CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb5527 Bijlage 1 behorende bij 21bb5526 - Rigo_ Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. Het voorstel tot vaststelling van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021.10.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl

RAPPORT

Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad Onderzoek t.b.v. de huisvestingsverordening

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. RIGO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

RIGO Research en Advies Woon- werk- leefomgeving www.rigo.nl

RAPPORT

Schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad Onderzoek t.b.v. de huisvestingsverordening Opdrachtgever Gemeente Rotterdam

Contactpersoon mw. I. Jeurissen

Projectnummer P42110

Datum 29 oktober 2020

Auteurs Steven Kromhout Jan Scheele-Goedhart Martin Damen Pieter Kranenborg

Inhoud Inleiding

1

Aanleiding

1

Doel en onderzoeksvragen

1

Leeswijzer

2

Vraag en aanbod op basis van woonwensen

3

Schaarste in de koopsector

6

Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector

6

3.1.1

Woningtype en aantal kamers

6

3.1.2

Prijsklassen

7

3.1.3

Tussenconclusie

10

Ontwikkeling van transactieprijzen

10

Conclusies

13

Schaarste in de huursector

14

Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector

14

4.1.1

Woningtype en aantal kamers

14

4.1.2

Prijsklassen

15

4.1.3

Tussenconclusie

19

Schaarste in de sociale huursector

19

4.2.1

Vraag en aanbod

20

4.2.2

Wachttijden en slaagkansen

22

4.2.3

Tussenconclusie

24

Schaarste in de vrije huursector

25

Conclusies

27

Conclusies

28

Schaarste

28

Effecten van schaarste

29

Instrumenten

29

Toelichting gebruik WoON

31

Bijlage 1

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

Inleiding In dit onderzoek gaan we in op de vraag in hoeverre in de Rotterdamse woningvoorraad sprake is van schaarste, zoals bedoeld in de Huisvestingswet 2014.

Aanleiding De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten instrumenten om hun huisvestingsbeleid vorm te geven. Daarbij gaat het om instrumenten met betrekking tot de woonruimteverdeling en het beheer van de woonruimtevoorraad. Om gebruik te kunnen maken van deze instrumenten moeten gemeenten onderbouwen waarom de inzet van deze instrumenten “noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte” (artikel 2). De Gemeente Rotterdam maakt gebruik van beide typen instrumenten. Regels met betrekking tot de verdeling van corporatiewoningen zijn vastgelegd in de regionaal afgestemde Verordening woonruimtebemiddeling, die onlangs is geactualiseerd en door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarnaast kent Rotterdam de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad, waarin regels met betrekking tot wijzigingen in de woonruimtevoorraad zijn opgenomen.

Doel en onderzoeksvragen In 2015 heeft RIGO onderzoek gedaan naar de schaarste aan corporatiewoningen in de regio Rotterdam. Dit onderzoek is gebruikt als onderbouwing voor de Verordening woonruimtebemiddeling. De conclusies van het onderzoek zijn in 2019 geactualiseerd, ten behoeve van de nieuwe verordening 1. De Gemeente Rotterdam heeft RIGO gevraagd de schaarste aan woonruimte in Rotterdam opnieuw te onderzoeken, ditmaal inclusief de vrije huursector en de koopsector. Doel van dit onderzoek is om inzicht geven in de schaarste in de woningvoorraad en de effecten daarvan. Op basis daarvan kan de gemeente beslissen of er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste en of zij de inzet van instrumenten uit de Huisvestingswet (en eventueel aanvullende instrumenten) in dat licht noodzakelijk en wenselijk acht. Onderzoeksvragen Voor het onderzoek zijn twee hoofdvragen geformuleerd: 1. Is er in Rotterdam sprake van schaarste aan woonruimte? 2. Wat zijn de effecten van de schaarste in Rotterdam? De Huisvestingswet 2014 bevat geen definitie van schaarste en schrijft niet voor op welke wijze deze onderbouwd moet worden. De wet laat dit in principe over aan de gemeenteraad. In zijn algemeenheid is er sprake van schaarste aan woonruimte als de vraag het aan-

1

Zie Bijlage 2 (Onderbouwing van schaarste) van de Hoofdlijnennotitie Actualisatie Verordening woonruimtebemiddeling, d.d. 21 november 2019.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

1

bod overtreft. Dat is al het geval als er twee kandidaten zijn voor dezelfde woning. In de gereguleerde huursector ontstaat dan een verdelingsvraagstuk, waardoor wachttijden kunnen ontstaan. In de vrije huur- en koopsector bepaalt het prijsmechanisme wie de woning krijgt en komt schaarste tot uitdrukking in stijgende prijzen en, als gevolg daarvan, gebrek aan betaalbaar aanbod. Beide mechanismes analyseren we in dit onderzoek.

Leeswijzer Deze rapportage is als volgt opgebouwd:  In hoofdstuk 2 introduceren we een methodiek om schaarste te bepalen op basis van woonwensen;  In hoofdstuk 3 staat de schaarste in de koopsector centraal;  In hoofdstuk 4 gaan we uitgebreid in op de schaarste in de huursector, waarbij de sociale huursector en de vrije huursector apart worden belicht;  In hoofdstuk 5 trekken we conclusies ten aanzien van de hoofdvragen en de noodzaak om instrumenten uit de Huisvestingswet toe te passen.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

2

Vraag en aanbod op basis van woonwensen Om de schaarste aan verschillende soorten woningen te analyseren kijken we in dit onderzoek veelvuldig naar het verschil tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. We doen dat op basis van woonwensen van huishoudens die willen verhuizen. In dit hoofdstuk lichten we deze methode toe. Voor de analyses in dit hoofdstuk hebben we gebruikgemaakt van het databestand van het Woon Onderzoek Nederland (WoON) 2018, een landelijk onderzoek van het CBS naar de woonsituatie en woonwensen van huishoudens. Op basis van het WoON 2018 brengen we in dit onderzoek de vraag naar en het aanbod van woningen in Rotterdam in beeld. Hiervoor maken we gebruik van de woonwensen van respondenten die in het WoON hebben aangegeven binnen nu en twee jaar te willen verhuizen en actief op zoek zijn naar een woning of er al één gevonden hebben. Daarbij zijn alleen gegevens gebruikt van respondenten die in Rotterdam wonen of in de regio Rotterdam willen wonen. In bijlage 1 wordt het gebruik van het WoON nader toegelicht.

Vraag op basis van woonwensen Voor de vraag kijken we naar de woonwensen van drie groepen huishoudens die willen verhuizen naar een zelfstandige woning in Rotterdam:  Starters: huishoudens die in Rotterdam wonen en bij verhuizing geen zelfstandige woning achterlaten;  Doorstromers: huishoudens die in Rotterdam wonen en bij verhuizing wel een zelfstandige woning achterlaten;  Vestigers: huishoudens die nog niet in Rotterdam wonen (maar wel in Nederland). Hierbij ontbreekt de vraag van huishoudens die zich vanuit het buitenland willen vestigen in Rotterdam, omdat die niet in het WoON zijn opgenomen 2. Een andere groep die hier ontbreekt maar wel vraag uitoefent op de woningmarkt, zijn beleggers die woningen kopen om te verhuren. Aanbod op basis van verhuiswensen Voor het aanbod kijken we naar we naar de woningen die bij een geslaagde verhuizing worden achtergelaten door:  Doorstromers: zie hierboven;  Vertrekkers: huishoudens die nu in een zelfstandige woning in Rotterdam wonen en buiten Rotterdam (incl. buitenland) willen gaan wonen;  Woningverlaters: huishoudens die nu in een zelfstandige woning in Rotterdam wonen en willen verhuizen naar een andere woonvorm in Rotterdam. In het aanbod ontbreken woningen die aan de voorraad worden toegevoegd, bijvoorbeeld via nieuwbouw, transformatie of woningvorming.

