21bb4927 Bijlage 2 behorende bij 21bb4923 over Vrwijwilligers-werk en informele hulp in Rotterdam 2020 Resultaten uit de Omnibusenquête 2020
Tekst van het document
Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2020 Resultaten uit de Omnibusenquête 2020 Onderzoek en Business Intelligence
1
Colofon Gemeente Rotterdam, Afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum: Oktober 2020 Auteur(s): P.A. de Graaf Opdrachtgever: Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, Directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg Projectnummer: 5239-2020-e Vragen:
2
onderzoek@rotterdam.nl
Samenvatting en conclusies In deze rapportage worden twee soorten onbetaalde activiteiten onderscheiden: - vrijwilligerswerk: onbetaald werk binnen of namens een organisatie; en - informele hulp: onbetaald werk op eigen houtje (niet in een organisatie). Samen worden deze ook wel ‘onbetaald werk (op vrijwillige basis)’ worden genoemd. Daarnaast bestaat nog een derde soort onbetaalde activiteiten, namelijk ‘mantelzorg’: niet beroepsmatige langdurige, het gebruikelijke overstijgende zorg aan iemand uit de eigen directe omgeving. Over mantelzorg wordt in een afzonderlijke rapportage gerapporteerd. Alle deelname is naar eigen zeggen (d.w.z.: naar eigen interpretatie van de betreffende vragen in de enquête); registraties van onbetaald werk bestaan niet. Dergelijke deelnamepercentages zijn zeer afhankelijk van de definitie en de manier waarop er in de vragenlijst naar gevraagd wordt. (In het bijzonder: of men eigen activiteiten in de omschrijving in de vragenlijst herkent.). Er is in het bijzonder dan ook een verschil tussen wat door OBI in het VTO of de Omnibusenquête, en wat voor het Wijkprofiel gemeten wordt.
Bij de hier gepresenteerde cijfers en vergelijkingen met eerdere metingen is enige voorzichtigheid geboden. Sowieso zijn enquêtegegevens over de interpretatie van begrippen als ‘vrijwilligerswerk’ en ‘informele hulp’ altijd al niet zo “hard”. Dit jaar komt daar nog bij, dat een deel van de enquête is afgenomen vóór, en een deel ná de lockdown in verband met de Coronapandemie van half maart. Het is niet na te gaan, in hoeverre eventuele veranderingen in het onbetaald werk ook van invloed zijn geweest bij de beantwoording van de vragen: heeft iemand die in de nieuwe omstandigheden tijdelijk gestopt is met zijn of haar onbetaald werk de vragen beantwoord naar de “normale” oude omstandigheden, of naar de nieuwe? (En anderzijds: misschien is het onbetaald werk ook wel, al dan niet tijdelijk, toegenomen door de veranderde omstandigheden; maar ook dán geldt die zelfde vraag.) Bovendien speelt deze vraag op verschillende manieren bij verschillende soorten onbetaald werk: sommige soorten zijn immers onmogelijk geworden, sommige moeilijker en/of minder aantrekkelijk, en sommige noodzakelijker. Op basis van de respons tot 15 maart lijkt de omvang van het onbetaald werk in Rotterdam iets toegenomen; daarna nam het fors af. De Corona-crisis heeft dan ook flink roet in het eten gegooid.
Wat dat op termijn betekent, is de grote vraag: komen al die afgehaakte onbetaald werkers na de crisis weer terug? Veel zal daarbij afhangen van verdere omstandigheden; vaak zijn informele hulp en vrijwilligerswerk immers geen onvermijdbare activiteiten zoals bijvoorbeeld mantelzorg, maar een vrijwillige keuze, en verricht men dergelijk werk alleen onder voldoende bevredigende voorwaarden. Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam
invloed te zijn op de deelname aan onbetaald werk: na het begin van de lockdown nam het onbetaald werk fors af.
In de eerste helft van 2020 verrichtte 48% van de Rotter-
(Deze daling lijkt overigens vooral veroorzaakt door een
dammers van 13 tot en met 75 jaar wel eens één of meer
forse daling bij de Rotterdammers met een migratieachter-
vormen van onbetaald werk op vrijwillige basis: 33% deed
grond; bij de Rotterdammers zonder migratieachtergrond is
wel eens aan informele hulp (los van een organisatie), en
nauwelijks iets veranderd!) De 2020-cijfers weerspiegelen
37% verrichtte vrijwilligerswerk in georganiseerd verband.
daardoor een soort “gemiddelde”. Een voorzichtige con-
Voor een deel gaat het hier om de zelfde mensen: 23% deed
clusie zou dus moeten zijn, dat steeds meer Rotterdammers
namelijk zowel aan informele hulp als aan vrijwilligerswerk.
bereid zijn zich middels informele hulp en vrijwilligerswerk in te zetten voor de samenleving, maar dat de Corona-crisis
Het onbetaald werk lijkt daarmee weer wat afgenomen ten
flink roet in het eten heeft gegooid. De grote vraag is nu dan
opzichte van 2019. Probleem is echter, dat de enquête voor
ook, of al die afgehaakte onbetaald werkers na de crisis
een deel is afgenomen vóór de “intelligente lockdown” in
weer zullen terugkomen...
verband met de Corona-crisis, en voor een deel ná het begin daarvan. De veranderde omstandigheden blijken sterk van
3
Bovenstaande percentages betekenen (voor wat ze waard
vraagstelling. Dit geldt ook voor vergelijkingen met uitkom-
zijn gezien het bovenstaande) dat in 2020 in totaal (afgerond
sten van de enquête voor het Wijkprofiel.
op veelvouden van 5.000) “gemiddeld” zo’n 175.000 Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar informele hulp verricht-
Aantal bestede uren
ten, en zo’n 190.000 vrijwilligerswerk. Tezamen betreft dit zo’n 250.000 onbetaald werkers.
26% van de Rotterdammers die onbetaald werk verrichten en de daaraan bestede tijd kunnen inschatten, besteedt
De informele hulp bestaat in de meeste gevallen uit het
daar minder dan een uur per week aan, en 61% besteedt er
geven van informatie en advies, het verlenen van lichame-
niet meer dan ongeveer twee uur per week aan. Slechts 9%
lijke of huishoudelijke hulp en het verrichten van diensten.
besteedt er méér dan tien uur per week aan.
Rotterdammers die wel eens aan informele hulp doen, doen
Deze schatting impliceert dat die 61% van de onbetaald
dat vaak op meerdere terreinen: gemiddeld zijn door hen 2,8
werkers die er niet meer dan twee uur per week aan be-
soorten hulp genoemd. De gemeten afname van de infor-
steedt daarmee slechts 26% van de totale tijd van onbetaald
mele hulp in 2019 heeft over de hele linie in vergelijkbare
werkers voor zijn rekening neemt, terwijl anderzijds de 9%
mate plaatsgevonden, en eigenlijk pas begon bij het begin
die er méér dan tien uur per week aan besteedt daarmee
van de lockdown.
46% voor zijn rekening neemt.
Vrijwilligers zijn van oudsher, en net als landelijk, het meest actief in sportorganisaties en in organisaties of instellingen
Opvallend is, dat er nauwelijks verschil lijkt te zijn tussen de
voor hulp of bezoek aan zieken, bejaarden of gehandicap-
hoeveelheid per persoon bestede tijd vóór en ná het begin
ten. Ook bij het vrijwilligerswerk zijn het vaak de zelfden die
van de lockdown. Hoewel sommige respondenten wellicht
je op meerdere plaatsen tegenkomt: de Rotterdammers die
deze vraag hebben beantwoord naar de “normale” oude om-
vrijwilligerswerk verrichten, doen dat gemiddeld in 1,9 soor-
standigheden in plaats van naar de nieuwe, suggereert dit
ten organisaties. Ook de afname van het in 2020 gemeten
dat het weggevallen onbetaald werk niet door de overge-
vrijwilligerswerk heeft bij bijna alle soorten plaatsgevonden,
blevenen is overgenomen.
en ook hier is die daling vooral ingezet sinds het begin van de lockdown.
Gemiddeld besteden de onbetaald werkers volgens de totale enquête zo’n 3,3 uur per week aan hun onbetaald werk;
Informele hulp wordt vaker verleend door 65-plussers / ge-
per Rotterdammer is dat zo’n 1,7 uur. In totaal zou daarmee
pensioneerden, mensen zonder kinderen en hoog opge-
in Rotterdam zo’n 0,9 miljoen uur per week worden besteed
leiden, en minder vaak door Rotterdammers met een niet-
aan onbetaald werk, wat gelijk staat aan zo’n 20.- tot 25.000
westerse migratieachtergrond. De daling sinds de lockdown
arbeidsplaatsen van 38 uur per week.
lijkt zich bij bijna alle onderscheiden bevolkingsgroepen te
Op basis van de antwoorden van de respondenten van vóór
hebben gemanifesteerd, maar lijkt uiteindelijk vooral veroor-
het begin van de lockdown zou het totaal aantal uren per
zaakt door een forse daling bij de Rotterdammers met een
week zo’n 1,0 miljoen bedragen; op basis van die daarná
migratieachtergrond.
zo’n 0,7 miljoen; een afname met 30%.
