CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb9423 Collegebrief over voortgangsrapportage plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.2 Het (herziene) voorstel tot ‘Verlenging van het regionaal beleidsplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang 2018-2020’15.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vooral wanneer er nog geen GGZbehandeling (gedwongen of vrijwillig) is ingezet, is het van belang dat dit zo snel mogelijk georganiseerd wordt. In de tweede helft van 2021 starten we meteen pilot met 4 extra opvangplekken in een Beschermde woonvorm voor mensen die tot deze groep behoren en opvang nodig hebben. Twee plekken zijn voor daklozen volwassenen en twee plekken voor dakloze jongeren. Het doel is dat mensen die op deze wijze worden opgevangen in ieder geval binnen 8 weken doorstromen naar een passend vervolgplek. Dit laatste kan zijn een opname voor een klinische behandeling, doorstroom naar een reguliere beschermd wonen plek of een plek in het kader van de Wet Langdurige Zorg. Hierbij zal de verblijfsduur worden gemonitord en wordt ook bijgehouden waar cliënten naar toe doorstromen. Op basis van een evaluatie na een jaar zal in de tweede helft van 2022 voorstel gemaakt worden voor een vervolg. Verder verkennen we hoe we binnen de reguliere opvang de samenwerking met de GGZ verder kunnen versterken. Doorontwikkeling crisisopvang, toeleiding en time-out (maatregel 6) Sinds 1 april hebben dakloze jongeren die gebruik maken van de crisisopvang een vaste plek gekregen om overdag naar toe te gaan. Dit is een eigen ruimte in het huis van de wijk Post West.

De eerste evaluatie laat zien dat zowel welzijnsaanbieder Radar als zorgaanbieder Enver zeer te spreken zijn over de samenwerking. Er melden zich dagelijks 10 tot 20 jongeren en zij ervaren Post West als een veilige en rustige plek waar ze zichzelf kunnen zijn. Er is zowel plek om te studeren (stilteplekken met computers) als een ruimte om te ontspannen en te ontmoeten. De ambitie is om dit ook voor de langere termijn te bestendigen. Dit wordt meegenomen in de doorontwikkeling van de dagvoorzieningen.

Blad:

23/38

Voor dakloze jongeren die vanwege hun problematiek (vaak een combinatie van verslavings- en gedagsproblemen) niet geplaatst konden worden in de crisisopvang, zal met de opvangplekken zoals genoemd onder maatregel 4 van deze actielijn een oplossing gevonden worden. Deze bedden bieden tijdelijk zowel onderdak als screeningsmogelijkheden, zodat het vervolg van de zorg beter in kaart kan worden gebracht.

Differentiatie gezinsopvang (maatregel 7) Omdat het aanbod binnen de gezinsopvang op dit moment homogeen is, terwijl de problematiek van gezinnen divers is, is ingezet op differentiatie binnen de opvang: - Zo is er meer aandacht gekomen voor kinderen die in de gezinsopvang verblijven. Er zijn afspraken gemaakt over de ondersteuning van kinderen wanneer er zorgen zijn. We pakken dit in gezamenlijkheid met de zorgaanbieders op om ervoor te zorgen dat de kinderen zo goed mogelijk worden geholpen, zodat ze zich op een gezonde en veilige manier kunnen ontwikkelen. - Ook organiseren we met de inkoop in 2022 het nieuwe gezinsarrangement, zoals reeds aangekondigd in het beleidsplan ‘Heel de stad’, inzet op de gezinsdynamiek en een zelfstandige positie en ondersteuning voor de kinderen in de gezinsopvang. - Daarnaast heeft de differentiatie binnen de gezinsopvang ook een plek gekregen in de nieuwe inkoop-Wmo, door meer aandacht te schenken aan LVB-problematiek binnen gezinnen. Naast de differentiatie werken we toe naar een meer eenduidige wijze van financiering voor de opvang van gezinnen. Er is een eerste opzet ontwikkeld voor deze nieuwe financieringssystematiek van de gezinsopvang en deze is besproken met de zorgaanbieders. De aankomende periode werken we het voorstel verder uit en blijven we hier met de zorgaanbieders over in gesprek.

Het doel is om dit per 1 januari 2023 te laten ingaan.

Actielijn 5 – Bevorderen maatschappelijke participatie Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers kunnen werken, een bijdrage leveren aan een leefbare stad en hun sociaal netwerk verstevigen, wordt ingezet op de diverse maatregelen voor het bevorderen van maatschappelijke participatie. Verkennen mogelijkheden voor trajecten Individuele Plaatsing en Steun (maatregel 2) Begin 2020 zijn we in Rotterdam gestart met de pilot met de methodiek Individuele Plaatsing en Steun (IPS). IPS is een veelgebruikte methodiek om mensen met

Blad:

24/38

ernstige psychische aandoeningen te helpen bij het verkrijgen en behouden van betaald werk. Binnen de pilot wordt de methodiek nu ook ingezet voor mensen met algemene psychische problematiek. In totaal zijn vier personen met een uitkering vanuit de Participatiewet aan het werk gegaan bij een werkgever via deze work first aanpak. De duur van deze trajecten is twee jaar. De pilot in Rotterdam maakt deel uit van een landelijk onderzoek vanuit het ministerie van VWS. Deze wordt geëvalueerd door onderzoeksbureau Phrenos. Het Kabinet heeft onlangs besloten om landelijke middelen beschikbaar te stellen om meer trajecten te kunnen starten. We onderzoeken of en met welke financiering IPS in Rotterdam op kleine schaal verder kan worden uitgebreid op korte termijn. Aan de hand van de uitkomsten van de landelijke evaluatie van Phrenos bepalen we medio 2022 hoe we verder gaan met IPS. Optimaliseren inzet laagdrempelige voorzieningen in de wijk en daginvulling voor daken thuislozen (maatregel 4 en 5) Vanuit deze twee actielijnen wordt gewerkt aan een integrale doorontwikkeling van de laagdrempelige dagvoorzieningen in Rotterdam. De ambitie is om 24-uursopvang die n.a.v. de corona-uitbraak is ingezet, te behouden.

