21bb5995 Bijlage 3 behorende bij 21bb5992 - Verbeterrichtingen HG in Rotterdam
Tekst van het document
Verbeterrichtingen HG in Rotterdam Maart 2021 25 maart 2021
Van ontwerp naar implementatie ▹ De afgelopen periode is in een serie werksessies, gesprekken en een data-uitvraag, input opgehaald om de verwachte effecten van een aantal prioritaire verbeterrichtingen te duiden en vervolgstappen te bepalen. Per verbeterrichting is een werksessie georganiseerd.
▹ Dit document begint met een cijfermatige weergave van huiselijk geweld in Rotterdam. Hierin schetsen we het beeld dat we hebben opgehaald en duiden hierbij de vragen die onbeantwoord zijn gebleven om een zo juist en volledig mogelijk beeld te schetsen.
▹ De mogelijkheden om kwantitatief duiding aan te geven aan de effecten is beperkt gebleken door de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de benodigde data en informatie.
▹ Vervolgens beschrijven we een aantal overkoepelende conclusies die we op basis van de werksessies en verbeterrichtingen trekken.
▹ De verzamelde input is wel bruikbaar om kwalitatieve indicaties te geven van de effecten en om de inhoudelijke richting van de verbeterrichtingen verder te duiden.
▹ In deze rapportage geven we de opgehaalde input weer. Het doel is om inzicht te bieden in de opgehaalde input om daarna vervolgrichtingen te bepalen.
2
▹ Per verbeterrichting bespreken we de opgehaalde input en geven hierbij suggesties voor het vervolg. Tevens beschrijven we de huidige ontwikkelingen bij elke verbeterrichting om inzicht te geven wat er al speelt. Voor deze ontwikkeling geldt dat ze mogelijk benut kunnen worden t.b.v. het realiseren van de doelen van een verbeterrichting. ▹ De rapportage eindigen we met een aantal opmerkingen over de verbeterrichtingen als geheel in relatie tot het te starten uitvoeringsprogramma.
Van ontwerp naar implementatie ▹ Het opleveren van dit rapport markeert ook de overgang naar de implementatie van de verbeterrichtingen middels het uitvoeringsprogramma waar Eveline Kentie leiding aan geeft. ▹ Een dergelijke overgang is een passend moment om te reflecteren op de rol van de stuurgroep, werkgroepen en ervaringsdeskundigen in het vervolgtraject om deze inzet vervolgens te richten op de doelen van het uitvoeringsprogramma. ▹ In het bijzonder zouden we de aandacht willen vestigen op de rol van de stuurgroep. Dit is het moment om gezamenlijk vorm te geven aan de ‘continu verbeter organisatie’ zoals beschreven in de uitwerking van de scenario’s.
3
Aanloop en behaalde resultaten tot dusver
4
Gezamenlijke vastgestelde waarden en leidende principes aangevuld met ‘professionele eigenzinnigheid’
‘groen licht’ van de gemeenteraad om door te gaan met het implementeren van de scenario’s
Gezamenlijk vastgestelde bouwblokken als basis voor de verbeterrichtingen en scenario’s
Duiden van de te verwachten effecten en gevraagde investeringen verbeterrichtingen in een MKBA
Ruim 20 bijeenkomsten waarin meer dan 60 professionals en 6 ervaringsdeskundigen hebben bijgedragen.
Operationaliseren van de verbeterrichtingen in een uitvoeringsprogramma
Zeven verbeterrichtingen gecombineerd in drie scenario’s gedragen door de stuurgroep.
Opleveren van het uitvoeringsprogramma en start implementatie in april
Timeline Vandaag 1
2
3
4
ZOCS
6
7
8
Februari
Januari
Voorberei ding behandeli ng ZOCS
5
Organiseren & plannen
Werksessies en gesprekken ronde I
Consolidatie en tussenrapportage
9
10
11
Maart
12
13
14
15
April
Overdracht & afronden
16
17
Data
6
Cijfermatig inzicht in huiselijk geweld in Rotterdam
In- en doorstroom huiselijk geweld 2018 Duiding bij de cijfers
Advies en ondersteuningsvragen VT Rotterdam 1325 meldingen professionals
5984 VT-politie meldingen
Meldingen VT gemeente Rotterdam
Doorstroom VT
Aantal unieke zaken in het wijkteam volgens Gidso
7
1 Monitor VT 2018
7543 meldingen 1
100 zelfmelders
134 particuliere melding
Advies en ondersteuningszaken zijn niet op gemeenteniveau beschikbaar voor 2018. Doorstroom en unieke zaken zijn ook niet beschikbaar vanuit VT voor dit jaar.
In- en doorstroom huiselijk geweld 2019 Advies en ondersteuningsvragen VT Rotterdam
5769 advies en ondersteuningsvragen 1
6721 J&V
Meldingen VT gemeente Rotterdam
Doorstroom VT
660 Gezondheids -zorg
363 particulier
2202 2
Geen vervolg
635 2
Maatwerk huisverbo den
1 Rapport VT Q4 2019 2 Data Veilig Thuis.
3 Data Gidso: Wijkteam Casussen met Huiselijke Relaties leefgebied of vindplaat Veilig
Thuis
290 anders
271 jeugdhulp/ zorg
230 onderwijs
91 GGZ
46 VT
20 kinder- 3 leerplicht opvang 2 onbekend
Uit eerdere analyses bleek dat er een dubbeling zit in het aantal meldingen. Het gaat om een factor 1.23. Dit kan de categorie “geen vervolg” mogelijk deels verklaren.
1849 2 Interventie VT
* Dit is niet alles in het wijkteam. Het betreft alle zaken in het wijkteam die geregistreerd zijn in Gidso. Gidso is in de loop van 2019 geïntroduceerd, waardoor deze cijfers niet volledig zijn.
8697 meldingen 2
Aantal unieke zaken in het wijkteam volgens Gidso
8
Duiding bij de cijfers De overkoepelende doorstroomdata komt rechtstreeks van de data-afdeling van VT, niet uit een rapportage.
4011 2 Overdracht na beoordeling O.a. naar Wijkteam en tweedelijns partijen
1266 nieuwe zaken in het wijkteam3* 2 Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen: verdeling over de loketten van HG-casussen
waarbij loket onbekend is (tabel 2). Combinatie van Gidso en VT.
In- en doorstroom huiselijk geweld 2020 Advies en ondersteuningsvragen VT Rotterdam
6534 advies en ondersteuningsvragen 1
6303 J&V
Meldingen VT gemeente Rotterdam
Doorstroom VT
683 Gezondheids -zorg
430 particulier
283 anders
364 jeugdhulp/ zorg
224 onderwijs
97 GGZ
176 VT
24 kinder- 2 leerplicht opvang 2 onbekend
Uit eerdere analyses bleek dat er een dubbeling zit in het aantal meldingen. Het gaat om een factor 1.23. Dit kan de categorie “geen vervolg” mogelijk deels verklaren.
1982 2
*Hier zitten 861 overige politie zorgmeldingen bij. Deze krijgen geen volledige triage meer.
8588 meldingen 2
2172 2
Geen vervolg*
790 2
Maatwerk huisverboden
Aantal unieke zaken in het wijkteam volgens Gidso
9
Duiding bij de cijfers De overkoepelende doorstroomdata komt rechtstreeks van de data-afdeling van VT, niet uit een rapportage.
1 Rapporten VT
2 Data VT: inclusief politie zorgmeldingen.
3Data Gidso: Wijkteam Casussen met Huiselijke Relaties leefgebied of vindplaats Veilig Thuis
3644 2
Overdracht na beoordeling
O.a. naar Wijkteam en tweedelijns partijen
Interventie VT
2866 casussen instroom3 Jaarlijks 2.462 unieke HGKM casussen in het wijkteam (caseload)4 4 Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen: verdeling over de loketten van HG-casussen
waarbij loket onbekend is (tabel 2). Combinatie van Gidso en VT.
FTE per regio + meldingen FTE’s per regio 1
Meldingen aan VT 2020 VT 3
Noord buiten
126 fte 21 fte HG
(61,5 meldingen per HG deskundige)
(33,7 per HG deskundige)
708
750
1193
Noord binnen
177 fte 16 fte HG
2256
1100
675
1390
Zuid-buiten
58 fte 5 fte HG
246
189
561
Zuid binnen
263 fte 17 fte HG
848
1538
1291
(141 meldingen per HG deskundige)
689
Wijkteam-instroom 2020 Gidso 4
( 68,75 per HG deskundige)
(137,8 meldingen per HG deskundige)
(49,2 per HG deskundige)
3195
812
(187,9 meldingen per HG deskundige)
(47,8 per HG deskundige)
Actieve casussen 2020 Capaciteit 2 en Gidso 4
296
Onbekend
624 fte 59 fte HG
1 Overzicht bezetting 08-2020, afgerond op hele FTE’s.
2 Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen cijfermatig en kwalitatief 5-10-2020 en Gidso 3 Maandrapporten VT 2020.
