CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb3931 Bijlage behorende bij 21bb3932 over Sportnota 2021+ Rotterdam, Wereldse sportstad

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 14. Het voorstel tot vaststelling van de ‘Sportnota 2021+ Rotterdam Wereldse Sportstad’.25.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

54

• We zorgen dat binnen de sport kennis en expertise voor handen is over de randvoorwaarden om sport te integreren in een bredere aanpak. • We stimuleren dat partijen, die sport willen inzetten om maatschappelijke impact te generen, dit altijd in afstemming en liefst in samenwerking met het sportdomein doen. • Door goede monitoring, evaluatie en effectstudies wordt de waarde van projecten met sport als middel aangetoond. • In de samenwerking met andere domeinen gebruiken we Motorische geletterdheid en het Factorenmodel (zie bijlage 7) om vanuit een gezamenlijk perspectief en met dezelfde taal naar vraagstukken te kijken en daarvoor sport en bewegen in te zetten. • We onderzoeken of we een living lab tot stand kunnen brengen, dat een gezamenlijk en nader te formuleren taai maatschappelijk vraagstuk wil oplossen via de inzet van sport.

6.4.2 Integrale inzet om meer Rotterdammers in beweging te brengen We willen de maatschappelijke impact van sport en bewegen niet alleen uitdragen maar ook daadwerkelijk vergroten. Een deel van de Rotterdammers bereiken we nu niet of onvoldoende vanwege hun grote kwetsbaarheid en afstand tot sport en bewegen. Sport en bewegen, kan mensen helpen zich te versterken en een preventieve functie hebben. Vanuit de sport dragen we de waarden

van sport en bewegen uit en zorgen we dat de sport­ infrastructuur klaar is om diverse groepen met veel afstand tot bewegen deel te laten nemen. We stellen samen met andere domeinen vooraf doelen, zodat we weten waar we naartoe werken en welke expertise en inzet nodig zijn. Doel • In 2026 werken sport en andere domeinen altijd samen, ieder vanuit eigen doelstellingen, om mensen met een grote afstand tot sport en bewegen naar structureel sport- en beweegaanbod toe te leiden. Make it Happen • We onderzoeken nauwkeuriger, bij voorkeur wijk­ gericht, welke groepen veel afstand tot bewegen hebben en in welke domeinen de belangrijkste belemmeringen én kansen voor bewegen liggen. • We ontwikkelen samen met andere domeinen passend aanbod en een goede aanpak, veelal op wijkniveau, voor toeleiding van de betreffende doelgroep. Daarbij spelen we in op hun belemme­ ringen en kansen. Stimuleren van meer dagelijkse beweging en stimuleren van wandelen en fietsen zien we nadrukkelijk als één van die kansen. • Vanuit het sportdomein focussen we op het ondersteunen van sportaanbieders om dusdanig vitaal te zijn dat ze passend aanbod voor deze groep ­Rotterdammers met veel afstand tot bewegen kunnen bieden.

• Voor het daadwerkelijk onderbrengen van het passend sportaanbod gebruiken we zo veel mogelijk de bestaande sportinfrastructuur van sportverenigingen, andere sportaanbieders, de sportcomplexen en ­andere faciliteiten in de wijken. • Voor de toeleiding van de doelgroepen zetten we de expertise, ervaring en infrastructuur van andere domeinen in. • We sluiten aan bij de ontwikkeling van de wijk­ preventieketen zoals beschreven in Gezond010: het akkoord. Sport en bewegen (en daarmee de sportaanbieders) worden gezien als en een belangrijk onderdeel in een sterke (preventieve) wijkinfra­ structuur. • We maken de verbinding met welzijn door vooraf gezamenlijk doelen te stellen, samen te werken in de wijk en waar mogelijk gebruik te maken van de aanwezige sportinfrastructuur. Vanuit de welzijn­ sactiviteit wordt contact gelegd met de Rotterdammer, wordt eventuele problematiek gesignaleerd en wordt waar aanwezig toegeleid naar structureel sport­ aanbod. Of wordt er passend aanbod ontwikkeld in samenwerking met Sport.

6.4.3 (Bedrijfs)economische impact en innovatie door sport De inzet die vanuit het sportdomein wordt gepleegd, komt ook het bedrijfsleven ten goede en daarmee de Rotterdamse economie en haar inwoners. Wanneer er sprake is van een bloeiend sportklimaat, ontstaat een afzetmarkt voor het bedrijfsleven en hun diensten en producten. Ook kan sport voor het bedrijfsleven een kweekvijver zijn om innovaties te ontwikkelen, te testen en te implementeren. Dit versterkt de sport maar ook het bedrijfs­ leven, dat de innovaties ook op andere domeinen kan toepassen. We onderzoeken of en hoe we sportinnovaties kunnen stimuleren en faciliteren. Hiermee maken we de stad nog aantrekkelijker voor het bedrijfsleven en kunnen we de economische impact van sport vergroten. Doel • In 2026 zijn samenwerkingen tussen bedrijfsleven, onderwijs en het sportdomein ontstaan, die de economische impact van sport vergroten Make it Happen • We onderzoeken welke kansen er liggen om de economische impact van sport te vergroten en hoe samenwerkingen met opleidingen (MBO/HBO) en het bedrijfsleven vorm kunnen krijgen. • We onderzoeken of en op welke manier innovatie daarbij een plek kan krijgen en of een innovatiehub of living lab wenselijk en haalbaar is.

55

7 Onderzoek Met het sportbeleid formuleren we ambitieuze doelen en acties om die doelen te behalen. Belangrijk is te meten in hoeverre we onze doelen behalen en hoe succesvol onze acties daarbij zijn. In dit hoofdstuk beschrijven we de instrumenten die we beschikbaar hebben om de voortgang te meten, de manier waarop we het effect van onze acties in beeld brengen en hoe we ambiëren daarin met anderen samen te werken om bij te dragen aan het inzicht in de mechanismen achter sportdeelname en de impact daarvan. Met het doel onze inzet te verbeteren aan de hand van die inzichten, en zo steeds effectiever sportbeleid te kunnen voeren.

7.1 De belangrijkste instrumenten om onze voortgang te meten Het is relevant om inzicht te hebben in de ontwikkeling van de sportdeelname en het beweeggedrag van ­Rotterdammers, en de impact van sport te monitoren. We volgen die ontwikkelingen met diverse monitors. Sportdeelname en beweeggedrag Voor het meten van de sportdeelname15, het aandeel wekelijkse sporters16 en de mate waarin Rotterdammers voldoen aan de Beweegrichtlijnen17 maken we gebruik van een drietal meetinstrumenten: de Gezondheids­ monitor van de GGD, de Sportdeelname Index van NOC*NSF en het Rotterdamse Wijkprofiel. In bijlage 6 worden deze monitors nader toegelicht. Elke monitor heeft een andere methodiek met bijbehorende sterke punten. De methodische verschillen leiden ertoe dat de resultaten onderling niet goed vergelijkbaar zijn. De monitors gebruiken we daarom voor verschillende doeleinden, waarbij vooral trends en geografische verschillen van belang zijn. De Gezondheidsmonitor en de Sportdeelname Index zijn de basis voor de cijfers die genoemd worden in deze sportnota. Deze instrumenten zijn ­geschikt om zowel vergelijkingen te maken met lande­ lijke cijfers als met andere G5-steden. Het wijkprofiel zetten we in voor de uitwerking van het beleid op

