CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb8076 Bijlage 6 behorende bij 21bb7796 over Rapportage Samenleven in de superdiverse stad

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.7 Tweeminutendebat over 'Voortgang actieprogramma 'Relax. Dit is Rotterdam' en Rotterdam tegen racisme en discriminatie, aangevraagd door het lid Hoogwerf.36.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een lager tot gemiddeld opgeleide respondent zonder migratieachtergrond: “Misschien om op die religie terug te komen, elkaars kerk openstellen voor elkander. Of daarop gereageerd gaat worden, ik ben bang van niet…” Een respondent met een Joodse achtergrond: “Ik denk dat soort ontmoetingscentra een belangrijke rol kunnen spelen, alleen de huidige buurthuizen trekken inderdaad alleen maar een bepaald segment aan, die niet die andere vormen van vertier hebben.”

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

56

En een andere: “Maar ja, weet je, net ook die Opzoomerfeesten. Je hebt een bepaalde soort, die daar op afkomt, die zich daarvoor openstelt, maar er is natuurlijk ook een heel groot deel die thuis op de bank blijft zitten of in de moskee of in de kerk of weet ik veel waar, die daar geen behoefte aan heeft. Maar die wonen ook in deze buurten, dus ja, het is lastig.” Deze respondent steekt ook wel de hand in eigen boezem, door te vertellen dat ze pas sinds ze een hondje heeft weet wie er bij haar in de straat wonen. “Ik ging altijd naar mijn werk en dan kwam ik terug en dan deed ik in het weekend dingen met de mensen die ik leuk vind, die ik heb uitgekozen als mijn vrienden of familie”. Ze roept de vraag op: “Wat is je samenleving? Wat past daarin om nader tot elkaar te komen?” De hierboven genoemde Joodse respondent die ontmoetingscentra bepleit ziet het wel als een gemiste kans dat de kwesties waar het samenleven ernstig schuurt niet besproken worden: “Ik heb natuurlijk ook in de dialoog-industrie rondgelopen. En de vraag is: waar praat je over? Praat je over dingen die niet gevaarlijk zijn, die niet spannend zijn of kun je ook die dingen bespreken die dat wel zijn? En ik heb het idee dat in de dialoogwereld vermeden werd om over de hete hangijzers te spreken. En dan heeft het geen effect.

Dat soort gesprekken, waarin we echt praten over de fundamentele levensopvattingen die verschillen en dan toch proberen in dezelfde wijk te leven, dat heb ik niet zien gebeuren in die dialoogwereld.” Advies 3: Bestrijd eerst de armoede Gevraagd naar het bevorderen van de sociale cohesie merken twee respondenten op dat inkomen of gebrek daaraan een grote rol speelt. Een respondent uit de gemengd opgeleide groep met een migratieachtergrond wijst op armoede: “Wat ook wel heel erg speelt in Rotterdam is de armoede. En als jij geen geld hebt en je zit bij de Voedselbank of weet ik veel wat, je zit in de schuldsanering, dan staat je hoofd er ook niet naar denk ik om dan gezellig met de buren iets leuks te gaan doen.” Dit is ook de mening van een hoger opgeleide respondent zonder migratieachtergrond: “Wat ervoor nodig is, is voor mij in ieder geval echt wel sociale zekerheid en sociaal beleid en dat mis ik wel heel erg”. Een huis kunnen kopen, meer buurtvoorzieningen en respect voor elkaar vindt zij beslist van belang “maar dat is ook wel een soort bepaalde luxepositie waar je dan in zit”. Ze vertelt over een buurtgenoot die tegenslag op tegenslag te verwerken kreeg en deze mensen zouden zich niet ook nog eens veel zorgen moeten maken over de basisvoorzieningen. Ze noemt als voorbeeld “dat je kunt blijven wonen waar je woont, dat je kinderen naar een goede school gaan.

Dat je bijvoorbeeld naar het ziekenhuis kan en geen €400 eigen risico. Dat zou voor mij echt op nummer één staan als ik zou moeten zeggen wat er nodig is.” Deze respondent heeft een hekel aan het woord armoedebestrijding want “je bestrijdt kakkerlakken, en armoede hoef je helemaal niet te ‘bestrijden’, dat begint bovenaan waar het verdeeld wordt in Den Haag.” Zij vindt dat de voedselbank niet zou mogen bestaan en dat de menselijke maat terug moet. Schulden zijn een verdienmodel geworden en als iemand de huur niet kan betalen wordt er geen oplossing gevonden maar wordt iemand zijn huis uitgezet: “Het is mensonterend en wij zouden ons in dit rijke land kapot moeten schamen,” aldus deze respondent.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

57

Andere respondenten zijn niet zo expliciet over armoede, maar diverse respondenten wijzen wel op de vele sociale problemen waar sommige Rotterdammers mee te maken hebben. Advies 4: Begin bij jezelf Een respondent uit de groep lager en middelbaar opgeleide vrouwen met een migratieachtergrond antwoordt op de vraag wat de gemeente Rotterdam kan doen: “Ja, wat moeten ze doen? Ja, ik vind gewoon dat het bij jezelf moet beginnen. Ik bedoel, als jij dat racisme en discriminatie niet hebt, dan is er al zoveel verschil op de aarde. (…). Dus ik vind dat gewoon iedereen een is en elkaar gewoon respecteert, dan heeft iedereen het gewoon naar zijn zin. En er gaat elke keer weer wat komen. Nu is het met Zwarte Piet, volgende keer is het met dat. Het blijft komen. Ik vind dat het bij jezelf moet beginnen, het begint bij jezelf.” Dit wordt ook in de groep respondenten met een migratieachtergrond en een gemengd opleidingsniveau naar voren gebracht. Een respondent zegt: “De houding van elkaar in de waarde laten, ik denk dat dat ook wel verbindt.” Mensen kunnen leren inclusiever te gaan denken: ze kunnen het gewoon opzoeken als ze iets over de ramadan willen weten, en ze hoeven niet denigrerend te doen als ze je naam niet goed uit kunnen spreken.

