebied van [vragen wat nog niet genoemd is]: o Zwart werk o Sociale voorzieningenmisbruik o Criminaliteit (soort?) o Mensenhandel/prostitutie o (Woon)overlast • Zijn er andere kenmerken te benoemen van personen die betrokken zijn bij onwenselijke situaties? • Waarom denkt u dat deze personen betrokken raken bij onwenselijke situaties?

72

Interviewleidraden

Verband sociale cohesie en EU-arbeidsuitbuiting • Denkt u dat er een verband bestaat tussen de sociale cohesie in de wijk en de mate waarin EU-arbeidsmigranten te maken hebben met EU-arbeidsuitbuiting? o Zo ja, wat voor een verband? Afsluitend • Welke instanties zijn actief in de wijk die in contact staan met de doelgroep? Bv: o Sociaal Cultureel Werk / Opbouwwerk o Wijkagenten o Maatschappelijk werk o Jongerenwerk (JIJ/SWF): o Thuis op Straat (TOS): o Sport en Recreatie (SenR): o Zelforganisaties o Bewonersinitiatieven • Kunt u ons in contact brengen met deze personen? • Kent u nog andere sleutelpersonen die in direct contact staan met de doelgroep en die wij zouden kunnen spreken? • Zijn er nog dingen onderbelicht gebleven die we nog moeten bespreken? • Heeft u nog andere vragen of toevoegingen?

73

Bijlage 1 Itemlijst onderzoek EU-arbeidsuitbuiting en sociale cohesie

v: Experts

Uit te voeren door onderzoeker • Voorleggen/ondertekenen privacy disclaimer • Vragen toestemming opnemen interview op recorder • Tutoyeren? Algemeen (functie) • Functie/achtergrond respondent • Expertise • In hoeverre specifieke kennis over de situatie in Rotterdam(-Zuid)/de focuswijken? • In direct contact met de doelgroep? [De respondent dient de vragen te beantwoorden op basis van eigen ervaringen, niet ‘van horen zeggen’] Arbeidsmigranten (algemeen) • Kunt u een schets geven van de arbeidsmigranten waar u contact mee heeft? o Nationaliteit. (Concrete aantallen vragen) o Hoe lang in Nederland (gemiddeld) o Gezinssamenstelling (gemiddeld) o Leeftijd (…-…) o Geslacht (concrete aantallen)) o Verschillen tussen herkomstgroepen • Hoeveel zijn dat er? Arbeidssituatie • Kunt u een beschrijving van de arbeidssituatie geven? (Van grootste groep/sector naar klein) o In welke sectoren/wat voor soort werk? (concrete aantallen) o Hoe zijn zij aan werk gekomen? o Waar? Binnen/buiten Rotterdam (concrete aantallen) o Werkloosheid/baanonzekerheid o Type contracten o Verloop van personeel (redenen voor ontslag/verloop? Ziekte, vast contract, etc.) o Maakt u mee dat er sprake is van ‘inhoudingen’ en boetes op het salaris? • Is er sprake van arbeidsbemiddeling door een uitzendbureau? o Hoe vaak (in welk percentage is er een uitzendbureau betrokken)? o Zo ja, wat is hun rol?

(afhankelijkheidsrelatie, wonen, zorg) • In hoeverre kunnen arbeidsmigranten zich vrij bewegen op de arbeidsmarkt? (afhankelijkheidsrelatie) o Kunnen arbeidsmigranten van baan wisselen als zij willen? o Hoe vaak komt dit voor? o Wat zijn beperkende of stimulerende factoren? o Indien van toepassing: via welke kanalen komen zij aan nieuw werk? • Wat zijn de verschillen tussen de situatie van de arbeidsmigranten waar we het hier over hebben en migrantengroepen die hier al langer zijn (Turken, Marokkanen, Surinamers)? Wonen • Kunt u een beschrijving van de woonsituatie geven? o Wat voor soort woning (part. Huur/soc. Huur, koop) (concrete aantallen) o In welk gebied (Rotterdam(-Zuid), wijk) (naam wijk vragen)

74

Interviewleidraden

•

•

o Registratie in BRP/RNI? Zo nee, waarom niet? Hoe vinden arbeidsmigranten een woning? o Uitzendbureau? o Via-via? o Informele netwerken/structuren? Hoeveel van elk? o Zijn er nog verschillen tussen herkomstgroepen? Uniek voor deze groep? o In hoeverre verschilt de manier waarop arbeidsmigranten wonen van andere bewoners in dezelfde wijk(en)?