­gebieds- en wijkniveau, en is niet geschikt voor landelijke vergelijkingen. Maatschappelijke opbrengsten sport Het Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft een rekenmodel laten ontwikkelen waarmee de maatschappelijke opbrengst van sport en bewegen berekend kan worden. Hiermee worden kosten en baten van sport voor ­Nederland en voor individuele gemeenten berekend, op basis van kengetallen over de algemene Nederlandse bevolking. Op grond van het model van 2017 is de ­opbrengst van elke euro in de sport geïnvesteerde euro in Nederland, 2,5 euro is18. Ook is berekend wat de ­maatschappelijke opbrengst is als iemand, die dat eerst niet deed, aan de beweegnorm gaat voldoen. Dit kan voor Nederland oplopen tot € 100.000 per persoon die aan de beweegnorm gaat voldoen, over de rest van zijn of haar leven19. Het model vraagt een verdere verdieping. Door het model te updaten en toe te spitsen op de lokale Rotterdamse situatie, ontstaat een rekenmodel waarmee we kunnen inschatten wat de sociaaleconomische waarde van sport en bewegen is voor Rotterdam. Ook kunnen we deze waarde laten doorrekenen voor specifieke ­(kwetsbare) groepen in Rotterdam.

7.2 Doelen van de sportnota monitoren, acties meten en bijstellen Om te bepalen in welke mate we onze doelen behalen, gebruiken we naast de genoemde monitors diverse andere indicatoren. Deze verschillen per gesteld doel. Daarnaast is het in diverse gevallen zinvol de effecten van afzonderlijke interventies (de ‘make-it-happens’) te evalueren. Behoefteonderzoek onder doelgroepen met bewegingsarmoede en lage sportparticipatie is belangrijk om aangrijpingspunten te vinden om sporten en bewegen te stimuleren. Ook doen we onderzoek naar doelgroepen

15 Onder sportdeelname wordt hier verstaan: minstens twaalf keer sporten in de afgelopen twaalf maanden, zoals vastgelegd in de landelijke Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) 16 Het aantal mensen dat (minimaal) wekelijks sport, relevant wanneer sport wordt beschouwd als onderdeel van een gezonde leefstijl 17 De hoeveelheid lichaamsbeweging die nodig is voor een goede gezondheid is vastgelegd in de landelijke Beweegrichtlijnen van de ­Gezondheidsraad. Ze vervangen de ‘Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB)’, ‘Fitnorm’ en ‘Combinorm’. De landelijke beweegrichtlijnen worden toegelicht in bijlage 6 18 Rebel en Mulier Instituut, 2019. De Social Return on Investment (SROI) van sport en bewegen 19 Kenniscentrum Sport en Bewegen, 2018. Wat levert sport en bewegen op?: factsheet.

56

en beoefenaars van nieuwe en ongeorganiseerde ­sporten, zoals bijvoorbeeld naar urban sporters. Door kennis te ontwikkelen over onze acties en het effect daarvan op onze doelgroepen, maken we het onszelf mogelijk interventies bij te sturen om steeds effectiever te worden in het stimuleren en ondersteunen van sportdeelname door iedere Rotterdammer. Evaluatie van innovatie Innovatie is een belangrijk onderdeel van deze sportnota. Bij het testen van vernieuwende concepten doen we zo veel mogelijk begeleidend onderzoek naar de werkwijze, ervaringen, resultaten en de mogelijkheden tot bredere implementatie. Want waar wordt geïnnoveerd, worden nieuwe dingen geprobeerd. Er moet ruimte zijn om ­risico’s te nemen en daarvan te leren. Die ruimte willen we ­nemen: dat is een belangrijk onderdeel van de ­ otterdamse identiteit. R We meten bijvoorbeeld de acties én evalueren het functioneren van ons living lab esports in de vereniging van de toekomst, onderdeel van het Actieprogramma ­Verenigingen. In 2019 ontstond dit living lab met subsidie van het Rijk vanuit het Nationaal Sportakkoord. We zijn van plan om dit living lab, ook na het afronden van de door het Rijk gesubsidieerde werkzaamheden rond esports, te laten voortbestaan als motor en experimenteerruimte voor nieuwe initiatieven. We besluiten ­daarover te zijner tijd op basis van feiten en resultaten.

Gebruik van (big)data Veel data uit diverse bronnen is beschikbaar en kan ingezet worden om zowel sport- en beweeggedrag te monitoren, als om sport en bewegen te stimuleren. Veel data wordt verzameld door onze lokale sportpartners. Maar er zijn ook enorme hoeveelheden ongestructureerde data beschikbaar die, indien goed ontsloten, leiden tot meer inzicht in sport- en beweeggedrag en die het

mogelijk maken om trends te volgen of te voorspellen. We onderzoeken welke mogelijkheden hier liggen en hoe die te benutten om meer Rotterdammers tot ­dagelijks sporten te verleiden. Per wijk, per sport, per doelgroep. Samenwerking en kennisdeling Om al dit onderzoek uit te voeren werken we samen met uitvoeringsorganisaties, universiteiten en hogescholen, zowel in Rotterdam als daarbuiten. Dit doen we in de vorm van het uitbesteden van opdrachten, samenwerking in onderzoeksprojecten en door het verlenen van stageopdrachten aan studenten. Met name in de living labs streven we ernaar om zoveel mogelijk studenten te betrekken. We verkennen de mogelijkheden om onderzoek en ­monitoring als vast onderdeel op te nemen in de subsidies die we verlenen, zodat ook organisaties die van ons subsidie ontvangen, kennis ontwikkelen over effectiviteit en efficiëntie van door hen uitgevoerde acties. Het aanleveren van resultaten van een dergelijk onderzoek of monitor kunnen bijvoorbeeld als voorwaarde bij de vaststelling worden opgenomen. Ten slotte delen we de zo ontwikkelde kennis met ­partners binnen de stad en de rest van Nederland ter versterking van het sportbeleid en de effectiviteit ­daarvan.

We verkennen de mogelijkheden om onderzoek en ­monitoring als vast onderdeel op te nemen in de subsidies die we verlenen, zodat ook organisaties die van ons ­subsidie ontvangen, kennis ontwikkelen over effectiviteit en efficiëntie van door hen uitgevoerde acties. Het aanleveren van resultaten van een dergelijk onderzoek of monitor kunnen bijvoorbeeld als voorwaarde bij de vaststelling worden opgenomen.