4 Gidso: wijkteam casussen met Huiselijke relaties leefgebied of vindplaats Veilig Thuis
7727 meldingen
2866 casussen
861 Is het verschil tussen 8588 en 7727 meldingen: in de eerste zitten 861 politie zorgmeldingen verwerkt.
839 casussen meer dan doorgestuurd vanuit VT*
2462
4682
2220 meer actieve casussen in het wijkteam volgens Gidso dan uit de capaciteitsberekening bleek.
Duiding bij de cijfers Het aantal VT melding per HG deskundige in een rayon zegt mogelijk iets over het totale aantal HG zaken per rayon en hoe dit in verhouding staat tot de beschikbare hulp (in termen van capaciteit) in een rayon. Voor het aantal actieve casussen in 2020 benutten we twee bronnen. De capaciteitsberekening in 2020 en de cijfers uit Gidso over 2020.
Zaken in Gidso zijn gerekend als HG-zaken als ze of vindplaats VT hebben of als het leefgebied huiselijke relaties is opgegeven (of een combinatie daarvan). Het aantal fte’s HG-deskundige is de stand van zaken in juni 2020, inclusief medewerkers vanuit moederorganisaties en exclusief de 10 deskundigen die in 2020 aangenomen zijn. * Het gat tussen de wijkteaminstroom van Gidso en VT is in realiteit kleiner dan hier beschreven. 10
Loketten (FTE 2020) P&SZ P&SZ
Vraagwijzer
Onbekend – geen teams of meerdere teams
474 HG casussen per jaar 1
1401 HG casussen per jaar 1
773 HG casussen per jaar 1
156 FTE 2
?
245 FTE 3
?
2,61 casus per FTE
?
5,71 casus per FTE
?
Jongerenloket 408 HG casussen per jaar 1
11
(incl. ‘stedelijk’)
1 Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen: verdeling over de loketten van HG-casussen. 2 Overzicht Dashboard HRM details jongeren loket 1 (formatie) 3Dashboard HRM details vraagwijzer en projecten (formatie)
Duiding bij de cijfers De verdeling van ‘HG casussen per FTE bij een loket’ laten we zien omdat dit een beeld schetst van hoe vaak iemand te maken krijgt met een HG casus. Dit kan iets betekenen voor de effectiviteit van interventies zoals het opleiden en trainen van medewerkers bij loketten. De loketindeling is overgenomen uit het document ‘uitbreiding capaciteit HG-deskundigen’, wat gebaseerd is op de indeling in Gidso. In de categorie “stedelijk” zitten alleen volwassenen. Vanuit stedelijk worden de meldingen altijd gerouteerd naar een ander loket binnen PSZ. Het loket stedelijk is in deze rapportage daarom samengevoegd met P&SZ
Huisverboden en stalkingszaken
12
2018 20181
2019 20192
2020 3
291 THV
405 THV
485 THV
?
375 meldingen waarbij sprake is van stalking
505 meldingen waarbij sprake is van stalking
1 Monitor VT 2018
2 Bijlage kwartaalrapportage (Q4 2019)
3 Bijlage kwartaalrapportages (Q1, Q2, Q3 en Q4 2020).
Duiding bij de cijfers Stalkingszaken en tijdelijke huisverboden (THV) worden apart gerapporteerd door VT. Stalkingszaken en THV zitten al wel verwerkt in het totaal aantal meldingen.
Data
13
Duiding van de verbeterrichtingen
Vier verbeterrichtingen verder uitgewerkt Focus op vier verbeterrichtingen
Bouwblok ‘Toegang’
▹ De verbeterrichtingen uit de bouwblokken ‘Toegang’, ‘Effectieve hulp’, ‘Financiering’ en ‘Netwerk’ hebben centraal gestaan in de werksessies en gesprekken.
Bouwblok ‘Effectieve hulp’
Bouwblok ‘Financiering’
Optimalisatie
Bouwblok ‘Netwerk’
Bouwblok ‘Regels, procedures & administratie’
Bouwblok ‘Samenwerking’
Bouwblok ‘Professionals’
+
+
++
++
++
++
+++
+++
+++
+
▹ In het overzicht rechts is schematisch weergeven welke mate van verandering deze verbeterrichtingen betreffen. ▹ De verbeterrichtingen van de bouwblokken ‘Samenwerking’, ‘Professionals’ en ‘Regels, procedures & administratie’ hebben geen onderdeel uitgemaakt van de werksessies en gesprekken. ▹ Voor de volledigheid zijn deze verbeterrichtingen wel op vergelijkbare wijze uitgewerkt. Daarbij is gebruik gemaakt van eerder opgehaalde input en onze eigen inzichten.
14
Verbetering
++
Innovatie
+++
Disruptie
++++
++
+++
++++
++++
++++
Overall conclusies werksessies en gesprekken
Verhoogde instroom verandert de samenstelling van de casuïstiek ▹ Het implementeren van de verbeterrichtingen gaat waarschijnlijk een verschuiving in samenstelling van complexiteit HG casuïstiek opleveren. Waarbij een verschuiving plaatsvindt naar meer laagcomplexe problematiek.
▹ Het is aannemelijk dat het totale aantal HG casussen dat instroomt / bekend is bij een instantie in eerste instantie toeneemt doordat de toegankelijkheid verbeterd wordt. ▹ Bij invoering van nieuwe werkwijze zal er een periode zijn met EN huidige complexe casussen EN extra instroom. Daarna zal er zich een nieuw evenwicht gaan vormen. Zowel een afname als toename van de kosten is mogelijk ▹ Het gebiedsbreed afstemmen en het introduceren van de regiefunctie reduceert de hoeveelheid overdracht en overdrachtsmomenten. Dit levert zowel effectiviteit als efficiëntie op. 15
▹ Het beter afstemmen van data en het stroomlijnen van administratie zorgt voor versnelling, vereenvoudiging en capaciteitswinst. ▹ Door de hulp te richten op het gehele gezinssysteem kan ook de individuele hulpvraag van de systeemleden toenemen (bijvoorbeeld plegerhulp die wordt opgestart). ▹ Systeemgericht werken vraagt om intensievere vorm van hulp (meer tijd) die tot duurzamere (minder herhaling) oplossingen gaat leiden. Dit vraagt wel om een investering. In welke mate de opbrengst op termijn de balans tussen directe investering(kosten) en directe voordelen(baten) beïnvloed is nog onzeker.
▹ Verhoogde instroom kan leiden tot een toename van kosten indien de afname van complexiteit en slimmer werken dit niet compenseert of voor afname van kosten als dit wel het geval blijkt te zijn. Ook de factor tijd speelt hierbij een rol: het moment waarop een nieuw ontstaat.
Overall conclusies werksessies en gesprekken
Deskundigheid kan effectiever en efficiënter worden benut ▹ HG deskundigheid is een vak en vraagt om focus, alleen door ‘zaken te draaien’ ontstaat de ervaring die nodig is voor professionele inzet op HG, dit maakt dat HG deskundigen primair gericht moeten zijn op het verlenen van hulp in HG casuïstiek en in mindere mate of niet op ‘reguliere WMO taken’. De kosten en baten zijn naar verwachting onevenredig verdeeld ▹ Het investeren in het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie in de ‘voorkant’ van het hulpproces leidt mogelijk tot baten verderop in het proces. ▹ Bij het maken van investeringsafwegingen dienen de effecten voor zowel de investerende partij als het netwerk in ogenschouw genomen te worden. De effecten zijn ook te verwachten in andere domeinen zoals werk en inkomen, onderwijs e.d. en kunnen meegewogen worden bij besluitvorming over noodzakelijke investeringen.
16
Toegang: Opleiding en training in HG-kennis van medewerkers op vindplaatsen Uitgangspunt
▹ Het opleiden en trainen van medewerkers op vindplaatsen van huiselijk geweld leidt tot het eerder herkennen van huiselijk geweld. Hierdoor verhoogt de instroom van laag complexe casuïstiek waardoor escalatie voorkomen wordt en het aan hoog complexe casussen op termijn af zal nemen. Opleiding en training op vindplaatsen
▹ Op de belangrijkste vindplaatsen in een wijk worden medewerkers (verder) getraind in het herkennen van HG. ▹ Deelnemers van werksessies noemen verschillende vindplaatsen, waaronder bibliotheken, huisartsen, sportclubs, buurthuizen (huis van de wijk), scholen en woningstichtingen. ▹ Vanuit de werksessies is er beperkte input opgehaald op dit onderwerp, omdat er nog niet veel ervaring is opgedaan met deze werkwijze.
