CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb5995 Bijlage 3 behorende bij 21bb5992 - Verbeterrichtingen HG in Rotterdam

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 21. Tweeminutendebat over voortgang aanpak huiselijk geweld en de voortgangsrapportage regionaal actieplan ‘Huiselijk geweld hoort nergens thuis’.14.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

* Opgesteld door Katrien de Vaan, verantwoordelijk voor de regio Rotterdam-Rijnmond vanuit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’

Netwerk: Regie in het wijkteam

Aandachtspunten

49

▹ De regiefunctie hangt samen met de introductie van een startbudget. Degene die regie voert moet dit budget kunnen inzetten om het gezinssysteem van hulp te voorzien.

▹ Het inrichten van de regiefunctie moet passen binnen de (wettelijke) kaders en randvoorwaarden die gesteld zijn. Sommige partijen hebben een rol die is vastgelegd in de wet en daar kan niet van worden afgeweken. Dit laat onverlet dat de regisseur die het vaste contact van het gezin is afstemming heeft met deelregisseurs en dat er een samenhangende aanpak wordt vorm gegeven.

Vervolgstappen

▹ Voor zover regie in het wijkteam gevoerd wordt kan uitgegaan worden van de kaders van het wijkteam.

▹ Formuleer een gezamenlijke bestuurlijke opdracht inclusief mandaat aan de regisseurs.

▹ Vooral het geval van HG casussen met een straf-component of in zaken waar kinderen bij betrokken zijn moet goed gekeken worden naar het wettelijke kader. In dat tweede geval schrijft de Jeugdwet voor dat een SKJ-registratie verplicht is om hulp te bieden. De huidige ICR’s of HG deskundigen beschikken hier niet over. Zij maken in hun regierol dan ook actief gebruik van de inzet van deelregisseurs. Zij voeren de regie over de hulp aan het hele gezin en stemmen af met de partners die vanuit een (wettelijk) kader deelregie voeren. Hierdoor worden activiteiten maximaal afgestemd, zodat één gezin, één plan werkelijkheid kan worden.

▹ Organiseer de randvoorwaarden voor informatie-uitwisseling.

▹ Stel als stuurgroep / netwerk de verschillende definities van regie vast zodat gezamenlijk begrip van ‘regie’ ontstaat.

▹ Ontwikkel een helder escalatiemodel, zodat vraagstukken over ‘wie doet wat’ uit het veld snel worden opgelost. ▹ Maak een quick scan van de wijkteams om een volgorde van implementatie te bepalen.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming

Uitgangspunten ▹ Systematische gebiedsbrede afstemming leidt ertoe dat gezinssystemen effectiever en efficiënter geholpen kunnen worden, doordat bij het maken van keuzes alle beschikbare informatie en handelingsmogelijkheden gecombineerd worden en dat door collegiale consultatie kennis wordt gedeeld. Gebiedsbrede afstemming ▹ Alle betrokken partijen zien meerwaarde in de mogelijkheid om gebiedsbreed af te kunnen stemmen als het gaat om huiselijk geweld casuïstiek. ▹ Hierbij wordt opgemerkt dat het overleg een duidelijk doel moet hebben. Dit doel kan gevonden worden in de behoeft tot inhoudelijke afstemming en/of in de behoefte tot procesmatige afstemming.

50

▹ Ook is het van belang om op te merken dat niet alle HG casuïstiek gebiedsbrede afstemming vereist. Naarmate een casus complexer wordt en er meerdere partijen betrokken zijn wordt de behoefte aan een dergelijk afstemming in dit overleg groter.

▹ Net als de regiefunctie zijn de verschillende gebiedsbrede overlegbehoefte te plotten op het assenstelsel ‘mate van inhoudelijke complexiteit’ en ‘aantal betrokken partijen’. (zie pagina 44). ▹ Bij het organiseren en vormgeven van (nieuwe) gebiedsbrede afstemmingsvormen dient rekening gehouden te worden met de schaal waarop de betrokken partijen georganiseerd zijn. Zo opereert het zorgen veiligheidshuis op regioniveau en de gemeentelijke expertteams op rayon niveau. ▹ Uit de gesprekken en werksessies zijn twee typen overleg te destilleren: Overleg met als focus (lokale) collegiale afstemming (zorg- en veiligheidsoverleg) en overleg voor complexere casuïstiek waar ook tweedelijns partijen bij aangehaakt kunnen worden bij de hulp aan een casus (zorg- en veiligheidsteam).

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming

51

Zorg- en veiligheidsoverleg

Zorg- en veiligheidsteam

Overleg met als primaire doel collegiale afstemming met de partijen die direct betrokken zijn bij een laagcomplexe casus. Dit overleg zou plaats kunnen vinden op een schaalniveau boven dat van het wijkteam maar beperkter dan dat van het rayon door wijkteams te clusteren in (geografisch logische) gebieden van 5-7 wijkteams. Hierdoor ontstaan 7~8 gebieden. Dit overleg vindt hoogfrequent (wekelijks) plaats en vraagt 2-4 uur inzet per deelnemer. Het overleg vervangt ook veel van de één-op-één afstemming tussen partijen onderling en draagt bij aan continue kennisdeling en hogere professionaliteit.

