CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb426 Bijlage 1 behorende bij 21bb427 over Adviesnotitie lerende evaluatie Bestuursmodel Rotterdam 2018 – 2022

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 22. Het voorstel met betrekking tot het bestuursmodel ‘De wijk aan zet’, alsmede de derde tussenrapportage evaluatie van het bestuursmodel 2018-2022.34.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

75

Figuur 12b Positief geformuleerde stellingen over het wijkcomité Het wijkcomité vormt een goede aanvulling op het bestuursmodel van de gemeente Rotterdam In alle wijken van Rotterdam zouden gelote wijkcomités ingevoerd moeten worden Het samenspel tussen gebiedscommissie en wijkcomité verloopt zonder problemen Het wijkcomité is vanwege haar schaal beter in staat om de belangen van een wijk te vertegenwoordigen Het bestuur is met de invoering van wijkcomités dichter bij de bewoners komen te staan De invoering van wijkcomités maakt het makkelijker om bewoners te betrekken bij de uitvoering van beleid… Dankzij het wijkcomité komen er meer initiatieven vanuit de wijk tot stand Gebiedsbestuur op wijkniveau helpt om echt de wijk te kunnen vertegenwoordigen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

Figuur 13a Negatief geformuleerde stellingen over de wijkraad

Ik heb het gevoel dat de werkzaamheden voor de wijkraad te veel tijd van mij vragen

De afstemming met de andere wijkraden (gebiedsoverleg) is moeilijk De invoering van wijkraden maakt het moeilijker om effectief de belangen te behartigen van bewoners dan in de situatie met alleen gebiedscommissies 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

76

Figuur 13b Positief geformuleerde stellingen over de wijkraad Het bestuur is met de invoering van wijkraden dichter bij de bewoners komen te staan Dankzij de wijkraad komen er meer initiatieven vanuit de wijk tot stand In alle wijken van Rotterdam zouden wijkraden ingevoerd moeten worden De invoering van wijkraden maakt het makkelijker om bewoners te betrekken bij de uitvoering van beleid… 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

Figuur 14a Negatief geformuleerde stellingen over de wijkraad en het wijkcomité gesteld aan de medewerkers die uitsluitend met gebiedscommissies te maken hebben De invoering van wijkraden in ons gebied zou het moeilijker maken om effectief de belangen te behartigen van bewoners dan in de situatie met alleen een gebiedscommissie De invoering van gelote wijkcomités in ons gebied zou het moeilijker maken om effectief de belangen te behartigen van bewoners dan in de situatie met alleen een gebiedscommissie Ik heb het gevoel dat de werkzaamheden voor de gebiedscommissie te veel tijd van mij vragen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

77

Wijkcomité

Figuur 14b Positief geformuleerde stellingen over de wijkraad en het wijkcomité gesteld aan de medewerkers die uitsluitend met gebiedscommissies te maken hebben De invoering van gelote wijkcomités in ons gebied zou het makkelijker maken om bewoners te betrekken bij de besluitvorming dan in de situatie met alleen… De invoering van gelote wijkcomités in ons gebied zou het makkelijker maken om bewoners te betrekken bij de uitvoering van beleid dan in de situatie met alleen… Gelote wijkcomités zouden de gebiedscommissies moeten vervangen

wijkraad

Gelote wijkcomités zouden een goede aanvulling zijn op het werk van de gebiedscommissie De invoering van wijkraden in ons gebied zou het makkelijker maken om bewoners te betrekken bij de besluitvorming dan in de situatie met alleen… De invoering van wijkraden in ons gebied zou het makkelijker maken om bewoners te betrekken bij de uitvoering van beleid dan in de situatie met alleen… Gekozen wijkraden zouden de gebiedscommissie moeten vervangen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

Genoemde sterke punten en verbeterpunten (open vragen) Tabel 13.1 laat de sterke punten van het bestuursmodel zien zoals die benoemd zijn door respondenten middels een open vraag. Hierbij konden respondenten drie punten noemen. Niet alle respondenten hebben overigens deze vraag beantwoord. Het vaakst wordt de rol van het inbrengen van gebiedskennis genoemd. 30% van de genoemde sterke punten gaat hierover. Zoals een respondent het illustratief verwoordt: “Gebiedskennis wordt ingebracht, waardoor stedelijke middelen effectiever kunnen worden besteed”. Het gaat om de ogen en oren van de wijk. Een van de respondenten verwoordt het treffend: “Het op wijkniveau signaleren van obstakels en kansen voor aanspreekpunten in de wijk”. Op die manier is het mogelijk de gebieden en wijken lokaal maatwerk te bieden. Een tweede punt dat veel genoemd wordt, betreft het bieden van een participatieplatform aan bewoners (23% van de genoemde sterke punten); het gebiedsbestuur staat dichterbij en geeft bewoners de mogelijkheid om te participeren. Zoals een respondent het verwoordt: “Een signaalfunctie en mogelijkheden om te participeren en initiatieven uit de samenleving te stimuleren”. Een ander geeft aan: “Bewoners voelen zich iets meer betrokken, de gezichten van gebiedsbestuursleden zijn bekender dan die van raadsleden”.