Vrijwilligerswerk wordt vaker verricht door alleenwonenden en hoog opgeleiden, en minder vaak door Rotterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond. Ook hier lijkt de daling zich bij bijna alle bevolkingsgroepen te hebben gemanifesteerd, en vooral te zijn veroorzaakt door een forse daling bij de Rotterdammers met een migratieachtergrond. Bij het totaal aan onbetaald werk tenslotte zijn alleenwonenden, hoog opgeleiden en Rotterdammers zonder migratie-
Vergelijking met eerdere metingen leert, dat de hoeveelheid per persoon bestede tijd de laatste jaren flink is afgenomen, al is dit jaar wel weer sprake van een toename. Al deze schattingen zijn echter ruw, en gebaseerd op een slecht beantwoorde vraag. Het online platform ‘Rotterdammersvoorelkaar’
achtergrond oververtegenwoordigd, en 16- tot 25-jarigen, laag opgeleiden (dat wil zeggen: zonder startkwalificatie) en
Sinds september 2016 bestaat in Rotterdam het online
Rotterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond
platform voor vrijwillige inzet, burenhulp en vrijwilligerswerk
ondervertegenwoordigd.
www.rotterdammersvoorelkaar.nl. Hier kan men kijken als men zich als vrijwilliger wil inzetten, en kan men (hulp)
Vergelijking met landelijke deelnamepercentages van CBS of SCP is niet goed mogelijk door verschillen in definities en
4
vragen van anderen bekijken of hierop reageren. Vraag en aanbod van vrijwillige inzet komen hier dus samen.
21% van de vrijwilligers zegt ‘Rotterdammersvoorelkaar’ te kennen, en 15% van de overige Rotterdammers. In totaal zegt daarmee 17% van de Rotterdammers dit platform te kennen. Bij vrijwilligers én bij niet-vrijwilligers betekent dit geen significante toe- of afname van de bekendheid van het platform. 3% van de Rotterdammers zegt ook wel eens gebruik te hebben gemaakt van dit platform: 6% van de vrijwilligers, en 1% van de overige Rotterdammers. Er is dus nog een groot verschil tussen de bekendheid (na drie-en-een-half jaar) en het gebruik, waar sinds het najaar van 2017 nog nauwelijks een toename van is te zien. Potentiële groei van het vrijwilligerswerk. 16% van de Rotterdammers zegt, indien men daarvoor gevraagd wordt, onbetaald werk, of méér onbetaald werk, te willen doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in de eigen wijk). 33% wil dat niet, 40% wil dat misschien, en 12% weet het (nog) niet; waarschijnlijk veelal ook omdat dat van verdere vorm en voorwaarden zal afhangen. De bereidheid komt vooral van Rotterdammers die nu ook al vrijwilligerswerk doen (25% ‘ja’, 49% ‘misschien’ en 8% ‘weet niet’), maar ook van de Rotterdammers die nu nog géén vrijwilligerswerk doen staat 10% hier positief tegenover, en twijfelt de helft (34% ‘misschien’ en 15% ‘weet niet’).
Die 11% die nu nog geen vrijwilligerswerk doet maar zegt wel vrijwilligerswerk te willen doen als ze er voor gevraagd zouden worden, staat voor (afgerond op veelvouden van 5.000) zo’n 35.000 Rotterdammers. Als die “over de streep getrokken zouden kunnen worden”, zou het aantal vrijwilligers in Rotterdam kunnen toenemen van zo’n 190.000 tot zo’n 225.000; een toename met ruim een zesde. En daarnaast is er ook nog een groep van zo’n 160.000 Rotterdammers die nu nog niet aan vrijwilligerswerk doet, maar niet bij voorbaat negatief tegenover zulk vrijwilligerswerk zou staan (‘misschien’ of ‘weet niet’). Ook hier is echter te zien dat de animo voor vrijwilligerswerk sinds het begin van de lockdown flink is afgenomen. Bij wie nu al vrijwilligerswerk verricht is er nauwelijks iets veranderd, maar wie nu nog geen vrijwilligerswerk verricht zegt sindsdien veel vaker ‘nee’ in plaats van ‘misschien’ of ‘weet niet’.
5
6
Inhoudsopgave Voorwoord Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam
9 11
1.1 Omvang
11
1.2 Soort activiteiten
12
1.3 Kenmerken van de Rotterdamse informele helpers en vrijwilligers
14
1.4 Vergelijking met andere bronnen
15
Het aantal bestede uren
19
Vragen over vrijwilligerswerk
21
Potentiële groei van het vrijwilligerswerk
23
4.1 Potentiële aanwas
23
4.2 Kenmerken van de potentiële aanwas
24
Onderzoeksopzet; vergelijkbaarheid
25
A.1 Enquête, respons en representativiteit in het kort
25
A.2 Vrijetijdsonderzoek en Omnibusenquête; weging
25
De vragen in de vragenlijst
27
De betekenis van de percentages
29
C.1 Percentages
29
C.2 Vergelijkingen
29
C.3 Gemiddelden
30
7
8
Voorwoord De afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) van
identieke procedure daarbij niet mogelijk vanwege de klei-
de gemeente Rotterdam voerde in het verleden tweejaarlijks
nere omvang van de steekproef van de Omnibusenquête.
in het najaar een Vrijetijdsonderzoek (VTO) uit onder Rotter-
Dit jaar zijn de vragen over onbetaald werk aan een twee
dammers van 13 tot en met 75 jaar, met als titel Vrije tijd in
keer zo grote steekproef voorgelegd, wat resulteerde in
Rotterdam. Daarin werden op verzoek van het Cluster Maat-
2.117 respondenten (wat een respons van 29% betekende),
schappelijke Ontwikkeling ook altijd vragen opgenomen
waarvan er 1.904 bruikbaar en 75 jaar of jonger waren. Ter
over twee soorten onbetaald werk op vrijwillige basis: vrijwil-
vergelijking: vorig jaar waren dat er 896, terwijl dat er bij het
ligerswerk (in georganiseerd verband) en informele hulp
VTO van 2017 1.609 waren.
(“op eigen houtje”). Omdat het VTO niet meer bestaat,
Voor een uitgebreide verantwoording van onderzoeksopzet,
worden deze vragen sinds 2019 opgenomen in de jaarlijkse
respons en representativiteit van de Omnibusenquête 2020
Omnibusenquête van OBI. Daarbij wordt nog uitgegaan van
wordt verwezen naar Bijlage A.
de “oude” begrippen ‘vrijwilligerswerk’ en ‘informele hulp’ en
De precieze formulering van de vragen over vrijwilligerswerk
hun toenmalige definities, en nog niet van de “nieuwe” drie
en informele hulp is opgenomen in Bijlage B.
begrippen ‘burenhulp’, ‘vrijwilligerswerk’ en ‘mantelzorg’ uit het Visiedocument In Rotterdam doen we iets voor een
Opbouw van deze rapportage
ander. De voorliggende rapportage gaat over de beantwoording van deze vragen in de Omnibusenquête van 2020, die
Deze rapportage is als volgt opgebouwd.
identiek zijn aan die uit de Omnibusenquête van 2019 en
In hoofdstuk 1 wordt de deelname aan vrijwilligerswerk, in-
waarvan de meeste ook zo in eerdere VTO’s zijn gesteld.
formele hulp en het totaal aan onbetaald werk besproken en
Overigens zijn ook de vragen over mantelzorg uit het voor-
vergeleken met die volgens de Vrijetijdsonderzoeken uit
malige VTO dit jaar opgenomen in de Omnibusenquête.
eerdere jaren. Ook komen de kenmerken van degenen die
Hierover bestaat een afzonderlijke rapportage.
vrijwilligerswerk doen en informele hulp bieden aan de orde. Hoofdstuk 2 gaat over het aantal bestede uren, in hoofd-
De enquête
stuk 3 komt de bekendheid van het online platform ‘Rotterdammersvoorelkaar’ aan de orde, en in hoofdstuk 4 de po-
Zoals gezegd, stammen de gegevens voor dit onderzoek uit
tentiële groei van het onbetaald werk: hoeveel Rotterdam-
de in 2020 gehouden Omnibusenquête van OBI. Deze en-
mers zouden zulk werk, of méér van zulk werk, doen als ze
quête is in opzet vergelijkbaar met het voormalige VTO,
daarvoor gevraagd werden?
doch gericht op een iets andere leeftijdscategorie: de vragenlijst, die deels schriftelijk en deels via internet is ingevuld,
Deze rapportage kent drie bijlagen. In Bijlage A worden res-
is op basis van een steekproef uit de bevolkingsadmini-
pons en representativiteit van de Omnibusenquête 2020 be-
stratie verspreid onder 7.200 Rotterdammers van 16 tot en
sproken aan de hand van de achtergrondkenmerken van de
met 85 jaar. De steekproeven voor het VTO bevatten
respondenten. In Bijlage B zijn de vragen uit de enquête
Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar. Voor een zo goed
letterlijk uit de vragenlijst overgenomen, en in Bijlage C
mogelijke vergelijkbaarheid met de eerdere metingen heeft
wordt een korte toelichting gegeven op de statistische inter-
daarom, net als in 2019, voor de aantallen of percentages
pretatie van de in deze rapportage weergegeven percen-
onbetaald werkers een bijschatting van onbetaald werkende
tages en over de significantie van verschillen. De bood-
13- tot en met 15-jarigen plaatsgevonden op basis van het
schap uit die laatste bijlage moge zijn, dat in het algemeen
percentage onbetaald werkers in deze leeftijdscategorie in
verschillen of afwijkingen van 1- à 2% niet als verschillen
2017, en zijn de respondenten van 76 jaar en ouder buiten
mogen worden beschouwd, maar evengoed door het toe-
beschouwing gebleven. Voorts heeft voor die vergelijkbaar-
valskarakter van de steekproeven kunnen zijn veroorzaakt.
heid een weging van de resultaten plaatsgevonden die ver-
Als bijvoorbeeld iets het ene jaar 14% was, en het volgende
gelijkbaar is met de weging bij het VTO. Vorig jaar was een
jaar 15%, dan is daarmee dus nog geen toename aange-
Voorwoord
9
toond. Bij kleinere aantallen respondenten (bij deelgroepen) is die marge zelfs nog wat groter. Noten in de tekst zijn te vinden aan het eind van het betreffende hoofdstuk c.q. de betreffende bijlage. In de onderste regel van tabellen staat telkens onder de noemer ‘RESPONS’ vermeld op hoeveel respondenten de uitkomsten in de betreffende kolom gebaseerd zijn. Deze aantallen dienen als indicatie voor de nauwkeurigheid van de betreffende uitkomsten te worden opgevat: hoe hoger het aantal, hoe kleiner de toevalsmarge. Tot slot zij er op gewezen dat overal waar in deze rapportage gesproken wordt over ‘de Rotterdammers’, de Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar bedoeld worden. Op 1 januari 2020 waren dat er 519.612.