Het zorg en veiligheidsteam heeft als doel inhoudelijke en procesmatige afstemming waarbij ook de tweedelijns partijen betrokken zijn. Dit team opereert op rayonniveau waardoor er 4 zorg- en veiligheidsteams in Rotterdam zouden zijn. Dit overleg vind laagfrequent (maandelijks) plaats waarbij de complexe zaken inhoudelijk besproken worden, gericht op het versterken van de aanpak met noodzakelijke tweedelijnsinterventies. Ook in dit team wordt kennis en inzicht ontwikkeld dat actief gedeeld wordt via de overleggen met alle HG betrokkenen in de stad.

Deelnemers

Deelnemers

Wijkteam, VTRR, JBRR, Fier/Arosa, ZVHRR en de Politie.

Coördinatoren HG van de gebieden (of wisselen aangewezen HG deskundige uit de ZenV overleggen van de gebieden in het Rayon, leden van het expert team, GGZ, JBRR, CHGKM, VTRR, ZVHRR, eventueel CIT, Fier/Arosa en de politie.

Benodigde capaciteit

Benodigde capaciteit

In belangrijke mate betreft dit het eigen werk en zal niet heel veel extra kosten. Daarbij moet dit overleg een-op-een afstemming vervangen.

Dit betreft een nieuw afstemmingsniveau in de stad. De gevraagde capaciteit is sterk afhankelijk van de uiteindelijke samenstelling van het overleg en de frequentie daarvan. Omdat het als doel heeft een gat op te vullen dat nu bestaat en in mindere mate bestaand overleg of één-op-één afstemming vervangt is het waarschijnlijk dat dit (extra) capaciteit vraagt.

Eventueel zijn er kosten voor de HG coördinator als we die vrijstellen en van de HG deskundigen die zijn/ haar zaak komt bespreken.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming ▹ Net als bij de regiefunctie is de specifieke situatie van een gezinssysteem en de daarbij behorende hulp leidend in het type overleg dat nodig is.

Aantal betrokken partijen

ZVHRR of CHGKM

Zorg- en veiligheidsoverleg

Zorg- en veiligheidsteam

1. Geen behoefte aan gebiedsbrede afstemming 2. Zorg- en veiligheidsoverleg 3. Zorg en veiligheidsteam

Geen gebiedsbreed overleg (intern wijkteam overleg)

Zorg- en veiligheidsoverleg

Inhoudelijke complexiteit 52

▹ Hierbij onderscheiden we drie mogelijkheden:

▹ Voor de ‘extreme gevallen’ is al het een en ander geregeld. Zo is er het Zorg- en veiligheidshuis (ZVHRR) en het Centrum voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (CHGKM), hier wordt al gebiedsoverstijgend gewerkt op de schaal van de regio Rotterdam-Rijnmond. ▹ Volumes / omvang van aantallen casussen per type afstemming zijn nog niet beschikbaar. Duiding is belangrijk om in te kunnen schatten welke inzet wordt gevraagd.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming Verwachte effecten ▹ De verwachting van deelnemers aan de werksessies en gesprekken is dat, net als bij de regiefunctie, hulp effectiever kan worden ingezet doordat de afstemming en samenwerking tussen de verschillende partijen gestructureerd wordt georganiseerd. ▹ Hulp kan passender worden geboden doordat alle betrokken partijen gelijktijdig om één tafel zitten waardoor keuzes kunnen worden gemaakt. ▹ Kennis en inzichten worden gedeeld, waardoor de interventiekracht beter wordt en de professionaliteit over de breedte toe kan nemen. Gevraagde investering ▹ Om gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming succesvol te realiseren worden twee typen investeringen gevraagd. ▹ Investeringen in het creëren van de juridische en ICT technische randvoorwaarden ▹ Investeringen in termen van tijd (FTE’s) ▹ Hierbij moet opgemerkt worden dat het te verwachten is dat de 53

investeringen gedeeltelijk ‘winst’ opleveren op andere plekken in het netwerk dan bij de partij die de investering doet. Juridische en ICT technische randvoorwaarden ▹ Om de juiste juridische en technische randvoorwaarden te creëren zullen projecten moeten worden gestart. Hiervoor zullen projectkosten en eventueel advieskosten worden gemaakt. Mogelijk kunnen de kosten die gemaakt zijn bij het ZVHRR en/of CHGKM hier ter indicatie voor dienen. Investeringen in tijd ▹ De partijen die deelnemen aan de verschillende overleggen zullen tijd moeten investeren in het voorbereiden van en aanwezig zijn bij de overleggen. Deze investering is deels een vervanging en zal deels de effectiviteit en de efficiency van werken verbeteren. Zeker in het begin zal dit met name een investering vragen. ▹ Mogelijk zijn er acht(~) ‘gebiedscoördinatoren’ nodig om het zorg- en veiligheidsoverleg in goede banen te leiden. Daarmee wordt tevens de monitoring van HG over de breedte en het bouwen van een stedelijk netwerk over alle teams heen vorm gegeven.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming

