CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb9423 Collegebrief over voortgangsrapportage plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.2 Het (herziene) voorstel tot ‘Verlenging van het regionaal beleidsplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang 2018-2020’15.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Maja Cardzic Telefoon: (010) 489 49 35 Portefeuillehouder: S. de Langen Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 21MO03110 21bb9423

Aan de Gemeenteraad Datum: B&W 13 juli 2021 Betreft: Voortgangsrapportage Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers

Onderwerp: Voortgangsrapportage Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 17 juli 2019 is het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers naar de raad gestuurd. Met dit plan willen we bereiken dat kwetsbare Rotterdammers zoveel mogelijk volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en dat ze – wanneer nodig – passende zorg en ondersteuning in de eigen woonomgeving ontvangen. Op 17 november 2020 (20bb16805) heeft u de eerste voortgangsrapportage van het plan van aanpak ontvangen met daarin een beeld van de voortgang op de diverse actielijnen en maatregelen. Met deze brief ontvangt u tweede voortgangsrapportage van het plan van aanpak. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: In het coalitieakkoord 2018-2022 'Nieuwe energie voor Rotterdam' is het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers aangekondigd. Bij de diverse besprekingen inzake het plan van aanpak en de voortgang ervan zijn een aantal toezeggingen gedaan en moties aangenomen. Met deze brief wordt u geïnformeerd over de volgende moties en toezeggingen waarbij we samenvattend het volgende aan u voorstellen: 1.

Te besluiten tot de afdoening van de volgende moties en toezeggingen zoals later in deze brief wordt voorgesteld: - Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers’ (20bb18705) - Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers- wachtlijst beschermd wonen’ (20bb18706)

Blad:

2/38

-

Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers - wijkteams’ (20bb19268) Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Voortgang aanpak kwetsbare Rotterdammers 24-uursopvang’ (20bb18704) Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang’ (21bb5609) Afdoeningsvoorstel motie ‘Ervaringsdeskundigheid in de GGZ’ (J.P. Postma e.a. - GroenLinks e.a.; 19bb24518) Afdoeningsvoorstel motie ‘Betere zorg en ondersteuning door tussenvoorzieningen’ (J.P. Postma e.a. – GroenLinks e.a.; 19bb24505) Afdoeningsvoorstel motie ‘Quotum huisvesting mensen met ggz/verslavingsproblematiek in ouderenflats’ (M.G.J. van Elck e.a., - LR e.a.; 19bb24501)

2. Kennis te nemen van de voortgang met betrekking tot de volgende motie en toezegging: - Voortgangsbericht toezegging ‘Doorontwikkeling dak- en thuislozenopvang – uitgeschrevenen uit BRP’ (21bb5611) - Voortgangsbericht motie ‘Onderzoek naar voldoende zorg voor mensen met mensen met psychische/(o)ggz problematiek’ (M.G.J. van Elck – LR; 19bb24504) Toelichting: De ambitie van het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers is dat Rotterdam een inclusieve stad is waarin alle bewoners een plek hebben om te leven, om te wonen, om zich veilig te voelen – om gewoon te zijn. In de afgelopen jaren is een flinke beweging ingezet naar meer zorg en ondersteuning van kwetsbare Rotterdammers in de eigen omgeving en wijk. De vraag naar opvang en ondersteuning is aanhoudend en met de uitbraak van het coronavirus alleen maar groter geworden. Met creatieve oplossingen, zoals de versnelde uitstroom uit de opvang waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning zijn geholpen, is het gelukt om de (extra) druk op te vangen en deze om te buigen. Een steeds grotere groep Rotterdammers ontvangt zorg en ondersteuning vanuit de (eigen) woning en dus in de eigen sociale omgeving. Om het bovenstaande op een verantwoorde wijze mogelijk te maken, wordt stevig ingezet op de uitwerking van de maatregelen in het plan van aanpak.

Bijvoorbeeld door te investeren in een gedifferentieerd woonzorglandschap met daarbij een versteviging van de ondersteuning in de wijk. Om goed voorbereid te zijn op de toekomstige ontwikkelingen is daarnaast een vraagontwikkelingsonderzoek tot 2030 uitgevoerd om zo voor de cliënt de best passende (woon)plek (met begeleiding) mogelijk te maken. Goede voorbeelden die in de afgelopen periode zijn opgedaan, zullen daarbij een plek krijgen in de nieuwe inkoop, denk o.a. aan Housing First en de intra- en semimurale resultaatgebieden. Daarnaast werken we ook aan ontwikkeling van nieuwe innovatieve concepten, zoals de ‘herstelacademie’ om nog beter de verbinding met de wijk te maken.

Blad:

3/38

Al deze ontwikkelingen bestrijken de reikwijdte van plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers, dat opgebouwd is langs de volgende zes actielijnen: 1. Problemen vóór zijn 2. Integrale hulp 3. Huisvesting 4. Dóórontwikkeling nacht-, gezins- en crisisopvang 5. Bevorderen van maatschappelijke participatie 6. Veerkrachtige stad en wijk Elke actielijn bevat een aantal maatregelen en samenwerkingsafspraken met strategische partners in de stad. In deze voortgangsrapportage wordt u per actielijn op hoofdlijnen meegenomen in de belangrijkste inhoudelijke ontwikkelingen en resultaten die sinds de vorige voortgangsrapportage geboekt zijn. Voor kwantitatieve gegevens verwijzen wij u naar de onlangs verschenen raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp over heel 2020 (21bb7561).

Leeswijzer Actielijn 1 – Problemen voor zijn ................................................................................................. 4 Actielijn 2 – Integrale hulp ......................................................................................................... 10 Actielijn 3 – Huisvesting ............................................................................................................ 15 Actielijn 4 – Doorontwikkeling nacht- gezins- en crisisopvang ................................................. 20 Actielijn 5 – Bevorderen maatschappelijke participatie ............................................................. 23 Actielijn 6 – Veerkrachtige stad en wijk ..................................................................................... 25 Openstaande moties en toezeggingen ..................................................................................... 27 Financiële en juridische consequenties/aspecten: ................................................................... 37 Bijlage(n): .................................................................................................................................. 38

Blad:

4/38

Actielijn 1 – Problemen voor zijn Met deze actielijn wordt ingezet op het sneller herkennen van problematiek en om (zo) de inzet van zwaardere zorg te voorkomen, zoals instroom in de daklozenopvang. Dit doen we door in te zetten op diverse maatregelen met betrekking tot preventie en vroegsignalering. Naast de acties in het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers wordt er op meerdere vlakken ingezet op het voorkomen van problemen. Zo draagt het akkoord Gezond010 bij aan maatregelen op het gebied van mentale gezondheid. Vanuit dit plan van aanpak trekken we samen op om acties goed te borgen en versterking over en weer te realiseren. Aandacht voor kinderen (maatregel 1) Het algemene beeld is dat er, ondanks de beperkingen van Corona een toename is geweest van het gebruik van het interventie- en toeleidingsaanbod voor kinderen van ouders met psychiatrische problemen en van ouders met verslavingsproblematiek (KOPP/KVO). In totaal zijn er dit jaar 16 verschillende soorten interventies en toeleiding instrumenten ingezet voor verschillende leeftijdscategorieën. Dit doen we bij vier partijen: Avant Sanare, Moeders van Rotterdam, Indigo en Youz.

De afgelopen tijd is door gemeente en aanbieders veel ingezet op het vergroten van kennis, expertise en toeleiding naar het ingekocht aanbod, waardoor we inmiddels een stijging zien in het gebruik van het aanbod en bekendheid rondom deze thematiek. Uit de cijfers die we ontvangen hebben van Avant Sanare en Indigo blijkt dat in 2021 per eind mei inmiddels 53,9% van de gevraagde inzet geleverd is. De cijfers van Youz moeten nog geleverd worden maar de verwachting is dat deze hetzelfde beeld laten zien. Verder is er binnen de maatschappelijke opvang voor gezinnen, in samenwerking met Indigo, een specifiek aanbod gecreëerd voor kinderen in de opvang. Dit aanbod is gericht op extra steun aan jonge kinderen van ouders met psychische problematiek. Daarnaast is onder medewerkers meer bewustzijn gecreëerd voor deze thematiek. Dit blijft de komende tijd nog in ontwikkeling. Onderzocht wordt hoe het aanbod goed kan aansluiten op de doelgroep in de opvang. In het najaar wordt weer een symposium door Indigo en Youz in samenwerking met de gemeente georganiseerd om het aanbod van KOPP en KOV blijvend onder de aandacht te houden. Het doel is hiermee 150 professionals te bereiken.