Een derde aspect betreft de mogelijkheid tot belangenbehartiging en vertegenwoordiging van het wijk- of gebiedsniveau (“vertegenwoordiging tot in de wijken door ‘gewone’ burgers”, zoals een respondent het verwoordt). Hierdoor komt de diversiteit van de wijken en gebieden beter tot zijn recht in gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan. Dit aspect betreft ook de adviesrol van 78

gebiedsbesturen, waarmee lokale zaken geagendeerd worden die op stadsniveau minder aandacht krijgen of van belang zijn. Het aspect wordt in 21% van de punten benoemd. Een vierde aspect (9% van de genoemde punten) betreft het functioneren van de gebiedsorganisatie. Zo wordt het directe contact met leden van de gebiedsbesturen – oftewel het aangaan van het gesprek - als sterk punt ervaren. Dit versterkt de samenwerking met bewoners. Zoals een respondent het verwoordt: “Er is makkelijk en direct contact tussen leden van de wijkraad en de gebiedsorganisatie”. Tenslotte wordt het ‘a-politieke’ karakter van de meeste gebiedsbesturen genoemd als sterk punt. Dit betreft 5% van de genoemde sterke punten. Hoewel de meningen hier over verdeeld zijn (of dit goed uit de verf komt), aangezien andere respondenten dit element juist als verbeterpunt zien (zie tabel 13.2). Tabel 13.1 genoemde sterke punten van het bestuursmodel Genoemde sterke punten

Totaal

Percentage

Inbreng van gebiedskennis (ogen en oren van het gebied, kansen op wijk- en gebiedsniveau identificeren, lokaal maatwerk kunnen bieden)

20

30

Participatieplatform voor bewoners (bewoners kunnen bijvoorbeeld in de vorm van initiatieven inbreng hebben en het gebiedsbestuur staat dichterbij)

15

23

Belangenbehartiging en vertegenwoordiging van de wijk (adviesrol van de gebiedsbesturen, de behoeften en diversiteit van de wijken komen aan bod)

14

21

Contact tussen gebiedsorganisatie en gebieden/wijken (samenwerking door met elkaar in gesprek te gaan)

6

9

Minder nadruk op politiek (wijk-specifieke afwegingen in plaats van partijpolitiek)

3

5

Overig

8

12

Totaal

66

100

Tabel 13.2 laat het overzicht zien van de codering van de open vraag over welke verbeterpunten respondenten zien voor het bestuursmodel. Hierbij konden respondenten drie mogelijkheden noemen. Niet alle respondenten hebben overigens deze vraag ingevuld. Het vaakst genoemd wordt een gebrekkige afstemming tussen stadsniveau en gebiedsbestuur: 21% van de genoemde verbeterpunten ging over een gebrekkige afstemming en samenwerking met de clusters. Er is vanuit de clusters (nog) onvoldoende oog voor het tijdig betrekken van de gebiedsbesturen volgens de respondenten. Een illustratief verbeterpunt dat genoemd wordt: “Pro-actiever samenwerken met gebiedsbesturen vanuit clusters”. Daarnaast wordt regelmatig gesteld dat er onduidelijkheid is over bevoegdheden en de rol van gebiedsbesturen in het model (14% van de genoemde verbeterpunten). Hierbij wordt soms expliciet benoemd dat gebiedsbesturen een verkeerd beeld hebben van waarover ze iets te zeggen hebben. Een respondent stelt: “Het moet duidelijker zijn wie waarover gaat en dat moeten de 79

gebiedscommissies accepteren”. Onduidelijkheid kan ook gaan over de eigen rol: dat gebiedsambtenaren soms worstelen met hun dubbele petten. Zo stelt een respondent: “Ik heb twee ‘petten’: die van wijkmanager en die van secretaris voor het gebiedsbestuur, wat maakt dat ik regelmatig zaken moet regelen waar ik niet achter sta” Een derde aspect dat veel wordt genoemd en dat raakt aan het voorgaande aspect: gebrek aan bevoegdheden van de gebiedsbesturen (14% van de genoemde verbeterpunten). Suggesties die daarbij worden gedaan gaan over het afbakenen van bevoegdheden. Zo stelt een respondent: “Baken bevoegdheden en verantwoordelijkheden beter af: bijvoorbeeld alleen adviserend (ongevraagd en gevraagd) over concrete zaken met impact op de wijk”. Soms gaat het over het vergroten van slagkracht daar waar nodig (zonder dat duidelijk wordt op welke onderdelen): “Het gekozen model vraagt om doorzettingsmacht en geld op onderdelen”. Een vierde aspect dat veel genoemd wordt betreft de competenties van de gebiedsbestuursleden (14% van de genoemde verbeterpunten). Hier wordt door de gebiedsambtenaren veel verschil in ervaren en dikwijls tekortkomingen. Zo stelt een van de respondenten dat er “grote verschillen [zijn] in de competenties van individuele gebiedsbestuursleden”.

Soms wordt hierbij expliciet gewezen op de competenties van de gelote leden van wijkcomités: “De wijkcomitéleden hebben onvoldoende inzicht in de wensen van de wijk enerzijds en anderzijds onvoldoende inzicht in hoe de gemeente is georganiseerd”. Een vijfde aspect dat genoemd wordt (12% van de genoemde verbeterpunten) hangt samen met het voorgaande aspect. Er wordt een gebrek aan capaciteit (tijd, middelen) ervaren in de gebiedsorganisatie om de gebiedsbesturen goed te kunnen ondersteunen en faciliteren. Zo stelt een respondent dat er “meer ondersteuning nodig [is] vanuit de organisatie voor de leden”. Een kleine groep respondenten benoemt expliciet het politieke karakter van de gebiedscommissies als problematisch in verhouding tot de bevoegdheden. Deze groep geeft aan dat er meer eensgezindheid moet komen of gebiedsorganen nu wel of geen politieke macht krijgen of dat ze alleen als participatie-adviesorgaan moeten functioneren. Tenslotte worden nog aspecten genoemd als het gemis van een voorzitter of aanspreekpunt (6% van de genoemde verbeterpunten) en een gebrek aan onderlinge eenheid binnen gebiedsbesturen (conflicten) (5%).