Huidige ontwikkelingen ▹ Gebiedsbrede afstemming vindt al op een aantal plekken in de stad plaats en werken daar goed. Tevens zijn ontwikkelingen waar aansluiting op gezocht kan worden. ZVHRR

▹ Het ‘Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond’ biedt de mogelijkheid om in het geval van (zeer) zware of complexe HG casuïstiek te overleggen met partners in de stad. Hiervoor zijn de juiste juridische, organisatorische en ICT voorzieningen ingericht. ▹ Het aantal unieke besproken HG casussen in het ZVHRR is als volgt*:

▹ 2018: 174 ▹ 2019: 215 ▹ 2020: 167 (tot 1 juli)

54

* Concept workshop HG en ex partner stalking AB 30 september.pptx

CHGKM ▹ Het ‘Centrum voor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ biedt slachtoffers een fysieke plek om binnen te lopen en hulp te ontvangen. Alle benodigde expertises om een gezinssysteem te helpen zijn hier aanwezig. Hiervoor zijn de juiste juridische, organisatorische en ICT voorzieningen ingericht. Wijkteam overstijgend overleg in Feyenoord ▹ In de wijk Feyenoord is gepilot met wijkteam overstijgend overleg waarbij intensievere afstemming met Veilig Thuis is gezocht. Deze pilot is succesvol verlopen en loopt nog steeds. Mogelijk kan dit model gebruikt worden ter vormgeving van het zorg en veiligheidsoverleg.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming

Gebiedstafels

Wijkschakels*

▹ Op wijkniveau zijn er op verschillende plekken (o.a. IJsselmonde) structureel gebiedstafels georganiseerd waarbij VTRR en de wijkteams de processen bespreken. Het is op dit moment onduidelijk of de methodiek en (het aantal) deelnemers in elke wijk hetzelfde zijn.

▹ De wijkschakels zijn gericht op het verlenen van hulp aan verwarde personen. Hier is op verschillende plekken in de stad in pilot vorm mee gewerkt. De opgedane ervaring en de geformuleerde aanbevelingen van de pilot kunnen gebruikt worden voor het vormgeven van de gebiedsbrede HG afstemming en eventueel kan onderzocht worden of een vorm van wijkschakel ingezet kunnen worden voor HG casuïstiek.

ZVHRR’ in de wijk ▹ Vanuit de directie ‘Veilig’ wordt nagedacht over het ontwikkelen en oprichten van ‘Zorg en veiligheidshuizen in de wijk’. Dit overlapt mogelijk met het inrichten van de gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming voor HG.

55

* Evaluatie pilot Wijkschakels.pdf

Afstemming met inrichten regiefunctie ▹ Het organiseren en implementeren van de gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming hangt, zoals eerder aangeven, nauw samen met de inrichting van de verschillende vormen van regie.

Netwerk: Gebiedsbrede zorg- en veiligheidsafstemming

Aandachtspunten

Vervolgstappen

▹ Bij het delen van informatie en het gezamenlijk maken van beslissingen dient rekening te worden gehouden met de wettelijk bepaalde verantwoordelijkheden.

▹ Stel als stuurgroep / netwerk de verschillende overlegvormen vast.

▹ Goed overleg vraagt om goede en gerichte voorbereiding. Daarbij wordt het vak van de HG deskundige niet over gedaan, maar de specifieke vraag om consultatie of hulp als uitgangspunt genomen. Daarbij worden afspraken die in het overleg worden gemaakt tussen professionals als binden beschouwd door de moederorganisaties. Dit vraagt om een helder mandaat voor de deelnemers en een werkzaam escalatie systeem zodat gesignaleerde vraagstukken in de samenwerking en regie snel opgelost kunnen worden.

▹ Formuleer een gezamenlijke bestuurlijke opdracht inclusief mandaat voor de verschillende afstemmingsvormen en de deelnemers. ▹ Organiseer de randvoorwaarden voor informatie-uitwisseling. ▹ Bouw een helder escalatiesysteem zodat vragen uit de uitvoering snel worden opgelost. ▹ Maak een quick scan van de wijkteams om een volgorde van implementatie te bepalen.

56

Data

57

Niet verder uitgevraagde bouwblokken

Samenwerking: Elkaar kennen, collectief leren en informatie uitwisselen uitgangspunt ▹ Een goede samenwerking, waarbij professionals van verschillende partijen elkaar kennen, collectief leren en gericht informatie uitwisselen, zorgt ervoor dat een gezinssysteem sneller (efficiëntie) de juiste hulp ontvangt (effectiviteit) waardoor herstel eerder plaats kan vinden.