2

In de afgelopen tien jaar kwamen er gemiddeld 12.200 immigranten per jaar naar Rotterdam. Vestigingscijfers van de gemeente Rotterdam over 2018 geven aanleiding om te veronderstellen dat immigranten in dat jaar ten minste 7.500 zelfstandige woningen hebben betrokken.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

3

Voor de kenmerken van het aanbod gaan we uit van de huidige kenmerken van de woningen die worden achtergelaten als de bovenstaande huishoudens hun verhuiswens realiseren. Daarbij gaan we er dus impliciet vanuit dat er geen wijzigingen plaatsvinden, zoals een verandering van eigendomsvorm (van huur naar koop of vice versa) of van woningtype en grootte (bijv. verkamering).Deze aanname is niet evident. Er worden immers koopwoningen door beleggers gekocht en te huur aangeboden (buy-to-let of ook leave-to-let) en er worden corporatiewoningen verkocht aan eigenaar-bewoners. Schaarste Door de vraag en het aanbod aan bepaalde woningen tegen el kaar af te zetten krijgen we een indicatie van de schaarste. In figuur 2-1 is dat gedaan voor de hele Rotterdamse woningvoorraad. Daarin is ook te zien van welke groepen huishoudens de vraag en het aanbod afkomstig zijn. 3 figuur 2-1 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de totale woningvoorraad

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Het is duidelijk te zien dat er in de totale woningvoorraad meer vraag is dan aanbod. Er is – op basis van de respondenten die in het WoON hebben aangegeven te willen verhuizen en daar actie op hebben ondernomen – een verschil van ruim 18.000 tussen het aantal gewenste woningen – ruim 74.000 – en het aantal woningen dat door woningverlaters, vertrekkers en doorstromers potentieel wordt achtergelaten (56.000). Daarbij moeten we er rekening mee houden dat er jaarlijks nog een substantiële extra vraag wordt uitgeoefend door buitenlandse migraten, zoals arbeidsmigranten uit Midden-Europa en kenniswerkers uit BRIC-landen (met name Brazilië, India en China) 4. In de volgende hoofdstukken verfijnen we dit beeld door op dezelfde manier de schaarste te analyseren in de koopsector en de huursector. Daarbinnen maken we verder onderscheid naar woningtype en prijsklassen.

3

Het WoON 2018 is gebaseerd op een steekproef. Daarom zijn de aantallen en percentages d ie hier gepresenteerd worden indicatief. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen zijn de aantallen afgerond op honderdtallen. Hierdoor kan het soms lijken dat uitgesplitste cijfers niet optellen tot het totaal.

4

Zie de Voortgangsrapportage Woonvisie, editie 2019. Gemeente Rotterdam, augustus 2020.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

4

Kanttekeningen vooraf Kort door de bocht gezegd is het beschikbaar komen van het aanbod in deze methodiek afhankelijk van het realiseren van de verhuiswens. Vindt een hui shouden niet de gewenste woning, dan zijn de volgende scenario’s denkbaar:  Een huishouden verhuist (nog) niet en hun woning komt niet vrij , waardoor een ander huishouden niet kan verhuizen naar die woning;  Een huishouden verhuist wel maar naar een ander type woning in Rotterdam; in dat geval verandert het vraagprofiel;  Een huishouden verhuist wel maar niet in Rotterdam, in dat geval neemt de vraag af maar het aanbod niet. Het niet kunnen realiseren van de verhuiswens is vaak een effect va n schaarste, bijvoorbeeld als een huishouden lang moet wachten op de gewenste sociale huurwoning of als een aspirant-koper de gewenste woning niet kan financieren.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

5

Schaarste in de koopsector In dit hoofdstuk analyseren we de schaarste in de Rotterdamse koopsector op basis van woonwensen en de ontwikkeling van transactieprijzen. In paragraaf 3.1 brengen we de vraag en het aanbod in de koopsector in beeld. Vervolgens kijken we naar de ontwikkeling in de transactieprijzen van koopwoningen (3.2). Ten slotte trekken we conclusies over de schaarste.

Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector In Rotterdam zijn meer dan 34.000 huishoudens actief op zoek naar een koopwoning. Een groot deel van die vraag (24.000 huishoudens) is afkomstig van doorstromers die bij verhuizing een woning in Rotterdam achterlaten. Tegelijkertijd zijn er 17.000 huishoudens in Rotterdam die willen verhuizen en daarbij een koopwoning zouden achterlaten. Als we deze cijfers over vraag en aanbod tegen elkaar afzetten zien we dat voor elke potentieel aangeboden koopwoning er ongeveer twee worden gevraagd (figuur 3-1). Dit is een duidelijke indicatie dat er in Rotterdam sprake is van schaarste aan koopwoningen. figuur 3-1 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

3.1.1 Woningtype en aantal kamers In figuur 3-2 en tabel 3-1 is het totaalbeeld voor de koopsector uitgesplitst naar woningtypen en aantal kamers. Hierin is te zien dat er voor alle soorten woningen in de koopsector meer vraag dan aanbod is. De meeste huishoudens die op zoek zijn naar een koopwoning in Rotterdam zouden een grote eengezinswoning willen kopen. Het potentiële aanbod in dit segment is echter beperkt. Ook bij meergezinswoningen (appartementen) is vooral schaarste aan grote woningen. In Rotterdam is een relatief groot potentieel aanbod aan appartementen met maximaal drie kamers. Toch overtreft ook in dit segment de vraag het aanbod. Bij kleine eengezinswoningen is zowel de vraag als het aanbod relatief gering en ook het verschil daartussen.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

6

figuur 3-2 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector, naar woningtype en aantal kamers

mgw, 4 em kamers mgw, 1-3 kamers

egw, 5 em kamers egw, 4 kamers egw, 1-3 kamers 0

2.000

4.000

6.000

aanbod

8.000

10.000

12.000

14.000

vraag

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO tabel 3-1 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector, naar woningtype en aantal kamers

eengezins, 1-3 kamers 300

eengezins, 4 kamers 1.300

eengezins, ≥ 5 kamers 700

mgw, 1-3 kamers 2.400

mgw, ≥4 kamers 1.100

totaal

doorstromer

700

2.900

10.300

5.300

4.800

24.000

vestiger

200

1.000

1.000

1.300

1.000

4.600

totaal vraag

1.200

5.200

12.100

9.000

6.900

34.400

doorstromer

700

1.900

3.200

5.000

2.100

12.900

starter

woningverlater

5.700

0

200

400

400

0

1.000

vertrekker

200

200

200

1.900

500

3.000

totaal aanbod

900

2.200

3.800

7.300

2.700

16.900

tekort

-300

-3.000

-8.300

-1.700

-4.200

-17.400

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

3.1.2 Prijsklassen In deze paragraaf splitsen we de vraag en het aanbod in de koopsector uit naar prijsklassen. In dit onderzoek hanteren we de vijf prijsklassen uit het coalitieakkoord, waarvan de prijsgrenzen in 2020 zijn herzien. De prijsgrenzen voor de koopsector staan in tabel 3-2. De meeste huishoudens die willen verhuizen naar een koopwoning in Rotterdam, zijn op zoek naar een woning in het middensegment. In dit segment is ook het potentiële aanbod het grootst, maar bij lange na niet voldoende om in de vraag te voorzien. Er zijn bijna drie keer zo veel vragers als potentiele aanbieders. Ook bij koopwoningen in het hogere segment en het topsegment is er veel meer vraag dan aanbod.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

7

tabel 3-2 Prijsklassen coalitieakkoord na herziening 2020; peil 1 januari 2019

Prijsklasse

Koopprijsgrenzen

Sociaal basis

Tot €141.000

Sociaal

Van €141.000 tot €174.000

Middensegment

Van €174.000 tot €290.000

Hogere segment

Van €290.000 tot €440.000

Topsegment

Vanaf €440.000

Koopwoningen in de segmenten sociaal basis en sociaal zouden op grond van financieringslastnormen van het Nibud financieel bereikbaar zijn voor (een deel van de) woningzoekenden uit de doelgroep van corporaties. Toch is de vraag naar deze woningen beperkt. Waarschijnlijk komt dat, omdat maar weinig (en steeds minder; zie 3.2) koopwoningen in dit segment worden aangeboden en de kwaliteit van deze woningen niet aansluit bij de woonwensen van potentiële kopers. Als in de koopsegmenten sociaal en sociaal basis wel woningen met de gewenste kwaliteit zouden worden aangeboden, zou daar in Rotterdam zeker veel vraag naar zijn. figuur 3-3 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de koopsector, naar prijsklasse

topsegment hogere segment

middensegment sociaal sociaal basis 0

2.000

4.000

6.000

8.000

aanbod

vraag

10.000

12.000

14.000

16.000

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

8

tabel 3-3 Vraag en aanbod in de koopsector, naar prijsklasse

sociaal

starter

sociaal basis 1.000

hogere segment 2.400

topsegment 200

totaal

700

middensegment 1.300

doorstromer

1.900

500

10.700

6.800

4.200

24.000

600

200

2.300

900

500

4.600

totaal vraag

3.500

1.500

14.300

10.100

4.900

34.400

doorstromer

2.400

1.600

4.000

3.000

1.900

12.900

woningverlater

400

200

0

0

400

1.000

vertrekker

400

200

1.200

1.200

0

3.000

totaal aanbod

3.200

2.000

5.200

4.200

2.300

16.900

tekort

-300

500

-9.200

-5.900

-2.600

-17.400

vestiger

5.700

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Vraag: inkomensgroepen en gewenste prijsklassen In figuur 3-4 is de vraag naar koopwoningen per prijsklasse uitgesplitst naar inkomensgroep (zie grenzen in tabel 3-4). Het grootste deel van de totale vraag naar koopwoningen is afkomstig van huishoudens die een midden- of hoger inkomen hebben. Ongeveer een derde van de vraag naar koopwoningen komt van huishoudens die tot de doelgroep van corporaties behoren. tabel 3-4 Inkomensgroepen en inkomensgrenzen