▹ De huidige instroom via deze vindplaatsen is (via Veilig Thuis data) beperkt bekend. ▹ Het beeld bestaat dat bepaalde wijkteams hier al mee bezig zijn, daarbij wordt niet helder welke precies. Een stedelijk overzicht van activiteiten ontbreekt. Randvoorwaarden ▹ Inzichtelijk maken wat de (belangrijkste) vindplaatsen zijn per wijk. ▹ Bouwen en onderhouden van het netwerk met vertegenwoordigers op deze vindplaatsen. Effecten ▹ Verhoogde instroom van laagcomplexe HG casuïstiek. ▹ Versterken wijknetwerk / vergroten toegankelijkheid/ sneller signaleren.
17
Toegang: Opleiding en training in HG-kennis van medewerkers op vindplaatsen Investeringen
Vervolgstappen
▹ Er worden momenteel al investeringen gedaan en de kosten (budgetten) hiervoor zijn bekend.
▹ Breng in kaart welke vindplaatsen er in de verschillende wijken zijn.
▹ Mogelijke additionele investeringen zijn naar verwachting beperkt doordat wijkteammedewerkers en/of netwerkpartners hier een rol in kunnen spelen.
▹ Bouw en onderhoud een netwerk van vertegenwoordigers op deze vindplaatsen.
Ontwikkelingen ▹ Rotterdam kent het traject ‘Preventie in de wijk’ waarbij geïnvesteerd wordt in vindplaatsen. Daarnaast heeft het ‘Servicepunt meldcode’ als (kern)taak om organisaties proactief te benaderen om te werken met de meldcode (er zijn~900 aandachtsfunctionarissen getraind). Aandachtspunten ▹ Het bouwen van een netwerk vraagt de meeste inspanning. Wanneer dit stevig staat, zit er relatief weinig inspanning in deze verbeterrichting.
18
▹ Denk na over een gedeeld aanbod waarmee de kwaliteit van het signaleren van HG op vindplaatsen verder versterkt kan worden.
Toegang: Fysieke aanwezigheid wijkteammedewerkers op vindplaatsen Uitgangspunt ▹ Het fysiek aanwezig zijn van wijkteammedewerkers of HG deskundigen op vindplaatsen leidt tot het eerder herkennen van huiselijk geweld. Hierdoor verhoogt naar verwachting de instroom van laag complexe casuïstiek, waardoor verdere escalatie voorkomen kan worden en het aantal hoog complexe casussen op termijn af zal nemen.
▹ De kanttekening wordt gemaakt, dat als er een goede ‘sociale kaart’ is, waarbij partijen elkaar snel kunnen vinden er al veel vroeg signalering op de vindplaatsen is (het opleiden en trainen van medewerkers op vindplaatsen draagt aan dit kennen en gekend worden bij) er minder noodzaak is om fysiek aanwezig te zijn. Randvoorwaarden
Fysieke aanwezigheid op vindplaatsen ▹ Uit de werksessies en gesprekken blijkt dat het merendeel van de gesprekspartners een meerwaarde ziet in het aanwezig zijn op vindplekken. Deze aanwezigheid is dan niet alleen voor HG casuïstiek maar voor alle vragen die bewoners mogelijk hebben voor het wijkteam. ▹ Als belangrijkste vindplaatsen worden huisartsen, huizen van de wijk , ziekenhuizen, scholen en kinderdagverblijven genoemd. Andere vindplaatsen zijn bibliotheken, sportclubs, kerken, moskeeën en de woningstichtingen. 19
Er worden een aantal randvoorwaarden voor deze verbeterrichting genoemd: ▹ De dag waarop iemand aanwezig is moet voorspelbaar zijn (rooster). ▹ De medewerker of HG deskundige zit niet exclusief op locatie voor HGvraagstukken, dat zou extra drempels opwerpen. ▹ De plek moet zowel passend zijn als werkplek voor de wijkteammedewerker of HG deskundige als de mogelijkheid bieden om de privacy van inlopende mensen te borgen.
Toegang: Fysieke aanwezigheid wijkteammedewerkers op vindplaatsen Effecten
Investering
▹ Meer instroom van laag-complexe zaken. Niet alle melders hebben verdere hulp nodig, anders dan een luisterend oor. Een vertrouwd gezicht in de wijk maakt het makkelijker om te praten, met minder angst voor bijvoorbeeld een uithuisplaatsing. Vroege interventie vermindert de kans op escalatie en schade aan het gezinssysteem.
▹ De inschatting is dat aanwezigheid à een halve dag per week per vindplaats voldoende is, waarbij per wijk de vindplaatsen geprioriteerd moeten worden.
▹ Dankzij eerder ingrijpen bestaat er nog een netwerk (vangnet) om pleger/gezinssysteem heen. Daardoor bestaat er een gedeelde verantwoordelijkheid en is er sprake van minder terugval. ▹ Door een verbeterde afhandelingssnelheid wordt de efficiëntie vergroot. Het risico op informatieverlies neemt tevens af. Er is minder vaak sprake van overdracht. ▹ Meer contact met het wijknetwerk.
20
▹ De extra benodigde tijd voor deze manier van werken is beperkt doordat het werk vooral verplaatst wordt van het kantoor naar de vindplaats. Echter, als de instroom toeneemt door deze methode zal dit wel extra werk meebrengen. ▹ In de werksessies wordt gesteld dat ongeveer 25% van de thema’s die zich aandienen bij een wijkteammedewerker op een vindplaats HG gerelateerd is. ▹ Tegelijkertijd vraagt de fysieke aanwezigheid van wijkteammedewerkers op vindplaatsen om de nodige ervaring (+/- 3 jaar). Het meester-gezelleerling model kan hier daarom toegepast worden. Er is dan sprake van bewustwording en kennisdeling binnen het netwerk. Ook kennis en het hebben van een breed wijknetwerk worden als voorwaarden benoemd.
Toegang: Fysieke aanwezigheid wijkteammedewerkers op vindplaatsen Ontwikkelingen
Vervolgstappen
▹ In een aantal wijken in Rotterdam wordt al vindplaatsgericht gewerkt. Het is echter op dit moment onduidelijk waar dit model precies al in gebruik is. In Vreewijk zijn wijkteammedewerkers in ieder geval fysiek aanwezig op vindplaatsen.
▹ Breng in kaart wat de belangrijkste vindplaatsen zijn voor het signaleren van huiselijk geweld en ontwikkel een plan op welke manier hierop ingezet wordt met de juiste mensen en onder de juiste voorwaarden.
Aandachtspunten
▹ Onderzoek op welke plekken een HG deskundige aanwezig moet zijn (omdat veel HG-casuïstiek verwacht wordt). Op de andere plekken kan een wijkteammedewerker aanwezig zijn.
▹ De huidige instroom van HG casussen via vindplaatsgericht werken is onbekend, mede doordat slechts een beperkt aantal wijkteams al zo werken. Ook is er stedelijk geen goed zicht op welke wijkteams al vindplaatsgericht werken en welke vindplaatsen daarmee bereikt worden. Er lijken grote verschillen te bestaan in de stad. De logica achter die verschillen is onduidelijk.
▹ Maak inzichtelijk waar nu al vindplaatsgericht gewerkt wordt, combineer deze informatie met VT-data om het effect daarvan te duiden. ▹ Indien gestart wordt met het aanwezig zijn op vindplaatsen is het aan te raden om te registeren met wat voor vragen mensen binnen komen lopen en daarbij welke versnelling in het proces dit voor welke partners zal opleveren.
21
Toegang: Opleiding en training in herkennen van HG bij de loketten Uitgangspunt ▹ Het opleiden en trainen van medewerkers bij de loketten (Vraagwijzer, Centraal Onthaal (CO) volwassenen, CO gezinnen en CO jongeren) leidt tot het eerder herkennen van huiselijk geweld. Cliënten komen daardoor eerder op de juiste plek terecht.
▹ Hierdoor verhoogt waarschijnlijk de instroom van laag complexe casuïstiek. Escalatie kan zo meer worden voorkomen en het aantal hoog complexe casussen zal op termijn waarschijnlijk afnemen. Opleiden en trainen van HG bij loketten ▹ Het opleiden en trainen van medewerkers bij de loketten wordt door de betrokkenen van de wijkteams en loketten als van meerwaarde beschouwd.
22
▹ Naast inhoudelijke kennis over huiselijk geweld is aandacht nodig voor vaardigheden als ‘gespreksvoering’ en ‘doorvragen’ bij de loketten. Randvoorwaarden ▹ Vanuit het management en aandachtsfunctionarissen moet gestuurd worden op en gevraagd worden naar HG kennis. ▹ Tijd en ruimte om HG signalen te herkennen: vanuit de werkgroep klinkt het signaal dat kwantiteit soms boven kwaliteit gaat. ▹ Medewerkers krijgen de vrijheid en mogelijkheid om cliënten op de juiste plek te laten landen. Indien nodig kunnen ze daarvoor buiten de gestelde (tijds)kaders treden.