Een andere respondent brengt naar voren dat ze zelf ook meer rekening met elkaar kunnen houden: “We hebben het over respect, maar we moeten ook rekening houden met elkaar. Je kan respect hebben, maar als de buurvrouw bijvoorbeeld zegt van: ‘Joh, zou het iets zachter kunnen?’, dat je dan niet gelijk gaat van: ‘Het is mijn huis!’ en weet ik veel wat.” Ook een lager of middelbaar opgeleide respondent zonder migratieachtergrond zegt dit: “Kijk, als je een vooroordeel hebt, maar je toetst nooit of dat waar is, dan zal je oordeel ook nooit veranderen en dan ben je nog steeds gepolariseerd. En als je gewoon misschien een andere cultuur leert kennen, echt een totaal vreemde cultuur dan die van jezelf, dan leer je ook meer begrip voor elkaar hebben.” Kortom, deze respondenten denken dat het er mee begint zelf verdraagzaam te zijn. In de groep respondenten met een Joodse achtergrond wordt geopperd dat de gemeenschap zelf iets kan doen om de kwalijke trend die ze constateren te keren. Zij zouden zich niet weg moeten laten drukken maar juist meer ruimte op kunnen eisen om hun religie en cultuur te laten zien. Om ook te tonen: ‘wij zijn hier’. Wat dit volgens respondenten wat lastiger maakt is dat de joodse gemeenschap getalsmatig klein is, en ook dat joods zijn bovenal een religie is. Anderen kennis laten maken met je cultuur kan bijvoorbeeld door festivals of culture optredens.

Maar op kennis maken met een religie, zo schat men in, zit men niet te wachten. Overigens denken ze ook dat de gemeente een rol kan spelen door de Joodse cultuur in de publieke ruimte ‘te boosten’. Tot slot vindt een respondent in deze groep dat er gewerkt moet worden aan een joodse school: “Alleen met joods onderwijs kun je een joodse toekomst borgen.” Advies 5: Verbeter bepaalde buurten door gemengde huizenbouw en het verbeteren van de leefomgeving Ten slotte wijst een aantal respondenten op het anders inrichten van de leefomgeving. Ten eerste is er de mogelijkheid om door anders te bouwen verschillende groepen naast elkaar te laten wonen. Hoger opgeleide respondenten met een migratieachtergrond zien zowel voor- als nadelen van het opknappen van wijken.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

58

Een respondent in deze groep geeft aan dat het voor gewone mensen onmogelijk wordt om in de stad te blijven wonen: “Vooral voor starters of mensen die net zijn afgestudeerd is het gewoon niet haalbaar om daar überhaupt iets te kunnen kopen, vooral niet in de buurt van het centrum. Zelfs in Zuid is het niet meer normaal (…) dat is eigenlijk discriminatie op de Rotterdammer, weet je. Zeg maar de opkomende middenklasser. Laat ik het zo zeggen, vroeger toen hadden we het niet te breed, maar je kon gaan studeren, een woning kopen weet je wel, dingetjes doen. Nu moet ik als ondernemer diep in mijn zak gaan voor mijn kinderen, anders hebben ze geen woning.” Er zijn posters in de stad te zien met de oproep leraar te worden in Rotterdam, terwijl een single leraar hier volgens deze groep nauwelijks een betaalbare woning kan vinden. Een andere hoger opgeleide respondent met een migratieachtergrond vraagt zich af waar de mensen blijven: “Er worden gewoon bijna hele delen woonwijken weggevaagd en er worden nieuwe, duurdere huizen neergezet. Aan de ene kant is het misschien wel goed dat de wijk iets verbetert, maar aan de andere kant: waar gaan die mensen dan naartoe? En ik had ook gehoord over al die plannen van Rijnhaven en dan heb ik wel zoiets: we zijn niet hier in het Gooi of in Amsterdam, dit is toch wel een ander soort publiek.

Waarom doe je nu zulke verschrikkelijk dure huizen hier bouwen? Een jachthaven, even serieus, wie zit daarop te wachten?” Een bewoner met een Joodse achtergrond ziet het bouwen van duurdere koopwoningen juist als een goede manier om een wijk te verbeteren: “Gewoon veel meer koopwoningen bouwen in de binnenstad. En sociale woningbouw verder naar buiten schuiven. En dat klinkt misschien niet zo lief, maar dat maakt het wel gewoon veiliger, leuker en ander publiek.” Ook een tweede respondent in deze groep vindt dat “het grote probleem ontstaan is dat dat bij elkaar schoolt” en dat je meer diversiteit krijgt in een wijk met andere bouw. Deze persoon noemt als voorbeeld Schiebroek: “Naast een gedeelte waar vluchtelingen zijn opgevangen maar ook gewoon dure koopwoningen zijn. En op zich is Schiebroek gewoon een prima buurt om te wonen, te leven.” Hillegersberg is er volgens deze respondent op dezelfde manier op vooruit gegaan. “Daar had je vroeger een wijk die heette de 110-Morgen. Vroeger waren dat gewoon arbeidersflats, die in de jaren 60 zijn opgebouwd.

En daar hebben ze opgegeven moment allemaal vluchtelingen in gezet, asielzoekers, nou ja, Somaliërs, van alles! Dat was natuurlijk tegen het zere been van een heleboel Hillegersbergse mensen, die heel veel geld voor hun woning … Nou, daar hebben ze de helft platgegooid en dat is een hele leuke wijk geworden, waar toch ook nog wel wat allochtonen wonen in de sociale woningbouw in de oude blokken met flatgebouwen van voorheen. Maar ook hele mooie nieuwe appartementen, waar jonge mensen of jonge gezinnen wonen en dat is eigenlijk wel prima om te leven. Dus ik denk dat dat op gegeven moment de oplossing zou kunnen zijn, dat er veel meer spreiding zal moeten zijn. Dat het voor iedereen wat leefbaarder…” Een andere respondent in deze groep vindt het wel te ver gaan: “Er kunnen ook zeg maar gewoon echte Rotterdammers niet meer wonen. Iedereen wordt een soort van verbannen naar Pendrecht of weet ik veel. En ik vind dat ook niet helemaal goed. Op gegeven moment dan krijg je zo een hele bende van die bakfietsmoeders met linksgedraaide organische cappuccino's. Ja weet je, ik denk dat we daar in Rotterdam ook niet op zitten te wachten. Ja, ik denk dat er best wel een gulden middenweg is.”