Inkomensgroep

Inkomensgrenzen

Primaire doelgroep

Tot grenzen passend toewijzen

Secundaire doelgroep

Van grenzen passend toewijzen tot grens doelgroep corporaties

Middeninkomens

Van grens doelgroep corporaties tot €55.000

Hogere inkomens

Vanaf €55.000

figuur 3-4 Vraag naar koopwoningen per gewenste prijsklasse, naar inkomensgroep

100%

90% 80%

13%

10%

21%

26%

35%

45% 59%

70%

79%

60% 50% 40%

38% 12%

64%

0%

24% 10% sociaal basis

sociaal

middeninkomens secundaire doelgroep

primaire doelgroep

20% 10%

25%

56%

30%

hogere inkomens

3% middensegment

19%

12% 3% 6%

hogere segment

topsegment

22% 9% totaal

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

9

Er is een duidelijke samenhang tussen het inkomen van de woningzoekenden en de gewenste prijsklassen van de koopwoningen waarnaar men zoekt. De (beperkte) vraag naar goedkope koopwoningen is vooral afkomstig van de secundaire doelgroep. Bij koopwoningen in het middensegment vormen de middeninkomens de grootste groep. In het hogere en topsegment komt de vraag voornamelijk van woningzoekenden met een hoger inkomen (vanaf €55.000).

3.1.3 Tussenconclusie Uit de voorgaande analyses kunnen we concluderen dat de vraag naar koopwoningen in Rotterdam veel groter is dan het aanbod. Dit geldt bovendien voor vrijwel alle soorten woningen en prijsklassen. Er is dus over de hele linie sprake van scha arste aan koopwoningen. De schaarste is het grootst bij grote eengezinswoningen en appartementen en bij woningen in het middensegment.

Ontwikkeling van transactieprijzen In de koopsector zijn de prijzen van woningen niet gereguleerd. Dat betekent dat een toenemende schaarste niet leidt tot langere wachttijden, zoals in de sociale huursector, maar tot een stijging van de prijzen. Daarom kijken we in deze paragraaf naar de ontwikkeling van de prijzen voor koopwoningen in Rotterdam. In 2019 lag de gemiddelde verkoopprijs van bestaande koopwoningen in Rotterdam volgens het CBS op bijna €283.000. In 2013 lag dit gemiddelde nog op €174.000. In figuur 3-5 is de ontwikkeling van het aantal verkochte woningen in Rotterdam en de gemiddelde verkoopprijs afgebeeld. Na de economische crisis is het aantal woningtransacties in Rotterdam tot 2017 meer dan verdubbeld en de gemiddelde verkoopprijs langzaam gestegen. In 2017 en 2018 zijn de verkoopprijzen fors gestegen en is het aantal transacties gedaald. De laatste jaren heeft het aantal transacties zich gestabiliseerd en stijgt de gemiddelde koopprijs in een rustiger tempo. figuur 3-5 Ontwikkeling aantal verkochte bestaande koopwoningen en gemiddelde verkoopprijs in Rotterdam, per kwartaal 2013 -2020

3.500

€ 350.000

3.000

€ 300.000

2.500

€ 250.000

2.000

€ 200.000

1.500

€ 150.000

1.000

€ 100.000

500

€ 50.000

0

€0 I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I II III IV I II 2013

2014

2015

2016

Verkochte woningen

2017

2018

2019

2020

Gemiddelde verkoopprijs

Bron: CBS Statline

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

10

Om de woningverkopen in Rotterdam nader te analyseren maken we gebruik van data van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) over de transacties in de periode 20172019. Ook in deze cijfers is in de afgelopen drie jaar een daling van het aantal transacties te zien. De grootste daling heeft zich voorgedaan bij kleine appartementen. Alleen bij grote eengezinswoningen is het aantal transacties licht gestegen (zie tabel 3-5). tabel 3-5 Ontwikkeling transacties in de koopsector in Rotterdam naar woningtype en aantal kamers, 2017-2019, in aantallen en percentages

eengezins, 1-3 kamers eengezins, 4 kamers eengezins, 5+ kamers meergezins, 1-3 kamers meergezins, 4+ kamers

2017 140 422 1.217 2.220 1.191

2018 115 359 1.199 1.837 1.084

2019 99 356 1.247 1.752 1.009

2017 3% 8% 23% 43% 23%

2018 3% 8% 26% 40% 24%

2019 2% 8% 28% 39% 23%

totaal

5.190

4.594

4.463

100%

100%

100%

Bron: NVM / Gemeente Rotterdam

In tabel 3-6 is het aantal transacties uitgesplitst naar prijsklassen. Hierin zien we naast de daling van het totale aantal transacties ook een verschuiving van de goedkoopste prijsklassen naar de duurdere prijsklassen. Het aandeel verkochte woningen in het sociale basis - en sociale segment is gedaald van 31% in 2017 naar 11% in 2019. Tegelijkertijd is het aandeel transacties in het hogere en topsegment gestegen van 36% n aar 54%. Deze verschuiving is te zien bij alle soorten woningen (figuur 3-6). tabel 3-6 Ontwikkeling transacties in de ko opsector in Rotterdam per prijsklasse, 2017 -2019, in aantallen en percentages

sociaal basis sociaal middensegment hogere segment topsegment

2017 1.049 545 1.750 1.116 730

2018 438 415 1.537 1.235 969

2019 204 284 1.598 1.233 1.144

2017 20% 11% 34% 22% 14%

2018 10% 9% 33% 27% 21%

2019 5% 6% 36% 28% 26%

totaal

5.190

4.594

4.463

100%

100%

100%

Bron: NVM / Gemeente Rotterdam

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

11

figuur 3-6 Transactieprijzen van koopwoningen in Rotterdam, naar woningtype en aantal kamers, 2019

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

4% 8% 11% 8% 12% 11% 7% 10% 15% 23% 29% 24% 17% 11% 14% 35% 23% 22% 43% 45% 21% 20% 26% 26% 26% 22% 33% 35% 32% 28% 56% 33% 38% 45% 30% 28% 29% 42% 54% 29% 49% 33% 27% 13% 33% 32% 18% 19% 8% 10% 26% 25% 26% 21% 24% 6% 4% 15% 10% 13% 12% 11% 10% 10% 1% 5% 1% 5% 4% 3% 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 2017 2018 2019 eengezins, 1-3 kamers sociaal basis

eengezins, 4 kamers sociaal

eengezins, 5+ kamers

middensegment

meergezins, 1-3 kamers hogere segment

meergezins, 4+ kamers topsegment

Bron: NVM / Gemeente Rotterdam

Gevolgen voor woningzoekenden De stijging van de prijzen in de koopsector heeft als gevolg dat koopwoningen in Rotterdam voor steeds minder woningzoekenden financieel bereikbaar zijn. Woningzoekenden die tot de (primaire of secundaire) doelgroep behoren en nog geen vermogen hebben opgebouwd, kunnen alleen terecht in het sociale basis- of sociale segment. Gezien de transactieprijzen in 2019 worden er in Rotterdam bijna geen koopwoningen meer verkocht die zij zouden kunnen financieren. Woningzoekenden met een middeninkomen (en weinig tot geen vermogen) kunnen naast de woningen in het sociale basis- of sociale segment ook (een deel van de) woningen in het middensegment financieren. In 2019 had bijna de helft van de verkochte koopwoningen een prijs in of onder het middensegment. In 2017 was dit nog bijna twee derde. Ook voor middeninkomens is het aanbod in de koopsector dat zij kunnen finan cieren dus schaarser geworden. Vooral starters op de koopmarkt behoren qua inkomen en vermogen vaak tot de bovenstaande groepen, die het moeilijk hebben op de koopmarkt. Uit onderzoek van het Kadaster blijkt dat het aandeel verkopen aan koopstarters is afgenomen van bijna 40% in 2009 tot ruim onder de 20% in 2019. Dit wordt deels veroorzaakt door de concurrentie van doorstromers, die na de crisis weer actief zijn geworden, en van kleine beleggers, die woningen opkopen om te verhuren. 5