Hiermee kan meer rust en ruimte worden geboden aan de cliënten in de opvang om te werken aan herstel en is er meer gelegenheid om passende begeleiding te bieden richting een (zo snel mogelijke) vervolgstap. Daarnaast willen we participatie van kwetsbare Rotterdammers in de samenleving bevorderen door middel van meer sociale inclusie en integratie in de wijk. In het kader hiervan zijn kwetsbare Rotterdammers in het Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp ‘Heel de stad’ 2021-2026 aangewezen als één van de drie prioritaire groepen, waar de komende inkoopperiode in samenwerking met het welzijnsveld de focus op wordt gericht. Het streven is dat de dagvoorzieningen een grotere bijdrage gaan leveren aan de participatie en integratie van kwetsbare Rotterdammers in de wijken. Uitgangspunt is meer zicht te krijgen op deze doelgroep, meer aansluiting te vinden bij andere voorzieningen en dat op budget neutrale wijze te doen. Ten behoeve van het voorgaande zal dit jaar een verkenning uitgevoerd worden, die zal leiden tot een aantal voorstellen ten behoeve van de dagvoorzieningen. Het streven is om in het eerste kwartaal van 2022 de verkenning rond te hebben, zodat de uitkomsten van de doorontwikkeling gedurende dat jaar kan plaatsvinden.

Verbeteren ketenaanpak preventie huisuitzetting (maatregel 6) We weten in Rotterdam veel huisuitzettingen te voorkomen door een goede samenwerking met de woningcorporaties via het convenant Meldpunt voorkomen huisuitzettingen. Daarnaast geldt dat gedurende de coronacrisis de afspraak is gemaakt dat woningcorporaties terughoudend zijn met huisuitzettingen als gevolg van betalingsachterstand. We zien dat het aantal huisuitzettingen is gedaald; in 2020

Blad:

25/38

waren er 71 uitzettingen via de sociale woningcorporaties, tegenover 196 in 2019. Met de Pilot ‘Voorkom verder van huis’ willen we dit aantal nog verder naar beneden brengen door aanvullend 50 huisuitzettingen te voorkomen conform de doelstelling van de pilot, waarbij ook wordt ingezet op particuliere verhuur. Met de brief van 8 april 2021 (21bb4175) bent u geïnformeerd over de invulling van deze pilot. De pilot is gestart, waarbij we nu nog zien dat het aantal meldingen voor de pilot achterloopt ten opzichte van wat we hadden verwacht. In totaal zijn nu vijf van 50 meldingen binnen. Om meer bekendheid over het project te creëren en omdat we vanuit gaan dat er wel degelijk meer problematiek achter de voordeur speelt dan we terugzien in het aantal meldingen (mede als gevolg van de Corona-crisis), zetten we komende periode in op meer verbinding met partners in de wijken.

Actielijn 6 – Veerkrachtige stad en wijk Meedoen in de samenleving vindt vaak plaats in de eigen wijk en buurt. Kwetsbare bewoners wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Met inzet vanuit deze actielijn stimuleren we een goede inbedding van deze groep in de wijk. Versterken acceptatie van MO/GGZ-voorzieningen in de wijk en doorontwikkeling HBD-convenant (maatregel 1) De voortgang van deze maatregel is vervat onder actielijn ‘huisvesting’. De doorontwikkeling en herijking van het HBD-convenant staat gepland voor de tweede helft van dit jaar. Betrokken bewoners voor een zorgzame wijk (maatregel 2) Informele ondersteuning en zorg vanuit een informeel netwerk in de wijk helpt kwetsbare Rotterdammers. Het draagt bij aan zelfregie, voorkomt zwaardere vormen van professionele zorg en helpt om goed te landen in een wijk waar je zelfstandig gaat wonen. Dan moet dit informele netwerk er wel toegankelijk en vindbaar zijn. In de wijk Middelland is met het project Zorgvrijstaat een informeel netwerk opgezet. Betrokken bewoners hebben hier, samen met lokale partijen, een ondersteunend netwerk voor zelfregie opgezet. Dit draagt bij aan de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare Rotterdammers. In de nieuwe welzijnsopdracht zullen welzijnspartijen ook een rol krijgen in het stimuleren en faciliteren van deze netwerken.

Naast deze formele partijen blijft de kracht van deze netwerk de inzet en het initiatief van betrokken en zorgzame bewoners. De afgelopen periode is met de inzet van een wijkpsycholoog en een Community Based Arts en Veldwerk in Hillesluis onderzoek gedaan naar zelfregienetwerken. Naar aanleiding van dit onderzoek verkennen we de komende maanden of en op welke wijze we met samen lokale formele en informele partijen in Hillesluis een lerend netwerk kunnen ontwikkelen.

Blad:

26/38

Verder is eind 2020 een opdracht aan extern bureau gegeven voor de ontwikkeling van een campagne die tot doel heeft meer bewustwording te creëren rondom Rotterdammers in een kwetsbare positie of situatie. Het bureau dat deze campagne gaat vormgeven is het Rotterdamse communicatiebureau Voor de Boeg. Centraal thema in de campagne is: ‘Een Rotterdammer zoals jij, maar even zonder geluk’. Ervaringsdeskundigen op het gebied van (tijdelijke) kwetsbaarheid gaan een rol vervullen in deze campagne. Zij zijn als het ware de boegbeelden. De eerste is inmiddels gevonden: een voormalig dakloze. Sinds twee jaar heeft deze persoon haar leven weer op de rit: ze heeft een huis, werkt als straatadvocaat bij Basisberaad Basisberaad (een organisatie die belangen van GGZ-cliënten behartigt) en heeft haar leven weer op orde. Er is inmiddels een testfilmpje van deze persoon gemaakt wat zeer binnenkort wordt ingezet om ook andere ervaringsdeskundigen te motiveren mee te doen aan deze campagne. In het zomernummer van de Stadswerker verschijnt er een interview met deze persoon waarin zij vertelt hoe het was om dakloos te zijn en welke stappen zij heeft ondernomen om te komen waar ze nu is. Het streven is dat de campagne in de tweede helft van dit jaar te laten starten.