Samenwerking ▹ Uit zowel het Verwey-Jonker onderzoek als de werksessies en gesprekken uit de eerste ronde is de samenwerking in het netwerk, met de betrokken partnerorganisaties, als belangrijk thema benoemt. ▹ De aard van de problematiek, die vaak op meerdere leefgebieden speelt, maakt dat het netwerk ook integraal en samenhangend hulp moet kunnen bieden en zich daarop passend moet organiseren. ▹ Partners die in werksessies en gesprekken het meest genoemd worden als het gaat om het verbeteren van de samenwerking zijn: Veilig Thuis en de Politie (wijkagenten). 58

▹ Idealiter weten professionals, leidinggevenden en bestuurders elkaar te vinden en begrijpen zij elkaars leefwereld. ▹ Het bouwblok samenwerking bestaat uit drie thema’s. Binnen elke thema zijn meerdere verbeterrichtingen benoemd: ▹ Elkaar kennen gaat over de mate waarin professionals in de praktijk elkaars leefwereld begrijpen, contact hebben met elkaar en weten wat ze van elkaar mogen verwachten. ▹ Collectief lerend vermogen gaat over de mate waarin er gezamenlijk ontwikkeld wordt en er geleerd wordt in het werk. ▹ Informatie uitwisseling gaat voornamelijk over hoe omgegaan wordt met de AVG, zodat de noodzakelijke informatie zo goed mogelijk kan worden gedeeld ten behoeve van een effectieve aanpak van de HG situatie.

Samenwerking: Elkaar kennen, collectief leren en informatie uitwisselen Randvoorwaarden

Effect

▹ Het perspectief van het gezinssysteem blijft voorop staan, daar is de verbinding ook primair op gericht.

▹ Doordat professionals elkaar sneller vinden, wordt hulp ook sneller geboden. Dit heeft invloed op zowel de uitval tussen melding en hulp(lager) en op het moment waarop hulp kan starten (eerder).

▹ Meer duidelijkheid over wat professionals van elkaar mogen verwachten: samenwerking is niet alleen gebaseerd op goede bedoelingen. Er zijn een aantal duidelijke afspraken nodig. ▹ Kortere lijnen tussen verschillende partijen op verschillende niveaus. ▹ Gedeelde urgentie vormt de basis onder de samenwerking.

▹ Eén gemeenschappelijke taal, zodat (veelgebruikte) begrippen, werkwijzen en woorden overal een zelfde betekenis hebben. ▹ Het moet mogelijk zijn om de informatie te delen (AVG-technisch).

59

▹ Een betere samenwerking kan ook leiden tot een toename van werkplezier doordat frustratie over het proces / de samenwerking voorkomen wordt. Vraagstukken in de samenwerking worden eerder besproken en opgelost. Investering ▹ De gevraagde investering voor het verbeteren van de samenwerking is sterk afhankelijk van het ambitieniveau dat wordt nagestreefd. Daarmee kan de investering stapsgewijs worden gedaan en die is daardoor stuurbaar.

Samenwerking: Elkaar kennen, collectief leren en informatie uitwisselen ▹ Initieel betreft dit voornamelijk projectkosten om specifieke onderdelen van de samenwerking te verbeteren of de randvoorwaarden daarvoor te creëren. Een voorbeeld hiervan is het opstellen van een AVG-proof convenant voor informatie-uitwisseling. ▹ Daarnaast vraagt de ontwikkeling om een investering in tijd. Medewerkers hebben tijd en ruimte krijgen om elkaar beter te leren kennen en de gewenste cultuurverandering (samen in plaats van ieder voor zich) te maken. Ontwikkelingen Op de verschillende verbeterrichtingen vinden al een aantal ontwikkelingen plaats. Die schetsen we hieronder. Elkaar kennen: ▹ In een aantal wijkteams, waaronder IJsselmonde, is een medewerker van Veilig Thuis aanwezig bij het wijkteam. Deze vorm van verbinden wordt als positief ervaren. Ook de politie sluit daar geregeld aan bij overleg. 60

▹ Momenteel loopt het project ‘trading places’ waarbij managers van de verschillende netwerkpartners tijdelijk (6 maanden) van rol wisselen om elkaars wereld te leren kennen. Collectief lerend vermogen ▹ Er zijn nog geen netwerkbrede ontwikkelingen. De netwerkpartners hebben wel allemaal individuele initiatieven voor het opleiden en trainen van medewerkers. Voorbeeld hiervan is het project ‘deskundigheidsbevordering’ van de gemeente Rotterdam. Informatie-uitwisseling ▹ Onder andere in het Zorg- en Veiligheidshuis zijn zowel de juridische als ICT voorwaarden gecreëerd om gemakkelijk informatie uit te wisselen. Mogelijk kan hier gebruik van worden gemaakt op andere plekken in het netwerk.

Samenwerking: Elkaar kennen, collectief leren en informatie uitwisselen Aandachtspunten ▹ In het verder vormgeven van de samenwerking moet de aansluiting met bestaande samenwerkingsverbanden zoals het CHGKM en het ZVHRR worden ingericht. In het bijzonder als het gaat om het opstellen van een ‘AVG en HG in Rotterdam’ convenant.

