21bb4290 Bijlage 2 behorende bij 21bb4288 over Minima-effectrapportage gemeente Rotterdam 2021
Tekst van het document
€ € € € €
saldo na basispakket 226 313 368 361 319
inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket en participatie € -2 € 86 € 141 € 97 € 38
Uit tabel 2 blijkt dat eenoudergezinnen met oudere kinderen niet te maken krijgen met een doorstroomval op 140 procent, ondanks het wegvallen van het Jeugdtegoed en de hogere uitgaven aan de zorgverzekering (met name de reservering voor het eigen risico). Paren met oudere kinderen krijgen wel met een doorstroomval te maken. Dit komt doordat niet alleen gemeentelijke vergoedingen wegvallen. Ook landelijke toeslagen, te weten de huurtoeslag en de zorgtoeslag, vallen lager uit. Voor alleenstaande ouders blijven deze toeslagen op 140 procent gelijk aan 130 procent.
4.4
Huishoudens met langdurig een laag inkomen
Huishoudens in de gemeente Rotterdam, die gedurende 1 jaar of langer van een inkomen moeten leven dat niet hoger is dan 130 procent van het wettelijk minimumloon, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De hoogte van de toeslag is 120 euro per jaar per huishouden. In de twee kolommen rechts in tabel 1 is het saldo opgenomen inclusief IIT. Uit de tabel valt af te lezen dat een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een inkomen op bijstandsniveau en recht op IIT, maandelijks 108 euro over houdt nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan. Als ook alle uitgaven uit het restpakket zijn gedaan resteert een bedrag van acht euro. Hiermee is het tekort dat een alleenstaande jonger dan AOW-leeftijd had zonder IIT (van twee euro) omgeslagen naar een positief saldo. De tekorten van het paar zonder kinderen en het paar met oudere kinderen blijven bestaan maar worden door de extra inkomenstoeslag iets kleiner.
5 Vergelijking 2019 - 2021 De gemeente Rotterdam heeft in 2019 ook een minima-effectrapportage laten uitvoeren. In dit hoofdstuk wordt een vergelijking gemaakt tussen de uitkomsten van twee jaar geleden met de resultaten van dit jaar.
5.1
Aanpassingen van de begrotingen
In tabel 3 zijn de saldi van de inkomsten en uitgaven over de jaren 2019 en 2021 naast elkaar gezet. In de laatste twee kolommen zijn de verschillen tussen beide jaren weergegeven. Bij het lezen van deze tabel moet het volgende in gedachten worden gehouden: De bedragen van de verschillende uitgavenposten worden jaarlijks geactualiseerd. Bij een vergelijking tussen 2019 en 2021 valt op dat de kosten voor telefoon, televisie, internet, voor overige verzekeringen en voor onderwijs in 2021 hoger liggen. Anderzijds is de belasting op elektriciteit verlaagd, waarmee de kosten voor deze post ruim 20 euro per maand lager liggen dan in 2019. Naast de veranderingen die het Nibud jaarlijks in de voorbeeldbegrotingen doorvoert, zijn er ook enkele bedragen aangepast die samenhangen met (beleids)keuzes van de gemeente Rotterdam: In de eerste plaats werd in 2019 gerekend met lagere huren: 550 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 642 euro voor meerpersoonshuishoudens. In 2021 rekenen we met de grenzen van het passend toewijzen, wat neerkomt op 633 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 678 euro voor meerpersoonshuishoudens. Deze verschillen worden gedeeltelijk gecompenseerd door de huurtoeslag; uiteindelijk resulteert dit in verschillen van 32 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 16 euro voor meerpersoonshuishoudens (op bijstandsniveau).
Ten tweede is de premie van de collectieve zorgverzekering in 2021 hoger dan in 2019. De premie van het Rotterdampakket bedroeg in 2019 166,33 euro per maand. In 2021 bedraagt de premie 176,68 euro. Dit is 10,35 euro per persoon meer dan in 2019. De kwijtscheldingsgrondslag is gewijzigd: in 2019 was kwijtschelding mogelijk voor 75 procent van de afvalstoffenheffing, in 2021 is dit 76,5 procent. Deze wijziging heeft echter minimale gevolgen voor de begrotingen, van hooguit een euro per huishouden. Ten slotte is het minimabeleid van de gemeente Rotterdam op enkele punten aangepast. Zo kon voor oudere kinderen in 2019 een aanvraag ingediend worden voor ófwel een fiets, ófwel een laptop. In 2021 kunnen beide aangevraagd worden. Een andere in het oog springende wijziging is de hoogte van het Jeugdtegoed voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Dit tegoed is in 2021 met 100 euro per jaar verhoogd. Bovendien is de inkomensgrens voor deze leeftijdsgroep verhoogd van 110 procent naar 130 procent van het sociaal minimum. Voor de hoogte van de bijstandsuitkering, de AOW-uitkering en de toeslagen hanteren we de bedragen zoals die in elk van de afzonderlijke jaren gelden. De betreffende inkomsten vergelijken we exclusief de individuele inkomenstoeslag.