10
Voorwoord
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam 37% verrichtte vrijwilligerswerk in georganiseerd verband.
1.1 Omvang
Voor een deel gaat het hier om de zelfde mensen: 23% deed Volgens de Omnibusenquête 2020 verricht 48% van de Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar wel eens één of meer vormen van onbetaald werk op vrijwillige basis. 33% deed wel eens aan informele hulp (los van een organisatie), en
Figuur 1.1:
zowel aan informele hulp als aan vrijwilligerswerk. In figuur 1.1 is de ontwikkeling van de deelname aan onbetaald werk in Rotterdam sinds 1995 volgens de VTO’s van 1995 tot en met 2017 en de Omnibusenquêtes van 2019 en 2020 te zien.
Deelnamepercentages aan onbetaald werk op vrijwillige basis in Rotterdam; 1995 tot en met 2020.
70%
60%
50%
40%
Informele hulp Beide Vrijwilligerswerk
30%
20%
10%
0%
ONBETAALD WERK
1995
1997
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2020
Informele hulp 30% Vrijwilligerswerk 30%
27% 30%
27% 32%
29% 33%
28% 30%
26% 31%
32% 30%
28% 32%
30% 36%
30% 34%
28% 37%
38% 40%
33% 37%
Alléén informele hulp 17% Alléén vrijwilligerswerk 16% Beide 14%
14% 17% 13%
14% 19% 13%
14% 18% 14%
13% 15% 14%
12% 17% 14%
15% 13% 17%
11% 16% 17%
12% 18% 18%
14% 18% 16%
10% 18% 19%
14% 16% 24%
11% 14% 23%
Totaal onbetaald werk 46% Geen van beide 54%
44% 56%
46% 54%
47% 53%
43% 57%
43% 57%
45% 55%
43% 57%
48% 52%
48% 52%
47% 53%
54% 46%
48% 52%
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
RESPONS
1.449
1.338
1.567
1.698
2.962
6.837
4.185
2.692
2.948
2.732
1.609
896
1.904
De gegevens over 1995 en 1997 zijn exclusief 13- tot en met 15-jarigen: die werden in VTO’s pas sinds 2001 ondervraagd. Hoewel de omvang van het onbetaald werk bij deze leeftijdsgroep iets lager is dan bij oudere Rotterdammers, is de invloed hiervan op de totaalcijfers verwaarloosbaar.
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam – Hoofdstuk 1
11
Het onbetaald werk lijkt daarmee weer wat afgenomen ten
een soort “gemiddelde”. In paragraaf 1.3 zal overigens blij-
opzichte van 2019. Probleem is echter, dat de enquête voor
ken dat de verschillen tussen vóór en vanaf 15 maart waar-
een deel is afgenomen vóór de “intelligente lockdown” in
schijnlijk iets minder groot zijn.
verband met de Corona-crisis, en voor een deel ná het begin
Een voorzichtige conclusie zou dus moeten zijn, dat steeds
daarvan. De veranderde omstandigheden blijken sterk van
meer Rotterdammers bereid zijn zich middels informele hulp
invloed te zijn op de deelname aan onbetaald werk, zoals in
en vrijwilligerswerk in te zetten voor de samenleving, maar
figuur 1.1a is te zien. Op basis van de respons tot 15 maart
dat de Corona-crisis flink roet in het eten heeft gegooid. De
lijkt het onbetaald werk zelfs iets toegenomen; daarná nam
grote vraag is nu dan ook, of al die afgehaakte onbetaald
het echter fors af. De 2020-cijfers weerspiegelen daardoor
werkers na de crisis weer zullen terugkomen...
Figuur 1.1a:
Deelnamepercentages aan onbetaald werk op vrijwillige basis in Rotterdam; relatie met Corona-crisis.
ONBETAALD WERK
2019
2020 vóór 15 maart
2020 vanaf 15 maart
2020 totaal
Informele hulp Vrijwilligerswerk
38% 40%
40% 43%
29% 32%
33% 37%
Alléén informele hulp Alléén vrijwilligerswerk Beide
14% 16% 24%
13% 16% 27%
9% 12% 20%
11% 14% 23%
Totaal onbetaald werk Geen van beide
54% 46%
56% 44%
41% 59%
48% 52%
Totaal
100%
100%
100%
100%
RESPONS
896
855
1.049
1.904
De uiteindelijke deelnamepercentages (voor wat ze waard
of huishoudelijke hulp (zoals het verzorgen van zieken of
zijn gezien het bovenstaande) betekenen dat in 2020 in
boodschappen doen; eveneens 17%) en het verrichten van
totaal (afgerond op veelvouden van 5.000) “gemiddeld” zo’n
diensten (15%). Rotterdammers die wel eens aan informele
175.000 Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar informele
hulp doen, doen dat vaak op meerdere terreinen: gemiddeld
hulp verrichtten, en zo’n 190.000 vrijwilligerswerk. Tezamen
zijn door hen 2,8 soorten hulp genoemd.
betreft dit zo’n 250.000 onbetaald werkers. Figuur 1.2 laat tevens zien dat de afname van de in 2020 gemeten informele hulp over de hele linie in vergelijkbare
1.2 Soort activiteiten
mate heeft plaatsgevonden, en eigenlijk pas begon bij het begin van de lockdown.
Zoals in figuur 1.2 is te zien, bestaat die informele hulp in de
Voor de precieze, met voorbeelden aangevulde aanduiding
meeste gevallen uit het geven van informatie en advies
van de in de vragenlijst voorgelegde mogelijkheden zij ver-
(17% van de Rotterdammers), het verlenen van lichamelijke
wezen naar Bijlage B (vraag 29).
Figuur 1.2:
Deelnamepercentages informele hulp naar soort; 1995 tot en met 2020.
SOORT HULP
1995
1997
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2020
Lichamelijke/huishoudelijke hulp 15% Geestelijke/psychische hulp 8% Informatie en advies 11% Diensten verrichten 13% Opvang kinderen 9%
10% 6% 11% 12% 8%
12% 7% 10% 12% 9%
13% 7% 11% 13% 8%
12% 6% 10% 13% 9%
11% 6% 11% 12% 7%
15% 8% 16% 14% 11%
11% 6% 10% 12% 6%
13% 7% 14% 14% 9%
14% 8% 16% 16% 9%
14% 7% 15% 15% 7%
20% 12% 20% 18% 10%
17% 9% 17% 15% 8%
Les geven 2% Ontspanning, sport, spel, recreatie 5% Overig werk met / hulp aan anderen 12%
2% 5% 11%
2% 5% 10%
2% 5% 11%
2% 6% 11%
2% 6% 11%
3% 7% 14%
2% 5% 12%
3% 8% 16%
4% 7% 12%
4% 9% 13%
6% 12% 19%
4% 8% 15%
Totaal
30%
27%
27%
29%
28%
26%
32%
28%
30%
30%
28%
38%
33%
Gemiddeld aantal soorten
2,4
2,4
2,6
2,5
2,5
2,5
2,7
2,3
2,7
2,9
2,9
3,0
2,8
RESPONS
12
1.437 1.338 1.567 1.698 2.962 6.837 4.185 2.692 2.948 2.732 1.609
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam
896 1.904
Figuur 1.2a:
Deelnamepercentages informele hulp naar soort; relatie met Corona-crisis.
SOORT HULP
2019
2020 vóór 15 maart
2020 vanaf 15 maart
2020
Lichamelijke/huishoudelijke hulp Geestelijke/psychische hulp Informatie en advies Diensten verrichten Opvang kinderen
20% 12% 20% 18% 10%
20% 12% 23% 19% 10%
15% 6% 13% 12% 6%
17% 9% 17% 15% 8%
Les geven Ontspanning, sport, spel, recreatie Overig werk met / hulp aan anderen
6% 12% 19%
5% 11% 18%
4% 6% 13%
4% 8% 15%
Totaal
38%
40%
29%
33%
Gemiddeld aantal soorten
3,0
2,9
2,6
2,8
RESPONS
896
855
1.049
1.904
Figuur 1.3 laat zien dat vrijwilligers van oudsher het meest
je op meerdere plaatsen tegenkomt: Rotterdammers die vrij-
actief zijn in een sportvereniging, -bond of -school (10% van
willigerswerk verrichten, doen dat gemiddeld in 1,9 soorten
de Rotterdammers) en in organisaties of instellingen voor
organisaties.
hulp of bezoek aan zieken, bejaarden of gehandicapten (eveneens 10%). Ook landelijk is sport het terrein waarop
Voor de precieze, met voorbeelden aangevulde aanduiding
vrijwilligerswerk het meest wordt genoemd1.
van de in de vragenlijst voorgelegde mogelijkheden zij ook hier verwezen naar Bijlage B (vraag 30).