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

59

Een tweede advies naar de gemeente toe betreft het schoonhouden en opknappen van de buitenruimte, en om bewoners daarbij te betrekken. In dit kader wordt ook het Opzoomeren genoemd. Een hoger opgeleide respondent zonder migratieachtergrond: “Als je leefomgeving mooi is, dan worden mensen trots op hun omgeving, gooien minder troep op straat, er is meer contact op straat, dus dat heeft heel veel impact op van alles en nog wat. Ook op tolerantie, ook op eenzaamheid. Op heel veel dingen. Groen is ontzettend belangrijk.” Een respondent met een Joodse achtergrond verwijst naar een studie die in Utrecht gedaan is: “Mensen zouden met elkaar praten als de sfeer schoon en netjes is, maar als je één stuk afval neemt en je plaatst het tussen de mensen, mensen worden bang van elkaar.” Een andere hoger opgeleide respondent zonder migratieachtergrond denkt dat meer groen in de stad een manier kan zijn om mensen elkaar te laten ontmoeten. Dit in tegenstelling tot meer musea of buurthuizen, waarbij iedereen in zijn eigen groep blijft.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

60

7Samenvatting en conclusies 7.1. Inleiding Rotterdam is een superdiverse stad. Als eerste gemeente van Nederland is er geen sprake meer van één meerderheidsgroepering in de stad. Het samenleven in de superdiverse stad gaat grotendeels goed. Toch zijn er ook zorgen: het gaat niet vanzelf. Uit de meest recente Omnibusenquête (Gemeente Rotterdam, OBI, 2020) blijkt dat de meeste Rotterdammers het wonen in een diverse stad als prettig ervaren. Een deel van hen is echter niet zo positief. Dat is vooral het geval als mensen zich niet meer thuis voelen in hun wijk en hun buurtgenoten niet meer kennen (Gemeente Rotterdam, 2020b). Ook is de acceptatie van een andere cultuur, religie, gender of seksuele oriëntatie niet voor iedere Rotterdammer vanzelfsprekend. Een aanzienlijk deel van de Rotterdammers ervaart discriminatie (Gemeente Rotterdam, OBI, 2020). Daarom zet de gemeente Rotterdam met het actieprogramma Relax Rotterdam in op het bevorderen van ontspannen samenleven. Het is immers de bedoeling dat alle Rotterdammers – ongeacht etnische achtergrond, religie, seksuele oriëntatie of sociaaleconomische status – zich thuis voelen in de stad.

Om meer inzicht te krijgen in de onderlinge verhoudingen tussen verschillende groepen, en om van haar inwoners te horen hoe het ontspannen samenleven bevorderd kan worden, heeft de gemeente Rotterdam Labyrinth Onderzoek & Advies de opdracht gegeven om een kwalitatief onderzoek uit te voeren. In deze rapportage wordt verslag gedaan van dit verdiepende onderzoek. Tussen juli en oktober 2020 zijn we voor het verhaal achter de cijfers in acht focusgroepen in gesprek gegaan met verschillende groepen Rotterdammers. In totaal hebben we met 47 Rotterdammers met uiteenlopende achtergronden gesproken. Ondanks dat er op diverse punten is afgeweken van de initiële onderzoekopzet (twee extra groepen respondenten met een migratieachtergrond) is het gelukt om een redelijk evenwichtige spreiding te realiseren wat betreft opleidingsniveau en leeftijd. Ook zijn conform de wens van de gemeente onder meer de vier grootste migrantengroepen en Syrische statushouders die recent in Rotterdam zijn komen wonen binnen de focusgroepen vertegenwoordigd. Zie voor de achtergrondkenmerken van de respondenten bijlage A. In de opzet van het onderzoek is uitgegaan van acht unieke groepen, die verder opgedeeld zouden worden op basis van opleidingsniveau, en – in het geval van lager tot middelbaar opgeleiden – leeftijd. Dat is minder goed gelukt.

Het bleek te lastig om tijdens de pandemie voldoende deelnemers te werven én deze keurig over de groepen te verdelen. Zowel de werving als de focusgroepbijeenkomsten zijn voornamelijk online uitgevoerd, hetgeen een belemmering vormde voor het werven van deelnemers. We hebben uiteindelijk deelname door meer mensen verkozen boven kleinere maar beter afgebakende of evenwichtiger samengestelde groepen. Daardoor is er bij enkele groepen met respondenten met een migratieachtergrond niet aan het criterium opleidingsniveau en leeftijd vastgehouden, deze lopen daar door elkaar. Een brede vertegenwoordiging van diverse achtergrondvariabelen is wel goed gelukt en daarmee is recht gedaan aan de veelstemmigheid van de bewoners van Rotterdam.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

61

7.2. Thuis in Rotterdam De meeste respondenten voelen zich thuis in de diverse stad Verreweg de meeste Rotterdammers die meededen zeggen een enorme verbondenheid met Rotterdam te voelen. Uit de voorbeelden die ze noemen spreekt een diepe liefde voor de stad. De respondenten zijn ook trots op hun stad, met alle bruggen over de Maas en de vele aparte architectuur. Rotterdammers zijn volgens de respondenten sociaal, hulpvaardig en recht door zee. Ze trekken hun mond open en zijn wat directer dan andere Nederlanders. Je weet daarom wel meteen wat je aan ze hebt. Daarnaast zijn Rotterdammers aanpakkers die bij problemen aan de slag gaan. Ook typeert het de Rotterdammer dat deze goed kan omgaan met diversiteit, zo zeggen de respondenten. Ze ervaren diversiteit als een verrijking Dat Rotterdam een superdiverse stad is vindt een ruime meerderheid van de respondenten een verrijking. Als iedereen hetzelfde zou zijn zou dat saai zijn. De diversiteit is interessant, leerzaam, maakt je bewust van je eigen gewoonten en alle kleuren en geuren samen maken van Rotterdam een bruisend geheel. Menig Rotterdammer met een migratieachtergrond voelt zich juist vanwege de diversiteit meer thuis in Rotterdam, en de Syrische nieuwkomers ervaren hierdoor een zachte landing in de stad.