Actiegerichte wijkschakels Zorg en Veilig (maatregel 4) Inzet op complexe casuïstiek van de meest kwetsbare Rotterdammers die kampen met meervoudige problemen vraagt om lokale samenwerking op zorg en veilig. Enerzijds is integraal maatwerk nodig en speelt overlast een rol. Hiervoor zijn in de afgelopen jaren wijkschakels ingericht waar de gemeente, samen met GGZ, politie en woningbouwcorporaties samenwerken om deze casuïstiek in beeld te krijgen en te voorzien van passende zorg en ondersteuning. Omdat deze integrale- en lokale samenwerking niet alleen nodig is bij deze kwetsbare doelgroep maar ook bijvoorbeeld bij huiselijk geweld heeft het college besloten om deze samenwerking meer integraal te organiseren. Voor de aanpak lokale samenwerking op zorg en veilig wordt momenteel een plan ontwikkeld. Hierin wordt ook het aspect van gegevensdeling en het ketenbreed op- en afschalen van casuïstiek meegenomen. Uw raad wordt over dit plan in de eerstvolgende voortgangsrapportage geïnformeerd. Verbeteren samenwerking Zorg-Veilig (maatregel 5) Buitenslapende EU-migranten zijn oververtegenwoordigd in de groep buitenslapers. Naast dat deze groep in wijken en buurten overlast kunnen veroorzaken trekt het een zware wissel op de fysieke-psychische en sociale gezondheid van deze groep.

Voor het college een belangrijke reden om hiervoor een programma stevige en integrale aanpak voor niet rechthebbende EU-arbeidsmigranten te ontwikkelen. Dit actieprogramma ‘Werken aan een menswaardig bestaan’ is onlangs gelanceerd. Uw raad is hierover per brief (21bb3558) geïnformeerd. De komende tijd zal met de acties

Blad:

27/38

vanuit dit programma o.a. ingezet worden op het bevorderen van het terugkeerteam EU-migranten en meer preventieve oplossingen ter voorkoming van dakloosheid. Brandveiligheid en brandveilig wonen (maatregel 6) Brandveiligheid en gedrag blijft een belangrijke combinatie. Kwetsbare Rotterdammers lopen een groter risico op een woningbrand. Verward gedrag en het niet goed inschatten van risico’s spelen hierin een rol. Voorlichting, alert zijn op risico’s en signalen en werken aan brandveilige woningen zijn preventieve maatregelen die in praktijk effect hebben. Zo blijkt ook uit de pilot brandveilig wonen in Ommoord die in de afgelopen jaren is door de veiligheidsregio is uitgevoerd. Samen met de veiligheidsregio organiseren we dit najaar een bijeenkomst om maatregelen ook daadwerkelijk in praktijk te brengen. Denk hierbij aan voorlichting aan de doelgroep, extra alertheid bij vraagwijzer en wijkteams en het standaardiseren van brandveilige maatregelen zoals het plaatsen van rookmelders bij zelfstandig wonenden. Stimuleren evenwichtige spreiding én samenwerking BW in de regio (maatregel 7) In het kader van de doordecentralisatie beschermd wonen zijn in de afgelopen jaren constructieve gesprekken gevoerd met regiogemeenten. Dit heeft geleid tot een gedeelde verantwoordelijkheid en eigenaarschap voor deze cliënten.

Ook is een spreidingsopgave met de regio afgesproken waar de gemeenten actief mee aan de slag zijn gegaan. Recent is in een regiogemeente een beschermd wonen locatie met 20 plekken in gebruik genomen. Binnen een termijn van 5 - 10 jaar wordt toegewerkt naar de invulling van de spreidingsopgave. Voor de nieuwe aanbesteding beschermd wonen ligt een duidelijk kader, passend bij de huidige en toekomstige vraag naar diverse soorten BW-voorzieningen in de regio. Dit binnen het bredere palet aan woonen zorg voorzieningen. Deze aanbesteding zal uitmonden in nieuwe Wmo-contracten die per 1 juli 2022 zullen ingaan. De vorming van de beschermd wonen plus voorziening, voor de zeer moeilijk plaatsbare personen met complexe casuïstiek, is als bijzondere doelgroep in de aanbesteding meegenomen. Over de voortgang van de realisatie van deze voorziening bent u met de brief van 8 april 2021 (21bb3113) geïnformeerd. De gesprekken over de realisatie en de invulling van deze locatie zijn nog volop gaande. U wordt over de uitkomsten later dit jaar geïnformeerd. Voor de zomer zult u ook via een aparte brief geïnformeerd worden over de doordecentralisatie beschermd wonen en het proces om te komen tot een vernieuwd regionaal beleidsplan.