Ook bij vrijwilligerswerk zijn het vaak de zelfde mensen die Figuur 1.3:
Deelnamepercentages vrijwilligerswerk naar soort; 1995 tot en met 2020.
SOORT VRIJWILLIGERSWERK
1995
1997
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2020
Hulp/bezoek zieken, bej., gehandic. Andere hulp- en dienstverlening Kinderopvang Jeugd- en jongerenwerk Onderwijs Kerk, moskee, levensbesch. org. Politieke organisatie Beroeps- of belangenorganisatie Vrouwenorganisatie Culturele organisatie Sportorganisatie Actie- of milieugroep Overige organisaties
5% 2% 2% 4% 4% 7% 1% 3% 1% 3% 9% 2% 7%
4% 1% 1% 4% 5% 7% 2% 3% 1% 3% 9% 1% 7%
7% 3% 4% 5% 5% 8% 2% 3% 3% 5% 10% 2% 8%
7% 1% 4% 3% 5% 8% 1% 2% 2% 4% 9% 1% 8%
5% 2% 3% 3% 5% 7% 1% 2% 2% 3% 9% 2% 7%
6% 2% 2% 3% 6% 8% 2% 3% 2% 3% 9% 2% 8%
7% 2% 2% 3% 5% 8% 2% 3% 1% 3% 8% 2% 8%
6% 2% 2% 4% 5% 7% 2% 3% 2% 5% 8% 2% 10%
8% 3% 3% 4% 6% 10% 2% 3% 2% 5% 10% 2% 10%
6% 2% 2% 5% 7% 9% 1% 3% 2% 5% 10% 2% 9%
10% 3% 2% 5% 7% 10% 3% 3% 2% 5% 11% 3% 13%
11% 3% 4% 6% 8% 7% 2% 5% 2% 7% 12% 4% 12%
10% 3% 2% 3% 7% 8% 2% 4% 2% 5% 10% 2% 13%
Totaal
30%
30%
32%
33%
30%
31%
30%
32%
36%
34%
37%
40%
37%
Gemiddeld aantal soorten
1,6
1,6
1,7
1,7
1,7
1,8
1,9
1,8
1,9
1,9
2,1
2,1
1,9
RESPONS
1.437 1.338 1.567 1.698 2.962 6.837 4.185 2.692 2.948 2.732 1.609
896 1.904
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam – Hoofdstuk 1
13
Figuur 1.3a:
Deelnamepercentages vrijwilligerswerk naar soort; relatie met Corona-crisis.
SOORT VRIJWILLIGERSWERK
2019
2020 vóór 15 maart
2020 vanaf 15 maart
2020
Hulp/bezoek zieken, bej., gehandic. Andere hulp- en dienstverlening Kinderopvang Jeugd- en jongerenwerk Onderwijs Kerk, moskee, levensbesch. org. Politieke organisatie Beroeps- of belangenorganisatie Vrouwenorganisatie Culturele organisatie Sportorganisatie Actie- of milieugroep Overige organisaties
11% 3% 4% 6% 8% 7% 2% 5% 2% 7% 12% 4% 12%
12% 3% 3% 4% 8% 9% 2% 5% 2% 5% 12% 2% 15%
8% 2% 2% 3% 6% 7% 2% 3% 2% 4% 8% 3% 11%
10% 3% 2% 3% 7% 8% 2% 4% 2% 5% 10% 2% 13% 37%
Totaal
40%
43%
32%
Gemiddeld aantal soorten
2,1
1,9
1,9
1,9
RESPONS
896
855
1.049
1.904
Ook de afname van het in 2020 gemeten vrijwilligerswerk
hulp en vrijwilligerswerk doen, maar ook welke categorieën
heeft bij bijna alle soorten plaatsgevonden, en ook hier is die
Rotterdammers sinds het begin van de lockdown zijn afge-
daling vooral ingezet sinds het begin van de lockdown.
haakt. Bij de interpretatie van gegevens voor deelgroepen moet er
1.3 Kenmerken van de Rotterdamse informele helpers en vrijwilligers
rekening mee worden gehouden, dat deze op kleinere aantallen waarnemingen zijn gebaseerd dan de gegevens over alle Rotterdammers uit de vorige paragrafen. De onnauwkeurigheid is hier dan ook groter, en vaker zijn de gepresen-
In deze paragraaf worden de kenmerken besproken van de
teerde percentages dan ook slechts indicatief. In het bij-
Rotterdammers die informele hulp en vrijwilligerswerk ver-
zonder geldt dat dus ook voor vergelijkingen voor de vraag
richten. Daartoe zijn in de figuren 1.4, 1.5 en 1.6 deelname-
welke Rotterdammers sinds het begin van de lockdown zijn
percentages aan informele hulp, vrijwilligerswerk en het to-
afgehaakt.
taal aan onbetaald werk per bevolkingscategorie weergegeven. Onderlinge vergelijking van deze percentages leert, welke Rotterdammers meer, en welke minder aan informele
14
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam Hoofdstuk 1
Figuur 1.4:
Deelnamepercentages aan informele hulp; relatie met Corona-crisis.
PERSOONSKENMERKEN
2019
2020 2020 vóór 15 maart vanaf 15 maart
2020 totaal
Geslacht:
Man Vrouw
36% 41%
38% 42%
29% 29%
33% 34%
Leeftijd:
13 tot 16 jaar 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 t/m 75 jaar
(29%) (32%) 41% 35% (46%)
. (39%) 35% 41% (50%)
. (17%) 25% 36% (35%)
(29%) 26% 29% 38% 42%
Huishoudensamenstelling:
Alleenwonend Inwonend kind Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met kind(eren) Eén ouder met kind(eren)
46% (29%) 38% 37% (54%)
(40%) (35%) 42% (37%) (45%)
36% (14%) 34% 26% (31%)
38% (21%) 38% 30% (37%)
Hoogst voltooide opleiding:
Laag (geen startkwalificatie) Midden Hoog (HBO / universitair)
27% 44% 41%
(38%) 36% 43%
24% 22% 38%
29% 28% 40%
Sociaal-economische situatie:
Betaald werk Uitkering Gepensioneerd Overig zonder betaald werk
39% (45%) (44%) (31%)
38% (43%) (50%) (36%)
29% (37%) (35%) (18%)
33% (40%) 42% 25%
Huishoudensinkomen:
Minima Tussen minimum en modaal Boven-modaal Onbekend
(44%) (42%) 42% 27%
(44%) (44%) 39% (37%)
(38%) (32%) 36% 17%
41% 37% 37% 22%
Etniciteit:
Geen migratieachtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
40% (42%) 34%
42% (34%) (37%)
41% (27%) 20%
42% 30% 25%
38%
40%
29%
33%
TOTAAL
N.B.: Gegevens die zijn gebaseerd op minder dan 200 waarnemingen zijn tussen haakjes geplaatst en zijn slechts indicatief. Leesvoorbeeld: Linksboven: in 2019 verleende 36% van de mannen informele hulp, 41% van de vrouwen, enzovoorts. Kolom daarnaast: vóór 15 maart 2020 zei 38% van de mannen informele hulp te verlenen, 42% van de vrouwen, enzovoorts. De percentages voor 13- tot 16-jarigen zijn de percentages uit de meting uit 2017, die zijn gebruikt om voor het totaal tot percentages voor 13- tot en met 75-jarigen te komen.
Informele hulp wordt vaker verleend door 65-plussers / ge-
zónder migratieachtergrond is nauwelijks iets veranderd!
pensioneerden, mensen zonder kinderen en hoog opge-
Daarbij moet overigens nog worden opgemerkt dat de
leiden, en minder vaak door Rotterdammers met een niet-
respons van vóór 15 maart relatief minder, en die van vanaf
westerse migratieachtergrond.
15 maart relatief meer Rotterdammers met een migratieachtergrond bevat2. Dat betekent dat de 40% van vóór
Hoewel vooral over de periode vóór 15 maart veel percen-
15 maart een lichte overschatting zal zijn geweest, en de
tages slechts indicatief zijn, lijkt de daling van de informele
29% van vanaf 15 maart een lichte onderschatting. Oftewel:
hulp zich bij bijna alle onderscheiden bevolkingscategorieën
de afname sinds het begin van de lockdown zal in werkelijk-
te hebben gemanifesteerd. Uiteindelijk lijkt de daling echter
heid iets minder groot zijn geweest.
vooral veroorzaakt door een forse daling bij de Rotterdammers met een migratieachtergrond: bij de Rotterdammers
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam – Hoofdstuk 1
15
Figuur 1.5:
Deelnamepercentages aan vrijwilligerswerk; relatie met Corona-crisis.