Tabel 3. Vergelijking saldo inkomsten min uitgaven 2021 – 2019 a. Alleenstaande
na basispakket € 67 € 90 € 181 € 254
2019 na basispakket en participatie € -26 € -4 € 88 € 160
na basispakket na nabasispakket € 31 € 50 € 39 € 52
Verschil 2021-2019 basispakket na nabasispakket basispakket participatie en enparticipatie participatie € 24 € 44 € 33 € 46
na basispakket en participatie € 253 € 283 € 338 € 422
na basispakket € 287 € 334 € 390 € 461
na basispakket en participatie € 197 € 245 € 297 € 367
na basispakket € 62 € 44 € 47 € 61
€ € € €
na basispakket en participatie 56 38 41 55
c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) na basispakket na basispakket en participatie 100% € 436 € 266 110% € 455 € 285 120% € 560 € 382 130% € 684 € 494
na basispakket € 368 € 384 € 484 € 608
na basispakket en participatie € 209 € 225 € 317 € 429
na basispakket € 68 € 71 € 76 € 76
€ € € €
na basispakket en participatie 57 59 65 64
d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) na basispakket na basispakket en participatie 100% € 324 € 157 110% € 360 € 193 120% € 494 € 327 130% € 567 € 364
na basispakket € 249 € 281 € 360 € 384
na basispakket en participatie € 94 € 126 € 188 € 177
na basispakket € 75 € 78 € 135 € 183
€ € € €
na basispakket en participatie 63 67 139 186
€ € € €
na basispakket en participatie 38 69 50 59
€ € € €
na basispakket en participatie 57 30 40 51
€ € € €
na basispakket en participatie 80 87 105 125
€ € € €
na basispakket en participatie 92 99 185 196
na basispakket 100% € 98 110% € 140 120% € 220 130% € 305
2021 na basispakket en participatie € -2 € 40 € 120 € 206
basispakket nana na basispakket basispakke
b. Alleenstaande oudere na basispakket 100% € 348 110% € 379 120% € 437 130% € 522
na basispakket
na basispakket
na basispakket
e. Paar zonder kinderen na basispakket 100% € 140 110% € 228 120% € 284 130% € 339
na basispakket en participatie € -20 € 68 € 124 € 179
na basispakket € 92 € 149 € 224 € 270
na basispakket en participatie € -58 € -1 € 74 € 120
na basispakket € 48 € 79 € 60 € 68
na basispakket 100% € 451 110% € 472 120% € 518 130% € 632
na basispakket en participatie € 300 € 320 € 358 € 472
na basispakket € 384 € 432 € 468 € 571
na basispakket en participatie € 242 € 290 € 318 € 421
na basispakket € 67 € 40 € 50 € 61
na basispakket en participatie € 78 € 166 € 198 € 225
na basispakket € 213 € 294 € 316 € 336
na basispakket en participatie € -2 € 79 € 92 € 101
na basispakket € 95 € 102 € 120 € 140
h. Paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) na basispakket na basispakket en participatie 100% € 216 € -12 110% € 303 € 76 120% € 358 € 131 130% € 351 € 87
na basispakket € 108 € 188 € 174 € 155
na basispakket en participatie € -104 € -23 € -55 € -108
na basispakket € 108 € 115 € 184 € 196
na basispakket
f. Ouder paar
na basispakket
g. Paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) na basispakket 100% € 308 110% € 396 120% € 436 130% € 476
na basispakket
na basispakket
5.2
Vergelijking van de resultaten
Vergelijking bestedingsruimte Uit tabel 3 valt af te lezen dat alle onderzochte huishoudtypen er op alle onderzochte inkomensniveaus op vooruit zijn gegaan. Dit geldt als alleen de kosten uit het basispakket zijn bekostigd én als zowel de kosten uit het basispakket als de kosten voor sociale participatie zijn gedaan. De hogere bestedingsruimte in 2021 wordt voornamelijk veroorzaakt door de inkomstenkant. Zoals hierboven aangegeven zijn er qua uitgaven enkele verschuivingen, sommige posten zijn iets duurder, andere iets goedkoper dan in 2019. Voor gezinnen met oudere kinderen is bovendien het gemeentelijk minimabeleid in gunstige zin aangepast. Alles bij elkaar genomen nemen de uitgaven in 2021 wel toe, vergeleken met 2019, maar zijn de inkomsten harder gestegen. Aan de inkomstenkant zijn zowel de uitkeringen als de landelijke toeslagen hoger geworden: De bijstandsuitkering voor een alleenstaande (ouder) is gestegen van 1.026 euro in 2019 naar 1.075 euro in 2021. Voor een paar steeg de bijstand van 1.465 euro naar 1.536 euro. De zorgtoeslag is voor een alleenstaande met 8 euro gestegen en voor een paar met 15 euro. Ook het kindgebonden budget nam met enkele euro’s toe. Bovendien is in 2020 de grens waarop het kindgebonden budget wordt afgebouwd flink verhoogd.
In 2021 blijft het kindgebonden budget op alle onderzochte inkomensniveaus gelijk; in 2019 werd dit voor alleenstaande ouders afgebouwd vanaf 130 procent en voor paren werd het kindgebonden budget zelfs op 120 procent al lager. De toename van de huurtoeslag hangt uiteraard samen met de hogere huur waarmee in 2021 is gerekend. Al met al zijn werkenden (met een inkomen vanaf 120 procent) met oudere kinderen er het meest op vooruit gegaan. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn de hogere inkomensgrens van het Jeugdtegoed en de verhoging van de grens waarop het kindgebonden budget wordt afgebouwd.
