21bb5379 Bijlage 1 behorende bij 21bb5378 over Bestemmingsplan Kralingse Zoom, 1e herziening
Tekst van het document
25 5.4 MAATREGELENONDERZOEK............................................................................................................................ 26 5.4.1 Bronmaatregelen ............................................................................................................................. 26 5.4.2 Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................. 27 5.4.3 Maatregelen bij de ontvanger ......................................................................................................... 27 5.5 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ......................................................................................................................... 28 5.6 CONCLUSIE EN ADVIES................................................................................................................................... 28
VL.1934.R01.rev1
pagina 3
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Bijlagen Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V : Bijlage VI : Bijlage VII: Bijlage VIII: Bijlage IX :
Verkeersgegevens gemeente Rotterdam Modelgegevens Rekenresultaten vanwege de A. van Rijckevorselweg - Maasboulevard Rekenresultaten vanwege de Kralingse Zoom Rekenresultaten vanwege de Burgemeester Oudlaan Rekenresultaten vanwege de Rijksweg A16 Rekenresultaten vanwege de Honingerdijk Rekenresultaten vanwege de 30 km/u wegen Rekenresultaten na cumulatie wegverkeerslawaai
Figuren Figuur 1 : Figuur 2 : Figuur 3 : Figuur 4 : Figuur 5 : Figuur 6 : Figuur 7 : Figuur 8 : Figuur 9 :
VL.1934.R01.rev1
Overzicht modellering Weergave ligging toetspunten Weergave rekenresultaten vanwege de A. van Rijckevorselweg – Maasboulevard Weergave rekenresultaten vanwege de Kralingse Zoom Weergave rekenresultaten vanwege de Burg. Oudlaan Weergave rekenresultaten vanwege de rijksweg A16 Weergave rekenresultaten vanwege de Honingerdijk Weergave rekenresultaten vanwege de 30 km/u wegen Weergave rekenresultaten na cumulatie wegverkeerslawaai
pagina 4
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
1
INLEIDING
In opdracht van Res & Smit real estate support (hierna Res&Smit) en in samenwerking met BOdG is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op het zuidelijk deel van het campusterrein van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Op dit moment bevinden zich op het campusterrein aan de zuidzijde universiteitsgebouwen. Op een deel van deze gebouwen geldt reeds de aanduiding ‘studentenhuisvesting toegestaan’. Het voornemen is om deze aanduiding uit te breiden en van toepassing te laten zijn op het hele bouwvlak van het zuidelijk terrein. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van deze wijzigingsprocedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een weg of spoorweg zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). De (uitbreiding van) studentenhuisvesting wordt in onderhavig onderzoek aangemerkt als nieuwe bestemming. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Abram van Rijckevorselweg overgaand in de Maasboulevard, de Kralingse Zoom, de Burgemeester Oudlaan, de rijksweg A16 en de trambanen van lijn 7, 21 en 24.
De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorweg. Voor enkele wegen in de directe omgeving van het plangebied geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wenselijk zijn de geluidbelasting van dergelijke wegen wel te beschouwen. Dit is het geval als de geluidbelasting vanwege deze wegen relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. Daarom worden de Oude Plantagedreef en de Thomas Morelaan /K.P. van der Mandelelaan (inrit westzijde ParkPlaza) eveneens in onderhavig onderzoek betrokken. Het akoestisch onderzoek heeft dus tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en vanwege de gezoneerde weg te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast zal, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief worden beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening.
Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergrond van het onderzoeksgebied, gedownload via de website van het kadaster/Georegister; • Google Earth/Google Streetview; • AHN-viewer; • Ruimtelijke plannen; • Verkeersgegevens gemeentelijke wegen en trambanen, aangeleverd door de gemeente Rotterdam • Verkeersgegevens A16, gedownload uit het Geluidregister voor wegen via de website van Rijkswaterstaat. De genoemde geluidbelastingen in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt ingegaan op het wettelijk kader. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor de berekening van de geluidbelasting uiteengezet. Hoofdstuk 4 geeft de rekenresultaten en de beoordeling daarvan weer en tot slot wordt in hoofdstuk 5 de conclusie van het onderzoek weergegeven.
VL.1934.R01.rev1
pagina 5
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
2
WETTELIJK KADER 2.1
Algemeen
De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
b.
Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2
Wegverkeerslawaai
De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.
wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
1 Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de
Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
VL.1934.R01.rev1
pagina 6
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken
Zone in stedelijk gebied 200 meter
Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. In het onderzoeksgebied zijn de A. van Rijckevorselweg, (overgaand in) de Maasboulevard, de Burg. Oudlaan, de Kralingse Zoom en de rijksweg A16 de aanwezige geluidgezoneerde wegen. De rijksweg A16 loopt weliswaar door stedelijk gebied, maar dient als enige weg beoordeeld te worden als buitenstedelijk gebied (autosnelweg). De rijksweg A16 heeft in de onderzoeksomgeving minimaal 12 rijstroken, waarmee de zonebreedte van deze snelweg dus 600 meter bedraagt. De overige wegen liggen allen in stedelijk gebied en worden ook als zodanig beoordeeld. De Kralingse Zoom, A. van Rijckevorselweg en Maasboulevard bestaan grotendeels uit drie of meer rijstroken, waarmee de zonebreedte van deze wegen 350 meter bedraagt. De Burg. Oudlaan bestaat grotendeels uit twee rijstroken, waarmee de zonebreedte van deze weg dus 200 meter bedraagt. Het plangebied aan de zuidzijde van het campusterrein ligt direct aan de Burg. Oudlaan, de Kralingse Zoom en de A.
van Rijckevorselweg, op een afstand van circa 160 meter tot het kruispunt met (en begin van) de Maasboulevard en op een afstand van bijna 400 meter tot de rand van de rijksweg A16 en daarmee dus binnen de geluidzone van al voornoemde wegen. Er dient dus vanwege al deze wegen getoetst te worden aan de normen van de Wet geluidhinder. Aangezien de trambanen in onderhavige situatie onderdeel uitmaken van de Honingerdijk, Maasboulevard, Oude Plantagedreef of Burgemeester Oudlaan, dient de geluidbelasting vanwege de betreffende trambaan te worden opgeteld bij de geluidbelasting vanwege de weg en vormen samen de geluidbelasting voor wegverkeer (conform artikel 3.3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012). In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •
afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1 Nieuwe situaties Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. In onderhavige situatie is de planlocatie binnen de bebouwde kom van Rotterdam gelegen en is voor de toetsing van de gemeentelijke wegen uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 63 dB.