Toegang: Opleiding en training in herkennen van HG bij de loketten Effecten
Ontwikkelingen
▹ Op termijn zou een verschuiving van de instroom bij de loketten zichtbaar moeten zijn. De verwachting is dat de instroom van HG casuïstiek via de loketten toeneemt als HG vraagstukken beter herkent worden.
▹ Alle medewerkers van de loketten worden momenteel opgeleid tot ‘niveau 1’. Dit betekent dat zij vier e-learning modules volgen over huiselijk geweld en een on-line training gespreksvoering. (zie bijlage voor toelichting). Dit gebeurt als onderdeel van het project ‘deskundigheidsbevordering’ onder leiding van Marie-Jose Hakvoort.
Investeringen ▹ De kosten om alle medewerkers tot ‘niveau 1’ op te leiden zijn bekend*. De kosten voor de e-learnings bedragen € 4.950 per jaar per 250 deelnemers. De kosten voor de training gesprekvoering bedragen € 1.050 per training à 12 deelnemers. ▹ Uitgaande van maximaal 700 deelnemers (voor de loketten) betreffen de kosten voor de e-learning maximaal € 14.850 en de training gespreksvoering maximaal € 52.500. Voor 2021 zijn deze kosten grotendeels gedekt.
23
*Overzicht december.xls (via Marie-José Hakvoort)
▹ Het betreft ca ~300 medewerkers bij de vraagwijzer, ~200 bij de stedelijke loketten en ~150-200 medewerkers bij het jongerenloket.
Toegang: Opleiding en training in herkennen van HG bij de loketten Aandachtspunten
Vervolgstappen
▹ Zorg voor scherp inzicht in de rollen / plekken bij de loketten waarbij HG expertise noodzakelijk is. Bepaal per rol welk minimale niveau gewenst is en wat er nodig is om de vaardigheden te onderhouden
▹ Maak inzichtelijk welke medewerkers deze training nog niet gevolgd hebben.
▹ Zorg in de tussenliggende tijd voor het inrichten van een goede vraagbaakfunctie bij HG deskundigen. ▹ Sta stil bij de andere aard van HG vraagstukken ten opzichte van de normale gang van zaken bij de loketten waarbij vooral gericht wordt op het snel behandelen van een enkelvoudige vraag.
24
▹ Bespreek met de leiding van de loketten welke aanpassingen in het werkproces nodig zijn om HG beter te kunnen onderkennen
Toegang: Opleiding en training in herkennen van HG bij de loketten ▹ Gedurende de werksessie over het opleiden en trainen van medewerkers bij de loketten is ook breder gesprek gevoerd over de positie die huiselijk geweld inneemt bij de loketten. Gezien de waarde van deze opmerkingen geven we deze hier apart weer. Loketten niet ingericht op het herkennen van HG
▹ De kaders waarmee de loketten werken zijn erg breed en generiek. De oriëntatie is gericht op het beantwoorden van de primaire behoefte van de vrager. De specifieke aandacht voor huiselijk geweld is hierdoor (zeer) beperkt. ▹ Het ontbreekt in veel gevallen nog aan kennis en alertheid op het gebied van HG bij de loketten. Hierdoor wordt HG niet (tijdig) herkent en wordt de meldcode onvoldoende ingezet. ▹ Het ontbreekt aan een ‘internsteunnetwerk’ waar collega’s gebruik van kunnen maken bij (het vermoeden van) een HG casus. De HG aandachtfunctionarissen hebben tevens sterke behoefte aan meer onderling contact en de mogelijkheid tot (kennis)uitwisseling. 25
▹ Het aantal HG casussen dat zich bij de loketten aandient lijkt laag waardoor ‘learning on the job’ lastig is en kennis hierover wegzakt. ▹ Er is momenteel te weinig tijd om HG goed te kunnen herkennen bij de loketten. Dit komt doordat er momenteel, in verband met de Coronamaatregelen, alleen ‘filtergesprekken’(à 10 minuten) worden gevoerd en geen intake gesprekken (à 30 minuten). Echter, de schatting is dat je ten minste 30 minuten nodig hebt om een indicatie dat er sprake is van HG boven tafel te krijgen. ▹ De drempel om HG te melden bij een loket is hoog mede door het gebrek aan privacy en burgers weten niet altijd dat ze bij een loket terecht kunnen in het geval van HG. ▹ De afstemming en samenwerking met Veilig Thuis en de wijkteams kan verbeterd worden
Toegang: Opleiding en training in herkennen van HG bij de loketten ▹ Wanneer een zaak overgedragen wordt van een stedelijk loket naar het wijkteam, zitten hier veel filters tussen. De overdracht is dan vanuit sommige loketten (maar niet alle) ‘koud’. Hierdoor gaat veel informatie die van belang is voor een goed vervolg verloren. ▹ Er wordt (wisselend) doorverwezen naar het wijkteam, maar als burgers dakloos zijn kan het wijkteam niet naar deze burgers toe. Dat is problematisch gezien de doelgroep van Centraal Onthaal doorgaans geen verblijfplaats heeft. Daar is nu eigenlijk geen goede oplossing voor.
26
Conclusies ▹ Het verbeteren van de rol die de loketten spelen in het herkennen en behandelen van huiselijk geweld kan zich niet beperken tot alleen het opleiden en trainen van de medewerkers bij loketten.
▹ De benodigde verbeteringen vragen o.a. om aanpassingen in werkwijzen, het verbinden van HG aandachtsfunctionarissen binnen de loketten en het nauwer betrekken van de wijkteams en Veilig Thuis indien nodig.
Toegang: Directer verbinden van WT’s, VTRR en de Vraagwijzer Zelfstandig maar niet losstaand
Opmerkingen
▹ Het directer verbinden van de wijkteams, Veilig Thuis RotterdamRijnmond en de vraagwijzer wordt onderdeel van het brede verbetertraject rondom de Vraagwijzer waarin betere aansluiting op het wijkteam centraal staat,.
▹ De wijkteams en loketten vragen nadrukkelijk om intensievere afstemming en uitwisseling van informatie en kennis met Veilig Thuis.
▹ Het programma zal als opdrachtgever gaan functioneren voor het project waarbinnen de wijkteams, Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond en de vraagwijzer beter verbonden worden. ▹ In de werksessies en gesprekken is niet expliciet gevraagd naar het direct verbinden van de genoemde organisaties, echter kunnen daar wel een aantal opmerkingen over worden gemaakt.
27
▹ Het is van belang in gesprek te komen over de oriëntatie van de vraagwijzer en lokketen en met hun leiding af te bakenen welke ruimte medewerkers hebben om HG vraagstukken te signaleren en te duiden. ▹ HG casuïstiek wordt bij de loketten momenteel niet (goed) geregistreerd, er worden handmatig lijstjes bijgehouden. Directer verbinden vraagt ook om passende beschikbaarheid van informatie en informatie-uitwisseling en een gestructureerde manier van werken, zodat de opvolging ‘naadloos’ kan plaatsvinden.
Toegang: Direct slim digitaal of telefonisch toegankelijk maken van de wijkteams voor gezinssystemen Uitgangspunt
Randvoorwaarden
▹ Mensen hebben behoefte aan contact zonder meteen alles te delen. Direct toegankelijk maken van het wijkteam neemt die drempel weg waardoor op een eerder moment geïntervenieerd kan worden.
▹ Randvoorwaardelijk voor het succes van deze verbeterrichting is dat de bereikbaarheid structureel geborgd is. Effect
Telefonisch toegankelijk maken
▹ In de huidige situatie moet een hulpvrager met een zeer gerichte vraag komen bij de vraagwijzer. Dit is niet laagdrempelig genoeg. ▹ Op het telefonisch toegankelijk maken van de wijkteams zijn wisselende reacties, voornamelijk omdat het voor hulpverleners niet duidelijk is hoe dit er in de praktijk uit zou zien. ▹ Hierdoor is nog relatief weinig informatie op dit vlak beschikbaar vanuit de wijkteams.
28
▹ Dankzij de laagdrempeligere toegang, is instromen makkelijker dan voorheen. De meningen zijn verdeeld over het effect. Enerzijds is de verwachting dat er een hogere instroom van laag-complexe problematiek zal zijn. Anderzijds verwacht men niet dat veel mensen dit als ingang gaan gebruiken. ▹ Daarnaast is er ook sprake van een tweeledig efficiëntievoordeel: enerzijds is er een afname in het aantal verwijzingen terwijl er ook minder overdracht en administratie komt kijken bij deze methodiek.