5

Buy-to-let in Maastricht, Rotterdam en Utrecht Omvang, dynamiek en de verhouding met koopstarters, Kadaster, 28 mei 2020.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

12

Conclusies  Op basis van de verhuiswensen van huishoudens is in Rotterdam duidelijk sprake van schaarste aan koopwoningen. Dit geldt voor woningen in alle soorten en maten.  De schaarste is het grootst bij grote koopwoningen en koopwoningen in het middensegment.  De schaarste heeft geleid tot een stijging van de verkoopprijzen.  Hierdoor zijn steeds minder koopwoningen financieel bereikbaar voor woningzoekenden met een laag of middeninkomen, die samen meer dan de helft van de totale vraag vormen. Een deel van de groepen zal hun verhuiswensen moeten bijstellen, uitstellen of afstellen.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

13

Schaarste in de huursector In dit hoofdstuk analyseren we de schaarste in de Rotterdamse huursector, op basis van woonwensen, de ontwikkeling van wachttijden en slaagkansen in de sociale huursector en de prijzen in de vrije huursector. In paragraaf 4.1 brengen we de vraag en het aanbod in de huursector in beeld. Daarbij gaan we ook in op de doorstroming vanuit de huursector. In paragraaf 4.2 en 4.3 gaan we nader in de op de schaarste in de sociale huursector en de vrije sector. We sluiten het hoofdstuk weer af met conclusies.

Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector Op basis van cijfers uit het WoON 2018 willen naar schatting 39.900 huishoudens binnen twee jaar verhuizen naar een huurwoning in Rotterdam en hebben daarvoor zoekactiviteiten uitgevoerd. Daar tegenover staan 39.300 huishoudens die nu in een huurwoning wonen en eveneens willen verhuizen. Dat betekent dat de vraag naar en het potentiële aanbod aan huurwoningen bijna in evenwicht zijn (zie figuur 4-1). Kanttekening daarbij is dat een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector (32.500) afkomstig is van doorstromers. Als een deel van deze doorstromers er niet in slaagt om hun verhuiswens te verwezenlijken wordt het aanbod kleiner. figuur 4-1 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

4.1.1 Woningtype en aantal kamers In figuur 3-2 en tabel 3-1 is de vraag en het aanbod in de Rotterdamse huursector uitgesplitst naar woningtypen en aantal kamers. Hierboven zagen we dat de totale vraag en aanbod bijna in evenwicht zijn, maar het beeld is voor de verschillende typen en grootten veel gedifferentieerder. Voor kleine appartementen is er behoorlijk veel meer potentieel aanbod dan vraag, maar daar staat tegenover dat voor eigenlijk alle andere typen er meer vraag dan aanbod is. Dit wordt vooral veroorzaakt door de eenzijdige samenstelling van het huuraanbod: bijna driekwart van het aanbod bestaat uit meergezinswoningen met maximaal drie kamers. We verwachten dat de vraag van buitenlandse migranten, die hier niet is meegenomen, voor een belangrijk deel uitgaa t naar deze woningen. Net als in de koopsector is vooral bij eengezinswoningen meer vraag dan aanbod. Bij eengezinswoningen met vier kamers is bijna vijf keer zoveel vraag als aanbod.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

14

figuur 4-2 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector, naar woningtype en aantal kamers

mgw, 4 em kamers mgw, 1-3 kamers

egw, 5 em kamers egw, 4 kamers egw, 1-3 kamers 0

5.000

10.000

15.000

aanbod

20.000

25.000

30.000

35.000

vraag

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

tabel 4-1 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector, naar woningtype en aantal kamers

starter doorstromer vestiger

eengezins, 1-3 kamers 1.100

eengezins, 4 kamers 1.000

eengezins, ≥ 5 kamers 600

mgw, 1-3 kamers 6.100

mgw, ≥4 kamers 2.300

totaal 11.100

2.400

3.000

1.600

8.200

6.100

21.300

700

900

500

4.600

600

7.400

totaal vraag

4.200

5.000

2.700

18.900

9.000

39.900

doorstromer

900

1.100

800

24.000

5.700

32.500

woningverlater

0

0

0

1.200

200

1.500

vertrekker

0

0

200

3.800

1.300

5.300

totaal aanbod

900

1.100

900

29.100

7.300

39.200

aanbod - vraag

-3.300

-3.900

-1.800

10.100

-1.700

-600

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

4.1.2 Prijsklassen In deze paragraaf splitsen we de vraag en het aanbod in de huursector uit naar prijsklassen. In dit onderzoek hanteren we de vijf prijsklassen uit het coalitieakkoord, waarvan de prijsgrenzen in 2020 zijn herzien. De prijsgrenzen voor de huursector staan i n tabel 4-2.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

15

tabel 4-2 Prijsklassen coalitieakkoord na herziening 2020 ; peil 1 januari 2019

Prijsklasse

Huurprijsgrenzen

Sociaal basis

Tot tweede aftoppingsgrens (€651)

Sociaal

Van tweede aftoppingsgrens tot liberalisatiegrens (€720)

Middensegment

Van liberalisatiegrens tot €1.015

Hogere segment

Van €1.015 tot €1.320

Topsegment

Vanaf €1.320

De meeste huishoudens die willen verhuizen naar een huurwoning in Rotterdam zijn op zoek naar een woning in het sociale basissegment: woningen die volgens de Woningwet passend zijn voor woningzoekenden die recht hebben op huurtoeslag (primaire doelgroep). Ook het overgrote deel van het potentiële aanbod zit in dit segment, waardoor in dit segment op het eerste gezicht geen sprake lijkt van schaarste. In het sociale segment (de overige woningen onder de liberalisatiegrens) is juist veel meer vraag dan aanbod . Relatief weinig huishoudens geven aan in Rotterdam te willen verhuizen naar een vrijesectorwoning in het middensegment of daarboven. Het potentiële aanbod in deze segmenten is eveneens klein, maar overtreft toch de vraag. Ook in deze segmenten lijkt op basis van deze cijfers dus geen sprake te zijn van schaarste. Hierna komen we daar uitgebreider op terug. figuur 4-3 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector, naar prijsklasse

hogere en topsegment

middensegment

sociaal

sociaal basis 0

5.000

10.000 aanbod

15.000

20.000

25.000

30.000

vraag

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

16

tabel 4-3 Vraag en aanbod op basis van woonwensen in de huursector, naar prijsklasse

sociaal basis

sociaal 2.000

middensegment 1.500

hogere en topsegment 0

starter

7.600

doorstromer

totaal 11.100

12.900

5.900

2.200

400

21.300

vestiger

3.900

1.900

1.200

300

7.400

totaal vraag

24.300

9.800

5.000

800

39.900

doorstromer

22.400

3.200

5.200

1.700

32.500

woningverlater

1.500

0

0

0

1.500

vertrekker

3.600

700

700

200

5.300

totaal aanbod

27.500

3.900

5.900

1.900

39.200

aanbod - vraag

3.200

-5.900

900

800

-600

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Vraag: inkomens en gewenste prijsklassen De vraag naar huurwoningen is in figuur 4-4 per prijssegment uitgesplitst naar inkomensgroep (zie tabel 3-4). In de lagere prijsklassen tot en met het middensegment is het grootste deel van de vraag naar huurwoningen afkomstig van de primaire en secundaire doelgroep. De vraag van de doelgroep naar woningen in het middensegment kan verklaard worden door jongeren die anticiperen op inkomensstijging of ( noodgedwongen) hoge woonlasten voor lief nemen om maar een woning te kunnen vinden. De (beperkte) vraag naar huurwoningen in het hogere en topsegment komt vooral voor rekening van woningzoekenden met een middeninkomen (tot €55.000). figuur 4-4 Vraag in de huursector, naar gewenste prijsklasse en inkomensgroep

100% 90% 80% 70%

2% 8%

11%

6% 11%

12%

7%

35%

20%

28%

30%

39%

60%

hogere inkomens 30%

50%

middeninkomens

40% 30%

52%

62% 43%

20%

secundaire doelgroep 53%

primaire doelgroep

38%

10%

13%

0% sociaal basis

sociaal

middensegment

hogere en topsegment

totaal

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

17

Potentieel aanbod: inkomens en gewenste prijsklassen van doorstromers Een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector is het gevolg van doorstromers die nu in een huurwoning wonen, maar zouden willen verhuizen naar een andere woning in Rotterdam. In totaal gaat het om 32.500 potentiële doorstromers uit de huursector. De meeste van deze doorstromers (bijna 20.000) zou willen verhuizen naar een andere huurwoning, veelal in de sociale huursector. Daarnaast wil ook een grote groep (12.700) doorstromen van de huur- naar de koopsector. Bijna de helft van de potentiële doorstromers van huur naar koop zou willen verhuizen naar een koopwoning in het middensegment. Er zijn ook huurders die hebben aangegeven naar een koopwoning in het hogere of topsegment te willen verhuizen. In tabel 4-4 zijn de verhuiswensen van doorstromers uit de huursector nader uitgesplitst naar inkomensgroep. Daarin is ook op hoofdlijnen aangegeven in hoeverre de verhuiswensen van de doorstromers op grond van hun inkomen vervuld kunnen worden, waarbij minder realistische verhuiswensen in het grijs zijn weergegeven.