VL.1934.R01.rev1
pagina 7
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Aangezien de rijksweg A16 een autosnelweg is, dient de planlocatie vanwege deze weg te worden getoetst aan de normen die gelden voor een buitenstedelijke ligging en dient uitgegaan te worden van een ontheffingswaarde tot maximaal 53 dB. 2.2.2 30 km/u wegen Op grond van artikel 74 lid 2 van de Wet geluidhinder hebben wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied of waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/ uur geen zone. Dit betekent ook dat de Wet geluidhinder dan niet van toepassing is voor deze wegen. Dat neemt niet weg dat voor 30 km/ uur wegen onderbouwd dient te worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting vanwege de 30 km/u wegen is aangesloten bij de benaderingswijze zoals de Wet geluidhinder (Wgh) deze hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt wordt de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. 2.3
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale rijsnelheid op de meeste stedelijke wegen 50 km/u, maar op de A. van Rijckevorselweg 70 km/u en op de rijksweg A16 100 km/uur en is deze verruiming dus alleen op de geluidbelasting vanwege de A. van Rijckevorselweg en de A16 van toepassing. De aftrek is als volgt geregeld: Artikel 3.4 lid 1 De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt tot 1 juli 2018: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c.
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus eveneens alleen van toepassing op beide wegen. Deze wegdekcorrectie wordt automatisch toegepast in het rekenprogramma en is bij de rekenresultaten inbegrepen. 2.4
Cumulatie
Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat.
VL.1934.R01.rev1
pagina 8
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. Hierbij wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tevens is door middel van het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle in het onderzoek betrokken wegen in de directe omgeving van de planlocatie het akoestisch woon- en leefklimaat kwalitatief beoordeeld. Dit is in onderhavig onderzoek gedaan volgens de milieukwaliteitsmaat, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB
2.5
Zeer goed
46 - 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Slecht
> 65 dB
Zeer slecht
Gemeentelijk geluidbeleid
Het vaststellen van hogere grenswaarden gebeurt door het college van burgemeester en wethouders van in dit geval de gemeente Rotterdam. De DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: de milieudienst) adviseert de gemeente Rotterdam hierbij. De milieudienst heeft beleid opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden en deze vastgelegd in het ‘Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder’ (gemeente Rotterdam, 2006). Criteria Eén van de harde criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en buitenruimte. De meeste woningen hebben een ruimte die bedoeld is als buitenruimte. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Als een woning meerdere buitenruimten heeft, is het voldoende als één buitenruimte is gelegen aan de geluidluwe zijde. Aan bewoners wordt de mogelijkheid geboden om aan de geluidluwe zijde van de woning te verblijven. De hoogst toelaatbare geluidbelastingen voor geluidluwe gevels en buitenruimten per geluidbron (aan de hand van de dosismaat Lden) is voor spoorverkeer 55 dB en industrie 50 dB. Bij wegverkeer moet uitgegaan worden van de gecumuleerde geluidsbelasting van alle gezoneerde wegen. Deze mag niet hoger zijn dan 53 dB na aftrek conform artikel 110g uit de Wgh.
Bij het rekenkundig bepalen van de geluidbelasting moet worden uitgegaan van de waarneemhoogten waarop geluidhinder daadwerkelijk te verwachten is. Uitzondering In de praktijk kan het om stedenbouwkundige redenen wenselijk zijn om buitenruimten aan de geluidbelaste zijde te situeren, bijvoorbeeld vanwege bezonning. Deze situatie wijkt af van het ontheffingsbeleid. Ook kan om reden van volkshuisvesting of stedenbouw een woning geheel op een geluidbelaste zijde zijn georiënteerd, bijvoorbeeld bij studentenwoningen of starterswoningen. Om geluidhinder zoveel mogelijk te voorkomen, moet in dat geval gezocht worden naar alternatieve oplossingen, bijvoorbeeld in de vorm van een gemeenschappelijke buitenruimte die wel geluidluw is gelegen. Het creëren van een tweede buitenruimte is eveneens een mogelijkheid. Door het kiezen van passende gebouwvormen zoals terrasgevels, ‘uitkragende’ balkons of geluidabsorberende nissen is het mogelijk om op architectonisch niveau passende maatregelen voor een geluidluwe zijde te treffen. De toolbox ‘Bouwen op geluidbelaste locaties’ (DCMR Milieudienst Rijnmond, 2007) gaat hierop dieper in. Als niet aan één of meer aan het ontheffingsbeleid verbonden voorwaarden wordt voldaan, kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek doen aan het college van Burgemeesters en Wethouders om voor dat plan af te wijken van het
VL.1934.R01.rev1
pagina 9
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
vastgestelde ontheffingsbeleid. Het plan moet dan in ieder geval voldoende aandacht schenken aan de leefomgevingskwaliteit.
VL.1934.R01.rev1
pagina 10
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
3
UITGANGSPUNTEN BEREKENING GELUIDBELASTING 3.1
Algemeen
De planontwikkeling is gelegen aan de zuidzijde van het campusterrein van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De planlocatie grenst direct aan de Abram van Rijckevorselweg aan de zuidzijde van het terrein (in westelijke richting gaat deze weg over in de Maasboulevard), de Kralingse Zoom aan de oostzijde van het terrein en de Burgemeester Oudlaan aan de westzijde. Aan de noordzijde grenst de planontwikkeling aan de promenade. Momenteel staan op het terrein enkele campusgebouwen, waarvan bij een aantal studentenhuisvesting reeds is toegestaan. De planontwikkeling dient ten behoeve van de uitbreiding van studentenhuisvesting nabij de universiteit. De omgeving van de planlocatie is te typeren als stedelijk gebied. In onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin de ligging van de onderzoekslocatie.
Kralingen
Planlocatie
A16 De Esch
Figuur 3.1 Weergave onderzoeksgebied en ligging onderzoekslocatie (bron: luchtfoto PDOK).