Toegang: Direct slim digitaal of telefonisch toegankelijk maken van de wijkteams voor gezinssystemen Investering
Aandachtspunten
▹ De verwachte investering in tijd is gering mede doordat het volume naar verwachting beperkt zal zijn en in de meeste wijkteams de bereikbaarheid tijdens kantooruren al is geregeld.
▹ Het inrichten van een dergelijke bereikbaarheidsfunctie en het succes daarvan valt samen met de feitelijke bereikbaarheid. Het is dan ook belangrijk bereikbaarheid helder te communiceren en daarnaast goed de stroom te monitoren, zodat daarmee in de bezetting van de telefoonfunctie rekening kan worden gehouden.
▹ Het positieve maatschappelijke effect van deze verbeterrichting hangt sterk samen met de mate waarin de overige verbeterrichting m.b.t. nabijheid en toegang worden gerealiseerd. De baten kunnen toenemen (afnemen) als een andere toegangswegen slechter (beter) georganiseerd is. Ontwikkelingen ▹ Momenteel is het onduidelijk of er ontwikkelingen zijn op deze verbeterrichting. ▹ Het aanmeldteam maakt gebruik van een telefonisch systeem waar ‘hulpvragers’ gebruik van kunnen maken.
29
▹ Om te voorkomen dat mensen te lang moeten wachten, of geen contact kunnen krijgen kan een routeringssysteem tussen wijkteams worden gecreëerd, waardoor bellers altijd contact krijgen Vervolgstappen ▹ Breng in kaart of er nu al lokaal digitale / telefonische toegankelijkheid is georganiseerd. ▹ Breng in kaart wat het vraagt om deze functionaliteit in alle teams in te richten
Toegang: verbeteren toegang (crisis)opvang Uitgangspunt
Randvoorwaarden
▹ (Een meer directe) toegang tot (crisis)opvang leidt tot minder situaties waarin het lastig is om snel een (tijdelijke) oplossing in te zetten.
▹ Er dient goed inzicht te zijn in de beschikbare plekken in de (crisis)opvang.
▹ (Een meer directe) toegang tot (crisis)opvang zorgt ervoor dat professionals sneller een betere afweging kunnen maken m.b.t. de in te zetten hulp in die situatie.
▹ Er wordt gestuurd op een goede door-/uitstroom in de (crisis)opvang, zodat deze niet dichtslibt. (Externe) factoren die voor stagnatie van de door- en uitstroom zorgen dienen derhalve ook aangepakt te worden.
Verbeteren toegang (crisis)opvang
▹ Professionals dienen doorzettingsmacht te hebben om een keuze te maken voor een interventie, ook als deze niet past binnen de kaders.
▹ In uitzonderingsgevallen dient het mogelijk te zijn dat cliënten zichzelf direct kunnen aanmelden bij of direct worden verwezen naar de crisisopvang. ▹ Voor ‘tussen wal en schip’-casuïstiek waarin dakloosheid als gevolg van / en (structurele) onveiligheid een rol speelt moet er een passende oplossing komen, hetzij in de vorm van een tijdelijke opvang, hetzij door ambulant snel de juiste hulp in te kunnen zetten. ▹ Bij casuïstiek die ‘tussen ‘wal en schip’ valt dient snel multidisciplinaire afstemming georganiseerd te worden om tot een passende oplossing te komen. 30
Effect
▹ Het kost professionals minder tijd om tot de juiste interventie te komen in deze casuïstiek. ▹ Op termijn moet er een afname zichtbaar zijn in cliënten die ‘tussen ‘wal en schip’ vallen. Het effect hiervan is eveneens minder escalerende casuïstiek.
Toegang: verbeteren toegang (crisis)opvang Investering
Aandachtspunten
▹ De realisatie van een aantal opvangplekken specifiek voor de doelgroep ‘tussen wal en schip’-cliënten’.
▹ Hou goed in de gaten welk effect deze ontwikkeling heeft op de bezetting in en door- en uitstroom van de (crisis)opvang.
▹ Realiseren van een multidisciplinair ambulant team, waar afstemming mee kan plaatsvinden.
▹ Een duidelijk plan en afspraken op papier, onder andere over afbakening van het traject, taakverdeling, verantwoordelijkheden en planning.
Ontwikkelingen ▹ Realisatie van de tool om beschikbare plekken (crisis)opvang 24/7 up to date te hebben.
▹ Regelmatige afstemming en evaluatie met partners om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken en op te lossen.
▹ Realisatie directe toegang tot opvang voor specifieke situaties. Vervolgstappen ▹ Realisatie opvangvoorziening voor ‘tussen wal en schip’-cliënten. ▹ Realisatie multidisciplinair ambulant team voor afstemming over moeilijk te plaatsen ‘tussen wal en schip’-casuïstiek
31
▹ Verdere realisatie van het traject Verbeteren toegang (crisis)opvang
Effectieve hulp: Introductie startbudgetten Uitgangspunt ▹ Door de invoering van een passend startbudget voor het hele gezinssysteem wordt voorkomen dat gezinssystemen pas hulp ontvangen na een langdurig proces van indicatiestellen voor de individuele leden. ▹ Dit startbudget geeft wijkteamleden en HG-deskundigen de ruimte om direct na de overdracht van start te gaan met het bieden van (ambulante) hulp aan het hele systeem als geheel en parallel daaraan een gedegen gezinsanalyse te maken.
▹ Wijkteamleden kunnen onderdelen van het startbudget inzetten voor een arrangement bij een tweedelijns partijen. ▹ Het startbudget kan al beginnen bij de warme overdracht van een zaak vanuit VT. Randvoorwaarden ▹ Mandaat bij de hulpverleners zelf.
▹ Meer mensen (in het wijkteam) die kunnen en mogen indiceren. ▹ Verbeterd inzicht in welke aanbieders en onder-aanbieders er zijn.
Startbudgetten
▹ Zorg is leverbaar en beschikbaar.
▹ Betrokken partijen zien de meerwaarde van een startbudget. Vertraging werkt erg verstorend bij HG zaken, snel kunnen handelen in het kader van veiligheid en vervolgens duurzaam herstel is essentieel.
Effecten
▹ Het is op dit moment nog onduidelijk wat er in een startbudget zou moeten zitten, omdat er onduidelijkheid bestaat over wat er momenteel ingezet wordt. Een eerste inschatting omvat: inventarisatie van benodigde hulp, diagnostiek, budget voor het kind (agressie/empowerment), borgen van de veiligheid en een vinger aan de pols. 32
▹ De professional kan het gezinssysteem als geheel behandelen wat de effectiviteit van hulp vergroot. ▹ Wendbaarheid, waardoor je het gezinssysteem als professional beter bij je kan houden. ▹ Minder afstemming, dus efficiëntiewinst. ▹ Minder administratie en besluitvorming door beperken aantal indicatiestellingen.
Effectieve hulp: Introductie startbudgetten
Investering
Aandachtspunten
▹ Pas te duiden als bekend is wat er in het startbudget zou moeten zitten en wat er in de huidige inzet van interventies vrij gaat vallen.
▹ Gedegen introductie van startbudget, vanwege de verwarring met huidige benaming van de financiering.
Ontwikkelingen ▹ Er wordt al vormgegeven aan een nieuw inkooptraject waarbij het bij elkaar brengen van individuele budgetten in één kader wordt benoemd. Het gaat daarbij om het kunnen bieden van een samenhangend pakket aan interventies voor het gehele genzinssysteem en niet om het bieden van een kader voor de losse individuen waarbij geen ruimte is voor samenhangende hulpverlening ▹ Mogelijk bieden nieuwe ontwikkelingen op het vlak van de jeugdwet ook perspectief om de inzet op jeugd te integreren met het samenhangend aanbod aan het gezinssysteem. Interventies kunnen hierdoor beter worden verbonden.
33
Vervolgstappen ▹ Breng in kaart welke activiteiten en interventies nu (frequent) bij HG zaken ingezet worden. ▹ Expliciteer en bepaal de bevoegdheden van de regisseur van het gezinssysteem voor de inzet van de interventies vanuit het beschikbare raamwerk. ▹ Onderzoek welke aspecten er volgens professionals ten minste in het startbudget moet zitten.
Effectieve hulp: Introductie vervolgarrangementen
Uitgangspunt ▹ Na het startbudget volgt de mogelijkheid tot het aanwenden van arrangementen die naadloos aansluit op de eerste interventies. Dit zorgt voor snellere hulp, logische samenhang in de aanpak en gerichte samenhangende interventie, waardoor de schade beperkt blijft.