Dat Rotterdam steeds diverser wordt vinden de respondenten ofwel vrij gewoon of juist wel goed omdat dan niet één groep overheerst.

7.3. Jezelf kunnen zijn in Rotterdam Verreweg de meeste respondenten geven aan dat zij zichzelf kunnen zijn in Rotterdam en hun leven kunnen inrichten zoals zij willen. Ze voelen de vrijheid om hun identiteit uit te dragen en voelen zich over het geheel genomen veilig in de stad. Bij twee groepen bewoners lijkt dit echter anders te liggen, en heeft onverdraagzaamheid van anderen meer invloed op hun leven. LHBTI-ers zouden niet zichzelf kunnen zijn De ene groep die niet zichzelf zouden kunnen zijn in de stad zijn de LHBTI-ers. Deze groep is in dit onderzoek niet meegenomen, en er zijn in het onderzoek ook geen vragen gesteld over gender of seksuele oriëntatie. Echter, in alle focusgroepen is wel door een respondent aangegeven dat homo’s of transgenders niet of minder goed zichzelf kunnen zijn in Rotterdam. Er worden in verschillende groepen ook voorbeelden gegeven van agressie tegen homo’s, vooral door jongeren en vooral in het stadscentrum. De enige respondent in het onderzoek die aangeeft homoseksueel te zijn zegt dat hij het gevoel heeft erg rekening te moeten houden met anderen en niet 100% zichzelf te kunnen zijn. Respondenten met een Joodse achtergrond voelen zich onveilig in het stadscentrum De andere groep die niet zichzelf kan zijn, zijn de respondenten met een Joodse achtergrond.

Deze respondenten voelen zich door incidenten die zijzelf of anderen in hun directe omgeving meemaken in toenemende mate onveiliger in de stad. Deze incidenten variëren van gescheld of een hakenkruis op je auto tot dreigementen en fysiek geweld. Er wordt ervaren dat het antisemitisme in de stad de laatste tien tot vijftien jaar is toegenomen. Met name in het centrum en een aantal andere wijken waar grote concentraties moslims wonen hebben de respondenten hier last van. Religieuze respondenten verbergen kenmerken die op het joodse geloof wijzen als ze zich in bepaalde delen van de stad bewegen: hun keppeltje gaat af en davidster wordt onder kleding verborgen. Ze zijn zich steeds bewust van veiligheidsrisico’s en anticiperen daar ook op. Een aantal respondenten is vanwege het antisemitische klimaat uit het centrum verhuisd of heeft verhuisplannen. Een van de respondenten overweegt hierdoor uit Nederland te vertrekken. Respondenten in deze groep stellen dat als het tij niet snel keert, er geen toekomst meer is voor de joodse gemeenschap in Rotterdam. Vanwege de geschiedenis wordt het feit dat joden zich ‘moeten verbergen’ als extra pijnlijk ervaren, en ook viel het woord ‘exodus’ uit de stad. Het is op basis van

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

62

dit onderzoek niet bekend in hoeverre deze ervaringen breed gedeeld worden in de joodse gemeenschap in Rotterdam, maar het geluid is zeer zorgelijk. Menen voorzorgsmaatregelen te moeten nemen voor je veiligheid staat in ieder geval in schril contrast met de notie van ’ontspannen samenleven’.

7.4. Samenleven in een superdiverse stad Mate van contact met Rotterdammers met een andere achtergrond varieert Verreweg de meeste Rotterdammers – ook de Syrische statushouders – hebben vanuit hun buurt, werk of opleiding contact met allerlei soorten Rotterdammers. Je komt elkaar nou eenmaal tegen en kunt niet om bewoners met andere achtergronden heen. Sommige respondenten wonen en werken tussen de bewoners met een andere achtergrond dan zij zelf, terwijl anderen meer in hun eigen ‘bubbel’ verkeren en alleen functioneel contact hebben. Een lager of middelbaar opgeleide respondent zonder migratieachtergrond raakt een relevant punt met de vraag: “We leven allemaal wel met elkaar in harmonie, maar in hoeverre kruisen onze wegen elkaar privé?” In zes groepen worden opmerkingen gemaakt in de trant van ‘soort zoekt toch soort’: je collega’s of buren kun je niet kiezen, maar voor innige vriendschappen trekt men toch toe naar mensen met dezelfde achtergrond. Het samenleven in de diverse stad gaat niet vanzelf Hoewel er in dit onderzoek geen heel kritische geluiden naar voren kwamen over de diverse samenleving an sich gaat het samenleven niet vanzelf. Veel mensen passen zich aan of hebben het gevoel zich aan te moeten passen.