57

8 Communicatie Samen brengen we Rotterdam in beweging! In beweging door zelf te sporten, door meer maatschappelijke impact met sport te genereren en door het bezoeken en beleven van topsportevenementen te stimuleren. Dit doen we in nauwe samenwerking met vele Rotterdamse (sport) organisaties. Met gerichte communicatie betrekken we andere organisaties bij de ambities die wij voor ­Rotterdam hebben. Door samenwerking vergroten we het bereik en de impact van de sport in Rotterdam. We denken en werken sector overstijgend om ook ­Rotterdammers die minder met sport hebben te bereiken. We richten onze communicatie op drie niveaus: lokaal, landelijk en internationaal. We zetten communicatie richting de Rotterdammers in met twee doelen. Ten eerste het enthousiasmeren van Rotterdammers voor sport. Dat doen we op verschillende manieren en afhankelijk van de levensfase waarin de Rotterdammers zich bevinden en hun specifieke wensen en behoeften. Hierbij maken we onder andere gebruik van rolmodellen, inspirerende topsport en uiteraard de diverse digitale communicatiemiddelen. We haken ook nadrukkelijk in op het grote belang van sport en bewegen voor de gezondheid waarop door de huidige corona-crisis extra nadruk ligt. We gebruiken social marketing om de wensen en behoeften te achterhalen en de juiste toon en communicatieaanpak te vinden.

Deze inzet komt met name terug in hoofdstuk 3 van de sportnota. Naast ­enthousiasmeren voor sport zetten we communicatie richting de Rotterdammers ook in om bij te dragen aan trots op hun stad, sport, sportaanbieders en sporters. Ook willen we professionals in andere sectoren (bijvoorbeeld welzijn, onderwijs, zorg) enthousiasmeren om hun

58 Foto: © Joep Boute

cliënten naar sport toe te leiden. Dit doen we door ­samenwerkingen aan te gaan binnen deze domeinen en onze expertise in te zetten als ambassadeur van sport. Op projectniveau kiezen we een gerichte, lokale aanpak en benutten we de bekendheid en het bereik van onder andere Sportbedrijf Rotterdam, Rotterdam Topsport en Rotterdam Sportsupport. Ook laten we per project zien welke bijdrage Rotterdam als toonaangevende Sportstad levert aan bijvoorbeeld het preventieakkoord, landelijk sportakkoord en de duurzame ontwikkelingsdoelen. We richten onze communicatie niet alleen op Rotterdammers, maar ook op Rotterdamse en landelijke (sport) organisaties. We onderhouden het (sport)netwerk ten gunste van de Rotterdamse sport. Met een aanpak gebaseerd op kennisdeling, netwerkvorming, samenwerking, communicatie en evenementen brengen we partijen samen die een bijdrage kunnen leveren aan een toekomstbestendige Rotterdamse en landelijke sportsector. We profileren Rotterdam landelijk en internationaal stevig op thema’s die passen bij het DNA van de stad: internationaal, werelds en grensverleggend. Denk hierbij aan thema’s als urban sports, esports, de wereldse sport­ evenementen en het TeamNL centrum Metropool. Maar ook de inzet van sport binnen andere sectoren om diverse maatschappelijke doelen te behalen, is ­innovatief en grensverleggend te noemen.

De profilering op deze thema’s versterkt het imago van Rotterdam als vooraanstaande evenementen-, pilot- en proeftuinstad. Voor de herkenbaarheid blijft de sport werken met de ­citymarketingstrategie van Rotterdam. Make It Happen.

9 Financiering en uitvoering Met deze sportnota formuleren we een koerswijziging en een aantal forse ambities. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we deze ambities financieren en hoe we hieraan uitvoering geven.

• Intensiever gebruik van voorzieningen • Verduurzaming van gemeentelijke voorzieningen en stimuleren van partners/verenigingen om dat ook te doen bij hun voorzieningen

9.1

Onder het taakveld sportbeleid en activering wordt verstaan: • Sportprogrammering om meer Rotterdammers structureel een leven lang te laten bewegen of sporten met extra aandacht voor een aantal specifieke doelgroepen: kinderen in achterstandssituaties, ouderen en mensen met een beperking • Benutten kracht van sportevenementen en topsport • Vitale verenigingen en overige sportaanbieders en sportief ondernemerschap • Gezond opgroeien in je eigen buurt

Meerjarenbegroting

De meerjarenbegroting is opgedeeld in twee zogenoemde taakvelden: sportaccommodaties enerzijds, en sportbeleid en activering anderzijds. Onder het taakveld sportaccommodaties wordt verstaan: • Kwalitatief hoogwaardige, duurzame, goed toegankelijke en voldoende voorzieningen (goed onderhouden, voldoen aan eisen van de tijd, capaciteit op orde) • Opstallen in eigendom van verenigingen van voldoende kwalitatief niveau • Toegankelijke voorzieningen voor mensen met een beperking

In onderstaand overzicht zijn de structurele budgetten van de gemeentebegroting opgenomen tot en met 202620. 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Taakveld Sportaccomodaties

53.438

52.982

54.058

54.982

54.982

54.982

Taakveld Sportbeleid en activering

8.359

8.069

7.465

7.465

7.666

7.666

Totaal begroting Sport

61.797

61.050

61.523

62.447

62.648

62.648

20 Uitgangspunt is de begrotingsstand oktober 2020. Dit is inclusief ombuigingen bij de Voorjaarsnota 2020. Het budget voor de jaren 2025 en 2026 is onder voorbehoud van vaststelling door de gemeenteraad. De Brede Regeling Combinatiefunctionarissen Rotterdam is verwerkt onder voorbehoud van voortzetting van de rijksbijdrage vanaf 2023. De OZB van veldsportverenigingen is in dit overzicht verwerkt onder het taakveld Sportaccommodaties.

59

9.2 Subsidies Ons belangrijkste sturingsinstrument voor het behalen van beleidsdoelen is dat van subsidie- en opdracht­ verstrekking. Dit gebeurt alleen op een wijze die ­effectief, efficiënt en transparant is wanneer dit sturings­ instrument goed aansluit bij ontwikkelingen en behoeften in de sportsector (van instellingen, verenigingen en initiatiefnemers) en de maatschappij. We hebben ons de vraag gesteld in hoeverre dat nu het geval is. We constateren dat de systematiek van het huidig subsidiehuis voor de sportsector goed werkt als we de uitputting van de middelen binnen de regelingen als doel nemen. Maar een inhoudelijke en proces­ evaluatie kan beter inzichtelijk maken of de opzet van de financieringsmogelijkheden kan worden verbeterd. De huidige financieringsmogelijkheden van de gemeente Rotterdam voor sport zijn te onderscheiden in incidentele en jaarsubsidies. Met incidentele subsidies worden gericht eenmalig sportactiviteiten en projecten gefinancierd. Jaarsubsidies komen ten goede aan geselecteerde instellingen die van structurele waarde zijn voor de sportinfrastructuur. Naast subsidies zijn er mogelijk andere financieringssystemen die vanuit de gemeente Rotterdam een impuls aan de Rotterdamse sportsector kunnen geven.

