21bb5993 Bijlage 1 behorende bij 21bb5992 - actieprogramma huiselijk gewelfd Rotterdam
Tekst van het document
Actieprogramma huiselijk geweld Rotterdam.
Verandertraject
Actieprogramma verandertraject aanpak Huiselijk geweld.
Colofon Datum: 8 april 2021 Tekst: Gemeente Rotterdam, E. Kentie Fotografie: ? Vormgeving: Awareness+zootz
1
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Inhoudsopgave 1. Voorwoord
3
2. Inleiding
5
3. Leidende principes en verbeterscenario’s 4. Ambities en doelen actieprogramma 5. Actielijnen. Wat gaan we doen? 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
7
10
13
Actielijn 1: Toegang Actielijn 2. Effectieve hulp, inclusief Financiering Actielijn 3: Netwerk Actielijn 4. Samenwerking Actielijn 5. Professionals Actielijn 6. Regels, procedures en administratie
6. Organisatie, planning en monitoring 6.1 Programmaorganisatie 6.2 Planning 6.3 Monitoring 7. Financiële paragraaf
13 17 20 23 26 28
31
31 32 34
36
Bijlage 1. Wat houden de gedeelde waarden en leidende principes in?
Bijgevoegd als losse onderdelen treft u bij dit document: Bijlage 2. Verbeterrichtingen aanpak huiselijk geweld - deel 1 - AEF Bijlage3. Verbeterrichtingen aanpak huiselijk geweld - deel 2 - AEF
2
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
38
1.
Voorwoord Niemand had een jaar geleden kunnen vermoeden dat we op dit moment al ruim een jaar lang met elkaar thuis zijn en beperkt zijn in wat we kunnen en mogen doen. Corona heeft veel invloed op de levens van Rotterdammers. Vooral voor Rotterdammers waar het thuis niet veilig is. Spanningen en onveiligheid lopen op en het om hulp kunnen vragen wordt bemoeilijkt. De gevolgen hiervan zijn nog niet goed zichtbaar, maar zijn naar verwachting groot. Nog meer dan ooit tevoren is de noodzaak om een goed antwoord te bieden op huiselijk geweld enorm. Deze noodzaak wordt gevoeld en niet alleen nu. De gemeente Rotterdam spant zich al lange tijd in voor een goede aanpak van huiselijk geweld. De Wet Meldcode en het Tijdelijk Huisverbod zijn hiervan een goed voorbeeld. Maar ook het Manifest ‘Stop geweld tegen vrouwen’ en de onlangs weer herhaalde campagne ‘Kijk om naar elkaar’, laten dit zien. Bijna een jaar geleden presenteerde Verwey Jonker het rapport ‘Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen’. Dit rapport legde bloot dat we ondanks de inzet van gemeente en betrokken partners in Rotterdam er onvoldoende in slagen om slachtoffers en plegers van huiselijk geweld goed te helpen. De aanpak is te onsamenhangend en betrokkenen hebben daardoor te vaak de ervaring van het kastje naar de muur te gaan. Er werden concrete aanbevelingen gedaan.
Het college besloot de handschoen op te pakken en de aanbevelingen uit te werken naar concrete verbeteracties. De gemeente stond hierin niet alleen. De partners in de aanpak, inmiddels Beschermpartners1 genoemd, namen ook het initiatief naar aanleiding van het onderzoek. Zij ondertekenden het manifest waarin werd verklaard dat men zich in gaat zetten om de aanpak te verbeteren. Een intensief traject volgde waarin onderliggende leidende principes voor de aanpak werden geformuleerd en wat uiteindelijk leidde tot drie verbeterscenario’s. Een belangrijk uitgangspunt hierin was en is ‘doen wat er nodig is voor de cliënt’, ook als dat betekent dat structuren en systemen moeten worden doorbroken. In de verbeterscenario’s zijn hiertoe een aantal disruptieve maatregelen opgenomen. Tijdens dit traject is niet alleen denkwerk verricht. Waar het kon is al aan de slag gegaan. Het aantal Huiselijk geweld deskundigen in de Wijkteams is uitgebreid en in de Wijkteams, Vraagwijzers en stedelijke loketten worden medewerkers opgeleid aan de hand van ontwikkelde deskundigheidsprofielen. De keuze is gemaakt om voor het HG-arrangement een apart inkoopspoor in te zetten, om zo ruimte te creëren om dit vanuit de leidende principes te ontwikkelen. Ook zijn er al concrete stappen gezet rond de realisatie van vrijwillige plegerhulpverlening, zoals het aanbod ‘Niet meer door het lint’.
1
Ook de gemeente maakt onderdeel uit van de groep Beschermpartners
3
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
We komen nu in de fase dat de plannen zoals ze zijn geformuleerd in de verbeterscenario’s moeten worden geïmplementeerd. Dit doen we door middel van een gefaseerd Actieprogramma. Ook hierbij blijft ‘doen wat nodig is’ centraal staan. We richten ons op de doorbraken die nodig zijn met de ambitie om te komen tot een verbeterde aanpak waarin dat wat nodig is voor slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld centraal staat. Zij krijgen eerder en betere, integrale hulp en ondersteuning, zowel in het kader van zorg als veiligheid, waardoor de situatie van geweld duurzaam wordt doorbroken. De ambitie en de opgaven zijn groot maar nodig. Ik heb er vertrouwen in dat we met deze beweging de benodigde verandering in gang kunnen zetten. Ik geloof hierbij in de kracht van de samenwerking die we met de Beschermpartners hebben, maar zeker ook in de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen in het programma. Zij houden ons scherp in het centraal stellen van het perspectief van de cliënt. Samen zetten we ons voor de veiligheid van deze Rotterdammers. Samen sterk tegen huiselijk geweld! Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal Rotterdam, april 2021
4
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
2. Inleiding Situaties van huiselijk geweld zijn vaak complex. Het duurzaam doorbreken van de dynamiek van geweld is niet eenvoudig. Het vraagt inzet gericht op bescherming en veiligheid, maar ook op het wegnemen van oorzaken en het werken aan trauma. Dit vraagt veel van organisaties en professionals. Maar ook van de betrokkenen die in deze ingewikkelde situatie zitten. Wat zij nodig hebben is een helder proces van zorg, ondersteuning en bescherming. Huiselijk geweld, in al haar vormen, is een probleem waarop we als samenleving een antwoord op willen en moeten hebben. Als gemeente beschouwen we het als onze plicht om ervoor te zorgen dat Rotterdammers veilig kunnen opgroeien, zich veilig kunnen ontwikkelen en veilig kunnen meedoen. We hebben daarom stevige ambities geformuleerd in het beleidskader Bouwen aan een toekomst zonder geweld (2019 - 2022), we werken samen in de regio aan een betere regionale aanpak (Regionaal actieplan Geweld hoort nergens thuis (2019 - 2022) en we zetten stevig in om de lokale uitvoering van de aanpak in de Wijkteams en stedelijke loketten te verbeteren (Optimaliseren interne keten huiselijk geweld en kindermishandeling (2020 - 2021). In juni 2020 is het rapport ‘Complexe problemen vragen om onorthodoxe oplossingen’ van Verwey Jonker over de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam gepubliceerd.
Hierin is bevestigd dat er een aantal grotere opgaven liggen in de aanpak. Met de huidige werkwijze lukt het te vaak niet om cliënten de juiste hulp te bieden en daarmee het geweld duurzaam te stoppen en te werken aan duurzaam herstel. Het rapport stelt dat doorbraken in de aanpak daarom nodig zijn. Hiertoe zijn de volgende aanbevelingen gedaan: Zorg voor meer mogelijkheden tot parallel werken in plaats van volgtijdelijk. Elke melding bij VT wordt ook gelijk op wijkniveau opgepakt zodat hulp en bescherming gelijk kan starten. Op wijkniveau moet de netwerksamenwerking versterkt worden. Dit houdt eveneens in dat de mogelijkheden tot informatiedeling worden vergroot. Een arrangement huiselijk geweld voor een (gezins)systeemaanpak is noodzakelijk om de juiste bescherming en hulp te kunnen bieden. Dit vergt een ontschotte financieringsstroom buiten de huidige Wmo-indicatiesystematiek om. De voorwaarden voor maatwerk moeten worden vergroot: flexibiliteit in inzet van budgetten en menskracht, onorthodoxe oplossingen voor structurele problemen op het vlak van huiselijk geweld, zoals time-out woningen, escalatiemogelijkheden scheppen en stimuleren dat die gebruikt worden door professionals.
