21bb8075 Bijlage 5 behorende bij 21bb7796 over Rapport antisemitisme IDEM
Tekst van het document
Met dank aan de respondenten die ons in vertrouwen namen en hun ervaringen met ons wilden delen. Dit onderzoek is gefinancierd door de Gemeente Rotterdam. Rotterdam, mei 2021
IDEM is het expertisecentrum voor een Inclusieve Stad in Rotterdam. IDEM richt zich op de thema’s inclusie, discriminatie, LHBTIQ+-emancipatie en vrouw/man-emancipatie. IDEM Rotterdam - Expertisecentrum voor een Inclusieve Stad Grote Kerkplein 5 3011 GC Rotterdam E info@idem.nl W www.idemrotterdam.nl
2
“Maar jouw vraag is, wat doet dat op het moment dat het mij overkomt? Dan voel je je machteloos.” Respondent over antisemitisme
3
Samenvatting: ‘Openlijk Joods, maar niet altijd: een kwalitatief onderzoek naar ervaren antisemitisme en veiligheidsbeleving onder Joodse inwoners van Rotterdam en nabije omgeving.’ Door Nienke de Wit & Bauke Fiere, IDEM Rotterdam, mei 2021. Aanleiding Afgelopen jaar werden de ruiten ingegooid van een Joods restaurant in Amsterdam, was er ophef over antisemitische uitingen binnen de (jongeren)partij Forum voor Democratie en verschenen complottheorieën dat COVID-19 door Joden de wereld in was gebracht. Antisemitisme gaat om een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als haat tegen Joden (CIDI, 2020a). Ook in Nederland maken Joodse mensen zich zorgen om antisemitisme. In een Europees onderzoek naar antisemitisme beschouwt twee derde van de Joodse respondenten die woonachtig zijn in Nederland antisemitisme als (redelijk) groot probleem (FRA, 2018). Het percentage Joodse mensen dat lastiggevallen is vanwege hun Joodse identiteit ligt in Nederland hoger dan het Europese gemiddelde. Als het gaat om aanpassing van het uiterlijk om antisemitisme te vermijden, komt dit in Nederland het vaakste voor van alle twaalf deelnemende landen aan het onderzoek. Op dit moment is weinig bekend over de veiligheidsbeleving van Joodse mensen in Rotterdam en het aantal meldingen van antisemitisme is laag.
Inzicht in hoe veilig Joodse Rotterdammers 1 zich voelen om openlijk over straat te bewegen en welke ervaringen zij hebben met antisemitisme is nodig. Doel en methode Dit onderzoek heeft drie doelen: 1) inzicht krijgen in de ervaringen van antisemitisme onder Joodse Rotterdammers; 2) de invloed van antisemitisme op de veiligheidsbeleving van Joodse Rotterdammers inzichtelijk maken; 3) de meldingsbereidheid van antisemitisme onder Joodse Rotterdammers onderzoeken. Om deze vragen te beantwoorden zijn er tussen juli 2020 en mei 2021 in totaal dertien sleutelfiguren geïnterviewd die een uitgebreid netwerk hebben onder Joodse mensen in Rotterdam. Ervaringen antisemitisme Ervaringen dichtbij - en de daarbij horende risico-inschattingen – lijken de meeste invloed te hebben op de onveiligheid die Joodse Rotterdammers kunnen ervaren. Alle respondenten geven aan zelf lastig gevallen te zijn óf andere Joodse mensen te kennen die antisemitisme in Rotterdam hebben ervaren als zij zichtbaar Joods over straat gingen. Respondenten die vaker zichtbaar Joods over straat gaan, geven aan de afgelopen jaren meerdere keren te maken te hebben gehad met antisemitische uitingen op straat in Rotterdam. Ook noemt een deel van de respondenten de antisemitische spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden van Feyenoord.
Hoewel zij dit niet beschouwen als direct antisemitisme, maken zij zich wel zorgen over de bijdrage die dit levert aan de al aanwezige normalisering van antisemitisme. Deze normalisering zou tevens
1 Als we spreken over Joodse Rotterdammers bedoelen we Joodse inwoners van Rotterdam, maar ook Joodse mensen woonachtig in de
omgeving die zich vaak in Rotterdam begeven en daar de synagoge bezoeken.
4
veroorzaakt worden door antisemitisme in de politiek en complottheorieën, waar diverse sleutelfiguren hun zorgen over uitspreken. Veiligheidsbeleving Veiligheid is door meerdere respondenten benoemd als vrij over straat kunnen lopen, jezelf kunnen zijn zonder na te denken of dat wel kan en je etnische of religieuze identiteit kunnen uiten. In dit rapport wordt dan ook duidelijk dat een aanzienlijk deel van de Joodse inwoners van Rotterdam zich niet altijd veilig voelt. Zij passen bewust hun gedrag aan om bepaalde gevoelens of dreigingen niet te hoeven ervaren. Dit kan door het niet dragen van een keppeltje of davidsster, het bewust achterhouden van de Joodse identiteit of door bepaalde plekken in Rotterdam te vermijden. Meldingsbereidheid en aanbevelingen De meldingsbereidheid is laag na het ervaren van antisemitisme. De meeste sleutelfiguren geven aan dat er weinig vertrouwen is in de opvolging van meldingen en in de aanpak vanuit de gemeente en politie. Sommigen missen betrokkenheid van gemeente en politie en zouden meer steun willen bij het tegengaan van antisemitisme. Aanbevelingen hierin zijn structurele aandacht voor antisemitisme binnen het onderwijs en verbinding en dialoog tussen groepen. Als laatste geven respondenten het belang aan van het goed blijven beveiligen van de synagoge.
5
INHOUDSOPGAVE
1.
Inleiding ......................................................................................................................................8 1.1 Doel- en vraagstelling onderzoek .......................................................................................................... 8 1.2 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 9
2.
Methoden en analyse ................................................................................................................ 10 2.1 Methoden............................................................................................................................................ 10 2.2 Analyse ................................................................................................................................................ 10
3.
Literatuurstudie: Antisemitisme ................................................................................................. 11 3.1 Definitie van antisemitisme ................................................................................................................ 11 3.1.1 Antisemitische incidenten............................................................................................................ 11 3.2 Antisemitisme online .......................................................................................................................... 11 3.2.1 Toename online incidenten ......................................................................................................... 12 3.2.2 Complottheorieën........................................................................................................................ 12 3.2.3 Meldingen bij CIDI........................................................................................................................ 12 3.3 Antisemitisme internationaal.............................................................................................................. 12 3.3.1 Antisemitische incidenten in de Verenigde Staten ......................................................................
13 3.3.2 Antisemitische incidenten in Europa ........................................................................................... 13 3.3.3 Veroorzakers van antisemitisme.................................................................................................. 13 3.3.4 Ervaringen van Europese Joden ................................................................................................... 14 3.4 Antisemitisme in Nederland................................................................................................................ 14 3.4.1 Zorgen bij Nederlandse Joden ..................................................................................................... 14 3.4.2 Antisemitische incidenten in Nederland ...................................................................................... 14 3.4.3 Meldingen van antisemitische incidenten in Nederland ............................................................. 15 3.4.4 Beperkingen van meldcijfers........................................................................................................ 15 3.5 Antisemitisme in Rotterdam ............................................................................................................... 15 3.5.1 Antisemitische incidenten in Rotterdam .....................................................................................
15 3.5.2 Meldingen van antisemitisme ...................................................................................................... 16 3.5.3 Inzicht antisemitisme door meldingen ........................................................................................ 16
4.