Tabel 13.2 genoemde verbeterpunten van het bestuursmodel Genoemde verbeterpunten Gebrekkige afstemming tussen gebieds/wijkbestuur en stadsbestuur (samenwerking met de clusters verloopt niet naar behoren)

Totaal 23

Percentage 21

Onduidelijkheid van het bestuursmodel (verschillende lokale bestuursvormen en hun rol, ‘dubbele petten’)

15

14

Problematiek qua bevoegdheden, doorzettingsmacht en invloed (de slagkracht van gebiedsbesturen)

15

14

Tekortkomingen qua competenties van leden (gebiedsbesturen komen inhoudelijk tekort en zijn niet in staat hun taken naar behoren uit te oefenen)

15

14

80

Faciliteren/begeleiding/ondersteuning niet genoeg (nodig om de gebiedsbesturen te laten functioneren)

13

12

Gebiedscommissies zijn ‘te politiek’ (te grote rol voor partijpolitieke standpunten) Gemis van (betaalde voorzitter als) aanspreekpunt (zowel voor de interactie tussen gebiedsorganisatie – en bestuur als voor de bekendheid van de gebiedsbesturen onder bewoners) Gebrek aan eenheid onderling (individuen binnen de gebiedsbesturen maken te veel de dienst uit)

7

6

7

6

6

5

Overig Totaal

10 111

9 100

81

Bijlage 4: Uitkomsten enquête ambtenaren clusters De survey over het gebiedsbestuur en de interactie met de clusters is uitgezet in april 2020 onder clustermedewerkers. Voor de analyse is uitsluitend gebruikgemaakt van de antwoorden van medewerkers die te maken hebben met een of meer gebiedsbesturen Dit heeft geresulteerd in 320 bruikbare ingevulde vragenlijsten. In onderstaande tabel staat weergegeven met welke bestuursvorm(en) men te maken heeft. Een aantal medewerkers heeft met 2 of 3 vormen te maken gehad.

Ervaring met bestuursvorm

Aantal

Percentage

Geb-cie

139

43%

Wijkraad

22

7%

Geb-cie & Wijkraad

76

24%

Geb-cie & Wijkcomité

25

8%

alle drie

58

18%

totaal

320

100%

De respons per cluster staat in onderstaande tabel Cluster

Aantal

percentage

SO

97

30%

W&I

22

7%

MO

74

23%

SB

69

22%

DV (excl. gebied)

16

5%

BCO

28

9%

Veilig

13

4%

overig

1

0%

Totaal

320

100%

82

Beoordeling van de kwaliteit van de gebiedsbesturen Onderstaande aspecten zijn expliciet voor de bestuursvorm waar men mee te maken heeft gehad. Figuur 1a Oordeel dat gevraagd is over de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit: gemiddelde scores per type output/kenmerk naar specifieke vorm van gebiedsbestuur

Gevraagd advies Ongevraagd advies Wijkactieplan Competenties Representativiteit 1,0

1,5

2,0

2,5 Geb-cie

3,0

3,5 wijkraad

4,0

4,5

5,0

5,5

6,0

6,5

7,0

wijkcomité

In figuur 1a hierboven is te zien hoe ambtenaren uit de clusters de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit van de gebiedsbesturen beoordelen waarmee zij in aanraking komen. De specifieke vragen (in verkorte vorm) zijn in de figuur hieronder te zien (figuur 1b), evenals de frequenties per vraag per gebiedsbestuursvorm (figuur 1c-1e). De kwaliteit van de gevraagde adviezen (of die van toegevoegde waarde zijn voor het wijkgericht werken, voor de werkzaamheden van de clusterambtenaren, of ze van goede kwaliteit zijn, op tijd zijn en aansluiten bij een reëel verwachtingspatroon) scoort net boven de middelste waarde op een schaal van 1 tot 7. Dit houdt in dat ze een nipte voldoende scoren. De kwaliteit van de ongevraagde adviezen (en de toegevoegde waarde ervan) scoort iets lager en zit zelfs onder de middelste score, of net er boven (in het geval van de wijkcomités). De kwaliteit van de wijkactieplannen scoort ongeveer net als de gevraagde adviezen een nipte voldoende. Over het algemeen komt het beeld naar voren dat de clusterambtenaren redelijk kritisch zijn over de geleverde kwaliteit van de output uit de gebieden en over hun competenties en representativiteit. Opvallend is dat de wijkraden het laagst scoren op alle drie de vormen van output én op de overige twee aspecten. De wijkcomités en de gebiedscommissies zitten dicht bij elkaar qua score.

Clusterambtenaren die met wijkraden te maken hebben, zijn dus wat kritischer over de output, competenties en representativiteit dan ambtenaren die de output, competenties en representativiteit van gebiedscommissies en wijkcomités hebben beoordeeld. Als we naar de specifieke items kijken (figuur 1b), valt op dat voor de verschillende typen output (ongevraagde adviezen, gevaagde adviezen, wijkactieplannen/wijkagenda’s) de vraag over aansluiting van de output op een reëel verwachtingspatroon van wat de clusters kunnen leveren over het algemeen wat lager scoort dan de andere items: hier zijn clusterambtenaren het meest kritisch op. De specifieke vragen over de toegevoegde waarde van de (on)gevraagde adviezen en wijkactieplannen voor wijkgericht werken scoren met een ruim voldoende daarentegen het hoogst (een 5 op een 7 puntschaal). 83

Wat betreft de competenties zien we dat de competenties ook net rond de middelste score zitten en dat dit een eenduidig beeld is voor alle drie de typen organen. Kijkend naar de specifieke items op dit onderdeel is te zien dat ambtenaren denken dat vooral wijkcomités, ondanks hun relatief goede sociale vaardigheden, onvoldoende politieke contacten hebben om issues goed onder de aandacht te brengen. Clusterambtenaren zijn kritisch over de representativiteit van zowel wijkraden als gebiedscommissies. Zij zijn vooral kritisch als het gaat om de vraag of de invloed van bewoners sterk genoeg is en of de leden van het gebiedsbestuur de belangen van de gemeenschap als geheel accuraat vertegenwoordigen. De wijkcomités krijgen op representativiteit duidelijk een betere beoordeling en komen gemiddeld net boven een voldoende uit.