PERSOONSKENMERKEN
2019
2020 2020 vóór 15 maart vanaf 15 maart
2020 totaal
Geslacht:
Man Vrouw
43% 37%
42% 45%
31% 33%
36% 37%
Leeftijd:
13 tot 16 jaar 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 t/m 75 jaar
(45%) (40%) 43% 35% (37%)
. (47%) 44% 42% (42%)
. (20%) 30% 36% (38%)
(45%) 31% 36% 39% 40%
Huishoudensamenstelling:
Alleenwonend Inwonend kind Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met kind(eren) Eén ouder met kind(eren)
46% (36%) 32% 45% (42%)
(49%) (43%) 39% (42%) (41%)
40% (15%) 35% 30% (42%)
44% (25%) 37% 34% (42%)
Hoogst voltooide opleiding:
Laag (geen startkwalificatie) Midden Hoog (HBO / universitair)
27% 42% 46%
(36%) 33% 53%
24% 25% 42%
28% 28% 48%
Sociaal-economische situatie:
Betaald werk Uitkering Gepensioneerd Overig zonder betaald werk
42% (37%) (33%) (39%)
46% (39%) (40%) (40%)
32% (32%) (37%) (26%)
38% (35%) 38% 31%
Huishoudensinkomen:
Minima Tussen minimum en modaal Boven-modaal Onbekend
(47%) (40%) 47% 23%
(46%) (41%) 44% (42%)
(41%) (37%) 40% 18%
43% 39% 42% 23%
Etniciteit:
Geen migratieachtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
44% (42%) 32%
45% (44%) (39%)
43% (34%) 22%
44% 38% 27%
40%
43%
32%
37%
TOTAAL
N.B.: Gegevens die zijn gebaseerd op minder dan 200 waarnemingen zijn tussen haakjes geplaatst en zijn slechts indicatief. Leesvoorbeeld: Linksboven: in 2019 verrichtte 43% van de mannen vrijwilligerswerk, 37% van de vrouwen, enzovoorts. Kolom daarnaast: vóór 15 maart 2020 zei 42% van de mannen vrijwilligerswerk te verrichten, 45% van de vrouwen, enzovoorts. De percentages voor 13- tot 16-jarigen zijn de percentages uit de meting uit 2017, die zijn gebruikt om voor het totaal tot percentages voor 13- tot en met 75-jarigen te komen.
Vrijwilligerswerk wordt vaker verricht door alleenwonenden
zijn veroorzaakt door een forse daling bij de Rotterdammers
en hoog opgeleiden, en minder vaak door Rotterdammers
met een migratieachtergrond, en zal de afname sinds het
met een niet-westerse migratieachtergrond.
begin van de lockdown in werkelijkheid iets minder groot zijn geweest.
Ook hier lijkt de daling zich bij bijna alle onderscheiden bevolkingscategorieën te hebben gemanifesteerd, en vooral te
16
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam Hoofdstuk 1
Figuur 1.6:
Deelnamepercentages aan onbetaald werk, totaal; 2020.
PERSOONSKENMERKEN
2019
2020 2020 vóór 15 maart vanaf 15 maart
2020 totaal
Geslacht:
Man Vrouw
52% 55%
53% 60%
39% 42%
46% 49%
Leeftijd:
13 tot 16 jaar 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 t/m 75 jaar
(57%) (47%) 57% 51% (58%)
. (59%) 53% 57% (62%)
. (25%) 37% 47% (50%)
(57%) 39% 44% 51% 55%
Huishoudensamenstelling:
Alleenwonend Inwonend kind Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met kind(eren) Eén ouder met kind(eren)
64% (43%) 49% 56% (64%)
(59%) (53%) 55% (55%) (57%)
49% (19%) 47% 38% (49%)
54% (31%) 51% 44% (52%)
Hoogst voltooide opleiding:
Laag (geen startkwalificatie) Midden Hoog (HBO / universitair)
40% 55% 61%
(48%) 49% 64%
34% 33% 51%
39% 40% 58%
Sociaal-economische situatie:
Betaald werk Uitkering Gepensioneerd Overig zonder betaald werk
55% (53%) (55%) (49%)
56% (52%) (63%) (55%)
41% (43%) (50%) (30%)
48% (46%) 55% 39%
Huishoudensinkomen:
Minima Tussen minimum en modaal Boven-modaal Onbekend
(59%) (55%) 62% 35%
(58%) (51%) 57% (56%)
(53%) (48%) 51% 23%
56% 49% 54% 31%
Etniciteit:
Geen migratieachtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
60% (56%) 44%
60% (54%) (50%)
57% (40%) 28%
58% 46% 34%
54%
56%
41%
48%
TOTAAL
N.B.: Gegevens die zijn gebaseerd op minder dan 200 waarnemingen zijn tussen haakjes geplaatst en zijn slechts indicatief. Leesvoorbeeld: Linksboven: in 2019 verrichtte 52% van de mannen onbetaald werk, 55% van de vrouwen, enzovoorts. Kolom daarnaast: vóór 15 maart 2020 zei 38% van de mannen onbetaald werk te verrichten, 42% van de vrouwen, enzovoorts. De percentages voor 13- tot 16-jarigen zijn de percentages uit de meting uit 2017, die zijn gebruikt om voor het totaal tot percentages voor 13- tot en met 75-jarigen te komen.
Bij het totaal aan onbetaald werk tenslotte zijn alleenwonen-
formele hulp en/of vrijwilligerswerk) verricht, is zeer afhan-
den, hoog opgeleiden en Rotterdammers zonder migratie-
kelijk van de definitie en de manier waarop er in de vragen-
achtergrond oververtegenwoordigd, en 16- tot 25-jarigen,
lijst naar gevraagd wordt. (In het bijzonder: of men eigen
laag opgeleiden (dat wil zeggen: zonder startkwalificatie) en
activiteiten in de omschrijving in de vragenlijst herkent.)
Rotterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond
In Rotterdam komt onbetaald werk ook in andere enquêtes
ondervertegenwoordigd.
wel eens aan de orde; in het bijzonder tweejaarlijks in die voor het Wijkprofiel. Zo zou volgens het Wijkprofiel 2018 in
Ook in totaal lijkt de daling zich bij bijna alle onderscheiden
2017 23% van de Rotterdammers van 15 jaar en ouder vrij-
bevolkingscategorieën te hebben gemanifesteerd, en vooral
willigerswerk hebben verricht, en zou dit volgens het Wijk-
te zijn veroorzaakt door een forse daling bij de Rotterdam-
profiel 2020 in 2019 zijn toegenomen tot 24%. In het achter-
mers met een migratieachtergrond, en zal de afname sinds
liggende Wijkonderzoek wordt echter op een heel andere
het begin van de lockdown in werkelijkheid iets minder groot
manier naar vrijwilligerswerk gevraagd; namelijk slechts met
zijn geweest.
de enkelvoudige vraag of men ‘voor één of meer organisaties onbetaald actief is als vrijwilliger’. (Met de toelichting:
1.4 Vergelijking met andere bronnen
‘Onbetaald wil zeggen dat u wellicht een vergoeding ontvangt, maar geen salaris. Het kan gaan om een muziek-,
Het gemeten percentage mensen dat onbetaald werk (in-
sport- of hobbyvereniging, politiek, vakbond, kerk, moskee,
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam – Hoofdstuk 1
17
school, crèche, woonvoorziening voor ouderen en dergelijke.’) Deze manier van vragen levert van oudsher andere resultaten op. Ook voor vergelijkingen met landelijke cijfers gelden dergelijke problemen.
Noten 1.
2.
18
Zie bijvoorbeeld: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (Hans Schmeets en Judith Arends): Vrijwilligerswerk: wie doet het?; Den Haag, december 2017: tabel 3.1. Sportverenigingen hebben het hoogste percentage vrijwilligers (15%), gevolgd door scholen (11%), verzorging en verpleging (9%), kerken en levensbeschouwelijke organisaties (8%) en jeugdorganisaties (8%). Het aanvullend mondeling veldwerk onder Rotterdammers met een migratieachtergrond heeft ná 15 maart plaatsgevonden. Gevolg: de respons van vóór 15 maart bestaat voor 31% uit Rotterdammers met een migratieachtergrond, en die van vanaf 15 maart voor 54%!
Omvang en aard van onbetaald werk in Rotterdam Hoofdstuk 1
Het aantal bestede uren Ook is in de enquête weer gevraagd, hoeveel uur men ge-
woord. Bovendien betreft het in de eerste twee kolommen
middeld besteedt aan al het onbetaalde werk uit de voor-
slechts een relatief klein aantal respondenten. De uitkom-
gaande vragen. Dit is kennelijk voor velen moeilijk in te
sten in figuur 2.1 zijn dan ook niet erg “hard”.
schatten: van oudsher wordt deze vraag vaak niet beantFiguur 2.1:
Aan het onbetaalde werk bestede tijd naar soort onbetaald werk; 2020.
AANTAL BESTEDE UREN
Alleen informele hulp
Alleen vrijwilligerswerk
Informele hulp én vrijwilligerswerk
Alle onbetaald werkers
34% 15% 22% 12% 15% 3% 1%
17% 16% 20% 21% 15% 8% 3% 100%
26% 15% 19% 18% 12% 6% 2%
Minder dan een uur per week Ongeveer 1 uur per week Ongeveer 2 uur per week 3-4 uur per week 5-10 uur per week 11-20 uur per week Meer dan 20 uur per week
1
):
Totaal
100%
36% 13% 17% 18% 7% 6% 2% 100%
Gemiddeld aantal uren per week1
2,2
2,8
4,3
3,3
RESPONS
159
229
434
822
100%
Het gemiddelde aantal uren is geschat op basis van de opgegeven categorie.