Theoretisch kader ...................................................................................................................... 17 4.1 Veiligheid en veiligheidsbeleving ........................................................................................................ 17 4.1.1 Veiligheidsbeleving ...................................................................................................................... 17 6
4.1.3 Uiting van veiligheidsbeleving...................................................................................................... 17 4.1.4 Begrijpen van veiligheidsbeleving ................................................................................................ 18 5.
Resultaten interviews ................................................................................................................ 19 5.1 Beschrijving respondenten.................................................................................................................. 19 5.2 Definitie antisemitisme ....................................................................................................................... 19 5.2.1 Antisemitisme en Israël................................................................................................................ 19 5.3 Vormen van antisemitisme ................................................................................................................. 20 5.3.1 Direct antisemitisme .................................................................................................................... 20 5.3.2 Indirect antisemitisme ................................................................................................................. 21 5.3.3 Antisemitisme in het buitenland.................................................................................................. 22 5.3.4 Online antisemitisme ...................................................................................................................
22 5.3.5 Veroorzakers van antisemitisme.................................................................................................. 22 5.3.6 Toename van antisemitisme ........................................................................................................ 23 5.4 Veiligheidsbeleving.............................................................................................................................. 23 5.4.1 Definitie veiligheid ....................................................................................................................... 24 5.4.2 Cognitieve dimensie..................................................................................................................... 24 5.4.3 Affectieve dimensie ..................................................................................................................... 25 5.4.4 Conatieve dimensie...................................................................................................................... 26 5.5 Meldingen en aanpak.......................................................................................................................... 27 5.5.1 Meldingsbereidheid .....................................................................................................................
27 5.5.2 Aanpak antisemitisme.................................................................................................................. 28 5.5.3 Aandacht en beleid antisemitisme .............................................................................................. 28
6.
Conclusie en aanbevelingen ....................................................................................................... 30
7.
Literatuurlijst ............................................................................................................................. 32
7
1. INLEIDING
Afgelopen jaar nog werden de ruiten ingegooid van een Joods restaurant in Amsterdam, was er ophef over antisemitische uitingen binnen de (jongeren)partij Forum voor Democratie en verschenen complottheorieën dat COVID-19 door Joden de wereld in was gebracht. Antisemitisme heeft een lange en gewelddadige geschiedenis en is tot op de dag van vandaag nog in veel landen aanwezig (Amnesty, 2020). Uit recent onderzoek van het European Union Agency for Fundamental Rights (FRA, 2018) blijkt dat veel Joodse mensen in Europa geen leven kunnen leiden zonder zich zorgen te maken om hun eigen veiligheid of die van anderen in hun sociale omgeving. Dit komt door het risico dat zij ervaren om slachtoffer te worden van antisemitische intimidatie of geweld. Antisemitisme gaat om een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als haat tegen Joden (CIDI, 2020a). Ook in Nederland maken Joodse mensen zich zorgen om antisemitisme. In een Europees onderzoek naar antisemitisme beschouwt twee derde van de Joodse respondenten die woonachtig zijn in Nederland antisemitisme als (redelijk) groot probleem (FRA, 2018). Het percentage Joodse mensen dat lastiggevallen is vanwege hun Joodse identiteit ligt in Nederland hoger dan het Europese gemiddelde.
Als het gaat om aanpassing van het uiterlijk om antisemitisme te vermijden, komt dit in Nederland het vaakste voor van alle twaalf deelnemende landen aan het onderzoek. Op dit moment is weinig bekend over de veiligheidsbeleving van Joodse mensen in Rotterdam en het aantal meldingen van antisemitisme is laag. Inzicht in hoe veilig Joodse Rotterdammers2 zich voelen om openlijk over straat te bewegen en welke ervaringen zij hebben met antisemitisme is nodig. Rotterdam kent twee Joodse gemeenten. Het aantal Joodse inwoners is onbekend en schattingen lopen uiteen. De synagogen in Rotterdam zijn beveiligd om zoveel mogelijk risico’s op incidenten of aanslagen uit te sluiten.
1.1 Doel- en vraagstelling onderzoek Dit onderzoek heeft drie doelen: 1) inzicht krijgen in de ervaringen van antisemitisme onder Joodse Rotterdammers; 2) de invloed van antisemitisme op de veiligheidsbeleving van Joodse Rotterdammers inzichtelijk maken; 3) de meldingsbereidheid van antisemitisme onder Joodse Rotterdammers onderzoeken. Dit onderzoek geeft hiermee antwoord op de volgende onderzoeksvragen: 1) op welke manier(en) ervaren Joodse mensen antisemitisme in Rotterdam? 2) welke invloed heeft antisemitisme op hoe veilig Joodse mensen zich voelen in Rotterdam?
2 Als we spreken over Joodse Rotterdammers bedoelen we Joodse inwoners van Rotterdam, maar ook Joodse mensen woonachtig in de
omgeving die zich vaak in Rotterdam begeven en er de synagoge bezoeken.
8
3) melden Joodse Rotterdammers antisemitisme en waarom wel of niet? 4) welke ideeën hebben Joodse Rotterdammers zelf als het gaat om de aanpak van antisemitisme?
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de methoden en analyse van dit onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten uit het literatuuronderzoek behandeld, met een focus op antisemitisme en veiligheidsbeleving. Hoofdstuk 4 beslaat het theoretisch kader, waarin veiligheid en veiligheidsbeleving geconceptualiseerd worden. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de interviews beschreven, waarbij de ervaringen en veiligheidsbeleving van de respondenten aan bod komen. In hoofdstuk 6 worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van het onderzoek uiteengezet.
9
2. METHODEN EN ANALYSE
Dit rapport is tot stand gekomen op basis van een literatuuronderzoek en interviews met dertien Joodse sleutelfiguren. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste methoden en de analyse toegelicht.
2.1 Methoden Ten eerste is er literatuuronderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in antisemitisme en eerdere onderzoeken hiernaar. Centraal staat de definitie, de verschillende vormen en uitingen op internationaal, nationaal en lokaal niveau. Ook wordt aandacht besteed aan het aantal meldingen over antisemitisme in Nederland en Rotterdam. Ten tweede zijn semigestructureerde interviews afgenomen onder Joodse Rotterdammers. Om inzicht te krijgen in het perspectief van Joodse Rotterdammers zelf, hebben we tussen juli 2020 en mei 2021 in totaal dertien sleutelfiguren geïnterviewd. Respondenten zijn geworven via de twee Joodse gemeenten in Rotterdam (Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap en Liberale Joodse Gemeente), Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), het Joods Jongeren Netwerk en de gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn ook het Joods Jongeren Platform Rotterdam, Joods Jongeren Fonds, Platform Levensbeschouwelijke en Religieuze organisaties, Anne Frank Stichting, Loods 24 en de CIDI Jongeren organisatie benaderd. De respondenten zijn geselecteerd op basis van het netwerk dat zij hebben onder andere Joodse Rotterdammers, zodat zij zowel voor zichzelf als over bredere ervaringen kunnen spreken.
2.2 Analyse De geluidsopnamen van de interviews met de sleutelfiguren zijn getranscribeerd. Vervolgens zijn de interviewverslagen geanalyseerd met behulp van het kwalitatieve softwareprogramma NVivo. In de analyse zijn codes ontstaan die overeenkomen met de onderwerpen in de interviewlijst. De belangrijkste codes zijn: 1) definitie antisemitisme, 2) vormen antisemitisme, 3) definitie veiligheid, 4) veiligheidsbeleving en de uiting hiervan, 5) meldingsbereid en aanpak antisemitisme.
10
3. LITERATUURSTUDIE ANTISEMITISME
Dit hoofdstuk is gebaseerd op een literatuurstudie naar antisemitisme. Er wordt ingegaan op de definitie van antisemitisme en toegelicht hoe antisemitisme online, wereldwijd, in Nederland en in Rotterdam onder andere tot uiting komt.