gevr. Advies

Figuur 1b Oordeel dat gevraagd is over de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit: gemiddelde scores per type output/kenmerk naar specifieke vorm van gebiedsbestuur uitgesplitst naar specifieke vragen per type output/kenmerk

toegev. waarde wijkgericht werken toegev.waarde mijn werkzaamh. goede kwaliteit zijn op tijd reëel verwachtingspatroon

Ongevr. Advies

toegev. waarde wijkgericht werken toegev.waarde mijn werkzaamh. leidt tot integralere aanpak goede kwaliteit goed timed reëel verwachtingspatroon toegev. waarde wijkgericht werken toegev.waarde mijn werkzaamh. WAP

goede kwaliteit goede vertaling wensen zijn op tijd reëel verwachtingspatroon passen in agenda van cluster represen tatief competenties

sturend voor mijn werkzaamheden sociale vaardigheden expertise of technische vaardigheden voldoende kennis over functioneren overheid voldoende politieke contacten vertegenwoordigen accuraat de belangen invloed bewoners sterk genoeg voldoende lokaal netwerk 1 Geb-Cie

Wijkraad

2

3

4

5

6

7

Wijkcomité

84

Figuur 1c Oordeel dat gevraagd is over de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit: percentage scores per vraag voor het wijkcomité

Wijkcomité Gevr Adv toegev. waarde wijkgericht werken Gevr Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Gevr Adv goede kwaliteit Gevr Adv zijn op tijd Gevr Adv reëel verwachtingspatroon Ong Adv toegev. waarde wijkgericht werken Ong Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Ong Adv leidt tot integralere aanpak Ong Adv goede kwaliteit Ong Adv goed timed Ong Adv reëel verwachtingspatroon WAP toegev. waarde wijkgericht werken WAP toegev.waarde mijn werkzaamh. WAP goede kwaliteit WAP goede vertaling wensen WAP zijn op tijd WAP reëel verwachtingspatroon WAP passen in agenda van cluster WAP sturend voor mijn werkzaamheden sociale vaardigheden expertise of technische vaardigheden voldoende kennis over functioneren overheid voldoende politieke contacten vertegenwoordigen accuraat de belangen invloed bewoners sterk genoeg voldoende lokaal netwerk 0% Helemaal oneens

10% 2

3

20%

30%

40%

50%

60%

4

5

6

Helemaal eens

70%

80%

90% 100%

85

Figuur 1d Oordeel dat gevraagd is over de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit: percentage scores per vraag voor de wijkraad

Wijkraad Gevr Adv toegev. waarde wijkgericht werken Gevr Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Gevr Adv goede kwaliteit Gevr Adv zijn op tijd Gevr Adv reëel verwachtingspatroon Ong Adv toegev. waarde wijkgericht werken Ong Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Ong Adv leidt tot integralere aanpak Ong Adv goede kwaliteit Ong Adv goed timed Ong Adv reëel verwachtingspatroon WAP toegev. waarde wijkgericht werken WAP toegev.waarde mijn werkzaamh. WAP goede kwaliteit WAP goede vertaling wensen WAP zijn op tijd WAP reëel verwachtingspatroon WAP passen in agenda van cluster WAP sturend voor mijn werkzaamheden sociale vaardigheden expertise of technische vaardigheden voldoende kennis over functioneren overheid voldoende politieke contacten vertegenwoordigen accuraat de belangen invloed bewoners sterk genoeg voldoende lokaal netwerk 0% Helemaal oneens

2

10%

20%

30%

40%

50%

60%

3

4

5

6

Helemaal eens

70%

80%

90% 100%

86

Figuur 1e Oordeel dat gevraagd is over de kwaliteit van de output, de competenties en de representativiteit: percentage scores per vraag voor de gebiedscommissie

Gebiedscommissie Gevr Adv toegev. waarde wijkgericht werken Gevr Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Gevr Adv goede kwaliteit Gevr Adv zijn op tijd Gevr Adv reëel verwachtingspatroon Ong Adv toegev. waarde wijkgericht werken Ong Adv toegev.waarde mijn werkzaamh. Ong Adv leidt tot integralere aanpak Ong Adv goede kwaliteit Ong Adv goed timed Ong Adv reëel verwachtingspatroon WAP toegev. waarde wijkgericht werken WAP toegev.waarde mijn werkzaamh. WAP goede kwaliteit WAP goede vertaling wensen WAP zijn op tijd WAP reëel verwachtingspatroon WAP passen in agenda van cluster WAP sturend voor mijn werkzaamheden sociale vaardigheden expertise of technische vaardigheden voldoende kennis over functioneren overheid voldoende politieke contacten vertegenwoordigen accuraat de belangen invloed bewoners sterk genoeg voldoende lokaal netwerk 0% Helemaal oneens

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 2

3

4

5

6

Helemaal eens

87

Beoordeling verwerken van input van gebiedsbesturen en toegevoegde waarde De uitsplitsing is gemaakt naar vorm waarmee men te maken heeft (gehad). In de vragen zelf is niet specifiek naar de bestuursvorm gevraagd.