26% van de Rotterdammers die onbetaald werk verrichten
werk.
en de daaraan bestede tijd kunnen inschatten, besteedt
Voorts impliceert deze schatting dat die 61% van de on-
daar minder dan een uur per week aan, en 61% besteedt er
betaald werkers die er niet meer dan twee uur per week aan
niet meer dan ongeveer twee uur per week aan. Slechts 9%
besteedt daarmee slechts 20% van de totale tijd van on-
besteedt er méér dan tien uur per week aan.
betaald werkers voor zijn rekening neemt, terwijl anderzijds
Uit de antwoorden op de vraag naar de hoeveelheid aan on-
de 9% die er méér dan tien uur per week aan besteedt daar-
betaald werk bestede tijd kan ook een gemiddelde hoeveel-
mee 46% voor zijn rekening neemt.
heid tijd worden geschat1. Gemiddeld besteden de hierin actieve Rotterdammers zo’n 3,3 uur per week aan onbetaald Figuur 2.1a:
Aan het onbetaalde werk bestede tijd naar soort onbetaald werk; relatie met Corona-crisis.
AANTAL BESTEDE UREN Minder dan een uur per week Ongeveer 1 uur per week Ongeveer 2 uur per week 3-4 uur per week 5-10 uur per week 11-20 uur per week Meer dan 20 uur per week
1
):
Figuur 2.1a toont weer de relatie met de Corona-crisis.
2020 vóór 15 maart
2020 vanaf 15 maart
2020 totaal
26% 17% 19% 17% 12% 7% 2%
26% 15% 19% 18% 12% 6% 2%
Totaal
100%
27% 13% 20% 19% 14% 5% 2% 100%
Gemiddeld aantal uren per week1
3,3
3,2
3,3
RESPONS
442
380
822
100%
Het gemiddelde aantal uren is geschat op basis van de opgegeven categorie.
Het aantal bestede uren – Hoofdstuk 2
19
Opvallend is, dat er nauwelijks verschil lijkt te zijn tussen de
slecht beantwoorde vraag.
hoeveelheid per persoon bestede tijd vóór en ná 15 maart. Hoewel sommige respondenten wellicht deze vraag hebben
Vergelijking met eerdere metingen
beantwoord naar de “normale” oude omstandigheden in plaats van naar de nieuwe, suggereert dit dat het wegge-
Eerder is deze vraag naar de bestede tijd ook in een aantal
vallen onbetaald werk niet door de overgeblevenen is over-
VTO’s en in de Omnibusenquête van 2019 gesteld. Zoals is
genomen.
te zien in figuur 2.2, is de hoeveelheid per persoon bestede tijd de laatste jaren flink afgenomen, al is dit jaar wel weer
Al deze schattingen zijn echter ruw, en gebaseerd op een Figuur 2.2:
sprake van een toename.
Aan al het onbetaalde werk tezamen bestede tijd; 1995 tot en met 2020.
AANTAL BESTEDE UREN
1995
1997
(...)
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
2020
Minder dan een uur per maand Minder dan een uur per week Ongeveer 1 uur per week Ongeveer 2 uur per week 3-4 uur per week 5-10 uur per week 11-20 uur per week Meer dan 20 uur per week
28% 20% 18% 17% 13% 3% 2%
27% 17% 21% 17% 11% 4% 3%
23% 20% 19% 18% 13% 4% 2%
27% 18% 19% 17% 13% 5% 2%
19% 20% 19% 18% 15% 6% 2%
15% 13% 19% 19% 18% 11% 5% 1%
1% 6% 20% 20% 20% 22% 8% 3%
21% 18% 16% 17% 16% 9% 4%
25% 17% 18% 19% 14% 5% 1%
25% 18% 22% 16% 13% 5% 2%
26% 15% 19% 18% 12% 6% 2% 100%
Totaal
100%
100%
. . . . . . . .
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Gemiddeld aantal uren per week
3,2
3,5
.
3,5
3,5
4,1
3,0
5,1
4,7
3,5
2,8
3,3
RESPONS
576
562
.
1.169
2.830
1.480
1.061
1.176
1.057
715
416
822
N.B.: Behalve in 2013 is het gemiddelde aantal uren geschat op basis van de opgegeven categorie; in 2013 is de indeling in categorieën gebaseerd op het opgegeven aantal uren. Dit verschil moet de belangrijkste verklaring zijn van de verschillen tussen 2013 en andere jaren, waarbij die laatste manier vooralsnog geloofwaardiger lijkt.
Totaal aantal uren Zoals gezegd, besteden de Rotterdammers die onbetaald werk verrichten volgens de totale enquête zo’n 3,3 uur per week aan onbetaald werk. Per Rotterdammer is dat zo’n 1,7 uur. In totaal zou daarmee in Rotterdam volgens een ruwe schatting zo’n 0,9 miljoen uur per week worden besteed aan onbetaald werk, wat gelijk staat aan zo’n 20.- tot 25.000 arbeidsplaatsen van 38 uur per week. Op basis van de antwoorden van de respondenten van vóór 15 maart zou het totaal aantal uren per week zo’n 1,0 miljoen bedragen; op basis van die van vanaf 15 maart zo’n 0,7 miljoen; een afname met 30%.
Noten 1.
20
De voorgelegde urenklassen zijn daarbij, net als in eerdere jaren, als volgt omgezet in aantallen uren: minder dan een uur per week: 0,5 uur; ongeveer 1 uur per week: 1 uur; ongeveer 2 uur per week: 2 uur; 3-4 uur per week: 3,5 uur; 5-10 uur per week: 7,5 uur; 11-20 uur per week: 15,5 uur; meer dan 20 uur per week: 25 uur.
Het aantal bestede uren - Hoofdstuk 2
Vragen over vrijwilligerswerk Sinds september 2016 bestaat in Rotterdam het online
men er wel eens gebruik van heeft gemaakt (vraag 27 en
platform voor vrijwillige inzet, burenhulp en vrijwilligerswerk
28; zie Bijlage B). Figuur 3.1 laat zien, dat dit jaar 21% van
www.rotterdammersvoorelkaar.nl. Hier kan men kijken als
de vrijwilligers ‘Rotterdammersvoorelkaar’ zegt te kennen,
men zich als vrijwilliger wil inzetten, en kan men (hulp-)
en 15% van de overige Rotterdammers. In totaal zegt daar-
vragen van anderen bekijken of hierop reageren. Vraag en
mee 17% van de Rotterdammers dit platform te kennen. Bij
aanbod van vrijwillige inzet komen hier dus samen.
vrijwilligers én bij niet-vrijwilligers betekent dit geen significante toe- of afname van de bekendheid van het platform.
Net als in 2017 en 2019, is na deze toelichting gevraagd of men het platform ‘Rotterdammersvoorelkaar’ kent, en of Figuur 3.1:
Bekendheid van het platform ‘Rotterdammersvoorelkaar’; 2017, 2019 en 2020.
BEKENDHEID ‘ROTTERDAMMERSVOORELKAAR’
Totaal
Doet vrijwilligerswerk
Doet geen vrijwilligerswerk
Totaal
2017
2019
2020
2017
2019
2020
2017
2019
2020
Ja 17% Nee 83% 100%
23% 77% 100%
21% 79%
11% 89% 100%
14% 86% 100%
15% 85%
13% 87% 100%
18% 82% 100%
17% 83%
591
359
996
526
1.587
885
RESPONS
3% van de Rotterdammers zegt, ook wel eens gebruik te
100% 721
100% 1.168
100% 1.889
en 1% van de overige Rotterdammers. Zie figuur 3.2.
hebben gemaakt van dit platform: 6% van de vrijwilligers, Figuur 3.2:
Gebruik van het platform ‘Rotterdammersvoorelkaar’; 2017, 2019 en 2020.
GEBRUIK ‘ROTTERDAMMERSVOORELKAAR’
Totaal
Doet vrijwilligerswerk
Doet geen vrijwilligerswerk
Totaal
2017
2019
2020
2017
2019
2020
2017
2019
2020
Ja 5% Nee 12% Kent het niet 83% 100%
7% 15% 77% 100%
6% 15% 80% 100%
2% 9% 89% 100%
2% 12% 86% 100%
1% 14% 85% 100%
3% 10% 87% 100%
4% 13% 82% 100%
3% 14% 83% 100%
591
358
720
996
525
1.169
1.587
883
1.889
RESPONS
Er is dus nog een groot verschil tussen de bekendheid (na drie-en-een-half jaar) en het gebruik, waar sinds het najaar van 2017 nog nauwelijks een toename van is te zien.
