21bb5993 Bijlage 1 behorende bij 21bb5992 - actieprogramma huiselijk gewelfd Rotterdam
Tekst van het document
29
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Inzicht in de keten Om de aanpak goed in te kunnen richten met de juiste mensen (kwantitatief en kwalitatief) en de juiste werkprocessen is inzicht in aantallen op de verschillende plekken in het netwerk noodzakelijk. Deze data zijn eveneens nodig om op termijn vast te kunnen stellen of de maatregelen die we inzetten leiden tot verbeteringen in de aanpak. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Op basis van klantprofielen4 de klantreis in beeld brengen. Per klantreis bepalen welke data er nodig en beschikbaar is en waar er nog data ontbreekt. Op termijn toewerken naar een brede monitor HG.
Al gaande
2021
2022
Klantprofielen zijn
Start werkgroep
Ontwikkeling gezamenlijk
ontwikkeld
gericht op het oplossen
beel m.b.t. de gewenste
Business analist
van knelpunten in de
inrichting van de
werkprocessen
werkprocessen
aangesteld met focus
Klantreis in beeld brengen
HG
o.b.v. de
Toewerken naar brede monitor HG
klantprofielen
4
Een voorbeeld hiervan zijn de gezinsprofielen die zijn ontwikkeld door Verwey Jonker en Augeo in het Beleidsinstrument Inzicht in de problematiek van gezinnen gemeld bij Veilig Thuis.
30
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
6.
Organisatie, planning en monitoring De opgave van het programma is groot. Om de gewenste resultaten te behalen is er een heldere programmaorganisatie nodig. Daarnaast is ook een goede planning van belang. Een aantal van de veranderopgaven zijn al in gang gezet. Voor andere geldt dat ze pas kunnen starten als een andere opgave een eind op weg is. Tot slot is een goede sturing op de voortgang door middel van monitoring belangrijk. Dit helpt ook om aan te tonen of datgene wat we doen bijdraagt aan onze doelen.
6.1
Programmaorganisatie
De gemeente Rotterdam beschouwt deze opgave als haar opdracht. De verantwoordelijk wethouder is de opdrachtgever. De uitvoering van de opdracht is gedelegeerd aan de ambtelijke organisatie. De opgave stijgt echter boven de grenzen van de gemeente uit en raakt de verschillende organisaties die werken in de aanpak van huiselijk geweld. Naast de gezamenlijke opgaven, kennen de organisaties ook hun eigen opgaven die voortkomen uit dit programma. De stuurgroep van Beschermpartners neemt daarom een belangrijk rol in met betrekking tot de voortgang van dit programma en op termijn als Strategisch platform Beschermpartners voor de aanpak van huiselijk geweld. Ook de klankboardgroep van Ervaringsdeskundigen blijft betrokken. De programmaorganisatie ziet er daarmee als volgt uit:
Bestuurlijke opdrachtgever, verantwoordelijk wethouder
Ambtelijk opdrachtgever Strategisch platform Beschermpartners HG
Klankboard Ervaringdeskundigen
Programmamanager Leerplatform tactisch/operationeel
Programmateam (projectleiders, projectsecretaris/adviseur, communicatie)
Werkgroep project
Werkgroep project
Werkgroep project
Werkgroep project
31
Werkgroep project
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
De daadwerkelijke verandering gaat plaatsvinden in de werkgroepen/projectgroepen. Projectleiders komen uit de gemeente of worden waar mogelijk geleverd door de Beschermpartners. In de werkgroepen nemen professionals deel uit uitvoering, beleid en mogelijk ook management. Ook ervaringsdeskundigen dienen een centrale rol te krijgen in de werkgroepen zodat het perspectief van de cliënt altijd een plek krijgt in de verandering.