Figuur 2a Oordeel dat gevraagd is over het verwerken van adviezen, ondersteuning, kaders en richtlijnen en de toegevoegde waarde van het betrekken van gebiedsbesturen: gemiddelde totaalscores naar specifieke vorm van gebiedsbestuur steun leiding gevr adv steun leiding ongevr adv Procedures verw. gevr. adviezen Procedures verw. ongevr. adviezen Capaciteit verw. gevr. adviezen Capaciteit verw. ongevr. adviezen kaders & richtlijnen houding betrekken Geb.Org. toegev. waarde participatie(pos) toegev. waarde participatie(neg) zonder geb.best wijkgerichtwerken niet goed mogelijk 1 gemiddeld

Wijkcomité

2 Wijkraad

3

4

5

6

7

Geb_cie

Figuur 2a hierboven laat de gemiddelde scores zien op de ervaren steun van leidinggevenden en op de capaciteit voor het verwerken van adviezen en de ondersteuning, procedures, kaders en richtlijnen die de clusterambtenaren daarbij ervaren. De onderste 4 onderwerpen gaan over de houding ten opzichte van het betrekken van de gebiedsbesturen en de toegevoegde waarde van de gebiedsbesturen volgens de clusterambtenaren. In de figuren 2b tot en met 2i zijn de specifieke vragen (items) en frequenties op deze onderwerpen te zien. De clusterambtenaren ervaren voldoende steun vanuit leidinggevenden om met gevraagde adviezen aan de slag te gaan (zie ook figuur 2b). Dit geldt iets minder voor ongevraagde adviezen, maar ook hier wordt een voldoende gescoord (zie ook figuur 2c). Opvallend is dat ruim 25% van de respondenten hier geen mening over of geen ervaring in heeft. Er wordt duidelijk minder goed gescoord op het goed en snel kunnen verwerken van adviezen (zie ook figuur 2d&e): hier komt gemiddeld een magere voldoende uit als het gaat om gevraagde adviezen, en een nipte onvoldoende voor ongevraagde. Dit betreft het beschikken over voldoende middelen en tijd (capaciteit) om adviezen goed en tijdig te kunnen verwerken. Ook ervaren de respondenten geen duidelijke procedures, kaders en richtlijnen (zie ook figuur 2h), hoewel hier de nodige spreiding onder de respondenten te zien is.

Op dit onderdeel zijn de scores vergelijkbaar met 88

die voor capaciteit: net boven of net onder een voldoende (zie ook figuur 2f&g). Opvallend is verder dat slechts een klein deel van de respondenten (minder dan een kwart) aangeeft de gebiedsbesturen te betrekken tijdens of na het advies in de besluitvorming rond projecten (zie figuur 2d&e). Ruim 30% geeft overigens bij deze vraag aan geen mening of ervaring hierin te hebben. Een soortgelijk percentage van de clusterambtenaren geeft aan een gebrek aan middelen (budget, uren, expertise) te ervaren om te kunnen omgaan met gevraagde adviezen, terwijl dit percentage voor ongevraagde adviezen nog hoger is (zo’n 40%). De onderste vier onderwerpen gaan over de houding van clusterambtenaren ten opzichte van het betrekken van gebiedsbesturen en hun perceptie over de toegevoegde waarde van participatie van de gebiedsbesturen (zie ook figuren 2i, 2j en 2k). Over het algemeen zijn voldoende tot ruim voldoende scores te zien (gemiddeld een 4,5 op een 7-punt schaal): clusterambtenaren zijn gematigd positief wat betreft de toegevoegde waarde van input vanuit de gebiedsbesturen en willen er doorgaans mee aan de slag gaan., . De scores van de ambtenaren gesplitst naar verschillende typen gebiedsorganen laten weinig verschillen zien, al scoren wijkcomités op het gebied van houding en toegevoegde waarde steeds nipt het best.

Een duidelijk beeld heerst er over de toegevoegde waarde van het gebiedsbestuur in het kader van wijkgericht werken. Hier zijn de ambtenaren duidelijk over: 70% vindt dat ook zonder de gebiedsbesturen wijkgericht werken goed mogelijk is (zie figuur 2k). Dit is in overeenstemming met de perceptie van ambtenaren dat hun cluster ondanks de input van gebiedsbesturen een onverminderde invloed heeft op het besluitvormingsproces.

Figuur 2b specifieke items ervaren steun leidinggevende t.o.v. ongevraagde adviezen Als ik met ongevraagde adviezen, verzoeken of signalen vanuit de gebiedsbesturen aan de slag ga…. … ervaar ik bij mijn leidinggevende ruimte om te experimenteren en om fouten te kunnen maken. … ervaar ik ondersteuning vanuit mijn leidinggevende. … kan ik bij mijn leidinggevende extra middelen vragen (bijvoorbeeld tijd of budget). … waardeert mijn leidinggevende het als ik mij inzet voor de gebiedsbesturen. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

89

Figuur 2c specifieke items ervaren steun leidinggevende t.o.v. gevraagde adviezen Als ik met gevraagde adviezen vanuit de gebiedsbesturen aan de slag ga…. … ervaar ik bij mijn leidinggevende ruimte om te experimenteren en om fouten te kunnen maken. … ervaar ik ondersteuning vanuit mijn leidinggevende. … kan ik bij mijn leidinggevende extra middelen vragen (bijvoorbeeld tijd of budget). … waardeert mijn leidinggevende het als ik mij inzet voor de gebiedsbesturen. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

Figuur 2d&e Omgang gevraagde adviezen (uitsluitende gevraagd aan mensen die met gevraagde adviezen te maken hebben): capaciteit en procedures Binnen mijn cluster wordt er snel gereageerd op gevraagde adviezen. Het reageren op gevraagde adviezen is goed te doen binnen de tijd die ervoor staat. We beschikken over voldoende middelen (budget, uren, expertise) om met gevraagde adviezen om te gaan. We hebben een vaste werkwijze in het reageren op gevraagde adviezen. Er bestaan duidelijke richtlijnen over hoe met gevraagde adviezen van gebiedsbesturen om te gaan. Afspraken en richtlijnen over hoe met adviezen van gebiedsbesturen om te gaan worden regelmatig… Mijn cluster betrekt de gebiedsbesturen tijdens of na het verwerken van een advies actief in de… 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

