CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb7959 Bijlage 1 behorende bij 21bb7963 over Ontwerpbestemmingsplan Dagbesteding Doggersbank

Gemeenteraad 9 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 7. Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Dagbesteding Doggersbank’.20.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de boringen zijn plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (resten baksteen) aangetroffen. Op basis van de beschikbare informatie zoals verstrekt in de norm NEN 5725;2017 zit in de soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht op het aantreffen van asbest. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 3.3 zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.3: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis

01

Filterstelling

Monstername

pH

d.d.

Grondwaterstand [m-mv]

[m-mv] 2,20 – 3,20

29-08-2019

1,85

7,1

EC

Troebelheid

[S/cm]

[NTU]

1180

30

Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden geen bijzonderheden

De gemeten zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) van het grondwater vertonen geen afwijkende waarden ten opzichte van een natuurlijke situatie.

1908M871/JHA/rap1 Pagina 11 van 17

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 6 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. De grondmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Samenstelling analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).

Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -

Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.

1908M871/JHA/rap1 Pagina 12 van 17

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 6 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 7. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.

zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.

1908M871/JHA/rap1 Pagina 13 van 17

TABEL 3.4: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Onderzoeksaspect

Algemene bodemkwaliteit

Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)

Matrix en eventuele bijzonderheden

Analyse

Toetsingsresultaten Wbb (GSSD)

Zand, resten baksten en plastic

NEN 5740 grond + OCB’s

>T (matig verhoogd) -

>I (sterk verhoogd) -

Klei, resten grind en baksteen

NEN 5740 grond + OCB’s NEN 5740 grond + OCB’s NEN 5740 grondwater

> AW / > S (licht verhoogd) Kobalt 19,3 Nikkel 36 Minerale olie 270 -

MM1: 01 (40-90) + 01 (90-120) + 07 (0-50) + 07 (50-70) MM2: 02 (80-100) + 05 (0-50) + 06 (0-50) + 08 (20-70) + 09 (30-60) MM3: 01 (6-40) + 02 (6-30) + 03 (7-40) + 04 (0-50) + 09 (6-30) 01-1-1: 01 (220-320)

-

-

-

-

-

Barium 82

-

-

Zand, geen bijzonderheden Grondwater, geen bijzonderheden

1908M871/JHA/rap1 Pagina 14 van 17

3.5

INTERPRETATIE

Naar aanleiding van de verkregen onderzoeksresultaten blijkt met betrekking tot de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie het volgende: Grond De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit een afwisseling van zand en/of klei. In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (resten baksteen en plastic) waargenomen. In de grond (MM1) overschrijden de gehalten kobalt, nikkel en minerale olie de desbetreffende achtergrondwaarden. De gehalten van de overige onderzochte parameters zijn allen lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. In de overige onderzochte mengmonsters (MM2, MM3) zijn de gehalten van de onderzochte parameters allen lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich op circa 1,85 m-mv. Tijdens het veldonderzoek zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen aan het bemonsterde grondwater. In het grondwater uit peilbuis 01 overschrijdt de concentratie barium de desbetreffende streefwaarde. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. 3.6

TOETSING HYPOTHESE

De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.5: hypothese en onderzoeksstrategie Onderzoekslocatie

Doggersbank 56 te Hoogvliet Rotterdam

Hypothese

Verdacht

Toetsing

Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘verdacht’ gehandhaafd te worden. Reden: in de grond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetoond. Echter, de gemeten waarden komen overeen met de gestelde verwachting in het vooronderzoek en zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is.

1908M871/JHA/rap1 Pagina 15 van 17

3.7

CONCLUSIES

In opdracht van Rho Adviseurs is een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft Doggersbank 56 te Hoogvliet Rotterdam. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Conclusies Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: -

In de grond zijn zintuiglijk plaatselijk bijmengingen met bodemvreemde materialen (resten baksteen en plastic) waargenomen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. De grond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, nikkel en minerale olie. Het grondwater is niet verontreinigd.

Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden en streefwaarden, dient de hypothese verdacht voor de onderzoekslocatie te worden gehandhaafd. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel, ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen inzake het verlenen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen) worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. 3.8

AANBEVELINGEN

Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Gemeente Rotterdam, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. IDDS Milieu Noordwijk (ZH)

1908M871/JHA/rap1 Pagina 16 van 17

4.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.

In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.

1908M871/JHA/rap1 Pagina 17 van 17

BIJLAGE 1 1.1 OVERZICHTSKAART

N

0

250

500

750

1000m

Omschrijving

Ligging onderzoekslocatie

locatie aanduiding

Bijlage nr. integrale expertise bij ruimtelijke ontwikkeling IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86

1.1 Formaat: Schaal:

A4 1:25000

BIJLAGE 2.1 BEKNOPTE WEERGAVE VOORGAAND ONDERZOEK

I I I I

FUGRO B.V.