De kracht van het wijknetwerk benutten (maatregel 2) POH Jeugd en Gezin In 2018 is gestart met POH Jeugd en Gezin, het doel hiervan is om laagdrempelig in de huisartspraktijk ondersteuning te bieden zodat problematiek bij jeugdigen beter gesignaleerd wordt en opgepakt kan worden. Met de start van deze collegeperiode is deze inzet geïntensiveerd, inmiddels is in 39 huisartsenpraktijken een POH Jeugd en

Blad:

5/38

Gezin beschikbaar. Uit een tussenmeting eind 2020 is gebleken dat er een duidelijke meerwaarde wordt gezien (21bb4272). Op basis van de tussenmeting wordt dit jaar extra aandacht besteed aan de samenwerking tussen de POH Jeugd en gezin en de wijkteams; deze verbinding is ook van meerwaarde voor kwetsbare Rotterdammers. Verder wordt dit jaar ingezet op een verdere toename van het aantal huisartsen dat gaat deelnemen. Naast deze ontwikkeling wordt in het kader van de regionale taskforce voor het terugdringen van de wachtlijsten in de behandelde GGZ, samen met huisartsen, wijkteams en GGZ-aanbieders gewerkt aan een betere onderlinge samenwerking. Vaak hebben kwetsbare mensen problemen op meerdere gebieden, als dat het geval is dan is het van belang dat professionals rondom de Rotterdammer elkaar goed weten te vinden. Hiermee kan bereikt worden dat de op- en afschaling van zorg in Rotterdam beter verloopt. In de voortgang op actielijn 2 wordt een nadere toelichting gegeven op de inzet van de regionale taskforce wachttijden. Regiefunctie Welzijn In samenhang met Gezond 010: het Rotterdams preventie akkoord, wordt gewerkt aan de wijkpreventieketen.

Met de wijkpreventieketen wordt een infrastructuur in de wijk georganiseerd die preventief werkt, gezondheidsverschillen aanpakt, ontzorgt en/of normaliseert waar mogelijk en daarnaast doorverwijst naar de juiste en passende zorg en ondersteuning als dat nodig is. Hierbij wordt niet alleen naar de regiefunctie gekeken maar dus ook naar de basisinfrastructuur om preventie te bevorderen. Het doel van de beoogde infrastructuur is een persoonsgerichte integrale aanpak voor Rotterdammers met gezondheidsrisico’s en/of gezondheidsproblemen. Hiermee voorkomen we kwetsbaarheid en kunnen we tijdig acteren als burgers toch in een kwetsbare situatie komen. Samen met Zilveren Kruis en gemeente gaan we in drie wijken experimenteren met de uitwerking van de preventieve infrastructuur, hierbij zal aandacht zijn voor het voorkomen en tijdig signalen van GGZ-problematiek. Het plan is om in de zomer 2021 hiermee te starten. Eerder en beter herkennen (maatregel 3) Via ZonMw hebben wij een subsidie ontvangen voor het beschikbaar stellen van 190 trainingsplekken voor de trainingen ‘Mental Health First Aid’ (MHFA) en ‘Met kennis van mentale gezondheid’. De eerste trainingen daarvoor zijn van start gegaan. Doel van de trainingen is om professionals en vrijwilligers in staat te stellen om mentale problemen te herkennen, bespreekbaar te maken en mensen te wijzen op mogelijke hulpverlening.

Op die manier worden psychische klachten vaker tijdig (h)erkend en aangepakt om erger te voorkomen. Het trainingsaanbod staat ter beschikking aan professionals en vrijwilligers zonder GGZ-achtergrond in de stad. Wat professionals betreft, gaat het om medewerkers van de gemeente (o.a. wijkteams, Kredietbank Rotterdam, Prestatie010) en bijvoorbeeld woningcorporaties. Wat vrijwilligers betreft gaat het om geregistreerde vrijwilligers verbonden aan een organisatie, zoals Huizen van de wijk en welzijnsorganisaties. De focus ligt bij aansluiting op het wijknetwerk.

Blad:

6/38

Op wijkniveau vinden namelijk vele contacten plaats tussen Rotterdammers en de professionals en vrijwilligers van de diverse organisaties. Samen vormen zij een sociale infrastructuur dicht bij het dagelijks leven van (kwetsbare) mensen. De eerste vier trainingen MHFA zijn in juni gestart en waren vol geboekt. Nog eens twee trainingen starten in juli. Per training kunnen 10 deelnemers meedoen. Aanmeldingen komen van zowel vrijwilligers als medewerkers van de gemeente. De trainingen zijn vooralsnog digitaal vanwege de coronamaatregelen, maar we hopen deze op te volgen met een fysieke terugkomdag zodat in de wijken meer verbinding kan ontstaan tussen mensen die psychische problemen tijdig kunnen herkennen. Eerder samenwerken met Sluis (maatregel 4) In 2019 is een start gemaakt met de inzet van SluiS (Sluitend Samenwerken). Dit is een ondersteunend systeem waarmee professionals uit verschillende domeinen met elkaar in contact kunnen komen. De stand eind april 2021 is dat er in totaal 98 unieke instanties, waarvan 68 gemeentelijke organisatieonderdelen en 30 niet-gemeentelijke organisaties zijn aangesloten. Dit is een toename van 9 organisatieonderdelen sinds de voortgang eind vorig jaar. Over heel 2020 zijn in totaal 4236 signalen afgegeven in Sluis, in 2019 waren dit er nog maar 844. We zien door de toename van het aantal aangesloten organisaties dat het aantal signalen toeneemt.

Door de signalen is het mogelijk geworden om eerder de samenwerking op casusniveau tot stand te brengen tussen verschillende betrokken partijen. In de reguliere contractgesprekken stimuleren we de nog niet aangesloten aanbieders om deel te nemen aan Sluis om het aantal deelnemers nog verder te vergroten. Terugvalpreventie (Maatregel 5) Binnen de lopende contracten hebben we ervaringen opgedaan met een zogenaamd ‘waakvlamarrangement’. Dit betreft een lichte vorm van ondersteuning die gericht is op het voorkomen van terugval, doordat er nog contact met de cliënt wordt gehouden nadat de intensieve begeleiding is afgelopen. We hebben gezien dat dit arrangement een positieve bijdrage levert aan het voorkomen dat problemen verder verergeren of opnieuw opduiken in een later stadium. Om hierin verder stappen te zetten wordt in de nieuwe aanbesteding die voor de Wmo nu is gestart, de inzet van het ‘stabiliteitsarrangement’ opgenomen. Het achterliggende idee is om net zoals bij een waakvlamarrangement terugval te voorkomen, door een vinger aan de pols te houden gedurende een langere tijd. Op het moment dat het tijdelijk minder goed gaat kan er direct vanuit de zorgaanbieder opgeschaald worden naar intensievere ondersteuning. Dit is een belangrijk verschil met het waakvlam arrangement, waarbij de opschaling pas plaats kan vinden na tussenkomst van de gemeente.

Het stabiliteitsarrangement wordt pas ingezet nadat de begeleiding is afgerond, en in die situaties waarbij sprake is van omstandigheden die het maken dat een oogje in het zeil houden gewenst is (denk aan hoog risico groepen). Met de ingang van de nieuwe contracten medio 2022 kan het stabiliteitsarrangement ingezet worden. Vanuit de gemeente zal worden gemonitord hoe het stabiliteitsarrangement gebruikt wordt.