Daarbij hanteren we de volgende aannamen, die aansluiten bij de recente herziening van de prijsklassen uit het coalitieakkoord:  In de koopsector gaan we ervan uit dat woningzoekenden uit de primaire doelg roep op basis van hun inkomen 6 alleen terecht kunnen in het koopsegment sociaal basis, de secundaire doelgroep in de koopwoningen tot en met het koopsegment sociaal, de middeninkomens tot en met het middensegment en de hogere inkomens ook in de hogere segmenten.  In de huursector houden we ook rekening houden met de huurinkomensnormen uit de Woningwet. Dat betekent dat het huursegment sociaal basis alleen passend is voor de primaire doelgroep, het huursegment sociaal alleen voor de secundaire doelgroep en mi ddeninkomens niet terecht kunnen in de sociale huursector 7. In tabel 4-4 is te zien dat onder deze grove aannamen een groot deel van de gewenste verhuizingen van doorstromers uit de huursector in de praktijk niet mogelijk zal zijn. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de vraag of het gewenste aanbod in de praktijk ook beschikbaar is. In het vorige hoofdstuk hebben we bijvoorbeeld gezien dat er maar heel weinig koopaanbod in het segment sociaal basis is.

Het is op voorhand moeilijk te zeggen wat doorstromers die hun verhuiswensen niet kunnen realiseren gaan doen: kiezen ze voor een andere woning, die wel bij hun inkomen past, of blijven ze wonen waar ze wonen? In het laatste geval komen er minder huurwoningen vrij dan het potentiële aanbod op basis van de verhuiswensen.

6

Bij het kopen van een woning speelt naast het inkomen het eigen vermogen een rol. We gaan ervan uit dat huurders over het algemeen geen groot eigen vermogen hebben, omdat zij geen overwaarde hebben uit de verkoop van hun huidige woning.

7

In de praktijk maken corporaties wel uitzonderingen op deze hoofdregels.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

18

tabel 4-4 Verhuiswensen van doorstromers uit de huursector maar gewenste prijsklasse in de koop- of huursector en inkomensgroep

sociaal basis

primaire doelgroep 200

sociaal

secundaire doelgroep 600

middeninkomens 500

hogere inkomens 400

totaal 1.600

0

0

400

100

500

middensegment

400

1.400

3.300

1.000

6.100

hogere segment

600

400

400

1.200

2.600

topsegment

300

0

600

1.000

1.900

totaal koop

1.500

2.300

5.100

3.700

12.700

sociaal basis

9.400

1.300

1.400

0

12.000

sociaal

3.900

600

400

800

5.700

middensegment

800

500

300

200

1.800

hogere segment

0

0

300

0

300

topsegment

0

0

100

0

100

totaal huur

14.000

2.300

2.500

1.000

19.800

totaal

15.500

4.600

7.600

4.700

32.500

Bron: WoON 2018; bewerking RIGO

4.1.3 Tussenconclusie Uit de voorgaande analyses kunnen we concluderen dat de vraag naar huurwoningen in Rotterdam ongeveer even groot is als het potentiële aanbod dat vrijkomt als alle actief woningzoekenden hun verhuiswensen kunnen vervullen. Op basis daarvan lijkt in de huursector dus geen sprake te zijn van schaarste. Daarbij is echter geen rekening gehouden met de vraag naar huurwoningen van migranten uit het buitenland. Een groot deel van het potentiële aanbod is afkomstig van doorstromers. Als we hun verhuiswensen vergelijken met hun huidige inkomen dan blijkt een groot deel van de doorstromers uit de huursector te willen verhuizen naar een woning die niet bij hun inkomen past. Als een deel van deze groep ervoor kiest om in hun huidige huurwoning te blijven wonen, komen er minder woningen vrij en is het daadwerkelijke aanbod dus kleiner dan het potentiele aanbod. Hierdoor kan in de praktijk toch schaarste optreden. In de volgende paragrafen gaan we nader in op de schaarste in de praktijk: eerst in de sociale huursector en vervolgens in de vrije huursector.

Schaarste in de sociale huursector In de sociale huursector worden de huurprijzen van woningen gereguleerd door de overheid. Zowel huurprijzen als huurverhogingen zijn aan een maximum gebonden. Bovendien wordt het grootste deel van de sociale huurwoningen verhuurd door woningcorporaties, die als wettelijke taak hebben om betaalbare woningen te verhuren aan hun doelgroep. Schaarste in de sociale huursector leidt daarom niet tot hogere prijzen, zoals in de koopsector of vrije huursector. Als de vraag van woningzoekenden het aanbod aan sociale huurwoningen overtreft, waardoor de vraag niet volledig en direct bediend kan worden , ontstaan wachttijden.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

19

Eerdere onderzoeken Begin 2015 heeft RIGO het rapport ‘Schaarste in de regio Rotterdam’ in opdracht van de Stadsregio Rotterdam uitgebracht. Dit rapport diende als bouwsteen voor regiogemeenten bij het opstellen van een onderbouwing van schaarste en vervolgens voor de regionaal afgestemde Verordening woonruimtebemiddeling van 2015. In het RIGO-rapport is de schaarste geanalyseerd voor verschillende clusters van woningen, op basis van het woningtype, het aantal kamers en het doelgroeplabel waarmee de woning is geadverteerd. Als indicatoren voor schaarste is hierbij gekeken naar de wachttijden (inschrijfduur) en de aantallen reacties op woningadvertenties. De conclusie van het rapport was dat de belangstelling voor sociale huurwoningen in de regio Rotterdam per gemeente en cluster verschilt. Of er sprake is van schaarste hangt mede af van het oordeel van de gemeenteraad over welke wachttijd acceptabel is. Uit het RIGO-rapport van 2015 bleek dat, als de grens van de acceptabele wachttijd op één jaar gelegd zou worden, bijna alle clusters van woningen in de regio Rotterdam in alle gemeenten schaars genoemd kunnen worden. Op basis daarvan hebben alle gemeenteraden in de regio geoordeeld dat er sprake is van schaarste aan sociale huurwoningen.

De conclusies van het onderzoek zijn in 2019 geactualiseerd 8, ten behoeve van de nieuwe Verordening woonruimtebemiddeling, die medio 2020 door de Rotterdamse gemeenteraad is vastgesteld. Daarbij is gekeken of de in 2015 aangetoonde schaarste in de regio Rotterdam naar goedkope huurwoningen nog steeds bestaat. Dit is gedaan door de vraag en het aanbod van 2016 tot en met 2018 te analyseren. De Monitors Woonruimtebemiddelin g regio Rotterdam 2016-2018 waren daarbij de voornaamste bron. In deze paragraaf beschrijven we de resultaten van deze actualisatie voor Rotterdam en breiden de analyse uit met cijfers over 2019, op basis van de meeste actuele Monitor Woonruimtebemiddeling.