▹ De manieren waarop samenwerking op lokaal niveau is ingericht verschilt sterk per wijk / wijkteam. De (gewenste) relatie met samenwerkingspartners kan daarom verschillen per wijkteam. ▹ Samenwerking en het verbeteren daarvan is geen doel an sich. Het staat ten dienste van de verbeterrichtingen die zijn gericht op het primaire proces, zoals het inrichten van de regiefunctie en het gebiedsbrede afstemmen.

61

Vervolgstappen

▹ Prioriteer de verbeterrichtingen binnen het bouwblok samenwerking samen met de netwerkpartners. Maak daarbij concrete afspraken en stel de tijdlijn vast. ▹ Onderzoek nader wat nodig is om een convenant te sluiten voor het vergemakkelijken van informatie-uitwisseling en stel samen met de partners een plan op om dit convenant daadwerkelijk te ontwikkelen.

Professionals: HR samenwerking en vakontwikkeling

uitgangspunt ▹ Wanneer er voldoende én juist opgeleide professionals zijn, wordt hulp sneller en passender geboden. Professionals ▹ Uit de eerste ronde gesprekken en werksessies bleek een duidelijke behoefte om huiselijk geweld verder te ontwikkelen als vakgebied. Op basis van de toen opgehaalde input zijn twee verbeterrichtingen binnen het bouwblok ‘professionals’ benoemd: ▹ HR samenwerking gaat over de mate waarin er samengewerkt wordt om HR uitdagingen, zoals het hebben van voldoende professionals, gezamenlijk op te pakken. ▹ Vakmanschap betreft de manier waarop het ontwikkelen van ‘hulp bij HG’ als vakgebied gezamenlijk verder wordt vormgegeven.

62

▹ Professionals onderschrijven dat het vak collectief aantrekkelijker gemaakt kan worden, waardoor de instroom van nieuwe collega’s zal aantrekken en er een breder vakgebied ontstaat waarbij mensen binnen het vakgebied kunnen verplaatsen tussen functies en organisaties, waardoor expertise voor het veld behouden blijft.

▹ Vakmanschap kan verder ontwikkeld worden door (ethische) kaders en samenwerking terug te laten komen in het opleiden van wijkteam- / HG medewerkers. ▹ Volgens deelnemers is supervisie en ‘coaching on the job’ een onderbelicht punt. Voornamelijk op het emotionele vlak: er komt veel op professionals af. Daarbij kunnen op basis van uitwisseling professionele standaards worden verdiept. Randvoorwaarden ▹ De voornaamste randvoorwaarde is dat professionals de tijd en gelegenheid moeten krijgen om de gezamenlijke professionele standaard te (blijven) ontwikkelen en vervolgens te implementeren.

▹ Het gezamenlijk ontwikkelen van professionals vraagt om een gedragen (bestuurlijke) opdracht van alle partnerorganisaties.

Professionals: HR samenwerking en vakontwikkeling

Effect

Ontwikkelingen

▹ Als er voldoende professionals zijn is er specialistische kennis in (bijna) elk wijkteam. Daardoor kan een gezin zowel sneller als passender geholpen worden. De snelheid zorgt voor minder uitval, terwijl de juiste zorg helpt in het sneller en beter herstel van het gezinssysteem.

Op de twee verbeterrichtingen vinden al een aantal ontwikkelingen plaats. Die schetsen we hieronder.

Investering ▹ De gevraagde investering om professionals te versterken is vergelijkbaar met die in het bouwblok ‘samenwerking’ in de zin dat ook deze investering erg stuurbaar is en stapsgewijs (levels) ingevoerd kan worden. ▹ Het zal eveneens voornamelijk initiële investeringen betreffen om specifieke onderdelen van het bouwblok ‘professionals’ te ontwikkelen en implementeren. ▹ De verwachting is dat dit bouwblok vooral duurzaam tijd van professionals zal vragen en in mindere mate investeringen in termen van (project)budget. 63

HR samenwerking ▹ Onbekend Vakmanschap ▹ In 2020 zijn er 10 HG deskundigen aangenomen door de gemeente Rotterdam op basis van de gemaakte capaciteitsberekening. In 2021 zullen er nogmaals 5 worden aangenomen. ▹ 20 HG deskundigen volgen momenteel de MDA++ opleiding.

Hierbij moet worden opgemerkt dat dit twee initiatieven zijn van de gemeente Rotterdam en het dus strikt genomen geen ontwikkelingen van het netwerkt betreft.

Professionals: HR samenwerking en vakontwikkeling

Aandachtspunten ▹ Dit bouwblok is sterk faciliterend aan een aantal van de andere bouwblokken. Het ontwikkelen van de professionele standaard is bijvoorbeeld een middel om de samenwerking te verbeteren of om gebiedsbrede afstemming goed te laten verlopen. Ook draagt dit bij aan binden en boeien van professionals voor het vakgebied.

Vervolgstappen ▹ Instellen werkgroep ‘vakmanschap’ (met professionals uit het netwerk) als onderdeel van het programma geleid door Eveline Kentie met als opdracht het ontwikkelen en aanscherpen van professionele standaards en methoden om ontwikkeling te stimuleren. ▹ Instellen werkgroep ‘HR samenwerking’ (met HR medewerkers en professionals) als onderdeel van het programma geleid door Eveline Kentie gericht op het in kaart brengen van HR instrumentarium en mogelijkheden die meer toe te spitsen op HG deskundigheid.