Er blijkt er best wat onbegrip te zijn over elkaars gebruiken, maar de teneur is daarbij toch vooral die van kleine irritaties: moet dat nou zo, ik snap dat niet, mag het wat minder? Daar waar het op dit terrein echt ontzettend irriteert en tot spanningen leidt lijkt het veelal te gaan om het afkeuren van andermans geloof of leefwijze, of het opdringen van de eigen overtuigingen. Er is niet een specifieke groep die dit zou doen en voorbeelden variëren van ‘je tot de islam moeten bekeren’ tot juist ‘je hoofddoek af moeten doen’. Ongewenste adviezen over hoe jij je leven moet leven worden niet gewaardeerd, en dat geldt ook voor normstellende opmerkingen zoals ‘zo zou ik nooit kunnen leven’. Het is volgens de respondenten geven en nemen als je dicht op elkaar woont en het samenleven vergt van iedereen aanpassingen. Als gevraagd wordt naar wrijving bij het samenleven benadrukken respondenten met een migratieachtergrond vooral de verschillen tussen henzelf en Rotterdammers zonder migratieachtergrond. Het lijkt er daarbij op dat niet het feit dat de muziek zachter moet het probleem is, maar de tekst die erbij vergezeld gaat: ‘Zo hoort dat in Nederland’. Respondenten met een migratieachtergrond benoemen ook onverdraagzame of onwetende opmerkingen van ‘witte’ Nederlanders.

Verschillende respondenten geven aan dat zij steeds minder bereid zijn om hun gebruiken of visie tot in den treure uit te moeten leggen. Voor informatie over de ramadan of wat er tegen Zwarte Piet is verwijzen ze naar het internet: google dat zelf maar. Ook geven enkele respondenten aan het zat te zijn verantwoording af te moeten leggen over zaken waar zij persoonlijk niets mee te maken hebben, zoals terroristische aanslagen door radicale moslims of het beleid van de staat Israël. Er worden ook wel botsingen tussen bewoners met verschillende migratieachtergronden genoemd, maar in veel mindere mate. Respondenten zonder migratieachtergrond hebben deels ook het gevoel zich te moeten aanpassen, en dan vooral aan de veranderende wereld om hen heen. Sommigen van hen ervaren bepaalde gebruiken als storend en overdreven, bijvoorbeeld het luide getoeter bij bruiloften van Rotterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond: ‘Is dit nu echt nodig en kan het ook wat minder?’ Enkele respondenten vinden dat sommige mensen zich niet netjes gedragen, bijvoorbeeld rondhangen, machogedrag of afval niet op de juiste manier aanbieden. Ze benadrukken daarbij dat het steeds om ‘mensen uit een bepaalde doelgroep gaat’, maar dat ze niet de hele groep als zodanig verantwoordelijk houden: het zijn individuen die het ook verpesten voor anderen uit deze groep.

Het zijn met name de lager tot middelbaar opgeleide respondenten zonder migratieachtergrond die dit uiten. Hoger opgeleiden herkennen dit ook wel maar zien een en ander meer in de context van de gemarginaliseerde positie waarin veel medeburgers met een migratieachtergrond verkeren. Respondenten met een Joodse achtergrond spreken zich het felst uit en voelen zich niet vrij om openlijk joods te zijn.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

63

Verschil tussen groepen bij de acceptatie van diversiteit Respondenten met een migratieachtergrond laten zo op het oog het meest acceptatie van de bestaande situatie zien. ‘Leven en laten leven’ lijkt in de vier groepen respondenten met een migratieachtergrond het voornaamste motto. Ze begrijpen sommige gebruiken of gewoontes van anderen niet altijd, maar dat zou andersom ook best het geval kunnen zijn. Aangezien ze zelf ook geaccepteerd willen worden laten ze de ander bij irritaties of onbegrip maar met rust. Er is in deze groepen geen verschil tussen uitspraken van mannen en vrouwen of tussen lager of hoger opgeleiden waar te nemen. Ook de Syriërs laten ditzelfde geluid horen: wij moeten respect hebben voor elkaars cultuur. Onder de respondenten zonder migratieachtergrond zien we wat meer verschillende geluiden. Sommigen vinden de diversiteit superleuk en zoeken deze bewust op. Anderen krijgen er door hun werk of waar ze wonen gewoon mee te maken. Zij willen over het algemeen wel tolerant zijn, ook als hen dat wat eigen speelruimte kost. Er zijn echter grenzen aan de tolerantie en die liggen daar waar bestaande verworvenheden worden aangetast. Als voorbeelden worden gegeven: geen hand geven aan vrouwen, afkeuren homoseksuele relaties en het naroepen van of sissen naar (jonge) vrouwen in korte (sport)broek of jurk.

Moeite met diversiteit zien we het meest bij de lager tot middelbaar opgeleide respondenten. Een respondent in deze groep vindt dat mensen met een migratieachtergrond wel heel veel ruimte innemen voor hun culturele gebruiken en verdenkt hen zelfs van misbruik maken van de Nederlandse vrijheid (dat bruiloftsgetoeter mag in de landen van herkomst vast niet in die mate). Een ander vindt juist dat mensen met een migratieachtergrond te veel bediend worden (bijvoorbeeld door folders in de eigen taal). Bij een enkeling heerst wrevel over het ‘moeten aapassen’ aan tradities van Rotterdammers met een migratieachtergrond (bijvoorbeeld ‘winterfeest’ in plaats van ‘kerstfeest’) terwijl deze zich niet willen aanpassen aan de Nederlandse tradities zoals bijvoorbeeld de ophef rond Zwarte Piet laat zien. Wanneer over diversiteit gesproken wordt, gaat blijkt dat vaak nog gedacht wordt in een tweedeling tussen Rotterdammers met en zonder migratieachtergrond. Een respondent vertelt bijvoorbeeld dat alle culturen in de stad goed met elkaar overweg kunnen, maar uit het vervolg van haar relaas blijkt dat Rotterdammers zonder migratieachtergrond daar niet bij horen. En een ander spreekt over Rotterdammers, Turken, Antillianen, Kaapverdianen et cetera, ook al heeft ze kort daarvoor aangegeven dat bewoners met een migratieachtergrond gewoon Rotterdammers zijn.

Er lijkt nog steeds sprake van ‘wij-zij’ denken.