4.2.1 Vraag en aanbod In tabel 4-5 is het aantal actief woningzoekenden in Rotterdam in de periode va n 20162019. Actief woningzoekenden zijn hier woningzoekenden die in het betreffende jaar via Woonnet Rijnmond op ten minste één advertentie hebben gereageerd. Het aantal actief woningzoekenden in Rotterdam is de afgelopen jaren fors toegenomen. Dit geldt voor alle inkomensgroepen die tot de doelgroep behoren. Met name de sterke toename van woningzoekenden na 2017 valt op. De vraag naar goedkope huurwoningen Rotterdam is in de afgelopen jaren dus flink gestegen. tabel 4-5 Aantal actief woningzoekenden in Rotterdam in 2016 -2019

2016

2017

2018

2019

primaire doelgroep

33.249

43.459

50.575

50.451

secundaire doelgroep

7.913

9.256

12.751

15.833

niet-EC-doelgroep

4.350

3.229

4.665

5.645

totaal

45.512

55.944

67.991

71.929

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2016-2019

8

Zie Bijlage 2 (Onderbouwing van schaarste) van de Hoofdlijnennotitie Actualisatie Verordening woonruimtebemiddeling, d.d. 21 november 2019.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

20

In tabel 4-6 is het aanbod van sociale huurwoningen van woningcorporaties te zien, naar bemiddelingsmodel, in de periode 2016-2019. In 2016 werden meer dan 9.000 sociale huurwoningen aangeboden in Rotterdam. In de jaren daarna is het aanbod gedaald naar ruim 6.000 in 2019. Er is dus duidelijk sprake van een afnemend aanbod aan sociale huurwoning en. tabel 4-6 Aantal aangeboden woningen naar bemiddelingsmodel in Rotterdam, 2016 -2019

2016

2017

2018

2019

inschrijfduur

5.172

4.422

3.601

2.336

direct kans

606

484

526

369

loting

1.080

976

938

924

wens & wacht

15

136

65

232

vrije selectie

2

directe bemiddeling

2.318

1.833

1.778

2.187

totaal

9.193

7.851

6.908

6.048

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2016-2019

Sinds 2017 wordt in de monitors woonruimtebemiddeling ook een uitsplitsing gemaakt van het aantal verhuringen per gemeente naar woningtype. Dit geeft onderstaand overzicht ( tabel 4-7) 9. Voor de meeste woningtypen geldt dat het aantal verhuringen de afgelopen jaren is gedaald. Bij de eengezinswoningen zien we wel een toename van het aanbod. tabel 4-7 Verhuringen in Rotterdam naar woningkenmerken, 2017 -2019

tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens tot aftoppingsgrens 1-2phh tot aftoppingsgrens 3+phh tot huurprijsgrens

2017

2018

2019

589

589

598

4.023

3.838

3.426

913

927

775

1.300

1.265

1.276

onbekend

3

eengezins

591

615

660

flat met lift

2.660

2.708

2.387

flat zonder lift

2.469

2.333

2.108

benedenwoning

385

385

363

bovenwoning/maisonnette

657

529

498

kamer/studio

63

49

62

1-2 kamers

2.316

2.182

2.016

3 kamers

3.148

3.038

2.777

4 kamers

1.148

1.197

1.114

5+ kamers

213

202

171

6.825

6.619

6.078

totaal

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2017-2019.

9

Het aantal verhuurde woningen komt niet overeen met het aantal aanbiedi ngen uit dat zelfde jaar, omdat sommige woningen aangeboden zijn in een bepaald jaar, maar pas in het daaropvolgende jaar verhuurd worden.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

21

4.2.2 Wachttijden en slaagkansen De wachttijden voor sociale huurwoningen worden hier geanalyseerd door te kijken naar de inschrijfduur: hoe lang moeten woningzoekenden ingeschreven staan om in aanmerking te komen voor een woning? In tabel 4-8 is de gemiddelde inschrijfduur bij verhuring te zien, uitgesplitst naar kenmerken van woningen. tabel 4-8 Gemiddelde inschrijfduur in maanden va n geslaagde reguliere woningzoekenden in Rotterdam naar woningkenmerken in 2016 -2019

2016

2017

2018

2019

inschrijfduur

52

51

52

56

direct kans

17

12

11

10

loting

18

12

12

16

wens & wacht

17

15

16

19

directe bemiddeling

25

17

15

15

tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens

21

18

17

17

tot aftoppingsgrens 1-2phh

40

35

32

29

tot aftoppingsgrens 3+phh

43

41

36

36

tot huurprijsgrens

40

39

40

42

eengezins

54

49

48

47

flat met lift

32

32

30

30

flat zonder lift

44

37

33

30

benedenwoning

44

40

40

39

bovenwoning/maisonnette

38

32

32

30

kamer/studio

17

9

13

14

1-2 kamers

29

25

22

23

3 kamers

42

40

39

37

4 kamers

48

46

45

45

5+ kamers

65

42

43

46

totaal

39

35

34

33

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2016-2019

De benodigde gemiddelde inschrijfduur in Rotterdam is voor de meeste woningtypen licht gedaald. Het gemiddelde in 2019 is de 33 maanden, bijna 3 jaar dus. In 2016 lag dit op 39 maanden. De daling van de gemiddelde inschrijfduur wordt veroorzaakt door het feit dat naar verhouding minder woningen zijn toegewezen op volgorde van inschrijfduur (zie tabel 4-6). In het RIGO rapport van 2015 is uitgegaan van schaarste van woningtypen met een wachttijd langer dan 1 jaar. Als deze grens wederom wordt gehanteerd geldt voor Rotterdam nog steeds dat alle woningtypen schaars zijn. In tabel 4-9 is te zien hoe lang bepaalde groepen woningzoekenden ingeschreven staan voordat zij een woning krijgen. Ook hierbij wordt een vergelijking over de periode 2016 2019 gegeven. Voor de meeste leeftijdsgroepen is de gemiddelde wachttijd licht gedaald, maar nog altijd meer dan een jaar.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

22

tabel 4-9 Gemiddelde inschrijfduur in maanden van geslaagde reguliere woningzoekenden naar kenmerken van huishouden 2016.

2016

2017

2018

2019

doorstromer

42

38

35

34

starter

36

33

32

31

primaire doelgroep

39

34

31

28

secundaire doelgroep

38

38

39

42

niet-EC-doelgroep

43

39

42

41

1 persoon

36

33

31

30

2 personen

40

38

40

36

3 personen

43

38

34

36

4 personen

52

49

45

41

5+ personen

72

59

54

55

tot en met 22 jaar

18

16

16

15

23 t/m 34 jaar

42

38

38

36

35 t/m 44 jaar

48

51

42

42

45 t/m 54 jaar

42

34

37

37

55 t/m 64 jaar

32

27

24

26

65 t/m 74 jaar

33

37

36

37

75 jaar en ouder

34

31

31

31

eenoudergezin

45

42

40

39

eenpersoonshuishouden

36

32

30

30

gezin zonder kinderen

38

37

41

37

gezin met kinderen

51

42

37

36

meerpersoonshuishouden

49

50

44

37

geen lokale woningzoekende

31

29

29

28

wel lokale woningzoekende

42

38

35

34

totaal

39

35

34

33

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2016-2019

De slaagkans kan worden berekend door het aantal actief woningzoekenden af te zetten tegen het aantal verhuringen. In tabel 4-10 is de ontwikkeling van de slaagkans in Rotterdam te zien, in de periode 2016-2019. Hieruit is op te maken dat de slaagkans in Rotterdam voor vrijwel alle groepen woningzoekenden is afgenomen. Gegeven de voorgaande cijfers is dit weinig verrassend: het aantal actief woningzoekenden is immers (sterk) gestegen, terwijl het voor hen beschikbare aanbod stevig is afgenomen. tabel 4-10 Slaagkans (%) in Rotterdam in 2016 -2019