90

Figuur 2f&g Ervaring met het verwerken van ongevraagde adviezen of verzoeken (uitsluitende gevraagd aan mensen die met ongevraagde adviezen te maken hebben): capaciteit en procedures Binnen mijn cluster wordt er snel gereageerd op ongevraagde adviezen of verzoeken vanuit de gebiedsbesturen. We beschikken over voldoende middelen (budget, uren, expertise) om met ongevraagde adviezen of verzoeken om te gaan. We hebben een vaste werkwijze in het reageren op ongevraagde adviezen of verzoeken. Er bestaan duidelijke richtlijnen over hoe met ongevraagde adviezen of verzoeken van gebiedsbesturen om te gaan. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

Figuur 2h Specifieke items kaders en richtlijnen omtrent betrekken van gebiedsbesturen Het is duidelijk hoe mijn afdeling de gebiedsbesturen moet betrekken in het maken van beleid. Het is duidelijk hoe mijn afdeling de gebiedsbesturen moet betrekken in het uitvoeren van beleid. Het is duidelijk wanneer mijn afdeling gebiedsbesturen moet betrekken in het maken of uitvoeren van beleid.

Helemaal oneens

2

3

4

0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

91

Figuur 2i Specifieke items houding over het betrekken van gebiedsbesturen Ik vind de gebiedsbesturen erg betrokken bij het werk dat de clusters voor de gebieden doen. Ik vind het plezierig om met gevraagde adviezen vanuit gebiedsbesturen aan de slag te gaan. Ik vind het plezierig om met ongevraagde adviezen vanuit gebiedsbesturen aan de slag te gaan. Ik ben ervan overtuigd dat input vanuit de gebiedsbesturen waardevol kan zijn. Ik ga graag in gesprek met leden van gebiedsbesturen. Ik wil tijd vrijmaken om met input vanuit de gebiedsbesturen aan de slag te gaan wanneer ik deze ontvang. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

Figuur 2j Specifieke items toegevoegde waarde van participatie van de gebiedsbesturen – positieve stellingen Input van gebiedsbesturen verbetert de dienstverlening van de clusters naar de wijken door… Door de gebiedsbesturen neemt een bredere groep Rotterdammers deel aan besluitvorming. Via de gebiedsbesturen zijn bewoners partners in het besluitvormingsproces. Er vindt goede uitwisseling van informatie plaats tussen mijn cluster en gebiedsbesturen De gebiedsbesturen helpen mijn cluster om meer wijkgericht te werken. Dankzij de gebiedsbesturen kunnen we de inhoud en uitvoering van ons beleid beter afstemmen op wat… Dankzij de gebiedsbesturen komen wensen en vragen van Rotterdammers sneller op de juiste plek terecht. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

92

Figuur 2k Specifieke items toegevoegde waarde van participatie van de gebiedsbesturen - negatieve stellingen Input van gebiedsbesturen vermindert de invloed van mijn cluster op het besluitvormingsproces. Input van gebiedsbesturen zorgt voor substantiële vertragingen in het besluitvormingsproces. Input van gebiedsbesturen maakt het moeilijk om consensus te bereiken en het besluitvormingsproces af te ronden. Ook zonder de gebiedsbesturen is het goed mogelijk om wijkgericht te werken 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

Ervaren handelingsruimte Figuur 3 a Positieve stellingen

Ik heb vrijheid om te besluiten hoe met input vanuit de gebiedsbesturen om te gaan.

Als ik met input vanuit de gebiedsbesturen aan de slag ga heb ik vrijheid om mijn eigen afwegingen te maken.

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

93

Figuur 3 b Negatieve stellingen

Als ik met input vanuit de gebiedsbesturen aan de slag ga dan moet ik me aan strikte procedures houden.

Als ik met input vanuit de gebiedsbesturen aan de slag ga heb ik onvoldoende ruimte om maatwerk te bieden.

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal oneens

2

3

4

5

6

Helemaal eens

n.v.t./geen mening

In figuur 3a en 3b is de frequentieverdeling te zien van de vragen over de ervaren handelingsruimte van clusterambtenaren om met input vanuit de gebiedsbesturen aan de slag te gaan. Opvallend is dat hier een aanzienlijk deel (meer dan 20%) ‘geen mening’ of ‘niet van toepassing’ heeft ingevuld. Dit kan betekenen dat hier simpelweg minder of geen ervaring mee is. Gemiddeld genomen ervaren clusterambtenaren voldoende vrijheid om met besluiten en input vanuit gebiedsbesturen om te gaan. Ze kunnen hier over het algemeen hun eigen afwegingen in maken.

Beoordeling wijkgericht werken Figuur 4 Specifiek items ervaringen in het algemeen met het wijkgericht werken Het huidige bestuursmodel is voldoende ingericht om wijkgericht te werken. Mijn cluster zou baat hebben bij meer ambtelijke ondersteuning op gebieds- en wijkniveau. Om beter wijkgericht te werken zijn meer ambtenaren nodig in mijn cluster die zich op de gebieden richten. De samenwerking tussen gebiedsorganisaties en de clusters verloopt gemiddeld genomen goed. Mijn cluster is goed ingericht om wijkgericht te werken. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Helemaal mee oneens

2

3

4

5

6

Helemaal mee eens

n.v.t./geen mening

Figuur 4 gaat in op de ervaringen omtrent het wijkgericht werken. Een aanzienlijk deel (ongeveer 35%) is kritisch op manier waarop het huidige bestuursmodel in staat is om wijkgericht te werken. Dit deel is groter dan het deel dat hierover positief gestemd is (ruim 20%). De andere helft heeft hier geen mening over of scoort deze stelling in het midden (niet eens/niet oneens). Toch is het merendeel positief over het wijkgericht werken van het eigen cluster. En ook over de samenwerking met gebiedsorganisaties wordt gematigd positief geoordeeld. Daarentegen verlangt meer dan 40% van de respondenten naar meer ambtelijke ondersteuning op gebieds- en wijkniveau en meer ambtenaren gericht op de gebieden. 94