7.5. Ervaren discriminatie, racisme en antisemitisme Volgens de respondenten gaat het samenleven best goed, maar is er zeker ook sprake van discriminatie. We gaan in dit onderzoek uit van het gevoel gediscrimineerd te zijn, en niet van feitelijk aangetoonde discriminatie. Discriminatie is immers vaak lastig te bewijzen. Als mensen zich gediscrimineerd voelen dan is dit in de context van ontspannen samenleven een belangrijk gegeven. Tegelijkertijd lijken sommige respondenten wat meer ontspannen met mogelijke discriminatoire incidenten om te gaan en wat meer te denken dat je dit toch altijd wel hebt, terwijl anderen zich ernstiger opwinden of zich meer bedreigd voelen. We moeten ervoor waken te denken dat de ervaringen van de eersten dus ook minder ernstig zijn. Mate van ervaren discriminatie verschilt per opleidingsniveau Dat er sprake van discriminatie is, wordt in alle respondentgroepen benoemd. De mate van ervaren discriminatie verschilt erg per groep. De hoger opgeleide respondenten zonder migratieachtergrond ervaren helemaal geen discriminatie. Zij zijn wel getuige van discriminatie van mensen met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld op hun werk. In de groep met uitsluitend hoger opgeleide respondenten met een migratieachtergrond benoemt opvallend genoeg niemand eigen ervaringen met discriminatie. Ze voelen zich welkom en geaccepteerd.

Zij wijzen echter wel op de ervaringen van anderen die lager opgeleid zijn, bijvoorbeeld op jongeren met een migratieachtergrond die geen stageplaatsen kunnen vinden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ze zelf nooit iets meegemaakt hebben, maar schijnbaar springen de ervaringen van anderen meer in het oog.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

64

De lager en middelbaar opgeleide respondenten met een migratieachtergrond benoemen overwegend discriminatie door witte Nederlanders, zowel in de openbare ruimte als op de werkvloer als bij instellingen waar ze klant van zijn. Er worden in alle gesprekken met respondenten met een migratieachtergrond slechts twee voorbeelden gegeven van discriminatie door mensen met een andere migratieachtergrond dan die van henzelf. Vanuit de lager en middelbaar opgeleide respondenten zonder migratieachtergrond komen ook voorbeelden naar voren van ervaren discriminatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om dik zijn (fat shaming) en om het hebben van tatoeages. Ook wordt in meerdere groepen benoemd dat het steeds duurder worden van de stad de gewone Rotterdammer discrimineert. Joodse Rotterdammers ervaren antisemitisme, en dan vooral – maar niet uitsluitend – door islamitische bewoners. Rotterdammers erkennen ook hun eigen vooroordelen Diverse respondenten geven ook blijk van eigen vooroordelen en stereotypen. Uit de voorbeelden die men geeft blijkt dat men vooral in stereotypen denkt (‘typisch iets voor een Marokkaan’). Toch is er geen enkele groep die een bepaalde andere groep als geheel wegzet als probleemgroep. Het gaat om individuen en niet om groepen, om het gedrag en niet om de afkomst. De Black Lives Matter-beweging kan op veel sympathie rekenen.

Het minste begrip van en voor deze beweging is er onder laagopgeleide respondenten zonder migratieachtergrond. Echter: discriminatie wordt door iedereen afgekeurd.

7.6. Ontspannen samenleven bevorderen Het met elkaar samenleven in de superdiverse stad gaat best goed. Zowel lager als hoger opgeleide respondenten met en zonder migratieachtergrond vinden overwegend dat ze hun leven goed kunnen leven in de stad. Het samenleven vraagt wel om aanpassen, en wrijving en spanning is er zeker. Vooral als het aankomt op afkeurende opmerkingen ten aanzien van de eigen leefwijze of het moeten inleveren van verworven vrijheden (al dan niet vermeend) botst het. Toch stellen de meeste mensen zich mild op: niet alles wordt begrepen, maar dat hoeft ook niet. ‘Leven en laten leven’ lijkt voor veel Rotterdammers het credo. Discriminatie wordt zeker ervaren en het antisemitisme in de stad neemt volgens Joodse respondenten dusdanig ernstige vormen aan dat zij zich niet meer prettig en veilig voelen in bepaalde delen van de stad. Gevraagd naar wat de gemeente Rotterdam kan doen om het ontspannen samenleven in de diverse stad te bevorderen, worden verschillende suggesties gedaan. Respondenten met een migratieachtergrond hebben goede herinneringen aan initiatieven gericht op ontmoeting en ontmoetingsplekken zoals buurthuizen. Veel van hen denken dat het terugbrengen van dit soort voorzieningen problemen tegengaat en de sociale cohesie bevordert.

Onder de andere respondenten is er wat meer scepsis: helpt dit ook echt of gaat iedereen in zijn eigen bubbel naar zijn eigen activiteit? Zo zijn de meningen ten aanzien van het bouwen van koopwoningen in achterstandsbuurten ook zeer verdeeld. Sommigen vinden dat dit de gewone man de stad uit jaagt. Anderen denken dat het de stad ten goede komt als buurten gemengd zijn en er nergens een bepaalde groep overheerst. Ook armoede, het polariserende politieke klimaat en de polariserende rol van de media worden genoemd als problemen die moeten worden aangepakt om het ontspannen met elkaar samenleven te bevorderen. Vanuit de joodse groep klinkt daarnaast een dringende oproep om het salafisme in het centrum van de stad aan te pakken. Ook vinden zij het belangrijk dat het joods leven in de stad wordt gestimuleerd, onder andere door de zichtbaarheid van de Joodse cultuur in de publieke ruimte te vergroten. Volgens de respondenten zou de gemeente kansen voor positieve kennismaking met elkaars cultuur dus meer kunnen faciliteren of organiseren, terwijl excessen actiever worden bestreden. En last but not least merkt een aantal respondenten op: “Het begint bij ieder van ons zelf. Leer elkaar kennen en stop met onverdraagzaam zijn!”