64

Regels, administratie en procedures

uitgangspunt ▹ Door (procesmatige) belemmeringen aan te pakken en administratieve lasten te verminderen krijgt de professional meer ruimte om zich te richten op het bieden van hulp aan gezinssystemen. Regels, administratie en procedures

▹ Het bouwblok ‘Afspraken, procedures en administratie’ is in het leven geroepen om op de korte termijn belemmering inzichtelijk te maken en aan te pakken. ▹ De invulling van dit bouwblok is sterk volgend aan de keuzes die bij andere bouwblokken worden gemaakt. ▹ Uit werksessies en een inventarisatie onder wijkteammedewerkers komt naar voren dat professionals minder ruimte ervaren om expertise in te zetten, en steeds meer tijd besteden aan randvoorwaarden, administratie, procedures en andere trajecten.

65

▹ Deelnemers aan de werksessies kunnen zich vinden in het ‘pas toe of leg uit’ principe: standaard werken professionals volgens protocol, professionals krijgen de ruimte om in te schatten of het noodzakelijk is af te wijken van het protocol en voorzien dat hiermee zeer veel tijdswinst wordt geboekt. ▹ Alleen indien afgeweken wordt van het protocol, wordt dit vastgelegd. Deze manier van werken kan alleen in het geval van een duidelijke (gezamenlijke) professionele standaard en een helder kader. ▹ Een professional die afwijkt van het protocol zou dit actief moeten delen binnen het netwerk. Door te delen leren alle partners in het netwerk. Hierdoor wordt kennis verdiept en de werkmethoden verder aangescherpt.

Regels, administratie en procedures

Randvoorwaarden ▹ Een (gezamenlijke) professionele werkwijze inclusief protocollen.

verbeterrichting. Deze is op dit moment onbekend, en hangt sterk samen met andere verbeterrichtingen.

▹ Ruimte en steun van leidinggevenden indien een professional ervoor kiest af te wijken van een protocol.

Ontwikkelingen

Effect

Aandachtspunten

▹ Professionals kunnen meer tijd spenderen aan hun kerntaken, en daardoor (meer) gezinssystemen helpen.

▹ Onbekend

▹ Onbekend

Vervolgstappen ▹ Efficiëntiewinst: FTE’s worden gerichter ingezet. ▹ Zeer waarschijnlijk neemt het werkplezier van medewerkers toe. Investering ▹ Gevraagde investeringen zijn zeer afhankelijk van de invulling van deze 66

▹ Oprichten werkgroep ‘regels, administratie en procedures’ als onderdeel van het programma geleid door Eveline Kentie.

Data

67

Conclusies & vervolg

Huiselijk geweld verder (h)erkennen als expertise

▹ In de gesprekken en werksessies komt naar voren dat huiselijk geweld één van de onderwerpen is waar een HG deskundige, wijkteamleider of wijkteammedewerker mee bezig is. Volstrek logisch gezien de generieke aard van de wijkteams. ▹ Echter is de roep om focus op huiselijk geweld onder de gesproken professionals groot. Er worden twee suggesties gedaan om deze focus te vergroten: ▹ Introduceren van een ‘gebied-coördinator HG’ ▹ Vrijstellen van HG deskundige voor overige WMO taken ▹ Het (h)erkennen van HG als expertise raakt ook aan de bouwblokken ‘professionals’ en ‘samenwerking’ waar in wordt gegaan op de ontwikkeling van het vakgebied. Gebied-coördinator HG

68

▹ De coördinatoren houden overzicht over alle HG casussen in een bepaald geografisch gebied, zijn vraagbaak voor wijkteammedewerkers en HG deskundigen, mentoren en coachen collega’s, organiseren en zitten het zorg- en veiligheidsoverleg voor en agenderen complexe casuïstiek in het zorg en veiligheidsteam.

▹ Deze taken overlappen mogelijk met de huidige rol van wijkteamleiders en eventueel wijkteammanagers. Echter is het niet de intentie om deze ‘HG coördinatoren’ een hiërarchische rol toe te bedelen. Het gaat om een rol die functioneel en inhoudelijk is. Mogelijk kunnen wijkteamleiders op deze manier ook ontlast worden. ▹ Deze coördinator wordt in de gesprekken geduid als ‘een HG deskundige +’. Iemand die vanuit de inhoud kan coördineren en begeleiden. ▹ Afhankelijk van het aantal te bepalen gebieden is de verwachting dat er 6-8 van deze coördinatoren voor de stad nodig zullen zijn.

Vrijstellen van HG deskundigen van andere WMO taken ▹ De HG deskundigen voeren ook ‘reguliere WMO taken’ uit. Dit zorgt mogelijk voor en verlies in de effectiviteit en efficiëntie waarin HG deskundigheid wordt ingezet. Het vrijstellen van HG deskundigen of een subgroep daarvan kan leiden tot een verbetering hiervan.