Zoals een eerste inleg vanuit de gemeente als stimulans bij crowdfunding of het aanjagen van innovatie met een prijsvraag, zoals via CityLab010 of in samenwerking met het Sportbedrijf Rotterdam en landelijke partners. In 2021 inventariseren we of, en zo ja welke verandering van het subsidiehuis en overige financieringsstromen kunnen helpen om het sportbeleid meer efficiënt en effectief te laten uitvoeren

9.3 Partners in de uitvoering Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat het spelersveld in de sport groot is. Met onze ambitie nog meer integraal samen te werken aan het behalen van diverse doelen, zal het speelveld zich nog verder uitbreiden. Een basisplaats hebben diverse grote en kleinere Rotterdamse uitvoeringsorganisaties. Zij zijn onmisbare partners in de sport. Zonder anderen tekort te willen doen, schetsen we hieronder de kerntaken van de drie uitvoeringspartners die in de hele stad een rol hebben in de uitvoering van het sportbeleid: de stichtingen Rotterdam Topsport en Rotterdam Sportsupport, en Sportbedrijf Rotterdam. Stichting Rotterdam Topsport Rotterdam Topsport spant zich, door publiek-private samenwerking, in voor een sterk topsportklimaat en -imago van Rotterdam door onder andere topsportevenementen voor de stad te acquireren en te begeleiden

60

en door topsportverenigingen, talenten en topsporters in de stad te ondersteunen bij hun topsportambities en bij te dragen aan (de ontwikkeling van) TeamNL centrum Metropool. Stichting Rotterdam Sportsupport Rotterdam Sportsupport spant zich in voor vitale, veilige en toekomstbestendige sportverenigingen. En spant zich in om het structureel sporten en bewegen bij een sportvereniging voor meer Rotterdammers toegankelijk te maken en het aanbod van de sportvereniging als middel in te zetten. Sportbedrijf Rotterdam Sportbedrijf Rotterdam faciliteert en stimuleert sport en beweging met toegankelijke, schone en veilige sportvoorzieningen en voorziet in sportprogrammering om mensen in beweging te krijgen en te houden.

9.4 Organisatie van de uitvoering Na vaststelling van het nieuwe sportbeleid is het zaak tot verdere uitwerking en uitvoering te komen. Hiervoor formuleren we geen overkoepelend uitvoerings­ programma. Uitwerking vindt plaats door de onderdelen in programma’s uit te werken, te laten landen in reguliere jaarplannen, subsidieregelingen en opdrachten aan onze uitvoeringspartners zoals Stichting Rotterdam Sportsupport, Stichting Rotterdam Topsport, Sport­ bedrijf Rotterdam, Optisport en Sportfondsen, en deels door aanvullende of nieuwe opdrachten of programma’s te formuleren. Daar waar doelen en ambities verschuiven, verwerken we dit eveneens in de eerdergenoemde ­subsidieregelingen, jaaropdrachten en -subsidies. Waar verschuiving niet voldoende is en bij de uitwerking van nieuwe actieprogramma’s blijkt dat extra budget nodig is, zoeken we dat in eerste instantie in het aanboren van externe financiering en samenwerkingen met andere domeinen waar gemeenschappelijke doelen bestaan. Met externe financiering doelen we op budgetten vanuit het Rijk, Europa, innovatiebudgetten, calls van organisaties zoals ZonMW et cetera. Indien alleen tot een sluitende businesscase gekomen kan worden via verruiming van het budget uit de ­gemeentebegroting, volgen we hiervoor de reguliere route van de gemeentelijke begrotingscyclus.

Deze aanpak biedt een nieuwe coalitie de ruimte om tot ­ accentverschuivingen te komen binnen het nu ­geformuleerde sportbeleid voor de komende zes jaar. Het is belangrijk te melden dat we een dergelijk proces in ieder geval voorzien voor dekking van de wereldse sportevenementen en het omgevingsprogramma ­ eweegvriendelijke stad. B

Foto: © Rotterdam Sportsupport

9.5 Samenwerking Er is sprake van een uitgebreid netwerk van organisaties die zich inzetten voor sport en bewegen. Deze organisaties bevinden zich op internationaal, nationaal of lokaal niveau. Om integraal te kunnen samenwerken is het belangrijk om voldoende oog te houden voor al deze partijen. We hebben elkaar immers nodig om aan onze (gemeenschappelijke) doelen te werken. Het is niet realistisch om een complete opsomming te geven van het totale netwerk op alle niveaus, maar voor de beeldvorming geven we een kort overzicht. Internationale partners Voor het behalen van onze doelen op internationaal niveau zijn belangrijke samenwerkingspartners en experts het Internationaal Olympisch Comité, inter­ nationale sportfederaties en de Wereldgezondheids­ organisatie. Nationale partners Partners zoals de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging Sport en ­Gemeenten, diverse nationale sportbonden, NOC*NSF, het Kenniscentrum Sport & Bewegen en het Mulier ­Instituut: allemaal hebben ze ambities, kennis en invloed in en op de sportsector. Zonder samenwerking met deze partners, de inspiratie vanuit hun projecten en kennis over ontwikkelpunten en effect van de inzet, zijn de stappen die we kunnen zetten beperkt.

Lokale partners Onze lokale partners zijn uiteraard de in paragraaf 9.1 genoemde uitvoeringspartners, waarmee we via subsidies en opdrachten min of meer directe invloed hebben

op het behalen van onze doelen. Er zijn echter veel meer organisaties die een subsidie of opdracht van de ­gemeente hebben om een deel van het sportbeleid uit te voeren, zoals MEE Rotterdam, de drie betaald voetbal­ organisaties Excelsior, Sparta en Feyenoord en de zwembadexploitanten Optisport en Sportfondsen. ­Andere belangrijke lokale partners zijn uiteraard alle private Rotterdamse sportorganisaties zoals sport­ verenigingen, sportclubs en sportstichtingen: topsport en breedte­sport, sportplus en schoolsport, commercieel en vrijwillig, traditioneel en urban of esports. Maar ook de onderwijsinstellingen waarmee we een goede samenwerkings­relatie hebben, zoals het Albeda College, Hogeschool Rotterdam et cetera. Zonder al deze mensen en hun organisaties, die zich in welke vorm dan ook inzetten om Rotterdammers te bereiken en te stimuleren meer te sporten en bewegen, slaagt ons sportbeleid niet. Interne partners De reikwijdte van sport en de brede impact van sport leidt ertoe dat samenwerking binnen de gemeente ­Rotterdam met veel afdelingen randvoorwaarde is voor succes. Voor de hand liggend zijn de clusters Stads­ ontwikkeling, Stadsbeheer en Werk & Inkomen, de ­afdeling Publieke Gezondheid, Welzijn & Zorg, en de directies Cultuur en Onderwijs. Nieuwe partners Deze opsomming is verre van compleet.

Het speelveld is voortdurend in beweging en er ontstaan steeds nieuwe verbindingen en nieuwe organisaties. Sterker, ons beleid de komende zes jaar is er zelfs op gericht deze nieuwe verbindingen te leggen. Daarom staan wij open voor nieuwe samenwerkingen en nodigen nieuwe partners uit contact te leggen.

61

10 Bijlagen Inhoud Bijlage 1 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen 61 Bijlage 2 Sportcirkel 62 Bijlage 3 Relevante ontwikkelingen 63 Bijlage 4 Relevante programma’s 65 Bijlage 5 Relatie Sportnota 2021+ en relevante programma’s 68 Bijlage 6 Monitors en definities van sportdeelname en beweegrichtlijnen 69 Bijlage 7 Factoren model 70

62

Bijlage 1: Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen In 2015 stelden de Verenigde Naties zeventien doelen op die gaan over duurzaamheid. Nederland heeft zich ook aan deze doelen gecommitteerd en als gemeente zullen we hieraan ook een bijdrage leveren. Hieronder volgt een opsomming van de zeventiendoelen en hoe wij voorzien dat sport daaraan kan bijdragen: 1. 2. 3.