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

65

Literatuur CIDI (2020). Monitor antisemitische incidenten. Geraadpleegd via: https://www.cidi.nl/wpcontent/uploads/2020/03/Monitor-antisemitische-incidenten-in-Nederland-2019.pdf Crul, Maurice & Scholten, Peter & van de Laar, Paul. (2019). Conclusions: Coming to Terms with Superdiversity?: The Case of Rotterdam. 10.1007/978-3-319-96041-8_12 EenVandaag (2018). Veel Nederlandse joden durven niet openlijk joods te zijn. Geraadpleegd via: https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/veel-nederlandse-joden-durven-nietopenlijk-joods-te-zijn/ FRA (2020). Ervaringen en Percepties van Antisemitisme. Tweede enquête over discriminatie en haatmisdrijven tegen Joden in de EU: samenvatting. Geraadpleegd via: https://op.europa.eu/en/publication-detail//publication/01ee9fd7-60ba-11e9-b6eb-01aa75ed71a1/language-nl/format-PDF/source-203054559 Gemeente Rotterdam (2020a). Relax. Dit is Rotterdam: Samenleven in een stad waar niemand in de meerderheid is. Geraadpleegd via: https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/relax-dit-is-rotterdam/GRO-Nota-Samenleventoegankelijk-DEF.PDF Gemeente Rotterdam (2020b). Rotterdam tegen Racisme 2020-2022. Intensiveringsplan Relax. Dit is Rotterdam en Black Lives Matter. Geraadpleegd via: https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9331139/1/s20bb015727_2_27786_tds Gemeente Rotterdam, OBI (2020). Diversiteit Omnibusenquête 2020.

Geraadpleegd via: https://onderzoek010.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=578 IDEM (2019). Stadsbeeld Discriminatie in Rotterdam. Geraadpleegd via: https://idemrotterdam.nl/wpcontent/uploads/2019/07/Stadsbeeld-discriminatie..juni2019.pdf SCP (2020). Ervaren Discriminatie in Nederland II. Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd via: https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2020/04/02/ervaren-discriminatie-in-nederlandii/Ervaren+discriminatie+in+Nederland+II.pdf

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

66

Bijlagen Introductie De gemeente Rotterdam heeft gevraagd om zes face-to-face focusgroepen te organiseren waarin de onderzoeksthematiek zou worden besproken, waarbij er werd uitgegaan van drie groepen met Rotterdammers met een migratieachtergrond en drie groepen zonder. In beide gevallen diende er van de drie groepen één groep te bestaan uit hoger opgeleiden (wo en hbo-opgeleiden) en twee groepen met mensen van een lager en middelbaar opleidingsniveau (basisschool t/m mbo-opgeleiden). Bij de twee groepen lager tot middelbaaropgeleiden diende verder onderscheid gemaakt te worden tussen (jong)volwassen tot 28 jaar en volwassenen van 28 jaar en ouder. Aanvullend werd verzocht rekening te houden met etnisch-culturele en religieuze achtergronden. De wens was verder om verschillende groepen met een niet-Westerse achtergrond vertegenwoordigd te zien, met name de vier grootste migrantengroepen. Daarnaast was een wens dat tenminste de helft van de respondenten religieus zou zijn. 1. Opleiding: hbo+ Gemengde leeftijden Migratieachtergrond: ja

3. leeftijd: t/m 27 Opleiding t/m mbo

Totaal

4. Leeftijd: 28+ 2. Opleiding: hbo+ Gemengde leeftijden Migratieachtergrond: nee

5. Leeftijd: t/m 27 Opleiding t/m mbo 6. Leeftijd: 28+

Aanpassingen in de opzet en kenmerken van respondenten Tijdens het onderzoek zijn verschillende aanpassingen in de opzet doorgevoerd die dankzij de inzet van Labyrinth niet hebben geleid tot een grote afwijking van bovenstaande stratificatie. Het gevolg is wel dat de directe samenhang tussen de oorspronkelijke stratificatie en focusgroepen los is gelaten. Er zijn acht focusgroepen gevormd die herleidbaar zijn tot de zes strata. Tabel 1: Achtergrondkenmerken van de zes strata: focusgroepen Focusgroepen Strata

1

1

2

3

4

5

5

3

6

2

7

8

1

6

2 3

5

4

3

5 1

Totaal

1

12

5

11

1

11

3

7

5

2

2

6

4

4

Totaal

5

6

8

4

7

5

6

6

47

Bron: Focusgroepen, bewerking Labyrinth 2021

Wat waren de redenen voor de gemeente Rotterdam om tot een uitbreiding te komen?

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

67

•

•

•

Op verzoek van de opdrachtgever is een extra groepsgesprek met statushouders georganiseerd. Het was een wens van de gemeente om enkele statushouders te spreken over de onderzoekthematiek. In eerste instantie is gepoogd om statushouders binnen de groepen met een migratiegeschiedenis te betrekken. Het bleek echter dat het niveau van de statushouders nog niet voldoende was om goed en prettig deel te nemen aan deze gesprekken. Daarop is in overleg met de gemeente besloten om statushouders van Syrische afkomst, de grootste groep statushouders in Rotterdam, in een aparte groep te bevragen met een Arabische sprekende gespreksleider. Op verzoek van de gemeente is gestreefd naar deelname van respondenten met verschillende religieuze achtergronden, waaronder personen met een joodsreligieuze achtergrond. Oorspronkelijk was bedacht dat zij mee zouden kunnen doen binnen de groepen zonder migratieachtergrond. Labyrinth kreeg vanuit enkele joodsreligieuze informanten echter te horen dat het prettiger zou zijn een focusgroep. Dit heeft Labyrinth voorgelegd aan de opdrachtgever die daarmee instemde. Als gevolg hiervan is één van de twee gesprekken met lager tot middelhoog opgeleiden komen te vervallen. Het andere gesprek is vervolgens gevoerd met mensen van verschillende leeftijden.