Openstaande moties en toezeggingen Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers’ (20bb18705) In de commissievergadering van 2 december 2020 is de toezegging gedaan om in de volgende voortgangsrapportage aandacht te besteden aan:

Blad:

28/38

- Maatregel ‘aandacht voor kinderen’ (trainingen KOV en KOPP training) - De aanpak op bankslapers (met daarbij specifieke aandacht aan de doelgroep jongeren) - Huisdieren in 24-uursopvang en bij BW-voorzieningen. In deze brief is onder actielijn 1, maatregel ‘aandacht voor kinderen’ ingegaan op de trainingen KOPP en KVO en onder de maatregel ‘verbeteren ondersteuning aan bankslapers’ op de wijze waarop wij de aanpak op de doelgroep bankslapers de komende tijd gaan verbeteren, met daarbij specifieke aandacht aan de doelgroep jongeren. Ten aanzien van huisdieren in de 24-uursopvang bent u onder actielijn 4 van de voortgangsrapportage geïnformeerd. Voor wat betreft de beschermd wonen locatie geldt dat de zorgaanbieders zelf beleid bepalen in hoeverre bewoners huisdieren mogen houden. Specifiek voor de locatie de Wende is de afspraak gemaakt dat huisdieren daar in principe welkom zijn. De cliënt moet wel voor zijn huisdier kunnen zorg en het huisdier moet wel passen bij de voor de cliënten beschikbare woonruimte. Ook wordt aandacht besteed aan specifieke zaken zoals allergieën, het voorkomen van dierenleed en goede verzorging door cliënt. Met de bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers’ (20bb18705).

Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammerswachtlijst beschermd wonen’ (20bb18706) In de commissievergadering van 2 december 2020 is de toezegging gedaan om de commissie te informeren over de wachtlijst beschermd wonen, met een onderscheid naar de categorieën passief wachtend, actief wachtend en urgent wachtend. In Rotterdam en de regiogemeenten BW bedroeg het aantal wachtenden voor beschermd wonen eind mei in totaal 364 wachtenden. In de onderstaande tabel zijn de aantallen opgenomen per categorie voor Volwassenen vanaf 23 jaar en voor Jongeren 18 tot 23 jaar.

Passief wachtend Actief wachtend korter dan 6 maanden Actief wachtend langer dan 6 maanden Totaal

Keten Keten Jongeren (18volwassenen (23+) 23) Totaal 105 0 105 84

51

135

90

34

124

279

85

364

Blad:

29/38

Passief wachtend betreft de categorie Rotterdammers die momenteel in een GGZkliniek verblijven, nog een behandeling krijgen en niet direct geplaatst moeten worden binnen beschermd wonen. De verwachting is dat deze categorie in een afzienbare tijd de stap naar beschermd wonen gaat maken en om die reden zijn ze wel bij de gemeente gemeld (conform de landelijke werkwijzer Medisch Noodzakelijk Verblijf en de Wmo2015). Actief wachtenden betreft de categorie die direct geplaatst zou kunnen worden. In afwachting van een plaatsing binnen een beschermd wonen voorziening, krijgt deze groep wel ondersteuning ter overbrugging tot plaatsing. Binnen de categorie actief wachtend maken wij onderscheid tussen mensen die tot zes maanden wachten en langer dan zes maanden. Een deel van de actief wachtenden zijn cliënten die in een zeer onwenselijke situatie verblijven zoals in de opvang of in een marginale situatie en die zo snel mogelijk geplaatst moeten. Dit betreft urgent wachtend, waarbij er op dit moment in totaal 23 wachtenden zijn (19 binnen de keten volwassenen en 4 binnen de keten jongeren). In de plaatsingscommissie beschermd wonen wordt samen met aanbieders met spoed gezocht naar een passende plek. Een belangrijke kanttekening bij de bovenstaande cijfers is dat de Wlz per 2021 is opengesteld voor de GGZ-doelgroep die blijvend toezicht of 24 uur per dag intensieve zorg nodig hebben.

Echter door achterstanden bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft de gemeente Wmo indicaties moeten verlengen en hebben wij geen opschoning kunnen doorvoeren voor cliënten die mogelijk in afwachting zijn van een beschermd wonen Wlz-plek. Bij de afdoening van de motie ‘Heeft u de toegang tot de Wlz in beeld?’ (20bb9608) wordt u hier eind september over geïnformeerd. Dan zullen wij ook ingaan op de consequenties voor de wachtlijsten beschermd wonen. Voor wat betreft vervolgacties om de wachtlijsten beschermd wonen terug te dringen zal, naast de plaatsingscommissie beschermd wonen, via het plan van aanpak Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers ingezet worden. Met de bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers- wachtlijst beschermd wonen’ (20bb18706). Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers wijkteams’ (20bb19268)’ Tijdens de raadsvergadering van 17 december 2020 is de toezegging gedaan om de raad voorafgaand aan de inkoopstrategie wijkteams te informeren over de ondersteuning aan bankslapers door de wijkteams. Het Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp ‘Heel de stad’ (21bb1071) vormt het kader voor de nieuwe inkoop. Op basis hiervan worden nu de voorbereidingen getroffen voor de nieuwe inkoop wijkteams.

De gemeente zal daarbij de ondersteuning aan bankslapers niet rechtstreeks inkopen, maar selecteert zorgaanbieders die de wijkteams (fte’s) bemensen. In de Inkoopstrategie Wijkteams

Blad:

30/38

(21bb007230) die onlangs naar u verzonden is, kunt u meer lezen over de inkoop van de wijkteams. Binnen deze wijkteams gelden de bestaande instructies voor het ondersteunen van bankslapers op basis van de regelgeving in het sociaal domein. De verbeteringen waar nu aan gewerkt wordt – mede op basis van het onderzoek naar de bankslapers van OBI – zullen daar onderdeel van zijn. Dit geldt ook voor de pilot Netwerkactivering Resourcegroepen bij bankslapers, waar u met de brief van 8 april 2021 (21bb4175) over geïnformeerd bent. Met de bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers-wijkteams’ (20bb19268).

Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers 24uursopvang’ (20bb18704) In de commissievergadering van 2 december 2020 is de toezegging gedaan om te onderzoeken hoe we voldoende 24-uursopvang voor rechthebbende daklozen kunnen behouden. Met de uitbraak van het coronavirus ontstond een directe noodzaak om daklozen zoveel mogelijk van de straat te houden en is de ontwikkeling van 24-uursopvang in een stroomversnelling gekomen. Alle reguliere nachtopvanglocaties voor volwassenen zijn sindsdien 24 uur per dag geopend, waardoor de slapers overdag binnen kunnen blijven. Ook voor de jongeren is dagopvang in een huis van de wijk gerealiseerd. Uit een eerste evaluatie blijkt dat de ervaringen die we de afgelopen maanden met deze inzet hebben opgedaan overwegend positief zijn. Cliënten ervaren meer rust om te werken aan herstel en er is meer gelegenheid om passende begeleiding te bieden. De 24-uursopenstelling brengt echter wel een flinke financiële investering met zich mee en vraagt om een herziening van bestaande afspraken. De ambitie om 24-uursopvang te behouden en de wijze waarop dit nog meer in het teken kan staan van het herstel en doorstroom uit de opvang, wordt meegenomen in de verdere uitwerking van maatregel 4 van actielijn 5 van het plan van aanpak.

Bij deze maatregel wordt in samenwerking met zowel (O)GGZ-aanbieders als welzijnspartijen bekeken hoe het bredere palet aan dagvoorzieningen in Rotterdam een grotere bijdrage kan leveren aan de gewenste ontwikkeling van de doelgroep; namelijk het namelijk het stap voor stap vergroten van participatie in de samenleving en het bevorderen van sociale inclusie en integratie in de wijk. Door alle dagvoorzieningen in samenhang te bekijken willen we een dekkend en effectief netwerk van voorzieningen bieden aan kwetsbare Rotterdammers. Het streven is om deze transitie gelijk te laten lopen met de inkoop van Wmo, waarbij de uitrol per 2023 wordt geëffectueerd. Tot deze definitieve inrichting zal de huidige 24-uursopvang voor rechthebbende daklozen worden gecontinueerd. De financiële dekking tot aan 2023

Blad:

31/38

zal via de tijdelijke gelden die we vanuit het Rijk hebben ontvangen voor de versterking van de aanpak van dakloosheid verlopen. Met het bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers 24-uursopvang’ (20bb18704). Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang’ (21bb5609) In de commissie ZOCS van 21 april 2021 heeft wethouder De Langen de toezegging gedaan om u bij de voortgang van het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers te informeren over het plan van aanpak Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers en de sluiting van de noodopvang Maassilo en de uitkomsten daarvan. Over het plan van aanpak Wonen en Zorg bent u bovenstaand bij de voortgang van de actielijn 3 ‘huisvesting’ geïnformeerd. Bij de sluiting van de Maassilo is een zeer zorgvuldig proces doorlopen. Gedurende de gehele opvangperiode zijn maatschappelijk werkers en medewerkers van Stichting Ontmoeting en Barka meerdere malen per week in de opvang aanwezig geweest om in gesprek te gaan met de slapers over hun perspectief. Conform de landelijke richtlijn ‘opvang dak- en thuisloze mensen’ die op basis van de corona-ontwikkelingen wordt aangepast, is per april toegewerkt naar de afbouw van deze noodopvang.

Zo zijn per 1 april geen nieuwe mensen meer toegelaten tot de noodopvang en is per 19 mei een definitieve afbouwperiode van twee weken ingegaan. In lijn hiermee is de Maassilo met ingang van 2 juni gesloten. In de laatste dagen voor de sluiting van de Maassilo verbleven circa 40 slapers in de Maassilo, waarbij het merendeel hiervan de niet-rechthebbende EU-migranten betrof. Met alle slapers zijn in de laatste weken voor de sluiting nog intensiever gesprekken gevoerd door Barka, Ontmoeting en/of de maatschappelijk werkers van de NAS over een perspectief. Dit laatste betrof in het geval van EUmigranten ondersteuning bij terugkeer naar het land van herkomst en/of ondersteuning om weer aan het werk te gaan. In het geval van ongedocumenteerden is de optie verkend om gebruik te maken van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Met het bovenstaande geven wij invulling aan de toezegging ‘Doorontwikkeling daken thuislozenopvang’ (21bb5609). Afdoeningsvoorstel motie ‘Ervaringsdeskundigheid in de GGZ’ (J.P. Postma e.a. GroenLinks e.a.; 19bb24518) In deze motie wordt het college verzocht een verkenning uit te voeren naar de versterking van ervaringsdeskundigheid in de GGZ en om hierbij: -

De huidige praktijk van ervaringsdeskundigheid te betrekken; Mee te nemen wat de mogelijkheden en behoeften zijn om een hbo-opleiding ervaringsdeskundigheid in Rotterdam op te zetten;

Blad:

32/38

-

-

-

Te onderzoeken welke mogelijkheden en onwenselijke belemmeringen er zijn voor Rotterdamse ggz-cliënten om vanuit een uitkeringssituatie een opleiding tot ervaringsdeskundige te volgen; In gesprek te gaan met zorgaanbieders en cliëntenorganisaties-/-raden om waar nodig en mogelijk nieuwe herstelinitiatieven van GGZ-cliënten te ondersteunen; De uitkomsten van de verkenning (inclusief financiële consequenties) voor te leggen aan de gemeenteraad.