Duiden van de verbeterrichtingen in de beschikbare data

▹ Informatie of data kan verschillende doelen dienen in de aanpak van huiselijk geweld. Grofweg zijn er vier te onderscheiden: ▹ Het verbeteren van de effectiviteit van hulp aan gezinssystemen ▹ Het aanpassen en efficiënter maken van werkprocessen ▹ Het inzichtelijk maken de bedrijfsvoering (o.a. P&C) ▹ Inzichten benutten om toekomstig slachtofferschap te voorkomen Het verbeteren van de effectiviteit van hulp aan gezinssystemen ▹ Hierbij gaat het om het organiseren van een sluitende informatiestroom met integraal informatieontwerp: vroeg in het proces datgene vastleggen waardoor effectiviteit en snelheid in de ondersteuning van het systeem bereikt kan worden. Dit vraagt om een gemeenschappelijk, door het netwerk gedragen informatieontwerp en bijbehorend protocol. Het aanpassen en efficiënter maken van werkprocessen

69

▹ Het betreft onder andere de aard en omvang van het lopende hulpaanbod, de bijbehorende tijdlijn (incl. doorlooptijd), de beschikbaarheid van interventies en het eigenaarschap daarvan.

Het inzichtelijk maken van de bedrijfsvoering (o.a. P&C) ▹ Data kan gebruikt worden voor het prognosticeren en verantwoorden op P&C niveau. Analyses kunnen dienen om de inzet te richten op het (te verwachten) ‘HG aanbod’. Op de volgende slides gaan we vooral in op welke informatie / data kan bijdragen aan het verbeteren van de effectiviteit van hulp aan gezinssystemen. We geven daarbij een beeld van de informatie / data die momenteel al beschikbaar is en dit doel dient en van de informatie die idealiter beschikbaar zou moeten zijn. Inzichten benutten om toekomstig slachtofferschap te voorkomen ▹ Data en kennis worden aan elkaar verbonden en benut om toekomstige HG situaties te voorkomen door preventieve activiteiten te ontwikkelen naar risico groepen, risico situaties e.d.

Duiden van de verbeterrichtingen in de beschikbare data

▹ Hoewel op basis van de beschikbare data en de opgehaalde input uit de werksessies het niet mogelijk is om de verwachte effecten te kwantificeren is het wel mogelijk om uitspraken te doen over waar verschuivingen in de beschikbare data plaats zou kunnen vinden indien de verbeterrichtingen worden geïmplementeerd. Vindplaatsgericht werken ▹ De verbeterrichtingen omtrent het vindplaatsgericht werken zouden in de huidige beschikbare data een verschuiving van de meldplaats kunnen betekenen. ▹ In wijken waar vindplaatsgericht gewerkt wordt zou dit terug te zien moeten zijn in de samenstelling van de meldingen bij Veilig Thuis. ▹ Tevens zou in wijken waar gestart wordt met vindplaatsgericht werken de totale instroom toe kunnen nemen en van samenstelling kunnen veranderen.

70

Opleiden van medewerkers bij de loketten ▹ Toename van het aantal HG casussen met als meldpunt (een van) de loketten wat leidt tot een aanpassing in de samenstelling en mogelijk omvang van meldingen bij Veilig Thuis. Introductie van startbudgetten en vervolgarrangementen

▹ De wachttijd voor het starten van de hulp neemt af, mogelijk kan dit worden afgeleid van de ‘startdatum’. ▹ Mogelijk neemt ook uitval af, maar er is momenteel geen goede manier om dit te meten, omdat goed registratie ontbreekt.

Direct slim digitaal of telefonisch toegankelijk maken van de wijkteams voor gezinssystemen ▹ Verhoogde instroom met als meldplek de wijkteams wat leidt tot een aanpassing in de samenstelling en mogelijk de omvang van meldingen bij Veilig Thuis.

Duiden van de verbeterrichtingen in de beschikbare data

Plegerhulp en plegeropvang

Regiefunctie

▹ Casussen waarbij plegerhulp of –opvang wordt geboden zouden een lagere mate van recidive tot gevolg kunnen hebben. Mogelijk kan in Gidso het aantal meldingen per casus dienen als indicator voor het effect van plegerhulp. Ook kan het monitoren in de tijd (het wel of niet terugkeren van de pleger) onderbouwing geven voor het afnemen van recidive in de rol van pleger.

▹ Mogelijk is een gereduceerde looptijd van casussen waar te nemen bij het succesvol implementeren van de verbeterrichting. Dit is (gedeeltelijk) uit Gidso te halen.

▹ Tevens kan de doorlooptijd van een casus in Gidso dienen als indicatie van het effect van plegerhulp.

71

Gebiedsbrede afstemming

▹ Mogelijk is een gereduceerde looptijd van casussen waar te nemen bij het succesvol implementeren van de verbeterrichting. Dit is (gedeeltelijk) uit Gidso te halen.