Blad:

7/38

Verbeteren ondersteuning bankslapers (maatregel 6) Om de ondersteuning aan bankslapers te verbeteren is vorig jaar het proces van triage tot aan ondersteuning van bankslapers in kaart gebracht. De gemeentelijke afdeling Onderzoek en Business Intelligence heeft onderzoek gedaan naar het beter in beeld brengen van de bankslapers. Hierbij is gekeken naar in totaal 4000 bankslapers die vanaf 2016 tot halverwege 2019 een briefadres hebben ontvangen via het wijkteam. Op basis van het onderzoek zijn aanbevelingen gedaan waarover u in de laatste voortgangsrapportage van het plan van aanpak over bent geïnformeerd. In de afgelopen maanden is op basis van de gedane aanbevelingen met diverse acties gestart. Voor verdere uitwerking van de acties is een projectleider aangetrokken die per 1 juni is gestart. In het rapport is de aanbeveling gedaan om de doelgroep bankslapers verder te definiëren. Dit hebben we aangepakt door in kaart te brengen aan wie en onder welke voorwaarden de gemeente een briefadres verstrekt. We werken aan een verbreding van de doelgroep door het toekennen van het briefadres aan bankslapers zonder zorgvraag mogelijk te maken, conform de Wet Basisregistratie Personen en de uitspraak 201905812/A3 van de Raad van State. Daarmee wordt het mogelijk dat ook de zogenaamde economisch daklozen gemakkelijker een briefadres krijgen, zodat hun problemen niet verder toenemen.

We hopen deze nieuwe werkwijze in het derde kwartaal van 2021 te kunnen implementeren. Het voorgaande brengt met zich mee dat we het meldpunt briefadressen moeten doorontwikkelen en los van de wijkteams moeten positioneren. In het rapport wordt ook aanbevolen om bankslapers en hoofdbewoners beter te informeren over de financiële gevolgen van bankslapen en uithuiszetting. We hebben hiervoor een toolkit ontwikkeld die nauw samenhangt met de werkwijze rondom het briefadres. We hopen deze toolkit daarom in het najaar in te kunnen zetten. De aanbeveling uit het rapport om duidelijk te maken welke groepen bankslapers recht hebben op ondersteuning van de gemeente, is in de praktijk complex. Het toegangsvraagstuk wie recht heeft op Wmo- en Jeugdhulpondersteuning geldt voor de gehele gemeente Rotterdam en daarmee voor de wijkteams. Daarbij is er een onderscheid tussen de geïndiceerde Wmo-en Jeugdhulp en verstrekkingen op basis van de Participatiewet, én de algemene dienstverlening richting Rotterdammers. Er is daarmee een verdere invulling en concretisering nodig (in instructies, inkoop en regelgeving) van de taken, werkwijze en toegang tot de wijkteams. Dit zal eind 2021 tot stand komen. Het rapport beveelt verder aan om schuldhulpverlening voor bankslapers te verbeteren. Hieraan hebben wij invulling gegeven door instroom bij de KBR mogelijk te maken.

Uiteraard moet er wel sprake zijn van inkomen om schulden te kunnen aanpakken.

Blad:

8/38

Instroom bij het KBR is mogelijk wanneer de bankslaper een briefadres heeft bij de gemeente, zodat sprake kan zijn van een aanvraag voor een uitkering of behoud van werk. Uiteraard blijven de individuele omstandigheden van bakslapers bepalend voor het succes van deze aanpak. In het rapport is de aanbeveling gedaan om beter samen te werken tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen en de expertise op het gebied van bankslapers binnen de Wijkteams de vergroten. De samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten is verbeterd in de zin dat het Wijkteam betrokken is bij de uitkeringsaanvragen bij W&I. Daarnaast nemen de verschillende afdelingen onderling deel aan elkaars overleggen, waardoor kennis en expertise beter kan gedeeld worden. Ook is informatiemateriaal voor de professionals ontwikkeld, zoals een lijst van ondersteuningsmogelijkheden (voor vraagwijzerconsulenten) en werkinstructies. Door de betere samenwerking en het inzetten op deskundigheidsbevordering wil de gemeente bankslapers meer maatwerk kunnen bieden. Flexwonen voor bankslapers Naast de structurele verbeteringen in de werkwijze rondom bankslapers zetten we in op meer innovatieve project ter preventie van dakloosheid waarover u geïnformeerd bent met de brief van 8 april 2021 (21bb4175).

Het project flexwonen wordt gefinancierd vanuit de tijdelijke gelden die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld in het kader van de brede aanpak van dakloosheid. Ten aanzien van preventie is besloten om deze pilot mee te nemen in het plan van aanpak Kwetsbare Rotterdammers vanuit de pijler ‘Problemen voor zijn’. Onderstaand gaan we in op de belangrijkste ontwikkelingen die in de afgelopen periode plaatsvonden. Om dakloosheid te voorkomen zullen circa 30 woonunits door een derde partij worden verhuurd aan bankslapers die een hoog risico lopen om dakloos te raken. Indien mogelijk willen we gezinnen tijdelijk huisvesten, maar ook jongeren zijn een belangrijke doelgroep. Tijdens het flexwonen wordt intensief gewerkt aan de doorstroom naar een eigen woonruimte door het bieden van praktische begeleiding. Het project staat qua inhoud in de startblokken en het wachten is op het realiseren van afspraken ten aanzien van geschikte en betaalbare huisvesting. In de afgelopen periode zijn meerdere opties uitgelopen. De gemeente is in gesprek met een partij over een geschikte en zeer kansrijke locatie met 28 woningen. De verwachting is dat na de zomer duidelijk wordt of deze locatie daadwerkelijk ingezet kan gaan worden. Parallel hieraan verkennen we of er andere manieren van huisvesting gevonden kunnen worden, bijvoorbeeld door de inzet van sloopwoningen.

Deze opties worden nu uitgelopen en het streven is dat het project definitief eind 2021 start onder voorbehoud van de haalbaarheid van de inzet van de huisvesting. Netwerkactivering Resourcegroepen Met het project Netwerkactivering Resourcegroepen onderzoeken we of het mogelijk is om bankslapers met hulp van hun netwerk effectiever naar een stabielere (woon)situatie te begeleiden.

Blad:

9/38

De resourcegroepenmethodiek biedt een werkwijze waarbij de regie bij de cliënt ligt, het netwerk betrokken wordt en zowel formele als informele hulpverleners samenwerken, in één plan, rondom en met de cliënt. In de afgelopen periode zijn in totaal 48 wijkteammedewerkers getraind tot regieondersteuners en zullen het komende jaar verder begeleid worden om de methodiek eigen te maken. Na het volgen van de trainingen kan de resourcegroepenmethodiek direct ingezet worden. We hopen daarmee te bereiken dat mensen met de inzet van hun eigen netwerk zelfredzamer worden, ook in het vinden van een woning. De effectiviteit van de methodiek wordt komend jaar langs twee routes in beeld gebracht; een monitor bij alle regie-ondersteuners en een onderzoek onder een controlegroep dat uitgevoerd wordt door de Universiteit van Amsterdam. Het werven van deelnemers is wat stroever verlopen vanwege de coronamaatregelen. Dit wordt opgelost door breder te gaan werven. De resultaten van de onderzoeken worden medio 2022 bekend. Vrijstelling kostendelersnorm Sinds 2020 is de werkwijze voor het aanvragen van een tijdelijke uitzondering op de kostendelersnorm op basis van de Participatiewet, aangepast.