Verder gaven enkele vrouwen met een lager tot middelhoog opleidingsniveau aan wel deel te willen nemen aan een focusgroep, maar alleen als het gesprek zonder mannen zou worden gevoerd.

Dit alles maakte het moeilijk om volledig vast te houden aan de scheiding op opleidingsniveau en leeftijd. Uiteindelijk is besloten hieraan minder strikt vast te houden per focusgroep. Er is daarom een extra groepsgesprek met alleen vrouwen georganiseerd. Tot slot bleek de impact van de COVID-19 pandemie groot. Extra aandacht moest besteed worden aan respons verhogende activiteiten. De werving onder respondenten met een migratiegeschiedenis was lastig. Het bleek een uitdaging om voldoende respondenten te vinden met lager en middelhoog opleidingsniveau.

Respons In totaal is er in acht groepen met 47 respondenten gesproken. Van de respondenten hadden 30 personen zelf of hadden hun (groot)ouders een migratieachtergrond. Hiervan hadden 12 respondenten een hoger (hbo, wo) en 18 een lager of middelbaar opleidingsniveau (basisschool t/m mbo). Deze laatste groep bestond uit 11 (jong)volwassen tot en met 27 jaar en 7 volwassenen van 28 jaar en ouder. Van de groep zonder migratieachtergrond (17) hadden 11 respondenten een hoger opleidingsniveau (hbo, wo) en 6 een lager opleidingsniveau. Deze verdeling heeft ermee te maken heeft dat het selectiecriterium opleidingsniveau bij de Joodse groep is losgelaten, en die groep uit hoger opgeleiden bestond. De groep respondenten met een lager en middelbaar opleidingsniveau bestond uit 2 (jong)volwassen tot en met 27 jaar en 4 volwassenen van 28 jaar en ouder. Zeven herkomstgroepen waren tijdens de gesprekken vertegenwoordigd, waaronder de vier grootste migrantengroepen en Syrische nieuwkomers. Onderstaande tabellen tonen de typering van de zes strata op achtergrondkenmerken die niet betrokken zijn geweest bij het drie stratificatievariabelen: migratieachtergrond (ja/nee), opleiding (hbo-, hbo+), Leeftijd (28-, 28+).

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

68

Tabel 2: Achtergrondkenmerken van de zes strata: geslacht Man

Strata

Totaal

Vrouw

1

3

9

12

2

5

6

11

3

2

9

11

4

1

6

7

5

2

6

2

2

4

Totaal

15

32

47

2

Bron: Focusgroepen, bewerking Labyrinth 2021

Tabel 3: Achtergrondkenmerken van de zes strata: statushouder Geen statushouder

Strata

Totaal

Statushouder

1

11

1

12

2

11

3

10

1

11

4

4

3

7

5

2

2

6

4

4

Totaal

42

11

5

47

Bron: Focusgroepen, bewerking Labyrinth 2021

Tabel 4: Achtergrondkenmerken van de zes strata: religie Strata

Geen

Joods

Christelijk

Islamitisch

Hindoe

4

1

1

1

1

5

2

5

5

1 3

3 4

1

5

1

6

4

Totaal

12

Totaal

12 11

6

2

6

11 7

1

2 4

6

10

16

3

47

Bron: Focusgroepen, bewerking Labyrinth 2021

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

69

Tabel 5: Achtergrondkenmerken van de zes strata: migratieachtergrond

Strata

Zonder migratie achtergrond

1

Surinaams/ Antilliaans

Turks/Marrokaans

7

1

Syrisch

Indisch

1

Amerika

1

Totaal

2

11

2

12 11

3

5

5

1

11

4

1

3

3

7

5

2

2

6

4

4

Totaal

17

13

9

5

1

2

47

Bron: Focusgroepen, bewerking Labyrinth 2021

1) Vergelijking met CBS Wijk- en buurtstatistiek Labyrinth heeft de respons ook nog vergeleken met de wijk- en buurtstatistiek van het CBS, ondanks dat de respons niet een representatieve afspiegeling kan en hoeft te zijn bij een kwalitatief onderzoek met een steekproefomvang van 47. Overigens zou een dergelijke representatieve steekproef voor een kwantitatief onderzoek wel zinvol zijn als vervolg op dit onderzoek. • • •

•

De verdeling naar leeftijd is gelijk aan die van Rotterdam: 34 procent is jonger dan 28 jaar; Er is een oververtegenwoordiging van vrouwen in de respons mede doordat sommige vrouwen niet altijd met mannen in een groep willen zitten (CBS: 51 procent vrouw; respons: 68 procent vrouw); De verdeling naar onderwijsniveau is correct voor laag (30 procent) en daarmee ook voor mbo en hoger; wordt de indeling specifieker gemaakt dan is er een onderschatting van mbo in de respons (CBS: 38 procent; respons: 21 procent); en Er is een oververtegenwoordiging van de respons met een migratieachtergrond en hier is ook doelbewust op ingezet met de gemeente (CBS: 52 procent; respons: 64 procent).

2) Conclusie Ondanks veranderingen die de gemeente wenste, eisen die respondenten stelden en natuurlijk de effecten van COVID-19 is de beoogde stratificatie redelijk gerealiseerd.

Rapportage: ‘Samenleven in de superdiverse stad’

70

Labyrinth Onderzoek & Advies Labyrinth is een full-service onderzoeks- en adviesbureau dat bestaat uit een uitstekend op elkaar ingespeeld team van specialisten met ruime ervaring op diverse onderzoeksterreinen. Zo is Labyrinth actief binnen verschillende maatschappelijke werkvelden, zoals diversiteit, migratie, integratie, leefbaarheid, sociale veiligheid, wonen, zorg & welzijn, arbeidsmarkt en jeugd. Labyrinth weet hierbij als geen ander iedereen te bereiken, ongeacht taal, achtergrond en sociaaleconomische status. Niet praten óver hen, maar mét hen, is daarbij de visie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=80f20d22-552a-4c47-a5f0-84aefba198ff