Ervaren administratieve rompslomp Ruim de helft van de respondenten ervaart veel administratieve rompslomp in de organisatie (een score van 7 of hoger op een schaal van 0 tot 10). Gemiddeld geven de respondenten een 6 aan de mate van ervaren rompslomp. Bijna een vijfde geeft hieraan een 4 of lager, een derde een 5 of een 6. Figuur 5 mate van ervaren administratieve rompslomp

Administratieve last

weinig middelmatig veel

Ervaren mate van hiërarchie Bijna de helft van de respondenten ervaart veel hiërarchie in de organisatie (een score van 7 of hoger op een schaal van 0 tot 10). Gemiddeld geven de respondenten een 6 aan de mate van ervaren hiërarchie. Ruim een kwart geeft hieraan een 4 of lager en bijna een kwart een 5 of een 6. Figuur 6 mate van ervaren hiërarchie

Hiërarchie

weinig middelmatig veel

95

Bijlage 5: Uitkomsten resultaten bewonersenquête Respons Voor deze enquête is gebruik gemaakt van het Digitale Stadspanel Rotterdam (DSR). Omdat er nagenoeg tegelijkertijd en heel ander onderzoek gebruik maakte van het DSR én het tevens is ingezet voor de vignet-studie (ook in het kader van de evaluatie van het bestuurlijk model) zijn er relatief weinig panelleden benaderd met deze enquête. Daarom is daarnaast gebruik gemaakt van de emailadressen die respondenten bij de meting voor het wijkprofiel hebben opgegeven. Zij hadden daarmee aangegeven vaker door de gemeente benaderd te mogen worden voor onderzoek. Zij zijn allemaal benaderd of zij lid willen worden van het DSR. Degene zich niet hebben aangemeld voor het DSR zijn benaderd tijdens voor deze bewonersenquête. Doordat het uitsluitend respondenten betreft die al eerder aan een onderzoek voor de gemeente hebben meegedaan en daarbij hebben aangegeven vaker aan onderzoek voor de gemeente mee te willen werken, is deze groep niet volledig representatief voor de gehele bevolking. Zij zijn meer dan de gemiddelde Rotterdammer betrokken bij de lokale overheid. Omdat het in dit onderzoek vooral om de voor- en nadelen van de diverse typen gebiedsbesturen gaat, is deze vertekende representativiteit geen probleem. Op basis van de buurt waar men woont, is bekend met wat voor type gebiedsbestuur de respondenten te maken hebben.

De enquête is voor ieder type gebiedsbestuur op maat gemaakt. In onderstaande tabel staat weergegeven hoeveel bewoners van alle onderscheiden subgroepen zijn benaderd en wat de respons is. Tabel 1: respons Type gebiedsbestuur

Benaderd

Respons aantallen

Respons percentage

DSR

Overig totaal

DSR

Overig

totaal

DSR

Overig

totaal

Gebiedscommissie

251

2691

2942

176

1218

1394

70%

45%

47%

Wijkraad

251

829

1080

148

339

487

59%

41%

45%

Wijkcomité

248

384

632

167

165

332

67%

43%

53%

De respons onder de DSR leden is zoals mocht worden veracht hoog. Ook de respons onder de overige respondenten is vrij hoog. Kortom: voldoende respondenten om betrouwbare uitspraken te doen.

Resultaten Aan de respondenten is gevraagd of men in 2018 voor het gebiedsbestuur heeft gestemd (uitgezonderd bewoners van wijken met een wijkcomité). Aan degene die niet hebben gestemd, is gezegd wat voor type gebiedsbestuur er in hun wijk actief is en gevraagd of ze daarvan op de hoogte waren.

96

Figuur 1 Gestemd en/of op de hoogte van type gebiedsbestuur in eigen wijk Wijkcomité Wijkraad Gebieds-Cie 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Bijna 60 procent van de bewoners in de zes wijken met een wijkcomité zegt desgevraagd dat men daarvan op de hoogte is. Bijna driekwart van de bewoners in Noord en Feijenoord zegt te hebben gestemd voor de wijkraad of in ieder geval op de hoogte te zijn van het feit dat er een wijkraad actief is in hun wijk. In de wijken met een gebiedscommissie is dit bijna 70 procent. Aan de respondenten die aangeven bekend te zijn met het type gebiedsbestuur in hun wijk is een aantal vragen voor dat gebiedsbestuur gesteld. De resultaten van die stellingen en vragen staan hierna beschreven.

Figuur 2 Oordeel over gebiedsbestuur (per type gebiedsbestuur) GC is waardevol en nuttig beturrsorgaan WC is waardevol en nuttig beturrsorgaan GC brengt mij dichter bij gemeentebestuur WC brengt mij dichter bij gemeentebestuur GC voldoende bevoegdheden om effectief te zijn WC voldoende bevoegdheden om effectief te zijn GC voldoende bevoegdheden voor wensen inw. WC voldoende bevoegdheden voor wensen inw. 0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

helemaal mee eens

enigszins mee eens

helemaal mee oneens

weet niet/geen mening

enigszins mee oneens

Circa 60 procent geeft aan niet te weten of hun gebiedsbestuur voldoende taken en bevoegdheden heeft. Opmerkelijk is dat ruim de helft hun gebiedsbestuur een nuttig bestuursorgaan vindt, maar dat minder dan 40 procent vindt dat hun gebiedsbestuur hen dichter bij het gemeentebestuur brengt. Aan de bewoners met een wijkcomité en de bewoners met een wijkraad is gevraagd of ze hun type gebiedsbestuur beter of slechter vinden dan een gebiedscommissie, die zie in principe kennen uit de periode 2014 – 2018. De groep die de wijkraad of het wijkcomité beter vindt dan een gebiedscommissie is iets groter dan de groep die dat juist niet vindt. De groep die er geen mening over heeft is echter in beide gevallen het grootst. Figuur 3 Wijkraad of wijkcomité beter of slechter dan gebiedscommissie