De uitzonderingstermijn, voor hoofdbewoners die onderdak verlenen aan kwetsbare Rotterdammers die in een thuisloze situatie zijn geraakt, is verlengd van 3 maanden naar 6 maanden, waarbij indien noodzakelijk verlengd kan worden tot maximaal 12 maanden. Een van de voorwaarden is dat onder begeleiding wordt gezocht naar structurele huisvesting. Op dit moment wordt deze werkwijze geëvalueerd. Na afronding hiervan zullen wij u hierover nader informeren. Bredere inzet crisiskaart en hulpkaart (maatregel 7) De crisis- of hulpkaart kan voor Rotterdammers in een kwetsbare positie een zeer geschikt en beproefd hulpmiddel zijn. In 2021 zijn er 40 crisis-/hulpkaarten uitgegeven naast de 300 die er in de jaren daarvoor al waren. Om de (maatschappelijke) effecten inzichtelijk te maken hebben we als gemeente besloten om de financiering van de organisatie die crisis- en hulpkaarten opstelt te verlengen tot eind 2021. Hiermee hebben we voldoende tijd om vast te stellen of en voor wie de crisis-/hulpkaart van meerwaarde is en wat de maatschappelijke effecten zijn geweest in Rotterdam. In het afgelopen jaar is er ook een landelijk onderzoek afgerond naar de effecten van de hulpkaart. En hoewel de kwantitatieve steekproef klein was, wordt er in dit onderzoek wel gesproken over twee belangrijke effecten: het voorkomen van escalatie en het verbeteren van mentale gezondheid.

Dit alles wordt meegenomen in de afweging om wel of niet door te gaan met de financiering van de crisis-/hulpkaart en op welke wijze. Samenvoegen van verschillende meldpunten (maatregel 8) Per 1 januari 2020 zijn de verschillende gemeentelijke meldpunten geïntegreerd. Ook het gemeentelijk meldpunt in het kader van de Wet verplichte ggz (Wvggz) is per 2020 toegevoegd aan de geïntegreerde meldpunten. Over het jaar 2020 zijn er in totaal 517 meldingen binnengekomen bij de meldpunten. Dit waren er 261 in 2019.

Blad:

10/38

Om de vindbaarheid en meer bekendheid bij de Rotterdammers over het meldpunt te creëren hebben wij een extern communicatiebureau gevraagd om een onderzoek te doen naar de positionering van de meldpunten en de wijze van communicatie hierover. Dit onderzoek is in de eerste helft van 2021 uitgevoerd en inmiddels afgerond. Het onderzoek bestond uit deskresearch, waarbij gekeken is 22 andere gemeenten in het land en breder. Daarnaast is een enquête uitgevoerd onder 400 Rotterdammers. Op basis van het onderzoek heeft het communicatiebureau het advies gedaan om één meldpunt en één naam te hanteren voor alle signalen/meldingen waarbij iemand zorgen heeft over een ander. Dit zou de bereidheid om een melding bij de gemeente te doen vergroten. Belangrijk aandachtspunt hierbij is om heel duidelijk onderscheid te maken tussen acute en niet-acute problematiek. Ook heeft het communicatiebureau aanbevelingen gedaan om de laagdrempeligheid en effectiviteit van het meldpunt te vergroten, zoals het zorgdragen voor duidelijke communicatie na een melding over wat de melder kan verwachten, aanvullende aandacht aan het bereiken van jongeren en het benadrukken van de samenwerking die de gemeente heeft met diverse partners. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in de doorontwikkeling van de meldpunten.

Uiterlijk eind 2021 zijn deze verbeteringen doorgevoerd om vervolgens over het geïntegreerde meldpunt, met een nieuwe naam, zowel intern en extern, te communiceren.

Actielijn 2 – Integrale hulp Bijdrage leveren om wachttijden in de GGZ binnen de treeknorm te krijgen (maatregel 2) Sinds 2020 is er een regionale taskforce GGZ-wachttijden ingericht met als doelstelling het gezamenlijk verminderen van de regionale wachttijden in de Specialistische GGZ (sGGZ) in de regio Rotterdam. De taskforce is een domein overstijgende aanpak waarin in een netwerk wordt samengewerkt tussen huisartsen, verschillende GGZ-organisaties, cliënten, gemeente Rotterdam en zorgverzekeraars VGZ en Zilveren Kruis om te komen tot de best passende oplossingen. De gemeente is aangesloten bij deze aanpak omdat de wachttijden voor de gespecialiseerde ggz ook consequenties kunnen hebben voor cliënten die Wmo-ondersteuning ontvangen. De Taskforce wordt ondersteund en begeleid door ZorgImpuls, die naast een regionale opdracht ook een landelijke opdracht heeft van het ministerie van VWS, om te komen tot een versnelde aanpak in de regio. Naast een bestuurlijke stuurgroep, zijn er diverse experttafels die bestaan uit huisartsen, sGGZ professionals, wijkteams en cliënten, waarbij wordt samengewerkt en gezocht naar regionale oplossingen voor specifieke vraagstukken zoals de interculturele/anderstalige sGGZ zorg, persoonlijkheidsstoornissen, afschalen van zorg en crisiszorg.

Blad:

11/38

Daarnaast is er een ‘transfermechanisme’ ingesteld voor patiënten waarvan de wachttijd langer bedraagt dan de treeknorm (maximaal aanvaardbare wachttijd). Dit in vervolg op het succes van vorig jaar waarbij er met de ‘transfertafel’ door de zorgverzekeraar VGZ in samenwerking met de aanbieders een doorbraak is de aanpak van wachtlijsten is gerealiseerd. De ingerichte transfertafel van verschillende sGGZ aanbieders, huisartsen, cliënten en verzekeraars laat zien dat door goede onderlinge afstemming tussen partijen cliënten sneller kunnen starten met een passend behandelaanbod. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke daling van de wachttijden in de regio. Het oppakken van de regionale wachttijden in de sGGZ, betreft een ingewikkeld probleem en vraagt om een stevige en duurzame samenwerking tussen sociaal domein en medisch domein, gemeente en zorgverzekeraars. Het gaat hierbij niet enkel om het verbeteren van samenwerking, maar ook om hardnekkige knelpunten zoals het zorgen voor voldoende personeel. Voor dit laatste wordt de samenwerking met de Rotterdamse Zorg en andere GGZ-aanbieders gelegd om te komen tot een regionale strategische arbeidsmarkt verkenning voor de GGZ. Eind september van dit jaar stopt de landelijke opdracht vanuit het ministerie van VWS en daarmee een deel van de ondersteuning aan de regionale taskforce.

De vraag die de komende tijd voorligt, is op welke wijze de werkzaamheden geborgd kunnen worden. Versterken van herstelmogelijkheden cliënten (maatregel 4) Ter uitvoering van deze maatregel hebben de aanbieders en vertegenwoordiging van cliënten een inhoudelijk plan opgesteld voor de ‘Herstelacademies’. De ambitie van het plan is om een beweging te maken naar meer herstelgerichte zorg, het voorkomen van de inzet van zwaardere zorg en het versterken van de eigen kracht van de bewoners. In Rotterdam is hier reeds een voorbeeld van, namelijk de Herstelacademie IJsselmonde (PALM010). Dit betreft een samenwerkingsverband tussen het welzijnsveld en de GGZ-aanbieders. Kenmerkend aan herstelacademies is dat deze laagdrempelig bezocht kunnen worden door iedereen die te maken heeft (gehad) met ontwrichtende ervaringen en die zichzelf willen ontwikkelen door middel van herstel- en empowermentgerichte cursussen en activiteiten. De herstelacademies worden 100% gerund door ervaringsdeskundigen. We zien dat de verdere versterking van de herstelacademies goed past binnen de ontwikkeling die vanuit het welzijnsveld ingezet zal worden in de nieuwe inkoop, waarbij kwetsbare personen laagdrempelig en zoveel mogelijk in de eigen buurt aan het eigen herstel kunnen werken. Er is nu vaak (nog) geen specifiek aanbod voor kwetsbare personen in de huizen van de wijk.

Dit plan kan een bijdrage leveren om deze doelgroep een plek in een huis van de wijk te geven. Het ontwikkelde inhoudelijke plan vormt nu het vertrekpunt om in twee gebieden (huizen van de wijk) te starten met een pilot herstelacademie. Het streven is om in de tweede helft van dit jaar met de pilots te starten.

Blad:

12/38

Op basis van de ervaringen met de pilots zal goed gekeken worden naar de verdere uitrol en de borging van de financiering hiervan. We verwachten dat in de tweede helft van 2022 de eerste voorlopige uitkomsten bekend zullen zijn.