Vervolgarrangement ▹ Het idee van een vervolgarrangement sluit aan bij de wensen van de hulpverleners om door te kunnen pakken en het achterliggende probleem op te lossen. ▹ Vanuit de verschillende werksessies hebben is nog geen gedegen beeld ontstaan over hoe het arrangement er precies uit zou moeten zien. Rode draad is het adequaat kunnen schakelen met specialistische vervolg hulp, vaak gericht op het verwerken van trauma. Randvoorwaarden ▹ Mogelijkheid tot maatwerk: meerdere arrangementen. 34
▹ Naadloze aansluiting op het gezinssysteem en de al in gang gezette beweging: het moet “stromen”. ▹ Regiefunctie is noodzakelijk voor het invoeren en monitoren van vervolgarrangementen en de uitwerking op het systeem.
Effecten ▹ Continuïteit van zorg voor het hele gezinssysteem kan zo beter worden gewaarborgd en verbinden (in plaats van verwijzen) kan steeds beter worden gewaarborgd. Investering
▹ De investering bedraagt ten minste wat wordt geïndiceerd bij tweede en eventueel derdelijns hulpverleners. De omvang hiervan is nog onduidelijk mede doordat hier momenteel (zeer) beperkt op wordt geregistreerd. Doordat gerichter en samenhangender wordt ingezet wordt de wachttijd verminderd en de omvang van de inzet waarschijnlijk lager. Ook wordt door gerichte inzet en continue monitoring de effectiviteit voor aanpak van het probleem vergroot.
Effectieve hulp: Introductie vervolgarrangementen
Ontwikkelingen ▹ In het lopende inkooptraject wordt al gewerkt aan HG-arrangementen waarin jeugd en Wmo verder geïntegreerd worden. Aandachtspunten ▹ Gedegen introductie van vervolgarrangementen, zodat de werking maximaal gemaakt kan worden. ▹ Registratie van de ingezette arrangementen ten behoeven van het inzichtelijk maken van de volumes en de effectiviteit van hulp.
35
Vervolgstappen ▹ Breng in kaart welke arrangementen (hulp) nu systematisch bij HG zaken ingezet worden. Maak deze herkenbaar als ‘hulp bij huiselijk geweld’. ▹ Onderzoek hoe aanbieders een passende rol kunnen krijgen bij het bieden van gezinssysteem gerichte hulp binnen de geldende inkoopregels.
Effectieve hulp: Plegerhulp
Uitgangspunt ▹ Het bieden van plegerhulp draagt bij aan het verminderen van escalatie of herhaling van het geweld wat ten goede komt aan de veiligheid en het herstel van het gezinssysteem. Plegerhulpaanbod
▹ Het bieden van plegerhulp wordt door alle betrokkenen beschouwd als een belangrijk element in het systeemgericht kunnen werken. Belangrijk hierin is dat plegers óók als slachtoffer worden beschouwd. ▹ Uitgaande van 5149 unieke HG casussen per jaar* kan ook uitgegaan worden van een gelijk aantal plegers. Het is onbekend welk percentage van de plegers bereid is vrijwillig hulp te accepteren en dus hoe groot de (verborgen) hulpbehoefte is. Huidige ontwikkelingen ▹ Momenteel wordt er middels een aantal pilots geëxperimenteerd met het bieden van plegerhulp. 36
* Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen: verdeling over de loketten van HG-casussen.
▹ Het betreft de volgende pilots: ▹ Pilot E-Health ‘Plegers HGKM’ ▹ Pilot ‘Niet meer door het lint’ ▹ Specifieke aandacht voor plegerhulp in de aanbesteding 2022 ▹ Daarnaast wordt via een aantal andere routes geïnvesteerd in aandacht voor plegers: ▹ Deskundigheidsbevordering m.b.t. plegers in wijkteams ▹ Aandacht voor de pleger in lespakket ‘vrijheden’ ▹ Pilot vroegdiagnostiek / risicotaxatie ▹ Op de volgende pagina’s wordt een korte toelichting geven op de verschillende pilots en initiatieven.
Effectieve hulp: Plegerhulp
Pilot E-Health ‘Plegers HGKM’
Specifieke aandacht voor plegerhulp in de aanbesteding 2022
▹ Online hulpaanbod voor gezinssystemen inclusief plegers. Is een product ingekocht via Avant Sanare. Het aanbod is sinds 1 januari 2021 beschikbaar en kost € 22.800* voor het gehele jaar. Het aantal beoogde gebruikers is onbekend.
▹ In het lopende aanbestedingstraject is expliciet aan de inschrijvende partijen verzocht een aanbod te doen op het bieden van plegerhulp.
Pilot ‘Niet meer door het lint’ ▹ Groepstherapie waarbij 8 plegers onder begeleiding met elkaar in gesprek gaan. Er zijn 20 gespreksmomenten beschikbaar, indien een pleger uitstroomt kan deze plek ingevuld worden door een nieuwe pleger. Deze dienst wordt tevens ingekocht bij Avant Sanare. De kosten hiervoor bedragen € 9.070*.
▹ In januari is een groep van 6 plegers van start gegaan. Dit impliceert dat er behoefte is aan dergelijke hulp. Indien nodig wordt de mogelijkheid tot uitbreiding onderzocht.
37
*sub.20.05.00250 Geweld Telt! rekenschema 2021 correctie.pdf
Deskundigheidsbevordering m.b.t. plegers in wijkteams ▹ Initiatief om de kennis over plegers in de wijkteams te vergroten. Dit lijkt los te staan van het project ‘deskundigheidsbevordering’ dat onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke ‘implementatieplan’. De exacte inhoud hiervan is momenteel onbekend. Aandacht voor de pleger in lespakket ‘vrijheden’ ▹ Vanuit de preventiegedachte is een lespakket ontwikkeld, hiermee wordt op scholen voorlichting gegeven over huiselijk geweld. De nadruk ligt op gedrag, cultuur, opvoeding en aangeleerde man/vrouw normen. Gericht op kinderen/scholieren. Hierin wordt nu expliciete aandacht aan plegers gegeven.
Effectieve hulp: Plegerhulp
Pilot vroegdiagnostiek / risicotaxatie ▹ In een vroeg stadium, direct na melding bij Veilig Thuis of een andere verwijzende instantie, wordt door de Waag een risicotaxatie uitgevoerd. Hierdoor kan in een vroeg stadium begonnen worden met een passend hulpaanbod, ook aan de pleger. Voor de pilotfase zijn 25 screenings ingekocht. ▹ De kosten voor deze pilot bedragen € 95.000* waarvan ~€ 59.000 uitvoeringskosten zijn voor de screenings (of € 2.353 per screening). Dit budget wordt incidenteel beschikbaar gesteld vanuit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. De aard en omvang van de potentiële behoefte is op dit moment niet inzichtelijk.
38
* Mail Erwin Wesehagen 18 december 2020
Effectieve hulp: Plegerhulp
39
Verwachte effecten
Gevraagde investering
▹ De effecten van plegerhulp zijn naar verwachting groot doordat de geweldscyclus doorbroken wordt. Ook verkleint het de kans dat in een volgende relatie wederom een onveilige of gewelddadige situatie ontstaat.
▹ Het plegeraanbod dat momenteel wordt ontwikkeld is deels gefinancierd vanuit incidentele middelen en deels vanuit het bestaande HGKM budget.
▹ Door (laagdrempelige) plegerhulp wordt het gemakkelijker om het gehele gezinssysteem te behandelen.
▹ Gezien het beperkte zicht dat er is op het aantal plegers dat (vrijwillig) gebruik wil maken van hulp is het niet mogelijk uitspraken te doen over de totale benodigde investering.
▹ Door plegers ook als slachtoffer te durven duiden wordt de laagdrempelige toegang voor plegers vergroot en daardoor de interventiekracht versterkt.
▹ Wel kan vanuit de ‘aanbod kant’ en de gerealiseerde projectkosten een schatting worden gemaakt van de benodigde investering bij opschaling van de pilots of initiatieven.
Effectieve hulp: Plegerhulp
Aandachtspunten
Vervolgstappen
▹ Het inrichten van een plegerhulpaanbod moet beschouwd worden als een onderdeel van het gezinssysteem gericht werken. Door een aanbod te ontwikkelen gericht op individuele plegers ontstaat niet automatisch een gezinssysteem gericht hulpaanbod.
▹ De lopende pilots en initiatieven moeten verbonden worden aan het programma zodat er een centrale sturing ontstaat op alle verschillende verbeterrichtingen en bijbehorende onderdelen.
▹ De pilots worden deels gefinancierd vanuit incidentele middelen, dit betekent dat structurele middelen moeten worden gezocht indien een pilot succesvol verloopt. ▹ Doordat het pilots betreft is de betrokkenheid van het HG veld in de stad nog wat beperkt, waardoor de inbedding van de methodiek van werken na afloop van de pilot specifieke aandacht behoeft. ▹ De vraag naar plegerhulp / het aantal plegers dat openstaat voor (vrijwillige hulp) is onbekend.