Ter uitvoering van de gevraagde verkenning hebben wij het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO) een opdracht gegeven. Over deze onderzoeksopdracht bent u in de vorige voortgangsbrief van het plan van aanpak geïnformeerd (20bb16805). De verkenning is door het IVO eind 2020 uitgevoerd en heeft begin 2021 geresulteerd in een factsheet. Deze factsheet is als bijlage bij deze brief meegestuurd. Als onderdeel van de verkenning is zowel een deskresearch uitgevoerd als kwalitatieve interviews met aanbieders, ervaringsdeskundigen en andere betrokken partijen. Ook is gekeken naar andere goede voorbeelden van de inzet van ervaringsdeskundigen in het land. Ten algemene laten de resultaten van de verkenning zien dat ervaringsdeskundigheid bij verschillende organisaties in Rotterdam reeds breed wordt toegepast en ook dat diverse ontwikkelingen hierbinnen zichtbaar zijn (o.a. professionalisering en het meer betrekken van ervaringsdeskundigen). Verder is positief om te melden dat veel betrokkenen de meerwaarde van de inzet van ervaringsdeskundigheid zien; zowel in contact met de cliënt als breder. Het uitgevoerde onderzoek heeft geresulteerd in een aantal aanbevelingen op het gebied van financiering, verkenning naar de behoefte en het faciliteren van randvoorwaarden om ervaringsdeskundigheid in te zetten.

Financering en verkenning behoefte Als het gaat om de financiering van de inzet van ervaringsdeskundigen geldt dat binnen de Wmo-arrangementen ruimte is voor de inzet van ervaringsdeskundigen, met daarbij professionele ondersteuning als achtervang. Ook binnen de nieuwe Wmocontracten die per 1 juli 2022 ingaan krijgt ervaringsdeskundigheid en het herstelgericht werken een plek. De ontwikkeling van laagdrempelige herstelinitiatieven die uitsluitend door ervaringsdeskundigen gerund worden, zijn bovenstaand beschreven onder actielijn 2 ‘integrale hulp’ en maatregel 4. Naast het initiatief PIT010 in IJsselmonde, zullen we in de tweede helft van dit jaar starten met nog twee pilots herstelacademie. Bij het proces tot aan totstandkoming van deze pilots zijn zorgaanbieders en cliëntenorganisaties nauw betrokken, dit zal eveneens bij de uitvoering van de pilots zo zijn. Op basis van de ervaringen van deze pilots zal meer inzicht komen in de behoefte en de structurele financiering hiervan. Faciliteren van randvoorwaarden Binnen Rotterdam is er op dit moment geen opleiding tot ervaringsdeskundige op hbo-niveau. Zadkine biedt wel de mbo-niveau 4 studie maatschappelijke zorg voor

Blad:

33/38

ervaringsdeskundigen. Daarnaast is een opleiding op hbo-niveau wel beschikbaar o.a. in Drechtsteden en andere grote steden. Gedurende de uitgevoerde verkenning is gebleken dat de Hogeschool Rotterdam en Inholland Rotterdam nog onvoldoende zicht hebben op de behoefte aan een hbo-opleiding tot ervaringsdeskundige en de toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande opleidingsaanbod. Inmiddels lopen er contracten tussen de ervaringsdeskundigen en de Hogeschool Rotterdam om te onderzoeken of en op welke wijze de opleiding ervaringsdeskundigheid een plek zou kunnen krijgen. Voor de financiering van de opleiding tot ervaringsdeskundigheid geldt dat dit op verschillende manieren kan verlopen: via een werkgever (al dan niet via social return on investment), door de persoon in kwestie zelf, of vanuit de gemeente in het kader van een W&I-traject. Voor dit laatste geldt dat er altijd op basis van maatwerk bepaald wordt of iemand hiervoor in aanmerking komt. Naar aanleiding van de aanbeveling om de verschillende financieringsmogelijkheden inzichtelijk te maken zullen wij in samenwerking met collega’s van W&I de cliëntenorganisatie (Basisberaad) vragen of zij een rol kunnen vervullen in de informatieverstrekking. Hierin zal ook aandacht worden besteed aan eventuele financiële drempels om de opleiding te volgen.

Gelet op het bovenstaande stellen wij voor om de Motie ‘Ervaringsdeskundigheid in de GGZ’ (9bb24518) als afgedaan te beschouwen. Afdoeningsvoorstel motie ‘Betere zorg en ondersteuning door tussenvoorzieningen’ (J.P. Postma e.a. – GroenLinks e.a.; 19bb24505) Met deze motie is het college gevraagd om met zorgaanbieders en woningcorporaties afspraken te maken over het benodigd aanbod van betaalbare woningen voor mensen met een zorgindicatie en de verdeling daarvan over de stad. En om daarbij mee te nemen op welke wijze tussenvoorzieningen een bijdrage kunnen leveren aan betere zorg en ondersteuning en meer sociale samenhang. De beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen wordt door de gemeente gemonitord. Recentelijk is het Actieplan Beschikbaarheid vastgesteld en zijn er afspraken gemaakt met de corporaties om de algemene beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen te verbeteren. Een van de monitoringsijkpunten gaat over het percentage woningen dat verhuurd wordt aan de groep kwetsbare Rotterdammers (via beide uitstroomvarianten), dat mag maximaal 25% zijn. We zien dat we op dit moment binnen dit ijkpunt blijven. Ten behoeve van het plan van aanpak Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers heeft onderzoeksbureau HHM onderzoek gedaan naar hoe de vraag naar zorg zich ontwikkeld.

Dat onderzoek laat zien dat – zonder rekening te houden met beleidsinterventies – de vraag naar zorg tot aan 2030 zal toenemen. Daarmee neemt ook de behoefte aan het aantal benodigde woonplekken voor de uitstroom uit opvang of beschermd wonen toe. Uitgangspunt is dat we blijven vasthouden aan het ijkpunt van 25% woningen dat verhuurd mag worden aan kwetsbare Rotterdammers.