Intensivering van nazorg na detentie (maatregel 7) Recent bent u geïnformeerd (via de brief 21bb7508) over de resultaten die de afgelopen vier jaar bereikt zijn op het gebied van nazorg na detentie voor exgedetineerden, inclusief het nieuwe ‘Plan van aanpak Nazorg Detentie 2021-2026’. Als we terugkijken op de resultaten die de afgelopen tijd zijn geboekt, dan zien we dat er meer gedetineerden zijn bereikt door de goede samenwerkingsafspraken die we met ketenpartners hebben gemaakt. Ons gemeentelijk aanbod is uitgebreid en is structureel onder de aandacht gebracht. Daarnaast hebben we door middel van verschillende pilots nog beter inzicht gekregen in wat deze doelgroep nodig heeft en welke stappen we in de toekomst nog kunnen zetten en waar we op kunnen innoveren. Om hier goed vervolg aan te geven zal met het ‘Plan van aanpak Nazorg Detentie 2021-2026’ verder worden ingezet op een optimale re-integratie van exgedetineerde jongeren en volwassenen, mede om terugval in crimineel gedrag te voorkomen. Betere toegang tot medische zorg voor onverzekerden (maatregel 8) Om mogelijk te maken dat onverzekerden toegang krijgen tot medisch noodzakelijke zorg is er een tijdelijke subsidieregeling vanuit het ministerie van VWS die tot en met 2021 loopt. Het doel van deze regeling is dat de zorgkosten die de behandelaren hebben gemaakt voor onverzekerden personen vergoed worden.

Veelal gaat het hierbij om kwetsbare personen en dak- en thuislozen. In samenhang met deze subsidieregeling onderneemt de gemeente stappen om deze mensen waar mogelijk ondersteuning te bieden en waar nodig en mogelijk een briefadres te verschaffen om hen verzekerd te krijgen. Hiervoor is het nodig dat de zorgverlener een melding bij de gemeente doet via het meldpunt onverzekerden. Omdat het aantal meldingen en het gebruik van de subsidieregeling achter bleef, is er geïnvesteerd in het creëren van meer bekendheid van deze mogelijkheden onder de ziekenhuizen in de regio. In 2020 zijn 2500 mensen aangemeld bij het meldpunt onverzekerden. Dit is een lichte toename ten opzichte van 2019 toen er nog 2450 mensen aangemeld zijn bij het meldpunt. Hierbij zien we op basis van de meldingen een grote variatie tussen ziekenhuizen en vrijwel geen meldingen vanuit apothekers. Daarnaast is gesignaleerd dat maar een kwart van de onverzekerden die wel worden gemeld weer verzekerd worden. Om die reden is het belangrijk dat de subsidieregeling per 2022 voortgezet wordt, zodat toegang tot medische zorg blijft bestaan. We zijn betrokken bij de doorontwikkeling vanuit het ministerie van VWS om de subsidieregeling per 2022 te continueren.

Blad:

13/38

Verder hebben wij het Erasmus MC benaderd om onderzoek te doen naar het gebruik en de effectiviteit van de subsidieregeling in Rotterdam en om met aanbevelingen te komen. De eerste resultaten van dit onderzoek verwachten we eind 2021 te ontvangen. Verbeteren samenhang en verbinding tussen acute en niet-acute GGZ-keten (maatregel 9) Deze maatregel vloeit voort uit de nieuwe werkwijze voor personen met verward gedrag die worden gemeld bij de politie of ambulancediensten en die geen strafbaar feit hebben gepleegd. Om ervoor te zorgen dat personen met verward gedrag de juiste zorg krijgen, is het van belang dat de acute en de niet-acute keten goed samenwerken. De gemeente is verantwoordelijk voor de niet-acute keten en de zorgverzekeraars voor de acute keten. Om deze aansluiting te bevorderen hebben wij hierover (subsidie-)afspraken met de acute GGZ-keten van Antes/Parnassia gemaakt. Met deze afspraken wordt gezorgd dat mensen die contact opnemen met de acute GGZ, maar blijken te kampen met een psychosociale crisis wel te woord worden gestaan en warm worden overgedragen naar de juiste plek. Daarnaast zijn er afspraken met politie in de maak die ervoor moeten zorgen dat meldingen die bij politie binnenkomen waar (niet-acute) zorg nodig lijkt, worden gemeld bij de gemeentelijke meldpunten.

Een belangrijke voorwaarde hierbij is wel dat er moet kunnen worden opgeschaald naar de hulpdiensten en de acute GGZ keten als er toch sprake is van een acute situatie. Deze afspraken zullen in het derde kwartaal van 2021 gereed zijn. Borgen werkwijze ‘Triage, passende zorg en vervoer voor mensen in psychische nood die gebeld worden bij 112’ (maatregel 10) Wanneer een persoon met verward gedrag vervoerd moet worden in verband met het vermoeden van psychiatrische problematiek is het belangrijk dat dit op een passende manier gebeurt. Dit betekent dat de politie hiervoor niet ingezet hoeft te worden, maar dat hiervoor ander vervoer geregeld wordt. In de afgelopen jaren zijn in deze regio, maar ook in de rest van het land, diverse pilots ingezet met vaak tijdelijke financiering. Uitkomst hiervan is dat met ingang van 2021 het vervoer van deze personen – zowel voor als na beoordeling – voorbehouden blijft aan de Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV). De financiering hiervan valt onder de reguliere ambulance-zorg (de Zorgverzekeringswet). Dit is vastgelegd in het ‘kwaliteitskader ambulancezorg rondom psychiatrische beoordeling’. In onze regio wordt hier door de RAV uitvoering aan gegeven en zij zullen blijven rijden met de high-care en medium-care ambulances. Wij zijn tevreden met de behaalde resultaten en de bestendiging ervan.

Het is een verbetering het vervoer van personen in psychische nood niet meer door politie gebeurt, maar door een ambulance plaatsvindt. Ook is hiermee de triage voor zowel hulpdiensten als voor de mensen zelf verbeterd en daarmee de toeleiding naar zorg.

Blad:

14/38

Deze nieuwe samenwerking is per januari 2021 geborgd bij de Expertisegroep Acute Psychiatrie gekoppeld aan het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Binnen deze Expertisegroep zal samen met betrokkenen gemonitord worden hoe het vervoer van mensen in psychische nood in de praktijk verloopt en of er knelpunten zijn. Als gemeente zijn we aangesloten bij deze expertisegroep. Project 010 (maatregel 11) In de zomer van 2019 is gestart met Project 010. Een innovatieve pilot gericht op het verbeteren van de zorg en ondersteuning aan dakloze jongeren. Project 010 bestaat uit drie pijlers: een woning vanaf de start van het traject, intensieve begeleiding van een warm netwerk en een individueel keuzebudget. Er zijn in 2019/ 2020 tien jongeren ingestroomd en in 2020/ 2021 weer tien. Alle corporaties werken mee aan deze pilot die mede mogelijk is gemaakt door extra middelen vanuit het Rijk voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid. De voorlopige resultaten zijn zeer positief te noemen. Alle jongeren wonen nog in de hun toegewezen woning en het rapportcijfer dat zij hun leven geven is gestegen van een 4 (bij de start) naar een 8 (gedurende het traject). Op dit moment worden voorbereidingen getroffen voor de implementatie van Project 010, zodat deze werkwijze voor meer jongeren beschikbaar komt. In een volgende voortgangsbrief zullen wij u hier nader over informeren.

Voortgang wet verplichte GGZ Per 1 januari 2020 is de Wet verplichte GGZ (WvGGZ) in werking getreden. Deze wet brengt een aantal specifieke taken voor de gemeente met zich mee. Iedereen kan bij de gemeente een melding doen over een inwoner voor wie de noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg, mogelijk met verplichte zorg, zou moeten worden onderzocht. Na de beoordeling van de melding voert de gemeente een verkennend onderzoek uit. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld een wijkteam, het Stedelijke Daklozenteam of een GGZ-behandelaar passende vrijwillige zorg kan leveren, dan wordt het onderzoek voortijdig beëindigd. Wanneer dit niet het geval is, dan dient de gemeente een aanvraag voorbereiden zorgmachtiging in bij de medisch Officier van Justitie van het Openbaar Ministerie. Van de meldingen die in 2020 bij het gemeentelijk meldpunt WvGGZ zijn gedaan, is bij 96 van deze meldingen een verkennend onderzoek gestart. In 27 gevallen is bij het Openbaar Ministerie een aanvraag voorbereiden zorgmachtiging gedaan. Zodra de Officier van Justitie begint met de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging, wijst hij een geneesheer-directeur GGZ aan die het onderzoek voortzet en in een medische verklaring advies uitbrengt aan de Officier van Justitie over het vervolg. Uiteindelijk beslist de rechter over het al dan niet inzetten van verplichte zorg.