3.1 Definitie van antisemitisme Hoewel antisemitisme geen eenduidige definitie heeft, wordt de definitie van International Holocaust Rememberance Alliance (IHRA, 2020) veel gebruikt, onder andere in nationale en internationale politiek. Deze definitie luidt als volgt: “Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.”
IHRA verstaat onder manifestaties ook uitingen tegen de staat Israël, die beschouwd wordt als Joods collectief. Echter, kritiek tegen Israël die gelijk staat aan mogelijke kritiek op andere landen kan volgens hen niet beschouwd worden als antisemitisme.
3.1.1 Antisemitische incidenten Antisemitische incidenten en hate crimes gaan in tegen de fundamentele rechten van de mens, zoals het recht op gelijke behandeling en de vrijheid van religie. Acties worden beschouwd als antisemitisch wanneer zij gericht zijn op mensen of plaatsen (gebouwen, scholen, begraafplaatsen), met de reden dat deze Joods zijn of gelinkt worden aan Joden. Antisemitisme kan zich uiten in de vorm van verbaal of fysiek geweld, bedreigingen, intimidatie, discriminatie3, ongelijke behandeling, vernieling van gebouwen, graffiti of andere vormen van uitspraken en teksten, inclusief uitingen op online platforms (FRA, 2018). Het komt vaak voor in spraak, schrift, beelden en gedragingen, waarbij gebruikgemaakt wordt van negatieve stereotypen en vermeende karaktertrekken van Joodse mensen (IHRA, 2020).
3.2 Antisemitisme online Veel antisemitische incidenten vinden online plaats. Geschat wordt dat er tegenwoordig elke 83 seconden een vorm van antisemitische inhoud op sociale media wordt gepubliceerd (Biola en Manor, 2020). Veel Joden in Europa (89%) zien antisemitisme op internet en sociale media als een (groot) probleem (FRA, 2018). Onder Nederlandse Joden is dit 80%. Bovendien is een grote meerderheid (88%) van de Europese respondenten van dit onderzoek van de FRA van mening dat deze vorm van antisemitisme de laatste jaren is toegenomen.
3 Er is volgens IHRA sprake van antisemitische discriminatie wanneer kansen of diensten geweigerd worden aan Joodse mensen die voor
anderen wel toegankelijk zijn. Wanneer over discriminatie wordt gesproken in dit rapport, wordt deze definitie gehanteerd.
11
3.2.1 Toename online incidenten Ook het Kantor Center fort he Study of Comtemporary European Jewry (hierna: Kantor Center) ziet een toename in het aantal antisemitische incidenten online (Kantor Center, 2020). Dit centrum monitort en analyseert antisemitische manifestaties wereldwijd en waarschuwt in haar laatste rapport voor het toenemende gevaar van antisemitisme online. De stijging van het aantal gerapporteerde antisemitische incidenten online hangt (deels) samen met de intensievere monitoring van sociale media. De opkomst van sociale media is volgens historicus Bart Wallet, die is gespecialiseerd in Joodse geschiedenis, een belangrijke verklaring voor de toename van de beleving of ervaring van antisemitisme sinds 2000.
3.2.2 Complottheorieën Het complotdenken over Joden gebeurt al eeuwenlang. Zo zouden Joodse mensen volgens complotdenkers de wereld en media beheersen. Tijdens de uitbraak van de pest in de veertiende eeuw werden Joodse gemeenschappen veelvuldig als schuldige aangewezen (CIDI, 2020b). Ook nu, sinds de uitbraak van COVID19, zijn er verschillende complottheorieën die Joden als schuldige aanwijzen voor de pandemie. Eén van deze theorieën stelt dat de Joden het virus zouden hebben ontwikkeld als biologisch wapen (CIDI, 2020b). Ahmed Shaheed, VN-rapporteur voor vrijheid van religie, waarschuwde in april 2020 voor complottheorieën die Joden de schuld geven van de coronacrisis.
3.2.3 Meldingen bij CIDI In Nederland rapporteerde het CIDI in hun laatste Monitor een stijging van het aantal meldingen over antisemitische incidenten online (CIDI, 2020c). In 2019 werden er bij het CIDI 127 meldingen geregistreerd over incidenten op internet. In 2018 waren dit er 95. Het gaat dan om haatdragende en/of bedreigende teksten die op websites of sociale media als Facebook en Twitter worden geplaatst. Of er de laatste jaren daadwerkelijk sprake is van een toename van antisemitische incidenten op internet is op basis van deze meldcijfers niet te zeggen. Slechts een klein deel van antisemitische incidenten wordt gemeld bij instanties en bovendien kunnen er in de loop der jaren verschillen zijn in de meldingsbereidheid van incidenten.
3.3 Antisemitisme internationaal Hoewel antisemitisme lastig te meten is en er geen exacte cijfers van de omvang zijn, zien verschillende instanties wereldwijd die cijfers bijhouden over antisemitisme een stijging van het aantal incidenten. Het Kantor Center rapporteert een stijging van het aantal grote gewelddadige incidenten in 2019 van 18% ten opzichte van 2018 (Kantor Center, 2020). In 2019 meldde het Verenigd Koninkrijk het hoogste aantal geregistreerde antisemitische incidenten sinds het land in de jaren tachtig begon met het bijhouden van deze cijfers. Frankrijk en Duitsland zagen in datzelfde jaar ook een flinke stijging in het aantal incidenten tegen Joden. Daarnaast komen uit de Verenigde Staten en andere westerse landen cijfers die een toename van het aantal antisemitische incidenten doen vermoeden (De Groene Amsterdammer, 2020).
12
3.3.1 Antisemitische incidenten in de Verenigde Staten De afgelopen twee jaar zijn er in de Verenigde Staten meerdere antisemitische incidenten geweest waarbij fysieke slachtoffers zijn gevallen. Zo schoot een man in Pittsburgh op 27 oktober 2018 elf mensen dood in een synagoge terwijl hij antisemitische leuzen riep. Het was de dodelijkste aanslag ooit op Joden in de Verenigde Staten (NOS, 2019a). Sindsdien zijn er in de Verenigde Staten nog een aantal andere aanslagen geweest op Joodse mensen en gebouwen.
3.3.2 Antisemitische incidenten in Europa Ook in Europa vonden de afgelopen jaren verschillende gewelddadige antisemitische incidenten plaats. Eén daarvan was de aanslag op een synagoge in Halle in Duitsland, op de Joodse heilige dag Jom Kipoer op 9 oktober 2019. Bij deze schietpartij kwamen twee mensen om het leven. De man die de aanslag pleegde, plaatste voor zijn daad een manifest op fora van rechtsextremisten en had als doel Joden te vermoorden, die volgens hem de bron van alle kwaad zijn (NOS, 2019b). Vijf jaar eerder werd Brussel opgeschrikt door een aanslag op het Joods Museum op 24 mei 2014. Hierbij kwamen vier mensen om het leven (NOS, 2019c).
3.3.3 Veroorzakers van antisemitisme In het FRA-onderzoek uit 2018 zijn de Joodse deelnemers uit verschillende Europese landen gevraagd naar vermoedelijke kenmerken van de dader in het geval dat zij in de vijf jaar voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst een antisemitisch incident hadden meegemaakt (FRA, 2018). Feitelijke cijfers over daders zijn niet bekend, aangezien de religieuze of politieke achtergrond van daders niet officieel geregistreerd wordt in een melding of aangifte. Toch bleken de ondervraagden een (mogelijk stereotiep) beeld te hebben van de daders. Bijna een derde (30%) gaf aan dat de dader iemand was met een (vermoedelijk) islamitisch extremistische opvatting. In 20% van de incidenten was de dader volgens het slachtoffer iemand met een politiek linkse opvatting, in 13% van de incidenten iemand met een politiek rechtse opvatting en in 5% van de incidenten iemand met een christelijk extremistische opvatting. De antwoorden van de Nederlandse respondenten wijken wat af van het Europese gemiddelde in dit onderzoek. Zij identificeerden de dader van een antisemitisch incident in 35% van de gevallen als iemand met een islamitisch extremistische opvatting. Mensen met vermoedelijk politiek linkse (18%) of politiek rechtse (6%) opvattingen werden minder vaak als dader genoemd.