4.

5.

6.

Geen armoede - Jeugdfonds sport en cultuur. Pilot Volwassenensportfonds. Geen honger Goede gezondheid en welzijn - Stimuleren en faciliteren van sport en bewegen om bij te dragen aan gezondheid. Versterken van aansluiting tussen gezondheidsdomein en sport een bewegen. Lekker Fit! aanpak (overgewicht, gezonde voeding, voldoende bewegen). Gezonde kantine. Kwaliteitsonderwijs - Goed bewegingsonderwijs door een vakleerkracht. En pedagogisch voldoende onderlegde sporttrainers/coaches die de lessen vanuit Motorische geletterdheid benutten, t­ oegankelijkheid van sportfaciliteiten. Gender gelijkheid - Aanpak veilig sport klimaat en inzet sportpedagogen. Aandacht voor inclusief sporten en toegankelijke sporten ongeacht geslacht, geaardheid, etniciteit en gezondheid. Schoon water en sanitair – Waterpunten op plekken die veel gebruikt worden om te sporten.

7.

Betaalbare en duurzame energie - Investeringen in zonnecellen, ledverlichting, energiebesparing op sportcomplexen. 8. Eerlijk werk en economische groei – Sportsector biedt werkgelegenheid maar kan ook ingezet worden om drempel naar werk te verlagen middels werkgelegenheidstrajecten. 9. Industrie, innovatie en infrastructuur 10. Ongelijkheid binnen en tussen landen verminderen 11. Duurzame steden en gemeenschappen - Investeren in gebruik openbare ruimte voor sport & bewegen (met effect op leefbaarheid van de stad), vitale verenigingen, multifunctionele verenigingen, voldoende sportvoorzieningen dichtbij huis, Global Active City. 12. Verantwoorde consumptie en productie - Gezonde sportkantines, convenant marketing sportevene­ menten, einde aan single use plastics, hergebruik van en inzet op circulaire kunstgrasvelden, uitfase­ ring van rubbergranulaat op kunstgrasvelden. 13. Klimaatactie - Verduurzaming sportvoorzieningen, stimuleren fiets/wandelen naar de vereniging. 14. Leven in het water 15. Leven op het land - Maatregelen om verspreiding van infill van de velden naar de omgeving of elders te voorkomen/verminderen. 16. Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten 17. Partnerschap om doelstellingen te bereiken - Global Active City, living lab.

63

Bijlage 2: De Sportcirkel Het begrip ‘sportcirkel’ helpt ons om het sportbeleid en het ruimtelijke beleid met elkaar te verbinden. De ruimte in de stad wordt steeds schaarser en we vinden het belangrijk dat elke Rotterdammer in de buurt van zijn huis kan sporten. Immers, voldoende ruimte om te bewegen en te sporten is belangrijk voor een aantrekkelijke leefomgeving en een vitale bevolking. Omdat geen enkele vierkante meter straks van één gebruiker is, moet sport haar plek in die schaarse ruimte blijven behouden en opeisen. Om dat beter te duiden introduceren we het begrip ‘sportcirkel’. We bedoelen hiermee de buitensportcomplexen die van oudsher min of meer in een cirkel gesitueerd zijn rondom de oude- en naoorlogse stadswijken, en dus bijzonder centraal in de stad. Deze sportcomplexen hebben een belangrijke functie qua ruimte, ontmoetingsmogelijkheden, diversiteit in bebouwing en groen, en zijn van bijzondere waarde voor de stad. Dit willen we behouden en het begrip van de sportcirkel helpt ons daarbij. Daarnaast helpt de sportcirkel om slimme combinaties te vinden tussen wonen, werken en leven en daarbinnen ook sport te stimuleren. Multifunctioneel en intensief gebruik is een belangrijk uitgangspunt voor de wijze waarop we met de sportcomplexen omgaan.

Sportcirkel Rotterdam

64

Rotterdam verplaatst geen ‘sportterreinen naar de rand van de stad’, maar wil deze bestaande sportcirkel behouden en versterken. Dit betekent overigens niet dat in de toekomstige ontwikkelingen de huidige sportterreinen altijd op dezelfde locatie liggen. Bij gebiedsontwikkelingen kunnen de sportcomplexen van de sportcirkel eventueel worden verplaatst, maar blijven wel in de nabijheid van de huidige locatie gesitueerd. Hierbij zal altijd aandacht zijn voor de behoeften vanuit de gebruikers. Als basis voor de sportcirkel dienen de sportcomplexen aan de Noorderbocht, Lange pad/ Boszoom, Woudenstein/ Toepad, Stadionpark/ Smeetslandseweg, De Enk/ Spinozaweg, Zuiderpark, Vreelust, Roel Langerakpark/ Essenburgsingel/ Kanaalweg/ Nenijto. De sportcirkel is een gedachtengoed. Met deze sportnota dragen we dat gedachtengoed uit. De uitwerking van dit gedachtengoed zal hoofdzakelijk plaatsvinden in de trajecten rond de omgevingsvisie en gebiedsontwikkelingen. Hierin wordt de sportcirkel ook gevisualiseerd met kaartbeeld.

Bijlage 3: Relevante ontwikkelingen Samenwerking G5, VSG en NOC*NSF Het sportbeleid voor de Rotterdammer geven we ­uiteraard allereerst vorm met partners binnen de stad. Op een aantal onderwerpen is echter samenwerking op meer landelijk niveau nodig, en is het goed van anderen te leren. Daarom werken we met verschillende partners samen en delen we onderling kennis. Zo helpen we ­elkaar in Nederland verder en werken we samen aan de beste randvoorwaarden voor de sport in Rotterdam. Regierol Bij het schrijven van de Sportnota 2017+ sorteerden we voor op een grotere regierol voor de gemeente. Op dat moment werd het ontstaan van het Sportbedrijf Rotterdam per 1 januari 2018 voorbereid. Nog nadrukkelijker voert de gemeente nu regie op de uitvoering van het sportbeleid door de samenwerkingspartners, onder meer via het Actieprogramma Verenigingen, het ­Integraal Huisvestingsplan Sport en het werken volgens referentiewaarden voor sportaccommodaties. Vanuit deze regierol formuleert de gemeente, met input van haar samenwerkingspartners, het beleid en legt vast waar de focus voor de komende jaren ligt. Kernopgave van het sportbeleid is het faciliteren, inspireren en ­stimuleren van Rotterdammers tot een leven lang ­sporten en bewegen, met plezier en door iedereen op zijn of naar eigen niveau.

