21bb7938 Bijlage 1 behorende bij 21bb7937 - ontwerp De Drukkerij inclusief verbeelding
Tekst van het document
Duurzame energie
Eén van de meest ambitieuze doelstellingen is om de CO2-uitstoot in 2025 met 50% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Ook wordt in 2025 gestreefd naar een energieneutrale gebouwde omgeving. Om een substantiële bijdrage aan deze doelstelling te leveren en energie te besparen, is het beleid van de gemeente Rotterdam er op gericht zoveel mogelijk woningen, bedrijven en voorzieningen aan te sluiten op een collectief warmtenet. Dit warmtenet omvat een stelsel van leidingen waardoor warm water
48
wordt gepompt voor verwarming en warm tapwater. Daarbij wordt als warmtebron gebruik gemaakt van industriële restwarmte. Bij grootschalige toepassing, op gemeentelijk niveau, wordt een grote milieuwinst behaald op het gebied van het broeikaseffect (CO2) en de lokale luchtkwaliteit (NOx). De gemeente bevordert het opwekken van duurzame energie in de gebouwde omgeving. Kleine windmolens ('urban wind') en photovoltaïsche zonnepanelen (PV) zijn nu nog niet concurrerend met netstroom, maar dat wordt in de nabije toekomst wel verwacht. Naast bovengenoemde maatregelen moeten nieuw op te richten gebouwen of gebouwen die gerenoveerd worden daarom wat betreft daklast ook geschikt zijn voor het (na)plaatsen van zonnepanelen, zonneboiler of een groen dak. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam dient bij het ontwerp van gebouwen rekening te worden gehouden met duurzaam bouwen principes en de energieprestatie eisen. Zo is het reeds langer verplicht om een EPC-berekening (EnergiePrestatieCoëfficiënt) in te dienen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en zal vaker worden getoetst op de bouwplaats of de Energieprestatienorm wordt nageleefd. Ook zal de ontwikkeling van nieuwe energiezuinige bedrijfspanden worden beïnvloed door het opnemen van afspraken over energieprestaties bij de gronduitgifte. 6.9.3
Begroeide daken
De gemeente Rotterdam stimuleert de aanleg van groene daken in Rotterdam. Zo is er een aantrekkelijke subsidie voor huiseigenaren en heeft de stad inmiddels een aantal gemeentelijke gebouwen voorzien van een begroeid dak. Wanneer groene daken op grote schaal worden toegepast dragen ze bij aan een duurzame en gezonde stad. Begroeide daken vangen regenwater op en voeren het vertraagd af. Hierdoor wordt het riool minder belast als het hard regent. Begroeide daken nemen stofdeeltjes op uit de atmosfeer en vormen zo een buffer tegen luchtvervuiling. Daarmee leveren begroeide daken een bijdrage aan de vermindering van CO2uitstoot. Een beplant dak isoleert het pand eronder. Daardoor blijft het vooral in de zomer koeler in huis. Bovendien stralen begroeide daken bij hogere temperaturen minder warmte uit waardoor het ook een gunstige invloed heeft op de omgevingstemperatuur. En de stad zal groener worden, waardoor meer kansen voor flora en fauna zullen ontstaan en de leefbaarheid zal verbeteren. Met de ontwikkeling wordt een daktuin gerealiseerd, wat bijdraagt aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Rotterdam. 6.9.4
Toetsing plan
Met plan wordt voldaan aan de duurzaamheidseisen uit het Bouwbesluit en de EPC-prestatie norm van 0,4. Daarnaast worden de woningen gasloos opgeleverd, wat voor de milieu doelstellingen en luchtkwaliteit een aanzienlijke verbetering is ten opzichte van de drukkerij. Daarnaast worden zonnepanelen op het dak geplaatst en is het voornemen om het plan aan te sluiten op de stadsverwarming. Ten slotte worden groene daken en een daktuin gerealiseerd. Het plan voldoet aan het duurzaamheidsbeleid.
49
Hoofdstuk 7
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan in beginsel tevens een grondexploitatieplan vaststelt. De gemeenteraad kan bij de vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten om daarvan af te wijken, als het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een privaatrechtelijke overeenkomst met de betrokken initiatiefnemers. Om de ontwikkeling van de gronden binnen dit bestemmingsplan mogelijk te maken, is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de ontwikkelaar en de gemeente om zo de met dit plan gemoeide kosten anderszins te verzekeren.
50
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie
Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging zal een informatieavond georganiseerd worden waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.
8.2
Vooroverleg
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan gezonden naar een aantal overlegpartners. Er zijn overlegreacties binnengekomen van: DCMR milieudienst Rijnmond; Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard; BOOR; Tennet; Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond. Verder is het plan gestuurd naar de Nederlandse Gasunie N.V., Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, , de Provincie Zuid-Holland. Van deze overlegpartners zijn geen reacties binnengekomen. De overlegreacties zijn verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerp-bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter visie gelegen vanaf... Tijdens deze periode zijn wel/geen zienswijzen ingebracht.
51
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek BOOR
52
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
53
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
54
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid
55
Bijlage 5
Quickscan cultuurhistorie
56
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek middelbare school
57
Bijlage 7 Nader vleermuizenonderzoek
58
Bijlage 8
Parkeerbalans
59
Bijlage 9
Stikstofdepositieberekening
60
Regels
61
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
Plan
Het bestemmingsplan De Drukkerij van gemeente Rotterdam. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0599.BP2135DeDrukkerij- De Drukkerij met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Bebouwing
Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.6
Bebouwingspercentage
Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen. 1.7
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.8
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.9
Bouwaanduidingen
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. 1.10
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.11
Bouwgrens
De grens van een Bouwvlak. 1.12
Bouwlaag
Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld. 1.13 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
62
1.14
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.15
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.16
Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)
Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend. 1.17
Dakterras
Een bouwkundige voorziening op een plat dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak (terrasvloer), omgeven door een terrasafscheiding (vloerafscheiding). 1.18
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.19
Geluidsgevoelige objecten
Hieronder worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan de genoemde (t.w. verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven), alsmede de terreinen die behoren bij de andere gezondheidszorggebouwen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, alsmede woonwagenstandplaatsen. 1.20
Hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.21
Maaiveld
De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. 1.22
NAP
Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. 1.23
Peil (straat-)
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein. Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend. 1.24
Uitstekende delen aan gebouwen
Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d.