Leven • Deelname aan het sociale leven in de wijk o Buurtinitiatieven o Vrijwilligerswerk o Sociale contacten (binnen de wijk/buiten de eigen gemeenschap) • Integratie/segregatie bijvoorbeeld op het gebied van: o Lidmaatschap van verenigingen/sport o Kerkgemeente (welke?) o Vrijetijdsbesteding (binnen de wijk/buiten de eigen gemeenschap) o Netwerken/infrastructuur binnen de eigen gemeenschap Benadeling/uitbuiting • Komt u onwenselijke situaties tegen waar EU-migranten bij betrokken zijn? o Zo ja, op welke wijze zijn zij betrokken? (Slachtoffer/dader) • Hoe vaak komt dit voor? • Wat voor onwenselijke situaties komt u tegen waar EU-migranten bij betrokken zijn? o Op wat voor manier zijn zij betrokken? o Door welke factoren raken zij in deze situaties verzeild? o Kunt u concrete voorbeelden geven? o (Hoe) verschilt dit van autochtone Nederlanders en niet-EU-migranten in kwetsbare posities? • Welke type migrant (obv typeringarbeidssituatie) is betrokken bij onwenselijke situaties? • Waarom denkt u dat deze personen betrokken raken bij onwenselijke situaties? • Bent u bekend met de Wet Aanpak Schijnconstructies? o Zo ja, wat zijn ontwikkelingen sinds de invoering Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) in de wijken? Afsluitend • Zijn er nog dingen onderbelicht gebleven die we nog moeten bespreken? • Heeft u nog andere vragen of toevoegingen? • Kent u andere personen/instanties die

relevant zijn voor ons om te spreken? • Kunt u ons in contact brengen met deze personen? • Kunt u ons in contact brengen met de doelgroep zelf?

75

Bijlage 1 Itemlijst onderzoek EU-arbeidsuitbuiting en sociale cohesie

v: EU-arbeidsmigranten

Uit te voeren door onderzoeker • Voorleggen/ondertekenen privacy disclaimer • Vragen toestemming opnemen interview op recorder • Tutoyeren? • Ter controle juiste doelgroep: woonachtig in 1 van de 3 wijken? Algemeen • Leeftijd • Geslacht • Land/regio van herkomst • Huishoudensamenstelling in Nederland / herkomstland (alleenstaand, samenwonend zonder kinderen, huisgenoten, etc.) • Hoe lang in Nederland? (Wanneer voor het eerst, hoe vaak heen en weer, etc.) Leven • Voelt u zich welkom in Nederland/Rotterdam/uw buurt? • Wat vindt u van de buurt waarin u leeft? • Heeft u contact met uw buren? o Zo ja, wat voor contacten heeft u met uw buren? Kunt u iets over deze contacten en personen vertellen? • Wat doet u voor vrijetijdsbesteding? o Bent u lid van een stichting/sportvereniging? o Actief binnen de eigen gemeenschap/kerk/moskee? • Waar doet u uw boodschappen? o Bv. bij Poolse/Bulgaarse supermarkten? • Zijn er andere activiteiten/diensten die u binnen uw eigen gemeenschap doet? o Maakt u bv. gebruik van een tussenpersoon/boekhouder voor communicatie over de Nederlandse regels/voor contact met de gemeente? o Zijn dit diensten tegen betaling? • In hoeverre voelt u zich zelfredzaam in Nederland? o In hoeverre voelt u zich afhankelijk van tussenpersonen? Kunt u zelf uw zaken met bv.

de gemeente en belastingdienst regelen? o Hoe verloopt het contact met de gemeente? Bent u tevreden over de gemeente? Weet u hoe u in contact komt met de gemeente? o Weet u waar u naar toe kan voor hulp? (zorg/maatschappelijk werk/juridisch) ▪ Heeft u wel eens hulp nodig gehad? Zo ja waarom/van wie? o Wat zijn dingen waar mensen tegenaan lopen in Nederland? Sociale cohesie • Heeft u vertrouwen in uw medemens in het algemeen? • Heeft u vertrouwen in uw buurtgenoten? • Van wie verwacht u hulp indien u iets overkomt? • Aan wie zou u hulp/steun verlenen? o Wat voor type steun? (zouden ze bijvoorbeeld bepaalde kleine dingen wel doen, maar grotere gunsten niet?) • Hoe vaak heeft u contact met buren/buurtgenoten o Op welke manieren? Bijv. bij de voordeur een praatje maken, bij de supermarkt, voorzieningen, etc. • Voelt u zich verbonden met uw buren/buurtgenoten?