In die (acute) situaties waarbij er geen tijd is om de procedure voor een zorgmachtiging door te lopen kan de burgemeester een crisismaatregel opleggen voor de duur van maximaal 3 dagen. Het gaat hier meldingen die bij de acute GGZdienst worden gedaan. Vervolgens doet een psychiater van de acute dienst een

Blad:

15/38

psychiatrisch onderzoek, en adviseert (medische verklaring) de burgemeester of verplichte zorg noodzakelijk is. Zo mogelijk hoort de burgemeester de persoon op wie de maatregel betrekking heeft voordat de maatregel wordt genomen. In 2020 zijn 434 procedures Crisismaatregel in Rotterdam gestart. In 411 gevallen is ook daadwerkelijk een Crisismaatregel genomen. In 314 gevallen is een poging tot horen gedaan,169 personen zijn ook daadwerkelijk gehoord. Het lukt niet altijd om een cliënt te horen. De betrokkene kan aangeven niet gehoord te willen worden, of de beoordelend psychiater is van mening dat betrokkene op het moment van beoordelen niet gehoord kan worden. Ook na beoordeling is het niet altijd mogelijk om te horen. Deels omdat betrokkene weigert, deels kunnen er ook medisch inhoudelijke redenen zijn. Vanuit de VNG en de burgemeesters zijn de knelpunten van de hoorplicht neergelegd bij het Rijk. Nadat een crisismaatregel wordt opgelegd krijgt betrokkene in alle gevallen automatisch een advocaat toegewezen die betrokkene kan bijstaan. Per 2020 is ook de Wet Zorg en dwang ingegaan voor mensen met een verstandelijke beperking en/of psychogeriatrische aandoening (zoals dementie). In de Wet Zorg en Dwang blijft de maatregel in geval van acute nood de In Bewaring Stelling (IBS). De burgemeester geeft de last tot in bewaring stelling af. Hier geldt geen hoorplicht.

In 2020 is in Rotterdam 83 keer een procedure IBS gestart.

Actielijn 3 – Huisvesting Sinds de decentralisaties in het sociaal domein werken gemeente, zorgaanbieders en corporaties toe naar sociale inclusie voor iedereen. Uitgangspunt is zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk in “gewone” woningen en wijken en (dus) in de eigen sociale omgeving van mensen plaatsvindt. Het verblijf in een instelling voor beschermd wonen of de maatschappelijke opvang moet zo lang als mensen dat nodig hebben mogelijk zijn. Vloeiende doorstroom naar meer zelfstandige woonvormen vindt plaats wanneer dit op een veilige en verantwoorde manier kan. Landelijk en regionaal zijn en worden wijzigingen doorgevoerd om deze beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis mede mogelijk te maken. Meer en gedifferentieerder aanbod waaronder tussenvoorzieningen (maatregel 1) en het verder verbeteren en verduurzamen van het ambulantiseren (maatregel 3) Dankzij de inzet van betrokken partners is er in de afgelopen jaren al veel bereikt en geïnvesteerd met als resultaat een divers woonzorgaanbod. Tegelijkertijd brengen de veranderingen met zich mee dat er in toenemende mate (zelfstandige) huisvesting nodig is voor kwetsbare doelgroepen. We staan voor de uitdaging goed voorbereid te zijn op de groeiende vraag van kwetsbare Rotterdammers en om deze van passende huisvesting te voorzien.

Van belang is om te weten in welke mate de vraag gaat toenemen, met welke aantallen in de toekomst rekening moet worden gehouden en hoe het beoogde woonzorglandschap er uit ziet. Een strategie is nodig zodat

Blad:

16/38

gemeente, zorgaanbieders en corporaties gezamenlijk het wonen met zorg voor de komende jaren kunnen vormgeven. In het plan van aanpak kwetsbare Rotterdammers is aangekondigd om in een plan nader uit te werken wat er nodig is om (zo tijdig mogelijk) een passende plek voor kwetsbare Rotterdammers te realiseren, wat die passende plek is, hoe die er uit ziet en wat ervoor nodig is om die in voldoende mate te realiseren. In het plan van aanpak Wonen en Zorg voor kwetsbare Rotterdammers, dat als bijlage is meegestuurd bij deze brief, is een strategie op opvang, beschermd wonen en zelfstandig wonen met ondersteuning uiteengezet, de vraagontwikkeling en de opgave tot 2030 in kaart gebracht. Tegelijkertijd met het uitwerken en het al bekend zijn van de uitgangspunten is al reeds gestart met de uitwerking van diverse opgaven zoals het doorvoeren van een inhoudelijke kwaliteitsslag binnen de opvang. Op hoofdlijnen ziet de strategie en opgave er als volgt uit: Opvang Voor de opvang wordt ingezet op preventie en het zoveel mogelijk kunnen overslaan van opvang door het realiseren van Flexwonen en verder uitrollen van projecten zoals Housing First en Project010.

Flexwonen is een voorziening is bedoeld voor bankslapers (jongeren, gezinnen en volwassenen) die geen tot een (zeer) lichte ondersteuningsvraag hebben en die anders in de opvang terecht komen als de thuisloze situatie te lang duurt en de problemen verder verergeren. Als opvang onafwendbaar is dan zetten we in op het behouden van een stevig, kwalitatief goed en veilig vangnet van opvang, die idealiter nooit langer dan 3 maanden duurt. De ontwikkeling van het ombouwen van slaapzalen naar slaapkamers is ingezet om zo meer rust en privacy te kunnen bieden. Ook is het de ambitie om het bieden van 24uursopvang willen te behouden gezien de goede ervaringen die hiermee zijn opgedaan ten tijde van de coronaepidemie. Voor het terugbrengen van de verblijfsduur in de opvang voor volwassenen is een groter aanbod van woonvoorzieningen nodig, zoals uit de jongerenketen blijkt. Hiervoor is een uitbreiding van 160 plekken in woonvoorzieningen nodig. Pas als dit is gerealiseerd en de dooren uitstroom in deze voorzieningen op peil is, kan het aantal opvangplekken voor volwassenen worden teruggebracht. Beschermd wonen Gedurende de afgelopen jaren is een brede mix van voorzieningen ontstaan. Die diversiteit hebben we in de toekomst ook nodig, waaronder een BW+ voorziening. Verder is de inzet om BW’s zo veel als mogelijk te laten bestaan uit zelfstandig units met een eigen keuken(tje) en douche.

Jaarlijks zijn naar verwachting 3 – 5 locaties nodig ter vervanging van huidige panden mede om gewenste variëteit van BWvoorzieningen te bewerkstelligen. Het betreft dus nadrukkelijk geen uitbreiding van het aantal BW-voorzieningen maar een vervanging t.b.v. een kwalitatieve omvorming van huidige voorzieningen. Daarvoor zal zoveel als mogelijk de referentiewaarden worden benut waarmee m2 zijn voorzien voor opvang of beschermd wonen in nieuw te

Blad:

17/38

ontwikkelen complexen of wijken. De mogelijk groeiende vraag naar beschermd wonen vangen we op door de realisatie van semimurale voorzieningen. Dit is in lijn met het advies van de commissie Dannenberg om toe te werken van beschermd wonen naar beschermd thuis waarbij mensen zelfstandig in de wijk wonen. Een semimurale plek is een plek waarvoor de cliënt zelf huur betaalt en ondersteuning in nabijheid is georganiseerd. Voor het oplossen van het urgente deel van de wachtlijst voor BW geldt dat hierin wordt voorzien met de afspraken die gemaakt zijn over de realisatie van 100 BW-plekken in de regio in de komende jaren. Naar verwachting zal een deel van de cliënten op de wachtlijst BW bij een herbeoordeling ook in aanmerking kunnen komen voor een semimurale plek. Het vernieuwde woonzorglandschap met semimurale voorzieningen vergt een herziening van het Convenant HBD waarin afspraken zijn opgenomen over de realisatie van voorzieningen en de uitstroom met een urgentie. Dit zal worden gedaan op basis van de uitgangspunten die in het plan van aanpak Wonen en Zorg zijn opgenomen.