Gewenste beschikbare data en informatie

▹ De informatie / data die momenteel beschikbaar is maakt dat het uitdagend is om te toetsen of de effectiviteit van hulp bij huiselijk geweld in lijn is met de verwachtingen. Tevens maakt dit het ook moeilijk om de effectiviteit van de verbeterrichtingen te toetsen nadat deze geïmplementeerd zijn. Om die reden is het aan te raden op drie punten te investeren in goede vastlegging van data en een cijfermatig overzicht. Stadsbreed inzicht in de aard en omvang ▹ Idealiter is er zicht op de in-, door- en uitstroom, en bijbehorende doorlooptijd van HG casussen in Rotterdam. Het betreft de in-, door- en uitstroom van het gehele hulptrajecten en niet alleen de in-, door- en uitstroom per betrokken netwerkpartner. Juist de overdrachtsmomenten leveren risico’s op, die vallen doorgaans buiten eventuele prestatieafspraken. Inzicht in samenstelling van HG in Rotterdam ▹ De verwachting is dat de samenstelling van de HG casuïstiek gaat 72

wijzigen naar gelang de verbeterrichtingen worden geïmplementeerd. Momenteel is het niet mogelijk om het totale aantal HG casussen (gemakkelijk) te differentiëren naar zwaarte en bijbehorende hulpbehoefte. Om de effectiviteit van beleid en de verbeterrichtingen inzichtelijk te maken is dit wenselijk. ▹ Mogelijk kan in de data die momenteel beschikbaar is door middel van een aantal aannames (zoals de behandelende partij of de looptijd van een casus) al wel een eerste beeld geschetst worden. Dit vraagt echter intensieve inzet van een data analist. Duiding van de geleverde hulp ▹ Momenteel is het niet mogelijk om de ingezette HG arrangementen gemakkelijk te onderscheiden van ‘reguliere WMO arrangementen’. Dit kan alleen op basis van een aantal aannames. Om de effectiviteit van arrangementen inzichtelijk te maken is dit noodzakelijk.

Groot

‘Laaghangend fruit’-matrix: inzicht in te verwachten effect en inzet per ingreep Regiefunctie Gebiedsbrede afstemming

Inzet

Directe digitale toegankelijkheid wijkteams

Startbudgetten Aanwezigheid vindplaatsen

Beperkt

Verhogen kennisniveau op vindplaatsen

Beperkt 73

Opleiden medewerkers

Effect

Vervolg arrangementen Plegerhulp en -opvang

Groot

Vervolgstappen met de verbeterrichtingen

Quick scan wijkteams (schetsen huidige situatie)

Stakeholderanalyse per verbeterrichting

▹ Een groot deel van de verbeterrichtingen richt zich op de wijkteams. Op de verschillende verbeterrichting worden in diverse wijkteams al stappen gezet / initiatieven ontplooit.

▹ De mate waarin een verbeterrichting een netwerkpartner raakt wisselt. Dit betekent ook iets voor de bereidheid en motivatie om (actief) te participeren in een verbeterrichting.

▹ Om goed zicht te krijgen op wat er in Rotterdam al wordt gedaan is het advies om een quick scan te maken van alle wijkteams waarin per verbeterrichting wordt bepaald wat er al gedaan wordt / wat de huidige stand van zaken is. En welke lessen daarin te benoemen zijn

▹ Om de programmastructuur goed vorm te geven en de juiste partners bij de juiste verbeterrichtingen te betrekken is het aan te raden om een stakeholderanalyse per verbeterrichting te maken. En daarbij het krachtenveld te duiden.

▹ De quick scan kan gemaakt worden in samenwerking met de wijkteamleiders en wijkteammanagers.

74

Vervolgstappen met de verbeterrichtingen

Startbudget en vervolgarrangementen

Informatiepositie huiselijk geweld

▹ De verbeterrichtingen met betrekking tot de financiering van hulp behoeven verdere uitwerking. De werksessies en gesprekken hierover hebben onvoldoende input opgeleverd om goede vervolgstappen te kunnen zetten.

▹ Gedurende het verzamelen van informatie en data over huiselijk geweld is gebleken dat de beschikbaarheid hiervan beperkt is. Het inzichtelijk maken van de aard en omvang van huiselijk geweld, anders dan ‘totale aantallen’, is vrijwel niet mogelijk en dat wat wel inzichtelijk gemaakt kan worden vraagt veel inzet.

▹ Omtrent deze thema’s zullen nogmaals werksessies en gesprekken gevoerd moeten worden. Om meer richting te geven aan dit onderwerp kunnen mogelijk de betrokkenen bij het huidig lopende inkooptraject meer worden betrokken. Ook de actieve betrokkenheid van indicatiesteller is hierbij van belang.

▹ Om de effectiviteit van het uitvoeringsprogramma en bijbehorende verbeterrichtingen inzichtelijk te kunnen maken zal meer (cijfermatig) inzicht gecreëerd moeten worden in huiselijk geweld in Rotterdam. ▹ Op pagina 70 (‘Gewenste beschikbare data en informatie’) staat een nadere toelichting op de benodigde informatie en data.

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c01e057a-ae14-4a52-9cb0-0c41cd32188f