Vragen over vrijwilligerswerk – Hoofdstuk 3
21
22
Vragen over vrijwilligerswerk - Hoofdstuk 3
Potentiële groei van het vrijwilligerswerk In het Vrijetijdsonderzoek werd ook altijd gevraagd, of men
willigerswerk’ hier een containerbegrip is waarbij niet is aan-
onbetaald werk voor een organisatie zou willen doen als
gegeven wat voor soort vrijwilligerswerk dat dan precies zou
men daarvoor gevraagd wordt, dan wel bereid zou zijn om
moeten zijn.
daar méér tijd aan te besteden. Sinds 2017 wordt daarnaar met een andere formulering gevraagd dan voorheen: ‘Zou u
4.1 Potentiële aanwas
onbetaald werk willen doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in uw eigen wijk) als u daarvoor gevraagd wordt? En
16% van de Rotterdammers zegt, als men daarvoor ge-
als u dat nu al doet: zou u bereid zijn om daar meer tijd aan
vraagd wordt, onbetaald werk, of méér onbetaald werk, te
te besteden?’, waarbij men kon kiezen uit de antwoord-
willen doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in de eigen
mogelijkheden ‘ja’, ‘nee’, ‘misschien’ en ‘weet niet’. Deze
wijk). 33% wil dat niet, 40% wil dat misschien, en 12% weet
verandering maakt vergelijking van de uitkomsten slecht
het (nog) niet; waarschijnlijk veelal ook omdat dat van
vergelijkbaar met uitkomsten van vóór 2017.
verdere vorm en voorwaarden zal afhangen. De bereidheid
Opgemerkt dient overigens te worden, dat ook in de tegenwoordige formulering dit een vraag is waar makkelijk ‘ja’ of ‘misschien’ op te zeggen is, maar waarbij men zich dan af kan vragen waarom dat dan niet nú al gedaan wordt. Tegelijkertijd is het ook een heel abstracte vraag, omdat ‘vrijFiguur 4.1:
komt vooral van Rotterdammers die nu ook al vrijwilligerswerk doen (25% ‘ja’, 49% ‘misschien’ en 8% ‘weet niet’), maar ook van de Rotterdammers die nu nog géén vrijwilligerswerk doen staat 10% hier positief tegenover, en twijfelt de helft (34% ‘misschien’ en 15% ‘weet niet’).
Bereidheid om (meer) onbetaald werk te doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in de eigen wijk) als men daarvoor gevraagd wordt; 2017, 2019 en 2020. Doet nu al vrijwilligerswerk
POTENTIELE AANWAS
Doet nu geen vrijwilligerswerk
Totaal
2017
2019
2020
2017
2019
2020
2017
2019
2020
27% 14% 48% 11% 100%
25% 18% 49% 8% 100%
11% 40% 34% 15% 100%
11% 30% 39% 20% 100%
10% 41% 34% 15% 100%
14% 34% 38% 13%
18% 24% 43% 16%
Totaal
20% 25% 45% 10% 100%
100%
100%
16% 33% 40% 12% 100%
RESPONS
592
359
725
1.017
537
1.179
1.609
896
1.904
Ja Nee Misschien Weet niet
Die 10% die nu nog geen vrijwilligerswerk doet maar zegt
naast is er ook nog een groep van zo’n 160.000 Rotterdam-
wel vrijwilligerswerk te willen doen als ze er voor gevraagd
mers die nu nog niet aan vrijwilligerswerk doet, maar niet bij
zouden worden, staat voor (afgerond op veelvouden van
voorbaat negatief tegenover zulk vrijwilligerswerk zou staan
5.000) zo’n 35.000 Rotterdammers. Als die “over de streep
(‘misschien’ of ‘weet niet’).
getrokken zouden kunnen worden”, zou het aantal vrijwilligers in Rotterdam kunnen toenemen van zo’n 190.000 tot
Ook hier is te zien dat de animo voor vrijwilligerswerk sinds
zo’n 225.000; een toename met ruim een zesde. En daar-
15 maart flink is afgenomen; zie figuur 4.1a.
Potentiële groei van het vrijwilligerswerk – Hoofdstuk 4
23
Figuur 4.1a:
Bereidheid om (meer) onbetaald werk te doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in de eigen wijk) als men daarvoor gevraagd wordt; relatie met Corona-crisis. Doet nu al vrijwilligerswerk
POTENTIELE AANWAS
Doet nu geen vrijwilligerswerk
Totaal
2020 vóór 15 mrt
2020 vanaf 15 mrt
2020 totaal
2020 vóór 15 mrt
2020 vanaf 15 mrt
2020 totaal
2020 vóór 15 mrt
2020 vanaf 15 mrt
2020 totaal
25% 18% 46% 10% 100%
25% 18% 49% 8% 100%
12% 30% 43% 14% 100%
9% 47% 29% 15% 100%
10% 41% 34% 15% 100%
18% 25% 47% 10%
14% 38% 34% 13%
Totaal
24% 19% 52% 5% 100%
100%
100%
16% 33% 40% 12% 100%
RESPONS
375
350
725
480
699
1.179
855
1.049
1.904
Ja Nee Misschien Weet niet
Bij wie nu al vrijwilligerswerk verricht, is er nauwelijks iets
bedoelde potentiële uitbreidingsgroep van het vrijwilligers-
veranderd, maar bij wie nu nog geen vrijwilligerswerk ver-
werk: de 35.000 Rotterdammers die nog geen vrijwilligers-
richt zeggen er sinds 15 maart veel meer Rotterdammers
werk doen, maar zeggen dat wel te willen doen als ze daar-
‘nee’ in plaats van ‘misschien’ of ‘weet niet’.
voor gevraagd zouden worden, en de 160.000 Rotterdammers die hier “misschien” (inclusief “weet niet”) toe bereid
4.2 Kenmerken van de potentiële aanwas
zijn. Dit jaar zijn de achterliggende aantallen respondenten bij de potentiële vrijwilligers echter te klein (126 respectieve-
24
In sommige eerdere rapportages over onbetaald werk is
lijk 590 respondenten!) om hierover uitspraken te kunnen
tevens een beeld gegeven van de kenmerken van boven-
doen.
Potentiële groei van het vrijwilligerswerk - Hoofdstuk 4
Onderzoeksopzet; vergelijkbaarheid A.1
Enquête, respons en representativiteit in het kort
Rotterdammers met een lagere economische status (lage opleiding, laag inkomen) en waarschijnlijk ook van Rotterdammers die zich minder betrokken voelen bij de stad en/of
Als gevolg van het grote aantal opdrachtgevers aan, en onderwerpen in de Omnibusenquête is de enquête dit jaar opgesplitst in vijf vragenlijsten: een aantal onderwerpen kwam slechts op de zogenoemde A-lijst aan de orde, een aantal alleen op de B-lijst, enzovoorts, en sommige op meerdere lijsten. De respons bedroeg voor de A- en de E-
“de gemeente”, en/of in andere opzichten maatschappelijk ontevreden zijn. De respons is echter nog altijd acceptabel; kwantitatief zowel als kwalitatief. Bovendien zijn sommige over- en ondervertegenwoordigingen gecorrigeerd doordat een weging van de resultaten heeft plaatsgevonden; zie hierover in de volgende paragraaf.
lijst (de lijsten met de vragen over vrijwilligerswerk en informele hulp) 29% respectievelijk 30%; in totaal 2.117 respondenten, waarvan er 1.904 bruikbaar en 75 jaar of jonger
A.2
Vrijetijdsonderzoek en Omnibusenquête; weging
waren. De enquête kon naar eigen keuze schriftelijk dan wel via internet worden ingevuld. Van die laatste mogelijkheid heeft ongeveer de helft van de respondenten gebruik gemaakt. Voorts heeft aanvullend mondeling veldwerk plaatsgevonden onder Rotterdammers uit de steekproef met een niet-westerse migratieachtergrond, om op die manier de respons onder deze van oudsher slecht responderende groep te verhogen.
De meting van vrijwilligerswerk en informele hulp in de Omnibusenquêtes van 2019 en 2020 is bedoeld als vervolg op de metingen daarvan in eerdere Vrijetijdsonderzoeken (VTO’s) van OBI. De Omnibusenquête is in opzet vergelijkbaar met het voormalige VTO, doch gericht op een iets andere leeftijdscategorie: de vragenlijst is op basis van een steekproef uit de bevolkingsadministratie verspreid onder Rotterdammers van 16 tot en met 85 jaar. De steekproef voor
Een respons zoals hierboven weergegeven is niet slecht
het VTO bestond uit Rotterdammers van 13 tot en met 75
voor enquêtes in een stad als Rotterdam; het CBS kampt
jaar. Voor een zo goed mogelijke vergelijkbaarheid met de
bijvoorbeeld bij haar landelijke enquêtes in de grote steden
eerdere metingen heeft voor de aantallen of percentages
vaak met een slechtere en selectievere respons, en overal
onbetaald werkers daarom, net als in 2019, een bijschatting
kampen markt- en opinieonderzoeksbureaus met een lage
van onbetaald werkende 13- tot en met 15-jarigen plaatsge-
en dalende responsbereidheid. Die dalende trend is dankzij
vonden op basis van het percentage onbetaald werkers in
een aantal veranderingen in de aanpak bij de Omnibus-
deze leeftijdscategorie in 2017, en zijn de respondenten van
enquête de laatste jaren in ieder geval gekeerd.