Kennistransitie Anders leren, anders denken, anders werken; hoe ziet dat eruit en welke gevolgen heeft het voor de sport? Intelligente robots zijn steeds verder in staat het werk van mensen over te nemen en voorspeld wordt dat op lange termijn minder ‘menskracht’ nodig is om tot ­dezelfde productiviteit te komen. Ontwikkelingen en technologische innovaties volgen elkaar steeds sneller op; wat vandaag nieuw is, is overmorgen achterhaald. Mensen hebben in hun werk andere (ons nu nog deels onbekende) vaardigheden nodig die in het onderwijs niet tot nauwelijks aan te leren zijn. Tegelijk krijgen mensen meer vrije tijd, waarvoor zij een besteding z­ ullen zoeken. Een deel zal vaker gaan sporten of vrijwilligerswerk gaan doen, onder meer bij sportverenigingen of evenementen. Met hun inzet ontwikkelen zij bepaalde vaardigheden, zoals het besturen van een organisatie, het voeren van een administratie, het leiding geven aan een team of het runnen van de kantine. Dit informeel leren als vrijwilliger kan hen verder helpen op de arbeidsmarkt. Om dit informeel leren te kunnen benutten in formele functies is het enerzijds belangrijk dat vereniging geëquipeerd is mensen te ondersteunen in hun

ontwikkeling, anderzijds is het voor de vrijwilligers belangrijk dat zij een door de arbeidsmarkt gewaardeerd bewijs hebben van hun ontwikkeling. Rotterdam onbeperkt In 2016 is door het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap onderschreven. Dit VN Verdrag is een wettelijk kader om rekening mee te ­houden bij het ontwikkelen van beleid. Uiteraard werd ook al voor 2016 aan toegankelijke ­accommodaties en aanbod gewerkt, maar met het VN Verdrag komt er meer richting en bewustwording. Het project Rotterdam Onbeperkt heeft als doel om binnen de gemeentelijke organisatie bewustwording over het VN-verdrag te creëren. Elke afdeling heeft haar eigen verantwoordelijkheid om binnen het beleid rekening te houden met het VN-verdrag en aan te geven op welke manier zij er uitvoering aan geeft. Hierbij is het van belang om de (voor)oordelen te onderkennen die ieder mens onbewust met zich meedraagt vanuit zijn eigen referentiekader. Het onderkennen van deze (voor)oordelen is de eerste stap naar bewustwording en actie. Toegankelijkheid houdt in fysieke toegankelijkheid, sociale toegankelijkheid en informatietoegankelijkheid. Het uitgangspunt bij alles wat we doen moet zijn dat we dat voor iedereen doen. Keuzes hierin worden beïnvloed voor het type gebruik van de accommodatie, de beschikbare fysieke en financiële ruimte.

Deze keuzes hebben verschillende consequenties. Bewust zijn van deze ­gevolgen is belangrijk en toegankelijke communicatie/ informatie daarover geeft duidelijkheid. Coronacrisis Midden in de ontwikkeling van deze nieuwe nota brak het coronavirus uit. De virusuitbraak begon aan de andere kant van de wereld. Als snel kwam het virus richting Europa met alle contactbeperkende maatregelen tot gevolg. We kregen te maken met een ‘intelligente lockdown’ en al vrij snel werd duidelijk dat het leven zoals we dat gewend waren, er voorlopig anders uit ziet. ­Informatie en ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op: wat je vandaag bedenkt is morgen achterhaald. Tijdens het versoepelen van de maatregelen om uit de ‘intelligente lockdown’ te komen was sport het eerste wat weer op gang werd gebracht. Dat het coronavirus invloed heeft op (de resultaten van) ons beleid is duidelijk. Welke invloed het heeft is moeilijk te voorspellen. Duidelijk is wel dat een aantal reeds in gang gezette ontwikkelingen, meer prioriteit kregen of meer natuurlijk zijn geworden. Voorbeelden zijn het meer digitaal organiseren, een impuls voor esports, meer op afspraak en meer sporten in de openbare ruimte.

65

Lidmaatschap WUOC Rotterdam is aspirant-lid van de World Union of Olympic Cities (WUOC), een vereniging van steden die ooit Olympische Spelen organiseerden, of dat ambiëren. De Rotterdamse ambitie om de Youth Olympic Games te organiseren is aanleiding voor dit lidmaatschap. De WUOC heeft een tweeledig doel. Enerzijds het bewaken en steeds weer uitdragen van de nalatenschap van de Olympische Spelen. Anderzijds het vormen van een klankbord voor het Internationaal Olympisch Comité over de toekomst van de Spelen.

66

Bijlage 4: Relevante programma’s In hoofdstuk 2 presenteren we modelmatig welke ­relevante programma’s het sportbeleid raken. Hieronder geven we meer uitgebreid informatie bij deze programma’s, in bijlage 4 is schematisch weergegeven hoe deze programma’s de vier inhoudelijke hoofdstukken van de sportnota (3 tot en met 6) elkaar raken. Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland Het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ leidde tot de ondertekening van het Nationaal Sportakkoord op 29 juni 2018. De strategische partners in het Sport­ akkoord zijn het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), NOC*NSF en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). Van laatstgenoemde is Rotterdam lid. Per ambitie hebben de partners een coalitie van partijen om zich heen verzameld: zowel publiek als privaat, met grote betrokkenheid bij en eigenaarschap tot de betreffende ambitie. Net als de Rotterdamse Sportnota stelt het Sportakkoord plezier in sport centraal. De ambities van het Nationaal Sportakkoord passen goed bij het in deze Sportnota vastgelegde Rotterdamse sportbeleid. Het Sportakkoord is uitgewerkt in een zestal inhoudelijke ambities of deelakkoorden.

1) Inclusief sporten en bewegen 2) Duurzame sportinfrastructuur 3) Vitale sport- en beweegaanbieders 4) Positieve sportcultuur 5) Van jongs af aan vaardig in bewegen 6) Topsport die inspireert Nationaal Preventieakkoord De Rijksoverheid heeft het Nationaal Preventieakkoord opgesteld waarin ongeveer 200 afspraken staan die gesloten zijn met 70 maatschappelijke instellingen. De afspraken hebben allen betrekking op het gezonder maken van de Nederlander. De afspraken hebben hoofdzakelijk betrekking op een gezonde levensstijl: stoppen met roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Op lokaal niveau heeft Rotterdam ook een preventie­ akkoord gesloten ’Gezond010: Het Akkoord’. Gezond010: Het Akkoord Doel van Gezond010: Het Akkoord (het Rotterdams Preventieakkoord) is dat Rotterdammers eerder en makkelijker gezonde keuzes maken, makkelijker deel­ nemen aan de samenleving waardoor zij minder snel vereenzamen, meer zelfredzaam en mentaal sterker zijn. We werken stevig samen met diverse partners in de stad en met de directies en afdelingen die (in)direct bijdragen aan onze doelstellingen. Sport en bewegen

draagt bij aan de doelen van het preventieakkoord, als onderdeel van een integrale aanpak. Samen met onze partners in de stad geven we deze aanpak vorm. De Rotterdamse inzet sluit aan bij het Nationale Preventieakkoord van het ministerie van VWS. Lekker Fit! Sinds 2005 werkt het programma Lekker Fit! aan het tegengaan van overgewicht onder de Rotterdamse jeugd. Kinderen met overgewicht hebben grote kans om als volwassenen ook een ongezond gewicht te hebben, terwijl op jonge leeftijd het aanleren van gezonde leefstijl het meest kansrijk is. Het tegengaan van overgewicht biedt kinderen de ruimte om hun talenten te ontwikkelen, langer en gezonder te leven, een grotere bijdrage te leveren aan de maatschappij en minder gebruik te ­maken van de zorg. Rotterdam, Ouder en Wijzer Het programma ‘Rotterdam, Ouder en Wijzer’ stelt als doel om van Rotterdam een seniorvriendelijke stad te maken. Het programma kent vier pijlers: zo lang mogelijk gezond blijven door gezond eten en bewegen, mee blijven doen in de maatschappij en eenzaamheid voorkomen, geschikte huizen voor senioren en een fijne plek om te wonen en speciaal zorgaanbod voor ouderen. Omgevingswet De Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, integreert zo’n zesentwintig wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Voor gemeenten ligt bij deze transitie een grote opgave.