Waar op het perceel de nieuw- en/of verbouw wordt voorzien is ten tijde van voorliggend rapport nog niet bekend. Daarom is in onderhavige situatie (worst case) uitgegaan van het volledig benutten van het ruim 5,5 ha groot bouwvlak zoals in het nieuwe bestemmingsplan is geprojecteerd. De nieuw-/verbouw zal minimaal met een hoogte van 25 meter worden gerealiseerd. De drie gebouwen met een bestaande mogelijkheid voor studentenhuisvesting zijn volgens het bestemmingsplan echter hoger (van west naar oost respectievelijk maximaal 37, 80 en 30 meter) en worden ook, in lijn met het bestemmingsplan, met deze hoogte opgenomen. Ter plaatse van de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het plan is in het bestemmingsplan een gebouw voorzien met een hoogte van maximaal 30 meter. Ook dit gebouw is in de modellering als zodanig opgenomen. 3.2
Verkeersgegevens
Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen.
VL.1934.R01.rev1
pagina 11
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2030, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. De in het onderzoek betrokken Abram van Rijckevorselweg, de in het verlengde daarvan gelegen Maasboulevard, de Burgemeester Oudlaan, Kralingse Zoom, Honingerdijk, Oude Plantagedreef en de Thomas Morelaan worden beheerd door de gemeente Rotterdam. De gemeente houdt ook, door middel van verkeerstellingen en prognoseberekeningen, de verkeersafwikkeling op de Rotterdamse wegen bij. De verkeersgegevens voor onderhavig onderzoek zijn door hen aangeleverd in een shape-bestand. Het betreft in dit geval weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten van 2019 en prognose-intensiteiten voor het jaar 2030. Deze laatste zijn geïmporteerd in het rekenmodel. De gemeente heeft tevens de dienstregeling en het aantal trams per lijn aangereikt. In bijlage I van het rapport zijn de geleverde verkeersgegevens opgenomen. In onderstaande tabellen zijn de gehanteerde uitgangspunten voor het rekenmodel van het akoestisch onderzoek weergegeven. Tabel 3.1 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019
Abram van Rijckevorselweg Circa 40.000 motorvoertuigen op de hoofdrijbaan
Etmaalintensiteit 2030
Ruim 42.000 motorvoertuigen op de hoofdrijbaan
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
50 km/u (nabij de kruising met de Burg. Oudlaan) - 70 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u 6,6 – 6,5
Avondperiode 19 – 23 u 3,3 – 3,1
Nachtperiode 23 – 07 u 0,95 – 1,2
Lichte motorvoertuigen 3
95,9 / 95
97,6 / 97,1
94,8 / 93,9
Middelzware motorvoertuigen3
2,9 / 3,6
1,6 / 1,9
3,65 / 4,2
Zware motorvoertuigen3
1,1 / 1,4
0,7 / 0,9
1,6 / 1,9
De voertuigverdeling en etmaalintensiteit van de A. van Rijckevorselweg vertoond modelmatig zoveel variaties, dat deze niet allemaal in de tabel zijn opgenomen. In de tabel is gekozen voor de weergave van een indicatie van de meest nabij de planlocatie gelegen hoofdrijbanen. In bijlage II is een volledig overzicht in numerieke vorm van de ingevoerde verkeersgegevens opgenomen. Tabel 3.2 Verkeersgegevens Weg:
Maasboulevard
Etmaalintensiteit 2019 (weekdag)
32.222 – 40.130 motorvoertuigen en 474 trams
Etmaalintensiteit 2030
33.024 – 42.932 motorvoertuigen en 474 trams
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
50 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u
Avondperiode 19 – 23 u
Nachtperiode 23 – 07 u
6,6
3,4
0,9
Lichte motorvoertuigen3
95,1 - 98,5
97,3 - 99,2
94,1 - 98,1
Middelzware motorvoertuigen3
3,5 - 1,1
1,8 - 0,5
4,1 - 1,3
Zware motorvoertuigen3
1,4 - 0,5
0,9 - 0,3
1,8 - 0,6
3 Lichte motorvoertuigen zijn motorvoertuigen op drie of meer wielen, met uitzondering van de in categorie ’middelzwaar’ en ‘zwaar’
bedoelde motorvoertuigen. Middelzware motorvoertuigen zijn gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Zware motorvoertuigen zijn gelede motorvoertuigen, alsmede voertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
VL.1934.R01.rev1
pagina 12
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Tabel 3.3 Verkeersgegevens Weg:
Burgemeester Oudlaan
Etmaalintensiteit 2019 (weekdag)
2.991 – 2.997motorvoertuigen en 158 trams
Etmaalintensiteit 2030
3.116 – 4.256 motorvoertuigen en 158 trams
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
50 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal)
Dagperiode 07 - 19 u
Uurintensiteit
Avondperiode 19 – 23 u
Nachtperiode 23 – 07 u
6,9
3,1
0,6
Lichte motorvoertuigen3
99,1 – 99,3
100
100
Middelzware motorvoertuigen3
0,9 – 0,7
0
0
0
0
0
Zware motorvoertuigen3
Tabel 3.4 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019
Kralingse Zoom (wegvak ten noorden van A. van Rijckevorselweg) 12.434 motorvoertuigen
Etmaalintensiteit 2030
18.628 motorvoertuigen
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
50 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u 6,6
Avondperiode 19 – 23 u 3,4
Nachtperiode 23 – 07 u 0,9
Lichte motorvoertuigen3
96,9
98,2
96,1
Middelzware motorvoertuigen3
2,2
1,1
2,8
Zware motorvoertuigen3
0,9
0,6
1,1
Tabel 3.5 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019
Honingerdijk 12.434 motorvoertuigen en 474 trams
Etmaalintensiteit 2030
10.248 motorvoertuigen en 474 trams
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
50 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u 6,9 - 7,0
Avondperiode 19 – 23 u 3,1 - 2,9
Nachtperiode 23 – 07 u 0,6
Lichte motorvoertuigen3
88,9 – 82,0
93,6 – 90,2
90,9 – 81,5
Middelzware motorvoertuigen3
8,6 – 13,9
5,2 – 8,3
9,1 – 14,8
Zware motorvoertuigen3
2,5 – 4,1
1,1 – 1,5
0 – 3,7
Tabel 3.6 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019
Oude Plantagedreef 2.134 motorvoertuigen en 474 trams
Etmaalintensiteit 2030
2.148 motorvoertuigen en 474 trams
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
30 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u 6,9
Avondperiode 19 – 23 u 3,2
Nachtperiode 23 – 07 u 0,5
Lichte motorvoertuigen3
97,3
98,5
100
VL.1934.R01.rev1
pagina 13