5
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Deze aanbevelingen waren aanleiding voor een aantal centrale organisaties2 (inmiddels de ‘Beschermpartners’ genaamd) in de aanpak om de krachten te bundelen en gezamenlijk te werken aan het verbeteren van de aanpak. Onder begeleiding van het adviesbureau AEF zijn door deze organisaties, van bestuurders tot uitvoerende medewerkers waarden en leidende principes opgesteld waaraan de aanpak van huiselijk geweld altijd moet voldoen. Daarnaast zijn de aanbevelingen in dit traject vertaald naar concrete verbeterscenario’s (zie hoofdstuk 2 en bijlage 1). Ook ervaringsdeskundigen zijn hierbij betrokken en hebben hun stem hierin kunnen laten horen. AEF heeft vervolgens een verdiepende analyse (bijlage 2) uitgevoerd op deze verbeterscenario’s, onder andere gericht op de te verwachten investeringen en de te verwachten opbrengsten. Deze verdiepende analyse is zowel op basis van data als op basis van kwalitatieve gesprekken uitgevoerd. De verbeterscenario’s én de verdiepende analyse vormen de basis van dit programma. Door deze verbeteringen te realiseren beogen we 1) bij te dragen aan een vernieuwende en effectievere aanpak van huiselijk geweld, waarin het perspectief van de cliënt centraal staat, in Rotterdam, 2) in meer casuïstiek sneller tot duurzame veiligheid en herstel te komen en 3) een aanpak te realiseren waarin de veiligheid en de bescherming van betrokkenen altijd centraal staan.
2
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, Zorg en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond, Enver, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, Fier, Arosa, Politie, OM, Reclassering Nederland, Wijkteams, Gemeente Rotterdam.
6
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
3.
Leidende principes en verbeterscenario’s Eén van de overkoepelende knelpunten die in het rapport van Verwey Jonker wordt genoemd, is dat de systeemwereld van regels en protocollen te dominant aanwezig is in de aanpak. Wat een wezenlijk probleem is in Rotterdam is te weinig ruimte voor professionals om te doen wat nodig is. Met andere woorden: de cliënt staat niet centraal, maar de kaders waar vanuit wordt gewerkt. Gesteld wordt dat er Systeemdoorbraken nodig zijn om dit te veranderen. Dit is het uitgangspunt geweest van het traject dat is geleid door AEF. Dit heeft drie belangrijke resultaten opgeleverd: gezamenlijke waarden en leidende principes, bouwblokken en verbeterrichtingen en drie concrete verbeterscenario’s.
Waarden en Leidende principes
Opgave: Gezamenlijk verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam
Scenario A ‘Verbinden’ ‘Bouwblokken en verbeterrichtingen’
Scenario B ‘Professionaliseren’ Scenario C ‘Doorbreken’
Gezamenlijk continu verbeteren
Waarden en Leidende principes Als we met elkaar willen werken aan een betere aanpak waarin de cliënt centraal staat, dan moeten er vooraf duidelijke uitgangspunten worden geformuleerd. Er dient een gedeelde grond vanuit denken en doen te zijn. De Beschermpartners hebben gezamenlijk de volgende gedeelde waarden en leidende principes geformuleerd (zie ook bijlage 3).
7
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Leidende principes
Gedeelde waarden
De leefwereld is leidend, de systeemwereld faciliterend Gezinssysteem staat centraal
Veiligheid Holisme
Eerst directe veiligheid, dan stabiele veiligheid gevolgd door duurzaam herstel
Gezamenlijkheid
Acteren met passende urgentie en snelheid Vertrouwen op de deskundigheid en expertise van onze professionals op alle niveaus en de ruimte die deskundigheid te benutten
‘Professionele eigenzinnigheid’
Deze geven richting aan het gezamenlijk organiseren en leveren van hulp, ondersteuning of het inzetten van (beschermings)maatregelen. Ze zijn tevens een toetsingskader. Dit houdt in dat alles wat we doen in de aanpak hieraan moet voldoen. Dus ook de inspanningen en acties die we doen in het kader van dit actieprogramma. Ze moeten dan ook actief worden uitgedragen: iedereen die werkt in de aanpak kent de leidende principes en handelt ernaar. Om de cliënt centraal te zetten in de aanpak is in voorkomende gevallen ‘Professionele eigenzinnigheid’ nodig. Het netwerk is van mening dat dit een belangrijk onderliggend uitgangspunt is van de aanpak. Professionals dienen te allen tijde de ruimte te krijgen en te nemen om buiten regels en procedures om te handelen indien zij dit noodzakelijk achten voor het welzijn van een slachtoffer, pleger of betrokkenen bij huiselijk geweld.
Bouwblokken en verbeterrichtingen Na het bepalen van de gedeelde waarden en leidende principes is gewerkt aan het formuleren van concrete en uitvoerbare verbeterrichtingen. De aanbevelingen uit het rapport én de leidende principes waren hierbij het uitgangspunt. Op basis van de aanbevelingen zijn er 7 bouwblokken geformuleerd waarbinnen de verbeterrichtingen moesten plaatsvinden:
Toegang
Financiering
Netwerk
Samenwerking
8
Effectieve hulp
Professionals
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Vereenvoudige regels,procedures en administratie
De verbeterrichtingen binnen de bouwblokken variëren in de mate waarmee ze een breuk vormen met de huidige situatie. De volgende classificatie is daarbij gebruikt:
Optimalisatie. In het geval van optimaliseren wordt uitgegaan van het incrementeel en vraag gestuurd verbeteren van dat wat er al is.
Verbetering. Continu en organisch verbeteren staat centraal. Dit gaat gepaard met een beperkte mate van pro activiteit in het signaleren van verbetermogelijkheden.
Innovatie. Innoveren betekent continu, proactief en systematisch verbeteren en het bieden van alternatieven voor wat er al is.
Disruptie. Systeemdoorbrekende alternatieve manieren van denken en doen.
Binnen de bouwblokken zijn de veranderingen over het algemeen volgordelijk. De verbeterrichtingen ‘stapelen’: een keuze voor innovatie kan alleen als optimalisatie en verbetering heeft plaatsgevonden. Dit betekent daarmee tevens iets voor de tijd die nodig is voor de betreffende verandering: optimalisatie en verbetering worden in de regel sneller gerealiseerd dan disruptie.
Verbeterscenario’s Tot slot zijn door het combineren van verschillende verbeterrichtingen per bouwblok een drietal verbeterscenario’s neergezet. Deze scenario’s hebben de titels ‘verbinden’, ‘professionaliseren’ en ‘doorbreken’ meegekregen. Hierin schuilt een gefaseerd model: in het netwerk moet eerst worden verbonden, daarna geprofessionaliseerd en tot slot moet er worden doorbroken. In dit programma wordt gewerkt conform deze fasering.
Bouwblok 'Toegang'
Scenario A 'Verbinden'
++
Scenario B ‘Professionaliseren’
+++
Scenario C ‘Doorbreken’
++++
Bouwblok 'Effectieve hulp'
Bouwblok 'Financiering'
+++
++++
9
Bouwblok 'Samenwerking'
Bouwblok 'Professionals'
+
+
+
++
+
++
++++
+++
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Bouwblok 'Netwerk'
+++
Bouwblok 'Regels, procedures en administratie'
++++
4.
Ambities en doelen actieprogramma De ambitie en doelen die we met dit actieprogramma hebben komen voort uit de leidende principes, verbeterrichtingen en verbeterscenario’s die door het netwerk zijn vastgesteld. De maatschappelijke ambitie die we met het programma hebben is: Dat wat slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld nodig hebben, staat centraal in de aanpak. Zij krijgen eerder en betere, integrale hulp en ondersteuning, zowel in het kader van zorg als veiligheid, waardoor de situatie van geweld duurzaam wordt doorbroken en betrokkenen weer veilig deel kunnen nemen aan de samenleving. Het is hiermee tevens de ambitie dat de samenstelling van de casuïstiek die instroomt verandert van meer hoog-complexe casuïstiek naar meer laag-complexe casuïstiek, wat betekent dat we eerder bij HG-situaties betrokken zijn.