--~~~-

. 25y.s.

~GRD

E.}'5:~fI-~

10

'I I I I I I I I I I I I /::.'.~;~'

·;~;~'\":.~;'~;j):1

;,z&;;(I~~i{~wr~11fijW;*~*l'f~r~~~t!~_$k~""z.:~;::->;,:~:' '~:' C.~£r-: 'l: ": :,;~:{~" . -.r' ~';' ~ :~'i~'~!:=: :·:.=: .=:.: =~=/~='i=": : : : : . -_~'_:'~-_>_~

I I

_

I

!II

I I I I I I I I I I I I I I I I ,I I I

_ ~-'---_---------

IGF UTRECHT B.V.

GEMEENTEWERKEN ROTTERDAM ARCHIEF INGENIEURSBUREAIJ MIUlOU

Rapportage H1STOR1SCH EN 1ND1CAT1EF BODEMONDERZOEK aan de DOGGERSBANK te ROTTERDAM Opdrachtnr.: 1-1190

930105

Uitgevoerd door

Cemeencewerken Rotterdam in samenwerking met

IGF UTRECHT B.V. Projectnumrner G.W. Opdrachtnumrner O.B.R. P1annumrner O.B.R. Projectnaam O.B.R.

991301-10 9233326 9903/999 Doggersbank

Kaart nr.

Coordinaten

37 G Zuid 84,43 ; 431,09

Datum

22 januari 1993

Opste11er

1GF Utrecht B.V.

Archimedesbaan 15. Postbus 1471, 3430 AL Nieuwegein, Tel.: 03402-50466, Fax: 03402-50184

---------

I I I I I I I I I I I I I I I I

I

1.

Lokatie-aanduiding/rapport.gegevens

Soort onderzoek

Historisch en indicatief onderzoek

AdX'es Projectnaam O.B.R. Opdrachtnr. O.B.R. PlannUlDJler O.B.R. CoOrdinat.en

Doggershank Doggersbank 9233326 9903/999 84,43/431,09

Kaartblad Fin. categorie Opsteller

37 G zuid WZC IGF Utrecht B.V.

Projector. G.W.

991301-10

1100 m2

Datum rapport

jan. 1993

Code V.R.O.H. Oppervlakte

2. Aanleiding onderzoek: Aanleiding tot het onderzoek vormt de ge~lande nieuwbouw op de lokatie. 3. Doel van bet onderzoek: Het doel van het onderzoek is aan te tonen of de lokatie geschikt is voar de beoogde toekomstige besterrming. 4. Uitslag van het onderzoek: De lokatie is galegan in de deelgemeente Hoogvliet, in de buurt Hoogvliet-zuid te Rotterdam. Momenteel is de lokatie begroeid met gras en lopen er iiets- en voetpaden doorheen die betegeid Zijn.

* Het historisch onderzoek: Uit het uitgevoerde historisch onderzoek blijkt dat de lokatie ais onverdacht kan worden beschouwd. *

Het veldonderzoek: Tijdens het veldonderzoek worden puinsporen in de toplaag en puin in de diepe laag waargenomen.

*

Chemische analyses: Bij het uitvoeren van de chemische analYses zijn in de puinhoudende toplaag geen verhoogde concentraties gemeten. In een individueel matig puinhoudend mengmonster uit de toplaag worden, uitgezonderd van een licht verhoogde EOX-concentratie, geen verhoogde gehaltes gemeten. Een licht puinhoudend mengmonster uit de diepe laag heeit enkel een licht verhoogde concentratie aan EOX. In het grondwater worden geen verhoogde concentraties gemeten.

De ins chatting uit het historisch onderzoek dat de iokatie ais onverdacht kan worden beschouwd, wordt bevestigd door de resultaten van het uitgevoerde indicatieve onderzoek.

5. Aanbevelingen: De aangetroifen concentraties in de grand vormen geen bezwaar voor de toekomstige bestemming van de lokatie. De eventueel bij bouwactiviteiten vrijkomende grond kan zonder restricties worden hcrgebruikt.

6. Toetsingscomrod~sie: Stuknummer 93016 Datum 7-1-93 Uitslag Lokatie geschikt voor toekomstige bestemming. 7. Verzendlijst: archief-BIS OBR - WZC GW aide ling IH

2

3 1

I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I

.

~ .': __

••••• ¥

; ~, t_.