Zelfstandig wonen met ondersteuning In het geval van zelfstandig wonen met ondersteuning houden we vast aan het door de raad vastgestelde ijkpunt dat maximaal 25% van de vrijkomende woningen binnen het goedkopere segment van de sociale huurwoningen (onder de 2e aftoppingsgrens) beschikbaar is voor de huisvesting van kwetsbare groepen. De inzet is om uitstroom uitsluitend directe bemiddeling met huurzorgcontract te laten plaatsvinden zodat er grip is op waar de uitstromers terecht komen en er altijd nazorg is. Daarbij wordt de woning wel zoveel mogelijk gematcht met de wensen van de uitstromer, bijvoorbeeld dat deze zich bevindt in de wijk waar de uitstromer een (sterk) netwerk waardoor een zachte landing en inbedding in de wijk mogelijk is. Ook is het met uitsluitend uitstromen via directe bemiddeling voor woningcorporaties mogelijk om cliënten van een zorgaanbieder in één bepaald complex te plaatsen. Zo heeft de corporatie één aanspreekpunt en kan de zorg efficiënt georganiseerd worden. Wel zien we een toenemende druk op het betaalbare segment door een afnemend aanbod van vrijkomende betaalbare sociale huurwoningen.

Om dit aan te pakken is door de raad het Actieplan Beschikbaarheid in 2020 vastgesteld en zijn er begin 2021 maatregelen afgesproken met de corporaties om de doorstroming in het betaalbare huursegment te vergroten en (tijdelijk) het aanbod te vergroten, waardoor er weer voldoende nieuw aanbod vrijkomt. Als gemeente monitoren we constant de ontwikkelingen van de verschillende ijkpunten en indicatoren en sturen we bij waar noodzakelijk. Daarom zal binnen de afgesproken kaders van beschikbaarheid de mogelijke groei naar zelfstandig wonen na zorg een plek krijgen in de bredere afweging tussen beschikbaar aanbod en vraag vanuit doelgroepen. Dit laatste is ook onderdeel van gesprek met de corporaties en huurdersorganisaties rondom de prestatieafspraken. Vastgoed Het is moeilijk om aan geschikt en betaalbaar vastgoed te komen. De onlangs ontwikkelde referentiewaarden voor maatschappelijke voorzieningen bieden hiervoor ten dele een oplossing. Een projectontwikkelaar die meer dan 500 woningen gaat bouwen in Rotterdam – waaronder ook een deel uit sociale huurwoningen moet

Blad:

18/38

bestaan - moet ruimte inplannen voor onderwijs, sport, cultuur, welzijn en maatschappelijke voorzieningen nodig. Op deze manier doen zich de komende jaren zo’n 10 mogelijkheden voor de realisatie van nieuwe opvang of (beschermd) woonvoorzieningen. Per te ontwikkelen complex/wijk kijken we welke voorziening het best passend is. De mogelijkheden die zich voordoen met de referentiewaarden willen we zoveel als mogelijk benutten voor de omvorming van de opvanglocaties en de beschermd woonvoorzieningen. Herijking Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (HBD) Het Convenant HBD 2015 bouwt voort op de al langer bestaande afspraken tussen zorgaanbieders, woningcorporaties en de gemeente over de manier waarop in Rotterdam wordt omgegaan met de huisvesting voor kwetsbare personen. Daarbij wordt gestreefd naar een evenredige verdeling van de (woon)voorzieningen over de stad rekening houdend met de draagkracht van wijken en buurten. Om het draagvlak in wijken en gebieden verder te versterken is veel geïnvesteerd in procesbegeleiding en zijn er beheercommissies voor verschillende voorzieningen opgericht. Binnen deze commissies hebben de verschillende partijen afspraken gemaakt over beheermaatregelen en klachtenafhandeling ter voorkoming van overlast.

Voorzieningen die op deze manier tot stand zijn gekomen hebben nauwelijks tot geen overlast voor de buurt veroorzaakt en hebben in sommige gevallen zelfs een positieve rol gespeeld in het versterken van de leefbaarheid. De belangrijkste reden om nu het Convenant HBD uit 2015 te herijken, is om het in lijn te brengen met de uitgangspunten zoals opgenomen in het plan van aanpak Wonen en Zorg en het nieuw beoogde woonzorglandschap met o.a. semimurale voorzieningen. Uitgangspunten voor herziening van het Convenant HBD 2015 Huidig Convenant en Protocol HBD  We handhaven het protocol voor een open beschermde woonvoorziening;  We handhaven de vertrouwelijkheid van adviezen tot aan besluitvorming college;  We willen de definitie van de doelgroep aanpassen zodat deze beter passend is;  We passen het protocol eveneens toe voor opvangvoorzieningen waar mensen tijdelijk verblijven (geen eigen huurcontract en geen eigen voordeur);  Voor de realisatie van voorzieningen waar mensen zelfstandig huren (eigen huurcontract en eigen voordeur) wordt het protocol niet doorlopen;  De stedelijke verdunningsopgave actualiseren we naar een regionale opgave.

Blad:

19/38

Afwegingskader en zoneringskaart  Het afwegingskader voorzieningen (zoneringskaart), gebaseerd op de socialeen veiligheidsindex (Wijkprofiel) en plekken BW vullen we aan met plekken in Wlz-voorzieningen in het gebied;  De zoneringskaart herzien we met de meest actuele cijfers (inclusief de Wlzvoorzieningen);  Vanuit de inclusiviteitsgedachte maken we voor de zoneringskaart gebruik van neutrale kleuren.

Adviesvraag in het Protocol  Degenen die volgens het Protocol bij een specifieke locatiekeuze om advies wordt gevraagd (Stadsontwikkeling, Maatschappelijke Ontwikkeling, Directie Veilig en de gebiedsorganisatie), betrekken we beter in het adviestraject door gezamenlijk de randvoorwaarden te formuleren op grond waarvan een voorziening op een goede manier kan landen in een gebied/wijk;  De rol van de gebiedscommissies bij een specifieke locatiekeuze blijft gelijk (tot aan de oprichting van wijkraden) met dien verstande dat zij vertrouwelijk worden geïnformeerd en worden gevraagd aan te geven welke randvoorwaarden behulpzaam kunnen zijn bij de realisatie. Het is de planning om het Convenant in de tweede helft van 2021 op bovenstaande punten aan te passen in samenwerking met de deelnemende partijen in Rotterdam zodat met ingang van 2022 volgens het herziene Convenant gewerkt kan gaan worden. Housing First (maatregel 2) Eind 2020 zijn 50 deelnemers van Housing First bemiddeld naar 50 sociale huurwoningen. Een aansprekend resultaat waar de gemeente en de betrokken partners met elkaar trots op zijn. Housing First heeft een plek gekregen in het eerdergenoemd plan van aanpak Wonen en Zorg. De ambitie is geformuleerd om jaarlijks 50 deelnemers voor Housing First te bemiddelen naar een sociale huurwoning.