Zo zullen naar schatting landelijk 50.000 bestemmingsplannen en beheerverordeningen moeten worden omgezet in circa 400 omgevingsplannen. Gemeenten hebben, na ingaan van de wet, nog circa tien jaar om de wet te i­ mplementeren. Het maatschappelijke doel van de nieuwe omgevingswet is: - bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; - doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. De belangrijkste instrumenten in de omgevingswet zijn de omgevingsvisie, het omgevingsplan en het omgevingsprogramma. De omgevingsvisie geeft de opgaven voor de lange termijn van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad weer. Het omgevingsplan vervangt het ­bestemmingsplan, het omgevingsprogramma geeft uitvoering aan de doelstellingen van het ruimtelijke beleid.

67

Het cluster Stadsontwikkeling heeft een Verkenning Omgevingsvisie opgesteld. Deze werkt vanuit vijf pers­ pectieven: gezond, compact, inclusief, circulair en productief. De opgaven voor sport, bewegen en recreatie vallen onder de perspectieven ‘gezond’ en ‘inclusief’. De omgevingswet biedt de kans om sport eerder en beter te benutten voor vraagstukken in de ruimtelijke ordening. Rotterdam Loopt 2025 Rotterdam werkt aan een gezonde, bereikbare en ­toegankelijke stad voor de voetganger; in de straten, parken, pleinen en gebouwen. Zodat het prettiger wordt voor mensen om in Rotterdam te lopen. Hierin is het beleid opgenomen voor het verbeteren van wandel­ mogelijkheden, zoals het ‘ommetje’ in de wijk. Fietskoers 2025 Het doel van Fietskoers 2025 is om meer mensen op de fiets te krijgen in de veronderstelling dat dit een positieve invloed heeft op verschillende gebieden (de fietser zelf, de groei van de stad, klimaatvraagstuk). Meer lopen of gebruik maken van het OV zijn ook onderdeel van de Fietskoers 2025. Visie openbare Ruimte 2019-2029 De Visie openbare ruimte 2019-2029 moet richting geven aan de vraagstukken rondom het toenemende aantal inwoners, bezoekers en werknemers in de stad. Dit samen met het uitdagingen zoals het klimaatvraagstuk, mobiliteit en leefbaarheid vragen om een plan.

Rotterdamse Mobiliteitsaanpak De Rotterdamse Mobiliteitsaanpak is een plan om de bereikbaarheid en mobiliteit van een groeiend Rotterdam te verbeteren zodat er voldoende ruimte is om te lopen, fietsen, OV te gebruiken maar ook om te werken, wonen en recreëren voor Rotterdammers, bezoekers en toeristen. Visie kom op naar Buiten! Integrale Visie sporten, spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenruimte. ‘Deze visie versterkt de relatie tussen de sociale en maatschappelijke functies en “de basis op orde” in de openbare ruimte. Naast de zorg voor een veilige en gezonde leefomgeving is er zorg voor duur­ zame ontwikkeling (Kom op naar buiten! Blz 5).’ Actieprogramma Verenigingen, De sport-, scoutingen speeltuinverenigingen van de toekomst Het actieprogramma verenigingen heeft als doel de sport-, scouting en speeltuinverenigingen voor langere tijd vitaal en te houden en hen te helpen om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Het actieprogramma focus zich op sport en scoutingvereniging. De uitwerking op speeltuinen is later separaat opgeleverd.

68

Speeltuinen, een stap naar de toekomst. Visie en actieprogramma voor vitale en toekomstbestendige speeltuinverenigingen “Het doel van dit actieprogramma is het bieden van perspectief voor de Rotterdamse speeltuinverenigingen. Perspectief waardoor spelen in Rotterdam voor kinderen in de toekomst weer een stevige positie in de wijk krijgt. (Actieprogramma Speeltuinverenigingen, blz 4)’. Rivieroevers Rotterdam 2019-2022 In dit programma zijn projecten opgenomen die in de periode 2019-2022 centraal staan bij het investeren in de rivieroevers. Onderdeel hierin is ook wandelen, ­fietsen, bewegen en sporten langs de Nieuwe Maas, Rotte en Schie. Programma esports in de vereniging van de toekomst Op een positieve manier benutten van esports en gaming om meer mensen in beweging te brengen en houden, om verloop van jeugd bij verenigingen tegen te gaan en om in te spelen op inclusiviteit en het bieden van gelijke kansen. Aan de hand van de methodiek van een living lab integreren we esports in de vereniging. In het living lab worden innovatieve experimenten ­bedacht, uitgevoerd en gemonitord. Hieruit moet blijken hoe esports bijdraagt aan toekomstbestendige en vitale (sport)verenigingen, conform het Actieprogramma ­Verenigingen Rotterdam.

Het living lab draagt eveneens bij aan de ambitie van Rotterdam als esports hoofdstad van Nederland en vormt de Rotterdamse uitvoering van de regeling Sportakkoord 2020-2022 van de Minister voor Medische Zorgen Sport. Heel de Stad: beleidsplan maatschappelijke onder­ steuning en jeugdhulp Dit beleidsplan heeft de hoofdlijnen weer van het stedelijke beleid ten aanzien van preventie, jeugdhulp, sociale samenhang, maatwerkvoorzieningen en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Dit document is ten tijde van schrijven nog in ontwikkeling. Integraal Huisvestingsplan Sport In dit plan staat beschreven hoe de gemeentelijke sport­ accommodaties de komende jaren onderhouden gaan ­worden. Denk aan zwembaden, sporthallen en veldsportcomplexen. Met dit plan blijft de sportinfrastructuur up to date en aan de gebruikerseisen voldoen.

Relax, Dit is Rotterdam Met dit actieprogramma werkt Rotterdam aan een stad waarin ontspannen en veilig kan worden samengeleefd. Het actieprogramma richt zich op gelijkwaardigheid en kansengelijkheid, verbinding en ontmoeting, en veiligheid en handhaving. Het is belegd in acties binnen de beleidsdomeinen Veiligheid en handhaving, Onderwijs, Jeugd en jeugdhulpverlening, Welzijn, (ouderen) Zorg en Wijkteams, Uitvoering Participatiewet, Goed werkgeverschap, Sport en Cultuur.