Doelen Aan de hand van de leidende principes en verbeterscenario’s zijn de volgende doelen gesteld: Het verbeteren van de directe toegang tot samenhangende hulp voor hele gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld), zodat sneller/zo vroeg mogelijk de juiste integrale hulp kan worden opgestart; Het verbeteren van het integraal hulpaanbod aan gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen bij huiselijk geweld) en ervoor zorgen dat hulp sneller kan worden opgestart, zodat de hulp effectief bijdraagt aan het doorbreken van het geweldspatroon én aan duurzaam herstel; Het directer verbinden en versimpelen van het zorgnetwerk en het veiligheidsnetwerk binnen het lokale veld, zodat interventies goed op elkaar kunnen worden afgestemd en er steeds vaker partijen in de aanpak verbonden zijn in plaats van dat er verwezen wordt naar elkaar; Het verbeteren van de samenwerking in het gehele netwerk, zodat professionals sneller en gemakkelijker gebruik kunnen maken van elkaars expertise in casuïstiek en zodat er continu kan worden gewerkt aan het verbeteren van de aanpak; Het vergroten van de kennis en kunde van professionals die werken in de aanpak Huiselijk geweld, zodat cliënten sneller en effectievere hulp ontvangen; Ervoor zorgen dat regels, administratie en procedures meer ten dienste staan van de hulpverlening, zodat professionals
datgene kunnen doen wat zij nodig achten voor het gezin en cliënten daarmee betere hulp en ondersteuning krijgen.
10
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Deze doelen zijn in dit actieprogramma vertaald naar de actielijnen ‘Toegang’, ‘Effectieve hulp’, ‘Netwerk’, ‘Samenwerken’, ‘Professionals’ en ‘Regels, administratie en procedures’. In hoofdstuk 5 worden de actielijnen nader uitgewerkt in concrete resultaten, inspanningen en acties.
Opgaven interne organisatie en opgaven in het netwerk De uitvoering van de aanpak van huiselijk geweld speelt zich af in een breed netwerk van organisaties die zowel lokaal als regionaal (en soms zelfs landelijk) georganiseerd zijn. Ieder met eigen taken, verantwoordelijkheden en specialismen (zie figuur 1). Het is per casus verschillend welke organisaties betrokken zijn en in welke mate, maar samenwerking is hierbij in alle gevallen essentieel. Zo zal het zwaartepunt in een ernstige stalkingszaak liggen bij partijen in het veiligheidsdomein (politie, OM, Reclassering), in een zaak waarbij sprake is van ernstige onveiligheid van kinderen ligt het zwaartepunt bij de jeugdbeschermingspartijen (Jeugdbescherming, Raad voor de kinderbescherming) en in een zaak waarin geen sprake is van acute onveiligheid ligt het zwaartepunt op vrijwillige hulpverlening door het lokale Wijkteam. Het lokaal veld vormt vaak de basis in de aanpak: hier wordt verreweg de meeste hulp bij huiselijk geweld verleend dan wel ingeschakeld en het is op dit niveau waar het meest structureel regie gevoerd kan worden. Hier vindt ook signalering en toeleiding tot hulp plaats. Met lokaal veld bedoelen we: “De lokaal georganiseerde (toegang tot) zorg en ondersteuning in het kader van de Wmo en de Jeugdwet”.
Daaronder vallen alle professionals bij wie inwoners met ondersteuningsvragen kunnen komen, professionals aan wie Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) overdraagt, de professionals die beschikkingen verlenen en professionals die hulpverlenen. (uit: verbeterplan lokaal veld 2020)
Hoog specialistische inzet niveau Rotterdam-Rijnmond • Centrum HGKM • Aanpak seksueel geweld Regionaal niveau Rotterdam Rijnmond • Zorg- en Veiligheidshuis • Veilig Thuis • Jeugdbeschermingsketen • Politie-inzet & forensisch-medische expertise • GRJR: regionale inkoop specialistische jeugdhulp Regionaal niveau centrumgemeenten • Opvang slachtoffers HGKM • Interventies: huisverbod, AWARE, plegerhulp Lokale basis (Jeugdwet, Wmo) • Preventie • Signalering (Wet Verplichte Meldcode HGKM) • Basishulp en (toegang tot) specialistische hulp (bijv. GGZ)
11
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Figuur 1. Lokale/regionale organisatie Huiselijk geweld. (bron: Verbeterplan lokaal veld, 2020. Dit komt voort uit het Regionaal actieplan 2019 – 2022)
Binnen dit verbeterprogramma ligt een grote verbeteropgave die gericht is op het versterken van de aanpak in het lokaal veld. Dit komt met name terug in de actielijnen ‘Toegang’, ‘Effectieve hulp’ en ‘Netwerk’. We duiden dit als de opgave voor de interne keten, daar waar de gemeente voor aan de lat staat, waarbij wel helder is dat we ook hierbij de andere partijen nodig hebben en goed moeten blijven aansluiten op ontwikkelingen breder in het netwerk. Een groot deel van deze opgaven richt zich op een concrete verandering in de structuur: het anders organiseren. Maar het vraagt ook een verandering van cultuur: hoe professionals (van bestuurlijk niveau tot uitvoerend niveau) omgaan met de problematiek rond huiselijk geweld, en hoe hierin de leidende principes uitwerking krijgen. Het erkennen van HG als vakgebied neemt hierbij een centrale positie in. Anderzijds kunnen de veranderingen die we nu voor HG gaan realiseren ook doorwerken op de brede aanpak in de Wijkteams. De twee vormen van verandering komen ook terug in de opgaven die voor alle organisaties in het netwerk huiselijk geweld gelden. Deze komen met name terug in de actielijnen ‘Samenwerking’, ‘Professionals’ en ‘Regels, administratie en procedures’. Dit vraagt om regie op de verandering door de gemeente én bereidheid en inzet tot verandering van de betreffende organisaties.
Een belangrijke overkoepelende opgave die hierin centraal staat is het zorgen voor een stevig netwerk dat continu leert en verbetert. Een netwerk dat elkaar scherp houdt op knelpunten die ontstaan in de aanpak, gezamenlijk werkt aan oplossingen hiervoor en continu het gesprek heeft over hoe het beter kan en anders moet. Het strategisch platform waarin de bestuurders van alle betrokken organisaties (Beschermpartners) deelnemen staat hiervoor aan de basis. De doelen van het programma zijn uiteindelijk niet statisch. Juist door het realiseren van een lerend netwerk of door het veranderen van de situatie (bijvoorbeeld wetgeving, politiek) kan er verschil van inzicht ontstaan en kan er noodzaak zijn om de doelen te wijzigen.
Andere ontwikkelingen Zoals in het begin van de inleiding is benoemd gebeurt er veel op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling, zowel binnen de gemeente Rotterdam als regionaal én landelijk. Binnen de gemeente Rotterdam zijn doelen en ambities opgenomen in het beleidskader ‘Bouwen aan een toekomst zonder geweld’ en werken we regionaal samen op basis van de ‘Regiovisie Geweld hoort nergens thuis’. Landelijke ontwikkelingen zijn er ook zoals ‘Veiligheid voorop’ en ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’. Elk van deze ontwikkelingen kent haar eigen doelen, maar er is ook overlap, ook met de ambities van dit programma. Daar waar dit een toegevoegde waarde oplevert verbinden we onze ambities en doelen en trekken we gezamenlijk op.
12
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
5.
Actielijnen. Wat gaan we doen? 5.1
Actielijn 1: Toegang
Ambitie Het verbeteren van de directe toegang tot samenhangende hulp voor hele gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen van huiselijk geweld), zodat sneller/zo vroeg mogelijk de juiste integrale hulp kan worden opgestart.