Vergelijking armoedevallen In 2019 waren enkele armoedevallen zichtbaar die zich in 2021 niet meer voordoen. Het gaat om het eenoudergezin met oudere kinderen op 130 procent en het paar met oudere kinderen op 120 procent. Het eenoudergezin met oudere kinderen had in 2019 op 130 procent van de norm minder bestedingsruimte dan op 120 procent. Dit werd veroorzaakt door de afbouw van landelijke toeslagen en het wegvallen van de vergoedingen vanuit de Stichting Meedoen. In 2021 blijven de landelijke toeslagen van alleenstaande ouders op alle onderzochte inkomensniveaus gelijk. Hierdoor is in 2021 geen doorstroomval zichtbaar op 130 procent. De doorstroomval op 120 procent bij het paar met oudere kinderen in 2019 werd veroorzaakt door enerzijds de afbouw van landelijke toeslagen (huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget) en anderzijds door het wegvallen van het Jeugdtegoed.
In 2021 nemen de zorgtoeslag en de huurtoeslag in gelijke mate af (vergeleken met 2019), maar het kindgebonden budget blijft op 120 procent gelijk. Nog belangrijker is dat er in 2021 op 120 procent nog steeds recht is op het Jeugdtegoed. Hiermee wordt een doorstroomval voorkomen. Ook op 130 procent had dit huishouden in 2019 met een doorstroomval te maken. In 2021 is dit nog steeds het geval. De oorzaak is in beide jaren hetzelfde: de afbouw van de zorgtoeslag en de huurtoeslag en het wegvallen van de vergoedingen vanuit de Stichting Meedoen. Omdat oudere kinderen in 2021 op 130 procent nog wel recht hebben op het Jeugdtegoed, is de armoedeval in dit jaar wel kleiner dan in 2019. In 2019 had het paar met oudere kinderen op 130 procent te maken met een uitstroomval (de bestedingsruimte op 130 procent was lager dan op bijstandsniveau), terwijl in 2021 alleen sprake is voor een doorstroomval (de bestedingsruimte op 130 procent is lager dan op 120 procent).
Vergelijking zelfstandig wonende 18-jarige Voor de zelfstandig wonende 18-jarige is niet gekeken naar opeenvolgende inkomensniveaus, maar zijn drie aparte situaties met elkaar vergeleken: bijstand, minimumloon en studiefinanciering. Tabel 4. Vergelijking saldo inkomsten min uitgaven 2021 – 2019 zelfstandig wonende 18-jarige
i. Zelfstandig wonende 18-jarige na basispakket Bijstand € -938 Minimumloon € -403 Studiefinanciering € -512
2021 na basispakket en participatie € -1.038 € -502 € -612
2019 na basispakket € -940 € -506 € -521
na basispakket en participatie € -1.033 € -600 € -614
verschil 2021 - 2019 na basispakket € 2 € 103 € 9
na basispakket en participatie € -5 € 98 € 2
De financiële situatie van een 18-jarige met bijstand of met studiefinanciering is in de afgelopen twee jaar nauwelijks veranderd, er zijn enkele euro’s verschil. Wel valt op dat het de werkende 18-jarige, die het minimumjeugdloon verdient, er flink op vooruit gegaan is. Dit is volledig toe te schrijven aan de hoogte van dat minimumloon, dat steeg van 752 euro netto per maand in 2019 naar 867 euro in 2021. Ondanks deze stijging blijft het voor een 18-jarige die het minimumloon verdient onmogelijk om de maandbegroting rond te krijgen. Als alleen wordt gekeken naar het basispakket is er een maandelijks tekort van ruim 400 euro.
na basispakke
6 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van het minimabeleid van de gemeente Rotterdam.
6.1
Conclusies
Welke huishoudens hebben het moeilijk? De gemeente Rotterdam kent een ruimhartig minimabeleid, dat zich vooral richt op gezinnen met kinderen. Dit is terug te zien in de bestedingsruimte van deze huishoudens: de onderzochte huishoudens met kinderen hebben op geen van de inkomensniveaus met tekorten te maken. De enige uitzondering zijn de paren met oudere kinderen op bijstandsniveau; als zij de uitgaven voor zowel het basispakket als voor sociale participatie willen bekostigen komen zij 12 euro te kort. De belangrijkste oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat paren de kosten voor twee volwassenen moeten dragen. Ter vergelijking, een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Daarnaast drukken met name oudere kinderen sterk op de begroting. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen. De overige tekorten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen doen zich voor bij huishoudens zonder kinderen.
Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd hebben, als alle uitgaven uit het basispakket én alle uitgaven voor sociale participatie zijn gedaan, twee euro per maand tekort bij een inkomen op bijstandsniveau. Op de inkomensniveaus daarboven is het saldo weliswaar positief, maar met 40 euro bij een inkomensniveau van 110 procent, nog steeds niet heel ruim. Dat maakt dit huishouden erg kwetsbaar. Als er sprake is van persoonlijk onvermijdbare uitgaven, zoals onverwachte zorgkosten, een hogere huur, etc., dan zal dit al snel leiden tot een (groter) tekort. Ook het paar zonder kinderen kan op bijstandsniveau de begroting niet rond krijgen. Voor beide huishoudtypen (alleenstaanden en paren zonder kinderen) geldt dat er naast de kwijtschelding van lokale lasten en de collectieve zorgverzekering geen gemeentelijke regelingen zijn waar zij een beroep op kunnen doen. Zij moeten dus al hun uitgaven, ook die voor sociale participatie, zelf bekostigen en met een inkomen op bijstandsniveau lukt dit niet. Jongvolwassenen (18-jarigen) zijn niet in staat om zelfstandig te wonen zonder maandelijks te kort te komen, of ze nu de toepasselijke bijstandsuitkering ontvangen, studeren, of werken en daarmee het minimumloon verdienen. De tekorten die zich bij een 18-jarige voordoen zijn dusdanig groot, dat deze waarschijnlijk niet via het gemeentelijk minimabeleid te repareren zijn.