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Weg:
Oude Plantagedreef
Middelzware motorvoertuigen3
2,7
1,5
0
Zware motorvoertuigen3
0
0
0
Tabel 3.7 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2019
Thomas Morelaan (inrit ParkeerPlaza vanaf Burg. Oudlaan, telvak 19016 gemeente) 2.467 motorvoertuigen
Etmaalintensiteit 2030
2.840 motorvoertuigen
Type wegdekverharding
Dicht asfaltbeton (W0 - referentiewegdek in het rekenmodel)
Maximaal toegestane rijsnelheid
30 km/u
Verdeling in percentages (afgerond op 1 decimaal) Uurintensiteit
Dagperiode 07 - 19 u 6,9
Avondperiode 19 – 23 u 3,1
Nachtperiode 23 – 07 u 0,5
Lichte motorvoertuigen3
99,0
100
100
Middelzware motorvoertuigen3
1,0
0
0
Zware motorvoertuigen3
0
0
0
De A16 wordt beheerd door Rijkswaterstaat (West-Nederland Zuid District Noord). Sinds juli 2012 dient voor de verkeersdata van rijkswegen (in de toekomstige situatie) gebruik gemaakt te worden van het Geluidregister voor wegen. Dit geluidregister is terug te vinden op de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor de A16 is de verkeersdata van deze website gedownload en ongewijzigd overgenomen in het rekenmodel. In onderstaande tabel zijn enkele verkeersgegevens van de A16 weergegeven, zoals deze opgenomen zijn in het rekenmodel. De voertuigverdeling van de A16 vertoond modelmatig zoveel variaties, dat deze niet in de tabel is opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage II van dit rapport. Tabel 3.8: Verkeersgegevens A16 Weg: Etmaalintensiteit Geluidregister
A16 Op de hoofdbaan in noordelijke richting: 77.762 motorvoertuigen Op de hoofdbaan in zuidelijke richting: 79.632 motorvoertuigen
Type wegdekverharding
1-laags ZOAB op de hoofdbanen (W1 in het rekenmodel)
Snelheid
85 - 100 km/uur op de hoofdbanen
3.3
Rekenmethode
De in deze rapportage opgenomen geluidbelasting in het prognosejaar 2030 van de geluidgezoneerde weg is berekend volgens standaard-rekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting in het prognosejaar 2030 is bij de niet geluidgezoneerde weg berekend volgens de CROW publicatie 965 ‘Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/h’. Bij de berekening van de geluidbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden.
VL.1934.R01.rev1
pagina 14
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
3.4
Modellering
Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie 5.1. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van kadastrale kaarten uit het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn voor wat betreft de ligging gemodelleerd aan de hand van een kadastrale kaart. De hoogte van de gebouwen in de omgeving van de onderzoekslocatie is gebaseerd op informatie uit het AHN in combinatie met Streetview. Aangezien de afmetingen en posities van de evt. nieuwbouw binnen het plangebied nog niet vaststaan, is het terrein als één object ter grootte van het hele plangebied ingevoerd in het rekenmodel met een hoogte van 25 meter boven maaiveld, conform de hoogte zoals deze in het nieuwe bestemmingsplan zal zijn. De bestaande drie bestemmingsvlakken voor studentenhuisvesting binnen het plangebied hebben volgens het bestemmingsplan een hogere maximum bouwhoogte. Deze bedraagt van west naar oost respectievelijk 37 meter, 80 meter en 30 meter.
Ook het bouwvlak van de (voormalige) parkeergarage aan de oostzijde van het plangebied is als object met een hoogte van 30 meter ingevoerd, aangezien deze in het nieuwe bestemmingsplan ook voor studentenhuisvesting kan worden benut. Door op deze manier te modelleren wordt de geluidbelasting op de randen van het terrein en op de hoge gebouwen die boven de standaardhoogte van 25 meter uitsteken, daarmee dus op de meest kritische posities, berekend. Daarmee wordt de situatie worst case benaderd en kan worden bekeken of er voor het geluidaspect beperkende factoren zijn in de positionering of indeling van gebouwen. De toetspunten zijn verdeeld over de gevels van het planobject (gebouw) ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld. Vervolgens is voor elke 3 meter hoogte, tot een hoogte van 25 meter, een toetshoogte toegevoegd. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de randen van het plangebied inzichtelijk gemaakt. De toetshoogten zijn, vanwege het grote aantal, verdeeld over twee (naast elkaar gelegen) toetspunten ingevoerd. De toetspunten 1 t/m 12 staan voor de rekenhoogtes op 1,5, 4,5, 7,5, 10,5, 13,5 en 16,5 meter. De toetspunten 1a t/m 12a staan voor de rekenhoogtes op 19,5 en 22,5 meter. Bij de twee gebouwen van maximaal 30 meter hoog zijn bovendien toetspunten ingevoerd met een hoogte van 25,5 en 28,5 meter (T_25 t/m T_34).
Bij het gebouw met een hoogte tot 37 meter zijn daar de toetspunten met een hoogte van 31,5 en 34,5 meter aan toegevoegd (T_13 t/m T_18). Bij het gebouw met een hoogte tot 80 meter zijn al voorgaande toetshoogten ingevoerd maar daaraan toegevoegd de toetshoogten (per 3 meter) tot 56 meter. Aangezien de geluidbelasting boven een toetshoogte van 56 meter niet meer toeneemt is als laatste een toetshoogte op 76,5 meter ingevoerd. De toetshoogten zijn, vanwege het grote aantal, verdeeld over twee (naast elkaar gelegen) toetspunten ingevoerd. Bij de toetspunten 19 t/m 24 zijn dus de rekenhoogtes op 37,5 en 40,5 meter toegevoegd. De toetspunten 19a t/m 24a vertegenwoordigen de rekenhoogtes op 43,5, 46,5, 49,5, 52,5, 55,5 en 76,5 meter. Gezien het stedelijk karakter van het onderzoeksgebied is de bodemfactor van het rekenmodel standaard op een harde, reflecterende ondergrond (Bf=0) gezet. In de nabijheid van de planlocatie zijn enkele relevante groengebieden aanwezig. Deze zijn in het rekenmodel ingevoerd met een bodemfactor 1 (geheel zacht, absorberend gebied), aangezien het overwegend gras betreft. Uitzondering hierop is het bodemgebied ter plaatse van de hoofdbaan van de A16, waarbij vanwege de ZOAB- wegdekverharding op grond van het Reken- en meetvoorschrift een bodemfactor van Bf=0,5 gehanteerd dient te worden.