76

Interviewleidraden

• • • •

o Waarom wel/niet? Hebben mensen in deze buurt dezelfde opvattingen? Is er sprake van spanningen in de wijk? o Zo ja, wat voor spanningen? Voelt u zich veilig in het algemeen / in de buurt? Ervaart u weleens overlast in de buurt? o Zo ja, wat voor overlast? o Hoe vaak?

Werken • Wat voor werk doet u? • Heeft u een contract? o Zo ja, wat voor dienstverband heeft u? (vast/flex//etc.) o Voor hoeveel uur? o Is het voor u duidelijk wat er in uw contract staat? o In welke taal is het contract opgesteld? o Is de inhoud u uitgelegd? o Weet u wat u getekend heeft? • Op welke manier heeft u werk gevonden in Nederland (in land van herkomst, in NL, via-via)? • Hoeveel uur werkt u feitelijk gemiddeld per week (inclusief overwerk)? o Krijgt u overwerk uitbetaald? o Komt het aantal uren dat u werkt overeen met uw wensen/wat u vooraf beloofd is? • Moet u een deel van uw salaris afstaan voor voorzieningen (vervoer/woonruimte/kleding/ zorgverzekering, etc.)? o Zo ja, waarvoor moet u betalen, hoeveel? o Bent u verplicht deze voorzieningen af te nemen? o Vindt u deze kosten in verhouding staan met de voorzieningen die uw werkgever levert? • Bent u tevreden over uw werkgever? • Hoe vindt het vervoer plaats naar het werk en weer naar huis? • Komen er wel eens situaties voor die u oneerlijk vindt of waarvan u denkt dat deze niet mogen? o Zo ja, wat voor situaties? o Wat doet u in die situaties? • Bent u bang om uw baan te verliezen? o Wat voor impact zou het verliezen van uw baan hebben voor u? Bijvoorbeeld voor huisvesting/zorgverzekering? o Wat staar er in uw contract over de gevolgen voor u wanneer uw dienstverband wordt beëindigd? Als uw dienstverband niet meer

bestaat, heeft uw dan nog een onderkomen, en hoe zit het dan met uw zorgverzekering? o Denkt u makkelijk aan ander werk te kunnen komen? Op wat voor termijn? Binnen twee weken? o Zou u in Nederland willen blijven bij baanverlies? Kan dit (genoeg geld, situatie in herkomstland)? • Bent u tevreden over uw arbeidssituatie? o Werkzaamheden/salaris Wonen • In welke wijk woont u? • Hoe woont u? (Kamer met gedeelde ruimtes? Zelfstandige woonruimte? Tijdelijke huisvesting (hostel/hotel, etc.) • Wat voor soort woning is het? (Particulier, sociale huur, via werkgever, koop, etc.).

77

Bijlage 1 o o

•

• • •

Hoe heeft u deze woning gevonden/verkregen? Indien het een woning via de werkgever betreft: Zijn er huisregels? Wat gebeurt er bij overtreding? Kunt u boetes opgelegd krijgen? Zo ja, wanneer/hoeveel? o Indien woning via de werkgever: heeft de werkgever u vooraf verteld waar en hoe u zou komen te wonen? Zo ja, komt de woning overeen met wat u vooraf beloofd is? Wat betaalt u ongeveer voor uw woning/leefruimte? (incl/exclusief G/W/L?) o Vindt u de kosten in verhouding staan met wat u krijgt? Waarom wel/niet? o Hoe groot is de woning en wat vindt u van de kwaliteit? Staat u ingeschreven op het adres waar u woont? o Zo nee, waarom niet? Bent u tevreden over uw woonsituatie? o Waarom wel/niet? Kunt u uw wooncarrière beschrijven? (Zijn mensen bijvoorbeeld na een woning van de werkgever naar particuliere huur gegaan en hoe is dat gegaan? Hoelang wonen ze op het huidige adres, hebben ze verhuisplannen?)