Wallet benoemt extreemrechts, extreemlinks en extreem islamisme als drie heel verschillende groepen waar antisemitisme aanwezig is (Nieuwlicht, 2019). Hij maakt zich zorgen over de verschuiving van antisemitisme vanuit deze drie groepen naar het centrum. Antisemitisme wordt volgens hem meer mainstream. Wallet ziet in verschillende landen in Europa de tendens dat denkbeelden vanuit de uiterst linkse en rechtse hoek meer naar het midden kruipen. Allerlei ideeën van bijvoorbeeld alt-right raken steeds breder geaccepteerd. In het Verenigd Koninkrijk leidden extreemlinkse ideeën over Joden in de Labourpartij ertoe dat Joodse parlementariërs zich niet meer veilig voelden en uit de partij stapten.
13
3.3.4 Ervaringen van Europese Joden Een groot deel van de Europese Joden (89%) heeft het gevoel dat antisemitisme in hun land in de periode 2014-2018 is toegenomen en vindt dit een groot probleem (FRA, 2018). Uit een lijst met verschillende sociale en politieke problemen binnen de samenleving, waaronder werkloosheid, immigratie, criminaliteit en racisme, wordt antisemitisme het vaakst (85%) als een vrij groot tot zeer groot probleem gezien. Met name antisemitische uitingen op internet en sociale media worden problematisch gevonden (89%), gevolgd door uitingen in de openbare ruimte (73%). Ongeveer een kwart van de Europese respondenten was getuige van belediging, intimidatie en/of fysiek geweld van een andere Joodse persoon in het jaar voorafgaand aan het onderzoek. Meer dan twee derde van de respondenten vermijdt - wel eens, vaak of altijd - het dragen van kleding of symbolen die als Joods geïdentificeerd kunnen worden. In de twaalf Europese landen die deelnamen aan dit onderzoek werd gemiddeld 19% van de antisemitische incidenten gemeld bij een instantie of organisatie. De belangrijkste reden om niet te melden, was het gevoel dat aangifte doen niks verandert (48%). Ook gaf een aanzienlijk deel van de respondenten aan het incident niet ernstig genoeg te vinden om aangifte te doen (43%). Een kleiner deel (22%) van de respondenten vond het te veel gedoe om aangifte te doen.
3.4 Antisemitisme in Nederland In Nederland zijn er de afgelopen jaren geen aanslagen geweest op synagogen zoals in Duitsland of de Verenigde Staten. Antisemitisme is in andere vormen wel aanwezig en heeft impact op Joodse Nederlanders.
3.4.1 Zorgen bij Nederlandse Joden Ook Nederlandse Joden maken zich zorgen om antisemitisme in ons land. Bijna twee derde van de Nederlandse respondenten in het FRA-onderzoek uit 2018 ziet antisemitisme als een (redelijk) groot probleem. Ruim 90% van hen ervaart dat antisemitisme in Nederland de laatste jaren is toegenomen. Bijna de helft (47%) van de Nederlandse respondenten is in de vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek lastiggevallen vanwege hun Joodse identiteit. Dit percentage ligt boven het Europese gemiddelde van het onderzoek, namelijk 39%. Uit angst om lastiggevallen te worden, vermijdt een deel van de Joden in Nederland soms (38%), vaak (22%) of zelfs altijd (11%) het dragen of het tonen van dingen die als Joods geïdentificeerd kunnen worden. Het percentage respondenten dat altijd het dragen van Joodse kleding of symbolen vermijdt, is in Nederland het hoogst van alle twaalf deelnemende landen aan het onderzoek.
3.4.2 Antisemitische incidenten in Nederland Verschillende antisemitische incidenten in Nederland zijn de laatste jaren in het nieuws geweest. Op 8 mei 2020 werden bij het koosjere restaurant HaCarmel in Amsterdam ruiten ingegooid en de Israëlische vlag in brand gestoken. De vermoedelijke dader bracht een aantal jaar geleden ook al vernielingen aan bij hetzelfde restaurant (Parool, 2020a). Sommige Joodse Nederlanders krijgen in hun woonomgeving te maken met antisemitisme. Zo meldde de NOS in 2019 dat er een zware vuurwerkbom was ontploft bij de woning van 14
een Joods gezin. Het gezin had al jaren te maken met beledigingen en vernielingen en ging uit van een gerichte actie (NOS, 2019d). Daarnaast is recentelijk veel ophef geweest over antisemitische uitingen binnen zowel de jongerenafdeling van Forum voor Democratie (FvD) als binnen de politieke partij zelf (Parool, 2020b). Kort daarna is bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van Universiteit Leiden een onderzoek gestart naar beschuldigingen van antisemitisme, waar een hoogleraar tot eind 2020 ook een functie had als senator van FvD (NOS, 2020).
3.4.3 Meldingen van antisemitische incidenten in Nederland In 2019 telde het CIDI in totaal 182 antisemitische incidenten in Nederland, exclusief online antisemitisme. Het gaat om incidenten die direct gemeld zijn bij CIDI, of gedeeld door meldpunten als antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) en het College voor de Rechten van de Mens of via (sociale) media. Het gaat bijvoorbeeld om vernielingen en bekladdingen in de openbare ruimte, het uitschelden van mensen op straat of telefonisch en pesterijen op scholen. Daarnaast zijn er meldingen van bedreigingen en het bespugen van mensen die door hun kleding als Joods herkenbaar zijn.
3.4.4 Beperkingen van meldcijfers Hoeveel antisemitische incidenten er daadwerkelijk zijn in Nederland is lastig te vast te stellen. Verschillende instanties, onder andere ADV’s, CIDI en politie, houden bij hoeveel meldingen zij ontvangen van antisemitisme, maar dit geeft geen inzicht in de werkelijke omvang van het probleem. Dit heeft meerdere oorzaken. Ten eerste wordt antisemitische discriminatie niet door iedereen als zodanig herkend. Soms speelt het zich namelijk buiten het zicht van het slachtoffer af. Bijvoorbeeld wanneer je bij een afwijzing voor een functie te horen krijgt dat andere kandidaten beter gekwalificeerd zijn, maar de afwijzing eigenlijk te maken heeft met je Joodse afkomst. Ten tweede wordt van lang niet alle antisemitische incidenten een melding gemaakt. Uit het onderzoek van FRA uit 2018 blijkt dat slechts een kwart van de slachtoffers van een antisemitisch incident in Nederland dit ergens heeft gemeld (FRA, 2018).
3.5 Antisemitisme in Rotterdam Het precieze aantal Joodse inwoners van Rotterdam is niet bekend, en schattingen lopen uiteen. In Rotterdam zijn twee Joodse gemeenten: de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) en de Nederlands-Israëlitische Gemeente (NIG). De Joodse gemeenschap is moeilijk af te bakenen, aangezien ook mensen in omstreken van Rotterdam lid zijn van de Joodse gemeenten.
3.5.1 Antisemitische incidenten in Rotterdam In Rotterdam was er begin 2020 meerdere malen aandacht voor antisemitische incidenten. Er ontstond ophef over het door voetbalclub Feyenoord gedeelde filmpje, waarin duidelijk antisemitische scheldwoorden te horen waren. In februari werden meerdere graven op de begraafplaats van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap in Dordrecht beklad met hakenkruizen en antisemitische leuzen. De begraafplaats wordt gebruikt door de Joodse Gemeente Rotterdam.