6.2
Planning
Het programma kent initieel een duur van twee jaar (1 april 2021 tot 1 april 2023). Het programma heeft als uitgangspunt de drie verbeterscenario’s die zijn opgesteld door AEF. Dit zijn grotendeels opéénvolgende scenario’s. Dit houdt in dat vaak eerst de eerste verbeterstap gerealiseerd moet zijn, voordat gestart kan worden met de volgende. In de twee jaar van het programma ligt de focus op de realisatie van de eerste twee scenario’s. In de verbeteracties zitten veelal een opstartfase en een uitvoeringsfase. De planning hiervan is zo veel mogelijk weergegeven bij de actielijnen zelf. In de laatste fase van het programma volgt er een onderzoek naar de stand van zaken en wordt bepaald hoe het vervolg er uit moet zien. Dit is onder andere afhankelijk van de resultaten van het onderzoek, maar kan ook afhankelijk zijn van de situatie die er dan is. De planning van het programma ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
< 2021 Publicatie Onderzoek Verwey Jonker Start stuurgroep Beschermpartners Ondertekening Manifest tegen Huiselijk geweld AEF: leidende principes en verbeterscenario’s
Start eerste verbeteracties Uitbreiding capaciteit HG-deskundigen Start inkooptraject HG-arrangement Onderzoek en pilots i.h.k.v. plegerhulpverlening
32
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
2021 Q1
Q2
MKBA door AEF
Actieprogramma naar
Werksessies regie en startbudget
gemeenteraad
Schrijven Actieprogramma
Start Implementatiefase
Realisatie programmaorganisatie
verbeteracties Uitvoeren diverse quick scans
Q3
Q4
Sturingsinformatie voor het
Implementatie en uitvoering
programma ontwikkelen
verbeteracties conform planning
Implementatie en uitvoering verbeteracties conform planning
2022 Q1
Q2
Voortgangsrapportage
Implementatie en uitvoering
Implementatie en uitvoering
verbeteracties conform planning
verbeteracties conform planning
Q3
Q4
Implementatie en uitvoering verbe-
Implementatie en uitvoering
teracties conform planning
verbeteracties conform planning
Opzetten onderzoek evaluatie Actie-
Start uitvoering onderzoek
programma
evaluatie
2023
Borging resultaten programma Afronden onderzoek evaluatie Eindrapportage en advies voor vervolg
33
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
6.3
Monitoring
Het programma heeft monitoring en onderzoek nodig om de voortgang te bewaken, de resultaten van het programma zichtbaar te maken en te bepalen of doelen tussentijds gewijzigd moeten worden. De informatiepositie met betrekking tot de aanpak is een voorwaarde voor zowel monitoring als onderzoek en is daarmee een resultaat op zich binnen het programma.
Programmamonitor Een programmamonitor is belangrijk voor het volgen van de voortgang en het zichtbaar maken van opbrengsten. De programmamonitor richt zich in eerste instantie op de voortgang binnen de projecten. Lopen deze volgens planning? Leiden ze tot de vooraf gestelde resultaten. Zijn bepaalde resultaten al behaald. De programmamonitor dient als basis voor een tussenrapportage van het programma na één jaar.
Onderzoek In de laatste fase van het programma starten we een onderzoek naar welke veranderingen er hebben plaatsgevonden tot dan toe en welk effect deze hebben gehad op de aanpak. We nemen hierbij als uitgangspunt het onderzoek van Verwey Jonker, de impactanalyse van AEF (zie kader hieronder), de beschreven stand van zaken bij de start van de projecten. De verandering in de aanpak wordt zowel op basis van kwantitatieve als kwalitatieve gegevens gemeten. De monitor zoals deze wordt gerealiseerd in actielijn 6 dient hierbij als basis. In de impactanalyse van AEF zijn de volgende indicatoren beschreven waarop verandering plaats kan vinden na implementatie van de verbeteracties:
Vindplaatsgericht werken Leidt mogelijk tot verschuiving van meldplaatsen Leidt mogelijk tot veranderende samenstelling van de meldingen bij Veilig Thuis. De instroom in de wijken waar vindplaatsgericht wordt gewerkt zou toe kunnen nemen en de samenstelling van de casuïstiek zou kunnen veranderen.