_ _ .,

; L£ :' :"f ~"

I N H 0 U D SOP G A V E SAMENVATTlNG 1NHOUDSOPGAVE BIz. 1. 1NLE1D1NG

1

2. HISTOR1SCH ONDERZOEK 2.1 Doel van het onderzoek 2.2 Onderzoeksopzet 2.2.1 Algemeen 2.2.2 Geraadpleegde archieven 2.2.3 Visuele inspectie van de lokatie 2.2.4 Gesprekken met omwonenden. (voormalige) gebruikers en andere betrokkenen 2.3 Bodemopbouw en geohydrologie

2 2

2 2 2 3 3

3 4

2.4 Conclusies historisch onderzoek

3. 1ND1CAT1EF ONDERZOEK 3.1 Algemeen 3.2 Doel van het onderzoek

5 5 5

4. BODEMONDERZOEK 4.1 Opzet veldwerk 4.2 Resultaten veldwerk 4.3 Monstersamenstelling en analysepakket 4.4 Resultaten analyses

6

6 6 7 9

5. INTERPRETAT1E

13

6. CONCLUS1ES EN AANBEVEL1NGEN

14

LITERATUUR Tabel 1: Tabel 2: Tabel 3: Tabel 4:

Organoleptische waarnemingen Veldmetingen grondwater Analyseschema Vergelijking concentraties in grondmonsters met de (gecorrigeerde) richtwaarden Tabel 5: vergelijking concentraties in het grondwater met de richtwaarden Biilagen:

- Lokatiekaart - Situatie met boorpunten

1-1190-1 1-1190-2

- Legenda terreinproeven en Grondsoorten

- Boorprofielen Analyseresultaten - Gecorrigeerde referentiewaarden

Analysetechnieken - Toetsingstabel Ministerie VROM

1-1190-Bl tim P6 1-1190-3 1-1190-5 1-1190-6

I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I -_._ I -

-.. ,-,

. ,

~-,

'._.- ;

1, INLEIDING Door het Ingenieursbureau Geotechniek en Milieu van Gemeentewerken Rotterdam is aan IGF Utrecht B.V. de opdracht verleend voer het uitvoeren

van een historisch indicatief en/of orienterend onderzoek op een lokatie aan de Doggersbank te Rotterdam. Aanleiding tot dit onderzoek is de opdracht die het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam aan de Dienst Gemeentewerken heeft verstrekt onder nummer

9233326 d.d. 13 juli 1992 in verband met de geplande nieuwbouw op de lokatie. De lokatie is gelegen in de deelgemeente Hoogvliet, in de buurt Hoogvlietzuid, aan de Doggersbank in het noordwestelijk gedeelte van de woonwijk Zalmplaat. Ten noordwesten van de lokatie is het metrostation Zalmplaat

aanwezig. Momenteel is de lokatie begroeid met gras en lopen er fiets- en voetpaden doorheen die betegeld zijn.

De lokatie heeft een oppervlakte van circa 1100 m2 , Het maaiveld ligt in de huidige situatie op een niveau rond NAP + 0,5 m, Het uitgifte peil is niet bekend, Er kan grond zijn opgebracht, De opzet van het onderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit het "Concept Draaiboek Bodemsanering" (1) van gemeentewerken Rotterdam. De voorliggende rapportage doet verslag van het historische onderzoek en

het naar aanleiding hiervan uitgevoerde indicatieve en/of orienterende onderzoek.

.. _. __ ......

Opdr. : BIz. :

1-1190 1

I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I

2. HISTORISCH ONDERZOEK 2.1

Doe1 van het onderzoek

Het doel van het historisch onderzoek is inzicht te verkrijgen in hoeverre de lokatie verdacht of niet verdacht is. Dit geschiedt onder andere op basis van archiefmateriaal en inspectie ter plaatse, waarna afhankelijk van de besternrning en situatie van de lokatie een uitspraak en onderbouwing wordt geleverd. 2.2 Onderzoeksopzet 2.2.1 A1gemeen De eerste fase van het bodemonderzoek is het historisch onderzoek. In deze fase van onderzoek wordt nagegaan of op grond van de historische informatie plaatsen zijn aan te geven waar aanleiding bestaat een bodemveroncreiniging te verwachten. Hierbij dient ook een indicatie te worden verkregen omtrent de aard van eventueel verontreinigde stoffen en de eventuele ligging ervan. 2.2.2 Geraadpleegde archieven Ten behoeve van het historische onderzoek z1Jn een aantal archieven geraadpleegd. Navolgend worden de bevindingen weergegeven.