Het Nibud raadt de gemeente aan ervoor te zorgen dat er voldoende betaalbare woonruimte beschikbaar is voor jongvolwassenen. Daarbij is het bijna onvermijdelijk dat een jongvolwassene met andere (leeftijdsgenoten) in een huis woont, om zo kosten te kunnen delen. Daarnaast adviseert het Nibud de gemeente om 18-jarigen te stimuleren een opleiding te volgen. Dit lost de tekorten op de korte termijn niet op: uit dit rapport blijkt dat ook studerende jongeren die zelfstandig (moeten) wonen niet rond kunnen komen. Echter, op de lange termijn zal dit een positieve invloed hebben op de financiële situatie van jongeren: de kans wordt groter dat zij niet afhankelijk worden van de bijstand en in de toekomst meer kunnen verdienen dan het minimumloon. Ten slotte kan in dit verband gewezen worden op de onderhoudsplicht van ouders voor hun kinderen tot 21 jaar. Dit betekent dat ouders verantwoordelijk zijn voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp voor hun kinderen. Niet alle ouders zullen echter in staat zijn de tekorten van hun kinderen, zoals in deze rapportage doorgerekend, aan te vullen.
Welke huishoudens kennen armoedevallen? Bij geen van de onderzochte huishoudtypen doet zich een uitstroomval voor. Dat wil zeggen dat er geen huishoudens zijn die op een bepaald inkomensniveau minder overhouden dan op bijstandsniveau. Een doorstroomval (als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op het voorliggende, lagere inkomensniveau) doet zich voor bij het paar met twee oudere kinderen; deze huishoudens hebben op 130 procent minder bestedingsruimte dan op 120 procent. Dit komt doordat deze huishoudens op 130 procent niet meer in aanmerking komen voor de vergoedingen vanuit de Stichting Meedoen Rotterdam. Bovendien worden enkele landelijke toeslagen, te weten de zorgtoeslag en de huurtoeslag, op 130 procent verder afgebouwd. Als we ook naar een inkomensniveau van 140 procent kijken, dan wordt ook daar een doorstroomval zichtbaar bij het paar met oudere kinderen. Door het wegvallen van het Jeugdtegoed en enkele voordelen van de collectieve zorgverzekering is de bestedingsruimte op 140 procent lager dan op 130 procent. Ook worden de huurtoeslag en de zorgtoeslag nog verder afgebouwd. Het voorkómen deze doorstroomvallen is lastig. De gemeente zou ervoor kunnen kiezen om (enkele) vergoedingen voor kinderen getrapt af te bouwen.
Maar feitelijk werkt de gemeente al met een dergelijke constructie, door de vergoedingen van de Stichting Meedoen door te laten lopen tot 120 procent en het Jeugdtegoed ook toe te kennen aan kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 130 procent. Bovendien werd hierboven al aangegeven dat de genoemde doorstroomvallen niet alleen veroorzaakt worden door de grenzen van het gemeentelijk minimabeleid, maar ook de afbouw van landelijke toeslagen. Zou de gemeente de genoemde uitstroomvallen (veroorzaakt door het wegvallen van gemeentelijke regelingen) willen repareren, dan moet tegelijkertijd de afbouw van landelijke toeslagen gecorrigeerd worden. Wanneer op enig moment wijzigingen optreden in de (afbouw van) landelijke toeslagen, zal bovendien het gemeentelijk beleid hier op moeten worden afgestemd.
6.2
Aanbevelingen
Verminder niet-gebruik regelingen De gemeente Rotterdam kent een ruimhartig minimabeleid: veel van de onderzochte huishoudtypen kunnen de maandbegroting rond krijgen. Alleen de alleenstaande, het paar zonder kinderen en het paar met oudere kinderen kunnen op bijstandsniveau niet het basispakket plus de kosten voor sociale participatie bekostigen. Hierbij moet de gemeente het volgende goed ik het oog houden. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid.2 Gemeenten kunnen het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. Ook voorlichting door intermediairs is vaak doeltreffend. Het is daarbij belangrijk dat de intermediairs bekend zijn met alle regelingen die de gemeente Rotterdam te bieden heeft en dat zij ook continu op de hoogte worden gebracht van veranderingen in inkomensondersteunende maatregelen. Om het niet-gebruik te verminderen, kunnen gemeenten ook de wijkteams inzetten. De wijkteams bestaan uit professionals met een verschillende achtergrond en expertise. In hun gesprekken met inwoners blijken wijkteams veel te maken te hebben met financiële problemen van burgers.
Om de kwaliteit van de hulpverlening te waarborgen tijdens keukentafelgesprekken, is het wenselijk dat de professionals binnen het wijkteam op de hoogte zijn van alle inkomensondersteunende maatregelen die de gemeente Rotterdam te bieden heeft.
Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inventaris. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod.
Help energielasten verlagen Het is te verwachten dat de energielasten een groter deel van de woonlasten en daarmee van de totale begroting van minima gaan innemen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen, waardoor ze ook een hoger verbruik dan gemiddeld hebben. Ook de toekomstige energietransitie zal de nodige kosten met zich meebrengen. Voor bewoners van een huurwoning is nog onduidelijk of de
____________________
woningbouwcorporaties dit gaan doorberekenen aan hun huurders. Het Nibud adviseert de gemeente hier aandacht voor te hebben. Huishoudens met een laag inkomen zouden hulp van energieadviseurs of gratis/ goedkope energieboxen aangeboden kunnen krijgen. Producten zoals ledlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn, terwijl ze een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief.