Waar hebben we het hier over? Het is voor slachtoffers of plegers van huiselijk geweld vaak niet gemakkelijk om hulp te vragen. Toch komt er een moment dat dit nodig is, vrijwillig of nadat er een melding is gedaan door een derde. De toegang tot hulp kan op veel verschillende manieren verlopen. Hulp vragen kan onder andere bij Veilig Thuis, VraagWijzer, politie (vaak bij acuut incident), maar ook bij de stedelijke loketten (Centraal onthaal volwassenen, Centraal onthaal gezinnen en Centraal onthaal jongeren) wanneer er sprake van is dat men de woning is ontvlucht. Ook kan men aankloppen bij de huisarts of een maatschappelijke/welzijnsorganisatie in de wijk. Het is goed dat er veel toegangen tot hulp zijn. Het is wel belangrijk dat vanaf het moment dat er op een bepaalde plek hulp wordt gevraagd de weg naar de (juiste) hulp zo kort en zo snel mogelijk is. Daarmee voorkom je dat de hulpvragers afhaken, te vaak hun verhaal moeten vertellen en kun je in zo’n vroeg mogelijk stadium de hulp inzetten die nodig is. Ook voor de vindplaatsen is het daarom van belang dat HG als vakgebied wordt erkend. Dat is wat we met de verbeteracties in de actielijn ‘Toegang’ willen realiseren.
Wat gaan we doen? Nabijheid: Inzetten op kennisontwikkeling en verbreding op vindplaatsen. Toegankelijkheid: investeren in het herkennen van huiselijk geweld bij de gemeentelijke toegangspunten (vraagwijzers, stedelijke loketten). Tevens de Wijkteams, VTTR en de vraagwijzer directer verbinden door warme overdracht en ondersteuning aan de vraagwijzer met HG deskundigheid. Nabijheid: Toegankelijkheid: Verbeteren van de directe toegankelijkheid, door slimme digitale of telefonische mogelijkheden, van de wijkteams voor nieuwe hulpbehoevende gezinssystemen. Nabijheid: Effectieve fysieke aanwezigheid op vindplaatsen in de wijk (spreekuren op locatie). Toegankelijkheid: -
13
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Meer laagdrempelige informele vindplaatsen in de wijken Er zijn veel potentiële plekken waar slachtoffers of plegers mogelijk vaak komen. Waar ze zich wellicht veilig genoeg voelen om over hun problemen te praten of waar door anderen gesignaleerd kan worden dat er huiselijk geweld speelt. Het is belangrijk dat deze plekken goed worden benut in de toegang tot hulp. Om de toegankelijkheid te vergroten spannen we ons in om: 1. De deskundigheid over huiselijk geweld bij laagdrempelige vindplaatsen te vergroten. Hierbij is het belangrijk om goed te inventariseren welke potentiële vindplaatsen er in de wijken zijn. De deskundigheid richt zich zowel op het beter herkennen van signalen van huiselijk geweld als weten welke stap je dan kunt zetten richting hulp. Het project ‘Gebiedsgerichte aanpak preventie huiselijk geweld en kindermishandeling’ doet hierin reeds ervaring op in twee wijken. De uitkomsten van dit project worden meegenomen in deze bredere ontwikkeling. 2. Te zorgen voor meer fysieke aanwezigheid van Wijkteams/VraagWijzers bij laagdrempelige vindplaatsen. Doordat Wijkteammedewerkers aanwezig zijn op laagdrempelige vindplaatsen, ontstaan er korte lijnen, waardoor hulp sneller kan worden ingeschakeld. Hierbij dient naast meer formele aanwezigheid (bij voorbeeld in de vorm van spreekuren op deze vindplaatsen) ook aandacht te zijn voor meer informele aanwezigheid.
Deze ontwikkeling wordt gefaseerd ingevoerd.
Verbinden van VraagWijzer, Wijkteams en Veilig Thuis De VraagWijzer is het gemeentelijke loket voor Rotterdammers die vragen hebben. Het is ook het loket dat toegang biedt tot hulp vanuit het Wijkteam. Geconstateerd is dat de werkwijze van de VraagWijzer bij huiselijk geweld situaties nog niet altijd passend is, bijvoorbeeld doordat medewerkers niet de deskundigheid hebben om te kunnen signaleren en het gesprek te voeren, maar ook doordat er relatief veel overdrachtstijd is richting hulp door het Wijkteam of naar Veilig Thuis. We sluiten voor deze verbetering aan bij de brede ontwikkelopgave rond de VraagWijzers. We brengen hierin concreet de volgende opgaven in: 1. Het vergroten van de deskundigheid over huiselijk geweld bij de medewerkers van de VraagWijzers. Medewerkers van de VraagWijzers voldoen minimaal aan het deskundigheidsprofiel huiselijk geweld niveau 1. 2. Door een betere (fysieke) verbinding te maken tussen VraagWijzer, Wijkteam en VTRR de overdracht zo snel mogelijk plaats te laten vinden. Door medewerkers van Veilig Thuis en waar mogelijk een HG-deskundige uit het Wijkteam direct te koppelen aan de loketten van de VraagWijzers, kan er directe overdracht plaatsvinden nadat iemand zich bij de balie heeft gemeld.
14
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Betere werking stedelijke loketten bij huiselijk geweld De stedelijke loketten (Centraal onthaal volwassenen, Centraal onthaal gezinnen en Centraal onthaal jongeren) zijn de loketten waar Rotterdammers zonder onderdak terecht kunnen met de vraag voor opvang. In de praktijk gaat het hierbij relatief vaak om gezinnen waarin huiselijk geweld speelt. Deze loketten zijn daarmee een belangrijke vindplaats van huiselijk geweld casuïstiek. Het is van belang dat vanuit deze loketten de juiste hulp wordt opgestart. Om dit te realiseren spannen we ons in om: 1. De deskundigheid over huiselijk geweld bij de medewerkers van de stedelijke loketten te vergroten. De deskundigheid richt zich zowel op het beter herkennen van signalen van huiselijk geweld als weten welke stap je moet zetten om de juiste hulp in te zetten. Alle relevante medewerkers worden getraind conform profiel 1 van de deskundigheidsprofielen HG. 2. Heldere handelingskaders bij huiselijk geweld casuïstiek te realiseren voor medewerkers van de loketten. De stedelijke loketten handelen volgens de handelingskaders die gelden voor dakloosheid, gebaseerd op de Wet maatschappelijke opvang (Wmo). Voor gezinnen waarin huiselijk geweld speelt is dit vaak geen passend kader. Voor deze doelgroep wordt een specifiek handelingskader opgesteld. De leidende principes dienen hierbij als uitganspunt.
Toegang tot opvang Opvang is een belangrijke interventie voor een groep slachtoffers van huiselijk geweld. Daar waar er acute onveiligheid is, kan er worden geplaatst in de crisisopvang. Maar soms is er ook opvang nodig wanneer er geen acute onveiligheid is, bijvoorbeeld omdat er vanwege huiselijk geweld sprake is van dakloosheid. De toegang tot de opvang dient snel en laagdrempelig te zijn. Om dit te verbeteren spannen we ons in om: 1. Te zorgen voor een directe toegang tot de opvang in uitzonderingsgevallen. De toeleiding naar de crisisopvang wordt uitgevoerd door Veilig Thuis. In sommige gevallen is het echter nodig om sneller te kunnen handelen. We realiseren een werkwijze voor deze situaties waardoor slachtoffers direct terecht kunnen bij de opvang locatie. 2. Realisatie tijdelijke opvangvoorziening voor cliënten die niet binnen de huidige kaders vallen. Voor de groep slachtoffers die vanwege huiselijk geweld dakloos zijn geworden bestaat op dit moment niet altijd een passende voorziening binnen de maatschappelijke opvang. We realiseren een aantal opvangplekken voor deze doelgroep, van waaruit kan worden gewerkt aan een structurele oplossing. 3. Realisatie van een ambulant team rond opvangvraagstukken. Voor de groep slachtoffers die vanwege huiselijk geweld dakloos zijn, is er soms geen passende oplossing binnen de huidige kaders.