Daarnaast zijn enkele waterpartijen voor de herkenbaarheid van het gebied ingevoerd met een bodemfactor 0 (geheel harde, reflecterende ondergrond). Deze hebben echter geen invloed op de berekening. De maaiveldhoogte van het rekenmodel is standaard ingesteld op 0 meter NAP. Deze hoogte komt daarmee globaal overeen met de hoogte van het onderzoeksgebied in het AHN. Nabij de planlocatie is hoogteverschil aanwezig. Het hoogteverschil is met behulp van hoogtelijnen gemodelleerd op basis van de informatie uit het AHN.
VL.1934.R01.rev1
pagina 15
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Het campusterrein is in het rekenmodel opgenomen met een hoogte van +3 meter NAP, evenals de wijk ten oosten van het campusterrein. De A16 ligt ter hoogte van het plangebied eveneens verhoogd ten opzichte van het maaiveld, de hoogte varieert van circa 27 meter +NAP ter hoogte van de Van Brienenoordbrug, afnemend tot circa 5 meter bij het Kralingseplein en 3 meter bij de afslag naar de Jacques Dutilhweg. De Abram van Rijckevorselweg varieert in hoogte van 0 tot 4 meter nabij de kruising met de Burg. Oudlaan. Vanaf daar gaat de Maasboulevard verder met een hoogte van 4 tot 5 meter. De Honingerdijk ten zuiden van de Maasboulevard heeft ook een hoogteligging van 5 meter +NAP. Het gebied tussen de wegen en de dijk varieert van -2 meter NAP tot +3 meter NAP. Bij Rotterdam bevinden zich schermen langs de A16. Deze zijn eveneens overgenomen vanuit het geluidregister. Deze schermen zijn akoestisch reflecterend uitgevoerd en met een variërende hoogte van 1,5 tot 3,5 meter. De aarden wal langs de bebouwing ten noordwesten van het Kralingseplein is gemodelleerd als absorberend scherm met een hoogte van 4,5 meter. Het gemotoriseerd verkeer op de in het onderzoek betrokken wegen is als een (gedeelde) rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd, zoals de gemeente Rotterdam deze in het shape-bestand heeft aangeleverd of voor de A16, zoals deze in het Geluidregister is opgenomen.
Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de voertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. De trams van lijn 21 en 24 over de Honingerdijk, Maasboulevard en de Oude Plantagedreef en van lijn 7 over de Burgemeester Oudlaan zijn als afzonderlijke rijlijnen per bijbehorend wegvak in het rekenmodel ingevoerd, waarbij de ligging van de banen op basis van de weergave op Google Earth is gemodelleerd en het aantal trams op basis van de geleverde spreadsheet van de gemeente Rotterdam. Hiermee wordt de geluidemissie op de banen berekend. De bronhoogte van een tram is 0,2 meter. De kruisingen op de Maasboulevard/ A. van Rijckevorselweg met de Honingerdijk, de Burgemeester Oudlaan/Oude Plantagedreef en de Kralingse Zoom zijn geregeld met verkeerslichten. Om die reden dient er, vanwege het optrekkend en afremmend verkeer nabij deze kruisingen, een kruispuntcorrectie te worden toegepast. De correctiewaarde is 0, 1/2, 2/3 of 1. Bij een ongeregeld kruispunt wordt geen kruispunttoeslag in rekening gebracht (correctiewaarde q is 0). Het type kruispunt wordt bepaald met de volgende criteria: • Een kruispunt is van de eerste orde als tenminste drie, en van de tweede orde als twee van de op het kruispunt aansluitende weggedeelten een totale intensiteit van 2500 motorvoertuigen per etmaal hebben.
• Als verkeerslichten afwezig of niet in werking zijn, is er sprake van een ongeregeld kruispunt, in andere gevallen van een geregeld kruispunt. • Als de intensiteitsverhouding van de kruisende verkeersstromen tussen de 1/3 en de 3 ligt, is er sprake van een gelijkwaardig kruispunt, in andere gevallen van een ongelijkwaardig kruispunt. Een voorrangskruising is altijd ongelijkwaardig. Voor de VRI op de Maasboulevard bij zowel de Burg. Oudlaan als de Honingerdijk geldt een correctiewaarde van 2/3 (1e orde en ongelijkwaardig), aangezien in onderhavige situatie sprake is van een voorrangskruising. Voor de VRI’s op de Kralingse Zoom met de afslagen van en naar de A. van Rijckevorselweg geldt een correctiewaarde van 2/3 (1e orde en ongelijkwaardig) aan de noordzijde en 1 (1e orde en gelijkwaardig) aan de zuidzijde. Het terrein van de herontwikkeling is inzichtelijk gemaakt met een hulpvlak. Het hulpvlak bevat verder geen informatie en heeft zodoende geen invloed op de berekening. In onderstaande figuur is een 3D-impressie van de modellering nabij de planlocatie opgenomen, gezien vanaf het zuidoosten.
VL.1934.R01.rev1
pagina 16
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Figuur 3.2 3D-impressie van de modellering nabij de onderzoekslocatie (bron: rekenmodel).
Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, bodemgebieden, hoogtelijnen, schermen, geregelde kruispunten en de gebouwen in de directe omgeving weer. In figuur 2 is ingezoomd op de planlocatie en is een weergave van de toetspunten op het terrein en de hoge gebouwen gegeven. In bijlage II zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, objecten, hoogtelijnen, schermen, kruisingen, bodemgebieden en toetspunten.