Blad:

34/38

Zowel met het cluster Stadsontwikkeling als met woningcorporaties gaan we verkennen wat de mogelijkheden zijn om deze toenemende vraag op te vangen mocht deze zich gaan voordoen. Zoals reeds in de vorige voortgangsbrief van het plan van aanpak aangekondigd willen we uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling mogelijk maken en niet meer via reguliere urgenties, de corporaties en zorgaanbieders hebben ook ingestemd met deze werkwijze. Directe bemiddeling is als er nog ondersteuning nodig is bij het zelfstandig wonen waarbij de woningcorporaties een woning aanbieden met een huurzorgcontract. Met een reguliere urgentie is er in principe geen nazorg meer nodig en mag zelf gezocht worden naar een woning. In juli 2021 start het onderzoek wat ervoor nodig is om uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling mogelijk te maken. Daarmee hebben de corporaties ook betere instrumenten om de spreiding in de stad mogelijk te maken. Tussenvoorzieningen zijn bedoeld om de overgang van intramurale ondersteuning of maatschappelijke opvang naar zelfstandig wonen te versoepelen voor de groep kwetsbare Rotterdammers voor wie die stap nog te groot is. Overigens is na overleg met de zorgaanbieders besloten om de term tussenvoorziening te veranderen in semimurale voorziening.

Het onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van het plan van aanpak Wonen en Zorg laat ook zien hoeveel semimurale plekken er nodig zijn, namelijk 160. Met de nieuwe inkoop Wmo 2022 wordt hierin voorzien. Daarin is uitgewerkt wat een semimurale voorziening is, in welke ondersteuningsvragen het voorziet en vervolgens welke ondersteuning dan benodigd is. Met de inkoop Wmo 2022 kunnen we niet alleen intramurale en extramurale Wmo-arrangementen indiceren, maar dus ook semimurale arrangementen. Gelet op het bovenstaande verzoeken wij u om de motie ‘Betere zorg en ondersteuning door tussenvoorzieningen’ (19bb24505) als afgedaan te beschouwen. Afdoeningsvoorstel motie ‘Quotum huisvesting mensen met ggz/verslavingsproblematiek in ouderenflats’ (M.G.J. van Elck e.a., - LR e.a.; 19bb24501) Met deze motie is het college verzocht een quotum in te voeren voor het maximale aantal mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek in ouderenflats. De aanleiding hiervoor was het trieste incident in het ouderencomplex De Kulk. Zowel ons college als de woningcorporaties willen niets liever dan voorkomen dat sterk afwijkende levensstijlen in dergelijke complexen met elkaar botsen. Om in aanmerking te komen voor een woning in een ouderencomplex dient een nieuwe huurder aan het voor het complex geldende leeftijdscriterium te voldoen.

Analyse van de indicaties Wmo GGZ extramuraal in ouderencomplexen bevestigt dat: het gaat om ouderen, i.e. bewoners die aan het aan het leeftijdscriterium voor het complex voldoen. Wel met de kanttekening dat het hierbij vaak gaat om veel verschillende aanbieders die betrokken zijn bij de begeleiding én behandeling (Wmo,

Blad:

35/38

Zvw, Wlz, forensisch). In incidentele gevallen verhuren de corporaties woningen aan mensen onder deze leeftijdsgrenzen. Het gaat dan om functioneel ouderen, denk aan een lichamelijke beperking. De woningcorporaties geven aan dat zij in ouderencomplexen vooral problemen ervaren met zorgbehoevende ouderen die geen zorg ontvangen en die zich moeilijk laten sturen. Dit zijn de huurders die zelf via Woonnet Rijnmond (met of zonder een reguliere urgentie) een woning hebben gevonden in een ouderencomplex. Wat voor oudercomplexen aan de onderkant van de woningmarkt geldt, geldt ook voor de rest van het corporatiebezit. Er is sprake van een toename van kwetsbare huurders in corporatiewoningen. Onder deze groep vallen niet alleen mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek maar ook mensen die financieel en sociaal beperkt zelfredzaam als gevolg van een taalprobleem, een grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of een licht verstandelijke beperking en ouderen met een sociaaleconomische status. 1 In overleg met de woningcorporaties zien we de oplossing in het uitsluitend laten uitstromen van kwetsbare Rotterdammers uit opvang of beschermd wonen via directe bemiddeling met een huurzorgcontract waarbij plaatsing plaatsvindt naar draagkracht van het complex.

Er zijn namelijk verschillen tussen complexen; het ene complex heeft veel te stellen met kwetsbare huurders en het andere ouderencomplex heeft meer draagkracht. Deze afweging wordt gemaakt op basis van de expertise van de verhuurmakelaars van de woningcorporaties. Het is daarbij mogelijk dat in een uitzonderlijk geval besloten wordt om enige tijd zelfs helemaal geen kwetsbare Rotterdammers via directe bemiddeling in een specifiek complex te plaatsen. Door uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling te laten plaatsvinden is het mogelijk om te werken aan meer balans en hebben de verantwoordelijke partijen ook meer regie. Hierdoor werken we stapsgewijs naar het verder verbeteren van de leefbaarheid in de Rotterdamse ouderencomplexen. Voor urgenten die via directe bemiddeling met huurzorgcontract uitstromen uit opvanginstellingen, is het voor de corporaties aan de hand van de urgentieverklaring mogelijk vast te stellen of er een vermoeden bestaat van een psychiatrische en/of verslavingsachtergrond. Het huurzorgcontract maakt het mogelijk de huur tot ontbinden als een kwetsbare Rotterdammers zich onttrekt aan de ondersteuning. Ook gaan we met de woningcorporaties verkennen of het mogelijk is om zoveel mogelijk één zorgaanbieder aan één bepaald complex te koppelen.

In een willekeurig groot ouderencomplex wonen al snel 25 mensen met ondersteuning die wordt geleverd door 10 tot 12 zorgaanbieders die daar voor een cliënt soms maar één of twee uur in de week langs komen. Het is vanuit het oogpunt van beschikbaarheid en bereikbaarheid van de ondersteuning voor de cliënt beter zijn één aanbieder daar de ondersteuning zou bieden. 1 Kwetsbare bewoners en leefbaarheid – Trens en ruimtelijke verschillen in Rotterdam.