Opleiden van medewerkers bij de loketten Leidt mogelijk tot een toename van het aantal HG casussen met als meldpunt (een van) de loketten wat leidt tot een aanpassing in de samenstelling en mogelijk omvang van meldingen bij Veilig Thuis
Direct slim digitaal of telefonisch toegankelijk maken van de wijkteams voor gezinssystemen Leidt mogelijk tot verhoogde instroom met als meldplek de wijkteams wat leidt tot een aanpassing in de samenstelling en mogelijk de omvang van meldingen bij Veilig Thuis
34
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Introductie van startbudgetten en vervolgarrangementen De wachttijd voor het starten van de hulp neemt af
Plegerhulp en plegeropvang Afname van recidive
Regiefunctie Mogelijk is een gereduceerde looptijd van casussen waar te nemen
Gebiedsbrede afstemming Mogelijk is een gereduceerde looptijd van casussen waar te nemen
Informatiepositie Om een goed onderzoek uit te kunnen voeren dient de informatiepositie rond de aanpak op orde te zijn. Op dit moment is het onvoldoende mogelijk om uit de verschillende systemen geschikte data te halen. Idealiter kan dat worden gegenereerd om de volgende doelen te dienen in de aanpak van huiselijk geweld. 1. Het verbeteren van de effectiviteit van hulp aan gezinssystemen: hierbij gaat het om het organiseren van een sluitende informatiestroom met integraal informatieontwerp. 2. Het aanpassen en efficiënter maken van werkprocessen: het betreft onder andere de aard en omvang van het lopende hulpaanbod, de bijbehorende tijdlijn (incl. doorlooptijd), de beschikbaarheid van interventies en het eigenaarschap daarvan. 3. Het inzichtelijk maken de bedrijfsvoering (o.a. P&C): data kan gebruikt worden voor het prognosticeren en verantwoorden op P&C niveau. 4. Inzichten benutten om toekomstige HG-situaties te voorkomen: data en kennis worden aan elkaar verbonden en benut om toekomstige HG situaties te voorkomen door preventieve activiteiten te ontwikkelen naar risico groepen, risico situaties e.d. Binnen de actielijn Regels, procedures en administratie is een aparte verbeteractie ingericht om dit te realiseren.
35
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
6.
Financiële paragraaf De hierboven genoemde acties en inspanningen vragen in eerste instantie om (incidentele) investeringen in activiteiten/projecten en capaciteit (o.a. inzet projectleiders). Dit dient binnen zowel bestaande budgetten te worden gerealiseerd, als met behulp van (een deel van de) aanvullende middelen die voortkomen uit voorjaarsretraite. Ook wordt de beschermpartners gevraagd inzet te leveren. Voor veel acties/inspanningen wordt gedurende de ontwikkeling/uitvoering ervan duidelijk wat dit gedurende de looptijd van het programma vraagt aan kosten en inzet en wat het mogelijk structureel gaat kosten. De begroting wordt daarmee jaarlijks vastgesteld. Hieronder volgt de programmabegroting voor 2021. Hierin zijn alleen incidentele projectkosten opgenomen. Kosten die voor specifieke projecten al binnen andere begrotingen (bijvoorbeeld van het beleidsprogramma Bouwen aan een toekomst zonder geweld) vallen, zijn hier niet in meegenomen. Wel wordt onder de begroting aangegeven uit welke budgetten er dekking is (voor bestaande ontwikkelingen) en wordt verwacht (voor nieuw in gang te zetten ontwikkelingen).
Programmabegroting 2021 Wat
Begroot
Actielijn Toegang
40.000
Actielijn Effectieve hulp
20.000
Actielijn Netwerk
40.000
Actielijn Samenwerking
20.000
Actielijn Professionals
20.000
Actielijn Regels, procedures en administratie
20.000
Onvoorzien/werkbudget
20.000
Onderzoek/0-meting
PM
Inzet extern Juridische inzet ICT inzet Projectorganisatie (programmamanager, projectleiders etc)
Uit bestaande budgetten
Totaal
180.000
36
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Dekking 2021 Onderdeel
Waarvoor Reeds lopend:
Beleid Bouwen aan een toekomst zonder geweld
Toegang tot opvang Plegerhulp en opvang Preventie/vroegsignalering in de Wijk Deskundigheidsbevordering Bijdrage aan SPM
Aanvullend: Bekostiging programmamanager Bekostiging programmasecretaris en adviseur Bekostiging (deel) projectleiders Bijdrage aan projectbudget
Reeds lopend:
Uitvoering MOW
Versterken lokaal veld:
- uitbreiding HG-capaciteit
- deskundigheidsbevordering
- inzet informatiepositie
Aanvullend: Bekostiging (deel) projectleiders Bijdrage aan projectbudget
deel bijdragen aan programmakosten
Middelen uit de voorjaarsretraite 2022 - 2023
benodigde investeringen in de uitvoering n.a.v. programma
37
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Bijlage 1: Gedeelde Waarden en Leidende principes Met de belangrijkste partners in de aanpak van huiselijk geweld zijn gedeelde waarden en leidende principes vastgesteld. Dit houdt in dat we met elkaar vinden dat alles wat we doen in de aanpak hieraan zou moeten voldoen. Alleen dan kunnen we effectief zijn in het doorbreken van huiselijk geweld. Dit betekent dat we ons telkens weer moeten afvragen of het beleid, de regels, de procedures die we met elkaar afspreken hier wel al aan voldoen en of er in de uitvoering wordt gewerkt conform deze principes. En zo niet, wat moeten we dan anders doen? Dit vraagt dus elke keer scherpte. Maar wat zijn deze gedeelde waarden en leidende principes dan? Met de waarden wordt aangegeven welke elementen onderliggend, de basis, zijn aan je aanpak. De leidende principes zijn een praktische vertaling van deze waarden.