VL.1934.R01.rev1
pagina 17
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
4
REKENRESULTATEN GELUIDBELASTING 4.1
Geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde wegen
4.1.1 Abram van Rijckevorselweg - Maasboulevard Vanwege de in elkaars verlengde gelegen ligging van deze wegen, zijn beide wegen samen als één weg in het onderzoek beoordeeld. Tevens is het relevant deel van tramlijn 21 en 24 in de beoordeling betrokken. Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van beide wegen is opgenomen in bijlage III en weergegeven in figuur 3. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB voor de Maasboulevard (50 km/u) en 2 dB voor de A. van Rijckevorselweg (70 km/u) ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogste geluidbelasting wordt berekend op de toetspunten aan de zuidzijde van het terrein en aldaar 58 – 64 dB bedraagt op de gevels tot 25 meter hoog. De hoogste geluidbelasting van 64 dB wordt alleen nabij de kruising met de Oudlaan berekend op een rekenhoogte van 10,5 en 13,5 meter (4e en 5e bouwlaag). Op de rekenpunten aan de westzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting 45 – 47 dB en op de rekenpunten aan de oostzijde van het plangebied 46 – 58 dB. Aan de noordzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 36 dB. De geluidbelasting op de hoogbouw van 80 meter bedraagt op de rekenhoogten vanaf 25 meter minimaal 13 dB aan de noordzijde tot maximaal 61 dB aan de zuidzijde.
Op de rekenpunten van het hoge gebouw aan de westzijde van het terrein (T_13 – 18) wordt een geluidbelasting van 32 – 52 dB berekend. Op de rekenpunten van het hoge gebouw aan de oostzijde van het terrein (T_31 – 34) wordt een geluidbelasting van 32 – 39 dB berekend. Op de rekenpunten van het bouwvlak van de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het terrein (T_25 – 30) wordt een geluidbelasting van 28 – 52 dB berekend.
4.1.2 Kralingse Zoom Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van de Kralingse Zoom is opgenomen in bijlage IV en weergegeven in figuur 4. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogste geluidbelastingen worden berekend op de toetspunten aan de oostzijde van het terrein en aldaar 59 – 63 dB bedragen op de gevels tot zowel 25 als 30 meter hoog. De hoogste geluidbelasting van 63 dB wordt alleen ter hoogte van de (voormalig) parkeergarage en noordelijker berekend, op bouwlaag 1 t/m 4. Op de rekenpunten aan de zuidzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting 33 – 52 dB, waarbij alleen op de gevels nabij de Kralingse Zoom de 48 dB wordt overschreden (T_03 en 03a). Aan de noordzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting 10 – 54 dB, waarbij alleen op de gevels nabij de Kralingse Zoom de 48 dB wordt overschreden (T_06 en 06a). Aan de westzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 33 dB. De geluidbelasting op de hoogbouw van 80 meter bedraagt op de rekenhoogten vanaf 25 meter ten hoogste 44 dB.
VL.1934.R01.rev1
pagina 18
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 37 meter, aan de westzijde van het terrein (T_13 – 18) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 36 dB berekend. Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 30 meter, aan de oostzijde van het terrein (T_31 – 34) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 32 dB berekend. Op de rekenpunten van de (voormalige) parkeergarage aan de oostzijde van het terrein (T_25 – 30) wordt aan de noord-, west- en zuidzijde een geluidbelasting van ten hoogste 41 dB berekend en aan de oostzijde, direct aan de Kralingse Zoom, een geluidbelasting van 60 – 63 dB.
4.1.3 Burgemeester Oudlaan Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van de Burg. Oudlaan (inclusief tramlijn 7) is opgenomen in bijlage V en weergegeven in figuur 5. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogste geluidbelastingen worden berekend op de toetspunten aan de westzijde van het terrein en aldaar 47 – 48 dB bedragen.. Op de rekenpunten aan de zuidzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 35 dB. Aan de noordzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 45 dB. Aan de westzijde van het plangebied is de geluidbelasting dermate laag dat deze als nihil kan worden beschouwd. De geluidbelasting op de hoogbouw van 80 meter bedraagt op de rekenhoogten vanaf 25 meter ten hoogste 35 dB. Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 37 meter, aan de westzijde van het terrein (T_13 – 18) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 38 dB berekend. Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 30 meter, aan de oostzijde van het terrein (T_31 – 34) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 26 dB berekend. Op de rekenpunten van de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het terrein (T_25 – 30) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 19 dB berekend.
4.1.4 Rijksweg A16 Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van de rijksweg A16 is opgenomen in bijlage VI en weergegeven in figuur 6. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 2 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogste geluidbelastingen worden berekend op de toetspunten aan de oostzijde van het terrein en aldaar 48 – 58 dB bedragen op de gevels tot zowel 25 als 30 meter (tpv. voormalige parkeergarage) hoog. De hoogste geluidbelastingen van 56 – 58 dB worden voornamelijk op bouwlaag 3 t/m 10 berekend. Op de rekenpunten aan de zuidzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting 47 – 55 dB, waarbij alleen op de gevel nabij de Oudlaan op bouwlaag 1 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden (T_01). Aan de noordzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting 44 – 56 dB, waarbij op de gevels nabij de Kralingse Zoom (T_06 en 06a) en op bouwlaag 7 en 8 van toetspunt 07a de 48 dB wordt overschreden. Aan de westzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 38 dB.
VL.1934.R01.rev1
pagina 19
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 37 meter, aan de westzijde van het terrein (T_13 – 18) wordt een geluidbelasting van 39 – 50 dB berekend, waarbij alleen op de gevels aan de noordzijde vanaf 30 meter hoogte de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De geluidbelasting op de hoogbouw van 80 meter bedraagt op de rekenhoogten vanaf 25 meter 31 – 59 dB, waarbij alleen op de gevels aan de westzijde en aan de noordzijde vanaf 25 tot 30 meter hoogte een geluidbelasting tot 48 dB wordt berekend. Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 30 meter, aan de oostzijde van het terrein (T_31 – 34) wordt een geluidbelasting van 36 – 55 dB berekend, waarbij alleen op de gevels aan de westzijde een geluidbelasting tot 48 dB wordt berekend. Op de rekenpunten van de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het terrein (T_25 – 30) wordt een geluidbelasting van 48 – 58 dB berekend, waarbij alleen op de gevel aan de westzijde op de 1e bouwlaag boven de 25 meter (T_30) en aan de oostzijde op bouwlaag 1 en 2 (begane grond en 1e verdieping T_27a) de 48 dB niet wordt overschreden. Bij de geluidbelasting vanwege de rijksweg kan gebruik gemaakt worden van de extra aftrek van respectievelijk 1 of 2 dB (bovenop de 2 dB aftrek die reeds is toegepast) op gevels met een geluidbelasting van 56 of 57 dB (excl.