Circusvis 2020

Blad:

36/38

Momenteel is een impactanalyse gestart, waarna gestart kan worden met uitstroom uitsluitend via directe bemiddeling. Hier zal in 2022 mee van start worden gegaan. Eén à twee jaar na invoering zal een evaluatie plaatsvinden naar deze vernieuwde werkwijze en wat de resultaten ervan zijn. Gelet op het bovenstaande verzoeken wij u om de motie ‘Quotum huisvesting mensen met ggz/verslavingsproblematiek in ouderenflats’ (19bb24501) als afgedaan te beschouwen. Voortgangsbericht toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang – uitgeschrevenen uit BRP’ (21bb5611) In de commissievergadering ZOCS van 21 april 2021 is de toezegging gedaan dat wethouder De Langen met de wethouder Van Gils nagaat of het mogelijk is om personen die uitgeschreven zijn uit de Basisregistratie te vinden en een vorm van hulp te bieden. Op dit moment worden scenario’s uitgewerkt om de hulp aan personen die worden uitgeschreven uit de BRP met de vermelding Vertrokken Onbekend Waarheen beter te kunnen opsporen en helpen. Uit analyse van de cijfers van het aantal mensen dat jaarlijks met deze vermelding wordt uitgeschreven, blijkt dat het merendeel (buitenlandse) studenten betreft. Mogelijk hebben enkele tientallen personen per jaar ondersteuning nodig vanuit de gemeente.

We vermoeden dat een gedeelte van deze personen jongeren betreft die zich in een bankslaapsituatie bevinden en niet willen aangeven waar zij slapen omdat ze zich niet mogen inschrijven bij de hoofdbewoner. Ook komt het voor dat mensen justitie proberen te ontwijken door geen adres meer te hebben. Het kan om de voorgenoemde redenen lastig zijn om deze groep te bereiken. Daarom werken we aan verschillende mogelijkheden, om jongeren te bereiken voordat uitschrijving plaatsvindt. We verwachten dat deze verkenning en het gesprek tussen wethouder Van Gils en De Langen in het najaar is afgerond. We komen dan ook uiterlijk eind november met een afdoeningsvoorstel voor deze toezegging. Voortgangsbericht motie ‘Onderzoek naar voldoende zorg voor mensen met mensen met psychische/(o)ggz problematiek’ (M.G.J. van Elck – LR; 19bb24504) Met deze motie is het college gevraagd om op basis van het landelijke onderzoek naar de effecten van extramuralisering met een vertaling te komen voor de Rotterdamse situatie en om uiterlijk eind 2020 met de resultaten van deze verkenning te komen. Met de voortgangsbrief 20bb16805 bent u geïnformeerd dat het bestuur van de VNG in haar Algemene Ledenvergadering van medio 2019 de opdracht heeft gekregen om te komen tot een structureel financieel kader voor de GGZ op basis van feiten.

Als onderdeel van deze opdracht wordt landelijk onderzoek uitgevoerd naar de financiële effecten van de extramuralisering GGZ voor gemeenten en andere partners en andere partners van het Hoofdlijnenakkoord GGZ (inclusief de verschuivende

Blad:

37/38

aantallen GGZ-cliënten en de verzwaring van de problematiek). Immers elke gemeente werkt aan dezelfde opgave en heeft belang bij een goed (landelijk en regionaal beeld). Het onderzoeksbureau KPMG heeft in de tweede helft van 2020 een verkenning uitgevoerd om te komen tot een passende set indicatoren die de gemeenten en het Rijk meer inzicht geven in 1) de effecten van extramuralisering en 2) andere relevante ontwikkelingen met betrekking tot het bieden van ondersteuning en zorg aan mensen met psychische problematiek. Dit onderzoek is begin 2021 opgeleverd. Het onderzoek laat zien dat er verschillende indicatoren (zowel op het niveau van structuur als proces en uitkomst) zijn die iets zeggen over de mate van extramuralisering. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat dit vraagstuk grote complexiteit kent, mede doordat er veel verschillende factoren zijn en het domein- en wetsoverstijgend verzamelen van data en het vervolgens monitoren ervan bewerkelijk is en niet alle data overal beschikbaar zijn. In het kader van dit onderzoek is voor een vijftal regio’s in het land een startfoto opgesteld die voor deze regio’s een gedetailleerd inzicht geeft in de ontwikkelingen en effecten van extramuralisering. Duidelijk is wel dat ook deze startfoto’s nog niet alle vragen over de ontwikkeling van de extramuralisering beantwoorden.

De vervolgstap nu is dat op basis van deze verkenning een monitor gebouwd gaat worden om te komen tot een regiobeeld. Vanaf juli 2021 start de landelijke aanbesteding hiervoor. Hierna kan de monitor worden gebouwd zodat de ontwikkelingen over 2021 (en verder) gemeten kunnen worden voor alle regio’s. Dit proces zal naar verwachting enkele maanden in beslag nemen. Wij zullen u begin 2022 berichten over de voortgang hiervan. Financiële en juridische consequenties/aspecten: De financiële consequenties van deze brief vallen binnen de kaders van het programma Volksgezondheid en zorg in de Voorjaarsnota 2021, die op 8 juli jl. door uw raad is vastgesteld Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Blad:

38/38

Bijlage(n): 1. Plan van aanpak Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers 2. Factsheet onderzoek IVO – Versterken van herstelinitiatieven en inzet van ervaringsdeskundigheid voor Rotterdamse ggz-doelgroep

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c51834ff-e4c0-4b53-97b9-65e9c1e2f3ec