2016

2017

2018

2019

doorstromer

10,1%

8,4%

7,0%

6,4%

starter

12,9%

8,9%

6,5%

5,0%

primaire doelgroep

12,1%

8,5%

6,8%

5,9%

secundaire doelgroep

13,3%

10,6%

7,6%

5,7%

niet-EC-doelgroep

4,1%

5,5%

3,7%

3,4%

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

23

2016

2017

2018

2019

1 persoon

13,7%

9,8%

7,6%

6,1%

2 personen

9,3%

7,5%

6,0%

5,2%

3 personen

8,8%

7,1%

5,6%

5,0%

4 personen

7,4%

5,9%

4,9%

4,3%

5+ personen

7,1%

6,1%

5,0%

4,6%

tot en met 22 jaar

6,7%

6,4%

4,9%

4,3%

23 t/m 34 jaar

10,0%

7,0%

5,0%

4,0%

35 t/m 44 jaar

9,9%

7,4%

5,7%

4,6%

45 t/m 54 jaar

12,5%

10,0%

7,5%

6,6%

55 t/m 64 jaar

20,0%

15,9%

14,2%

12,3%

65 t/m 74 jaar

286,8%

19,5%

18,2%

15,9%

75 jaar en ouder

37,8%

26,5%

24,9%

23,3%

eenoudergezin

8,9%

6,9%

5,7%

4,9%

eenpersoonshuishouden

14,7%

9,6%

7,5%

6,2%

gezin zonder kinderen

10,0%

9,2%

7,1%

5,8%

gezin met kinderen

7,4%

7,2%

5,4%

4,7%

meerpersoonshuishouden

3,7%

7,9%

3,5%

4,0%

geen voorrang

8,5%

6,5%

4,9%

3,7%

urgent

46,7%

36,3%

30,0%

27,3%

herhuisvestingskandidaat

56,9%

46,3%

31,8%

38,4%

geen lokale woningzoekende

9,7%

5,8%

4,2%

3,4%

wel lokale woningzoekende

12,5%

10,3%

8,4%

7,2%

totaal

11,6%

8,7%

6,8%

5,7%

Bron: Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2016-2019

4.2.3 Tussenconclusie Uit de registratiecijfers van Woonnet Rijnmond komt een heel ander beeld naar voren over de schaarste aan sociale huurwoningen dan uit de woonwensen. Uit de toename van het aantal actief woningzoekenden blijkt dat de vraag naar sociale huurwoningen in Rotterdam is in de periode 2016-2019 sterk is gestegen. Tegelijkertijd is het aanbod aan sociale huurwoningen afgenomen: het aantal verhuringen lag in 2019 een derde lager dan in 2016. Als gevolg van de toename van de vraag en de afname van het aanbod is de slaagkans van woningzoekenden sterk afgenomen. De gemiddelde wachttijd is licht gedaald maar is nog alti jd bijna drie jaar. We kunnen dus concluderen dat er in Rotterdam nog altijd schaarste is aan sociale huurwoningen. We gaan ervan uit dat deze schaarste niet alleen geldt voor sociale huurwoningen van corporaties maar ook voor woningen in de segmenten sociaal basis en sociaal van particuliere verhuurders. Als deze particuliere huurwoningen niet schaars zouden zijn, zouden woningzoekenden die op zoek zijn naar een huurwoning onder de liberalisatiegrens hun heil cq. woning zoeken in de particuliere huursector in plaats te blijven wachten op een corporatiewoning. We kunnen hierbij nog noemen dat ongeveer de helft van de buitenlandse migra nten jaarlijks een particuliere huurwoning betrekt.

In 2018 ging dat volgens opgave van de gemeente Rotterdam om ongeveer 3.500 huishoudens.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

24

Schaarste in de vrije huursector Uit de eerdere analyse van vraag en aanbod in de huursector komt geen schaarste naar voren aan huurwoningen in de vrije sector (middensegment of hoger). Veel woningzoekenden willen liever een koopwoning, maar kunnen die niet altijd financieren. Vrijesectorwoningen kunnen dan, al dan niet tijdelijk, een alternatief bieden. Daarom is de vraag naar huurwoningen in de vrije sector in de praktijk vaak groter dan uit woonwensenonderzoeken blijkt 10. In tegenstelling tot sociale huurwoningen zijn huurwoningen die tot de vrije sector behoren niet gebonden aan maximale huurprijzen. Dat betekent dat schaarste niet leidt tot wachttijden, zoals bij de sociale huurwoningen, maar tot hogere prijzen, net als bij koopwoning en. Om de schaarste in de vrije huursector te analyseren maken we gebruik van gegevens van Pararius. Pararius is een onafhankelijk online platform waarop verhuurders hun huurwoningen kunnen aanbieden. Het gaat voornamelijk om geliberaliseerde huurwoningen die in de vrije huursector worden aangeboden. Vooral particuliere verhuurders maken gebruik van Pararius, maar ook sommige woningcorporaties bieden hun vrijesectorwoningen aan via dit platform. Ontwikkeling van vraagprijzen Pararius publiceert eens per kwartaal cijfers over de ontwikkeling van de (vraag)prijzen per vierkante meter van huurwoningen die via het platform worden aangeboden.

Uit deze cijfers blijkt dat de prijzen voor huurwoningen in Rotterdam d e afgelopen tien jaar flink zijn gestegen, met name tussen 2015 en 2018. De laatste jaren zijn de prijzen gestabiliseerd op het nieuwe, hoge niveau. figuur 4-5 Ontwikkeling gemiddelde huurprijs per vierkante meter van op Pararius aangeboden huurwoningen in Rotterdam, 2010-2020

Bron: Pararius.nl

10

Ruimte voor wonen. De resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2018. Ministerie van BZK, april 2019.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

25

Huidig aanbod Om het aanbod en de prijzen in de vrije huursector wat meer in detail te kunnen analyseren hebben we het volledige huuraanbod geïnventariseerd dat op 1 september 2020 op Pararius.nl werd aangeboden: in totaal 981 zelfstandige huurwoningen en 87 kamers. Een klein deel van dit aanbod betreft gemeubileerde of gestoffeerde woningen ( tabel 4-11). Deze woningen worden vaak in de markt gezet voor expats. tabel 4-11 Aanbod aan zelfstandige huurwoningen in Rotterdam op Pararius, totaal en percentages gemeubileerd en gestoffeerd, september 2020

totaal

% gemeubileerd

eengezins, 1-3 kamers

22

9%

5%

eengezins, 4 kamers

17

6%

12%

eengezins, 5+ kamers

30

17%

7%

meergezins, 1-3 kamers

779

15%

4%

meergezins, 4+ kamers

133

8%

11%

onzelfstandig

87

36%

6%

1.068

15%

5%

totaal

% gestoffeerd

Bron: Pararius.nl; bewerking RIGO

In figuur 4-6 zijn de vraagprijzen van de zelfstandige huurwoningen afgebeeld. Bijna alle huurwoningen in Rotterdam op Pararius worden aangeboden in de vrije sector. Slechts twee procent van het aanbod behoort tot de segmenten sociaal basis. Ook het aanbod in het middensegment is zeer beperkt: slechts 17% van de aangeboden woningen heeft een huur tot €1.015, de bovengrens van het middensegment. De meeste daarvan zijn kleine appartementen. Meer helft van de aangeboden woningen (55%) heeft een huurprijs vanaf €1.320 en behoort daarmee tot het topsegment. Grote eengezinswoningen hebben bijna allemaal een huurprijs in het topsegment. Deze prijsverdeling van het aanbod verandert nauwelijks als we de gemeubileerde en gestoffeerde woningen buiten beschouwing laten. figuur 4-6 Vraagprijzen van aangeboden huurwoningen in Rotterdam op Pararius, september 2020

100% 90%

80% 70%

49%

60% 94%

20%

10% 0%

hogere segment

97%

middensegment

40% 30%

topsegment

72%

60% 50%

55%

28%

13% 13% 13%

20% 6%

3%

26%

sociaal

sociaal basis

23% 17% 5%

eengezins, eengezins, 4 eengezins, meergezins, meergezins, 1-3 kamers kamers 5+ kamers 1-3 kamers 4+ kamers

totaal

Bron: cijfers Pararius, bewerking RIGO

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

26

Gevolgen voor middeninkomens Door de stijging van de prijzen in de vrije huursector tot en met 2018 heeft nog maar een klein deel van het aanbod een huurprijs in het middensegment, waarmee ze financieel bereikbaar zijn voor woningzoekenden met een middeninkomen. Dat betekent dat de vrije huursector in Rotterdam nauwelijks alternatieven biedt voor woningzoekenden met een middeninkomen die (vanwege huurinkomensnormen) niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en geen koopwoning kunnen financieren. Vooral grote woningen worden nauwelijks aangeboden in het middensegment. Dat betekent dat met name grote gezinnen met een middeninkomen de dupe zijn van de schaarste aan betaalbaar huuraanbod in de vrije sector.

Conclusies  Op basis van de verhuiswensen van huishoudens lijken de vraag en het aanbod in de huursector in theorie redelijk in evenwicht.  In de praktijk kunnen veel huishoudens die een huurwoning in Rotterdam zouden willen verlaten hun verhuiswens niet realiseren, waardoor het daadwerkelijke aanbod veel lager is dan het potentiële aanbod.  In de sociale huursector is het aantal aanbiedingen en verhuringen gedaald, terwijl het aantal actief woningzoekenden sterk is gestegen. Hierdoor is de slaagkans sterk gedaald. De schaarste is dus toegenomen. Vooral woningzoekenden uit de primaire en secundaire doelgroep worden hierdoor geraakt.  In de vrije huursector zijn de prijzen in de periode 2015-2018 fors gestegen en daarna gestabiliseerd. Hierdoor zijn nu weinig woningen bereikbaar voor woningzoekenden met een middeninkomen, met name voor grote gezinnen.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

27

Conclusies In dit hoofdstuk trekken we conclusies ten aanzien van de twee hoofdvragen van dit onderzoek: 1. Is er in Rotterdam sprake van schaarste aan woonruimte? (paragraaf 5.1) 2. Wat zijn de effecten van de schaarste in Rotterdam? (paragraaf 5.2) Ter afsluiting gaan we in op de inzet van instrumenten uit de Huisvestingswet (5.3).