Deze ambitie wordt de komende tijd vertaald binnen de bredere prestatieafspraak van 650 woningen voor de directe bemiddeling van kwetsbare Rotterdammers. Aanjagen realisatie jongerenhuisvesting (maatregel 5) Realisatie van jongerenhuisvesting wordt onderdeel van het integrale plan ‘Kwetsbare jongeren 16 tot 27 jaar’ dat zich momenteel in de afrondende fase bevindt en voor de zomer met de raad wordt gedeeld. Door inzet te plegen op maatregelen voor jongeren op verschillende leefgebieden, wordt de effectiviteit van jongerenhuisvesting vergroot. Maatregelen binnen het thema huisvesting zijn gericht op het bevorderen van doorstroom, het beter matchen van woonruimte aan jongeren en een betere informatievoorziening voor professionals en jongeren. Sommige maatregelen zullen

Blad:

20/38

gelden voor specifieke doelgroepen, denk hierbij aan jongeren die moeten uitstromen uit jeugdzorg richting zelfstandig wonen. De aanpak gericht op jongerenhuisvesting werkt direct preventief op dakloosheid.

Actielijn 4 – Doorontwikkeling nacht-, gezins- en crisisopvang Speerpunt bij deze actielijn is het realiseren van meer kwaliteit, privacy en veiligheid in de opvang. Hiermee willen we stimuleren dat sneller een stap vanuit de opvang richting (zelfstandig) wonen gemaakt kan worden. Eén van de ontwikkelingen die van invloed is op de totale doorontwikkeling van de nachtopvang is de ambitie om 24uursopensteling van de opvang te behouden. Om die reden spreken we nu over een bredere ontwikkeling van de opvang dan alleen die van de nachtopvang. Uitbreiding capaciteit nachtopvang (maatregel 1) en versnellen door- en uitstroom uit de nacht- en crisisopvang (maatregel 3) De verbouwing van de opvanglocatie Noorderkanaalweg is afgerond en daarmee is de uitbreiding van 24 naar 35 plekken op deze locatie duurzaam bestendigd. Vanwege de uitbraak van het coronavirus zijn tijdelijk extra opvanglocaties geopend om te kunnen voldoen aan de 1,5 metermaatregel en om nieuwe toestroom van daklozen op te vangen. Een deel van deze tijdelijke opvangplekken is mede dankzij de succesvolle operatie versnelde uitstroom uit de opvang, waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning zijn geholpen, afgebouwd. De enige tijdelijke opvanglocatie, het schip MS Allegro (75 bedden), is nog in gebruik en de inzet is om deze locatie eind dit jaar af te bouwen.

In verband met de coronamaatregelen waarbij 1,5 meter afstand in acht genomen moet worden, is de mogelijkheid vervallen om de extra winterbedden bij de reguliere opvanglocaties in te zetten. Om die reden is voor de afgelopen winterperiode 20202021 uitgeweken naar een alternatieve locatie (de Maassilo). Met het oog op meer kwaliteit, privacy en rust (zie verder maatregel 2) wordt de 1,5 meter afstand duurzaam geborgd binnen de opvang. Er loopt nu een verkenning naar hoe we voor de komende winterperiode 2021-2022 de winterkouderegeling het beste kunnen uitvoeren. In het najaar zult u hierover nader geïnformeerd worden. Tot slot werken we – in lijn met de landelijke ambitie – toe naar dat cliënten maximaal drie maanden in de opvang verblijven. Voor de crisisopvang jongeren voldoen we hier reeds aan. Om dit voor de volwassenen te realiseren is, naast de inzet van de versnellingstafels, de ontwikkeling van nieuwe doorstroomlocaties medebepalend. Hoe beter de doorstroom is, des te minder opvangcapaciteit nodig is. Via het bovengenoemd plan van aanpak wonen-zorg zal ingezet worden op de uitbreiding van de doorstroomvoorzieningen.

Blad:

21/38

Verbeterslag in kwaliteit (maatregel 2) Sinds medio maart 2020 zijn alle nachtopvanglocaties ook overdag geopend. De ambitie is om 24-uurs openstelling naar de toekomst toe te behouden. De eerste ervaringen laten zien dat deze openstelling een bijdrage levert aan meer rust en meer gelegenheid geeft om passende begeleiding te bieden en sneller toe te werken naar een vervolgstap. Daarnaast is een transitie ingezet van grote slaapzalen naar een ‘slaapkamergevoel’ met daarbij meer afstand, rust en privacy (nachtopvang nieuwe stijl). Door het bestendigen van de 1,5 meter afstand en het plaatsen van ‘bedmeubels’ hebben de opvanglocaties daar een mooie stap in gezet. Inmiddels zijn 175 bedmeubels gerealiseerd. Aan het eind van de zomer staan zijn ze op vrijwel op alle opvanglocaties. In het verlengde van de 1,5 metermaatregel en de bedmeubels streven wij ernaar om de opvanglocaties uit overwegend vierpersoonskamers te laten bestaan. Samen met de opvangaanbieders verkennen we nu op locatieniveau welke aanpassingen nodig zijn om dit voor alle nachtopvanglocaties te realiseren. Ook wordt hierbij bekeken of het voor alle locaties mogelijk is om deze transformatie binnen het bestaand vastgoed te realiseren. Om deze ambitie te realiseren nemen we de tijd tot 2026.

In het kader van de verbeterslag in kwaliteit verkennen we momenteel de mogelijkheden om een verdere differentiatie aan te brengen in de opvanglocaties. Een eerste stap hierin is gezet met de vrouwenopvanglocatie die vorig jaar is gerealiseerd. De bedoeling van deze differentiatie is dat we enkele locaties specifiek beschikbaar maken voor bepaalde doelgroepen of voor groepen cliënten met een gelijksoortige ondersteuningsvraag. We verwachten daarmee de geboden ondersteuning af te kunnen stemmen op de ondersteuningsvraag. Verder zijn we op dit moment in een ver gevorderd stadium met een opvanglocatie waar ook huisdieren kunnen verblijven. Hiervoor is een geschikte locatie op het oog waar met een kleinschalige pilot gestart zou kunnen worden. In de tweede helft van 2021 willen we een eerste cliënt met huisdier opvangen. Online reserveringssysteem in de nachtopvang (maatregel 3) In het najaar van 2020 is binnen de nachtopvanglocaties gestart met een centrale ‘aanmeldlijst’, om te zorgen dat alle nieuwe CO-pashouders sneller en eenduidiger toegeleid worden naar beschikbare plekken. Met deze centrale werkwijze hoeven cliënten niet meer meerdere opvanglocaties af te gaan voor een beschikbare plek; zij worden actief benaderd door de locatie waar een plek vrij is. De ervaringen zijn positief. We zien een snelle plaatsing van cliënten op een vast bed in de opvang.

Op dit moment is er een werkvoorraad van circa 10 personen, al deze mensen zijn voorzien van een tijdelijk bed of zijn benaderd voor een bed maar hebben dit om diverse redenen afgewezen.

Blad:

22/38

Sinds corona zijn we voor alle opvanglocaties gestart met vast bedbehoud. De cliënt krijgt een vast bed op een opvanglocatie toegewezen en kan hier iedere avond gebruik van maken. De ervaringen met de aanmeldlijst en vast bedbehoud zijn positief. Het geeft duidelijkheid, rust en meer inzicht in de verdeling van de beschikbare opvangplekken. Deze werkwijze willen we dan ook borgen. Ter ondersteuning van dit proces is in het eerste kwartaal van dit jaar gestart met een onderzoek naar de verbetermogelijkheden in de registratie. In de tweede helft van dit jaar zal op basis van het verbetervoorstel duidelijk worden welke aanvullende aanpassingen er nodig zijn in het bioscoopsysteem voor de registratie van de bedden in de opvang. Vergroten GGZ-expertise in de opvang (maatregel 4) Omdat een groot deel van de dak- en thuisloze volwassenen binnen de opvang ook met GGZ-problematiek kampt, is verkend op welke wijze rond dit thema nog verbeterslagen gemaakt kunnen worden. Voor een deel van deze groep hebben wij gezien dat de huidige opvang voor volwassenen en zwerfjongeren zeer ongeschikt is om daar te verblijven. Het gaat om mensen die als gevolg van ernstige GGZproblematiek voor grote onrust in de opvang zorgen, of die juist door deze problematiek zelf de opvang vermijden en erg kwetsbaar zijn. Hiermee is de opvang voor deze mensen geen passende plek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c51834ff-e4c0-4b53-97b9-65e9c1e2f3ec