Afsluitend • Hoe ziet u uw toekomst? In Nederland? Rotterdam? • Zijn er nog dingen waar u zelf over wilt praten?

78

Interviewleidraden Itemlijst onderzoek sociale cohesie

v: Buurtbewoners

In opdracht van de Gemeente Rotterdam doen wij, Risbo een onderzoeksbureau van de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzoek naar de sociale cohesie in drie Rotterdamse wijken (Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk). Op basis van het wijkprofiel (een meetinstrument van de gemeente Rotterdam) lijkt het erop dat de sociale cohesie in de wijk afneemt. De gemeente wil weten of dit klopt en zo ja wat hier mogelijk de oorzaken van zijn. Om deze reden voeren wij gesprekken met buurtbewoners over het leven in de wijk. Medewerking aan dit onderzoek is anoniem. We vragen daarom niet naar uw naam of adresgegevens en delen of publiceren onder geen enkele voorwaarde gegevens die herleidbaar zijn naar u. Tijdens het gesprek kunt u ten alle tijde aangeven te willen stoppen of dat u niet wil antwoorden op een vraag Uit te voeren door onderzoeker • Voorleggen/ondertekenen privacy disclaimer • Vragen toestemming opnemen interview op recorder • Tutoyeren? • Ter controle juiste doelgroep: woonachtig in Rotterdam (Carnisse, Tarwewijk, Oud Charlois)? Algemeen • Kunt u iets over zichzelf vertellen? o Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, Land/regio van herkomst, huishoudensamenstelling • Wat doet u in het dagelijks leven? o Werk? Wat voor werk? School? Wat voor opleiding? etc.

Leven in de wijk • Hoelang woont u in de wijk? • Wat vindt u van de buurt waarin u leeft? o Hoe zou u de buurt beschrijven aan een buitenstaander? o Positieve eigenschappen/negatieve eigenschappen? • Heeft u contact met uw directe buren? o Zo ja, wat voor contacten heeft u met uw buren? Kunt u iets over deze contacten en personen vertellen? • Heeft u ook contacten met uw buurtgenoten in brede zin? • Wat doet u voor vrijetijdsbesteding? o Bent u lid van een stichting/sportvereniging (in de wijk)? o Zet u zich in voor de gemeenschap, kerk, moskee of vrijwilligerswerk? • Voelt u zich veilig in het algemeen / in de buurt? • Ervaart u weleens overlast in de buurt? o Zo ja, wat voor overlast? o Hoe vaak? • Verwacht u over vijf jaar nog in deze wijk te wonen? o Waarom wel/niet? De volgende vragen gaan over de relaties en contacten met andere mensen in de buurt. Sociale cohesie • In hoeverre heeft u vertrouwen in o De nationale overheid; o de gemeente; o gezondheidsinstellingen zoals de GGD en het RIVM; o de huisarts?

79

Bijlage 1 • • • •

•

• • • • • •

80

Heeft u vertrouwen in uw medemens in het algemeen? (in brede zin) Heeft u vertrouwen in uw buurtgenoten? Van wie verwacht u hulp indien u iets overkomt? Aan wie zou u hulp/steun verlenen? o Wat voor type steun? (zouden ze bijvoorbeeld bepaalde kleine dingen wel doen, maar grotere gunsten niet?) Hoe vaak heeft u contact met buren/buurtgenoten o Op welke manieren? Bijv. bij de voordeur een praatje maken, bij de supermarkt, voorzieningen, etc. Voelt u zich verbonden met uw buren/buurtgenoten? o Met welke mensen wel of niet? Waarom? Hebben mensen in deze buurt dezelfde opvattingen? Is er sprake van spanningen in de wijk? o Zo ja, wat voor spanningen? Op wat voor manier is de wijk de afgelopen vijf jaar veranderd? o Hoe heeft u deze veranderingen ervaren? Positief/negatief? Voelt u zich veilig in het algemeen / in de buurt? Ervaart u weleens overlast in de buurt? o Zo ja, wat voor overlast? o Hoe vaak?