15
3.5.2 Meldingen van antisemitisme In 2019 zijn er bij antidiscriminatievoorziening RADAR zeven meldingen gedaan over ervaren antisemitisme in de gemeente Rotterdam (RADAR, 2020). Deze meldingen betroffen uiteenlopende incidenten, waaronder afgewezen worden voor een baan wegens het niet beschikbaar zijn voor werk tijdens sabbat, lastiggevallen worden op straat door onbekenden en een antisemitische sticker in de buitenruimte. Daarnaast was er een melding van bedreiging in de openbare ruimte. In 2018 kwam er bij RADAR slechts één melding binnen over een antisemitisch incident in de gemeente Rotterdam (RADAR, 2019). De politie registreerde in 2019 in totaal 87 incidenten met een antisemitisch karakter in de gemeente Rotterdam (RADAR, 2020). Een groot deel hiervan ging over discriminatie-incidenten tegen politiemensen. Agenten werden regelmatig uitgescholden voor ‘(kanker)jood’, waarbij hun (vermeende) etnische of religieuze achtergrond vermoedelijk geen rol speelde.
3.5.3 Inzicht antisemitisme door meldingen In Rotterdam zijn weinig meldingen gedaan van antisemitisme door Joodse mensen zelf. Het meest opvallende zijn de politieregistraties, waarbij ‘Jood’ als scheldwoord werd gebruikt tegen agenten. Het gaat hierbij dan voornamelijk om indirect antisemitisme, dat in deze gevallen dus niet tot uiting komt in contact met Joodse mensen zelf. Deze cijfers en meldingen geven daarom zeer beperkt inzicht in ervaringen met antisemitisme van de Joodse gemeenschap in Rotterdam. Meer kennis is nodig om inzichtelijk te maken hoe Joodse mensen hun veiligheid ervaren in Rotterdam en welke vormen van antisemitisme hier negatief aan bijdragen.
16
4. THEORETISCH KADER
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het begrip veiligheidsbeleving. Er wordt gekeken naar de verschillende vormen van veiligheid en hoe de beleving van veiligheid tot uiting kan komen. Dit is de theoretische basis om de resultaten uit de interviews te beschrijven in het volgende hoofdstuk.
4.1 Veiligheid en veiligheidsbeleving Wanneer onderzoek wordt gedaan naar veiligheid gaat het vaak meteen over onveiligheid. Deze negatieve connotatie blijkt onvermijdelijk om in kaart te brengen welke risico’s bestaan die veiligheid in gevaar brengen. Dit wordt vaak vastgesteld door criminaliteit te meten, gebaseerd op meldingen en rapportages (Boers, van Steden & Boutellier, 2008). Naast deze kwantitatieve gegevens geven ervaringen, gevoelens en gedragingen van mensen inzicht in veiligheid, ook wel veiligheidsbeleving genoemd.
4.1.1 Veiligheidsbeleving Het is inzichtelijk om een verschil te maken tussen objectieve veiligheid en subjectieve veiligheid in onderzoek. Objectieve veiligheid omvat de feitelijke aan- of afwezigheid van gevaar, vaak gemeten door meldingen en registraties van incidenten en criminaliteit. Subjectieve veiligheid gaat over de ervaren veiligheid van mensen en gaat om de wijze waarop een individu zelf veiligheid beleeft. Deze twee vormen van veiligheid komen niet altijd overeen, doordat individuen een objectieve veiligheidssituatie op een andere manier kunnen ervaren. Subjectieve veiligheid, ook wel veiligheidsbeleving, blijft een breed begrip. Door de complexiteit en gelaagdheid van het begrip is het lastig om te spreken over ‘de veiligheidsbeleving’, aangezien deze is opgebouwd uit diverse dimensies en persoonsgebonden is (Eysink Smeets, 2018).
4.1.2 Uiting van veiligheidsbeleving Veiligheidsbeleving uit zich in drie dimensies (Eysink Smeets, 2018). Allereerst de cognitieve dimensie, waarbij een individu een risico-inschatting maakt om zelf slachtoffer te worden van een onveilige situatie. Dit is subjectief, dus kan een onderschatting, overschatting of een reële schatting zijn van het feitelijke risico dat iemand loopt. Deze risico-inschatting bestaat uit de kans die iemand inschat om zelf slachtoffer te worden van een onveilige situatie. Zo zijn vrouwen over het algemeen eerder bang om slachtoffer te worden van seksueel geweld dan mannen en schatten dit risico en de ernst van de gevolgen hoger in. Als tweede bestaat de affectieve dimensie, die de gevoelens die gepaard gaan met de cognitieve dimensie betreft. Het kan gaan om gevoelens van angst, boosheid of walging. Als derde is er de conatieve dimensie, die (on)bewuste gedragingen van mensen bevat die volgen op de inschatting die zij maken en de gevoelens die hierop volgen. Zo kunnen mensen bepaalde plekken of mensen gaan vermijden, zich extra gaan beveiligen of zich terugtrekken in een bepaalde groep of omgeving.
17
4.1.3 Begrijpen van veiligheidsbeleving Veiligheidsbeleving is een complex begrip, waar diverse lagen, dimensies en vormen van dreiging op elkaar inspelen. Om veiligheidsbeleving te begrijpen is het belangrijk om erachter te komen welke aspecten van invloed zijn op de ervaren veiligheid van mensen, op welke niveaus de dreiging voor hen speelt en welke inschattingen, gevoelens en gedragingen hiermee gepaard gaan.
18
5. RESULTATEN INTERVIEWS
Er zijn interviews gehouden met dertien sleutelfiguren in Rotterdam. De nadruk lag hierbij op ervaren antisemitisme en de invloed daarvan op veiligheidsbeleving. Het ging om zowel de beleving van de respondenten zelf als de inschatting van de beleving van andere Joodse mensen in hun netwerk. Daarnaast is ingegaan op de meldingsbereidheid van antisemitisme onder Joodse Rotterdammers.
5.1 Beschrijving respondenten De dertien respondenten zijn geworven via de twee Joodse gemeenten in Rotterdam, het landelijke Joods Jongeren Fonds en de gemeente Rotterdam. Het overgrote deel woont in Rotterdam, anderen in omringende gebieden. De respondenten die niet in Rotterdam wonen, zijn wel wekelijks in de stad te vinden en nauw betrokken bij een van de Joodse gemeenten. In totaal is gesproken met 10 mannen en 3 vrouwen. Vaak werd naar mannen verwezen tijdens de werving van respondenten. De leeftijd van de respondenten lag tussen de 25 en 72 jaar, de meesten waren boven de 50 jaar. Bijna alle respondenten hebben een groot sociaal netwerk onder Joodse Rotterdammers en zijn lid van een van de Joodse gemeenten. Er was een oververtegenwoordiging van mensen die lid zijn van de Nederlands Israëlitische Gemeente (NIG), de orthodoxe gemeente. Een klein deel van de respondenten is niet religieus.
5.2 Definitie antisemitisme Een groot deel van de sleutelfiguren ziet antisemitisme als Jodenhaat. Andere respondenten beschouwen antisemitisme als minderwaardig behandeling van Joodse mensen of een negatief (voor)oordeel over Joden. Een aantal sleutelfiguren definieert stereotypen over Joodse mensen als antisemitisch.