63
1.25
Voorgevel
De gevel van een gebouw, zoals aangegeven in de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2, die als belangrijkste is aan te merken. 1.26
Wet geluidhinder
De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan. 1.27
Wet ruimtelijke ordening
De Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan. 1.28
Woning
Een gebouw (of een gedeelte daarvan) dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
64
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
De goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het "Peil (straat-)" tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.2
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, gevelonderhoudsintallaties, zonnepanelen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
De oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. 2.5
De breedte van een gebouw
Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte. 2.6
De afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens
Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.
65
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met de daarbij behorende voorzieningen zoals (inpandige) bergingen en garageboxen, aanbouwen, bijgebouwen, dakterrassen alsmede tuinen, groen, water, en ontsluitingswegen en paden, inritten; b. gebouwde (ondergrondse) parkeergarage en parkeervoorzieningen, ten behoeve van de functie wonen. 3.2 Bouwregels 3.2.1
Algemeen
Op de voor ''Wonen' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2 Bebouwingsnormen a. gebouwen mogen niet hoger worden gebouwd dan op de verbeelding is aangegeven; b. een maximaal aantal van 109 woningen toegestaan; c. oppervlakte van een woning dient ten minste 50 m te zijn; d. gebouwen dienen met een plat dak te worden afgedekt; e. overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door uitstekende bouwdelen, zoals balkons, is tot een diepte van 2,1 meter uit de gevel en op ten minste 9 meter boven maaiveld toegestaan; f. een dakterras is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. dakterrassen zijn alleen toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; 2. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer bedraagt maximaal 0,3 meter; 3. terrasafcheidingen zijn toegestaan met een maximum bouwhoogte van 1,3 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de te realiseren terrasvloer. 2
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Algemeen
Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep/bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% wordt gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende Lijst van Bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.
66
3.4
Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1
Aan huis gebonden beroep/bedrijf
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3.1 en ter zake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeven van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het bepaalde in lid 3.1 te wijzigen en ter zake toestaan dat in de plint van het woongebouw maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen zijn toegelaten, onder voorwaarde dat de behoefte van de voorzieningen is aangetoond en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.
67
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals troittoirs, voetpaden en trappen; b. groenvoorzieningen; c. bouwwerken voor kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer- en vervoersvoorzieningen; d. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; e. aanbouwen ten behoeve van een appartement die krachtens een aangrenzende woonbestemming is toegelaten.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m en abri's; b. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in lid 4.1 onder e, niet dieper dan 2,1 meter uit de gevel en ten minste 9 meter boven maaiveld. 3
68
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Rapport archeologisch deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 5.3.1. 5.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 5.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die: a. dieper reiken dan 3,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m beslaan. 5.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 5.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden 2
Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.
69
5.3.4
Vergunning
Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.3.5
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
70
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Antidubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
71
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Maximum bebouwingspercentage
Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de plankaart een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd.
72
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 10% van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie. 8.2
Afwijking toegestaane bouwhoogte techniek
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
73
Artikel 9 9.1
Overige regels
Voorwaardelijke verplichting over parkeren
Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in Hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018", of de rechtsopvolgers daarvan. 9.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen omtrent parkeren op eigen terrein en van de parkeernormen, zoals opgenomen in 9.1, mits wordt voldaan aan de in de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" of de rechtsopvolgers daarvan opgenomen regels en voorwaarden.
74
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht bouwwerken
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1 Aanwezige bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 7.1 met maximaal 10 %. 10.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Bestaand gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.2.1 , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
75
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "De Drukkerij" van de gemeente Rotterdam.
76
Bijlage 1 Lijst van Bedrijfsactiviteiten
77
17
(19623
)
LEGENDA Plangebied
4
Plangebied
at gestra Berla
6-8
Enkelbestemmingen V-VB
Verkeer - Verblijfsgebied
W
Wonen
Dubbelbestemmingen WR-A
Waarde - Archeologie
Bouwvlakken bouwvlak 15
WR-A Jaap van d
46
W
Maatvoeringen
12
46
(1850
ekpla
er Ho
V-VB
Verklaringen ondergrond
3)
ats
V-VB
maximum bouwhoogte (m)
23
101-2
BESTEMMINGSPLAN DE DRUKKERIJ
(8481
Gemeente Rotterdam
6)
NL.IMRO.0599.BP2135DeDrukkerij-on01
1-3
1 5-7
9-1 913-15 317-1 -2721-2 5 2 1 29-3 33-35 37-39
(7714
at
erstra
ksnijd k Spe
Hen
)
schaal:
1:1000
voorontwerp:
..-..-.... / tekenaar
projectnr. OPDR:
18010
formaat:
A4
ontwerp:
03-03-2021 / LF
projectnr. VWP:
18MEERM006
concept:
04-06-2018 / ES
vastgesteld:
..-..-.... / tekenaar
bestandsnaam:
18MEERM006-007.dwg
8
Torenallee 45 5617 BA Eindhoven
7)
(6611
10
www.viewpoint.nl
info@viewpoint.nl
040 304 10 85