Bijlage 2: respondententabel Tabel b2.1: respondententabel fenomeenonderzoek

# 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27

Omschrijving Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker politie Medewerker politie Medewerker gemeente Rotterdam Gemeenteraadslid Gemeenteraadslid Medeweker organisatie 1 Medeweker organisatie 2 Medewerker Inspectie SZW Medewerkers gemeente Rotterdam Medeweker organisatie 3 Medeweker organisatie 4 Medeweker organisatie 4 Medeweker organisatie 5 Medeweker organisatie 5 Medeweker organisatie 5 Medeweker organisatie 6 Medewerker gemeente Rotterdam Medeweker organisatie 7 Medeweker organisatie 7 Medewerker gemeente Rotterdam Medewerker gemeente Rotterdam Medeweker organisatie 8

Bijlage H4 Tabel b4.1: Overzicht scores onderliggende dimensies wijkprofiel naar gebied Rotterdam 105 95 115 98 95 121 88 95 106 104 86 139

Charlois (gebied) 90 70 111 38 54 91 74 101 99 109 83 144

Carnisse 87 62 112 23 30 80 62 88 102 120 95 159

Tarwewijk 80 55 106 22 37 81 58 87 92 120 67 135

Oud Charlois 97 82 112 62 70 90 73 104 97 103 109 149

Veiligheidsindex Veiligheidsindex -subjectief Veiligheidsindex -objectief Veiligheidsbeleving Diefstal-subjectief Diefstal-objectief Geweld-subjectief Geweld-objectief Inbraak-subjectief Inbraak-objectief Vandalisme-subjectief Vandalisme-objectief Overlast-subjectief Overlast-objectief

110 106 115 108 111 121 99 118 136 146 100 103 80 86

95 85 105 64 111 118 76 109 118 135 84 96 55 66

85 70 100 40 111 122 61 115 113 128 62 70 31 65

89 78 100 46 114 125 64 111 133 128 70 79 37 58

107 101 114 110 107 120 79 121 126 141 84 116 98 72

Sociale Index Sociale Index - subjectief Sociale Index - objectief Oordeel kwaliteit van leven Zelfredzaamheid - subjectief Zelfredzaamheid - objectief Samenredzaamheid subjectief Samenredzaamheid - objectief Participatie - subjectief Participatie - objectief Binding - subjectief Binding - objectief

104 97 111 93 105 101

85 70 99 53 83 87

66 49 84 20 65 97

84 74 94 69 73 96

92 71 113 54 95 95

97 131 72 113 119 98

80 123 41 101 93 86

60 99 19 92 79 46

87 121 43 101 96 58

81 146 35 119 91 93

Fysieke Index Fysieke Index -subjectief Fysieke Index -objectief Woonbeleving Wonen - subjectief Wonen - objectief Openbare Ruimte - subjectief Openbare Ruimte - objectief Voorzieningen - subjectief Voorzieningen - objectief Milieu - subjectief Milieu - objectief

Bron: Wijkprofiel 2022, Gemeente Rotterdam

Bijlage H4 Tabel b4.2: Overzicht scores op de fysieke, sociale en veiligheidsindex in de periode 2014-2022, naar gebied

2014

2016

2018

2020

2022

84

87

89

91

90

86

84

87

88

95

83

86

89

88

85

82

84

83

81

87

90

81

86

81

85

82

79

77

77

66

75

81

79

82

80

81

84

73

85

89

70

84

83

91

85

87

90

90

93

97

90

93

95

103

107

86

88

96

93

92

Charlois

Fysieke index Veiligheidsindex Sociale index Carnisse Fysieke index Veiligheidsindex Sociale index Tarwewijk Fysieke index Veiligheidsindex Sociale index Oud Charlois Fysieke index Veiligheidsindex Sociale index Bron: Wijkprofiel 2022, Gemeente Rotterdam

Tabel b4.3: Kenmerken woningvoorraad naar gebied, per 01-01-2021

Rotterdam Woningbezit Particulier 21,3 Corporaties 44,1 Koop 31,3 Bouwjaar <1945 30,1 1945-1959 10,5 >1959 59,4 WOZ Minder dan 175k 31,7 Meer dan 175k 68,3 Bron: onderzoek 010, Gemeente Rotterdam

84

Charlois 30,1 43,1 25,6 34,7 32,0 33,3 68,7 31,3

Carnisse 50,8 18,0 30,3 47,3 41,6 11,1 89,7 10,3

Tarwewijk Oud-Charlois 44,9 32,1 34,3 37,2 20,2 29,7 79,8 54,1 8,2 13,5 12,0 32,4 81,6 60,9 18,4 39,1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=16f00be9-d5cd-42b7-a2e7-7b5143d9bd3a