We vormen een ambulant team dat helpt bij het zoeken naar de juiste oplossing, waarbij het doorbreken van de kaders mogelijk moet zijn.
15
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Verbeteren directe toegang Wijkteams Het Wijkteam is de plek dichtbij de Rotterdammer waar ondersteuning wordt geboden bij problemen zoals huiselijk geweld. De VraagWijzer is het loket dat zorgt voor de toegang tot deze hulp van het Wijkteam. De Vraagwijzer is direct fysiek toegankelijk. Het Wijkteam is direct toegankelijk indien er al ondersteuning wordt geboden. We zoeken naar mogelijkheden waarop slachtoffers zo snel en laagdrempelig mogelijk om hulp kunnen vragen. We verkennen of een directe telefonische of digitale toegang tot het Wijkteam hierbij van meerwaarde kan zijn. Om dit te realiseren spannen we ons in door: 1. Verkennen hoe directe telefonische of digitale toegang voor betrokkenen van huiselijk geweld beter kan worden georganiseerd. De vraagwijzer is momenteel direct toegankelijk en bij ondersteuning door wijkteam is er een vast aanspreekpunt. Dit willen we verder verbeteren door in minimaal twee wijken te experimenteren met verschillende vormen van directe toegang.
Al gaande
2021
2022
Doorlopende
Gefaseerde invoering
Doorlopende deskundig-
deskundigheids-
fysieke aanwezigheid
bevordering
Wijkteams/VraagWijzers
Organiseren fysieke verbindingen Vraagwijzer, Wijkteam en VTRR Invoering handelingskader HG Monitoring en evaluatie gerealiseerde toegang opvang, tijdelijke opvangvoorziening en afstemteam Evaluatie pilot directe toegang Wijkteams/ VraagWijzer
heidsbevordering Organiseren fysieke
bij laagdrempelige
verbindingen VraagWijzers,
vindplaatsen
Wijkteam en VTRR
Training relevante medewerkers conform
Invoering handelingskader HG
profiel 1 van de
Monitoring en evaluatie
deskundigheids-
gerealiseerde toegang
profielen HG
opvang, tijdelijke opvang-
Ontwikkeling
voorziening en afstemteam
handelingskader HG Implementatie ontwikkelingen rondom
Evaluatie pilot directe toegang Wijkteams/ VraagWijzer
opvang Pilot directe toegang Wijkteams/VraagWijzer
16
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
5.2
Actielijn 2. Effectieve hulp, inclusief Financiering
Ambitie Het verbeteren van het integraal hulpaanbod aan gezinssystemen (slachtoffers, plegers en andere betrokkenen bij huiselijk geweld) en ervoor zorgen dat hulp snellen kan worden opgestart, zodat de hulp effectief bijdraagt aan het doorbreken van het geweldspatroon én aan duurzaam hertstel.
Waar hebben we het hier over? Hulp aan slachtoffers, plegers en andere betrokkenen bij huiselijk geweld wordt op verschillende manieren geboden. Het Wijkteam kan basishulp bieden en tweedelijnshulp van een specialistische aanbieder (Wmo of Jeugdwet) inzetten voor zowel volwassenen als kinderen. Daarnaast kan er hulp via de zorgverzekeringswet (bijvoorbeeld GGZ) of forensische zorg (als er een strafkader is) worden ingezet. Ook kunnen binnen een reclasseringstoezicht bij de pleger gedragsinterventies worden ingezet, zoals de BORG (Beëindiging (onderling) Relationeel Geweld). Bij huiselijk geweld is het essentieel dat hulp snel wordt opgestart en dat er afgestemde hulp voor het hele gezinssysteem wordt ingezet dat is gericht op het zorgen voor veiligheid in het gezin, de gezinsdynamiek en op termijn op het herstel van de leden van het gezin. Door de verschillende manieren van organiseren en financieren van hulp is afgestemde hulp aan het gezinssysteem niet goed mogelijk. Een meer integraal gefinancierd hulpaanbod voor het hele gezinssysteem dat zich richt op de veiligheid, gezinsdynamiek en het herstel van de gezinsleden is nodig. Dat is wat we met de verbeteracties in de actielijn Effectieve hulp willen realiseren.
Wat gaan we doen? Effectieve hulp: Vergroten van de effectiviteit van de HG-aanpak door het ontwikkelen een integraal hulpaanbod (onder andere door ontwikkelen van gezinssysteemgerichte HG-arrangementen) zodat snel en effectief hulp geboden kan worden. Dit vraagt om een inhaalslag voor hulp aan plegers inclusief het organiseren van opvangplekken. Integratie: Ontschotten van Wmo en jeugdgelden in een direct beschikbaar ‘startbudget’ en verschillende aanvullende arrangementen wisselend in intensiteit. Toekenning: Aan een individu binnen het gezinssysteem ten behoeven van het gehele gezinssysteem. Integratie: Toekenning: Aan het gezinssysteem
17
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Sneller hulp na overdracht Veilig Thuis aan Wijkteam Het snel inzetten van hulp gericht op het zorgen voor veiligheid is essentieel bij huiselijk geweld. Op het moment dat betrokkenen openstaan voor hulp, moet dat direct worden geboden. Anders is het risico dat men afhaakt voordat de hulp is opgestart groot. In deze fase is het ook noodzakelijk dat er een goede analyse van het probleem wordt gemaakt, zodat de juiste vervolghulp kan worden gekozen. Dit kost, gezien de vaak complexe situaties, tijd. Om dit te verbeteren spannen we ons in om: 1. Het opstellen van een helder kader m.b.t. in welke situatie welke vorm van hulp nodig is. Na overdracht door VT aan het Wijkteam, dient snel helder te zijn welke intensiteit van hulp (basishulp Wijkteam, snelle hulp en goede analyse via het startbudget, tweede lijnshulp) ingezet moet worden. Een onderliggend kader is hierbij nodig. We verkennen hoe de profielen die opgesteld zijn door Verwey Jonker en Augeo hieraan kunnen bijdragen. 2. Een startarrangement/budget te realiseren voor huiselijk geweld casuïstiek. Voor die casuïstiek waarin het nodig is om direct ambulante hulp in te zetten gericht op het zorgen voor directe veiligheid, kan een startarrangement/budget worden ingezet.
Hierdoor krijgt het gezin directe hulp en biedt het de betreffende professional tijd om een goede probleem/gezinsanalyse te maken en de juiste vervolghulp te bepalen en in te zetten. 3. Er zorg voor dragen dat het indiceren van de vervolgarrangementen gedaan kan worden door HG deskundigen aan de hand van de gemaakte analyse. De analyse die tijdens de fase van het startarrangement/budget is gemaakt dient de leidraad te zijn voor de vervolghulp. De vervolghulp dient direct te worden geïndiceerd door de HG-deskundige en kan op de aanpak worden verbonden.
Huiselijk geweld arrangement Indien na de probleemanalyse blijkt dat er tweedelijns hulp nodig is, dan dient er een aanbod te zijn dat ingezet kan worden voor alle leden van het gezin en dat zich vooral richt op de veiligheid in het gezin en dynamiek in het gezin. Ook dient de hulp zich te richten op de toekomst, het herstel van de leden van het gezin. In dit aanbod dient de hulp aan volwassenen en jeugdigen integraal te kunnen worden ingezet. Het ontschotten van de financiering kan hiervoor nodig zijn. Om dit te realiseren spannen we ons in om: 1. Een huiselijk geweld arrangement te realiseren dat wordt toegekend aan individuen binnen een gezinsverband. In het kader van de inkoop Wmo en Jeugd wordt er een huiselijk geweld arrangement gerealiseerd. Dit is als een aparte opdracht geformuleerd in de inkoop in het kader van ‘Heel de stad’, zodat daarmee de grenzen van de mogelijkheden kunnen worden opgezocht. Potentiële aanbieders van dit aanbod denken vooraf zo veel mogelijk mee over de inhoud ervan. Vanwege de geldende wettelijke bepalingen wordt dit arrangement afgegeven aan de individuele leden van het gezin, maar kan wel voor het gezinsverband worden ingezet. Het HG-arrangement start 1 januari 2023.