40
▹ Onderzoek de mogelijkheden om de samenwerking tussen het straf- en zorgkader te vergroten inclusief de mogelijkheid om ook de bijbehorende financiering te ontschotten.
Effectieve hulp: Plegeropvang
Uitgangspunt ▹ Het bieden van plegeropvang zorgt voor rust in het gezinssysteem waardoor de mogelijkheid ontstaat om te werken aan (duurzaam) herstel.
▹ De verwachting is dat slechts een klein gedeelte daarvan daadwerkelijk opvang zal krijgen. In de pilotfase wordt uitgegaan van 12-20 plegers per jaar. Huidige ontwikkelingen
Plegeropvang
▹ Het bieden van plegeropvang wordt door alle betrokkenen beschouwd als een belangrijk elementen in het systeemgericht kunnen werken. ▹ Vooral de mogelijkheid die plegeropvang biedt om plegers hulp aan te bieden in combinatie met de opvang wordt als belangrijk gezien.
▹ Uitgaande van 5149 HG casussen per jaar gaan we, zoals eerder aangeven, ook uit van 5149 plegers per jaar. Echter slechts een klein gedeelte hiervan komt in aanmerking voor plegeropvang. Mogelijk geeft het aantal huisverboden een indicatie van de omvang van de potentiële groep plegers die opvang nodig heeft. Rotterdam kent ~400 huisverboden per jaar. 41
* Interview Erwin Wesenhagen en Freija Schuurbiers-Heltzel 28 januari 2021
▹ Momenteel loopt er een pilot plegeropvang. Hierbij wordt geëxperimenteerd met twee vormen van plegeropvang: langdurig en kort. Langdurige plegeropvang*: ▹ Voor de langdurige opvang wordt gebruik gemaakt van opvangplekken van Arosa. Deze plekken zijn voornamelijk bedoeld voor zwaardere casuïstiek: mensen die niet op een andere locatie geplaatst kunnen worden (zoals bij familie) en direct het gezinssysteem moeten verlaten omdat ze een huis/locatieverbod hebben. Voor de pilotfase zijn twee plekken ingericht inclusief ‘basishulp’. Deze twee plekken kosten € 65.000 voor de periode 01-04-2021 t/m 31-12-2021 of € 86.666.67 per jaar, of € 43.333.34 per opvangplek per jaar.
Effectieve hulp: Plegeropvang
Korte plegeropvang* ▹ Voor de kortere opvang wordt gebruik gemaakt van een hotel. Het gaat dan om plegers waarbij sprake is van minder zware casuïstiek, maar die een verbod opgelegd hebben gekregen. Dit kost gemiddeld € 75 per pleger per nacht. De verwachting is dat 12 plegers per jaar voor gemiddeld 28 dagen op deze manier worden opgevangen. Het ingezette budget voor de pilotfase bedraagt daarmee € 25.200. ▹ Daarnaast is ook kortdurende opvang bij Arosa mogelijk. ▹ Informatie over de mate waarin er gebruik gemaakt wordt van de opvangplekken is nog niet beschikbaar. De pilot gaat 1 april 2021 van start, gelang de pilot loopt zal deze informatie beschikbaar worden. Verwachte effecten
▹ Het opvangen van plegers verkleint de kans op escalatie of recidive doordat de pleger voor zijn woonbehoefte niet afhankelijk is van de eigen huisvesting of de huisvesting van een partner. 42
* Interview Erwin Wesenhagen en Freija Schuurbiers-Heltzel 28 januari 2021
▹ Het bieden van opvang vergroot mogelijk de bereidheid om vrijwillig hulp te accepteren. Dit komt het herstel van het gezinssysteem als geheel ten goede. ▹ De rust die opvang met zich meebrengt is een stap in het creëren van de mogelijkheid tot herstel voor het gehele gezinssystem. ▹ Door goede opvang te realiseren is ook de kans op partnerstalking en overlast naar de andere rest van het gezin lager, waardoor meer rust en eerder herstel ontstaat en vervolgsancties zoals een straat- of contactverbod kunnen worden voorkomen.
Effectieve hulp: Plegeropvang
Gevraagde investering ▹ Gezien het beperkte zicht dat er is op het aantal plegers dat in aanmerking komt voor opvang is het niet mogelijk uitspraken te doen over de totale benodigde investering na de pilotfase. ▹ Wel kan vanuit de ‘aanbod kant’ en de gerealiseerde projectkosten een schatting worden gemaakt van de benodigde investering bij opschaling van de pilots of initiatieven.
▹ Doordat het nu een ‘kleine’ pilot met beperkte betrokkenheid van de wijkteams betreft, is het van belang in de pilot stil te staan bij het aanhaken van de wijkteams, zodat bij een succesvolle pilot snel opvolging op andere plekken mogelijk is.
Aandachtspunten
Vervolgstappen
▹ Het organiseren van plegeropvang is een onderdeel van het totaal plegerhulpaanbod, opvang en hulp moeten altijd gecombineerd worden en daarbij gericht zijn op het verbeteren van de situatie van alle leden van het systeem. ▹ De pilot wordt gefinancierd vanuit incidentele middelen, dit betekent dat structurele middelen moeten worden gezocht indien de pilot succesvol verloopt. 43
inzicht in op basis van de opgedane ervaring dit jaar. Goede monitoring is essentieel om effecten van de opvang op de voortgang van de casus en inzicht in aard en omvang van het gewenste aanbod en bijbehorend budget te onderzoeken.
▹ De vraag naar plegerhulp / het aantal plegers dat openstaat voor (vrijwillige hulp) is onbekend. Mogelijk biedt de pilot hier wel verder
▹ Deze pilot moeten verbonden worden aan het programma zodat er een centrale sturing ontstaat op alle verschillende verbeterrichtingen en bijbehorende onderdelen. ▹ De opgedane ervaring, o.a. met betrekking tot de gerealiseerde opvangplek-bezetting en de kosten kan ter indicatie dienen voor het continueren / uitbouwen van de plegeropvang.
Netwerk: Regie in het wijkteam Uitgangspunt ▹ Het strak regelen van de regiefunctie voor een casus leidt ertoe dat gezinssystemen effectiever en efficiënter geholpen kunnen worden doordat bij het maken van keuzes alle beschikbare informatie en handelingsmogelijkheden gecombineerd worden en er een helder aanspreekpunt voor het hele gezin is.
Dit maakt dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag ‘wie er regie moet voeren in deze casus?’. Dat is casusafhankelijk. ▹ Om het verdere gesprek over deze vraag te faciliteren is een model gemaakt waarin de verschillende vormen van regie afgezet worden tegen de mate van complexiteit in een casus en het aantal betrokken partijen bij een casus (zie volgende slide).
Regiefunctie ▹ Over de regiefunctie bestaan veel verschillende beelden en opvattingen. Er bestaat wel overeenstemming over het feit dat er een regiefunctie voor het hele systeem moet komen. ▹ Uit de werksessies en gesprekken is op te maken dat onderscheid gemaakt kan worden tussen twee verschillende typen regie: inhoudelijke regie en in procesregie. ▹ Inhoudelijke regie: richt zich vooral op het gezinssysteem en de inhoud van de hulpverlening. ▹ Procesregie: richt zich vooral op organiseren van de netwerkpartners en de onderlinge afstemming. ▹ De opvatting dat wie de regie voert samenhangt met de complexiteit van de casus en het aantal betrokken partijen wordt breed gedragen. 44
Randvoorwaarden ▹ Tevens worden er drie belangrijke randvoorwaarden benoemd: ▹ Het mandaat en de positie van de regisseurs in het netwerk
▹ De mogelijkheid om informatie uit te wisselen (zowel juridisch als ICT-technisch) ▹ Beschikbaarheid van escalatiemogelijkheden als horizontale afstemming niet toereikend is of vastloopt ▹ Ook als het wijkteam niet de regie voert dienen zij wel aangehaakt te zijn. Immers is de intentie dat bij het afschalen een casus altijd bij een wijkteam terecht komt.
Netwerk: Regie in het wijkteam ▹ De situaties van gezinssystemen zijn zeer verschillende waarmee ook de hulpbehoefte en de daarmee benodigde mate van regie wisselen.
Aantal betrokken partijen
ZVHRR of CHGKM
Procesregie
(door wijkteammedewerker)
Beperkte regie
(door wijkteammedewerker)
Intensieve casusregie (door ICR of MDA++)
Inhoudelijke regie
(door een expert: tweedelijns of HG deskundige)
Inhoudelijke complexiteit 45
▹ Uit de werksessies en gesprekken zijn grofweg vier typen regie te destilleren: ▹ Beperkte regie (door het wijkteam): ‘vinger-aan-depols’ regie bij laag complexe zaken. ▹ Procesregie (door het wijkteam): actieve sturing op het coördineren en organiseren van het hulpnetwerk.