5.2.1 Antisemitisme en Israël Voor een deel van de sleutelfiguren zijn ‘anti-Israël’-opmerkingen per definitie antisemitisch. Deze respondenten zien geen onderscheid tussen een negatieve reactie op ‘iets wat Joods is’ of ‘wat op Israël betrekking heeft’. Een groot deel van de respondenten spreekt over grote raakvlakken tussen antisemitisme en antizionisme4 en ziet deze verwevenheid in Nederland terug. Bijvoorbeeld: “Weet je, je haalt het conflict hier naartoe, wat zijn weerwerking heeft op de lokale Joodse bevolking. En kan je het antisemitisme noemen? Nee, het is bepaald antizionisme wat erachter speelt, maar het heeft zulke raakvlakken dat het ons wel weer raakt en de perceptie naar de Joodse bevolking.” Een andere respondent geeft aan dat kritiek op Israël niet per definitie antisemitisch is, maar vindt het onvermogen tot empathie voor de Holocaust door een vergelijking te maken met het conflict tussen Israël en Palestina wél antisemitisme. Andere sleutelfiguren maken wel een duidelijk onderscheid tussen
4
Antizionisme is politiek verzet tegen het zionisme. Het zionisme is een internationale politieke beweging die streeft naar een Joodse staat in Israël (CIDI, 2020).
19
antisemitisme en antizionisme. Een klein deel van de respondenten lijkt weinig tot geen verbondenheid te hebben met Israël. Bijvoorbeeld: “Voor mij is Israël iets heel anders dan het jodendom. En er zijn een aantal mensen die het heel erg verweven met elkaar. Dat zijn vaak mensen met familie daar of zo, maar voor mij zijn het echt twee aparte zaken. Ik wil ook niet aangekeken worden op acties van Israël. Ik voel me daar niet mee verbonden, dat is niet mijn overheid.” Deze respondenten zien mensen die tegen het land Israël zijn niet per definitie ook als mensen die tegen Joden zijn, maar geven aan dat het dicht tegen elkaar aan kan bewegen.
5.3 Vormen van antisemitisme Door sleutelfiguren zijn diverse vormen van antisemitisme benoemd. Het gaat om zowel direct antisemitisme tegen Joodse personen, eigendommen of gebouwen, als indirect antisemitisme, zoals het roepen van antisemitische leuzen tijdens een voetbalwedstrijd. Daarnaast is ook de invloed van antisemitisme in het buitenland en online besproken. Als laatste is ingegaan op veroorzakers van antisemitisme en op de vraag of er volgens sleutelfiguren sprake is van een toename van antisemitisme.
5.3.1 Direct antisemitisme Bijna alle sleutelfiguren hebben zelf direct antisemitisme meegemaakt of kennen andere mensen in hun directe omgeving die dit hebben ervaren. Het gaat hierbij het vaakst om ongepaste en discriminerende opmerkingen op straat, in enkele gevallen gaat het om een ernstiger voorval, zoals bespuugd worden. Bijvoorbeeld: “Het ging over geld. En ik zeg op een gegeven moment: 'Jongens als je nou die begroting...’ Ik zei daar iets over. En er waren twee mensen tegelijkertijd die toen zeiden: 'Ja, daar heb jij natuurlijk wel verstand van’.” Respondenten die zichtbaar Joods over straat gaan in Rotterdam, onder andere door een keppeltje te dragen, hebben bijna allemaal meegemaakt dat zij uitgescholden worden vanwege hun Joodse uiterlijk. Enkele respondenten hebben in vergelijking met anderen relatief veel te maken gehad met antisemitisme, zoals de volgende respondent in Rotterdam: “We hebben fysieke dingen meegemaakt aan onze woning. Er zijn wat eieren gegooid naar de woning, ons raam is met een hamer kapotgebroken, er zijn hakenkruizen op ons huis aangebracht. Dat zijn dingen die in de laatste, wat zal het zijn, drie jaar, vier jaar hebben plaatsgevonden.” Van de sleutelfiguren gaat deze respondent als enige altijd zichtbaar Joods over straat. Hij geeft aan eens in de drie maanden te maken te krijgen met directe uitingen van antisemitisme.
Andere respondenten geven aan de afgelopen jaren enkele keren persoonlijk antisemitisme meegemaakt te hebben, in bijna alle gevallen als zij herkenbaar Joods waren. Bijvoorbeeld:
20
“Die keren [antisemitisch uitgescholden worden] had ik een hoed op en dan ook een gebedsmantel om mij heen. Of dan liep ik met iemand die wel een keppeltje op had en dan had ik een hoed op. Dan ben je herkenbaar Joods.” Geen van de respondenten is als persoon fysiek bedreigd of aangevallen. Enkele sleutelfiguren geven aan zelf nooit antisemitisme te hebben ervaren, maar kennen wel meerdere mensen die het is overkomen. Bijvoorbeeld: “Spugen, als ze met een keppeltje lopen. [..] Eentje die wordt af en toe nageroepen.” En ook: “Laatst was er iemand die stond te wachten en een klein kind loopt langs met zijn ouders. Dat kind zegt 'hey Jood ik ga je doodschieten'. Bij wijze van. En die ouders lachten een beetje schaapachtig.” Respondenten die aangeven persoonlijk nooit direct antisemitisme te hebben ervaren, zijn vaak niet of nauwelijks zichtbaar herkenbaar als Joods persoon.
5.3.2 Indirect antisemitisme Sleutelfiguren noemen zelf ook vormen van indirect antisemitisme die in deze gevallen dus niet direct naar een Joods persoon geuit worden. Voorbeelden die respondenten noemen zijn het roepen van antisemitische leuzen tijdens voetbalwedstrijden en het uitschelden van politieagenten voor ‘kankerjood’. De meeste respondenten beschouwen deze uitingen ook als antisemitisme, maar geven aan dat het een ander onderliggend doel heeft dat niet zozeer direct komt van haat tegen Joden. Bijvoorbeeld: “Ik denk niet dat het moedwillig gericht is tegen de Joodse mensen [roepen antisemitisme uitspraken tijdens voetbalwedstrijden]. Dat dat bewust is of uit baldadigheid en dan is het meer dat ze voorlichting moeten krijgen waarom ze dat gedaan hebben. Uit onwetendheid zeg maar. Dus over ‘Hamas Hamas Joden aan het gas’, zeg ik, ik weet dat het niet tegen de Joden is gericht, dat ze daarmee Ajax bedoelen, maar het doet wel zeer.” Respondenten geven aan dat het antisemitisch schelden wel bijdraagt aan het normaliseren van antisemitisme en het creëren van een negatieve associatie met Joden. Daarnaast baart de tendens binnen diverse politieke partijen meerdere respondenten zorgen. De antisemitische uitspraken binnen Forum voor Democratie zorgen voor onrust en angst.
Een andere respondent spreekt zich ook uit over de meer linkse partijen die zich antisemitisch uitlaten en geen rekening houden met de positie van Joden in hun beleid. Daarnaast zouden Joden volgens deze respondent vaak als één homogene, witte en geprivilegieerde groep worden neergezet met weinig ruimte voor nuance. Dit kan volgens deze respondent weer bijdragen aan de versterking van antisemitische denkbeelden.
21
5.3.3 Antisemitisme in het buitenland Aanslagen met een antisemitisch motief, ook die in het buitenland, kunnen invloed hebben op de veiligheidsbeleving van Joodse mensen in Rotterdam. Respondenten noemen voornamelijk de aanslagen in New York en Halle, maar sommigen zien ook een algemene toenemende tendens in Europa. Bijvoorbeeld: “Concreet toen er in Europa veel gebeurde een aantal jaren geleden, heb ik wel situaties gevoeld dat ik me toch extra... ja, hoe moet ik het zeggen... Ik ben niet van nature iemand die bang is, maar het gaat wel door je hoofd, het zou misschien toch ook bij ons in de synagoge kunnen gebeuren.” Sommige sleutelfiguren geven aan dat het zorgt voor een tijdelijke vergroting van onveiligheidsgevoelens en/of onrust onder Joodse mensen. Ook is het volgens diverse sleutelfiguren de doorslag geweest om diverse veiligheidsmaatregelen te nemen, zoals extra beveiliging van de synagoge.