1. Gedeelde waarden De gedeelde waarden voor de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam zijn: Veiligheid Holisme Gezamenlijkheid
Veiligheid Bij de waarde veiligheid gaat het zowel over het (gezins)systeem als over de professionals (op alle niveaus) binnen het werkveld. (Gezins)systeem Eerste directe veiligheid, dan stabiele veiligheid gevolgd door duurzaam herstel Professionals Gesteund voelen door collega’s, leidinggevenden, managers en bestuurders Ruimte krijgen en voelen om te handelen: ‘te doen wat goed is’ Geen angst om afgerekend te worden op het eigen handelen maar juist een veilige, lerende omgeving
38
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Holisme Bij de waarde ‘Holisme’ gaat het om het beschouwen van ‘het geheel’ over de domeinen heen. Anders gezegd: het niet-opknippen van de problematiek en het bijbehorende hulpaanbod. Holisme heeft dus ook te maken met hoe het netwerk van hulp(aanbieders) georganiseerd is. Voor het gezinssysteem Het (gezins)systeem en haar hulpbehoefte staat centraal. Zowel het slachtoffer als de dader en eventuele kinderen behoeven aandacht en hulp(aanbod). Er wordt breder gekeken dan alleen het geweld, de achter-/omliggende problematiek (zoals schulden, verslaving, psychiatrie) wordt onderzocht en meegenomen. Voor professionals Het bieden van hulp is een cyclisch proces (netwerk) waarin met elkaar wordt gekeken naar de totale hulpbehoefte van een gezinssystem. Daarmee is het geen lineair, stapsgewijs proces (keten) waarin steeds wordt (door)verwezen.
Gezamenlijkheid De waarde ‘gezamenlijkheid’ is van toepassing op hoe de hulp geboden wordt: in samenspraak met het gezinssysteem en in samenwerking met professionals van de verschillende organisaties. Het gaat hierbij ook om (gedeeld) eigenaarschap van zowel de professionals als het gezinssysteem. Voor het gezinssysteem Gezinssystemen worden zo veel mogelijk samen (als systeem) geholpen, ondersteunt door en gebruik makend van het eigen netwerk. Hulpvraag / hulpbehoefte van het gezinssysteem is leidend, niet de afgebakende verantwoordelijkheid van een professional. Voor professionals Professionals vertrouwen op hun collega’s en weten bij wie ze voor welke vraag / hulp terecht kunnen. (gedeeld) Gevoel van eigenaarschap van de professionals die gezamenlijk hulp leveren.
2. Leidende principes De leidende principes voor de aanpak van huiselijk geweld zijn De leefwereld is leidend, de systeemwereld faciliterend Gezinssysteem staat centraal Eerst directe veiligheid, dan stabiele veiligheid gevolgd door duurzaam herstel Acteren met passende urgentie en snelheid Vertrouwen op de deskundigheid en expertise van onze professionals op alle niveaus en geven de ruimte die te benutten
39
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Overkoepelend: ‘Professionele eigenzinnigheid’
De leefwereld is leidend, de systeemwereld faciliterend Hiermee wordt bedoeld dat de leefwereld (de ervaring van de dagelijkse praktijk) van het gezinssysteem en de professionals centraal staat en dat de systeemwereld (bestaande uit regels, procedures, financiering, etc..) dienende is. Bijvoorbeeld: een procedure is er dus niet als doel om nageleefd te worden maar als middel om een gezinssysteem te helpen. Het gaat ook over holistisch kijken naar een gezinssysteem. In de leefwereld zijn de problemen van een gezinssysteem niet op te knippen in onderdelen, zoals het deel ‘huiselijk geweld’ en het deel ‘schuldenproblematiek’. Dit is met elkaar verweven en dient ook zo beschouwd en behandeld te worden.