▹ Inhoudelijke regie (tweedelijns of HG deskundige): de regisseur geeft inhoudelijk richting aan de hulp die een gezinssysteem geboden wordt. ▹ Intensieve casusregie (door ICR of MDA++ geschoold HG deskundige): sturing op zowel proces als inhoud door de regisseur gepaard met intensieve betrokkenheid, ook naar de tweedelijns inzet. ▹ Het is van belang inzicht te krijgen in de verdeling van volumes per type. Nu is nog onduidelijk hoe de verdeling van de te verwachten volumes per type regie is.
Netwerk: Regie in het wijkteam Verwachte effecten
Opleiding en training
▹ De verwachting van deelnemers aan de werksessies, in de bijeenkomst met de stuurgroep en gesprekken met (landelijke) experts is dat hulp effectiever kan worden ingezet doordat de afstemming en samenwerking tussen de verschillende partijen voor één gezinssysteem op een plaats wordt gecoördineerd. Dit bevordert, zowel in doorlooptijd als op inhoud, het herstel van het gezinssysteem en voorkomt mogelijk escalatie of herhaling.
▹ Het opleiden van de 20 HG deskundigen in de MDA++ methodiek kost € 52.000 of € 2.600 per deelnemer*.
▹ Hulp kan passender worden geboden doordat alle benodigde informatie centraal (bij / via de regisseur) beschikbaar is. Tussen de verschillende partijen in het systeem wordt ‘warm’ over gedragen en vragen die later van belang zijn worden eerder in het proces al benoemd en daarna gedeeld.
46
Benodigde tijd ▹ Het schetsen van een beeld van de benodigde tijd om de regiefunctie in te vullen is minder makkelijk. Uit de werksessies en gesprekken komt geen eenduidig beeld naar voren. Wel is belangrijk dat de verschillende vormen van regie een andere tijdsinvestering vragen. Type
Indicatie benodigde tijd per casus
Beperkte regie
15-30 minuten p/w
Procesregie
Geen indicatie, afhankelijk van complexiteit
Gevraagde investering
Inhoudelijke regie
Geen indicatie, afhankelijk van complexiteit
▹ De benodigde investering is op te delen in twee elementen: het opleiden en trainen van mensen en het creëren van de benodigde tijd om daadwerkelijk regie te voeren.
Intensieve casusregie
5-6 uur p/w
* Overzicht aanbod trainingen december 2020.xls
▹ Mogelijk leidt het invoeren van regie tot een extra capaciteitsvraag (FTE’s). Echter is hier op basis van de huidig beschikbare informatie geen eenduidige uitspraak over te doen.
Netwerk: Regie in het wijkteam Huidige ontwikkelingen ▹ Op het gebied van casusregie vinden binnen Rotterdam al een aantal ontwikkelingen plaats die benut kunnen worden voor het (door)ontwikkelen van deze verbeterrichting en de implementatie daarvan. ‘Geweld hoort nergens thuis’ Pilot intensieve casusregie RR ▹ Momenteel zijn er drie intensieve casusregisseurs (ICR) in Rotterdam. Een ICR kan een caseload van 10-12 casussen gelijktijdig hebben met een doorlooptijd van minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar. Deze pilot wordt begeleid door Katrien de Vaan (regiomanager vanuit GHNT). Tevens wordt onderzoek gedaan naar hoe de ICR’s hun tijd besteden en wat voor effecten dat heeft. Richting de toekomst kan dit een waardevolle bron van informatie / data zijn over de inzet en effectiviteit van intensieve casusregie. Naast directe regie op eigen casuïstiek vervullen de ICR deskundigen ook een coachende en begeleidende rol bij complexe zaken die door andere worden behandeld, daarbij wordt over 30-40 casussen per ICR gesproken.
Deskundigheidsbevordering in het wijkteam (MDA++) ▹ De gemeente Rotterdam leidt momenteel 20 HG deskundigen op in de MDA++ methodiek die mogelijk de rol van (intensieve) casusregisseur kunnen vervullen. 47
ZVHRR en CHGKM ▹ Het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVHRR) en het Centrum voor Kindermishandeling en Huiselijk geweld (CHGKM) houden zich ook bezig met (vormen van) casusregie. Mogelijk kan de opgedane kennis en ervaring met bijvoorbeeld het maken van convenanten t.b.v. informatiedeling en het werken me een gedeeld ICT-systeem benut worden. Relatie gebiedsbreed zorg- en veiligheidsafstemming ▹ Onderdeel van de huidige verbeterrichtingen is het instellen van een gebiedsbreed zorg- en veiligheidsoverleg en een zorg- en veiligheidsteam. De (intensieve) casusregisseurs moeten gebruik kunnen maken van deze gremia t.b.v. van hun regierol. De afstemming tussen deze twee verbeterrichtingen is van groot belang. Afbakening van ‘regie’ vanuit ‘Geweld hoort nergens thuis’ ▹ Vanuit het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ is een definitie van (casus)regie opgesteld die breed omarmt lijkt te worden in de stad. Deze definitie kan mogelijk gebruikt worden voor verder gesprek over (casus)regie in Rotterdam. Voor de volledigheid is deze definitie op de volgende slide opgenomen.
Netwerk: Regie in het wijkteam* Regie op de casus: Contactleggen en motivatie voor hulp genereren op een manier die passend is bij de specifieke doelgroep. Motivatie voor hulp moet blijvend worden uitgevraagd en gemonitord. Centrale contactpersoon voor cliënten, incl. grenzen stellen en ingrijpen, maar ook steunend voor cliënten. Het systeemgericht in kaart brengen van de problematiek, het maken van een risico-inschatting, het inschatten zelfredzaamheid en dat met onderliggende oorzaken samenbrengen in een integrale probleemanalyse. Coördinatie op gefaseerde ketensamenwerking: totstandkoming en uitvoering van een veiligheidsplan, hulpverleningsplan en herstelplan waarbij het plan bekend is bij en ondersteund wordt door de cliënten. Vertalen naar één simpel plan voor het gezin (‘op de koelkast’). Het toeleiden van cliënten naar zorg en ondersteuning. Periodiek evalueren van de kwaliteit en het effect van de zorg en ondersteuning, de veiligheid bewaken en ingrijpen waar nodig. Werkt hiervoor samen met zowel de cliënten als het (professionele en informele) netwerk daaromheen. Integraal onderdeel daarvan: regie op het proces Op elkaar afstemmen van de activiteiten van ketenpartners die nodig zijn om het afgesproken resultaat te bereiken, over de grenzen van organisaties, disciplines en domeinen heen. Afspreken van navolgbare processtappen: met cliënten en met ketenpartners.
Opschalen/escaleren/doorbraak realiseren als het vastloopt. Monitoren van het verloop van hulp/interventies en de samenwerking daaromtrent op vooraf afgesproken resultaten, zonder daarin beperkt te worden door vastgestelde termijnen van inzet. De basis ligt in het samen met cliënten en uitvoerende professionals opgestelde veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan. Dat biedt de kaders die de regisseur bewaakt.
48
Regie ▹ Regie in casuïstiek HGKM is regie op de casus én regie op het proces. Bij voorkeur worden deze niet uit elkaar gehaald maar voert één regisseur beide uit. Hierop wordt een uitzondering gemaakt als een doorbraak nodig is. ▹ Rand Voorwaarden voor regie: ▹ Bestuurlijk commitment aan de invulling van regie, niet alleen bij de gemeenten maar gedeeld door alle betrokken ketenpartners. Gebaseerd op een gezamenlijk doel voor de aanpak van HGKM dat de positionering van de regisseur als centrale persoon in de hulpverlening in een casus faciliteert; en dat leidt tot bereidheid bij partners om samen te werken met de regisseur, los van formeel mandaat en zeggenschap. ▹ Een competentieprofiel (regie voeren vereist specifieke kennis en competenties). ▹ Voldoende tijd voor de regisseur. ▹ Continuïteit: een regisseur is langdurig betrokken (zo lang de casus daar om vraagt) en regie is niet persoonsafhankelijk (een gelijke invulling van regie binnen het lokaal veld en in de regio draagt daar aan bij). ▹ Duidelijkheid over welk soort casuïstiek regie noodzakelijk is. ▹ Samenwerkingsafspraken, incl. afspraken over informatie-uitwisseling. ▹ Mandaat om snel en rechtstreeks benodigde hulpverlening in te kunnen zetten, binnen daaraan te stellen nadere kaders.