Houd bij de berekening van de kwijtschelding rekening met overige belastingen Om voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en waterschapslasten in aanmerking te komen hanteren zowel de gemeente als het waterschap een kwijtscheldingsnorm van 100 procent. Dit is hoger dan de wettelijk voorgeschreven norm van 90 procent. Voor beide (gemeente en waterschap) wordt de betalingscapaciteit apart berekend. Hiermee wordt er van uitgegaan dat het huishouden twee maal over de betalingscapaciteit beschikt, wat uiteraard niet zo is. De gemeente heeft de mogelijkheid de betalingscapaciteit op een andere wijze te berekenen: de regelgeving (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, URIW 1990) is zodanig dat bij de berekening van de betalingscapaciteit rekening kan worden gehouden met meerdere belastingaanslagen. 3 Het Nibud adviseert de gemeente samenwerking met de waterschappen te zoeken om te voorkomen dat inwoners hun betalingscapaciteit twee keer moeten inzetten.
Onderzoek de mogelijkheid om sociale participatie voor volwassenen te vergoeden De gemeente Rotterdam zet sterk in op de ondersteuning van kinderen: zowel vanuit de Stichting Meedoen als vanuit het Jeugdtegoed zijn diverse vergoedingen mogelijk, onder andere voor (sport)kleding en het lidmaatschap van een vereniging. Dit is een extra stimulans om kinderen deel te laten nemen aan sportieve en culturele activiteiten. Ook is een vergoeding mogelijk voor schoolgerelateerde kosten. Het Nibud beoordeelt dit als zeer positief. Voor volwassenen kent de gemeente Rotterdam geen tegemoetkoming voor sportieve of culturele activiteiten. Echter, ook voor volwassenen is sociale participatie belangrijk. Sociale uitsluiting kan zo worden tegengegaan, wat de kansen op de arbeidsmarkt zou kunnen vergroten. Financiële ondersteuning voor volwassenen kan hier een positieve rol spelen. Ook voor jongvolwassenen, die met grote tekorten op de begroting te maken hebben, zal een tegemoetkoming voor sociale participatie een grote steun in de rug zijn. Daarom adviseert het Nibud om ook aan inwoners vanaf 18 jaar een vergoeding voor sociale participatie te verstrekken. Alleenstaanden, paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen kunnen op bijstandsniveau de kosten voor sociale participatie niet bekostigen (het basispakket lukt wel).
Wanneer de gemeente voor volwassenen met een inkomen op bijstandsniveau bijvoorbeeld het lidmaatschap van een (sport)vereniging zou vergoeden, dan zouden alle in dit onderzoek gevonden tekorten zich niet meer voordoen. In dit onderzoek gaan we uit van een contributie van 18,50 euro per maand (zie bijlage 1, uitgaven aan sociale participatie). Vergoeding van dit bedrag leidt bij de meeste huishoudens niet tot een armoedeval op 110 procent. Alleen de bestedingsruimte van het oudere paar zou op AOW-niveau hoger komen te liggen dan op 110 procent van de norm.
____________________
Verhoog de individuele inkomenstoeslag In de gemeente Rotterdam kunnen huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd, die gedurende minimaal een jaar een inkomen ontvangen van maximaal 130 procent van het wettelijk minimumloon, in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag. De tegemoetkoming heeft een gunstig effect op de bestedingsruimte van huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Huishoudens met een laag inkomen zullen, als dat nodig is, in eerste instantie bezuinigen op de reserveringsuitgaven, omdat deze niet elke maand terugkomen. Wanneer dit huishouden dan plotseling voor een grote uitgave komt te staan, zal het schulden moeten gaan maken. De IIT biedt dan een goed vangnet. Het Nibud adviseert deze regeling in stand te houden. De hoogte van de IIT bedraagt 120 euro per huishouden per jaar. In vergelijking met andere gemeenten is dit bedrag aan de lage kant. Wanneer de gemeente het bedrag niet per huishouden, maar per (volwassen) persoon zou toekennen, zouden geen van de onderzochte huishoudens die in aanmerking komen voor IIT nog met een tekort te maken hebben. Eventueel zou de gemeente de kosten van deze verhoging kunnen compenseren door de inkomensgrens voor de IIT te verlagen. Deze ligt nu op 130 procent van het wettelijk minimumloon en is daarmee juist hoger dan in veel andere gemeenten.
Bijlage 1 |
Bijlage 2 | Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basispakket en de uitgaven voor sociale participatie. De bedragen in de begrotingen zijn de bedragen voor het jaar 2021. De uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en zo nodig aangepast.
Basispakket Huur Er is gerekend met een huur van 633 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 678 euro voor meerpersoonshuishoudens. Voor de 18-jarige is uitgegaan van een huur van 550 euro. Energie Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype met een opslag voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd en voor de huishoudens met een zorgvraag. Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 500 MB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor de basisverzekering wordt uitgegaan van een naturaverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden zijn de tarieven voor de collectieve basisverzekering en de aanvullende verzekering (incl. tand) gehanteerd.
Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor 2018-2019. Het betreffen onder andere de vrijwillige ouderbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten.
Kinderopvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Voor een alleenstaande ouder gaan we ervan uit dat er op bijstandsniveau gebruik wordt gemaakt van een dagdeel per week peuteropvang. Bij een hoger inkomen gaan we uit van 20 of 30 uur per week kinderopvang. Voor paren gaan we op elk inkomensniveau uit van een dagdeel per week peuteropvang. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend maar gelden de kosten voor het collectieve vervoer (belbus). Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding). Hiervoor houden we een vast bedrag aan. Ouderen hebben geen werkgerelateerde kosten. Om de vergelijking tussen de huishoudtypen juist te laten verlopen, wordt bij ouderen de post vervoer verhoogd. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Inventaris en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en eigen onderzoek. Niet-vergoede ziektekosten In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Er is uitgegaan van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven.
Pakket voor sociale participatie Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen, waaronder sociale participatie. Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 12 jaar 12,00 per persoon vanaf 12 jaar 18,50 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 9,00 per huishouden 12,00 Op bezoek gaan per persoon 6,00 Vakantie/uitgaan per persoon 18,50 per huishouden 25,00 Vervoer per kind 4 tot 12 jaar 2,50 per persoon vanaf 12 jaar 8,00 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2021
Bijlage 3 | Begrotingen In de volgende tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De uitgavenposten waar lokale tegemoetkomingen tegenover staan zijn aangeduid. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.
a. Alleenstaande 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1075 107 328 0 0 0 0 0 1510
1183 107 328 0 0 0 0 0 1618
1291 107 328 0 0 0 0 0 1726
1398 107 306 0 0 0 0 0 1811
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
633 74 11 9 6 • 4 • 61 177 24 0 0 2 17 * 0 1018
633 74 11 9 6 • 4 • 61 177 24 0 0 2 17 * 66 1083
633 74 11 9 24 13 61 177 24 0 0 2 17 * 66 1111
633 74 11 9 24 13 61 177 24 0 0 2 17 * 66 1111
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
51 67 25 8 4 0 * 155
51 67 25 8 4 0 * 155
51 67 25 8 4 0 * 155
51 67 25 8 4 0 * 155
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1412
1478
1506
1506
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
98
140
220
305
SOCIALE PARTICIPATIE
100
100
100
100
-2
40
120
206
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
b. Alleenstaande oudere 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1285 107 330 0 0 0 0 0 1722
1316 107 330 0 0 0 0 0 1753
1435 107 330 0 0 0 0 0 1872
1555 107 295 0 0 0 0 0 1957
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
633 82 13 10 6 • 4 • 61 177 14 0 0 2 1 •• * 0 1003
633 82 13 10 6 • 4 • 61 177 14 0 0 2 1 •• * 0 1003
633 82 13 10 24 13 61 177 14 0 0 2 10 •• * 0 1039
633 82 13 10 24 13 61 177 14 0 0 2 10 •• * 0 1039
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
26 •• 67 25 10 4 0 * 133
26 •• 67 25 10 4 0 * 133
51 67 25 10 4 0 * 158
51 67 25 10 4 0 * 158
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
211 5 17 0 * * 5 238
211 5 17 0 * * 5 238
211 5 17 0 * * 5 238
211 5 17 0 * * 5 238
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1374
1374
1435
1435
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
348
379
437
522
SOCIALE PARTICIPATIE
96 ••
96 ••
100
100
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
253
283
338
422
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
c. eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1075 107 357 148 455 0 0 0 2142
1414 107 357 148 185 704 66 0 2981
1540 107 357 148 185 1056 75 0 3467
1665 107 357 148 185 1056 84 0 3602
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
678 90 36 17 7 • 13 • 61 177 26 0 •• 12 2 22 •• * 0 1141
678 90 36 17 31 22 61 177 26 0 •• 733 2 22 •• * 66 1961
678 90 36 17 31 22 61 177 26 0 •• 1100 2 27 * 66 2333
678 90 36 17 31 22 61 177 26 10 1100 2 27 * 66 2343
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
88 •• 83 25 8 4 0 * 208
88 •• 83 25 8 4 0 * 208
98 83 25 8 4 0 * 218
98 83 25 8 4 0 * 218
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
297 7 42 0 * * 10 357
297 7 42 0 * * 10 357
297 7 42 0 * * 10 357
297 7 42 0 * * 10 357
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1706
2526
2908
2918
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
436
455
560
684
SOCIALE PARTICIPATIE
170 ••
170 ••
178 ••
190
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
266
285
382
494
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
d. eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1075 107 357 212 513 0 0 0 2264
1480 107 357 212 243 0 0 0 2399
1615 107 357 212 243 0 0 0 2534
1749 107 357 212 243 0 0 0 2668
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
678 90 36 17 7 • 13 • 69 177 26 26 •• 0 2 30 •• * 0 1171
678 90 36 17 31 22 69 177 26 26 •• 0 2 30 •• * 66 1270
678 90 36 17 31 22 69 177 26 26 •• 0 2 30 •• * 66 1270
678 90 36 17 31 22 69 177 26 78 •• 0 2 39 •• * 66 1332
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
104 •• 91 25 10 4 0 * 235
104 •• 91 25 10 4 0 * 235