5.3.4 Online antisemitisme De meeste sleutelfiguren maken zich vooral zorgen over bepaalde ideeën die online gemakkelijk verspreid en opgezocht kunnen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om complottheorieën, waarin Joodse mensen de schuld krijgen van bepaalde problematiek in de wereld. Bijvoorbeeld: “Ik denk toch dat dat komt doordat mensen denken dat wij de elite zijn. We zouden als Joden Hollywood controleren, en bijvoorbeeld Epstein et cetera et cetera. We zouden op kinderen jagen en drinken bloed. We are lizard people. En het enge is wel, met het feit dat corona natuurlijk ook de kop heeft opgestoken, dat dat soort gedachtes nu nog meer in de schijnwerpers komen te staan en dat vind ik dan wel een hele enge ontwikkeling.” Deze respondenten maken zich zorgen over het grote online bereik van deze antisemitische denkbeelden. Door de ruimte die mensen krijgen op online platforms hebben zij de mogelijkheid om deze theorieën uitgebreid uiteen te zetten. Volgens een van de respondenten gaat het niet alleen meer om directe Jodenhaat, maar om impliciete boodschappen en denkbeelden die bijdragen aan wantrouwen tegenover Joodse mensen.
5.3.5 Veroorzakers van antisemitisme Feitelijke cijfers of andere informatie over de achtergrond van veroorzakers van antisemitisme zijn niet bekend, dus het gaat hier puur over de percepties van respondenten in dit onderzoek. Het merendeel van de sleutelfiguren heeft het idee dat antisemitisme dat zij of anderen ervaren in Rotterdam met name vanuit moslims komt. Specifieker noemen sommige respondenten Marokkaanse jonge mannen als de groep die antisemitisme in de openbare ruimte het vaakste uit. De meeste respondenten laten blijken dit dubbel te vinden om aan te geven, aangezien zij geen polarisatie willen bewerkstelligen, maar wel hun ervaringen willen uiten:
22
“Maar er zijn ook groepen voor wie antisemitisme wel heel actief is. Vind ik altijd super vervelend om te zeggen, maar moslims bijvoorbeeld. Ik heb oprecht niks.. ik heb ook moslim vrienden enzo. Lang niet allemaal, maar het staat wel vast dat het een groep is waarbij het gewoon vanaf jongs af aan al.. meegegeven wordt. Joden zijn niet goed, Joden zijn anders. Je moet niet met Joden omgaan. En dat is gewoon een grote groep, dus dat is heel vervelend.” Een kleiner deel van de respondenten ziet deze vorm van antisemitisme eerder als antizionisme, en geeft aan ultralinks en ultrarechts als veroorzakers van antisemitisme te zien. Ook zijn er enkele respondenten die aangeven dat zij het juist vanuit christelijke hoek ervaren.
5.3.6 Toename van antisemitisme Het grootste gedeelte van de sleutelfiguren geeft aan niet precies te weten of antisemitisme toeneemt, omdat het altijd aanwezig is geweest in de maatschappij. Andere respondenten benoemen ook het eeuwenoude en voortdurende bestaan, maar zeggen dat antisemitisme toeneemt in Rotterdam. Sommige respondenten hebben de indruk dat het volgens hen groeiend aantal immigranten uit islamitische landen van invloed is op het toenemend antisemitisme. Volgens de meeste van deze respondenten leggen deze islamitische migranten vaak de link met het conflict tussen Israël en Palestina en nemen zij het ook Nederlandse Joden kwalijk wat zich daar afspeelt. Een enkele respondent geeft aan dat het antisemitisme zodanig toeneemt in Rotterdam dat hij er voor zijn kinderen geen toekomst meer ziet. Hij ziet de stad dusdanig veranderen dat het volgens hem geen veilige plek meer is voor Joodse mensen. Daarnaast geeft hij aan dat meerdere mensen in zijn netwerk deze ervaring met hem delen: “Het is een bevestiging dat ik op het goede pad zit om mijn kinderen aan te moedigen om te remigreren, te repatriëren naar Israël.
Hier moeten we gewoon niet blijven.” Een klein deel van de respondenten geeft aan dat zij niet per se denken dat antisemitisme toeneemt, waarvan één respondent de toename ‘een drogbeeld’ noemt: “Dat [toename] schrijf je in een rapport of komt in de krant of waar dan ook. Joden lezen dat. Die lezen hé, antisemitisme neemt toe in Nederland. Waarmee hun gevoel van veiligheid die zegt zie je wel, het neemt toe. En daardoor gaat de cirkel draaien. En word je bezorgder en vertel je dat het toeneemt en dat je bezorgd bent.” Deze respondent geeft aan dat Joden denken dat antisemitisme toeneemt, omdat ze dit ergens horen of lezen, maar niet omdat ze zelf direct hiermee te maken krijgen.
5.4 Veiligheidsbeleving Aan sleutelfiguren is gevraagd wat zij zelf onder veiligheid verstaan. Daarnaast is besproken hoe veilig Joodse mensen zich voelen in Rotterdam en hoe deze veiligheidsbeleving tot uiting komt. Hierbij wordt ingegaan op de cognitieve, affectieve en conatieve dimensie van veiligheidsbeleving. 23
5.4.1 Definitie veiligheid Alle sleutelfiguren geven aan dat veiligheid betekent dat iemand zich vrijelijk kan bewegen zonder na te hoeven denken over eventuele gevolgen of gevaren. Explicieter geeft een respondent aan dat hij onder vrijheid verstaat dat “je met Joodse symbolen in het publieke domein kunt rondlopen, bewegen en gezien worden.” Aan de hand van deze definitie zou dat betekenen dat een deel van de Joodse mensen zich niet veilig voelt in Rotterdam, aangezien zij inschatten mogelijk slachtoffer te kunnen worden van antisemitisme als zij zichtbaar Joods zijn.
5.4.2 Cognitieve dimensie Zoals eerder beschreven in dit rapport, bestaat de cognitieve dimensie van veiligheidsbeleving uit de kans die iemand inschat om slachtoffer te worden van een onveilige situatie. In dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat respondenten de kans om zelf in de openbare ruimte slachtoffer te worden niet groot achten, vooral niet als zij niet zichtbaar Joods over straat gaan. Joodse mensen die niet zichtbaar Joods over straat gaan schatten de kans om slachtoffer te worden een stuk lager in dan Joden die een keppeltje of davidsster dragen en geven aan zich (bijna) altijd veilig te voelen. Een van de respondenten geeft aan dat antisemitisme zeker aanwezig is, maar niet in een vorm die voor hem bedreigend aanvoelt: “Ik kan goed leven. Ik kan goed leven met het antisemitisme waarvan ik denk dat dat er is. Het is aannemelijk dat dat er is, omdat het er al altijd is geweest.” Sommige sleutelfiguren schatten in dat zij fysiek geweld kunnen meemaken als zij wel openlijk Joods over straat zouden gaan: “En ik heb geen zin om op de grond te komen en een paar schoppen tegen mijn hoofd of in mijn buik te krijgen. Daar heb ik helemaal geen zin in. Dus dan is het inderdaad mijn eigen veiligheidsgevoel zeg maar. Hoed op of een pet op. Dan valt het niet direct op.