aftrek), zodat deze gevels formeel getoetst kunnen worden aan een gevelbelasting van 53 dB (incl. 3 of 4 dB aftrek). In onderhavig onderzoek kan deze extra aftrek worden toegepast voor bouwlaag 1 en 2 van toetspunt 04, voor bouwlaag 4 van toetspunt 05 en voor bouwlaag 5 en 6 van toetspunt 27a (tpv. voormalige parkeergarage) aan de oostzijde van het plan. Aan de zuidzijde van het plan kan de extra aftrek worden toegepast op alle bouwlagen van toetspunt 03 en 03a. Aan de noordzijde van het plan geldt de extra aftrek voor bouwlaag 5 en 6 van toetspunt 06 en bouwlaag 7 van toetspunt 06a. Op het hoge gebouw van 80 meter kan de aftrek worden toegepast aan de zuidzijde op de bouwlagen vanaf 57 meter en hoger, aan de oostzijde op de 1e en/of 2e bouwlaag vanaf 25 meter en aan de noordzijde op de bouwlagen vanaf 42 tot 53 meter. Op het hoge gebouw van 30 meter achter de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het plan kan de aftrek worden toegepast op de noord- en zuidgevel, waarmee de geluidbelasting op alle gevels van dit gebouw maximaal 53 dB bedraagt. Op de gevels van de voormalige parkeergarage kan de extra aftrek worden toegepast aan de noordzijde (alleen toetspunt 29, beide bouwlagen boven de 25 meter), aan de oostzijde (bouwlaag 5 en 6) en aan de zuidzijde (alleen 1e bouwlaag vanaf 25 meter hoogte bij toetspunt 25 en 26).
4.1.5 Honingerdijk Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van de Honingerdijk (inclusief relevant deel van tramlijn 21+24) is opgenomen in bijlage VII en weergegeven in figuur 7. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogste geluidbelastingen worden berekend op de toetspunten aan de westzijde van het terrein en aldaar 37 – 40 dB bedragen.. Op de rekenpunten aan de zuidzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 37 dB. Aan de noordzijde van het plangebied bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 28 dB. Aan de westzijde van het plangebied is de geluidbelasting dermate laag dat deze als nihil kan worden beschouwd. De geluidbelasting op de hoogbouw van 80 meter bedraagt op de rekenhoogten vanaf 25 meter ten hoogste 36 dB. Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 37 meter, aan de westzijde van het terrein (T_13 – 18) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 39 dB berekend.
VL.1934.R01.rev1
pagina 20
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Op de rekenpunten van het hoge gebouw van 30 meter, aan de oostzijde van het terrein (T_31 – 34) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 27 dB berekend. Op de rekenpunten van de voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het terrein (T_25 – 30) wordt een geluidbelasting van ten hoogste 21 dB berekend.
4.2
Geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde wegen
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op het plangebied als gevolg van de 30 km/u wegen in de nabije omgeving (Thomas Morelaan en Oude Plantagedreef) is opgenomen in bijlage VIII en weergegeven in respectievelijk figuur 8. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB in lijn met artikel 110g van de Wet geluidhinder. Hierbij is tevens het relevant vak van tramlijn 21+24 betrokken, parallel aan de Oude Plantagedreef. Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde wegen en deels tramlijn 21+24 op de noordwestelijk georiënteerde gevel van het gebouw (T_11 en 11a) het hoogste is en 44 – 47 dB bedraagt. Op de overige gevelzijden van het plangebied bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 37 dB. Uit de rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op het plangebied ten hoogste 47 dB bedraagt vanwege de 30 km/u wegen. Daarmee wordt bij alle gevels van het plangebied voldaan aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De blootstelling aan geluid vanwege de 30 km/u wegen en trambaan langs Oude Plantagedreef is dus niet relevant voor de planontwikkeling. 4.3
Cumulatie geluid vanwege wegverkeerslawaai
Aangezien de voorkeursgrenswaarde vanwege zowel de Abram van Rijckevorselweg – Maasboulevard als de Kralingse Zoom en de rijksweg A16 wordt overschreden, is sprake van relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen en dient op basis van de Wgh een cumulatieberekening te worden uitgevoerd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het eveneens wenselijk om alle geluidbronnen in de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat te betrekken. Daarom is een cumulatieberekening uitgevoerd. In bijlage IX is een compleet overzicht van de gecumuleerde rekenresultaten opgenomen. Deze zijn tevens weergegeven in figuur 9. Voor de cumulatieberekening zijn de alle geluidbronnen van het wegverkeer (inclusief tramlijnen) met elkaar gecumuleerd volgens de richtlijnen uit het Reken- en meetvoorschrift. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting op de gevels aan de oostzijde van het plangebied het hoogst is en 65 – 68 dB bedraagt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen aan deze zijde van het plangebied als ‘zeer slecht’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat.
De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels aan de zuidzijde van het plangebied bedraagt 62 – 66 dB. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen aan deze zijde van het plangebied als ‘slecht’ tot ‘zeer slecht’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat. De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels aan de westzijde van het plangebied bedraagt 55 - 56 dB. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen aan deze zijde van het plangebied als ‘redelijk’ tot ‘matig’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat.