76 jaar en ouder buiten beschouwing gebleven. Door dat
Op zich is de representativiteit ook belangrijker dan de om-
laatste (en door het buiten beschouwing laten van respon-
vang van de respons, die natuurlijk nog altijd groot genoeg
denten die voortijdig met de vragenlijst gestopt waren) bleven
is om uitspraken te kunnen doen. Die representativiteit is
uiteindelijk 1.904 respondenten over voor de analyses.
wederom acceptabel, al kent de respons een zekere selectiviteit die voor een belangrijk deel maatschappelijk verklaarbaar en moeilijk tot niet te voorkomen is, en waarmee bij de interpretatie van resultaten rekening moet worden gehouden. Kort samengevat valt over de respons te zeggen dat traditiegetrouw Rotterdammers vanaf 65 jaar oververtegenwoordigd, en Rotterdammers onder de 45 jaar ondervertegenwoordigd zijn, en dat het zelfde geldt voor Rotterdammers zonder respectievelijk met een migratieachtergrond. Daarnaast zal er ook een ondervertegenwoordiging zijn van
Voorts heeft voor die vergelijkbaarheid een weging van de resultaten plaatsgevonden die vergelijkbaar is met de weging bij het VTO. Vorig jaar was een identieke procedure daarbij niet mogelijk vanwege de kleinere omvang van de steekproef van de Omnibusenquête. Dit jaar zijn de vragen over onbetaald werk aan een twee keer zo grote steekproef voorgelegd door de vragen in de Vragenlijsten A én E op te nemen. Gewogen is uiteindelijk naar twee leeftijdsklassen (tot en vanaf 45 jaar), twee etniciteitsklassen (met en zonder migratieachtergrond) en twee gebiedsklassen (“Zuid” en overig Rotterdam). Dit resulteerde in weegfactoren die varieerden
25
van 222,55 (dat wil zeggen: iemand met de betreffende drie kenmerken staat voor 222,55 “soortgelijke” Rotterdammers) tot 373,08 (iemand met de betreffende drie kenmerken staat voor 373,08 “soortgelijke” Rotterdammers). Het feit dat de hoogste weegfactor slechts 1,7 keer zo groot is als de laagste betekent dat deze weging “stabiel” is: individuele respondenten hebben geen al te sterk onevenredige invloed op uitkomsten.
26
De vragen in de vragenlijst De volgende vragen gaan over onbetaald werk / vrijwilligerswerk Het gaat in de volgende vragen om vrijwillig, onbetaald werk zonder dat daar iets voor terug wordt gedaan. Het kan gaan om vrijwillig werk dat u doet voor een goed doel, voor organisaties en verenigingen of via georganiseerde burenhulp. Als u alleen lid bent van bijvoorbeeld een sportvereniging of van het Rode Kruis en er geen onbetaald werk voor doet, telt het niet mee. Wel telt de hulp mee die u min of meer regelmatig op eigen houtje verleent aan mensen buiten uw eigen huishouding, zoals buren, familieleden of kennissen.
23.
Verricht u wel eens onbetaald werk op eigen houtje (niet binnen een organisatie)? Dus hulp aan mensen die zich niet zo goed kunnen redden en die niet tot uw eigen huishouden behoren, zoals buren, kennissen of familieleden.
24.
ja nee
➔ Ga door naar vraag 25
Zo ja: Wat voor soort werk of hulp is het? Wilt u dat hieronder aankruisen? a. Lichamelijke / huishoudelijke hulp (verzorgen van zieken, boodschappen doen) b. Geestelijke / psychische hulp (bezoeken afleggen, therapie, praten met zieken) c. Informatie en advies d. Diensten verrichten (karweitjes in de tuin, meegaan naar instantie) e. Opvang kinderen f. Les geven (taallessen, scholing) g. Ontspanning brengen, sport of spel, recreatie h. Overig werk met / hulp aan andere mensen
25.
ja
nee
ja
nee
Voor welke organisaties doet u onbetaald werk en voor welke niet? a. Vrijwilligersorganisatie of instelling speciaal voor hulp en bezoek aan zieken, bejaarden
of gehandicapten (georganiseerde burenhulp, hulp via kerk / moskee, UVV, Rode Kruis, tafeltje-dek-je, ouderenbus, Zonnebloem, in ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingstehuis, gehandicaptenzorg, dagverblijf gezinsverzorging, dienstencentrum, Ziekenomroep) b. Andere organisaties voor hulp- en dienstverlening ( maatschappelijk werk, JAC, telefonische hulpdienst, MAI, rechtshulp, reclassering, opvangcentrum vrouwen of jongeren, organisatie voor hulp bij thuisadministratie) c. Kinderopvang (peuterspeelzaal, crèche, kinderdagverblijf) d. Jeugd- en jongerenwerk, club- en buurthuiswerk, vormingswerk (jongerencentrum, jeugdvereniging, scouting, NIVON, Nut) e. Onderwijs (op een school, voor taallessen, in oudercommissie) f. Kerk, moskee, tempel, levensbeschouwelijke organisatie (niet: hulpverlening) g. Politieke organisatie h. Beroepsorganisatie of belangenorganisatie (vakbond, middenstandsvereniging, ouderenbond, buurtcomité, huurdersorganisatie) i. Vrouwenorganisatie (vrouwenvereniging, vrouwencafé en dergelijke) j. Culturele organisatie (muziek- of toneelvereniging, museum, en dergelijke) k. Sportorganisatie (sportvereniging, sportbond, sportschool) l. Actie- of milieugroep (actiegroep, wereldwinkel, milieuorganisatie) m. Overige organisaties (vrijwillig werk voor een organisatie die niet eerder is genoemd)
27
26.
Hoeveel uur besteedt u gemiddeld aan al uw onbetaalde werk uit vraag 24 en 25?
27.
niet van toepassing: ik doe geen onbetaald werk minder dan een uur per week ongeveer 1 uur per week ongeveer 2 uur per week 3-4 uur per week 5-10 uur per week 11-20 uur per week meer dan 20 uur per week
Sinds september 2016 bestaat in Rotterdam het online platform voor vrijwillige inzet, burenhulp en vrijwilligerswerk www.rotterdammersvoorelkaar.nl. U kunt hier kijken wanneer u zich als vrijwilliger wilt inzetten en tevens (hulp)vragen van anderen bekijken of hierop reageren. Vraag en aanbod van vrijwillige inzet komen hier dus samen. Kent u Rotterdammersvoorelkaar?
28.
Heeft u wel eens gebruik gemaakt van het platform Rotterdammersvoorelkaar?
29.
ja nee
Zou u onbetaald werk willen doen voor een organisatie (bijvoorbeeld in uw eigen wijk) als u daarvoor gevraagd wordt? En als u dat nu al doet: zou u bereid zijn om daar meer tijd aan te besteden?
28
ja nee
ja nee misschien weet niet
De betekenis van de percentages C.1
wijking van de geschatte waarde met de werkelijke waarde
Percentages
zou kunnen zijn ten gevolge van het toeval. De betekenis In de tabellen in dit rapport staan de uitkomsten in percentagevorm weergegeven. Dit is gedaan omdat percentages in populaties van verschillende grootte (bijvoorbeeld: de steekproef versus heel Rotterdam) onderling gemakkelijker te vergelijken zijn dan aantallen.
van zo'n marge is, dat, indien de steekproef en de meting vele malen zouden worden herhaald, en steeds een 95%betrouwbaarheidsmarge zou worden bepaald, de werkelijke waarde zich in 95 van de 100 gevallen binnen de betrouwbaarheidsmarge zal bevinden. Een betrouwbaarheidsmarge (dus: de onnauwkeurigheid) is
Metingen via een steekproef leveren een schatting van de
kleiner naarmate de steekproef groter is, maar verschilt ook
werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft
met het gemeten percentage: percentages van rond de 50%
als consequentie, dat schatting en werkelijke waarde ten
hebben de grootste onnauwkeurigheid, en hoe verder het
gevolge van het toeval kunnen afwijken. (Daarnaast zijn ook
percentage van de 50% af zit, hoe kleiner de onnauwkeurig-
afwijkingen mogelijk ten gevolge van andere zaken dan het
heid1. Dit betekent in het bijzonder ook, dat bij heel kleine
toeval, zoals onder- en oververtegenwoordigingen van be-
percentages die zijn veroorzaakt door één of twee respon-
paalde categorieën respondenten, bijvoorbeeld door selec-
denten nog sprake kan zijn van een toevalstreffer, maar dat
tieve non-respons.) Deze mogelijke afwijkingen ten gevolge
dit niet kan worden gezegd als het wat meer respondenten
van het toeval kunnen worden uitgedrukt in statistische be-
betreft.
trouwbaarheidsmarges. Gangbaar hierbij is een uitdrukking in 95%-betrouwbaarheidsmarges. De 95%-betrouwbaarheidsmarge bij een steekproefpercentage en een steekproefgrootte geeft aan, hoe groot de af-
Figuur C.1:
De volgende tabel geeft voor in steekproeven of delen daarvan gemeten percentages de betrouwbaarheidsmarges voor een meting van 50% (dus voor het ongunstigste geval), en ter illustratie ook voor een meting van 10- of 90%.
De 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.
Bij een (deel-)steekproefomvang van: 50 100 150 200 250 500 2.117 (16- t/m 75-jarigen in de enquête)
is 10% eigenlijk:
is 50% eigenlijk:
is 90% eigenlijk:
10% ± 8% 10% ± 6% 10% ± 5% 10% ± 4% 10% ± 4% 10% ± 3% 10% ± 1%
50% ± 14% 50% ± 10% 50% ± 8% 50% ± 7% 50% ± 6% 50% ± 4% 50% ± 2%
90% ± 8% 90% ± 6% 90% ± 5% 90% ± 4% 90% ± 4% 90% ± 3% 90% ± 1%
Voorbeeld: als in een steekproef(-deel) van 500 ondervraag-
steekproef of steekproeven. Het gemeten verschil heet in
den 50% een bepaald antwoord geeft, moet dit gelezen