Verberg ik me? Ja.” Een deel van de respondenten geeft aan van jongs af aan al te hebben meegekregen voorzichtig te zijn met het uiten van hun Joodse identiteit. Er zijn dan ook Joodse mensen die ervoor kiezen om dit deel van hun identiteit nauwelijks te uiten. Volgens een van de respondenten zit antisemitisme in de gehele samenleving geworteld, waardoor er altijd rekening gehouden moet worden met een mogelijke dreiging: “Het is wel iets waar je dus altijd rekening… je houdt altijd rekening mee met bij wie kan ik onderduiken. Daar hou je rekening mee. En je houdt altijd rekening met laat ik vooral niet opvallen of laat ik vooral niet… want je weet maar nooit wat er kan gebeuren. Dus dat is wel… en dat is wel iets wat een beetje in je zit.” Meerdere respondenten geven ook aan dat het niet mogelijk is om zich zorgeloos ‘vrij Joods’ te bewegen binnen Rotterdam en bijna altijd rekening te moeten houden met het risico op negatieve opmerkingen of vijandigheid, zoals:
24
“Met andere woorden, hoe vrij ben je als Jood om hier [Rotterdam] je leven te leiden als Jood? In religieuze, in traditie. Ik denk dat de maatschappij dat hier niet toelaat. Dat kan wel in Amsterdam to a larger extent, maar hier denk ik dat het niet werkt. Het klinkt naar om het te zeggen maar dat is de waarheid.” En ook: “En daarnaast, ja als je dan herkenbaar Joods op straat loopt. Als blikken konden doden dan was ik al duizend keer dood geweest.” Een van de sleutelfiguren geeft aan dat meerdere Joodse kinderen in Rotterdam bang zijn buitengesloten te worden op school of anders behandeld te worden door docenten of medeleerlingen als zij vertellen dat ze Joods zijn. Zij melden zich ziek op Joodse feestdagen en dragen geen keppeltje. Een andere sleutelfiguur geeft aan dat bepaalde gebouwen geen Joodse symbolen aan de buitenkant hebben om de kans op bekladdingen en vandalisme te verminderen. Over de diensten in de synagoge geven sommige sleutelfiguren aan dat beveiliging nodig is, omdat er altijd een kans op een incident aanwezig is. Voor bepaalde respondenten geeft de beveiliging een veiliger gevoel omdat zij beschermd worden, maar er zijn ook Joodse mensen die aangeven zich juist onveiliger te voelen doordat deze mate van beveiliging blijkbaar nodig is.
Ondanks dat een klein deel van de respondenten aangeeft zich volkomen veilig te voelen als Jood in Rotterdam, geven ook deze mensen aan dat beveiliging bij de synagoge nodig is.
5.4.3 Affectieve dimensie Als tweede bestaat de affectieve dimensie, die de gevoelens omschrijft die gepaard gaan met de cognitieve dimensie. Wanneer sleutelfiguren praten over het niet vrij over straat kunnen bewegen, geven de meesten van hen aan zich hier boos en machteloos over te voelen. Daarnaast geven veel respondenten aan emotioneel te worden en pijn te ervaren, omdat zij zich niet geaccepteerd voelen voor wie ze (willen) zijn. “Ik vind dat jouw dochter of jouw zus met een hoofddoekje of met een weet ik wat mag lopen. Wie ben jij dan dat je mij in mijn eigen land waar ik geboren en getogen ben allerlei ziektes toewenst. Dus aan de ene kant word ik boos en aan de andere kant krijg ik een bepaalde emotionaliteit over me heen.” Andere respondenten geven aan het ‘gewend’ te zijn geraakt om vervelende situaties mee te maken en er niet veel meer bij te voelen, zoals: “Ik ben er zo aan gewend eigenlijk dat ik dat al… ja, zeg maar op de koop toe neem. Ik zwaai terug, klaar. Dat is voor mij niet beangstigend, maar ik kan me voorstellen dat voor anderen en andere kinderen het wel beangstigend kan zijn.”
25
Sommige respondenten trekken zich terug door deze ervaren emoties en passen hun uiterlijk of gedrag aan, terwijl andere respondenten benoemen dat zij een gevoel van onrechtvaardigheid ervaren en hierdoor in opstand willen komen en juist boosheid en woede voelen, zoals: “Op een gegeven moment was ik bij Biergarten en toen hoorde ik wel echt 'kankerjood', echt zo. En toen dacht ik van dit vind ik niet leuk. En dan merk ik ook dat ik nukkig word en dat ik... dan wilde ik ook roepen van 'nou ik ben een Jood en ik ben hier'.” En ook: “Nee, ik word boos. Nee. Nee, ik ben sowieso niet zo’n angstig iemand. Maar ik merk wel dat het mij… dat het mij boos maakt.” Deze uiteenlopende gevoelens van Joodse mensen als reactie op hun inschatting om slachtoffer te worden van antisemitisme heeft ook diverse uitwerkingen op hun gedrag.
5.4.4 Conatieve dimensie De conatieve dimensie beschrijft de (on)bewuste gedragingen van mensen die volgen op de inschatting die zij maken om slachtoffer te kunnen worden van onveiligheid. Niet alle Joodse mensen willen bijvoorbeeld een keppeltje of davidsster dragen. Dit kan omdat zij hier geen behoefte aan hebben of waarde aan hechten, maar kan in sommige gevallen ook een gevolg zijn van angstgevoelens. Volgens enkele sleutelfiguren zijn er Joodse mensen weggegaan uit Rotterdam, omdat zij niet het gevoel hadden nog veilig en vrij te kunnen leven in de stad. Bijvoorbeeld: “Jazeker, dus er zijn zeker mensen die verhuisd zijn omdat ze het gevoel hadden dat ze in Rotterdam niet meer zichzelf konden zijn. En er zijn ook mensen die op een bepaalde manier hun gedrag hebben aangepast om met onveiligheidsgevoelens om te gaan.” De meest voorkomende gedragsaanpassing is het niet of verborgen dragen van een keppeltje. Veel mannelijke respondenten geven aan zich niet veilig te voelen met een zichtbaar keppeltje op of geen zin te hebben in het risico nageroepen te worden. Sommige Joodse mensen geven aan dat zij bewust ‘hun identiteit verbergen’ om rustiger en veiliger over straat te kunnen gaan in (delen van) Rotterdam. Bijvoorbeeld: “Rust, dat je niet op straat nageschreeuwd wordt en dat je gewoon, ja ik wil geen gezeur aan mijn kop hebben.
Ik wil gewoon normaal op straat kunnen lopen, normaal boodschappen kunnen doen, zoals ik ook vind dat alle andere mensen op straat normaal dat moeten kunnen doen en niet lastiggevallen worden.” En ook:
26
“Ik heb altijd een flat cap op mijn hoofd, dus ik loop wat minder met een keppeltje buiten. Dat scheelt gewoon weer wat gedoe. Dat scheelt wat opmerkingen en wat klikken. Dus je maakt jezelf wat meer incognito.” Andere sleutelfiguren geven juist aan dat de keren dat zij met een keppeltje over straat liepen, zij geen vervelende ervaringen hebben meegemaakt. Naast het zichtbaar Joods over straat gaan, zijn er volgens sommige sleutelfiguren ook een aantal Joodse mensen die niet meer naar de synagoge willen komen. Door de toenemende beveiliging zijn zij zich continu bewust van het mogelijke veiligheidsrisico. Zij voelen zich juist onveilig of zijn bang dat het een negatieve invloed heeft op hun kinderen, zoals: “Ik wil dat mijn kind niet aandoen dat ze iedere week komen daar en daar tien man of negen man marechaussee zien staan en een pantserwagen. Wat doet dat met mijn kind?” Ook zijn er respondenten die aangeven dat het vooral een angst is van sommige Joodse mensen om negatieve reacties te krijgen. Ze zouden elkaar aanspreken op het veiligheidsrisico of een toename van antisemitisme en hierdoor elkaar angst inboezemen.