18
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
2. Verkennen wat nodig is om een huiselijk geweld arrangement toe te kennen aan het gezinssysteem. Op de langere termijn willen we toewerken naar een HG-arrangement dat in één keer wordt toegekend aan het hele gezinssysteem. Hiervoor is het nodig om te verkennen welke mogelijkheden er binnen de bestaande wetgeving zijn en/of hierover op landelijk niveau afspraken over moeten worden gemaakt.
Meer vrijwillig hulpaanbod voor de pleger Binnen bovengenoemd hulpaanbod dient er ook voldoende hulpaanbod te zijn voor de pleger binnen. Dit aanbod ontbreekt op dit moment binnen het vrijwillig kader en dient derhalve te worden gerealiseerd. We spannen ons daarom in om: 1. De deskundigheid over het werken met plegers en plegerhulpverlening te vergroten in het Wijkteam. Om een hulpaanbod te organiseren aan het hele gezinssysteem, dienen er ook gesprekken te worden gevoerd met de pleger. Wijkteammedewerkers worden getraind in hoe om te gaan met de pleger en over welke hulp kan worden ingezet. 2. Binnen de inkoop van het HG-arrangement effectief aanbod in te kopen voor plegerhulpverlening in het vrijwillig kader. Op basis van de uitkomsten van onder het onderzoek naar de kaders voor plegerhulpverlening en de pilot rond vroegdiagnostiek wordt de inkoop vormgegeven.
Opvangmogelijkheden voor de pleger Het tijdelijk opvangen van plegers kan in een aantal gevallen helpen om te zorgen voor een veilige situatie waarin de hulp voor het (gezins)systeem kan worden opgestart. Het is van belang dat de opvang wordt geboden in combinatie met hulp. Ook dient het wijkteam goed te worden betrokken voor als de pleger na deze periode weer terugkomt. We spannen ons in om het volgende te realiseren: 1. Pilot opvang voor een specifieke groep plegers: voor plegers waarbij een huisverbod is opgelegd en waarvoor het om verschillende redenen niet mogelijk is zelf tijdelijk onderdak te organiseren, worden tijdelijke opvangplekken gerealiseerd. Aan deze plekken is hulp gekoppeld. Door middel van de pilot wordt verkend in hoeverre de opvang van plegers bijdraagt aan betere hulpverlening aan het hele (gezins)systeem.
Hulp integraal in kunnen zetten Hulp bij huiselijk geweld kan vanuit verschillende wetten (Wmo, Jeugdwet, Wlz, Zvw, Forensisch zorg) en daarmee financieringsstromen worden ingezet. In de praktijk betekent dit dat niet altijd de meest passende hulp ingezet kan worden in de situatie. Een voorbeeld hiervan is als een pleger hulp zou moeten krijgen in het kader van
19
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
forensische zorg, het niet mogelijk is ook (wellicht beter passende) Wmo-hulp in te zetten. Om dit aan te pakken spannen we ons in om: 1. Te onderzoeken welke beperkingen de verschillende wetten/financieringsstromen met zich meebrengen in het bieden van integrale effectieve hulp bij huiselijk geweld. Op basis hiervan werken aan praktische samenwerkingsafspraken en/of het gesprek op landelijk niveau voeren over aanpassingen in de wetgeving.
Al gaande
2021
2022
Werksessies start-
Ontwerpen start-
Inzetten start-
arrangement/budget HG-arrangement als aparte opdracht in inkooptraject Pilots plegerhulpverlening zijn gestart en wordt meegenomen in
arrangement/budget
arrangement/budget
Inregelen indiceren door
Verkenning mogelijkheden
HG-deskundigen Ontwerpen HGarrangement op individueel niveau Evaluatie pilots
HGarrangement op niveau (gezins)systeem Trainen wijkteammedewerkers in plegeraanpak/
inkooptraject
plegerhulpverlening
hulpverlening
Ontwerpen pilot
Start pilot plegeropvang
Evaluatie pilot plegeropvang
plegeropvang
Onderzoek beperkingen wetten/financierings-stromen voor integrale hulp HG
5.3
Actielijn 3: Netwerk
Ambitie Het directer verbinden en versimpelen van het zorgnetwerk en het veiligheidsnetwerk binnen het lokale veld, zodat interventies goed op elkaar kunnen worden afgestemd en er steeds vaker partijen in de aanpak verbonden zijn in plaats van dat er verwezen wordt naar elkaar.
Waar hebben we het hier over? Eerder is beschreven dat het wijkteam in een groot deel van de casussen waarin huiselijk geweld speelt de hulp verleent. Een goede aansluiting tussen het lokale veld en rest van het netwerk is heel belangrijk om tot adequate hulp en bescherming te
20
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
komen. Zeker gezien het feit dat het vaak complexe problematiek betreft waarin zowel zorg als veiligheid een rol speelt en vaak tweedelijns hulp ingezet wordt. Regie en samenwerking zijn hierbij noodzakelijk. In het onderzoek van Verwey Jonker komt naar voren dat lang niet altijd duidelijk is waar de regie ligt als het wijkteam is betrokken. Hoewel de afspraak is dat het wijkteam de regie moet hebben, blijkt in de praktijk dat de regie vaak wordt overgedragen naar een volgende partij. Het is dus nodig om de regiefunctie van het wijkteam in huiselijk geweld casuïstiek goed te definiëren, te organiseren en te implementeren. Daarnaast is het nodig om de samenwerking met partners goed te organiseren binnen de structuur van de wijkteams en het netwerk breed. Het doel hiervan is deskundigheid te bundelen, korte lijnen te organiseren en gezamenlijke slagkracht te vergroten, zodat snel de juiste hulp en bescherming kan worden geboden. Dat is wat we met de verbeteracties in de actielijn Netwerk gaan realiseren.
Wat gaan we doen? Regie: HG-deskundige* voert de casusregie vanaf het moment dat een casus is overgedragen aan het wijkteam tot aan het moment dat een ondersteuningsplan is afgerond. De intensiteit van de regie wordt bepaald op basis van de behoefte van een casus. Schaal (verbinden): Incidenteel gebiedsbreed zorg en veiligheidsoverleg met actieve inzet en betrokkenheid van alle netwerkpartners. Regie: HG-deskundige voert ook de regie op het inzetten van experts (tweede lijn). Schaal (verbinden): Structurele gebiedsbrede zorg en veiligheidsteams met actieve inzet en betrokkenheid van alle netwerkpartners. * Met ‘HG deskundige’ wordt bedoeld de wijkteammedewerkers met de expertise huiselijk geweld.
Regie door het wijkteam Samenwerking in casuïstiek op wijkniveau is noodzakelijk om de juiste hulp en bescherming te kunnen bieden. Het uitgangspunt is dat het Wijkteam aan de basis staat van de hulp en ondersteuning aan betrokkenen van huiselijk geweld. Zij bieden basishulp of kunnen bepalen of tweedelijns inzet nodig is. Ook voeren zij regie op de casus, tenzij andere kaders, zoals Jeugdbescherming, voorliggend zijn. De samenwerking en korte lijnen in het netwerk van zorg- en veilig partners op wijkniveau zijn hierbij een belangrijk punt van aandacht. Dit dient structureel beter te worden georganiseerd. Regie hierop is nodig. De verwachting is dat hiermee hulp van alle partijen effectiever kan worden ingezet. Daarnaast wordt kennis en inzicht gedeeld, waardoor de interventiekracht beter wordt en de professionaliteit over
21
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
de breedte toe kan nemen. Om deze regie op de samenwerking op wijkniveau te verbeteren spannen we ons in om: 1. De regie in HG-casuïstiek in het Wijkteam goed vorm te geven. Dit gebeurt op basis van de verschillende rollen van het wijkteam (casusregie, basishulp en indiceren) en in het licht van samenwerking met andere betrokken partijen. Hierbij worden, onder andere aan de hand van de leidende principes, voorwaarden geformuleerd die nodig zijn om goed regie te kunnen voeren in HG casuïstiek. Hierin wordt onder andere het erkennen van HG als expertise in het Wijkteam, het organiseren van het mandaat van de regisseurs/HG-deskundigen, het kunnen uitwisselen van informatie in het netwerk en een helder escalatiesysteem meegenomen. Ook wordt uitgewerkt wat verschillen in regie kunnen zijn per type (zwaarte) casus. 2. Op basis van een quickscan van de wijkteams bepalen hoe regie conform het geformuleerde kader en voorwaarden wordt geïmplementeerd. Op basis hiervan deze werkwijze breed implementeren. 3. De huidige ontwikkeling rond de methodiek ‘Intensieve casusregie’ een stevige plek te geven in dit kader: deze methodiek breed implementeren in de wijkteams. Dit gebeurt op basis van de uitkomsten van de evaluatie van het project Intensieve casusregie dat al wordt uitgevoerd. Hierin krijgt ook het organiseren van overzicht/ coördinatie op HG in het Wijkteam een plek.