104 •• 91 25 10 4 0 * 235
104 •• 91 25 10 4 0 * 235
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
462 7 55 0 * * 10 535
462 7 55 0 * * 10 535
462 7 55 0 * * 10 535
462 7 55 0 * * 10 535
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1941
2039
2039
2101
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
324
360
494
567
SOCIALE PARTICIPATIE
167 ••
167 ••
167 ••
204 ••
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
157
193
327
364
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
e. Paar zonder kinderen 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1536 207 328 0 0 0 0 0 2071
1690 207 328 0 0 0 0 0 2225
1844 181 288 0 0 0 0 0 2313
1997 146 224 0 0 0 0 0 2367
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
633 74 28 13 7 • 13 • 72 353 35 0 0 5 35 * 0 1267
633 74 28 13 7 • 13 • 72 353 35 0 0 5 35 * 66 1333
633 74 28 13 29 22 72 353 35 0 0 5 35 * 66 1364
633 74 28 13 29 22 72 353 35 0 0 5 35 * 66 1364
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
103 79 25 13 8 0 * 229
103 79 25 13 8 0 * 229
103 79 25 13 8 0 * 229
103 79 25 13 8 0 * 229
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
385 6 37 0 * * 8 435
385 6 37 0 * * 8 435
385 6 37 0 * * 8 435
385 6 37 0 * * 8 435
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1931
1997
2028
2028
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
140
228
284
339
SOCIALE PARTICIPATIE
160
160
160
160
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
-20
68
124
179
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
f. Ouder paar 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1762 200 332 0 0 0 0 0 2294
1783 200 332 0 0 0 0 0 2315
1945 182 332 0 0 0 0 0 2459
2107 159 307 0 0 0 0 0 2573
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
633 82 31 15 7 • 13 • 72 353 16 0 0 5 2 •• * 0 1229
633 82 31 15 7 • 13 • 72 353 16 0 0 5 2 •• * 0 1229
633 82 31 15 29 22 72 353 16 0 0 5 19 •• * 0 1277
633 82 31 15 29 22 72 353 16 0 0 5 19 •• * 0 1277
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
53 •• 79 25 16 8 0 * 181
53 •• 79 25 16 8 0 * 181
103 79 25 16 8 0 * 231
103 79 25 16 8 0 * 231
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
384 6 34 0 * * 8 432
384 6 34 0 * * 8 432
384 6 34 0 * * 8 432
384 6 34 0 * * 8 432
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1843
1843
1941
1941
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
451
472
518
632
SOCIALE PARTICIPATIE
152 ••
152 ••
160
160
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
300
320
358
472
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
g. paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1536 207 357 148 185 0 0 0 2433
1690 207 357 148 185 0 0 0 2587
1844 181 317 148 185 0 0 0 2675
1997 146 253 148 185 0 0 0 2729
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
678 90 45 20 7 • 13 • 72 353 36 0 •• 12 5 39 •• * 0 1370
678 90 45 20 7 • 13 • 72 353 36 0 •• 12 5 39 •• * 66 1436
678 90 45 20 31 22 72 353 36 0 •• 12 5 44 * 66 1474
678 90 45 20 31 22 72 353 36 10 16 5 44 * 66 1489
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
134 •• 98 25 13 8 0 * 278
134 •• 98 25 13 8 0 * 278
144 98 25 13 8 0 * 288
144 98 25 13 8 0 * 288
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
395 9 60 0 * * 13 477
395 9 60 0 * * 13 477
395 9 60 0 * * 13 477
395 9 60 0 * * 13 477
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
2125
2191
2238
2253
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
308
396
436
476
SOCIALE PARTICIPATIE
230 ••
230 ••
238 ••
251
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
78
166
198
225
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
h. paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100%
110%
120%
130%
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
1536 207 357 212 242 0 0 0 2554
1690 207 357 212 242 0 0 0 2708
1844 181 317 212 242 0 0 0 2796
1997 146 253 212 242 0 0 0 2850
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
678 90 45 20 7 • 13 • 80 353 36 26 •• 0 5 48 •• * 0 1400
678 90 45 20 7 • 13 • 80 353 36 26 •• 0 5 48 •• * 66 1466
678 90 45 20 31 22 80 353 36 26 •• 0 5 48 •• * 66 1499
678 90 45 20 31 22 80 353 36 78 •• 0 5 57 •• * 66 1561
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
150 •• 106 25 16 8 0 * 305
150 •• 106 25 16 8 0 * 305
150 •• 106 25 16 8 0 * 305
150 •• 106 25 16 8 0 * 305
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
539 9 73 0 * * 13 634
539 9 73 0 * * 13 634
539 9 73 0 * * 13 634
539 9 73 0 * * 13 634
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
2339
2405
2438
2499
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
216
303
358
351
SOCIALE PARTICIPATIE
227 ••
227 ••
227 ••
264 ••
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
-12
76
131
87
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
i. Zelfstandig wonende 18-jarige Bijstand
Minimumloon
Studiefinanciering
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
265 107 0 0 0 0 0 0 372
867 107 0 0 0 0 0 0 974
857 107 0 0 0 0 0 0 964
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
550 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 0 0 2 17 * 0 900
550 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 0 0 2 17 * 66 965
550 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 165 0 2 17 * 0 1065