97

wijkraden beter dan gebiedscommissies

wijkcomités beter dan gebiedscommissies 0%

10%

20%

30%

40%

helemaal mee eens

enigszins mee eens

helemaal mee oneens

weet niet/geen mening

50%

60%

70%

80%

90% 100%

enigszins mee oneens

De resultaten van de vraag wat men de belangrijkste taak van het gebiedsbestuur vindt, staan in onderstaande figuur. Belangenvertegenwoordiging wordt bij alle drie de type gebiedsbesturen het meest genoemd. Ruim driekwart noemt dit als één van de drie belangrijkste taken. Het beoordelen van subsidieaanvragen wordt door slechts een kleine groep genoemd. De verschillen tussen de drie typen gebiedsbesturen zijn erg klein.

Beoordelen subsidieaanvra Vergaderen Stimuleren gen met gemeente participatie

Stimuleren Belangenverte bewonersinitia Advisering aan genwoordiging tieven gemeenteraad bew.

Figuur 4 Belangrijkste taak (per type gebiedsbestuur) GC WR WC GC WR WC GC WR WC GC WR WC GC WR WC GC WR WC 0%

10%

20%

30% 1e

40% 2e

3e

50%

60%

70%

80%

90%

100%

niet genoemd

98

Datgene wat de gebiedsbesturen realiseren, in de ogen van de bewoners, is te zien in de volgende figuur. Ook hier valt weer op dat bij veel stellingen respondenten aangeven dat niet te weten. De grote uitzondering hierop is de zichtbaarheid van het gebiedsbestuur: het merendeel van de bewoners vindt hun gebiedsbestuur onvoldoende zichtbaar. Over de invloed van het gebiedsbestuur op het gemeentebestuur heeft ongeveer de helft geen mening. Van de groep die daar wel iets van vinden, is het merendeel daar negatief over. Ook in deze grafiek valt te zien dat de verschillen tussen de diverse type gebiedsbestuur klein zijn.

Figuur 5 Oordeel over resultaten van gebiedsbestuur (per type gebiedsbestuur) GC levert positieve bijdrage aan bestuurlijke besluiten WR levert positieve bijdrage aan bestuurlijke besluiten WC levert positieve bijdrage aan bestuurlijke besluiten GC vertegenwoordigt mening van bewoners goed WR vertegenwoordigt mening van bewoners goed WC vertegenwoordigt mening van bewoners goed GC stimuleert bewoners tot ideeën en initiatieven WR stimuleert bewoners tot ideeën en initiatieven WC stimuleert bewoners tot ideeën en initiatieven GC biedt mogelijkheid problemen aan de orde te stellen. WR biedt mogelijkheid problemen aan de orde te stellen. WC biedt mogelijkheid problemen aan de orde te stellen. GC voldoende invloed op besluiten gemeenteraad en… WR voldoende invloed op besluiten gemeenteraad en… WC voldoende invloed op besluiten gemeenteraad en… GC vervult “brugfunctie” WR vervult “brugfunctie” WC vervult “brugfunctie” GC voldoende zichtbaar WR voldoende zichtbaar WC voldoende zichtbaar 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% helemaal mee eens

enigszins mee eens

helemaal mee oneens

weet niet/geen mening

enigszins mee oneens

Tot slot is aan degenen die op de hoogte zijn van het type gebiedsbestuur in hun wijk gevraagd een rapportcijfer te geven voor het functioneren van hun gebiedsbestuur. De wijkcomités scoren iets lager dan de gebiedscommissies. De wijkraden iets hoger. De verschillen zijn echter klein en geen van allen scoren gemiddeld een voldoende.

99

Figuur 6 Gemiddeld rapportcijfer voor functioneren gebiedsbestuur (per type gebiedsbestuur) Wijkcomité Wijkraad Gebiedscommissie 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Iemand die een 1 als rapportcijfer geeft is misschien wel net zo ontevreden als iemand die een 3 geeft. Daarom hebben we de rapportcijfers in drie categorieën ingedeeld. Dat zijn onvoldoendes (1 tot en met 5), voldoendes (6 en 7) en goed (8 tot en met 10). De volgende figuur geeft een goed beeld hoe er over de verschillende type gebiedsbestuur wordt gedacht. De wijkcomités krijgen van de helft een onvoldoende. De wijkraden en gebiedscommissies van 40 procent.

Figuur 7 Driedeling van rapportcijfers (per type gebiedsbestuur)

100% goed

90% 80% 70%

voldoende

60% 50% 40%

onvoldoende

30% 20% 10% 0%

Gebiedscommissie

Wijkraad

Wijkcomité

Aan iedereen is gevraagd of men op de hoogte is van het bestaan van wijkactieplannen (die voor iedere wijk worden gemaakt). Aan degenen die zeggen op de hoogte te zijn van het bestaan van deze plannen is gevraagd in welke mate ze deze plannen kennen. In de volgende figuur is te zien hoe bekend deze plannen zijn. Het overgrote deel van de bewoners is onbekend met de wijkactieplannen. Minder dan 5 procent kent een aantal concrete punten. Er is nagenoeg geen verschil tussen de diverse typen gebiedsbestuur.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dda51c1b-dbb3-4ad0-8e92-c1a490e3b406