Gezinssysteem staat centraal Belangrijke uitganspunten bij dit leidende principe zijn: Het gezin en haar problematiek vanuit gezamenlijkheid beschouwen en hulp bieden. Het combineren van hulp aan het slachtoffer, de pleger en eventuele kinderen en dus het geheel helpen en niet alleen de ‘individuele leden van het gezin’. De behoefte van het gezin is leidend en niet ‘dat wat instanties aan hulp kunnen bieden cq. wat in een arrangement past’. Dit raakt aan het principe ‘niet na elkaar maar met elkaar’ zoals benoemd in het onderzoek van Verweij-Jonker. Het betrekken en includeren van het informele netwerk van een gezinssysteem.
Eerst directe veiligheid, dan stabiele veiligheid gevolgd door duurzaam herstel Dit principe gaat uit van de visie effectieve ketenzorg van Vögtlander en Van Arum. Daarin wordt gesteld dat het bij hulp bij huiselijk geweld van belang is dat er altijd wordt samengewerkt aan twee achtereenvolgende doelen: eerst directe veiligheid en pas als dat gerealiseerd en beproefd is werken aan stabiele veiligheid. Voor stabiele veiligheid is risico gestuurde zorg nodig.
Acteren met passende urgentie en snelheid Het woord passend in dit leidend principe betekent onder meer ‘op tijd gegeven de specifieke situatie van dit gezinssysteem’ en ‘gedurende de juiste periode (doorlooptijd) voor een gezinssysteem’. Wanneer het gaat om het creëren van directe veiligheid is snelle actie vereist. Wanneer het echter gaat om het maken van een goede analyse van een gezinssysteem en bijbehorend veiligheidsplan kan een deadline/servicenorm van 3 of 5 dagen voor een dergelijk proces de kwaliteit van het plan, het gezinssysteem en de professionals frustreren.
40
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Vertrouwen op de deskundigheid en expertise van onze professionals op alle niveaus en de ruimte geven die te benutten In essentie gaat dit principe over ‘professionele veiligheid’ en (het nemen van) eigenaarschap. Hierbij gaat het om (onvoorwaardelijk) vertrouwen krijgen van leidinggevenden en collega’s en niet zomaar afgerekend worden op afwijkend handelen of het maken van fouten maar veel meer vanuit lerend perspectief. Het (veilig) kunnen geven en ontvangen van feedback en het kunnen reflecteren op (het eigen) handelen is hierin belangrijk. Het geven van ruimte heeft te maken met de ruimte die professionals (en leidinggevenden) ervaren om naar eigen inzicht te handelen naar de behoefte van een gezinssysteem maar ook om ruimte als in ‘de beschikbare tijd om hulp te verlenen’.
Professionele eigenzinnigheid Dit is eigenlijk een vertaling van alle bovenstaande leidende principes door de professional de ruimte te bieden om buiten regels en procedures om te handelen indien zij dit noodzakelijk achten voor het welzijn van een slachtoffer of pleger. Wanneer (overmatige) regeldruk, administratieve handelingen of processen blokkerend zijn in het werk, mag en kan hier onderbouwd van afgeweken worden. Hetzelfde geld voor situaties waarin slachtoffers of plegers ‘tussen wal en schip’ vallen. Hierbij geldt dat: Managers en directie de medewerkers altijd zullen steunen indien zij onderbouwd afwijken van regels, procedures en processen omwille van het welzijn van een slachtoffer of pleger; Medewerkers onderbouwen en documenten waarom zij bepaalde keuzes maken en acties ondernemen; Achteraf altijd geëvalueerd wordt wat er geleerd kan worden van de inzet van ‘professionele eigenzinnigheid’.
41
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
www.rotterdam.nl