Gebiedsbrede samenwerking zorg & veilig Samenwerking in casuïstiek op wijkniveau is noodzakelijk om de juiste hulp en bescherming te kunnen bieden. Met name de korte lijnen tussen zorg- en veilig partners zijn hierbij een punt van aandacht. Dit dient structureel te worden georganiseerd. De verwachting is dat hiermee hulp effectiever kan worden ingezet doordat alle betrokken partijen gelijktijdig om één tafel zitten waardoor de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. Daarnaast wordt kennis en inzicht gedeeld, waardoor de interventiekracht beter wordt en de professionaliteit over de breedte toe kan nemen. Om dit realiseren spannen we ons in om: 1. Een zorg- en veiligheidsnetwerkoverleg te realiseren op wijk- of gebiedsniveau. Deze netwerkoverleggen bieden een uniforme structuur waarin samenwerking op casuïstiek volgens een vaste methodiek wordt uitgevoerd. Het netwerkoverleg draagt ook bij aan continue kennisdeling en hogere professionaliteit. We sluiten hierbij aan op de ontwikkeling die gaande is rond de Wijkschakels en de ontwikkeling om het ZVHRR beter aan te sluiten op het lokale veld. Deze ontwikkeling wordt gefaseerd ingevoerd. 2. Een bovenlokaal zorg en veiligheidsteam te realiseren: op termijn, op basis van de ontwikkeling en ervaringen van het zorg- en veiligheidsnetwerkoverleg, toewerken naar een bovenlokaal zorg- en veiligheidsteam waar o.a. expertise gebundeld wordt.
22
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Al gaande
2021
2022
Concept kader regie
Vaststellen kader regie in
Werkwijze Regie in
het wijkteam
opgesteld
het Wijkteam breed
Project Intensieve
Quick Scan wijkteam
implementeren
Casusregie (ICR)
implementatie regie
Toewerken naar een
Ontwikkeling rondom Wijkschakels
Evaluatie project Intensieve Casusregie
bovenlokaal zorg- en veiligheidsteam
Gefaseerde invoering zorg- en veiligheidsnetwerkoverleg op wijk- of gebiedsniveau
5.4
Actielijn 4. Samenwerking
Ambitie Het verbeteren van de samenwerking in het gehele netwerk, zodat professionals sneller en gemakkelijker gebruik kunnen maken van elkaars expertise in casuïstiek en zodat er continu kan worden gewerkt aan het verbeteren van de aanpak.
Waar hebben we het hier over? De aanpak van huiselijk geweld vindt plaats in een netwerk van verschillende organisaties, de beschermpartners. In het gezin zijn vaak meerdere organisaties betrokken rond hulpverlening, maar ook bijvoorbeeld rond interventies gericht op de veiligheid. Dit netwerk functioneert veelal als een keten: de betrokkenen worden overgedragen aan de volgende organisatie in de keten. Het is de ambitie om dit te veranderen naar een meer netwerk gerichte samenwerking. Niet overdragen, maar met elkaar kijken wat de benodigde stappen en interventies zijn en daar met elkaar op sturen. Steeds actief verbonden vanuit de opgave die voor ligt. Op deze manier wordt de hulp aan betrokkene meer integraal, samenhangend en effectiever georganiseerd en is de kans op duurzaam herstel groter. Binnen de actielijn samenwerking spannen we ons daarom in om de samenwerking binnen dit netwerk anders vorm te geven. Deze actielijn ligt in het verlengde van de actielijn Netwerk.
23
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Wat gaan we doen? Elkaar kennen: Elkaar op inhoud en op alle niveaus kennen. Beschikbaarheid van statische informatie over rollen en verwachtingen in het netwerk inclusief een ‘telefoonboek’. Collectief lerend vermogen: Instrumentele kennis en vaardighedenontwikkeling middels een digitaal trainingsaanbod. Informatie uitwisseling: Statische informatie (een ‘oplegger) over de AVG en een ‘AVG en HG in Rotterdam convenant’. Elkaar kennen: Bekend zijn met de werkwijze van partnerorganisaties door middel van ‘kijkjes in de keuken’ (meeloopstages) zowel op de werkvloer, als op leidinggevend als management niveau. Collectief lerend vermogen: Gezamenlijke intervisie en supervisie Informatie uitwisseling: Gezamenlijke training ‘AVG en HG in Rotterdam’ Elkaar kennen: Elkaars leefwereld snappen door proactief ervaringen uit te wisselen plus een dynamische manier (app) om informatie over rollen en verwachtingen te ontsluiten. Collectief lerend vermogen: Oprichten van een HG academie en het ontwikkelen van een gezamenlijke leervisie inclusief ontwikkelaanbod met als basis het meester gezel principe. Informatie uitwisseling: Dynamische informatie middels een AVG en HG in Rotteram (app) inclusief hulplijn
Elkaar kennen Het aantal organisaties in het netwerk is groot. Elke organisatie heeft haar eigen taken en verantwoordelijkheden in de aanpak. Bij de ene organisatie zijn er specifieke contactpersonen voor HG-casuïstiek en bij de andere organisatie is er één centrale ingang. Het is helpend als er een goed beeld over elkaar is, zodat professionals weten bij wie ze voor welke vraag terecht kunnen. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het ontwikkelen van statische (op termijn dynamische) goed deelbare informatie over de belangrijkste organisaties uit het netwerk. Hierin is helder opgenomen wat de organisaties wel en niet kunnen betekenen in casuïstiek en hoe je het makkelijkst bij de juiste persoon komt (wie is wie). 2. Het organiseren van dynamische uitwisseling van kennis en kunde tussen de organisaties uit het netwerk. Dit gebeurt op dit moment door het project Trading places3 waarbij op managementniveau tijdelijk van organisatie wordt geruild. Op basis van de uitkomsten van dit project verkennen we wat er mogelijk en nodig is om dit ook op andere niveaus te organiseren.
3
Dit is een initiatief van de politie eenheid Rotterdam Rijnmond
24
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Collectief leren Iedere organisatie heeft haar eigen expertise, die past bij de taken en verantwoordelijkheden binnen de aanpak. Iedere organisatie is daarbij zelf verantwoordelijk voor het op orde houden van deze expertise. Maar juist in het kader van het verbeteren van de samenwerking zijn er mogelijkheden om ook gezamenlijk te leren, bijvoorbeeld over hoe je samenwerkt. Hierdoor vergroot je niet alleen de kennis en vaardigheden van professionals, maar ook het professionele netwerk. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het doorontwikkelen van de huidige stuurgroep van beschermpartners naar een strategisch lerend platform rond het onderwerp huiselijk geweld. Hieraan tevens gekoppeld een platform op tactisch/operationeel niveau waarvoor jaarlijks drie inhoudelijke expertbijeenkomsten worden georganiseerd. 2. De realisatie van een gezamenlijke leergang rond samenwerking in casuïstiek HG. In deze leergang staan de vaardigheden met betrekking tot samenwerking centraal. Hierin krijgen de leidende principes een belangrijke plek.