69

Bijlage 5: Relatie Sportnota 2021+ en relevante programma’s Beleidskaders en thema's

Sportdeelname vergroten en toekomst­bestendige sportaanbieders

Actieprogramma Verenigingen

l

Beleidskader Evenementen 2019

Inspirerende topsport

Sport­voor­ zieningen van de toekomst

l l

Beleidsnota Urban Sports 2018-2021

l

Capaciteitsplan Sportterreinen 2018

l

l

l l l

Esports in de vereniging van de toekomst

l

Fietskoers 2025

l

Gezond010: Het Akkoord

l

l l

l

IHP Onderwijs

l

IHP Sport

l

Kom op naar Buiten!

l

Nationaal Sportakkoord

l

l l

l

Omgevingswet

l

Programma Rivieroevers Rotterdam 2019-2022

l

Relax. Dit is Rotterdam

l

Rotterdam Loopt 2025

l

l

Rotterdamse Mobiliteitsaanpak

l

l

Rotterdam, Ouder en Wijzer

l

Rotterdam Veilig Vooruit

l

l

l l l l

l

l

Taalspiraal

70

l l

Heel de Stad

Visie Openbare ruimte 2019-2029

l

l

Duurzaam010

Speeltuinen, een stap naar de toekomst

De impact van sport

l l

l

Bijlage 6: Monitors en definities van sportdeelname en beweegrichtlijnen Monitors voor het meten van sportdeelname De Gezondheidsmonitor van de GGD wordt om de vier jaar afgenomen onder een steekproef van de Rotterdamse bevolking en geeft een langjarige trend over zowel wekelijks sporten als het voldoen aan de ­beweegrichtlijnen. Beweging wordt gemeten met de zogenoemde SQUASH-vragenlijst waarin zowel sporten als dagelijks activiteiten waarbij men beweegt worden nagevraagd. Doordat deze in heel Nederland wordt afgenomen zijn Rotterdamse cijfers te vergelijken met landelijke en overige lokale cijfers, zoals die van de andere G4 steden/regio’s. Het Wijkprofiel wordt iedere twee jaar afgenomen onder een steekproef van de Rotterdamse bevolking en meet sportdeelname. Aan de hand van de vraag ‘Hoe vaak sport u alleen of samen met anderen’ (antwoordcategoriën: meerdere keren per week/1x per week/ 2 of 3x per maand/ 1x per maand/ <1x per maand./nooit). Hieruit kan zowel sporten volgens de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) als wekelijks sporten berekend worden. In de cijfers van het wijkprofiel is het mogelijk in te zoomen op wijkniveau en kunnen verschillen in sportdeelname tussen wijken en langjarige trends van wijken waargenomen worden. Sinds 2019 gebruiken we de Sportdeelname Index (SDI) van NOC*NSF als opvolger van het in 2017 beëindigde VrijeTijdsOnderzoek.

Zowel sportdeelname volgens de RSO als het wekelijks sporten en als het voldoen aan de beweegrichtlijnen worden tweemaal per jaar gemeten onder een representatief panel van Rotterdammers. Dit geeft ons informatie op gebiedsniveau. In de toekomst kunnen we ook hier langjarige trends bekijken, zowel voor Rotterdam als geheel als op gebiedsniveau of ­bijvoorbeeld naar opleidingsniveau of leeftijdscategorie. De SDI is een flexibel instrument waaraan indien nodig extra vragen toegevoegd kunnen worden. Hiermee hebben we de mogelijkheid om doelgroepen of activiteiten waarop extra inzet wordt gepleegd te monitoren.

Nederlandse norm gezond bewegen, beweegrichtlijnen 2017 Bewegen is goed, meer bewegen is beter Matig intensief: bijvoorbeeld wandelen en fietsen Zwaar intensief: bijvoorbeeld hardlopen, voetballen

Volwassenen Minstens 150 minuten per week aan matig of zwaar intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, ­verspreid over diverse dagen. Minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balans­ oefeningen. En: voorkom veel stilzitten Ouderen Dezelfde beweegrichtlijnen als voor volwassenen. Maar aangevuld met balansoefeningen Kinderen Minstens 1 uur per dag matig of zwaar intensieve i­ nspanning Minstens drie maal per week spier- en botversterkende activiteiten En: voorkom veel stilzitten Mensen met een fysieke beperking Elke vorm van beweging telt en heeft een positief effect. Kies zelf de manier van bewegen die binnen je eigen grenzen past. Maak bewegen een vast onderdeel van je dagelijks leven.

Definities van sportdeelname RSO: de landelijke Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO). Met sportdeelname wordt volgens deze richtlijn bedoeld: minstens 12 keer sporten in de afgelopen 12 maanden. Een wekelijkse sporter is iemand die 1x per week of vaker sport. SQUASH vragenlijst: (oftewel: Short Questionnaire to Assess Health-enhancing physical activity). Deze lijst met 11 items is gebaseerd op de Nederlandse Beweegrichtlijnen. Mensen geven daarin aan hoeveel dagen per week ze besteden aan wandelen en fietsen naar hun werk of school en aan de activiteiten die ze daar doen. Dat geldt ook voor activiteiten in het huishouden en in de vrije tijd, zoals wandelen, fietsen, buitenspelen en sport. Daarnaast geven ze aan hoeveel tijd per dag ze aan een activiteit besteden. Op basis van deze gegevens wordt berekend hoeveel tijd mensen per week bewegen en sporten. Ten slotte wordt berekend welk percentage van de bevolking volgens de richtlijnen beweegt of wekelijks sport.

71

Bijlage 7: Factoren model Het factorenmodel is een wetenschappelijk model wat helpt bij het maken en ontwikkelen van beleid. Het model maakt inzichtelijk welke factoren een positieve invloed hebben op het leven van iemand en welke factoren een negatieve invloed hebben. Het model is toepasbaar op kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen dus eigenlijk alle leeftijdsgroepen. Ook brengt het model in kaart welke factoren de het meeste van invloed zijn en welke factoren een minder grote invloed hebben. Hiermee kunnen we als beleidsmaker ons beleid prioriteren en onderbouwen. Ook kunnen we op basis van dit model zorgen voor een zo groot mogelijke maatschappelijke impact. Niet alleen vanuit de Sportnota 2021+, maar ook vanuit de beleidskaders Gezond010: het akkoord en Heel de stad: beleidsplan maatschappelijke onder­ steuning en jeugdhulp. Het factorenmodel stelt dat maatschappelijke impact het beginpunt is en dat vanuit daar doelen worden ­geformuleerd die bijdragen aan een veilig, gezond en kansrijk leven. Daarna wordt bekeken welke factoren een risico vormen voor deze doelen en welke factoren beschermend werken. Risico factoren vormen een ­negatieve invloed op de gestelde doelen en beschermende factoren hebben een positieve invloed en ­kunnen de risicofactoren als het ware dempen. Het factorenmodel is oorspronkelijk ontwikkeld voor jongeren.

Momenteel wordt alle beschikbare informatie geïnventariseerd en beschreven zodat het model ­toepasbaar is voor alle leeftijden. Naar verwachting is dit eind 2020 gereed. Bron: Gezond010

72

Colofon Dit is een uitgave van de Gemeente Rotterdam. Vormgeving: Leene Communicatie.

73

Foto: © Golazo Photography

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e5c59fe0-194d-4497-a432-8f7802a0e418