Schaarste Om de schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad te analyseren hebben we de woonwensen in beeld gebracht van huishoudens die willen verhuizen naar of vanuit een woning in Rotterdam. Daarbij hebben we inzichtelijk gemaakt in hoeverre de potentiële vraag naar (naar woningtype, aantal kamers, prijsklasse) past binnen het potentiële aanbod. Verder hebben we gekeken naar indicatoren van schaarste als de ontwikkeli ng van prijzen in de koopsector en vrije huursector en wachttijden in de sociale huursector. Uit de verhuiswensen van huishoudens blijkt dat d e Rotterdamse woningmarkt onder druk staat. Er willen meer huishoudens in Rotterdam blijven en komen wonen dan vertrekken. Er zijn meer starters dan woningverlaters en er zijn meer vestigers dan vertrekkers, zowel uit Nederland als van buiten Nederland. In de koopsector is duidelijk sprake van schaarste: er willen veel meer huishoudens naar een koopwoning in Rotterdam verhuizen dan er aanbod is. Dit geldt voor koopwoningen van alle soorten en maten (eengezinswoningen en appartementen, klein en groot) en vooral voor grote koopwoningen. Qua prijsklassen is de schaarste het grootst bij koopwoningen in het middensegment, maar ook bij duurdere woningen overtreft de vraag het aanbod ruimschoots.

In het sociale koopsegment is de vraag relatief klein, maar dit ligt vooral aan het feit dat in dat segment weinig woningen worden aangeboden, zeker met de gewenste kwaliteit. De schaarste aan koopwoningen is ook terug te zien in de stijgende transactieprijzen van koopwoningen, waardoor steeds meer woningen verschuiven van het middensegment naar het hogere en topsegment. In de huursector lijkt het aantal huishoudens dat een woning in Rotterdam zou willen gaan huren en het aantal huishoudens dat uit een huurwoning zou willen verhuizen op het eerste gezicht grosso modo in evenwicht. Daarbij geldt echter een aantal belangrijke kanttekeningen. In de eerste plaats is de vraag naar huurwoningen van buitenlandse migranten nie t meegerekend bij de verhuiswensen, omdat hier geen vergelijkbare cijfers over bekend zijn. In de praktijk komt een groot deel van deze groep terecht in een huurwoning. Ten tweede komt een groot deel van het potentiële aanbod in de huursector alleen vrij als de huidige bewoners kunnen doorstromen. In de praktijk kunnen veel huishoudens die een huurwoning zouden willen verlaten hun verhuiswens niet realiseren , bijvoorbeeld omdat zij te weinig inkomen hebben of het gewenste aanbod niet beschikbaar is. Dat kan ervoor zorgen dat het daadwerkelijke aanbod lager is dan het potentiële aanbod.

In de praktijk zien we wel degelijk tekenen van schaarste aan huurwoningen in Rotterdam . In de sociale huursector is nog altijd sprake van een gemiddelde wachttijd van bijna drie jaar. Bovendien is het aanbod gedaald, terwijl het aantal actief woningzoekenden sterk is gestegen. Hierdoor is de slaagkans voor woningen fors gedaald. Er is dus s prake van een toenemende schaarste aan sociale huurwoningen. Deze schaarste aan sociale huurwoningen

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

28

geldt niet alleen voor woningen van corporaties maar ook voor particuliere huurwoningen. De prijzen van huurwoningen die in de vrije huursector worden aangeboden zijn de afgelopen jaren gestegen. Anno 2020 worden via verhuurplatforms als Pararius nog maar weinig huurwoningen aangeboden in het middensegment.

Effecten van schaarste De schaarste in de Rotterdamse woningvoorraad heeft als gevolg dat niet alle hu ishoudens hun verhuiswensen kunnen realiseren. Dit geldt vooral voor woningzoekenden uit de (primaire en secundaire) doelgroep van corporaties en huishoudens met een middeninkomen die weinig of geen eigen vermogen hebben. Voor woningzoekenden uit de primaire en secundaire doelgroep is het kopen van een eigen woning in Rotterdam vrijwel alleen mogelijk als zij over eigen vermogen beschikken, bijvoorbeeld uit de verkoop van eerdere woning. Een huurwoning in de vrije sector kunnen zij niet betalen en bovendien worden zij tegengehouden door de huurinkomensnormen die daar gelden. Dat betekent dat de doelgroep grotendeels aangewezen is op de sociale huursector. Door de toegenomen vraag naar sociale huurwoningen is de slaagkans gedaald: het is dus moeilijker geworden voor huishoudens met een laag inkomen om te kunnen verhuizen. Woningzoekenden met een middeninkomen komen vanwege de huurinkomensnormen die corporaties hanteren (vanwege de Woningwet) nauwelijks in aanmerking voor sociale huurwoningen. Dat betekent dat zij zijn aangewezen op de koopsector en de vrije huursector. Door de gestegen prijzen is echter een steeds minder groot deel van het aanbod financieel bereikbaar voor hen.

Binnen de doelgroep en de middeninkomens zijn het vooral de starters en de (grote) gezinnen die de negatieve gevolgen van schaarste ondervinden: starters omdat zij meestal geen eigen vermogen hebben; en grote gezinnen omdat vooral de grote woningen in Rotterdam schaars en duur zijn.

Instrumenten Op grond van de Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten in geval van schaarste een huisvestingsvergunning verplicht stellen (alleen bij huurwoningen) en/of vergunningen verplicht stellen voor wijzingen aan de woningvoorraad. Door een huisvestingsvergunning verplicht te stellen kan de gemeente voorwaarden stellen aan de toewijzing van schaarse huurwoningen en daarmee de negatieve effecten van schaarste voor bepaalde doelgroepen verminderen. De Gemeente Rotterdam heeft ervoor gekozen om huisvestingsvergunningen in het kader van de Huisvestingswet via de Verordening woonruimtebemiddeling alleen verplicht te stellen bij corporatiewoningen 11. Daarbij heeft de gemeente de vergunningsplicht beperkt tot sociale huurwoningen. Gezien de schaarste aan huurwoningen in het middensegment zou de gemeente ook voor de ze woningen een vergunningsplicht kunnen instellen, om daarmee ervoor te zorgen dat deze woningen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden met een middeninkomen. Tot nu toe is de afspraak met de corporaties dat zij er zelf voor zorgen dat hun huu rwoningen in het middensegment worden toegewezen aan de beoogde doelgroep.

11

De gemeente Rotterdam stelt wel een huisvestingsvergunning verplicht voor particuliere huurwoningen in aangewezen gebieden in het kader van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

29

De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten de mogelijkheid een vergunning verplicht te stellen voor bepaalde wijzigingen van de woonruimtevoorraad, te weten onttrekking, samenvoeging, omzetten, woningvorming en splitsing. De Gemeente Rotterdam heeft dit geregeld in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad. Door deze voorraadvergunningen verplicht te stellen kan de gemeente voorkomen dat schaarse woningen uit de voorraad verdwijnen en het aanbod nog kleiner en duurder wordt. Dat geldt in het bijzonder voor grote woningen, die zonder vergunningsplicht het risico lopen om gesplitst te worden in kleinere woningen of omgezet in kamers. Het behoud van deze schaarse woningen is van groot belang voor de huisvesting van grote gezinnen met een laag of middeninkomen.

Rapport Schaarste in de Rotterdamse

woningvoorraad

30

Bijlage 1 Toelichting gebruik WoON Eén van de bronnen die in dit onderzoek gebruikt zijn om schaarste in beeld te brengen is het Woon Onderzoek Nederland (WoON) 2018. Hieronder lichten we toe op welke manier we gebruikgemaakt hebben van dit onderzoek. Het WoON is een groot databestand van een landelijk onderzoek naar woonsituatie en woonwensen, waaraan ook een groot aantal mensen in Rotterdam heeft deelgenomen. Op basis van de verhuiswensen die de respondenten aangeven, kunnen we bepalen in hoeverre en in welke segmenten er woningschaarste is. Het WoON 2018 heeft 1.342 cases in de gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn er 100 respondenten in andere gemeenten in de regio Rijnmond die verhuisgeneigd zijn, een woning zoeken in dezelfde regio, maar niet in hun huidige woongemeente. Tot slot zijn er 203 respondenten uit andere regio’s die een verhuiswens naar regio Rijnmond hebben; van deze respondenten is niet bekend waar ze zich in de regio willen vestigen. In totaal zijn er dus 1.675 respondenten die in Rotterdam wonen en/of in (de regio) Rotterdam een woning zoeken. Van deze 1.675 respondenten zijn er 933 die verhuisgeneigd zijn. Het WoON geeft niet aan welk deel van de verhuisgeneigde huishoudens die naar de regio Rijnmond verhuizen, of die binnen de regio Rijnmond verhuizen, naar de stad Rotterdam verhuist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6a0a5546-b2fd-40c8-835d-d01f080e1029