Het delen van gegevens Het kunnen delen van informatie is essentieel in het samenwerken rond casuïstiek HG, maar niet vanzelfsprekend. Wetgeving zoals de AVG, maar ook de verschillende beroepscodes, maken het delen van (essentiële) informatie niet gemakkelijk. Het is van belang dat professionals heldere richtlijnen hebben op basis waarvan ze informatie kunnen delen. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het in kaart brengen waar de verschillende knelpunten rond het delen van informatie zitten. Onder andere door te inventariseren welke overeenkomsten en verschillen er zijn tussen het beleid hierop bij de verschillende organisaties. Op basis van deze inventarisatie bepalen waar er anderen/aanvullende afspraken mogelijk zijn. 2. Op basis van verbeteractie 1 werken aan een gezamenlijk convenant over het delen van informatie binnen het netwerk. Hierbij wordt aangesloten bij andere ontwikkelingen over het delen van gegevens, zoals rond de Persoonsgerichte aanpak (PGA).
25
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Al gaande
2021
2022
Project Trading Places
Ontwikkelen statische
Doorontwikkeling van
op managementniveau Stuurgroep Huiselijk Geweld en Kindermis-
deelbare informatie netwerk
deelbare informatie netwerk
Verkennen varianten Trading Places
handeling Convenanten omtrent
statische naar dynamische
Doorontwikkeling
Mogelijke start variant Trading Places Realiseren gezamenlijke
gegevensdeling tussen
stuurgroep naar
leergang rond
organisaties onderling
strategisch lerend
samenwerking in casuïsitiek
platform
HG
Ontwikkeling platform
Uitvoering geven aan
operationeel/tactisch
gezamenlijk convenant
niveau
omtrent informatiedeling
Inventarisatie knelpunten in informatiedeling en verkenning mogelijkheden gezamenlijk convenant
5.5
Actielijn 5. Professionals
Ambitie Het vergroten van de kennis en kunde van professionals die werken in de aanpak huiselijk geweld, zodat gezinssystemen sneller en effectiever hulp ontvangen.
Waar gaat het hier over? Huiselijk geweld dient te worden beschouwd als een vakgebied. Om de juiste hulp te kunnen verlenen, of de juiste interventie in te zetten, zijn (voldoende) professionals nodig die zijn opgeleid in dit vakgebied. Echte vaardigheid ontstaat op het grensvlak van leren en ervaring opdoen. Dit maakt dat echte HG ‘deskundigheid” pas kan ontstaan als het geleerde ook echt in de praktijk kan worden gebracht, in voldoende mate om kennis om te zetten in ervaring en vaardigheid. Binnen de actielijn Professionals spannen we ons in om het vakgebied huiselijk geweld in het netwerk te vergroten en te verbeteren. Deze actielijn hangt nauw samen met de actielijn Samenwerken.
26
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Wat gaan we doen? HR samenwerking: Bestuurlijk delen van HR vraagstukken, zoals werving en selectie. Vakmanschap: Primair ontwikkelen door learning on the job middels een ‘buddy systeem’. HR samenwerking: Vakmanschap: Ontwikkelen van een gezamenlijke professionele standaard in Rotterdam of de regio Rotterdam Rijnmond. HR samenwerking: Gezamenlijk strategisch personeelsaanpak en vervolgens uitvoeren op tactisch en operationeel niveau door gezamenlijke loopbaanpaden te ontwikkelen en een gedeelde werving / wervingscampagne te starten. Vakmanschap: -
Vakmanschap Bij vakmanschap gaat het er om dat professionals de juiste kennis en vaardigheden hebben om te kunnen werken in casuïstiek HG. Het gaat hierbij zowel om inhoudelijke kennis, als om het vermogen om samen te werken met andere professionals van andere organisaties uit het netwerk. Hierbij is het zinvol als er een gezamenlijke professionele standaard is, zodat verwachtingen over en weer helder zijn. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het realiseren van een gezamenlijk (digitaal) leeraanbod voor het hele netwerk. Dit doen we door te inventariseren welk aanbod er al is en dit waar mogelijk te ontsluiten voor het hele netwerk. De ervaringen die onder andere het ZVHRR hierin heeft, worden hierin meegenomen. 2. We werken gezamenlijk aan een professionele standaard waarin professionals in het netwerk moeten voldoen. Hierin worden onder andere de ervaringen rond ‘Trading places’ en de leergang rond samenwerking meegenomen. Na realisatie van de professionele standaard volgt implementatie binnen de individuele organisaties.
27
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Samenwerking op HR-vraagstukken De organisaties die werken in het netwerk rond de aanpak van huiselijk geweld kennen verschillende HR-vraagstukken, zoals het hebben van voldoende professionals en het kunnen bieden van voldoende loopbaanperspectieven aan medewerkers. Dit zorg er onder andere voor dat professionals vaak wisselen van organisatie of zelfs volledig van functie. Door hierop samen te werken binnen het netwerk kunnen professionals mogelijk effectiever worden ingezet en langer worden behouden voor de aanpak. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het inrichten van een netwerk overstijgende werkgroep gericht op deze HR-vraagstukken in de aanpak HG. In deze werkgroep worden de huidige vraagstukken besproken en waar mogelijk gewerkt aan gezamenlijke oplossingen.
Al gaande
2021
2022
Leeraanbod omtrent HG
Inventarisatie huidig
Realisatie van een
in de eigen organisaties
leeraanbod per
gezamenlijk (digitaal)
organisatie en waar
leeraanbod voor het hele
mogelijk ontsluiten voor
netwerk
Project Trading Places
hele netwerk
Implementatie van de
Professionele standaard ontwikkelen en
professionele standaard in de individuele organisaties
vaststellen Inrichten netwerkoverstijgende werkgroep gericht op HR-vraagstukken in de aanpak HG
5.6
Actielijn 6. Regels, procedures en administratie
Ambitie Ervoor zorgen dat regels, administratie en procedures meer ten dienste staan van de hulpverlening, zodat professionals datgene kunnen doen wat zij nodig achten voor het gezin en cliënten daarmee betere hulp en ondersteuning krijgen. Waarbij de minimale vastlegging altijd gekoppeld is aan het optimaliseren van de hulp aan het gezinssysteem en zo min mogelijk op verantwoording.
28
Actieprogramma Verbetertraject aanpak Huiselijk geweld.
Waar hebben we het hier over? Het is de ervaring dat huidige werkprocessen en afspraken professionals niet altijd helpen in het kunnen maken van de juiste keuzes voor bijvoorbeeld het inzetten van hulp of het kunnen samenwerken met een andere organisatie. Daarnaast is het ook de ervaring dat het registreren van allerlei gegevens niet altijd effectief is en veel capaciteit vragen. Zowel in de zin van dat het veel tijd kost, als in de zin van dat het niet de juiste gegevens oplevert om bijvoorbeeld de aanpak te kunnen verbeteren. Door (procesmatige) belemmeringen aan te pakken en administratieve lasten te verminderen krijgt de professional meer ruimte om zich te richten op het bieden van hulp aan gezinssystemen. Binnen deze actielijn zetten we ons ervoor in dit te verbeteren.
Wat gaan we doen? Reactief verbeteren: Wanneer problemen zich aandienen worden ze incidenteel aangepakt en opgelost. Organisch verbeteren: Actief en structureel verminderen van afspraken, procedures en administratie.p Proactief verbeteren: Systematisch verminderen van afspraken, procedures en administratie middels een methode zoals 'lean'. Herontwerp: Afspraken, procedures en (gevraagde) administratie herontwerpen op basis van vertrouwen in plaats van beheersing.
Werkproces zonder knelpunten Betrokkenen van huiselijk geweld doorlopen binnen het netwerk een route om te komen tot duurzaam herstel. Alle werkprocessen binnen deze route dienen hieraan ondersteunend te zijn. Bij het organiseren van het werkproces dient dus altijd het gezinssysteem (het slachtoffer, de pleger of het hele gezin) centraal te staan. Om dit te realiseren zetten we in op: 1. Het starten van een werkgroep gericht op het oplossen van knelpunten in de werkprocessen. Het gaat hierbij om knelpunten in het hier en nu binnen de gemeentelijke organisatie en op de koppelvlakken gemeente en andere organisaties uit het netwerk. 2. Op basis van alle verbeterrichtingen uit dit programma wordt een gezamenlijk beeld ontwikkeld m.b.t. de gewenste inrichting van de werkprocessen.