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
51 67 25 8 21 0 * 171
51 67 25 8 21 0 * 171
51 67 25 8 21 0 * 171
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1311
1377
1476
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
-938
-403
-512
SOCIALE PARTICIPATIE
100
100
100
-1038
-502
-612
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
j. Zelfstandig wonende 18-jarige, huur 400 euro Bijstand
Minimumloon
Studiefinanciering
INKOMSTEN netto loon/uitkering zorgtoeslag huurtoeslag kinderbijslag kindgebonden budget kinderopvangtoeslag voorlopige aanslag forfaitaire vergoeding totaal inkomsten
265 107 162 0 0 0 0 0 534
867 107 162 0 0 0 0 0 1136
857 107 162 0 0 0 0 0 1126
VASTE LASTEN huur gas elektriciteit water gemeentelijke heffingen waterschapsheffingen telefoon, televisie, internet zorgverzekering overige verzekeringen onderwijs kinderopvang contributies en abonnementen vervoer levensonderhoud anderen/betalingsverplichtingen werkgerelateerde kosten totaal vaste lasten
400 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 0 0 2 17 * 0 750
400 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 0 0 2 17 * 66 815
400 74 11 9 6 • 4 • 61 142 24 165 0 2 17 * 0 915
RESERVERINGSUITGAVEN kleding en schoenen inventaris onderhoud huis en tuin zelfzorgmiddelen eigen risico zorgverzekering eigen bijdragen/betalingen zorg vrijetijdsuitgaven totaal reserveringsuitgaven
51 67 25 8 21 0 * 171
51 67 25 8 21 0 * 171
51 67 25 8 21 0 * 171
Huishoudelijke uitgaven voeding was- en schoonmaakmiddelen persoonlijke verzorging huishoudelijke dienstverlening huisdieren roken diversen totaal huishoudelijke uitgaven
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
212 5 18 0 * * 5 240
TOTAAL UITGAVEN BASISPAKKET
1161
1227
1326
BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET
-626
-91
-200
SOCIALE PARTICIPATIE
100
100
100
BESCHIKBAAR NA BASIS- EN PARTICIPATIE
-726
-190
-300
* Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven • Verminderd met de kwijtschelding •• Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten
Bijlage 4 | Overzicht saldo inkomsten minus uitgaven Toelichting bij de tabel: • De eerste twee kolommen (zwart) geven het netto inkomen weer en het verschil in netto inkomen tussen twee opeenvolgende inkomensniveaus. • De volgende drie kolommen (blauw) hebben betrekking op het saldo na invulling van de noodzakelijke uitgaven in het basispakket. Hierbij is ook het verschil in het saldo tussen twee opeenvolgende inkomensniveaus weergegeven. En het verschil in bestedingsruimte op 110, 120 en 130 procent ten opzichte van de bestedingsruimte op bijstandsniveau. • De laatste drie kolommen (groen) hebben betrekking op het saldo na invulling van de uitgaven uit het basispakket en het pakket voor sociale participatie. Ook hier zijn de verschillen weergegeven. • Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. • Indien een hoger inkomen leidt tot minder bestedingsruimte (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje: •
De saldi van de 18-jarige zijn in deze tabel niet opgenomen, omdat we hier niet kunnen spreken van elkaar opvolgende inkomensniveaus.
inkomen
%
netto inkomen
toename netto toename inkomen t.o.v. 100%
saldo
na basispakket verschil met voorgaande inkomensverschil categorie met 100%
na basispakket en participatie verschil met voorgaande inkomensverschil saldo categorie met 100%
a. Alleenstaande 100% 110% 120% 130%
€ € € €
1.510 1.618 € 1.726 € 1.811 €
108 € 108 € 86 €
€ 108 € 215 € 301 €
98 140 220 305
€ € €
42 80 86
€ € €
€ 42 € 122 € 207 €
-2 40 120 206
€ € €
42 80 86
€ € €
42 122 207
31 € 120 € 85 €
€ 31 € 150 € 235 €
348 379 437 522
€ € €
30 59 85
€ € €
€ 30 € 89 € 174 €
253 283 338 422
€ € €
30 55 85
€ € €
30 85 169
436 455 560 684
€ € €
18 105 124
€ € €
€ 18 € 124 € 248 €
266 285 382 494
€ € €
18 97 112
€ € €
18 115 227
b. Alleenstaande oudere 100% 110% 120% 130%
€ € € €
1.722 1.753 € 1.872 € 1.957 €
c. eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100% 110% 120% 130%
€ € € €
2.142 2.981 € 3.467 € 3.602 €
838 € 486 € 135 €
€ 838 € 1.325 € 1.459 €
d. eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100% 110% 120% 130%
€ € € €
135 € 135 € 135 €
€ 135 € 269 € 404 €
324 360 494 567
€ € €
36 135 73
€ € €
€ 36 € 170 € 243 €
157 193 327 364
€ € €
36 135 36
€ € €
36 170 207
2.071 2.225 € 2.313 € 2.367 €
154 € 88 € 55 €
€ 154 € 241 € 296 €
140 228 284 339
€ € €
88 56 55
€ € €
€ 88 € 144 € 199 €
-20 68 124 179
€ € €
88 56 55
€ € €
88 144 199
2.294 2.315 € 2.459 € 2.573 €
21 € 144 € 114 €
€ 21 € 165 € 279 €
451 472 518 632
€ € €
20 46 114
€ € €
€ 20 € 67 € 181 €
300 320 358 472
€ € €
20 38 114
€ € €
20 58 172
€ 154 € 241 € 296 €
308 396 436 476
€ € €
88 40 40
€ € €
€ 88 € 128 € 168 €
78 166 198 225
€ € €
88 32 27
€ € €
88 120 147
216 303 358 351
€ € €
88 55 -7
€ € €
€ 88 € 143 € 136 €
-12 76 131 87
€ € €
88 55 -44
€ € €
88 143 99
2.264 2.399 € 2.534 € 2.668 €
e. Paar zonder kinderen 100% 110% 120% 130%
€ € € €
f. Ouder paar 100% 110% 120% 130%
€ € € €
g. paar met 2 jonge kinderen (3 &5 jaar) 100% 110% 120% 130%
€ € € €
2.433 2.587 € 2.675 € 2.729 €
154 € 88 € 55 €
h. paar met 2 oudere kinderen (14 & 16 jaar) 100% 110% 120% 130%
€ € € €
2.554 2.708 € 2.796 € 2.850 €
154 € 88 € 55 €
€ 154 € 241 € 296 €