VL.1934.R01.rev1
pagina 21
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels aan de noordzijde van het plangebied bedraagt 45 - 62 dB. De geluidbelasting neemt toe naarmate de toetspunten oostelijker zijn gelegen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen aan deze zijde van het plangebied als overwegend ‘goed’ tot ‘slecht’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat, afhankelijk van hun ligging. De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de 37 meter hoge bouw aan de westzijde van het plan bedraagt 46 – 56 dB. De geluidbelasting neemt toe naarmate de toetspunten hoger zijn gelegen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen in dit gebouw als ‘goed’ tot ‘matig’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat. De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de 80 meter hoge bouw aan de zuidzijde van het plan bedraagt 43 - 64 dB. De geluidbelasting neemt toe naarmate de toetspunten hoger en zuidelijker zijn gelegen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen in dit gebouw als ‘goed’ tot ‘slecht’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat. De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de 30 meter hoge bouw in het plan bedraagt 42 - 57 dB. De geluidbelasting is het hoogst aan de noord- en zuidzijde.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen in dit gebouw als ‘zeer goed’ tot ‘matig’ beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat. De gecumuleerde geluidbelasting op de gevels van de 30 meter hoge voormalige parkeergarage aan de oostzijde van het plangebied bedraagt 50 - 68 dB. De geluidbelasting is het hoogst aan de oostzijde van het gebouw (66 – 68 dB). Hieruit kan geconcludeerd worden dat het akoestisch woon- en leefklimaat bij de studentenwoningen in dit gebouw als ‘redelijk’ tot ‘matig’ aan de noord-, west-, en zuidzijde en als ‘zeer slecht’ aan de oostzijde beoordeeld dient te worden volgens de Milieukwaliteitsmaat.
VL.1934.R01.rev1
pagina 22
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
5
CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Algemeen
In opdracht van Res & Smit real estate support (hierna Res&Smit) en in samenwerking met BOdG is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op het zuidelijk deel van het campusterrein van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Op dit moment bevinden zich op het campusterrein aan de zuidzijde universiteitsgebouwen. Op een deel van deze gebouwen geldt reeds de aanduiding ‘studentenhuisvesting toegestaan’. Het voornemen is om deze aanduiding uit te breiden en van toepassing te laten zijn op het hele bouwvlak van het zuidelijk terrein. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Het akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van deze wijzigingsprocedure. Op basis van de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting op nieuwe bestemmingen, welke binnen de geluidzone van een weg of spoorweg zijn gelegen, worden bepaald. De berekende geluidbelasting wordt daarbij getoetst aan de geluidnormen uit de Wet geluidhinder (Wgh). De (uitbreiding van) studentenhuisvesting wordt in onderhavig onderzoek aangemerkt als nieuwe bestemming. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Abram van Rijckevorselweg (overgaand in de) Maasboulevard, de Honingerdijk (beiden inclusief trambaan lijn 21+24), de Kralingse Zoom, de Burgemeester Oudlaan (inclusief trambaan lijn 7) en de rijksweg A16.
De planlocatie bevindt zich niet binnen de zone van een industrieterrein of spoorweg. Voor enkele wegen in de directe omgeving van het plangebied geldt een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wenselijk zijn de geluidbelasting van dergelijke wegen wel te beschouwen. Dit is het geval als de geluidbelasting vanwege deze wegen relevant geacht wordt voor de beoogde ontwikkeling. Daarom worden de Oude Plantagedreef en de Thomas Morelaan (inrit westzijde ParkPlaza) eveneens in onderhavig onderzoek betrokken. Het akoestisch onderzoek heeft dus tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai te bepalen en vanwege de gezoneerde weg te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast is, door middel van een aanvullende (cumulatie)berekening, het geluid vanwege wegverkeerslawaai kwalitatief beschouwd op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat oftewel op de aanwezigheid van een goede ruimtelijke ordening. 5.2
Toetsing aan Wet geluidhinder
5.2.1 Abram van Rijckevorselweg – Maasboulevard (inclusief trambaan) De berekende geluidbelasting vanwege deze wegen op het plangebied bedraagt ten hoogste 64 dB. Deze geluidbelasting wordt uitsluitend aan de zuidgevel van het gebouw berekend op rekenpunt 01, bouwlaag 4 en 5. Op de overige rekenpunten aan de zuidzijde van het plan bedraagt de geluidbelasting 58 - 63 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat alleen de geluidbelasting op de rekenpunten aan de west- en noordzijde van het plangebied voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Dit is tevens het geval voor het 30 meter hoge gebouw binnen het plan. De geluidbelasting op de rekenpunten op het 37 meter hoge gebouw voldoen nagenoeg allemaal aan de voorkeurswaarde. Uitzondering hierop zijn de rekenpunten op de hoogste bouwlaag aan de west- en zuidzijde van het gebouw. Omdat uit de rekenresultaten blijkt dat niet bij alle gevels aan de voorkeursgrenswaarde (ten hoogst toelaatbare waarde) van 48 dB kan worden voldaan, is aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen noodzakelijk. De overschrijding bedraagt 1 tot 16 dB en vindt voornamelijk aan zowel de zuid- en oostzijde van het plangebied als op deze zijden van het hoogste gebouw (80 meter) en het gebouw ter vervanging van de (voormalige) parkeergarage plaats.
VL.1934.R01.rev1
pagina 23
01-04-2020
Akoestisch onderzoek BP Erasmus Universiteit Rotterdam
Indien uit maatregelenonderzoek blijkt dat deze niet doeltreffend zijn of stuiten op overwegende bezwaren en er daarnaast voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid, kan voor de studentenhuisvesting binnen het plangebied een hogere waarde aangevraagd worden vanwege deze wegen. De Abram van Rijckevorselweg is van beide wegen echter wel de meest maatgevende weg voor de hoge geluidbelasting op de planlocatie. De maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB voor woningen in stedelijk gebied wordt met 1 dB overschreden. Voor deze gevels (bouwlaag 4 en 5 van rekenpunt 01 aan de zuidzijde van het plan nabij de Oudlaan) geldt dat geen hogere waarde aanvraag mogelijk is. Deze gevels zullen als dove 4 gevels dienen te worden uitgevoerd als er geluidgevoelige ruimtes direct aan deze gevels grenzen. 5.2.2 Kralingse Zoom De berekende geluidbelasting vanwege deze weg op het plangebied bedraagt ten hoogste 63 dB. Deze geluidbelasting wordt uitsluitend op de gevels aan de oostzijde van het plangebied berekend (bouwlaag 1 t/m 4 van rekenpunt T_05 en T_27a). Op de overige rekenpunten aan de oostzijde van het plan bedraagt de geluidbelasting 59 - 62 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de rekenpunten aan de west-, zuid- en noordzijde van het gebouw van de voormalige parkeergarage voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.