*

Gemeentearchief Rotterdam De onderzochte lokatie is gelegen in Rotterdam in de deelgemeente Hoogvliet. Uit het archief blijkt dat het dorp Hoogvliet in 1884 al bestaat.

*

Luchtfoto-archief DCMR Uit het luchtfotoarchief blijkt dat het gedeelte van Hoogvliet waarop de lokatie is gelegen, in 1934/1937 nog gescheiden is van het vaste land. Ter plaatse van en in de omgeving van de lokatie is een

"lappendeken" aan landbouwpercelen waar te nemen. Op foto's uit 1954 is op de plaats waar de lokatie is gelegen een boerderij aanwezig. Vanaf 1961 is de Meeuwenplaat, ten westen van de lokatie, bebouwd. Vanaf 1971 zijn de hUidige bebouwingsvormen van de Zalmplaat aanwezig, ook is men bezig met de aanleg van het metrostation. De parkeerplaats die ten noorden van de lokatie is gelegen is op foto's uit 1983 waar te nemen.

*

Hinderwetarchief DCMR In het hinderwetarchief is geen informatie aanwezig over hinderwetplichtige bedrijven op of in de nabije omgeving van de lokatie.

Opdr. : BIz. : ..... -- ._-,._.

1-1190 2

I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I

*

Bestand ondergrondse tanks van de DGMR In het archief ondergrondse tanks van de DGMR is geen relevante aanvullende informatie gevonden.

*

Bodemarchief DGMR In de omgeving van de lokatie is een, voor de lokatie van belang zijnde, rnilieukundig onderzoek uitgevoerd.

Historisch-orienterend bodemonderzoek aan de Doggersbank.

Gelegen 50 meter ten noorden van de onderhavige lokatie. Uitgevoerd door IGN B.V. in opdracht van de DGMR in augustus 1984 onder projectnummer 383109/10. Conclusies: er wardt ter plaatse van de lokatie in de hadem een aantal metalen in licht verhoogde concentraties aangetroffen. Op basis van deze gegevens wardt het niet noodzakelijk geacht een ver-

volgonderzoek uit te voeren.

2.2.3 Visuele inspectie van de lokatie Op 21 september is de lokatie visueel geinspecteerd. Het oppervlak van de lokatie bestaat voornamelijk uit gras, aan de oostkant van de lokatie bevindt zich een voetpad, dat met tegels is verhard. De onderhavige lokatie heeft een totale oppervlakte van 1100 m2 . 2.2.4 Gesprekken met omwonenden, (voormalige) gebruikers en andere betrokkenen Er hebben geen gesprekken met omwonenden en gebruikers plaatsgevonden. 2.3 Bodemopbouw en geohydrologie De lokatie is gesitueerd in de deelgemeente Hoogvliet te Rotterdam. Het maaiveld in deze wijk ligt op een niveau van circa NAP + 0,50 m. Volgens algemeen bekende gegevens van de Dienst Grondwaterverkenning (DGV) van het TNO en de Rijksgeologische dienst (RGD) kan onder de ten behoeve van het bouwrijp maken van de bodem aangebrachte ophooglaag de volgende bodernopbouw worden verwacht. Deklaag De circa 15 meter dikke deklaag bestaat uit zandige klei met veen. De laag is slecht doorlatend. De onderkant van de laag ligt op circa NAP-15m. Eerste watervoerende pakket Het eerste watervoerende pakket begint op NAP - 15 m en heeft een dikte van circa 10 meter. De laag bestaat uit matig fijn tot uiterst grof zand. De doorlatendheid bedraagt 500 m2 /dag.

Opdr. : BIz.

1-1190 3

I I I I

i-,' ~

Ji]Ju' Grondwater

De lokatie is gesitueerd in een gerioleerd deel van de Zuidpolder of Het Grijpland. Het peil in deze polder wordt gehandhaafd op een niveau van NAP - 0,8 m. De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket

II

bedraagt circa NAP - 1,0 m, gelet op het verschil in stijghoogte tussen het polderpeil en het eerste watervoerende pakket zal sprake

I I I I I I I I I I I I I

zijn van een vrijwel neutrale situatie. De stromingsrichting van het

grondwater in het eerste watervoerende pakket is noordoostelijk. 2.4 Conclusies historisch onderzoek Dit het historisch onderzoek blijkt dat de lokatie als onverdacht kan worden beschouwd. Conform het concept draaiboek bodemsanering (1) zal op deze lokatie een indicatief onderzoek worden uitgevoerd.

II I I

I'·

-----------

Opdr. : BIz.

1-1190 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2fa7642e-acdf-4bcf-a210-c57dd4ea512e